Your SlideShare is downloading. ×

Omgaan met informatie

558
views

Published on

hulpverlening voor graduaat orthopedagogie

hulpverlening voor graduaat orthopedagogie

Published in: Education

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
558
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Rudy Nijs 2012-2013 1
  • 2.  Inleiding  Deel 1: Hulpverleningsproces  Deel 2: Diagnose en rapportage  Deel 3: Sociale kaart 2012-2013 2
  • 3. Die wilt komen in myn’ Zaelen Mag niemands Gebrek verhaelen 2012-2013 3
  • 4. 1. Omgaan met informatie 2. Juridisch kader 3. Hulpverleningsrelatie 4. Een relatie tussen mensen 2012-2013 4
  • 5. 1.1. Verzamelen van informatie 1.2. Doorverwijzen naar 2012-2013 5
  • 6.  Verzamelen  Analyseren  Bespreken  Doorgeven ◦ Cliënten ◦ Andere betrokkenen ◦ Professionelen 2012-2013 6
  • 7. Op basis van de verzamelde informatie kan men de cliënt doorverwijzen naar een aangepaste hulpverleningsvorm (= kennis en gebruik van de sociale kaart) 2012-2013 7
  • 8.  Wet op het beroepsgeheim  Wet op het schuldig verzuim 2012-2013 8
  • 9.  3.1. Wat  3.2. Kenmerken 2012-2013 9
  • 10.  Een hulpverleningsrelatie ontstaat op het moment dat iemand een probleem heeft dat hij (alleen of samen met zijn onmiddellijke omgeving) niet meer kan oplossen.  Er is dus andere (professionele) hulp nodig 2012-2013 10
  • 11.  Ongelijkheid / afhankelijkheid  Intimiteit  Vertrouwen geven en krijgen  Een begin en een einde 2012-2013 11
  • 12.  In de hulpverlening gaat het altijd over een relatie tussen mensen. Het is daarom belangrijk dat we als hulpverlener voldoende kennis hebben over de mens in al zijn facetten  Elke mens bestaat uit verschillende ‘onderdelen’. Aan elk onderdeel zijn mogelijkheden en beperkingen verbonden. 2012-2013 12
  • 13.  Lichaam • Motorisch • Hersenen  Mogelijkheden en vaardigheden • Cognitief • Emotioneel • Sociaal • motivatie  Voorgeschiedenis: elk individu is geen onbeschreven blad. Men heeft een voorgeschiedenis met positieve en negatieve gebeurtenissen  Veerkracht 2012-2013 13
  • 14.  Materiële context: ◦ Huisvesting: woning, buurt, … ◦ Financieel : administratief  Sociale context: ◦ Gezin, partner, alleenstaand ◦ Breder netwerk: familie, vrienden, …  Maatschappelijke context: de Westerse maatschappij 2012-2013 14
  • 15.  De persoonlijkheid van de mens is moeilijk te definiëren.  Het is het resultaat van de interactie van de verschillende onderdelen van de mens met zijn context  Is de wijze waarop de mens zich presenteert aan en gepercipieerd wordt door de anderen 2012-2013 15
  • 16. 5. Probleem - hulpvraag 6. Probleemanalyse = diagnose 7. Antwoord = aanbod 2012-2013 16
  • 17. 5.1. Wat 5.2. Oorzaken 5.3. Betrokkenen 5.4. Probleemontwikkeling 2012-2013 17
  • 18.  In de orthopedagogische hulpverlening hebben we te maken met hulpvragen vertrekkend van een opvoedings- of begeleidingsprobleem.  Deze problemen verstoren het gewone levenspatroon van de betrokkenen 2012-2013 18
  • 19. We zien verschillende oorzaken:  Objectieve: ◦ Een aangeboren handicap ◦ Een niet aangeboren handicap (NAH)  Subjectieve: het gaat hier over de beleving door de betrokkenen: ◦ Beleving van een objectief probleem ◦ Beleving van een andere situatie (zonder een aantoonbare oorzaak) 2012-2013 19
  • 20.  Hulpvrager ◦ Rechtstreeks  Cliënt  Cliëntsysteem ◦ Onrechtstreeks  Verwijzende/plaatsende instantie  Andere (school, werk,…  Hulpverlener ◦ Organisatie met professionele/vrijwillige medewerkers ◦ Zelfstandige hulpverleners 2012-2013 20
  • 21.  Begin van een probleem: ◦ Acuut: vb. de geboorte van een kind met een handicap ◦ Chronisch: een opvoedingsprobleem, een verslaving ◦ Tussenvormen  Een probleemaanvoelen ontwikkelt in fasen: ◦ In een eerste fase gebeurt dit meestal zonder dat de hulpverlening formeel betrokken wordt ◦ In een volgende fase wordt de professionele hulpverlening geconsulteerd ◦ Nadien blijft een goede samenwerking tussen het netwerk en de professionele hulpverlening belangrijk 2012-2013 21
  • 22.  Fase 1: Ik heb een probleem of anderen vinden dat ik een probleem heb: motivatie om het probleem aan te pakken  Fase 2: waar kan ik terecht: sociale kaart  Fase 3: probleemanalyse: eerste diagnose  Fase 4: doorverwijzing naar een concrete organisatie 2012-2013 22
  • 23.  Vlaams agentschap voor personen met een handicap (vroegere Vlaams Fonds)  Bijzondere Jeugdbijstand  Psychiatrische hulpverlening  Algemeen Welzijnswerk  Kind en Gezin  OCMW  … 2012-2013 23
  • 24.  Ambulant  Dagcentrum / semiresidentieel  Residentieel  Andere… 2012-2013 24
  • 25.  In de concrete organisatie zal er gewerkt worden aan een planmatig en methodisch antwoord voor het aangemelde probleem ◦ Start van de hulpverlening:  aanmelding  kennismaking  Intake: eerste diagnose ◦ Diagnostisch proces: concretiseren van de hulpvraag ◦ Planning: bepalen van doelstellingen en middelen ◦ Uitvoering ◦ Evaluatie en nieuwe diagnose ◦ Nieuwe planning en uitvoering  … 2012-2013 25
  • 26.  8. Orthopedagogische diagnose  9. Wie werkt mee aan de diagnose  10. Hulpmiddelen  11. wet op het beroepsgeheim  12. Observatie en interpretatie  13. Rapportage 2012-2013 26
  • 27.  8.1. Wat loopt er fout  8.2. Het gaat over een interactioneel en dynamisch proces 2012-2013 27
  • 28. In de ortho(ped)agogische hulpverlening gaat het om probleemsituaties die te maken hebben met opvoeding en begeleiding. Het betekent dat het opvoedings - of begeleidingsproces omwille van bepaalde redenen verstoord is 2012-2013 28
  • 29. In een pedagogische situatie hebben we te maken met drie factoren: ◦ Kindfactoren * ◦ Ouderfactoren ** ◦ Contextfactoren *** 2012-2013 29
  • 30.  Biologisch – constitutionele eigenschappen  Intelligentie  Temperament  Handicaps  Eigenaardigheden  … 2012-2013 30
  • 31.  Biologisch – constitutionele eigenschappen  Intelligentie  Temperament  Handicaps  Eigenaardigheden  Vaardigheden  Opvoedingsgeschiedenis  Leefsituatie (relationeel, financieel,…)  … 2012-2013 31
  • 32.  Ondersteuning door familie, vrienden,… (informele netwerken)  Woonsituatie (huisvesting, buurt, …)  Algemeen aanbod in de omgeving van het gezin (onderwijs, vrije tijd, gezondheid,…)  … 2012-2013 32
  • 33. We spreken van een pedagogische risicosituatie als de drie factoren negatief op mekaar inspelen en versterken ◦ Een alleenstaande, werkloze moeder met een kind met zware eetproblemen in een achteruitgestelde buurt ◦ Een koppel met twee kinderen. Beide ouders hebben werk maar ook voldoende tijd voor hun kinderen. Ze wonen in een groene, kinderrijke buurt met een groot aanbod van speelmogelijkheden. 2012-2013 33
  • 34.  Het zelfregulerend mechanisme van de opvoeding betekent dat er in de meeste risicosituaties toch nog voldoende krachten zijn die een positieve invloed kunnen hebben op de opvoeding. We noemen dit de protectieve factoren  De belangrijkste protectieve factoren zitten in het netwerk rond het gezin  In de hulpverlening is het de bedoeling om deze protectieve factoren te versterken 2012-2013 34
  • 35.  Interactioneel: het gaat over de relaties of interacties tussen mensen. Deze interacties zijn dusdanig verstoord dat extra ondersteuning nodig is  Dynamisch: dit betekent dat de probleemsituatie een fasisch verloop kent: ◦ Ontwikkeling van de betrokkenen ◦ Evolutie in de beleving ◦ Niet gestroomlijnd ◦ … 2012-2013 35
  • 36. In functie van de specifieke probleemsituatie kunnen meerdere disciplines bij de diagnose (en de verdere hulpverlening) betrokken worden: ◦ Opvoeder/begeleider ◦ Orthopedagoog / psycholoog ◦ Artsen ◦ Paramedici (kiné, logo, ergo) ◦ Maatschappelijk werkers ◦ … 2012-2013 36
  • 37. Ook de gebruikte hulpmiddelen variëren naargelang het aangemelde probleem. Enkele voorbeelden: ◦ Opvoeder/begeleider: observatie, gesprekken, activiteiten, … ◦ Orthopedagoog / psycholoog: psychodiagnostische testen, observatie, gesprekken,… ◦ Artsen: medische diagnostische hulpmiddelen,… ◦ Paramedici (kiné, logo, ergo): technische hulpmiddelen,observatie, activiteiten,… ◦ Maatschappelijk werkers: gesprekken,observatie,… ◦ … 2012-2013 37
  • 38.  11.1. Wat  11.2. Het verzamelen van gegevens  11.3. Het doorgeven van gegevens  11.4. De wet op het schuldig verzuim 2012-2013 38
  • 39.  De wet op het beroepsgeheim beschermt iedereen tegen het ‘zomaar’ verzamelen van allerlei informatie over de persoon in kwestie: recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van burgers  Drie belangrijke aspecten ◦ No invasion (binnendringen) of the privacy: niet binnendringen in de persoonlijke levenssfeer ◦ No divulgation (onthullen) of the privacy: niet bekendmaken van het privéleven aan derden ◦ Need to know en nice to know 2012-2013 39
  • 40. In functie van het hulpverleningsproces worden door de hulpverlener van bij de start en in de loop van de hulpverlening gegevens verzameld over de hulpvrager (en zijn omgeving) 2012-2013 40
  • 41.  Gerechtvaardigde doelstellingen  Niet meer dan nodig  Kwaliteit van de gegevens  Beveiliging van de gegevens 2012-2013 41
  • 42.  Op voorhand op de hoogte  Expliciete of impliciete toestemming  Toegang tot de verzamelde gegevens  Onjuiste gegevens moeten worden verbeterd  Klachtenrecht 2012-2013 42
  • 43.  Algemeen gekende  Geheime ◦ Gevoelige gegevens (politieke overtuiging, seksuele geaardheid,…) ◦ Gezondheidsgegevens (gezondheidstoestand van de persoon) ◦ Gerechtelijke gegevens (verdenkingen, veroordelingen,…  In de hulpverlening verzamelen we gegevens van de cliënt (algemeen gekende, geheime en voor de cliënt vertrouwelijke informatie) maar in veel situaties verzamelen we ook gegevens van betrokken derden: ◦ Gezin en familie ◦ (residentieel): groepsgenoten ◦ Derden 2012-2013 43
  • 44. Soms krijgen we gegevens zonder dat we dit willen of strikt gezien mogen (familie, buren, werkgever, …) ◦ Irrelevante informatie (roddel) ◦ Belangrijke informatie 2012-2013 44
  • 45. Het betreft hier informatie die wordt opgevraagd door derden 2012-2013 45
  • 46.  Het principe is dat we geen informatie over de cliënt(systeem) doorgeven aan derden, waarmee we geen professionele relatie hebben  Wat met: ◦ Onmiddellijk betrokkenen (partner, ouders, kinderen… ◦ School / werk 2012-2013 46
  • 47.  Over welke gegevens gaat het ? ◦ Individuele cliënt ◦ Gezins-/groepsgegevens  Interne en externe samenwerking: afhankelijkheid, gezamenlijke verantwoordelijkheid, bezorgdheid  Erkenning en subsidiëring door de overheid: hoever mag controle gaan ? 2012-2013 47
  • 48.  Algemeen: iedereen is verplicht op hulp te bieden aan personen in nood  Voor de hulpverlener geldt dit in grotere mate omwille van zijn professionele deskundigheid  In een aantal gevallen weegt de wet op het schuldig verzuim zwaarder door dan de wet op het beroepsgeheim (= is bijna altijd een persoonlijke inschatting van de hulpverlener)  De betrokken hulpverlener moet zich kunnen verantwoorden over de geboden hulp (ook als hij oordeelt dat hij beter niets doet)  Indien hij andere diensten inschakelt moet hij dit ook opvolgen  Het team is een belangrijke ondersteuningsfactor 2012-2013 48
  • 49.  12.1. Observatie  12.2. Interpretatie 2012-2013 49
  • 50.  12.1.1. Wat  12.1.2. Verschillende vormen 2012-2013 50
  • 51.  In een diagnostisch proces probeert men zich een beeld te vormen over de cliënt  Observatie is het verzamelen van gegevens via onze zintuigen: ◦ Ogen: zien, kijken ◦ Oren: horen, luisteren ◦ Huid: voelen ◦ Neus: ruiken ◦ Tong: smaken 2012-2013 51
  • 52.  Algemeen: men moet zoveel de eigen invulling vermijden = objectieve observatie  Participerende observatie  Vrije observatie  Situationele observatie  Gerichte: a.d.h.v. observatieschema’s  Met hulpmiddelen (geluidsopname, video,…) 2012-2013 52
  • 53.  Inzicht in het functioneren van de cliënt  Probleeminzicht: vb. Hoe ontwikkelt zich probleemgedrag ? Men observeert het gedrag en zoekt naar constanten: begin van het gedrag, verloop van de gedragsketens, positieve beïnvloedingsfactoren,…  Interacties binnen een gezin: men observeert de wijze waarop gezinsleden met elkaar communiceren en interageren in functie van een aangepaste gezinsbegeleiding  Kindermishandeling en –verwaarlozing: men observeert in een gezin wat er aan risicofactoren is. Welke verschillende signalen zijn er te zien in functie van een aangepast optreden  De context van de cliënt 2012-2013 53
  • 54.  12.2.1. Wat  12.2.2. Bepalende invloeden 2012-2013 54
  • 55.  Interpreteren is het groeperen van observaties en het geven van een betekenis aan deze groepen. Als we nadien eenzelfde groep zien zullen aan deze groep eenzelfde betekenis geven.  Voorbeelden van een dergelijke groep van observaties: ◦ Die man is depressief ◦ Dat is een koppig kind ◦ Die vrouw is goed gezind 2012-2013 55
  • 56.  De individualiteit van de perceptie *  De werkomgeving ** 2012-2013 56
  • 57.  Dominantie van bepaalde zintuigen  Eigen ervaringen / voorgeschiedenis  Individuele trauma’s  Opgebouwde constructen  Waarden- en normenpatroon  … 2012-2013 57
  • 58.  Werkvorm: ambulant - residentieel  Ervaringen van collega’s  Invloed van de doelgroep / problematiek  Gehanteerde denkkaders  … 2012-2013 58
  • 59.  13.1. Definitie  13.2. Doelstellingen van rapportage  13.3. Verschillende vormen van rapportage 2012-2013 59
  • 60. Rapportage is het op systematische wijze doorgeven van verzamelde gegevens. Deze gegevens kunnen zowel over dingen, gebeurtenissen, mensen, … gaan. De gegevens worden doorgegeven via de taal (mondeling of geschreven) 2012-2013 60
  • 61.  Het opslaan van de verzamelde informatie  Het analyseren van het verloop van de hulpverlening  Doorgeven van de informatie  Het samenstellen van een dossier  Het beschermen van jezelf als hulpverlener 2012-2013 61
  • 62. ◦ De cliënt (het cliëntsysteem): het kan belangrijk zijn dat de informatie die verzameld is wordt doorgegeven aan en besproken met de cliënt. We spreken dan van cliëntgerichte rapportage. ◦ Collega’s van het eigen team of de organisatie: intern gebruik ◦ Hulpverleners van andere organisaties waarmee wordt samengewerkt in functie van de hulpverlening: extern gebruik ◦ De overheid ◦ … 2012-2013 62
  • 63. ◦ Het dossier blijft in de eigen organisatie en is alleen toegankelijk voor hulpverleners van deze organisatie: intern gebruik ◦ Het dossier moet worden gedeeld met of opgestuurd naar hulpverleners van andere organisaties: extern gebruik ◦ Het dossier is al dan niet toegankelijk voor de cliënt. Deze toegankelijkheid kan zowel rechtstreeks (de cliënt kan altijd in zijn dossier zonder tussenwegen) of onrechtstreeks zijn, de cliënt krijgt zelf geen inzage maar moet via een derde gaan. 2012-2013 63
  • 64.  Formeel – informeel  Mondeling – schriftelijk  Hulpverleningsgericht – persoonsgericht  Hulpverlenersgericht - cliëntgericht  Zakelijk – persoonlijk  … 2012-2013 64
  • 65.  Persoonlijke nota’s  Logboeken  Handelingsplan  Evolutiebespreking  Kindbespreking  Gezinsbespreking  Jaarverslag  … 2012-2013 65
  • 66. 14. Algemeen 15. Vlaams Agentschap voor personen met een handicap 16. Bijzondere Jeugdbijstand 17. Psychiatrische hulpverlening 18. Algemeen Welzijnswerk 19. Kind en Gezin 20. OCMW 2012-2013 66
  • 67. 14.1. Doelgroepen en sectoren 14.2. Leeftijd 14.3. Gedwongen – vrijwillig 14.4. Hulpverlenend – repressief 14.5. Werkvormen 14.6. Methodisch aanbod 14.7. Verschillende niveaus 14.8. Toegangspoorten 14.9. Wachtlijsten 2012-2013 67
  • 68.  Een doelgroep is een groep mensen met hetzelfde probleem  Een sector is een maatschappelijke structuur die een antwoord probeert te geven aan groepen van mensen met eenzelfde probleem  Het hulpverleningsaanbod in Vlaanderen is onderverdeeld in verschillende sectoren 2012-2013 68
  • 69. Sommige hulpverleningsvormen zijn voorbehouden voor bepaalde leeftijdsgroepen 2012-2013 69
  • 70.  Gedwongen: men ontneemt geheel of gedeeltelijk de verantwoordelijkheid van de cliënt  Vrijwillig: men laat de verantwoordelijkheid grotendeels bij de cliënt 2012-2013 70
  • 71.  Geheel ◦ Gedwongen verpleging ◦ Plaatsing door de jeugdrechtbank  Gedeeltelijk ◦ Voorlopige bewindvoering ◦ Bepaalde maatregelen van de jeugdrechtbank 2012-2013 71
  • 72.  Alle hulpverlening georganiseerd door het Vlaams Agentschap  Comité voor bijzondere jeugdbijstand  Vrijwillige opnames in psychiatrie  … 2012-2013 72
  • 73.  Hulpverlenend: een bepaalde situatie wordt aangepakt als een hulpvraag (probleemsituatie) van de cliënt / het cliëntsysteem. De cliënt moet worden geholpen  Repressief: er wordt vertrokken vanuit het feit dat de maatschappij recht heeft op bescherming tegen sommigen van haar leden. Er wordt gesanctioneerd 2012-2013 73
  • 74. De hulpverlening gebeurt in verschillende werkvormen: ◦ Ambulant ◦ Dagcentrum / semi-residentieel ◦ Residentieel ◦ Pleeggezinnen ◦ Project ◦ … 2012-2013 74
  • 75. Bij deze indeling vertrekt men van de vraag van de cliënt en men zoekt naar die organisatie die het beste methodisch onderbouwde antwoord biedt aan het probleem: ◦ Gezinsbegeleiding ◦ Groepswerk ◦ Individuele therapie ◦ Schoolbegeleiding ◦ Individuele begeleiding ◦ Administratieve ondersteuning ◦ Ontwikkelingsstimulering ◦ … 2012-2013 75
  • 76.  Federaal: ◦ Psychiatrie ◦ Justitie  Vlaams ◦ Vlaams agentschap ◦ Algemeen Welzijnswerk  Gemeentelijk ◦ ocmw 2012-2013 76
  • 77.  De subsidiërende overheid wil controle houden over het (rechtmatig) gebruik van haar zorg- en hulpverleningsaanbod. Daarom kan men als cliënt niet zomaar zorg / hulpverlening krijgen. Om zorg / hulpverlening te kunnen krijgen moet men passeren langs een toegangspoort.  Daarnaast heeft de overheid ook in sommige gevallen beperkingen in tijd ingebouwd.  Voorbeelden van sectoren met toegangspoorten ◦ Vlaams Agentschap: een multidisciplinair verslag dat wordt besproken op de provinciale evaluatiecommissie ◦ Bijzondere Jeugdzorg: een hulpverleningsprogramma dat wordt opgesteld door de consulent van de sociale dienst 2012-2013 77
  • 78.  In de verschillende sectoren is er een groei in het aantal zorgvragen. Dit heeft tot gevolg dat er (soms erg lange) wachtlijsten zijn  De lengte van de wachtlijst hangt af van de zwaarte van de zorgvraag maar ook van de aard van de hanicap  De problematiek van deze wachtlijsten zijn ook een belangrijk maatschappelijk / politiek item geworden 2012-2013 78
  • 79.  Emancipatie  Gezins- / netwerkgericht  Subsidiariteitsbginsel  Hulp op maat 2012-2013 79
  • 80.  Dit principe betekent dat de versterking (empowerment) van het opnemen van de eigen verantwoordelijkheid door de cliënt of het cliëntsysteem het uitgangspunt is van de hulpverlening.  Emancipatie staat hier tegenover een betuttelende hulpverlening 2012-2013 80
  • 81.  Bij dit begeleidingsprincipe wordt er uitgegaan van het feit dat de problemen best worden aangepakt binnen de gezinscontext.  Men probeert in de verschillende sectoren het gezin en het bredere netwerk zoveel mogelijk te betrekken bij de hulpverlening  Bij tegengestelde belangen kiezen we altijd voor het kind (= de eerste cliënt) 2012-2013 81
  • 82.  Zo licht mogelijk – minst ingrijpend  Zo kort mogelijk  Zo dicht mogelijk  Zo vrijwillig mogelijk  Soms is het echter wel nodig om onmiddellijk een vrij ingrijpende maatregel te treffen (in duidelijke gevallen van kindermishandeling) 2012-2013 82
  • 83.  Meer en meer wordt de hulp zoveel mogelijk aangeboden op maat van de cliënt  Vraaggestuurd tegen aanbodgestuurd  De hulpverlening wordt onderverdeeld in een aantal modules dia aan de cliënt worden aangeboden 2012-2013 83
  • 84. 15.1. Wat 15.2. Definitie van handicap 15.3. Taken 15.4. Doelgroep 15.5. Toegangspoort 15.6. Aanbod 15.7. Capaciteit 15.8. Wachtlijsten 15.9. Nieuwe tendensen 2012-2013 84
  • 85.  Vlaams Agentschap voor personen met een handicap.  Deze organisatie organiseert de hulpverlening voor iedereen die een handicap heeft en hulp vraagt. 2012-2013 85
  • 86. Elke langdurige en belangrijke beperking van de kansen tot sociale integratie van een persoon ten gevolge van een aantasting van de mentale, psychische, lichamelijke of zintuiglijke mogelijkheden 2012-2013 86
  • 87.  Informatie  Preventie, detectie en diagnose  Inschrijving, opvang, behandeling en begeleiding (subsidiëren)  Arbeidsondersteuning  Studie en onderzoek  Globale ondersteuning bij de integratie 2012-2013 87
  • 88.  Het decreet op het Vlaams Agentschap geldt voor personen met een handicap die nog geen 65 zijn op het ogenblik dat zij hun inschrijving aanvragen. Personen die echter voor hun 65ste zijn ingeschreven, kunnen achteraf een beroep blijven doen op het Agentschap.  Een tweede voorwaarde is dat men effectief in België verblijft: ofwel ononderbroken tijdens de laatste 5 jaar, ofwel gedurende in totaal 10 jaar in de loop van heel zijn leven. Voor minderjarigen en gelijkgestelden dienen de verblijfsvoorwaarden vervuld te zijn in de persoon van hun wettelijke vertegenwoordiger. 2012-2013 88
  • 89.  Onderzoeksvraag aan een multidisciplinair team (MDT)  Onderzoek door dit MDT  Multidisciplinair verslag (MDV)  Aanvraag naar het Vlaams Agentschap  PEC  Erkenning = toelating voor een bepaalde hulp (met mogelijkheid voor bepaalde combinaties)  Intrede in het zorgaanbod (al dan niet afgebakend in tijd) 2012-2013 89
  • 90.  Ambulant ◦ Thuisbegeleiding ◦ Zelfstandig wonen ◦ Beschermd wonen  Dagcentrum ◦ Kinderen ◦ volwassenen  Residentieel ◦ Instellingen ◦ Logeerfunctie  Pleeggezinnen ◦ Klassiek ◦ WOP  Werkbegeleiding  Vrije tijdsbesteding 2012-2013 90
  • 91.  Thuisbegeleiding: via het aanbod van de thuisbegeleidings-diensten probeert men de opvang van het kind met de handicap zo lang mogelijk te begeleiden in het gezin. De belangrijkste doelstellingen zijn gezinsondersteuning en het aanbieden van allerlei vormen van stimulering van de persoon met een handicap ◦ Vroegbegeleiding ◦ Jongeren- en Volwassenenbegeleiding  Zelfstandig wonen: in deze begeleidingsvorm begeleidt men de persoon met de handicap om hem zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen. Dit gebeurt via de ondersteuning van alle aspecten van het dagelijkse leven ◦ Begeleid wonen ◦ Beschermd wonen ◦ Begeleid zelfstandig wonen 2012-2013 91
  • 92.  Een dagcentrum voor kinderen vangt kinderen op die, omwille van hun handicap niet naar school kunnen gaan  Een dagcentrum voor volwassenen vangt personen op die omwille van hun handicap niet kunnen gaan werken  Doelstellingen: ◦ Kwaliteitsvolle opvang ◦ Onderzoek en verdere ontwikkeling van de mogelijkheden (communicatief, sociaal,…) ◦ Aanbod van activiteiten ◦ Ondersteuning van de ouders ◦ … 2012-2013 92
  • 93.  Residentieel = 24 urenopvang  Doelstellingen: ◦ Woonfunctie: de belangrijke functies van het leven in een gezin worden overgenomen ◦ Begeleiding van de bewoner en zijn netwerk ◦ Logeerfunctie of kortverblijf ◦ …  Vormen: ◦ Verschillende handicaps ◦ Kinderen en jongeren: MPI of MPC ◦ Volwassenen:  Tehuis werkenden  Tehuis niet werkenden 2012-2013 93
  • 94.  Voor- en naschoolse opvang en begeleiding van kinderen met een handicap  Deze opvang gebeurt meestal in een erkende residentiële voorziening 2012-2013 94
  • 95.  Klassiek pleeggezin: volledige opvang  Steungezin: tijdelijke of beperkte opvang  Wonen met Ondersteuning van een Particulier (WOP) 2012-2013 95
  • 96.  (Semi)residentieel (einde 2006) = 22625 ◦ Minderjarigen: 8976 ◦ Meerderjarigen: 13649  Ambulant = 10470 ◦ Thuisbegeleiding: 5502 ◦ Begeleid wonen: 2578 ◦ Zelfstandig wonen: 303 ◦ Beschermd wonen: 1074 ◦ Gezinsplaatsing: 1013 2012-2013 96
  • 97.  Alle zorgvragen worden geregistreerd op de centrale registratie zorgvragen (CRZ).  Hoe zwaarder en complexer de zorgvraag hoe langer de wachtlijst  De lengte van de wachtlijst voor sommige handicaps heeft ook te maken met de prijs voor het creëren van een nieuwe plaats (vb. ambulante hulp tegen een plaats in een tehuis voor zwaar zorgbehoevende personen) 2012-2013 97
  • 98.  De zelfbepaling en de waardigheid van de persoon met een handicap zijn de motoren van deze tendensen.  Organisatorisch vertaalt zich dit in nieuwe initiatieven zoals PAB en PGB (Het Persoonlijke-Assistentiebudget (PAB) is een budget dat het Vlaams Agentschap toekent aan personen met een handicap.). Met het PAB-budget kan de persoon met een handicap zélf zijn assistentie organiseren en financieren. Voorbeelden waarvoor het PAB kan worden aangewend: assisteren bij lichamelijke activiteiten, huishoudelijke activiteiten, verplaatsingen,...  Een ander belangrijk principe is het inclusieve denken, waarbij men er van uitgaat dat iedereen dus ook personen met een handicap op een evenwaardige manier moeten kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven 2012-2013 98
  • 99. 16.1. Missie 16.2. Wat (Visie) 16.3. Kader 16.4. Doelgroep 16.5. Aanbod of structuur 16.6. Comité voor bijzondere jeugdzorg 16.7. Bemiddelingscommissie 16.8. Jeugdrechtbank en sociale dienst 16.9. Voorzieningen 16.10. Capaciteit 2012-2013 99
  • 100.  Hulpverlening ◦ Voor minderjarigen (en hun gezinnen) in een problematische opvoedingssituatie ◦ Voor minderjarigen (en hun gezinnen) die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd  Preventie: voorkomen van dergelijke situaties (toevertrouwd aan het comité voor bijzondere jeugdzorg) 2012-2013 100
  • 101.  Bijzonder: ◦ Apart hulpaanbod met een meerwaarde als de basisvoorzieningen (vb. Kind en Gezin, CLB,…) onvoldoende zijn ◦ Het netwerk biedt onvoldoende ontplooiingskansen  Jeugdzorg: hulpverlening voor jongeren (0 tot 18 jaar) waarbij sprake is van een langdurige en ernstige crisis in de opvoedingssituatie tussen ouders en kinderen 2012-2013 101
  • 102.  Wet op de jeugdbescherming van 1965  Decreten van de Vlaamse Gemeenschap ◦ Scheiding vrijwillige – gedwongen hulpverlening ◦ Subsidiariteitsbeginsel ◦ Betere rechtspositie van de minderjarigen ◦ Grotere differentiatie van het hulpaanbod ◦ Gezinsgericht / contextuele benadering  Internationaal verdrag inzake kinderrechten ◦ Recht op bescherming ◦ Recht op diensten ◦ Recht op participatie 2012-2013 102
  • 103.  Kinderen, jongeren (en hun gezinnen) die zich in een problematische opvoedingssituatie bevinden (POS)  Jongeren (en hun gezinnen) die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd (MOF) 2012-2013 103
  • 104.  Een toestand waarin de fysieke integriteit, de affectieve, morele intellectuele of sociale ontplooiingskansen van minderjarigen in het gedrang komen, door bijzondere gebeurtenissen, door relationele conflicten of door de omstandigheden waarin ze leven  Kenmerken: ◦ Langdurige complexe problematiek ◦ Voorafgaande hulpverlening liep vast ◦ Bijzondere jeugdzorg moet een meerwaarde bieden ◦ Nood aan inschakeling van een voorziening 2012-2013 104
  • 105.  De jongere heeft de wet overtreden, heeft een als misdrijf omschreven feit gepleegd  Overtreding van de wetgeving in het strafwetboek 2012-2013 105
  • 106.  Diensten ◦ Comité voor bijzondere jeugdzorg ◦ Bemiddelingscommissie ◦ Sociale dienst jeugdrechtbank  Voorzieningen ◦ Ambulant ◦ Dagcentrum ◦ Residentieel  Projecten 2012-2013 106
  • 107.  Hulpverleningsproces ◦ Aanmelding  Intake  Toewijzing aan een consulent ◦ Onderzoek  Diagnose  Hulpvoorstel ◦ Case-management  Organiseren van de hulpverlening  Opvolgen van de hulpverlening  Evalueren van de hulpverlening  Afsluiten van de hulpverlening 2012-2013 107
  • 108.  Wanneer: als de hulpverlening op vrijwillige basis (tijdelijk) vastloopt  Wat is de taak: ◦ Alle betrokkenen samenbrengen ◦ Standpunten beluisteren ◦ Bemiddelen  Er is een akkoord: vrijwillige hv duurt verder  Er is geen akkoord maar geen hoogdringendheid: seponeren  Er is geen akkoord: ernstige situatie: gedwongen hv 2012-2013 108
  • 109.  Jeugdrechter  Sociale dienst verbonden aan de jeugdrechtbank 2012-2013 109
  • 110.  Situaties waarbij de vrijwilligheid niet meer helpt ◦ MOF ◦ Kinderen in nood 2012-2013 110
  • 111.  Politie / parket  Alle hulpverleners 2012-2013 111
  • 112.  De jeugdrechtbank kan beroep doen op alle voorzieningen van de Vlaamse Gemeenschap en de jeugdpsychiatrie  De jeugdrechtbank is niet afhankelijk van de vrijwillige medewerking van de cliënt en/of het cliëntsysteem maar kan ook maatregelen opleggen (= gedwongen hulpverlening) 2012-2013 112
  • 113.  Ambulant ◦ Begeleid zelfstandig wonen ◦ Thuisbegeleiding  Dagcentrum  Residentieel ◦ Private voorzieningen  O.O.O.C (Opvang-, Oriëntatie- en Observatiecentra)  Gezinstehuizen  Begeleidingstehuizen ◦ Gemeenschapsinstellingen  Pleeggezinnen  Projecten 2012-2013 113
  • 114.  Thuisbegeleiding: de begeleider gaat op vraag van de verwijzende instantie op huisbezoek in het gezin en werkt opvoedingsondersteunend.  Begeleid zelfstandig wonen: jongeren in de BJB mogen vanaf 17 jaar onder begeleiding van een ambulante dienst zelfstandig gaan wonen 2012-2013 114
  • 115.  Begeleiding van jongeren en hun gezinnen  Aanbod: ◦ Opvang en begeleiding van de jongere buiten de schooluren ◦ School- en huiswerkbegeleiding ◦ gezinsbegeleiding 2012-2013 115
  • 116.  Private voorzieningen ◦ O.O.O.C ◦ Gezinsvervangende tehuizen ◦ Begeleidingstehuizen  Gemeenschapsinstellingen 2012-2013 116
  • 117.  De jongere wordt voor een bepaalde tijd opgenomen in een pleeggezin  Ondersteunend voor het natuurlijk gezin  De plaatsing wordt begeleid door een erkende pleeggezinnendienst ◦ Werving en selectie van gezinnen ◦ Matching ◦ Begeleiding van de jongere, het pleeggezin en het natuurlijk gezin ◦ De voorbereiding van de (eventuele) terugkeer van het pleegkind naar het gezin van herkomst 2012-2013 117
  • 118.  a. Wat  b. Ontstaan  c. Doelgroep  d. Methodische principes  e. Welke 2012-2013 118
  • 119. Een project is een aparte werkvorm in de BJB die er op gericht is jongeren gedurende een korte periode met een bepaalde doelstelling (opdracht) uit hun milieu te halen 2012-2013 119
  • 120. De projecten in Vlaanderen zijn ontstaan uit de kennismaking met Vision Quest in Amerika 2012-2013 120
  • 121.  Het gaat om jongeren die, omwille van zwaar probleemgedrag (gedragsproblemen, criminele feiten,…) niet meer kunnen functioneren in hun leefomgeving (gezin of leefgroep)  In de meeste gevallen gaat het om jongeren die in een gemeenschapsinstelling of een psychiatrische voorziening verblijven 2012-2013 121
  • 122.  Ontheming  Duidelijke doelstellingen  Afgebakend in tijd  Het volbrengen van een bepaalde prestatie  Afgerond met een beloning  Gebaseerd op ervaringsleren 2012-2013 122
  • 123.  Oikoten  Albezon  Projecten verbonden aan residentiële voorzieningen  Time out projecten  Grensoverschrijdende projecten 2012-2013 123
  • 124.  2009: 24422  2010:26235  Wachtlijst: +/-3700 jongeren  Gemeenschapsinstellingen: 246  (semi) residentieel: 3890  Pleegezinnen: 3460  Ambulant: 5028 ◦ Thuisbegeleiding: 1200 ◦ Begeleid zelfstandig wonen: 357 2012-2013 124
  • 125. 17.1. Doelgroep 17.2. Taken 17.3. Toegangspoort 17.4. Aanbod 17.5. Gedwongen verpleging 17.6. Hoe omgaan met medicatie 2012-2013 125
  • 126.  Psychische problemen : depressie, fobieën, dwanggedachten en -handelingen, psychotische belevingen (hallucinaties, wanen...), angsten, verslavingen, rouwverwerking, traumaverwerking, levensfasegebonden problemen (problemen met zelfstandig wonen, werken, een relatie of gezin uitbouwen)...  Psychosomatische klachten : allerlei lichamelijke klachten waar artsen geen lichamelijke oorzaak voor kunnen vinden, zoals bijvoorbeeld hoofdpijn, maag- en darmklachten, hartklachten...  Deze problemen zijn van die aard dat ze een gewoon functioneren van deze personen (tijdelijk) bemoeilijken 2012-2013 126
  • 127. Psychiatrische hulpverlening zorgt voor de diagnose, de opvang en begeleiding van mensen (kinderen, jongeren en volwassenen) met psychische problemen. 2012-2013 127
  • 128.  De meeste mensen die in een psychiatrische voorziening begeleid worden, worden doorverwezen door een andere hulpverlener (bijvoorbeeld: hun huisarts, of de sociale dienst van een OCMW)     Men kan echter ook uit eigen beweging een afspraak maken voor een probleemverkennend gesprek. Kortom : een verwijzing is wenselijk, maar niet noodzakelijk. 2012-2013 128
  • 129.  Ambulant: ◦ Psychiatrische thuiszorg  Begeleiding van de individuele patiënt en zijn omgeving  Ondersteuning van andere diensten ◦ Beschut wonen ◦ Centra Geestelijke Gezondheidszorg (CKG)  Dag- en nachtaanbod  Residentieel ◦ Kinderen en jongeren (K-diensten) ◦ Volwassenen ◦ Crisisopnames en kort verblijf (vb. Paaz)  Activiteitencentra 2012-2013 129
  • 130.  Voor psychisch zieken indien geen andere geschikte behandeling voorhanden is en omdat het in hun toestand noodzakelijk is. ◦ Omdat ze hun gezondheid en veiligheid in gevaar brengen ◦ Omdat ze een ernstige bedreiging zijn voor andermans leven of integriteit  Procedure ◦ Verzoekschrift en een uitgebreid medisch verslag (door een onafhankelijke arts en niet ouder dan15 dagen) bij de vrederechter van de woonplaats van de patiënt (iedereen kan dit doen) ◦ Gesprek van de vrederechter met de patiënt in aanwezigheid van een advocaat ◦ Uitspraak binnen de 10 dagen ◦ Toewijzing van de patiënt aan een voorziening voor een observatieperiode van max. 40 dagen ◦ Op vraag van de behandelende psychiater kan dit worden verlengd voor een periode van maximum 2 jaar (kan altijd worden onderbroken evt. met nazorg) 2012-2013 130
  • 131.  Voordelen ◦ Ondersteuning voor andere therapieën ◦ Doorbreken van een negatieve spiraal ◦ Snelle werking ◦ Ik ben ziek  Nadelen ◦ Symptoombehandeling ◦ Gewenning / verslaving ◦ Doet te weinig beroep op eigen verantwoordelijkheid van de patiënt 2012-2013 131
  • 132. 18.1. Doelgroep 18.2. Taken 18.3. Toegangspoort 18.4. Aanbod 2012-2013 132
  • 133. Het centrum algemeen welzijnswerk of CAW staat open voor mensen met vragen en problemen. Elke hulpvrager mag rekenen op absolute discretie van de hulpverleners. 2012-2013 133
  • 134.  Hoe kunnen mensen beter functioneren in het dagelijks leven Een psychosociale begeleiding met een aanpak van materiële, juridische, relationele, persoonlijke en psychische problemen.  Een psychosociale begeleiding kan samengaan met een opvang, een wat langer verblijf in een centrum.  Maatwerk in verschillende werkvormen: ontwikkeling van basisvaardigheden, woonbegeleiding, relatiebegeleiding, psychische begeleiding bij identiteitsproblemen en levensvragen, of integrale begeleiding. Het CAW neemt ook een bemiddelingsrol op, bijvoorbeeld bij familiale problemen - zoals scheiding - en bij schuldoverlast. 2012-2013 134
  • 135. Het CAW houdt de drempel bewust zo laag mogelijk. Want het CAW is er voor iedereen, en zeker voor mensen die meer kwetsbaar zijn, wegens kansarmoede, thuisloosheid, scholing, leeftijd, afkomst… 2012-2013 135
  • 136.  Laagdrempelige ambulante centra  Residentiële centra ◦ Crisisopvang ◦ Het onthaal en de begeleiding van thuislozen 2012-2013 136
  • 137. 19.1. Missie en taken 19.2. Doelgroep 19.3. Toegangspoort 19.4. Centra voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning (CKG) 19.5. Vertrouwenscentra kindermishandeling 2012-2013 137
  • 138. 'Kind en Gezin wil, samen met haar partners, voor elk kind, waar en hoe het ook geboren is of opgroeit, zoveel mogelijk kansen creëren.' 2012-2013 138
  • 139.  Kind en Gezin begeleidt aanstaande en kersverse mama's en papa's bij hun 'eerste onzekere stappen' in het ouderschap met gratis raad steun voor informatie, advies en hulp.  Daarnaast richt K & G zich op speciaal op kwetsbare gezinnen met een aantal specifieke initiatieven 2012-2013 139
  • 140. Als zorgzame en vriendelijke organisatie legt Kind en Gezin de drempel zo laag mogelijk, zodat de deuren altijd openstaan voor alle aanstaande ouders en ouders met jonge kinderen. 2012-2013 140
  • 141.  Gespecialiseerde opvoedingshulp voor gezinnen met kinderen tussen 0 en 12 jaar  Aanbod: ◦ Residentiële opvang van het kind ◦ Semi-residentiële opvang (dag of nacht) ◦ Ambulante begeleiding van het gezin 2012-2013 141
  • 142.  19.5.1. Wat is kindermishandeling  19.5.2. Taken van een VK 2012-2013 142
  • 143. Een situatie waarin een kind lichamelijk of psychisch schade wordt berokkend, actief door schadelijk optreden of passief door ernstige nalatigheid van volwassenen die voor het kind moeten zorgen 2012-2013 143
  • 144.  Meldpunt voor kindermishandeling en vermoedens van kindermishandeling  Hulp- en dienstverlening naar gelang de behoeften van het kind  Ontwikkeling van een werkzame diagnose die kan resulteren in een gepaste doorverwijzing.  Begeleiding en de behandeling van slachtoffers en hun gezin (uitzonderlijk)  Ondersteuning van hulpverleners  Sensibilisering van de samenleving 2012-2013 144
  • 145.  20.1. Wat  20.2. Deelnemende sectoren  20.3. Principes 2012-2013 145
  • 146. De integrale jeugdhulpverlening is een project van de Vlaamse Gemeenschap en heeft de bedoeling om de volledige hulpverlening aan kinderen, jongeren en hun gezinnen op mekaar af te stemmen. 2012-2013 146
  • 147.  Algemeen Welzijnswerk  Bijzondere Jeugdbijstand  Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg  Centra voor Integrale Gezinszorg  Centra voor Leerlingenbegeleiding  Kind en Gezin  Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap  De K-diensten zijn structureel niet betrokken omdat ze georganiseerd worden door de federale overheid 2012-2013 147
  • 148.  Modulering: een module is een pakket hulp dat een voorziening afzonderlijk of in combinatie met andere modules kan aanbieden  Toegankelijkheid: ◦ rechtstreeks toegankelijk netwerk: de jongere kan hier terecht zonder dat hij een andere instantie moet passeren. Dit netwerk moet er ook voor zorgen dat de jongere die hulp aanbiedt of zoekt die het best aansluiten bij de noden van de jongere ◦ onrechtstreeks toegankelijk: de duurdere of meer ingrijpende vormen van hulpverlening  Toegangspoort: momenteel moet de jongere voor hulp soms aankloppen bij verschillende sectortoegangspoorten. De bedoeling is om in de loop van 2009 te komen tot één intersectorale toegangspoort. Hier zal de toegang geregeld worden voor alle niet rechtstreeks toegankelijke hulpverlening.  Trajectbegeleiding: dit houdt in dat één instantie een hulpcoördinerende opdracht opneemt  Rechtspositie van de jongere: de jongere krijgt hierdoor in de verschillende sectoren dezelfde rechten (recht op informatie en participatie, inkijken van het dossier, zakgeld,…) 2012-2013 148
  • 149.  Krachtlijnen  Rechten 2012-2013 149
  • 150.  Het is de bedoeling om de participatie van jongeren te verbeteren. Het decreet voorziet een eigen statuut voor de minderjarige. Drie belangrijke principes zijn :  handelen in het belang van de minderjarige  rekening houden met de bekwaamheid van de minderjarige  de rechten zijn voor alle jongeren gelijk 2012-2013 150
  • 151.  recht op hulp (krijgen of doorverwijzen)  recht op duidelijke informatie (antwoorden op het niveau van de jongere)  recht om zelf te beslissen of ze hulp krijgen of niet  recht op respect voor hun gezin  recht op meepraten (inspraak en participatie)  recht op een dossier (recht op een dossier, inzage en inspraak)  recht op een bijstandspersoon (indien gewenst)  recht op privacy  recht op zakgeld( in bijzondere omstandigheden)  recht op een goede behandeling  recht op verwoorden en behandelen van klachten 2012-2013 151
  • 152.  21.1. Wat  21.2. Taken 2012-2013 152
  • 153.  De afkorting O.C.M.W. staat voor : Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn".  Het is een openbare dienst, ingericht in iedere gemeente en staat ter beschikking van alle inwoners, met als doel het recht op maatschappelijke dienstverlening voor iedereen te verzekeren.  Het O.C.M.W. is er dus voor iedereen ongeacht leeftijd, sociale situatie, politieke of godsdienstige overtuiging. Een voorwaarde is wel dat men inwoner moet zijn van de gemeente.  Bij het O.C.M.W. zijn alle prestaties en raadplegingen gratis. 2012-2013 153
  • 154.  Iedereen in de mogelijkheid stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid. Concreet wil dit zeggen dat het OCMW het welzijn van alle burgers moet behartigen.  Concreet: ◦ Psycho-sociale hulpverlening ◦ Thuiszorgdiensten ◦ Budgetbeheer en schuldbemiddeling ◦ Opvang en begeleiding van kandidaat-vluchtelingen ◦ Juridisch advies ◦ Huisvesting ◦ … 2012-2013 154
  • 155.  22.1. Buitengewoon onderwijs  22.2. Gewoon onderwijs 2012-2013 155
  • 156. Het buitengewoon onderwijs verzorgt het onderwijs voor kinderen en jongeren met een handicap. Dit onderwijs wordt verzorgd, zoals het gewone onderwijs op drie niveaus: ◦ Kleuterschool: Buitengewoon Kleuter Onderwijs (BKO) ◦ Lagere school: Buitengewoon Lager Onderwijs (BLO) ◦ Secundaire school: Buitengewoon Secundair Onderwijs (Buso) 2012-2013 156
  • 157. Er zijn acht types. Elk type is aangepast aan de opvoedings- en onderwijsbehoeften van een bepaalde groep kinderen: ◦ type 1: kinderen met een licht mentale handicap; ◦ type 2: kinderen met een matige of ernstige mentale handicap; ◦ type 3: kinderen met ernstige emotionele of gedragsproblemen; ◦ type 4: kinderen met een fysieke handicap; ◦ type 5: kinderen die opgenomen zijn in een ziekenhuis of op medische gronden verblijven in een preventorium; ◦ type 6: kinderen met een visuele handicap (= gezichtsstoornis); ◦ type 7: kinderen met een auditieve handicap (= gehoorstoornis); ◦ type 8: kinderen met ernstige leerstoornissen. Type 1 en type 8 worden niet georganiseerd in het buitengewoon kleuteronderwijs Er is geen aparte type voor kinderen en jongeren met ASS 2012-2013 157
  • 158.  Elke opleidingsvorm streeft welbepaalde doelstellingen na:  Opleidingsvorm 1: sociale aanpassing Deze opleidingsvorm geeft een sociale vorming met het oog op integratie in een beschermd leefmilieu; hij kan georganiseerd worden voor de types 2, 3, 4, 6 en 7.  Opleidingsvorm 2: sociale aanpassing en arbeidsgeschiktmaking Deze opleidingsvorm geeft een algemene en sociale vorming en een arbeidstraining met het oog op integratie in een beschermd leef- en werkmilieu; hij kan georganiseerd worden voor de types 2, 3, 4, 6 en 7.  Opleidingsvorm 3: beroepsonderwijs Deze opleidingsvorm geeft een sociale en beroepsvorming met het oog op integratie in een gewoon leef- en werkmilieu; hij kan georganiseerd worden voor de types 1, 3, 4, 6 en 7. Binnen opleidingsvorm 3 worden verschillende opleidingen georganiseerd.  Opleidingsvorm 4: algemeen, beroeps-, kunst- en technisch onderwijs Deze opleidingsvorm geeft een voorbereiding op een studie in het hoger onderwijs en op de integratie in het actieve leven; hij kan georganiseerd worden voor de types 3, 4, 5, 6 en 7. Binnen opleidingsvorm 4 worden verschillende studierichtingen georganiseerd, die overeenkomen met de studierichtingen uit het gewoon voltijds secundair onderwijs. 2012-2013 158
  • 159. In het gewone onderwijs zijn er ook een aantal initiatieven die er op gericht zijn kinderen en jongeren (evt. jong volwassenen) onderwijs te laten volgen in het gewone onderwijssysteem: ◦ GON: Geïntegreerd Onderwijs: normaal begaafde kinderen met een handicap lopen school in een gewone school en krijgen gedurende een aantal uren per week een begeleid(st)er die er voor zorgt dat het schoolmateriaal en de klassenstructuur zoveel mogelijk aangepast is aan de handicap van de leerling. Geen aangepast programma ◦ ION: inclusief onderwijs: het kind met een mentale handicap volgt onderwijs in een gewone school met ondersteuning van een begeleid(st)er. De doelstelling is niet dat het kind het gewone schoolprogramma volgt maar wel dat het geïntegreerd blijft in een klas met overwegend normaal begaafde kinderen 2012-2013 159