Your SlideShare is downloading. ×
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Lesdag 3 ouderfactoren
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Lesdag 3 ouderfactoren

263

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
263
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. LESDAG 3: OUDERFACTOREN DIE HET GEZIN ALS SYSTEEM BEÏNVLOEDEN -Kinderen, jongeren en gezinnen uit balans -Ilse Marien
  • 2. Effectiviteit van hulpverlening • Effectiviteit = thema + attitude + structuur • Thema: verbindend/ontbindend centrerend/splijtend Attitude: taak/proces directief/non-directief Structuur: setting (wie, waar…) methode (strategie, werkvorm)
  • 3. Attitude • Belang van relationele, verbinding • Meerzijdige empathie • Metapositie • Gericht op uitbreiden van competenties en herstel van zelfbeeld • Transfer van de geleerde vaardigheden • Krachten bundelen
  • 4. Attitude • Wat is stijl van hulpverlener en hoe pas je die aan aan het gezin? • Confronteren • Respecteren • Reflecteren • Vragend • Adviseren • Stimuleren
  • 5. Structuur: doelen en functies • Informeren • Inzichten verbreden • Regie van de pedagogische situatie ondersteunen • Pedagogisch handelen in het gezin
  • 6. Structuur: methoden • Contacten tussen groepsleiding en ouders • Kijk – en leerstage in de leefgroep • Thuisbegeleiding • Deelname in teamvergadering • Ouderbegeleiding • Netwerkoverleg • Adviesgesprek • Oudertraining: • Cursus • Ouder-kind-activiteiten • Nazorg
  • 7. Laatste eindje vorige les • Bekijk volgend videofragment: • Stel TGI-model op • jo frost, jo frost 2,jo frost 3, jo frost 4 • Bekijk interventie: wat gebeurt er in de hulpverlening? • thema dat gekozen wordt • Welke attitude en methode zie je bij hulpverlener
  • 8. In de praktijk • Risico‟s van residentiële opname? • Negatieve groepsdynamiek • Nieuwe homeostase door gezinsontlasting • Niet voldoende makkelijke overgangen • Hoeveel ruimte, tijd gaat er naar gezinsbegeleiding?
  • 9. In de praktijk • Richten op competenties ipv op probleemreductie • Ouders in de ouderrol blijven bevestigen • Geen overidentificatie met kind vanuit voorziening • Meerzijdige partijdigheid
  • 10. MULTIPROBLEMGEZINNEN
  • 11. Terminologie Gezinsssysteem: chronisch en complex netwerk van socioeconomische en psychosociale^problemen Problemen eigen aan het hulpverleningssysteem
  • 12. Terminologie Multi-problem-gezin = Falende hulpverleningsrelatie (gezin en hulpverlening zijn subsystemen)
  • 13. Terminologie • Multi-problem-gezin = outsiderperspectief • Kansarme gezinnen = relatie tot maatschappelijke goederen • Vierde wereldgezinnen = zelfemancipatie van generatiearmen
  • 14. Ouders in multi-problemgezinnen • http://www.klasse.be/tvklasse/14796-Kansarmoede • Fragment uit “ladybird, ladybird”
  • 15. Persoonskenmerken van ouders • Apathy-futility-syndrome • Gevoel van futiliteit • Emotionele vervlakking • Interpersoonlijke relaties negatief gekleurd • Gebrek aan competentie (gevoel) • Negativisme • Verbale ontoegankelijkheid • Overdragen van fulititeitsgevoelens op anderen • Passief-agressief uiten van boosheid
  • 16. Gezinskenmerken • Snel wisselend interactiesysteem, onvoorspelbaarheid • Hiërarchische communicatie • Moeder als knooppunt van interacties • Extreme posities in gezinscohesie en –aanpassing • Opvoeding tussen overbeschermen en afwijzen
  • 17. Model van Hellinckx Persoonskenmerken Gezondheid en fysieke gesteldheid Persoonlijkheid en vitaliteit opvoedingsgeschiedenis Subsysteemkenmerken Echtelijke relatie siblingsrelatie OPVOEDEN Pedagogische vraag Pedagogisch aanbod Gezinskenmerken Gezinsorganisatie Gezinscultuur gezinsdynamiek Gezinscontext Materiële mogelijkheden Familiale omgeving Buurt en kennissenkring Institutionele omgeving
  • 18. Principes voor hulpverlening aan multiproblemgezinnen • Tegemoetkomende hulp • Gezinsgerichte hulp • Emancipatorisch • Empowerment • Integrale hulp • Samenwerking en coördinatie • Supervisie
  • 19. Tegemoetkomende hulp • Hulp aan huis • hulpverlener neemt initiatief • Hulpverleningsproces gaande houden • Flexibiliteit van de hulpverlener
  • 20. Gezinsgerichte hulp • Gezin als geheel • Sociaal netwerk • Plaatsing vermijden
  • 21. Emancipatorische hulp • Partnerschap • Dialoog • Positieve ingesteldheid • Gezinsperspectieven als vertrekpunt • Geen verborgen agenda • Respect
  • 22. Empowerment • Competenties staan centraal • Sociaal systeem • Geen afhankelijkheidsrelatie
  • 23. Integrale hulp • Totaliteit van de situatie • Draagkracht verhogen en draaglast verminderen
  • 24. Methoden voor hulpverlening: thuisbegeleiding • Thuis • Intensief • Breedsporig
  • 25. Opvoedingsondersteuning • Opbouwen van een werk –en vertrouwensrelatie • Aansluiting zoeken • Verhogen van het probleeminzicht • Pedagogisch traject
  • 26. Pedagogisch traject • Basishouding • Keuze van een werkpunt • Participerend observeren • Experimentele participatie • Transfer
  • 27. KOPP-GEZINNEN Kinderen met een ouder met een psychiatrische problematiek
  • 28. Definitie • „kinderen van wie minstens één van de ouders tenminste één keer opgenomen is geweest in een psychiatrisch ziekenhuis of in een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis, of bij wie door een deskundige een psychiatrisch ziektebeeld is geconstateerd‟ (Dhondt, Van Doesum & Zonneveld, 1988, p. 11)
  • 29. Risico‟s • getuigenis 1 • 1/3 ontwikkelt chronische problemen • 1/3 gaat tijdelijk door een moeilijke periode • 1/3 ontwikkelt geen probleem
  • 30. Risicofactoren op kindniveau • Perinatale complicaties • Temperament van het kind • Jongere leeftijd • Mannelijke sekse
  • 31. Beschermende factoren op kindniveau • hogere intelligentie • creativiteit • sociale competentie en gedrevenheid • scepticisme • zelfstandigheid en objectiverend begrijpende houding t.a.v. de ouder • gemakkelijk temperament • interne „locus of control‟
  • 32. Beschermende factoren op kindniveau • ’ gevoel van eigenwaarde en beleving van competentie • begrip van en inzicht in zichzelf m.b.t. de impact die de gezinssituatie heeft („selfunderstanding‟) • marginaliteit (d.i. zich buiten gezin kunnen plaatsen) • zichzelf leren troosten • „adopteerbaarheid
  • 33. Risicofactoren op ouderniveau • ernst en chroniciteit van de ouderlijke stoornis • mate waarin de stoornis interfereert met het (ouderlijk) • • • • • functioneren comorbiditeit, meerbepaald met een persoonlijkheidsstoornis de moeder die de psychiatrische stoornis vertoont psychopathologie bij de partner (andere ouder) vaderlijk crimineel gedrag
  • 34. Beschermende factoren op ouderniveau • capaciteit om voor het kind te kunnen (blijven) zorgen, zowel bij de ouder met de psychiatrische stoornis als bij de andere ouder
  • 35. Risicofactoren op ruimer niveau (gezin en omgeving) • verstoorde hechtingsrelatie tussen ouder en kind • verstoorde ouder-kindcommunicatie • betrokkenheid van het kind in de waanwereld van de • • • • • ouder ingrijpende veranderingen in het gezinsfunctioneren (instabiliteit op emotioneel, organisatorisch en financieel vlak; rolverschuivingen; minder sociale contacten) relatieproblemen tussen de ouders en scheiding separatie van de ouder of plaatsing van het kind lagere socio-economische status van het gezin groter gezin
  • 36. Beschermende factoren op gezins- en omgevingsniveau • goede band tussen moeder en kind • stevige relatie met andere ouder • samengaan van („fit‟) een kwaliteit van het kind en een centrale nood bij (een van) de ouders (op voorwaarde dat het kind duidelijk besef heeft van zijn kwaliteit en deze „fit‟ niet leidt tot spanningen in het gezin) • steunende rol door „siblings‟
  • 37. Beschermende factoren op gezins- en omgevingsniveau • plaatsing en adoptie van het kind • beschikbaarheid van een empathische vertrouwenspersoon en beste vriend(in) in de kindertijd/jeugd en van een intieme partnerrelatie in de (jong)volwassenheid • gunstig(e) schoolmilieu en -ervaringen
  • 38. Hulpverlening bij Kopp-gezinnen • Als hulpverlener van de ouders: • Opvoeding steeds als thema in begeleiding aanwezig stellen • Ouders betrekken, in ouderrol plaatsen • Ouders ondersteunen tot voldoende transparante communicatie met kinderen
  • 39. Hulpverlening bij Kopp-gezinnen • Als hulpverlener van de kinderen: • Tempo van het kind respecteren • Ruimte (leren) maken voor gevoelens • Uitbouwen van steunnetwerk getuigenis 2 • Helpen voldoende kind-zijn te bewaren

×