Lesdag 1 wat is filosofie
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Like this? Share it with your network

Share

Lesdag 1 wat is filosofie

  • 1,336 views
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
1,336
On Slideshare
1,336
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
9
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Wat is filosofie?
  • 2.
    • Dat waar filosofen zich mee bezig
    • houden.
    • Nigel Warburton, Philosophy, the Basics .
  • 3.
    • ‘ Liefde voor de wijsheid’
    • Sophia ( σοφια) = wijsheid
    • Philos ( φιλος) = vriend
    • Philein = beminnen
  • 4. Laura Dekker wil wereld rond reizen
  • 5. Dekker
    • 14 jaar
    • solo de wereld rond zeilen
    • Caraïben – Indonesië – Afrika
  • 6. Bedenkingen
    • Laura doet toch niemand kwaad.
    • Ze wordt gevolgd door een snellere boot.
    • Voortdurend contact via radio en internet.
    • Frankrijk: zweefvliegbrevet vanaf 14
    • VS: rijbewijs vanaf 16
  • 7. Bedenkingen
    • Gebrek aan sociaal contact op 14 is psychisch nefast.
    • Slaapgebrek op 14 is te ongezond.
    • Schoolverzuim kan toch niet.
  • 8. Concrete vragen
    • Hoe belangrijk is school voor Laura?
    • Hoe sterk (fysiek en psychisch) is Laura?
    • Nemen haar ouders de volle verantwoordelijkheid?
  • 9. Abstractere vragen
    • Vanaf welke leeftijd geldt men best als meerderjarig?
    • Kan een 14-jarige een dergelijke reis aan?
    • Moet de maatschappij voor de kosten instaan als er iets fout loopt?
  • 10. Nog abstracter
    • Waarom problematiseert onze maatschappij dergelijke zaken?
    • Mag een mens zichzelf willens en wetens kwaad berokkenen?
    • Heeft de maatschappij het recht de vrijheid van mensen te beknotten als ze niemand kwaad doen?
    • Wat is verantwoordelijkheid? Vrijheid?
  • 11. Irritatie over filosofie en filosofen
  • 12. Filosofen zijn onbegrijpelijk
    • Goethe: ‘Nauwkeurig bekeken is alle wijsbegeerte slechts het gewone mensenverstand in onduidelijke taal.’
    • Heidegger - Hegel
  • 13. Filosofen zijn belachelijk
    • Bertus Aafjes’ ‘filosoof’: Porjef Porjof
    • ‘ Porjef Porjof zat dreigend als een kanon achter zijn stapel boeken. (…) Waar zijn geest fladderde kon men niet zien, maar die maalde als een stoomgemaal de kleine binnenwateren van zijn gedachten in de eeuwige zee der wijsheid.
  • 14.
    • Want Porjef Porjof was bezig met de zin van het leven te vinden. Het was hem sinds lang opgevallen dat de mens verkeerd in elkaar zat. Een mens bestaat niet uit lichaam en ziel, doch uit lichaam en schaduw.’
  • 15. Filosofen zijn irritant
    • Socrates (470-399)
    • Steenhouwer-beeldhouwer
    • Horzel van Athene. Xenophon: ‘Hij hield nooit op met diegenen die in geregeld contact met hem waren te bekijken wat elk ding is. Wat is vroom, wat is rechtvaardig, wat is wijs, wat is goed, wat is schoon, wat is dapperheid, wat is koningschap, wat is tirannie, wat is een goed burger…’
  • 16. Opnieuw: wat is filosofie?
    • geen exacte wetenschap
    • geen interesse in wetenschappelijk
    • kennen van de werkelijkheid
    • geen technische manipulatie
    • geen literatuur
  • 17. Filosofie beoogt
    • de creatie van een contemplatief beeld van mens en werkelijkheid
  • 18. Daarom
    • vaak gebruik van metaforen, analogieën en allegorieën
    • om een treffend beeld te vinden, aan te spreken
    • te troosten, te helen, te prijzen, te bejubelen...
  • 19. Drie etappes van het filosoferen
    • Geconcentreerde aandacht
    • Verwondering
    • Wijsgerige vraagstelling
  • 20. Geconcentreerde aandacht
    • Onbevooroordeeld de werkelijkheid waarnemen is erg moeilijk, omwille van:
    • afstomping door eindeloze herhaling
    • ervaringen uit het verleden – vrees of hoop voor de toekomst
    • conformisme bv. alles zien in nuttigheidskader.
  • 21. Daarom
    • Nood aan rust.
    • Filosoferen is na-denken.
  • 22. Verwondering
    • Verwondering is het blijvende beginsel van de filosofie.
    • Niet romantisch- naiëf, maar in vele vormen: ‘lichte verwondering, verrassing, verbazing, verbijstering, ontzetting en ontsteltenis’.
    • De verwondering uitdragen kan agressief zijn: openbreken van gesloten, veilige systemen. Ze leidt tot crisis.
  • 23. Filosofische vraagstelling
    • De verwondering verwerken – de chaos indammen.
    • Vragen stellen om te zien, te doorzien, te begrijpen.
    • Maar elk antwoord, leidt tot nieuwe vragen.
  • 24. Wat is filosofie?
    • Filosofie wortelt in de zingevende interesse van de mens
  • 25. Maar
    • met rationele/logische argumentatie.
    • Methode:
    • stelling, argument, tegenargument
    • ± zoals hypothese, verificatie, falsificatie
  • 26. Korte definitie
    • filosofie is
    • systematisch nadenken over abstracte en fundamentele of ultieme vragen
  • 27. Deelgebieden van de filosofie
    • Metafysica
    • Logica
    • Epistemologie
    • Wetenschapsfilosofie
    • Filosofische antropologie
    • Ethiek/moraalfilosofie
    • Filosofie van x, y, z…
  • 28. Filosofische tradities
  • 29. Analytische wijsbegeerte
    • Term waarmee een veelheid van verwantschappen en gelijkenissen wordt aangeduid in de laat 19de en 20ste eeuwse filosofie.
    • Vooral sterk aanwezig in Angel-Saksische wereld.
  • 30.
    • Kenmerken
    • Extra klemtoon op argumenten
    • Bewondering voor wetenschap
    • Analyse van begrippen
    • Filosofie van de taal
  • 31. Continentale wijsbegeerte
    • Geen duidelijke scheiding tussen wat analytische en wat continentale filosofie is.
    • Méér nadruk op historische traditie.
    • Vele stromingen.
  • 32. Stromingen in continentale wijsbegeerte
    • Duits idealisme: Hegel, Fichte, Schelling
    • Marxisme: Marx, Engels
    • Fenomenologie: Husserl, Heidegger
    • Existentialisme: Sartre, Camus, Jaspers
    • Kritische theorie: Frankfurter Schule
    • Structuralisme:
    • … .
  • 33. Kenmerken van het filosofisch denken
    • Rationeel karakter
    • Kritisch karakter
  • 34. Rationeel karakter
    • Ontstaan in 6de eeuw v.C. als activiteit van rede in oppositie tot mythen
  • 35. Mythen
    • Verhalen over goden (en mensen)
    • Gesitueerd in een cultus = traditie
    • Achronologisch
    • Etiologisch (verklaring van toestanden en gebruiken)
  • 36. Filosofie
    • ZELF nadenken = autonome activiteit
    • gebaseerd op rede
    • op zoek naar inzicht en diepere oorzaken
  • 37. Filosofie blijft tot vandaag
    • een onderzoekende houding
    • stelt vragen bij overgeleverde waarheden of heersende ideeën
    • werkt met abstracte begrippen
    • hecht veel belang aan argumenten
  • 38. Filosofie en geloof
    • Voornaamste onderscheid
    • - filosofie is gebaseerd op rede
    • - geloof is gebaseerd op openbaring
  • 39. Verhouding geloof – rede Nietzsche E. Vermeersch Ongelovig H. De Dijn I. Kant Paus Benedictus Gelovig Wantrouwen in rede Geloof in rede
  • 40. Verhouding filosofie - kunst
    • - filosofie gebruikt begrippen + beoogt algemeenheid
    • - kunst …
  • 41. Verhouding filosofie -wetenschap
    • Lange tijd geen onderscheid
    • Geleidelijk aan wordt wetenschap
    • wiskundig onderbouwd
    • gericht op experiment
    • en op ingrijpen in natuur
  • 42. Kritisch karakter
    • Reeds vanaf prille begin filosofie
    • tegen vanzelfsprekendheden.
    • nadruk op argumenten voor meningen.
    • Model: Socrates (469-399 v.C.)
    • Ook vandaag nog: tegen vooroordelen, vraagtekens bij algemeen aanvaarde opvattingen en tegen ideologieën.
  • 43. Ideologie
    • Neutraal: samenhangend geheel van opvattingen, gedeeld door een groep mensen.
    • Negatieve betekenis: ‘vals’ bewustzijn, vertekend beeld van de werkelijkheid ingegeven door klassenbelangen als rechtvaardiging van machts- en bezitsverhoudingen.