ZenoemenhemHomoLudens14022014

522 views
452 views

Published on

Mijn versie van het boek Homo Ludens van Johan Huizinga uit 1938.

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
522
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
28
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

ZenoemenhemHomoLudens14022014

  1. 1. HOMO LUDENS Vorige week verbrandde ik in de Lutherse kerk in Dordrecht de 1351 pagina’s die ik tussen 26.01.2013 en 26.01.2014 geschreven had. Samen met mijn saboteur ‘Kabouter‘ ging een jaar schrijven in de vroege ochtend in rook op. Op een gegeven moment was de rook zo ‘dicht’ dat we de vuurCORf buiten moesten zetten waar Kabouter en het boek nog ruim anderhalf uur nasmeulden.
  2. 2. Ik kondigde na de feestelijke crematie mijn volgende jaar blogproject aan. Ik zou eigenlijk pas 1 maart beginnen maar een week niet bloggen is wel weer genoeg. Het nieuwe blogproject wordt een ‘vertaling’ van de klassieker uit 1938 van Johan Huizinga’s Homo Ludens. Proeve eener bepaling van het spelelement der cultuur. Deze kan wel een vertaling gebruiken dacht ik. Het is namelijk niet te lezen. De eerste regels uit de inleiding; “Toen wij mensen niet zo verstandig bleken als een blijder eeuw in haar verering van de rede ons gewaand had, heeft men als benaming van onze soort naast homo sapiens die van homo faber, de mensmaker gesteld. De term was minder treffend dan de eerste want faber is ook menig dier. Wat van maken geldt, geldt ook van spelen: tal van dieren spelen. Tocht schijnt mij homo ludens, de spelende mens een even essentiële functie aan te duiden als het maken, en naast homo faber een plaats te verdienen.”
  3. 3. Bent u er nog? Het komende jaar lees ik elke ochtend 1/363ste deel van het boek en maak daar mijn vertaling van. Aangevuld met ideeën, gedachten en associaties die mij in de vroege ochtend te binnen schieten. Ook het komende jaar gaat de wekker weer vroeg af. In plaats van 6.00 uur wordt het nu 5.00 uur. Het lezen, vertalen en schrijven is gewoon meer werk dan ‘zomaar even verhaaltje’ over Design Thinking. En om 7.00 uur druk ik op publish. Wil je iedere ochtend deze post in je mail, neem dan een abonnement. Dat kan door rechts op ‘volg dit blog’ te drukken en je email adres in te vullen. Je kunt me ook volgen op twitter. Ik wens je veel (lees)plezier het komende jaar. Cor Noltee.    
  4. 4. LUDIEK VOORREDE. ‘Menselijke beschaving komt op en ontplooit zich in spel, als spel. Het is niet de vraag welke plaats het spel temidden van de overige cultuurverschijnselen inneemt, maar in hoeverre de cultuur zelf spelkarakter draagt. Het begrip spel integreren in dat van cultuur. Daar gaat het om. Spel wordt hier opgevat als een cultuurverschijnsel, niet of niet in de eerste plaats als een biologische functie en behandeld met de middelen van een cultuurwetenschappelijk denken. Ik blijf zoveel mogelijk weg van de psychologische interpretatie van het spel. Hoe belangrijk zij ook is. Ook maak ik weinig gebruik van de begrippen en verklaringen van volkenkunde. Daar en in andere aanverwante wetenschappen is weinig ruimte voor het begrip spel. Daarom introduceer ik het woord ludiek. Velen zullen dit een onvolledig gedocumenteerde improvisatie vinden. Dat is nu eenmaal het lot van diegene die cultuurverschijnselen behandelen. Je te moeten verdiepen in allerlei gebieden die je zelf niet voldoende beheerst. Het tekort aan kennis eerst nog aanvullen was uitgesloten. Het werd voor mij nu schrijven of niet schrijven. Van iets wat mij zeer te harte ging. Dus heb ik geschreven.’ Dordrecht, 2 februari 2014
  5. 5. WANT DIEREN ZIJN PRECIES ALS MENSEN. Spel is ouder dan cultuur want cultuur veronderstelt in ieder geval menselijke samenleving en dieren hebben niet op de mens gewacht om ze te leren spelen. Nee de mens heeft niets wezenlijks toegevoegd aan het begrip spel. Dieren spelen net als mensen. Ken je het het openingsnummer van de Fabeltjeskrant nog? “Want dieren zijn precies als mensen. Met dezelfde mensenwensen. En de dezelfde mensenstreken. Dat komt allemaal in de krant. Van Fabeltjesland. Van Faaaaaaabeltjesland.” Ja meneer de uil wist het al. Alle kenmerken van het spel zitten ook in dieren. Kijk maar eens naar jonge honden die aan het spelen zijn. Ze dagen elkaar uit door typische houdingen en gebaren. En ze houden zich aan de spelregels om bijvoorbeeld niet door te bijten. Ze stellen zich aan, alsof ze vreselijk kwaad zijn. En vooral: ze schijnen het gewoon verschrikkelijk leuk te vinden. Het stoeien van honden is slechts een eenvoudig voorbeeld van het dierenspel. Er zijn talloze voorbeelden van veel hoger ontwikkelde vormen van dierenspel. Echte wedstrijden en prachtige vertoningen voor toeschouwers. Ooit de paringsdans van een paradijsvogel gezien? Daar kan geen Cirque du Soleil tegenop. Hiermee kom ik op een zeer belangrijk punt. Spel in zijn eenvoudigste vormen, en in het dierenleven, is meer dan een fysiek verschijnsel. Het overschrijdt de grenzen van zuiver biologisch of althans zuiver fysieke activiteit. Het spel is een zinrijke functie. Mooi woord zinrijk. Geeft zin aan het leven. In spel speelt iets mee wat niets te maken heeft met levensbehoud maar in de handeling wel degelijk een ‘zin’ legt. Elk
  6. 6. spel ‘betekent’ iets. Spel heeft een bedoeling. Als we het ‘geest’ zouden noemen, zeggen we te veel. Noemen we het ‘instinct’ dan zeggen we te weinig. Het immateriële element van het spel zelf. Het ‘wezen’ van het spel. Een ding is zeker. Naarmate we ouder worden spelen we minder. We worden ook minder creatief. Op school ontwikkelen we onze kennis maar gaan we steeds minder spelen. Het lijkt me een uitstekend idee het ‘speelkwartier’ weer te introduceren op ALLE scholen. En waarom ons beperken tot de scholen? Neem vandaag een bal mee naar de zaak of wat stoepkrijt. Trommel iedereen om 10.30 op om naar buiten te gaan en te spelen. Ontmoeten de rokers en niet rokers elkaar ook een keer. Speelkwartier. Dat zouden meer mensen moeten doen.    
  7. 7. WAAROM MENSEN DUIMWORSTELEN. ‘Psychologie en fysiologie nemen het spel van dieren, kinderen en volwassenen waar, beschrijven het en proberen het te verklaren. Er wordt gezocht naar de aard en betekenis van het spel en zijn plaats in het leven. Dat het daarin een belangrijke plaats inneemt en een noodzakelijke, althans nuttige functie vervult is de wetenschap het wel over eens. Echter onderzoeken naar de biologische functie van het spel lopen zeer ver uiteen. Waarom spelen mensen? Om een teveel aan energie kwijt te kunnen? Om een aangeboren zucht naar nabootsing? Of gewoon ter ontspanning? Of als een soort training voor het serieuze, echte leven? Of is het een hard core training zelfbeheersing? Er zijn er ook die de behoefte zoeken in de aangeboren behoefte iets te veroorzaken, te willen heersen of gewoon om ergens aan mee te doen. Weer anderen beschouwen het spel als een onschuldige afvoer van schadelijke neigingen, of als een noodzakelijke aanvulling op ons saaie leven, of als een compensatie van een in de werkelijkheid tekort gekomen ego. Al deze verklaringen hebben met elkaar gemeen dat men speelt terwille van iets anders. Dat het een zekere biologische doelmatigheid dient. Ze vragen: Waarom en Waartoe wordt gespeeld? Waarbij de antwoorden elkaar niet uitsluiten. Je zou vrijwel alle verklaringen naast elkaar kunnen aanvaarden zonder in een hinderlijke begripsverwarring verstrikt te raken. Echter het zijn allemaal slechts deelverklaringen. Want anders zou de een de ander uitsluiten of er boven staan. De meeste verklaringen houden zich bezig met de vraag wat en hoe het spel op zichzelf is en slechts in tweede instantie wat het voor de spelers betekent. Het spel wordt te lijf gegaan met de meetmiddelen van de experimentele wetenschap zonder eerst goed te kijken naar de esthetische hoedanigheid van het spel. De vraag blijft wat is nu de ‘aardigheid’ van het spel? Waarom kraait een baby van plezier? Waarom verliest een speler zich in het spel. Waarom gaat de Kuip uit zijn dak als Pelle scoort voor Feyenoord? De intensiteit van het spel wordt door geen biologische analyse
  8. 8. verklaard. En toch zit het hem in die intensiteit, in dat vermogen om dol te maken. Anders had de natuur haar kroost al die functies van ontlading van teveel energie, ontspanning na inspanning, training voor het leven en egocompensatie ook kunnen geven in de vorm van mechanische oefeningen en reacties. Maar nee, de natuur gaf ons het Spel, met zijn spanning, met zijn vreugde met zijn ‘grap’.’ Bijna 80 jaar later geeft Jane Mcgonigal het antwoord op de vraag waarom de natuur ons Spel gaf met Massive Multiplayer Thumb Wrestling. Een minuut durend spel dat 10 positieve emoties losmaakt: Spelen we omdat we behoefte hebben aan positieve emoties? Ervaar het zelf. Het werkt. Dit was gisteren: duimworstelenhku
  9. 9. ► Ga vandaag duimworstelen!
  10. 10. REDELIJK LOGISCH ‘De natuur gaf ons het Spel, met zijn spanning, met zijn vreugde met zijn ‘grap’. En die ‘grap’, die ‘aardigheid’ is niet uit te leggen. Niet voor reden vatbaar. Maar het is juist dat element, wat het wezen van het spel bepaalt. In het spel hebben we te maken met een voor iedereen direct herkenbare, volstrekt primaire categorie van het leven, een totaliteit. Die geheelheid moeten we proberen te begrijpen en te waarderen. Spel strekt zich, voor iedereen waarneembaar, uit over de dieren en mensenwereld. Dus kan spel niet in een rationeel verband zijn gefundeerd. Want anders zouden alleen mensen spelen. Spel is niet gebonden aan beschavingen of wereldopvattingen. Ieder denkend wezen herkent spel, spelen. Ook al zou er in zijn taal geen woord voor bestaan. Het spel is onmiskenbaar. We kunnen bijna al het abstracte ontkennen: recht, schoonheid, waarheid, goedheid, geest, god. Men kan ernst ontkennen. Het spel niet. Met het spel erkent men, of men wil of niet, de geest. Het doorbreekt, ook in de dierenwereld, de grenzen van het fysisch bestaande. Dieren kunnen spelen dus zijn zij meer dan mechanismen. Wij spelen, en weten dat we spelen, dus zijn wij meer dan enkel redelijke wezens. Want het spel is onredelijk.’ En wat is dan de reden dat we steeds minder spelen als we ouder worden? Komt dat omdat we steeds meer moeten doen voor een reden en dat het onredelijke van het spel dat in de weg staat. Of is het omdat de wereld die we ‘bedacht’ hebben steeds meer scheuren vertoont?
  11. 11. Een 21 jarige heeft tegenwoordig meer dan 10.000 uur gegamed. Is dat redelijk? Wel logisch. Het zijn games die ons iets te doen geven als we niets te doen hebben. We betitelen ze daarom als ‘tijdverdrijf’ en beschouwen ze als onbeduidende opvullertjes voor de leemtes in onze levens. Maar ze zijn veel belangrijker dan dat. Ze zijn aanwijzingen voor de toekomst. En ernst maken met de ontginning is misschien wel onze enige redding. Bernard Suits, Filosoof.    
  12. 12. A TO B LOGIC Zo lieve menschen. Kabouter is uit de dood verrezen. Na het lezen van het het stukje van vandaag uit Johan Huizinga’s Homo Ludens is ie terug naar bed. ‘Dat is toch niet te doen. Het lijkt wel Grieks.’ En mijn twee jaar Latijn helpen me geen steek verder. Het taalgebruik van onze Johan is voor een simpele ziel als ik als een ingewikkelde puzzel. En als ik ergens een hekel aan heb dan is het puzzelen. Kabouter ligt inmiddels zwaar snurkend onder zeil. Ik ben inmiddels een half uur verder. Lees het nog maar een keer. Misschien dat een tweede bak koffie een ander licht op het oud Nederlandsch doet schijnen. Waar ben ik aan begonnen? Deze situatie doet me denken aan de keer dat ik ‘Zen en de Kunst van het motoronderhoud’ van Robert Pirsig las. Daar waren ook pagina’s bij waar ik dagen over deed. Ik wilde het begrijpen. Misschien moet ik dezelfde methode hanteren. Gewoon maar zien hoever ik kom, ook al zijn het maar een paar regels vandaag. Genoeg erom gedraaid. De tweede bak koffie staat er inmiddels. Hier gaan we weer. ‘Als we niet naar Spel kijken in het dieren en kinderleven maar in de cultuur pakken we het daar op waar de biologie en psychologie het laten rusten. Hij vindt spel overal. Als een bepaalde kwaliteit van handelen die zich van het ‘gewone’ leven onderscheidt. Hij kan in het midden laten in hoeverre de wetenschap erin slaagt de kwaliteit van spel te kwantificeren. Het gaat hem juist om die kwaliteit van de levensvorm die hij spel noemt. Spel als een zinvolle activiteit, met een sociale functie, dat is zijn onderwerp. Die herhaal ik nog een keer. We hebben het dus over spel als zinvolle, sociale activiteit. Hij zoekt niet langer naar de natuurlijke innerlijke drang die het spelen in het algemeen bepaalt, maar bekijkt het spel in al zijn concrete vormen. Als sociale structuur. Hij probeert het spel te begrijpen vanuit de speler. Wat betekent het spel voor de speler. Als het spel gaat om de verbeelding van de werkelijkheid dan
  13. 13. moet hij de waarde en de betekenis van die verbeelding zien te begrijpen. Hij wil de werking van die beelden in het spel zelf observeren en zo het spel als onderdeel van cultuurleven proberen te begrijpen.’ Als we spelen stellen we ons van alles en nog wat voor. Ben heel benieuwd hoe Johan dit verder gaat aanpakken. Want we hebben het hier over 1938. Waar moet dit heen? Het zal in ieder geval geen reisje van A naar B worden. Albert Einstein    
  14. 14. TAAL IS ZEG MAAR ECHT ONS DING. EEN IMAGINAIRE DEELTJESVERPLAATSER. Paulien Cornelissen is een prachtig voorbeeld van wat Johan in het volgende stuk uitlegt. Ik weet niet of jullie haar boek ’Taal is zeg maar echt mijn ding’ kennen maar dan snap je precies wat taal met spel te maken heeft. Paulien is een talent. ‘Alle grote oorspronkelijke activiteiten van de menselijke samenleving zijn doordrenkt met spel. Neem de taal. Het gereedschap dat de mens gebruikt om te leren, te gebieden en mede te delen. De taal waarmee hij onderscheidt, bepaalt, vaststelt, kortom noemt. Taal is als een imaginaire deeltjesverplaatser. Als spelend verplaatst het de dingen in onze gedachte. We creëren beelden van het abstracte en spelen met de beelden in ons hoofd. We scheppen een soort alternatieve, parallelle realiteit. Onze eigen Matrix.’ En die Matrix is voor iedereen anders. Probeer het volgende maar eens. Vraag vandaag aan een paar bekenden om alle directe associaties van het woord Spel op te schrijven. Zoveel mogelijk in 1 minuut. Zoveel mogelijk he. Dus niet teveel nadenken, nee opschrijven. Vraag dan om de drie woorden te omcirkelen waarvan je denkt dat je die allemaal hebt. En? Tja taal is zeg maar echt ons ding. Uhhhh jouw ding. Mijn ding.
  15. 15. ALLEMAAL HOMO’S OP DE SPELEN. ‘Zo is de mythe een goddelijke vertaling van niet begrepen aardse verschijnselen. Waarbij onze vindingrijke geest heen en weer huppelt tussen de grap en de ernst. Want zijn de vroege rituelen niet puur spelen? Uit mythe en rituelen ontstaan de grote activiteiten van het cultuurleven: recht en orde, verkeer en bedrijf, handwerk en kunst, dicht, wijsheid en wetenschap. En hebben dus allen hun wortels in het spelen. Het doel van deze studie is de grondslag van cultuur als ‘het echte zuivere spel’ aan te wijzen. Het is veel meer dan enkel een retorische vergelijking. Dat is geen nieuwe gedachte. In het begin van de 17de eeuw, met de opkomst van het toneel en Shakepeare’s stukken, werd de dichtkunst beheerst door drama. Iedere dichter vergeleek de wereld met het toneel waarin iedereen zijn rol speelt. Een 100% erkenning van het ludieke karakter van het cultuurleven. Maar als we het goed bekijken is de vergelijking van het leven met het theaterspel een variatie op het oude vanitasthema. Een verzuchting over de ijdelheid van al het aardse. Niet meer. Dat spel en cultuur er als een rode draad doorheen lopen werd niet erkend of er mee uitgedrukt. En daar is het nu om te doen. Om het echte zuivere spel als een grondslag en factor van cultuur aan te wijzen.’ Een mooie afsluiter voor het begin van de Olympische Spelen. Allemaal Homo’s op de spelen, Poetin. Homo Ludens.    
  16. 16. FIJNE ZONDEDAG ‘Om te onderzoeken wat spel nu precies is kunnen we ook kijken wat het niet is. De tegenstelling opzoeken. We kunnen spel tegenover ernst zetten. Maar er zijn talloze voorbeelden te noemen van spel die bloedserieus zijn. En andersom zijn er aspecten in het leven die niet serieus zijn maar weer geen spel zijn. Zo staat de lach weer tegenover ernst maar is echt niet altijd aan spel verbonden. Gisteren heb ik de Olympische spelen zitten kijken maar heb daar zelfs geen glimlach kunnen ontdekken. Bloedserieus die Olympische spelen, kan geen lachje van af. Het blijft merkwaardig dat alleen wij mensen lachen maar het spelen wel gemeen hebben met dieren. Eigenlijk kenmerkt het Aristotelische Homo Ridens (de lachende mens) de mens tot tegenstelling tot de dieren bijna nog zuiverder dan Homo Sapiens. Wat voor de lach geldt, geldt ook voor het komische. Het komische is lachwekkend maar het spel is op zich niet komisch. Noch voor de spelers , noch voor de toeschouwers. Als wij iets komisch noemen gaat het met name om het gedachtengoed en niet om de handeling zelf. De mimiek van een clown is slechts in losse zin een spel te noemen.
  17. 17. Dwaasheid dan? Het komische is nauw verbonden aan de dwaasheid. Het spel is echter niet dwaas. Het ligt buiten de tegenstelling wijsheid-dwaasheid. Toch heeft ook het begrip dwaasheid zijn functie gehad om de verschillende levensstemmingen uit te drukken. In het laat middeleeuwse spraakgebruik dekte het woordenpaar folie en sens vrijwel onze tegenstelling spel en ernst. Welke tegenstellingen we ook opzoeken en hoe hard we spel ook proberen af te grenzen van andere schijnbaar verwante levensstemmingen hoe groter zijn verregaande zelfstandigheid duidelijk wordt. We kunnen zelfs nog verder gaan met het uitzonderen van het spel uit de sfeer van de grote categorische tegenstellingen. Want ligt het spel buiten de onderscheiding wijsheid-dwaasheid, het ligt ook buiten die van waarheid-onwaarheid en van goed-slecht. In het spel ligt geen morele functie. Noch deugd noch zonde.’ Fijne Zondedag.    
  18. 18. RUG & ROLL Het weekend had ik een hardCOR opfriscursus Spelen. Ik paste op twee kids van 5 en 8 jaar. Ik vroeg ze allebei wat ze leuk vonden om te doen en daar kwam het volgende lijstje uit: - spelen - spelletjes uit de kast - gamen - tv kijken Na uren Telekids, Zapbios, Vier op een Rij, Kieteldood werd het tijd voor mijn favoriete spel ‘Het rollende tapijt. ‘Ohoh, dat mag niet van Papa en Mama,’ zei de kleinste toen ik haar niet alleen in haar dekentje had gerold maar ook in het Perzische tapijt. Lekker rustig.
  19. 19. Nog mooier was de reactie van de vader nadat ik bovenstaande foto had gestuurd: ‘That rug really tied the room together man!’ Nihilist!
  20. 20. IK ZET DE JOKER IN. Gisteren maakte ik voor het eerst gebruik van een nieuwe zelf ingestelde regel van mijn Homo Ludens spel. De regels voor mijn nieuwe blogexperiment waren: - elke werkdag de wekker om 5.00 en voor 7.00 publiceren - elke dag een stukje ‘vertalen’ van Johan Huizinga’s Homo Ludens - in het weekend het eerste wat ik doe als ik wakker word - geen publicatie op vrijdag de dertiende - een keer per week een upload van alle verhalen op mijn slidesharepagina Dat ik elke dag kon schrijven wist ik maar elke dag een stukje vertalen is een ander verhaal. Homo Ludens is een bij vlagen zeer moeilijk te lezen boek, althans voor mij. En het feit dat het uit 1938 komt helpt daar niet bij. Toen ik gistermorgen de volgende zin voorgeschoteld kreeg, begon Kabouter gemeen te gniffelen: ‘Indien het spel niet regelrecht te verbinden is met het ware noch met het goede, ligt het dan bij geval binnen het esthetische gebied. Hier weifelt ons oordeel.’
  21. 21. Ik kon mezelf er niet toe zetten daar een leesbare, begrijpelijke vertaling van te maken. Zeker niet toen ik paar regels verder las. Het werd alleen maar erger. De neiging was groot om mijn laptop dicht te klappen en maar niet te publiceren. Kabouter was het daar roerend mee eens. Ik wist en voelde in mijn hele lijf dat dat geen optie was. Ik schreef toch. Geen vertaling maar over een rollend tapijt. Een verhaaltje over play dat ik zelf had meegemaakt. De hele dag heeft Kabouter me zitten stangen. Dat het niet gelukt was. Na 10 dagen vertalen was ik al gestopt. Vanochtend stond de wekker weer om 5.00. Ik bedacht gisteren een nieuwe regel voor dit spel. De Joker. Een dag in de week mag ik de joker inzetten. Dat betekent dat ik geen vertaling hoef te maken maar gewoon mag schrijven wat ik wil. Wel over spel, humor of plezier. Kabouter vindt het slap. Ik vind het werkbaar. Want het moet wel leuk blijven. Gaan we weer. ‘Als we het spel niet direct kunnen verbinden met het ware of het goede moeten we het spel dan bezien in het domein van de schoonheid. Het mooie. Hier twijfelt ons oordeel. Spel is niet per definitie mooi maar kan zich wel met allerlei elementen van schoonheid verbinden. De schoonheid van het bewegende lichaam vindt haar hoogste uitdrukking in het spel. Het kunnen herkennen en genieten van harmonie en ritme is een edele gave. Kortom de banden tussen spel en schoonheid zijn hecht en veelvuldig. Het blijft een feit dat we met spel te maken hebben met een functie van het levend wezen dat zich niet uitsluitend biologisch, logisch of esthetisch laat bepalen. Spel neemt zowel geestelijk als sociaal een aparte plek in. Laten we beginnen met de hoofdkenmerken van het spel.’ Jane Mcgonigal noemt er vier. Ben benieuwd hoeveel Johan er heeft. Welke kenmerken kun jij bedenken?    
  22. 22. DE HUMOR LIGT OP STRAAT. Gisteren vertrok ik met de trein naar Groningen. Ik geef daar vandaag vanaf 9.30 colleges. Dan had ik net als de laatste keer de trein om 5.38 vanaf Dordrecht moeten pakken. Als ik daarvoor nog een stukje had moeten vertalen had ik de wekker om 3.00 moeten zetten. Dat werd zelfs Kabouter een beetje te gortig. Ik besloot dus om gisteren al de trein te pakken. Ik was toch al in Utrecht. Dus in plaats van vertrekken op woensdag om 5.38 AM kwam ik nu aan op dinsdag om 5.38 PM. Heel relaxed. Ik boekte een kamer in het eerste hotel wat ik tegen kwam op weg naar de Martini toren. Het Martini hotel. Prima. Ik was in Groningen. De bruisende studentenstad. Op zoek naar een eenvoudige doch voedzame maaltijd belandde ik in cafe De Oude Wacht. Een leuke, gezellige lichtbruine kroeg met goede muziek en een heel gemêleerd gezelschap. Met wat bleek achteraf een prima biefstuk met friet en sla. Als ik de beschrijving in het boekje had gelezen was ik er echter met met een grote boog omheen gelopen. Toen ik de serveerster had voorlas vroeg ze me: ‘Werk ik daar?’
  23. 23. Doodschieten die tekstschrijver. ‘Het cafe onderscheidt zich door de grote nadruk op het leveren van kwaliteit en de inzet en deskundigheid van het personeel, zaken die een groot vast publiek aanspreken.’ Het lijkt wel of ik Johan Huizinga weer aan het lezen ben. Misschien heeft hij het ooit wel geschreven. Hij was tenslotte een Groninger. Enfin. Tijdens het eten las ik in de uitloper dat een zekere Noah Goodman een lezing gaf in het Academie gebouw. Het was 19.47 en het begon om 20.00. Dat was te halen. De omschrijving zag er veel belovend uit: ‘Uncertainty in language and thought. Een machine die precies werkt zoals de mens. dat is de heilige graal van het onderzoek naar kunstmatige intelligentie. Onhaalbaar?…….’ Ik snelwandelde als een Olympisch Nordic Walker naar Broerstraat 5 en kwam een minuut te laat de collegezaal binnen om er na 5 minuten weer uit te lopen. Volgens mij is Noah Goodman familie van Johan Huizinga:
  24. 24. noahgoodman ► Kunstmatige intelligentie is toch niet echt mijn ding. Gelukkig werd de avond gered door een nog sneller dan ik wandelende man die eruit zag alsof ie al jaren gebruiker was van Walter White’s productaanbod. Hij sprak me aan met de volgende zin: ‘Zal ik je iets leuks vertellen voor een kleine vergoeding?’ Nou, daar was ik wel aan toe dus zei ik ‘Graag’. ‘Mooi! zei hij en vertelde. ‘In het kader van de Olympische spelen. Hoe herken je een homofiele uil?’ ‘Geen idee’, zei ik. Waarop hij antwoordde: ‘Joeeeehoeeeee.’ De eerste lach in Groningen was een feit. En de moppenverkopen had een euroknaller verdiend. De humor ligt op straat. Ook in Groningen.
  25. 25. Met de glimlach nog op mijn gezicht werd mijn aandacht getrokken door een Volkswagenbus in een etalage. Ik ben de laatste dagen nogal Volkswagenbus georiënteerd omdat ik samen met een vriend heb besloten mijn oude Volkswagenbus T2 uit 1979 te laten voorzien van een nieuwe motor.
  26. 26. Behalve Volkswagenbussen zie ik de laatste paar dagen ook overal Kabouters. Hij is het niet eens met mijn regel om een keer per week de Joker in te zetten en geen stukje te vertalen uit Johan Huizinga’s Homo Ludens. Zie je hem zitten? Tja Kabouter. Ik luister niet naar jou. Wel naar Diana. Die vraagt het tenminste lief: ‘Lieve Cor…zet ajb 7 keer per week ‘n joker in…’
  27. 27. VIVA VITA Gisteren vertrok ik met de trein uit Groningen naar onze hoofdstad. Ik dacht Kabouter achter gelaten te hebben in Groningen maar vanochtend stond ie toch weer gewoon naast mn bed. ‘Het is donderdag de dertiende hoor. Niet vrijdag de dertiende.’ Ik weet het. Het is nog zoeken met dit nieuwe blog. Het is in ieder geval geen dagelijkse vertaling van Homo Ludens meer. Ik heb al drie dagen niet ‘vertaald’. Wel geschreven. Ik ben zoekende. Weet het ff niet. Twijfel of ik wel door wil met die vertaling. En die strenge regels. Koen heeft ook nog geen motivatie……… om eieren te bakken. Dat duurt nog zeker een sigaret, zegt ie. Ik wacht wel. In de tussentijd heb ik toch Homo Ludens weer open gelegd en gaan lezen. Ongelooflijk het taalgebruik uit 1938. En al lezende wordt me duidelijk dat Johan Huizinga niet alle vormen van spel wilt onderzoeken. Hoopvol. ‘We beperken ons tot spelen van sociale aard. Je zou deze de hogere vormen van spel kunnen noemen. Deze zijn makkelijker te beschrijven dan de meer primitieve spelen van zuigelingen en jonge dieren. We beperken ons dus tot vertoningen en opvoeringen van dansen en muziek, wedstrijden, maskerades en
  28. 28. toernooien. De kenmerken die we vinden, hebben soms betrekking op het spel in het algemeen en andere gelden speciaal voor het sociale spel.’ Tijd voor eieren. Alle spel is allereerst een vrije handeling. Bevolen spel is geen spel. Die vrije handeling bestaat niet in het spel van het jonge dier en het kind. Zij moeten spelen. Ze spelen instinctief. Om te leren. Spelenderwijs. Kinderen en dieren spelen omdat zij er zin in hebben en daarin ligt hun vrijheid.’ En dat is nou precies wat Vita (5 en een half) me afgelopen zondag uitlegde. Dankjewel Vita. Ik snap jou beter dan Johan.
  29. 29. vivavita – Breedband ►
  30. 30. DO NOT KISS THE TRAIN Als je schrijft over Play maar dat voelt als werken is er iets niet goed. Het is wel degelijk een training in mijn creatief vermogen. Maar de nadruk ligt op discipline en vasthoudendheid en ik mis de nieuwsgierigheid en verbeeldingskracht. Daarom ga ik stoppen met de dagelijkse vertaling in de ochtend en ga ik weer gewoon verder met mijn dagelijkse ochtendverhaaltjes over Design Thinking. Vanaf 1 maart gaat zenoemenhetdesignthinking.wordpress.com weer ‘online’. En wat gebeurt er met dit blog? Die blijft er gewoon naast bestaan. Het plan blijft om de vertaling te maken. In een jaar. Maar dan wel op een manier waar ik zelf blij van word. Plezier aan beleef. Zin in heb. Zoals nu. We zijn inmiddels beland op pagina 8 van hoofdstuk 1. ‘Kinderen en dieren spelen omdat zij er zin in hebben en daarin ligt hun vrijheid. Voor volwassenen is dat anders. Die kunnen het spel ook laten. Spel kan altijd worden uitgesteld of achterwege blijven. Spel heeft geen fysieke noodzaak. Is geen morele verplichting. Het is geen taak. Het wordt gedaan in ‘vrije tijd’. Zie hier het eerste hoofdkenmerk van het spel: het is vrij. Het is vrijheid. Onmiddellijk hieraan verbonden is het tweede kenmerk. Spel is niet het ‘gewone’ of ‘echte’ leven. Als je speelt, stap je tijdelijk uit de echte wereld en ga je iets doen in een ‘andere’ wereld. Kleine kinderen weten ook al heel goed dat ‘het maar een spelletje is’, dat het ‘maar voor de grap is’. Hoe ingewikkeld dat besef bij kinderen ligt, wordt mooi uitgelegd door het volgende voorbeeld dat werd gedeeld door de vader van een jongetje van 4. Hij vindt zijn zoontje, gezeten op de voorste van een rij stoelen, ‘treintje’ spelen. De vader knuffelt het kind waarop het kind antwoordt:
  31. 31. ‘Papa, je mag de locomotief niet zoenen, anders denken de wagens dat het niet echt is.’ In ‘het is maar een spelletje’ ligt een bewustzijn van minderwaardigheid opgesloten. Een besef van ‘gekheid’ tegenover ‘menens’ dat primair schijnt te zijn. Maar we merkten al op dat dit besef van ‘maar te spelen’ totaal niet uitsluit dat dit spelen kan gebeuren met de grootste ernst. Met een overgave die overgaat in vervoering en de ‘maar’-kwalificatie tijdelijk volkomen opheft. Ieder spel kan de speler volledig in beslag nemen. De tegenstelling spel-ernst blijft altijd een zwevende. De minderwaardigheid van het spel heeft haar grens in de meerwaardigheid van de ernst. Het spel slaat om in ernst, en de ernst. Het spel kan zich verheffen tot hoogten van schoonheid en heiligheid, ver voorbij de ernst. Deze moeilijke vragen zullen aan de orde komen zodra we meer zicht hebben op de verhouding van spel tot heilige handeling. Voorlopig houden we het bij een omschrijving van de formele kenmerken van het spel.’ Ik ga straks weer met de locomotief naar Dordrecht. Misschien moet ik de machinist maar zoenen. Het is tenslotte Valentijns dag.

×