Your SlideShare is downloading. ×
Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Luchtkwaliteit (2008)
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Luchtkwaliteit (2008)

635

Published on

Published in: Education, Technology
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
635
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Jurisprudentie- bespreking Jurisprudentie luchtkwaliteit: Saldering en maatregelen Mr. C.A.M. van den Brand, mr. H.A.J. Gierveld en mr. dr. C.N. van der Sluis* 1 Inhoud van het artikel (luchtkwaliteitseisen),4 en de bijbehorende lagere regel- geving. Reeds tweemaal eerder is in dit tijdschrift aandacht Onze bijdrage uit 2006 sloten we5 af met een vooruitblik besteed aan de jurisprudentie over het onderwerp lucht- naar de nieuwe richtlijn luchtkwaliteit. Inmiddels zijn kwaliteit. In 2005 stond de jurisprudentie van de Afde- op dat terrein de nodige ontwikkelingen te melden, die ling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: onder andere van belang zijn voor de inhoud van het de Afdeling) inzake het Besluit luchtkwaliteit centraal.1 Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit Een jaar later is aandacht besteed aan de jurisprudentie (hierna: NSL) (par. 5). 17 van verschillende rechters inzake het Besluit luchtkwali- teit 2005 (hierna: Blk 2005).2 De belangrijkste wijziging Evenals in de vorige bijdrage zal wederom aandacht wor- in vergelijking tot het Blk betrof de introductie van een den besteed aan de uitspraken van andere rechtscolleges regeling voor saneringssituaties (art. 7 lid 3). Inmiddels is dan de Afdeling.6 het Blk 2005 ingetrokken en de wet van 11 oktober 2007 tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitsei- sen) van kracht geworden.3 2 Jurisprudentie Blk 2005 Eerst in de loop van dit jaar zal de nodige jurispruden- In paragraaf 2.1.1 wordt ingegaan op tekst en toelich- tie verschijnen over de nieuwe wettelijke regeling. In dit ting van artikel 7 lid 3. Daarna wordt de jurisprudentie artikel zal met name worden ingegaan op de jurispru- belicht van artikel 7 lid 3 onder a (par. 2.1.2) en die van dentie inzake artikel 7 lid 3 en artikel 8 Blk 2005. Zeker artikel 7 lid 3 onder b (par. 2.1.3), om vervolgens in te de jurisprudentie over artikel 7 lid 3 Blk 2005 blijft van gaan op de jurisprudentie over artikel 8 (par. 2.2) en een belang, omdat dit artikellid ongewijzigd is overgenomen paar interessante onderzoeksoordelen (par. 2.3), en om af in artikel 5.16 lid 1 Wet milieubeheer (hierna: Wm). te sluiten met enkele concluderende opmerkingen over Daarnaast zal kort – het is immers een jurisprudentie- de jurisprudentie (par. 3). rubriek – aandacht worden besteed worden aan de nieu- we wet, het Besluit niet in betekenende mate bijdragen * C.A.M. van den Brand is advocate bij Allen & Overy LLP te Amsterdam, H.A.J. Gierveld en C.N. van der Sluis zijn werkzaam bij de Hoofddirectie Juridische Zaken van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De bijdrage is geschreven op persoonlijke titel. 4. Besluit van 30 oktober 2007, houdende regels omtrent het niet in 1 H.A.J. Gierveld & H.H.L. Krans, Jurisprudentie Besluit luchtkwaliteit, TO betekenende mate bijdragen, bedoeld in art. 5.16, eerste lid, onder c, van 2005, nr. 2, p. 54-62. de Wet milieubeheer, Stb. 2007, 440. 2. C.A.M. van den Brand, H.A.J. Gierveld & H.H.L. Krans, Jurisprudentie 5. Gemakshalve is gekozen voor de wij-vorm, hoewel niet alle drie Besluit luchtkwaliteit 2005, TO 2006, nr. 2, p. 62-72. jurisprudentieoverzichten door precies dezelfde auteurs zijn geschreven. 3. Stb. 2007, 414. De wet trad in werking met ingang van 15 november 6. Het artikel is afgerond op 15 februari 2008; de uitspraken zijn te vinden 2007 (Stb. 2007, 434). op <www.raadvanstate.nl> en op <www.rechtspraak.nl>. TO maart 2008 | nr. 1
  • 2. 2.1 Artikel 7 lid 3 Blk 2005 getroffen en het door de uitoefening van bevoegdheid optredende effect (…) niet persé [hoeft] op te tre- 2.1.1 Tekst en toelichting den binnen het gebied waarop de uitoefening van de Artikel 7 lid 1 Blk 2005 bepaalt dat bestuursorganen bij bevoegdheid betrekking heeft.’ 9 de uitoefening van bevoegdheden dan wel bij de toepas- singen van wettelijke voorschriften die gevolgen kunnen In de Wm is de saldoregeling ongewijzigd overgenomen hebben voor de luchtkwaliteit, de grenswaarden voor in artikel 5.16 lid 1 onder b. onder meer zwevende deeltjes (PM10) en stikstofdioxi- de in acht nemen. In bestaande overschrijdingssituaties 2.1.2 Artikel 7 lid 3 onder a heeft dit artikellid een blokkerende werking voor projec- In ons vorige artikel schonken we aandacht aan de ADO- ten en komt artikel 7 lid 3 Blk 2005 in beeld. uitspraak, waarin de Afdeling concludeerde dat bij de toetsing aan artikel 7 geen betekenis behoefde te wor- In artikel 7 lid 3 is bepaald dat bestuursorganen de den toegekend aan een bijdrage die geen reëel effect op bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, in afwijking van de luchtkwaliteit had. De Afdeling vond dat er terecht dat lid mede kunnen uitoefenen indien: uitgegaan mocht worden van het feit dat de concentratie van zwevende deeltjes in de buitenlucht als gevolg van ‘a. de concentratie in de buitenlucht van de desbe- de oprichting van de inrichting gelijk blijft als bedoeld in treffende stof als gevolg van de uitoefening van die artikel 7 lid 3 onder a van het Besluit.10 bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft; Bij de uitspraak van 5 april 2006 (FOC Roosendaal) werd b. bij een beperkte toename van de concentratie van de een beroep op lid 3 onder a niet geaccepteerd. De Afde- desbetreffende stof, door een met de uitoefening van ling vond het niet belangrijk of het aantal dagen dat de de desbetreffende bevoegdheid samenhangende maat- 24-uurgemiddelde grenswaarde werd overschreden, regel of een door die uitoefening optredend effect, de gelijk bleef, maar wel dat de concentratie zwevende deel- luchtkwaliteit per saldo verbetert.’7 tjes in de buitenlucht niet ten minste gelijk bleef en dat de aan de orde zijnde toename niet zodanig gering was als in de ADO-zaak.11 De toename in deze zaak was ook De nota van toelichting bij het Blk 2005 bevat een toelich- groter dan in de ADO-zaak: verhoging van ten minste ting bij artikel 7, waaruit de bedoeling van de wetgever circa 0,1 microgram per kubieke meter versus 0,01 tot met de zogenoemde ‘saldo-regeling’ naar voren komt. 0,02 microgram per kubieke meter. 18 Over lid 3 onder a is de toelichting kort. Een bestuurs- Naar de beide uitspraken werd verwezen door de Recht- orgaan mag zijn bevoegdheid toch uitoefenen indien bank Zutphen in een beroep tegen een vrijstellingsbesluit de luchtkwaliteit als gevolg van de uitoefening van die van het college van burgemeester en wethouders van de bevoegdheid per saldo verbetert of ten minste gelijk gemeente Apeldoorn: blijft. Opgemerkt wordt dat de verplichtingen ingevolge artikel 8 (te treffen maatregelen) en artikel 9 (op te stellen ‘In de uitspraak van de Afdeling van 5 april 2006 met actieplan) in deze situatie onverkort gelden. zaaknr. 200506157/1 is voorts overwogen dat, waar het de toepassing van artikel 7, derde lid, onder a, van Lid 3 onder b is, zo lezen wij de toelichting, eigenlijk een het Blk 2005 betreft, bepalend is of de concentratie codificatie van reeds bestaande jurisprudentie. In de toe- zwevende deeltjes in de buitenlucht tenminste gelijk lichting wordt verwezen naar de reeds door de Afdeling blijft en niet of het aantal dagen dat de vierentwin- toegepaste saldobenadering inzake het bestemmingsplan tig-uurgemiddelde grenswaarde wordt overschreden, N201-zone en het bestemmingsplan Rijksweg 35-36.8 gelijk blijft. (…) Hieruit volgt dat de concentratie Ook hier is met name door de Afdelingsjurisprudentie zwevende deeltjes in de buitenlucht zal toenemen als duidelijkheid gegeven. gevolg van de bijdragen van het aan de ontwikkeling van “De Voorwaarts” verbonden verkeer, jaargemid- De toelichting noemt als voorbeeld voor toepassing van deld in 2007, 2010 en 2015 op diverse meetpunten, lid 3 onder b uitdrukkelijk de omlegging van een drukke onder meer bij de wegsegmenten 1, 3 en 7, met 0,1 (op weg vanuit een dorpskern naar buiten de dorpskern, en sommige meetpunten 0,2) microgram per m2, onge- geeft daarbij bovendien aan dat: acht of bij de berekening de zogenoemde zeezoutaftrek wordt toegepast. Deze toename is niet zodanig gering ‘De met de uitoefening van de bevoegdheid samen- dat zou kunnen worden geoordeeld dat – zoals aan de hangende maatregelen (…) overigens niet persé door een en hetzelfde bestuursorgaan [behoeven] te worden 9. Stb. 2005, 316, p. 35 en 36. 10. ABRvS 18 januari 2006 (ADO-stadion), 200507524/1, r.o. 2.8 (JM 2006/27 m.nt. De Vries). 7. Zie voor de aanleiding tot art. 7 lid 3: TO 2005, nr. 2, p. 59 (par. 2.3.3). 11. ABRvS 5 april 2006 (FOC Roosendaal), 200506157/1, r.o. 2.42.1; zie 8. ABRvS 8 oktober 2003, 200206083/1 en ABRvS 21 juli 2004, ook Vz. ABRvS 12 mei 2006 (Wm-vergunning Meppel), 200602313/2, 200305714/1. r.o. 2.8. TO maart 2008 | nr. 1
  • 3. orde was in de uitspraak van de Afdeling van 18 januari stof verbetert of ten minste gelijk blijft een toename 2006 met zaaknr. 200507534/1 – er bij de toetsing aan van deze concentratie in het ene deel van het invloeds- artikel 7 van het Blk 2005 geen betekenis aan behoeft gebied kan worden weggestreept tegen een afname van te worden toegekend.’12 de concentratie elders binnen het invloedsgebied. Nu in dit geval een aantal straten is betrokken waar een De Rechtbank Haarlem sprak zich in 2006 uit over de toe- situatie waarin de grenswaarde al wordt overschreden passing van de saldomethode van artikel 7 lid 3 onder a in verder wordt belast en de bestaande overschrijding van het kader van de samenhangende besluiten ten behoeve de norm derhalve groter wordt, wordt reeds daarom van de bereikbaarheid van het centrum van Zaandam.13 In niet voldaan aan artikel 7, derde lid, aanhef en onder a, casu was sprake van een aantal verkeersbesluiten die geno- van het Blk 2005.’14 men waren ter uitvoering van het bereikbaarheidsplan en het tijdelijk verkeerscirculatieplan. Dit bereikbaarheids- De Afdeling noemt deze uitspraak ook in haar beslissing plan was onlosmakelijk verbonden met het tijdelijk ver- van 25 juli 2007 (tracébesluit A4 Burgerveen-Leiden), keerscirculatieplan. Door B&W van Zaanstad waren deze met de volgende toevoeging, die ingaat op de relatie tus- beide plannen samen gebruikt om de saldomethode toe te sen artikel 7 lid 3 onder a tot het bepaalde onder b: passen. De rechtbank overwoog hierover: ‘Anders dan verweerder betoogt, maakt het feit dat ‘verweerder [heeft] voldoende aannemelijk gemaakt de toe- en afname van de concentraties zich binnen dat tussen 2002 en het moment van besluitvorming het zelfde plangebied voordoen, dit niet anders. Ook geen significante toe- of afnamen van verkeersbewe- indien een verslechtering op de ene locatie wordt gingen zijn in het gebied waarvoor het TVCP en het gecompenseerd met een verbetering op een andere Bereikbaarheidsplan zijn vastgesteld. Er is wel sprake locatie binnen een zelfde plangebied is geen sprake van van een verschuiving van de verkeersstromen, waar- een situatie als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder a, door de verkeersbewegingen op een aantal wegvlakken van het Blk 2005, maar is artikel 7, derde lid, onder b toenemen en op een aantal andere afnemen. Hierdoor van het Blk 2005 van toepassing.’15 is voldoende aannemelijk dat per saldo het effect op de luchtkwaliteit – in casu gaat het uitsluitend om de In een aantal gevallen kwam de Afdeling tot de conclusie zwevende deeltjes – niet verandert. dat een bestuursorgaan terecht een beroep heeft kunnen Dat verweerder het totale gebied dat door beide ver- doen op artikel 7 lid 3 onder a, zoals bij het wegaanpas- keersplannen tezamen wordt bestreken in ogenschouw singsbesluit A12 Veenendaal-Ede, waar duidelijk werd heeft genomen acht de rechtbank niet een onjuiste uit- dat een verhoging van de verkeersintensiteit op het weg- 19 leg of toepassing van de in artikel 7, derde lid, aanhef vak niet te verwachten viel, en dat ook geen sprake was en onder a van het Besluit luchtkwaliteit 2005 bedoel- van een verkeersaantrekkend effect voor de op- en afrit- de salderingsmethode. Eisers hebben hun stelling ten en het onderliggende wegennet.16 dat sprake is van een algehele verslechtering van de luchtkwaliteit niet nader onderbouwd noch anderszins In de hiervoor aangehaalde jurisprudentie is ingegaan op aannemelijk gemaakt. Hierbij moet worden opgemerkt situaties waar bij besluitvorming met gebruik van artikel dat zij met name een aantal (delen van) straten heb- 7 lid 3, al dan niet legitiem, afgeweken werd van artikel ben genoemd waar de luchtkwaliteit – naar zij hebben 7 lid 1. gesteld – verslechtert, terwijl zoals hiervoor is overwo- Op 9 januari 2008 deed de Afdeling uitspraak inzake een gen meer voor de hand ligt dat het ruimere gebied van bestemmingsplan van de gemeente Veenendaal over een alle samenhangende verkeersbesluiten in ogenschouw aansluiting op de A12. De zaak was al eens eerder bij de wordt genomen.’ Afdeling geweest (26 april 2005), bij welke gelegenheid het goedkeuringsbesluit was vernietigd vanwege het ont- In hoeverre de rechtbank deze uitspraak ook had gedaan breken van een goede motivering. Bij het nu voorliggende als zij bekend was geweest met de latere Afdelings- besluit werd onderscheid gemaakt tussen twee locaties. jurisprudentie over de mogelijkheden van artikel 7 lid 3 Het besluit voldeed zowel aan artikel 7 lid 1 als aan artikel onder a, is de vraag. 7 lid 3 onder a: Medio 2006 bepaalde de Afdeling dat een verslechtering van een bestaande overschrijding niet met toepassing van het onder a gestelde kon worden gesauveerd: 14. ABRvS 26 juli 2006 (uitwerkingsplan Hilversum), 200507481/1, r.o. ‘Dit standpunt is gebaseerd op de onjuiste opvatting dat 2.15. 15. ABRvS 25 juli 2007 (tracébesluit A4 Burgerveen-Leiden), 200602152/1, voor het bepalen of de concentratie van de betreffende r.o. 2.27. 16. ABRvS 21 februari 2007 (wegaanpassingsbesluit A12 Veenendaal-Ede), 200600291/1, r.o. 2.32.2. Zie ook ABRvS 28 februari 2007 (Eersel), 12. Rb. Zutphen 31 juli 2007, LJN BB0911 (De Voorwaarts, Apeldoorn). Zie 200601399/1, r.o. 2.8.; ABRvS 6 februari 2008 (vrijstelling Venray), ook: ABRvS 29 augustus 2007 (Zeister supermarkt), 200607107/1, r.o. 200702844/1, r.o. 2.7. Het aardige in deze hoger-beroepuitspraak 2.11.4. is de relatie tot de eerder door de rechtbank terechte vernietiging van 13. Rb. Haarlem 13 juni 2006, LJN AX8991 (verkeerscirculatieplannen het besluit vanwege strijd met art. 7 lid 3 onder b en de invloed van de Zaanstad), r.o. 2.11. hernieuwde besluitvorming van het college hangende het beroep. TO maart 2008 | nr. 1
  • 4. ‘Uit de berekeningen en prognoses blijkt dat ten de verslechtering en de verbetering die daar tegenover gevolge van de uitvoering van het plan onder meer ter wordt gesteld. Vervolgens moet, om te kunnen beoor- plaatse van het huisperceel van appellanten weliswaar delen of een verbetering kan worden gesteld tegenover een verslechtering van de luchtkwaliteit optreedt, maar een verslechtering zodanig dat van een per saldo ver- dat ondanks deze verslechtering de in het Blk 2005 betering van de luchtkwaliteit kan worden gesproken, gestelde grenswaarden niet in enig onderzocht jaar worden bezien welk gewicht aan de verslechtering en worden overschreden. Voorts blijkt uit het rapport dat verbetering toekomt. (…) in elk geval ook inzicht moet daar waar in de gemeente in de autonome ontwikkeling bestaan in het gebied waarvoor een overschrijding is reeds grenswaarden worden overschreden, met name vastgesteld, het gebied waarop de verbetering betrek- op de Rondweg-West, na verwerkelijking van het plan king heeft en het aantal blootgestelden dat door de geen verslechtering van de bestaande situatie en in verslechtering en verbetering wordt geraakt. Hierbij veel gevallen zelfs een verbetering optreedt. (…) Gelet merkt de Afdeling op dat daarmee niet is uitgesloten hierop heeft verweerder zich terecht op het standpunt dat ook andere factoren van belang kunnen zijn bij de gesteld dat het Blk 2005 niet aan verwerkelijking van weging van de verslechtering en verbetering.’22 het plan in de weg staat, omdat deels sprake is van een situatie waarin de grenswaarden als bedoeld in artikel In de ook al onder paragraaf 2.1.2 genoemde uitspraak 7, eerste lid, het Blk 2005 in acht worden genomen en van 26 juli 2006 bepaalde de Afdeling dat ook bij de toe- deels sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 7, passing van artikel 7 lid 3 onder b verslechteringen in derde lid, onder a, van het Blk 2005.’17 overschrijdingssituaties niet gesaldeerd kunnen worden met verbeteringen op plekken waar geen overschrijdin- Tot slot worden nog steeds besluiten vernietigd omdat gen zijn: onvoldoende aangetoond of gemotiveerd is dat voldaan is aan artikel 7 lid 3 onder a.18 In voorkomende gevallen ‘Voor een beoordeling of zich een situatie voordoet geeft de Afdeling daarbij toepassing aan artikel 8:72 lid als bedoeld in artikel 7, derde lid, aanhef en onder b, 3 Awb, maar deze jurisprudentie lijkt nogal casuïstisch.19 van het Blk 2005 is het volgende van belang. In het memo van 13 april 2006 zijn de toe- en afnames van 2.1.3 De saldobenadering van artikel 7 lid 3 concentraties gerelateerd aan de lengte van de wegvak- onder b ken waar deze zich voordoen en is de uitkomst daarvan In ons vorige artikel concludeerden we nog dat de toepas- gesaldeerd. Hierbij zijn verslechteringen van situaties sing van de saldobenadering van artikel 7 lid 3 onder b en waarin de norm reeds wordt overschreden gesaldeerd 20 de daarbij te treffen maatregelen alleen bij rechtbankuit- met verbeteringen van situaties waarin al aan de norm spraken aan de orde was gekomen.20 Inmiddels is het met wordt voldaan. Naar het oordeel van de Afdeling is een name de Afdeling die zich laat horen over de interpretatie dergelijke wijze van salderen niet in overeenstemming van artikel 7 lid 3 onder b. met het doel en strekking van het Besluit luchtkwali- teit 2005 in het algemeen en artikel 7, derde lid, aanhef Vrij uitgebreid komen de eisen die de Afdeling stelt aan en onder b, van het Blk 2005 in het bijzonder. Centraal de orde in haar uitspraak van 28 juni 2006. De Regeling staat hierbij dat in Nederland aan de gestelde grens- saldering luchtkwaliteit 200521 was overigens ten tijde waarden wordt voldaan. Het verminderen van de con- van het nemen van het besluit nog niet in werking. centratie verontreinigende stoffen op een plaats waar reeds aan de grenswaarde wordt voldaan als saldering ‘Uit de bewoordingen van artikel 7, derde lid, onder b, van verhoging van de concentratie op een plaats waar van het Blk 2005, namelijk dat het moet gaan om een de grenswaarde reeds wordt overschreden voldoet niet beperkte toename van de concentratie van de desbe- aan deze centrale doelstelling.’23 treffende stof, kan reeds worden afgeleid dat bij de toe- passing van dit artikel in de eerste plaats inzicht moet In de uitspraak A4 Burgerveen-Leiden oordeelde de bestaan in de concentraties van de stof ter plaatse van Afdeling dat voor de beoordeling een integrale benade- ring vereist is met betrekking tot alle locaties waar zich significante gevolgen voor de luchtkwaliteit zullen voor- 17. ABRvS 9 januari 2008 (aansluiting A12), 200702171/1, r.o. 2.3.2. doen, zodat kan worden beoordeeld welk gewicht toe- 18. ABRvS 29 augustus 2007 (Zeister supermarkt), 200607107/1, r.o. 2.11.4. Zie ook ABRvS 26 september 2007 (Brediuspark), 200605055/1, komt aan de verslechtering op sommige locaties en de r.o. 2.6.5-2.6.6; ABRvS 12 september 2007 (reconstructie Lindweg), verbetering op andere locaties. 200605308/1, r.o. 2.21. 19. ABRvS 25 april 2007 (Polder Zestienhoven), 200600614/1, r.o. 2.53- 2.56. Zie ook ABRvS 29 augustus 2007 (uitbreiding gemeentehuis Oss), 200609394/1, 200608653/1 en 200700179/1, r.o. 2.8.11.1-2.8.12.1. 20. Rb. Roermond 17 maart 2006 (bouwvergunning bedrijventerrein De Brier), LJN AV6390; Rb. Dordrecht 28 april 2006 (bouwvergunning woon- 22. ABRvS 28 juni 2006 (omlegging N219) 200504616/1, r.o. 2.19.3. Zie ook /winkelgebouw met parkeergarage), LJN AW5619; Vzr. Rb. Utrecht ABRvS 13 juni 2007 (aansluiting A28 Vathorst), 200607722/1, r.o. 2.7; 15 februari 2006 (vrijstellingsbesluit fly-over), LJN AV2675, TO 2006, nr. ABRvS 12 september 2007 (1e herziening bestemmingsplan N201), 2, p. 67. 200606538/1, r.o. 2.7.3. 21. In werking getreden op 17 maart 2006 (Stcrt. 2006, 53) en ingetrokken 23. ABRvS 26 juli 2006 (uitwerkingsplan Hilversum), 200507481/1, r.o. met ingang van 15 november 2007 (Stb. 2007, 414). 2.15. TO maart 2008 | nr. 1
  • 5. ‘De Afdeling acht in dit verband onvoldoende deug- verbetering, ook bezien binnen het plangebied, heeft delijk gemotiveerd waarom het studiegebied is beperkt verweerder zich op goede gronden op het standpunt tot een band van 300 meter aan weerszijden van het kunnen stellen dat wordt voldaan aan artikel 7, derde tracé. Ter zitting heeft verweerder immers gesteld dat lid, onder b, van het Blk 2005.’26 verkeer dat zich voorheen bewoog over het onderlig- gende wegennet en nu kiest voor de A4 bij de A4 moet En evenals bij toepassing van artikel 7 lid 3 onder a zijn er zien te komen, als gevolg waarvan de verkeersinten- ook de nodige vernietigingen omdat onvoldoende infor- siteit op een aantal toeleidende wegen onvermijdelijk matie aanwezig is om de toepassing van artikel 7 lid 3 toeneemt. (…) De genoemde rapporten omvatten onder b goed te keuren.27 echter geen integrale benadering, omdat de gevolgen voor het onderliggende wegennet daarin op zichzelf 2.2 Artikel 8 zijn beschouwd en niet in samenhang met de gevol- Over de betekenis van artikel 8 Blk werd in de vorige bij- gen in het door verweerder gekozen, meer beperkte, drage onder meer de uitspraak van de Rechtbank Den studiegebied. Gelet hierop heeft door de keuze van Haag over de Amsterdamse Veerkade aangehaald.28 In het studiegebied niet de vereiste integrale benadering deze zaak had Milieudefensie om diverse verkeersmaat- plaatsgevonden met betrekking tot alle locaties waar regelen verzocht op onder meer de Amsterdamse en Stille zich significante gevolgen voor de luchtkwaliteit zul- Veerkade te Den Haag. De beroepen tegen de weigering len voordoen.’24 van het college van burgemeester en wethouders werden ongegrond verklaard, met name vanwege de discrepantie Naar aanleiding van deze uitspraak heeft de minister tussen het beoogde positieve effect en de latente nega- van Verkeer en Waterstaat de Tweede Kamer een brief tieve effecten. geschreven waarin hij aangeeft op welke wijze hij tege- Inmiddels heeft de Afdeling uitspraak gedaan in hoger moet wil komen aan de uitspraak van de Afdeling.25 Meer beroep.29 Ook de Afdeling oordeelde dat het college de dan andere uitspraken heeft deze uitspraak grote media- gevraagde verkeersmaatregelen in redelijkheid heeft kun- aandacht gekregen en tot de nodige politieke beroering nen weigeren. geleid. (Hierover meer in par. 4.) Een vergelijkbare zaak speelt tussen Milieudefensie en de minister van Verkeer en Waterstaat. Een verzoek tot snel- In een aantal gevallen oordeelde de Afdeling uitdruk- heidsvermindering op delen van het hoofdwegennet is kelijk dat terecht gebruik is gemaakt van artikel 7 lid 3 door de minister afgewezen. Het beroep daartegen werd onder b, zoals in onderhavige uitspraak: door de Rechtbank Amsterdam ongegrond verklaard.30 De uitspraak in hoger beroep was bij het afronden van dit 21 ‘Gelet op de uitkomsten van het luchtkwaliteit- artikel nog niet beschikbaar. onderzoek moet het ervoor worden gehouden dat de verwezenlijking van het plan een overschrijding van In een uitgebreide uitspraak heeft inmiddels ook de de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie Rechtbank Utrecht31 (civiele procedure) zich over arti- stikstofdioxide met zich brengt op plaatsen waar deze kel 8 uitgelaten in een zaak waarbij de gemeente Utrecht grenswaarde in de autonome ontwikkeling niet wordt gesommeerd werd om (onder meer) maatregelen te nemen overschreden. Uit dit onderzoek blijkt voorts dat de om de luchtkwaliteit ter plaatse van de Amsterdamse- concentratie stikstofdioxide langs de huidige N201 ter straatweg in overeenstemming te doen brengen met de plaatse van de kernen van Aalsmeer, Uithoorn en De maximaal toelaatbare waarden die zijn vastgesteld in het Ronde Venen na verwezenlijking van de met het plan Blk 2005. De vordering werd overigens afgewezen. mogelijk gemaakte omleidingsweg N201 lager is dan De rechtbank overwoog allereerst ambtshalve dat de de concentratie stikstofdioxide in de autonome ont- toetsing van de plannen die bestuursorganen (dienen te) wikkeling op die plaatsen. Gelet op de huidige ligging nemen naar aanleiding van een (dreigende) overschrij- van de N201 in de kernen van Aalsmeer, Uithoorn en ding van een maximale waarde als opgenomen in het Blk, De Ronde Venen wordt een groot aantal blootgestel- aan de burgerlijke rechter is voorbehouden. den geraakt door deze afname van concentratie. De in het luchtkwaliteitonderzoek geconstateerde toename van de concentratie stikstofdioxide beperkt zich tot 5 meter van het asfalt van de beoogde N201 en is der- halve beperkt van aard. Nu voorts de toename van de 26. ABRvS 12 september 2007 (1e herziening bestemmingsplan N201), concentratie stikstofdioxide tot een smalle strook langs 200606538/1, r.o. 2.7.2. de weg beperkt blijft, en aannemelijk is dat het aan- 27. Zo bijv. ABRvS 13 juni 2007 (aansluiting A28 Vathorst), 200607722/1, r.o. 2.7.1. tal blootgestelden aan de verslechtering veel kleiner 28. Rb. Den Haag 27 april 2006 (Amsterdamse Veerkade), LJN AY6653. Zie is dan het aantal blootgestelden dat profiteert van de uitgebreid TO 2006, nr. 2, p. 68-69. 29. ABRvS 17 april 2007 (Amsterdamse Veerkade), 20060466/1, AB 2007, 170 m.nt. ChB (onder AB 2007, 171). 30. Rb. Amsterdam 24 mei 2007 (snelheidsbeperkingen rijkswegen), LJN: 24. ABRvS 25 juli 2007 (tracébesluit A4 Burgerveen-Leiden), 200602152/1, BA6266. r.o. 2.29. 31. Rb. Utrecht 22 november 2006, LJN AZ3118 (Amsterdamsestraatweg); 25. Kamerstukken II 2007/08, 30 504, nr. 3. zie hiervoor ook AB 2007, 171 m.nt. ChB. TO maart 2008 | nr. 1
  • 6. ‘Weliswaar is ter implementatie van de zogenoemde 2005 reikt immers niet verder dan de verplichtingen EG-inspraakrichtlijn (richtlijn nr. 2003/35/EG) afde- die uit het Blk 2005 voor de overheid voortvloeien. ling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van Daarbij is van belang dat ingevolge artikel 8 Blk 2005 toepassing verklaard op de voorbereiding van derge- bestuursorganen (in dit geval het college van burge- lijke plannen, doch overigens geldt dat niet is voorzien meester en wethouders van de gemeente) bij over- in een toetsing door de bestuursrechter van die plan- schrijding van de grenswaarde voor PM10 maatregelen nen, omdat die plannen geen besluiten in de zin van de dienen te nemen om die situatie zo snel mogelijk te Awb zijn (vgl. hoofdstuk 5 van de Nota van toelichting beëindigen of zoveel mogelijk te voorkomen. Niet valt op het sinds 2005 geldende Blk).’ in te zien waarom een burger niet van de lokale over- heid zou mogen vergen dat deze uitvoering aan die De rechtbank overwoog vervolgens dat: verplichtingen geeft. (…) Anders dan [eiser] betoogt volgt uit de toepasselijke ‘Niet in geschil is (…) dat ook bij toepassing van deze bepalingen van het Blk 2005 echter niet dat de over- aftrek en de saldering de grenswaarde voor PM10 ter heid jegens individuele burgers dient te garanderen plaatse van de Amsterdamsestraatweg wordt over- dat een grenswaarde nooit wordt overschreden. Een schreden, zodat daartegen maatregelen moeten wor- dergelijk verstrekkende verplichting volgt niet uit den ondernomen (artikel 8 lid 1 Blk 2005). (…) Het het Blk 2005. In dat verband is nog van belang dat de enkele feit dat de gemeente waarschijnlijk niet in staat tekst van artikel 8 Blk 2005 geen steun biedt voor de zal zijn met de door haar genomen maatregelen de opvatting dat sprake is van een resultaatsverplichting. concentraties PM10 beneden de toepasselijke grens- (…) De verplichtingen die uit het Blk 2005 voor de waarden voor de jaargemiddelde concentratie te ver- overheid voortvloeien reiken naar het oordeel van de lagen, ontslaat haar op grond van het voorgaande niet rechtbank tegen deze achtergrond niet zo ver, dat de van de verplichting om datgene te doen wat redelij- overheid reeds aansprakelijk is door de enkele over- kerwijs mogelijk is om door middel van maatregelen schrijding van een grenswaarde. (…) Beoordeelt dient het aandeel van de zwevende deeltjes met een lokale derhalve te worden of de gemeente binnen het kader oorsprong zoveel mogelijk te verminderen.’ van artikel 8 lid 1 Blk 2005 en hetgeen hiervoor is ver- meld over de (on)mogelijkheid om de grenswaarden te Ten aanzien van de vraag of de gemeente aansprakelijk behalen, aan deze verplichtingen heeft voldaan. Daar- is wegens overschrijding van de grenswaarde voor PM10, bij moet worden vooropgesteld dat aan een bestuurs- was volgens de rechtbank van belang:32 orgaan beleidsvrijheid toekomt. Dit brengt mee dat in 22 deze procedure slechts marginaal kan worden getoetst ‘Het feit dat van een (afdwingbaar) subjectief recht op of de gemeente aan voormelde verplichtingen heeft schone lucht in het algemeen geen sprake is, neemt voldaan.’ niet weg dat een burger naleving kan vorderen van normen die voldoende specifiek zijn en die strekken Ten aanzien van de nieuwe verkeersmaatregelen die de tot bescherming van concreet genoemde belangen van gemeente voornemens was in te voeren, overwoog de hem. Hierbij kan, zoals [eiser] met juistheid aanvoert, rechtbank dat er in het kader van een procedure bij de onder meer worden gedacht aan normen die zijn opge- burgerlijke rechter geen plaats is voor inhoudelijke toet- steld met het oog op “de bescherming van de gezond- sing van door een bestuursorgaan getroffen maatrege- heid van de mens”. Artikel 20 Blk 2005, dat specifiek len die een mogelijk negatief effect op de luchtkwaliteit betrekking heeft op PM10, bevat de hier geciteerde hebben omdat over deze maatregelen besluiten zijn en passage in combinatie met de in dat artikel genoemde moeten worden genomen die vatbaar zijn voor bezwaar grenswaarde. Omdat deze norm uitdrukkelijk bepaalt en beroep bij de bestuursrechter, in welk kader het nor- bij welke waarde de gezondheid van de mens gevaar matieve kader van het Blk 2005 een rol speelt. loopt en het Blk 2005 voorschrijft op welke wijze de overheid bij een (dreigende) overschrijding moet han- 2.3 Onderzoeksoordelen delen, kan een individuele burger van de overheid Hoewel in 2007 de hoop bestond dat besluiten niet meer eisen dat deze met het oog op de bescherming van zijn vanwege een onvolledig onderzoek zouden worden gezondheid ook daadwerkelijk uitvoering aan derge- geschorst of vernietigd, ging toch nog een aantal uitspra- lijke bepalingen geeft (in vergelijkbare zin: hof ’s-Gra- ken in op dit onderzoek. In deze paragraaf worden de venhage 9 februari 2006, LJN AV1425). Individuele interessantere uitspraken aangehaald. burgers kunnen derhalve met een beroep op artikel 6:162 BW naleving van in het Blk 2005 opgenomen 2.3.1 Noodzaak tot het verrichten van onderzoek grenswaarden door de overheid afdwingen. (…) De De voorzieningenrechter van de Rechtbank Utrecht vordering van een burger tot nakoming van het Blk heeft het verkeersbesluit toegevoegd aan de gevallen waarbij hoewel sprake is van een in artikel 7 lid 2 van het Blk 2005 genoemde bevoegdheid, een luchtkwaliteits- 32. Zie in dit kader ook de (kritische) noot van Backes onder AB 2007, 171, over, onder meer, de conclusie van de rechtbank dat de tekst van art. 8 Blk 2005 geen steun biedt voor de opvatting dat sprake is van een resultaatsverplichting. TO maart 2008 | nr. 1
  • 7. onderzoek achterwege kan blijven,33 indien in het kader Gebruik van achtergrondconcentraties. De Rechtbank van de vaststelling van het bestemmingsplan (niet lang Amsterdam oordeelde in navolging van de Afdeling dat de daarvoor) onderzoek was gedaan naar de gevolgen daar- door de GGD van Amsterdam gemeten achtergrondcon- van voor de luchtkwaliteit: centraties (nog) niet mochten worden gebruikt voor het luchtkwaliteitonderzoek en dat dé brief van de minister ‘De voorzieningenrechter is met eiser van oordeel dat van VROM van 30 maart 2007 die volgde op de uitspraken uit het hiervoor genoemde bestemmingsplan en de van de Afdeling, dit niet anders maakte: daarop gebaseerde uitwerkingsplannen niet dwingend volgt dat de onderhavige op- en afritten aan het open- ‘Uit de uitspraken van 26 december 2006 en 9 januari baar verkeer worden onttrokken. Het bestemmings- 2007 van de Afdeling (…) kan worden afgeleid dat uit plan biedt immers slechts het kader voor toegestane een in de eerste zaak gegeven deskundigenbericht blijkt planologische ontwikkelingen en kan deze niet dwin- dat “op dit moment niet kan worden beoordeeld of de gend voorschrijven. Dit kan ook worden afgeleid uit GGD-waarden (on)betrouwbaar zijn en dat daarvoor de meergenoemde uitspraak van de ABRS van 5 april een meer uitgebreide evaluatie van de GGD-waarden 2006. Dit laat evenwel onverlet dat de gemeenteraad nodig is. Daarna zal blijken of de GGD-waarden een bij de vaststelling van een bestemmingsplan (en de onderschatting, dan wel dat de RIVM-waarden een daarop gebaseerde uitwerkingsplannen) bij de toetsing overschatting geven voor de betreffende locatie”. Zon- aan de eisen van luchtkwaliteit vooruit moet lopen op der bedoelde evaluatie of nader onderzoek is blijkens de realisering van de voorgenomen bestemming en de deze uitspraken de Afdeling niet in staat antwoord te gevolgen daarvan voor de luchtkwaliteit. Dit brengt geven op de vraag of de in het IBA-rapport gebruikte naar het oordeel van de voorzieningenrechter met zich GGD-achtergrondconcentraties, naast de RIVM- dat het onderhavige besluit niet vereist dat nogmaals achtergrondconcentraties, als voldoende representatief afzonderlijk onderzoek had moeten worden gedaan kunnen worden aangemerkt. naar de mogelijke gevolgen voor de luchtkwaliteit.’34 De rechter merkt hierbij op dat het niet van belang is dat in deze zaak door verzoekers geen deskundig tegen- 2.3.2 Uitgangspunten van onderzoek rapport is overgelegd, zoals door de vergunninghouder is betoogd. De discussie over de (on)betrouwbaarheid Juridische situatie versus feitelijke situatie. De voorzienin- van de door de GGD gemeten achtergrondconcentra- genrechter van de Rechtbank Utrecht verduidelijkte dat ties is van algemene aard en behoeft niet telkens met niet de feitelijke situatie uitgangspunt van het luchtkwa- een tegenonderzoek gericht op de specifieke bouw- liteitonderzoek is, maar de juridische situatie: locatie aan de orde te worden gesteld. 23 De rechter is van oordeel dat de door verweerder en ‘Wat betreft de vraag of verweerder bij het bepalen van vergunninghouder overgelegde brief van de Minis- de autonome situatie een aantal met het onderhavige ter van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en project samenhangende planologische ontwikkelin- Milieubeheer van 30 maart 2007 de onduidelijkheid gen, waaronder de afsluiting van de op- en afrit Oog in omtrent de GGD achtergrondconcentraties niet weg- Al, en de nieuwe op- en afrit Lage Weide, heeft mogen neemt. De brief kan naar het oordeel van de rechter meenemen, overweegt de voorzieningenrechter dat de niet worden aangemerkt als een goedkeuring in de zin bedoelde ontwikkelingen zijn neergelegd in inmiddels van artikel 4, tweede lid, van het Mrv wat betreft het onherroepelijke besluiten. Gelet hierop is verweerder gebruik van andere meetgegevens en prognoses als- bij het vaststellen van de autonome situatie in deze mede van artikel 10 Mrv wat betreft het gebruik van procedure terecht uitgegaan van een situatie inclusief andere berekeningsmethodes van de gevolgen van de de gevolgen van die besluiten. Dat de afslag Oog in luchtkwaliteit. (…) Overigens is het voor de rechter Al thans feitelijk nog in gebruik is, kan niet leiden tot ook onduidelijk waarop de in de brief door de Minister een ander oordeel. Voor zover verzoekster betoogt dat gegeven mening is gebaseerd, zodat vooralsnog niet voor het daadwerkelijk afsluiten van de afritten nog duidelijk is of dit de “meer uitgebreide evaluatie” dan een verkeersbesluit noodzakelijk is, merkt de voorzie- wel het “nadere onderzoek” als bedoeld in de hiervoor ningenrechter op dat dit geen consequenties heeft voor geciteerde uitspraken van de afdeling betreft.’36 de planologische besluitvorming en de bij het vrijstel- lingsbesluit te hanteren uitgangspunten.’35 Alsook een week eerder (in een andere samenstelling): ‘Voor het windtunnelonderzoek heeft TNO blijkens het bestreden besluit gebruik gemaakt van achter- grondgegevens van de GGD Amsterdam. De rech- ter deelt niet het standpunt van verweerder in het bestreden besluit dat hetgeen de Afdeling bestuurs- 33. Zie hiervoor: TO 2006, nr. 2, p. 64-65. rechtspraak van de Raad van State in de uitspraak 34. Vzr. Rb. Utrecht 17 december 2007, LJN BC0304 (onttrekking gemeen- telijke op- en afritten A2 Oog in Al), r.o. 2.10. 35. Vzr. Rb. Utrecht 26 oktober 2007, LJN BB6903 (vrijstelling Nieuwe Ontsluiting Utrecht West 2), r.o 2.13. 36. Vzr. Rb. Amsterdam 10 september 2007, LJN BB7747 (de Tweeling). TO maart 2008 | nr. 1
  • 8. van 20 december 2006 (LJN AZ4811) over de repre- Om vervolgens in de uitspraak inzake luchtvaartterrein sentativiteit hiervan heeft gesteld is weerlegd door de Maastricht onder verwijzing naar de uitspraak over de inhoud van de brief van de minister van VROM van 30 A4 Burgerveen-Leiden het volgende te overwegen: maart 2007 aan de wethouder Milieu van de gemeente Amsterdam. In deze brief geeft de minister aan dat hij ‘2.17.1. Verweerders betogen dat is uitgegaan van “van mening (is) dat het gebruik van de meetgegevens maximaal gebruik van de geluidsruimte in 2010 en dat van de GGD Amsterdam en de wijze waarop aan de een verslechtering van de luchtkwaliteit daarna uitge- hand daarvan de grootschalige concentratiegegevens sloten is. Ook wijzen zij er op dat nog geen rekening zijn bepaald, een beeld van de luchtkwaliteitssituatie is gehouden met het zogeheten septemberpakket van geven dat qua representativiteit gelijkwaardig is aan de het Rijk. RIVM-gegevens”. Daargelaten wat de juridische sta- 2.17.2. Zoals uit de uitspraak van de Afdeling van tus is van een dergelijke brief, blijkt uit de brief van de 25 juli 2007, nr. 200602152/1 kan worden afgeleid, Minister onvoldoende dat de meetmethodes en reken- kan in beginsel niet worden volstaan met luchtkwali- wijze van Amsterdam door het RIVM zijn getoetst en teitsonderzoeken die alleen inzicht geven in de concen- houdbaar zijn gevonden.’37 traties luchtverontreinigende stoffen in het jaar 2010. De verplichtingen uit het Blk 2005 gelden immers ook Zichtjaar van het luchtonderzoek. De Afdeling heeft zich nog daarna, zodat voor een ruimtelijke ontwikkeling als in een tweetal zaken uitgelaten over het in het luchton- hier in geding een doorkijk naar latere jaren geboden is. derzoek te hanteren zichtjaar. In de uitspraak A4 Bur- Daarbij is van belang dat volgens de door verweerders gerveen-Leiden leidde de Afdeling (ook) uit artikel 18 overgelegde stukken ook in de autonome ontwikke- van de Tracéwet af dat niet kon worden volstaan met het ling een toename van het wegverkeer van de A2 en het onderzoeken van de luchtkwaliteit in het beoogde jaar onderliggende wegennet wordt verwacht, die invloed van openstelling. zal hebben op de concentraties luchtverontreinigende stoffen na 2010. Deze groei wordt onder meer veroor- ‘Voorts is ten onrechte alleen een vergelijking gemaakt zaakt door ontwikkelingen in de directe omgeving van van de concentraties van luchtverontreinigende stof- de luchthaven die al voldoende concreet waren ten fen in het beoogde jaar van openstelling 2012 met de tijde van het nemen van het bestreden besluit, zoals autonome ontwikkeling. De verplichtingen uit het Blk de uitbreiding van het bedrijventerrein Bamford en 2005 gelden echter ook nog daarna. Anders dan ver- de aanleg van bedrijventerreinen Businesspark Maas- weerder ter zitting heeft betoogd, kan derhalve niet tricht Aachen Airport. Deze ontwikkelingen zullen 24 worden volstaan met luchtkwaliteitsonderzoeken die echter in 2010 niet al volledig zijn gerealiseerd.’39 alleen inzicht geven in de concentraties luchtveront- reinigende stoffen in het beoogde realisatiejaar. Dit Inzicht in gezamenlijke en afzonderlijke effecten. Waar kan ook worden afgeleid uit de Handreiking Saldering de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam luchtkwaliteit van het ministerie van Volkshuisves- overwoog dat de uitgangspunten voor het onderzoek vol- ting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. doende ruim moesten zijn en daar waar nog andere groot- Daarbij komt dat uit artikel 18 van de Tracéwet volgt schalige voorzieningen werden verwacht, ook inzicht dat het tracébesluit in uitvoering kan worden genomen gegeven moest worden in de effecten van de gezamenlijke tot uiterlijk tien jaar na het tijdstip waarop het onher- ontwikkelingen op de luchtkwaliteit,40 oordeelde de voor- roepelijk is geworden. Ook hieruit volgt dat niet kan zieningenrechter van de Rechtbank Utrecht een maand worden volstaan met onderzoeken die alleen inzicht later het omgekeerde, namelijk dat niet volstaan kon wor- geven in de luchtkwaliteit in het beoogde jaar van den met een verwijzing naar de rapportage die betrekking openstelling. had op het gehele plangebied, maar dat ook onderzocht De stelling van verweerder, dat de verkeersintensitei- moest worden welke gevolgen de afzonderlijke besluiten ten in de autonome ontwikkeling na 2012 niet veran- tot vrijstelling hebben voor de luchtkwaliteit: deren, omdat in dat jaar de maximale capaciteit van de weg over de gehele dag al is bereikt, acht de Afdeling ‘Uit artikel 7, eerste lid, gelezen in samenhang met voorts niet aannemelijk (…).’38 het tweede lid, van het Blk 2005 volgt dat verweerder bij de toepassing van de bevoegdheid tot vrijstelling moet beoordelen welke gevolgen de toepassing van die 37. Vzr. Rb. Amsterdam 3 september 2007, LJN BB2759 (parkeergarage bevoegdheid heeft voor de luchtkwaliteit. Verweerder Musicaltheater Amsterdam). 38. ABRvS 25 juli 2007 (tracébesluit A4 Burgerveen-Leiden), 200602152/1, r.o. 2.28. Deze verwijzing naar art. 18 van de Tracéwet als motivering is opmerkelijk te noemen, aangezien art. 18 van de Tracéwet niet meer (en de daaraan ten grondslag liggende onderzoeken) al rekening mee beoogt te regelen dan dat wanneer tien jaar na het tijdstip van het gehouden. Zie in dit kader ook art. 12 van de Spoedwet wegverbreding, onherroepelijk worden van het tracébesluit nog niet met de fysieke waarin slechts een termijn van twee jaar wordt gehanteerd alvorens het uitvoering is begonnen, het tracébesluit van rechtswege vervalt. Dit artikel wegaanpassingsbesluit van rechtswege vervalt. zegt dan ook niets over de onderzoeksperiode die gehanteerd is of moet 39. ABRvS 13 februari 2008 (luchtvaartterrein Maastricht), 200606822/1. worden bij tracébesluitvorming. Wanneer namelijk voorzien is dat een 40. Vzr. Rb. Amsterdam 3 september 2007, LJN BB2759 (parkeergarage tracébesluit pas na negen jaar uitgevoerd zal worden en de weg dus na Musicaltheater Amsterdam); zie ook E.C.M. Schippers & H.J.M. Besselink, tien jaar opengesteld wordt, wordt daar bij het vaststellen van het besluit Luchtkwaliteit, De Finale?; Gst. 2007, 121. TO maart 2008 | nr. 1
  • 9. dient dan ook te onderzoeken welke gevolgen de afzon- waarden heeft gevonden door allerlei gegevens in het derlijke besluiten tot vrijstelling hebben voor de lucht- programma in te voeren (in versie 5.1 andere gegevens kwaliteit. Verweerder heeft niet kunnen volstaan met dan in versie 4.0), zonder zich te baseren op feitelijk een verwijzing naar de rapportage Toets luchtkwali- gemeten waarden. Dat is in strijd met de Meetregeling teit Brouwerspoort die betrekking heeft op het gehele luchtkwaliteit 2005. De nulwaarde moet zijn gebaseerd plangebied. Anders dan verweerder heeft aangevoerd, op een feitelijke meting, gedaan op relevante punten kan zonder nader onderzoek op grond van die rappor- nabij de projectlocatie. Daarna moeten de gevonden tage niet worden beoordeeld of met de realisatie van gegevens worden geëxtrapoleerd naar het jaar waarin respectievelijk blok 2 en blokken 3 en 4 de normen van het project gerealiseerd zal worden. Uit de ruimtelijke het Blk 2005 in acht worden genomen.’41 onderbouwing komt niet naar voren in welk jaar het gehele project zal zijn gerealiseerd. Verder bevatten de meetresultaten van (…) afgeronde cijfers, hetgeen Afbakening van het onderzoeksgebied. Voor het bepalen te onnauwkeurig is om inzicht te kunnen geven in de van de afbakening van het onderzoeksgebied lijkt de gevolgen van het project voor de luchtkwaliteit. Het voorzieningenrechter van de Rechtbank Alkmaar, anders onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve uiterst dan de Afdeling eerder deed in de hiervoor aangehaalde onzorgvuldig.’43 uitspraak A4 Burgerveen-Leiden (zie par. 2.1.3), aan te knopen bij de methodiek van ‘indirecte hinder’: 3 Conclusie jurisprudentie ‘Volgens het rapport wordt een worst-case scenario geschetst met betrekking tot het aantal voertuig- Daar waar de contouren van het te verrichten onderzoek bewegingen en zijn de berekeningen uitgevoerd voor in de jurisprudentie steeds duidelijker worden, zal het de grens van de inrichting alsmede daar waar het ver- toepassen van de salderingsregeling voorlopig nog geen keer opgaat in het heersende verkeersbeeld, de ontslui- sinecure zijn. De betekenis van artikel 7 lid 3 onder a tingswegen Nauertogt en Westelijke Randweg oost. lijkt door de interpretatie die hieraan door de Afdeling Hieruit is gebleken dat geen overschrijdingen van de gegeven is, nog slechts in een zeer beperkt aantal gevallen grenswaarden van het Blk 2005 zijn te verwachten. mogelijkheden te bieden. Hierdoor zal men voor over- (…) Dat, zoals verzoekers stellen, wellicht voor andere schrijdingssituaties met verslechteringen, in afwachting vestigingen in de regio wel extra vrachtwagens moe- van de vaststelling van het NSL, vooral aangewezen zijn ten worden ingezet, betekent naar het oordeel van de op de salderingsregeling van artikel 7 lid 3 onder b, zoals voorzieningenrechter nog niet dat deze vrachtwagens, deze in artikel 5.16 lid 1 onder b sub 2 Wm is neerge- 25 die niet op de directe ontsluitingswegen van de plan- legd. locatie rijden, hadden moeten worden betrokken in de Onze verwachting is bovendien dat bij infraprojecten of berekeningen van (…). Die berekeningen zijn immers infragerelateerde projecten de afbakening van het studie- uitgevoerd om na te gaan of ter plaatse aan de ten gebied nog de nodige aandacht zal vergen. behoeve van de luchtkwaliteit gestelde grenswaarden kan worden voldaan.’42 4 Politieke belangstelling Gebruik van onafgeronde meetgegevens. Over de zin en Misschien nog wel meer dan door de vakpers wordt de onzin van het gebruikmaken of presenteren van onafge- jurisprudentie inzake luchtkwaliteit gevolgd door de ronde meet- of rekenresultaten wordt in (met name de Tweede Kamer en besturend Nederland. Met name de in meer) technische kring nog wel eens gediscussieerd. De paragraaf 2.1.3 besproken uitspraak over het tracébesluit Rechtbank Breda was duidelijk in het oordeel over het A4 Burgerveen-Leiden heeft de nodige gevolgen gehad. gebruik van onafgeronde gegevens in het luchtkwali- Ook is de voortdurende wens voor versnelling van pro- teitonderzoek: cedures, het loskoppelen van besluitvorming en toetsing aan milieukwaliteitseisen of de mogelijkheid om gedu- ‘Blijkens de ruimtelijke onderbouwing is er ook on- rende het besluitvormingsproces in verschillende stadia derzoek gedaan naar de luchtkwaliteit in het plan- gebreken te helen, continu onderwerp van gesprek. gebied. Daarbij heeft (…) gebruik gemaakt van het programma CARII versie 4.0 en in tweede instantie 4.1 Gevolgen uitspraak A4 Burgerveen- van CARII versie 5.1. Opvallend is dat de gehanteerde Leiden nulwaarden in beide versies (voor het jaar 2005) niet In de reeds genoemde uitspraak van de Afdeling inzake hetzelfde zijn. Ter zitting is gebleken dat (…) de nul- het tracébesluit A4 Burgerveen-Leiden wordt het lucht- onderzoek afgekeurd omdat het gekozen onderzoeks- gebied (tot 300 meter aan weerszijden van het tracé) 41. Vzr. Rb. Utrecht 30 oktober 2007, LJN BB8559 (Brouwerspoort Veenendaal), r.o. 2.7. 42. Vzr. Rb. Alkmaar 11 december 2007, LJN BB9790 (bouwmarkt Broek op 43. Rb. Breda 21 december 2007, LJN BC1351 (vrijstelling Haanse Hoef), Langedijk), r.o. 17. r.o. 2.4. TO maart 2008 | nr. 1
  • 10. onvoldoende gemotiveerd was. Om te kunnen vaststellen omgevingsrecht reeds voorzien van een aantal artikelen of een besluit per saldo leidt tot een verbetering, moet inzake de bestuurlijke lus.47 En als derde ontwikkeling volgens de Afdeling een integrale beoordeling plaatsvin- kunnen we – ten tijde van het afsluiten van deze bij- den van het aantal blootgestelden, het gebied waarvoor drage – wijzen op het initiatiefwetsvoorstel van de leden een overschrijding wordt vastgesteld, alsmede het gebied Vermeij, Koopmans en Neppérus tot aanvulling van de waarvoor de verbetering wordt vastgesteld, en tot slot de Algemene wet bestuursrecht met een regeling voor her- concentraties van stoffen. Voor die integrale beoordeling stel van gebreken in een besluit hangende beroep bij de acht de Afdeling het nodig dat alle significante effecten bestuursrechter (Wet bestuurlijke lus Awb).48 voor de luchtkwaliteit in beeld worden gebracht. Een onderzoeksgebied, bepaald door de grens van 300 meter Wat er ook zal komen van al deze initiatieven, de poli- aan weerszijden van het tracé, is daarmee dus niet vanzelf tieke verwachtingen van de bestuurlijke lus zijn hoog- voldoende. Het onderzoeksgebied moet worden bepaald gespannen. Het is overigens wel de vraag – zeker gezien aan de hand van alle locaties waar significante effecten de bovengeschetste gang van zaken naar aanleiding van die als gevolg van het project kunnen worden aange- de uitspraak A4 Burgerveen-Leiden – of zaken waar ver- merkt, optreden. De uitstraling van het project, ‘gekwan- nietiging dreigt vanwege fundamentele onderliggende tificeerd’ in de significante effecten ervan, is daarmee de vraagstukken als de afbakening van een studiegebied, leidraad voor het onderzoeksgebied. zich, alleen al vanwege de tijd die gemoeid is met de De uitvoeringsvraag waarmee de Afdeling de praktijk oplossing van die vraagstukken, lenen voor toepassing met deze uitspraak op pad heeft gestuurd – de Afdeling van de bestuurlijke lus. zelf geeft hier namelijk geen nadere invulling aan – is wat dan precies de significante effecten van een project zijn. 4.2 Commissie versnelling infrastructurele projecten De minister van Verkeer en Waterstaat heeft de voorlopige Bij besluit van 2 november 2007 hebben de ministers van uitkomst van die tijdrovende exercitie vervat in een brief Verkeer en Waterstaat en VROM de Commissie versnel- aan de Tweede Kamer.44 Aan de hand van verkeersinten- ling infrastructurele projecten onder voorzitterschap van siteiten zal worden onderzocht welke verkeersstromen Elverding ingesteld.49 Dit naar aanleiding van de motie nog met een zekere stelligheid kunnen worden verbonden van de leden Rutte en Verhagen,50 waarin de regering aan het project. Dat geeft een eerste gebied. Deze metho- verzocht werd te komen tot een eenbesluitregeling, en de is getoetst door onder meer het Kennisinstituut voor de motie van het lid Hofstra c.s.,51 waarin verzocht werd Mobiliteitsbeleid en het Milieu- en Natuurplanbureau een brede commissie in te stellen ter voorbereiding van 26 (MNP). Deze instellingen hebben ook aangegeven het voorstellen voor versnelling en stroomlijning van de belang te zien van een team van experts. De minister heeft besluitvorming over infrastructuurprojecten. De com- gehoor gegeven aan deze suggestie en heeft een expert- missie zal in het voorjaar van 2008 haar aanbevelingen team – bestaande uit zowel verkeersexperts als luchtkwali- naar buiten brengen. In een brief van de ministers van teitsdeskundigen – samengesteld dat het gebied dat wordt VROM en Verkeer en Waterstaat werd het thema ont- samen gesteld als gevolg van de verkeersintensiteiten, zal koppeling expliciet genoemd als mogelijk te behandelen bestuderen. Het team is daarbij vrijgelaten om vervolgens, door de commissie.52 vanuit de eigen expertise, een andere toets uit te voeren, zodat het gebied verder gepreciseerd wordt en met zeker- Tijdens het Algemene Overleg van 27 september 2007 heid kan worden gesteld dat alle significante effecten voor over onder meer deze brief werd hierover opgemerkt de luchtkwaliteit als gevolg van het project in beeld wor- dat in 2015, als de grenswaarden zijn bereikt, de situatie den gebracht. Het is nu wachten op de eerste individuele opnieuw zal worden bekeken.53 besluiten waarbij deze methodiek is toegepast. Wat in de discussies over ontkoppeling duidelijk wordt, zijn de verschillende beelden die bestaan over dit begrip. Naar aanleiding van de A4-uitspraak hebben de ministers Wij zijn geneigd te spreken van (totale) ontkoppeling als van Verkeer en Waterstaat en VROM aangekondigd de wordt bewerkstelligd dat bij besluitvorming rond ruim- Tracéwet, de Spoedwet wegverbreding en de Wet ruim- telijke en infrastructurele projecten geen aandacht meer telijke ordening te wijzigen met het oog op de invoering besteed wordt aan milieukwaliteitseisen zoals de grens- van de tussenuitspraak ter inleiding van de bestuurlijke waarden in het kader van de luchtkwaliteit. Het al of lus.45 Het wetsvoorstel ligt ten tijde van het schrijven van niet bereiken van de grenswaarden kan in dat kader dan deze bijdrage bij de Raad van State om advies. geen rol spelen bij het oordeel of het voorliggende besluit rechtmatig moet worden geacht. De grenswaarden, in De bestuurlijke lus mag zich heden ten dage verheugen in grote belangstelling. Door een inmiddels aangenomen amendement46 is het wetsvoorstel Algemene bepalingen 47. Kamerstukken II 2007/08, 30 844 A. 48. Kamerstukken II 2007/08, 31 352, nr. 1-3. 49. Stcrt. 2007, 216, p. 21. 50. Kamerstukken II 2006/07, 30 800, nr. 22. 44. Kamerstukken II 2007/08, 29 385, nr. 13. 51. Kamerstukken II 2006/07, 30 800 A, nr. 38 45. Kamerstukken II 2007/08, 30 175, nr. 42, p. 8. 52. Kamerstukken II 2007/08, 30 175, nr. 32, p. 3. 46. Kamerstukken II 2007/08, 30 844, nr. 12, 39 en 41. 53. Kamerstukken II 2007/08, 30 175, nr. 42, p. 6. TO maart 2008 | nr. 1
  • 11. welk verband dan ook gesteld, zullen immers door de lid- steld en als derogatieplan aangeboden aan de Europese staat moeten worden bereikt c.q. nageleefd. Commissie, nadat de nieuwe richtlijn in werking is getre- den (zie par. 6). Tegelijkertijd zal dit ontwerp-NSL ter inzage worden gelegd overeenkomstig afdeling 3.4 van 5 Nieuwe regelgeving de Awb en worden voorgelegd aan zowel de Tweede als de Eerste Kamer.58 Uit dit (ontwerp-)NSL zal de inzet Na onze vorige bijdrage aan dit tijdschrift is met name van alle betrokken bestuursorganen blijken en hierin zal de aandacht gevestigd op de werking van het NSL en de het totaal aan projecten die meer dan 1,2 microgram per onderliggende regelgeving inzake de categorie ‘niet in kubieke meter verslechteren – de ‘in betekenende mate’- betekenende mate bijdragen’ (hierna: NIBM) en gevoe- projecten – alsook het totaal aan maatregelen worden lige bestemmingen. Wij beperken ons hierbij, mede gelet opgenomen. Een en ander zal zijn onderbouwd door het op de uitvoerige besprekingen in andere tijdschriften,54 rekenkundige instrument, de saneringstool,59 die ook tot deze drie onderwerpen, nu de wet per 15 november door het MNP aan een review is onderworpen. 2007 in werking is getreden.55 5.2 NIBM 5.1 Het hart van de Wet luchtkwaliteitseisen: De ‘niet in betekenende mate’-categorie, zoals opgeno- het NSL men in artikel 5.16 lid 1 onder c is verder gereguleerd Zoals ook in onze vorige bijdrage beschreven, wordt met in de AMvB NIBM en de regeling NIBM.60 In de uit- het NSL via een programmatische aanpak ingegaan op de eindelijke vormgeving is een nieuw element toegevoegd, problematiek van de luchtkwaliteit. Het NSL vormt het waarop in dit kader nader wordt ingegaan. hart van de Wet luchtkwaliteitseisen. Het NSL is immers het plan waarmee: De NIBM-categorie is van meet af aan altijd afhankelijk – het benodigde uitstel, dat op grond van de nieuwe gesteld van een ‘werkend’ NSL. Hiermee wordt gedoeld richtlijn kan worden aangevraagd, kan worden ‘afge- op het NSL dat wordt vastgelegd nadat de Europese dwongen’; Commissie heeft meegedeeld dat het NSL voldoet aan – de luchtkwaliteit uiteindelijk zal voldoen aan de Euro- de eisen van een derogatieplan, of nadat negen maanden pees gestelde normen; zijn verstreken na indiening en de Europese Commissie – voor het eerst bestuursorganen die verantwoordelijk niets van zich heeft laten horen. moeten worden gehouden voor de naleving van Euro- De gevolgen voor de luchtkwaliteit van het totaal aan pese regels, daar ook uitdrukking aan geven door het NIBM-projecten is immers meegenomen in het NSL en benoemen van maatregelen en daar ook verantwoorde- wordt afgezet tegen het totaal aan maatregelen in dat plan. 27 lijk voor gehouden zullen worden gelet op de uitvoe- Vanwege de latere inwerkingtreding van het NSL, mede ringsplicht van artikel 5.12 lid 9 Wm;56 als gevolg van een latere inwerkingtreding van de hierna – een bepaalde niet-significante categorie van besluiten nog te bespreken richtlijn, is door het kabinet onderzocht en projecten (NIBM) doorgang kan vinden zonder een of gedurende de periode tot vaststelling van het NSL niet projectspecifieke toets; en een bepaalde mate van gebruik van de NIBM-categorie – ook de vervuilende projecten doorgang kunnen vinden. mogelijk zou kunnen zijn. Het kabinet is gekomen met een tijdelijke – want geldend Het vaststellen van het ontwerp-NSL, het NSL-beleids- tot de inwerkingtreding van het NSL – grens van 1%. voornemen, zal naar verwachting in de eerste helft van (Zie hiervoor het toegevoegde tweede lid bij artikel 2 in 2008 plaatsvinden, nadat hierin ook de regionale samen- de AMvB NIBM.) Een verslechtering van 0,4 microgram werkingsprogramma’s zijn opgenomen.57 De regionale per kubieke meter (wat die 1% uitgedrukt in microgram samenwerkingsprogramma’s luchtkwaliteit zullen door betekent) zou door de ontwikkeling in de tijd vanzelf de decentrale bevoegde gezagen moeten zijn goedge- worden weggenomen, zo blijkt uit onderzoeken van het keurd, waarna een en ander kan worden geclusterd en MNP. Deze ‘autonome ontwikkeling’ in de buitenlucht is toegevoegd aan het ontwerp-NSL. Dit ontwerp-NSL een gevolg van de werking van (internationaal) bronbeleid. wordt vervolgens door de minister van VROM vastge- Omdat door projecten, die de luchtkwaliteit in maximaal die mate verslechteren, de grenswaarden niet significant later worden bereikt, acht het kabinet de realisatie van deze projecten in de periode totdat het NSL in werking treedt, 54. Zie onder meer uitgebreid de bespreking van Schippers en Besselink, i.h.b. onder 2.4, en die van S. Hillegers, T.E.P.A. Lam & A.G.A. Nijmeijer, Het wetsvoorstel luchtkwaliteit nader beschouwd, M&R, 2006, nr. 10, p. 597- 605, alsook D.S.P. Fransen, Wet luchtkwaliteitseisen, Bouwrecht 2008, nr. 19, p. 96 e.v. 55. Stb. 2007, 414 en 434. 56. Het gezamenlijk, interbestuurlijk optrekken van alle onderdelen van het 58. In de Wet luchtkwaliteitseisen wordt nog gesproken van het horen van binnenlands bestuur om te voldoen aan Europese verplichtingen wordt sec de Tweede Kamer. Bij de behandeling door de Eerste Kamer van de ook in meer algemene zin gepropageerd in het onlangs verschenen Wet luchtkwaliteitseisen – Kamerstukken I 2006/07, 30 489 A – is aan proefschrift van een van de auteurs: C.N. van der Sluis, In wederzijdse de Eerste Kamer op diens verzoek toegezegd dat ook deze zal worden afhankelijkheid. Nationaal bestuurlijk toezicht in Europees perspectief, gehoord voorafgaand aan de definitieve vaststelling van het NSL. Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2008, i.h.b. deel IV. 59. Stb. 2007, 440, p. 1719. 57. Kamerstukken I 2006/07, 30 489 H, p. 33. 60. Stb. 2007, 440, respectievelijk Stcrt. 9 november 2007, 218, p. 11. TO maart 2008 | nr. 1
  • 12. ‘niet in betekenende mate’ en kunnen dergelijke projecten Het is de bedoeling dat het zojuist besproken NSL in mei derhalve doorgang vinden.61 of juni 2008 naar de Europese Commissie wordt gestuurd als verzoek tot uitstel (derogatie). De Europese Commis- 5.3 Gevoelige bestemmingen sie heeft dan negen maanden de tijd om op het verzoek Ingevolge een nader gewijzigd amendement-Van der te reageren. Ham/Duyvendak62 is tijdens de parlementaire behande- Verder bevat de richtlijn enkele versoepelingen voor de ling van de Wet luchtkwaliteitseisen artikel 5.16a inge- beoordeling van de luchtkwaliteit. Zo mag de luchtkwali- voegd. Deze bepaling spreekt van een AMvB waarin teit op 10 meter in plaats van 5 meter naast de weg worden regels worden gesteld ten aanzien van de locatie van beoordeeld en hoeft de luchtkwaliteit niet te worden beoor- gevoelige bestemmingen in overschrijdingssituaties. Bij deeld in locaties waartoe het publiek (gewoonlijk) geen deze AMvB wordt bepaald dat voor daarbij aangewezen toegang heeft (het zogenoemde toepasbaarheidsbeginsel). categorieën van gevallen de uitoefening van een bevoegd- Hiermee lijkt de nadruk nog steviger te liggen op de ultie- heid of toepassing van een wettelijk voorschrift niet mag me doelstelling van de onderhavige regelgeving, een scho- leiden tot een toename van het aantal ter plaatse verblij- nere luchtkwaliteit voor de bevolking van Europa. vende personen met een verhoogde gevoeligheid voor de stof waarop de betreffende grenswaarde betrekking heeft, Nieuw is dat de richtlijn ook de normstelling bevat voor zoals kinderen, zieken en ouderen. nog kleiner fijnstof (PM2,5). Voor PM2,5 bevat de nieuwe richtlijn luchtkwaliteit een streefwaarde voor 2010 en een Concreet gaat het er hierbij om dat er bijvoorbeeld geen grenswaarde vanaf 2015. Het gemeenschappelijk stand- scholen langs de snelweg worden gebouwd. Anderzijds punt over de ontwerprichtlijn bevat een grenswaarde dient het wel mogelijk te blijven dat in een woonwijk de van 25 µg/m3 voor dit type fijnstof te bereiken in 2015. daarvoor bestemde scholen kunnen worden gebouwd, Deze norm zou volgens het MNP haalbaar moeten zijn, ook al is in die wijk (nog) sprake van een overschrijdings- maar dat is door onzekerheden in de meetgegevens voor situatie. De AMvB volgt de volgende ‘drietrapsraket’: PM2,5 en door de afhankelijkheid van Europees bronbe- 1. Het gaat allereerst om bepaalde gebouwen (aangewe- leid niet zeker. Op basis van het MNP-rapport ‘PM2.5 zen bij artikel 3). in the Netherlands: Consequences of the new European 2. Voorts is van belang dat de locatie van dergelijke air quality standards’65 lijkt vooralsnog te kunnen wor- gebouwen is gelegen op minder dan 100 meter van een den aangenomen dat de maatregelen die voor PM10 in rijksweg dan wel minder dan 50 meter van een pro- het NSL zullen worden opgenomen, ook zullen leiden vinciale weg, zo was het voorstel van het kabinet. Op tot het voldoen aan de grenswaarden en blootstellings- 28 aandringen van de Tweede Kamer – mede naar aanlei- concentratieverplichting voor PM2,5.66 ding van rapporten van deskundige organisaties – zal de uiteindelijke 100 meter-grens worden opgerekt tot Naar verwachting zal de regering spoedig komen met een 300 meter voor rijkswegen.63 wetsvoorstel ter implementatie van de nieuwe richtlijn en 3. Tot slot kan het project, op een locatie waar sprake zal ook de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (het is van een (dreigende) overschrijding, toch worden meet- en rekenvoorschrift) worden aangepast, gelet op de gerealiseerd wanneer geen toename van het aantal ter nieuwe beoordelingselementen zoals hiervoor genoemd. plaatse verblijvende personen plaatsvindt.64 7 Conclusie 6 Richtlijn Het komend jaar zal in het teken staan van de inwer- Op 28 november 2007 is een akkoord bereikt tussen de kingtreding van de nieuwe richtlijn, het implementeren Europese Raad, het Europees Parlement en de Europese hiervan en het verkrijgen van derogatie van de Europese Commissie over de nieuwe richtlijn inzake luchtkwali- Commissie, zodat het NSL kan worden vastgesteld en er teit. Spoedige inwerkingtreding, nu voorzien omstreeks dus meer ruimte wordt gekregen om de gewenste nood- mei of juni 2008, is voor Nederland van belang omdat de zakelijke ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. nieuwe richtlijn enkele nieuwe elementen biedt die meer In de jurisprudentie zal de afbakening van het studiegebied flexibiliteit geven ten aanzien van de uitvoering van de bij infra- (en infragerelateerde) projecten verder worden Europeesrechtelijke eisen. verduidelijkt, zullen mogelijk de eerste 1%-projecten ter Zo is in de nieuwe richtlijn de mogelijkheid opgenomen toetsing aan de rechter worden voorgelegd, en ook zal wel- om uitstel te verzoeken voor het voldoen aan de grens- licht de bestuurlijke lus al eens worden toegepast. waarden voor fijnstof (PM10) en voor stikstofdioxide. Wat het politieke speelveld betreft, zal met name interes- Uitstel daarvoor is mogelijk tot 2011 respectievelijk 2015. sant zijn met welke voorstellen de commissie-Elverding komt en de reactie daarop van het kabinet. 61. Stb. 2007, 440, p. 14-15. Zie hierover ook (kritisch) Fransen in het reeds eerder genoemde artikel. 62. Kamerstukken II 2006/07, 30 489, nr. 33. 65. J. Matthijsen & H.M. ten Brink, PM2,5 in the Netherlands: Consequences of 63. Kamerstukken II 2006/07, 30 175, nr. 46, p. 6 en 8. the new European air quality standards, MNP-rapport 500099001/2007. 64. Kamerstukken II 2006/07, 30 175 en 30 489, nr. 45. 66. Kamerstukken II 2007/08, 21 501-08 en 30 175, nr. 259. TO maart 2008 | nr. 1

×