Methodiek in de Praktijk

5,097 views
4,823 views

Published on

Introductie van programma waarbij studenten de opdracht krijgen hun normatieve professionaliteit te onderzoeken

Published in: Education, Technology
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
5,097
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
378
Actions
Shares
0
Downloads
59
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Wanneer we over werkmodellen nadenken (nabootsingen van de onzichtbare werkelijkheid) en dus over methodiek, dan kunnen we een soort OERmodel verzinnen. Een model dus wat in alle gevallen bruikbaar is. Een beweging in je denken en handelen die feitelijk en noodzakelijk plaatsvindt in je hoofd om tot een actie te komen. Zo’n model is het model van Veening, dat ik zo genoemd heb omdat ik het heb opgepikt van een oude leermeester van mij Eite Veening. Dat was overigens geen hulpverlener. Hij ontwikkelde dit model om zindelijk en zorgvuldig te kunnen voor- en nadenken bij het hulpverleningswerk. In dit Oermodel vind je ingrediënten die je in elke hulpverleningsgerecht nodig hebt om bv. Verantwoording af te leggen, of vooraf te bepalen hoe en wat je gaat aanpakken. Als je je dit patroon eigen maakt zul je in allerlei situaties je juiste gegevens en bronnen kunnen oproepen om tot een keuze voor je handelen te komen of achteraf deze keuze te kunnen verantwoorden. De zeshoek werk als volgt. Op de onderste punt schrijven we het begrip SITUATIE. (KLIK) De situatie omvat alles waarmee een hulpvrager te maken heeft. Haar leven, gedachten, omstandigheden, voorouders, kinderen, sexe, gezondheid, intelligentie en vul zelf maar verder aan. Deze lijst is oneindig. Je cliënt zou je dan ook nooit “alles” kunnen vertellen. Dat is namelijk te veel omvattend, laat staan dat jij het als luisteraar allemaal zou kunnen bevatten. In plaats daar van vertelt deze persoon je een gedeelte van dat “alles”. En dan begint het spannend te worden. Want wie en wat bepaalt nu welk deel en hoeveel verteld wordt? Waartoe vertelt iemand haar verhaal aan jou?? Meestal met de verwachting dat je iets doet. Een reactie, een handeling. Dat is echter het eind van een reeks gebeurtenissen in je hoofd. We gaan die gebeurtenissen een naam geven en zien wie welke invloed heeft. Op de rechteronderpunt zetten we dus het begrip HANDELEN. We verstaan hieronder alles wat je doet of nalaat in reactie op het verhaal van je cliënt.
  • Methodiek in de Praktijk

    1. 1. Methodiek in de Praktijk MWDMET403 4EC MWDMET403 4EC <ul><li>Instrumentele en Normatieve Professionaliteit </li></ul><ul><li>integreren van de praktijk en theorie van het maatschappelijk werk. </li></ul>
    2. 2. De wereld in je spreekkamer <ul><li>Met name de normatieve component van ons beroep. </li></ul><ul><li>Wat vinden maatschappelijk werkers dat hun opdracht is, hun taak? </li></ul><ul><li>Welke (politieke) opvattingen schuilen er achter hun optreden? </li></ul><ul><li>Welke keuzes worden er gemaakt? Of moeten er gemaakt worden? </li></ul>
    3. 3. <ul><li>Werkplaatsbijeenkomsten </li></ul><ul><li>8 x 100 minuten </li></ul><ul><li>ca. 25 deelnemers </li></ul>Hoorcolleges 8 x 50 minuten ca. 60 deelnemers
    4. 4. <ul><li>Opdracht om vraagstukken te ontwerpen </li></ul><ul><li>Normatief en Instrumenteel </li></ul><ul><li>Objectief, subjectief, sociaal </li></ul><ul><li>Vraagstukken uitwerken in groep van 5à6 studenten </li></ul><ul><li>Experimenteren met simulaties -Eigen (zelf)onderzoek </li></ul><ul><li>Resultaat van dit proces in een document + Procesverslag </li></ul><ul><li>= </li></ul><ul><li>deel1 van de toets </li></ul>Werkplaats
    5. 5. Benodigdheden <ul><li>Relevante (stage)praktijk </li></ul><ul><li>Reflectief vermogen </li></ul><ul><li>Kennis van theoretische denkmodellen </li></ul><ul><li>Kennis van methodische aspecten </li></ul><ul><li>Nieuwsgierigheid en ambitie </li></ul><ul><li>Passie voor het beroep </li></ul><ul><li>Discipline en concentratie </li></ul>
    6. 6. Benodigdheden <ul><li>Kennis van theoretische denkmodellen </li></ul><ul><li>Kennis van methodische aspecten </li></ul>
    7. 7. Kennis van methodische aspecten Kennis van theoretische denkmodellen <ul><li>De Moeder aller Modellen </li></ul>
    8. 8. <ul><li>Kennis van methodische aspecten Kennis van theoretische denkmodellen Multimethodisch </li></ul><ul><li>Multimethodisch </li></ul><ul><li>Multimethodisch </li></ul><ul><li>Multimethodisch </li></ul><ul><li>Multimethodisch </li></ul><ul><li>Multimethodisch </li></ul>
    9. 9. <ul><li>Kennis van methodische aspecten Kennis van theoretische denkmodellen Eclectisch-Integratief Model </li></ul>
    10. 10. Kennis van methodische aspecten Kennis van theoretische denkmodellen <ul><li>Drie-Werelden model </li></ul>
    11. 11. Hoorcolleges <ul><li>Snellen en Bootsma </li></ul><ul><li>Toets 50 MC-vragen </li></ul><ul><li>over Snellen (hfdst) en Bootsma (geheel) </li></ul>
    12. 12. <ul><li>Opdracht om vraagstukken te ontwerpen </li></ul><ul><li>Normatief en Instrumenteel </li></ul><ul><li>Objectief, subjectief, sociaal </li></ul><ul><li>Klopt het? </li></ul><ul><li>Werkt het? </li></ul><ul><li>Mag of moet het? </li></ul>Werkplaats
    13. 14. Normatief/Ethisch Theorieën hypothese Actie/Handelen situatie Paradigma’s Metakader Veening’s Zeshoek
    14. 15. <ul><li>Kennis van methodische aspecten Kennis van theoretische denkmodellen Eclectisch-Integratief Model </li></ul>
    15. 16. Doel van zijn Boek
    16. 17. <ul><li>Essentie methodisch werken </li></ul><ul><li>Basismodel Methodisch Werken </li></ul><ul><li>Eclectisch Integratief werken verduidelijken </li></ul><ul><li>Komen tot Overkoepeling en ontwikkelen eclectisch integratieve houding </li></ul>
    17. 18. <ul><li>Deel 1 = Kaderstellend </li></ul><ul><li>Deel 2 = Visie </li></ul><ul><li>Deel 3 = Interactioneel en eclectisch </li></ul><ul><li>Deel 4 = Probleeminhoudelijk en eclectisch </li></ul><ul><li>Deel 5 = De fasen </li></ul><ul><li>Deel 6 = Analyse-schema </li></ul>Opzet
    18. 19. Bootsma <ul><li>Sorteermachine om het werk van MW te toetsen </li></ul><ul><ul><ul><li>Het objectieve (feitelijke) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Het subjectieve (de beleving) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Het sociale (moreel, opvattingen over normen en waarden) </li></ul></ul></ul>
    19. 20. Bootsma <ul><li>Waar kom je deze drie werelden tegen? </li></ul><ul><ul><li>in de situatie </li></ul></ul><ul><ul><li>in het probleem van de cliënt </li></ul></ul><ul><ul><li>in de relatie tussen cliënt en werker </li></ul></ul><ul><ul><li>in de reflectie op het beroepshandelen </li></ul></ul>
    20. 21. Bootsma <ul><li>Bootsma vat dit samen in drie vragen rond zorgvuldig hulpverlenen </li></ul><ul><ul><ul><li>Waarover praat ik met mijn cliënten? </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Hoe doe ik dat? </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Wanneer grijp ik wel of niet in en wat zijn mijn overwegingen daarbij? </li></ul></ul></ul>
    21. 22. De Mönnink <ul><li>Profilering maatschappelijk werk door heldere theorie en concrete aanpak </li></ul><ul><li>Op drie niveaus </li></ul><ul><ul><ul><li>Individueel </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Omgeving </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Maatschappij </li></ul></ul></ul>
    22. 23. Eerste bespreking van Snellen hfdst 1, 2, 3
    23. 24. Missie van maatschappelijk werk <ul><li>Psycho/Somatisch - Sociaal functioneren </li></ul><ul><li>Snijvlak privé - publiek, de situatie, binnen en buiten </li></ul><ul><li>Empowerment: werken aan de toerusting van de cliënt, zijn handelingsvermogen en controlemogelijkheden </li></ul><ul><li>Cliënt-Situatiegerichte Hulp </li></ul>
    24. 25. Rol Maatschappij <ul><li>Maatschappelijk werk individualiseert het maatschappelijke en vermaatschappelijkt het individuele </li></ul>
    25. 26. Taakgebieden <ul><li>Werken met/voor cliënten </li></ul><ul><li>Werken in een arbeidsomgeving </li></ul><ul><ul><li>Samenwerking ex- en intern </li></ul></ul><ul><li>Werken aan professionaliteit en professionalisering </li></ul><ul><ul><li>Jezelf ontwikkelen in het beroep </li></ul></ul><ul><ul><li>Bijdragen aan ontwikkeling van het beroep als geheel </li></ul></ul>
    26. 27. De cliënt als burger <ul><li>Autonome individuele vrijheid </li></ul><ul><li>Sociale rechten en plichten </li></ul><ul><li>Plicht tot betrokkenheid en partcipatie </li></ul><ul><li>Ieder mens heeft behoefte aan verzorging èn de plicht om anderen te verzorgen </li></ul>
    27. 28. <ul><li>Sociale insluiting </li></ul><ul><li>Sociale participatie </li></ul><ul><li>Sociale stabiliteit </li></ul>
    28. 29. <ul><li>Identificatie </li></ul><ul><li>Representatie </li></ul><ul><li>Aanspreekbaarheid </li></ul><ul><li>Weerbaarheid </li></ul>Competenties als vereisten voor geïndividualiseerde burgers in de samenleving
    29. 30. Waardenkaders Fasen Metavisie eclectisch-integratief Ideologie e.d. over o.a. communicatie beïnvloedingsprocessen en leerprocessen Kennis/Theorie Visie Referentiekaders Mens Gedrag Maatschappij Kennis/Theorie Blz 73
    30. 31. Fasen Interactioneel Probleeminhoudelijk Probleemafwikkeling Cliëntontwikkeling Interactieafwikkeling Initiatief cliënt Activerende rol mwer Meer zelfsturing cliënt Zelfsturing contactlegging, initiatief/sturing mwer Afbouw werkrelatie wel/niet bereid tot hulp wel/niet bewust van probleem of acceptatie bereid tot hulp bewust van probleem en acceptatie bereid tot aanpakken daadwerkelijk stappen zetten Intake Handhaving nieuwe aanpak probleemanalyse doelformulering strategiebepaling uitvoering probleemspecifieke interventies afsluiting evaluatie
    31. 32. Kritisch Reflectieve Praktijk, de KPR Hoofdstuk 3
    32. 33. Noodzaak tot Kritische Reflectie <ul><li>Verantwoording </li></ul><ul><li>Richting geven aan handelen </li></ul><ul><li>Ontwikkeling professionaliteit </li></ul>
    33. 34. Invalshoeken KRP <ul><li>Normatieve (inhoudelijk of substantieel) </li></ul><ul><li>Instrumentele (werkt het?) en hoe komt het dat het werkt? (technisch) Klopt het? </li></ul><ul><li>Normatieve heeft de regie over de instrumentele </li></ul>

    ×