College 3 Pos
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Like this? Share it with your network

Share
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
2,941
On Slideshare
2,929
From Embeds
12
Number of Embeds
3

Actions

Shares
Downloads
36
Comments
0
Likes
0

Embeds 12

http://www.slideshare.net 7
http://numanslides.blogspot.com 3
https://www.linkedin.com 2

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. D I V E R S I T E I T 26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 2. Cultuur en Cultuurelementen
    • Er is een proces van transculturalisatie op gang gekomen.
    • Transculturalisatie is een veranderingsproces
        • doel: gelijkwaardige positie van iedereen, ongeacht culturele achtergrond.
    • Transculturele attitude voorwaarde om bijdrage uit verschillende culturen optimaal te benutten.
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 3. Trans­Culturele attitude
    • Is niet alleen andere culturen,
    • Ook omgaan met mensen uit je eigen cultuur.
    • Komt zelden voor dat mensen precies op dezelfde wijze gesocialiseerd zijn.
    • Vanuit die optiek is in wezen elk contact transcultureel!
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 4. de definities van cultuur in vijf categorieën
    • Opsommende definities: cultuur is een samenhangend stelsel van: kunst, wetten, gewoonten, enzovoort, in een bepaalde gemeenschap.
    • Historische definities: cultuur is het van de voorouders geërfd stelsel van gewoonten en aannames dat ons leven bepaalt.
    • Normatieve definities : een samenleving bestaat uit mensen, de wijze waarop ze zich gedragen wordt bepaald door hun cultuur.
    • Psychologische definities : cultuur is een gezamenlijk aangeleerd patroon van gedragingen waardoor biologische behoeften gereguleerd worden.
    • Structurele definities: cultuur bestaat uit vaste onderling samenhangende gewoonten van bepaalde sociale groepen.
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 5. Elk individu maakt deel uit van meerdere culturen
    • Meerdere culturen en sociale identiteiten naast etnische cultuur, namelijk sekse, opleiding, leeftijd, beroep, enzovoort.
    • leder individu bestaat aldus uit een unieke combinatie van
      • verschillende culturele oriëntaties en invloeden,
      • uiteenlopende culturele groepen.
    • Invloed van deze verschillende culturen op ons leven herkennen. Het ontwikkelen van je eigen idiosyncratische multiculturele identiteit.)
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 6. Levensbeschouwing, religie en godsdienst
    • In tegenstelling tot het dier is de mens zich bewust van zichzelf, zijn verleden, heden en mogelijke toekomst.
    • Zodra religie geïnstitutionaliseerd wordt in een geloofsgemeenschap of een kerk, spreken we van godsdienst.
    • Religie als het antwoord van de mens op het mysterie, de uiteindelijke vragen van het menselijk bestaan.
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 7. Attributies
    • Externe attributies, waarbij men de oorzaak buiten zichzelf zoekt,
      • Personalistische attributie, oorzaak: goden
    • Interne attributies, waarbij men het probleem aan zichzelf toeschrijft.
    • Zingevende attributies
    • Naturalistische attributies, oorzaak niet belangrijk
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 8. Hoe om te gaan met onbekende attributies?
    • Mensen wanneer ze problemen hebben, aanmoedigen de weg terug te vinden naar hun tradities, inclusief de oude rituelen.
    • Enveloppement = het gevoel van beschermd te zijn binnen het vertrouwde.
    • Twee culturele kaders die voor een migrant van belang zijn, beide tot hun recht laten komen.
    • Wie de waarde van de traditionele gebruiken erkent, zal gemakkelijker contact kunnen maken.
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 9. Culturalisme
    • Alles aan iemands cultuur toeschrijven.
    • Cultuur­kennis dient vooral om de ander een gevoel van erkenning te geven.
    • Cultuurkennis is een toetssteen: kan het zijn dat ...?
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 10. Cultuur en tijdsoriëntatie
    • Tijdsoriëntatie heeft te maken met lange- of juist kortetermijndenken en met de waarde die men toekent aan het verleden.
    • Veel communicatieproblemen met mensen uit andere culturen komen voort uit verschil in tijdsoriëntatie.
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 11. Cultuur en tijdsoriëntatie
    • De gevolgen van de uitvinding van de klok:
    • Het apparaat dat was ontworpen om speciale menselijke behoeften te bevredigen, riep nieuwe behoeften in het leven.
    • Mensen begonnen de tijd te bepalen van handelingen, waarvan het, zolang er nog geen klokken waren, nooit bij hen zou zijn opgekomen de tijd te bepalen.
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 12. Humor
    • Moppen tappen in een internationaal gezelschap is meestal geen succes.
    • Humor bij het leggen van relaties een fantastisch ingrediënt.
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 13. Multiculturele Humor
    • http://www.youtube.com/watch?v=VCiJqqSDNrI
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 14. Humor
    • Nederland België
    • Verenigde Staten Polen
    • Frankrijk Corsicanen
    • Rusland Tjoektsjenen
    • India Siks
    • Nigeria Hausa
    • Zuid-Afrika Van der Merwe (Afrikaners)
    • Australië Tasmaniërs
    • Humor heeft in verschillende culturen één ding gemeen: het is een ideale uitlaatklep voor spanningen.
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 15. Rolgedrag
    • Een rol is een geheel van gedragskenmerken dat door een groep aan een bepaalde plaats in de samenleving heersende waarden en normen.
    • Situationeel rolgedrag is gedrag dat aangepast wordt aan de situatie. wordt gekoppeld.
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 16. DE VROEDMAN
    • http://www.youtube.com/watch?v=0AOtjY4lcX0
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 17. De vrouwenrol
    • De niet-westerse vrouw is vaak bepalend voor het aanzien van de familie.
    • Haar `eerbaarheid' is doorslaggevend voor de eer van de hele familie,
    • Controle en bescherming door mannen
    • Nederlandse uitdrukkingen als `in opspraak raken' en geen `aanstoot geven’
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 18. Vrouwenhuwelijk
    • In landen waar de sekse­rollen streng vastliggen, is het vrouwenhuwelijk voor vrouwen de enige manier om eigen baas te zijn en toch een gerespecteerd leven te leiden. O.a. Kenia, Zuid-Afrika
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 19. Mannenrol
    • `Er is een nieuw soort vent',
    • Die de feministische boodschap serieus neemt, maar die weigert dat op zijn persoonlijk conto te schrijven.
    • Hij verwacht niet van zijn vrouw dat ze zichzelf en het huis fraai maakt opdat hij na gedane arbeid in een prettige ambiance kan bijkomen.
    • De nieuwe man wil gelijkwaardigheid, ook al gaat dat in de huidige onderhandelingshuishouding niet vanzelf.
    • De nieuwe man is ijdel en narcistisch en werkt aan zijn uiterlijk.
    • Stijlvol door het leven gaan is voor hetero's belangrijker dan voor homo's. De nieuwe man wil liever versierd worden dan versieren.
    • Hij gelooft dan ook in androgynie, het verschijnsel dat elk mens zowel een mannelijke als een vrouwelijke kant heeft.
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 20. Huwelijk/Seksualiteit
    • Liefde
    • Economisch
    • Voortplanting
    • Homoseksualiteit/Heteroseksualiteit/Biseksualiteit
    • Transseksualiteit
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 21. Schaamte
    • Schaamte- versus schuldcultuur??
    • Schuld en schaamte komen in elke cultuur voor,
    • Culturen met veel sociale controle schaamte groter
    • Culturen meer individualisme `de schaamte voorbij’
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 22. Ruimte
    • Verschillen in gebruik van de ruimte
    • Mensen bakenen hun territorium af door middel van sociale codes.
    • Intieme, persoonlijke, sociale en publieke ruimte.
    • In de intieme dichtbij-ruimte (in de westerse cultuur tot 15 centimeter) vindt gedrag plaats als seksuele omgang, erotiek, stoeien, sport, troosten en beschermen
    • In de intieme verafruimte wordt lichamelijk contact opgedrongen of wordt `onderhandeld' over de toelating ervan. In de westerse cultuur is deze afstand is 15-45 centimeter (lift)
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 23. Ruimte
    • De persoonlijke afstand gaat in de westerse cultuur van 45 (nabij-vorm) tot 75 centimeter (veraf-vorm).
    • Het is in deze ruimte alleen mogelijk elkaars hand te schudden.
    • In deze ruimte hebben we voldoende afstand om ons tegen de ander te beschermen.
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 24. Sociale afstand
    • De sociale afstand bedraagt in het Westen 1,2 tot 3,6 meter.
        • Hier is oogcontact van meer belang dan bij de intieme afstand.
        • De mate van oogcontact is sterk cultureel bepaald.
    • De publieke afstand bedraagt in het Westen 3.5 tot 7.5 meter (bezoek koningin)
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 25. Contact of relatie
    • Naarmate de afstand tussen mensen groter is, is er minder contact mogelijk;
    • toch neemt het contact niet toe als de afstand kleiner is.
    • Er is in dit verband verschil tussen relatie en contact . Bij relatie beide partijen wensende aanraking ,
    • bij contact ????????
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 26. Cultuur en Commercie
    • Vijf beleidsmodellen:
      • de piramide,
      • de familie,
      • de markt,
      • de machine
      • het netwerk
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 27. Marokkaanse ondernemer
    • http://www.youtube.com/watch?v=7h_weFAsVDc
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 28. Piramide
    • De piramide komt voor in landen met een grote machtsafstandsindex.
    • O.a. België, Frankrijk en Noord-Italië.
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 29. Familie
    • Het model van de familie komt voor in Portugal, Zuid-Italië en Griekenland.
    • Ook grote machtsafstand.
    • Leider aan de top een pater familias (familievader), die het beste voorheeft en dus loyaliteit verdient.
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 30. Markt
    • De markt komt voor in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.
    • Machtsverschillen klein en er is zoveel mogelijk vrijheid voor het individu.
    • Regels zijn er alleen om de competitie eerlijk te laten verlopen.
    • Er zijn slechts winnaars en verliezers: `the winner takes it all'.
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 31. Machine
    • De machine komt voor in Duitsland en Oostenrijk.
    • Hier streeft men naar orde.
    • Over de regels wordt vaak fel gediscussieerd,
    • Als de structuur eenmaal vastligt, een grote mate van bewegingsvrijheid,
    • Als systeem ondermijnd wordt, durft men risico's te nemen. (Duitse voetballers)
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 32. Netwerk
    • Het netwerk vooral in Nederland en de Scandinavische landen.
    • Verantwoordelijkheid is de ware arbeidsmotivatie, meepraten en meebeslissen het hoogste doel
    • Beslissingen worden niet door één persoon genomen, maar zijn het gevolg van compromissen. (Poldermodel)
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 33. Nepotisme
    • In de derde wereld is beter presteren dan een ander geen deugd.
    • Iemand is bv rijker dan zijn groepsgenoten,
    • Men verwacht dan dat je je groepsgenoten diensten bewijst.
    • Nepotisme is het begunstigen van verwanten bij het toekennen van bepaalde gunsten of posities.
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 34. Professionalisering
    • Professionalisering recent in de westerse samenleving
    • Vroeger verzorging en hulpverlening door eigen familie en naasten gedaan.
    • In landen zonder professionalisering : uitwisselen van diensten en goederen
    • Westerlingen vaak verlegen met cadeautjes van migranten voor verleende professionele hulp.
    • Cadeaus passen in een cultuur waar hulpverlening gebaseerd is op uitwisselen van diensten en goederen.
    26-05-2008 DIVERSITEIT
  • 35. Interculturele competenties
    • ken je eigen achtergrond/ je culturele bagage
    • hoe zit je familie in elkaar
    • wat zijn de belangrijke boodschappen die je hebt meegekregen
    • Daarna kun je je verdiepen in de ander o.a.
    • collectief of individueel systeem?
    • wat zijn de feiten over (migratie)verleden
    • welke opvattingen heeft men over ………..?
    • wie zijn de gezagsdragers in de familie?
  • 36. Instrumenten voor de interculturele dialoog
    • het belangrijkste instrument is het genogram
    • het gebruik van contextuele vragen
    • TOPOI model
    • het levensverhaal : familie, cultuur, eten, etc.
    • getuigen : vertellen over traumatische ervaringen b.v. voormalig politiek gevangene
    • mentaliseren : kunnen zien en benoemen van de eigen emoties t.o.v. de ander (het vermogen tot metacommunicatie)
  • 37. TOPOI - model
    • T = Taal
      • Verstaan we elkaars taal?
    • O = Ordening
      • Communiceren we vanuit het zelfde referentiekader?
    • P = Perspectief
      • Welke persoonlijke perspectieven spelen een rol?
    • O = Organisatie
      • Is iemand op de hoogte van de manier hoe iets is georganiseerd ?
    • I = Inzet
      • Zette we ons genoeg in om elkaar te begrijpen?