Crossmedia Uu2
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

Crossmedia Uu2

on

  • 1,248 views

 

Statistics

Views

Total Views
1,248
Views on SlideShare
1,245
Embed Views
3

Actions

Likes
0
Downloads
9
Comments
0

1 Embed 3

http://www.slideshare.net 3

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Crossmedia Uu2 Presentation Transcript

  • 1. cross>media formats
    • Communicatie- & informatiewetenschappen
    • Faculteit Letteren (UU)
    • :: 15 januari 2008
  • 2. fusie
    • bij media formats wordt nagedacht over media, doelgroepen, aan bereik, resultaten...
    • bij crossmedia formats denken we na over nóg veel meer...
    • verstandig is om eerst een aantal zaken te laten samenkomen in de kern
  • 3. kern van het idee
    • de kern is:
      • communicatie, contact maken, converseren
      • dus kernboodschap ontwikkeling en daar zijn methodes voor, zoals “idee-ontwikkeling”
    • bij de ontwikkeling van het idee achter een mediaconcept of ~format is het van belang enkele stappen te doorlopen.
  • 4. BIG IDEA
  • 5. BIG IDEA?
    • er zijn 3 krachten werkzaam op een Big IDEA*:
    • beeldkracht
    • vormkracht,
    • daadkracht
    • er zijn 3 stappen die helpen bij kernboodschap ontwikkeling
    • kijk!
    • want
    • en dus
    • * zie: Handboek voor hemelbestormers -Stan Boshouwers
  • 6. crossover
    • dat levert het volgende op:
    • KIJK! (attentie, aandacht , visioen) = BEELDKRACHT
    • WANT (attractie, bewustwording , waar gaat het om, wat lost het op) = VORMKRACHT
    • EN DUS (activatie, boodschap + gedrag, waar zet het toe aan) = DAADKRACHT
  • 7. Doelstelling
    • wat kan de doelstelling zijn van het communiceren:
      • informeren (want?)
      • entertainen (want?)
      • marketen (want?)
      • politiek (want...?)
    • ?
  • 8. bron
    • communiceren vanuit:
    • marketing (product, brand)
    • merk
    • zender
    • vanuit maatschappij
    • kan een maatschappelijk thema een merk of zender zijn? (ja dat kan heel goed)
  • 9. boodschap
    • bepalers van hoe de boodschap wordt geapprecieerd:
    • tone of voice
    • tone of visual
    • taste of idea
    • style of medium
  • 10. ontvangst
    • crossmedia gaat over verbanden leggen, overstappen, zijwegen inslaan, dus...
    • >> transities:
      • in kanalen, maar vooral in:
      • tijd
      • aandacht
      • perceptie van een boodschap
  • 11. perceptie en timing
    • organische communicatie = verschuivende percepties en daarmee rekening houden
    • gun zowel de (kern)boodschap / idee als ontvangers de tijd om in te spelen op voortschrijdend inzicht
    • sync media : gaat niet om veelheid, maar om slimme afstemming en timing van diverse media, (vgl. montage van film)
    • en wie kaatst...
  • 12. actief kaatsen (en transparant) (en transparant)
  • 13. communicatie 2.0
    • doelgroep bepaalt en maakt zelf content, ontvanger = zender = ontvanger
    • niet zozeer interactief kanaal beschikbaar stellen om (geregisseerde) feedback te krijgen op eigen boodschap, maar...
    • ... aanhaken bij gaande conversaties binnen doelgroep
    • boodschap niet van tevoren stollen (top-down), maar als beginsel durven invoeren
    • mee durven veranderen, ontvankelijk opstellen en luisteren
  • 14. conversaties
    • crossmedia benadering biedt, samen met Web2.0, goede uitgangspunten om te mengen in conversaties, mee te doen
    • waar hebben mensen het over: doe concreet onderzoek, ga niet alleen op buikgevoel of buren af
    • vraag en leer te luisteren
    • handel conform de opbrengst van het luisteren
  • 15. en nu een plan maken
    • kernboodschap bepalen
      • wat is daarin de vraag, het aanhakingspunt
      • welke thema’s vloeien daaruit voort?
      • welke partners passen daarbij?
    • maak een mix tussen best practices en oorspronkelijkheid
    • gebruik zowel intuitieve als methodische creativiteit (bijv. ‘out of the box’ en SIT)
  • 16. doelgericht
  • 17. Systematic Inventive Thinking
    • 3 basisprincipes
      • Closed World
      • Innovation Sweet Spot
      • Function follows Form
  • 18. Systematic Inventive Thinking
    • 5 creatieve denkpatronen
      • Verwijderen en vervangen
      • Kopiëren / vermenigvuldigen
      • Verandering van afhankelijkheden
      • Opdelen en herschikken
      • Verbinden
  • 19. 7 X M, reminders voor format
    • mens(en)
    • motivatie
    • medium
    • moment
    • mogelijkheden
    • mixen
    • maker(s)
  • 20. 7 X M 1. mens(en) 1. mens(en)
    • doelgroep = volggroep?
    • om wie gaat het (onderzoek)
    • persoon < > publiek
    • uniciteit < > community
    • gegevens en voorkeuren (leeftijd, geslacht, werk, gezondheid, inkomen, muziekkeuze, sport, etc.)
  • 21. 7 X M 2. motivatie 2. motivatie
    • wat houdt hem/haar/hun bezig? > preoccupatie
    • activatie (call for action: doe, koop, vul in, reageer, kijk)
    • welke problemen zijn er op te lossen
    • wat is het emotionele ‘haakje’?
  • 22. 7 X M 3. medium 3. medium
    • hoe en waarmee bereik ik de juiste persoon, waar bevindt die zich
    • style of medium (waarmee wil de doelgroep geassocieerd worden)
    • wat is een verrassende of toevoegende keuze (ooit: tv op internet)
  • 23. 7 X M 4. moment 4. moment
    • wanneer bereik ik de juiste persoon best, wat doet ie dan? welk probleem houdt ‘m dan bezig
    • tijdsbesteding, voor elke tijd van de dag een ander medium?
    • voorbeeld: nieuws (bedenk 4 verschillende momenten en bijbehorende media gedurende de dag
  • 24. 7 X M 5. mogelijkheden 5. mogelijkheden
    • zijn er opportunities? (andere formats, campagnes, e.d.)
    • welke issues zijn te relateren
    • zijn er toevallig events, is er actualiteit, medium in opkomst
    • niet continu aandacht proberen te genereren, maar “issue surfen”, dus alleen als er een golf is
  • 25. 7 X M 6. mixen 6. mixen
    • kun je crossovers maken binnen je concept? (denk ook aan mash-up’s)
    • kun je bewezen concepten mixen tot jouw nieuwe?
    • (gebruik SIT) > interne en externe bouwstenen, vervangen, veranderen, etc.
    • kun je mixen met andere campagnes/ formats? > win-win
  • 26. 7 X M 7. maker 7. maker
    • wie maakt de content
    • bureau, zender, UGC
    • waarom maakt iemand content?
    • is er bestaande content die kan worden geremixed?
  • 27. voorbeelden
    • doelgroep bepalen, inclusief alle kenmerken
    • doel en benchmark bepalen > resultaat gericht werken
    • vraag stellen: “geslaagd, indien... “
    • dus wat gaat de doelgroep doen en beleven?
  • 28. afrekenen
    • opdrachtgever = geldschieter
    • doelstellingen > ambities (hoe hoog de lat, hoe ruim het budget)
    • wat is gewenst resultaat?
    • wat doet de concurrentie? evt. SWOT analyse