Les 1, verschil mag er zijn
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Les 1, verschil mag er zijn

on

  • 900 views

 

Statistics

Views

Total Views
900
Views on SlideShare
900
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Les 1, verschil mag er zijn Les 1, verschil mag er zijn Presentation Transcript

    • Opdracht
    • Vorm groepjes van 4 personen en beantwoord de volgende vragen:
    • Waar is de Basisschool voor bedoeld? Noem 3 functies.
    • Welke vakken worden op de
    • Basisschool aangeboden?
    • Noteer allemaal de antwoorden!
    • Hoe zit het ook weer met de cognitieve ontwikkeling van kinderen van 4 t/m 12 jaar?
    • Prelogisch denken
    • Egocentrisch
    • Eerste aanzet gewetensontwikkeling
    • Van imitatie naar identificatie
    • Noteer concrete voorbeelden bij de
    • genoemde punten.
    View slide
    • Logisch denken als de dingen aanschouwelijk zijn
    • Interesse in feiten
    • Vragen naar oorzaken: waarom?
    • Noteer concrete voorbeelden bij de
    • genoemde punten.
    View slide
    • Sterker prestatiegericht
    • Abstract denken
    • Analyseren en reflecteren
    • Noteer concrete voorbeelden bij de
    • genoemde punten.
    • Volgens de theorie van Piaget komen kinderen van zo’n jaar of zes, zeven geleidelijk in het stadium van de concrete operaties.
    • Zich in gedachten kunnen losmaken van een toestand
    • Niet meer misleid worden door toevallige uiterlijkheden
    • Beschikking krijgen over een innerlijk doe-schema
    • Weerstand kunnen bieden aan de schijn der dingen
    • Begrijpen welke handeling moet zijn voorafgegaan
    • Begrijpen welke handeling wel en niet tot conservatie leidt
    • Kunnen terugdenken in omgekeerde richting
    • Kunnen overstappen van de ene op de andere classificatie
    • Begrijpen van wederkerigheid in de relatie tussen 2 dingen
    • Afnemen van egocentrisch denken en kunnen relativeren
    • Denkhandelingen voltrekken zich nog in concrete beelden
    • http://pleuteren.skynetblogs.be/post/5970187/de-conservatieproef-van-jean-piaget
    • De conservatieproef van Jean Piaget. Conservatie is het inzicht dat twee hoeveelheden die op het eerste gezicht verschillend zijn, toch even groot kunnen zijn. De proef van Jean Piaget rond het inzicht in de conservatie van de hoeveelheid aan vloeistof gaat na of kinderen begrijpen dat de hoeveelheid van iets onveranderd blijft ook als men iets aan de vorm verandert. Als men een kind in het pre-operationele stadium (het stadium van het onsystematische en onlogische denken) voor twee identieke glazen water plaatst en men voor de ogen van het kind één van de glazen volledig overgiet in een lang en smal glas dan zal het kind aangeven dat het lange glas meer water bevat omdat het water daar hoger komt. Zoals je ziet in het filmpje hieronder komt dat conservatie-inzicht ook in andere situaties voor.
    • Piaget schreef over de manier van denken.
    • De school gaat over de inhoud van het denken, kennis en inzicht.
    • Leergeschiktheid: het gemak waarmee leerlingen nieuwe leerstof doorzien, zich eigen maken en zelfstandig toepassen.
    • Intelligentie:
    • A – aangeboren aanleg
    • B – interactie tussen aanleg en omgevingsinvloeden en leerervaringen
    • C – meetbare intelligentie (test)
    • Ga naar het OLC en maak een IQ-test.
    • Schrijf op/print de uitkomsten en bewaar deze bij je aantekeningen.
    • http://www.123test.nl/intelligentietest/
    • Intelligentie betekent volgens Gardner: de bekwaamheid om te leren, om problemen op te lossen . Dit kan volgens hem op verschillende (dus meervoudige) manieren. Dit betekent dat je op sommige manieren meer intelligent bent dan op andere.
    • verbaal/linguïstische intelligentie (woordknap)
    • logisch/mathematische intelligentie (rekenknap)
    • visueel/ruimtelijke intelligentie (beeldknap)
    • muzikaal/ritmische intelligentie (muziekknap)
    • lichamelijke/kinesthetische intelligentie (beweegknap)
    • interpersoonlijke intelligentie (mensknap)
    • intrapersoonlijke intelligentie (zelfknap)
    • natuurgerichte intelligentie (natuurknap)
    • Als je laag op een IQ-test scoort, betekent dit volgens Gardner dus niet dat je niet intelligent bent. Het betekent alleen dat je niet verbaal/linguïstisch, logisch/mathematisch en/of visueel/ruimtelijk intelligent bent. Op één van de andere manieren kan je wel erg intelligent zijn en heel erg uitblinken en daardoor zelfs heel succesvol worden. Mozart was volgens hem bijvoorbeeld muzikaal intelligent.
    • Gardner is van mening dat ieder mens een of meerdere dimensies heeft waarin men uitblinkt (en dus ook graag doet). Verder beweert Gardner dat de traditionele IQ-testen te weinig rekening houden met deze dimensies.
    • Ga naar het OLC en test je eigen meervoudige intelligentie.
    • Schrijf op/print de uitkomsten
    • en bewaar deze bij je aantekeningen.
    • test meervoudige intelligentie
    • Leren doet altijd een beroep op het geheugen.
    • Maar hoe onthoud je het beste?
    • - herhalen
    • uit het hoofd leren
    • Samenvatten
    • Navertellen
    • Vragen stellen
    • aantekeningen maken
    • Vorm groepjes van 4 personen en beantwoord de volgende vraag:
    • Waar ga jij op letten als je kinderen begeleidt bij het leren?
    • Het maakt nogal uit waar een basisschool staat en welke kinderen de basisschool bezoeken.
    • Eén van de onderdelen van de integrale opdracht is: zicht krijgen op de plaats van de school, eventuele problematiek en de kinderen die de school bezoeken.
    • Om je op weg te helpen maken we de volgende opdracht:
    • We werken in 4 groepen.
    • Elke groep gaat met één thema aan de slag.
    • Over dat thema beantwoord je een aantal vragen. Na 30 minuten brengt één iemand van het groepje verslag uit.
    • De 4 thema’s zijn:
      • Brede school
      • dorpsschool/plattelandsschool
      • zwarte/witte scholen
      • scholen in een achterstandswijk
    • De vragen waarop een antwoord moet worden gegeven zijn:
    • - Wat wordt bedoeld met een …….. (Thema)?
    • Met welke problematiek heeft deze school te maken?
    • Zoek een artikel op Internet dat met dit onderwerp heeft te maken.Haal de kern uit het artikel en schrijf die op.