GRNVLD 2013/14

781 views
704 views

Published on

Magazine over het verbinden van stad en land: roep van de wildernis

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
781
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
4
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

GRNVLD 2013/14

  1. 1. en verderWildplukken met Edwin FlorèsTorenvalk door Tommy Wieringa‘Roep van dewildernis’SubliemenatuurervaringenMarjan SlobBushcraftenin NederlandJan DobbeNext natureKoert van Mensvoortmagazine over het verbindenvan stad en land142013
  2. 2. Caroline van der Lee HoofdredacteurColofonGRNVLD is een uitgave van Sjaalman Mediain opdracht van Kasteel Groeneveld.GRNVLD verschijnt vier keer per jaar. Het volgendenummer verschijnt in september 2013.GRNVLDGroeneveld 2, 3744 ML Baarn, grnvld@mineleni.nlUitgever  Sjaalman Media, Chris van KoppenRedactie  Caroline van der Lee Brigitte vanMechelen (hoofdredactie), Christine Tinssen(managing editor), Mariken Bokeloh (redacteur)Vormgeving  Volta_ontwerpers, UtrechtDruk  Wilco, AmersfoortMedewerkers  Marco Bakker, Jos Collignon,Pieter Hogenbirk, Comic House, MarissaDelbressine, Jan Dobbe, Marcel van Driel, KesterFreriks, Jan Hartholt, Michiel de Jong, Frank Jonker,Alice Kok, Marcel van Ool, Aloys Oosterwijk,Hans van Oudenaarden, Frank van Pamelen,Noor Reigersman, Matthijs Sienot, Marjan Slob,Benno Tempel, Els Timmer, Willem Vleeschouwer,Isabel van der Weijden, Tommy WieringaFoto cover  Hollandse Hoogte, Koen VerheijdenFoto achterkant  Hugo SchuitemakerAlle zorg is besteed aan het achterhalen van denamen van de rechthebbenden. Degenen diedesondanks menen zekere rechten te kunnen doengelden, kunnen contact opnemen met de uitgever.ISSN 1566-6190Abonnementen  Een abonnement kost € 25,– voorvier nummers per jaar. Voor een abonnement ziep. 50. Als abonnee bent u tevens vriend van deStichting Groeneveld. De Stichting Groeneveldondersteunt de activiteiten van Kasteel Groeneveld.Als vriend heeft u gratis toegang tot het kasteelvoor uzelf en een introducé, wordt u uitgenodigdvoor openingen en evenementen en krijgt u kortingop speciale publicaties.Aanmelden voor de maandelijkse nieuwsbriefkan via www.kasteelgroeneveld.nlNieuws en persberichten kunt u sturen naar GRNVLD,Groeneveld 2, 3744 ML Baarn, grnvld@mineleni.nl   grnvldmagazine    KasteelGroeneveldEén van de meest fascinerende filmsvan deafgelopen jaren vind ik de documentaire Grizzly man van WernerHerzog. Deze film gaat over Timothy Treadwell, een geflipte acteur die,gedreven door weerzin jegens de beschaafde wereld, besluit de zomersdoor te brengen tussen de grizzly’s in Alaska. Dertien jaar gaat het goed.Met een aantal beren bouwt Treadwell een soort vertrouwensrelatie op.Aandoenlijk zijn de scènes waarin hij vriendschap met een vosje sluit.Maar dan maakt hij een fatale inschattingsfout door in de herfst naarAlaska te gaan. De hem bekende beren zijn zo laat in het seizoenweggetrokken en vreemde beren hebben hun plek ingenomen op zoeknaar voedsel alvorens aan hun winterslaap te beginnen. Bovendien slaathij zijn tent op vlak naast de rivier, de verzamelplaats voor de hongerigeonbekende beren. Treadwell en zijn vriendin worden opgevreten door dedoor hem zo aanbeden grizzlybeer.Het verhaal van Treadwell vertoont overeenkomsten met dat van ChrisMcCandless (Into the wild), dat verder in dit nummer aan de orde komt.Ook McCandless heeft een afkeer van de hedendaagse samenleving entrekt zich terug in de wildernis. Ook hij maakt een inschattingsfout diehem fataal wordt.Beide mannen zijn met hoon overladen en weggezet als onverantwoor-delijke dwepers, hopeloze dromers of beide. Ik begrijp die kritiek. Entoch… Hebben deze mannen daadwerkelijk de kracht van de natuuronderschat? Of was die beangstigende kracht voor hen juist onderdeelvan de aantrekkingskracht. Hebben zij diep in hun achterhoofd nietgeweten dat hun avontuur met de dood kon eindigen? En vooral: vondenzij hun wilderniservaring, ondanks die fatale afloop, toch te prefererenboven een leven zonder sublimiteit?NB Vanwege de ontwikkelingen rondom Kasteel Groeneveld (zie blz. 27) heb ik hetkasteel per 1 maart verruild voor de Zuidwestelijke Delta. De GRNVLD zal dit jaar welgewoon vier keer verschijnen. Brigitte van Mechelen neemt de taken als hoofdredacteurwaar. Brigitte is vanaf het begin bij de GRNVLD betrokken. Het magazine is bij haar ingoede handen.VoorafBeeld:HansvanOudenaarden02
  3. 3. 03Spoorzoeken0406091012182224263234363840zaaigoedKort nieuwsinterviewBram van de KlundertversFrank van Pamelenander beeldThiago BenderessayMarjan Slob – Angstaanjagend en grootsreportageTerug naar de essentiewendeKoert van MensvoortverhaalTommy Wieringakaf en korenReflecties, inzichtenmijn landschapPeter van StraatenoogstHet romantische landschapmmmEdwin FlorèsverstriptDe Elfenkoningde plekHunebed als kansel32inhoudPeter van StraatenMijnLandschap03Foto:ElsTimmer
  4. 4. 04boektentoonstellingnieuws – publicaties, tentoonstellingen, prijs­vragen, campagnes,symposia, innovaties. Nieuws en persberichten kunt u sturennaar GRNVLD, Groeneveld 2, 3744 ML Baarn, grnvld@mineleni.nlArcen kent een lange bewoningsgeschie-denis door de gunstige ligging langs deMaas. Door de eeuwen heen ontwikkeldenzich talrijke tuinen op het landgoed metals middelpunt het majestueuze KasteelArcen. Elk seizoen heeft zijn eigen charme;in de lente komen de tuinen tot leven, dezomer overlaadt de bezoeker met kleurenen geuren en tijdens de herfst ondergaathet park een indrukwekkende metamorfose.Wandel door het romantische Rosarium, metduizenden rozen en meer dan driehonderdsoorten in tien tuinen, via het schaduwrijkeLommerrijk met talloze beekjes, watervallenen vijvers, naar de Wereldtuinen, waarondereen Oosterse tuin en een Rotstuin. Goed vooruren wandelplezier met veel variatie in geuren kleur.  www.kasteeltuinen.nlDieren in de kunstVan oudsher komen dierenvoor op joodse ceremoniëlevoorwerpen. Ook in de beel-dende kunst vormen ze eeneindeloze inspiratiebron.De ligging van Artis in hethart van de toenmaligeAmsterdamse Jodenbuurtheeft eraan bijgedragen datjoodse kunstenaars, zoalsJoseph Mendes da Costa,Samuel Jessurun de Mes-quita en Jaap Kaas naammaakten als kunstenaar inhet begin van de 20ste eeuw.In hun werk speelde de die-renwereld een centrale rol.Zij brachten veel tijd in Artisdoor voor het maken vanvoorstudies. Jaap Kaas waser zelfs dagelijks te vindenen kreeg de officieuze titel‘beeldhouwer van Artis’.Een bonte verzameling apen,kamelen en uilen is onderdeelvan de expositie, waarbij nietalleen uit eigen collectie werdgeput. Bruiklenen uit Artis,Teylers Museum en Beeldenaan zee geven een royaalbeeld van de belangrijke roldie dieren in de kunst enjoodse tradities speelden.De tentoonstelling‘Beestenboel – Dieren in dekunst’, is t/m 1 september 2013te zien in het Joods HistorischMuseum | www.jhm.nlOnbekendewaterwereldEilandhoppen in Nederland? Dat kan in het Ilperveld!Het Ilperveld (vlak bij Amsterdam) is een uitgestrektbrak veenweidegebied, met talloze sloten en vaarten,rietkragen en het bijzondere trilveen. Bij het Bezoekers­centrum zijn verschillende soorten boten te huur.Ontdek de geheimzinnige waterwereld bijvoorbeeldmet een fluisterboot, een elektrische motorboot voor7 personen, en geniet van de stilte en alle bijzonderevogels, zoogdieren en planten. Meer aan bij eenrietveld en stap verend op de veen­bodem die ruiktnaar reukgras. Ontmoet kieviten, ture­luurs, grutto’s,kiekendieven of een roerdomp. Ontdek watermunten lepelblad en op de stukjes veenhei groeit zelfskraaiheide. Regel er een picknickmand bij en maak zodeze bijzondere natuurervaring compleet!Reserveren tijdens kantooruren bij Land-schap Noord-Holland: 088 006 44 55. Op dedag zelf en op zaterdag en zondag kunt urechtstreeks het Bezoekerscentrum bellen:020 482 55 20 | www.ilperveld.nlKasteeltuinen ArcenNa het grote succes van het boek Zelfgeoogst van foodstylisteMarian Flint kon een vervolg niet uitblijven. Zelfgeboerdgaat ‘verder’ – behalve adviezen voor het moestuinieren ingroentekistjes, zakken of flessen, worden er urban-farming-tips gegeven voor het houden van bijen en kippen (ook in destad!) en bevat het rijk geïllustreerde werk heldere instructiesvoor de aanleg van een dak- of geveltuin.Ook fijn: behalve kweektips voor groenten geeft Zelfgeboerdin de vorm van toepasselijke recepten antwoord op de vraag‘Wat kan ik allemaal met de oogst?’Zelfgeboerd | Marian Flint | Uitgeverij Snor | isbn 978 90 799 6144 3lezersaanbiedingZelfgeboerd aanbieding:Op vertoon vandit artikel krijgt u75% korting op defluister­puntersinhet Ilperveld.Geldig: dinsdag t/m vrijdag,t/m 31 oktober 2013tuinFoto: Mike Rouwelerzaaigoed
  5. 5. 05Groenendaalvan buitenplaats tot wandelbosLange tijd was Groenendaal inHeemstede een particulierebuitenplaats die voor deinwoners van het dorpgesloten was. In 1913 kocht degemeente het terrein om hetopen te stellen als openbaarwandelbos, én om forensente trekken. Voor die tijd eenvisionaire beslissing, die inbelangrijke mate heeft bijge-dragen aan het groene karak-ter van de gemeente. Over derijke geschiedenis van Groenen­daal is nu een heerlijk lees- enbladerboek verschenen, volopgeïllustreerd met mooi oudbeeldmateriaal én prachtigenieuwe kleurenfoto’s. Metverhalen over het landschap inde middeleeuwen, de buiten-plaatsen, de begraafplaats ende Floratentoonstellingen van1925, 1935 en 1953.Ook is er is er volop aandachtvoor al die dingen waar veelHeemstedenaren zulke goedeherinneringen aan hebben: dezwemvijvers, de Belvedère,de merkwaardige walvisbanken andere curiositeiten. Enalles waar we nu nog steedsvan kunnen genieten: dekinderboerderij, de speeltuin,restaurant LandgoedGroenen­daal en niet te ver­geten de natuur met haar rijkgevarieerde flora en fauna.Groenendaal – van buitenplaatstot wandelbosRedactie  Michel Bakker, Marloesvan Buuren, Marc de Bruijn,Jaap Verschoor | UitgeverHistorische VerenigingHeemstede-Bennebroek(www.hv-hb.nl) | Prijs  € 24,95isbn  978 90 707 1200 6BoekboekJa NatuurlijkJa Natuurlijk is het boek bij de gelijknamigekunstmanifestatie in het GemeentemuseumDen Haag (GEM). De rijk geïllustreerde publicatiepresenteert inspirerende essays en werken vanmeer dan 80 kunstenaars onder wie Francis Alÿs,Jimmie Durham, Olafur Eliasson, Damien Hirst,Zeger Reyers, Superflex en Ai Weiwei. Wat is natuurlijk? En wie of wat bepaalt dateigenlijk? In een groots opgezette tentoon­stelling laten kunstenaars verrassendepartnerschappen zien tussen mens, natuur entechniek. Met zowel bevrijdende als hilarischegevolgen: je huisdier ontwerp je zelf, schimmelsblijken onze beste vrienden, de stad kun jeoogsten en meeuwen zijn best lekker op debarbecue. Maar ook: je mobiel is je geheugen,Facebook is je habitat, internet de nieuwebiotoop en nanotechnologie is niet meer wegte denken uit ons bestaan.De publicatie is een verdieping op de tentoon­stelling. Filosofen, ecologen, kunstenaars enantropologen verschaffen ons nieuwe inzichtenover de relatie tussen mens en omgeving.Ja Natuurlijk inspireert tot handelen en zetingesleten patronen met humor op scherp.‘Dit boek is te lezen als receptenboek voorecologische intelligentie!,’ aldus Ine Gevers,curator en initiatiefnemer van ‘Ja Natuurlijk’. Ja Natuurlijk. Een nieuwe visie op ecologischeintelligentie | nai010 Uitgeversisbn  978 94 620 8062 1 | Prijs  € 29,50Ja Natuurlijk. Hoe kunst de wereld redtGemeentemuseum Den Haag (GEM),van 15 maart t/m 16 augustustentoonstellingOpen CityIn de zomertentoonstelling van het kunstfortVijfhuizen staat de openbare ruimte centraal:de plaats waar mensen samenkomen endemocratie gestalte krijgt. De hedendaagseopenbare ruimte is aan grote veranderingenonderhevig door een gefragmenteerd publieken voortschrijdende commercialisering enprivatisering. Open City wil een bijdrage leverenaan het actuele debat over het publiekedomein. Kunstenaars en onder­zoekers zijnuitgenodigd om ideeën aan te dragen om opnieuwe manieren met de publieke ruimte omte gaan. Door de artistieke experimentenkunnen nieuwe vormen van openbaarheidontstaan. Van 7 juli t/m 29 september.www.kunstfort.nlVideo-still uit Your Home Is In Our Hands (2011) – Elke Uitentuis Wouter Osterholt
  6. 6. 06 interviewBewondering verwondering
  7. 7. 07‘Een merel die in de dakgoot zingt,verwijst naar wildernis. Zo’n vogel kun je niet sturen, jekunt hem niet bestellen.’ Deze verrassende woorden overeen zingende merel als wildernis zijn afkomstig van Bramvan de Klundert, de huidige directeur van het Waddenfonds.Een andere waardevolle waarneming van Van de Klundertis deze: ‘In ons land is in het leven van één generatievijftienduizend kilometer voetpad en onverharde wegverdwenen. Landschapselementen als houtwallen in eenveelvoud daarvan. Het boerenland is zo goed alsontoegankelijk geworden.’voor natuur geen plekHet meest recente boek van Bram van der Klundert heetOp zoek naar onze natuur met als ondertitel Perspectievenvoor wildernis. Vorig jaar kwam Expeditie wildernis uit, hetverslag van zijn natuurbeleving in de tien wildste gebiedenvan ons land. Het is duidelijk: de auteur heeft iets met wil-dernis. In de wildernis ondergaat hij ‘het sublieme’. In dewildernis ontdekt hij, zoals hij het formuleert, ‘de achter-kant van het leven’. We hebben afgesproken de wildernisop te sporen in een gebied dat Friesland Buitendijks heet,de Waddenkust aan het uiterste noorden van Friesland,nog voorbij het gehucht Sint-Jacobiparochie. Hier, waarde Zeedijk de Nieuwe Bildtdijk kruist, ligt etablissementDe Zwarte Haan. Vanaf de hoge Bildtdijk op de heenwegwijst Van de Klundert op de omgeving: ‘Kijk, zegt hij,reusachtige kavels, landerijen tot aan de horizon. Er is geenpad dat het land in voert. Op de kavels is de biodiversiteit totéén teruggebracht. Hier is voor natuur geen plek.’eigen wettenEen van de belangwekkende stellingen van Van de Klundertis dat natuur en landbouw niets meer voor elkaar kunnenbetekenen. Hij zegt: ‘De natuur die met wildheid heeft temaken, de natuur die haar eigen wetten stelt, onafhankelijkvan de mens is, die mogen we van de landbouw nietverwachten. Landbouw is industrieel en grootschaliggeworden, kijk maar eens om je heen naar die reusachtigeboerenschuren. Er is daar geen ruimte voor andere plantenen dieren dan die de agrariër op zijn land wil hebben.’ Dezeobservatie heeft verstrekkende gevolgen voor natuurbeleiden betekent een kentering in de natuurbeleving, zoals diedecennialang in Nederland overheerste. Van de Klundertbeseftdatalsgeenander:‘Eigenlijkwilniemandhetgeloven,boerenland gold ooit als dé plek voor variëteit aan flora enfauna. Maar met het verdwijnen van de kleinschaligheid enrust in ons landschap is ook de biodiversiteit verdwenen.De  uitzonderingen zijn marginaal. Daarom pleit ik ervoorom landbouw los te koppelen van de natuur. En voor dewildernis eigen zones te creëren.’ Van de Klundert licht toe:‘Dat zou de boeren van een verantwoordelijkheid verlossendie ze niet meer waar kunnen maken. Veel boeren hebbenniets meer met natuur. Denk aan de weerstand van enkeleboeren in de Flevopolder die, met Bleker als boegbeeld,verhinderden dat met een smalle strook natuur van achtkilometer lengte en twee kilometer breed als de verbindingtussen de Oostvaardersplassen en de Veluwe een natuur­gebied van Europese klasse zou doen ontstaan in deachtertuin van driehonderdduizend mensen. Veel meerwerkgelegenheid en oneindig veel meer gebruikers, maarhet kon niet.’robuustSamen met Frans Vera en Dirk Sijmons stond Van deKlundert aan de basis van de Ecologische Hoofd Structuur(EHS). Ze bedachten deze belangrijke strategie om onslandschap te redden in een kelder van Kasteel Groeneveld,en het zou een van de meest revolutionaire visies op denatuur worden: het vergroten en verbinden van de laatstenatuurgebieden. Er is veel geïnvesteerd, maar het beoogderobuuste netwerk is niet afgemaakt. De snelweg ligt er opeen kilometer na. Van de Klundert verbaast zich erover datzo’n drie miljoen mensen – op enige wijze verbonden metnatuurbeschermingsorganisaties, als lid of donateur vande provinciale landschappen, Wereldnatuurfonds ofNatuurmonumenten – nauwelijks politieke invloed lijkente hebben.miljoenenNaast het jaarlijkse miljard subsidie uit Brussel zijn er inNederland de afgelopen decennia honderden miljoenensubsidie naar de agrarische sector gegaan. De subsidielobbyis ongekend. Zeker als je je realiseert dat de natuurbeheer-ders als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer maar eenfractie van dat bedrag krijgen voor de aankoop van grond.“Vijftienduizend kilometer voetpaden onverharde weg verdwenen”Kester Freriks duikt met Bram van de Klundert de wildernis in.Waar kun je die nog vinden?Tekst: Kester Freriks* | Beeld: Aloys Oosterwijk** © Comic House*Kester Freriks (1954) is verbonden aan NRC Handelsblad. Hij is schrijver van romans en van boekenover de natuur, waaronder het recente Verborgen wildernis. Ruige natuur en kaarten in Nederland.**Aloys Oosterwijk (1956) volgde de Academie van beeldende kunsten in Arnhem.Grote bekendheid verwierf hij met de strip Willems Wereld in Panorama. Vanaf 2004 is hij rechtbanktekenaar.
  8. 8. 08Het resultaat van die subsidiestroom naar de landbouw isdat vrijwel alle vogelsoorten die ooit algemeen waren in hetagrarisch cultuurlandschap letterlijk zijn gedecimeerd:kemphaan, watersnip, veldleeuwerik, geelgors, noem maarop. Het boerenland is dood. Als al die subsidies warenbedoeld om de biodiversiteit te reduceren zou je zeggen:missie geslaagd.’geen telefoonDe idee van het robuuste netwerk was belangrijk omdat deresterende natuurgebieden eilanden waren geworden ineen ecologische woestijn. Tijdens de Groeneveld-sessiesontwikkelde het drietal ideeën om de samenhang te verster-ken en de natuur weer zijn eigen beheerder te laten wordenin plaats van de mens te laten knippen, snoeien en plaggen.Om de wildernis te ervaren op de manier zoals Van deKlundert daarvan verslag deed in Expeditie wildernis ver­laten we de zeedijk en lopen rechtstreeks het buitendijksekweldergebied binnen. Van de Klundert uit zijn liefde voorongereptheid: ‘In Expeditie wildernis wilde ik onderzoekenwat de natuur voor me zou betekenen als ik me er een weekvolledig op concentreerde: geen mensen, geen boeken, geentelefoon. Er zijn natuurlijk nog restanten van fraaie land-schappen die we als ons gemeenschappelijke huis kunnenzien, daar is de hand van de mens overal zichtbaar. Ik wasop zoek naar de natuur waar de hand van de mens minderzichtbaar is, waar die nog zijn eigen gang gaat. Er zijn nogplekken waar je dat kunt ervaren, ik heb er tien van bezocht:van Biesbosch tot Bargerveen. Nergens was de hand vande mens onzichtbaar, maar soms was de autonomie van denatuur wel dominanter dan op veel andere plekken. Vooralin het Waddengebied, op eilandjes als Rottumerplaat ofGriend is dat het geval. Het is er nog stil, donker, de zee,eb en vloed zorgen voor dynamiek. De vogels komen er uitverre plekken in het poolgebied naartoe en reizen ook weerverder naar het verre Afrika zonder dat we er iets van weten.Die autonomie ervaren is iets heel anders dan wandelenof fietsen in een landbouwgebied waar de natuur eenmarginale plek heeft.’alles geregeld‘Wildernis, de ervaring van een autonome natuur, leert onsanders kijken naar onze omgeving waar alles van iemand is,alles geregeld is. Stel je voor hoe ons leven en ons denkeneruit zouden zien zonder besef van wildernis, zonder eenidee van wat ongerepte natuur is. Echt ongerepte natuurbestaat eigenlijk niet of nauwelijks meer op onze aarde.Maar we kunnen nog wel allerlei vormen van autonomieervaren. Een zingende merel is mooi omdat je hem niet kuntbestellen, een zonsondergang is altijd mooi totdat je hemkunt bestellen.’krakenWe komen steeds dieper en verder in het buitendijksegebied, waar watergeulen doorheen lopen. Aan de overzijdevan de Waddenzee ligt Ameland. Een groep rotganzenfoerageert en het is opvallend hoe dicht we de vogelskunnen naderen. Van de Klundert is enthousiast: ‘De magievan dit gebied is dat eb en vloed, die hele dynamiek vangetijdenstromen, volkomen onafhankelijk zijn vanmenselijk ingrijpen. Natuurlijk, we hebben verderop dijkenaangelegd maar dat neemt niet weg dat de natuur hier haareigen ritme heeft. Ik vind het telkens weer buitengewoonindrukwekkend dat vogels uit Groenland de oceaan durvenover te steken en overwinteringsplekken hier in Nederlandweten te vinden. Hoe meer je weet, hoe groter jebewondering en verwondering. Die kanoeten daar: het ismagisch dat ze in één ruk de oceaan overvliegen zonderenige training. Tijdens hun vliegtocht wordt hun maag driekeer zo groot: in Groenland is hun maag ingesteld op heteten van insecten en hier kraken ze er schelpen mee.’nutAchter deze visie schuilt een andere overtuiging vanVan de Klundert: het denken over de mens is de laatste jarensterk gebiologiseerd: eigenschappen als gezondheid enintelligentie maar zelfs bewustzijn en geweten wordensteeds meer aan onze biologie gerelateerd. Ook onze kijkop natuur wordt steeds meer een kwestie van economischebetekenis en nut. Dat is op zich niet verkeerd, maar als jedenkt dat menselijke waarden als vriendschap en gelukvoldoende betekenis hebben als je ze biologisch kuntverklaren, mis je wat. Ook de magie en de schoonheid vande natuur kunnen we niet uitsluitend op rationele grondenbaseren. Onze band met natuur onttrekt zich voor een deelaan verstandelijke analyse.contrapunt Terwijl we steeds nietiger figuren worden in het immenselandschap om ons heen, betoogt hij met meeslependenthousiasme en kennis van zaken: ‘Literatuur en kunstlerenonsbeterkijkennaardewereldomonsheen,denatuurleert ons ook beter kijken naar onszelf. In de wildernis vindik iets wat ik het contrapunt van de samenleving zou willennoemen. Juist nu we steeds stedelijker zijn geworden wordthet besef van verbondenheid met de wilde natuur die geheelautonoom haar gang gaat, belangrijk. Nu we weten dat wealles kunnen uitroeien en voor ons dagelijks leven nietmeer direct afhankelijk zijn, zien we dat terughoudendheid,respect en bewondering ons verrijken.’ Bram van de Klundert publiceerde onder meer de boeken:Verlangen goed te leven, Expeditie wildernis en Op zoek naaronze natuur. Hij werkte bij diverse organisaties aan ruimtelijkeplannen en was betrokken bij de grote strategische natuur­plannen van de Rijksoverheid. Thans is hij directeur van hetWaddenfonds, gevestigd te Leeuwarden.interview“Anders kijken naar onze omgevingwaar alles van iemand is”
  9. 9. **Frank van Pamelen is bekend als cabaretier, schrijver en dichter. Hij schrijft theaterprogramma’s, columns, gedichten, liedjes, kinderboeken, musicals en tal vanteksten voor dag- en weekbladen, radio en televisie. In 2005 ontving hij de Kees Stip Prijs voor zijn gehele light verseoeuvre.**Alice Kok studeerde medische biologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, maar ging na haar studie aan het werk als illustrator en striptekenaar.Ze was een van de oprichters van het online Cutie e-zine. Ze publiceerde haar werk in onder andere de Bobo en Zone 5300. Alice illustreerde ook kinderboeken,onder andere voor de Hema.De BiesboschmensOoit heersten tussen biezen, griend en rietDe hakkers en de snijders en de slagersEn was de ruige Biesbosch het gebiedVan stropers, kooikers en vooral: van jagersZe hadden het op wild en vis en vogelsEn wat er ook bewegen kon gemuntZe maakten met hun speren en hun kogelsEn alles met een scherpe punt hun puntDat is voorbij: inmiddels jagen muggenEn steekvliegen op hun beurt op de manDie op zijn luxe boot van honderd ruggenZich radeloos verdedigt met AutanDe jacht; ooit was de Biesboschmens een krijgerNu ligt zijn jacht slechts aan een aanlegsteigerFrank van Pamelen uit Ikea en Andere Verzen (2008)versTekst: Frank van Pamelen* | Beeld: Alice Kok © Comic House**09
  10. 10. 10 Ander beeldGebruikmakend van zwerfafvalmaakt de Braziliaanse kunstenaarThiago Bender kunst in de openbareruimte. Als straatkunstenaar isBender geïnteresseerd in reacties(en interventies!) van passanten opzijn creaties maar ook in de invloedvan het weer en het verstrijken vantijd. Werk van Bender is te zien tijdensde tentoonstelling My waste is yourwaste waarin de vraag ‘Is afval hetnieuwe goud?’ centraal staat.My waste is your waste18 mei – 1 september 2013MOTI Museum of the Image, Bredawww.motimuseum.nlIn het wildBoterhamzakjes, plastic zakjesvan de markt, blikjes,frisdrankflesjes, bidons,doppen, kroonkurken, wikkels,aanstekers, drinkbekers,sigaretten­pakjes, patatbakjes,Big Mac-bakjes en vogels…
  11. 11. Tekst: Brigitte van Mechelen | Beeld: Thiago Bender11
  12. 12. Wat vermag wildernis in onze tijd? In het essay dat filosofe Marjan Slobop verzoek van Kasteel Groeneveld schreef voert ze ons mee vanInto the wild tot stadslandbouw, op zoek naar een antwoord.Still uit de film Into the wild (regie en productie: Sean Penn, 2007).essay12
  13. 13. Tekst: Marjan Slob | Beeld: Hollandse Hoogte13In de lente van 1992laat Chris McCandless zich afzetten bij hetStampede trail vlakbij Denali National Parkin het binnenland van Alaska. Hij trekt inzijn eentje verder – met op zijn rug eenvisnet, ongeveer vijf kilo rijst, een geweer eneen paar boeken. Chris steekt een riviertjeover en stuit na een tijdje op een ontmanteldeoude stadsbus waar hij zijn kamp opslaat.Temidden van de besneeuwde bergtoppen,de hoge hemel en de wilde dieren brengt hijzijn dagen door, levend op een dieet van rijst,planten, en klein wild. In zijn dagboekverhaalt hij hoe verbonden hij zich voelt metde natuur, hoe zuiver en groots het leven is.Hij boekstaaft sublieme momenten.Niet alles is sereen en vredig. Hij beschrijftook hoe hij op een dag een eland schiet. Chrislegt aan, het dier zakt door zijn poten, en hetis aan Chris om het te villen. Snikkend haalthij het hart uit het beest, zijn armen tot overde ellebogen in het bloed. De hompen vleesdie hij uitsnijdt zijn te groot. Chris improvi-seert een rookoven die niet goed wil trekken.Hij weet de vliegen niet voor te blijven en hetvlees bederft; zijn onkunde maakt dat deeland voor niets is gestorven en dat neemt hijzichzelfkwalijk.Ditsjouwenmethetkadaver,met de grote stille kop van de eland die kijkten niet meer kijkt, is net zo goed een subliemmoment als de meer voor de hand liggendeepisodes waarin Chris uitzinnig en met uit-gespreide armen op zijn bus staat, of in deruige natuur zijn haren schudt onder eengeïmproviseerde douche. Dit is wat leven inde wildernis betekent. Het gaat jou te buiten.Begin augustus besluit Chris terug te kerennaar de bewoonde wereld. Dan merkt hij dathij nóg een beginnersfout heeft gemaakt: hetstroompje dat hij overstak voordat de sneeuwwas gesmolten, is nu een woeste, bulderenderivier. Ondoorwaadbaar. Er zit niets andersop dan terug te keren naar de bus, en daarbegint voor Chris het serieuze hongerlijden.De rijst is al lang op, de dieren hebben zichteruggetrokken. Hij moet nu overleven opplanten, die hij probeert te determinerenmet zijn veldgids. Waarschijnlijk eet hij eenverkeerde soort. Hoe dan ook: hij wordt ziek,kan niet meer naar eten zoeken, en sterftergens half augustus, na ruim honderd dagenin de wildernis. Twee weken later wordt hijgevonden.Journalist Jon Krakauer schreef op basis vanChris’ dagboeken en gesprekken met mensendie hem in zijn laatste jaren hadden gekendeen artikel voor het tijdschrift Outside. Datartikel vond zoveel weerklank dat Krakauerhet in 1996 uitwerkte tot een boek, Into theWild; in 2007 verfilmd door Sean Penn. Velenbleken iets te herkennen in de pelgrimstochtvan een eenling die zich boven de middel-maat wil verheffen, en zich daartoe afkeertvan comfort en voorspelbaarheid. De buswaarin McCandless stierf is inmiddels eenpelgrimsoord, op internet woeden discussiesover het plantje waarmee Chris zichzelfmogelijk vergiftigde, en debatteert menover hoe gemakkelijk of dom het is om jebij het determineren daarvan te vergissen.Krakauer kreeg brieven van doorgewinterdeAlaskanen, die hoofdschuddend reppen vanMcCandless onbenul om zo onvoorbereid dewildernis in te trekken. Een oude rot met eenborreltje te veel op schrijft: ‘De afgelopenvijftien jaar ben ik hier aardig wat types zoalsMcCandless tegen het lijf gelopen. Steedshetzelfde liedje: idealistische, energiekejonge­mannen die zichzelf overschatten, hetland onderschatten, en zich moeilijkhedenop de hals halen. (…) Zulke moedwilligeonwetendheid … komt neer op gebrekaan respect voor het land … arrogantie …het zoveelste voorbeeld van een slechtvoor­bereide, overmoedige knul die hierrond­blundert en er een zooitje van maaktomdat het hem aan de vereiste nederigheidontbreekt.’Dit mag zo zijn. Maar het oordeel is ook tehard, want eenzijdig. Het miskent het verlan-gen naar het Andere wat deze jongens drijft.Ik heb zo’n jongen in me. Ik voel dat hij deAngstaanjagenden groots13Een verkenning van subliemenatuurervaringen
  14. 14. natuur in wil, alleen, om zich ermee te metenof om er in op te gaan – waarschijnlijk allebei.Om zijn vernuft te gebruiken en zijn uithou-dingsvermogen te testen. Om ’s nachts teluisteren naar de geluiden van wilde dierenen de wijde hemel boven zich te weten. Omaf te wachten waar die grote stille ruimteom hem heen, die steeds meer een innerlijkeruimte wordt, zich mee gaat vullen. Omdeelgenoot te worden van het Sublieme. Zegmaar eens dat dit geen oprecht verlangen is!Sterker nog: wie dit verlangen niet af en toein zichzelf voelt, is pas echt verloren.Nederland nodigt niet uit tot dergelijke erva-ringen. Ons landschap is daarvoor te getemd,te ontworpen. ‘Overal waar je kijkt / sta jein iemands gedachten,’ dichtte Willem vanToorn.Wij hebben onze natuur goed in de houd-greep. Toegewijde professionals houden onsmeest woeste natuurlijke element, de wildezee, altijd met een schuin oog voor ons in degaten. De golven klotsen tegen de dijken rondde Randstad op een manier die buitenlandersde adem beneemt, en toch kunnen webehoorlijk gerust zijn, verzekeren zij ons. Datis een grote prestatie, waarvoor erkentelijk-heid past. Ik ben blij dat mijn doordeweeksegevoel er een van veiligheid is. Toch voel ikaf en toe het verlangen naar een subliemenatuurervaring. Dat verlangen ketst af op onslandschap. En ik kan het niet helpen, maardat geeft mij ook het idee dat er in mijn landiets ontbreekt.De ontmoeting met hetontzagwekkendeIndeideeëngeschiedenisheeft‘hetsublieme’vanaf het begin een dreigende bijklank. Deeerste vermelding van het begrip is te vindenbij Pseudo-Longinus. ‘De mens dient zich hetoverweldigende en oneindige voor te stellen,en zich zo boven het alledaagse en puurnuttige van zijn bestaan te verheffen,’schrijft hij in de eerste eeuw na Christus inDe sublimitate.In 1674 vertaalde Nicolas Boileau Desublimi­tate in het Frans, maar het duurde nog eeneeuw voordat de term echt wind onder devleugels kreeg. Het achttiende-eeuwseEuropa heeft dan ruim honderd jaar Verlich-tingsdenken achter de rug. In die tijdspanneis de rede eropuit geweest om al wat onsomringt in te voegen in een orde. Dezeinspanning was een belofte: met je verstandkun je de wetten van de schepping achter­halen – en als je ze kent, kun je die wettengebruiken om de schepping naar je hand tezetten. Wat een roes moet dat zijn geweest!Niet langer overgeleverd zijn aan de natuur,maar haar doorgronden, en daarmee desleutel in handen krijgen om haar te voegennaar jouw behoeften! Zo werd het onbekendegestaag in het gelid gedrongen door de ratio.De strak ontworpen en in toom gehoudentuinen van Versailles zijn een helder zinne-beeld voor deze omgang met de natuur.Maar zodra de natuur getemd was tot eengeometrisch landschap begon het te kriebe-len. Men begon een bepaalde sensatie temissen – en anders te waarderen. Voor dieervaring gebruikten de denkers van deze tijdde term ‘het sublieme’. Vanaf dit momentkomt het sublieme te staan voor de dubbel-hartige ervaring die je kunt hebben naar aan-leiding van iets buiten jou, iets dat duidelijkanders, groter is dan jijzelf. Wat je verrukt,maar ook angst inboezemt. Denk donder,bliksem, vulkanen. Stormen, neerstortendewatervallen, woeste zeeën. Het standaard-voorbeeld van een sublieme ervaring is hetgevoel dat je krijgt als je in je eentje op eenhoge bergtop naar beneden kijkt. Daar sta je,je gemoed zwelt: wat is het hier mooi engroots! Maar je voelt ook de diepte trekken.Je beseft hoe nietig en kwetsbaar je bent.Als je valt, dan… Rillingen – van verrukking,van angst? – trekken over je ruggengraat.Juist die zoete dreiging maakt op een ofandere manier dat je je heel levend voelt. Jeervaart het sublieme. Dat is een interessantgevoel, waar je later naar terugverlangt,waarnaar je bewust op zoek kunt gaan.De term ‘het sublieme’ kwam dus op in detweede helft van de achttiende eeuw, aande vooravond van de Romantiek. EdmundBurke en Immanuel Kant zijn de filosofendie het vaakst rond dit begrip aangehaaldworden. Hoewel beide kinderen van hun tijd,verschilt hun denkwijze op een crucialemanier.Kant beschrijft het sublieme in zijn Kritikder Urteilskraft (1790) als die kenmerkendemengeling van plezier en onbehagen. Ookvoor Kants analyse waren de ervaringen vanalpinisten het concrete vertrekpunt, maar alsnel krijgt het angstaanjagende bij hem eenesthetische dimensie. Kunstenaars, denktKant, zijn meesters in de omgang met zakenin ons bestaan die ons angst inboezemen.Een kunstenaar heeft het vermogen om dataantrekkelijke, maar overweldigende Anderewat ons dreigt te overspoelen in een vormgieten. Uiteindelijk gaat het de rationalistKant om dit (volgens hem verstandelijke)vermogen. Doordat kunstenaars erin slagenhet Andere een beheerste vorm op te leggen,kunnen wij het Andere ervaren. Door hetAndere in eenzelfde beweging op te roepenen op afstand te stellen, maken kunstenaarshet Andere toegankelijk voor de burgerij.Zo verwerven kunstenaars, als het warenamens het mensdom, innerlijke vrijheid tenopzichte van wat ons in de stoffelijke wereldangst inboezemt. De (kunstzinnige) ratio kanmensen vrijwaren van de doodsangst van hetstoffelijke lichaam. Dit is voor Kant uiteinde-lijk de functie van de kunst. Deze link tussenhet sublieme en de esthetica is tot op hedensterk gebleven. Het begrip duikt nog steedsvoornamelijk op in het vocabulaire vanmensen die kunst willen duiden.Toch voel ik me minder aangetrokken totdeze opvatting van het sublieme, omdat ikde geruststelling van Kant niet meer kangeloven. Ik ben van na Darwin; ik voel me eenmensendier. Lichaam en geest zijn voor mijniet twee aparte entiteiten die toevallig indit ondermaanse leven zijn samengevoegd.Ze zijn onlosmakelijk verbonden – samenontstaan en samen geëvolueerd. De rede isbelangrijk en definieert mij ook, maar over-Essay14“Wie dit verlangen niet af en toe inzichzelf voelt, is pas echt verloren”
  15. 15. stijgt niet wat ik ten diepste ben, namelijk:een stoffelijk lichaam. Ik zie dan ook niet hoede rede mij kan behoeden voor doodsangst.Integendeel: door mijn rede te gebruiken,besef ik juist dat ik sterfelijk ben. Goedekunst kan een expressie zijn van die angst,en in die zin troosten. Maar ze kan die angstniet overstijgen. Voor mij is het sublieme ookniet vooral te ervaren in, of via, de kunsten.Het sublieme doet zich ook – juist – in dewildernis voor. Je bent door de scheur in hetweefsel van alledag gekropen, de wereld vande pure materialiteit in. Opeens voel je hoegroots de wereld is, en hoe kwetsbaar jij bent.Je beseft ten volle dat je leeft. En al ga je nogzo slim en omzichtig te werk, al laat je je redeop toptoeren draaien, er is geen garantie datje deze situatie overleeft. Dom handelen ver-kleint je kansen aanzienlijk, maar ook eenverstandig, doortastend, onderlegd persoonkan pech hebben en bezwijken in de wilder-nis. Uiteindelijk is het niet aan jou. Jij hebtnamelijk au fond de macht niet. En dat besefis een subliem besef.Ik voel me meer aangetrokken tot de duidingvan het sublieme van een andere achttiende-eeuwse filosoof: Edmund Burke. Deze Iermaakt in zijn A Philosophical Enquiry intothe Origin of Our Ideas of the Sublime andBeautiful (1757) een interessant onderscheidtussen ‘het sublieme’ en ‘het schone’. Het zijnvoor Burke twee totaal verschillende domei-nen, waaraan ook verschillende gevoelens enlichamelijke processen ten grondslag liggen.En precies dat denken vanuit emoties enfysieke reacties vind ik, als zelfverklaardmensendier, interessant.Het schone is voor Burke het welgevormdedat het oog pleziert. ‘Schoonheid brengt je totrust en geeft je de indruk dat Gods wereldordelijk en goed is,’ zo stelt hij. Het subliemedaarentegen is het overweldigende dat jouzou kunnen vernietigen. Waar schoonheidontspant, doet het sublieme je spierensamentrekken. Je voelt angst, en dat wijstop een zucht naar zelfbehoud.Burke postuleert twee domeinen die wordenbeheerst door twee totaal verschillende‘passies’. De vredige passie voor het schonedraait rond de omgang met wat jou omringt.Hoe mooier iets of iemand is, hoe minderonverschillig je ertegenover staat en hoemeer harmonie je met dat andere ervaart.Het ultieme ideaal is hier het ervaren van deschoonheid en de orde van de hele schepping;niet voor niets betekent het Griekse woord‘kosmos’ zowel orde als schoonheid.Hoe anders werkt het in het domein van hetsublieme! Daar is zelfbehoud de crucialepassie. Pijn en verrukking liggen in elkaarsverlengde; dat is een radicale stellingname,een ware breuk in de ideeëngeschiedenis.Wil je het sublieme werkelijk ervaren, aldusBurke, dan begeef je je op een terrein waar jegeestelijke of fysieke pijn riskeert – en wel indie mate dat jouw drang tot zelfbehoud zalworden aangesproken. Dit is ten diepste eeneenzaam avontuur. Het gaat om jouw voort-bestaan. Waar schoonheid staat voor liefde,communicatie en (kosmische) harmonie,staat het sublieme voor een antisociale trekin mensen: het besef dat je sommige belang-rijke ervaringen niet kunt delen, omdat dievia jouw lichaam verlopen. Woorden kunnendie ervaring eventueel aanduiden en daar-mee in het sociale domein trekken, net zoalskunst dat kan. Maar de ervaring zelf vindtbuitenhetsocialedomeinplaats.Dieervaringgaat aan woorden vooraf en is daar nooithelemaal in te vangen. Ziedaar de onmisken-baar mystieke trek van het sublieme. Eensublieme ervaring is een verrukkelijke, inpotentie transformerende ervaring die jou deenormiteit doet voelen van het bestaan waarjij deel van uitmaakt. Het is tegelijkertijd eenoncomfortabele ervaring, omdat zij alleentoegankelijk is vanuit een persoonlijk door-voeld besef van kwetsbaarheid en sterfelijk-heid. Ondanks deze pijnlijke trek van hetsublieme zijn bepaalde groepen mensen naardergelijke ervaringen op zoek. Dit verlangennaar het sublieme staat voor mij, anno nu,voor het zoeken naar een grenservaring ineen (al te) gecontroleerde wereld. Voor hetbesefdatweonsnietalleskunnentoe-eigenen.De zucht naar het sublieme erkent dit,en zoekt naar een reset van het veilige,comfortabele, maar gedempte bestaan alsburger. Zo bezien ligt het voor de hand om tedenken dat juist de wildernis je die reset kanbieden. Wildernis onttrekt zich immers perdefinitie aan onze arrangementen.De gedachte dat wildernis samenvalt methet gevaarlijke Andere is toegankelijkervoor een Amerikaanse adolescent alsChris McCandless dan voor ons Neder­landers. Waar wij in onze beleving van denatuur vooral gevormd zijn door een vriende-lijke sociaaldemocratische natuuronderrich-ter als Jac. P. Thijsse, kunnen zij bogen opeen traditie van woeste wildernisdenkersen -schrijvers, die begint met Henry DavidThoreau en via Jack London en John Muirdoorloopt naar hedendaagse ideologen vande wildernis als Jack Turner en Gary Snyder.Hun cultuur geeft hen bovendien de taal omin hooggestemde termen over de wilderniste praten. Voor Amerikanen is de wildernishaast een morele categorie: die van het onbe-dorvene, het van nature goede. McCandlesslogde in op een gevestigde traditie; hij had deboeken van Thoreau en London letterlijk inzijn rugzak, naast die zak rijst. Hij las wathij kon verlangen van het Amerikaanse land-schap, en dat vormde zijn verwachtingen.De Nederlandse wildernis is daarmeevergeleken een gedachte, een plan. In een“Juist die zoete dreiging maaktop een of andere manier dat jeje heel levend voelt”15“Ik ben van na Darwin;ik voel me een mensendier”
  16. 16. hut kun je uitkijken over de Oostvaarders­plassen, een ‘wild’ gebied waar niets doen demanagementfilosofie is en grote grazers naeen strenge winter dus op natuurlijke wijzewegkwijnen. Kijken naar ontworpen wilder-nis op een stuk land dat we hebben veroverdop de woeste zee: de ironie is niet te missen.Zoals Kester Freriks opmerkt: ‘Een eeuwgeleden diende het ontginnen van wildernisde beschaving. Nu staat het schéppen vanwildernis gelijk aan beschaving.’ Het getuigtpolitiek-bestuurlijk gezien van een nogalwiebelige omgang met het landschap.Typisch Nederlands is óók dat het kan – endat we het doen.In de traditionele, ‘Amerikaanse’ betekenisstaat ‘wildernis’ voor natuur die nog nietdoor mensenhanden is beïnvloed of gevormd.Zo bezien is wildernis iets wat je conserveert– en dat doe je door ervan af te blijven. Dieopvatting kent net zo goed haar ironie, zoalsbijvoorbeeld blijkt uit het werk van de Ame-rikaanse klimmer, filosoof en schrijver JackTurner. Turners essays zijn een hartstochte-lijk pleidooi voor wildernis als onberoerdeplek, los van elke menselijke inmenging,waar het leven zijn juiste loop neemt enzijn natuurlijke harmonie vindt. Die plekwordt een vluchtoord waar zoekende menseneen bepaald soort ‘waarachtige’, subliemeervaringen kunnen opdoen. Je voelt Turnerspassie, zijn oprechte bekommernis dat al diegetemde, in cultuur gebrachte gronden eenbepaald soort ervaring schaarser maken. Zijnpleidooi is mij sympathiek, maar er zittenrare kantjes aan. Om te beginnen heeft zijnomschrijving iets vijandigs: ‘mijn wildernisis een plekje zonder jullie’. En dan is er dieironie, die Turner overigens zelf inziet: hoekun je nu wildernis ervaren als je er eigenlijkniet kunt zijn? Want waar jij bent, is volgensdeze definitie direct geen echte wildernismeer. Zulke wildernis is een droomplek,een fantasie.In feite koppelt Turner sublieme ervaringenéén op één vast aan de wildernis. Alsofbepaalde ervaringen – die ik subliem noem –zich uitsluitend in een bepaalde omgevingkunnen voordoen. Alsof ze alleen daar wortelkunnen schieten en voorgoed verloren gaanzodra de laatste wildernis ontgonnen is. Ditis de angst van Turner en vele Amerikaansewildernisdenkers met hem. Maar is die angstterecht?Ik denk dat de band tussen wildernis en hetsublieme minder het karakter van een wet-matigheid heeft dan Turner doet voorkomen.Dat blijkt bijvoorbeeld al uit het feit dat som-mige mensen zelfs in de meest woeste natuurgeen sublieme ervaringen opdoen. Zet hen inde toendra, een regenwoud of een polder bijnacht, en ze willen vooral naar huis. Zij lijkensimpelweg het talent te ontberen om zichopen te stellen voor de natuur. Gevoeligheidvoor het sublieme in de natuur is kennelijkiets waar je meer of minder aanleg voor kunthebben; een soort vermogen, vergelijkbaarmet muzikaliteit. Er is geen garantie dat eenbepaald wild landschap bij iedereen in elkelevensfase een sublieme ervaring oproept.Deze filosofische kanttekening over de relatietussen omgeving en ervaring maakt de zaakvan natuurbeheerders niet gemakkelijker.Stel dat het al lukt om beleidsmakers te over-tuigen van het belang van die persoonlijke,half mystieke, ‘sublieme’ ervaringen, waarwél wat stukjes wilde natuur voor nodig zijn(ofwel: grond waar anderen van af moetenblijven, ondanks eventueel economischpotentieel), dan nog is er geen garantie datdeze vrijgestelde publieke grond die belang-rijke ervaringen ook levert aan de belasting-betaler. Sommige burgers zullen onbewogenblijven. Waarmee ‘wildernis’ vergelijkbaarwordt met de opera die dankzij overheids-steun kan blijven bestaan, en de vogelkijkhutbij de Oostvaardersplassen doet denken aande gesubsidieerde theaterstoelen waaropde culturele elite neerstrijkt. Het pleidooiis bekend: ‘Overheid, houd dit in stand, wantwij maken hier zulke mooie dingen mee!Dit zijn de ervaringen die ons leven kleuren diepte geven!’ Hoe overtuigend is het alsargument voor mensen die zo’n ervaring opdezelfde plek niet hebben? Zij zullen joumoeten geloven. En het jou vervolgens ooknog moeten gunnen. Maatschappelijk geziengeen eenvoudig verhaal.Maar als de relatie tussen wildernis ensublieme ervaringen losser is dan mensen alsJack Turner het doen voorkomen, is dat ookgoed nieuws. Sublieme ervaringen hoevendan ook niet afhankelijk te zijn van die o zoschaarse wildernis in onversneden vorm. Hetsublieme blijkt eerst en vooral een ervaring,een ervaring waar je bovendien al dan nietgevoelig voor kunt zijn. De getalenteerdenonder ons kunnen misschien al subliemeervaringen opdoen in een béétje wildernis.BramvandeKlundert,directeurWaddenfondsen fervent vogelaar, verhaalt in ExpeditieWildernis over zijn ‘ervaringen met hetsublieme in de Nederlandse natuur’. Omdie over zich af te roepen, moet hij wel zijnbest doen. Ook hij weet dat het sublieme eengeheimzinnige maar cruciale relatie onder-houdt met dreiging. ‘Het angstaanjagendeheeft in Nederland wel een heel kleine plekgekregen,’ meent hij. Maar Van de Klundertheeft een troef: een netwerk om jaloers opte zijn. Hij zet zijn contacten met officiëlenatuurbeheerders in en laat zich welbewustafzetten bij de wildste natuurgebiedenvan Nederland, waar hij zich inspant omeen week lang niemand tegen te komen.Zo verblijft hij in wat hij ‘de achterkant vanNederland’ noemt: Tiengemeten, de Millin-gerwaard, Schiermonnikoog, de Weerribben,en nog zes andere plukjes Nederlandse wil-dernis. Hij lijdt kou, zijn gedachten dwalengeregeld af, en hij betwijfelt of hij wel kanzeggen dat hij zich in de wildernis begeeft alshij zo goed de snelweg kan horen en ’s avondsEssay16“Het besef dat je sommigebelangrijke ervaringen niet kuntdelen, omdat die via jouw lichaamverlopen”
  17. 17. nog steeds de gloed ziet die van de kassenafkomt. Toch rapporteert hij subliememomenten. Die lijken vooral te schuilen inverstilling. In samenvallen met dat wat is,opgaan in de omgeving. Dat is iets waar jetalent voor kunt hebben, maar wat je ookkunt ontwikkelen. Bijvoorbeeld door temediteren, zoals Van de Klundert niet nalaatte benadrukken.Van de Klundert en Turner pleiten ieder ophun eigen wijze voor het koesteren van eenbepaald soort ‘buiten’ dat naar binnen kanvloeien. En beiden vinden zij die voedingvoor hun mystieke lichaam in de wildernis.Zij delen de overtuiging dat wildernis cruci-aal is om hun spirituele dorst te lessen – hoeanders van aard de Nederlandse en Ameri-kaanse wildernis feitelijk ook zijn.Waarin de filosofische tussen­stand wordt opgemaaktWat is nu gezegd? Reële wildernis doet zichvoor tussen twee ironische verdwijnpunten:dat van de ‘ontworpen wildernis’ en dat vaneen ‘wildernis vrij van de smet van mensen-dieren’. Die twee uitersten laten in de prak-tijk een enorme zone open, die toestaat omzowel een oerbos als een volkstuin waaruitje het kweekgras maar niet weg kunt krijgente bestempelen als een vorm van wildernis.Zelfs een ziekenhuis waar resistente bacte-riën hun slag slaan is zo beschouwd wildgebied! Voor beleidsmakers is zo’n ruim,tolerant begrip van wildernis weinig bruik-baar, realiseer ik me. Maar het faciliterenvan beleidsmakers is hier ook niet het doel.Laat het nu genoeg zijn om te stellen dat dewildernis een fysieke plek is waar natuurlijkeprocessen zich voltrekken volgens hun eigenwetten en principes en waar zij hun eigenritme en loop volgen. Een plek waar je alsmens te gast bent.En wat is nu het sublieme? Eerst en vooraleen ervaring, ben ik geneigd om te zeggen.Een ervaring van iets dat groots is en mooi,maarookdreigendenontembaar.Deervaringzelf is notoir moeilijk te omschrijven. Datkan lastig zijn in het publieke debat, maardiskwalificeert in mijn ogen de ervaring zelfniet – integendeel. Om Friedrich Nietzschete citeren: ‘Onze echte belevenissen zijnallerminst praatziek. Ze kunnen zich nieteens uitspreken, ook al zouden ze dat willen.Dat komt omdat het hun aan woorden ont-breekt.’ En die echte belevenis die je kuntopdoen in de wildernis is op zichzelf helderin zijn betekenis: het is een ervaring diejou op je plaats zet. Die duidelijk maakt dater een grens is aan wat jij, klein sterfelijkstoffelijk mensje, vermag. En die juist daar-door een ongekende ruimte biedt.Als je een sublieme ervaring zoekt, vraagt dateen eigenaardige inspanning om tot de juistegemoedsgesteldheidtekomen–eenstemmingwaarin het sublieme zich aan je kan voor-doen. Struinen door weerspannige natuur,blootgesteld aan de elementen, is een krach-tig en beproefd recept om die stemming overjezelf af te roepen. Maar voor iemand metaanleg kan zelfs de observatie van een spin-nenweb aanleiding geven tot een subliemeervaring. Kijk, die spin heeft haar web gewe-ven in de hoek van dat bushokje, bij de tl-bakwaar de vliegen op afkomen! En opeens klapthet blikveld om. Je vloeit naar buiten. Jij bentdie spin; jij bent die vlieg. De spin in jou weeftwebben op instinct; de vlieg in jou zit er maarmooi in vastgeplakt.Het sublieme speelt zich voornamelijk af inthe eye of the beholder. Maar een subliemeervaring is onvermijdelijk gehecht aan eenconcrete plek. Het gegeven dat veel integeredenkers en voelers hun sublieme ervaringeneerst en vooral opdoen in een wilde omge-ving, zie ik als een appel aan landbestuurders.Wildernis blijkt een belangrijke poort naarhet sublieme. Daar, in die omgeving, komtons gevoel voor het sublieme gemakkelijktot bloei. Zorg dus voor wildernis. Opdatsublieme ervaringen toegankelijk blijven. 17“Ontworpen wildernis op een stukland dat we hebben veroverd opde woeste zee”Marjan Slob is filosoofen essayist. Zij schrijftover wetenschap, natuur,democratie, fantasie,technologie – steedsmet de vraag watkennis en ervaringennu voor ons betekenen.Zij doet dat op eigentitel of in opdracht vanorganisaties.www.marjanslob.nlFoto: Adrienne Norman
  18. 18. Terugreportage18De vraag of er in ons land ruimte is voor sublieme natuurervaringen, isniet eenduidig te beantwoorden. De een beweert dat je zo’n ervaring inje achtertuin kunt hebben, de ander meent dat dit alleen maar kan in eenechte wildernis met wilde dieren. Op zoek naar een antwoord ging Jan Dobbeop bezoek bij mensen die (over)leven in de wildernis tot een tweede natuurhebben gemaakt: bushcrafters. Hij vond ze op de Veluwe en trok een dagjemet hen op…
  19. 19. Bushcraften in Nederland19Tekst: Jan Dobbe* | Beeld: Michiel de Jong © Comic House**De term  ‘sublieme natuur­ervaring’ staat voor een ervaring met iets in denatuur dat duidelijk anders, groter is dan jijzelf.Het is een mengeling van verrukking enerzijdsen besef van je eigen kwetsbaarheid anderzijds,die op een of andere manier maakt dat je jeheel levend voelt. Je ervaart het sublieme.Een gevoel waar je later naar terugverlangt,waarnaar je bewust op zoek kunt gaan. Mensendie al dan niet bewust op zoek gaan naar zulkeervaringen, zijn bushcrafters, mensen dievolgens eigen zeggen de natuur ervaren enwaarderen door er zo veel mogelijk deel vante zijn, door er letterlijk middenin te zitten.Hoe kijken zij tegen de Nederlandse wildernis(of juist het ontbreken daarvan) aan?groene mannenOp zoek naar antwoorden kom ikterecht bij Extra Survival, een bush-craft-organisatie van René Nautaen Beke Olbers uit Vledder (Dr.).Ik mag een dagje met hen meelopen tijdenseen extraining, een trainingsweekend methun vrijwilligersteam op de Veluwe. Op de dagzelf word ik per mobiele telefoon naar de plekgeloodst waar het team bij elkaar is. Halver-wege een bospad doemen zes groene mannenop uit het bos. Het is even slikken, het lijken welcommando’s. Maar het valt mee: vriendelijkegezichten, open en enthousiast. Handen schud-den met René, Menno, Frits, Ted, Erwin enBob. Waarom die groene pakken? ‘We willenniet graag detoneren in de natuur. En het isdumpkleding. Goedkoop en zeer degelijk. Geendress code dus, maar gewoon heel erg handig!’Twee mannen hurken plots bij eenboom: ‘Hier was een boommarter!’Ze wijzen op een zwart drolletje.Hetdeterminerenvanzo’ndrolletje,het volgen van dierlijke sporen,de fascinatie daarvoor… het is eenrode draad.Even later bereiken we het kamp waar het teambivakkeert. Er staat een grote tipi, waarin eenkampvuur brandend wordt gehouden. Dat isnodig, want overdag komt de temperatuur nietboven nul (eind maart!) en er staat een gurewind. Hier wordt gegeten en gepraat. Verspreiddoor het bos zie ik afdakjes van zeil met bagageeronder. ‘We slapen niet in tenten, omdat jedan alsnog afgesneden bent van de natuur.We willen er middenin zijn, zodat je een reeof hert dat bij je in de buurt komt grazen, ookecht kunt zien…’thuis in de natuurWaar gaat bushcraft over, vraag ikRené Nauta.‘Kennis haal je van je pc, detv en boeken,’ zegt hij, ‘maar ervaring en waar-dering haal je uit de natuur zelf. Als je de natuurniet als tegenstander maar als medestanderleert zien, zal je je er thuis gaan voelen. Dat iswaar het bij ons over gaat: dat je met gebruikvan al je zintuigen vertrouwd raakt met denatuur en wat zij te bieden heeft. Het is géénsportieve prestatie, zoals bergbeklimmen –zeker niet! Maar wel: Hoe en waar bouw ik eenbivak, welke plant levert zeep, aspirine of touw,met welk materiaal kan ik een goed vuur makenzonder lucifers? Hoe herken ik sporen vanwilde dieren en wat leid ik er uit af? Wat zeggenbepaalde geluiden?’Op de vraag of er in Nederland nog voldoendegelegenheidisomeensubliemenatuur­ervaringop te doen, krijg ik ook bij deze groep natuur-liefhebbers geen eenduidig antwoord. René:‘Echte wildernis heb je hier niet meer, maar datbetekent niet dat je geen mooie natuurervaringkunt hebben. Veel cursussen geven we bewustin Nederland. Want het leren herkennen vanplanten, dieren en bomen begint in feite inje eigen achtertuin. Daarna zal je ze overalherkennen. En technieken, zoals een vuurtjemaken, kun je ook het best hier oefenen.Daarvoor hoef je niet naar de rimboe!’niks magKritiek op het Nederlandse natuur-beleid hebben de bushcrafters echterook.René: ‘Natuurbeleid gaat ervan uit datmensen de natuur schaden. Daarom mag jeer niet komen, al helemaal niet ’s nachts. Zowordt de natuur ‘eng’ en creëer je steeds meerafstand. Wat we hier nu doen, mag niet: van de**Jan Dobbe is freelance journalist en tekstschrijver. Adviseert de redactie van magazine DIER van de Nederlandse Dierenbescherming,waar hij lange tijd hoofdredacteur van was.**Michiel de Jong volgde diverse kunstopleidingen om uiteindelijk voor het vak van striptekenaar te kiezen. Hij publiceert in Zone 5300en maakte met Milan Hulsing de strip Hanuman in het Algemeen Dagblad. De Jong wordt gezien als Nederlandse vertegenwoordigervan de Atoomstijl in de school van Yves Chaland.naar de essentie
  20. 20. 20reportagepaden af, wild kamperen, een vuurtje maken,in het bos slapen. Maar hoe moet je andersde natuur leren kennen?’ Gelukkig kent hij deeigenaar van dit bosperceel, die hen persoon-lijk toestemming heeft gegeven. René: ‘WepratenmetorganisatiesalsNatuurmonumentenen Staatsbosbeheer om de teugels op dit puntte laten vieren. Langzamerhand zie je dat onzeargumenten serieuzer worden genomen.’ Alsvoorbeeld noemt hij landen als Schotland enScandinavië. ‘Daar groeien kinderen op metnatuur. Ze gaan naar buiten, dat is een belang-rijk deel van hun educatie. En zo raken zevertrouwd met de natuur. En wie vertrouwdis met de natuur, gaat er ook beter mee om.’oncontroleerbare natuurDe natuur is populair.Volgens RenéNauta volgden al duizenden mensen eennatuurcursus bij hem. ‘De leeftijd van decursisten ligt grofweg tussen de 20 en de 45.Het zijn vooral mannen, zo’n 75 procent, maarde vrouwen zijn in opkomst.’ In het team islandbouwkundige Beke Olbers de enige vrouw.Als levens- en zakelijk partner van René stapteze in 2009 in het bedrijf. Ze leeft nu samen metRené minstens twee derde van het jaar in devrije natuur. ‘Bushcraft is voor mij een levens-wijze geworden, meer dan technieken encursussen. Wat mij echt naar buiten trekt is dewens om te ervaren en te snappen wat er buitengebeurt, buiten te ZIJN. En dat ‘buiten zijn’is ook het enige dat er is. Dat is heel concreet,heel eenduidig. Je bent zeer bewust bezig metdingen. Het is een illusie dat we de natuurkunnen controleren. Dat wilde, oncontroleer-bare ervan blijft me fascineren.’De bushcrafters zijn qua achtergrond heeldivers. Alleen René en Beke zijn er professio-neel mee bezig, de rest is vrijwilliger. Mennois manager in de sociale werkvoorziening enraakte ‘uit pure nieuwsgierigheid’ betrokkenbij de natuur. ‘Bij het uitlaten van de honddwaalde ik steeds verder van het geijkte pad afen dat wakkerde een ongelooflijke nieuws­gierigheid aan naar wat er in de natuur tebeleven valt.’ Frits verzorgt de inkoop en delogistiek bij een vaatwasmachineproducent, zitzijn hele leven al bij de scouting en ziet buitenleven als één grote uitdaging. Ted doet logistiekwerk bij de landmacht, en kreeg na een jeugd inde natuur (zoon van een boswachter) na 20 jaarweerernstigbehoefteomdenatuurintetrekken.Arend is onderwijzer en kreeg de natuur met depaplepel ingegoten door zijn vader die bioloogwas en doordat hij opgroeide in de polders.Erwin is ICT’er, zit al van jongs af aan bij descouting. Bushcraft heeft hem anders lerenkijken: ‘Je ziet echt iets als je naar buiten kijkt!’Bob is design engineer in Delft: ‘Het bos heeftme te pakken.’adrenalineIn de loop van de middag maken weeen wandeling door het bos– waar weook langs een wildspoor komen waarhigh tech camera’s van Extra Survivalstaan opgesteld om het wild te filmen.Ik raak in gesprek met Bob. Hij is op solocursusgeweest in Schotland: ‘Als je solo gaat, heb jetwee kilo bepakking. Je krijgt geen aansteker oflucifers mee en geen eten of drinken. Je moethet vier dagen en nachten in je eentje redden.Het heeft me gebracht wat ik zocht: de essentievan hoe dingen werken. De directe koppelingtussen de keuzes die je maakt en de gevolgendaarvan: als je nu geen hout verzamelt vooreen vuurtje, is het straks te donker en zit jevanavond in de kou en kun je niet koken. Actieis pure noodzaak. Je leert ook wat dit leven doetmet je lijf. Denk aan de werking van hormonen– adrenaline die gaat werken als je in actie moetkomen. En heb je na een paar dagen je schaap-jes op het droge – eten, onderdak, vuur – dan isdie pure noodzaak weg. Je zakt weer in… Totdathet begint te regenen, dan is de adrenaline erweer vanwege de noodzaak om in actie tekomen.’‘Kijk, de hoefafdruk van een wildzwijn!’ We knielen erbij neer enBob wijst de contouren van deafdruk aan.robinson crusoe‘Al met al leef je in de natuur alsopportunist, als een soort RobinsonCrusoe.Je moet rekening houden met hetweer, windrichting, waar haal ik spullen van-daan? Ontdekkingsreisjes zijn dan belangrijkom te weten wat je kunt verwachten in zo’nterrein. Dus niet steeds dezelfde route lopen,want dan leer je niet. In het dagelijks leven loop
  21. 21. je wel steeds dezelfde route.’ Het geeft Bob eenkick zulke inzichten op te doen. ‘Ik zei tegeneen vriend dat ik die levenswijsheid hadopgedaan: loop nooit dezelfde weg terug. Toenzei hij: “Inderdaad, dan loop je altijd vooruit.”Zo is dat!’Hoe is het eigenlijk met de tijdbeleving? Gaatdie langzamer dan normaal? Bob: ‘Nee hoor, detijd gaat juist verrassend snel. Je hebt maar eenbepaald aantal uren licht om je dingen te doen.Logistiek moet er heel veel gebeuren: houtsprokkelen voor vuur, eten zoeken en bereiden.Je bent continu bezig om te bedenken of ietsnog wel of niet kan. Je hebt het eigenlijk gewel-dig druk!’We zien de drol van een marter…Bob: ‘De draaiing in die drol, daarzie je het aan’.Bushcrafters zijn dus eigenlijk drukke baasjes?Bob:‘Erisconstantwerkaandewinkel.Jemoeteenbasisbestaanorganiseren.Eenonderkomenmakeneninrichten.Houtsprokkelenvoorvuur,zorgen voor water. Voor een beetje licht moet jeheel veel doen. Om zo’n basis te creëren heb jezeker vier dagen nodig. Staat die basis een­maal,dan kun je het zeker nog wel een week uithou-den.Mooiishetgevoelvan ‘thuiskomen’bijmijnzelfgemaakte, provisorische onderkomen.’Wat doet zo’n soloweek met je? Bob: ‘Ontroe-ring. Ik heb wel wat traantjes gelaten op deterugweg. Je hebt jezelf bewezen dat je jezelf inje eentje kunt bedruipen in de natuur. Je doetalles wat nodig is om te overleven. Dat is eenheel krachtige ervaring, een essentieel gevoeldat je nergens anders kunt opdoen. Simpelwegomdat in het dagelijks leven altijd alles al isgeregeld.’We zien een plek waar een roof­vogel een kleinere vogel heeft zittenverorberen: op een oude boomstamliggen veren, kleine botjes.spirituele ervaringLevert bushcraften spirituele erva-ringen op?Is het bos een spiegel van de ziel?Bob: ‘Ik ben geïnteresseerd in de essentie vandingen. Wat drijft mensen? In mijn werk gaathet steeds om ‘meer voor minder’. Machinesmaken die 1.500 vleeskippen per uur kunnenverwerken. Vergelijk dat eens met het gevoeldat je hebt in de natuur als je hongerig bent,de overduidelijke sporen van een konijn zieten denkt: “Hoe krijg ik die op mijn bord?”Vervolgens moet je dat zelf uitzoeken, dingenproberen. Lukt het of lukt het niet en wat doetdat met je? Dit contrast met mijn dagelijksewerk is buitengewoon belangrijk voor me. Ikheb een rol in de maatschappij, maar de weten-schap dat ik onafhankelijk daarvan kan bestaangeeft een geweldige kick.’Volgens Bob beweegt de maatschappij steedsverder af van de kern der dingen. ‘Neem ietsbanaals als een stuk spek. Ontbijtspek bij desupermarkt is iets heel anders dan het spek datde ambachtelijke slager van varkens afsnijdt.De supermarkt is bezig met waardemaximali­satie: daarom bewerken ze het spek zodanig dathet heel veel water kan vasthouden. Omdatwater goedkoop is en body geeft. Het draait nietmeer om het product, maar om de kostprijs.Naarmate je meer bewust bent van je rol in eenwereld die niet draait om echte waarden, heb jemeer tegengewicht nodig in een wereld die jemet de kern van dingen confronteert.’ Op een haar na hebben we eenontmoeting met een groep wildezwijnen. Ze hebben liggen slapenin de bosjes, maar gaan er als debliksem vandoor als ze letterlijklucht van ons krijgen. De teleur­stelling is voelbaar…Met dank aan de mensen van Extra Survival.Kijk op www.extrasurvival.nl21
  22. 22. 22“‘Wat is natuureigenlijk?’ dievraag wordt teweinig gesteld”wende
  23. 23. Een computervirusisnatuurlijker dan een polderlandschapTekst: Matthijs Sienot* | Beeld: Marco Bakker**De TEDx-lezing van Koert van Mensvoort is te vinden op Youtube(www.youtube.com). Het boek NextNature kunt u bestellen opwww.nextnature.net/book/23*Matthijs Sienot is publicist en uitgever van hetkanWel, de website over groener, eerlijker en leuker leven.**Marco Bakker is freelance portretfotograaf.Als in een romantisch theater, zo voeltkunstenaar en filosoof Koert van Mensvoort zich als hij metvrienden in het bos is. Zijn vrienden daarentegen vinden hetheerlijk om ‘even in de natuur’ te zijn. Maar dat bos is tochgewoon door mensen aangelegd en onderhouden? Zo houdtVan Mensvoort zich al tien jaar bezig met de vraag ‘Wat isnatuur?’ De inzichten die hieruit volgden, legden de basis voorzijn ‘NextNature-filosofie’. Hij schreef hierover niet alleen eenrijk geïllustreerd boek, maar hij gaf er ook een inspirerendeTEDx-lezing over.‘In 2001 maakte ik een documentaire voor de VPRO,’ verteltVan Mensvoort. ‘Daarin kwam een stadsmeisje voor datdagelijks haar haren wast met dennenshampoo. Wanneerze op een dag met haar vader in het bos wandelt, zegt ze:“Pappa, het bos ruikt naar shampoo.” Die generatievertegenwoordig ik. De vraag “Wat is natuur?” wordt teweinig gesteld, vind ik.’Maar tegelijkertijd willen allerlei organisaties de natuurwél redden. Van Mensvoort: ‘Dat heeft eigenlijk ietspaternalistisch, want de natuur is toch veel groter dande mens?’ Een belangrijk kenmerk van natuur vindtVan Mensvoort ‘wildernis, oncontroleerbaarheid’. In datperspectief is een computervirus natuurlijker dan eenaangeharkt polderlandschap.Om het begrip natuur te kunnen verklaren, plaatstVan Mensvoort het in een evolutionair perspectief. De aardeontwikkelde zich van een geosfeer zónder leven (4,5 miljardjaar geleden) via een biosfeer mét leven (3 miljard jaargeleden) naar een technosfeer met menselijk leven(tienduizend jaar geleden). Zoals de komst van leven degeosfeer fundamenteel veranderde, zo veranderde hetontstaan van de mens de biosfeer fundamenteel. De natuurveranderde met ons mee. Dat wat de biosfeer heeftvoortgebracht, noemt Van Mensvoort ‘old nature’ en dat watde mens tijdens de technosfeer in gang heeft gezet, noemt hij‘next nature’.Centraal in deze visie staat de gedachte dat onzetechnologische omgeving zo complex, alomtegenwoordigen oncontroleerbaar wordt dat we het als ‘natuur’ gaanbeschouwen. Denk aan de corporaties die ooit door mensenwerden opgericht en nu een eigen leven leiden. Of neem onsfinanciële systeem: hoewel we dit zelf hebben opgezet, wordthet inmiddels bestuurd door computers met een gigantischerekencapaciteit. Van Mensvoort: ‘Deze evolutie is eengegeven. Ik pleit ervoor dat we die accepteren, omarmen enkijken hoe we er mee om kunnen gaan.’Maar is de plastic soep die in de oceaan drijft dan ookeen voorbeeld van ‘next nature’ die we moeten omarmen?‘Nee, wat mij betreft niet. Daar zie je een clash tussen ouden nieuw. De old nature meeuwen verslikken zich letterlijk inhet next nature plastic.’‘Evolutie ontstaat door de interactie tussen mensen,natuur en techniek,’ licht Van Mensvoort verder toe. ‘Wemoeten proberen die ontwikkeling in goede banen te leidendoor bij de technologieën die we maken rekening te houdenmet de behoeftes van mensen en van de biosfeer. De grootstebedreigingen voor de moderne mens zitten tenslotte nietmeer in de biosfeer, maar in de technosfeer. Wij denken dat demens de dominante soort is, maar blijft dat ook zo, of wordenhet corporaties? De behoeftes van corporaties zijn anders danvan mensen. Corporaties willen overleven en groeien, maar zehebben geen behoefte aan schone lucht.’Hoewel hij in zijn lezingen graag grappen maakt overbiologische landbouw, ziet hij dit wel als een manier omde technosfeer beter af te stemmen op de behoeften vanmensen en die van de biosfeer. ‘Maar ik word zelf geen boer,mijn opa was een boer. Nu zijn er robots die we kunneninzetten in de biologische landbouw. Daar geloof ik meer in.Dat vind ik een mooi voorbeeld van techniek die rekeninghoudt met de behoeftes van mensen en van de biosfeer.’   Filosoof Koert van Mensvoort over ‘old’ versus ‘next nature’.
  24. 24. Verhaal Tekst: Tommy Wieringa*  |  Beeld: Willem Vleeschouwer © Comic House**24
  25. 25. 25Ik woon aan de oever van een meer. Hetmeer is leeggelopen, lang groen landkwam voor het water in de plaats. Devissers zijn boeren geworden maar alshet waait trekken er golven door het gras.In hetzelfde jaar waarin de eksters hun nestbouwden, bouwde ik een houten huis in de tuin omin te schrijven. De eksters nestelden op ooghoogtevan de plaats waar ik nu zat te werken, want de eikwortelt op de bodem van het meer en ik woon op dedijk, zo’n drie meter erboven. Vooral in het begin,toen het blad nog niet zo dicht was, kon ik hun hui-selijk leven goed bekijken. Ik was onder de indrukvan hun alertheid, hun dapperheid. Een deel vande zomer ging heen met de strijd tegen mijn katten.Een jaar later bouwden ze een volgend nest,een oksel hoger. Mij leek dat een ingenieuze vondstwant de katten moesten nu eerst om het eerste nestheen, dat leeg bleef en als onneembare hindernisdiende. (Of het dezelfde eksters waren weet ik niet,maar het was zo’n slim verdedigingswerk dat ikaltijd ben uitgegaan van techniek en strategie – eenmeerjarenplan.)Het jaar daarop kwamen de eksters niet terug.Het was april, door het waas van jong groen zag iknu een paartje torenvalken bij het bovenste nest.Ze namen het zonder veel plichtplegingen in beziten vlogen af en aan voor mijn raam. Een verrekijkerwas niet nodig, ze zaten maar een paar meter hoger.Soms keken we naar elkaar, de roofvogel op zijntak en ik in mijn schrijfhuis, lange, borende blikken,terwijl we dachten ‘wat gaat er in dat wezen om?’Aanmijnreizendbestaanwaseeneindgekomen,er waren kinderen geboren, ik ging nu voor hetderde achtereenvolgende jaar nergens heen. Ik waseen man met een werkkamer en een moestuingeworden, iemand die zei: ‘Nee, ik kan niet komen,ik moet straks de kinderen halen.’ Ik hield van bijnaalles wat het leven me gaf, maar soms beklemde mehet gebrek aan bewegingsvrijheid. Steeds innigerwerd dat voorjaar mijn band met de torenvalken;ik beschouwde hun komst als troost voor mijn huis-gebonden bestaan.Het was juni toen ik voor het eerst een kuikenover de rand zag turen. Uit die onnozele verenbalzou een sierlijke kleine roofvogel groeien, eeneffectieve rover die met zijn hele voorkomen enhandelen het woord scherpte belichaamde.Het was druk op de aanvliegroute voor mijnraam, het paartje riep elkaar schel toe in de vlucht.Ze brachten donkere, levenloze pakketjes naar hetnest, soms stak er een muizenstaart uit.In de zomer landden de takkelingen op hetkinderspeelgoed in de tuin, vanaf de dakgoot en hetstuur van een fietsje keken ze toe hoe wij aten endronken in de late zon.De hele winter heb ik aan hun terugkeergedacht, hoe mijn hart zou opspringen als ik hethoge ki-ki-ki weer zou horen. Het is al mei nu, hetnest heeft de winterstormen goed doorstaan, maaris slechts bezocht door een ekster en een kauw dieer takken uit kwamen stelen voor nieuwe nesten.De torenvalk heeft zich niet laten zien.*Tommy Wieringa schreef onder andere de romans Alles over Tristan en Joe Speedboot, het boek waarmee hij doorbrak naar een groot lezers­publiek en dat werd bekroondmet de F. Bordewijkprijs. Zijn reisverhalen werden gebundeld in Ik was nooit in Isfahaan. Essays en beschouwingen van zijn hand verschenen in de Volkskrant enNRC Handelsblad. In 2007 publiceerde hij De dynamica van begeerte, een onderzoek naar de oorsprong van begeerte en de grote rol van pornografie in de moderne wereld. Inmei 2009 kwam zijn roman Caesarion uit en in 2012 Dit zijn de namen, bekroond met de Libris Literatuurprijs 2013. Het werk van Tommy Wieringa wordt wereldwijd vertaald.**Willem Vleeschouwer volgde zijn opleiding aan de Rietveld Academie en de Grafische School, Amsterdam. Hij publiceert onder andere in muziekblad Oor, Elsevier,PSV-Voetbalblad, Autoweek, Het Parool en Cosmo.Torenvalk
  26. 26. DEBATEen volle zaal trok het debat‘Angstaanjagend en groots’ over hetnatuurbeleid in Nederland, dat op 18 april opKasteel Groeneveld werd gehouden. Onderleiding van socioloog/historicus Bert vanMeggelen boog het gezelschap zich over devraag of het Nederlandse natuurbeleid meertegemoet zou moeten komen aan het verlangenvan mensen naar sublieme natuurervaringen.Filosofe Marjan Slob stelde dat het Nederlandslandschap onvoldoende wildernis te biedenheeft en als zodanig weinig aanleiding geeft totsublieme natuurervaringen. Volgens omgevings­psycholoog Agnes van den Berg stimuleer jesublieme natuurervaringen vooral met beterekennis van en voeling met de natuur, duidelijkecommunicatie over die natuur en door tebepalen waar je ‘wilde natuur’ wilt hebben.Volgens kunstcriticus Hans den Hartog Jageris het sublieme (‘schoonheid die je niet kuntbeheersen’) een romantische reactie op destrenge klassieke schoonheidsidealen. Destedenbouw in onze tijd wordt nog steedsbeheerst door de klassieke idealen, zie onzeordelijke nieuwbouwwijken. Bij velen roept diteen hang op naar het onbeheersbare – hetsublieme. Zijn boodschap: laat de beheersinglos. Filmregisseur Babeth Vanloo verteldeover het filmproject De Nieuwe Wildernis overde Oostvaardersplassen en vertoonde eenprachtige trailer. In de film is er ook aandachtvoor filosofische discussie en ervaringen vanmensen, waarbij de focus ligt op de vraag hoede mens zich tot die natuur verhoudt.Een panel bestaande uit Agnes van den Berg,Marjan Slob, Rein Munniksma (Gedeputeerdevan de provincie Drenthe voor natuur enplatteland) en Clemens Driessen (filosoof-ethicus van de RU Utrecht) discussieerdenonderling en met de zaal. Men leek in hetalgemeen positief over invoering van wildernis,maar ‘het moet wel gepaard gaan met duidelijkgecommuniceerde beheers- en veiligheids­maatregelen: hekken, wildroosters, populatie­beheer, beheerjacht’ (Munniksma). Dat eensublieme ervaring niet per se afhankelijk is vande aanwezigheid van wildernis, werd dooriedereen gedeeld. Marjan Slob: ‘Ontvankelijkheidvoor natuur is belangrijk, je moet oefenen omdie ontvankelijkheid verder te ontwikkelen.Oefenen is makkelijker als beheersing afwezigis.’ Reactie uit de zaal: ‘Een ongecontroleerdesituatie willen we niet! Het zit in ons om tebeheersen. Je wilt toch niet dat recreanten doorstieren op de horens worden genomen?’ Agnesvan den Berg: ‘We willen te veel regisseren ensturen. Sublieme ervaringen faciliteren kan ook.Laat mensen meer vrij de natuur te consumeren,laat eigen initiatieven toe, motiveer mensenmeer met de natuur aan de slag te gaan.’ •Natuurbeleid:minderbeheersing?*Jos Collignon is tekenaar en cartoonist en maakt sinds 1992 politieke prenten voor de Volkskrant.In januari 2010 won hij de Inktspotprijs voor de beste politieke tekening.‘We willen te veelregisseren en sturen.Sublieme ervaringenfaciliteren kan ook.’26Tekst: Jan Dobbe | Beeld: Jos Collignon*Kaf en KorenVerslagen, samenvattingen, reflecties, standpunten en inzichten‘Nederlands landschapheeft onvoldoendewildernis te bieden’
  27. 27. Het beheer en de exploitatie van KasteelGroeneveld gaan op 1 januari 2014 terugnaar Staatsbosbeheer, en slechts een deel vande medewerkers kan mee. Dit is de uitkomst vaneen besluit van het ministerie van EconomischeZaken en onderhandelingen met Staatsbos­beheer. (Kasteel Groeneveld is onderdeel van hetlandgoed Groeneveld. Het landgoed is in bezitvan Staatsbosbeheer.)Als onderdeel van het voormalige ministerie vanLandbouw, Natuur en Voedselkwaliteit had hetkasteel tot doel stad en platteland met elkaar teverbinden. Daarom verzorgde KG in opdracht vande minister een programma met beleidsdebatten,educatieve programma’s, publieksevenementenen tentoonstellingen. Jaarlijks namen zo’ntachtigduizend bezoekers deel aan deactiviteiten in en om Groeneveld. Het Kasteel isin de jaren zeventig van de ondergang gered doorrestauratie en nog onlangs gerenoveerd voortoekomstig gebruik.Vorig jaar is uit een intern onderzoek geblekendat handhaving van Groeneveld als plek voordebatten en evenementen niet behoort tot dekerntaken van het nieuwe en gefuseerdeministerie van EZ; het zelf blijven beheren enexploiteren van het kasteel acht men niet meerte rechtvaardigen.Daarom beëindigt EZ per 1 januari 2014 degebruiksovereenkomst en komt de exploitatieen het beheer van het kasteel weer in handenvan de eigenaar, Staatsbosbeheer. Alleprogramma-activiteiten worden beëindigd.Dit heeft tot gevolg dat het GRNVLD magazinein 2014 niet meer zal verschijnen.Staatsbosbeheer wil de exploitatie van hetkasteel op een sterk versoberde en aangepastemanier voortzetten. Hoe precies, is nog nietduidelijk. Het ministerie doet er alles aan omde medewerkers die niet overgaan naarStaatsbosbeheer, te begeleiden naar ander werk.Tot zover de feiten. Het hoeft geen betoog dat ikeen en ander ten zeerste betreur. De behoefteaan discussie over de thema’s die op Groeneveldaan de orde zijn, is immers niet verdwenen. Ikhoop dat duurzaamheid ook hier zijn intrede kandoen: dat het einde weer het begin is van ietsnieuws. Zoals zo vaak in de lange geschiedenisvan de Buitenplaats Groeneveld. •Jan HartholtDirecteur Kasteel Groeneveld‘Hoe precies, is nogniet duidelijk’27TOEKOMSTTekst: Jan Hartholt | Beeld: Brigitte KrooneKasteel Groeneveld de toekomst
  28. 28. 28 Kaf en Koren Tekst: Noor Reigersman*  |  Beeld: Studio Marco Vermeulen, Rotterdam28BEHEER EN BEHOUD*Noor Reigersman is journalist en tekstschrijver.Het Biesbosch Museum, gelegen op een eiland. Dat spreekt tot deverbeelding.Door de ontpoldering van de Noordwaard verandert het landschaprondom en in de Biesbosch drastisch. Het waterpeil van de NieuweMerwede daalt en de polder wordt natter, waardoor de Biesbosch er,net als vroeger, voor zorgt dat de Drechtsteden en Gorinchem drogevoeten houden. Dit is allemaal in het kader van het project Ruimtevoor de Rivier. Behalve meer waterveiligheid biedt dit project ookkansen voor landschap, recreatie en economie. Daar past ook hetBiesbosch Museum in.Een deel van de rivierdijk aan de noordzijde, langsde Nieuwe Merwede, wordt met twee meterverlaagd, zodat het water uit die rivier bij hoogwater over de dijk de polders in kan stromen.Aan de zuidzijde kan het water weer zijn uitwegvinden naar het Hollands Diep. Het BiesboschMuseum ligt midden in een van de uitstroom­openingen. Om al dat water ter hoogte van hetmuseum ook in goede banen te leiden, worden dekreken rondom het museum verdiept en wordener nieuwe waterwegen gegraven, zodat er eeneiland ontstaat. Zo wordt het museumeiland eenintegraal en fraai onderdeel van het landschap.Het wordt verbonden met het vasteland doormiddel van twee bruggen.Het bestuur van het Biesbosch Museum steldevoor om de huidige honingraatstructuur van hetmuseum – bestaande uit elf kleine paviljoens –uit te breiden met vier paviljoens. In overleg metde provincie Noord-Brabant is gekozen voor eenuitbreidingsplan met veel allure, waarbij ook hetbuitenterrein achter het museum ingericht zalworden.In het nieuwe museum komen naast eenheringerichte expositieruimte – met daarin hetbijzondere verhaal van de Biesbosch over hetverleden, het heden en de toekomst – ook eenbezoekersinformatiecentrum, een documentatie­centrum, en meer horecaruimte en een terras. Opde bovenverdieping komen kantoorruimtes voorhet museum, Staatsbosbeheer en het ParkschapDe Biesbosch.Biesbosch Museumop een eilandLand Art in hetZoetwatergetijdenpark
  29. 29. ‘Een uitbreidingsplanmet veel allure’29column marjan slobMomenteel komen er op jaarbasis naast zo’n35.000 betalende bezoekers ook vierduizendmensen bij het museum met vragen over fiets-,vaar- en wandelroutes en verblijfs­accommodatie.Daarom komt er ook een VVV-servicepost in hetbezoekersinformatiecentrum. ‘We verwachtendat de bezoekersaantallen verder gaan oplopen,want een museum op een eiland in een uniekezoetwatergetijdedelta spreekt erg tot deverbeelding,’ aldus Peter van Beek, directeur vanhet Biesbosch Museum. ‘Mensen hoeven in detoekomst uiteraard niet te betalen voor hethorecagedeelte en het bezoekersinformatie­centrum.’De expositieruimte wordt ook heringericht. ‘Alleswordt kritisch tegen het licht gehouden, want decollectie is sinds 1994 in grote lijnen onveranderdgebleven, en is dus wel aan vernieuwing toe,’verklaart Van Beek. ‘Bovendien verandert ermomenteel veel, wat in de expositieruimteeveneens aan bod komt, zoals het verhaal vande mensen die vanwege de ontpoldering van deNoordwaard moeten verhuizen.’Maar daar blijft het niet bij. Ook buiten op hetmuseumeiland is straks van alles te beleven, metde inrichting van onder meer een waterspeeltuin.‘Dan moet je niet denken aan een pretpark,’licht Van Beek toe, ‘maar aan een speeltuinmet als basis de plattegrond van de Biesbosch,waar kinderen kunnen leren en spelenderwijsontdekken.’ Vlak naast het eiland ligt buiten­museum de Pannekoek, een klein gebied dat optraditionele wijze wordt onderhouden, met hetsnijden van grienden (wilgentenen).Het vernieuwde museum wordt zo duurzaammogelijk gebouwd met vegetatiedak, waarvaneen deel beloopbaar is met een fraai uitzicht opde omgeving. Verder komt er een ommuurde wal,die direct aansluit op het museum.Deelnemende partijen zijn Staatsbosbeheer, degemeente Werkendam, Parkschap de Biesboschen VVV Altena Biesbosch. Als alles volgens planverloopt, zal de uitbreiding zo’n zes tot zevenmaanden in beslag nemen en eind 2015 klaar zijn.Wanneer de renovatie precies begint is nog nietbekend. •ErrorariumDe baas van de briljante, maar nukkige dokter House uit de gelijknamigetelevisieserie krijgt een welgemeend advies: ‘Je moet iemand als Houseniet willen controleren. Je moet hem managen.’Ah, managen! Ofwel: meebewegen met je eigen doel voor ogen. Snappendat je functioneel bent in een proces dat je niet compleet beheerst, maardat je wel kunt beïnvloeden.Dit advies lijkt me ook toepasbaar op de natuur. Natuur moet je niet willenbeheersen. Wel kun je snappen dat jij als mens onderdeel bent van natuur-lijke processen – en die dan jouw kant ombuigen, omdat jij wilt overleven.De filosoof Hannah Arendt merkt op dat processen altijd verder strekkendan onze bedoelingen reiken. Een proces kent geen einde. En dat maaktprocessen principieel onzeker en onbeheersbaar. Arendt vraagt zich(in 1958!) dan ook bezorgd af wat wij doen als we ‘natuurlijke’ processencreëren ‘die zonder de mens nooit zouden bestaan en die de aardse natuuruit zichzelf waarschijnlijk niet zou bewerkstelligen’.Ik moest aan haar denken toen ik het werk ‘Errorarium’ van biokunstenaarAdam Zaretsky zag op de tentoonstelling Ja Natuurlijk. ‘Errorarium’ iseen soort jukebox waarin embryo’s van zebravisjes zweven die Zaretskyheeft geïnjecteerd met algen. ‘Doel is,’ zegt Zaretsky, ‘dat de embryo’suitgroeien tot visjes die zichzelf kunnen voeden.’ Breder doel is natuurlijkom ons kunstkijkers te confronteren met ‘goedbedoelde’ ingrepen innatuurlijke processen.Arendt is allang overleden en kan zelf dus niet meer reageren op zo’nkunstwerk. Maar de lijn van haar denken valt wel verder te trekken. Zo denkik niet dat Arendt ons zou oproepen om met onze tengels van de natuur afte blijven ‘omdat we niet goed overzien wat we doen’. Handelingen zettenvolgens Arendt onvermijdelijk een proces in werking dat je niet helemaalkunt beheersen – en tegelijkertijd is handelen voor haar de essentie vanmenszijn. Wel zou ze ons, vermoed ik, oproepen om te handelen vanuiteen bepaalde mentaliteit: een mentaliteit die de onvoorspelbaarheiden onomkeerbaarheid van onze daden erkent – en daarmee werkt.Een heel andere mentaliteit dus dan die ‘Errorarium’ uitwasemt.Misschien zou ze simpelweg zeggen: stop met ingenieurtje spelen.Wees een manager. •Marjan Slob is filosoof, schrijver en moderator. www.marjanslob.nl“Natuur moet je nietwillen beheersen”
  30. 30. tot 30|1118|0802|06 t/m 01|09tot01|0930CULINAIRE LUISTERLUNCHVoor het vierde jaar op rij wordt een lezingenserie op de zondagmiddag georganiseerd inKasteel Groeneveld. Inmiddels Sociëteit Culinair, in de wandelgangen de Luisterlunchgenaamd. Steeds staat er een thema centraal. In 2013 gaan de lunches over Wildernis,en dan natuurlijk vertaald naar ons bord, onze voedselproductie, ons voedsel. Zondag18 augustus gaat de luisterlunch over wildplukken nieuwe stijl door Edwin Florès.SPEURTOCHTBen je nieuwsgierig naar hoe de bewoners vanLandgoed en Kasteel Groeneveld in het verleden leefden?Met de speurtocht Kasteel Groeneveld ontdek je allehoeken en gaten van het kasteel. Zoek de silhouettendie je het verhaal van Kasteel Groeneveld vertellen.Vraag naar deze route à € 1,50 bij de balie.RETURNinteractief kunstwerk in dekasteeltuin van groeneveldIn de binnentuin van Kasteel Groeneveld staatde interactieve installatie ‘RETURN’ vanDenise Cecile. Het kunstwerk is geïnspireerd opde Xylotheek in het kasteel en vormgegeven alseen leeg boomboek. RETURN biedt bezoekerseen podium voor spel en interactie.Peter van Straaten –Weet ik veel. Gewoon, een vogel.Tekeningen van Peter van Straatenwaarin hij zijn blik naar ‘buiten’ richt.Van 7 juli t/m 1 december 2013.WINKELGALERIEElk kwartaal is er een nieuweexpositie met betaalbare kunst ofdesign van een regionale kunstenaar.Tot 1 september 2013 exposeert Ankvan der Zee. Haar beeldhouwwerkenademen lichtvoetigheid en herken-baarheid uit. Haar bronzen beeldenzijn vooral gericht op de vrouwelijkegestalte en de menselijke figuur.nARTure by GumbsDeze kunsttentoonstelling is samengesteld door Shari Lee Gumbs. Zij zocht op basis vanhet thema ‘Natuur’ ruim dertig kunstenaars bijeen die in de brede zin van het woord eenaandeel voor nARTure by Gumbs leverden. De tentoonstelling is een mix van kleding,sieraden, design, fotografie, schilderijen en beelden. Van 2 juni tot 1 september 2013.MuizenhuisErvaar zelf hoe het is om in een kasteel te leven.Als muis in het Muizenhuis op zolder, naar het boekvan Karina Schaapman. T/m eind november 2013.KasteelGroeneveldProgrammaGroeneveld info
  31. 31. [ advertentie ]WWW.BOEKENKRANT.COM1Op vraagvan violisteJanineJansenbewerkte Bart Moeyaert L’Histoire du soldatvoor een eenmalige voorstelling. Iemands liefwerd een persoonlijkebewerking waar Moeyaert zijn ziel in legde.boekenkrant voor nederland en vlaanderen • jaargang 7 • nummer 6 • juni 2013 • www.boekenkrant.comETGAR KERETSUPERLIJMpag 8JEF GEERAERTSDE AFRIKAANSEROMANSpag 7advertentiesPAUL GELLINGSAugustuslandARNOUD RIGTERZoek de zeesnuiverMIKEEN RACHEL GRINTIKlauwhandFRITAABRAHAMSAlles loopt altijd anders PAG 3 PAG 17 PAG 20 PAG 9MAARTENVAN DER GRAAFFDEBUUTBUNDEL pag 9Verder in dit nummer:Stripspagina23Boekhandelspagina26Win een boekpagina27SUSKEEN WISKEAMORASHARRYBINGHAMFIONApag 23 pag 13 advertentieINGMAR HEYTZEREISOEFENINGENpag 21verder op pagina 5 MET ONDERMEER:pag 13 Je moet wel durven: eenfaction-romansituerenrond de troonsbestijgingvan KoningWillem-Alexander. De Boekenvan Oranjegaat overzijn laatstedagenals kroonprins en dememoires die hij op papiermoet krijgenvoor hijKoningder Nederlandenwordt.Muziek inmijn lijfDennis bespreekt Het geheim van Carmen pag 4 | Het ergste wat je kan overkomen pag 11 © DiegoFranssensDE KLEUR VANDE HERINNERINGCareSantosLees hetboekfragment oppagina14www.wereldbibliotheek.nlEenmarathonlopenzondervooreenmarathontetrainen?Lees‘Ik,hardloper’uitgeverijlucht.nl van Stans van der Poel en Koen de jongKasteel Groeneveld brengt literatuur en strips onder de aandacht.Samen met de Boekenkrant elkemaand volop interviews,achtergronden en boekennieuws.Ga naar www.boekenkrant.comGraag nodigen wij u uit voor deGroeneveld Sociëteit Literair op zondag30 juni aanstaande. Wij ontvangen devolgende gasten.HANNEKE VAN EIJKEN draagt vooruit haar recent verschenendebuut Papieren veulens.Het is een krachtige bundelmet optimistische, maarook beklemmende kanten.Van Eijken reist veel engraag, en dat vormt dan ookeen belangrijk thema inhaar poëzie. ‘De verander-ing van perspectief die bij reizen hoort,houdt mij scherp. Als ik niet zou mogenreizen, zou ik heel onrustig worden.’SHIRA KELLER debuteerde in 2012 metM. De roman vertelt het verhaal vankunstenares Leah Rosenberg. Ze moeteen zelfportret maken maar krijgt hetniet voor elkaar. Intussen dringen zichherinneringen op aanhaar middelbareschooltijd, toenze een affairemet een docenthad. ‘Zoals veelmensen,’ verteltKeller, ‘heb ikgeen antwoorden op levens-vragen. Dat frustreert mij. Ikga daar mee om door te schrijven: datlevert mij de illusie van een antwoord,de schijn dat alles even klopt.’Ontmoet onze inspirerende gasten, testuw boekenkennis, geniet van poëzie.Wilt u gesigneerde exemplaren van deschrijvers kopen, dat kan. Zorgt u danalstublieft voor contant geld.De locatie is het stijlvolle dochinformele Koetshuis van KasteelGroeneveld in Baarn. De entreebedraagt tien euro per persoon,daarbij is een drankje inbegrepen.Het programma begint om 14.00uur. Maak uw belangstelling ken-baar via redactie@boekenkrant.com. Via dit e-mailadres kunt uook reserveren.P.S. Ook ontvangen we een special guest,maar deze houden we nog even geheim!Peter van Straaten brachttussen 1963 en 1970 iederezomer een aantal wekendoor op Kasteel Groeneveld.Zijn tentoonstelling ‘Weet ikveel. Gewoon, een vogel’ iszijn natuurlijke rentree.In de tentoonstelling opKasteel Groeneveld, vanaf7 juli aanstaande, vindt u eenselectie vogel-, landschap-en natuurtekeningen vanPeter van Straaten. Met zijnoudere broer Jan trok hij alsjongen de bossen bij Arnhemin om naar vogels te kijken.Zijn observaties legde hijvast in prachtige logboekjes.Later in zijn werk rekte hijhet begrip ‘natuur’ op naarde menselijke aard. Met eenscherp oog voor het mense-lijke wel en wee begon hij,met humor, de melancholiein relaties vast te leggen.De belangstelling voor florakwam pas later, varend metzijn punter over het water bijGiethoorn.Nog steeds gaat Peter vanStraaten regelmatig denatuur in om vogels te kijken.En ieder voorjaar trekt hijer op uit om het prachtigegezang van zijn favorietevogel, de Fitis, te horen. Meerover de aard van Peters beest-jes leest en ziet u in de nieuwverschenen reuzenpaperback:Het kan altijd nog erger. Induizend-en-een tekeningen.‘Weet ik veel.Gewoon,een vogel’GRNVLD Sociëteit Literair op zondag 30 juniHet is een krachtige bundelgraag, en dat vormt dan ookhaar middelbareschooltijd, toenze een affairemet een docenthad. ‘Zoals veelmensen,’ verteltKeller, ‘heb ikgeen antwoorden op levens-vragen. Dat frustreert mij. Ikniet voor elkaar. Intussen dringen zichgeen antwoorden op levens-alstublieft voor contant geld.De locatie is het stijlvolle dochinformele Koetshuis van KasteelGroeneveld in Baarn. De entreebedraagt tien euro per persoon,daarbij is een drankje inbegrepen.Het programma begint om 14.00uur. Maak uw belangstelling ken-baar via redactie@boekenkrant.com. Via dit e-mailadres kunt u
  32. 32. 32 mijn landschap
  33. 33. 33Peter van Straaten heeft een indrukwekkendereputatie opgebouwd als tekenaar en schrijver.Zijn werk werd met diverse prijzen bekroonden van de Universiteit Leiden ontving hij eeneredoctoraat.In 2012 stopte hij na 54 jaar met zijn dagelijksetekeningen voor Het Parool, maar gelukkigtekent Van Straaten onverminderd verderen verschijnt zijn werk volop in verschillendedag- en weekbladen.Tekst: Brigitte van Mechelen | Portretfoto: Marcel van Driel | Beeld: Peter van StraatenHet uitzicht… Ja, hetuit­zicht was beslist een reden om na jaren in hethart van Amsterdam te hebben gewoond naardeze flat te verhuizen (deze flat, een appartementop een der eilanden in het Oostelijk Havengebiedmet uitzicht op het IJ). En de zevende verdiepingis precies goed; zit je hoger dan kijk je overal opneer, zit je lager dan staan er gebouwen in de weg.Maar van nature ben ik een bosmens, altijdgebleven. Ik ben opgegroeid in Arnhem, hethoogste punt van de Veluwe. Gemengd bos,vooral loof maar toch ook dennenbomen – hetmooiste wat er is. De Posbank, Zijpenberg, datwas mijn speelterrein; bosbessen zoeken, bramenplukken, en cantharellen natuurlijk.Mijn vader en broers wisten veel van vogels enik dus ook. Belangstelling voor planten kwam pasveel later, eigenlijk pas toen ik een huisje in Giet-hoorn kocht. Als we dan met de punter uit varengingen irriteerde het me niets te weten van water allemaal aan de wallekant stond, dus ja, toenben ik serieus met de Flora aan de gang gegaan.Daaraan gingen trouwens echt stadse jarenvooraf.De kunstnijverheidsschool waar ik op mijnnegentiende naartoe wilde kon maar op één plekstaan: in Amsterdam. Mijn moeder, die last hadvan het empty nest syndroom, heeft het nogproberen tegen te houden maar ik moest en ikzou. En toen ik er eenmaal was, nam ik meteenhet besluit om een écht ‘stadsmens’ te worden.Ik was een provinciaaltje natuurlijk en wilde perse groots en hoofdstedelijk leven. Wat dat is?Kroegen, drank natuurlijk.Dat stadsmens ben ik heel lang gebleven, totGiethoorn dus.Op het huisje in Giethoorn volgde een groteboerderij in Twisk. Inderdaad ja, het vlakke land.Gék werd ik ervan, die weidsheid, die wind…Dakpannen die rammelden, naar benedenkwamen zelfs. Na een tijdje kreeg ik van Staats-bosbeheer subsidie om iets aan erfbeplanting tedoen. Geweldig, bomen! En ook een spotvogelineens.Echt buiten wonen zou ik niet meer willen. Altijdals er iets is – en er is altijd wel iets in Amster-dam – helemaal ernaartoe en ook helemaal weerterug. En het schoonhouden van al die sloten, nee.Het enige wat ik echt mis is de oprijlaan metklinkers. Van tijd tot tijd moest dat schoonnatuurlijk, dágen mee bezig, heerlijk gewoon.Op je knieën een beetje peuteren, enorm rust­gevend is dat.Dat doet me denken aan het huisje in Italië datwe een tijd hadden, en waar we drie maanden perjaar naartoe gingen. Weg van alles en iedereen,zelfs auto’s konden er niet komen. De bood-schappen brachten we er per kruiwagen naartoe.Wat een rust.Of landschap troost biedt? En of. Schiermonnik­oog bijvoorbeeld, waar wij bijna ieder jaar op devlucht voor de Koninginnedagdrukte naartoegaan en waar we dan de eerste nachtegalenhoren. Dat is gewoon geweldig.In mijn column deze lente in NRC schrijf ik over hetFins Klokje, Tepelkruid en over de Gele Leperikdie zijn kopje opsteekt. Ik dacht, dat heeft ieder-een ogenblikkelijk door. Maar kennelijk zijn erlezers die niet raar opkijken van Jupiteroor, BlauwTonggras en Doornig Mastkruid. Bij sommigenduurde het tot de Gelaarsde Roodspecht tot detwijfel toesloeg.Een persiflage op een natuurstukje, daar had iknou al een hele tijd zin in. Peter van Straaten over cantharellen plukken,het hoofdstedelijke leven en de Gelaarsde Roodspecht.Of landschaptroost biedt?33
  34. 34. Oogst34HetromantischelandschapIn de negentiende eeuwgingmen anders tegen de natuur aankijken. Ze werd opgevat alseen organisme dat zich ontwikkelt, dat dynamisch is enonderhevig aan verandering. Dit stimuleerde de interessein het specifieke en het bijzondere. Hierdoor golden deuniversele wetmatigheden van de Verlichting niet langer.Die aandacht voor het groeiproces van flora en fauna vindenwe in de kunst onder andere terug in de minutieuze studiesvan ‘gewone’ planten. De uiterst gedetailleerd uitgewerktebladeren en stengels krijgen een religieuze dimensie in dezin van respect voor het levende. Behalve deze studies opmicroniveau werd de natuur ook op macroniveaunadrukkelijk met de levensloop in verband gebracht.In het Nederlandse landschap openbaarde zich de Godde-lijke aanwezigheid. Dat was al zo in de zeventiende-eeuwseschilderkunst, toen de natuur werd gezien als een lofzangop Gods grootheid. Volgens deze theïstische opvattingbevond God zich boven de wereld, hoog in de hemel. Depantheïstische visie beschouwt God en de wereld als eeneenheid. In Spinoza’s Deus sive natura – de natuur is GodAls er één periode in de geschiedenis verbonden is aan escapisme is het wel deromantiek. Deze Europese cultuurbeweging ontstond aan het einde van de 18deeeuw en was een reactie op de verlichting en het rationalisme. Het gevoelslevenkwam centraal te staan. Vaak ging dit gepaard met een geïdealiseerd verleden,ver weggelegen geromantiseerde oorden en een verlangen naar de eeuwigheiden de natuur. Ook in de schilderkunst gingen emoties een steeds belangrijker rolspelen en werd de natuur, en met name het landschap, een populair onderwerp.

×