GRNVLD 2013/16

976
-1

Published on

Magazine over het verbinden van stad en land

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
976
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
4
Actions
Shares
0
Downloads
9
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

GRNVLD 2013/16

  1. 1. 16 2013 MAGAZINE OVER HET VERBINDEN VAN STAD EN LAND Monumentaal donderjagen RUUD KUIJER Wereldproblemen oplossen met een game ‘ Voorbij het einde’ Drie decennia Kasteel Groeneveld HERMAN VUIJSJE EN VERDER Taste before you waste Mais door Tommy Wieringa Voedselvoorziening in 2040, Gerard de Vries
  2. 2. 02 VOORAF Invulling geven aan een laatste nummer is een mal ding… (Nog afgezien van een eventuele doorstart waarover we druk in gesprek zijn. In de rouw maar alvast bezig met een volgende liefde, zoiets.) Want, wat doe je met zo’n momentum? Omzien? Vanzelf ja, omzien. Of liever, even stilstaan bij al wat er is en was. Herman Vuijsje schreef een verhaal over drie decennia Kasteel, waarin hij het persoonlijke en politieke met elkaar verbindt. Maar eigenlijk waren we er toen wel zo’n beetje wat dit omzien betreft. Een slotakkoord in de vorm van een vooruitblik, daar voelden we ons meer bij thuis. De discussie over het verbinden van stad en land, voedselvraagstukken, om maar een paar van onze hoofdthema’s te noemen gaat immers door. In nieuwe vormen soms. Zoals gaming, waarover in dit nummer een reportage. Gaming als middel om mensen uit hun comfortzone te halen. Zeker wanneer de spelvorm geïnspireerd is op Burning Man, het jaarlijkse festival in de woestijn van Nevada waar deelnemers een experimentele samenleving bouwen met samenwerking als fundament. Samenwerken, nieuwe verbindingen, de noodzaak en van de weeromstuit de kansen ervan, komen terug in de TrendRede waarvan in dit nummer een ingekorte versie is opgenomen. ‘Vertrouwen, transparantie, wederkerigheid en duurzaamheid worden de valuta van de toekomst,’ valt er te lezen. Mooie woorden, inspirerend ook. ‘Bij een goed einde hoort een goed begin,’ schreef Confucius. Staatsbosbeheer neemt binnenkort de exploitatie van het kasteel over. Wij wensen hen veel wijsheid. Brigitte van Mechelen, hoofdredacteur, interim [Britt@xs4all.nl] COLOFON GRNVLD is een uitgave van Sjaalman Media in opdracht van Kasteel Groeneveld. GRNVLD Groeneveld 2, 3744 ML Baarn, grnvld@mineleni.nl Uitgever Sjaalman Media, Chris van Koppen Redactie Redactie: Brigitte van Mechelen (hoofdredacteur, interim), Christine Tinssen (managing editor), Mariken Bokeloh (redacteur) Vormgeving Volta_ontwerpers, Utrecht Druk Wilco, Amersfoort Medewerkers Marco Bakker, Henk van Blerck, Daniel van den Broek, Comic House, Jan Dobbe, Kester Freriks, Michiel de Jong, Frank Jonker, Jan Willem Kaldenbach, Marcel van Ool, Aloys Oosterwijk, Matthijs Sienot, Marjan Slob, Willem Vleeschouwer, Herman Vuijsje, Isabel van der Weijden, Tommy Wieringa Foto cover Hollandse Hoogte, Herman Wouters Foto achterkant Hollandse Hoogte, Frans Lemmens Alle zorg is besteed aan het achterhalen van de namen van de rechthebbenden. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen contact opnemen met de uitgever. issn 1566-6190 grnvldmagazine Kasteel Groeneveld
  3. 3. INHOUD 03 Loslaten 04 zaaigoed 06 interview 10 ander beeld 12 essay 18 reportage 22 wende 24 verhaal 26 kaf en koren 30 vooruitblik 32 mijn landschap 34 oogst 36 mmm 38 de plek 40 verstript Kort nieuws Gerard de Vries Vrijplaats Trendrede 2014 Serious game Terragon Helen Kranstauber Tommy Wieringa 22 Reflecties, inzichten Landschapstriënnale Lingezegen Ruud Kuijer De ramp getekend Luana Carretto Vegetariër vindt vlees Hoe de zon langzamer ging draaien W ende HELEN KRANSTAUBER, OVER VOEDSEL, SAMENWERKING EN CREATIVITEIT
  4. 4. 04 ZAAIGOED NIEUWS – PUBLICATIES, TENTOONSTELLINGEN, PRIJS VRAGEN, CAMPAGNES, SYMPOSIA, INNOVATIES. NIEUWS EN PERSBERICHTEN KUNT U STUREN NAAR GRNVLD, GROENEVELD 2, 3744 ML BAARN, GRNVLD@MINELENI.NL LEZERSAANBIEDING Heel de wereld Wat zeg jij tegen je (klein)kinderen als ze je over 15 jaar vragen wat jij deed in 2013 om het tij te keren? In haar pas verschenen boek Heel de wereld laat Jelleke de Nooy-van Tol zien waarom en hoe we moeten omswitchen naar een ander soort landbouw en voedselvoorziening. Door anders te kijken en denken, en... door lef te hebben. Heel de wereld gaat over mooie, baanbrekende initiatieven van mensen en organisaties die duurzaam voedsel produceren. Ze herstellen kringlopen op lokaal, regionaal en mondiaal niveau. Deze kringlopen zijn agro-ecologisch, innovatief en gezond. Bij jou in de buurt én in Verweggistan. Het boek laat zien hoe we met elkaar het omslagpunt kunnen bewerkstelligen naar duurzamere vormen van landbouw in heel de wereld. Uitgever: Jan van Arkel | ISBN: 978 90 622 4528 4 Prijs €19,95 MOBIELE TUIN VERSE GROENTEN OP HET DAK aa nb ied ing : DE UI TG EV ER BIE DT AA EM PL 10TEXEURO ARENINGN KO RT ME 5 via www.nvlv. ins ch rij ve n ublicaties > activiteiten>p GRNVLD met opmerking BOEK nl Ruimte is schaars en groene ruimte is daarbinnen het eerste dat opgeoff erd wordt. Initiatieven als pothole gardening, urban farming en verticale tuinen proberen die tendens tegen te houden. In Spanje wordt nog zuiniger met ruimte omgesprongen. Daar rijden nu auto's en bussen met een moestuin op het dak. De mobiele tuin is een initiatief van landschapskunstenaar Marc Grañén. Hij gebruikt daarvoor een systeem met sedum en schuim in een stalen grid. Het rijdende daktuintje is uitgevoerd op een bus die 60 km per uur rijdt en een bestelbusje dat met 90 rondrijdt zonder een worteltje of sperzieboon te verliezen. Ze zijn te zien in L’Estartit in de buurt van het Spaanse Girona. Denk aan de opties! Verse groente mee op de caravan, echte zon voor je planten als je op vakantie gaat. En wat te denken van het uitzicht op geparkeerde auto's. Je zou even met je blote voeten over een Kia heen kunnen lopen of van de zon genieten op een begraste BMW. DUURZAAM Historisch wandelen Groene kinderwagen De Atlas der Neederlanden, een negendelig verzamelwerk uit 1813 met honderden schitterend ingekleurde kaarten en recent geheel gerestaureerd, vormde de inspiratiebron voor Joyce Roodnat en Kester Freriks voor hun boek Wandeling der Neederlanden. Samen doorkruisten ze heel Nederland, op zoek naar sporen van vroeger. De 24 wandelingen zijn door Erik van Zuylen uitgezet en op moderne kaarten gemarkeerd. Ontwerper Bart Bost heeft met zijn duurzame GreenTom Upp de prestigieuze Innovation Award gewonnen op de Kind und Jugend beurs in Keulen. Bart Bost, industrieel vormgever, heeft als zelfstandig ontwerper gewerkt voor verschillende grote merken in de kinder- en babyartikelen branche. GreenTom Upp is zijn eerste eigen product. De GreenTom is vrijwel geheel gemaakt uit gerecyclede kunststoff en. Polypropylene voor het frame en gerecycled PET uit plastic drankflessen voor de bekleding. De kinderwagen is zo slim geconstrueerd dat hij eenvoudig uit elkaar gehaald kan worden en als een klein pakketje onder de arm mee te nemen is. Aan het einde van zijn levenscyclus wordt de Upp eenvoudig weer in zijn geheel gerecycled en hergebruikt. Wandelingen der Nederlanden. Hedendaagse voetreizen door historisch Nederland Uitgeverij Athenaeum | ISBN: 978 90 253 0094 4 Prijs €29,95 KiJK op: www.greentom.com
  5. 5. 05 ZONNEBATTERIJ RECYCLING Visnetonderbroeken WakaWakalamp deze worden nu verwerkt. De netten worden Oude visnetten recyclen tot onderbroeken in Slovenië gerecycled tot onder meer dat gebeurt in Slovenië. Duikers haalden daar onderbroeken, sokken en handdoeken. de afgelopen twee jaar twintig ton aan Maurits Groen is de hoogst genoteerde Achter de speciale aanbiedingen. visnetten regelmaat van bodem vannieuwsbrief met de laatste nieuwtjes, updates van de collectie enopruimactie...zit de organisatie van de ongeveer 1 week een de Noordzee en ondernemer in de Duurzame 100, de lijst Ondergoed voor Kinderen stuurt met een Healthy Seas, een samenwerkingsverband met Nederlanders die het meest hebben bijtussen drie bedrijven, onder meer uit gedragen aan een betere, duurzamer wereld. Nederland. Volgens Healthy Seas bevatten Hij is op de derde plek beland, mede dankzij oceanen wereldwijd zo’n 640 duizend ton de WakaWakalamp. Deze ledlamp op zonneaan achtergelaten visnetten. Door die op stroom is bedoeld voor de armste landen ter te ruimen, wordt niet alleen voorkomen dat wereld. Daar zorgen kerosinelampen voor vissen en andere zeedieren erin verstrikt kwalijke dampen en veel brandwonden. Deze raken, ze kunnen de netten ook prima lamp kan veertig uur branden als hij een dag in recyclen tot ander materiaal. de zon heeft kunnen opladen. De ontwikkeling van WakaWaka is deels gefinancierd via KiJK op: http://healthyseas.org crowdfunding. Groen levert ook rechtstreeks aan overheden in de derde wereld. Voor elke WakaWaka die hij in het Westen verkoopt, VERANTWOORD ZAKENDOEN DIGITAAL ZAAIEN wordt er een gedoneerd aan de derde wereld. Inmiddels is er ook de WakaWaka Power. Deze geeft niet alleen licht, maar kan ook je smartphone of tablet opladen. KiJK op: http://waka-waka.com TIJDSCHRIFT NIEUWE IMVOVOUCHERS BESCHIKBAAR MVO Nederland stelt vanaf 1 oktober 2013 nieuwe IMVO-Vouchers beschikbaar. Ondernemers die verantwoord zaken (willen) doen in ontwikkelingslanden of op opkomende markten kunnen vanaf nu de nieuwe IMVODe Nieuwe voucher gebruiken om advies te kopen voor de Liefde in verduurzaming van hun handelsketen. MVO Amsterdam Nederland betaalt de helft van de advieskosten, wil mensen tot een maximum van 10.000 euro exclusief btw. verbinden Voorwaarde is dat het bedrijf partner is (of die een wordt) van MVO Nederland. behoefte Het afgelopen jaar hebben zo’n vijftig delen aan ondernemers zo’n kortingsbon gekregen. Onder een betere, hen sieradenmaker A Beautiful Story, die zijn meer mensvoucher gebruikt om zijn leverancier in Nepal aan waardige http://www.ondergoedvoorkinderen.nl/nieuwsbrief/[14-10-2013 12:25:44] het FairTrade-keurmerk te helpen, en wereld. garnalenvisser Primstar, die advies inkocht om Niet alleen zijn vloot te verbeteren. middels debat, bezinning en poëzie in het centrum zelf, maar ook middels het Nieuwe KiJK op: www.mvonederland.nl Liefde magazine - een onafhankelijk opiniekwartaalblad over wat beter kan en al gaat in de maatschappij. Vaste pijlers van het tijdschrift zijn maatschappelijke actualiteit, levensbeschouwing en kunst. NIEUWE LIEFDE Meer inforMatie: www.denieuweliefde.com PRINTEN MET ZAAD In het Zuid-Duitse Unterwaldhausen is een akker van bijna een kilometer lang bij 300 meter breed ingevuld met cirkels. Geen graancirkels gemaakt door buitenaardse wezens, maar een digitaal geplande beplanting volgens het wiskundige Voronoi-diagram. De lijnen zijn wilde bloemen, de tussenliggende velden granen. Designer Benedikt Groß van het gerenommeerde Royal College of Arts (RCA) greep de nieuwste techniek in de landbouw aan, precision farming, om er een akker mee te beprinten. Groß had niet enkel een mooi beeld voor overvliegende mensen en vogels voor ogen maar onderzoekt hoe een mix van planten zo efficiënt mogelijk geplant kan worden. Het diagram ziet eruit als de inhoud van een granaatappel en is dan ook een doeltreff end patroon om een ruimte in te delen.
  6. 6. 06 INTERVIEW Zorg om ons dagelijks brood
  7. 7. 07 Tekst: Kester Freriks* | Beeld: Aloys Oosterwijk** © Comic House Over het stellen van ‘domme’ vragen als methode, de duurzaamheid van onze huidige voedselvoorziening en mogelijke taken van de regering ging het gesprek dat Kester Freriks voerde met prof. dr. ir. Gerard de Vries, voorzitter van de projectgroep ‘Voedsel’ van de Wetenschappelijke Raad (WRR). Een gesprek op een passende plek – een kantoor aan het Buitenhof in Den Haag - pal tegenover het Binnenhof waar beleid wordt bepaald… ‘Wij bereiden een advies aan de regering voor over voedselbeleid. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid maakt daarvoor om te beginnen een brede inventarisatie en analyse van de problemen rond dat thema. Welke beleidsadviezen daaraan verbonden zullen worden staat nog te bezien. En uiteraard zullen we moeten afwachten wat het kabinet daar te zijner tijd van vindt.’ Aan het woord is prof. dr. ir. Gerard de Vries, als adviserend lid verbonden aan de Wetenschappelijke Raad (WRR). Tot dit voorjaar vervulde De Vries daarnaast het hoogleraarschap Wetenschapsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Dankzij deze combinatie van functies is De Vries’ visie op voedselbeleid zonder meer van belang te noemen. vreemdelingen Het onderzoek dat De Vries leidt wordt verricht door een kleine werkgroep. ‘De WRR-onderzoekers zijn geen specialisten op het gebied van voedsel,’ aldus De Vries. ‘Dat ben ik evenmin. Juist omdat we vreemdelingen in het veld zijn, hebben we afstand tot het onderwerp. Wat insiders vanzelfsprekend vinden, kan ter discussie komen. Wij mogen ‘domme’ vragen stellen in de hoop daarop intelligente antwoorden te krijgen.’ Het onderzoek van De Vries en zijn team komt voort uit de toegenomen zorg die zowel bij de overheid als in de maatschappij leeft om ons dagelijkse voedsel. De Vries: ‘De Raad concentreert zich op de toekomstbestendigheid van voedselvoorziening. Het accent ligt op de lange termijn. De groeiende aandacht in de samenleving voor ons dagelijks brood is een duidelijk signaal, daar kan een regering niet aan voorbijgaan. Door tal van onderzoeksorganisaties worden bovendien hierover zorgen geuit. Voedsel is een “Het beeld dat wij van voedsel hebben is inadequaat” onderwerp waarin tal van onderzoeksgebieden samenkomen. We kijken zowel naar mondiaal als lokaal niveau, en bestuderen uiteenlopende onderwerpen – zoals klimaatverandering en grondstoffenschaarste – die van invloed zijn op het voedselaanbod. Ook volksgezondheidsvraagstukken hebben onze aandacht.’ bijzondere positie Wat telkens aan de orde komt als de onderzoekers zich in het veld van voedselvoorziening begeven, is de bijzondere positie die Nederland inneemt. Ten eerste zijn wij de tweede exporteur ter wereld, na de Verenigde Staten, als het gaat om export van agrofood-producten. Ook als het kennisinstellingen betreft, waaronder Delft en Wageningen, bekleedt Nederland een prominente plaats. ‘En,’ vult * Kester Freriks (1954) is verbonden aan NRC Handelsblad. Hij is schrijver van romans en van boeken over de natuur, waaronder het recente Verborgen wildernis. Ruige natuur en kaarten in Nederland. ** Aloys Oosterwijk (1956) volgde de Academie van beeldende kunsten in Arnhem.Grote bekendheid verwierf hij met de strip Willems Wereld in Panorama. Vanaf 2004 is hij rechtbanktekenaar.
  8. 8. 08 INTERVIEW De Vries aan, ‘onze land- en tuinbouwsector behoort tot de wereldtop als het gaat om efficiency. Dat zijn de sterke punten van ons land. Maar de vraagstukken van deze tijd vragen niet alleen om nog meer efficiency en nog meer export. De vraag is veel eerder: houdt het huidige stelsel van voedselvoorziening op de lange termijn stand? Hoe ziet onze voedselvoorziening er in 2040 uit?’ De Vries: ‘Het beeld dat we van voedselproductie hebben is vaak nogal romantisch gekleurd. En de industrie haakt daar graag op in. De agro- en foodsector gaat economisch gezien echter slechts voor twintig procent over de land- en tuinbouw. Tachtig procent van de toegevoegde waarde komt voor rekening van de industrie, dienstverlening, logistiek, dus van aspecten van de voedselvoorziening die veel minder op ons netvlies staan. Het idee dat het eten rechtstreeks van de boer naar het bord gaat, is weliswaar geliefd bij veel “ ussen boer en bord bevinden T zich tal van schakels” mensen maar het is niet de realiteit. Tussen boer en bord bevinden zich tal van schakels. Denk maar aan de verwerkende en levensmiddelenindustrie, de groothandel, de supermarkten. Het zijn ingewikkelde, zelfs onoverzichtelijke voedselwegen die bovendien afhankelijk zijn van vele markten. Bij voedselvraagstukken denken we algauw aan honger en armoede in derdewereldlanden. In de moderne tijd is daar een nieuw probleem bijgekomen dat zich vooral voordoet in de westerse, geürbaniseerde wereld waar obesitas en overgewicht een bedreiging vormen voor de volksgezondheid. Maar ook voor het rijkere deel van de wereld dienen zich, door de complexiteit en onoverzichtelijkheid van het stelsel dat ons van voedsel voorziet, op termijn nieuwe vragen aan over voedselzekerheid en voedselveiligheid aan.’ risico’s De Vries noemt het wereldwijde web van voedselstromen het ‘voedselnet’ en constateert dat hieraan allerlei gevaren zijn verbonden. Hij noemt dit netwerk ‘gulzig’, omdat het zoveel in zich opzuigt: ‘Voer voor onze varkens en kippen is afkomstig van sojaplantages in Zuid-Amerika. De varkens “ SE-crisis van destijds B heeft velen de ogen geopend” of het varkensvlees gaan via transport over de weg naar Italië. De ham of salami die er daar van wordt gemaakt, wordt vervolgens weer naar allerlei landen geëxporteerd. Al die vervoersbewegingen brengen risico's met zich mee. Virussen die van dier op mens overgaan krijgen bijvoorbeeld gemakkelijker de kans zich te verspreiden. Door de schaal van productie is bovendien al snel sprake van grote uitbraken.’ Volgens De Vries is het bewustzijn van de ondoorzichtigheid rond de voedselvoorziening gegroeid door de BSEcrisis die in 1996 in Groot-Brittannië losbrak. Aan koeien is voedsel verstrekt afkomstig van slachtafval. Daardoor konden ziektekiemen zich snel vermeerderen en verspreiden. Beelden van koeien die geruimd werden en vervolgens werden verbrand noemt De Vries ‘middeleeuwse taferelen zich op het netvlies van elke burger en elke regeringsverantwoordelijke’ zijn geëtst. Sindsdien is het denken over voedsel ingrijpend veranderd. ‘Kijk maar eens hoeveel tv-koks er zijn, hoeveel kookboeken er verschijnen en hoeveel documentaires over voedsel er de laatste jaren zijn gemaakt,’ betoogt De Vries. ‘In een aantal opzichten kun je de vergelijking maken met het ontstaan van milieubewustzijn: een besef dat grote wereldproblemen en de privésector met elkaar verbindt.’ Dat laatste doet zich ook voor rond duurzaamheid, of zoals De Vries het noemt ‘ecologische houdbaarheid’. Hij somt een aantal problemen op dat zich aandient bij dit onderwerp: ‘De voorraden mineralen en grondstoffen zijn niet eindeloos, daarvan moeten we ons bewust zijn. Ook bedreigt voedselproductie de biodiversiteit van het land, waardoor op den duur de vruchtbaarheid aangetast gaat worden. Bovendien is de klimaatverandering een niet te onderschatten factor, omdat naar verwachting het aantal extreme weersomstandigheden daardoor zal toenemen. Stel dat door overvloedige regenval of buitensporige hitte de maisoogst in de VS mislukt, dan heeft dat mondiale repercussies.’ De onderzoeksgroep ‘Voedsel’ van de WRR komt aan haar gegevens dankzij tal van gesprekken die ze door heel Neder-
  9. 9. 09 land voert met betrokkenen. Daar horen vanzelfsprekend boeren en veehouders bij, maar ook groothandelaren, transporteurs, kennisinstellingen als Wageningen, supermarkten enzovoort. Bovendien verdiept het team zich in de beschikbare literatuur. Het wekt geen verbazing dat de stroom studies, artikelen en boeken over dit onderwerp de laatste decennia explosief is toegenomen. toenemende schaarste In het complexe stelsel van bedrijvigheid rondom voedsel doet zich de tendens tot concentratie voor. De schaal neemt toe; denk maar aan de intensieve landbouw en veehouderij. Grote, internationale bedrijven worden steeds belangrijker. En er is de dreiging van toenemende schaarste aan grondstoffen, die de bedrijven tot verdere concentratie aanzet. Volgens De Vries vertrouwen we te veel op de ‘veerkracht’ van de voedselbronnen. Andere landen lijken zich dit meer te beseffen. Landen kopen landbouwgronden, buiten de eigen landsgrenzen, zoals China bijvoorbeeld doet in Afrika. Dit besef leidt ook tot door velen zeer gewaardeerde lokale initiatieven van stadslandbouw en streekmarkten. Momenteel biedt dit geen alternatief voor de gehele voedselvoorziening. Hoewel de Nederlandse bevolking een miljard euro heeft uitgegeven aan biologische producten, en hiermee een mijlpaal heeft bereikt, is dit toch slechts een fractie van de gehele voedselomzet. zoetwaren Volksgezondheidsrisico's zijn volgens De Vries verbonden met de ‘onzichtbaarheid van de gevaren’. De Vries: ‘Kijk, roken is een zichtbaar gevaar. Een sigaret is aanwijsbaar als bedreiger van gezondheid. Maar we kunnen de hoeveelheid suiker, zout of ongezonde vetten in ons eten nauwelijks tra- “ ier ligt een taak voor H de regering” ceren. De gezondheidsgevaren schuilen in de opeenstapeling van kleine hoeveelheden van deze stoffen die we via een breed scala aan voedingsmiddelen tot ons nemen. Hier ligt een taak voor de regering om het consumentengedrag in gunstige zin te beïnvloeden. Bijvoorbeeld door de omgeving “ oedselproductie speelt zich af in V een industriële context, niet alleen in het weiland” te veranderen. Denk maar eens aan scholen of andere onderwijsinstellingen, waar leerlingen of studenten makkelijk aan ongezonde producten als frisdranken en zoetwaren kunnen komen. Ik woon in Utrecht. Als ik op het station de trein neem, loop ik door een gang waar het aanbod van fastfood overstelpend is. Niet dat een regering dat per onmiddellijk kan veranderen, wij kunnen als Wetenschappelijke Raad wel aandringen dat bewindslieden deze onderwerpen en problemen op de agenda zetten. reëel beeld Met het adviesrapport ‘Voedsel’, dat voorjaar 2014 verwacht wordt, hopen De Vries en zijn onderzoekers dat de huidige of aankomende regering de voedselproblematiek serieus in ogenschouw neemt. Kernpunt van zijn aandacht is dat de voedselproductie in ons land een hoge mate van industrialisatie kent. Koeien in het weiland zien we wel op melkpakken staan, maar dit beeld strookt niet met de werkelijkheid. Een bedrijventerrein is reëler. Of, zoals De Vries het formuleert: ‘Voedselproductie speelt zich af in een industriële context. Maar voedsel vertegenwoordigt ook immateriële en traditionele waarden, die we niet mogen vergeten.’ De Vries meent dat de BSE-crisis van destijds velen de ogen heeft geopend: ‘Alleen direct betrokkenen wisten hoe de stromen in de voedselvoorziening precies liepen.’ Dat die ontwikkeling aan velen voorbij is gegaan, heeft er ook mee te maken dat het Ministerie van Landbouw niet meer bestaat en dat landbouw is opgenomen bij Economische Zaken. ‘Dat heeft een zakelijke uitstraling,’ aldus De Vries. ‘Voedsel is een gewoon handelsproduct, het is economie. Bij deze zorgelijke ontwikkeling hoort een passende beleidsagenda.’ Daarvan zouden de verschillende partijen doordrongen moeten zijn, van regering tot producent en consument. ‘Reflectie op voedsel is noodzakelijk,’ aldus De Vries. ‘We realiseren ons onvoldoende dat het beeld dat wij van voedsel hebben inadequaat is.’
  10. 10. 10 ANDER BEELD
  11. 11. 11 Tekst: Brigitte van Mechelen | Beeld: Sjoerd Holzbergen VRIJPLAATS De Bezige Bij organiseerde er feesten zoals eerder Pieter Brattinga dat deed. Karel Appel had er een tijdlang zijn atelier, de ruimtes waren lekker groot dus zodoende. Schrijvers, schilders, muzikanten - Wim Crouwel, Eddy Posthuma de Boer, Friso Kramer, Simon Vinkenoog, Ed van der Elsken, Joop van Tijn, Peter van Straaten, Opland om er maar een paar te noemen - waren er kind aan huis (of permanente logé). Er zijn opnames gemaakt voor Paulus de Boskabouter, Pipo de Clown, Farce Majeure. Er werd (veel!) muziek gemaakt en opgenomen door onder meer Boudewijn de Groot, Thijs van Leer, Ramses Shaffy en zelfs Jacques Brel kwam langszeilen. Lasse Braun koos het kasteel als locatie voor de opname van Body Love, een film over liefde en poëzie. Al vonden anderen de betiteling pornofilm meer op zijn plaats. Het maken van een bordesfoto is een traditie op Groeneveld. Dit exemplaar stamt uit 1972, waarschijnlijk een verjaardagsfeest. Onder de gasten Remco Campert, Jeroen Henneman, Hans Dagelet, Gerben Hellinga, Margrid Boissevain, Johnny Lion en Nico Scheepmaker. Respectievelijk dichter en schrijver, beeldend kunstenaar, acteur, schrijver, fotomodel, popzanger en journalist. ‘De jaren zestig en zeventig op kasteel Groeneveld: een gelukkig makende periode,’ aldus film- en televisieregisseur Frans Weisz. Voor wie meer wil weten: Kasteel Groeneveld, Buitenplaats voor stad en land Uitgeverij Thoth ISBN 978 90 6868 596 1
  12. 12. 12 ESSAY ‘Inspiratie ten tijde van de crisis’ noemen de mensen achter de TrendRede hun alternatieve Troonrede. GRNVLD publiceert een ingekorte versie van de TrendRede én een interview met initiator Tom Kniesmeijer, de psycholoog die bij toeval verzeild raakte in de wereld van de Trendwatchers, in hun verhalen een rode draad ontdekte en ervoor zorgde dat de handen ineen werden geslagen. Kniesmeijer bracht hiermee in praktijk waar het in de TrendRede over gaat: over het maken van nieuwe verbindingen. Denkend aan Nederland, zien we een stuwmeer aan innovatie, ternauwernood bijeengehouden door een staketsel van aan elkaar gebreide regelgeving. De status quo is die van disruptie, chaos en onzekerheid. Er schiet steeds meer los en de vraag is welke weg die energie zoekt. Het stroomt wel degelijk in Nederland. Het stroomt alleen nog niet door. De tijdgeest staat in het teken van de kleine verbetering versus het grote systeem. Het is tijd om de regels weer even links te laten liggen en te zien waar we uitkomen. Op zoek naar aanwassende stromen. 1. Stuwmeer aan innovatie Nederland vernieuwt van onderaf. Er ontstaat zo langzamerhand een stuwmeer in Nederland, een stuwmeer aan innovatie. Gaan alle vernieuwende ideeën de komende jaren werkelijk door breken? Dat hangt mede af van de oude dam, opgebouwd uit regels en restricties. Het geloof in het oplossend vermogen van de oude wereld is weg – al wordt er van verschillende kanten hard gelobbyd om de schijn van controle op te houden. op zoek naar echte vooruitgang Onze natuurlijke drang naar meer bleek een vruchtbare kraamkamer voor efficiëntie en standaardisatie, kostenminimalisering en winstmaximalisering. Het efficiency denken vraagt om een vorm van intelligentie die gericht is op het foutloos reproduceren van gegevens in plaats van het in twijfel trekken van informatie. ‘We shape our tools and afterwards our tools shape us,’ zei Marshall McLuhan ooit. Het meest treffende resultaat is de opkomst van technologische werkloosheid: we creëren meer banen voor machines en software dan voor mensen, stelt een rapport van het Massachusetts Institute of Technology. compleXiteit als bestaansrecht. Het doel van standaardisatie en efficiëntie zijn we ver voorbij. Nationaal Ombudsman Alex Brenninkmeijer stelt in het jaarverslag 'Mijn onbegrijpelijke overheid' dat burgers de overheid niet meer begrijpen; en misschien nog erger, de overheid begrijpt de burger niet meer. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) geeft in het rapport 'Onbeperkt Houdbaar' aan dat het natuurbeleid te ingewikkeld en te technocratisch is geworden. We hebben een wereld gecreëerd waarin het toevoegen van complexiteit een overlevingsstrategie is geworden.
  13. 13. 13 Tekst interview: Brigitte van Mechelen recht doen door dwars denken Het overheersende sentiment is dat veel organisaties groot zijn geworden door slecht te doen. We zijn het blinde vertrouwen in fatsoen en waarheid kwijtgeraakt. Het gebrek aan vertrouwen is de werkelijke crisis, omdat het zand strooit in een draaiende motor. Gelukkig bouwt het maatschappelijk vertrouwen zich van onderop opnieuw op, door kleine ondernemingen die dicht bij ons staan. Het is tijd voor mensen die recht willen doen door dwars te liggen. Voor bedrijven die het goed willen doen, in plaats van wat minder slecht. zich door de overtuiging dat technologie al onze problemen gaat oplossen. Apps detecteren of iemand aan een depressie lijdt. Auto’s gaan zelf rijden en robots print je thuis uit. De grootste uitdaging die we als mensheid hebben is niet de techniek, maar de toepassing. Gaan we de nieuwe technologische mogelijkheden toepassen vanuit ons bestaande paradigma van consumptie en controle of vanuit menselijke maat en balans? de deelgeneratie De generatie die te midden van dit alles opgroeit, zwengelt die balansmotor hard aan. systeemelastiek Ze zijn vertrouwd met de stroomversnelling in Nieuwe technologie, een veranderde omgeving technologische ontwikkelingen en willen een en een rijker menselijk bewustzijn dragen wereld bouwen die beter aansluit bij de huidige talloze mogelijkheden aan. ‘Thuisafgehaald.nl’ netwerkmaatschappij. Niet alles wat kan moet, wordt als oneerlijke concurrentie gezien voor oordeelt een groeiend deel der jongeren. Ze de horeca, ouderparticipatiecrèches (OPC’s) omarmen de deel- en leeneconomie, hechten kunnen eigenlijk niet worden toegestaan omdat minder waarde aan bezit. Dat de mens een socize geen gediplomeerd personeel hebben en par- aal dier is en van nature wil delen, is ook binnen ticuliere hotelkamerverhuurder 'Wimdu.nl' biologie en psychologie een populair thema. wordt achtervolgd wegens valse concurrentie binnen de hotelbranche. Restricties en regelgeving worden rigide gehanteerd. Wat we nodig hebben is systeemelastiek. Om het stuwmeer aan innovaties te laten stromen is oprekken en vormverandering van bestaande systemen, structuren en regels noodzakelijk. 2. Zelforganiserende dwarsverbindingen van controle naar perspectief Wat wij horen in alle vernieuwende initiatieven in Nederland is dit: geef ons groei in betekenis. Laat geld opnieuw zijn daadwerkelijk ondersteunende rol vervullen, die van overbrugger van verschillen, in plaats van zijn centrale plaats als motor van de economie. Dit als opmaat naar de tijd waarin we groei realiseren die in balans met natuur en leefomgeving is. Door decennialange conditionering zijn we het begrip vooruitgang verkeerd gaan interpreteren, als een groeiende economie, meer consumptie en een hoger Bruto Binnenlands Product. We moeten van controle naar perspectief. Creatieve destructie noemde Joseph Schumpeter dat in de vorige eeuw: alleen door te kappen maak je plaats voor het nieuwe. technolotopia Nieuwe technologie biedt ons de middelen om een wereld te bouwen die de oude overbodig maakt. De cyber-utopische houding kenmerkt Het grote verhaal van de toekomst wordt verteld in kleine zinnen, wordt gefluisterd van mens tot mens. De manier waarop we de wereld organiseren is veranderd, alleen is er geen overkoepelende beweging, geen duidelijke leider, geen pr-bureau dat het verhaal verkoopt. Er zijn slechts verbindingen tussen individuen. eigen kracht als bron Het is een teken van de tijd dat mensen op allerlei gebied op zoek zijn naar de kern. Die zijn we enigszins uit het oog verloren door de nadruk op alle Kwartaalberichten en Verantwoordingsprotocollen. Niet voor niets is de aandacht voor ambachtelijkheid en persoonlijke drijfveren groot. Van het voldoen aan de verwachtingen bewegen we richting persoonlijke zingeving. Binnen het onderwijs wordt veel werk gemaakt van het definiëren en controleren van eindtermen, er wordt helaas niet voldoende getraind en getoetst op innovatiedrift en ‘een leven lang INTERVIEW Het hoezo en waarom… TOEKOMSTPSYCHOLOOG TOM KNIESMEIJER OVER RODE DRADEN, GLAZEN BOLLEN EN HET VOEDEN VAN OPTIMISME. Het ontstaan van de TrendRede verliep heel organisch, aandoenlijk eenvoudig eigenlijk. Zoals de dingen horen te gaan, eigenlijk. Eind 2009 verscheen mijn boek De seizoenen van de tijdgeest en niet lang daarna kreeg ik bericht van TWOTY, wat staat voor ‘Trendwatcher of The Year’, dat ik was genomineerd. Verrast natuurlijk - ik ben psycholoog, leg me toe op de vraag hoe mensen met verandering omgaan en profileerde me niet als trendwatcher – maar vereerd was ik ook. Carl Rohde won, heel terecht overigens. De avond van de uitreiking gebeurde er iets interessants. Alle genomineerden waren uitgenodigd een praatje te houden en hoewel de vertrekpunten heel verschillend zijn - de een richt zijn blik vooral op economische trends, een ander op mode en weer een ander focust zich op ontwikkelingen in technologie – zag ik een rode draad. Iedereen leek innovaties te signaleren, vernieuwingen die van onderaf leken te komen. Er hing iets van transitie in de lucht, een nieuw optimisme, een geloof in eigen kunnen dat misschien weleens tegenwicht zou kunnen gaan bieden aan het slinkende geloof in oude oplossingen. Ik besloot een bijeenkomst te beleggen om die waarneming van mij af te lees verder op pagina 15...
  14. 14. 14 ESSAY If you change the way you look at things, the things you look at change. wayne dyer (psycholoog, 1940 - heden)
  15. 15. 15 leren’. Daarom vullen nieuwe ecosystemen het gat op: massive open online courses, bijvoorbeeld, ofwel MOOC's. Inmiddels ging De Universiteit van Nederland van start, waar hoogleraren gratis internetcollege geven. de revolutie van het zelf Wat is het nieuwe paradigma, die nieuwe bronenergie die wij zien opborrelen binnen onze samenleving? Zelforganisatie, het logische vervolg op de individualiseringsgolf. Het nieuwe uitgangspunt is dat eenieder zijn persoonlijke ecosysteem opbouwt en dat zelf zo goed als mogelijk gezond houdt. Al die instituten die we in het leven hebben geroepen om de belangen van individuen te bundelen, het complete maatschappelijke middenveld, het wordt bedreigd in zijn voortbestaan. Het lijkt allemaal alleen maar minder te worden, maar uiteindelijk zal blijken dat we er een nieuwe rijkdom voor in de plaats krijgen. De energie komt niet langer uit het grote collectief, maar uit onszelf. Zelforganisatie is de bronenergie van onze maatschappij. technologie, de grote facilitator Het grote gemiddelde verdwijnt en daarmee de zeggingskracht van algemene wijsheden, regels en protocollen. Big Data helpen om beleid vanuit het individu op te bouwen – en om verbindingen te leggen waar die voorheen niet gemaakt konden worden. De belofte van Scanadu, een miniscanner die belangrijke lichamelijke gegevens dagelijks meet, is bijvoorbeeld dat het mensen hun eigen gezondheid in de hand laat nemen en volgen, zodat ze al doende leren hoe karakter, locatie, activiteit, voedsel en medicijnen samen het lichaam beïnvloeden. delen is krijgen De laatste jaren werd regelmatig de angst verwoord dat met het badwater van de collectiviteit ook het laatste beetje solidariteit weggespoeld zou worden. De mensheid zou zich verliezen in ongebreideld egoïsme, waarbij alleen het eigenbelang telt en medeburgers verworden tot concurrenten. De crisis heeft ons echter geleerd dat veel van onze doelstellingen zonder verbinding nauwelijks bereikbaar zijn en we dus zonder anderen niet floreren. Het vrijgevochten ik van weleer kiest er in deze tijd voor om de verbinding aan te gaan. Geen verbinding vanuit afhankelijkheid, maar verbinding vanuit eigen kracht. Vanuit zingeving, in plaats vanuit controle. realistisch positivisme Er is gewoon sprake van vooruitgang en groei, alleen is die groei niet per definitie financieel. De nadruk ligt eerder op zelfbeschikking, authenticiteit en zingeving. Waarden die niet eenvoudig op een balans weer te geven zijn, maar wel degelijk grote waarde vertegenwoordigen voor de mensen die erover beschikken. Peer to peer-lenen is een wereldwijde groeimarkt. Waarom zou je niet een deel van je spaargeld investeren in ideeën die je persoonlijk aanspreken, of dat nu het koemelkvrije luxe ijs van Professor Grunschnabel is, een windmolenpark in de Noordzee of Buitengewone Varkens. Op het gebied van duurzaamheid timmert The Planet Fund aan de weg. Internet vormt het voertuig. De virtuele sociale netwerken vormen de beweging. Samen leiden ze tot een maker revolutie. Productie, communicatie en distributie vallen vrij en worden door middel van technologie (de 3D-printer bijvoorbeeld) opnieuw uitgevonden, in eigen hand gehouden. 25 miljoen mensen verhandelen hun eigen kunst of creatieve producten via Etsy, bij elkaar gaat er nog net geen miljard euro in om. Dat is geen klein winkeltje meer. zelf verbinding maken Wie door de chaos van de transitie heen kan kijken, ziet hoe zelforganisatie de contouren levert waarbinnen nieuwe succesformules ontstaan. Het succes van Buurtzorg en Eigen Kracht Centrales maar ook van ‘RepairCafe.nl’ of ‘HetKanWel.net’ zingt rond in maatschappij en politiek. We leggen onze eigen verbindingen, en die lopen in plaats van top-down of bottom-up steeds vaker opzij. De nieuwe tijd is de tijd van de zelforganiserende dwarsverbinding. verbinding is geen verbandje Iedere vernieuwing heeft zijn nadelen. Sociale media graven verbindingskanalen en humaniseren het communicatielandschap. Maar ze faciliteren ook de donkere kant van menselijke interactie; ze maken zichtbaar hoe sterk we elkaar be- en veroordelen. Onderzoek geeft aan dat mensen zich eenzamer voelen naarmate ze meer Facebook contact hebben. Soms wordt door de nadruk op eigen verantwoordelijkheid slim verhuld dat in feite VERVOLG INTERVIEW tasten, kijken of wat ik dacht te zien, ook door anderen werd gedeeld. Het zou een bevlogen avond worden. Het liet me, de paar weken die volgden op deze avond, niet los. We moesten hier wat mee, maar wat? Dit gevoel werd nog versterkt toen een radioverslaggever na een interview met mij tegen de luisteraars zei: ‘Dit was de man van de glazen bol. Nu terug naar het nieuws.’ ‘Terug naar het nieuws, terug naar het nieuws,’ gonsde er door mijn hoofd. Dat wat er gaande is, dat andere denken, die aanwassende nieuwe mentaliteit geen nieuws… Niet lang daarna kreeg ik een ingeving: laten we een TrendRede opstellen. Een alternatieve Troonrede, inspiratie ten tijde van de crisis, een cadeautje aan het Nederlandse volk. Mijn nieuwe TWOTY-vrienden, op één na, schaarden zich achter het plan en in 2011 verscheen de eerste TrendRede. En in stijl van de geldloze economie, een van de perspectieven die we signaleren, is alles - van samenstelling, tot vormgeving, druk, website en pr zonder uitruil van geld voor elkaar gekomen. ‘Optimisme van onderaf voeden’ is mijn persoonlijke drijfveer, niet alleen voor het meeschrijven aan de Redes, waarvan dit jaar de vierde verscheen, maar ook voor het geven van presentaties in den lande. Onlangs tijdens een bijeenkomst van bibliothecaressen kreeg ik de vraag: ‘Is het niet selff ulfilling prophecy wat jullie prediken?’ Mijn antwoord hierop was: ‘Ja. Voedt en bundel nieuwe initiatieven, dan krijgt het vanzelf meer kracht.’ Want: je moet zaaien om te kunnen oogsten. Tom Kniesmeijer is de initiator van de TrendRede en voorzitter van de Effiejury - een vakprijs voor effectieve communicatie. WWW.KniesMeiJer.nl
  16. 16. 16 ESSAY sprake is van bezuinigen. In plaats van eigen kracht spreekt men dan ineens van zelfredzaamheid. De verbinding is dan niet meer dan een verbandje. Nieuwe ecosystemen vragen om andere valuta, zoals vertrouwen, transparantie, wederkerigheid en duurzaamheid. Wie verbindingen wil maken heeft sociale vaardigheden nodig. En een andere taal. We moeten het bekende maar ingewikkelde pad van strategische vergezichten, toekomstbestendige oplossingsrichtingen, van best practices naar strategic plan en return on investment verlaten. Vernieuwing komt voort uit een idee. Een idee, geen ideaal, een idee, geen ideologie. rière, ouderen geen reanimatie. Het adagium ‘maak je eigen leven’ verandert in ‘maak wat van jouw leven!’. Niet wat je overkomt is het belangrijkst, maar wat je ermee doet. In zijn boek Antifragiel zegt hoogleraar risicomanagement Nassim Nicholas Taleb: ’Naarmate samenlevingen complexer worden, met meer specialisatie en het neusje van de zalm aan fijnregeling, worden ze ook kwetsbaarder voor instorting.’ Wie oefent op veerkracht, aldus Taleb, wordt minder vatbaar voor faalangst en leert door trial en error hoe het best om te gaan met de onverwachte gebeurtenissen en de onbeheersbare natuurfenomenen die de wereld kenmerken. Het laatste lemma van de Rede is een werkwoord: Dwarsverbinden. Geciteerd wordt Kees-Jan Bandt van RoyalHaskoningDHV: ’Wij zijn gewild vanwege onze integrale aanpak. We hebben alle kennis in huis over stedenbouw, infrastructuur, milieu, bereikbaarheid, planologie en de economische aspecten van een project.’ Vooral de leerschool dat ieder project begint met onderzoek en overleg valt internationaal op. Werd Nederland in de jaren negentig geprezen om zijn Poldermodel, wij zien kansen voor een Nieuw Hollands Model. Dwarsverbinden, dat is een kracht waar Nederland groot in kan worden. Dwarsverbinden betekent het geheel zien en vanuit eigen kracht en een gedeeld gevoel van richting een dynamische verbinding creëren, indien nodig tot ver over de landsgrenzen. Op de site www.trendrede.nl kunt u verder lezen over het toelaten van onzekerheid, accepteren dat we niet alles weten. En hoe de vaarroute (niet het anker) het houvast levert; over Asynchrone Wederkerigheid oftewel over ons maakbaarheidideaal dat ten einde komt. Of zoals Arnon Grunberg uitlegde: ’Het probleem van de moderniteit is dat er geen plek meer is voor het noodlot, het tragische. Er gebeurt iets ergs, dan moet de overheid meteen een maatregel nemen waardoor dat erge nooit meer kan gebeuren. Dat is naïef. Wij leven op een tragische planeet en er bestaat zoiets als het noodlot, dat wil zeggen er zijn machten die sterker zijn dan wij. Dat moeten wij accepteren.’ Ook over het grote loslaten valt het een en ander te lezen. Het is namelijk begonnen. Jongeren hoeven geen auto, dertigers geen car- De conclusie van de TrendRede 2014 drukken we integraal af: Ons land heeft een bloeiende economie, onwaarschijnlijk veel slimme mensen en een fantastische infrastructuur. Overal in Nederland ontstaan verrassende dwarsverbindingen en nieuwe ecosystemen. De stroom verbreedt zich. Een stuwmeer aan innovaties wacht op doorbraak. Mensen zijn aan het oefenen, ze bereiden zich voor op een nieuwe tijd, vanuit hun eigen energiebron. Iedereen staat met iedereen in verbinding en alle verbindingen geven betekenis aan- en vormen het ecosysteem waarin we ons bewegen. Wie door die bril kijkt, ziet een krachtig weefsel dat dankzij vele dwarsverbindingen beschikt over kracht en inventief vermogen. Zo maken we de weg vrij voor niet alleen een frisse blik op de problemen van vandaag maar vooral ook op de kansen van morgen. Nederland stevent af op een tijdperk van zelforganiserende dwarsverbindingen. De nieuwe wereld groeit organisch. Het is de verschuiving van macht van het instituut naar zelforganisatie en de dwarsverbinding die de veranderingen aanstuurt. Vanuit zelforganisatie creëren we nieuwe weefsels, die samen een fluïde ecosysteem vormen. 3. Fluïde Ecosystemen Dit is een ingekorte versie van de Trendrede 2014. Voor de complete rede, eerdere redes, informatie over hun samenstellers en de blogs die zij bijhouden, zie: www. trendrede.nlChristine Boland, Tony Bosma, Marcel Bullinga, Goo PUBLICATIE De TrendRede 2014 is samengesteld door: Christine Boland, Tony Bosma, Marcel Bullinga, Goos Eilander, Richard Lamb, Norbert Mirani, Carl Rohde, Hilde Roothart, Farid Tabarki, Ronald van den Hoff, Marie-Lou Witmer.
  17. 17. [ advertentie ] WWW.BOEKENKRANT.COM De succes Nederlands sen van een specia peloton in Afgha l forces nistan. Kijk voor meer www.dainformatie nger-clos op e.nl DE BESTE BRON VOOR Thomas Blondeau 1978 – 20 13 BOEKE NNIEU WS – JA ARGAN G 7, NUMM ER 11, NOVEM BER 2013 – WW W.BOE James Salter? toch dat Die schre neukboek ef ? 3 Boeken gaat op krant reis Hugo Clau s: de ironie van een politieke dichter 8 8 KENKR ANT.C OM Mirjam ‘Ik zoek Rotenstreich: naar veili gheid.’ Nachtfi Pessl is lm van Marisha geweldig! 19 Kasteel Groeneveld brengt literatuur en strips onder de aandacht. Samen met de Boekenkrant elke maand volop interviews, achtergronden en boekennieuws. Ga naar www.boekenkrant.com. Terwijl de guur door wind buiten de bome waant nfl de redactie Boekenkran uit, tie. We zich op vakan tlazen de Baltische reisgids staten. verre worde In hoen we overgehaald om daar naar deze zome af te reizen r ? 14 www.bo ekenkran EN VERD ER Losse delen Boekhan del Win een boek Colofon t.com 2 29 31 31 Nieuwe Nicolaas boeken over Sint en Zwar te Piet. Eric Corto n 22 aan auto is verslinger ’s. Lees Kom naar waarom.d 13 en ontde de BO EK EN k 20.000 BE m² boek UR S in Antwerp en! ww Expo w.boek enbeurs.be GRNVLD SOCIËTEIT LITERAIR MET ARTHUR JAPIN LITERATUUR, LEVEN EN DE DOOD Wie de eerste herfstkou trotseerde om op 17 november naar het Baarnse Kasteel Groeneveld af te reizen, kon daar genieten van de laatste grnvld Sociëteit Literair van het jaar. Onze hoofdredacteur Roel Weerheijm ontving Thomas Möhlmann, Jeroen Berkhout en Arthur Japin. Het werd een middag vol literatuur, poëzie… En een bijzondere blik op het leven en de dood. In het interview vertelt Japin over zijn schrijfproces, zijn jeugd en de rol die zijn liefde voor het theater in zijn werkwijze speelt. Tevens leest hij voor uit zijn nieuwe boek De man van je leven, waarin de ernstig zieke Tilly besluit alvast een nieuwe geliefde voor haar man te vinden. Wat ze niet weet, is dat haar man al een relatie heeft gehad met de vrouw die ze uitzoekt. ‘In eerste instantie lijkt dat een nobel streven,’ aldus Japin. ‘Maar als je er langer over nadenkt, zie je dat iemand als Tilly verkeerd bezig is.’ Daarbij verwijst de schrijver naar de titel van het boek: ‘Haar man is de man van haar leven, niet de man van na haar leven!’ Is Japin zelf bang voor de Arthur Japin poseert samen met Roel Weerheijm. dood? ‘Ik ben bang om afscheid te nemen,’ antwoordt hij. ‘Maar voor het niet-zijn ben ik zeker niet bang.’ Het leven met het besef dat de dood eraan komt vergelijkt hij met een reis per vliegtuig die hij als kleine jongen maakte. ‘Je kunt je dan wel druk maken, en eruit willen, maar uiteindelijk moet je gewoon achterover leunen en erin meegaan.’ Vervolgens mag Jeroen Berkhout het woord nemen. Berkhouts debuutroman Canon Fuga verscheen drie jaar geleden, maar vandaag leest hij het publiek een aantal van zijn gedichten voor – een poëzieserie vol oergevoelens en liefde. Een bijzonder hoogtepunt in zijn voordracht zijn de maten die hij plotsklaps met glasheldere stem zingt uit de opera Die Zauberflöte. Daarna volgt een voordracht van dichter Thomas Möhlmann – een thuiswedstrijd, want hij groeide in Baarn op. Hij leest een cyclus voor uit zijn nieuwe bundel Waar we wonen, en vlecht langzaam maar zeker een levendig en bloeiend beeld samen, waarin tuinen en vliegvelden een belangrijke plek innemen. In een interview praat de dichter over zijn heden, verleden en toekomst: hij praat met het publiek over waar hij vroeger uit ging (‘Wat vinden jullie het beste café in Baarn?’), en wijdt uit over de prachtige elementen van het vaderschap, die zijn schrijverschap helaas wel eens in de weg zitten. ‘Wanneer ik het druk heb, ben ik nog aardig in staat gedichten te schrijven,’ aldus Möhlmann. ‘Met proza is dat anders. Daarom neem ik binnenkort drie maanden vrij om aan een boek te werken.’ Met een glimlach voegt hij eraan toe: ‘En het ergste dat er kan gebeuren is dat ik alleen een nieuwe bundel schrijf.’ De middag wordt afgesloten met een literaire quiz, waarbij enkel de grootste kenners van Simon Carmiggelt een kans maken om een prijs in de wacht te slepen. De hoofdprijs gaat uiteindelijk naar Lex Jansen, directeur van Uitgeverij De Arbeiderspers – die toegaf dat hij als uitgever van Simon Carmiggelt moeilijk had kunnen verliezen. 5
  18. 18. 18 REPORTAGE Serious game Terragon: SPELENDERWIJS NAAR EEN BETERE Burning Man De makers van Terragon zijn geïnspireerd door het jaarlijkse Burning Man festival in de Black Rock Woestijn in Nevada, VS. Tijdens het festival bouwen de deelnemers een experimentele samenleving, waarin zelfuiting en zelfvoorziening centraal staan. Mensen worden aangemoedigd een gemeenschap te vormen en samen te werken. Daaruit komen de meest fantastische objecten en theateracts voort. Gifting (geven) is hierbij een belangrijk aspect. Je geeft zonder een tegen­ prestatie te verlangen. Kijk op www.burningman.com
  19. 19. Tekst: Jan Dobbe* | Beeld Burning Man: Natan Dvir, Polaris | Beeld: Jan Willem Kaldenbach 19 Wie had dat gedacht? Wereldproblemen oplossen door online te gamen, met een heleboel mensen tegelijk – anoniem en ongeremd door welke conventie dan ook? Om vervolgens de game ‘live’ met echte mensen verder te spelen? Op het Groeneveld Forum en in de aanloop ernaartoe gebeurde dit met de serious game Terragon. Doel: ideeën genereren voor het probleem van de voedselvoorziening in de stad van de toekomst. Jan Dobbe speelde mee en doet verslag. WERELD In het dagelijks leven ben ik niet zo van de games, was mijn reactie toen ik werd gevraagd om een reportage te schrijven over Terragon, de transreality game die zou worden ingezet voor het Groeneveld Forum 2013. ‘Dan moet je het juist doen,’ was de reactie van de redactie. ‘Door die afstand gecombineerd met je nieuwsgierigheid kun je er des te beter over schrijven.’ En zo kwam het dat ik een paar weken voor het Forum naar Amsterdam toog om het brein achter Terragon, Claudia Rodriguez Ortiz van Ahead of the Game, te bevragen over het wie, wat, waar en waarom. geven, niet nemen Met een groep mensen in een onlinegame werken aan de oplossing van een van tevoren geformuleerd probleem, hoe gaat dat? Claudia: ‘Eerste vereiste is dat de opdrachtgever haarfijn duidelijk maakt welk probleem er moet worden opgelost. Vervolgens zorgt hij ook voor betrokken deelnemers, die een zinvolle bijdrage kunnen leveren in Terragon. Eenmaal in de game onderga je eerst een initiatie waarbij je je eigen identiteit opgeeft. Anonimiteit is essentieel, want die maakt dat mensen makkelijker voor hun mening uitkomen, makkelijker delen, beter luisteren en niet bang zijn om te falen.’ Een ander belangrijke factor is positivisme, legt Claudia uit: ‘Je beloont elkaars ideeën, afkraken is er niet bij. Normaal wordt er uitgegaan van schaarste, bij Terragon gaan we uit van overvloed. Je geeft “terrons” (lichtpunten) aan je medespelers, zodat iedereen er wel bij vaart. In Terragon geef je alleen maar: meningen, ideeën, inspiratie én beloningen. Dan wordt het een positieve spiraal, juist doordat je elkaar aanmoedigt. Dat werkt heel stimulerend.’ Het is belangrijk dat de deelnemers nauw betrokken zijn bij het probleem en commitment hebben om het op te lossen. ‘Hoezeer betrokken ze zijn, zien we aan de cash flow aan lichtpunten die worden gegeven. Hoe meer licht je aan elkaar geeft, des te meer betrokken de deelnemers zijn – en des te meer resultaat er wordt geboekt.’ De resultaten van de onlinesessies blijven digitaal bewaard en gaan dus niet verloren. ‘Zo kan men daar later nog op naar believen op teruggrijpen.’ **J an Dobbe is freelance journalist en tekstschrijver. Adviseert de redactie van magazine DIER van de Nederlandse Dierenbescherming, waar hij lange tijd hoofdredacteur van was.
  20. 20. 20 REPORTAGE groepsmagie Uiteindelijk wemelt het van de ideeën, is de ervaring van Claudia. ‘Wij zorgen dat die worden geclusterd tot een overzichtelijk aantal “meest gewaardeerde” ideeën – ideeën met veel reacties en veel waardering in lichtpunten. Die nemen we mee naar het “reallife”-gedeelte van de game. Om dat te spelen komen alle deelnemers samen in een inspirerende omgeving, meestal in ons eigen theater hier in Amsterdam.’ Lachend: ‘Maar gezien het prachtige decor van Kasteel Groeneveld doen we het deze keer graag op locatie!’ In die inspirerende omgeving komende de personages uit de onlinegame elkaar in levenden lijve tegen. Met de best gekwalificeerde ideeën uit het onlinegedeelte als inzet wordt er opnieuw gebrainstormd volgens het principe van geven, geven en nog eens geven. Claudia: ‘Wij zorgen er met een team, bestaande uit acteurs, regisseurs, technici, decor- onlinegamen ‘Gegroet! Ik ben Lazar, de geest van co-creatie in Terragon. Je bent geselecteerd door Terragon Luminaris om te helpen bij een belangrijke opdracht: het helpen opwekken van de co-creatie energie van de hele planeet. De wereld staat voor enorme uitdagingen, die alleen in goede banen kunnen worden geleid als mensen samenwerken. We vragen je te helpen om de gezamenlijke energie van de wereld te herstellen.’ Deze plechtige welkomstwoorden krijg ik te horen wanneer ik tien dagen later onder mijn alias Jed inlog op Terragon. Lazar legt uit wat Terragon is: een laag rond de aarde, die de co-creatieve energie van de wereld opvangt en terugstraalt naar de aarde – energie waar we niet zonder kunnen. De wereld heeft nu te weinig van deze energie en jij, als deelnemer, kunt daar verandering in brengen. In opdracht van Lazar maak ik mijn ‘heldenprofiel’ aan, bouwers en logistiek deskundigen voor dat diverse ideeën op een creatieve, inspirerende en constructieve manier verder worden uitgewerkt.’ Ahead of the Game doet dat onder andere door experts op de desbetreffende gebieden de sessies te laten leiden. De ervaring leert dat er op deze manier een zekere groepsmagie ontstaat: ‘Door in een groep positief samen te werken ontstaat er synergie, ontstaat er zoiets als een groepsgeest. Wat daar uitkomt is vaak meer dan de som der delen.’ waarmee de andere deelnemers een indruk krijgen van mijn achtergrond, intenties en competenties. Mijn ware identiteit blijft onbekend. Dat helpt wel, wanneer ik later mijn ideeën spui. Ik doe dat in twee sessies van anderhalf uur, die met twee dagen ertussen (om alle informatie en ideeën te herkauwen) plaatsvinden. plezier werkt efficiënt Hoewel het een serious game heet te zijn, vormt het hebben van plezier een centraal gegeven in Terragon. Claudia: ‘Spelen, humor en lachen breken het ijs en zorgen ervoor dat mensen makkelijker samenwerken. Ook is het belangrijk om mensen uit hun alledaagse werkelijkheid te halen, daarom maken we gebruik van theater, verkleedpartijen en feeërieke decors. Die zorgen ervoor dat mensen meer ontspannen raken, en hun creativiteit makkelijker aanboren.’ Heel efficiënt, volgens Claudia. En wat komt eruit? ‘Meer ideeën in minder tijd, een transformatieve ervaring rijker, teambuilding en concrete resultaten.’ lichtpunten geven De concrete opdracht die we krijgen luidt: ‘Hoe voeden we een stad als Amsterdam duurzaam in het jaar 2040?’ Eerst word ik gedirigeerd naar een inspiratiepagina, waar allerlei mooie en bijzondere verhalen, achtergronden en filmpjes Jan Hartholt, directeur Kasteel Groeneveld, over Terragon: 'Wat ik mooi vind aan Terragon is dat het de echte en de virtuele wereld combineert. De argumenten die je inbrengt, krijgen gewicht door hun inhoud en de manier waarop je ze inbrengt; ze zijn niet gekoppeld aan de persoon en diens positie. Dat maakt Terragon een echt horizontaal platform. Het is een efficiënte manier om zinvolle combinaties van de beste ideeën en meningen van deelnemers te genereren en te ordenen. Terragon belichaamt de moderne manier om zaken aan te pakken: serieus, maar met veel plezier en heel efficiënt. Met bruikbare resultaten.'
  21. 21. 21 Ahead of the game, opgericht door Claudia Rodriguez Ortiz en Minne Belger, ontwikkelt innovatieve gaming concepten. Innovatieve platforms en tools worden ingezet om collectieve intelligentie te vergroten en strategieën voor een duurzame planeet te ontwikkelen. staan. Ze zijn daar geplaatst door moderators met mooie namen als Dragoneyes en Space Artist from Terragonalis. In de loop van de onlinegame komen er meer inspiratie­ verhalen bij van de deelnemers zelf. Heb je na het lezen van verhalen (een begin van) een idee, dan kun je dat plaatsen op de pagina ‘Ideeën en Concepten’. Hier kun je lichtpunten geven: 50 punten voor ‘leuk’, 100 voor ‘groots’, 150 voor ‘fantastisch’ en 250 voor ‘briljant’. Goedbeloonde verhalen vragen om meer uitleg en meer uitwerking, iets waar de moderators regelmatig om vragen. Voor iedere precisering kun je weer beloond worden enzovoort. Er is een pagina waar ik mijn medespelers kan checken, die aliassen hebben als Banph, Lodro, Biweti, Gardrae en Phokal. Op grond van elkaars persoonlijke (alias)verhalen kun je elkaar daar ook al lichtpunten (terrons) geven, maar je geeft ze vooral voor de bijdragen van de ander. (Jezelf kun je uiteraard geen lichtpunten geven – dat heb ik wel even geprobeerd…). Hier zie je ook hoeveel punten iedereen heeft. Teleurstellend vind ik het dat van de 23 beoogde deelnemers slechts 15 daadwerkelijk meedoen, waarvan dan weer de helft intensief… speleffect Na verloop van tijd merk ik dat mijn ideeën aanslaan. Ik krijg flink wat ‘terrons’ toebedeeld, meer dan 10.000 in totaal. Ik krijg ze vooral voor mijn ideeën over de plek van voedselproductie en -kwaliteit in het basisonderwijs. Na twee onlinesessies heb ik een redelijk uitgekristalliseerde ‘droom’, die de nodige bijval krijgt. Het game-effect op mij is evenwel klein: het is een rustig (zonder geknetter van vuurwapens, luchtschepen, tovenaars of ander gespuis dat ik ken van computergames) uitwisselen van ideeën en het belonen daarvan, alles onder een veilig pseudoniem. Veel meer ervaar ik niet, het speleffect blijft beperkt tot het vergaren van lichtpunten. (Grootste beloning is dat mijn online geformuleerde droom behoort tot de geselecteerde ideeën die in de livesessie op 4 november verder worden besproken. Daar kom ik echter pas later achter.) terragon op groeneveld Over naar het ‘reallife’-gedeelte van Terragon. Pas op de tweede dag van het Groeneveld Forum, op 4 november in het middaggedeelte, komt het theaterteam in actie. Midden in een discussie over voedselvoorziening, gevoerd door vooral mannen in pakken en dames in mantelpakjes, komt een nar (Minne Belger) binnen die luidkeels de komst van de hogepriesteres van Terragon aankondigt. Claudia Rodriguez Ortiz speelt deze rol zonder tekst: ze zwijgt als een orakel. In het uitgebreide gevolg dat met haar meekomt, bevinden zich monniken, een magiër en andere fantasie­ figuren. De nar legt uit hoe het vandaag werkt. Zij hebben onder andere uit de onlinesessies vier thema’s gedestilleerd, waarover vier groepen zich de rest van de middag buigen. Je kunt je voor een groep naar keuze opgeven. De groepen worden ingedeeld aan de hand van de elementen water, lucht, vuur en aarde. Ik sluit me aan bij de laatste, die het thema ‘Duurzame landbouw, veeteelt en akkerbouw een vaste plek in het onderwijs’ behandelt. Dat is nota bene ‘mijn’ onderwerp, dus dat lijkt me logisch. waslijst Een deel van het kasteel blijkt omgetoverd tot Terragongebied, met meditatieve ruimtes waarin kaarsen het enige licht geven, en waarin magische cirkels, intrigerende objecten en feeëriek aangeklede personages de toon zetten. Onze gastheer is ‘culinair choreograaf’ Van der Steen, die ons in deze spirituele ambiance uitlegt hoe het werkt – opnieuw met het geven van lichtpunten aan alle ideeën en opnieuw zonder onze functie en achtergrond kenbaar te maken. We werken volgens het principe van deep democracy: minderheidsstandpunten krijgen evenveel waardering als de meerderheidsstandpunten. Zo gaan we verder en komen, af en toe opgeschrikt door de nar of een lakei die de tijd bijhoudt, tot de slotsom dat we via de driehoek ‘onderwijs – buurt – voedsel’ een culturele revolutie willen, die bottom-up leidt tot breed gedragen erkenning van de waarde van voedsel. We lijken een redelijk gelijkgestemde groep te zijn, die al snel tot een waslijst van ideeën komt, variërend van schoolkeukens, suiker- en vetbelasting en schoolproeverijen, tot voedselapps en voedselwethouders. Een mooie oogst. epiloog Co-creatie met Terragon werkt. Althans, dat deed het in mijn geval. Het feit dat er maar weinig mensen deelnamen aan het onlinegedeelte, vond ik een minpunt. Commitment is belangrijk, Claudia Rodriguez zei het al, maar die leek niet groot in de aanloop naar het Forum. ‘Geen tijd,’ hoorde ik enkele mensen zeggen. Mmmm, zeg ik dan. Voor de oplossing van een groot probleem heb je grote betrokkenheid nodig. Hier ligt een uitdaging voor volgende opdrachtgevers om die betrokkenheid vooraf beter te sturen. Het theaterdeel vond ik qua aankleding fantastisch, maar de functie en relevantie ervan vond ik soms ver te zoeken. Dat geldt niet voor de sessie met de culinair choreograaf, die was goed en vruchtbaar. Dankzij de goede begeleider, die wist waar hij het over had, en dankzij de fraaie entourage. Een aantal van de overige personages kwam echter niet uit de verf, en hun relevantie bleef me tot het einde toe onduidelijk. Zo had ik de hogepriesteres van Terragon nog wel een paar wijze woorden willen horen spreken – ik weet hoe slim ze is. ‘Losse eindjes,’ dat is een beetje mijn gevoel. Misschien komt het doordat Terragon zijn eigen space nodig heeft, en niet beperkt moet worden tot slechts een onderdeel van een groter programma. Dan is er ruimte om de game helemaal uit te spelen, om te zien of het echt waar is dat er alleen maar winnaars zijn.
  22. 22. 22 WENDE “Als je met dezelfde mensen naar problemen kijkt ontstaan geen nieuwe inzichten”
  23. 23. 23 Tekst: Matthijs Sienot* | Beeld: Marco Bakker** Helen Kranstauber over voedsel, samenwerking en creativiteit Boeren en designers brainstormen over doorbraken in ons voedselsysteem Als ik haar kantoor op de Zuidas binnenkom, krijg ik direct een poster waarop een big in een bodywarmer staat. Het is promotiemateriaal voor het evenement ‘Agri meets Design’. Is dit de laatste mode in de stal? Helen Kranstauber schudt haar hoofd. Ze legt uit dat kleine biggetjes geen bruin vet hebben waardoor ze regelmatig onderkoeld raken. De bodywarmer houdt ze na hun geboorte warm, wat ze in leven houdt. De 29-jarige Helen Kranstauber zet zich al jaren in voor een toekomstbestendige voedselindustrie. Haar passie voor eten openbaarde zich vroeg: in de tuin van haar ouders verbouwde ze haar eigen groente en fruit. Maar ze zag ook al snel de problemen die ons voedselsysteem oplevert. Hierover organiseerde ze vlak na haar studie als vrijwilliger voor de Youth Food Movement het populaire Food Film Festival, met documentaires over de problematiek achter voedsel maar ook over de liefde voor eten. ‘Ik wil graag dingen verbeteren in onze voedselketen. Ik geloof daarbij dat creativiteit de sleutel is tot het uitzetten voor een nieuwe koers. Mensen hebben zoveel ideeën, we kunnen die potentie nog veel beter benutten.’ Onlangs bracht Helen Kranstauber boeren en designers bij elkaar tijdens het evenement ‘Agri meets Design’ bij de Dutch Design Week in Eindhoven. Dit evenement kwam mede tot stand dankzij een samenwerking tussen de organisaties ZLTO, het Ministerie van Economische Zaken, Provincie Brabant en Capital D. ‘Als je met dezelfde mensen naar problemen blijft kijken, dan ontstaan geen nieuwe inzichten. Daarom wilden wij mensen met een verschillende achtergrond bij elkaar brengen om bestaande denkpatronen over ons eten te doorbreken. Juist in de cross-over van disciplines kunnen nieuwe dingen ontstaan.’ Tijdens zogenaamde ‘FARM:LAB’-sessies zaten boeren en designers met elkaar om de tafel om te brainstormen over doorbraken in ons voedselsysteem. Daarnaast waren er showcases, zoals de game Pig Chase. Bij dit spel bewegen mensen een lichtbal op een muur heen en weer. Varkens moeten proberen deze met hun neus aan te raken. Varken en mens worden beloond als ze goed samenwerken. Al spelend ontstaat een nieuwe relatie. Mensen zien varkens niet langer als enkel een stuk vlees, voor varkens worden mensen een vorm van vermaak. ‘Eerst keken sommige boeren vreemd op van een samenwerking met designers. Maar al snel ontdekten ze de mogelijkheden van deze nieuwe samenwerking. Designers stellen de menselijke behoefte centraal en denken vanuit een gewenst resultaat. Vervolgens proberen ze daar naar toe te werken. Dat geeft heel andere uitkomsten dan wanneer je blijft hangen in het probleem. Het weggooien van eten is bijvoorbeeld een serieus issue, maar als je dat centraal stelt, kom je moeilijk verder. Het levert meer nieuwe denkrichtingen op wanneer je als doel stelt om een wereld te ontwerpen waarin we geen voedsel meer verspillen.’ Een bijzonder onderdeel van ‘Agri meets Design’ was de PolderHack, waarbij data-analisten, designers, boeren en creatievelingen in teams ideeën bedachten om ons voedselsysteem slimmer en beter te maken. De prijs voor de beste PolderHack ging naar een precisielandbouw-app. Door kaarten van boerenkavels te combineren met data van Buienradar weet een boer precies waar het gaat regenen de komende uren. Zo weet hij welke kavel hij kan besproeien. Deze hack bespaart de boer zo’n duizend euro per maand. ‘Het zaadje voor samenwerking is geplant,’ zegt Helen Kranstauber enthousiast. ‘Er ontstonden prachtige ideeën. Wat zeg je van een buffel-bh voor moederbuffels? Hiermee kunnen een paar tepels apart voor het zogende kalf worden gehouden en de andere tepels kunnen worden gebruikt voor melkproductie. Zo valt de productie voor een boer niet stil na de geboorte van een kalf. En het kalfje kan op natuurlijke wijze bij de moeder blijven drinken.’ Helen Kranstauber ziet veel potentieel in de nieuwe samenwerking tussen boeren en designers. Deze Dutch Design Week was een eerste ontmoeting. Het is nu de uitdaging om van ideeënfase ook over te gaan naar uitvoering van kansrijke concepten. ‘Daar gaan we de komende tijd hard aan werken. Wie weet is het dan in de toekomst heel normaal dat de ontwerper zich vestigt op de boerderij.’ *Matthijs Sienot is publicist en uitgever van hetkanWel, de website over groener, eerlijker en leuker leven. **Marco Bakker is freelance portretfotograaf.
  24. 24. 24 VERHAAL Tekst: Tommy Wieringa* | Beeld: Willem Vleeschouwer © Comic House**
  25. 25. 25 I   maiS k woon op een demarcatielijn. De grond van de boer links en de boer rechts wordt gescheiden door een sloot zo breed en zo diep als de Amazone. De een denkt dat de ander hem heeft benadeeld bij de verkaveling, de ander zegt dat hij het mis heeft, sindsdien leven ze met de ruggen naar elkaar toe. In het voorjaar, toen het almaar regende, zag ik de boer rechts op het kale, ingezaaide land. Er lagen plassen op de akker die de regenhemel weerspiegelden, hij groef geulen om het water af te voeren. Het werd beter weer, de opkomende mais lag als een groen waas op de aarde. Stilaan werd de rijksweg in de verte aan het zicht onttrokken, van de auto’s zag ik eerst alleen nog de daken en later, toen de mais al bijna volgroeid was, waren ze helemaal verdwenen. Ik schreef een lang verhaal over een mooie jonge vrouw, maar de zomer ging aan me voorbij zonder dat ik er een in het echt had gezien. Pas tijdens de indianenzomer, begin september, kwam ik weer buiten. Ik ging naar de stad om te vieren dat het verhaal klaar was en zag tot mijn verbazing overal meisjes in zomerjurken. Ze hadden op me gewacht. Ze waren met velen; al die jonge levens waarvan je je niet kon voorstellen dat ze dof en verongelijkt zouden worden en zouden voordringen bij het loket. Vroeger waren de meisjes in hun zomerjurken onbereikbaar voor mij omdat ik te jong was, nu omdat ik te oud ben. Ergens daartussen heb ik iets gemist, het juiste moment, het moment dat de visserman het ‘tijdoogje’ noemt, waarin de vissen gretig bijten – precies daar had het moeten gebeuren. Ik heb een tweelinggedachte, een gedachte die niet kan opkomen zonder dat zich ook een andere aandient: als ik aan de meisjes in hun zomerjurken denk, denk ik ook aan de jongens die in de Vlaamse Westhoek de loopgraven werden ingejaagd. De jongens en de meisjes horen bij elkaar. Beide zijn brandstof. De jongens voor het vuur van de oorlog en de meisjes voor het vreugdevuur van de begeerte. ‘Je kijkt altijd naar andere vrouwen,’ zegt Frances, de echtgenote in een beroemd verhaal van Irwin Shaw. ‘Overal. Overal waar we gaan of staan verdomme.’ Haar echtgenoot Michael antwoordt: ‘God heeft me ogen gegeven en ik kijk ermee naar vrouwen en mannen en naar de aanleg van de ondergrondse en naar films en kleine bloemetjes in het veld. Ik inspecteer het universum zonder vooropgezet plan.’ Ik sympathiseer met Michael vanwege het ontbreken van een vooropgezet plan, maar inspecteer liever de periferie dan Fifth Avenue. In de stad kan ik niet kiezen. Er gebeurt me te veel. En overal die verdomde zomerjurken die je aandacht afleiden. Ik ben meer een erfgebonden veekijker. Verkaveling, gekanker, het afgrondelijke zwijgen boven een sloot. *Tommy Wieringa schreef onder andere de romans Alles over Tristan en Joe Speedboot, het boek waarmee hij doorbrak naar een groot lezerspubliek en dat werd bekroond met de F. Bordewijkprijs. Zijn reisverhalen werden gebundeld in Ik was nooit in Isfahaan. Essays en beschouwingen van zijn hand verschenen in de Volkskrant en NRC Handelsblad. In 2007 publiceerde hij De dynamica van begeerte, een onderzoek naar de oorsprong van begeerte en de grote rol van pornografie in de moderne wereld. In mei 2009 kwam zijn roman Caesarion uit en in 2012 Dit zijn de namen, bekroond met de Libris Literatuurprijs 2013. Het werk van Tommy Wieringa wordt wereldwijd vertaald. **Willem Vleeschouwer volgde zijn opleiding aan de Rietveld Academie en de Grafische School, Amsterdam. Hij publiceert onder andere in muziekblad Oor, Elsevier, PSV-Voetbalblad, Autoweek, Het Parool en Cosmo.
  26. 26. 26 K A F EN KO R EN Tekst: Herman Vuijsje  |  Beeld: Michiel de Jong © Comic House* REFLECTIES, STANDPUNTEN EN INZICHTEN TERUGBLIK Kasteel Groeneveld: * ichiel de Jong volgde diverse kunstopleidingen om uiteindelijk voor het vak van striptekenaar te kiezen. Hij publiceert in Zone 5300 en maakte met Milan Hulsing M de strip Hanuman in het Algemeen Dagblad. De Jong wordt gezien als Nederlandse vertegenwoordiger van de Atoomstijl in de school van Yves Chaland.
  27. 27. 27 oord van verbinding én stenniscentrum Herman Vuijsje blikt terug op drie decennia Kasteel Groeneveld. Zijn persoonlijke herinneringen, zijn ervaringen met de verschillende directeuren – wat vonden zij belangrijk? En, hoe werd het debat gevoerd? L ang voordat het officieel zo zou worden aangeduid, was Kasteel Groeneveld voor mij al een 'oord van verbinding'. Een plek waar het gewone leven raakt aan het exotische en verwegge. We woonden in het Gooi en op zondag gingen we wandelen. Een ommetje over de hei, maar soms tartten mijn ouders het onbekende en liepen we helemaal naar het verste punt vanwaar we nog met de bus van de NBM, de Nederlandsche Buurtvervoer Maatschappij, terug konden naar huis. Dat was halte Groeneveld. vrijplaats Van een afstand staarden we naar het mysterieuze landhuis aan de rand van het diepe woud. De geheimzinnigheid werd nog verhoogd door wat zich afspeelde binnen de muren van het schilderachtig verwaarloosde gebouw. Wat het precies was, wisten we niet, maar het had iets te maken met een geheime clan van kunstenaars die daar bloot schenen rond te springen in de vervallen salons tussen het afbladderend handbeschilderd behang. Groeneveld was toen al een vrijplaats voor ongebonden geesten die hun creativiteit de vrije loop lieten. Een oord van onaangepastheid en rebellie. Maar hoe gaat het met opstand en rebelsheid in Nederland? Altijd is er de verleiding van aanpassing, consensus en het haalbare. Zo bezocht Simon Vinkenoog, in de jaren zestig een van die wilde Groeneveldgasten, het kasteel veertig jaar later opnieuw, ditmaal om de geneugten van het volkstuintje te bezingen. Het was het startschot voor een tentoonstelling en een debattenreeks over 'de hortus popularis waarover je vanjenooitniet ooit raakt uitgepraat,' aldus Vinkenoog. Hij zette dat nog eens kracht bij door de bijeenkomst af te sluiten met zijn arcadische gedicht Tuinwerk: Zonder groen is het niet te doen Zonder groen geen eerste zoen Groen in Nederland... je kan je erin vermeien, laten zien wat we nog hebben. Of je kan je erover opwinden, aan de kaak stellen wat wordt bedreigd. Groeneveld als kenniscentrum of als 'stenniscentrum'. De opeenvolgende directeuren balanceerden op het slappe koord tussen die twee polen. Ze wisten ruim dertig jaar overeind te blijven. De gemeenschappelijke noemer van hun inspanningen werd mooi verwoord door Pim Kooy bij de presentatie van Erwin Karels boek De natuur is ook maar een mens over Groeneveld als Nationaal Centrum voor bos, natuur en landschap, 1982-2007. De mensen zitten in ons land nu eenmaal overal aan, zei hij, dus laten we zorgen dat ze dat op een verantwoorde manier doen, zodat er nog iets moois en aangenaams overblijft tussen strakke ruilverkaveling en 'nieuwe natuur'. Eigenlijk laat een blik op het park van Groeneveld dat al precies zien. Toen ik er met mijn ouders rondliep alvorens de bus terug te nemen, vond ik dat maar een saaie vertoning. “Een plek om buiten de gebaande paden te denken” Veel te aangelegd, geen echte natuur! Maar nu ik weet wat natuur nog is in dit land, geniet ik van deze Engelse landschapstuin. Natuurlijk, die slingerende waterpartijen en onverwachte doorkijkjes zijn door mensen gemaakt, wat wil je in Nederland. Heel passend is het ook dat de lanen van het park soms gebruikt worden als vergader- en debatruimte. Groeneveld is 'een plek om buiten de gebaande paden te denken'. Maar helemaal de wilde natuur in? Dat nou ook weer niet. *** breed publiek Kasteel Groeneveld signaleert en neemt stelling 'tot aan de verste grens waartoe een ambtelijke dienst kan gaan,' zo luidde de ambitie waarmee
  28. 28. 28 K A F EN KO R EN TERUGBLIK het Nationaal Centrum voor bos, cultuur en landschap in 1982 van start ging. Prompt gevolgd door de toevoeging: 'Maar wel genuanceerd.' Die ambtelijke dienst was Staatsbosbeheer, sinds 1940 eigenaar van de buitenplaats. SBB ressorteerde onder het ministerie van Landbouw, maar Werner Paans, de eerste directeur, wist Den Haag op afstand te houden. Hij besteedde veel aandacht aan educatie en schoolbezoek en organiseerde succesvolle tentoonstellingen voor een breed publiek. Paans, van oorsprong graficus, gaf ook kunst een belangrijke plek in de programmering. Een expositie over M.C. Escher trok 45.000 bezoekers. Maar volgens Groeneveldbiograaf Erwin Karel bleef de invloed van het kasteel op het maatschappelijk en beleidsdebat in die periode beperkt. De binding met de thematiek van bos, natuur en landschap was niet altijd even sterk. 'Groeneveld werd toen wel getypeerd als cultureel centrum voor Baarn en omstreken,' zegt Sim Visser, die in 1999 Paans opvolgde. Met de directiewisseling veranderde dat. Visser, landschapsarchitect en beeldend kunstenaar, wilde Groeneveld profileren als 'oord van verbinding' op het grensvlak van beleid en samenleving. Het kasteel moest het maatschappelijk debat over de groene ruimte aanzwengelen, ook om beleidmakers te beïnvloeden. Meteen in zijn eerste jaar organiseerde hij een grote tentoonstelling over de toekomst van het Groene Hart naar aanleiding van het project Green Heart Vision van het Amerikaanse echtpaar Harrison. Typisch 'Visser' was ook een expositie en debat over de wildgroei van 'hybride landschappen' in Nederland. Groeneveld moest een 'Future Centre' worden, waar mensen in alle vrijheid konden nadenken en debatteren over bedreigingen en dilemma's. In 2007 trad opnieuw een andere directeur aan, socioloog/planoloog Jan Hartholt, met een nieuwe visie op de taak van Groeneveld. 'Buitenplaats voor stad en land' werd de nieuwe benaming van het kasteel. Stad en land moeten opnieuw met elkaar worden verbonden. Voedselvoorziening speelt daarbij een belangrijke rol. Het Groeneveld van Jan Hartholt zoomde dan ook in op duurzaamheid en voedselkwaliteit. Consumenten moeten zich bewust zijn van de samenhang tussen voedselproductie, -transport en -gebruik en de gevolgen daarvan voor onze leefomgeving. Vernieuwend was de opzet van een 'Groeneveld Forum' om de daarmee verbonden dilemma's te bespreken. In 2010 vond bij het tweede forum, 'Wroeten in de relatie tussen mens en dier', een rechtszaak plaats over dierenrechten, met het publiek als jury. Na afloop werd het varken dat de inzet was van het proces, feestelijk opgepeuzeld (na een biologisch verantwoord varkensleven). *** ondergeschoven kind Zelf ken ik Groeneveld, behalve van die uitstapjes met mijn ouders, van de Programmaraad die minister Veerman in 2003 instelde om hem te adviseren over het programma van Kasteel Groeneveld en om als klankbord te fungeren. Behalve met inhoudelijke kwesties hielden we ons uitgebreid bezig met de organisatorische inbedding van het kasteel. Groeneveld vond nooit een rustige en veilige institutionele inbedding. Steeds waren er voornemens, soms uitgevoerd, soms weer teruggedraaid, om delen van het takenpakket bij een andere dienst, een ander directoraat of een andere instantie onder te brengen. Uiteindelijk belandde het kasteel door de fusie tussen de ministeries van Landbouw en Economische Zaken in 2010 bij ELI, terwijl Staatsbosbeheer het park beheert. Daarmee werd Groeneveld een ondergeschoven kind: de leiding van het economische ministerie heeft weinig op met instanties die geld kosten in “Alles verandert, niets beklijft” plaats van op te leveren. De crisis maakte de zaken er niet beter op. Zo komt er op 1 januari 2014 een einde aan drie decennia kennis- en debatcentrum Groeneveld. Staatsbosbeheer krijgt ook het gebouw terug en moet maar zien wat het ermee doet. Belangrijke activiteiten als de jaarlijkse Groeneveldprijs en -lezing worden voortgezet door de Stichting Groeneveld, maar dit blad, deze onwaarschijnlijk mooie glossy GRNVLD die vanaf 1999 is verschenen, houdt op te bestaan. Als ik omzie naar Groeneveld, schiet me het citaat van Cees Nooteboom te binnen dat ik in GRNVLD las. Toen hij het kasteel voor 't eerst zag, leek het 'een onbenaderbaar droomgezicht uit de verte, verlichte ramen waarachter schimmen bewogen die op mijn fantasie werkten.' Later maakte hij zelf deel uit van het kunstenaarsvolkje dat het kasteel frequenteerde. Zo is het ook mij een beetje vergaan. Jaren na die eerste aanblik uit de verte mocht ook ik naar binnen, voor die vergaderingen van de Programmaraad. Na afloop, 's avonds, keek ik altijd even om. Dan zag ik dat droomgezicht... een schitterend buitenhuis, feeëriek verlicht. En fantaseerde dat een minister uit Azerbeidzjan of Somaliland hier zou staan, die moest raden wat de functie was van dit gebouw. Hoofdkwartier van het ministerie van olie? De nationale bank? Misschien was het te mooi om waar te zijn. In ieder geval: zo is de natuur, alles verandert, niets beklijft. Groeneveld heeft een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan het besef dat iets van natuur en landschap niet zonder inspanning behouden blijft. Het floreerde in een periode waarin die waarden sterk onder druk stonden, maar waarin óók het geld voorhanden was om die bedreigingen bespreekbaar te maken. Dat laatste was mooi meegenomen. •
  29. 29. 29 COLUMN MARJAN SLOB Schone kooi Een windstille dag in dierentuin Amersfoort. Ik houd van dierentuinen. Als kind keek ik simpelweg mijn ogen uit. Nu ben ik vooral gespitst op fysieke empathie: bij elk nieuw dierenverblijf hoop ik te voelen hoe dit beest de wereld ervaart. Stel, je bent een kameel. Hoe zet je dan je poot, hoe voelt dat in de rest van je lijf, waar ligt je zwaartepunt? Of je bent een stekelvarken, en bij elke stap die je zet, ritselen je pennen. Ik zie een kolonie Patagonische hazen – altijd alert, overgevoelig. Ik zie een lynx met een eigenaardig, ontoegankelijk gezicht. Als je je met een dier verbindt, ga je onvermijdelijk antropomorfiseren. Begrip en empathie lopen nu eenmaal via je eigen lichaam. Maar dat lukt nooit helemaal. Daarvoor zijn die dierlijke lichamen te vreemd. Ik kan hier, in de dierentuin, het vertrouwde en ook het vreemde in mijn medebeesten ervaren. En dat drukt me met mijn neus op de toevalligheid van mijn eigen bestaanswijze. Dat breekt mij open. Dierentuin Amersfoort vind ik prettig. De opzet is ruim, de beesten hebben verblijven die passen bij hun aard. Zij lijken redelijk gelukkig, en dat maakt het kijken fijn. Een eeuw geleden zagen dierentuinen er heel anders uit. Toen werden er zoveel mogelijk verschillende beesten in eenvormige kleine kooien gestopt, waar ze achter tralies lagen weg te kwijnen. De directeur van zo’n dierentuin wilde de boel ongetwijfeld ook goed runnen. Hij zal een strak plan hebben opgezet, waarbij beesten op tijd werden gevoed, hokken deugdelijk werden schoongemaakt, bezoekers slim langs kooien en etenskraampjes werden geleid. Maar op een dag moet iemand zich opnieuw hebben afgevraagd wat de bedoeling van een dierentuin nu eigenlijk is. Wat wil je laten zien, en waarom? Ideeën zullen over tafel zijn gegaan, meningen en belangen zullen zijn gebotst. Daarover is met andere woorden een flink debat gevoerd. Een debat dat iets openbrak. Met als uiteindelijk resultaat: een heel andere opzet van dierentuinen. Als je geen ruimte maakt voor debat, loop je het gevaar dat je je louter richt op efficiëntie. Wat je doet, doe je goed. Beter zelfs dan gisteren! Maar of je nog wel het goede doet? Ehh... ga weg met je vage vraag, je houdt me af van mijn werk! En zo blijven we in onze oude kooien zitten. Marjan Slob is filosoof, schrijver en moderator. www.marjanslob.nl “ ij lijken redelijk Z gelukkig, en dat maakt het kijken fijn”
  30. 30. 30 VOORUITBLIK LANDSCHAP, RUIMTE OM DIEPER ADEM TE HALEN Vroeger zochten we voor onze ontspanning stadsparken en buitenplaatsen op, nu gaan we het landschap in. Curator Henk van Blerck over onze veranderende houding tegenover het landschap en over de nieuwe landschapstriënnale zomer 2014 in Lingezegen. Ons landschap wordt tegenwoordig gemaakt door minder dan een halve procent van de bevolking – nog geen 100.000 mensen – die het land bewerken om er hun brood mee te verdienen, terwijl de rest – 17 miljoen Nederlanders – dat landschap ín wil om ervan te genieten. Die verhouding kwam nog niet eerder voor. Daarmee is de betekenis van ons landschap structureel anders dan bij de Mesopotamiërs, Egyptenaren, Grieken, Romeinen, Middeleeuwers, zelfs anders dan het landschap vanaf de Verlichting, de Romantiek tot ver in onze moderne tijd. Dat is geen probleem, maar een nieuwe realiteit! Wij willen ons landschap in om er een ommetje te maken, om er te fietsen, of te wandelen, om de hond een stukje te Landschapstriënnale Lingezegen. Een greep uit het programma: Een Triënnale-academie met debatten, lezingen, excursies en tentoonstellingen over de toekomst van ons landschap, uitmondend in een ‘bouwdoos landschap’ die aangeboden wordt aan de koning. Verder een landschapsatelier waarin mensen het park ontdekken door ermee aan de slag te gaan; landschapstheater dat de oplevering van delen van het park omlijst en in de landschapsetalage presenteren de ondernemers binnen het park zich; een expositie en een publicatie. Meer informatie: www.landschapstriennale.nl
  31. 31. 31 Tekst en beeld: Henk van Blerck laten rennen. In de woorden van Hendrik Cleyndert Azn – voorman van de natuur en landschapsbeweging in de eerste helft van de vorige eeuw – hebben we ruimte nodig ‘om dieper te kunnen ademhalen dan tussen de huizenblokken en straatstenen mogelijk is’. In iedere tijd zijn parken creaties die vorm geven aan ‘ruimte om dieper adem te kunnen halen’. Park Sonsbeek in Arnhem is in de 19e eeuw ontworpen voor de adel. Die kon er flaneren in een landschap dat ingericht is in de Engelse landschapsstijl. De glooiende velden, bospartijen, boomgroepen en paden die daar tussendoor slingeren en steeds andere uitzichten bieden zijn voor ons nog steeds iconisch voor hoe een park eruit zou moeten zien. In 1899 is Sonsbeek aangekocht door de gemeente. Het flaneerpark voor de elite werd daarmee een park voor alle Arnhemmers. Veel steden bouwden in de eerste helft van de twintigste eeuw flinke arbeiderswijken in combinatie met een Volkspark. De Goffert in Nijmegen is daarvan een mooi voorbeeld. De vormentaal van de Engelse landschapsstijl is nog steeds te herkennen, maar daaraan toegevoegd zijn allerlei functionele elementen die het volkspark geschikt maken voor meer dan alleen flaneren, ook voor sport “ taat daar alweer een S Schotse Hooglander in de blubber! Doe mij maar een gewone koe” De regio Arnhem Nijmegen – de oostelijke Betuwe – ligt op een bijzonder punt in onze rivierendelta. Hier splitst de Rijn zich in Waal, Neder-Rijn en IJssel. Vele woonwijken, bedrijventerreinen en snelwegen liggen er meters onder het waterpeil van de rivieren. Toch herinnert weinig meer aan de woeste geschiedenis waarin rivieren door de dijken braken en – verder naar het westen – stormvloeden ervoor zorgden dat vanaf de andere kant ook het zeewater het land verwoeste. Toen in 1995 de Betuwe geëvacueerd moest worden kwam die geschiedenis opeens voor velen dichtbij. In dit gebied vind je vernieuwde rivierenlandschappen waarin we ruimte aan de rivieren geven om de hoge pieken in de wateraanvoer op te kunnen vangen en het land te beschermen tegen toekomstige overstromingen. Dit landschap is een openluchttentoonstelling waarin onze ingenieurs trots hun ambacht tonen. Ga maar eens kijken op de dijk bij Lent, waar ze nu tegenover Nijmegen een nieuw eiland, ‘Veur-Lent’, laten ontstaan. Een imponerend ontworpen landschap: een historisch stadsgezicht in het zuiden en een nieuw ontworpen kade aan de oever tegenover de noordkant van Veur-Lent. Daartussen een symfonie van bruggen en bruggetjes, waarvan er een zo ontworpen is dat-ie deels onder water komt te staan bij hoog water. Dat zal ons leren! “ ns cultuurlandschap, O het grootste kunstwerk van Nederland” bijvoorbeeld. Na de tweede wereldoorlog werden park­ ontwerpen gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwde normen voor de hoeveelheid groen per inwoner. Een ordening in stadsgroen, wijkgroen en buurtgroen werd deel van onze stadsuitbreidingen – typisch voor ons wederopgebouwde Nederland. Wat we wel gingen missen in ons ‘aangeharkte’ land was ‘vrije natuur’. Dat verklaart het enthousiasme voor de grootse natuurontwikkeling in de uiterwaarden van onze rivieren. Daar wilden we doorheen struinen. Aan het begin van deze eeuw kwam daar ook weer een reactie op: ‘Staat daar alweer een Schotse Hooglander in de blubber! Doe mij maar een gewone koe in de wei!’ Proeftuin Bekken van Groesbeek-Ooijpolder was een uiting van de herontdekking van het cultuurlandschap door inwoners van het Rijk van Nijmegen. Via een landschapsfonds betalen die voor de aanleg en het beheer van nieuwe houtwallen, singels en rietstroken met paden erlangs. Het plan werd in recordtempo via allerlei initiatieven van onderop gerealiseerd. En wat zien we nu gebeuren? Aan de ene kant zie je in de stad bewonersinitiatieven voor kleine parkjes, desnoods tijdelijk, zoals die met het aardvarken dat onlangs in Arnhem werd onthuld. Het landschap wordt symbolisch de stad ingehaald. Aan de andere kant zien we dat het landschap park wordt. In Park Lingezegen gebeurt dat letterlijk. Grote palen geven dat aan als je vanuit de woonwijken het park inrijdt. Het grootste deel van het park blijft Betuws landschap met boomgaarden tussen de dorpen en weides en akkers in het open middengebied. Wel worden de mogelijkheden om er te verpozen en prettig door het landschap te bewegen vergroot. Door nieuwe fietspaden, maar ook door bredere bermen langs de bestaande wegen, met veel bloemen en mooie bomen. Dat is het landschap van de merel en de meidoornhaag. Juist dat agrarisch cultuurlandschap wordt gewaardeerd! Bij de eerste landschapstriënnale werkte ik mee aan de tentoonstelling ‘Canon van het Nederlandse landschap’. Een reeks van 60 beelden van 4 x 2,5 meter waarin de enorme rijkdom en variatie van ons cultuurlandschap zichtbaar is. Daarvan kregen mensen tranen in de ogen, ‘we hebben het nog.’ Jazeker. Vanaf elke afslag van elke snelweg ben je binnen een paar minuten in een van deze canonlandschappen. Dat landschap, ons grootste cultuurbezit, gaan we de komende eeuw samen opnieuw vorm geven, vernieuwen. Laten we er samen een prachtig productief parklandschap van maken. We kunnen het!
  32. 32. 32 MIJN LANDSCHAP MONUMENTAAL RUUD KUIJER OVER INDUSTRIËLE MATERIALEN EN PROCESSEN, OVER CULTUREEL ONDERNEMERSCHAP EN OVER ‘IN EEN PAAR KLAPPEN IETS VERTELLEN’. Bruggen, waterwegen, schoorstenen, kranen, loodsen, utiliteitsbouw met een eigen logica, ziehier het landschap waaraan beeldhouwer Ruud Kuijer een menselijk gebaar wilde toevoegen. ‘Superieur spelen’, en ‘monumentaal donderjagen’ noemde Henk van Os het bij de onthulling van Waterwerk 5 uit de reeks die uiteindelijk uit zeven beelden zou gaan bestaan. Het grootste kunstproject in de openbare ruimte in Nederland. Plaats delict, industrieterrein Lage Weide in Utrecht waar in de vorm van de Werkspoor brug over het Amsterdam-Rijnkanaal de belangrijkste transportroutes tussen Amsterdam en Basel elkaar kruisen. Kuijer raakte er bij toeval verzeild tijdens een van zijn vele fietstochten langs de rafelranden van de stad. ‘Dit is mijn plek’ en ‘hier gaan we het doen’ wist hij meteen. En ook dat niemand en niets hem er vanaf zou houden. Deze vastbeslotenheid had hij hard nodig, niet alles zou zonder slag of stoot verlopen. ‘Het is eigenlijk begonnen met de kruiwagentjes beton die ik kreeg van de betoncentrale naast mijn toenmalige atelier in Hoograven. Ik werkte destijds voornamelijk aan beelden in metaal en op een dag stak ik een stuk metaal in een emmertje beton, de volgende dag was het hard en had ik een nieuwe vorm gecomponeerd. Beton heeft een negatieve connotatie, het staat voor alles wat er fout is gegaan in de architectuur van de naoorlogse tijd. Tegelijk is beton een fantastisch materiaal voor een beeldhouwer. Ik hou van industriële materialen en processen. Van monumentale vormen, van in een paar klappen iets vertellen. In mijn vroegere atelier kon ik zelf maken wat ik bedacht. Twee tot drie meter, hoger reikte mijn werk niet. Op Lage Weide werden lantaarnpalen mijn referentie. Waterwerk 1 van vijf en een halve meter was dus niet alleen qua schaal een stap, ik moest ineens met assistenten werken, met constructeurs, betonvlechters en bewapenaars. Het vinden van de juiste schaal was een heel ding. De honderdvijftig meter hoge schoorsteen van de Nuon en de Werkspoorbrug, de grootste spooroverspanning van ons land, waren mijn referentiepunten. Ik weet nog dat de fotograaf die altijd mijn werk fotografeert bij de plaatsing van het eerste beeld ongemakkelijk om zich heen stond te kijken; hij had gelijk, het beeld was te klein. Ik heb het landschap dus echt moeten veroveren, het me eigen moeten maken. Intuïtief wist ik dat het een sequentie moest worden en dat ik een groot gebaar wilde maken, maar hoe precies? Pas bij beeld drie ging het een beetje kloppen.
  33. 33. 33 Tekst: Brigitte van Mechelen | Beeld: Rob Versluys DONDERJAGEN Beeldhouwer Ruud Kuijer (1959) werd bekend met abstracte sculpturen waarin hij vaak herkenbare vormen verwerkt. Kuijer exposeerde in binnen- en buitenland, zijn werk is opgenomen in de collecties van musea en particuliere verzamelaars in binnen- en buitenland. Van 2001 tot 2013 werkte hij aan het project Waterwerken aan het AmsterdamRijnkanaal in Utrecht. Waterwerken is het grootste sculpturenproject in de Nederlandse openbare ruimte. Ruud Kuijer | Waterwerken/Waterworks nai010uitgevers | ISBN: 978 94 6208 072 0 Daar ben ik uitgegaan van de overgebleven bekisting van een van de pijlers van een brug in Tiel, acht meter hoog was deze vorm, dat was een goed begin. Site specific, ja zo kun je de Waterwerken wel noemen. De beelden zijn niet alleen speciaal voor deze locatie gemaakt, maar ook met gebruikmaking van de middelen uit de directe omgeving. Als je goed kijkt herken je een septic tank, pierenbadje, badkuip en surfplank, deze zijn gegoten in beton en geïntegreerd in de uiteindelijke vorm - in de megalomane werken zijn het details. Maar details zijn belangrijk, neem de stadswapens van Amsterdam, Basel en Utrecht die met een speciale uit de grafische industrie afkomstige techniek in een balk zijn gegraveerd. Op ooghoogte te zien door de treinreizigers die ter hoogte van de Werkspoorbrug uit het raam kijken. Cultureel ondernemerschap? Ja die term valt vaak in verband met mijn werk. Ik vind het prachtig om zo’n project zelf van de grond te tillen, het initiatief aan mijn kant te houden. Maar vergis je niet, wet en regelgeving, vergunningen, veiligheidseisen: het kwam me soms m’n neus uit. Om maar te zwijgen van tegenslagen als opzegging van de huur van het atelier. Want waar vind je op stel en sprong een werkruimte van minstens vijftien meter hoog? Zonder steun - financieel, infrastructureel of in natura - van onder meer Rijkswaterstaat Boskalis, Mammoet, Nuon en nog een hele groep andere partijen was het nooit gelukt. En het ís gelukt, als je de Waterwerken nu ziet liggen met die pas aangebrachte landscaping eromheen. Machtig, gewoon.’
  34. 34. 34 OOGST De ramp getekend Het zijn jeugd- en kinderboeken geweest die voor een hele generatie de herinnering aan de ramp van 1953 hebben vormgegeven en bewaard. En nog steeds verschijnen er boeken over de watersnood. In zijn boek De Ramp Getekend laat Herman Vuijsje zien hoe het verstrijken van de tijd de herinnering kleurt. Zestig jaar geleden, op 31 januari 1953, stond ik voor het raam en vroeg aan mijn vader of het water al kwam. De radio berichtte over een grote overstroming in Zeeland en wij woonden in de Amsterdamse Watergraafsmeer, onder de zeespiegel. Mijn vader stelde me gerust: de noordwesterstorm blies het water van het IJsselmeer juist van ons weg. Niet alleen die herinnering staat in mijn geheugen gegrift, ook de bijbehorende beelden. De foto's uit De ramp, het gedenkboek dat ieder gezin in de jaren vijftig in de kast had staan. Maar ook de plaatjes uit de kinderboeken die algauw begonnen te verschijnen. Letterlijk en figuurlijk hebben die bij een hele generatie het beeld van de watersnood gevormd. In het rampjaar zelf verschenen er al dertien. In totaal omvat de lijst nu meer dan veertig titels. Later ging ik ze verzamelen. In antiquariaten snuffelde ik naar de kloeke delen met harde kaft, waarop een aangrijpende afbeelding van de beproevingen en heldendaden van de jeugdige hoofdpersonen. Ter gelegenheid van de zestigste herdenking van de watersnood heb ik de ontbrekende boeken uit bibliotheken bij elkaar gesprokkeld en er een boek over geschreven, uitgegeven door het Watersnood­ museum in Ouwerkerk. De meeste van de veertig boeken zijn geïllustreerd – sommige door beroemde tekenaars als Rein van Looy, Carl Hollander en Eppo Doeve. Zelf vind ik de tekeningen
  35. 35. 35 Tekst: Herman Vuijsje* “ n vanbuiten klinkt, E ternauwernood hoorbaar boven het geraas van de storm, een stem: De dijk is door!” van Jan Lutz en W.G. van de Hulst jr. het mooist. Hun stijl blinkt uit door eenvoud en een bescheiden soort realisme dat kenmerkend was voor de eerste jaren na de ramp. Hun figuren zijn vaak zo eenvoudig getekend dat ze een eigen persoonlijkheid lijken te ontberen. Maar juist daardoor krijgen ze een haast monumentale zeggingskracht. Bijna twee derde van de kinderboeken is van christelijke signatuur. Dat blijkt ook uit de 'plot'. Meestal gaat het om een godvrezend boerengezin met flink wat kinderen. Vader is het onbetwiste gezinshoofd, maar de rol van hoofdpersoon is voorbehouden aan een van zijn zoons, soms met een zusje in de bijrol. Slechts zeven van de veertig boeken hebben een meisje als hoofdfiguur. Wel eisten meisjes steeds nadrukkelijker hun plaats op. In Storm! (2012) worden de rollen zelfs omgedraaid en is het hoofdpersoon Jet die haar vriendje het leven redt! als de staties van een kruisweg Ook in het verhaal zelf lijken de boeken op elkaar. De plaatjes tonen een reeks vaste herinneringspunten. De overlap is zo groot dat de vergelijking met een kruisweg zich opdringt, het relaas van Jezus' lijdensweg aan de hand van een aantal 'staties'. De eerste statie, de aanzegging dat een ramp te gebeuren staat, speelt zich af tegen middernacht. Er wordt hard op de luiken gebonsd en vanbuiten klinkt, ternauwernood hoorbaar boven het geraas van de storm, een stem: 'De dijk is door!' Daarna voltrekken de gebeurtenissen zich in adembenemend tempo. Het beeld van de tweede statie – het angstig verblijf op zolder in duisternis en kou – is een icoon van de ramp geworden. Een familie, geknield of met gevouwen handen bijeen, zegt alles. De vlucht naar het dak, de derde statie van wat nu onmiskenbaar een lijdensweg wordt, is voor de overlevenden de meest traumatische episode. Ook kinderen moeten machteloos toezien hoe buren en bekenden om hulp smeken, wegdrijven en verdrinken. Ronddrijven in ijskoud water op het losgeslagen dak, op een vlot of deur – dat is de vierde statie. De plaat uit K. Norels klassieker Houen, jongens! (1953) van een gezin, doorweekt op een schamel vlot, is misschien wel de meest aangrijpende van allemaal. Redding kwam uiteindelijk vaak op een wonderbaarlijke manier: vanuit de lucht. Bijna niemand had in Nederland nog een helikopter gezien; nu vlogen er tientallen rond, bemand door militairen uit allerlei landen. In Jan de Hartogs De kleine ark (1953) zagen hoofdpersonen Jan en Adinda 'in de glazen cockpit een neger met een kanariegele pet op naar hen staren.' De heli die via een touwladder mensen aan boord neemt, is op een hele reeks plaatjes te zien. In deze vorm lijkt de machine het meest op een verschijning uit de hemel die op het kritieke moment alles ten goede komt keren. realisme zonder sensatie Nog steeds verschijnen er kinderboeken over de watersnood. En nog steeds volgt het verhaal vaak het snoer van de staties. Maar verschillen zijn er ook. Direct na de ramp waren de verhaaltjes dun en de karakters plat. Latere verhalen kregen meer diepte en 'heftiger' verwikkelingen. In Oosterschelde windkracht 10 (1976) van Jan Terlouw gebeurt bijvoorbeeld een moord en krijgt hoofdpersoon Anne reliëf doordat ze zich afzet tegen haar streng gereformeerd milieu. In recente kinderboeken als Overal water (2010) en Storm! krijgen de falende autoriteiten er flink van langs – een thema dat vroeger werd gemeden. Diezelfde ontwikkeling is te zien in de illustraties. Eerst schetsmatig en een beetje onbeholpen, later met meer diepte en emotie, en aandacht voor individuele karaktertrekken. Op één gebied blijft die groeiende voorkeur voor 'heftige', soms opgeklopte, belevingselementen, achterwege. Dat is de manier waarop het ergste uitvloeisel van de ramp – de dood van meer dan 1800 mensen – wordt benaderd. Pas in de tiende druk van Houen, jongens! (1992) is een tekening te vinden van een dode vrouw, maar haar gezicht is niet herkenbaar: het is een soort monument voor het onbekende slachtoffer. Ook in de verhalen zelf wordt de dood steeds 'realistischer' weergegeven, maar zonder dat het ontaardt in sensatiezucht. Kinderen worden minder dan vroeger afgeschermd van ‘erge’ gebeurtenissen, er is meer vertrouwen in hun vermogen daarmee om te gaan. De uitkomst is: de kale waarheid, zo ingetogen mogelijk verteld. Daarnaast ontstonden er, bijvoorbeeld in Na de storm (2009), verhalen voor jonge kinderen waarin de gebeurtenissen worden weergegeven alsof het om een sprookje of legende gaat. Ook dat is een uitvloeisel van de afstand die het verstrijken van de jaren met zich meebrengt. In dat opzicht lijkt de herinnering aan de watersnoodramp op die aan de oorlog: het beeld blijft steeds in beweging. *Herman Vuijsje is journalist, schrijver en editor. Het merendeel van zijn publicaties gaan over veranderingen in Nederland. Veranderingen op sociaal, moreel en politiek gebied, maar ook in landschap en ruimtelijk beleid. Herman Vuijsje is medewerker van NRC Handelsblad en levert regelmatig bijdragen aan de Volkskrant en De Groene Amsterdammer. Zijn boek De ramp getekend. Hoe de watersnood in kinderboeken werd verbeeld verscheen bij Sjaalman Media | ISBN: 978 90 81589 04 8

×