GRNVLD 2013/15
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

GRNVLD 2013/15

on

  • 758 views

Magazine over het verbinden van stad en land: 'voorbij het einde'

Magazine over het verbinden van stad en land: 'voorbij het einde'

Statistics

Views

Total Views
758
Views on SlideShare
758
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
2
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

GRNVLD 2013/15 GRNVLD 2013/15 Document Transcript

  • eN verDer Zilte zeekaas, Dick Soek De smultuin van Claudia Reina Stadslandbouw op de vierkante meter ‘Geheim recept’ Complexiteit is geen excuus samuel leVie Ons dagelijks brood Henk wildscHut It’s the Food, Stupid! FeliX rottenBerg maGaziNe over heT verbiNDeN vaN sTaD eN LaND maGaziNe over vaN sTaD eN LaND152013
  • coloFon GRNVLD is een uitgave van Sjaalman Media in opdracht van Kasteel Groeneveld. GRNVLD verschijnt vier keer per jaar. Het volgende nummer verschijnt in december 2013. GRNVLD Groeneveld 2, 3744 ML Baarn, grnvld@mineleni.nl uitgever Sjaalman Media, Chris van Koppen redactie Redactie: Brigitte van Mechelen (hoofdredacteur, interim), Christine Tinssen (managing editor), Mariken Bokeloh (redacteur) Vormgeving Volta_ontwerpers, Utrecht druk Wilco, Amersfoort medewerkers Marco Bakker, Mark Boog, Jos Collignon, Marlies van Diest, Rob Elfring, Maaike Hartjes, Comic House, Jan Dobbe, Kester Freriks, Jan Hartholt, Michiel de Jong, Frank Jonker, Lizet Kruyff, Caroline van der Lee, Marcel van Ool, Aloys Oosterwijk, Hans van Oudenaarden, Frank van Pamelen, Patty Scholten, Matthijs Sienot, Marjan Slob, Willem Vleeschouwer, Isabel van der Weijden, Tommy Wieringa Foto cover Hollandse Hoogte, Michiel Wijnbergh Foto achterkant Brigitte Kroone Alle zorg is besteed aan het achterhalen van de namen van de rechthebbenden. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen contact opnemen met de uitgever. issn 1566-6190 grnvldmagazine Kasteel Groeneveld Zelf groente verbouwen is ‘in’, de wachtlijsten voor moestuinen groeien en in de steden ontspruit het ene na het andere stadslandbouwproject. Zelfs de first lady is naast het Witte Huis een groentetuin begonnen. ‘Prachtig’ vindt de een, ‘goed voor de cohesie ook’. ‘Gerommel in de marge’, want ‘zo ga je de wereldbevolking niet voeden’, vindt de ander. Deze patstelling is illustratief voor de verwarring rond voedsel – weinig onderwerpen roepen zo veel tegenstrijdige visies en emoties op. Niet bij Gerard overigens, mijn buurman ‘op de tuin’. Gerard is 85 en hij ‘bouwt’ al 56 jaar op het nutstuinen complex waar ik sinds drie jaar zijn buurvrouw ben. Ik leer veel van hem. ‘Alles wat rolt kan de diepvries in’ bijvoorbeeld en dat een gang naar het tuincentrum nergens voor nodig is, de tuin wil ‘door’ en levert genoeg zaden. En anders hebben Gerard of mijn andere buurmannen wel wat voor me, aardbeienplantjes, rabarberscheuten. Omgekeerd werkt het ook, regelmatig fietsen ze huiswaarts met onder hun snelbinders een bos bloemen van mijn grond, voor hun vrouw. Een oplossing voor het voedselvraagstuk is het niet. Wel geluk. VooraF grnvldmagazine Kasteel Alle zorg is besteed aan het achterhalen van de namen van de rechthebbenden. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen contact opnemen met de uitgever. issn 1566-6190 grnvldmagazine Kasteel met onder hun snelbinders een bos bloemen van mijn grond, Een oplossing voor het voedselvraagstuk is het niet. Beeld: Brigitte van Mechelen Brigitte van Mechelen, hoofdredacteur, interim [Britt@xs4all.nl] 02
  • 03 Herkauwen 04 06 09 10 12 18 23 24 26 28 31 32 34 36 38 40 zaaigoed Kort nieuws interview Felix Rottenberg forum Gesprek over voedsel ander beeld PARK(ing) Day beeldessay Henk Wildschut reportage Verbeter de wereld, begin een buurtmoestuin programma Evenementen wende Samuel Levie verhaal Tommy Wieringa kaf en koren Reflecties, inzichten vers Patty Scholten mijn landschap Dick Soek oogst Schoon water en vieze regen mmm Claudia Reina verstript Demeter en Persephone de plek Vegetariër zoekt vlees 24 inHoud samueL Levie, oprichTer Yfm, over voeDseL eN ToeKomsT Wende 03 View slide
  • 04 duurzame paraplu BiologiscH ritme NIEUWS – PUBLICATIES, TENTOONSTELLINGEN, PRIJSVRAGEN, CAMPAGNES, SYMPOSIA, INNOVATIES. NIEUWS EN PERSBERICHTEN KUNT U STUREN NAAR GRNVLD, GROENEVELD 2, 3744 ML BAARN, GRNVLD@MINELENI.NL resTmaTeriaLeNhuis Zonder geld een huis bouwen? In Nijmegen lukt dat. In mei vorig jaar begon onder- nemer Juul Martin aan zijn Huis van Overvloed. Het moest een compleet nieuw pand worden, gemaakt van restmateriaal. En nu is het af. Meer dan 170 vrijwilligers hielpen mee met de bouw, van hobby- klussers tot professionele aannemers. Het materiaal kwam van fabrikanten die er niets meer mee konden. Zo kregen ze zonnepanelen vanwege kleurverschil en zijn de wanden gemaakt van houten pallets met een niet-gangbaar formaat. Het pand gaat dienst doen als werk- en ontmoetings- plek omtrent duurzaamheid en sociale innovatie. Op 14 september vond de officiële opening plaats. eeTcafÉ Het Eetcafé is een on- en offline hangout voor boer en burger, een website waar boeren en burgers elkaar ontmoeten. Waar twee wereldbeelden bij elkaar komen en waar het begint te schuren, ontstaan de mooiste dingen. Daarom is de dialoog tussen stad en platteland zo belangrijk. Met Het Eetcafé brengen de Youth Food Movement (YFM) en het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) boeren en burgers samen. Om elkaar te leren kennen, vragen te stellen, kritisch te zijn en discussie te voeren – omdat voedsel verbindt. Het Eetcafé is onderdeel van de internationale webcampagne FoodPoliticsEU. Naast het onlineplatform, worden er Eetcafé’s door het hele land georganiseerd, in de stad en op het platte- land. Boeren uit de stad ontmoeten de consument; stedelingen gaan het platteland op om te kijken waar hun eten vandaan komt. KijK oP: www.heteetcafe.eu FruittattooNooit meer per ongeluk een sticker in je mond krijgen bij het eten van een appel. Fruittelers mogen vanaf nu met een laserstraal tatoeages aanbrengen op de schil. Dat heeft de Europese Unie laten weten. Zelfs het maken van logo’s behoort tot de mogelijkheden. Dat maakt stickers overbodig en dat is goed nieuws voor de besparing van lijm en papier. De fruittatoeages zijn bedacht door een bedrijf uit Valencia. Dat gebruikt hiervoor kleurstoffen die ook in etenswaren te vinden zijn. Omdat het tatoeëren van fruit niet schadelijk is voor de gezondheid heeft de EU er toestemming voor gegeven. Boeren en Burgers laserstraal tatoeages recYcLe pLu Huis Van oVerVloed zaaigoed jetlag Amerikaanse biologen hebben ontdekt dat groenten en fruit net als wij een biologisch ritme hebben. Volgens National Geographic blijken ze tot een week na het oogsten nog te reageren op licht en donker. Hun biologische klok helpt de planten zich te beschermen tegen insecten. Zo maakt kool een afweer- middel aan op het moment van de dag dat rupsen op zoek gaan naar eten. Uit het onderzoek bleek dat dit effect ook na het oogsten goed in stand te houden is. Door het licht in supermarkten aan te passen aan de ritmes van groenten en fruit blijven deze langer vers. Ieder jaar worden er één miljard kapotte paraplu’s weggegooid. Een enorme verspilling van grond- stoffen. Drie Italiaanse designers hebben een nieuwe paraplu ontwikkeld die 100 procent recyclebaar is: de Ginkgo. Het is de eerste duurzame paraplu (helemaal gemaakt van polypropyleen) en licht, sterk en flexibel. Een gewone paraplu bestaat uit 120 elementen, de Ginkgo uit slechts 20. Dus… mocht er onverhoopt een onderdeel kapotgaan, kan dat eenvoudig vervangen worden. Hij is echter nog niet te koop; via crowdfunding wordt het nodige bedrag opgehaald om het ontwerp te commercialiseren. KijK oP: www.ginkgoumbrella.com KijK oP: www.huisvanovervloed.nl View slide
  • 05 Verdronken land De mogelijkheden en beperkingen van het landschap van de Nederlandse provincies Groningen, Friesland en Drenthe en die van de Duitse provincies Oost-Friesland en Emsland hebben grote overeenkomsten. Alle reden om samen te werken in een groot project: ‘Land van Ontdekkingen’. De tentoonstelling ‘Het verdronken land is vruchtbaar’ in het Groninger Museum is een grensoverschrijdende reis door het archeo­ logisch verleden die teruggaat naar meer dan 12.000 jaar geleden toen men nog kon lopen van de Hondsrug tot aan de Doggersbank, die midden in de Noordzee ligt. Het Runenstaafje van Westeremden, het masker van Middelstum, goud en zilverschatten, een prachtige serie aardewerk van de steentijd tot nu, demonstreren de rijkdom van de vruchtbare kwelders die zijn afgezet op het eens verdronken land. Naast het Groninger Museum zijn er exposities te zien in het Fries Museum en het Drents Museum. De eerste tentoonstelling in deze reeks was te zien in het Ostfriesisches Landes Museum Emden. De tentoonstellingen maken deel uit van een internationale manifestatie ‘2013 – Land van Ontdekkingen’. Groninger Museum, 21-09-2013 t/m 09-02-2014 programmatips tentoonstelling De Nieuwe Liefde De Nieuwe Liefde maakt programma’s op het gebied van ethiek, filosofie, cultuur, religie en politiek, die het publiek aan het denken zetten, wakker schudden en bemoedigen. Twee tips uit de serie ‘Voorbij het neoliberalisme’; analyse en gesprekken met gasten die anders proberen te denken en doen. Dinsdag 15 oktober / maatschappelijk verantwoord ondernemen Veel bedrijven doen al jaren aan ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’. Vaak is het echter vooral een marketingtool die ‘goed verkoopt’ in plaats van een poging echt verantwoordelijkheid te nemen. Als we willen dat MVO werkelijk verantwoord is, aan welke voorwaarden moet het dan voldoen? Dinsdag 12 november / duurzaamheid Verantwoord consumeren om de uitputting van onze grondstoffen tegen te gaan: het klinkt als een duurzame oplossing, maar dat valt te betwijfelen. Want, onderbouwd met het argument van keuzevrijheid, is de keuze niet mee te doen ook geaccepteerd. Als we echt duurzaam willen leven en de uitputting van onze aarde tegen willen gaan, wat kunnen wij burgers dan doen?  Waar: Da Costakade 102, 1053 WP Amsterdam Aanvang: 20.00 uur, Grote Zaal
 Prijs: € 10 / € 7,50* (*CJP, studenten, Stadspas) Tel.: 020 589 16 80 Kaarten: www.denieuweliefde.com Biodesign in Het Nieuwe Instituut Kruisbestuiving Biodesign, over de kruisbestuiving van natuur, wetenschap en creativiteit in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam / 27-09-2013 t/m 05-01-2014 Kijk op: www.hetnieuweinstituut.nl Dit najaar presenteert Het Nieuwe Instituut de tentoonstelling Biodesign, over de kruisbestuiving van natuur, wetenschap en creativiteit. Curator William Myers heeft hiervoor tientallen projecten geselecteerd, waarbij levende systemen een integraal onderdeel vormen van het ontwerpproces. Zo worden bomen onderdeel van huizen en bruggen, vormen champignons de basis voor verpakkingsmateriaal en groeien tabaksbladeren uit tot patronen voor tegels. De zoektocht naar integratie van natuurlijke processen in het ontwerpproces is niet van vandaag. Het veranderende klimaat en de groeiende schaarste van grondstoffen zorgen ervoor dat deze zoektocht aan urgentie wint. De tentoonstelling biedt zicht op nieuwe materialen en de toepassingsmogelijkheden van biologie binnen architectuur en design. © Milo   Editt Tower Solaris by T. R. Hamzah & Ken Yeang
  • 06 interview De maatvan alle bestaan
  • 07 “Elke verandering begint met de consument, met de burger” Na zes debatten in De Rode Hoed in Amsterdam over de toekomst van de landbouw en ons voedsel was men nog lang niet uitgepraat; er volgde nog een serie. Beide reeksen met de titel ‘It’s the Food, Stupid!’ werden geleid door Felix Rottenberg. Hoog tijd om hem te vragen naar zijn persoonlijke visie. Tekst: Kester Freriks* | Beeld: Aloys Oosterwijk** © Comic House *Kester Freriks (1954) is verbonden aan NRC Handelsblad. Hij is schrijver van romans en van boeken over de natuur, waaronder het recente Verborgen wildernis. Ruige natuur en kaarten in Nederland. **Aloys Oosterwijk (1956) volgde de Academie van beeldende kunsten in Arnhem.Grote bekendheid verwierf hij met de strip Willems Wereld in Panorama. Vanaf 2004 is hij rechtbanktekenaar. VoorFelix Rottenberg begon de belangstelling voor de natuur in zijn vroege jeugd op enkele cruciale momenten, die hem veel hebben geleerd over de samenhang tussen de mens en zijn omgeving, tussen stad en land, tussen stedeling en boer. Allereerst dankzij ‘een inspi- rerende, geweldige’ lerares, juffrouw Teer, op de Eerste Openluchtschool voor het Gezonde Kind. En daarna rond zijn vijftiende jaar op de boerderij van zijn ouders in Frank- rijk. De kern van zijn belangstelling ligt bij de rol die voedsel in ons dagelijks leven speelt en hoe voedsel van beslissende invloed is op het wereldwijde en wereldomspannende net- werk van, ja… van de productie van ons dagelijks brood zelf. Een gesprek met Rottenberg, op een dag in augustus, is een bijzondere ervaring: hij denkt op systematische wijze in zeven thema’s, dat betekent zeven steunpunten voor zijn denken. Vervolgens legt hij boeiende dwarsverbanden en verbindt hij zijn inzichten met politieke aanbevelingen. Maar tegelijk is zijn geest ook vrij om die zeven thema’s los te laten en zijn denken de vrije teugel te bieden. permanent leerproces Rottenberg (Amsterdam, 1957) geniet bekendheid als poli- ticus van de PvdA, voor welke partij hij partijbestuurder was. Jarenlang vervulde hij een belangrijke taak in het Nederlandse maatschappelijke debat als directeur van het Amsterdamse Politiek en Cultureel Centrum De Balie. Hij zegt: ‘Nu besteed ik 50% van mijn tijd aan het bestuderen van voedsel- en landbouwproblematiek. Ik leid debatten, zoals de ‘It’s the Food, Stupid!-reeksen in De Rode Hoed. Ook zit ik strategische sessies voor bij bedrijven werkzaam in de agricultuur. Ik bevind me in een permanent leer­ proces. Maar dat alles is dus begonnen in mijn jeugd.’ wijs Het ouderlijk huis van Rottenberg stond aan de rand van Amsterdam Nieuw-Zuid, op de grens van de stad waar de weilanden begonnen. Daar kwam hij in contact met de natuur. Dat was zo’n beslissend moment. Belangrijker nog was de aankoop door zijn ouders van een vervallen boerderij op het Franse platteland, in de Auvergne. Dat was in 1975, herinnert Rottenberg zich. Hij vervolgt: ‘Het lag in een van de armste streken van Frankrijk. Het was er enorm smerig, de boerenfamilie van wie het huis eigendom was had niet eens een wc of douche. Mijn zuster Sandra en ik waren kind aan huis bij de familie. Ik mocht meedoen met de kleine jacht op konijnen, herten, soms een wild zwijn. Deze jacht maakt je vertrouwd met de natuur, met het zoeken en vinden van sporen, met het gedrag van dieren. Ik ontdekte de autarkie van dit boerenbedrijf. Ik vond als jonge jongen de boeren wijs. Hun leven samen met de natuur en op het ritme van de natuur boeide me. Hun afhankelijkheid van land was groot, dus zetten ze het geld dat ze over hadden meteen om in land. Land is verbondenheid met de natuur en biedt koeien de gelegenheid tot grazen. En dat levert weer meer melk op, onder meer voor het maken van kaas.’ Ergens rond 1988 nodigde Rottenbergs vader de boer en boerin uit om naar Nederland te komen. Ze bezochten niet alleen Texel en Giethoorn, ook gingen ze naar een collega- boer met een melkstal van 250 koeien. Dat was wel wat anders dan de 60 die zij hadden. Bovendien werden de koeien gemolken met een indrukwekkende melkmachine, heel wat moderner dan hun machine van verouderd model. Dat leidde tot grote verbazing. Kort na terugkeer beschikte niet alleen de Franse boer zelf, maar ook de boeren in de omtrek over een moderner melkmachine. ‘Kijk,’ zegt Rottenberg, ‘zo’n gegeven boeit me. Het bezoek leidde tot innovatief denken en handelen in het boerenbedrijf.’ werkbezoek In de loop van zijn carrière als politicus bij de PvdA, directeur van De Balie en in zijn huidige tijd als zelfstandig denker en onderzoeker heeft Rottenberg tal van inspire- rende mensen ontmoet. De held van zijn politieke verleden was Joop den Uyl. Nu heeft hij veel waardevolle kennis te danken aan onder meer politiek-cultureel filosoof Paul Kuijpers en Hans Huijbers, voorzitter van de Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (ZLTO) en commissaris van vleesfabrikant VION Food. Ook landbouwpionier
  • 08 Piet van IJzendoorn, die een boerderij heeft in de Flevo­ polder, maakt onderdeel uit van Rottenbergs ‘denktank’. Evenals Wouter van der Weijden, bioloog, natuur­ beschermer en directeur van het Centrum voor Landbouw en Milieu. En Bert van Ruitenbeek, zijn medestander bij de organisatie van de voedseldebatten. Zijn PvdA-verleden beschouwt hij als ‘zeer leerzaam’. Rottenberg: ‘In die tijd ging ik eens per week op werkbezoek in stad en ommeland. Ik vind die beide begrippen van essen- tieel belang: de stad kan niet zonder de landerijen en het boerenland eromheen. En omgekeerd. Daarvan moeten zowel boer als stedeling zich bewust zijn. Tijdens de werk- bezoeken bezocht ik de plaatselijke drogist, de boeren, ondernemers, een onderwijzer van de lokale school. Ik ont- dekte dat kennis altijd teruggaat naar de oorsprong, en dat is het land zelf. Dat geldt vooral voor de kleinschalige ecologi- sche en biologische landbouw. Die lijn zet ik voort tijdens de debatten in De Rode Hoed waar producenten van de kleine landbouw in gesprek gaan met de grootschalige boeren. Ook wetenschappers en consumenten zijn daarbij aan­ wezig. Telkens blijkt dat we met zijn allen terugkeren naar de oorsprong van ons voedsel, namelijk de grond zelf.’ club van rome Het begrip Groene Revolutie keert telkens terug tijdens het gesprek. De verschillende fasen daarin – van de eerste gedachten over milieu tot de laatste ontwikkelingen waarin duurzaamheid centraal staat – bestudeert Rottenberg in samenhang met zijn eerder verwoorde visie over de bron van alles: de grond waarop wij leven. Voor Rottenberg vormt de ‘vruchtbaarheid van de bodem de maat van alle bestaan’. Hij vervolgt: ‘We bevinden ons in het midden van het begin van de Groene Revolutie.’ Dat vereist nadere uitleg, en die volgt meteen. Soms blikt Rottenberg even op een lijstje met aantekeningen: ‘Het echte begin ligt in de jaren zeventig, met het Rapport van de Club van Rome. In Nederland volgde al snel het Rapport van de Commissie Mansholt, opgesteld aan de vooravond van het eerste kabinet Den Uyl. Voor het eerst deed het begrip milieu zijn intrede; duur- zaamheid bestond nog niet. Daarna kwam de tweede fase, eind jaren tachtig. Een voorhoede van slechts 2% pleitte voor biologisch-dynamische landbouw. Dat is weinig, maar het was een belangrijk begin.’ financiële belangen Rottenberg is hoopvol gestemd over vertegenwoordigers van de derde fase. Deze jongste generatie die ongeveer vijf jaar geleden aantrad propageert Youth For Food en Slow Food. ‘De oorsprong van ons voedsel is een belangrijk issue. Ik zou ervoor willen pleiten dat voedselkennis een plaats krijgt in het onderwijs, naast taal, rekenen en andere vakken. Je zou er zelfs over kunnen denken om het vak bio- logie, dat vaak heel abstract wordt, om te zetten in voedsel- kennis. Als de consument eenmaal weet waar het voedsel vandaan komt, dan neemt de bewustwording toe. Tijdens de debatten merk ik dat de financiële belangen van de agri-industrie op wereldwijde schaal zo reusachtig zijn, dat daarin weinig verandering valt te verwachten. Elke verandering begint met de consument, met de burger.’ Rottenberg komt met de stelling: ‘Van goede producten die een intens gezonde smaak hebben, ben je eerder verzadigd. Dat voorkomt dat mensen zich aan goedkope, ongezond gefabriceerde producten gaan overeten. Een smakeloze plak jonge kaas is minder voedzaam dan een mooi gerijpt stuk oude kaas. Bij dit bewustzijn behoort het “eten met de seizoenen mee”. Dat is belangrijk.’ geen schijn van kans Waar Rottenberg zich zorgen over maakt, zijn de slechte kringlopen in de voedselproductie. In Brazilië worden de savannen vernietigd ten gunste van de sojaplantages. Nederland is een van de grootste importeurs ter wereld van de soja, voornamelijk als voer voor koeien. Van de melk van Nederlandse koeien wordt kaas gemaakt. ‘Die kaas,’ aldus Rottenberg, ‘wordt geëxporteerd naar Brazilië en concur- reert met de kaas van de plaatselijke boeren. Nederlandse kaas is veel goedkoper, dus de kleine Braziliaanse boer heeft geen schijn van kans. Dat is een voorbeeld van een slechte kringloop.’ Rottenberg pleit voor de ‘permacultuur’, ofwel een cultuur waarin planten en bodem een ‘permanente’ band met elkaar aangaan: ‘De permacultuur hangt samen met de cycli der seizoenen. Maar ook met de verhoudingen tussen planten en bomen onderling. Als je bramenstruiken laat groeien in de schaduw van een pruimenboom, dan is de opbrengst groter.’ Voor Rottenberg is permacultuur meer dan alleen het combineren van verschillende plantensoorten, het gaat ook om het bijeen brengen van grotere eenheden, zoals hij tijdenseenwerkbezoekaandeUniversiteitvanWageningen leerde. ‘Bij dieren kan dat samenbrengen tot grotere een­ heden echter niet. Dieren hebben een waardig bestaan nodig en daar hoort ruimte bij. De risico’s van veel dieren bij elkaar zijn zeer groot. Stel dat op een geitenboerderij met honderden dieren een geitje geboren wordt met Q-koorts. Dan zijn de rampen niet te overzien. Massificatie van dieren is een gevaarlijke vorm van voedselproductie. Massificatie hangt samen met de megalomanie van de voedselindustrie. Waarom zou een concern wereldwijd willen opereren, beperk je tot Noordwest-Europa, dat is al voldoende werk- terrein voor een verantwoorde, min of meer kleinschalige marktwerking.’ missie Opnieuw komt Rottenberg terug op de jonge generatie, op wie hij zijn hoop heeft gevestigd. Deze generatie bepleit de ‘one health’-gedachte, waarin op integrale wijze gekeken wordt naar gezondheid, voedsel, landbouw, mens en dier. Hij betreurt het dat minister Kamp van Economische Zaken de landbouw uit het ministerie heeft verdreven onder het motto ‘landbouw is immers ook economie’. Hier- mee mist onze regering de directe bemoeienis met én ver- antwoordelijkheid voor de landbouw, volgens Rottenberg. Daarom zou hij ervoor willen pleiten om tot een volgende stelling te komen, een missie die hij uitdraagt in tal van interview
  • 09 commissies: ‘Baat vernuft uit. Breng mensen samen. Dat stuurt de innovatie en dan blijf je de politiek beïnvloeden.’ Het is voor hem een teleurstellende gedachte dat Neder- land niet echt vooroploopt als het gaat om innovatie in het domein van de landbouw. ‘We hebben de beste universiteit als het gaat om tuin- en landbouw, namelijk Wageningen. En we hebben de beste universiteit als het gaat om stads- ontwikkeling, dat is Delft. Die verbinding tussen die twee, tussen stad en ommeland, is van cruciaal belang om de Groene Revolutie te blijven aanmoedigen. De politiek is helaas te pragmatisch en te weinig idealistisch.’ versnippering Rottenberg is gevraagd zitting te nemen in het Bijenberaad. Onlangs bezocht hij op eigen initiatief Duitsland om onder- zoek te doen naar de sterfte onder bijen. Het viel hem op dat men in Duitsland verder is als het gaat om duurzaamheid en milieudaninNederland.InNederlandroemthijgeneralisten uit de politiek als Cees Veerman en Pieter Winsemius, maar de versnippering hebben zij niet kunnen tegenhouden. Rottenberg: ‘Er is geen politicus of staatsvrouw die de innovatie op landbouwgebied aanvoert. In Duitsland is het besef van duurzaamheid in het politieke veld veel verder doorgedrongen. Een bedrijf als Ahold loopt verschrikkelijk achter. Unilever daarentegen heeft altijd al duurzaamheid van groot belang geacht; hier zitten leden in de Raad van bestuur die dat beseffen en daar ook daadwerkelijk naar handelen. Cruciale voorwaarde is dat marktbelang en eco- logisch belang niet langer strijdig zijn. Er zou veel eerder een synthese moeten komen. De kennis van de jongste generatie voorstanders van de Groene Revolutie is onge- kend groot. Dat moeten zij politiek inzetten. En tot slot wil ik graag terugkeren naar het begin van ons gesprek: kennis van voedsel reikt veel verder dan alleen wat je koopt in de supermarkt. Het is uiteindelijk de consument die bepaalt wat waardigheid is voor het dier, wat van belang is voor de bebouwing van ons land. Voedsel boeit me mateloos omdat het zo alomvattend is.’  Vreten voor de stad was de plastische werktitel tijdens de voorbereiding van het Groeneveld Forum dat op 3 en 4 november wordt gehouden. Het is ontleend aan een werk van de schilder Han Jansen (1931-1994). Het geeft direct aan waar het Groeneveld Forum over gaat. In 2040 woont 70% van de mensen in de steden. En van die steden ligt 80% in kustgebieden. Voor een land als het onze dat tegelijk een Delta en de Tweede exporteur van landbouw­producten in de wereld is (ja, ook bier), liggen hier grote mogelijkheden en grote opgaven (problemen). ‘Hoe gaan wij de komende decennia een snelgroeiende wereldbevolking op een duurzame wijze voeden’? Dat lijkt de belangrijkste vraag te zijn die de komende jaren in onze samenleving centraal staat. Tegelijkertijd moeten wij constateren dat deze vraag grote verdeeldheid zaait. Kan het ons helpen om te onderzoeken welke dieper­ liggende waarden ten grondslag liggen aan ons voedsel? Welke urgenties liggen er en kunnen wij vanuit de verschillende oriëntaties een nieuwe verbinding maken? Het Groeneveld Forum 2013 organiseert een gesprek over de dieperliggende waarden en urgenties van onze voedselvoorziening. Een dialoog met vooraanstaande experts uit bedrijfsleven, wetenschap, maatschappelijke organisaties, politiek en overheid die met elkaar de verbinding en de verdieping willen zoeken. Inleidingen zullen worden gegeven door onder andere: prof. dr.ir. Gerard de Vries van de Wetenschappelijke Raad voor het Regerings­ beleid en voorzitter van de projectgroep die het WRR-rapport over voedsel voorbereid; prof. dr. Dirk Sijmons, curator van de Internationale Architectuur Biënnale 2014 in Rotterdam ‘Urban by Nature’; prof. dr. Maarten Doorman, filosoof, schrijver en dichter maar ook hoogleraar cultuurfilosofie; Kees de Gooijer, directeur TKI Agri & Food, en Feike Sijbesma, CEO DSM. Creatieve innovatoren als The Beach presenteren nieuwe inzichten en praktijken. En vanuit de Waarden van het land verkent Ton Duffhues met de deelnemers de gronden van hun voedselkeuzen. Het Groeneveld Forum laat in wie er spreken, in wie er participeren en in zijn vormgeving zien waarom en hoe we de opgaven tegemoet treden. Waarom en hoe daaraan gewerkt wordt in combinaties van de dominee en de koopman, lokaal en globaal, ambacht en industrie, innovatie en traditie. Met Ahead of the Game destilleren we gedeelde urgenties uit onze verschillende waarden. • Als u het Groeneveld Forum wilt bijwonen kunt u zich aanmelden bij Kasteel Groeneveld: reserveringsbureau@mineleni.nl Tel.: 035 548 09 94 Jan Hartholt (j.hartholt@mineleni.nl) forum: Verdiepend gesprek over urgenties van onze voedselvoorziening Gesprek over voedsel (zonder etiket)
  • 10 Ander beeld
  • Tekst: Christine Tinssen | Beeld: Marlies van Diest Ontwerp 11 PARK(ing) Day Op een dag had iemand genoeg van alle ruimte die een geparkeerde auto inneemt. Met een auto omgevormd tot een parkje parkeerde Rebar – een kunst- en ontwerpstudio uit San Francisco – op verschillende plekken in de stad. Dit groene initiatief vond al snel navolging en inmiddels worden er volgens de laatste telling op de derde vrijdag van september in 35 landen en 162 steden bijzondere plekken ingericht op plaatsen waar anders auto’s staan. Wie weet dit jaar ook in Nederland? PARK(ing) Day is een initiatief van Rebar (rebargroup.org), ontstaan in 2005. Het idee is dat je bij de gemeente voor een dag een parkeer­ plaats huurt en de plek naar eigen ideeën inricht. Zie ook parkingday.org De foto is genomen op 21 september 2012 in San Francisco, Mission district.
  • Khouribga Phoshate Mine / Flevoland Potato Field, 2012 beeldessay 12
  • Tekst: Brigitte van Mechelen | Beeld: Henk Wildschut 13 Het grotere plaatje 13 Ben Guerir, Phosphate Mine / Wieringermeer, Tomato Greenhouse, 2012
  • Ben Guerir, Phosphate Mine / Wieringermeer, Tomato Greenhouse, 2012 beeldEssay 14 ‘Een lekker ongenuanceerde, activistische serie ga ik maken, tégen de Monsanto’s; tégen gemanipuleerde mais en anti-globalistisch want in “lokaal en kleinschalig” ligt immers de redding. Dat was mijn reactie toen ik de opdracht voor Document Nederland* kreeg. Dit na nachten wakker liggen trouwens, want toen mij tijdens het eerste telefoontje met het Rijksmuseum werd verteld dat voedsel het onderwerp was, kreeg ik echt het zweet. Er zijn weinig onderwerpen zo ingewikkeld, zo controversieel en zo essentieel… Maar al heel snel voelde ik me ongemakkelijk over mijn aanpak; herkauwen wat veel documentairemakers en journalisten de laatste jaren hebben laten zien, was wat ik aan het doen was. En toen ik de eerste foto’s ging maken, besefte ik: ik héb deze beelden al gezien. Vanaf dat moment ben ik andere informatie gaan opzoeken, Fresco’s Nieuwe Spijswetten gaan lezen en gesprekken met innovatieve ondernemers gaan voeren. En vanaf dat moment voelde ik me thuis. Terug bij de nuance. Zwart-witdenken lost niets op, dat is waar ik in mijn werk steeds op uitkom. In mijn vorige serie Shelter bijvoorbeeld gaat het over de clichébeelden die er van illegalen bestaan. Losers zouden het zijn, uitschot. Mijn beelden van de zorgvuldig bij elkaar gesprokkelde, ontroerend nette interieurs
  • 15 Jorf Lasfar, Fertilizer Factory / Wieringermeer, Tomato Greenhouse, 2012 “De weg naar de toekomst leidt via innovatie, niet via nostalgie” van hun hutten laat zien hoe ongelooflijk ondernemend en krachtig vluchtelingen zijn. Tussen ons en ons voedsel is zo veel afstand dat we schrikken wanneer we zien hoe het gepro- duceerd wordt. Vroeger was het beter, denken we van de weeromstuit – lokaal, ambachtelijk. En als we dan bijvoorbeeld een varkens-wc zien die ik bij het Varkens innovatiecentrum in Sterksel fotografeerde, schrikken we nog harder en denken: ah wat zielig. Terwijl het hier om een ongelooflijke innovatie gaat, en een verbetering op het gebied van dierenwelzijn. Nee,dandegeitenboerderijinhetAmsterdamse Bos waar meer kinderen geitjes komen voeren dan er geiten zijn. Een gekkenhuis, die geitjes kunnen geen melk meer zien. Of neem de plofkip. In Indiase ogen is onze discussie daarover een stuitende luxe. Onze vleesindustrie zou daar, maar op nog veel meer plaatsen in de wereld een oplossing zijn om in de basisbehoefte die voedsel is, te kunnen voorzien.
  • Khouribga, Phosphate Mine / Barneveld, Biological Chickens, 2012 beeldEssay 16 Voedsel, Henk Wildschut grafische vormgeving: Robin Uleman 144 pag. | 24 � 28 cm |  € 35,00 ISBN 978 94 6083 072 3 Nederlandstalige editie ISBN 978 94 6083 074 7 Engelstalige editie  uitgeverij post editions, Rotterdam www.henkwildschut.com publicatie “Gelaagder dan je op het eerste gezicht denkt” De focus bij Document Nederland ligt op Nederland maar gaande het jaar dat ik aan het werk was groeide de behoefte om het voedsel- vraagstuk mondiaal te bezien. Toen ik vorig jaar werd uitgenodigd voor een tentoonstelling in Marokko heb ik bedongen dat mijn aandeel over voedsel zou mogen gaan. Dat mocht. Algauw stuitte ik op fosfaat. Dit mineraal is een essentieel bestanddeel van diervoer en kunst- mest. De Nederlandse bodem zit weliswaar stikvol fosfaat maar het is lastig en duur om het eruit te krijgen. In Marokko ligt het mineraal vrijwel voor het oprapen en dus halen we het daar vandaan. Tussen de weelderige tomaten in de kas in de Wieringermeer, de melkkoeien in de Midden Beemster, de aardappelen uit Flevoland, (alle- maal beelden die ik voor Document Nederland fotografeerde) en het dorre Marokkaanse land- schap bestaat dus wel degelijk een samenhang. Het is maar hoe je je camera richt.’  *Document Nederland  Voor de 15de keer organiseren het Rijksmuseum en NRC Handelsblad de tentoonstel- ling ‘Document Nederland’ waarvoor een Nederlandse fotograaf wordt gevraagd een actueel maatschappelijk fenomeen centraal te stellen. Document Nederland 2013: Ons dagelijks brood… Henk Wildschut fotografeert de realiteit achter ons dagelijks eten. Rijksmuseum, 21 september 2013–7 januari 2014
  • WWW.BOEKENKRANT.COM Kasteel Groeneveld brengt literatuur en strips onder de aandacht.Samen met de Boekenkrant elke maand volop interviews,achtergronden en boekennieuws.Ga naar www.boekenkrant.com. Voettocht naar de binnenlanden van het huwelijk is een selectie van het beste proza van Peter van Straaten over relatieperikelen. Het was slenterweer. Hij stak het plein over en liep de winkel- straat in. Bij de etalage van boekhandel De Wit stond hij lang stil en bekeek de uitge- stalde boeken een voor een. Toen ging hij naar binnen, nam twee boeken van een stapel en liep ermee naar de kassa. ‘Deze,’ zei hij. ‘Allebei?’ vroeg het meisje achter de toonbank. ‘Allebei.’ ‘Het zijn dezelfde,’ zei het meisje, een beetje bevreemd. ‘Weet ik,’ zei Eduard,‘een voor het verlies.’ Het meisje sloeg het bedrag op de kassa aan. ‘Ik heb een zuster,’ zei Eduard,‘en daar is dat ene boek voor. Dat andere is voor mijzelf, om te controleren, want ik moet toch weten of het door de beugel kan wat mijn zusje leest?’ Het meisje bloosde als antwoord. Je moet niet iedereen in de war maken, zei Eduard tegen zichzelf, toen hij met het draagtasje weer op straat stond, nu staat dat arme kind in die winkel te tobben over die rare vent met zijn zuster. Hij liep langzaam de winkelstraat uit, sloeg rechts af de gracht op, daarna links af de brug over en stapte een café binnen. Het was er stil. Alleen aan het eind van de bar zat een dikke man, die dromerig in de spiegel tegenover hem keek. ‘Goedemiddag,’ zei de kastelein,‘wat mag het zijn?’ ‘Vindt u het goed dat ik achter in uw taveerne wat ga zitten mijmeren? Ik zou daar graag een glaasje jonge jenever bij gebruiken.’ ‘Een jonge.’ De man knikte, maar maakte geen aanstalten iets in te schenken. Eduard wachtte. ‘Gaat u maar zitten,’ zei de kastelein,‘ik breng het wel.’ Eduard ging zitten, de jonge jenever werd gebracht en toen werd het weer heel stil. De dikke man aan de bar keek nog steeds in de spiegel van de tapkast. Eduard haalde een van de boeken uit het tasje en begon te lezen. Af en toe nam hij een minuscuul slokje uit zijn glas. De kastelein en de dikke man begonnen een mompelend gesprek. Buiten, op de gracht, was er een opstopping van auto’s, ergens verderop werd een vrachtauto uitgeladen. Er klonk het aanhoudende gebrom van stationair draaiende motoren. Eduard hoorde het geklik van naaldhakken, hij zag de flits van een zwarte jas langs het raam en meteen daarop stapte Emilie binnen. ‘Ik herkende je aan je stap,’ zei Eduard. ‘Dag Ee.’ ‘Dag Mieltje.’ Ze trok haar jas uit en ging tegenover hem zitten. ‘Vertel eens,’ zei ze,‘heb ik een beetje een goeie stap over me?’ ‘Jawel,’ zei Eduard,‘hij klinkt heel kordaat.’ ‘Je moet toch ergens beginnen? Ik dacht, ik begin met een kordate stap, dan komt de rest vanzelf.’ ‘Wat wil je drinken?’ ‘Zal ik een sherry nemen? Wat drink jij daar, Ee?’ ‘Jonge jenever.’ ‘Dat is misschien ook wel aardig. Doe mij ook maar eens zo’n herenjenever.’ Eduard stond op en bestelde aan de bar twee jonge.Toen hij bleef wachten, zei de kastelein weer:‘Ik breng ze u wel.’ Eduard keerde terug aan het tafeltje en even later kwam de man met twee glaas- jes jenever op een blaadje. ‘Ziet u eens... twee jonge.’ ‘Maar dat ziet er heerlijk uit,’ zei Emilie. De kastelein glimlachte verbaasd en slofte terug naar de bar. PETER VAN STRAATEN VOETTOCHT NAAR DE BINNENLANDEN VAN HET HUWELIJK PETER VAN STRAATEN, VOETTOCHT NAAR DE BINNENLANDEN VAN HET HUWELIJK, UITGEVERIJ DE HARMONIE, ISBN 9789076168470 (€ 16,90) [ advertentie ]
  • reportage 18 Verbeter de wereld, begin een
  • 19 Tekst: Jan Dobbe* | Beeld: diverse stadslandbouwprojecten | Illustraties: Michiel de Jong © Comic House** Het zijn idealisten, de stadslandbouwers in Amster­ dam, maar aardige idealisten. Ze laten je graag proeven van hun producten. Vriendelijk en geduldig, gedreven en met humor, leggen ze uit waar ze mee bezig zijn. Zoals Annet van Hoorn van het Platform Eetbaar Amsterdam, die mij twee dagen lang door de stad loodst langs diverse stadsland­bouw­ projecten: ‘Bij stadslandbouw moet je denken aan buurt­ moestuinen en educatieve tuinen waarbij de betrokken­heid van burgers centraal staat: zelf doen, samen leren.’ Voedsel­ bewustzijn, bewust eten, daar gaat het om: ‘De mensen in de stad moeten weer leren beoordelen wat de kwaliteit van voedsel is, waar het vandaan komt en hoe het tot stand komt. Maarstadslandbouwgaatóókoverdekwaliteitvanlevenvan de lokale gemeenschap – sociaal, ecologisch en relationeel.’ groeien Hetiseenaanstekelijkidealismedattengrond- slagligtaandesnelgroeiendestadslandbouwin onzehoofdstad.Annet: ‘Ieder jaar verdubbelt, zo niet verdrievoudigt het aantal deelnemers aan de diverse projecten.’ Stadslandbouw is volgens haar geen hype, maar een manier van leven die teruggrijpt op onze relatie met de aarde, ons voedsel en met elkaar. Ook is het een beweging die tegenwicht probeert te bieden aan de huidige, niet- duurzame voedselindustrie: ‘Het is een mondiale beweging, gericht op gemeenschapsvorming die van onderop ontstaat enwaarindezorgvoordeaardeenrechtvaardigheidcentraal staat, net als biodiversiteit en bewustwording. De gemeen- schappen groeien door kennis, vaardigheden en netwerken metelkaartedelenentelerendoortedoenenuittewisselen. Maar dat niet alleen: mijn ervaring is dat mensen er energie van krijgen, ze worden er blij van. En als mensen energie hebben, is alles mogelijk en kan er met beperkte middelen veel tot stand worden gebracht. Het potentieel is groot – we kijken nu naar de overheid, die ons ruimte moet geven om te groeien: grond, geld en één loket om zaken te regelen. Gelukkig komt de gemeente binnenkort met een Voedsel­ visie, waarin lokale voedselproductie erkend wordt als **Jan Dobbe is freelance journalist en tekstschrijver. Adviseert de redactie van magazine DIER van de Nederlandse Dierenbescherming, waar hij lange tijd hoofdredacteur van was. **Michiel de Jong volgde diverse kunstopleidingen om uiteindelijk voor het vak van striptekenaar te kiezen. Hij publiceert in Zone 5300 en maakte met Milan Hulsing de strip Hanuman in het Algemeen Dagblad. De Jong wordt gezien als Nederlandse vertegenwoordiger van de Atoomstijl in de school van Yves Chaland. In een aantal grote steden tiert het welig: stadslandbouw. Als biologische padden­stoelen schieten de buurtmoestuinen, kruidenbalkons en schoffeltuinprojecten uit de grond, en de deelnemers zijn velerlei: jong, oud, intellectueel, kunstenaar, levensgenieter, student. Ze willen weer weten waar hun voedsel vandaan komt en ze willen die kennis samen delen. Jan Dobbe ging kijken in Amsterdam en fietste er twee zonnige dagen lang van hot naar her, al kijkend, luisterend, ruikend, knabbelend en proevend. buurtmoestuin
  • 20 reportage belangrijk doel. Als Platform Eetbaar Amsterdam hebben we daar intensief aan bijgedragen.’ carolyn steel Belangrijkeinspiratorvoordewereldwijde stadslandbouwisdeBritsearchitect-filosofe CarolynSteel,auteur van het boek De hongerige stad. Hoe voedsel ons leven vormt. ‘Voor een stad als Londen moeten elke dag 30 miljoen maaltijden worden verzorgd!’ zegt de ook in Nederland bekende publiciste in een veel- bekeken filmpje op YouTube. ‘Vóór de industriële revolutie zorgde de stad voor het platteland en het platteland voor de stad. Voedsel stond centraal in de samenleving, was de sociale spil van de stad; nu is voedsel gemarginaliseerd. We waarderen voedsel niet meer, we wantrouwen het – we gooien het weg.’ Steel is bezorgd over het feit dat we door het verlies van onze band met voedsel ook de band met de natuur verliezen: ‘We zijn afhankelijk geworden van voedselsystemen die door vijf multinationals worden beheerst. En die zijn niet duurzaam bezig.’ Voedselproduc- tie is bulkproductie geworden, waar graan verslindende vleesconsumptie, monocultuur, overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen en uitputting van de bodem trefwoor- den zijn. Steel: ‘19 miljoen hectare regenwoud gaat ieder jaar verloren aan de voedselindustrie en dan wordt de helft van het voedsel ook nog eens weggegooid. Een groeiend aantal mensen in de westerse wereld lijdt aan obesitas en evenzoveel mensen lijdt aan ondervoeding. Dit kan zo niet doorgaan.’ De oplossing zit volgens Steel in het teruggrijpen naardeverbindingstad-landvanvóórdeindustriëlerevolutie. Ze gebruikt de term Sitopia (afgeleid van Utopia), een wereld gevormd door voedsel. ‘Voedsel moet weer centraal komen te staan in het gezin, men neemt er de tijd voor. Men denkt na over voedsel, leeft met de seizoenen en anticipeert daarop. Er ontstaan weer sociale netwerken waar voedsel wordt verbouwd en verkocht.’ Volgens Steel bereiken we dit door wereldwijd bottom-up projecten te starten die mensen verbinden met de natuur. De stadslandbouwprojecten in Amsterdam zijn daar een voorbeeld van. schoffeltuinproject InAmsterdamOost,ophetAfrikanerplein, ontmoetenweineenovervloedigestadstuin MartintenBrinke.Tuin- en landschapsarchitect van origine, is Martin nu vooral stadstuinder: ‘Samenwerking en natuurbeleving zijn voor mij belangrijke thema’s. Mijn ervaring is dat het samen tuinieren een belangrijke sociale functie heeft. Het verbindt mensen met elkaar, met het voedsel en met de aarde. Dit schoffeltuinproject is met sub- sidie van de rijksoverheid tot stand gekomen. Voorheen was hier een hondenuitlaatveld, niet erg aantrekkelijk.’ Buurt- bewoners staken de koppen bij elkaar en besloten dat ze een gezamenlijketuinwilden.‘Wehebbeneenbasisplangemaakt, inclusief ontwerp, begroting en beplantingsplan. Op basis van dit plan kwam er subsidie en zo zijn we begonnen.’ De tuin omvat moestuintjes, een gemeenschappelijke kruidentuin en bloemenperken. Ook zijn er tafeltuintjes, speciaal voor mensen die niet kunnen bukken. Voor de schooljeugd is er een educatietuintje, waar hen de belang- rijkste principes van het tuinieren worden bijgebracht. Om het geheel heen is een haag aangebracht, er zijn bessen- en lavendelstruiken, zitbankjes, en er is een waterpunt. Opval- lend is het ‘bijenhotel’, een bijenkast waar verdwaalde bijen kunnenneerstrijken.Martin:‘Bijenzijnergblijmetonzetuin, die komen hier graag.’ Hoe staat het met vandalisme? De tuin is immers voor iedereen toegankelijk? ‘We hebben nog nooitietsnaarsmeegemaakt.Sterkernog,onzegereedschaps- kist met harken, hamers en schoppen, gaat niet eens op slot! Het is een tuin van, voor en door de buurt – dat voel je.’ huizenhoge zonnebloemen OokwoningbouwcorporatieYmeremanifes- teertzichactiefophetgebiedvandestadsland- bouw.Braakliggende stukjes grond, loze grasveldjes en zelfs het dak van een parkeergarage werden in de loop der jaren omgetoverd tot buurtmoestuinen. Samen met Martin ten Brinke rijden we langs enkele Ymere-tuinen. Een vraagstuk voor alle stadslandbouwprojecten is de watervoorziening. Bij een flatgebouw waar een stadstuin
  • tegenaan ligt, zien we een waterslang lopen vanaf een appartement drie hoog naar een waterton. Martin: ‘Hier hebben ze het slim opgelost. Wie verder van de bewoning tuiniert, haalt water uit de sloot of gebruikt een pomp.’ We nemen een kijkje bij een tuin aan de Tugelaweg, waar ook een buurtgebouw en een speeltuin zijn gevestigd. De tuin is aangelegd met hergebruik van materialen, zoals sloophout en –steen. Huizenhoge zonnebloemen trekken de aandacht. Er is veel plek voor de schooljeugd, die een groot deel van de tuin bewerkt, ieder een eigen metertje. Ook hier weer een bijenhotel en een gereedschapskist – op slot. Martin: ‘Ik heb deze tuin mede ontworpen, maar vind het leuk wanneer mensen zelf initiatieven ontplooien.’ Hij wijst op een mais- tuintje dat tegen de spoordijk is aangelegd: ‘Die heb ik niet bedacht, maar ik vind het prachtig!’ educatieve moestuin Naeenfietstochtdwarsdoordestadkomenwe terechtinAmsterdamWest,op het enorme Volks- tuinpark Sloterdijkermeer, vlakbij het Westerpark. Behalve enkele honderden volkstuintjes vind je hier de Educatieve Moestuin, een samenwerkingsproject van I Can Change the World with My Two Hands en Cityplot. Annet: ‘De meeste stadslandbouwers zijn amateurs, dus moeten ze geschoold worden door professionals. Hier gebeurt dat onder andere.’ De tuin ligt er gezond bij. Een kleine kas, gebouwd met hergebruikte materialen, is bijna klaar. Cityplot, een collectief dat biologische voedselproductie in steden aanmoedigt, wordt gevormd door vrijwilligers die zich inzetten voor lokale gemeenschappen. Hun landbouw- kundige experts geven workshops en trainingen over ver- schillende tuinieronderwerpen, voor zowel gevorderden als beginners. Suzanne Oommen van Cityplot: ‘In deze Educa- tieve Moestuin laten we de belangrijkste voorbeelden van ecologisch tuinieren zien. Stadstuinders kunnen in één oogopslag praktische voorbeelden zien en nabootsen en/of aan de hand van de voorbeelden oude en nieuwe kennis uitwisselen.’ Onder leiding van experts zijn er bedden met paddenstoelen, wilde planten, eetbare bloemen, genees- krachtige kruiden, biologisch-dynamisch groenten, verf- planten en ‘historische’ groenten aangelegd. Cityplot geeft bovendien demonstraties over verschillende vormen van composteren (bijv. met wormen), Hügelkultur en natuurlijk bemesten.Extraaandachtkrijgthetzaadvermeerderingsbed. Suzanne: ‘De mondiale handel in zaden is in handen van enkele multinationals die bezig zijn ze te patenteren. Wij willen de biodiversiteit in stand houden door zelf zaden te kweken, oogsten, selecteren, bewaren en te ruilen met andere tuinen.’ Meer over Cityplot en I Can Change The World With My Two Hands op www.cityplot.org en www.icanchangetheworldwithmytwohands.nl. zuiderkruid Devolgendedagzijnwetegastopdebuurt- moestuinZuiderKruid,gelegenopeenwel zeer bijzonderelocatie:de Zuidas, pal tegenover de glanzende en spiegelende kantoorreuzen rond het World Trade Center. Een groter contrast is bijna niet denkbaar. De tuin ligt er weelderig bij, bestaande uit een gezamenlijke (leer)tuin en kleine perceeltjes van deelnemende stads- landbouwers. We ontmoeten er Martijn Schreuder, sinds drie jaar bijna fulltime bezig met stadslandbouw. ‘Zuider- Kruid is een groep bewoners uit Amsterdam Zuid, die de sociale samenhang willen vergroten door samen voedsel te verbouwen. Op dit moment vormen we een groep van onge- veer dertig deelnemers, die samen willen (leren) tuinieren.’ 21 Stadslandbouw is het telen, oogsten en afzetten van seizoensgebonden voedsel in of vlak bij de stad. Duur- zaam, biologisch produceren is een basisvoorwaarde. Met stadslandbouw wil men bijdragen aan de voedsel- voorziening, die vooral in grote steden onder druk staat door een veranderend klimaat en een snel groeiende wereld- bevolking. Stadslandbouw heeft ook een sociaal-culturele dimensie; overal doen zich kansen voor om consumen- ten te betrekken bij de productie van hun eigen voedsel. Dat kan recreatief maar ook educatief, als werkproject of als onderneming. Het verschil met de traditionele volkstuin is de gezamen- lijkheid: men werkt samen, leert van elkaar, helpt elkaar, draagt gezamen- lijke verantwoordelijkheid en wil bijdragen aan een betere wereld. Stadslandbouw vindt bovendien plaats midden in de stad, op elk beschikbaar stukje grond dat men kan vinden, desnoods op het balkon. stadslandBouw
  • In de groep zitten mensen uit allerlei buurten en van heel verschillende achtergrond en kennisniveau, ook wat tuinieren betreft. ‘Tuinieren is een gemakkelijke en veilige mogelijkheid om in contact te komen met mensen uit de buurt. Daarnaast is tuinieren goed voor je gezondheid, zowel fysiek als mentaal, en je eigen voedsel verbouwen scheelt in de kosten voor levensonderhoud.’ Volgens Martijn is dit soort initiatieven hard nodig: ‘Met de huidige voedselindus- trie gaat het menselijke aspect verloren. We zijn niet meer in verbinding met de natuur, en dat leidt tot conflicten en andere ellende. Het is belangrijk dat een bio­diverse voedsel- voorziening op lokaal niveau wordt hersteld – dat is een sterk motief. Er wordt hier nu voor het tweede en laatste seizoen getuinierd, daarna wordt het terrein weer bebouwd. ‘We hebben alweer een nieuwe stek hoor, meerdere zelfs!’ acta-tuin Totslotbezoekenweeenbijzonderprojectin Slotervaart.Het voormalige Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) aldaar is omgebouwd tot studentenhuisvesting en kunstateliers. Er wonen 460 studenten, die zelf hebben meegebouwd aan hun onderkomens. Over acht jaar moet hier een nieuwbouwwijk verrijzen, maar tot dan is dit het domein van de twee organi- saties die het gebouw nu beheren, en Groene Ruimte Maken, eenstadslandbouwcollectief.AnnetvanHoorn:‘Webouwen dit jaar met succes aan een gezamenlijke visie om de tuin in dienst te stellen van de ACTA-gemeenschap. Samen met een tuinteam van bewoners en anderen hebben wij (Annet van Hoorn en Wigger de Vries van Groene Ruimte Maken, red.) rondom het ACTA-gebouw een moestuin aangelegd. In 2016 moet dit een autonome voedselgemeenschap zijn, van mensen die de tuin zelfstandig bewerken en het voedsel onderling verdelen.’ Een groep vrijwilligers is hard aan het werk met hout en gaas. Er is een konijnenplaag. Annet: ‘Ze hebben bijna de hele tuin kaalgevreten. We hebben van alles geprobeerd om ze te verjagen, zoals leeuwenpoep en peper strooien, maar het helpt niet. Nu plaatsen we een gazen hek om ze buiten te houden.’ Als ik haar herinner aan het principe van perma- cultuur, dat de natuur zichzelf reguleert, antwoordt ze: ‘Dat is waar, maar dat werkt pas als je eerst een natuurlijk evenwicht hebt verkregen. Dat duurt wel een paar jaar.’ Ook voor stadslandbouwers geldt: de aanhouder wint…  reportage 22 Geen Amsterdams fenomeen In binnen- en buitenland bestaan tal van stadslandbouwinitiatieven met vaak al een flinke geschiedenis. Onder­staande adressen zijn slechts een greep. www.eetbaarutrecht.nl www.stadsboerderijalmere.nl www.stadslandbouwtilburg.nl www.stadseboeren.nl www.eetbaarrotterdam.nl stadslandbouwschiebroek.blogspot.nl Stichting Stadslandbouw Utrecht en Eetbaar Rotterdam hebben het initiatief genomen tot de ontwikkeling van een landelijke digitale stadsland­ bouwkaart: www.stadslandbouwkaart.nl Met de kaart willen zij consumenten en professionals inspireren tot meer samen­werking en het starten van nieuwe stadslandbouw initiatieven. Voor beleidsmedewerkers en onder­ zoekers is de kaart ook een middel om de stadslandbouw ontwikkeling concreet te monitoren op stedelijk, regionaal en landelijk niveau.
  • Groeneveld info Groeneveld info PETER VAN STRAATEN Weet ik veel. Gewoon, een vogel. In de Baarnse vleugel is een selectie vogel-, landschaps- en natuurtekeningen van Peter van Straaten te zien. In zijn werk wordt het begrip natuur verder opgerekt naar de menselijke natuur. Met een scherp oog voor het menselijke wel en wee weet hij de melancholie in relaties met humor vast te leggen. Te zien tot 1 november. Groeneveldconcerten De Baarnse muziekkring verzorgt maandelijks concerten in Kasteel Groeneveld. Zondag 13 oktober Piano, Sophiko Simsive Zondag 10 november Arjan Woudenberg, klarinet; Martijn Willers, piano Aanvang 12.00 uur Prijs € 11,- en € 6,- voor kinderen tot 13 jaar Aanmelden via info@baarnsemuziekkring.nl, www.baarnsemuziekkring.nl GRNVLD Sociëteit Culinair Voor het vijfde jaar op rij wordt een lezingserie op de zondagmiddag georganiseerd in Kasteel Groeneveld. Inmiddels Sociëteit Culinair, in de wandelgangen de Luisterlunch genaamd. Steeds staat er een thema centraal. In 2013 gaan de lunches over Wildernis, en dan natuurlijk vertaald naar ons bord, onze voedselproductie, ons voedsel. Actuele informatie: www.kasteelgroeneveld.nl Topfoto’s uit Roots Het natuurmagazine Roots heeft dit jaar in samenwerking met SNP Natuurreizen een fotowedstrijd georganiseerd onder haar lezers. De 15 winnende foto’s worden geëxposeerd in Kasteel Groeneveld. Te zien tot eind november. TUINPATATVanaf 17 september zijn in Het Atelier de originele tekeningen van Tuinpatat te zien, het eerste boek van Grietje Huisman in samenwerking met uitgeverij Rubinstein. De prachtige tekeningen in het boek zitten vol met mooie natuurdetails. Hoe beter je kijkt, hoe meer je ziet. Meer info: anouk.boelsma@rubinstein.nl Te zien tot en met 1 december. Kasteel gesloten in december De exploitatie van kasteel Groeneveld gaat per 1 januari 2014 terug naar de eigenaar: Staatsbosbeheer. Om een soepele overgang te kunnen garanderen zal het kasteel helaas voor het publiek de hele maand december 2013 gesloten zijn. Exposities Meer weten? Voor actuele informatie over het programma, tijden en entreeprijzen: kijk op www.kasteelgroeneveld.nl of bel 035 5420446. tot 01|11 17|09 t/m 01|12 Activiteiten DIGITALE INFORMATIETAFEL In het souterrain van Kasteel Groeneveld is de eerste digitale informatietafel van de Heuvelrug geplaatst. De tafel informeert over de omgeving van het kasteel, over Heel de Heuvelrug, het Nationaal Landschap Arkemheen-Eemland, wandelroutes en buitenplaatsen. Passanten en bezoekers van kasteel en landgoed kunnen gebruikmaken van deze tafel. 23
  • 24 “Het slaat nergens op om de toekomst van eten te bepalen zonder jongeren” wende
  • Samen met jongeren werken aan een toekomstbestendig voedselsysteem Tekst: Matthijs Sienot* | Beeld: Marco Bakker** 25 *Matthijs Sienot is publicist en uitgever van hetkanWel, de website over groener, eerlijker en leuker leven. **Marco Bakker is freelance portretfotograaf. Zestig consumentenverzamelen zich bij de Albert Heijn op de Dam. Ze zijn gewapend met 2% kortingsstickers. In de winkel geven ze zichzelf 2% korting op alle producten die ze afrekenen. De kassajuffrouw wrijft drie keer in haar ogen: Wat is hier aan de hand? Met deze kortingsstunt reageerde de Youth Food Movement (YFM) op de beslissing van Ahold om 2% minder te betalen voor de producten van haar leveranciers. ‘Albert Heijn gaf zichzelf 2% korting. Dat konden wij ook,’ zegt Samuel Levie, oprichter van de YFM. ‘De actie werd al snel een hit op sociale media. Intern werd er bij Ahold peentjes gezweet, door alle aandacht die de actie genereerde voor hun besluit. Binnen 24 uur werd de brief aan de leveranciers teruggetrokken.’ Jongerenbeweging (YFM) wil een eerlijker en gezonder voedsel­systeem. Daarom probeert ze jongeren bewuster te maken van hun voedselkeuzes met behulp van eat-ins, debatten, het Food Film Festival en de YFM-Academie. Recentelijk trok de organisatie nog 7.000 mensen naar het Museumplein voor een gratis lunch van ‘afgekeurd’ voedsel, goed eten dat wordt weggegooid. Staatssecretaris Sharon Dijksma greep de actie aan om het probleem van voedsel­ verspilling bij het grote publiek op de kaart te zetten. Als student politicologie had Samuel Levie al een passie voor koken. Hij volgde dit onderwerp met grote belangstelling. ‘Het viel me op dat jongeren nauwelijks werden betrokken bij debatten over de toekomst van ons eten. De grijsaards in Den Haag bepaalden. Maar het slaat nergens op om de toekomst van ons eten te bepalen zonder jongeren. Het gaat tenslotte om hun toekomst. Daar wilden wij verandering in brengen.’ Voor de meeste jongeren lijkt voedsel iets heel vanzelfspre- kends, maar dat is het niet. Voedsel is één van de meest com- plexe onderwerpen van deze tijd. De productie en consumptie van eten raakt aan vrijwel alle maatschappelijke en ecologi- sche thema’s. ‘Ons voedselsysteem is heel complex en er zijn altijd mensen die dat aandragen als reden om dingen niet op te lossen. Voedselverspilling is een goed voorbeeld. Daarvan zegt iedereen: we moeten er iets aan doen, maar het probleem zit niet bij ons. Ondertussen gooien we wel 40% van ons voedsel weg. Wij vinden complexiteit dan geen excuus om dat systeem in stand te houden.’ ‘We zijn als maatschappij ook nog helemaal ingesteld op overvloed, maar op mondiaal niveau is er sprake van schaarste. Dat is, ook bij mij zelf, nog niet doorgedrongen. Is ook lastig, met uitpuilende supermarkten. Er is schaarste aan biodiversiteit, aan onaangetaste groene gebieden, en straks ook aan energie. Wij maken in steeds hoger tempo op, wat in miljarden jaren is opgebouwd. Dan zeggen we: het moet duurzamer, we moeten meer doen met minder. Maar waar het uiteindelijk op uit kan draaien, is dat we het met veel minder moeten doen met veel meer mensen.’ Oprichter Samuel Levie heeft het leiderschap van YFM inmiddels overgedragen aan Joris Lohman. Zelf startte hij binnen de YFM-beweging twee nieuwe bedrijven: FoodCabinet en Brandt & Levie. Hoewel YFM veel bekendheid verwierf met mediagenieke acties, is Samuel Levie vooral ook trots op de YFM Academie die onder zijn leiding werd opgezet. Hier leren talentvolle jongeren niet alleen de voedings­ industrie kennen, maar ook elkaar. Op basis hiervan verwacht Levie dat YFM-academici zullen bijdragen aan de ontwikkeling van een toekomstbestendig voedselsysteem. Samuel Levie: ‘We zijn vier jaar geleden begonnen en er zijn inmiddels al honderd afgestudeerden. Zij komen op interessante posities terecht waar ze het systeem in de goede richting duwen. Ze hebben ook een holistische visie: een LTO’er die bij ons vandaan komt begrijpt ook een dierenwelzijnsactivist. En een beleidsmaker die voor EZ werkt, weet ook hoe een bioboer zijn beleid ervaart. Bovendien kennen ze elkaar, en nemen dus makkelijker contact met elkaar op.’  Lees verder op: www.youthfoodmovement.nl Samuel Levie, oprichter YFM, over voedsel en toekomst
  • VerHaal Tekst: Tommy Wieringa* | Beeld: Willem Vleeschouwer © Comic House** 26
  • 27  J acob van Ruisdael schilderde de ruïne van de Sint-Adelbertabdij rond 1655. Op de voorgrond, daar waar het licht valt, zien we joodse graven, die de indruk geven door de aarde te zijn uitgespuwd. Daarachter doemt de ruïne op. Boven deze dingen tollen aangrijpende wolken, die zo laag hangen dat ze uit een scheur in de aarde lijken op te wellen. Tijdens de Reformatie werd de abdij van Egmond op last van Willem van Oranje verwoest, zodat de Spanjaarden haar niet konden gebruiken als versterkte plaats. Haar stenen raakten door de omgeving verspreid, en kwamen onder meer terecht in de stadsmuren van Alkmaar. Een kleine honderd jaar later schilderde Van Ruisdael wat er nog restte van de oudste abdij van Holland; rond 1800 werd de ruïne definitief met de grond gelijk gemaakt. In 1933 werd er een nieuw klooster gebouwd op de plaats waar het oude had gestaan. Een handvol benedictijnen uit Oosterhout nam haar in gebruik. Het is rondom van veraf te zien, het is het hoogste bouwwerk van Egmond-Binnen en gelegen op een strandwal, een verhoging in het landschap die door de eens voortdurend binnendringende zee is gevormd. Dit kustgebied dat soms water was en soms land; vanaf de tiende eeuw hebben de benedic- tijnen zich in deze venige woestenij met de kust- bescherming bemoeid en het land bedijkt. Ik bewonder het uithoudingsvermogen van deze mannen, die in hun zwarte habijt door de eeuwen trekken en de indrukwekkende gave bezitten om zich zowel te vernieuwen als dezelfde te blijven. Op een warme avond na een van de warmste dagen van het jaar verlaat ik mijn kamer in het gastenverblijf voor een wandeling door de wei- landen. Achter mij klinkt het luidklokje voor de completen. Daarbinnen zingen ze over de rotsen van Tarsis en de dochter van Tyrus, hier stijgt een veldleeuwerik naar de hemel op, hoger en hoger, tot je hem niet meer ziet en alleen nog zijn complexe gekwetter hoort. Eensbrachtikeenmaanddoorineenstacaravan aan de rand van een klif in East-Anglia. De zee spoelde beneden aan op het strand, bij storm vrat ze de klifwand aan. Het was een grijze maand, tot op een dag de lucht werd schoongeblazen. De ondoor- dringbare zeemist bleef echter nog dagenlang boven de velden hangen. Hij werd van bovenaf door de zon verlicht, zodat ik de indruk had in een door gouden wolken omsloten hemelrijk rond te dwalen. Tijdens een van mijn wandelingen door de geheimzinnige nevel, vloog er een veldleeuwerik op tussen de voren van een akker en zong in de zon boven de mist. Jaren later, toen ik een oud aantekenboekje opende en de woorden las die ik daar toen over geschreven had, steeg die veldleeuwerik jubelend op vanaf de pagina, rechtstandig de lucht in, de zon tegemoet. Het kwam op mij over als een wonder dat er geen afstand was tussen de gebeurtenis en de beschrijving van die gebeurtenis, die ik zoveel later teruglas – de woorden hadden alles bewaard als in een sprookje waarin alleen een kus de duizendjarige bewegingloosheid verbreekt; de leeuwerik, de zee die zuchtend aanspoelde en die halo van mist en zon waar ik, welke kant ik ook opging, het voortdurende midden van was. *Tommy Wieringa schreef onder andere de romans Alles over Tristan en Joe Speedboot, het boek waarmee hij doorbrak naar een groot lezerspubliek en dat werd bekroond met de F. Bordewijkprijs. Zijn reisverhalen werden gebundeld in Ik was nooit in Isfahaan. Essays en beschouwingen van zijn hand verschenen in de Volkskrant en NRC Handelsblad. In 2007 publiceerde hij De dynamica van begeerte, een onderzoek naar de oorsprong van begeerte en de grote rol van pornografie in de moderne wereld. In mei 2009 kwam zijn roman Caesarion uit en in 2012 Dit zijn de namen, bekroond met de Libris Literatuurprijs 2013. Het werk van Tommy Wieringa wordt wereldwijd vertaald. **Willem Vleeschouwer volgde zijn opleiding aan de Rietveld Academie en de Grafische School, Amsterdam. Hij publiceert onder andere in muziekblad Oor, Elsevier, PSV-Voetbalblad, Autoweek, Het Parool en Cosmo. tIJD BestAAt nIet
  • 28 Deltaprogramma Kaf en Koren Tekst: Caroline van der Lee  |  Beeld: Jos Collignon* Op Prinsjesdag wordt het Deltaprogramma 2014 gepresenteerd. Het programma bevat de kansrijke strategieën die de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening op de lange termijn (2050-2100) op orde houden. In de Zuidwestelijke Delta worden daar nog belangrijke ambities aan toegevoegd: het stimuleren van de economische vitaliteit. Een gezond ecologisch systeem is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De Zuidwestelijke Delta omvat Zeeland, de Zuid-Hollandse eilanden en het westelijke deel van Noord-Brabant, een uniek gebied waar zee en rivieren samenkomen. Het gebied werd zwaar getroffen door de watersnoodramp van 1953 en de Deltawerken waren met name hier van toepassing. Die brachten de beoogde veiligheid, maar hadden nadelige gevolgen voor onder andere natuur en waterkwaliteit. De vruchtbare delta veranderde in een verzameling van door dammen van elkaar gescheiden bekkens. Natuurlijke processen, zoals de overgang van zout naar zoet water werden verstoord, waardoor waterkwaliteit en natuurwaarden verslechterden. Het hele watersysteem is star en inflexibel geworden. In de Oosterschelde namen de voedingsstoffen in het water af, evenals de zaadval van mosselen. Dammen hebben de trekroutes van vissen tussen de Noordzee en rivieren versperd. Ook het evenwicht tussen erosie en sedimentatie werd verstoord. De Ooster­scheldedam bleef weliswaar open, maar de instroom van zout water en de getijden werden beperkt en de gekozen constructie heeft het transport van zand vanuit de voordelta bemoeilijkt. De geulen die bij eb worden uitgeschuurd, zijn te groot en vullen zich met het materiaal van de platen, slikken en schorren. Door deze ’zandhonger’ verdwijnen jaarlijks vele tientallen hectares aan foerageergebieden voor vogels en zooggebieden voor zeehonden. Het Haringvliet en Hollands Diep kampen door het wegvallen van de dynamiek met vervuild rivierslib. herstel dynamiek Het besef dat de ecologische vitaliteit samen­ hangt met getijden en overgangen tussen land en water, zout en zoet (estuariene dynamiek) lijkt inmiddels algemeen aanvaard. Om dat te bereiken moeten de grenzen tussen verschillende deltawateren en tussen de deltawateren en de zee, de rivieren en het land worden verzacht en verbindingen tussen de verschillende onderdelen van het watersysteem hersteld. Dat kan door het aanbrengen van doorlaatmiddelen, openingen in dammen. Ook zouden er weer verbindingen kunnen komen tussen de deltawateren en binnendijks gelegen wateren. Ter verbetering van de waterkwaliteit zou zout Grevelingenwater ingelaten kunnen worden in de kreken van het natuurgebied de Kwade Hoek op de kop van Goeree. Hier liggen kansen voor ecologie, door de inrichting van een intergetijdengebied en zoet-zoutovergangs­ zones. In het westen van Zeeuws-Vlaanderen zou Sluis weer een verbinding met zee krijgen. veiligheid Natuurlijk mogen ecologische maatregelen nooit ten koste gaan van de veiligheid. De Zuidweste­ lijke Delta is naar huidige maatstaven goed beschermd tegen het water door dijken. Maar door de klimaatverandering stijgt de zeespiegel en ook het weer wordt onstuimiger, waardoor de hoogte van de golven zal toenemen. Daarnaast daalt de bodem. Dijkverhogingen kunnen deze problemen opvangen, maar deze oplossing is niet onuitputtelijk. Binnen de Zuidwestelijke Delta wordt daarom nagedacht over alternatieven. Ook hierin kan herstel van de estuariene *Jos Collignon is tekenaar en cartoonist en maakt sinds 1992 politieke prenten voor de Volkskrant. In januari 2010 won hij de Inktspotprijs voor de beste politieke tekening. Zeeland moet weer een delta worden Verslagen, samenvattingen, reflecties, standpunten en inzichten
  • 29 column marjan slob Brood van Menno Elke eerste zondag van de maand is er streekmarkt bij mij om de hoek. Kramen vol zelfgedraaide worstjes met rozemarijn. Olijven uit die ene boomgaard in Toscane. Aardperen, kardoen, kalmoes voor de thee. Morilles, eekhoorntjesbrood, een truffel zelfs. Vinaigrettes in fraaie flesjes. Topbroden met lange namen, ambachtelijk- me-zus-en-me-zo, jams uit moestuinen en vlees van een blij varken. Mijn weldenkende en – nee, niet dikke, maar goeddoorvoede stadsgenoten browsen er tussen de kraampjes, duwen de buggy’s voort, kletsen met kennissen, kopen zo’n héérlijk kaasje, en gaan dan weer naar huis. ‘Lekker sfeertje daar op die markt bij jullie,’ zei mijn kapper onlangs tegen mij. Ik kan er niet onderuit: die markt is er voor mensen zoals ik. En toch voel ik onbehagen. Mijn opa stroopte konijnen. Mijn moeder at als kind boterhammen met suiker. Mijn lievelingseten was vroeger ‘prak met kaas’: heel veel aardappelen en heel veel kaas en een pukkelige augurk voor erbij. Kaas was niet schaars in de Alblasserwaard, waar ik geboren ben. Naarmate ik opgroeide, ging geboortegrond er qua voedsel steeds minder toe doen. De kersen kwamen uit Griekenland, de spercie­ bonen uit Egypte, steaks uit Argentinië – het was niet eens omdat we rijker werden, het was juist uit oogpunt van kostenefficiëntie. Als de wereld je akker is, dan verbouw je waar bodemgesteldheid en klimaat en arbeidsloon maken dat je op de thuismarkt de scherpste prijs kunt stellen. Logisch toch! Zeker zolang milieukosten niet in de economische formules hoeven. Zo bezien is die streekmarkt vooruitgang. Want het deugt niet dat we organisch materiaal de hele wereld over sjouwen en gedachteloos eten wat heel bijzonder zou moeten zijn. Dat eten duurzamer moet, staat voor mij vast. ‘Dichterbij’ is dan prima. En toch: morgen ga ik naar de Aldi. Inkopen doen voor het gezin. Ik let heus wel op; de grootste rotzooi laat ik liggen. Maar ik kan ons niet voeden van louter life-style-food en cadeautjeseten. Dat kunnen alleen de happy few. En stel dat we de happy many waren, dan zou die leuke Menno ons niet in zijn eentje allemaal van topbrood kunnen voorzien. Dan wordt ook ‘Menno’ de naamgever van een flinke fabriek. Marjan Slob is filosoof, schrijver en moderator. www.marjanslob.nl “Gedachteloos eten wat heel bijzonder zou moeten zijn” dynamiek in sommige opzichten een bijdrage leveren. Een concrete aanpak is het neerleggen van zand voor de kust. Het opgespoten zand kan zich door wind en stroming langs de kust verspreiden, waardoor deze voor lange tijd hoogwater­ bestendig blijft. In de Zuidwestelijke Delta worden deze mogelijkheden al op kleinere en grotere schaal beproefd, bijvoorbeeld in de vorm van een opgespoten zandbank bij de Oesterdam tussen Tholen en Zuid-Beveland, om de zandhonger van de Oosterschelde te stillen. economische stimulans Meer dan de helft van de economische activiteiten in Zeeland is waterafhankelijk. Denk bijvoorbeeld aan sectoren als recreatie, visserij en schelpdier­ kwekerij. Herstel van de estuariene dynamiek zou een extra stimulans voor deze traditionele economie kunnen betekenen. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor innovatieve economische activiteiten, zoals aquacultuur, zilte teelten en biobased economy. Ook de productie van groene stroom voor circa vijftigduizend huishoudens op Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland behoort tot de mogelijkheden met een getijden­ centrale in de Brouwersdam. Een doorlaat in de Brouwersdam zorgt voor terugkeer van getij op de Grevelingen en dat is goed voor zowel de fauna als de flora in het gebied. • Het Deltaprogramma staat voor een veilig, aantrekkelijk en economisch vitaal Nederland, waar de waterveiligheid en de zoetwater­voor­ ziening op orde zijn. In negen deel­programma’s wordt onderzocht welke maatregelen op lange termijn (2050-2100) nodig zijn. Drie deel­ programma’s gelden voor heel Nederland: Veiligheid, Zoetwater en Nieuwbouw & Herstructurering. Daarnaast zijn er zes deelprogramma’s voor een specifiek gebied: Rijnmond-Drechtsteden, Zuidwestelijke Delta, IJsselmeergebied, Rivieren, Kust en Waddengebied. Op dit moment zijn de mogelijke strategieën uitgewerkt in kansrijke strategieën (Deltaprogramma 2014) om uiteindelijk te komen tot voorkeursstrategieën (Deltaprogramma 2015). Meer informatie: www.deltacommissaris.nl en www.zwdelta.nl
  • Alliantie werkt aan snelle verduur- zamingvan onze voedselketen Duurzaamheid moet de normaalste zaak van de wereld worden in de voedselketen. Niet morgen maar nu. Met die ambitie spant de Alliantie Verduurzaming Voedsel zich in voor een snelle verduurzaming in alle grote voedsel- ketens. De alliantie wordt gevormd door keten- partners LTO, FNLI, CBL, KHN en Veneca. ‘Waar ons voedsel vandaan komt en hoe we het produceren vinden we met z’n allen steeds belangrijker,’ zegt Simone Hertzberger, hoofd product integrity topics van Ahold Europa en voorzitter van de Raad van Advies van de Alliantie. Zij wil echter voorkomen dat de visie op een duurzame voedselketen wordt geleid door de waan van de dag. Veel gesprekken over duur- zaamheid worden volgens haar gevoerd op basis van emotie in plaats van feiten. plofkip Neem de discussie rond de plofkip. Simone Hertzberger: ‘De brancheorganisatie heeft samen met onder meer de pluimveesector een convenant gesloten over het tempo waarop het dierenwelzijn wordt verbeterd. Nu kun je zoals Wakker Dier vinden dat dit sneller moet, maar dan dwing je retailers hun kip uit Verweggistan te halen. Nederlandse kip wordt dan geëxporteerd naar het buitenland. Je verplaatst dus het pro- bleem, terwijl je wilt dat het hier wordt opgelost.’ duurzaam Veel milieuorganisaties concentreren zich op één aspect van duurzaam produceren. Maar de Alli- antie Verduurzaming Voedsel wil juist resultaat boeken op alle aspecten: minder milieubelasting, meer dierenwelzijn, betere arbeidsomstandig- heden en dit alles binnen een economisch haal- bare context. De Raad van Advies zorgt dat de Voedselalliantie deze onderwerpen gebaseerd op feiten benadert vanuit een overkoepelende visie op duurzaamheid. Volgens de Alliantie ligt de bal bij het bedrijfs- leven als we snel een duurzamere voedselketen willen. Zij verwacht daarom dat elk bedrijf in de agrifoodketen ‘bovenwettelijke verduurzamings- inspanningen’ levert. ‘We zijn voorbij het punt dat we als branche naar de wetgever kijken,’ legt Hertzberger uit. ‘Je kunt je als bedrijf niet meer permitteren om niks aan duurzaamheid te doen. Dan kun je geen producten leveren aan belang- rijke markten als Nederland, Duitsland en Enge- land. Consumenten verwachten dat je duurzaam bent. Je hebt een probleem als blijkt dat je het niet bent. Bovendien wil talent niet meer werken voor een niet-duurzaam bedrijf: jongeren willen trots kunnen zijn op hun werkgever zonder dat ze iets hoeven uit te leggen op een feestje. Ik ken dan ook geen voedselproducenten die niet bezig zijn met duurzaamheid. Stel je voor dat je als bedrijf niks aan duurzaamheid hebt gedaan en je moet door al deze ontwikkelingen een inhaalslag maken? Dan krijg je als CEO slapeloze nachten.’ Als bedrijven verduurzaming van de keten alle- maal belangrijk vinden, is het dan niet handiger om in één keer, branchebreed, strenge regels af te spreken met de overheid? Dat voorkomt dat zogenaamde freeriders die weinig investeren in duurzaamheid meeliften op de inspanningen van koplopers. Simone Hertzberger: ‘Ja, dat zou prachtig zijn, in een ideale wereld, maar we zijn niet voor niets uit het paradijs verdreven. We leven niet in een ideale wereld. De definitie van duurzaamheid wordt niet overal op dezelfde wijze beleefd. Overkoepelende afspraken zijn hierdoor moeilijk te bereiken. Een wereldwijd klimaatverdrag laat ook al lang op zich wachten.’ Maar als bedrijven daarentegen zelf duurzaam handelen verankeren in hun processen, dan vindt er een snelle transitie plaats, stelt Hertzberger. De Alliantie bevordert dit door succesvolle pro- jecten uit te rollen, onder meer op het gebied van voedselverspilling. Inzichten over verspilling in de bedrijfscatering worden bijvoorbeeld gedeeld met bedrijven in de partycatering. Vervolgens wordt bekeken in hoeverre kennis uit het ene werkveld toepasbaar is in het andere. Ook worden best practices gedeeld om reststromen beter te benutten. Zo blijken stoffen uit aard- appelspoelwater bruikbaar als zoetstoffen voor koekjes. ‘Ik geloof er heilig in dat de alliantie met deze aanpak de basis legt voor duurzame verande- ring,’ zegt Simone Hertzberger. ‘We zijn met elkaar geen koploper, maar dat hoeft ook niet. Echte verduurzaming volgt tenslotte vanuit het maatschappelijk middenveld via bedrijven die samen het verschil maken.’ • “De definitie van duurzaamheid wordt niet overal op dezelfde wijze beleefd” “Talent wil niet meer werken voor een niet-duurzaam bedrijf” 30 Tekst: Matthijs SienotkaF en koren BeHeer en BeHoud Sinds januari 2013 worden de activiteiten van het Platform Verduurzaming Voedsel voort- gezet door de Alliantie Verduurzaming Voedsel. Het doel is dat verduurzaming integraal wordt verankerd in alle bedrijfsprocessen door de gehele Nederlandse voedselketen, en dat de basisnorm voor duurzame voedselproductie steeds verder stijgt. Aan het Platform Verduurzaming Voedsel nam het ministerie van Economische Zaken deel, maar die is niet meer vertegenwoordigd in de Alliantie. Wel werkt het ministerie nog actief samen met het bedrijfsleven aan de verdere verduurzaming van de agrifoodketen.
  • **Patty Scholten (1946) debuteerde als dichter op negenenveertigjarige leeftijd met Het dagjesdier (1995). Ze schrijft voornamelijk sonnetten en veel daarvan gaan over dieren. Wie de Donald Duck of de Tina las, maakte al veel eerder kennis met de fantasiewereld van Patty Scholten. Onder haar meisjesnaam, Patty Klein, publiceert ze al sinds 1966 scenario’s voor stripverhalen. **Hans van Oudenaarden (1959) is striptekenaar. Vanaf 2002 verstript hij de jongensboekenserie Bob Evers. In oktober verschijnt zijn graphic novel Help me Rhonda! zowel in het Nederlands, als in het Frans. versTekst: Patty Scholten* | Beeld: Hans van Oudenaarden** 31 De wraak van de kogelvis Hij schommelt rond en doet zijn ding. Maar wat dat ding is, heb ik nooit kunnen doorgronden. Gluurt rond, zijn zwarte goggles voorgebonden, een Piper Cub-piloot op boevenpad. Hij is mijn alter ego in het nat. Zijn vinnen minuscuul, zijn lijf te rond en nog giftig ook. Zo blijft hij onverslonden. Geen vis die zich ooit aan hem overat. Maar hij wordt wel verorberd – in Japan. Door topkoks wordt de fugu schoongemaakt. Het gif van één zo’n vis doodt dertig man. Het vlees is delicaat, men toont zijn moed door stoer te proeven of het lekker smaakt. Toch valt er soms een smulpaap dood. Net goed. Patty Scholten Uit: ‘Looiedetten’, Uitgeverij Atlas-Contact 2006
  • Niets is hier recht. Geen weg, perceel of sloot, ruilverkaveling is hier in het noorden van Groningen nooit aan de orde geweest. Overal in de vette klei met de zilte ondergrond zie je sporen van wadgeulen. Gewoon, zoals de zee ze heeft neergelegd. Geboren ben ik hier niet, ik kom uit het Gooi en trouwde een vrouw die terug wilde naar het noorden, dus ja. Sinds 1989 wonen we op het Groningse land waarvan de laatste jaren in de Groningse omme- landen. De zee en het Lauwersmeer zo dichtbij, het onaangetaste, de weidsheid, het doet me wat. Ver kunnen kijken is belangrijk voor mij, geeft me rust. Dus ja, ‘mijn landschap’, zo voelt het intussen zeker. Met name het Middag-Humsterland is interes- sant. Drieduizend jaar geleden vormde het ons kustgebied. De gronden rond de twee eilanden Middag en Humster kwamen steeds minder onder water te staan en de kustlijn schoof op. Het gebied, het oudste cultuurlandschap van Nederland, staat op de nominatie om tot ons Werelderfgoed te gaan horen. Goed plan, sommige dingen moet je behouden. Op de Piloersemaborg gebruiken we veel eten uit het wild: bessen, kruiden, paddenstoelen, allemaal wildpluk. Ik ga heel vaak de zeedijk over om waddengroente te plukken, lamsoor, zeekraal. Het weidse ervaar ik vooral als ik door het Groningse en Drentse land rijd, onderweg naar onze leveranciers. Onze keuken typeert zich niet door regionale gerechten, maar door regionale producten en die ga ik het liefst zelf uitzoeken. Zilte zeekaas, bijzondere fruitgelei, hazelnoten, langoustines, garnalen, zwerfwild, meel voor onze broden, en zelfs aalbessenwijn komen allemaal hier uit de streek. Die bezoekjes aan de producenten zijn belangrijk, ik hoor dan bijvoorbeeld hoe de gewassen erbij staan en wanneer de boel klaar of rijp is. Gisteren bijvoorbeeld haalde ik snoekbaars in Zoutkamp, dan hebben we het ook even over de waterstand in het Rietdiep. Als er gespuid gaat worden ont- staat er te veel stroming en wordt er nauwelijks iets gevangen en zet ik geen vis op de kaart. Sommige van mijn gerechten zijn direct ontstaan vanuit het landschap en wat zij voorbrengt. Twee jaar geleden was ik op de Zeedijk bij Klooster- zande om lammeren uit te zoeken, de oesters die ik er vond verwerkte ik in saus, eerder had ik lamsoor en zeekraal geplukt wat er samen met gepoft mosterdzaad uit de wei en wat schapen- yoghurt bijkwam. Het vlees werd gerookt op hooi wat toevallig nog op de dijk lag. Behalve het ver kunnen kijken is er ook dat licht. Dat is hier in het noorden geweldig, het is niet zoaLs De zee heT 32 miJn landscHap dick soek OVER ZILTE ZEEKAAS, ZWERFWILD, PALING UIT HET REITDIEP EN OVER HOE ZELFS GRAUWGRIJS LAND MOOI KAN ZIJN.
  • voor niets dat De Ploeg juist hier is ontstaan. Het ochtendlicht dat vanuit het oosten aanzwelt is indrukwekkend maar ook het avondlicht dat door onze boomgaard strijkt kan me diep ontroeren. Ieder seizoen heeft zijn eigen kleur, wat overi- gens ook te maken heeft met de invulling van het land. Staat het vol graan dan kleurt het geleidelijk geel, straks wanneer het land wordt omgeploegd volgt dan het grauwgrijs. En ook dat weemoedige is weer mooi. De uitgestrektheid krijgt de overhand, er is geen mais meer dat in de weg staat, de wolken krijgen vrij spel. Als vanzelf ontstaat er dan een ander verlangen, de warmte en behaaglijkheid in huis wordt weer belangrijk. Omgekeerd, wanneer de lente dan eindelijk aan- breekt heb je dat echt nodig. Dan barst de grond weer open en dan gaan we er weer voor.  heeft neergelegd 33 Dick Soek & Piloersmaborg Eten wat het land biedt en meegaan met de seizoenen is voor Dick Soek vanzelfsprekend. Zo zette hij zijn lokale leveranciers al in het zonnetje voordat het populair werd onder de chef-koks. Na jarenlang gepassioneerd de keuken van restaurant Schathoes Verhildersum te hebben bestierd, zwaait Dick Soek nu de scepter over de Piloersemaborg in Den Ham. Eten en overnachten op één plek! www.piloersema.nl Tekst: Brigitte van Mechelen | Beeld: rob.elfring.fotografie | www.elfoto.nl
  • oogst 34 Schoon water en vieze regen Wat mopperen we toch graag op het weer, en dan vooral op regen. Eeuwenlang zijn we dolblij geweest met een flinke voorraad regenwater. We vingen het op en deden het in flessen die goed afgesloten in de kelder koel werden weggezet. Schoon water was schaars en dus bijzonder. Men gebruikte het bijvoorbeeld om ontstoken ogen mee te reinigen. Schoon water kwam natuurlijk ook in de keuken terecht voor de bereiding van allerhande gerechten, of (voor limonade of kruidendrank) in een koel drankje op de warme zomerdagen.
  • Tekst: Lizet Kruyff* 35 A Dit is de Wereld van Zwerfvuil, een globe met een doorsnede van 5 meter, waarmee stichting Klean aandacht vraagt voor al het zwerfafval dat wordt weggegooid en in het water terechtkomt. Zie: www.kleanworldwide.nl Aan regenwater heeft een huishouden natuurlijk niet genoeg. De rest van het water haalde men uit de sloot, de beek, de rivier, het meer, de vijver of de gracht, of uit het water in de bodem. De kwaliteit en hoeveelheid van dat water verschilde per regio en per seizoen. uit de gracht Dus waarom scheldt de moderne mens op regenwater? En waarom willen we het zo snel mogelijk als ‘vuil water’ afvoeren? Nu is het regenwater sinds de industriële revolu- tie ook niet meer zo schoon als in de eeuwen daarvoor. Maar eristegenwoordigookeenalternatief:dedrinkwaterleiding. In grote steden als Amsterdam en Rotterdam haalden de bewoners vanouds het drinkwater uit grachten en sloten. Zuiver water kon je dat niet noemen. De riolering kwam op de grachten uit, iedereen stortte zijn overtollige spullen in de plomp en er was te weinig doorstroming. Dan kan het natuurlijk niet anders of het gaat een keer goed mis. ziek van water Het was een raadsel, die afschuwelijke ziekte cholera. De dood grijpt snel om zich heen, maar de oorzaak blijft lang onduidelijk. Officieel wordt in ons land in 1832 het eerste geval van cholera geconstateerd. Een jaar later heeft deze ziekte al bijna vijfduizend mensen het leven gekost. In 1849 heerst er opnieuw een cholera-epidemie in het hele land. En in 1866 vallen er meer dan twintigduizend doden. In 1849 legt de Britse medicus John Snow de link met besmet drinkwater. Vijf jaar later kan hij duidelijk oorzaak en gevolg koppelen tijdens een epidemie in hartje Londen onder de gebruikers van dezelfde waterpomp. Daar piekt de ziekte. hygiëne Een begin van een oplossing gloort dan aan de horizon: schoon drinkwater. Vanuit een jongere generatie uit de medische hoek komt de roep om hygiënemaatregelen voor het openbare leven. Hygiëne is het toverwoord. Gezond- heidscommissies gaan zaken als bouwverordeningen, de kwaliteit van schoollokalen, plannen ter verbetering van de drinkwatervoorziening en de bestrijding van de bodem- verontreiniging te lijf. Er komen maatregelen, zoals een maximum aantal inwoners in een wijk per waterpomp, het dempen van grachten of stukken daarvan, het verversen van water in de grachten. Dat moest allemaal bijdragen aan de bevordering van de hygiëne. uit de duinen In Amsterdam oppert schrijver en politicus Jacob van Lennep het idee om drinkwater uit het duingebied naar Amsterdam te halen. Na de cholera-epidemie van 1848 komt het project in een stroomversnelling en in 1851 richt men het waterleidingbedrijf op. En zo verrijst er een pomp- station bij Vogelenzang vanwaar duinwater naar de stad wordt gepompt. Aanvankelijk kon men het duinwater voor een cent per emmer kopen. Uiteindelijk bleek het water slechts voor de rijkere bewoners betaalbaar. Het duurde nog een decennium voor er een echt goed systeem ontwikkeld was. Schoon water kwam mondjesmaat in de grote steden via de nieuwe drinkwaterleiding. Pas in de 20ste eeuw kregen alle woningen een aansluiting. flesjeswater Het zou nog weer een eeuw duren voor gewoon puur water als hip drankje werd gezien, en in een designflesje voor exorbitante bedragen op de markt zou komen als onmisbaar attribuut voor de zichzelf respecterende moderne mens. Op zich is flesjeswater geen nieuw fenomeen. Al sinds de 18e eeuw drinken we graag bronwater uit flessen. De natuurlijke bronnen waren een prettige bron van inkom- sten voor de landheer, het was chic om bronwater te gaan drinken in een ‘spa’, half Europa zat in de 18e en 19e eeuw voor de gezondheid bronwater te drinken in het Duitse Bath, of Belgische Spa, of Duitse Baden-Baden. In de fitness- en slankheidsmode van de laat 20ste en begin 21ste eeuw past dit water weer helemaal. Hoewel er al een tegenbeweging is, zoals het duurzame alternatief van drink- waterbronnen op stations en op tal van plaatsen in de grote stad. En dat is goed. Want het is een beetje wrang wanneer je die enorme consumptie van plastic flessenwater ziet in landen met uitstekend leidingwater. Je kunt je er wat bij voorstellen in landen waar de overheid niet voor voldoende hoog kwalitatief drinkwater kan zorgen. Of in gevallen van natuurrampen, epidemische ziekten en oorlog. Ver van ons bed gelukkig. Wij kunnen en moeten natuurlijk wel wat doen aan die enorme plastic berg en kiezen voor gewoon leidingwater in een herbruikbare glazen fles. En het regen- water? Niet meer op mopperen. Maar opvangen en gebrui- ken in droge perioden voor tuin en akker en het schrobben van het stoepje, dat we zo graag schoon houden.  *Lizet Kruyff, culinaire geschiedenis en meer, spinazieacademie.nl “Gewoon puur water als hip drankje”
  • mmm 36 pittige palmkoolbereiDiNG: Stripmetdehandhetbladgroenvandedikkenerf. Wassen,drogeneninrepensnijden.Stampdejeneverbessen,het sesamzaadenhetkorianderzaadineenvijzelfijn.Maakineenkopje eenmengselvanhoning,sesamolieensojasaus.Warmdeolijfoliein eenhogegietijzerenpan,voegdekruidenuitdevijzelerbij.Raspde knoflookengemberfijn(ikgebruikhetliefsteenMicroplane)endoe indepan.Schep dekoolerbijenroerbakalleshooguit5 minutenop hoogvuur.Giet danhetmengselvanhoning,sesamolieensojasaus in depan,enlaat ditnog1 minuutdoorwarmen. Strooiersesamzaadjesoverheen. • 500 gram palmkool• 1 theelepel jeneverbessen• 1 eetlepel sesamzaad• 1 theelepel korianderzaad• 1 eetlepel honing• 2 eetlepels sesamolie• 1 eetlepel sojasaus• 2 eetlepels olijfolie• 2 tenen knoflook• 2 cm verse gember zonder schil Claudia Reina is altijd met eten bezig: zij droomt recepten en bedenkt smaakvolle combinaties. In haar eigen smultuin kweekt zij op biologisch-dynamische wijze groente en fruit. Claudia geeft het E-magazine Smultuin uit en eerder is het boek Onze Smultuin van haar hand verschenen. palmkool wordt zo genoemd, omdat je steeds de onderste bladeren oogst. Je krijgt dan een stam met op de top palmbladeren, als een palmboom. Je kunt palmkool het hele jaar door eten. Ook als jonge blaadjes zeer geschikt.  indepan.Schep dekoolerbijenroerbakalleshooguit5 minutenop hoogvuur.Giet danhetmengselvanhoning,sesamolieensojasaus in depan,enlaat ditnog1 minuutdoorwarmen. palmkool wordt zo genoemd, omdat je steeds de onderste bladeren oogst. Je krijgt dan een stam met op de top palmbladeren, als een palmboom. Je kunt palmkool het hele jaar door eten. Ook als jonge blaadjes zeer geschikt. 
  • Een eetbare tuinvoor iedereen Tekst: Isabel van der Weijden* | Beeld: Claudia Reina 37 Waar draait uw smultuin om: smullen of tuinieren? ‘Een smultuin is een tuin die niet voor de sier is, maar om lekker uit te eten. Het is dus een persoonlijke tuin, want iedereen heeft zijn eigen voorkeur. De een is dol op broccoli, de ander op eetbare bloemen of bessen. Zelf houd ik erg van aardbeien. In mijn smultuin heb ik vroege, middelvroege, late en doordragende aardbeien. Je hebt wel 400 soorten aardbeien. Ik raad iedereen aan een eetbare tuin te beginnen. Het is zoveel lekkerder en goedkoper dan wat verkrijgbaar is in de winkel. Dat is ook wel logisch, want door de kwetsbaarheid van bijvoorbeeld aardbeien zijn ze duur en echt lekkere, rijpe nauwelijks verkrijgbaar. Op een vierkante meter kun je al zoveel doen. Zelfs een balkonnetje kan de lekkerste kruiden leveren.’ Waar haalt u uw inspiratie vandaan? ‘Die haal ik vooral uit mijn eigen tuin. Elk jaar bedenk ik wat ik wel en niet ga doen. Daar schrijf ik ook over. In mijn tuin groeien ook veel zogenoemde ‘vergeten groenten’ als pastinaak, snijbiet in kleurtjes, paarse aardappelen, gele wortelen en groene tomaten. Echt lekker. Af en toe bezoek ik Villa Augustus. Dat is een concept hotel-restaurant-moestuin. Bijna alles wat je daar eet, komt rechtstreeks uit eigen tuin. Ook de kwekerij Bastin in Aalbeek (Limburg) is inspirerend. Ze zijn vooral mediterraan georiënteerd met heel veel kruiden en lavendel. In september is er een groot pompoenenfeest met heel veel soorten pompoenen. De aanwezige kok Claude Pohig verrast je dan met de heerlijkste gerechten. Overigens zie je deze trend steeds meer. Veel zelfrespec- terende koks verbouwen tegenwoordig eigen ingrediënten.’ Wat zijn de slimste tips voor een duurzame, eetbare tuin? ‘Permacultuur betekent ‘de tuin permanent in cultuur brengen’. Als je permacultuur in je tuin brengt, heb je nauwelijks onderhoud en hoef je alleen maar te oogsten. Je laat dan alles in lagen groeien. Je hebt bijvoorbeeld een bodemlaag met kruiden, dan een struik bosbessen en daarachter een hazelnootstruik. Je voegt bloemen toe om gunstige insecten aan te trekken die bijvoorbeeld luizen en ander ongedierte weg houden. De tuin is dan in evenwicht.’ Heeft u een missie? ‘Ik wil zo veel mogelijk mensen leren om te eten uit eigen tuin. Het zijn waardevolle vaardigheden waarover iedereen zou moeten beschikken. In mijn lestuin in Laren krijg ik vanaf september cursisten via de volksuniversiteit. We beginnen dan met het maken van een eigen tuinplan dat aansluit bij ‘groene vingers’, tijd, budget en ruimte. Andere items zijn o.a. grond, duurzaamheid, zaden, watermanagement, voeding, licht-zon-warmte. En uiteraard gaan we veel wroeten in de aarde. Voor kinderen heb ik een speciale vierkante-metertuin van de Wiltfang. Ik vind het triest dat juist in deze tijd de schooltuintjes worden wegbezuinigd.’ U heeft een eigen tijdschrift en u schreef een boek. Heeft u nog een droom die u wilt waarmaken? ‘Ja, rozen. Ik wil véél meer rozen gaan kweken. En dan vooral lékkere rozen.’ *isabel van der weijden is adviseur in culinaire communicatie en realiseert met haar bedrijf Bel&Jet kookboeken en receptenbrochures. Zowel voor de consumentenmarkt als business-to-business. * met haar bedrijf Bel&Jet kookboeken en receptenbrochures. Zowel voor de consumentenmarkt als business-to-business.consumentenmarkt als business-to-business. eetbare iedereen
  • Verstript 38 Demeter en Persephone Een Griekse tragedie
  • Tekst: Frank Jonker* | Beeld: Maaike Hartjes © Comic House** 39 **Frank Jonker (1965) is auteur van stripscenario’s en korte verhalen. Zijn werk verscheen onder andere in Donald Duck, Tina en Penny. **Maaike Hartjes (1972) studeerde aan zowel de Amsterdamse als de Utrechtse Hogeschool voor de Kunsten. Ze tekent naast illustraties, strips en getekende reisverslagen, ook heel veel op congressen en bij workshops om daar complexe materie om te zetten in simpele conceptuele tekeningen.
  • de plek 40 marcel van ool is vegetariër, maar niet van het evangeliserende soort – hoewel hij de slogan ‘Eet geen leed’ nog weleens gebruikt. Hij is vooral benieuwd naar wat er aan vlees te krijgen is uit onze natuurgebieden. Denk aan ‘de grote grazers’: Galloways, Schotse hooglanders (beide ‘primitieve’ runderen), Rode Geus (een rundersoort dat voortkomt uit recentere kruisingen) en konikpaarden. Je kent die beesten wel uit bijvoorbeeld de nieuwe wildernissen van het Rivierengebied of de delta, waar allerlei natuurlijke processen weer de ruimte krijgen. Die processen moeten vaak wel door de mens eerst weer op gang worden geholpen. Een van de zaken die daarbij hoort is de introductie van grazende soorten die met hun vraat de boel openhouden. Die functie, terreinen vrijhouden van struiken en andere ‘opslag’, vervullen grote grazers overi- gens ook in cultuurhistorisch waardevolle gebieden, bijvoorbeeld op heidevelden. Stichting Ark heeft al zo’n twintig jaar ervaring in nieuwe wildernissen. Vanuit deze stichting is ook FREE Nature opgezet, dat staat voor Foundation for Restoring European Ecosys- tems, en zij houden zich onder meer bezig met wildernisvlees: als een kudde te groot wordt en het echt niet anders kan, worden er dieren gedood en geslacht. Dat betekent: stoofvlees, tartaar, hamburgers, worsten en gehakt van dieren die nog nooit in een stal hebben gestaan, geen enge medicijnen hebben gehad en gegraasd hebben op terreinen die vrij zijn van bestrijdingsmiddelen.Sterkernog:dieterreinen zijn een geweldig menu voor de grazers, met zo’n 350 soorten kruiden en grassen. Kenners zeggen het verschil te proeven tussen dieren die snel vetgemest zijn met industrieel voer, dieren die in boerenweides hebben gegraasd (met meestal maar één soort gras) en de dieren uit natuurgebieden. Nu schijnt dat ook te maken te hebben met het feit dat die laatste echte survivors zijn die vet opslaan voor als zware tijden aanbreken (zoals de winter). Dat levert vlees op met fijne vetadertjes. Die verdwijnen weer tijdens de bereiding maar zorgen wel voor een heel goede smaak. Er zijn in Nederland veel meer clubs waar je wildernisvlees kunt bestellen. De meeste hebben wel een band met Free Nature (het vleesuitParkSonsbeekofuithetNaardermeer- gebied van Natuurmonumenten wordt ook via hen verkocht). En in de drie Noordelijke provincies vind je bij Albert Heijn droge worst van familiebedrijf Weidenaar (‘sinds 1927’) gemaakt van… Schotse hooglanders uit het Lauwersmeergebied. Staatsbosbeheer onder- zoekt of het aanbod uitgebreid kan worden. Het is lastig om een goed overzicht te krijgen van de totale hoeveelheid dieren die jaarlijks gedood wordt voor wildernis- of natuurvlees. Maar via FREE Nature (veruit de grootste speler) gaat het, vind ik tenminste, om heel kleine aantallen: 60 runderen en 7 paarden eindigden in 2012 als wildernisvlees. De aan- tallen zijn natuurlijk ook laag omdat er heel secuur gekeken wordt of een dier echt niet ergens anders geplaatst kan worden. Daarnaast is het zo dat in het najaar een piek is in het aantal dieren dat gedood moet worden. Die eindigen om logistieke redenen niet allemaal als wildernisvlees. Een deel gaat ook naar de reguliere handel. Alle gedode runderen worden voedsel voor mensen. Bij paarden ligt dat, om sentimentele redenen, anders. Wat de mens niet eet, gaat Vegetariër zoekt
  • Tekst: Marcel van Ool* | Beeld Schotse hooglanders: Staatsbosbeheer | beeld wildernisvlees: Marc Büchner 41 *Kunsthistoricus marcel van ool is werkzaam bij Staatbosbeheer. “Worsten en gehakt van dieren die nog nooit in een stal hebben gestaan” naar de dierentuin waar het vlees meestal aan de leeuwen wordt gevoerd. Als vegetariër zeg ik wel tegen vleeseters: vraag uw (wildernis)slager om orgaanvlees! Buiten de diervoederindustrie om, blijkt daar nauwe- lijks een markt voor te zijn. Ja, lever, dat lukt nog wel, maar er zit uiteraard veel meer eetbaars aan zo’n dier. Als je al besluit het te doden, benut het dan ook optimaal. Ik vraag me trouwens ook af of je geen bloedworst (mijn favoriete gerecht als kind, in een voorvegetari- sche fase) kunt maken van grote grazers. In onze natuurgebieden komen ook soorten voor die traditioneel om hun vlees bejaagd worden, zoals edelhert, wildzwijn, damhert en ree. Vleesconsumptie is door de eeuwen heen nogal aan smaakwisselingen onderhevig geweest. Vooral de adel, die oorspronkelijk natuurlijk ook de meeste jachtrechten bezat, verorberde nogal het een en ander wat ‘de gewone man’ verafschuwde óf niet kende omdat het voor hem niet weggelegd was. Ik denk bijvoorbeeld aan reiger die in de zeven- tiende eeuw wel gegeten werd – en overigens bejaagd werd met een valk. Maar dat waren andere tijden. Bij Staatsbosbeheer geldt een ‘nee, tenzij’ jachtbeleid. Dat betekent dat wanneer een populatie te groot dreigt te worden voor het gebied waarin zij leeft, dieren worden afge- schoten. Ook worden dieren gedood als zij schade aanrichten bij ‘de buren’ of in het verkeer. Dat gebeurt door jagers en strikt op contractbasis. De ‘buit’ is voor de jager. Alleen op de midden Veluwe heeft Staatsbosbeheer zelf een contract met een poelier, aan wie edel- hert, wildzwijn, damhert en ree geleverd wordt. En dan is er de categorie pest- en plaagdieren. Daaronder valt in essentie natuurlijk geen enkel dier. Maar afhankelijk van tijd, plaats en cultuur worden dieren wel bestreden omdat ze bijvoorbeeld ernstige overlast veroorzaken of een ramp zijn voor inheemse flora en fauna. Bekendste voorbeeld van die eerste groep zijn de ganzen, en dan met name de ‘Schipholgans’. Dat is een grauwe gans, en die soort vindt de vette Nederlandse weiden zo geweldig dat zijn aantallen enorm toenamen de afgelopen tien jaar. In een straal van twintig kilometer rond Schiphol alleen al, komen er tussen de 50.000 en 70.000 voor. Dit jaar zijn er daar 10.000 van vergast – de diervriendelijkste en meest effec- tieve manier van bestrijden. Je wil immers een botsing tussen gans en vliegtuig voorkomen. Maar dan, wat gebeurt er met het ganzenvlees? De Nederlander was het een beetje verleerd, het eten van gans. Toch wordt nog 63% van de schipholganzen geconsumeerd. De Keuken van het Ongewenste Dier, dat de kroket van Schipholgans ontwikkelde en daar landelijke bekendheid mee kreeg, droeg daar zeker toe bij. Ten slotte, de catastrofale exoten, als de Ameri- kaansebrul-ofstierkikkerofdegrijzeeekhoorn (ook uit Amerika). Die kunnen door enorme voortplantingsdrift, vraatzucht en gebrek aan natuurlijke vijanden flink huishouden in de Nederlandse natuur. Vanuit het rijk opereren Bureau Risicobeoordeling en Onderzoeks- programmering en het Team Invasieve Exoten op dit gebied. Sommige soorten worden alleen gemonitord; andere geëlimineerd. Hoe het dan weer moet met regelgeving weet ik niet, maar die Amerikaanse beesten kun je prima eten. Op een Amerikaanse site vond ik 54 recepten voor eekhoorn en in Louisiana zijn ‘Cajun-fried Bullfrog legs’ een delicatesse. Wie durft?  Met dank aan Meta Rijks, fauna-ecoloog bij Staatsbosbeheer. vlees
  • in het volgende nummer: nr.16 Gerard de Vriesover het WRR-rapport over voedsel; een reportage over het forum over voedseldat in november op het kasteel plaatsvindt; Herman Vuijsjeover hoe afstand in tijd de tekening kleurt; De Wilde keuken van Wouter Klootwijk; Ruud Kuijer over zijn Waterwerken; een nieuw verhaal van Tommy Wieringa. Het debat over voedsel, over stad en ommeland, over duurzaamheid – het moet worden gevoerd vinden wij (en dat vindt u ook, anders had u dit magazine niet in handen). Nu het ministerie van Economische Zaken heeft besloten Kasteel Groeneveld te sluiten en daarmee een einde te maken aan het platform voor discussie dat het kasteel jaren is geweest, zoeken wij naar wegen om de discussie voort te zetten. We kijken naar de rol die magazine GRNVLD daarin kan spelen. In het komende nummer een verkenning van de vaderlandse podia waarop plaats is voor de nuance. 42 Daarnaast onder meer:
  • Kasteel Groeneveld Groeneveld 1 3744 ML Baarn Zakelijke bijeenkomsten bij Groeneveld Kasteel Vanwege de unieke combinatie publiek, onderwijs en beleid is een zakelijke bijeenkomst in Kasteel Groeneveld meer dan een vergadering; het is een ontmoeting. Als Buitenplaats voor stad en land is Groeneveld de plek om buiten de gebaande paden te denken. Een vrijplaats voor de geest. Zakelijk vergaderen in een ontspannen sfeer in Kasteel Groeneveld is mogelijk. De ruimtes worden gehuurd voor discussies, debatten, conferenties en informatiemarkten. Het Engelse landschapspark en de moestuin van het kasteel, lenen zich prima voor in- en ontspanning in de buitenlucht. Grand Café & Koetshuiszolder Waar voorheen de paarden gevoed en geborsteld werden, is nu in het Koetshuis Grand Café Groeneveld gevestigd. U kunt hier terecht voor een uitgebreide zakelijke lunch van biologische streekproducten met uw collega’s of relaties of voor een lekkere sandwich tussen 2 afspraken door. Daarnaast is het mogelijk om, net als in het kasteel, een vergadering, presentatie of andere zakelijke bijeenkomst op de zolder van het Koetshuis te organiseren. Voor informatie en reserveringen: Reserveringsbureau@mineleni.nl of 035 5480994 (Bereikbaar van dinsdag tot en met donderdag van 10.00 tot 16.00 uur). [ advertentie ]
  • Kasteel Groeneveld, buitenplaats voor stad en land van het ministerie van economische zaken, wil stad en (platte)land opnieuw met elkaar verbinden. weet één ding zeker: er is geen probleem of het wordt opgelost, nu of in de toekomst, net op tijd. Er is geen probleem. slotfragment van Drakentanden (2008) van mark boog