• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Bachelorpaperdeputtersjvopenbaar 12982192668353-phpapp02
 

Bachelorpaperdeputtersjvopenbaar 12982192668353-phpapp02

on

  • 795 views

Bachelorpaper VUB: onderzoek naar de betekenis van privacy voor babyboomers op LinkedIn

Bachelorpaper VUB: onderzoek naar de betekenis van privacy voor babyboomers op LinkedIn

Statistics

Views

Total Views
795
Views on SlideShare
792
Embed Views
3

Actions

Likes
0
Downloads
7
Comments
0

1 Embed 3

http://www.linkedin.com 3

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Bachelorpaperdeputtersjvopenbaar 12982192668353-phpapp02 Bachelorpaperdeputtersjvopenbaar 12982192668353-phpapp02 Document Transcript

    • Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte Sara Jane DeputterVakgroep Communicatiewetenschappen Rolnummer: 91763Werkcollege Strategische Bedrijfscommunicatieen MarketingSchakeljaar Master CommunicatiewetenschappenProf. Jo Pierson LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? Thema: Generatie-specifieke perceptie van en omgang met privacy op sociale netwerksitesScritiebegeleider: Prof. Jo Pierson Academiejaar 2009 - 2010Begeleidende assistente: Eva Vanhengel
    • DankwoordSeptember 2008, ik neem de beslissing om mijn fulltime job te combineren met eenopleiding communicatiewetenschappen aan de VUB. Ik wist dat het zwaar zou wordenen daarom besloot ik om mijn programma op te delen. Bijgevolg werd mijnbachelorpaper uitgesteld tot juni 2010. Van uitstel kwam echter geen afstel en inseptember 2009 zette ik met enige onzekerheid de eerste stappen in de wereld van debachelorpaper.Het was met vallen en opstaan dat ik mij door de verschillende fases van debachelorpaper heen worstelde. Niet enkel de nieuwe termen, het vele opzoekwerk, deinterviews… eisten veel van mijn energie, maar vooral de combinatie studie - werkwas een bijkomende hindernis. Wekenlang bestond mijn levensritme uit 4 fases:slapen, werken, eten, VUB. Het kan dan ook zeer cynisch klinken wanneer ik zeg datmijn onderzoek naar de privacy op de sociale netwerksites heel mijn sociaal leven opeen laag pitje heeft geplaatst. Ik wil in dit voorwoord dan ook alle mensen bedankendie mij in deze periode gesteund hebben, door hun hulp, door hun lieve woorden, doormee te willen werken aan mijn onderzoek, maar nog het meest van al door er gewoonvoor mij te zijn wanneer ik het nodig had.Bedankt respondenten voor jullie tijd en het jullie te willen aanpassen aan mijn drukkeagenda, bedankt professoren van de VUB die begrip hadden voor mijn situatie en mesuggesties gaven waar ik ze het meest nodig had, speciale dank aan Professor Piersonom mij te begeleiden bij deze bachelorpaper en voor het geven van al de goede tips,bedankt collega‟s om mij te vervangen wanneer ik er niet was, mij te steunenwanneer ik de moed even liet zakken en begrip te tonen voor een soms moeilijkeagenda, bedankt familie voor jullie onvoorwaardelijke steun en bedankt voor hetvertrouwen dat jullie in mij bleven hebben, bedankt vrienden om feestjes uit te stellentot ik weer wat meer tijd had en bedankt om mij op te peppen wanneer ik het moeilijkhad, bedankt liefje om onze toekomstplannen even te willen uitstellen, al mijnhumeurwisselingen te doorstaan en me moed in te spreken wanneer ik het even nietmeer zag zitten.Bedankt iedereen om er te zijn wanneer ik het moeilijk had, maar vooral bedankt ommee met mij mijn droom waar te maken: het behalen van een universitaire diploma… LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 2
    • InhoudsopgaveAbstract ------------------------------------------------------------------ 9Inleiding -----------------------------------------------------------------10Deel 1 Social computing en privacy ----------------------------------16 1. Social computing ------------------------------------------------------------- 16 2. Web 2.0 ----------------------------------------------------------------------- 16 3. Netwerken -------------------------------------------------------------------- 17 3.1. De waarde van netwerken ------------------------------------------------------ 17 3.2. Succesvol netwerken ------------------------------------------------------------ 18 3.2.1. Netwerk attitude ------------------------------------------------------18 3.2.2. De gouden driehoek van netwerken ---------------------------------18 3.2.3. De echte kracht van het netwerk zit in de tweede graad -----------19 3.2.4. Kwaliteit en diversiteit zijn beide belangrijk -------------------------19 3.2.5. Know, Like en Trust factor --------------------------------------------19 4. Sociale netwerksites---------------------------------------------------------- 20 4.1. Definitie van sociale netwerksites ---------------------------------------------- 20 4.2. Het ontstaan van sociale netwerksites ----------------------------------------- 21 4.3. Het succes van sociale netwerken ---------------------------------------------- 22 4.4. De gevaren ---------------------------------------------------------------------- 22 4.5. Karakteristieken van sociale netwerksites ------------------------------------- 24 4.6. Verschillende sociale netwerksites --------------------------------------------- 25 4.7. Professionele sociale netwerksites --------------------------------------------- 26 5. LinkedIn ---------------------------------------------------------------------- 27 LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 3
    • 5.1. Ontstaan ------------------------------------------------------------------------- 27 5.2. Definitie -------------------------------------------------------------------------- 28 5.3. Gebruikers ----------------------------------------------------------------------- 28 5.4. Mogelijkheden ------------------------------------------------------------------- 29 5.4.1. Voordelen LinkedIn ---------------------------------------------------30 6. Privacy ------------------------------------------------------------------------ 30 6.1. Definitie van privacy ------------------------------------------------------------ 30 6.1.1. Zoeken naar een spel in een hooiberg -------------------------------30 6.1.2. Privacydimensies ------------------------------------------------------31 6.2. Definitie van privacy in de informatiesamenleving ---------------------------- 33 6.3. Privacy in gevaar? --------------------------------------------------------------- 34 6.4. Privacybescherming ------------------------------------------------------------- 36 6.4.1. De noodzaak-----------------------------------------------------------36 6.4.2. De maatregelen -------------------------------------------------------36 6.5. De consument over privacy op sociale netwerksites -------------------------- 38 7. LinkedIn en privacy ---------------------------------------------------------- 39 8. Besluit------------------------------------------------------------------------- 40Deel 2 Empirisch luik: de perceptie van de babyboomers op hetconcept privacy bij sociale netwerksites (LinkedIn) ---------------42 1. De probleemstelling en de onderzoeksvragen ------------------------------ 42 2. Methodologie van het onderzoek -------------------------------------------- 43 2.1. Bestaand onderzoek naar privacy ---------------------------------------------- 43 2.2. Kwantitatief onderzoek versus kwalitatief onderzoek ------------------------- 44 LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 4
    • 2.3. Kwalitatief onderzoek ----------------------------------------------------------- 443. Eigen onderzoek -------------------------------------------------------------- 45 3.1. Uitgangspunten ----------------------------------------------------------------- 45 3.2. Onderzoeksfasen ---------------------------------------------------------------- 46 3.2.1. Grounded Theory ------------------------------------------------------46 3.2.2. Literatuuronderzoek ---------------------------------------------------46 3.2.3. Kiezen van een methode ---------------------------------------------46 3.2.3.1. Diepte-interview ---------------------------------------------------------- 46 3.2.3.2. Topiclijst ------------------------------------------------------------------- 46 3.2.4. Keuze van de respondenten ------------------------------------------47 3.2.4.1. Babyboomgeneratie------------------------------------------------------- 48 3.2.4.2. Generatie babyboomers en het internet --------------------------------- 48 3.2.5. Analyse ----------------------------------------------------------------48 3.2.5.1. Transcriptie ---------------------------------------------------------------- 48 3.2.5.2. Open codering ------------------------------------------------------------- 49 3.2.5.3. Axiale codering ------------------------------------------------------------ 49 3.2.6. Selectieve codering ---------------------------------------------------49 3.3. Valkuilen ------------------------------------------------------------------------- 49 3.3.1. Objectiviteit -----------------------------------------------------------49 3.3.2. Betrouwbaarheid ------------------------------------------------------50 3.3.2.1. Validiteit ------------------------------------------------------------------- 50 3.3.2.2. Andere struikelblokken --------------------------------------------------- 514. Resultaten van de interviews ------------------------------------------------ 51LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naarprivacygegevens? 5
    • 4.1. Babyboomgeneratie en het internet -------------------------------------------- 51 4.1.1. kennismaking----------------------------------------------------------51 4.1.2. Gebruik ----------------------------------------------------------------52 4.2. Visie op netwerken -------------------------------------------------------------- 52 4.2.1. Het belang van netwerken --------------------------------------------52 4.2.2. Voordelen van netwerken ---------------------------------------------53 4.2.3. Netwerken doorheen de tijd ------------------------------------------53 4.2.3.1. Vroeger en nu ------------------------------------------------------------- 53 4.2.3.2. Offline en online: twee afzonderlijke werelden? ------------------------- 54 4.2.3.3. Netwerken met een missie ----------------------------------------------- 54 4.2.4. Sociale netwerksites --------------------------------------------------55 4.3. De babyboomer als LinkedIn-gebruiker ---------------------------------------- 56 4.3.1. Kennismaking ---------------------------------------------------------56 4.3.2. Met vallen en opstaan-------------------------------------------------57 4.3.3. Populaire zakelijke netwerksite ---------------------------------------57 4.3.3.1. Contacten ----------------------------------------------------------------- 58 4.3.3.2. Kennis delen en krijgen --------------------------------------------------- 58 4.3.3.3. LinkedIn als HRM-tool ---------------------------------------------------- 59 4.3.4. Voor verbetering vatbaar ---------------------------------------------59 4.3.5. Een onmisbare tool? --------------------------------------------------60 4.4. De privacybeleving van de babyboomgeneratie ------------------------------- 61 4.4.1. Een definitie -----------------------------------------------------------61 4.4.2. Houding t.o.v. privacy ------------------------------------------------61 4.4.2.1. Vertrouwen is belangrijk -------------------------------------------------- 61LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naarprivacygegevens? 6
    • 4.4.2.2. Privacy evolueert… -------------------------------------------------------- 62 4.4.2.2.1. In de tijd-----------------------------------------------------------62 4.4.2.2.2. Volgens generatie -------------------------------------------------63 4.5. Is de generatie babyboomers zich bewust van de privacyrisico‟s op sociale netwerksites? ------------------------------------------------------------------- 63 4.5.1. Wanneer wordt privacy geschonden op sociale netwerksites? ------64 4.5.2. Risico‟s online en offline ----------------------------------------------64 4.5.3. Privacyrisico op sociale netwerksites ---------------------------------65 4.5.3.1. LinkedIn ------------------------------------------------------------------- 65 4.5.3.2. Andere --------------------------------------------------------------------- 65 Enkele fenomenen ------------------------------------------------------------------65 4.5.3.3. Zichtbaarheid van een foto voor mensen die niet in het eigen netwerk zitten ------------------------------------------------------------ 65 4.5.3.4. Derden plaatsen foto‟s of berichten op het profiel ---------------------- 67 4.5.3.5. Gegevens worden gebruikt door derden --------------------------------- 67 4.5.3.6. De digitale voetafdruk ---------------------------------------------------- 68 4.5.3.7. Valse profielen ------------------------------------------------------------ 68 4.6. Bewust van de privacyrisico‟s -------------------------------------------------- 68 4.7. Privacywaarborg ----------------------------------------------------------------- 69 4.7.1. Verantwoordelijk ------------------------------------------------------69 4.7.2. Middelen ---------------------------------------------------------------71 4.7.2.1. Policy ---------------------------------------------------------------------- 71 4.7.3. LinkedIn ---------------------------------------------------------------725. Besluit deel 2 ----------------------------------------------------------------- 72LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naarprivacygegevens? 7
    • Algemene conclusie ----------------------------------------------------76 5.1. Verder onderzoek --------------------------------------------------------------- 79Bibliografie --------------------------------------------------------------80Overzicht tabellen en figuren -----------------------------------------85Bijlagen -------------------------------- Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 8
    • AbstractFacebook, Twitter, LinkedIn,… één voor één zijn het sites geworden die een vasteplaats kregen in onze maatschappij. Gebruikers creëren zelf de inhoud van hun profiel.Elke minuut kunnen „vrienden‟ of contacten op de hoogte worden gehouden van hunbezigheden via zogenaamde statusupdates. Heel wat onderzoek is gevoerd naarprivacyrisico‟s van deze hype. De nadruk van deze onderzoeken ligt steeds op demogelijke privacybedreigingen. Maar toch gooien mensen meer en meer van hunprivéleven te grabbel op het internet. Dit onderzoek gaat na of babyboomers opLinkedIn zich bewust zijn van de gevaren en hoe ze privacy percipiëren. Een grondigeliteratuurstudie ging dit onderzoek vooraf, gevolgd door tien interviews bij actievebabyboomers op LinkedIn. Hieruit blijkt dat de gevaren op LinkedIn beperkt zijnomdat het gericht is op het bedrijfsleven. Babyboomers zijn zich bewust van deprivacy issues, maar vragen zich af of de nadelen wel opwegen tegen de voordelen.Trefwoorden: sociale netwerken, social media, privacy, LinkedIn, babyboomers LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 9
    • Inleiding Drie, twee, één,… wie niet weg is, is gezien! Internet heeft veel zaken mogelijk gemaakt, maar verstoppertje spelen lukt niet. Facebook, Twitter, Netlog, LinkedIn,… indien u bij het horen van deze woorden verwonderd het voorhoofd fronst, dan moet u de afgelopen jaren op een andere planeet geleefd hebben. De wereld wordt geleid door een nieuwe generatie webgebruikers. Meer en meer wordt er gebruik gemaakt van web 2.0 diensten, waarbij het uitwisselen, delen, creëren en communiceren van informatie centraal staat (Kool, 2008). Wat startte als een hype is op korte tijd uitgegroeid tot een vaste waarde in het sociale digitale leven van vele internetgebruikers. Ondanks de ontegensprekelijke voordelen die er aan sociale netwerksites verbonden zijn, lijkt het er toch op dat de privacy van de gebruiker niet helemaal veilig is. Zo verdween een koppel uit Nieuw-Zeeland nadat de bank per ongeluk twee miljoen euro op hun rekening had overgeschreven. Het koppel bleef spoorloos, tot de zus van de vrouw op haar Facebookpagina schreef dat ze het koppel was achterna gevlogen en dat ze bij aankomst genoten had van een glas Tsingtao (bekend Chinees bier). De zus dacht dat haar pagina enkel zichtbaar was voor vrienden, maar Interpol keek mee. Dit verhaal is slechts één van de tien verhalen uit het artikel „Tien opvallende Facebook/Twitter-verhalen van 2009‟ van de Standaard1. Adverteerders en privébedrijven maken meer en meer gebruik van web 2.0 technologieën om consumenten met de juiste informatie, op het juiste ogenblik en op de juiste plaats te bereiken. We kunnen ons de vraag stellen of de overheid en de publieke sector hier geen inhaalbeweging moeten maken? Kan web 2.0 technologie de kloof tussen burger en overheid verkleinen? Voor hier een antwoord kan opgeven worden, moet worden stilgestaan bij een ander belangrijk concept: privacy. Privacybeleving speelt een belangrijke rol in de manier waarop de burger sociale netwerksites gebruikt. In 1998 merkte Gutwirth al op: “Duizelingwekkend is het aantal handelingen van een individu dat tegenwoordig één of ander digitaal spoor achterlaat en bijgevolg ook op één of andere wijze retraceerbaar is. De1 http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF02122009_033&word=facebook LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 10
    • massieve verwerking van persoonsgegevens dreigt ons geheel transparant en controleerbaar te maken” (Gutwirth, 1998, p. 16). Sociale netwerksites worden gebruikt om te communiceren met anderen. Dit gaat van oude bekenden, naar collega‟s en vrienden tot zelfs mensen die men helemaal niet kent. Bovendien bieden heel wat netwerksites de mogelijkheid om zich aan te sluiten bij bepaalde groepen waar men mensen kan vinden die dezelfde interesses delen. Op de meest populaire sociale netwerksites kunnen ook nog spelletjes gespeeld worden. Zo werd Farmville, een boerderijspelletje op Facebook, in een half jaar tijd wereldwijd de meest gespeelde onlinegame. Mensen raken verslaafd aan aardbeien oogsten en vragen de buren op hun virtuele boerderij te passen als ze met vakantie gaan2. Maar het stimuleren van deze interactie tussen mensen brengt ook andere gevolgen met zich mee. Mensen geven meer en meer privégegevens vrij die een heleboel informatie opleveren en die daarenboven door heel de wereld bekeken kunnen worden. Zo worden netwerksites tegenwoordig heel vaak gebruikt door personeelsverantwoordelijken die hun sollicitanten screenen. De sociale netwerksites zorgen er dus voor dat het veel gemakkelijker wordt om informatie op het internet te delen, maar dit kan ook gevolgen hebben voor de privacybeleving van internetgebruikers. In heel wat onderzoek legt men de nadruk op de mogelijke privacybedreigingen. Derden hebben toegang tot de persoonlijke informatie van een persoon die ze niet kennen. Deze derde zou de informatie op een andere manier kunnen gebruiken, waardoor de persoon in kwestie een slachtoffer wordt van de inbreuk op de privacy. Meer en meer privacycommissies en wetgevingen duiken op, maar tegelijkertijd gooien mensen meer en meer hun privéleven te grabbel op het internet. De vraag rijst dan ook of de gebruikers de opkomst van sociale netwerksites zien als een gevaar of kijken ze meer naar de voordelen die het biedt? De gebruikers van sociale netwerksites staan in dit onderzoek centraal, meer specifiek de generatie babyboomers op LinkedIn. Het onderzoek stelt een aantal vragen voorop die de problematiek van sociale netwerksites en privacy kaderen vanuit het standpunt van de gebruiker en dus2 http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=VF2N553L&word=farmville LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 11
    • meer bepaald van de babyboomgeneratie. Zes onderzoeksvragen staan centraal en elke onderzoeksvraag is opgedeeld in een aantal subvragen. Een uitgebreid verslag hiervan is terug te vinden in het tweede deel van dit onderzoek.  Hoe gedraagt een babyboomer zich op het internet? o Hoe leerde de generatie babyboomers omgaan met internet? o Waarvoor gebruikt de generatie babyboomers het internet?  Hoe reflecteert de babyboomgeneratie over netwerken: welke rol spelen netwerken voor de generatie babyboomers? o Hoe belangrijk is netwerken? o Netwerken vroeger en nu: waar zitten voor de generatie babyboomers de verschillen? o Is er een onderscheid tussen een online en een offline netwerk?  Welke kennis heeft de generatie babyboomers over LinkedIn? o Hoe is men lid geworden? o Waarom is men lid geworden? o Hoe heeft men het leren gebruiken? o Waarvoor gebruikt men LinkedIn? o Wat zijn de voor- en nadelen?  Hoe beleven babyboomers hun privacy? o Hoe definiëren ze privacy, welke waarden zijn belangrijk? o Hoe beschermt de generatie babyboomers zijn eigen privacy? o Privacy vroeger en nu: is er een verschil?LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naarprivacygegevens? 12
    • o Privacy bij LinkedIn en andere sociale netwerksites: is er een verschil? o In hoeverre houden babyboomers zich bezig met privacyissues op LinkedIn?  Zijn babyboomers zich bewust van de privacyrisico‟s bij sociale netwerksites? o Waar is het risico tot schending van de privacy het grootst: offline of online? o Wat zijn de mogelijke risico‟s op LinkedIn? o Hoe staan babyboomers tegenover een aantal fenomenen bij sociale netwerksites?  Wie is er verantwoordelijk voor het waarborgen van de privacy op sociale netwerksites? o In hoeverre waarborgt LinkedIn de privacy van de generatie babyboomers? o Wie is er verantwoordelijk voor het waarborgen van de privacy op LinkedIn? o Wat willen babyboomers zelf met betrekking tot het waarborgen van de privacy op LinkedIn? o Wat is het belang van een privacypolicy voor de generatie babyboomers? Aan de hand van deze onderzoekvragen wordt getracht een antwoord te bieden op de probleemstelling die in dit onderzoek centraal staat: “LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens?” Het onderzoek achterhaalt hoe de babyboomers privacy beleven op LinkedIn. In tweede instantie probeert het na te gaan hoe ze deze concepten invullen. Zijn babyboomers ongerust over hun privacy en zo ja, waaraan ligt dit? In het onderzoek staat de gebruiker centraal, aangezien de meeste studies niet gericht zijn op de beleving van de gebruiker, maar heel vaak ingaan op de gevaren.LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naarprivacygegevens? 13
    • Voorbeelden hiervan zijn de studies van Solove et al. (2006), Lusoli & Miltgen (2009) en Barnes (2006). Dit onderzoek is op een kwalitatieve manier uitgevoerd, meer bepaald aan de hand van tien diepte-interviews van babyboomers op LinkedIn. Omdat er tal van sociale netwerksites bestaan en miljoenen gebruikers kunnen bevraagd worden, richt het onderzoek zich specifiek op de generatie babyboomers (1946-1964) die gebruik maakt van LinkedIn. Uit een studie van PEW (Madden et al, 2007) blijkt dat tieners meer profielbeperkingen inbouwen dan volwassen. Heeft deze generatie babyboomers minder voorkennis over internet en alles wat hier verband mee houdt? Dit is een vraag die mee centraal staat in het onderzoek. Uit een onderzoek van Insites Consulting in 2008 blijkt dat drie op de tien Belgische 50-plussers (374.000) tot minstens 1 sociaal netwerk behoren. Bij de professionele netwerksites staat LinkedIn op de eerste plaats. Deze gegevens werden prijsgegeven in een persbericht van Insites Consulting (23 april 2009). Bovendien zegt Steven Van Belleghem van Insites Consulting: “We zien een duidelijk stijgende trend onder de 50-plussers om meer gebruik te maken van sociale netwerken om met hun vrienden en familie te communiceren en contact te onderhouden.” De babyboomgeneratie en haar perceptie op het concept privacy staan centraal in het onderzoek. Dat dit onderzoek maatschappelijk relevant is, staat niet meer ter discussie. Het aspect privacy ondergaat een evolutie door sociale netwerksites die meer en meer gebruikt worden als publiek forum, maar in welke mate is de consument zich bewust van zijn blootstelling aan de buitenwereld? Er is al heel wat wetenschappelijk onderzoek verricht naar privacybeleving en de consument. In dit onderzoek wordt getracht na te gaan hoe dit voorgaande wetenschappelijk onderzoek gekoppeld kan worden aan de nieuwe web 2.0 technologieën. In deze laatste paragraaf wordt kort de structuur van deze bachelorpaper uiteen gezet. In het eerste deel van deze paper worden de begrippen sociale netwerksites en privacy gekaderd. Dit literatuuronderzoek staat stil bij de theoretische en empirische inzichten die er reeds bestaan rond sociale netwerksites en privacy. Het eerste hoofdstuk geeft ondermeer een definitie van social computing. In hoofdstuk twee komt kort web 2.0 aan bod en het onderscheid met social computing. In hetLinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naarprivacygegevens? 14
    • derde hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het belang van netwerken. Hoofdstuk vier gaat specifiek over de sociale netwerksites. Het ontstaan, het succes en de ruime keuze aan sociale netwerksites worden besproken. Het vijfde hoofdstuk gaat dieper in op de netwerksite Linkedin: wat is het en wat zijn de mogelijkheden. Het zesde hoofdstuk richt zijn pijlers op het concept privacy. Hoe kan privacy gedefinieerd worden, hoe moeten we privacy percipiëren in de informatiesamenleving en hoe kan de privacy beschermd worden? Ten slotte wordt er dieper ingegaan op privacy bij LinkedIn. Op deze manier levert deel één de nodige stof om de onderzoeksvragen en subvragen op te stellen. Het tweede deel van deze paper bestaat uit het empirische onderzoek. In het eerste hoofdstuk worden probleemstelling en de bijhorende onderzoeksvragen die centraal staan in deze paper verduidelijkt. In hoofdstuk twee wordt de keuze voor de gehanteerde methode verhelderd. De voor- en nadelen van het kwalitatieve onderzoek worden hier afgewogen ten opzichte van het kwantitatieve onderzoek. Bovendien geeft het hoofdstuk ook het verloop van de verschillende onderzoeksfases weer. Hierop aansluitend wordt er bij hoofdstuk drie stilgestaan bij het gevoerde onderzoek. In hoofdstuk vier worden de resultaten van de interviews opgesomd aan de hand van de analyse van de interviews. Ten slotte volgt een algemeen besluit en wordt er gekeken naar mogelijk verder onderzoek in de toekomst.LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naarprivacygegevens? 15
    • Deel 1 Social computing en privacy1. Social computingSocial computing is een relatief nieuw begrip, maar wordt inmiddels gezien als eensterk communicatiewapen. Zowel aanhangers als critici van Barack Obama wezen zijnsucces toe aan social computing. Het direct of indirect interacteren met anderemensen via de computer heet Social Computing (Burlage, 2010). Binnen een socialcomputing omgeving staat het sociale aspect van delen en creëren van kennis eninformatie centraal. Volgens een onderzoek van Forrester (2006) verschijnt er eennieuwe sociale structuur waarin de technologie kracht legt in communities en niet ininstituten. Met deze evolutie verwijst Forrester naar „social computing‟.2. Web 2.0O‟Reilly introduceerde voor het eerst het begrip web 2.0 tijdens een conferentie inSilicon Valley. Hij stelt echter zelf dat er nog heel wat discussie is over de betekenisvan de term. “There‟s still a huge amount of disagreement about just what Web 2.0means, with some people decrying it as a meaningless marketing buzzword, andothers accepting it as the new conventional wisdom.” (O‟Reilly, 2005)De discussie over het concept web 2.0 is ontstaan na de zogenaamde internetzeepbelvan 2001. Heel wat internetbedrijven gingen toen failliet. Volgens O‟Reilly (2005)behoren deze bubbles tot de gewone cyclus die alle technologische omwentelingenmoeten trotseren. O‟Reilly definieert web 2.0 aan de hand van een schema.Belangrijkste elementen in dit schema zijn:  het web is een platform want websites bestaan niet gewoon naast mekaar, maar ze zijn onderling met elkaar verbonden,  de gebruiker beheert en beheerst volledig zijn eigen data, de gebruiker staat centraal. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 16
    • Figuur 1:Schema van web 2.0 ontstaan tijdens een braistormssessie van O‟Reilly Media Bron: http://www.oreillynet.com/lpt/a/6228Maar waar ligt het verschil tussen social computing en web 2.0? Volgens Huijboom etal. (2009) gaat web 2.0 om specifieke technologieën (blog, podcast, wikis,..) dieeenvoudig over te nemen zijn door de gebruiker. Social computing gaat over denieuwe relaties en machtige structuren die hieruit ontstaan. Social computing is metandere woorden ontstaan uit de web 2.0 technologieën.3. NetwerkenNetwerken wordt steeds belangrijker. We kennen allemaal veel mensen en het is eenfeit dat al deze contacten op een dag wel eens te pas kunnen komen. (De Gier, 2007,p 10-30). Volgens Fisher (2005) werken netwerken zoals een brainstormsessie: dekracht van velen is groter dan de kracht van één. (Fisher, 2005, p 16-20) 3.1. De waarde van netwerkenMensen zijn continu op zoek naar contact, ze willen ergens bijhoren en deel uitmakenvan iets. Net daarom zijn netwerken zo belangrijk. Door te netwerken ontstaat eengevoel van respect. (Fisher, 2005, p 19-25) Netwerken helpt onder meer bij: LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 17
    •  het toegang hebben tot informatie en ideeën,  het creëren van bondgenoten, zowel op zakelijk als persoonlijk vlak,  iets van uzelf te geven voor anderen,  het onderhouden van relaties,  het vinden van een nieuwe baan,  het opdoen van kennis en dit te delen met anderen,  …Dit zijn enkele punten die zowel Fisher (2005, p. 19) als Vermeiren (2009 p. 13-14)opsommen als de grote voordelen van netwerken. 3.2. Succesvol netwerkenOm succesvol te netwerken moeten volgens Vermeiren (2008, p. 29-104) een aantalfundamentele principes gevolgd worden. Hieronder volgt een korte opsomming vandeze 5 principes. 3.2.1. Netwerk attitudeNetwerkhouding wordt gedefinieerd als „informatie delen op een reactieve enproactieve manier zonder daar onmiddellijk iets voor terug te verwachten‟. Belangrijkhierbij is dat netwerken gebeurt op lange termijn en dat er moet geïnvesteerd wordendoor twee of meerdere spelers. (Vermeiren, 2009, p. 15) 3.2.2. De gouden driehoek van netwerkenOnder deze gouden driehoek verstaat Vermeiren (2008):  geven of delen: door te geven en te delen verbetert uw relatie met anderen,  vragen: bij netwerken is anderen om hulp vragen van cruciaal belang. Belangrijk hierbij is dat er aandacht besteed wordt aan de manier waarop een vraag wordt gesteld (de vraag moet specifiek, maar indirect zijn. Bv. “met wie zou ik volgens u contact moeten opnemen om…”), LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 18
    •  bedanken: bedank mensen uit het netwerk, ook al hebben ze niet kunnen helpen. Figuur 2: De gouden driehoek van netwerken Bron: Vermeiren, J. (2008). Let‟s connect. Morgan James: New York 3.2.3. De echte kracht van het netwerk zit in de tweede graadDe echte kracht van een netwerk zit niet in wie u kent, maar in wij zij kennen(Vermeiren, 2008). Door dit principe toe te passen, wordt de tijd genomen om elkaarbeter te leren kennen. 3.2.4. Kwaliteit en diversiteit zijn beide belangrijkNiet de graad of de functie van een persoon in het netwerk, maar wel de manierwaarop een persoon doelen beter en sneller doet bereiken, bepaalt de kwaliteit van decontacten. Er moet ook diversiteit in het netwerk aanwezig zijn. Hoe meerverschillende „soorten‟ contacten, hoe groter het aantal kansen om voor elk doel dejuiste persoon te vinden. De mensen in de tweede graad zijn dan ook zeer belangrijk. 3.2.5. Know, Like en Trust factor“Al met al, doen mensen zaken met en verwijzen ze zaken door naar mensen die zekennen, mogen en vertrouwen” (Vermeiren, 2008, p.25). Hiermee verwijst Vermeiren(2008) naar netwerkexpert Bob Burg (boek:Endless Referals, 2006). LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 19
    • In de praktijk beschrijft Jan Vermeiren (2008) dit als volgt:  factor van het kennen: wat weten mensen over iemand. Om deze factor te verhogen, moet het profiel volledig zijn ingevuld,  factor van het mogen: behulpzaam en niet opdringerig zijn,  factor van het vertrouwen: mensen in het netwerk moeten elkaar vertrouwen.4. Sociale netwerksitesVan Dijck & Nieborg (2009) halen aan dat sociale netwerksites gecreëerd zijn van uithet idee van de Wikinomics en We-think: de inhoud wordt gecreëerd door een grote(anonieme) groep, die hun eigen informatieve, expressieve en communicatiebehoeftendefiniëren. Het is op deze manier dat de idee van massacreatie ontstaan is.Sociale netwerksites veranderen het internetgedrag van mensen. Uit het rapport„Global Faces and Networked Places‟ van het marktonderzoekbureau Nielsen Onlineblijkt dat ongeveer 10 procent van de totale internettijd besteed wordt aan webblogs,community‟s en netwerken. E-mail komt slechts op een vijfde plaats, na community‟s,netwerken en webblogs. 4.1. Definitie van sociale netwerksitesDiepgaand onderzoek naar het online sociaal netwerk kent zijn begin rond 2005.Danah Boyd is één van de eerste onderzoekers die in „Social Network Sites: Definition,History, and Scholarship‟ een eerste definitie en historie geeft van het sociale netwerk.Voor Boyd en Ellison (2007) zijn sociale netwerksites een dienst op het internet dieindividuen toelaat om een openbaar of semi-openbaar profiel op te bouwen binnen eenbegrensd systeem.Stewart (2008) geeft volgende definitie van sociaal netwerken: “Social networking involves maintaining a set of personal relationships. Rather than just applying to close friends, family and colleagues, there is a strong element ofstaying in touch with past acquaintances and expanding our personal social network. This includes new people we meet through our everyday activities, or deliberate searching for those with common interests and friends. The degree we do this LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 20
    • depends on our personality, the stage we are at in our lives, and our particular socialcircumstances. The use of online systems can make all of these activities much easier to do.”Het HRMWitboek gebruikt volgende definitie: Social media is de verzamelnaam voor internettoepassingen die het mogelijk maken om allerlei soorten „content‟ (zoals informatie, films,foto‟s, muziek, podcasts) met anderen te delen. Dit gebeurt op een eenvoudige en gebruiksvriendelijke wijze, waarbij het „fun‟-gehalte in het algemeen nooit ver weg is. Behalve dan bij de social media die vooral of uitsluitend voor professionele doeleinden worden gebruikt (zoalsLinkedIn). Hun opzet en aangeboden functionaliteiten zijn een heel stuk serieuzer tot zelfs helemaal vrij van enig entertainmentaspect.In alle definities wordt er naar sociaal netwerk verwezen als zijnde eencommunicatiesysteem, waarin iedereen zijn eigen profiel aanmaakt en op deze manierin verbinding staat met vrienden. Sociale netwerksites richten zich op online interactieen communicatie. (Gross & Acquisti, 2005). Volgens Gross & Acquisti is één van debelangrijkste mogelijkheden het tonen van een profiel: een representatie van degebruiker en zijn of haar contacten, met de intentie om in contact te komen metanderen (Netlog), een nieuwe baan te vinden (LinkedIn) en aanbevelingen te doen ofte ontvangen. (Gross & Acquisti, 2005, p.1). 4.2. Het ontstaan van sociale netwerksitesVolgens bovenstaande definitie is het eerste sociale netwerk ontstaan in 1997. OpSixDegrees.com konden gebruikers hun profiel aanmaken, hun vrienden oplijstten envanaf 1998 kon je ook door deze vriendenlijst surfen. (Boyd & Ellison, 2007, p.3)SixDegrees promootte zichzelf als een website om je met andere in verbinding testellen en met hen te communiceren, maar toch was hun succes niet van lange duur.In 2000 werd de dienst afgeschaft. De gebruikers gaven als belangrijkste reden op dater weinig te doen viel eens al de vrienden waren toegevoegd.Een nieuwe golf van sociale netwerksites ontstond wanneer Ryze.com werd gelanceerdin 2001. Het was ondermeer tijdens deze golf dat ook LinkedIn werd opgericht. (Boyd& Ellison, p. 1-5) LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 21
    • 4.3. Het succes van sociale netwerkenDe populariteit van sociale netwerksites blijft groeien. Dit blijkt uit een onderzoek vanInsites Consulting. Ruim 2,2 miljoen Belgen behoren tot minstens één sociaal netwerk.Vier miljoen Belgen, dit is 69% van de internetpopulatie- surfen wel eens op socialesites. Wereldwijd maakt 72% van de internetgebruikers deel uit van minstens éénsociaal netwerk, wat neerkomt op 940 miljoen gebruikers wereldwijd (figuur 3). Ditalles blijkt uit een globale studie onder 2800 internetgebruikers in 14 landen die indecember 2009-januari 2010 werd uitgevoerd door Insites Consulting. (VanBelleghem, 2010)Dit succes heeft volgens Stewart (2008) enkele redenen:  zichzelf uitdrukken: identiteit wordt gecreëerd en prestige neemt toe,  deel uitmaken van een community en daardoor betekenis geven aan het bestaan,Stewart haalt deze aan als de twee belangrijkste voor tieners.Andere redenen zijn:  vergemakkelijken van interactie: op een goedkope en vlugge manier kan men communiceren met mensen op een andere plaats en tijdstip,  gedeelde informatie vinden van andere mensen: vergemakkelijkt verkoop, samenwerking, aanwerving en het zoeken naar een job. 4.4. De gevarenHet is niet allemaal zo rooskleuring: op sociale netwerksites worden vaakpersoonsgegevens verzameld, die daarna worden verwerkt. Deze gegevens wordengebruikt om inzicht te krijgen in kenmerken en (koop)gewoonten van het doelpubliek.De consumenten zijn dus geen anonieme massa meer, maar ze worden persoonlijkidentificeerbaar. (Walrave, 2002) LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 22
    • Figuur 3: Aantal sociaal netwerkgebruikers per land Bron: Van Belleghem (2010) – Insites ConsultingOok Nieborg en Van Dijck (2009) verwijzen naar deze verborgen agenda vanmarketeers. Zij benadrukken dat de consumenten kritisch moeten blijven, demarketeers proberen de nieuwe sociale media aan te bieden als zijnde het middelwaarmee de consument nu een stem krijgt tot spreken, maar de auteurs verwijzenhier net als Walrave (2002) naar het feit dat persoonsgegevens op deze manierkunnen verkregen worden en dat niets voor niets is.Volgens een studie van Insites Consulting (Van Belleghem, 2010) is de consument opzijn hoede, zo heeft slechts 28 procent van de gebruikers van Facebook vertrouwen inhet bedrijf. Opvallend is wel dat er meer vertrouwen is in de professionelenetwerksites, meer dan 40% van de ondervraagden vertrouwt LinkedIn. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 23
    • Figuur 4: Vertrouwen in sociale netwerksites Bron: Van Belleghem (2010) – Insites Consulting 4.5. Karakteristieken van sociale netwerksitesEr bestaan heel wat verschillende netwerksites, maar alle sociale netwerksitesbeschikken over een aantal karakteristieken. Deze worden onder meer opgesomd doorCachia (2008). Tabel 1: karakteristieken van sociale netwerksites Bron: Cachia (2006), Social Computing: study on the use and impact of online social networkingKenmerk BeschrijvingVoorstelling Op elke sociale netwerksite moet men beginnen met de aanmaak van een „eigen profiel‟: een gepersonaliseerde pagina die gemaakt wordt door de gebruiker en waarin hij zichzelf voorstelt door zichzelf te beschrijven, foto‟s, muziek en video‟s toe te voegen, enz. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 24
    • Uitbreiden van data De meeste sociale netwerken laten het toe om de netwerken van contacten te bekijken en er doorheen te gaan. Sommige sociale netwerken laten het zelfs toe om de relatie met andere leden te beschrijven.Nieuwe manieren om Sociale netwerksites bieden nieuwe manieren aan omgemeenschappen te vormen mensen met elkaar in contact te stellen. Gebruikers kunnen door middel van verschillende digitale voorwerpen met elkaar communiceren (tags, visual shelf,…).Bottom-up activiteiten Sociale netwerksites verlenen het ideale platform zodat gebruikers gelijke waarden en interesses kunnen delen op een effectieve en goedkope manier.Gemakkelijk in gebruik Iedereen met basisvaardigheden op het internet kan een eigen profiel opmaken en onderhouden.Reorganisatie van het internet Sociale netwerksites laten nieuwe manieren toe om toe te treden tot het internet: mensen hun persoonlijke leefwereld (profielen, blogs, mijn foto‟s,…). 4.6. Verschillende sociale netwerksitesFacebook, Netlog, Twitter, Hyves, Xing, Plaxo, LinkedIn,… Er bestaan wereldwijd heelwat verschillende soorten netwerksites. De verschillen zitten ondermeer in:  de identificatie van personen: pseudoniem, enkel de voornaam,… (Gross & Acquisti, 2005),  wie kan gegevens bekijken? (vrienden, anderen,…) (Gross & Acquisti, 2005),  het doel van de netwerksite (Cachia, 2008): o mensen met elkaar in verbinding stellen (My Space), o delen van video‟s (YouTube), o delen van foto‟s (Flickr), LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 25
    • o exclusieve gemeenschappen (a Small World), o … 4.7. Professionele sociale netwerksitesNetwerksites kunnen dus verschillen in hun doel. LinkedIn, Xing en Plaxo zijnnetwerksites die opgericht zijn met het oog op het creëren en onderhouden vanprofessionele contacten. Op de website compete.com kan een vergelijking gemaaktworden van deze 3 sociale netwerksites (aantal unieke bezoekers). Figuur vijf toonthier het resultaat van. LinkedIn is de professionele sociale netwerksite met het meestaantal unieke bezoekers. Figuur 5: Vergelijking LinkedIn, Xing en Plaxo Bron: Compete.com3LinkedIn is de grootste zakelijke online netwerksite wereldwijd en bovendien zeer snelgroeiend. In 2008 groeide LinkedIn van 19 miljoen gebruikers naar 33 miljoen. Injanuari 2009 stonden er 34 miljoen gebruikers op de teller (Vermeiren, 2009). Op een3 geraadpleegd op 30 april 2010 op het World Wide Web:http://www.compete.com/m/graph_to_image/linkedin-com-xing-com-plaxo-com/uv/1y/big/ LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 26
    • seminarie van Kortom over Netwerken en samenwerken op 27 april 2010 inAntwerpen, melde Bert Verdonck (Networkingcoach) dat er momenteel 65 miljoengebruikers zijn (Verdonck, powerpointpresentatie, 2010, 27 april). Dit is ook te zien opfiguur 6. Figuur 6: Vergelijking aantal gebruikers 2009-2010 Bron: O‟Dell, J. (2010)45. LinkedIn 5.1. OntstaanReid Hoffman, Allen Blue, Jean-Luc Vaillant, Eric Ly en Konstantin Guericke nodigdenop 5 mei 2003 ongeveer 350 van hun belangrijkste contacten uit om lid te worden vanLinkedIn. De professionele netwerksite ging hierbij officieel van start. LinkedIn kende4http://m.mashable.com/1806/show/43424bf2a0333fd8d20cb58e2b76240a&t=49b431d2932a8c7919c8e5a a08c586e2 LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 27
    • een schitterende start en sloot het einde van diezelfde maand mei af met 4500 ledenin het netwerk. 5.2. Definitie“An interconnected network of experienced professionals from around the world,representing 170 industries and 200 countries. You can find, be introduced to, andcollaborate with qualified professionals that you need to work with to accomplish yourgoals.” Dit is de definitie die terug te vinden is op de website van LinkedIn(http://press.linkedin.com). Het is een zakelijk georiënteerde website en heeft alshoofddoel de gebruikers in contact te stellen met andere mensen en eventueleloopbaanmogelijkheden. Gebruikers kunnen in contact blijven met oude of nieuwecollega‟s en contactpersonen terugvinden. (Sørensen, 2009)LinkedIn is voor Vermeiren (2009) een netwerkplatform waarop relaties opgestart enonderhouden worden. Kort samengevat is LinkedIn de manier om nieuw werk tevinden, door onder meer gebruik te maken van het eigen persoonlijk netwerk en doorin contact te komen met mensen uit het vakgebied. Er zijn veel facetten die LinkedInbijzonder waardevol maken voor werkzoekenden. Toch blijkt uit onderzoek datgemiddeld 80% van de LinkedIn-gebruikers niet weet wat er allemaal kan, of zebenutten de mogelijkheden slecht. (Vincent & Valkenburg, 2009) 5.3. GebruikersIn een eerste grootschalig onderzoek dat werd uitgevoerd naar LinkedIn gebruikerswerden 2000 respondenten bevraagd, waarvan 50% uit Amerika. Het onderzoek,gerealiseerd door LinkedIn in samenwerking met Anderson Analytics en SPSS, vondplaats in november 2008.60% van de gebruikers van LinkedIn beschikt over een hoog inkomen. LinkedInledendie over beslissingsbevoegdheden beschikken, zijn ook actiever in het netwerken. Er iseen sterke correlatie tussen persoonlijk inkomen, professioneel succes en het gebruikvan LinkedIn. De meeste LinkedIngebruikers staan in netwerk met mensen die zekennen, zelfs al is dit enkel door telefonisch contact.Naar aanleiding van het onderzoek werd ook een onderscheid gemaakt tussen viercategorieën van LinkedIngebruikers:  Savvy Networkers of de early adopters, LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 28
    •  Senior Executives: zij zien de zakelijke voordelen van een social network in,  Late adopters: zij maken nu pas kennis met social networking,  Exploring options: zijn actief in het zoeken naar of aanbieden van een job. Figuur 7: De categoriën van LinkedIngebruikers Bron: Snyder, B. (2008, 10 november). Finally found out who LinkedIn users are. Advertising Age, 12-13De Standaard Online5 publiceerde enkele cijfers van Digimedia. Hieruit blijkt dat degrote meerderheid van de gebruikers (83%) mannen zijn, terwijl de gemiddeldeleeftijd op 35 jaar ligt. (Volgens Vermeir, 2009, is dit 41 jaar). Van de ondervraagdenzegt 23% meer dan 15 minuten per dag te besteden aan zijn sociaal netwerk. Bij 6%is dat meer dan een uur. Drie kwart van de respondenten gaat actief op zoek naarnieuwe contacten. 5.4. MogelijkhedenLinkedIn is een professionele netwerksite en bestaat dan ook voornamelijk uitzakelijke netwerken. Gebruikers kunnen groepen vormen, bedrijven opzoeken, enz.5 http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF11082008_112 LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 29
    • (Chen & Williams, 2009). De netwerksite bestaat uit twee delen: „private membership‟is voor iedereen. Voor „business, business plus and pro membership moet je eentoeslag betalen. (Sørensen, 2009)De netwerksite is gebaseerd op het concept van „verbindingen‟. Een gebruiker bouwteen eigen netwerk op, maar komt ook in contact komen met relaties van zijn directecontacten (tweede graad connecties), enz. Van elk contact kan gedefinieerd welkerelatie bestaat: collega‟s, vrienden,… (Chen & Willimans, 2009) 5.4.1. Voordelen LinkedInNet zoals alle andere netwerksites heeft LinkedIn tot doel mensen met elkaar inverbinding te stellen. Maar wat is dan de sterkte van LinkedIn? Volgens Jan Vermeiren(2009) zit dit in het feit dat LinkedIn voor de gebruiker de juiste mensen vindt en deconnecties die men met hen heeft. LinkedIn toont immers de tweedegraads en dederdegraads netwerken en de paden er naartoe. “Veel mensen maken de „fout‟ dat zealleen naar hun eigen netwerk kijken als ze iemand zoeken die hen kan helpen. Op diemanier beperken ze zichzelf enorm.” (Vermeiren, 2009, p. 29)Bovendien is een extra voordeel dat de gebruikers op LinkedIn steeds het eigen profielaanpassen. Wanneer iemand van functie verandert, is het contact niet verloren.(Vermeiren, 2009, p.30-31)6. Privacy 6.1. Definitie van privacyEén van de eerste verwijzingen naar privacy is terug te vinden bij Warren en Brandeis.In 1980 definieerden zij privacy als: “a right to be alone” (Geciteerd in Moons en DeBacker, 2009, p.26-53).De massieve verwerking van persoonsgegevens dreigt ons geheel transparant encontroleerbaar te maken.” (Gutwirth, 1998, p. 16). Hij verklaart ook dat privacy geeneenduidige betekenis heeft. Privacy is geen natuurlijk gegeven of een deel van dewerkelijkheid. (Gutwirth, 1998, p25). 6.1.1. Zoeken naar een spel in een hooibergDoor culturele, geografische en tijdsgebonden factoren is een definitie voor privacyniet eenvoudig. Daarenboven is er een verschuiving zichtbaar in wat men onder privé LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 30
    • en privacy verstaat. Zo verklaart Weyns (1998) dat wat in de negentiende eeuwvanzelfsprekend leek, niet langer de realiteit is. Privé was privé en publiek waspubliek. In de 19de eeuw werd het privéleven niet openbaar gemaakt met anderen(Boyd, 2007). Iedereen die op een sociale netwerksite een profiel heeft, of zelfsiedereen die al eens een sociale netwerksite bezocht heeft, weet dat deze definitiemoet herbekeken worden.Jennings & Fena (2000) verwijzen ook naar de behoefte aan een nieuwe definitie. Zohalen zij aan dat een tweetal generaties geleden het kopiëren van informatie enkelmogelijk was met „kalkpapier‟. De opkomst van nieuwe technologieën heeft hetkopiëren en dus ook misbruiken van privégegevens veel gemakkelijker gemaakt.(Jennings, C. & Fena, L., 2000)Fischer-Hübner (1998, p. 429-436) bevestigt dat een internationale harmonisatie vaneen privacydefinitie moeilijk is. Doordat het zo moeilijk is om een definitie van privacyte geven, is het formuleren van een internationale wet bijna een verloren zaak.Het feit dat het zo moeilijk is om een definitie te vinden, bewijst, volgens Solove,Rotenberg, Schwartz (2006, p.35 -39), de waarde die aan het begrip privacy moetgeschonken worden. De discussie over de bescherming van de persoonlijkelevenssfeer is zeer vaak emotioneel geladen aldus Walrave (1999, p. 163-173) in„Privacy gescand: direct marketing en de bescherming van de persoonlijkelevenssfeer‟. 6.1.2. PrivacydimensiesPaine, Reips, Stieger, Joinson & Buchanan (2007, 526-536) halen vier dimensies vanprivacy aan. Deze vier dimensies werden door Burgoon et al. (1989) verwoord als “theability to control and limit physical, interactional (social), psychological andinformational access to the self or one‟s groep” (Paine et al., 2007, p. 526). OokWalrave (1999, p. 163-172) verwijst naar deze vier dimensies:  Fysische privacy: het recht om vrij te zijn van ongewenste toegang tot de „body buffer zone‟ van een individu of een groep,  Sociale privacy: mate waarin er controle is over de sociale contacten die onderhouden worden,  Psychologische privacy: mogelijkheid van een individu om zijn persoonlijke identiteit te ontwikkelen, ideeën LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 31
    • en ervaringen te verwerken en dit zonder tussenkomst van anderen. Het betreft de mogelijkheid om te beslissen met wie gevoelens, motieven of meningen gedeeld worden,  Informationele privacy: het recht om te beslissen hoe, wanneer en op welk niveau persoonlijke informatie wordt weergegeven.Fisher-Hübner citeert dan weer drie dimensies op basis van Rosenberg (1992) enHolvast (1993):  Territoriale (ruimtelijke) privacy: door het beschermen van de fysieke omgeving van een persoon,  Individuele privacy: door de persoon te beschermen tegen ondermeer informatie die een persoon moreel kan raken,  Informationele privacy: door te controleren of en hoe persoonlijke informatie kan verzameld, opgeslagen, verwerkt of selectief verspreid worden.De eerste dimensie komt overeen met de fysieke dimensie. Walrave (1999) verwijsthiermee naar de mogelijkheid die de consument heeft om zichzelf af te schermentegen bepaalde vormen van directe communicatie en de kans die de consument krijgtom aan een bedrijf mee te geven welke communicatie welkom is.De dimensie van de individuele privacy valt samen met de sociale dimensie vanBurgoon et al (1989). Dit houdt ondermeer het beschermen van het persoonlijke leventegen anderen in.In de informatiesamenleving gaat de meeste aandacht uit naar de dimensie van deinformationele privacy. Het gaat hier om de bescherming van persoonsgegevens.Walrave (1999, p. 173) citeert Holvast (1989, p. 4) die informationele privacydefinieert als het recht dat aan de burger verleend wordt om zelf te beslissen aan wiehij of zij persoonsgegevens vrijgeeft en voor welke doelstelling. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 32
    • 6.2. Definitie van privacy in de informatiesamenlevingZoals aangehaald in punt 6.1 is een definitie van privacy geven niet eenvoudig. Moonsen De Backer (2009, p. 26-33) geven in het artikel „Facebook en privacy‟ een beperktoverzicht: Tabel 2: Definties van privacy Bron: Moons, J. & De Backer,C.(2009). Facebook en privacy. Informatie, 2009, 26-33Definitie privacy ReferentiePrivacy is a broad, all-encompassing concept that envelops a Flaherty (1989)whole host of human concerns about various forms of intrusivebehavior, including wiretapping, surreptitious physicalsurveillance, and mail interception. Individuals claims a right ofprivacy for an enormously wide range of issues from the right topractice contraception or have an abortion to the right to keepbank records confidential.Privacy is the interest that individuals have in sustaining a Clarke (1997)„personal space‟, free from interference by other people andorganizations.Privacy is the claim of individuals (…) to determine for Westin (1970)themselves when, how, and to what extent information aboutthem is communicated to others.Privacy is the subjective condition people experience when they Harper (2004)have power to control information about themselves.Privacy is a state of affairs or condition having to do with the Harper (2004)amount of personal information about individuals that is knownto others.Privacy is an interaction, in which the information rights of Noam (1997)different parties collide. The issue is of control over informationflow by parties collide. The issue is of control over informationflow by parties that have different preferences over „informationpermeability‟. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 33
    • Privacy is a continuous, dialectic process that people negotiate Altman (1975)intuitively in the course of their everyday lives.Op basis van deze definities trachten Moons en De Backer (2009) een nieuwe definitievan privacy te geven die past in onze huidige samenleving:“Privacy is een persoonlijke status waarbij een gebruiker zelf de volledige controleheeft over de verspreiding van persoonlijke informatie naar, en het specifieke gebruikvan informatie door, derde partijen.” 6.3. Privacy in gevaar?Waar we ook gaan en wat we ook doen, we laten een spoor van informatie na. Talvan nieuwe technologische ontwikkelingen, maar ook de internationalisering envirtualisering van het dataverkeer, vormen voor de privacybescherming een groteuitdaging (Nouwt geciteerd in Walrave, 1999, p. 175).Fisher-Hübner (1998, p.420-441) haalt enkele belangrijke bedreigingen voor deprivacy in een wereldwijde netwerksamenleving aan: 1. privacybedreiging op toepassingsniveau: voor bepaalde applicaties zijn veel persoonlijke data noodzakelijk (bv. Online banking), 2. privacybedreigingen op communicatieniveau: er wordt wereldwijd gecommuniceerd. Gebruikers laten hierdoor sporen achter, waardoor consumentenprofielen aangemaakt worden, Op communicatieniveau somt Fischer-Hübner (1998) twee andere gevaren op: cookies en „Open Profiling Standard (OPS)‟. Walrave (2002) definieert cookies als informatiepakketjes die automatisch verstuurd worden door de computer van de gebruiker en die op de harde schijf van de computer geplaatst worden op het moment dat de gebruiker de website bezoekt. Cookies worden gebruikt om te achterhalen welke pagina‟s een gebruiker bezocht heeft. Ze gaan het handelen van de gebruiker na, zonder dat hij het zelf weet. „Open Profiling Standard‟ laat toe dat internetdiensten kunnen gepersonaliseerd worden. De gebruiker heeft de keuze om deze informatie al dan niet op te slaan in het profiel, maar toch kan OPS een gevaar vormen voor de privacy. Dit gebeurt LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 34
    • vooral wanneer een gebruiker gedwongen wordt om informatie te geven. (Fischer-Hübner, 1998, p.420-427)Volgens Walrave (2002) zijn er twee manieren om data over individuen teverzamelen: 1. Expliciete manier: hier geeft een bezoeker bewust en vrijwillig informatie vrij en daardoor heeft hij een zekere controle, maar Walrave benadrukt terecht dat om deze controle te kunnen uitoefenen, de internetgebruiker volledig geïnformeerd moet worden over de gebruiksdoeleinden van zijn persoonsgegevens. 2. Impliciete manier: er worden gegevens verzameld, zonder dat de internetgebruiker het opmerkt.De wereld wordt geleid door een nieuwe generatie webgebruikers, de consument isniet enkel alleen maar consument, maar ook een contentleverancier en bedrijvenspelen hier meer en meer op in (Van Dijck & Nieborg, 2009, p. 855-866). Op socialenetwerksites en bij de sociale media in het algemeen creëren de gebruikers zelf deinhoud waarop anderen kunnen reageren door commentaar te geven, aan te vullen,etc. De dynamiek en de interactie met elkaar staan centraal bij sociale netwerksites.(HRMWitboek 2010).Van Dijck en Nieborg (2009) wijzen echter ook op de gevaren. Voor bedrijven zijn dedata en de metadata die aangeleverd wordt immers van grotere waarde dan de inhoudzelf. Zo stellen ze: “Google is niet bezig met het leveren van inhoud, maar leidt welcommercieel belangrijke data af om deze dan te linken aanbedrijven die gerichteadvertenties of marketing willen voeren.” Deze data leveren immers belangrijkeinformatie op voor marketeers. Het idee van „co-creatie‟ en „wij-denken‟ moet volgenshen dan ook met een kritisch oog bekeken worden.Lang niet iedereen staat stil bij deze privacygevaren die ook op sociale netwerksiteseen rol spelen. Volgens Cachia (2008) bestaan er twee soorten mensen: zij die er allesaan doen om zoveel mogelijk informatie af te schermen en zij die maar al te graaghun privacy opofferen voor de voordelen die ze verwachten te hebben bij socialenetwerksites. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 35
    • 6.4. Privacybescherming 6.4.1. De noodzaakDoor de opkomst van het internet en sociale netwerksites moeten er meerprivacymaatregelen komen, bevestigt Fisher-Hübner (1998,420-441) die er de nadrukop leggen dat er meer publieke aandacht moet gecreëerd worden. Gebruikers enconsumenten hebben informatie en opleiding nodig over hun rechten, over de waardevan persoonlijke data en over de privacygevaren en de mogelijkheden vanzelfbescherming. Sololove, Rotenberg en Schwartz (2006) bekrachtigen dit enverwijzen naar zelfregulatie als de beste oplossing voor privacybescherming. Het isflexibeler en gevoeliger aan een specifieke individuele context, maar dan moetengebruikers en aanbieders een opleiding krijgen over rechten en technieken betreffendeprivacybescherming. 6.4.2. De maatregelenCate (1998) haalt ondermeer „encryption software‟ aan. Dit is een nieuweinformatietechnologie die de privacy van een gebruiker op een computer moetbeschermen. In de Verenigde Staten wordt deze software gezien als een munitie tegenprivacyinbreuk (Cate, 1998, p. 13-30).Volgens Walrave (1999, p. 190-211) is er een drievoudige bescherming van depersoonlijke levenssfeer op het internet: 1. technologische bescherming van privacy: Privacy Enhancing Technologies (P.E.T). Door middel van authenticiteit, toegangscodes of biometrische gegevens kunnen gegevens afgeschermd en beveiligd worden. Ook encryptie valt onder deze bescherming. Encryptie is een technologische versleuteling of codering van elektronische berichten. De inhoud van een boodschap wordt onleesbaar voor hen die geen toegang mogen hebben tot de boodschap, 2. zelfdiscipline van organisatie ter bescherming van de privacy: Walrave (1999) verwijst naar een deontologische code waarin een aantal gedragsregels geformuleerd worden die aangepast zijn aan de activiteiten van de sector. De privacypolicy van Facebook, LinkedIn,… is hier een voorbeeld van, Maar een policy is geen heilig middel. Zo kwamen Moons en De Backer (2009, p. 26-33) tot verontrustende resultaten bij het screenen van de privacypolicy van Facebook: LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 36
    •  de gebruiker moet zelf toestemming geven om informatie te verspreiden, maar is zich vaak niet bewust van de gevolgen,  de privacypolicy kan geen antwoord bieden op valse profielen of haatcampagnes,  de standaardinstellingen houden geen rekening met de privacypolicy.Naast deze policy zijn er ook nog andere mogelijkheden voor een organisatie omzelfdiscipline uit te voeren. Zo kan een bedrijf:  de mogelijkheid bieden aan de consument om aan te duiden dat hij in de toekomst helemaal geen aanbiedingen meer wilt ontvangen en hier dan ook rekening mee houden,  zich aansluiten bij een nationale of internationale koepelorganisatie en de „Robinsonlijsten6‟ die er beheerd worden, respecteren.  gebruik maken van een opting-in systeem: een consument moet alvorens in een directmarketingsysteem te participeren uitdrukkelijk toestemming geven aan een bedrijf. (Walrave, 2002)  gebruik maken van een opting-out systeem: bedrijven mogen persoonsgegevens voor direct marketing gebruiken zolang de consument zich hier niet tegen verzet. (Walrave, 2002)Deze beveiligingsmaatregelen bieden dan wel een oplossing tegen marketeers dieprivé- informatie ongevraagd gebruiken, maar natuurlijk kunnen individuen nog steedsongemerkt gebruik maken van de informatie die wordt achtergelaten op het internet,om bijvoorbeeld een valse identiteit aan te maken. Is hier dan niets aan te doen? Hetderde punt is dan ook niet te onderschatten: 3. Privacybescherming door de consument zelf: de consument zelf kan bewaker zijn van zijn informationele privacy, op voorwaarde dat hij voldoende geïnformeerd is.6 Elektronisch bestand waarin namen en andere gegevens worden opgenomen van individuen die de wensuitdrukken om geen direct mail meer te ontvangen LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 37
    • Los van deze drievoudige bescherming, verwijst Walrave (2009, p. 246-312) ook naarde wettelijke privacybeschermingsmaatregelen. Hieronder verstaat hij ondermeer:  Belgische privacywet,  privacycommissie,  Europees Verdrag van de Rechten van de Mens,  Europese richtlijnen betreffende privacybescherming.Barnes (2006) bevestigt de drie niveaus van Walrave, maar geeft ze een anderebenaming: sociale oplossingen, technische oplossingen en wettelijke oplossingen.Barnes (2006) haalt met zijn sociale oplossing aan dat de burger moet „opgevoed‟worden in zijn omgang met privacy (door ouders, school,…) zodat ze zelf de nodigemaatregelen kunnen nemen. 6.5. De consument over privacy op sociale netwerksitesHet PEW Research Center voerde tussen november en december 2006 een onderzoekuit bij 2373 volwassenen (18 en ouder). Uit dit onderzoek blijkt dat 47% zich bewustis van zijn digitale voetafdruk. Dit is een stijging ten opzichte van vijf jaar geledentoen dit slechts 22% bedroeg. Het onderzoek toont aan dat 60% van deinternetgebruikers niet bezorgd is over de hoeveelheid informatie die over henbeschikbaar is op het internet. Heel opmerkelijk is dat jongeren meer conservatievekeuzes maken wanneer het aankomt op het zichtbaar maken van informatie. 59% vande jongeren toont de beschikbare informatie enkel aan vrienden, bij de volwassen isdit maar 38%. (Madden et al., 2007)Tussen december 2006 en februari 2007 voerde het Online Computer Library Center(OCLC) een onderzoek uit bij 6554 respondenten. Het onderzoek was beschikbaar inverschillende landen: Canada, Frankrijk, Duitsland, Japan, het Verenigd Koninkrijk ende Verenigde Staten. Uit dit onderzoek bleek dat 50plussers vlugger het gevoelhebben dat hun persoonlijke informatie niet voldoende beschermd wordt invergelijking met jongeren. Slechts 15% vindt sociale netwerksites extreem tot zeerprivé. Opvallend ook hier ligt het aantal bij de jongeren lager. 71 % van derespondenten vindt het ook belangrijk om te kunnen bepalen wie hun persoonlijkeinformatie kan raadplegen. Toch duidt maar 45% het ook effectief aan op hun eigenprofiel. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 38
    • 7. LinkedIn en privacyProfielen op LinkedIn zijn afgeschermd voor bezoekers die zelf niet over een profielbeschikken op LinkedIn (Sørensen, 2009 en Vincent & Valkenburg, 2009). Degebruiker kan zelf bepalen tot welk niveau wijzigingen zichtbaar zijn voor anderegebruikers van het netwerk. Het niveau kan verschillen: enkel mijn connecties, hethele netwerk of iedereen. Het is echter niet mogelijk om wijzigingen niet te tonen.LinkedIn gebruikers worden aangemoedigd om zoveel mogelijk relevante persoonlijkeinformatie in te vullen. Een scorebalans toont aan voor hoeveel % gebruikersgeïnformeerd worden (Vincent & Valkenburg, 2009). Volgens Vermeiren (2009)kunnen zakelijke connecties slechts gemaakt worden, indien al de gegevens ingevuldzijn.Sørensen (2009) geeft aan dat LinkedIn een sterke privacypolicy heeft opgesteld.LinkedIn spoort zijn gebruikers aan om voorzichtig om te gaan met hun privacy en dievan hun relaties binnen hun netwerk. Toch werd reeds vastgesteld datLinkedIngebruikers onvrijwillig spamberichten versturen naar hun netwerk.Er bestaan bij LinkedIn privacyinstellingen, maar het is niet altijd even duidelijk wat ergebeurt als de instellingen aanpast worden. Vermeiren (2009) geeft een opsomming:  Partner Sites: deze optie staat standaard aangevinkt en zorgt er voor dat wanneer een partnersite van LinkedIn bezocht wordt, de site aan het profiel wordt aangepast,  Research Survey: ook deze optie staat standaard aangevinkt. Hierdoor kan Online Market Research Studies de gebruiker vragen deel te nemen aan studies die in relatie staan met zijn expertise,  Connection Browse: standaard kunnen mensen uit het eerste graadnetwerk connecties bekijken. Deze optie kan uitgeschakeld worden,  Profile Views: de gebruiker kan kiezen wat anderen zien wanneer ze zijn profiel bezoeken (naam en titel,…),  Viewing Profile Photos: de gebruiker kan bepalen wiens foto hij te zien krijgt, LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 39
    •  Profile and Status Updates: LinkedInleden bepalen of hun connecties een bericht krijgen wanneer hun status aanpast wordt?Volgens Sørensen (2009) heeft LinkedIn wel een grote „vertrouwenswaarde‟. Hijdenkt dat dit komt omdat LinkedIn de focus legt op het professionele.8. BesluitIn dit onderzoek worden een aantal begrippen uit de literatuur overgenomen en opbasis hiervan werd de probleemstelling geformuleerd. Wat nu volgt is een kortoverzicht van de belangrijkste elementen die een rol zullen spelen bij de interpretatievan het tweede luik.55% van de tieners bouwt profielbeperkingen in, tegenover 22% bij de volwassenen(Madden et al.,2007). Er bestaat echter bij de 50plussers een duidelijke stijgendetrend om meer gebruik te maken van sociale netwerken om met hun vrienden enfamilie te communiceren en contact te onderhouden. Heeft deze generatiebabyboomers voldoende voorkennis over internet en alles wat hiermee verbandhoudt? Weten zij welke gegevens ze vrijgeven op sociale netwerksites en dan vooralaan wie?Privacy is een begrip dat moeilijk te definiëren valt. Dit komt door de veranderingen inde samenleving, door cultuurverschillen, door verschillende dimensies, enz. Moons &De Backer (2009) geven een nieuwe definitie voor privacy in de huidigeinformatiesamenleving:“Privacy is een persoonlijke status waarbij een gebruiker zelf de volledige controleheeft over de verspreiding van persoonlijke informatie naar, en het specifieke gebruikvan informatie door, derde partijen.”Deze definitie kan zeker toegepast worden op een informatiesamenleving waariedereen zelf bepaalt of hij al dan niet een profiel aanmaakt op een socialenetwerksite. Deze definitie staat dan ook centraal in dit onderzoek. Toch kan er eenvraagteken geplaatst worden bij het idee van een „volledige controle‟. Socialenetwerksites kunnen de burger de indruk geven dat ze hun privacy beschermen, maarindien ze niet voldoende op de hoogte zijn van hoe dit moet of indien ze deprivacypolicy niet goed hebben begrepen, wordt de burger/consument dan geen radvoor de ogen gedraaid? LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 40
    • Er moeten privacymaatregelen genomen worden. Digitale sporen worden gevolgd,opgeslagen en verwerkt voor ondermeer direct marketingdoeleinden. Detechnologische evolutie brengt privacyrisico‟s met zich mee, maar tegelijkertijd biedthet ook mogelijkheden om de privacy af te schermen. Alleen is niet altijd duidelijk hoedit dan kan gebeuren.Hoe staat de babyboomgeneratie zelf t.o.v. van de concepten privacy, vertrouwen encontrole? Liggen zij er eigenlijk wel wakker van? En indien ja, waaraan ligt dit en kanhier iets aan gedaan worden? Ondermeer op deze vragen tracht het empirische luikeen antwoord te bieden. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 41
    • Deel 2 Empirisch luik: de perceptie van debabyboomers op het concept privacy bij socialenetwerksites (LinkedIn)1. De probleemstelling en de onderzoeksvragen“LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naarprivacygegevens?” is de probleemstelling die centraal staat in dit onderzoek. Dezevraag is de basis om inzicht te krijgen in de perceptie van de babyboomgeneratie ophet concept privacy. Hoe beleven babyboomers privacy op sociale netwerksites enmeer bepaald op LinkedIn? Hoe vullen ze het concept privacy in, zijn babyboomersongerust over hun privacy en zo ja, waaraan ligt dit? De beleving van de gebruikerstaat bij dit onderzoek centraal.Een antwoord op deze probleemstelling is er gekomen door verschillendeonderzoeksvragen centraal te plaatsen, die aan de hand van topics werden bepaald.Eerst en vooral werd nagegaan hoe babyboomers het internet gebruiken. „Hoegedraagt een babyboomer zich op het internet?‟ Via enkele bijvragen peilt hetonderzoek naar hoe de babyboomgeneratie omgaat met het internet, hoeveel uur zespenderen en wat de meest bezochte websites zijn.Bij de tweede onderzoeksvraag wordt stilgestaan bij hoe babyboomers reflecterenover netwerken. Wat is netwerken voor een babyboomer en hoe belangrijk is hetopbouwen van een netwerk. Zijn er verschillen in netwerken voor het tijdperk van desociale netwerksites en erna? Wat met de online en offline netwerken?Het hoofdstuk: „welke kennis heeft de generatie babyboomers over LinkedIn‟ gaatdieper in op het hoe en waarom een babyboomer lid is geworden LinkedIn. Hebben zeopleidingen gevolgd om het te leren gebruiken, of gebeurde dit eerder door vallen enopstaan? Er zal ook gekeken worden naar hoe LinkedIn door de babyboomer gebruiktwordt. Dit levert een aantal voor- en nadelen op die gekoppeld worden aan dezakelijke sociale netwerksite.Privacy speelt een belangrijke rol bij het gebruik van sociale netwerksites. „Hoebeleven babyboomers hun privacy?‟ Welke waarden vinden ze belangrijk wanneer omeen definitie van privacy gevraagd werd? Babyboomers hebben veel nieuwetechnologieën zien ontstaan, heeft dit hun perceptie op het concept privacy LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 42
    • veranderd? Verder bouwend op het vorige hoofdstuk staan we even stil bij de privacyop LinkedIn, liggen babyboomers er wakker van?Vervolgens ligt de nadruk op privacyrisico‟s. „Zijn babyboomers zich bewust van deprivacyrisico‟s bij sociale netwerksites?‟ Met deze vraag trachten we te achterhalenwelke mogelijke risico‟s er volgens babyboomers bestaan op sociale netwerksites.Loopt hun privacy bij LinkedIn gevaar?Wanneer er gesproken wordt over risico‟s moet er gesproken worden over mogelijkemaatregelen om de privacy te waarborgen. Maar „wie is er verantwoordelijk voor hetwaarborgen van de privacy op sociale netwerksites?‟ Met deze laatsteonderzoeksvraag wordt gepeild naar wat babyboomers verwachten met betrekking tothet waarborgen van de privacy op LinkedIn. Kennen ze privacypolicy en vinden ze ditbelangrijk?In het laatste hoofdstuk wordt getracht een algemeen besluit te formuleren, er wordteen antwoord geformuleerd op de probleemstelling: “LinkedIn voor babyboomers:professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens?” Maar vooraleerwe overgaan naar de resultaten, volgt er een korte voorstelling van LinkedIn en wordter even stilgestaan bij de aanpak van het onderzoek.2. Methodologie van het onderzoekIn de wetenschap bestaan er een aantal wetenschapsfilosofische paradigma‟s. Enkelebelangrijke paradigma‟s worden tegenover elkaar geplaatst: kritische versusadministratieve, empirie versus anti-empirie, objectief versus subjectief, socialsciences versus humanities, positivisme versus reflexieve methodologie enkwantitatief versus kwalitatief. Maar wat is nu de beste methode om onderzoek tevoeren? Via dit hoofdstuk wordt binnengetreden in de arena waar de strijd tussen hetkwantitatieve en het kwalitatieve paradigma wordt uitgevochten. 2.1. Bestaand onderzoek naar privacyDit hoofdstuk verwijst naar twee onderzoekers die de impact van sociale netwerken /internet op privacy onderzochten (zie deel 1).Cachia (2008) gebruikt in haar onderzoek naar het gebruik en de impact van onlinesociale netwerken een combinatie van deskresearch en interviews met enkele expertsin de materie. Walrave (1999) geeft via zijn onderzoek een aanzet tot de verklaring LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 43
    • van bepaalde ervaringen en attitudes in het domein van de directmarketingcommunicatie via het internet. In het onderzoek werd gekozen voor face-to-face diepte-interviews omdat de onderzoekers kwalitatieve gegevens wildenverzamelen die eventuele kwantitatieve data zouden kunnen duiden en kaderen. 2.2. Kwantitatief onderzoek versus kwalitatief onderzoekKwantitatief onderzoek streeft ernaar om een theorie uit te werken en op basishiervan een zo algemeen mogelijke hypothese te formuleren. Om deze hypothese tetesten, maakt men gebruik van zo representatief mogelijke cijfers (Delnooz, 1996, p.34-35). In het kwantitatieve onderzoek wordt gebruik gemaakt van literatuur envooraf gekozen theorie om hypothese af te leiden. Deze hypotheses worden getestdoor middel van een onderzoek. Er wordt gebruik gemaakt van bestaande engestandaardiseerde meetinstrumenten. Getallen en statistische criteria wordengebruikt om te berekenen of de resultaten de hypotheses bevestigen of verwerpen. DeLaet, Offermans en Toye (2004) zien kwantitatief onderzoek dan ook grootschalig vanaanpak, waarbij men door middel van cijfermateriaal de hypotheses uit hetvooronderzoek wil bevestigen.Volgens Delnooz (1996, p. 34-35) gaat kwalitatief onderzoek ervan uit dat niet allemensen te beschrijven zijn op basis van één uitgangspunt. Menselijk gedrag krijgt eencentrale plaats en er wordt gekeken naar de specifieke context van dit gedrag. Boeije(2005) vult dit verder aan en stelt dat kwalitatief onderzoek gebruik maakt van deliteratuur om een probleemstelling te formuleren die in het onderzoek als richtsnoerzal fungeren. Het doel van de onderzoeker is om te begrijpen wat er zich afspeelt.Over het algemeen worden dan ook geen grote aantallen onderzoekseenheden in hetonderzoek betrokken. Kwalitatief onderzoek werkt niet met cijfers, maar met tekstenuit bijvoorbeeld interviews of observaties. 2.3. Kwalitatief onderzoekBinnen kwalitatief onderzoek zijn een heleboel onderzoekstechnieken terug te vinden.Op basis van Morse (1994) haalt Mortelmans (2007) vier grondvormen van kwalitatiefonderzoek aan: 1. kwalitatieve survey: meest gebruikte methode die gebruik maakt van diepte- interviews of focusgroepen, LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 44
    • 2. etnografische studie: beschrijft culturen of groepen van binnen uit en doet vaak beroep op participerende observatie, 3. casestudy: richt zich op één enkele situatie, 4. kwalitatieve inhoudsanalyse: secundaire analyse van bronnenmateriaal, een variant binnen de kwalitatieve inhoudsanalyse is de discoursanalyse.3. Eigen onderzoek 3.1. UitgangspuntenHeel wat onderzoek naar effecten van (sociale) media gebeurt via kwalitatieveonderzoeksmethoden. Onderzoekers willen van hun respondenten te weten komenhoe ze staan t.o.v. sociale netwerken, in welke mate sociale netwerksites hun levenbeïnvloeden, enz. In dit onderzoek wordt nagaan of de concepten, privacy, vertrouwenen veiligheid op LinkedIn, feiten, illusies of achterhaalde feiten zijn. Om op ditprobleem een antwoord te zoeken staat er één onderzoeksvraag centraal:“Geven babyboomers op LinkedIn een andere invulling aan het concept privacy, en zoja, hoe doen ze dit?”Er werd gekozen voor een kwalitatieve benadering van het onderzoek. Net zoalsWalrave (1999) en Cachia (2008) wordt getracht meer te weten te komen over deattitudes ten opzichte van privacy bij babyboomers op LinkedIn. Om de validiteit enbetrouwbaarheid van het onderzoek te verhogen wordt rekening gehouden met deresultaten van andere onderzoeken die in deel 1 besproken werden. De graad vanbetrouwbaarheid en validiteit neemt immers toe, naar mate de betrouwbaarheid en devaliditeit van het meetinstrument in eerder onderzoek al eens werd aangetoond.Het is heel belangrijk in het onderzoek om te definiëren wat er verstaan wordt ondersociale netwerksites en privacy. Vooral de definitie rond privacy ligt in de literatuurzeer gevoelig. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 45
    • 3.2. Onderzoeksfasen 3.2.1. Grounded TheoryHet onderzoek baseert zich op de Grounded Theory of de gefundeerde-theorie-benadering. Deze werd oorspronkelijk door Galser en Strauss ontwikkeld. (Baarda etal., 2009) De Grounded Theory is een perfecte mix van uitgebreide aandacht voor detheorieconstructie, gecombineerd met een grote gevoeligheid voor de procedurelekant van het onderzoek, aldus Mortelmans (2007). 3.2.2. LiteratuuronderzoekDeze eerste stap is noodzakelijk om een idee te hebben over de theoretische enempirische inzichten die er reeds bestaan rond sociale netwerksites en privacy. Debronnen uit deel één vormen dan ook een basis voor dit tweede deel. 3.2.3. Kiezen van een methode 3.2.3.1. Diepte-interviewBinnen het kwalitatieve veld bestaan vele onderzoeksmethoden. Het onderzoek richtzich op kleine groepen van mensen of op individuen (babyboomers op LinkedIn) endaarom werd gekozen om tien diepte-interviews af te nemen. Via deze methodekunnen onderliggende attitudes en motivaties van de respondenten aan deoppervlakte gebracht worden (De Pelsmacker & Van Kenhove, 2006, p. 94). VolgensBaarda et al. (2009) wordt een interview gebruikt om erachter te komen wat mensenweten, denken, voelen en willen betreffende bepaalde onderwerpen. Een diepte-interview laat toe om een onderzoeksonderwerp nauwkeurig uit te diepen. Bij eendiepte-interview kan doorgevraagd worden naar achterliggende motivaties enpercepties van de respondenten. Hierdoor komen ook persoonlijke en emotioneleaspecten aan bod. 3.2.3.2. TopiclijstTijdens de diepte-interviews werd gebruik gemaakt van een topiclijst. Mortelmans(2007) beschrijft een topiclijst als: “De topiclijst is de meest eenvoudige en ook dekortste vorm van vragenlijst. Het is een lijst van onderwerpen die de interviewer in deloop van het interview aan bod te laten komen.” (Mortelmans, 2007, p. 217-218)Voor het opstellen van de topiclijst werd vertrokken vanuit de literatuurstudie. Watwilden we bijkomstig weten? De topiclijst gaat van algemene onderwerpen (internet in LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 46
    • het algemeen) naar meer specifieke elementen voor het onderzoek (waarborgen vande privacy).( zie bijlage 1). Dankzij de topiclijst vond er een natuurlijke conversatieplaats met de respondenten (Mortelmans, 2007). Tijdens het interview werd niet altijdde volgorde van de topics gerespecteerd, zodat telkens kon ingespeeld worden op deelementen die in het gesprek vermeld werden. Alle topics kwamen wel aan bod. 3.2.4. Keuze van de respondentenVoor het verzamelen van de respondenten werd gebruikt gemaakt van desneeuwbalmethode of Snowball sampling (Baarda et al., 2009, p. 160). Het eigennetwerk vormt de basis van het onderzoek.Voor de keuze van de respondenten waren er twee belangrijke vereisten. Derespondent moest:  geboren zijn tussen 1946 en 1964 (babyboomgeneratie),  een actief profiel hebben op LinkedIn. (Minstens 1 keer per maand zijn profiel raadplegen)Aanvankelijk was het ook de bedoeling om een onderscheid te maken tussenopleidingsniveau en geslacht. Het criteria geslacht bleek na verder literatuurstudie enbij het bepalen van de probleemstelling echter niet relevant. Er wordt immers nietonderzocht of er een verschil is tussen mannen en vrouwen. Bovendien is LinkedIneen mannenwereld. Een onderzoek van het Rekruteringsbedrijf „Fill the Gap‟ heeft eenonderzoek uitgevoerd bij meer dan 2000 Belgische gebruikers van LinkedIn. Hieruit isgebleken dat 83% mannelijk is. (Digimedia, 2008)7Op het criteria opleidingsniveau is teruggekomen aangezien het vinden vanlaaggeschoolden op LinkedIn een zeer moeilijke opdracht is. Dit tonen meerderestudies aan (ondermeer ook terug te vinden in het HRMWitboek, p. 10).Er werd op toegezien dat de respondenten niet allemaal een communicatieachtergrondhadden, om vertekening van het onderzoek te vermijden. Aangezien de onderzoekerzelf in de communicatiesector werkt en gebruik heeft gemaakt van de7 Digimedia (2008), studie: het gebruik van sociale netwerken in België. Geraadpleegd op 15 april 2010 ophet World Wide Web: http://www.digimedia.be/nl/article.php?id_act=4268 LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 47
    • sneeuwbalmethode diende met dit criterium rekening gehouden te worden. In tabel 3volgt een kort overzicht van de geïnterviewde respondenten. 3.2.4.1. BabyboomgeneratieDe babyboomgeneratie is geboren in de naoorlogse periode van 1946 tot en met1964. Ze zijn opgegroeid in een periode van culturele revolutie, een voorspoedigeeconomie, verstedelijking, industrialisatie, en immigratie. Zij hebben de opkomst vannieuwe technologieën zoals de computer en het internet volop meegemaakt.(Bontekoning, 2007). Deze generatie is momenteel de grootste. Niet enkel in omvang,maar ook in macht, welvaart en dominantie in cultuur (Nyren, 2005). Kenmerkendvoor de babyboomers is dat ze graag blijven bijleren. Ze beginnen vaak nog op latereleeftijd aan een studie, ze zoeken iets wat ze vroeger al hadden willen doen en waarze nu eindelijk de tijd voor hebben. Bovendien delen ze ook graag hun opgedanekennis met jongere generaties. 3.2.4.2. Generatie babyboomers en het internetLee (2009) vergeleek het gebruik van internet door babyboomers in 2000 met 2008.Het gebruik van het internet is gestegen en dit is ook zo bij de babyboomgeneratie. In2000 waren er 40% die internet gebruikten, in 2008 is dit bijna verdubbel tot 74%.Haar onderzoek toont ook dat babyboomers in 2000 het internet hoofdzakelijkgebruikten voor zaken beschikbaar van op hun eigen computer. Zaken werdenopgeslagen op de harde schijf, bestanden gedeeld via diskettes, etc. Minder dan 10%maakte gebruik van de zogenaamde „cloud‟ (ruimte buiten de eigen pc: servers,opslagruimte,…). In 2008 steeg dit naar 47%. 3.2.5. AnalyseHet doel van de analyse bestaat erin de betekenisgeving van mensen te achterhalenen inzicht te verwerven in de sociale processen (Mortelmans, 2009, p. 24). 3.2.5.1. TranscriptieDe tien interviews werden opgenomen met een digitale dictafoon en vervolgensovergebracht op de harde schijf van de computer. Om het analyseren vlotter te latenverlopen, werden de interviews volledig uitgetypt. Dit gebeurde zo veel mogelijkletterlijk, dit om eigen interpretatie te vermijden (Baarda et al., 2009, p. 303).Grammaticale fouten, stopwoorden en onvolledige zinnen werden letterlijk LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 48
    • overgenomen in de transcriptie. Indien de respondent een lange pauze nodig had omeen vraag te beantwoorden, wordt dit aangeduid met (…). 3.2.5.2. Open coderingBij de fase van het open coderen worden gegevens opgedeeld in kleinere gehelen.Stukken tekst krijgen in deze fase een label (Mortelmans, 2009, p. 356). Alle tekst dieniet relevant was voor het onderzoek werd geschrapt. Fragmenten over een bepaaldonderwerp kregen vervolgens een „label‟ of „code‟ toegewezen, dit gebeurde doortrefwoorden in de kantlijn te noteren en door te werken met kleuren 8. 3.2.5.3. Axiale coderingBij het open coderen ontstaat een uitgebreide set van codes, het verbinden van aldeze codes tot één geheel wordt axiaal coderen genoemd (Mortelmans, 2009, p. 356).De labels uit de eerste codeerfase werden geordend, dit gaf de mogelijkheid om labelste wijzigen, toe te voegen of te verwijderen waar nodig. De labels die aan fragmentenwerden gekoppeld werden in een hiërarchische boomstructuur9 geplaatst dieoverzichtelijk de behandelde thema‟s weergeeft. 3.2.6. Selectieve coderingIn deze laatste stap worden concepten met elkaar verbonden. Op basis hiervan wordteen antwoord gegeven op de onderzoeksvragen (Mortelmans, 2009, p. 356). Erworden verbanden gelegd tussen de verschillende categorieën. De waarnemingen inhet onderzoek worden verklaard. 3.3. Valkuilen 3.3.1. ObjectiviteitHeel het onderzoek moet op een objectieve manier gevoerd worden. Maso & Smaling(1999) zeggen echter dat: “…, men zal nooit voor de volle honderd procent objectiefkunnen zijn.” (Maso, I. & Smaling, A.,1999, p. 66) Een onderzoeker moet er naarstreven om zo objectief mogelijk te oordelen. Openheid en transparantie spelen hierbij8 Er werd een uitgewerkt interview met labels toegevoegd in bijlage 3. De rest van de interviews met labels kunnen opgevraagd worden.9 Bijlage 2 LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 49
    • een belangrijke rol (Maso,I. & Smaling,A., 1999, p. 65). Het volledige interview werddan ook integraal uitgetypt. 3.3.2. BetrouwbaarheidIn welke mate is het menselijk gedrag, houding, opinie of voorkeurspatroon veranderddoor de toename van sociale netwerksites? Deze vraag staat centraal in onderzoeknaar het effect van sociale netwerksites op de consument en zijn visie op privacy. Hierstuiten De Laet, Offermans & Toye (2004) op een eerste probleem. Zij stellen immersdat het vaststellen van de betrouwbaarheid van fysische meetinstrumenten vrijeenvoudig is, maar wanneer het gaat over menselijke gedragingen, attitudes,… is dieopdracht niet gemakkelijk. Baarda en De Goede (2006) bevestigen dat het stellen vanlosse vragen het moeilijker maakt om de betrouwbaarheid vast te stellen. Volgenscritici zou kwalitatief onderzoek niet betrouwbaar en niet valide zijn, aldus Verhoeven(2004). Volgens haar hangt het kritiekpunt van betrouwbaarheid samen met deherhaalbaarheid van het onderzoek. Bij kwalitatief onderzoek wordt immers voor eenopen benadering gekozen. Er is volgens Verhoeven (2004) dan ook geen afgebakendesetting voor het onderzoek die bij herhaling dezelfde resultaten geeft. Deherhaalbaarheid van het onderzoek staat volgens critici dus onder druk. Maso &Smaling (1998) stellen dat een feitelijk herhaling van het onderzoek niet mogelijk is,daar de onderzochte situatie verandert. Dit kan mogelijk worden gemaakt dooruitgebreide rapportage van de oorspronkelijke uitvoering van het onderzoek.Betrouwbaarheid betreft de notie dat een onderzoek dezelfde resultaten oplevertwanneer het onder dezelfde omstandigheden opnieuw wordt uitgevoerd. Dezeveronderstelling is volgens Wasserman & Faust (1994) echter niet van toepassing opsociale netwerken, aangezien sociale fenomenen niet verondersteld worden als zijndeconstant in de tijd. Wasserman & Faust (1994) beweren dan ook dat de test-hertestals meetinstrument gebruiken om de betrouwbaarheid van de effecten van socialenetwerken na te gaan, problematisch is. 3.3.2.1. ValiditeitVerhoeven (2004) verwijst naar kritiek die bestaat op de begripsvaliditeit vankwalitatief onderzoek. De respondent kan antwoorden geven die maatschappelijkverantwoord zijn, of de respondent kan een begrip anders invullen dan deonderzoeker. Dit geeft een vertekening van het onderzoek. Verhoeven (2004)verwerpt deze kritiek, er wordt bij kwalitatief onderzoek op een andere manier LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 50
    • rekening gehouden met de criteria voor validiteit. Er wordt niet gekeken of eenonderzoek statistisch generaliseerbaar is, maar eerder in hoeverre een onderzoekinhoudelijk generaliseerbaar is. 3.3.2.2. Andere struikelblokkenMortelmans (2007) deelt de valkuilen op in twee groepen: valstrikken die verbondenzijn aan de vragen die de interviewer stelt en valstrikken die verbonden zijn aan deinteractie tijdens het interview. Hij heeft het ondermeer over: dichotome vragen, niet-neutrale vragen, lage motivatie van de respondent, afwijken, vaagheid enonduidelijkheid,… Met al deze valkuilen werd rekening gehouden bij het uitvoeren vanhet onderzoek. Waar nodig werd de respondent om bijkomende uitleg gevraagd.Onderzoek naar de impact van sociale netwerksites op het concept privacy is in demoderne samenleving zeker noodzakelijk, veel wordt verondersteld, weinig isbewezen. Tijdens het onderzoek is dan ook rekening gehouden met de kritischeinzichten die er bestaan rond meetinstrumenten. Betrouwbaarheid en validiteit van hetonderzoek zijn, zoals bij elk ander onderzoek, zeer belangrijk. Anders is al het werkimmers voor niets geweest.4. Resultaten van de interviews 4.1. Babyboomgeneratie en het internet 4.1.1. kennismakingDe generatie babyboomers heeft de introductie van het internet meegemaakt. Zekomen uit het tijdperk dat de mogelijkheden van communicatie veel beperkter waren.De babyboomgeneratie heeft de geboorte van veel communicatiemiddelen van deafgelopen decennia ten volle meegemaakt. “Toen ik jong was, was de mogelijkheid van communicatie niet echt om naar huis te schrijven. Ik was 18 jaar toen ze bij ons een telefoon kochten, 18 jaar toen wij de eerste tv hadden… wij komen wat dat betreft uit de Middeleeuwen en dat is niet lang geleden hé.” (DI_4)De respondenten leerden het internet voornamelijk kennen via het werk. Toch werdinternet algauw op het privévlak onmisbaar. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 51
    • “Ik had het op het werk en ik gebruikte het op het werk. Maar dan heb ik op een gegeven moment gedacht het is eigenlijk geen doen meer van thuis geen mail te hebben” (DI_6)Ze hebben het internet leren gebruiken via een combinatie van opleiding, zelfstudie enhet uitwisselen van ervaringen met anderen. Kenmerkend voor babyboomers is dat zegraag bijleren (Nyren, 2005) en dit doen ze dan op eigen initiatief: “Al doende leert men!” (DI_2) “Zelfstudie… met vallen en opstaan”(DI_5)“…,geen opleiding gevolgd. Met een browser werken, spreekt voor zich hoe het werk” (DI_9) 4.1.2. GebruikDe respondenten hebben het internet leren kennen begin jaren 90. Ondertussen is heteen deel van hun leven geworden. Ze maken dagelijks gebruik van het internet “4 à 5uur per dag” (DI_1 & DI_10), “meermaals per dag” (DI_6), “de hele dag door”(DI_3)“.Het internet wordt zowel voor werk als privédoeleinden gebruikt. De respondentengebruiken het hoofdzakelijk voor “opzoekingen” (DI_1,2,3,4,5 & 6) en het gebruik vane-mail (DI_3,8 & 9). Ook online bankieren en sociale netwerken worden vernoemd.Wanneer gevraagd wordt naar de meest bezochte websites zijn websites die eenverband hebben met hun job, nieuwsredacties en de sociale netwerksites Facebook enLinkedIn steeds terugkerende antwoorden. 4.2. Visie op netwerken 4.2.1. Het belang van netwerkenDat netwerken in onze samenleving belangrijk is, spreekt geen enkele respondenttegen. Voor de respondenten is netwerken belangrijk voor hun professioneleontwikkeling. “Netwerken is mijn leven geworden. Netwerken is belangrijk voor het opbouwen van klanten, voor het vinden van een nieuwe job, leveranciers en connecties. (…) Het is dat wat de wereld doet ronddraaien.” (DI_2) LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 52
    • “Ik zou het veel vaker moeten doen! …er zijn mensen die veel minder werk verzettenen toch de mooie kansen krijgen, dan heb ik gezegd dat het gedaan zou zijn en dat ik zelf mijn netwerk zou ontwikkelen en dat er mensen zijn die mij kennen.” (DI_6) 4.2.2. Voordelen van netwerkenVolgens de literatuur zijn netwerken zo belangrijk omdat mensen continu opzoek zijnnaar contact. Zowel Fischer (2005) als Vermeiren (2009) sommen onderhouden vanrelaties, vinden van een nieuwe baan, opdoen van kennis,… op als enkele voordelenvan het opbouwen van een netwerk. Deze voordelen zien we ook terug bij derespondenten. Wanneer de respondenten gevraagd wordt, waarom ze netwerkengebruiken, dan worden vooral het leggen van contacten en het delen van kennisopgesomd. Bij het delen van kennis ligt de nadruk vooral op het feit dat iedereen overbepaalde kennis bezit en dat het heel belangrijk is om deze kennis met elkaar tedelen. Dit komt immers iedereen ten goede. “…,via mijn netwerk probeer ik nieuwe zaken te leren kennen. Het heeft geen zin het warm water uit te vinden.” (DI_1) “Het is leuk om van een collega van een ander bedrijf te horen dat hij hetzelfde product gebruikt en dat hij tevreden is.” (DI_8) 4.2.3. Netwerken doorheen de tijd 4.2.3.1. Vroeger en nuMet de komst van het internet zijn er nieuwe vormen van netwerken ontstaan:communities, sociale netwerksites, blogs,… Voor het internet gebeurde dit opseminaries, opleidingen, samenkomsten, recepties, informele gelegenheden, enz. Deoffline contacten gebeuren vaak georganiseerd. De komst van het internet heeft hetnetwerken voor de respondenten voornamelijk makkelijker gemaakt. “…, het verloopt nu sneller. (…) Vroeger zag je wel eens iemand op een vergadering en je belt die daarna op, dan is die stap toch groter dan nu.”(DI_3) “Euhm, vroeger was dat allemaal iets moeilijker, euhm, dan telefoons, en dan kwamje bij iemand terecht en dan hing het een beetje van zijn goodwill af of dat u die u info wou verstrekken of niet, dan geraakte men snel verder of niet.” (DI_9)Internet maakt het gemakkelijker, het gaat vlugger,… maar het heeft voor derespondenten toch ook een belangrijk nadeel: het gebrek aan fysieke contacten. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 53
    • “Meestal ga ik op zoek naar oude contacten of oude kennissen en zoek ik dus niet echt intensief naar nieuwe mensen. Dit doe ik liever door mensen aan te spreken die ik al ken en via hen in contact met iemand komen.” (DI_1) “Maar als je kijkt naar salesactiviteiten, euhm, vroeger was het meer persoon totpersoon, communicatie, vertrouwen, nu zit je veel met webplatforms waar je dan euh, maar tegen een virtueel iets moet gaan praten om offerte in te dienen en dergelijke. Wat toch wel minder interessant is,…” (DI_9) 4.2.3.2. Offline en online: twee afzonderlijke werelden?Internet zorgt ervoor dat het leggen van contacten vlotter verloopt, maar heeft hetoffline netwerken niet verdrongen. “Zo heb je LinkedIn recommandations. Het is eendigitalisering van zaken die vroeger ook reeds bestonden” (DI_3). Voor derespondenten zijn het offline en online netwerk twee zaken die naast elkaar bestaanen elkaar aanvullen.“…het online en offline bestaan naast elkaar. Zeker in België. Wie kent wie is hier nog altijd zeer belangrijk.” (DI_2) “…je leert dan natuurlijk nieuwe mensen kennen die niet in uw online netwerk zitten en ja laat ons zeggen, die zijn dan heel snel, één à twee dagen en dan zijn die weer toegevoegd tot het online netwerk.” (DI_9) 4.2.3.3. Netwerken met een missieOm succesvol te netwerken moeten volgens Vermeiren (2009) een aantal principesgevolgd worden. Dit merken ook de respondenten van het onderzoek. “Offline netwerk ik veel meer. Online ben ik niet lid van veel netwerken, maar mijn contacten zijn daar toch veel minder intensief.” (DI_1) “Als je gaat netwerken, moet je altijd een doelstelling hebben. Zonder doel heeftnetwerken geen zin. Netwerken om te netwerken bestaat niet. Nu ja, het bestaat wel, maar het heeft gewoon geen zin.” (DI_2) “…want een netwerk is contacten leggen, maar je moet dat ook onderhouden hé. Je moet regelmatig mensen terugzien, contact opnemen.” (DI_10) LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 54
    • Bovendien valt het ook op dat de respondenten die hun netwerk op een socialenetwerksite onderhouden, door bv. regelmatig hun profiel aan te passen, een berichtonline te plaatsen, te discussiëren in groepen,… veel meer contacten hebben en ookveel meer het belang inzien van het onderhouden van een online profiel. 4.2.4. Sociale netwerksitesDe respondenten zijn naast LinkedIn lid van 1 of 2 andere sociale netwerksites. Depopulaire netwerksites Facebook en Plaxo worden door de tien respondentengenoemd. Ze maken echter niet van elke netwerksite even intensief gebruik. Dit heeftte maken met het doel van de website, maar ook met het aantal contacten die ze opde website kennen. “Ik ben lid van Facebook. (…) Ik maak het meest gebruik van LinkedIn, het is professioneler en minder gericht op het privéleven.” (DI_1) “Xing, Videamo, Plaxo,… hebben al deze netwerken nog een reden tot bestaan? (…)LinkedIn is vanuit de business meegetrokken, ze stonden op dezelfde hoogte alsPlaxo, maar LinkedIn heeft het voordeel gehad dat het een platform is geworden voor de recruteerders.” (DI_2)“…hoe heet dat ander,…Xing geloof ik? (…) Maar eigenlijk hou ik daar mijn profiel niet zo grondig bij, omdat ik daar maar één rechtstreeks contact heb.” (DI_6)Sociale netwerksites zijn een succes, dat ontkent ook de generatie babyboomers niet.Het succes ligt volgens hen in de voordelen die ze eruit kunnen halen. “Heel vaak bleef het dan ook maar bij een éénmalig contact. Contacten blijven nu langer bewaard dankzij het digitale netwerk.” (DI_1)“Eén van mijn contacten woont in California, ik heb die mens nog nooit gezien. Vorige week heb ik hem voor het eerst gezien. Op die manier creëer je dan opnieuw een contact en als ik nu een vraag heb voor hem, gaat dat een stuk makkelijker.” (DI_2) “… we dachten dit eerst fysiek te doen, maar aangezien het tegenwoordig zo moeilijkis om iemand op een bepaald ogenblik op een bepaalde plaats samen te brengen, (…)als we het niet fysiek kunnen organiseren, is het dan niet veel makkelijker om dit via het internet te doen? En dan via het zakelijke netwerk van LinkedIn zijn we daar in december mee gestart.” (DI_5) LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 55
    • Net zoals bij netwerken in het algemeen, hebben ook de sociale netwerksites enkelenadelen. De respondenten halen het “niet bewust zijn van de gevaren” aan als hetgrootste nadeel, “Mensen zijn zich niet bewust van het feit dat die informatie publiekis. Je kunt wel je gegevens afschermen, maar er zijn methodes om informatie terug tevinden.” (DI_2), aldus een respondent. Bovendien worden sociale netwerksites ookmeer en meer ingezet om mensen te screenen wanneer ze gaan solliciteren bij eenbedrijf. Dit heeft natuurlijk gevolgen. “Uit ervaring weten we dat een aantal werkgeverzaken opzoeken op het internet en dat een aantal van die mensen d‟office geweerdworden en zelf niet aan een eerste gesprek komen door hun gewerk op dat soortsites.” (DI_4)Een ander nadeel dat de respondenten aanhalen is het continu blijven voortbestaanvan een profiel, ook wanneer deze persoon reeds overleden is. “Ook in mijn netwerk zitten twee personen die vorig jaar overleden zijn. Je kunt LinkedIn wel contacteren, maar je moet familie zijn en je moet het bewijs kunnen leveren dat die persoon gestorven is. Maar natuurlijk denken familieleden hier niet aan.” (DI_2)“Twee jaar geleden heb ik een studievriend teruggevonden, ik heb die toegevoegd en een maand of twee later is die verongelukt, euh en een paar maanden later krijg jedan een herinnering „Pedro verjaart‟. Dat is dan een beetje bitter. (…)Op den duur zit LinkedIn vol dode mensen. Niemand heeft erover nagedacht, iedereen is bezig met dat aansluiten en abonnementen en op het afsluiten wordt niet gelet (…).” (DI_3) 4.3. De babyboomer als LinkedIn-gebruiker 4.3.1. KennismakingAlle respondenten zijn regelmatige gebruikers van LinkedIn, gaande van dagelijks totmaandelijks. Hier valt ook op dat het aantal contacten dat de respondent heeft, meezal bepalen hoe vaak hij zijn profiel gebruikt. Hoe meer contacten, hoe hoger defrequentie van het gebruik. De meeste correspondenten hebben LinkedIn leren kennenvia vrienden of kennissen uit het offline netwerk. “Eigenlijk op één uitnodiging van één van de mensen van Felink.” (DI_6)“Via één van de personen van het offline netwerk die zegt: hé dat is nogal interessant om te gaan netwerken en je kan daar ook heel gemakkelijk hé, contacten vinden die voor de business interessant zijn.” (DI_9) LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 56
    • Enkele anderen hebben het dan weer leren kennen via opleiding: “Viaoutsourscement. Als je boven een bepaalde leeftijd bent ik denk 45, dan moet hetwerk je voorstellen om, zij moeten een firma aanspreken, die gaan dan opleidinggeven en je begeleiden naar ander werk. Ze gaan je leren effectief te solliciteren (…)Op één van die sessies heeft de lesgever gezegd dat er ook nog andere manieren zijnom te solliciteren, zoals LinkedIn.” (DI_7). Het boek „Hoe LinkedIn nu echt gebruiken‟van Jan Vermeiren (2009) wordt regelmatig genoemd. “…via een uiteenzetting van JanVermeiren op die beurs voor opleidingsverantwoordelijken eind november.” aldus eenrespondent (DI_5).Een babyboomer leert heel graag bij (Nyren, 2005), het is dit kenmerk dat ervoorzorgt dat de babyboomgeneratie ook daadwerkelijk ingaat op devriendschapsverzoeken die ze krijgen van hun kennissen. Nieuwsgierigheid, curiositeit,eens willen zien wat het is,… het zijn antwoorden die standaard terugkomen. Tochwijst een respondent erop dat het niet altijd een goed idee is om zomaar uitnodigingenvan eender wie te aanvaarden.“Plotseling kreeg ik een uitnodiging van iemand om aan te sluiten op haar netwerk enik antwoordde van mja als jij dat wil (…). En ik kreeg een mailtje terug van, ja wat isdat? Nu zij was uitgenodigd door iemand anders, wist absoluut niet wat LinkedIn was en dan krijg je zo‟n lijst van personen die je misschien kent. Zonder te weten wat zedeed, heeft ze mijn naam aangevinkt en uitgenodigd voor haar netwerk. Ik zeg ja, je doet er geen kwaad mee, je kunt mij altijd uit je netwerk uitsmijten als je niet wilt, maar pas daar toch mee.” (DI_6) 4.3.2. Met vallen en opstaanNadat de respondenten een profiel hadden aangemaakt, moesten ze de nieuwe toolnatuurlijk ook nog gebruiken. Ze keken bij anderen om te zien wat de verschillendemogelijkheden waren en gingen op die manier zelf aan de slag om alles uit teproberen, al gaat dit soms gepaard met de nodige verrassingen.“Ik ben gaan snuisteren van hoe werkt dat en ik heb in het begin veel gevloekt omdat dat ding niet opsloeg wat ik dacht dat het ging opslaan (lacht).” (DI_6) 4.3.3. Populaire zakelijke netwerksite LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 57
    • Er zijn vele sociale netwerksites, maar wat is nu net het succes van LinkedIn? Zoalsreeds in punt 5.2.4 aangehaald zit het succes in het voordeel dat de gebruiker er voorzichzelf kan uithalen. En LinkedIn biedt voor de respondenten heel wat voordelen. 4.3.3.1. ContactenLinkedIn is voor de respondenten een makkelijke tool om hun contacten teonderhouden. Ze vergelijken het met oude fichebakken en zien het als eenelektronische adressenlijstenboekje dat automatisch geüpdate wordt.“Het gemak aan contacten leggen, het terugvinden van mensen op basis van functiesen bedrijven en het gebruik van referentietools is voor mij het grootste voordeel. Het is een database waar alle mensen die je kent instaan en die is overal beschikbaar. Vroeger zaten die in een adresboekje, maar dit is makkelijker.” (DI_2)“Maar euh, via LinkedIn is het makkelijker om hen te volgen en wel contacten mee te houden. Eigenlijk is dat een fichebakje hé.” (DI_3)Dankzij LinkedIn heeft de respondent dus steeds een up-to-date informatie over decontactgegevens van zijn netwerk. Dit is echter niet het enige voordeel. Ook hetkunnen opvolgen van contacten is voor de respondenten belangrijk. “In een klassiek adresboek, ik ken veel mensen die op een personeelsdienst werken,wat is het nadeel van mensen die op een personeelsdienst werken heb ik gemerkt, datze nogal vlugger dan de meeste andere mensen van werk veranderen en na een paar jaar ben je ze kwijt. (…) Nu als die op LinkedIn zitten, kun je die blijven volgen hé.” (DI_4) “Goh, je hebt de, laat ons maar zeggen, altijd op zeer korte termijn als mensenswitchen van functie, van bedrijf, heb je heel snel die info, waar dat vroeger toch wel eens een tijdje kon duren. (…) Je mag ook geen informatie van je vorige werknemer meegeven, en ja dat doe je ook niet, maar laat ons zeggen via je LinkedIn account ben je die niet kwijt hé.” (DI_9) 4.3.3.2. Kennis delen en krijgenLinkedIn biedt de mogelijkheid om een aantal groepen te creëren. De tienrespondenten waren bij min vier, maximum 46 groepen aangesloten. Ze sluiten zichvooral bij deze groepen aan, wanneer het groepen zijn die “behoren tot hetvakgebied” (DI_7). Door lid te worden van deze groepen, willen ze kennis opdoen of LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 58
    • kennis delen met anderen. Het voordeel van de groepen is dat je één vraagonmiddellijk aan een grote groep kwijt kan, dit maakt de kans op een reëel antwoordgroter. Het belang van hun contacten zit vaak ook de tweede graad. Zo is het dankzijLinkedIn mogelijk om te kijken wat vrienden van doen en dit biedt zekeremogelijkheden. Bovendien heb je en ben je een goede referentie.“Ik heb via LinkedIn op de één of andere manier proberen erachter te komen van hoelos je dat op? (…) En zo heb ik ingenieur tegengekomen die zo‟n opleiding kan geven.” (DI_4) “Aangezien ik als contactpersoon dien een beetje als referentie voor de mensen diedan achter mij staan. Als ze dan via mij aan iemand komen die eigenlijk helemaal niet zuiver op de graad is, dat zou ik toch wel minder leuk vinden.” (DI_6) 4.3.3.3. LinkedIn als HRM-toolLinkedIn wordt door de respondenten gezien als een online CV. Ze zien het dan ookals een makkelijke manier om werk te zoeken of toekomstige werknemers tescreenen. Weinig van mijn respondenten waren op zoek naar een nieuwe job, maartoch werd het aspect aangehaald. Indien een respondent toch op zoek was naar eenjob, verliep dit tot nu toe wel zonder al te veel succes.“Bijvoorbeeld om te solliciteren is dat perfect hé. Ik kan dingen op mijn profiel zetten,ik kan anderen in mijn profiel laten schrijven, je kun je cv door een stuk door anderen laten schrijven, wat de geloofwaardigheid van die dingen ten goede komt.” (DI_3) “…dat er ook mogelijkheden via LinkedIn bestonden en eigenlijk was dat tot nu toe niet echt succesvol”, aldus een respondent (DI_7).De respondenten koppelen het hebben van een profiel ook aan „een zekere betekenis‟hebben in de bedrijfswereld. Een goed ingevuld profiel hebben op LinkedIn zegt ietsover wie je bent en wat je waard bent. “Men ziet dus bv. ook als je op LinkedIn zit, dan gaat men al denken dat je hoger geschoold bent en dat je ergens op de sociale ladder staat, terwijl eigenlijk ja uit het gewone solliciteren helpt dat niet. Zoals het bij Facebook negatief helpt, kan het bijLinkedIn positief zijn als je gaat solliciteren en je zegt dat… aah verdorie het is iemand die op LinkedIn zit. Dus op die manier is het een ereteken, een lintje.” (DI_7) 4.3.4. Voor verbetering vatbaar LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 59
    • Wanneer ik de respondenten vroeg om nadelen van LinkedIn werd het stil. Enkelekwamen zelf na wat doorvragen tot de vaststelling dat LinkedIn dat: “ik zie eigenlijkniet veel nadelen, ik zie… eigenlijk alleen maar voordelen.” (DI_9)Bij sommigen komt er na wat nadenken en wat zuchten dan toch een antwoord. Degebruikte taal (Engels) en het beperkt aantal extra mogelijkheden worden alsmogelijke „nadelen‟ van LinkedIn opgesomd. “Via het GSM-verkeer is het niet echt userfriendly. Het succes van Facebook is dat er veel applicaties zijn. (…) Bij Plaxo stuurde ik iedereen met zijn verjaardag een elektronische verjaardagskaart. Mocht LinkedIn die mogelijkheid bieden, zou dat schitterend zijn, want mijn meeste contacten zitten in LinkedIn (DI_2) “Mogelijke nadelen (…). Ik vind het vrij beperkt omdat je in gespreksgroepen enkel met teksten kan werken en dus geen documenten kan uitdelen.” (DI_5) “(…) Dat de site nog altijd vrij Amerikaans is. Wat ik bijvoorbeeld leuk vindt op LinkedIn is dat van Amazone, welke boeken ben jij aan het lezen. Maar je kan alleen Engelse, Amerikaanse boeken selecteren…dat zou ik graag zien dat daar de Nederlandstalige markt ook vertegenwoordigd is op die plug-in.” (DI_8)Opvallend hierbij is dat bij de nadelen van LinkedIn geen enkele respondentenprivacyproblemen naar boven brengt. 4.3.5. Een onmisbare tool?LinkedIn biedt voor de respondenten heel wat voordelen,… maar is LinkedInonmisbaar voor de respondenten? Het antwoord is neen. Ofwel wordt er teruggewerkt als vroeger, met offline contacten, met een adresboekje, ofwel zal er wel eennieuwe technologie ter vervanging komen. “Vandaag zit dat in LinkedIn, de kans is reëel dat dat binnen twee jaar in een andere tool zit. Het is niet onvervangbaar, maar zijn dienst wel.” (DI_2)“Ja, vroeger ging dat ook… Als je zegt: ik ga niet deelnemen aan dat platform, euh, jadan je contacten doen het wel allemaal. Dus in dat opzicht is het anders dan vroeger. Die mensen rekenen op LinkedIn om hun relaties te onderhouden en als je daar dan niet aan deelneemt (…) dan val je toch wel een beetje uit de boot.” (DI_3)Al zijn de vele contacten op LinkedIn toch wel zeer waardevol voor de respondenten:“Echt noodzakelijk niet. Natuurlijk moest het morgen weg zijn, zou ik wel zorgen dat ik LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 60
    • een goede export heb van mijn contacten en dan zou ik toch die namenlijst bijhoudenzodat je weet wie in je netwerk zit. Je zou gewoon opnieuw meer businesskaartjesverzamelen. Die belanden nu in een grote doos, eens de contacten op mijn LinkedInprofiel zijn aangesloten. ” antwoordde respondent DI_8 zeer overtuigend op de vraag.Na de vraag of de respondenten zich nog een professioneel netwerk kunnenvoorstellen, volgde de vraag of de respondenten voor LinkedIn zouden betalen.Ondanks het feit dat de respondenten op de vorige vraag nogal vlug het antwoordklaar hadden, is deze financiële kwestie bij de respondenten een punt om bij stil testaan. Na een glimlach en een zucht kwam dan de volgende reactie: “Oh, dat is eenstoute vraag…” (DI_3). De babyboomers gebruiken LinkedIn voor professioneledoeleinden en dit si vast te stellen uit hun antwoord: “als mijn werkgever datbelangrijk vindt, zal hij dat betalen”.De respondenten die het meest gebruik maken van Linkedin, die het grootste aantalcontacten hebben en lid zijn van de meeste groepen zouden zelf betalen nogoverwegen, al hangt alles van de prijs. Ze hebben hier 20 tot 200€ op jaarbasis voorover. 4.4. De privacybeleving van de babyboomgeneratie 4.4.1. Een definitieEr werd aan de respondenten gevraagd om een definitie te geven van privacy. Hetstellen van de vraag liet hen vooral eens stilstaan bij de betekenis “(...) wat is voormij privacy (…) daar heb ik nu nog nooit over nagedacht.” (DI_4) Heel belangrijk voorde respondenten is het zelf kunnen bepalen over wat vrijgegeven wordt en wat niet.Zelf beslissen, persoonlijk, mijn toestemming, controle… zijn de termen die genoemdworden. De meeste respondenten antwoorden iets zoals: “Ja euh… wat is privacy. Privacy is je persoonlijke wereld die je, laat ons zeggen niet aan de buitenwereld wil kenbaar maken. Niet altijd om je bezig bent met illegale zaken, maar eigenlijk gewoon omdat men er geen zaken mee heeft. … Over privacy beslis je zelf.” (DI_7) 4.4.2. Houding t.o.v. privacy 4.4.2.1. Vertrouwen is belangrijk LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 61
    • Privacy hangt voor de respondenten samen met vertrouwen. De invulling van privacyverandert naarmate dat ze vertrouwen hebben in iemand en naarmate dat ze iemandal langer kennen. Ook de omgeving (werk-privé) speelt een belangrijke rol. “Dat is wat trapsgewijs. Ik ontmoet u voor de eerste keer, dus u staat nog onderaan de trap. Er zijn mensen die ik al twintig jaar ken, ja die weten al meer van mij. Het hangt ook af van de omgeving. Mensen die ik al twintig jaar ken in werkomgeving,zullen in een lagere trap staan dan mensen die ik twee jaar ken, maar privé.” (DI_3) “Ik heb ook een Facebook-pagina, maar daar zitten alleen maar mijn kinderen en vrienden van mijn kinderen op, of mensen van de sportvereniging. Mensen van het werk die me uitnodigingen om lid te worden, die weiger ik gewoon en leg ik gewoon uit van op LinkedIn ben ik, ik ken u enkel van het werk, dus hoort het daar thuis.” (DI_8) 4.4.2.2. Privacy evolueert… 4.4.2.2.1. In de tijdIs het concept privacy veranderd volgens de respondenten? Ze merken alvast op dater nu toch anders wordt omgegaan met privacy in vergelijking met vroeger. Derespondenten wijzen dit toe aan het toenemende aantal informatie dat beschikbaargesteld wordt (“Vroeger waren er weinig gegevens beschikbaar en nu is informatiegewoon meer toegankelijk”. DI_1). Hierdoor gaat de inhoud van de term privacy voorde respondenten een stukje verder. Er is meer informatie toegankelijk, dus willen zezelf meer kunnen controleren. Het beter gestructureerd zijn van de informatie heeftinvloed op de privacy. “Ja… vroeger was er niet echt een gestructureerde manier om je privacy vast te leggen. Het was wat organischer. Sommige mensen wisten veel over u, maar dat zat zo niet in een database. Terwijl je nu toch in een aantal fichebakken zit. Ik kan utoegang geven tot mijn profiel en dat weet je op een gestructureerde manier veel over mij.” (DI_3)De respondenten wijzen erop dat er vroeger ook informatie verzameld werd, maar datmensen er nu gewoon meer bij stilstaan omdat het elektronisch gebeurd.“Als mijn kinderen geboren werden, mijn zoon is nu 14, dan had je de roze en blauwedoos in het moederhuis. Je moest een formulier invullen … Ondertussen had je wel dat LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 62
    • formulier ingevuld met al je gegevens, heel je levensloop kon dus gevolgd worden.” (DI_3) 4.4.2.2.2. Volgens generatiePrivacy evolueert volgens de respondenten niet alleen in de tijd, maar ook volgensgeneratie. Hier valt het op dat de „ouderlijke‟ gevoelens van de respondenten naarboven komt en ze verwijzen dan ook vaak naar hoe hun eigen kinderen (of kinderenvan) met privacy omgaan. “Zo heeft een collega een dochter van 24 die heel wat foto‟s van haar studententijd gepost heeft en op interviews komt dit vaak naar voor. Dat vind ik logisch, maar zij niet.” (DI_2)Het begrip privacy wordt anders ingevuld naargelang de generatie waartoe iemandbehoort. Aan de basis hiervan liggen de nieuwe technologieën en het gebrek aanervaring. “Elke generatie wordt wel een stuk beïnvloed door de tijd waarin ze leven, de mogelijkheden die er zijn. Alé dus … dat kan niet anders dan dat mensen die erna komen een andere kijk hebben, alleen al door de mogelijkheden die er zijn.” (DI_4) “Mensen moet leren mee omgaan en mensen met meer levenservaring zouden die waarschijnlijk voor een stuk moeten overdragen aan de jongeren die met al die nieuwe technologieën experimenteren.” (DI_6)De respondenten vrezen bovendien dat „schending van de privacy‟ te pas en te onpaswordt gebruikt. In bepaalde gevallen moet het kunnen dat er inbreuk wordt gepleegdop de privacy, hiermee verwijzen ze vooral naar de veiligheid van de burger.“Privacy is een moeilijke lijn om te trekken. Wat wel, wat niet en het is afhankelijk van de context. Wanneer het gaat om gerechtelijke onderzoeken, zou de privacy veel makkelijker moeten opgeheven worden.” (DI_1)“Politie mag nergens aankomen wegens privacy, maar iedereen zet alles online en dan is het geen privacy meer.” (DI_5) 4.5. Is de generatie babyboomers zich bewust van de privacyrisico’s op sociale netwerksites? LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 63
    • 4.5.1. Wanneer wordt privacy geschonden op sociale netwerksites?Wat verstaan babyboomers nu precies onder „schending van de privacy op socialenetwerksites?‟ En toen werd het stil aan de overkant. De respondenten hadden geenpasklaar antwoord klaar. Toch liggen de antwoorden allemaal in dezelfde lijn. Degeïnterviewden grijpen terug naar het belang van controle, net zoals bij de definitievan privacy is dit de doorslaggevende factor. “(…) Privacy wordt geschonden wanneer gegevens van een persoon gebruikt worden op een andere manier dan hij het bedoeld heeft, of waarvan die persoon zich bewust is of ingestemd heeft.” (DI_3) “(…) Privacy schenden is als je informatie over andere mensen begint op te zetten, zolang je daar zelf dingen gaat opzetten, als ik daar van mij een naaktfoto wilopzetten, mja ik zou dat bijzonder lomp vinden want het is zelf niet esthetisch (lacht), maar dat is dan mijn zaak. Maar moest ik een naaktfoto maken van mijn buurvrouw die ligt te zonnen en ik maak door de haag een foto en ik zet die op een netwerksite dat vind ik dan wel een inbreuk op de privacy.” (DI_6) 4.5.2. Risico’s online en offlinePrivacy evolueert in de tijd en is afhankelijk van de omgeving, dat is al gebleken uitpunt 5.4, maar waar is het risico tot schending van de privacy nu het grootst offline ofonline? Nog zo‟n doordenker voor de generatie babyboomers. Het is een moeilijkevraag om te beantwoorden omdat ze beseffen dat zowel online als offline er risico‟sbestaan. De antwoorden liggen dan ook verdeeld. Een aantal respondenten vinden deprivacyrisico‟s online duidelijk groter. Dit vooral omdat “het een groter bereik heeft”(DI_1) of “de verspreiding gemakkelijker is en minder zichtbaar.” (DI_3)Het valt op dat respondenten die zeggen dat het gevaar offline groter is, dit netaanhalen omdat ze het gevoel hebben dat je er online misschien nog controle overhebt. Toch wordt dit in vraag gesteld. “(…) ooh (…) Ik denk dat offline ook zodanig veel kan mislopen met privacy, iedereen kan dingen doorgeven, daar worden dan geruchten van gemaakt en dat heb jevolgens mij nog veel minder in de hand dan het internet. Bij het internet, denk ik, heb je nog een aantal mogelijkheden, hoe beperkt misschien ook, om op te sporen waar LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 64
    • iets ontstaan is en daar proberen tussen te komen. Terwijl offline, als zo‟n gerucht vertrokken is…” (DI_5) 4.5.3. Privacyrisico op sociale netwerksites 4.5.3.1. LinkedInGeen enkele respondent heeft tot nu toe een probleem gehad met de schending vanzijn privacy op LinkedIn. Dit komt volgens hen vooral doordat LinkedIn eenprofessionele netwerksite is, waar je enkel met professionele zaken bezig bent enwaar bovendien ook geen ruimte of mogelijkheden bestaan om bijvoorbeeldpersoonlijke foto‟s te plaatsen. “Je bent bij LinkedIn veel meer met je imago bezig.”(DI_3). Deze professionaliteit vind je ook bij de groepen terug, aldus derespondenten. “ … het is een professionele discussie met argumenten entegenargumenten. Euh… ik denkt dat je daar niet snel groepen zult hebben zoals bijFacebook: mijn moeder kan alleen maar OK sms‟en of zo iets.” (DI_8). Bovendien zijnhet allemaal contacten die je kent, of zijn het mensen die in contact staan metmensen die ze kennen: “Net omdat LinkedIn de indruk geeft van vooral opprofessionele contacten gericht te zijn. En het netwerk, of de netwerken waar ik deelvan uitmaak op LinkedIn, zijn toch allemaal praktische netwerken van mensen die ikken als collega‟s, zelfs al ken ik ze niet persoonlijk. (DI_6) 4.5.3.2. AndereBij andere sociale netwerksites schatten ze het risico groter in. Zeker Facebook gaatregelmatig over de tongen. “… bij Facebook zit je natuurlijk ook met die foto mogelijkheden en dat heb je niet altijd zelf in de hand, de anderen spelen daar ook mee een rol in.” (DI_5) “Facebook is eigenlijk meer een vrijetijds, ja, vriendenclubje, maar iedereen heeftdaar precies toegang toe tot pagina‟s van iedereen. En ik heb de indruk dat daar meermensen zitten die dat euh, dat het makkelijker mensen aantrekt die informatie, die zevinden, verkeerd gaan gebruiken. …ze ontspannen zich en ze denken er niet bij na dat ze zich ontspannen terwijl heel de wereld meekijkt bij wijze van spreken.” (DI_6)Enkele fenomenen 4.5.3.3. Zichtbaarheid van een foto voor mensen die niet in het eigen netwerk zitten LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 65
    • Hier moet niet over nagedacht worden, het is geen problemen, want “(…) ja kijk diefoto is daar gezet om gezien te worden, dus…” (DI_6) “Wanneer ik op straat loop, hebik ook geen zak over mijn hoofd.” (DI_1 & 3) Wat de respondenten ook hier weeraanhalen is dat ze wel hun toestemming moeten geven(door ervoor te kiezen een fotoonline te plaatsen of door “toestemming te geven.” (DI_4, 8 & 10) LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 66
    • 4.5.3.4. Derden plaatsen foto’s of berichten op het profielDit onderwerp ligt gevoeliger dan de eerst vraag. Ook hier vinden de respondenten datze moeten kunnen beslissen wat op hun profiel geplaatst wordt en wat niet. Aanpositieve boodschappen, storen de respondenten zich minder.“(…) vermits mijn profiel enkel zichtbaar is voor mensen in mijn contactenlijst, zou ik er niet zo zwaar aan tillen. Als het echt storende informatie is, zou ik die informatie verwijderen en wel eens met die persoon praten.” (DI_3) “Als iemand daar iets opzet dat langs geen kanten klopt of lasterlijk is, dan denk iktoch wel dat ik zou reageren. Als daar iemand opzet deze dame heeft mij zo geweldig goed geholpen… ja dat vind ik niet erg. (lacht) (DI_6)De respondenten maken wel een onderscheid tussen een foto van hen als individu ofeen foto van hen op een openbare plaats. “Wanneer ik op een conferentie ben en ze nemen daar een foto van mij, dat zou ikniet erg vinden. Iedereen mag weten dat ik op die conferentie was. Als ze van mij eenfoto zouden nemen in de sauna en die zonder mijn toestemming op de website van desauna plaatsen, daar zou ik niet zo blij mee zijn. Niet iedereen hoeft te weten dat ik in de sauna was en hoe ik er dan bijliep…” (DI_1) Bovendien maken de respondenten een onderscheid tussen bepaalden zaken:  de bedoeling van de foto: “… als men de bedoeling heeft om mij te schaden of belachelijk te maken, dat is voor mij essentieel.” (DI_9)  het al dan niet „getagd‟ worden:”je wordt dus beter wel getagd, dan weet je dat een foto gepubliceerd is” (DI_3) en “…als je tagt ben je searchable” (DI_9) 4.5.3.5. Gegevens worden gebruikt door derdenBij deze vraag werd in het onderzoek een onderscheid gemaakt tussen HR-bedrijvenen marketingbedrijven die gebruik maken van de gegevens die een respondent onlineplaatst. Opvallend hier is dat het eigen voordeel van de respondent een rol speelt. Hetis minder storend dat HR-bedrijven deze gegevens gebruiken want “als je naarLinkedIn gaat, weet je dat dat één van de gevolgen kan zijn.” (DI_5) en “… het is inmijn eigen voordeel. Bij het tweede in het voordeel van de marketeer.” (DI_6) LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 67
    • 4.5.3.6. De digitale voetafdrukGeen enkele respondent keek raar op bij deze vraag. De meeste antwoorden dan ook“(…) zolang met die digitale voetafdruk misbruik niet evident is, heb ik er geenproblemen mee.” (DI_8) en “…ge kunt daar ook moeilijk iets aan doen” (DI_10).Bovendien merken de respondenten op dat dit ook wel voordelen heeft want “we zijnallemaal blij als we op een website komen die, waar ge de taal kunt kiezen, ja dat geniet telkens opnieuw de taal moet kiezen. Dus hij houdt dat ergens bij of hij houdt eencookie bij welke taal dat je gekozen heb. (DI_9) 4.5.3.7. Valse profielen“Shoot the basterd” (DI_1, 2, 10) of hier kwam het bij velen toch op neer. Dit is ietswat volgens de generatie babyboomers echt niet kan. Op de vraag wat ze er aanzouden doen, nemen de meeste zelf initiatief en zullen ze proberen de persoon zelf tecontacteren. Indien dat niet lukt, wordt er naar de websiteprovider gegaan of wordener zelf juridische stappen ondernomen. Enkele vermelden hier ook Jan Vermeiren vanhet boek „Hoe LinkedIn nu echt gebruiken‟ als contactpersoon.Het is de taak van de gebruiker om frauduleuze of onjuiste zaken in verband met hunprofiel te vermelden.“ik doe dat, maar er zijn veel mensen die zien dat het foute informatie is, die zeggen, alé dat is nu toch echt schandalig dat daar staat, maar die eigenlijk niets melden…” (DI_6) “… het is alsof je op straat struikelt over een put, zodanig dat een ander ook valt. Neen als je een beetje burgerzin hebt, dan ga je dat aan de gemeente zeggen om tevermijden dat andere zich pijn doen. Het is dus een vorm van sociaal zijn, ook op het internet. (DI_7) 4.6. Bewust van de privacyrisico’sDe generatie babyboomers is zich bewust over de privacyrisico‟s die er heersen, algaan ze er “zeker niet van wakker liggen” (DI_8). Ze beseffen wel allemaal dat hetverwijderen van je profiel op LinkedIn niet voldoende is om je gegevens van het net tehalen. Bij het stellen van de vraag zeiden alle respondenten dat gegevens nog altijdwel ergens zouden blijven hangen. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 68
    • “(lacht) Een beruchte vraag! Neen. De informatie is zo verspreid en verbreed dat je er niet vanaf geraakt. Je kunt je profiel deleten, maar alles wat in de zoekmachines zit, ga je nog jaren meedragen.” (DI_2)Niet iedereen is zich bewust van de privacyrisico‟s, dat beseffen ook de babyboomers,dit komt “omdat mensen misschien niet voldoende inzicht hebben of erover nadenkeneuh, waar die gegevens eigenlijk allemaal naartoe kunnen omdat ze dat gewoonlosweg gebruiken.” (DI_9)Bovendien merkt de babyboomgeneratie ook op dat er inderdaad privacyrisico‟sbestaan op het internet, maar “of de nadelen hiervan opwegen tegen de voordelen,dat moet jezelf uitmaken hé.”(DI_4) 4.7. PrivacywaarborgBij het idee van privacywaarborg vragen de respondenten zich af of de privacy wel kangewaarborgd worden. Zo vragen ze zich luidop af of “sociale netwerksites je geenzand in je ogen strooien door te zeggen dat je je privacy kan beschermen, terwijl alsje wat zoekfuncties doet, dit helemaal niet zo blijkt te zijn.” (DI_2) en “Ik denk dat hetniet waarborgen is. Als je weet hoe criminele met internet bezig zijn.” (DI_5).Bovendien beseffen ze dat hoeveel je ook je privacy tracht af te schermen, er altijdgevaren zullen blijven bestaan.“Het feit dat je je netwerkkabel in je pc steekt, zet je je deur open. En wat doe je dan,je zet je deur open en je zet daar van alle dingen tussen zodat er niemand binnen kan komen die we niet vragen. Maar uiteindelijk de deur blijft open staan, er zijn altijdmensen die daar net over kunnen en die systemen kunnen bedenken of omzeilen, danmag je nog ne goeie firewall installeren, je deur blijft openstaan. Je moet er altijd van uit gaan dat er altijd mensen zijn die slimmer zijn hé. (DI_4) 4.7.1. VerantwoordelijkDe babyboomgeneratie neemt zijn verantwoordelijkheid op, ze vinden zij dat hetvooral de persoon zelf is die verantwoordelijk is voor het beschermen van zijn privacy. “In de eerste plaats de persoon zelf, de persoon moet zelf goed opletten met wat hij vrijgeeft.” (DI_1) “Maar het is en blijft het individu zelf die verantwoordelijk is voor zijn eigen privacy. Als je je deur niet sluit, komen ze ook binnen hé? Als individu moet je jezelf LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 69
    • beschermen, dat is de belangrijkste stap. Als je dat niet doet, ben je verkeerd bezig.” (DI_2) “…, en dan is het voor de rest ieder voor zich, of dat hij daar een les gaat uit trekken of aandacht gaat aan besteden.” (DI_9)De overheid en de websiteprovider hebben ook een belangrijke taak. De rol van deoverheid is belangrijk voor “het bewustmakingsproces” (DI_2) , niet enkel bij degeneratie babyboomers, ook en vooral bij de jongeren. Deze zijn immers opgegroeidmet het internet, maar “in een school, in een vrijetijdssfeer. Op het moment dat ze ineen werksfeer terecht komen, moeten ze beseffen dat ze dat niet kunnen volhouden.”(DI_8)De overheid krijgt twee belangrijke taken toegekend volgens de babyboomgeneratie:ze moeten:  enerzijds sensibiliseren.“In de studie, opleidingen, in het vak informatica bijvoorbeeld eens dat onderscheidtoelichten van, en inderdaad eens zeggen van Facebook wat zijn de verschillen, hoever ga je, … Het bewustmakingsproces moet in het onderwijs ingeschakeld worden.”(DI_8) “…vanuit de scholen, eh, de scholen daar wordt toch tijd en aandacht besteed aan euh, informatica. Wel misschien moeten ze dat daar is ter sprake brengen en aantonen met een paar voorbeelden waarom.”(DI_9)  anderzijds moet de overheid “via wetgeving een kader scheppen waarbij beheerders zich aan een aantal regels moeten houden, maar dan internationaal.” maar dit is niet zo evident aangezien het internet geen grenzen heeft. Nog steeds volgens dezelfde respondent bevestigd dit: “maar de impact van de privacycommissie op Facebook bijvoorbeeld is nihil…, maar omdat die dingen zo internationaal zijn, ze eigenlijk weinig aan handhaving kunnen doen.” (DI_3)“De leverancier moet de nodige tools wel aanbieden”(DI_2). Het is de taak van deprovider om de gebruiker beter te informeren, anders kan de gebruikers onmogelijkop de hoogte zijn. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 70
    • “Je bent zelf verantwoordelijk voor de dingen die je zelf doet. En ik hou niet van Big Brother situaties, maar er moet toch een behoorlijke bescherming zijn om te verhinderen dat andere mensen je informatie verkeerd gaan gebruiken.” (DI_6) “Als je zelf geen deskundige bent, kun je daar zelf moeilijk over oordelen”. (DI_7) “Je bepaalt ergens zelf van, kijk, tot zover wil ik gaan en niet verder. Nu is dat ookzo, maar door de technologie die er achter zit, die je natuurlijk moet gebruiken om het netwerk te laten functioneren, die technologie heeft veel meer macht.”(DI_9) 4.7.2. Middelen“Welke middelen zijn erom je privacy te beschermen?” Voor de respondenten is demogelijkheid tot het wijzigen van de instellingen belangrijk. De respondenten uitenzich positief over de standaardinstellingen van LinkedIn. Enkele zaken zoalsgeboortedatum of privégegevens (worden afgeschermd), maar de andere zaken staanopen voor de rest van de netwerksite want de LinkedIn gebruiker wil nieuwe contactenleggen.“Contactgegevens kun je afsluiten, cv kun je afsluiten… ik denk dat je zelfs bijna alles kan afsluiten. Maar je wilt natuurlijk ook af en toe gevonden worden.” (DI_3) 4.7.2.1. PolicyEen ander middel dat de provider aanreikt is de privacy policy. Alle respondentenbeseffen dat elke provider een beleid moet opstellen, maar ze hebben zo hun twijfelsbij het nut van de privacy. Ofwel hebben ze de policy gewoon niet gelezen ofwel werdde policy niet begrepen. “…ik ben ook geen jurist. Dus ik acht mijzelf niet in staat om een zinvolle lezing te doen van die voorwaarden of policy.” (DI_3)Bovendien is de privacypolicy van LinkedIn volledig opgesteld in het Engels. Ditverhoogt de drempel nog meer.Toch is de policy een belangrijke zaak voor de respondenten. Het is gewoon eenkwestie van de zaken begrijpbaar maken voor de gebruiker: “ik vind dat er bij hetaanmaken van een profiel een kleine procedure mag bijzijn waarbij je delen van jeprivacy al dan niet kunt vrijgeven met een eenvoudige uitleg bij.” (DI_3) LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 71
    • 4.7.3. LinkedInVoor de respondenten wordt hun privacy op LinkedIn gewaarborgd. De link wordtgelegd naar het doel van LinkedIn: het is een professionele netwerksite. Dit merken zeook aan de leden: “ik neem aan dat het veilig is, dat ga je dan weer afwegen op wiehet gebruikt.” (DI_7). Ook de gegevens die worden vrij gegeven op LinkedIn speleneen rol. Ze beschouwen de gegevens van LinkedIn niet als zijnde „privé‟ : “het cvbehoort niet tot het domein van de privacy” (DI_7)Bovendien “zijn er voldoende mogelijkheden om je privacy te regelen en al dan nietopen te zetten.” Toch moet je steeds kritisch blijven, zegt nog steeds dezelfderespondent: “wat er achter de schermen gebeurt, weet ik niet en dan zou ik eigenlijkde kleine lettertjes moeten doorgronden en dat heb ik natuurlijk niet gedaan.” (DI_3)De respondenten vinden het belangrijk om zelf te kunnen kiezen wat ze aan wie latenzien. De mogelijkheid tot het veranderen van de privacyinstellingen spelen hier eenbelangrijke rol. Blijkbaar telt hier voor de respondenten ook één gouden regel: “Almijn gegevens op LinkedIn staan open. Ik post niets dat mijn moeder, vader, vrouw,schoonmoeder,.. niet mogen weten.” (DI_1,2,8) “… ik denk dat dat de beste regel isen ik denk dat het dat is wat jongeren nog te weinig beseffen.” (DI_8)5. Besluit deel 2De generatie babyboom maakte kennis met het internet via het werk. Dagelijksspenderen de babyboomers verschillende uren op het internet. Ze bezoeken danvooral sites om bepaalde opzoekingen te doen of om online te bankieren. Ook desociale netwerksites en nieuwsredacties worden genoemd als meest bezochte website.Babyboomers leren graag bij (Nyren, 2005) en dat bevestigd ook het onderzoek. Hetinternet wordt immers voornamelijk gebruikt om kennis op te doen.Netwerken is belangrijk, ook voor de babyboomers. Zij gebruiken hun netwerkenhoofdzakelijk voor de professionele ontwikkeling. Via de netwerken kunnen debabyboomers nieuwe kennis verzamelen en eigen kennis delen met anderen. Dekomst van het internet deed nieuwe vormen van netwerken ontstaan die ervoorgezorgd hebben dat het netwerken veel vlotter verloopt. Maar toch heeft het internetde offline netwerken zeker niet vervangen. Ze vullen elkaar aan en bestaan naastelkaar. De respondenten benadrukken ook het belang van het onderhouden van een LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 72
    • netwerk, niet enkel online,maar ook offline. Hiermee bevestigen ze wat ook in deliteratuur beschreven staat.De hype van de sociale netwerksites zijn niet aan de babyboomgeneratie voorbijgegaan. Naast LinkedIn zijn de respondenten ook nog lid van één of twee anderesociale netwerksite. Toch wordt niet alle profielen even goed onderhouden. Dit heeftalles te maken met het doel van de sociale netwerksites en het aantal contacten datde respondenten hebben op een website. Een professionele netwerksite heeft meersucces en een netwerksite waar ze amper connecties hebben, wordt eigenlijk niet veelgebruikt.Sociale netwerksites hebben het gemakkelijker gemaakt om contacten te onderhoudenen ze maken de wereld weer een beetje kleiner. Bovendien bevestigen derespondenten dat LinkedIn meer en meer gebruikt wordt voor bedrijfsdoeleinden,bijvoorbeeld voor het screenen van respondenten. De professionele doelgroep vanLinkedIn is een belangrijke factor om het succes van LinkedIn te verklaren.Hoewel deze sites heel wat voordelen bieden, zijn de respondenten zich bewust van denadelen, zo stellen ze zich grote vragen bij de gevaren en dit komt vooral doordat zebeseffen dat lang niet iedereen zich bewust is van wat hij of zij doet op het internet.Daarenboven stellen de respondenten zich ernstige vragen bij wat er met een profielgebeurt indien er een gebruiker komt te overlijden. Hier wordt volgens hen te weinigaandacht aan besteed.De babyboomgeneratie is in contact gekomen met LinkedIn via een uitnodiging vaneen kennis of vriend. Ze gaan soms ook op zoek naar extra informatie voor hetgebruik van LinkedIn en het valt hierbij op dat het boek van Jan Vermeieren hier eenvaak genoemd hulpmiddel is. Gedurende het onderzoek valt het op dat heel watrespondenten de tips uit het boek volgen in hun dagelijks gebruik met LinkedIn.LinkedIn wordt gezien als een digitalisering van hun oude adresboek. Het maakt hetmakkelijker om up-to-date informatie te hebben van contacten. Het voordeel vanLinkedIn is dat ze ook te rade kunnen gaan bij vrienden van vrienden. Deze stap is numinder groot geworden. LinkedIn wordt ook gezien als een online CV. Dit wordt vantwee zijden bekeken: om werk te zoeken of om toekomstige werknemers te screenen.Ondanks het feit dat LinkedIn als HR-tool vermeld wordt, heeft nog geen enkelerespondenten tot nu toe via LinkedIn een andere job gevonden en/of gezocht heeft. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 73
    • Maar het hebben van een profiel op LinkedIn zegt iets over wie je bent en wat jewaard bent. Het wordt aanschouwd als het hebben van een soort „lintje‟.Het vinden van nadelen van LinkedIn is moeilijker. Toch deden de respondentenenkele aanbevelingen. Zo mag de tool wat userfriendly worden, bijvoorbeeld voor hetgebruik van de tool via de GSM. Ook de Engelstalige achtergrond van de website zorgtvoor wat ergernissen.LinkedIn maakt het makkelijker, ze maken er veel gebruik van, maar het is zeker nietonmisbaar. Wel geloven de respondenten dat er een andere tool in de plaats zalkomen en dat het basisidee van LinkedIn zeer belangrijk is. Ze hechten veel waardeaan de contacten die aangesloten zijn bij hun profiel en mocht LinkedIn verdwijnen,zouden ze toch eerst een export maken, uit angst anders contacten te verliezen. VoorLinkedIn betalen is hen dan ook een stap te ver. Ze gebruiken het hoofdzakelijk voorprofessionele doeleinden, dus indien hun werkgever het belangrijk vindt, moet die ermaar voor betalen. Er zijn respondenten die er wel geld voor over hebben. Dit zijn danook de respondenten die er het meest gebruik van maken en de meeste contactenhebben. Zij hebben er 20 tot 200 € op jaar basis voor over.Een definitie geven van privacy is ook voor de babyboomers moeilijk. Bij het stellenvan de vraag, beseffen de respondenten dat ze eigenlijk nog nooit over de vraaghebben nagedacht. Het aspect controle is echter zeer belangrijk. De respondentenwillen zelf kunnen beslissen over wat beschikbaar wordt gesteld en wat niet. Ookvertrouwen is belangrijk wanneer het op privacy aan komt. Zo verandert de invullingvan privacy naarmate dat ze vertrouwen hebben in iemand. Deze persoon krijgt danmeer toegang tot de “privé” van een respondent. Het onderscheid tussen werk enprivé is voor de babyboomers van groot belang.Privacy is een concept dat evolueert. Het evolueert in de tijd. Zo is er nu natuurlijkmeer informatie beschikbaar, maar de informatie is ook meer gestructureerd. Dit heeftvoor de respondenten een invloed op de privacy. Mensen staan volgens debabyboomers meer stil bij privacy omdat het nu elektronisch gebeurd. Privacyevolueert ook volgens generaties. Elke generatie leeft in een andere cultuur en ditheeft gevolgen voor de perceptie op privacy. Ook het gebrek aan ervaring speeltvolgens de babyboomgeneratie een rol. Door hun ervaring met de opkomst van hetinternet zien de respondenten zich als „bevoorrechte getuigen‟. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 74
    • In bepaalde gevallen tolereren de babyboomers dan ook dat er een inbreuk wordtgepleegd op de privacy. Dit moet volgens de babyboomers kunnen wanneer dit deveiligheid van de burger ten goede komt.Er bestaan heel wat risico‟s en daar zijn de babyboomers zich van bewust. Privacywordt dan ook geschonden wanneer een babyboomer zijn controle op de zakenverliest. Of het risico nu groter is online of offline? Daar komt niet echt een duidelijkantwoord op. Enkelen zien een groter risico online wegens het grotere bereik, voorandere is het risico groter offline omdat je daar helemaal geen controle hebt overzaken die over je gezegd worden. Toch zijn ze kritisch, want online kun je ook alleenmaar denken dat je veilig bent.Het privacyrisico op LinkedIn is echter laag voor de babyboomgeneratie. Het is eenprofessionele netwerksite met alleen maar mensen met goede bedoelingen, wantiedereen werk er aan zijn of haar imago. Bovendien biedt LinkedIn ook niet demiddelen om „te veel‟ toegang te geven tot je eigen privacy. Zo kun je bijvoorbeeldgeen foto‟s plaatsen. Aangezien ze op LinkedIn weinig gevaren zien voor de schendingvan hun privacy, passen de respondenten weinig aan in de instellingen van LinkedIn.Alles staat open voor iedereen. Het is een professionele netwerksites, metprofessionele mensen en als je wilt gevonden worden, dan moet je je kenbaar maken.Het is de gebruiker zelf die verantwoordelijk is voor het beschermen van zijn privacy.Dat is de eindconclusie van de babyboomers. Natuurlijk moet de website provider danwel de nodige hulpmiddelen bieden en het is de taak van de overheid om mensen tesensibiliseren en vooral van hen bewust te maken over de gevaren van de privacy. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 75
    • Algemene conclusieDat privacy een belangrijk, doch een gevaarlijk onderwerp is, werd duidelijk in ditonderzoek. Er zijn maar liefst drie doden gevallen. “Shoot the bastards” was hetantwoord wanneer we aan babyboomers vroegen wat ze ervan vinden als iemand eenprofiel maakt in hun naam. En toch is het de realiteit…Het onderzoek eindigt met waar het allemaal begon: “LinkedIn voor babyboomers:professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens?”Zowel uit de literatuur als uit het kwalitatieve onderzoek is gebleken dat het vindenvan een goede definitie van privacy niet eenvoudig is. Voor babyboomers spelen heelwat factoren een rol: emotie, de situatie, de omgeving,… Bovendien gaat privacygepaard met vertrouwen. Hoe meer vertrouwen, hoe groter de kans op toegang tot deprivacy. Centraal bij privacy staat controle. Dit komt vooral door de opkomst van desociale netwerksites. Deze hebben als voordeel dat de gebruiker zelf informatie overzijn persoon beschikbaar kan stellen, maar dan moet gebruiker ook zelf kunnenbeslissen over wat hij vrijgeeft, aan wie hij dit vrijgeeft en wanneer hij dit vrij geeft.Het hebben van controle is een zeer belangrijke factor. De informationeleprivacydimensie van Walrave (1999) en Fisher-Hübner (1993) staan hier centraal.Volgens babyboomers verdwijnt privacy niet, maar verandert de invulling wel. Er wasvolgens Weyns (1999) en Boyd (2007) al eens een verschuiving in de privacy door deopkomst van het internet en ook de intrede van de sociale netwerksites zal hier eenimpact op hebben, aldus de babyboomers.De hype van sociale netwerksites zijn niet aan de babyboomers voorbij gegaan. Ookzij maken deel uit van één tot meerdere netwerksites. LinkedIn wordt het meestgebruikt door de generatie babyboom en dit komt vooral door het professionelekarakter. Babyboomers hebben vertrouwen in de leden van LinkedIn en dit uit zich inhun privé-instellingen. De enige gegevens die worden afgeschermd zijn de „echteprivégegevens‟ zoals: verjaardagen en het persoonlijk adres en telefoonnummer. Al derest is zichtbaar voor het hele netwerk, want LinkedIn dient nu net om in contact te(blijven) staan met professionele betrekkingen. Het grote vertrouwen in LinkedInzorgt ervoor dat babyboomers LinkedIn ook vaker zullen gebruiken als online socialenetwerksite. Dit gegeven verwijst naar de „Know, Like en Trust factor‟ van Burg(2005) geciteerd door Vermeiren (2008). LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 76
    • Het plaatsen van een profielfoto is voor de babyboomers geen probleem. Op straatloop je ook niet met een zak over je hoofd en een profiel met een foto maakt hetallemaal veel persoonlijker. Dit maakt het gebrek aan „real face-to-face‟ contacten watgoed.Netwerken is belangrijk. De online en offline netwerken vullen elkaar hier aan.Opvallend hierbij is wel dat contacten in het online netwerk er gekomen zijn na eeneerste ontmoeting offline of via een reeds gekend contact, het zogenaamdetweedegraads contact. Dit maakt LinkedIn uiterst interessant, het biedt immers demogelijkheid om te gaan kijken welke mensen in het netwerk zitten van eerstegraadscontacten en bovendien kan net die eerste graad ervoor zorgen dat er contactengelegd worden. Hiermee benadrukken ze net als Vermeiren (2009) het belang van detweede graad bij LinkedIn. Sociale netwerksites maken het netwerken duseenvoudiger, het gaat sneller en het verlaagt vaak de drempel.De babyboomer ziet LinkedIn als een digitaal adresboek. De businesskaartjes zijnpassé en het virtueel profiel maakt zijn opmars. De generatie babyboom heeftLinkedIn, net zoals het internet, met vallen en opstaan leren gebruiken, maar hierdoorhebben ze ervaring opgedaan. Ervaring die hun sterker maakt, want hierdoor kunnenze kritischer naar de zaken kijken. Dit is voor babyboomers immers de reden waarommensen zich niet altijd bewust zijn van de risico‟s: ze hebben geen ervaring of wegensgebrek aan kennis van de nieuwe technologische middelen. Jongeren zijn welopgegroeid met het internet, maar in een heel andere context, namelijk voorvrijetijdsdoeleinden. Wanneer je op de werkvloer terecht komt, moet een heel anderementaliteit worden ingenomen, aldus de generatie babyboom. Babyboomers zien hiereen win-win situatie tussen zichzelf en de jongeren generatie. De babyboomgeneratieheeft de ervaring en de jongeren hebben meer kennis van de nieuwste ontwikkelingenop de digitale markt.LinkedIn wordt vooral gebruikt om kennis te delen (via de groepen), professionelerelaties te onderhouden, het vinden van een nieuwe baan of het screenen vansollicitanten. Dit zijn punten die ook worden opgesomd door Fisher (2005, p.19) alsenkele belangrijke waarden van netwerken. De voordelen van online en offlinenetwerken zijn vergelijkbaar. Bovendien bevestigen babyboomers hier twee zaken uitde gouden driehoek van netwerken (Vermeiren, 2008): het geven en delen vaninformatie is belangrijk, maar zelf informatie vragen moet ook kunnen in een onlinesociaal netwerk. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 77
    • De respondenten zijn zich maar al te goed bewust van de risico‟s die er leven op hetdigitale netwerk. Zo springen ze zeer voorzichtig om met het delen van privé-informatie en foto‟s. Ze maken ook een strikt onderscheid tussen privé en werk. Debabyboomgeneratie is opportunistisch wanneer het op de schending van de privacyaankomt. Wanneer het in hun voordeel speelt, kan het hun plots allemaal niet veelmeer schelen. Maar ze relativeren ook de toename van schending van de privacy.Volgens de generatie babyboom wordt er nu gewoon meer over nagedacht omdat ermeer informatie beschikbaar wordt gesteld en deze informatie ook door meer mensenconsulteerbaar is. Maar schending van de privacy is er altijd geweest. Vroeger werdener ook gegevens verzameld en bankkaarten nagemaakt, maar alleen is dit nu allemaalgedigitaliseerd.Over wie de privacy moet waarborgen zijn de babyboomers het allemaal eens: degebruiker zelf. De gebruiker heeft zelf de controle en moet die controle dan ookgebruiken om zijn gegevens te beschermen. Dit kan wel alleen maar als de gebruikerweet waarmee hij bezig en wat de gevaren zijn. Hiermee snoeren babyboomers decritici van Wikinomics en We-think, die door Van Dijck en Nieborg (2009) wordenaangehaald, de mond. De gebruikers zijn geen anonieme massa en ze kunnen zelf hunverantwoordelijkheid nemen. Hiervoor moeten ze wel de nodige middelen krijgen. Hierligt een belangrijke taak bij de overheid en de website provider. De overheid moetzorgen voor meer bewustmaking, dit kan ondermeer door opleiding. De websiteprovider moet de nodige tools aanbieden. Zo moet het mogelijk zijn om de privacyinstellingen aan te passen zodat de gebruiker zelf kan kiezen welke gegevens hij laatzien aan wie. Ook een goede privacy policy is belangrijk voor de babyboomer, al moetdie dan wel begrijpbaar worden opgesteld. Een korte begrijpelijke tekst bij deaanmaak van het profiel is voor de babyboomers reeds voldoende.Dat privacy op sociale netwerksites alsmaar meer een issue wordt, daar is geendiscussie meer over mogelijk. Elke dag verschijnt er wel een nieuw bericht overprivacyproblemen bij een sociale netwerksite. Opvallend hierbij is wel dat het gaat omde populaire netwerksites waar gebruikers zelf meer privégegevens vrijgeven. Doorhet voeren van dit onderzoek werd het privacy onderwerp bij „professionelenetwerksites‟ ook eens belicht. Babyboomers beseffen dat ook op LinkedIn hungegevens door derden kunnen gebruikt worden, maar ze maken hier wel de kritischebedenking bij “ wat gaan ze ermee kunnen doen?” Op LinkedIn worden immers alleengegevens vrij gegeven die zonder al te veel zoekwerk ook elders terug te vinden zijn.Een carrièreloopbaan of de voorbije studies zijn geen „top secret‟ gegevens voor de LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 78
    • babyboomers en dit mag gerust geweten zijn door de hele wereld. Privacy blijft voorde generatie babyboom dus belangrijk en vooral het aspect van het „controle‟ hebbenover de zaken. Ook security is in dat opzicht belangrijk, die security wordtaangeboden door de provider, namelijk LinkedIn. Het betreft hier de tools die hetmogelijk maken de privacy af te schermen. Ondanks het feit dat LinkedIn alsbetrouwbaar wordt aanschouwd, leggen de babyboomers toch ook de nadruk op hetfeit dat een gebruiker zich bewust moet blijven van alle mogelijke gevaren.Het is echter aan de gebruiker zelf om na te gaan of de vele voordelen op wegentegen de nadelen… 5.1. Verder onderzoekHet geleverde onderzoek levert nuttige inzichten op in het onderzoek naarprivacyperceptie bij sociale netwerksites, vooral omdat het kijkt naar het kleinerebroertje van de populaire sociale netwerksites. Het onderzoek heeft aangetoond datbabyboomers op LinkedIn niet wakker liggen van hun privacy, vooral omdat zevertrouwen hebben in deze professionele netwerksite. Toch zijn ze zich bewust van degevaren en ze roepen dan ook op tot meer bewustmaking.Dit onderzoek is dan ook een aanvulling op reeds eerdere studies die reeds uitgevoerdzijn op sociale netwerksites, al werd er hier wel uitgegaan van het standpunt van degebruiker. Ligt hij er echt wakker van?Meer onderzoek is noodzakelijk indien gekeken wil worden naar hoe LinkedIn beteretools zou kunnen aanbieden voor zijn gebruikers en indien men wilt achterhalen hoedie bewustmaking het best gebeurt.De babyboomgeneratie verwijst hier ook naar het verschil met de jongeren. Hier kanin bijkomend onderzoek worden op verder gebouwd om te kijken of de leeftijdinderdaad een belangrijke factor is in de perceptie op privacy. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 79
    • BibliografieBaarda, D.B., de Goede, M.P.M., Teunissen, J. (2009). Basisboek KwalitatiefOnderzoek.Groningen: Wolters NoordhoffBarnes, S. (2006, september). A privacy paradox: social networking in the UnitedStates. First Monday, 11, 9.Boeije, H. (2005). Analyseren in kwalitatief onderzoek: denken en doen. Den Haag:Boom uitgevers.Bontekoning, A.C. (2007). Generaties in organisaties: een onderzoek en de effectendaarvan op de ontwikkeling van organisaties. Universiteit van Tilburg: Tilburg.Boyd D. & Ellison N. (2007). Social network sites: definition, history and scholarship.Journal of Computer Mediated Communication, 13 (1), artikel 11.Burlage, D. (2010). Sharepoint 2010 op Managementniveau. Danny Burlage: pre-release.Cachia, R. (2008). Social computing: study on the use and impact of online socialnetworking. Luxemburg: Office for official publications of the European Communities.Cate, F. (1997). Privacy in the information age. Washington: Library of congresscataloging-in-publication data.Charron et al. (2006). How Networks erode institutional power, and what to do aboutit. Forrester research. Geraadpleegd op 15 april 2010 op het World Wide Web:http://www.forrester.com/rb/Research/social_computing/q/id/38772/t/2Chen, S. & Williams, M.A. (2009) Privacy in social networks: a comparative study.Paper gepresenteerd voor de Pacific Asia Conference on Information Systems.De Gier, G. (2007). Netwerken doe je zo! Netwerk Pers: ZwolleDe Laet, M., Offermans, P. & Toye, P. (2004). Marktonderzoek. Antwerpen: De Boeck.Delnooz, P. (1996). Onderzoekspraktijken. Amsterdam: BoomDe Pelsmacker, P. & Van Kenhove, P. (2006). Marktonderzoek: methoden entoepassingen. Amsterdam: Pearson Education Benelux. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 80
    • Digimedia (2008), studie: het gebruik van sociale netwerken in België. Geraadpleegdop 15 april 2010 op het World Wide Web:http://www.digimedia.be/nl/article.php?id_act=4268Fischer, D. (2005). Professional Networking for Dummies. Wiley Publishing:Indianapolis,IndianaFischer-Hübner, S. (1998). Privacy and security at risk in the global informationsociety. Information, Communication & Society, 1:4, 420-441.Gutwirth, S. (1998) Privacyvrijheid! De vrijheid om zichzelf te zijn. Den Haag:Rathenau Instituut.Gross, R. & Acquisti, A. (2005). Information revelation and privacy in online socialnetworks. New York: ACM.Huijboom et al. (2009). Public Services 2.0: The impact of social computing on publicservices. Office for official publications of the European communities: Luxembourg.Jennings, C. & Fena, L. (2000) The hundredth window: protecting your privacy andsecurity in the age of the internet. Free Press: New YorkKool, L. & Frissen, V. (2008). Rethinking privacy in online environments. Papergepresenteerd voor ITS Conference, Rome.Lee, R. (2009). Babyboomers in the digital age. Geraadpleegd op 20 april 2010 op hetWorld Wide Web: http://www.slideshare.net/PewInternet/baby-boomers-in-the-digital-age?type=powerpointLusoli, W., Miltgen, C. (2009). Young people and emerging digital services. Anexploratory survey on motivations, perceptions and acceptance of risks. Luxemburg:Office for official publication of the European Communities.Madden et al. (2007, 16 december). Digital footprints: online identity managementand search in the age of transparency. Washington: PEW Internet and American LifeProject.Maso, I. & Smaling, A (1998). Kwalitatief onderzoek: praktijk en theorie. Amsterdam:uitgeverij Boom.Mortelmans, D. (2007). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Leuven: Acco. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 81
    • Moons, J. & De Backer, C. (2009). Facebook en privacy. Informatie, 2009, 26-33.Nielsen Online (2009, maart). Global faces and networked places: a Nielsen report onsocial networking‟s new global footprint. Geraadpleegd op 5 oktober 2009 op hetWorld Wide Web: http://blog.nielsen.com/nielsenwire/wp-content/uploads/2009/03/nielsen_globalfaces_mar09.pdf.Nyren, C. (2005). Advertising to baby boomers. Paramount Market Publishing: NewYork.OCLC (2007). Sharing, privacy and trust in our networked world. Ohio: OCLC onlinecomputer library center, Inc.O‟Reilly, T. (2005, 30 september). What is Web 2.0. Design Patterns and BusinessModels for the next generation of software. Geraadpleegd op 15 november 2009 ophet World Wide Web:http://www.oreilly.com/pub/a/oreilly/tim/news/2005/09/30/what-is-web-20.html.Paine, C. et al. (2007). Internet users‟ perceptions of „privacy concerns‟ and „privacyactions‟ (elektronische versie). International journal of human-computerstudies, 65,526-536Solove, J. , Rotenberg, M. , Schwartz, P.M. (2006). Privacy, information andtechnology. New York: Aspen Publishers, Inc.Sørensen, L. (2009). User managed trust in Social Networking – comparing Facebook,MySpace and LinkedIn. Kopenhagen: Center for communication, media andinformation technology: Aalborg University.Snyder, B. (2008, 10 november). Finally found out who LinkedIn users are.Advertising Age, 12-13. Geraadpleegd op 25 april 2010 op het World Wide Web:http://www.andersonanalytics.com/uploads/AdAge20081110.pdfVan Belleghem, S. (2009). Meer dan 370 000 Belgische 50-plussers actief op socialenetwerken. Persbericht van InSites Consulting verspreid op 23 april 2009.Van Belleghem, S. (2010). Social media around the World. Geraadpleegd op 30 april2010 op het World Wide Web: http://www.slideshare.net/stevenvanbelleghem/social-networks-around-the-world-2010 (Insites Consulting) LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 82
    • Van Dijck, J. & Nieborg, D., 2009, Wikinomics and its discontents: a critical analysis ofWeb 2.0 business manifestos. Sage Publication: LondonVincent, A. & Valkenburg, J. (2009). Solliciteren via LinkedIn. Utrecht: Spectrum.Vermeiren, J. (2008). Let‟s connect! Pearson Education Benelux: Amsterdam.Vermeiren, J. (2009). Hoe LinkedIn nu echt gebruiken? Pages: Gent.Walrave, M. (1999). Privacy gescand? Direct marketing en de bescherming van depersoonlijke levenssfeer. Leuven: Universitaire Pers Leuven.Walrave, M. (2002). Privacy op het internet: reëel of virtueel? Een onderzoek naarbescherming van de persoonlijke levenssfeer in Belgische commerciële websites.Tijdschrift voor sociologie, 23, 3-4.Wasserman, S. & Faust, K. (1994). Social network analysis: methods and applications.Cambridge: Cambridge University Press.Weyns, W. (1998). Grensschermutselingen, een sociologische verkenning van degrens tussen privé en publiek domein. Tijdschrift van de Sociologie, 3, 1Andere bronnenErnst, (M.), januari 2010, HRMWitboek. BizInfo: GentLinkedIn (2008). About us. Geraadpleegd op 5 oktober 2009 op het World Wide Web:http://press.linkedin.com/ ..LinkedIn (2008). Company history. Geraadpleegd op 5 oktober 2009 op het WorldWide Web: http://press.linkedin.com/history.O‟Dell, J. (2010, 19 april.) Facebook now commands 42% of social media traffic.Geraadpleegd op 29 april 2010 op het World Wide Web:http://m.mashable.com/1806/show/43424bf2a0333fd8d20cb58e2b76240a&t=49b431d2932a8c7919c8e5aa08c586e2.De Standaard Online (2008, 11 augustus). LinkedIn rijmt op Facebook en Plaxo.Geraadpleegd op 3 december 2009 op het World Wide Web:http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF11082008_112 .De Standaard Online (2009, 2 december.) Tien opvallende Facebook/Twitter-verhalenvan 2009. Geraadpleegd op 3 december 2009 op het World Wide Web: LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 83
    • http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF02122009_033&word=facebook.De Standaard Online (2010, 6 maart.) Verslaafd aan de virtuele boerenstiel.Geraadpleegd op 6 maart 2010 op het World Wide Web:http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=VF2N553L&word=farmvilleStewart, J. (2008). An introduction to online social networking systems. Geraadpleegdop 15 november 2009 op het World Wide Web:https://www.wiki.ed.ac.uk/display/IandS/An+Introduction+to+online+Social+Networking+Systems. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 84
    • Overzicht tabellen en figurenTabellenTabel 1 Karakteristieken van sociale netwerksites p. 24Tabel 2 Definities van privacy p. 33Tabel 3 Overzicht van de respondenten P. 46FigurenFiguur 1 Schema van web 2.0 ontstaan tijdens een p. 17 brainstormsessie van O‟Reilly MediaFiguur 2 De gouden driehoek van netwerken p. 19Figuur 3 Aantal sociale netwerkgebruikers per land p. 23Figuur 4 Vertrouwen in sociale netwerksites p. 24Figuur 5 Vergelijking LinkedIn, Xing en Plaxo p. 26Figuur 6 Vergelijking aantal gebruikers 2009-2010 p. 27Figuur 7 De categorieën van LinkedIngebruikers p. 29 LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 85
    • LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naarprivacygegevens? 86