Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte                        Sara Jane DeputterVakgroep Communicatiewetenschappen        ...
DankwoordSeptember 2008, ik neem de beslissing om mijn fulltime job te combineren met eenopleiding communicatiewetenschapp...
InhoudsopgaveAbstract ------------------------------------------------------------------ 9Inleiding ----------------------...
5.1.        Ontstaan ------------------------------------------------------------------------- 27   5.2.        Definitie ...
2.3.        Kwalitatief onderzoek ----------------------------------------------------------- 443.   Eigen onderzoek -----...
4.1.       Babyboomgeneratie en het internet -------------------------------------------- 51    4.1.1.         kennismakin...
4.4.2.2. Privacy evolueert… -------------------------------------------------------- 62         4.4.2.2.1.     In de tijd-...
Algemene conclusie ----------------------------------------------------76   5.1.     Verder onderzoek --------------------...
AbstractFacebook, Twitter, LinkedIn,… één voor één zijn het sites geworden die een vasteplaats kregen in onze maatschappij...
Inleiding      Drie, twee, één,… wie niet weg is, is gezien! Internet heeft veel zaken mogelijk      gemaakt,     maar    ...
massieve verwerking van persoonsgegevens dreigt ons geheel transparant en      controleerbaar te maken” (Gutwirth, 1998, p...
meer bepaald van de babyboomgeneratie. Zes onderzoeksvragen staan centraal en  elke onderzoeksvraag is opgedeeld in een aa...
o    Privacy bij LinkedIn en andere sociale netwerksites: is er                             een verschil?                 ...
Voorbeelden hiervan zijn de studies van Solove et al. (2006), Lusoli & Miltgen  (2009) en Barnes (2006).  Dit onderzoek is...
derde hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het belang van netwerken.  Hoofdstuk vier gaat specifiek over de sociale n...
Deel 1 Social computing en privacy1. Social computingSocial computing is een relatief nieuw begrip, maar wordt inmiddels g...
Figuur 1:Schema van web 2.0 ontstaan tijdens een braistormssessie van O‟Reilly Media                                      ...
 het toegang hebben tot informatie en ideeën,            het creëren van bondgenoten, zowel op zakelijk als persoonlijk ...
 bedanken: bedank mensen uit het netwerk, ook al hebben ze niet              kunnen helpen.                              ...
In de praktijk beschrijft Jan Vermeiren (2008) dit als volgt:            factor van het kennen: wat weten mensen over iem...
depends on our personality, the stage we are at in our lives, and our particular socialcircumstances. The use of online sy...
4.3. Het succes van sociale netwerkenDe populariteit van sociale netwerksites blijft groeien. Dit blijkt uit een onderzoek...
Figuur 3: Aantal sociaal netwerkgebruikers per land                                                  Bron: Van Belleghem (...
Figuur 4: Vertrouwen in sociale netwerksites                                                        Bron: Van Belleghem (2...
Uitbreiden van data                De meeste sociale netwerken laten het toe om de                                   netwe...
o    exclusieve gemeenschappen (a Small World),                              o    …            4.7. Professionele sociale ...
seminarie van Kortom over Netwerken en samenwerken op 27 april 2010 inAntwerpen, melde Bert Verdonck (Networkingcoach) dat...
een schitterende start en sloot het einde van diezelfde maand mei af met 4500 ledenin het netwerk.        5.2. Definitie“A...
 Senior Executives: zij zien de zakelijke voordelen van een social network                  in,                Late adop...
(Chen & Williams, 2009). De netwerksite bestaat uit twee delen: „private membership‟is voor iedereen. Voor „business, busi...
en privacy verstaat. Zo verklaart Weyns (1998) dat wat in de negentiende eeuwvanzelfsprekend leek, niet langer de realitei...
en ervaringen te verwerken en dit zonder                                         tussenkomst     van   anderen.        Het...
6.2. Definitie van privacy in de informatiesamenlevingZoals aangehaald in punt 6.1 is een definitie van privacy geven niet...
Privacy is a continuous, dialectic process that people negotiate            Altman (1975)intuitively in the course of thei...
vooral wanneer een gebruiker gedwongen wordt om informatie te geven.       (Fischer-Hübner, 1998, p.420-427)Volgens Walrav...
6.4. Privacybescherming                          6.4.1. De noodzaakDoor de opkomst van het internet en sociale netwerksite...
 de     gebruiker     moet   zelf    toestemming     geven    om    informatie    te                 verspreiden, maar is...
Los van deze drievoudige bescherming, verwijst Walrave (2009, p. 246-312) ook naarde wettelijke privacybeschermingsmaatreg...
7. LinkedIn en privacyProfielen op LinkedIn zijn afgeschermd voor bezoekers die zelf niet over een profielbeschikken op Li...
 Profile and Status Updates: LinkedInleden bepalen of hun connecties                 een bericht krijgen wanneer hun stat...
Er moeten privacymaatregelen genomen worden. Digitale sporen worden gevolgd,opgeslagen    en    verwerkt    voor    onderm...
Deel       2     Empirisch               luik:      de         perceptie        van      debabyboomers                 op ...
veranderd? Verder bouwend op het vorige hoofdstuk staan we even stil bij de privacyop LinkedIn, liggen babyboomers er wakk...
van    bepaalde     ervaringen     en        attitudes   in   het     domein       van    de    directmarketingcommunicati...
2. etnografische studie: beschrijft culturen of groepen van binnen uit en doet vaak                               beroep o...
3.2. Onderzoeksfasen                      3.2.1. Grounded TheoryHet onderzoek baseert zich op de Grounded Theory of de gef...
het algemeen) naar meer specifieke elementen voor het onderzoek (waarborgen vande privacy).( zie bijlage 1). Dankzij de to...
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar

1,377

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
1,377
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
20
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Transcript of "Bachelorpaper Deputter Sj Vopenbaar"

  1. 1. Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte Sara Jane DeputterVakgroep Communicatiewetenschappen Rolnummer: 91763Werkcollege Strategische Bedrijfscommunicatieen MarketingSchakeljaar Master CommunicatiewetenschappenProf. Jo Pierson LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? Thema: Generatie-specifieke perceptie van en omgang met privacy op sociale netwerksitesScritiebegeleider: Prof. Jo Pierson Academiejaar 2009 - 2010Begeleidende assistente: Eva Vanhengel
  2. 2. DankwoordSeptember 2008, ik neem de beslissing om mijn fulltime job te combineren met eenopleiding communicatiewetenschappen aan de VUB. Ik wist dat het zwaar zou wordenen daarom besloot ik om mijn programma op te delen. Bijgevolg werd mijnbachelorpaper uitgesteld tot juni 2010. Van uitstel kwam echter geen afstel en inseptember 2009 zette ik met enige onzekerheid de eerste stappen in de wereld van debachelorpaper.Het was met vallen en opstaan dat ik mij door de verschillende fases van debachelorpaper heen worstelde. Niet enkel de nieuwe termen, het vele opzoekwerk, deinterviews… eisten veel van mijn energie, maar vooral de combinatie studie - werkwas een bijkomende hindernis. Wekenlang bestond mijn levensritme uit 4 fases:slapen, werken, eten, VUB. Het kan dan ook zeer cynisch klinken wanneer ik zeg datmijn onderzoek naar de privacy op de sociale netwerksites heel mijn sociaal leven opeen laag pitje heeft geplaatst. Ik wil in dit voorwoord dan ook alle mensen bedankendie mij in deze periode gesteund hebben, door hun hulp, door hun lieve woorden, doormee te willen werken aan mijn onderzoek, maar nog het meest van al door er gewoonvoor mij te zijn wanneer ik het nodig had.Bedankt respondenten voor jullie tijd en het jullie te willen aanpassen aan mijn drukkeagenda, bedankt professoren van de VUB die begrip hadden voor mijn situatie en mesuggesties gaven waar ik ze het meest nodig had, speciale dank aan Professor Piersonom mij te begeleiden bij deze bachelorpaper en voor het geven van al de goede tips,bedankt collega‟s om mij te vervangen wanneer ik er niet was, mij te steunenwanneer ik de moed even liet zakken en begrip te tonen voor een soms moeilijkeagenda, bedankt familie voor jullie onvoorwaardelijke steun en bedankt voor hetvertrouwen dat jullie in mij bleven hebben, bedankt vrienden om feestjes uit te stellentot ik weer wat meer tijd had en bedankt om mij op te peppen wanneer ik het moeilijkhad, bedankt liefje om onze toekomstplannen even te willen uitstellen, al mijnhumeurwisselingen te doorstaan en me moed in te spreken wanneer ik het even nietmeer zag zitten.Bedankt iedereen om er te zijn wanneer ik het moeilijk had, maar vooral bedankt ommee met mij mijn droom waar te maken: het behalen van een universitaire diploma… LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 2
  3. 3. InhoudsopgaveAbstract ------------------------------------------------------------------ 9Inleiding -----------------------------------------------------------------10Deel 1 Social computing en privacy ----------------------------------16 1. Social computing ------------------------------------------------------------- 16 2. Web 2.0 ----------------------------------------------------------------------- 16 3. Netwerken -------------------------------------------------------------------- 17 3.1. De waarde van netwerken ------------------------------------------------------ 17 3.2. Succesvol netwerken ------------------------------------------------------------ 18 3.2.1. Netwerk attitude ------------------------------------------------------18 3.2.2. De gouden driehoek van netwerken ---------------------------------18 3.2.3. De echte kracht van het netwerk zit in de tweede graad -----------19 3.2.4. Kwaliteit en diversiteit zijn beide belangrijk -------------------------19 3.2.5. Know, Like en Trust factor --------------------------------------------19 4. Sociale netwerksites---------------------------------------------------------- 20 4.1. Definitie van sociale netwerksites ---------------------------------------------- 20 4.2. Het ontstaan van sociale netwerksites ----------------------------------------- 21 4.3. Het succes van sociale netwerken ---------------------------------------------- 22 4.4. De gevaren ---------------------------------------------------------------------- 22 4.5. Karakteristieken van sociale netwerksites ------------------------------------- 24 4.6. Verschillende sociale netwerksites --------------------------------------------- 25 4.7. Professionele sociale netwerksites --------------------------------------------- 26 5. LinkedIn ---------------------------------------------------------------------- 27 LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 3
  4. 4. 5.1. Ontstaan ------------------------------------------------------------------------- 27 5.2. Definitie -------------------------------------------------------------------------- 28 5.3. Gebruikers ----------------------------------------------------------------------- 28 5.4. Mogelijkheden ------------------------------------------------------------------- 29 5.4.1. Voordelen LinkedIn ---------------------------------------------------30 6. Privacy ------------------------------------------------------------------------ 30 6.1. Definitie van privacy ------------------------------------------------------------ 30 6.1.1. Zoeken naar een spel in een hooiberg -------------------------------30 6.1.2. Privacydimensies ------------------------------------------------------31 6.2. Definitie van privacy in de informatiesamenleving ---------------------------- 33 6.3. Privacy in gevaar? --------------------------------------------------------------- 34 6.4. Privacybescherming ------------------------------------------------------------- 36 6.4.1. De noodzaak-----------------------------------------------------------36 6.4.2. De maatregelen -------------------------------------------------------36 6.5. De consument over privacy op sociale netwerksites -------------------------- 38 7. LinkedIn en privacy ---------------------------------------------------------- 39 8. Besluit------------------------------------------------------------------------- 40Deel 2 Empirisch luik: de perceptie van de babyboomers op hetconcept privacy bij sociale netwerksites (LinkedIn) ---------------42 1. De probleemstelling en de onderzoeksvragen ------------------------------ 42 2. Methodologie van het onderzoek -------------------------------------------- 43 2.1. Bestaand onderzoek naar privacy ---------------------------------------------- 43 2.2. Kwantitatief onderzoek versus kwalitatief onderzoek ------------------------- 44 LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 4
  5. 5. 2.3. Kwalitatief onderzoek ----------------------------------------------------------- 443. Eigen onderzoek -------------------------------------------------------------- 45 3.1. Uitgangspunten ----------------------------------------------------------------- 45 3.2. Onderzoeksfasen ---------------------------------------------------------------- 46 3.2.1. Grounded Theory ------------------------------------------------------46 3.2.2. Literatuuronderzoek ---------------------------------------------------46 3.2.3. Kiezen van een methode ---------------------------------------------46 3.2.3.1. Diepte-interview ---------------------------------------------------------- 46 3.2.3.2. Topiclijst ------------------------------------------------------------------- 46 3.2.4. Keuze van de respondenten ------------------------------------------47 3.2.4.1. Babyboomgeneratie------------------------------------------------------- 48 3.2.4.2. Generatie babyboomers en het internet --------------------------------- 48 3.2.5. Analyse ----------------------------------------------------------------48 3.2.5.1. Transcriptie ---------------------------------------------------------------- 48 3.2.5.2. Open codering ------------------------------------------------------------- 49 3.2.5.3. Axiale codering ------------------------------------------------------------ 49 3.2.6. Selectieve codering ---------------------------------------------------49 3.3. Valkuilen ------------------------------------------------------------------------- 49 3.3.1. Objectiviteit -----------------------------------------------------------49 3.3.2. Betrouwbaarheid ------------------------------------------------------50 3.3.2.1. Validiteit ------------------------------------------------------------------- 50 3.3.2.2. Andere struikelblokken --------------------------------------------------- 514. Resultaten van de interviews ------------------------------------------------ 51LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naarprivacygegevens? 5
  6. 6. 4.1. Babyboomgeneratie en het internet -------------------------------------------- 51 4.1.1. kennismaking----------------------------------------------------------51 4.1.2. Gebruik ----------------------------------------------------------------52 4.2. Visie op netwerken -------------------------------------------------------------- 52 4.2.1. Het belang van netwerken --------------------------------------------52 4.2.2. Voordelen van netwerken ---------------------------------------------53 4.2.3. Netwerken doorheen de tijd ------------------------------------------53 4.2.3.1. Vroeger en nu ------------------------------------------------------------- 53 4.2.3.2. Offline en online: twee afzonderlijke werelden? ------------------------- 54 4.2.3.3. Netwerken met een missie ----------------------------------------------- 54 4.2.4. Sociale netwerksites --------------------------------------------------55 4.3. De babyboomer als LinkedIn-gebruiker ---------------------------------------- 56 4.3.1. Kennismaking ---------------------------------------------------------56 4.3.2. Met vallen en opstaan-------------------------------------------------57 4.3.3. Populaire zakelijke netwerksite ---------------------------------------57 4.3.3.1. Contacten ----------------------------------------------------------------- 58 4.3.3.2. Kennis delen en krijgen --------------------------------------------------- 58 4.3.3.3. LinkedIn als HRM-tool ---------------------------------------------------- 59 4.3.4. Voor verbetering vatbaar ---------------------------------------------59 4.3.5. Een onmisbare tool? --------------------------------------------------60 4.4. De privacybeleving van de babyboomgeneratie ------------------------------- 61 4.4.1. Een definitie -----------------------------------------------------------61 4.4.2. Houding t.o.v. privacy ------------------------------------------------61 4.4.2.1. Vertrouwen is belangrijk -------------------------------------------------- 61LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naarprivacygegevens? 6
  7. 7. 4.4.2.2. Privacy evolueert… -------------------------------------------------------- 62 4.4.2.2.1. In de tijd-----------------------------------------------------------62 4.4.2.2.2. Volgens generatie -------------------------------------------------63 4.5. Is de generatie babyboomers zich bewust van de privacyrisico‟s op sociale netwerksites? ------------------------------------------------------------------- 63 4.5.1. Wanneer wordt privacy geschonden op sociale netwerksites? ------64 4.5.2. Risico‟s online en offline ----------------------------------------------64 4.5.3. Privacyrisico op sociale netwerksites ---------------------------------65 4.5.3.1. LinkedIn ------------------------------------------------------------------- 65 4.5.3.2. Andere --------------------------------------------------------------------- 65 Enkele fenomenen ------------------------------------------------------------------65 4.5.3.3. Zichtbaarheid van een foto voor mensen die niet in het eigen netwerk zitten ------------------------------------------------------------ 65 4.5.3.4. Derden plaatsen foto‟s of berichten op het profiel ---------------------- 67 4.5.3.5. Gegevens worden gebruikt door derden --------------------------------- 67 4.5.3.6. De digitale voetafdruk ---------------------------------------------------- 68 4.5.3.7. Valse profielen ------------------------------------------------------------ 68 4.6. Bewust van de privacyrisico‟s -------------------------------------------------- 68 4.7. Privacywaarborg ----------------------------------------------------------------- 69 4.7.1. Verantwoordelijk ------------------------------------------------------69 4.7.2. Middelen ---------------------------------------------------------------71 4.7.2.1. Policy ---------------------------------------------------------------------- 71 4.7.3. LinkedIn ---------------------------------------------------------------725. Besluit deel 2 ----------------------------------------------------------------- 72LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naarprivacygegevens? 7
  8. 8. Algemene conclusie ----------------------------------------------------76 5.1. Verder onderzoek --------------------------------------------------------------- 79Bibliografie --------------------------------------------------------------80Overzicht tabellen en figuren -----------------------------------------85Bijlagen -------------------------------- Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 8
  9. 9. AbstractFacebook, Twitter, LinkedIn,… één voor één zijn het sites geworden die een vasteplaats kregen in onze maatschappij. Gebruikers creëren zelf de inhoud van hun profiel.Elke minuut kunnen „vrienden‟ of contacten op de hoogte worden gehouden van hunbezigheden via zogenaamde statusupdates. Heel wat onderzoek is gevoerd naarprivacyrisico‟s van deze hype. De nadruk van deze onderzoeken ligt steeds op demogelijke privacybedreigingen. Maar toch gooien mensen meer en meer van hunprivéleven te grabbel op het internet. Dit onderzoek gaat na of babyboomers opLinkedIn zich bewust zijn van de gevaren en hoe ze privacy percipiëren. Een grondigeliteratuurstudie ging dit onderzoek vooraf, gevolgd door tien interviews bij actievebabyboomers op LinkedIn. Hieruit blijkt dat de gevaren op LinkedIn beperkt zijnomdat het gericht is op het bedrijfsleven. Babyboomers zijn zich bewust van deprivacy issues, maar vragen zich af of de nadelen wel opwegen tegen de voordelen.Trefwoorden: sociale netwerken, social media, privacy, LinkedIn, babyboomers LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 9
  10. 10. Inleiding Drie, twee, één,… wie niet weg is, is gezien! Internet heeft veel zaken mogelijk gemaakt, maar verstoppertje spelen lukt niet. Facebook, Twitter, Netlog, LinkedIn,… indien u bij het horen van deze woorden verwonderd het voorhoofd fronst, dan moet u de afgelopen jaren op een andere planeet geleefd hebben. De wereld wordt geleid door een nieuwe generatie webgebruikers. Meer en meer wordt er gebruik gemaakt van web 2.0 diensten, waarbij het uitwisselen, delen, creëren en communiceren van informatie centraal staat (Kool, 2008). Wat startte als een hype is op korte tijd uitgegroeid tot een vaste waarde in het sociale digitale leven van vele internetgebruikers. Ondanks de ontegensprekelijke voordelen die er aan sociale netwerksites verbonden zijn, lijkt het er toch op dat de privacy van de gebruiker niet helemaal veilig is. Zo verdween een koppel uit Nieuw-Zeeland nadat de bank per ongeluk twee miljoen euro op hun rekening had overgeschreven. Het koppel bleef spoorloos, tot de zus van de vrouw op haar Facebookpagina schreef dat ze het koppel was achterna gevlogen en dat ze bij aankomst genoten had van een glas Tsingtao (bekend Chinees bier). De zus dacht dat haar pagina enkel zichtbaar was voor vrienden, maar Interpol keek mee. Dit verhaal is slechts één van de tien verhalen uit het artikel „Tien opvallende Facebook/Twitter-verhalen van 2009‟ van de Standaard1. Adverteerders en privébedrijven maken meer en meer gebruik van web 2.0 technologieën om consumenten met de juiste informatie, op het juiste ogenblik en op de juiste plaats te bereiken. We kunnen ons de vraag stellen of de overheid en de publieke sector hier geen inhaalbeweging moeten maken? Kan web 2.0 technologie de kloof tussen burger en overheid verkleinen? Voor hier een antwoord kan opgeven worden, moet worden stilgestaan bij een ander belangrijk concept: privacy. Privacybeleving speelt een belangrijke rol in de manier waarop de burger sociale netwerksites gebruikt. In 1998 merkte Gutwirth al op: “Duizelingwekkend is het aantal handelingen van een individu dat tegenwoordig één of ander digitaal spoor achterlaat en bijgevolg ook op één of andere wijze retraceerbaar is. De1 http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF02122009_033&word=facebook LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 10
  11. 11. massieve verwerking van persoonsgegevens dreigt ons geheel transparant en controleerbaar te maken” (Gutwirth, 1998, p. 16). Sociale netwerksites worden gebruikt om te communiceren met anderen. Dit gaat van oude bekenden, naar collega‟s en vrienden tot zelfs mensen die men helemaal niet kent. Bovendien bieden heel wat netwerksites de mogelijkheid om zich aan te sluiten bij bepaalde groepen waar men mensen kan vinden die dezelfde interesses delen. Op de meest populaire sociale netwerksites kunnen ook nog spelletjes gespeeld worden. Zo werd Farmville, een boerderijspelletje op Facebook, in een half jaar tijd wereldwijd de meest gespeelde onlinegame. Mensen raken verslaafd aan aardbeien oogsten en vragen de buren op hun virtuele boerderij te passen als ze met vakantie gaan2. Maar het stimuleren van deze interactie tussen mensen brengt ook andere gevolgen met zich mee. Mensen geven meer en meer privégegevens vrij die een heleboel informatie opleveren en die daarenboven door heel de wereld bekeken kunnen worden. Zo worden netwerksites tegenwoordig heel vaak gebruikt door personeelsverantwoordelijken die hun sollicitanten screenen. De sociale netwerksites zorgen er dus voor dat het veel gemakkelijker wordt om informatie op het internet te delen, maar dit kan ook gevolgen hebben voor de privacybeleving van internetgebruikers. In heel wat onderzoek legt men de nadruk op de mogelijke privacybedreigingen. Derden hebben toegang tot de persoonlijke informatie van een persoon die ze niet kennen. Deze derde zou de informatie op een andere manier kunnen gebruiken, waardoor de persoon in kwestie een slachtoffer wordt van de inbreuk op de privacy. Meer en meer privacycommissies en wetgevingen duiken op, maar tegelijkertijd gooien mensen meer en meer hun privéleven te grabbel op het internet. De vraag rijst dan ook of de gebruikers de opkomst van sociale netwerksites zien als een gevaar of kijken ze meer naar de voordelen die het biedt? De gebruikers van sociale netwerksites staan in dit onderzoek centraal, meer specifiek de generatie babyboomers op LinkedIn. Het onderzoek stelt een aantal vragen voorop die de problematiek van sociale netwerksites en privacy kaderen vanuit het standpunt van de gebruiker en dus2 http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=VF2N553L&word=farmville LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 11
  12. 12. meer bepaald van de babyboomgeneratie. Zes onderzoeksvragen staan centraal en elke onderzoeksvraag is opgedeeld in een aantal subvragen. Een uitgebreid verslag hiervan is terug te vinden in het tweede deel van dit onderzoek.  Hoe gedraagt een babyboomer zich op het internet? o Hoe leerde de generatie babyboomers omgaan met internet? o Waarvoor gebruikt de generatie babyboomers het internet?  Hoe reflecteert de babyboomgeneratie over netwerken: welke rol spelen netwerken voor de generatie babyboomers? o Hoe belangrijk is netwerken? o Netwerken vroeger en nu: waar zitten voor de generatie babyboomers de verschillen? o Is er een onderscheid tussen een online en een offline netwerk?  Welke kennis heeft de generatie babyboomers over LinkedIn? o Hoe is men lid geworden? o Waarom is men lid geworden? o Hoe heeft men het leren gebruiken? o Waarvoor gebruikt men LinkedIn? o Wat zijn de voor- en nadelen?  Hoe beleven babyboomers hun privacy? o Hoe definiëren ze privacy, welke waarden zijn belangrijk? o Hoe beschermt de generatie babyboomers zijn eigen privacy? o Privacy vroeger en nu: is er een verschil?LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naarprivacygegevens? 12
  13. 13. o Privacy bij LinkedIn en andere sociale netwerksites: is er een verschil? o In hoeverre houden babyboomers zich bezig met privacyissues op LinkedIn?  Zijn babyboomers zich bewust van de privacyrisico‟s bij sociale netwerksites? o Waar is het risico tot schending van de privacy het grootst: offline of online? o Wat zijn de mogelijke risico‟s op LinkedIn? o Hoe staan babyboomers tegenover een aantal fenomenen bij sociale netwerksites?  Wie is er verantwoordelijk voor het waarborgen van de privacy op sociale netwerksites? o In hoeverre waarborgt LinkedIn de privacy van de generatie babyboomers? o Wie is er verantwoordelijk voor het waarborgen van de privacy op LinkedIn? o Wat willen babyboomers zelf met betrekking tot het waarborgen van de privacy op LinkedIn? o Wat is het belang van een privacypolicy voor de generatie babyboomers? Aan de hand van deze onderzoekvragen wordt getracht een antwoord te bieden op de probleemstelling die in dit onderzoek centraal staat: “LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens?” Het onderzoek achterhaalt hoe de babyboomers privacy beleven op LinkedIn. In tweede instantie probeert het na te gaan hoe ze deze concepten invullen. Zijn babyboomers ongerust over hun privacy en zo ja, waaraan ligt dit? In het onderzoek staat de gebruiker centraal, aangezien de meeste studies niet gericht zijn op de beleving van de gebruiker, maar heel vaak ingaan op de gevaren.LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naarprivacygegevens? 13
  14. 14. Voorbeelden hiervan zijn de studies van Solove et al. (2006), Lusoli & Miltgen (2009) en Barnes (2006). Dit onderzoek is op een kwalitatieve manier uitgevoerd, meer bepaald aan de hand van tien diepte-interviews van babyboomers op LinkedIn. Omdat er tal van sociale netwerksites bestaan en miljoenen gebruikers kunnen bevraagd worden, richt het onderzoek zich specifiek op de generatie babyboomers (1946-1964) die gebruik maakt van LinkedIn. Uit een studie van PEW (Madden et al, 2007) blijkt dat tieners meer profielbeperkingen inbouwen dan volwassen. Heeft deze generatie babyboomers minder voorkennis over internet en alles wat hier verband mee houdt? Dit is een vraag die mee centraal staat in het onderzoek. Uit een onderzoek van Insites Consulting in 2008 blijkt dat drie op de tien Belgische 50-plussers (374.000) tot minstens 1 sociaal netwerk behoren. Bij de professionele netwerksites staat LinkedIn op de eerste plaats. Deze gegevens werden prijsgegeven in een persbericht van Insites Consulting (23 april 2009). Bovendien zegt Steven Van Belleghem van Insites Consulting: “We zien een duidelijk stijgende trend onder de 50-plussers om meer gebruik te maken van sociale netwerken om met hun vrienden en familie te communiceren en contact te onderhouden.” De babyboomgeneratie en haar perceptie op het concept privacy staan centraal in het onderzoek. Dat dit onderzoek maatschappelijk relevant is, staat niet meer ter discussie. Het aspect privacy ondergaat een evolutie door sociale netwerksites die meer en meer gebruikt worden als publiek forum, maar in welke mate is de consument zich bewust van zijn blootstelling aan de buitenwereld? Er is al heel wat wetenschappelijk onderzoek verricht naar privacybeleving en de consument. In dit onderzoek wordt getracht na te gaan hoe dit voorgaande wetenschappelijk onderzoek gekoppeld kan worden aan de nieuwe web 2.0 technologieën. In deze laatste paragraaf wordt kort de structuur van deze bachelorpaper uiteen gezet. In het eerste deel van deze paper worden de begrippen sociale netwerksites en privacy gekaderd. Dit literatuuronderzoek staat stil bij de theoretische en empirische inzichten die er reeds bestaan rond sociale netwerksites en privacy. Het eerste hoofdstuk geeft ondermeer een definitie van social computing. In hoofdstuk twee komt kort web 2.0 aan bod en het onderscheid met social computing. In hetLinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naarprivacygegevens? 14
  15. 15. derde hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het belang van netwerken. Hoofdstuk vier gaat specifiek over de sociale netwerksites. Het ontstaan, het succes en de ruime keuze aan sociale netwerksites worden besproken. Het vijfde hoofdstuk gaat dieper in op de netwerksite Linkedin: wat is het en wat zijn de mogelijkheden. Het zesde hoofdstuk richt zijn pijlers op het concept privacy. Hoe kan privacy gedefinieerd worden, hoe moeten we privacy percipiëren in de informatiesamenleving en hoe kan de privacy beschermd worden? Ten slotte wordt er dieper ingegaan op privacy bij LinkedIn. Op deze manier levert deel één de nodige stof om de onderzoeksvragen en subvragen op te stellen. Het tweede deel van deze paper bestaat uit het empirische onderzoek. In het eerste hoofdstuk worden probleemstelling en de bijhorende onderzoeksvragen die centraal staan in deze paper verduidelijkt. In hoofdstuk twee wordt de keuze voor de gehanteerde methode verhelderd. De voor- en nadelen van het kwalitatieve onderzoek worden hier afgewogen ten opzichte van het kwantitatieve onderzoek. Bovendien geeft het hoofdstuk ook het verloop van de verschillende onderzoeksfases weer. Hierop aansluitend wordt er bij hoofdstuk drie stilgestaan bij het gevoerde onderzoek. In hoofdstuk vier worden de resultaten van de interviews opgesomd aan de hand van de analyse van de interviews. Ten slotte volgt een algemeen besluit en wordt er gekeken naar mogelijk verder onderzoek in de toekomst.LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naarprivacygegevens? 15
  16. 16. Deel 1 Social computing en privacy1. Social computingSocial computing is een relatief nieuw begrip, maar wordt inmiddels gezien als eensterk communicatiewapen. Zowel aanhangers als critici van Barack Obama wezen zijnsucces toe aan social computing. Het direct of indirect interacteren met anderemensen via de computer heet Social Computing (Burlage, 2010). Binnen een socialcomputing omgeving staat het sociale aspect van delen en creëren van kennis eninformatie centraal. Volgens een onderzoek van Forrester (2006) verschijnt er eennieuwe sociale structuur waarin de technologie kracht legt in communities en niet ininstituten. Met deze evolutie verwijst Forrester naar „social computing‟.2. Web 2.0O‟Reilly introduceerde voor het eerst het begrip web 2.0 tijdens een conferentie inSilicon Valley. Hij stelt echter zelf dat er nog heel wat discussie is over de betekenisvan de term. “There‟s still a huge amount of disagreement about just what Web 2.0means, with some people decrying it as a meaningless marketing buzzword, andothers accepting it as the new conventional wisdom.” (O‟Reilly, 2005)De discussie over het concept web 2.0 is ontstaan na de zogenaamde internetzeepbelvan 2001. Heel wat internetbedrijven gingen toen failliet. Volgens O‟Reilly (2005)behoren deze bubbles tot de gewone cyclus die alle technologische omwentelingenmoeten trotseren. O‟Reilly definieert web 2.0 aan de hand van een schema.Belangrijkste elementen in dit schema zijn:  het web is een platform want websites bestaan niet gewoon naast mekaar, maar ze zijn onderling met elkaar verbonden,  de gebruiker beheert en beheerst volledig zijn eigen data, de gebruiker staat centraal. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 16
  17. 17. Figuur 1:Schema van web 2.0 ontstaan tijdens een braistormssessie van O‟Reilly Media Bron: http://www.oreillynet.com/lpt/a/6228Maar waar ligt het verschil tussen social computing en web 2.0? Volgens Huijboom etal. (2009) gaat web 2.0 om specifieke technologieën (blog, podcast, wikis,..) dieeenvoudig over te nemen zijn door de gebruiker. Social computing gaat over denieuwe relaties en machtige structuren die hieruit ontstaan. Social computing is metandere woorden ontstaan uit de web 2.0 technologieën.3. NetwerkenNetwerken wordt steeds belangrijker. We kennen allemaal veel mensen en het is eenfeit dat al deze contacten op een dag wel eens te pas kunnen komen. (De Gier, 2007,p 10-30). Volgens Fisher (2005) werken netwerken zoals een brainstormsessie: dekracht van velen is groter dan de kracht van één. (Fisher, 2005, p 16-20) 3.1. De waarde van netwerkenMensen zijn continu op zoek naar contact, ze willen ergens bijhoren en deel uitmakenvan iets. Net daarom zijn netwerken zo belangrijk. Door te netwerken ontstaat eengevoel van respect. (Fisher, 2005, p 19-25) Netwerken helpt onder meer bij: LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 17
  18. 18.  het toegang hebben tot informatie en ideeën,  het creëren van bondgenoten, zowel op zakelijk als persoonlijk vlak,  iets van uzelf te geven voor anderen,  het onderhouden van relaties,  het vinden van een nieuwe baan,  het opdoen van kennis en dit te delen met anderen,  …Dit zijn enkele punten die zowel Fisher (2005, p. 19) als Vermeiren (2009 p. 13-14)opsommen als de grote voordelen van netwerken. 3.2. Succesvol netwerkenOm succesvol te netwerken moeten volgens Vermeiren (2008, p. 29-104) een aantalfundamentele principes gevolgd worden. Hieronder volgt een korte opsomming vandeze 5 principes. 3.2.1. Netwerk attitudeNetwerkhouding wordt gedefinieerd als „informatie delen op een reactieve enproactieve manier zonder daar onmiddellijk iets voor terug te verwachten‟. Belangrijkhierbij is dat netwerken gebeurt op lange termijn en dat er moet geïnvesteerd wordendoor twee of meerdere spelers. (Vermeiren, 2009, p. 15) 3.2.2. De gouden driehoek van netwerkenOnder deze gouden driehoek verstaat Vermeiren (2008):  geven of delen: door te geven en te delen verbetert uw relatie met anderen,  vragen: bij netwerken is anderen om hulp vragen van cruciaal belang. Belangrijk hierbij is dat er aandacht besteed wordt aan de manier waarop een vraag wordt gesteld (de vraag moet specifiek, maar indirect zijn. Bv. “met wie zou ik volgens u contact moeten opnemen om…”), LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 18
  19. 19.  bedanken: bedank mensen uit het netwerk, ook al hebben ze niet kunnen helpen. Figuur 2: De gouden driehoek van netwerken Bron: Vermeiren, J. (2008). Let‟s connect. Morgan James: New York 3.2.3. De echte kracht van het netwerk zit in de tweede graadDe echte kracht van een netwerk zit niet in wie u kent, maar in wij zij kennen(Vermeiren, 2008). Door dit principe toe te passen, wordt de tijd genomen om elkaarbeter te leren kennen. 3.2.4. Kwaliteit en diversiteit zijn beide belangrijkNiet de graad of de functie van een persoon in het netwerk, maar wel de manierwaarop een persoon doelen beter en sneller doet bereiken, bepaalt de kwaliteit van decontacten. Er moet ook diversiteit in het netwerk aanwezig zijn. Hoe meerverschillende „soorten‟ contacten, hoe groter het aantal kansen om voor elk doel dejuiste persoon te vinden. De mensen in de tweede graad zijn dan ook zeer belangrijk. 3.2.5. Know, Like en Trust factor“Al met al, doen mensen zaken met en verwijzen ze zaken door naar mensen die zekennen, mogen en vertrouwen” (Vermeiren, 2008, p.25). Hiermee verwijst Vermeiren(2008) naar netwerkexpert Bob Burg (boek:Endless Referals, 2006). LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 19
  20. 20. In de praktijk beschrijft Jan Vermeiren (2008) dit als volgt:  factor van het kennen: wat weten mensen over iemand. Om deze factor te verhogen, moet het profiel volledig zijn ingevuld,  factor van het mogen: behulpzaam en niet opdringerig zijn,  factor van het vertrouwen: mensen in het netwerk moeten elkaar vertrouwen.4. Sociale netwerksitesVan Dijck & Nieborg (2009) halen aan dat sociale netwerksites gecreëerd zijn van uithet idee van de Wikinomics en We-think: de inhoud wordt gecreëerd door een grote(anonieme) groep, die hun eigen informatieve, expressieve en communicatiebehoeftendefiniëren. Het is op deze manier dat de idee van massacreatie ontstaan is.Sociale netwerksites veranderen het internetgedrag van mensen. Uit het rapport„Global Faces and Networked Places‟ van het marktonderzoekbureau Nielsen Onlineblijkt dat ongeveer 10 procent van de totale internettijd besteed wordt aan webblogs,community‟s en netwerken. E-mail komt slechts op een vijfde plaats, na community‟s,netwerken en webblogs. 4.1. Definitie van sociale netwerksitesDiepgaand onderzoek naar het online sociaal netwerk kent zijn begin rond 2005.Danah Boyd is één van de eerste onderzoekers die in „Social Network Sites: Definition,History, and Scholarship‟ een eerste definitie en historie geeft van het sociale netwerk.Voor Boyd en Ellison (2007) zijn sociale netwerksites een dienst op het internet dieindividuen toelaat om een openbaar of semi-openbaar profiel op te bouwen binnen eenbegrensd systeem.Stewart (2008) geeft volgende definitie van sociaal netwerken: “Social networking involves maintaining a set of personal relationships. Rather than just applying to close friends, family and colleagues, there is a strong element ofstaying in touch with past acquaintances and expanding our personal social network. This includes new people we meet through our everyday activities, or deliberate searching for those with common interests and friends. The degree we do this LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 20
  21. 21. depends on our personality, the stage we are at in our lives, and our particular socialcircumstances. The use of online systems can make all of these activities much easier to do.”Het HRMWitboek gebruikt volgende definitie: Social media is de verzamelnaam voor internettoepassingen die het mogelijk maken om allerlei soorten „content‟ (zoals informatie, films,foto‟s, muziek, podcasts) met anderen te delen. Dit gebeurt op een eenvoudige en gebruiksvriendelijke wijze, waarbij het „fun‟-gehalte in het algemeen nooit ver weg is. Behalve dan bij de social media die vooral of uitsluitend voor professionele doeleinden worden gebruikt (zoalsLinkedIn). Hun opzet en aangeboden functionaliteiten zijn een heel stuk serieuzer tot zelfs helemaal vrij van enig entertainmentaspect.In alle definities wordt er naar sociaal netwerk verwezen als zijnde eencommunicatiesysteem, waarin iedereen zijn eigen profiel aanmaakt en op deze manierin verbinding staat met vrienden. Sociale netwerksites richten zich op online interactieen communicatie. (Gross & Acquisti, 2005). Volgens Gross & Acquisti is één van debelangrijkste mogelijkheden het tonen van een profiel: een representatie van degebruiker en zijn of haar contacten, met de intentie om in contact te komen metanderen (Netlog), een nieuwe baan te vinden (LinkedIn) en aanbevelingen te doen ofte ontvangen. (Gross & Acquisti, 2005, p.1). 4.2. Het ontstaan van sociale netwerksitesVolgens bovenstaande definitie is het eerste sociale netwerk ontstaan in 1997. OpSixDegrees.com konden gebruikers hun profiel aanmaken, hun vrienden oplijstten envanaf 1998 kon je ook door deze vriendenlijst surfen. (Boyd & Ellison, 2007, p.3)SixDegrees promootte zichzelf als een website om je met andere in verbinding testellen en met hen te communiceren, maar toch was hun succes niet van lange duur.In 2000 werd de dienst afgeschaft. De gebruikers gaven als belangrijkste reden op dater weinig te doen viel eens al de vrienden waren toegevoegd.Een nieuwe golf van sociale netwerksites ontstond wanneer Ryze.com werd gelanceerdin 2001. Het was ondermeer tijdens deze golf dat ook LinkedIn werd opgericht. (Boyd& Ellison, p. 1-5) LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 21
  22. 22. 4.3. Het succes van sociale netwerkenDe populariteit van sociale netwerksites blijft groeien. Dit blijkt uit een onderzoek vanInsites Consulting. Ruim 2,2 miljoen Belgen behoren tot minstens één sociaal netwerk.Vier miljoen Belgen, dit is 69% van de internetpopulatie- surfen wel eens op socialesites. Wereldwijd maakt 72% van de internetgebruikers deel uit van minstens éénsociaal netwerk, wat neerkomt op 940 miljoen gebruikers wereldwijd (figuur 3). Ditalles blijkt uit een globale studie onder 2800 internetgebruikers in 14 landen die indecember 2009-januari 2010 werd uitgevoerd door Insites Consulting. (VanBelleghem, 2010)Dit succes heeft volgens Stewart (2008) enkele redenen:  zichzelf uitdrukken: identiteit wordt gecreëerd en prestige neemt toe,  deel uitmaken van een community en daardoor betekenis geven aan het bestaan,Stewart haalt deze aan als de twee belangrijkste voor tieners.Andere redenen zijn:  vergemakkelijken van interactie: op een goedkope en vlugge manier kan men communiceren met mensen op een andere plaats en tijdstip,  gedeelde informatie vinden van andere mensen: vergemakkelijkt verkoop, samenwerking, aanwerving en het zoeken naar een job. 4.4. De gevarenHet is niet allemaal zo rooskleuring: op sociale netwerksites worden vaakpersoonsgegevens verzameld, die daarna worden verwerkt. Deze gegevens wordengebruikt om inzicht te krijgen in kenmerken en (koop)gewoonten van het doelpubliek.De consumenten zijn dus geen anonieme massa meer, maar ze worden persoonlijkidentificeerbaar. (Walrave, 2002) LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 22
  23. 23. Figuur 3: Aantal sociaal netwerkgebruikers per land Bron: Van Belleghem (2010) – Insites ConsultingOok Nieborg en Van Dijck (2009) verwijzen naar deze verborgen agenda vanmarketeers. Zij benadrukken dat de consumenten kritisch moeten blijven, demarketeers proberen de nieuwe sociale media aan te bieden als zijnde het middelwaarmee de consument nu een stem krijgt tot spreken, maar de auteurs verwijzenhier net als Walrave (2002) naar het feit dat persoonsgegevens op deze manierkunnen verkregen worden en dat niets voor niets is.Volgens een studie van Insites Consulting (Van Belleghem, 2010) is de consument opzijn hoede, zo heeft slechts 28 procent van de gebruikers van Facebook vertrouwen inhet bedrijf. Opvallend is wel dat er meer vertrouwen is in de professionelenetwerksites, meer dan 40% van de ondervraagden vertrouwt LinkedIn. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 23
  24. 24. Figuur 4: Vertrouwen in sociale netwerksites Bron: Van Belleghem (2010) – Insites Consulting 4.5. Karakteristieken van sociale netwerksitesEr bestaan heel wat verschillende netwerksites, maar alle sociale netwerksitesbeschikken over een aantal karakteristieken. Deze worden onder meer opgesomd doorCachia (2008). Tabel 1: karakteristieken van sociale netwerksites Bron: Cachia (2006), Social Computing: study on the use and impact of online social networkingKenmerk BeschrijvingVoorstelling Op elke sociale netwerksite moet men beginnen met de aanmaak van een „eigen profiel‟: een gepersonaliseerde pagina die gemaakt wordt door de gebruiker en waarin hij zichzelf voorstelt door zichzelf te beschrijven, foto‟s, muziek en video‟s toe te voegen, enz. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 24
  25. 25. Uitbreiden van data De meeste sociale netwerken laten het toe om de netwerken van contacten te bekijken en er doorheen te gaan. Sommige sociale netwerken laten het zelfs toe om de relatie met andere leden te beschrijven.Nieuwe manieren om Sociale netwerksites bieden nieuwe manieren aan omgemeenschappen te vormen mensen met elkaar in contact te stellen. Gebruikers kunnen door middel van verschillende digitale voorwerpen met elkaar communiceren (tags, visual shelf,…).Bottom-up activiteiten Sociale netwerksites verlenen het ideale platform zodat gebruikers gelijke waarden en interesses kunnen delen op een effectieve en goedkope manier.Gemakkelijk in gebruik Iedereen met basisvaardigheden op het internet kan een eigen profiel opmaken en onderhouden.Reorganisatie van het internet Sociale netwerksites laten nieuwe manieren toe om toe te treden tot het internet: mensen hun persoonlijke leefwereld (profielen, blogs, mijn foto‟s,…). 4.6. Verschillende sociale netwerksitesFacebook, Netlog, Twitter, Hyves, Xing, Plaxo, LinkedIn,… Er bestaan wereldwijd heelwat verschillende soorten netwerksites. De verschillen zitten ondermeer in:  de identificatie van personen: pseudoniem, enkel de voornaam,… (Gross & Acquisti, 2005),  wie kan gegevens bekijken? (vrienden, anderen,…) (Gross & Acquisti, 2005),  het doel van de netwerksite (Cachia, 2008): o mensen met elkaar in verbinding stellen (My Space), o delen van video‟s (YouTube), o delen van foto‟s (Flickr), LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 25
  26. 26. o exclusieve gemeenschappen (a Small World), o … 4.7. Professionele sociale netwerksitesNetwerksites kunnen dus verschillen in hun doel. LinkedIn, Xing en Plaxo zijnnetwerksites die opgericht zijn met het oog op het creëren en onderhouden vanprofessionele contacten. Op de website compete.com kan een vergelijking gemaaktworden van deze 3 sociale netwerksites (aantal unieke bezoekers). Figuur vijf toonthier het resultaat van. LinkedIn is de professionele sociale netwerksite met het meestaantal unieke bezoekers. Figuur 5: Vergelijking LinkedIn, Xing en Plaxo Bron: Compete.com3LinkedIn is de grootste zakelijke online netwerksite wereldwijd en bovendien zeer snelgroeiend. In 2008 groeide LinkedIn van 19 miljoen gebruikers naar 33 miljoen. Injanuari 2009 stonden er 34 miljoen gebruikers op de teller (Vermeiren, 2009). Op een3 geraadpleegd op 30 april 2010 op het World Wide Web:http://www.compete.com/m/graph_to_image/linkedin-com-xing-com-plaxo-com/uv/1y/big/ LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 26
  27. 27. seminarie van Kortom over Netwerken en samenwerken op 27 april 2010 inAntwerpen, melde Bert Verdonck (Networkingcoach) dat er momenteel 65 miljoengebruikers zijn (Verdonck, powerpointpresentatie, 2010, 27 april). Dit is ook te zien opfiguur 6. Figuur 6: Vergelijking aantal gebruikers 2009-2010 Bron: O‟Dell, J. (2010)45. LinkedIn 5.1. OntstaanReid Hoffman, Allen Blue, Jean-Luc Vaillant, Eric Ly en Konstantin Guericke nodigdenop 5 mei 2003 ongeveer 350 van hun belangrijkste contacten uit om lid te worden vanLinkedIn. De professionele netwerksite ging hierbij officieel van start. LinkedIn kende4http://m.mashable.com/1806/show/43424bf2a0333fd8d20cb58e2b76240a&t=49b431d2932a8c7919c8e5a a08c586e2 LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 27
  28. 28. een schitterende start en sloot het einde van diezelfde maand mei af met 4500 ledenin het netwerk. 5.2. Definitie“An interconnected network of experienced professionals from around the world,representing 170 industries and 200 countries. You can find, be introduced to, andcollaborate with qualified professionals that you need to work with to accomplish yourgoals.” Dit is de definitie die terug te vinden is op de website van LinkedIn(http://press.linkedin.com). Het is een zakelijk georiënteerde website en heeft alshoofddoel de gebruikers in contact te stellen met andere mensen en eventueleloopbaanmogelijkheden. Gebruikers kunnen in contact blijven met oude of nieuwecollega‟s en contactpersonen terugvinden. (Sørensen, 2009)LinkedIn is voor Vermeiren (2009) een netwerkplatform waarop relaties opgestart enonderhouden worden. Kort samengevat is LinkedIn de manier om nieuw werk tevinden, door onder meer gebruik te maken van het eigen persoonlijk netwerk en doorin contact te komen met mensen uit het vakgebied. Er zijn veel facetten die LinkedInbijzonder waardevol maken voor werkzoekenden. Toch blijkt uit onderzoek datgemiddeld 80% van de LinkedIn-gebruikers niet weet wat er allemaal kan, of zebenutten de mogelijkheden slecht. (Vincent & Valkenburg, 2009) 5.3. GebruikersIn een eerste grootschalig onderzoek dat werd uitgevoerd naar LinkedIn gebruikerswerden 2000 respondenten bevraagd, waarvan 50% uit Amerika. Het onderzoek,gerealiseerd door LinkedIn in samenwerking met Anderson Analytics en SPSS, vondplaats in november 2008.60% van de gebruikers van LinkedIn beschikt over een hoog inkomen. LinkedInledendie over beslissingsbevoegdheden beschikken, zijn ook actiever in het netwerken. Er iseen sterke correlatie tussen persoonlijk inkomen, professioneel succes en het gebruikvan LinkedIn. De meeste LinkedIngebruikers staan in netwerk met mensen die zekennen, zelfs al is dit enkel door telefonisch contact.Naar aanleiding van het onderzoek werd ook een onderscheid gemaakt tussen viercategorieën van LinkedIngebruikers:  Savvy Networkers of de early adopters, LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 28
  29. 29.  Senior Executives: zij zien de zakelijke voordelen van een social network in,  Late adopters: zij maken nu pas kennis met social networking,  Exploring options: zijn actief in het zoeken naar of aanbieden van een job. Figuur 7: De categoriën van LinkedIngebruikers Bron: Snyder, B. (2008, 10 november). Finally found out who LinkedIn users are. Advertising Age, 12-13De Standaard Online5 publiceerde enkele cijfers van Digimedia. Hieruit blijkt dat degrote meerderheid van de gebruikers (83%) mannen zijn, terwijl de gemiddeldeleeftijd op 35 jaar ligt. (Volgens Vermeir, 2009, is dit 41 jaar). Van de ondervraagdenzegt 23% meer dan 15 minuten per dag te besteden aan zijn sociaal netwerk. Bij 6%is dat meer dan een uur. Drie kwart van de respondenten gaat actief op zoek naarnieuwe contacten. 5.4. MogelijkhedenLinkedIn is een professionele netwerksite en bestaat dan ook voornamelijk uitzakelijke netwerken. Gebruikers kunnen groepen vormen, bedrijven opzoeken, enz.5 http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF11082008_112 LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 29
  30. 30. (Chen & Williams, 2009). De netwerksite bestaat uit twee delen: „private membership‟is voor iedereen. Voor „business, business plus and pro membership moet je eentoeslag betalen. (Sørensen, 2009)De netwerksite is gebaseerd op het concept van „verbindingen‟. Een gebruiker bouwteen eigen netwerk op, maar komt ook in contact komen met relaties van zijn directecontacten (tweede graad connecties), enz. Van elk contact kan gedefinieerd welkerelatie bestaat: collega‟s, vrienden,… (Chen & Willimans, 2009) 5.4.1. Voordelen LinkedInNet zoals alle andere netwerksites heeft LinkedIn tot doel mensen met elkaar inverbinding te stellen. Maar wat is dan de sterkte van LinkedIn? Volgens Jan Vermeiren(2009) zit dit in het feit dat LinkedIn voor de gebruiker de juiste mensen vindt en deconnecties die men met hen heeft. LinkedIn toont immers de tweedegraads en dederdegraads netwerken en de paden er naartoe. “Veel mensen maken de „fout‟ dat zealleen naar hun eigen netwerk kijken als ze iemand zoeken die hen kan helpen. Op diemanier beperken ze zichzelf enorm.” (Vermeiren, 2009, p. 29)Bovendien is een extra voordeel dat de gebruikers op LinkedIn steeds het eigen profielaanpassen. Wanneer iemand van functie verandert, is het contact niet verloren.(Vermeiren, 2009, p.30-31)6. Privacy 6.1. Definitie van privacyEén van de eerste verwijzingen naar privacy is terug te vinden bij Warren en Brandeis.In 1980 definieerden zij privacy als: “a right to be alone” (Geciteerd in Moons en DeBacker, 2009, p.26-53).De massieve verwerking van persoonsgegevens dreigt ons geheel transparant encontroleerbaar te maken.” (Gutwirth, 1998, p. 16). Hij verklaart ook dat privacy geeneenduidige betekenis heeft. Privacy is geen natuurlijk gegeven of een deel van dewerkelijkheid. (Gutwirth, 1998, p25). 6.1.1. Zoeken naar een spel in een hooibergDoor culturele, geografische en tijdsgebonden factoren is een definitie voor privacyniet eenvoudig. Daarenboven is er een verschuiving zichtbaar in wat men onder privé LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 30
  31. 31. en privacy verstaat. Zo verklaart Weyns (1998) dat wat in de negentiende eeuwvanzelfsprekend leek, niet langer de realiteit is. Privé was privé en publiek waspubliek. In de 19de eeuw werd het privéleven niet openbaar gemaakt met anderen(Boyd, 2007). Iedereen die op een sociale netwerksite een profiel heeft, of zelfsiedereen die al eens een sociale netwerksite bezocht heeft, weet dat deze definitiemoet herbekeken worden.Jennings & Fena (2000) verwijzen ook naar de behoefte aan een nieuwe definitie. Zohalen zij aan dat een tweetal generaties geleden het kopiëren van informatie enkelmogelijk was met „kalkpapier‟. De opkomst van nieuwe technologieën heeft hetkopiëren en dus ook misbruiken van privégegevens veel gemakkelijker gemaakt.(Jennings, C. & Fena, L., 2000)Fischer-Hübner (1998, p. 429-436) bevestigt dat een internationale harmonisatie vaneen privacydefinitie moeilijk is. Doordat het zo moeilijk is om een definitie van privacyte geven, is het formuleren van een internationale wet bijna een verloren zaak.Het feit dat het zo moeilijk is om een definitie te vinden, bewijst, volgens Solove,Rotenberg, Schwartz (2006, p.35 -39), de waarde die aan het begrip privacy moetgeschonken worden. De discussie over de bescherming van de persoonlijkelevenssfeer is zeer vaak emotioneel geladen aldus Walrave (1999, p. 163-173) in„Privacy gescand: direct marketing en de bescherming van de persoonlijkelevenssfeer‟. 6.1.2. PrivacydimensiesPaine, Reips, Stieger, Joinson & Buchanan (2007, 526-536) halen vier dimensies vanprivacy aan. Deze vier dimensies werden door Burgoon et al. (1989) verwoord als “theability to control and limit physical, interactional (social), psychological andinformational access to the self or one‟s groep” (Paine et al., 2007, p. 526). OokWalrave (1999, p. 163-172) verwijst naar deze vier dimensies:  Fysische privacy: het recht om vrij te zijn van ongewenste toegang tot de „body buffer zone‟ van een individu of een groep,  Sociale privacy: mate waarin er controle is over de sociale contacten die onderhouden worden,  Psychologische privacy: mogelijkheid van een individu om zijn persoonlijke identiteit te ontwikkelen, ideeën LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 31
  32. 32. en ervaringen te verwerken en dit zonder tussenkomst van anderen. Het betreft de mogelijkheid om te beslissen met wie gevoelens, motieven of meningen gedeeld worden,  Informationele privacy: het recht om te beslissen hoe, wanneer en op welk niveau persoonlijke informatie wordt weergegeven.Fisher-Hübner citeert dan weer drie dimensies op basis van Rosenberg (1992) enHolvast (1993):  Territoriale (ruimtelijke) privacy: door het beschermen van de fysieke omgeving van een persoon,  Individuele privacy: door de persoon te beschermen tegen ondermeer informatie die een persoon moreel kan raken,  Informationele privacy: door te controleren of en hoe persoonlijke informatie kan verzameld, opgeslagen, verwerkt of selectief verspreid worden.De eerste dimensie komt overeen met de fysieke dimensie. Walrave (1999) verwijsthiermee naar de mogelijkheid die de consument heeft om zichzelf af te schermentegen bepaalde vormen van directe communicatie en de kans die de consument krijgtom aan een bedrijf mee te geven welke communicatie welkom is.De dimensie van de individuele privacy valt samen met de sociale dimensie vanBurgoon et al (1989). Dit houdt ondermeer het beschermen van het persoonlijke leventegen anderen in.In de informatiesamenleving gaat de meeste aandacht uit naar de dimensie van deinformationele privacy. Het gaat hier om de bescherming van persoonsgegevens.Walrave (1999, p. 173) citeert Holvast (1989, p. 4) die informationele privacydefinieert als het recht dat aan de burger verleend wordt om zelf te beslissen aan wiehij of zij persoonsgegevens vrijgeeft en voor welke doelstelling. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 32
  33. 33. 6.2. Definitie van privacy in de informatiesamenlevingZoals aangehaald in punt 6.1 is een definitie van privacy geven niet eenvoudig. Moonsen De Backer (2009, p. 26-33) geven in het artikel „Facebook en privacy‟ een beperktoverzicht: Tabel 2: Definties van privacy Bron: Moons, J. & De Backer,C.(2009). Facebook en privacy. Informatie, 2009, 26-33Definitie privacy ReferentiePrivacy is a broad, all-encompassing concept that envelops a Flaherty (1989)whole host of human concerns about various forms of intrusivebehavior, including wiretapping, surreptitious physicalsurveillance, and mail interception. Individuals claims a right ofprivacy for an enormously wide range of issues from the right topractice contraception or have an abortion to the right to keepbank records confidential.Privacy is the interest that individuals have in sustaining a Clarke (1997)„personal space‟, free from interference by other people andorganizations.Privacy is the claim of individuals (…) to determine for Westin (1970)themselves when, how, and to what extent information aboutthem is communicated to others.Privacy is the subjective condition people experience when they Harper (2004)have power to control information about themselves.Privacy is a state of affairs or condition having to do with the Harper (2004)amount of personal information about individuals that is knownto others.Privacy is an interaction, in which the information rights of Noam (1997)different parties collide. The issue is of control over informationflow by parties collide. The issue is of control over informationflow by parties that have different preferences over „informationpermeability‟. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 33
  34. 34. Privacy is a continuous, dialectic process that people negotiate Altman (1975)intuitively in the course of their everyday lives.Op basis van deze definities trachten Moons en De Backer (2009) een nieuwe definitievan privacy te geven die past in onze huidige samenleving:“Privacy is een persoonlijke status waarbij een gebruiker zelf de volledige controleheeft over de verspreiding van persoonlijke informatie naar, en het specifieke gebruikvan informatie door, derde partijen.” 6.3. Privacy in gevaar?Waar we ook gaan en wat we ook doen, we laten een spoor van informatie na. Talvan nieuwe technologische ontwikkelingen, maar ook de internationalisering envirtualisering van het dataverkeer, vormen voor de privacybescherming een groteuitdaging (Nouwt geciteerd in Walrave, 1999, p. 175).Fisher-Hübner (1998, p.420-441) haalt enkele belangrijke bedreigingen voor deprivacy in een wereldwijde netwerksamenleving aan: 1. privacybedreiging op toepassingsniveau: voor bepaalde applicaties zijn veel persoonlijke data noodzakelijk (bv. Online banking), 2. privacybedreigingen op communicatieniveau: er wordt wereldwijd gecommuniceerd. Gebruikers laten hierdoor sporen achter, waardoor consumentenprofielen aangemaakt worden, Op communicatieniveau somt Fischer-Hübner (1998) twee andere gevaren op: cookies en „Open Profiling Standard (OPS)‟. Walrave (2002) definieert cookies als informatiepakketjes die automatisch verstuurd worden door de computer van de gebruiker en die op de harde schijf van de computer geplaatst worden op het moment dat de gebruiker de website bezoekt. Cookies worden gebruikt om te achterhalen welke pagina‟s een gebruiker bezocht heeft. Ze gaan het handelen van de gebruiker na, zonder dat hij het zelf weet. „Open Profiling Standard‟ laat toe dat internetdiensten kunnen gepersonaliseerd worden. De gebruiker heeft de keuze om deze informatie al dan niet op te slaan in het profiel, maar toch kan OPS een gevaar vormen voor de privacy. Dit gebeurt LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 34
  35. 35. vooral wanneer een gebruiker gedwongen wordt om informatie te geven. (Fischer-Hübner, 1998, p.420-427)Volgens Walrave (2002) zijn er twee manieren om data over individuen teverzamelen: 1. Expliciete manier: hier geeft een bezoeker bewust en vrijwillig informatie vrij en daardoor heeft hij een zekere controle, maar Walrave benadrukt terecht dat om deze controle te kunnen uitoefenen, de internetgebruiker volledig geïnformeerd moet worden over de gebruiksdoeleinden van zijn persoonsgegevens. 2. Impliciete manier: er worden gegevens verzameld, zonder dat de internetgebruiker het opmerkt.De wereld wordt geleid door een nieuwe generatie webgebruikers, de consument isniet enkel alleen maar consument, maar ook een contentleverancier en bedrijvenspelen hier meer en meer op in (Van Dijck & Nieborg, 2009, p. 855-866). Op socialenetwerksites en bij de sociale media in het algemeen creëren de gebruikers zelf deinhoud waarop anderen kunnen reageren door commentaar te geven, aan te vullen,etc. De dynamiek en de interactie met elkaar staan centraal bij sociale netwerksites.(HRMWitboek 2010).Van Dijck en Nieborg (2009) wijzen echter ook op de gevaren. Voor bedrijven zijn dedata en de metadata die aangeleverd wordt immers van grotere waarde dan de inhoudzelf. Zo stellen ze: “Google is niet bezig met het leveren van inhoud, maar leidt welcommercieel belangrijke data af om deze dan te linken aanbedrijven die gerichteadvertenties of marketing willen voeren.” Deze data leveren immers belangrijkeinformatie op voor marketeers. Het idee van „co-creatie‟ en „wij-denken‟ moet volgenshen dan ook met een kritisch oog bekeken worden.Lang niet iedereen staat stil bij deze privacygevaren die ook op sociale netwerksiteseen rol spelen. Volgens Cachia (2008) bestaan er twee soorten mensen: zij die er allesaan doen om zoveel mogelijk informatie af te schermen en zij die maar al te graaghun privacy opofferen voor de voordelen die ze verwachten te hebben bij socialenetwerksites. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 35
  36. 36. 6.4. Privacybescherming 6.4.1. De noodzaakDoor de opkomst van het internet en sociale netwerksites moeten er meerprivacymaatregelen komen, bevestigt Fisher-Hübner (1998,420-441) die er de nadrukop leggen dat er meer publieke aandacht moet gecreëerd worden. Gebruikers enconsumenten hebben informatie en opleiding nodig over hun rechten, over de waardevan persoonlijke data en over de privacygevaren en de mogelijkheden vanzelfbescherming. Sololove, Rotenberg en Schwartz (2006) bekrachtigen dit enverwijzen naar zelfregulatie als de beste oplossing voor privacybescherming. Het isflexibeler en gevoeliger aan een specifieke individuele context, maar dan moetengebruikers en aanbieders een opleiding krijgen over rechten en technieken betreffendeprivacybescherming. 6.4.2. De maatregelenCate (1998) haalt ondermeer „encryption software‟ aan. Dit is een nieuweinformatietechnologie die de privacy van een gebruiker op een computer moetbeschermen. In de Verenigde Staten wordt deze software gezien als een munitie tegenprivacyinbreuk (Cate, 1998, p. 13-30).Volgens Walrave (1999, p. 190-211) is er een drievoudige bescherming van depersoonlijke levenssfeer op het internet: 1. technologische bescherming van privacy: Privacy Enhancing Technologies (P.E.T). Door middel van authenticiteit, toegangscodes of biometrische gegevens kunnen gegevens afgeschermd en beveiligd worden. Ook encryptie valt onder deze bescherming. Encryptie is een technologische versleuteling of codering van elektronische berichten. De inhoud van een boodschap wordt onleesbaar voor hen die geen toegang mogen hebben tot de boodschap, 2. zelfdiscipline van organisatie ter bescherming van de privacy: Walrave (1999) verwijst naar een deontologische code waarin een aantal gedragsregels geformuleerd worden die aangepast zijn aan de activiteiten van de sector. De privacypolicy van Facebook, LinkedIn,… is hier een voorbeeld van, Maar een policy is geen heilig middel. Zo kwamen Moons en De Backer (2009, p. 26-33) tot verontrustende resultaten bij het screenen van de privacypolicy van Facebook: LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 36
  37. 37.  de gebruiker moet zelf toestemming geven om informatie te verspreiden, maar is zich vaak niet bewust van de gevolgen,  de privacypolicy kan geen antwoord bieden op valse profielen of haatcampagnes,  de standaardinstellingen houden geen rekening met de privacypolicy.Naast deze policy zijn er ook nog andere mogelijkheden voor een organisatie omzelfdiscipline uit te voeren. Zo kan een bedrijf:  de mogelijkheid bieden aan de consument om aan te duiden dat hij in de toekomst helemaal geen aanbiedingen meer wilt ontvangen en hier dan ook rekening mee houden,  zich aansluiten bij een nationale of internationale koepelorganisatie en de „Robinsonlijsten6‟ die er beheerd worden, respecteren.  gebruik maken van een opting-in systeem: een consument moet alvorens in een directmarketingsysteem te participeren uitdrukkelijk toestemming geven aan een bedrijf. (Walrave, 2002)  gebruik maken van een opting-out systeem: bedrijven mogen persoonsgegevens voor direct marketing gebruiken zolang de consument zich hier niet tegen verzet. (Walrave, 2002)Deze beveiligingsmaatregelen bieden dan wel een oplossing tegen marketeers dieprivé- informatie ongevraagd gebruiken, maar natuurlijk kunnen individuen nog steedsongemerkt gebruik maken van de informatie die wordt achtergelaten op het internet,om bijvoorbeeld een valse identiteit aan te maken. Is hier dan niets aan te doen? Hetderde punt is dan ook niet te onderschatten: 3. Privacybescherming door de consument zelf: de consument zelf kan bewaker zijn van zijn informationele privacy, op voorwaarde dat hij voldoende geïnformeerd is.6 Elektronisch bestand waarin namen en andere gegevens worden opgenomen van individuen die de wensuitdrukken om geen direct mail meer te ontvangen LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 37
  38. 38. Los van deze drievoudige bescherming, verwijst Walrave (2009, p. 246-312) ook naarde wettelijke privacybeschermingsmaatregelen. Hieronder verstaat hij ondermeer:  Belgische privacywet,  privacycommissie,  Europees Verdrag van de Rechten van de Mens,  Europese richtlijnen betreffende privacybescherming.Barnes (2006) bevestigt de drie niveaus van Walrave, maar geeft ze een anderebenaming: sociale oplossingen, technische oplossingen en wettelijke oplossingen.Barnes (2006) haalt met zijn sociale oplossing aan dat de burger moet „opgevoed‟worden in zijn omgang met privacy (door ouders, school,…) zodat ze zelf de nodigemaatregelen kunnen nemen. 6.5. De consument over privacy op sociale netwerksitesHet PEW Research Center voerde tussen november en december 2006 een onderzoekuit bij 2373 volwassenen (18 en ouder). Uit dit onderzoek blijkt dat 47% zich bewustis van zijn digitale voetafdruk. Dit is een stijging ten opzichte van vijf jaar geledentoen dit slechts 22% bedroeg. Het onderzoek toont aan dat 60% van deinternetgebruikers niet bezorgd is over de hoeveelheid informatie die over henbeschikbaar is op het internet. Heel opmerkelijk is dat jongeren meer conservatievekeuzes maken wanneer het aankomt op het zichtbaar maken van informatie. 59% vande jongeren toont de beschikbare informatie enkel aan vrienden, bij de volwassen isdit maar 38%. (Madden et al., 2007)Tussen december 2006 en februari 2007 voerde het Online Computer Library Center(OCLC) een onderzoek uit bij 6554 respondenten. Het onderzoek was beschikbaar inverschillende landen: Canada, Frankrijk, Duitsland, Japan, het Verenigd Koninkrijk ende Verenigde Staten. Uit dit onderzoek bleek dat 50plussers vlugger het gevoelhebben dat hun persoonlijke informatie niet voldoende beschermd wordt invergelijking met jongeren. Slechts 15% vindt sociale netwerksites extreem tot zeerprivé. Opvallend ook hier ligt het aantal bij de jongeren lager. 71 % van derespondenten vindt het ook belangrijk om te kunnen bepalen wie hun persoonlijkeinformatie kan raadplegen. Toch duidt maar 45% het ook effectief aan op hun eigenprofiel. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 38
  39. 39. 7. LinkedIn en privacyProfielen op LinkedIn zijn afgeschermd voor bezoekers die zelf niet over een profielbeschikken op LinkedIn (Sørensen, 2009 en Vincent & Valkenburg, 2009). Degebruiker kan zelf bepalen tot welk niveau wijzigingen zichtbaar zijn voor anderegebruikers van het netwerk. Het niveau kan verschillen: enkel mijn connecties, hethele netwerk of iedereen. Het is echter niet mogelijk om wijzigingen niet te tonen.LinkedIn gebruikers worden aangemoedigd om zoveel mogelijk relevante persoonlijkeinformatie in te vullen. Een scorebalans toont aan voor hoeveel % gebruikersgeïnformeerd worden (Vincent & Valkenburg, 2009). Volgens Vermeiren (2009)kunnen zakelijke connecties slechts gemaakt worden, indien al de gegevens ingevuldzijn.Sørensen (2009) geeft aan dat LinkedIn een sterke privacypolicy heeft opgesteld.LinkedIn spoort zijn gebruikers aan om voorzichtig om te gaan met hun privacy en dievan hun relaties binnen hun netwerk. Toch werd reeds vastgesteld datLinkedIngebruikers onvrijwillig spamberichten versturen naar hun netwerk.Er bestaan bij LinkedIn privacyinstellingen, maar het is niet altijd even duidelijk wat ergebeurt als de instellingen aanpast worden. Vermeiren (2009) geeft een opsomming:  Partner Sites: deze optie staat standaard aangevinkt en zorgt er voor dat wanneer een partnersite van LinkedIn bezocht wordt, de site aan het profiel wordt aangepast,  Research Survey: ook deze optie staat standaard aangevinkt. Hierdoor kan Online Market Research Studies de gebruiker vragen deel te nemen aan studies die in relatie staan met zijn expertise,  Connection Browse: standaard kunnen mensen uit het eerste graadnetwerk connecties bekijken. Deze optie kan uitgeschakeld worden,  Profile Views: de gebruiker kan kiezen wat anderen zien wanneer ze zijn profiel bezoeken (naam en titel,…),  Viewing Profile Photos: de gebruiker kan bepalen wiens foto hij te zien krijgt, LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 39
  40. 40.  Profile and Status Updates: LinkedInleden bepalen of hun connecties een bericht krijgen wanneer hun status aanpast wordt?Volgens Sørensen (2009) heeft LinkedIn wel een grote „vertrouwenswaarde‟. Hijdenkt dat dit komt omdat LinkedIn de focus legt op het professionele.8. BesluitIn dit onderzoek worden een aantal begrippen uit de literatuur overgenomen en opbasis hiervan werd de probleemstelling geformuleerd. Wat nu volgt is een kortoverzicht van de belangrijkste elementen die een rol zullen spelen bij de interpretatievan het tweede luik.55% van de tieners bouwt profielbeperkingen in, tegenover 22% bij de volwassenen(Madden et al.,2007). Er bestaat echter bij de 50plussers een duidelijke stijgendetrend om meer gebruik te maken van sociale netwerken om met hun vrienden enfamilie te communiceren en contact te onderhouden. Heeft deze generatiebabyboomers voldoende voorkennis over internet en alles wat hiermee verbandhoudt? Weten zij welke gegevens ze vrijgeven op sociale netwerksites en dan vooralaan wie?Privacy is een begrip dat moeilijk te definiëren valt. Dit komt door de veranderingen inde samenleving, door cultuurverschillen, door verschillende dimensies, enz. Moons &De Backer (2009) geven een nieuwe definitie voor privacy in de huidigeinformatiesamenleving:“Privacy is een persoonlijke status waarbij een gebruiker zelf de volledige controleheeft over de verspreiding van persoonlijke informatie naar, en het specifieke gebruikvan informatie door, derde partijen.”Deze definitie kan zeker toegepast worden op een informatiesamenleving waariedereen zelf bepaalt of hij al dan niet een profiel aanmaakt op een socialenetwerksite. Deze definitie staat dan ook centraal in dit onderzoek. Toch kan er eenvraagteken geplaatst worden bij het idee van een „volledige controle‟. Socialenetwerksites kunnen de burger de indruk geven dat ze hun privacy beschermen, maarindien ze niet voldoende op de hoogte zijn van hoe dit moet of indien ze deprivacypolicy niet goed hebben begrepen, wordt de burger/consument dan geen radvoor de ogen gedraaid? LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 40
  41. 41. Er moeten privacymaatregelen genomen worden. Digitale sporen worden gevolgd,opgeslagen en verwerkt voor ondermeer direct marketingdoeleinden. Detechnologische evolutie brengt privacyrisico‟s met zich mee, maar tegelijkertijd biedthet ook mogelijkheden om de privacy af te schermen. Alleen is niet altijd duidelijk hoedit dan kan gebeuren.Hoe staat de babyboomgeneratie zelf t.o.v. van de concepten privacy, vertrouwen encontrole? Liggen zij er eigenlijk wel wakker van? En indien ja, waaraan ligt dit en kanhier iets aan gedaan worden? Ondermeer op deze vragen tracht het empirische luikeen antwoord te bieden. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 41
  42. 42. Deel 2 Empirisch luik: de perceptie van debabyboomers op het concept privacy bij socialenetwerksites (LinkedIn)1. De probleemstelling en de onderzoeksvragen“LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naarprivacygegevens?” is de probleemstelling die centraal staat in dit onderzoek. Dezevraag is de basis om inzicht te krijgen in de perceptie van de babyboomgeneratie ophet concept privacy. Hoe beleven babyboomers privacy op sociale netwerksites enmeer bepaald op LinkedIn? Hoe vullen ze het concept privacy in, zijn babyboomersongerust over hun privacy en zo ja, waaraan ligt dit? De beleving van de gebruikerstaat bij dit onderzoek centraal.Een antwoord op deze probleemstelling is er gekomen door verschillendeonderzoeksvragen centraal te plaatsen, die aan de hand van topics werden bepaald.Eerst en vooral werd nagegaan hoe babyboomers het internet gebruiken. „Hoegedraagt een babyboomer zich op het internet?‟ Via enkele bijvragen peilt hetonderzoek naar hoe de babyboomgeneratie omgaat met het internet, hoeveel uur zespenderen en wat de meest bezochte websites zijn.Bij de tweede onderzoeksvraag wordt stilgestaan bij hoe babyboomers reflecterenover netwerken. Wat is netwerken voor een babyboomer en hoe belangrijk is hetopbouwen van een netwerk. Zijn er verschillen in netwerken voor het tijdperk van desociale netwerksites en erna? Wat met de online en offline netwerken?Het hoofdstuk: „welke kennis heeft de generatie babyboomers over LinkedIn‟ gaatdieper in op het hoe en waarom een babyboomer lid is geworden LinkedIn. Hebben zeopleidingen gevolgd om het te leren gebruiken, of gebeurde dit eerder door vallen enopstaan? Er zal ook gekeken worden naar hoe LinkedIn door de babyboomer gebruiktwordt. Dit levert een aantal voor- en nadelen op die gekoppeld worden aan dezakelijke sociale netwerksite.Privacy speelt een belangrijke rol bij het gebruik van sociale netwerksites. „Hoebeleven babyboomers hun privacy?‟ Welke waarden vinden ze belangrijk wanneer omeen definitie van privacy gevraagd werd? Babyboomers hebben veel nieuwetechnologieën zien ontstaan, heeft dit hun perceptie op het concept privacy LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 42
  43. 43. veranderd? Verder bouwend op het vorige hoofdstuk staan we even stil bij de privacyop LinkedIn, liggen babyboomers er wakker van?Vervolgens ligt de nadruk op privacyrisico‟s. „Zijn babyboomers zich bewust van deprivacyrisico‟s bij sociale netwerksites?‟ Met deze vraag trachten we te achterhalenwelke mogelijke risico‟s er volgens babyboomers bestaan op sociale netwerksites.Loopt hun privacy bij LinkedIn gevaar?Wanneer er gesproken wordt over risico‟s moet er gesproken worden over mogelijkemaatregelen om de privacy te waarborgen. Maar „wie is er verantwoordelijk voor hetwaarborgen van de privacy op sociale netwerksites?‟ Met deze laatsteonderzoeksvraag wordt gepeild naar wat babyboomers verwachten met betrekking tothet waarborgen van de privacy op LinkedIn. Kennen ze privacypolicy en vinden ze ditbelangrijk?In het laatste hoofdstuk wordt getracht een algemeen besluit te formuleren, er wordteen antwoord geformuleerd op de probleemstelling: “LinkedIn voor babyboomers:professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens?” Maar vooraleerwe overgaan naar de resultaten, volgt er een korte voorstelling van LinkedIn en wordter even stilgestaan bij de aanpak van het onderzoek.2. Methodologie van het onderzoekIn de wetenschap bestaan er een aantal wetenschapsfilosofische paradigma‟s. Enkelebelangrijke paradigma‟s worden tegenover elkaar geplaatst: kritische versusadministratieve, empirie versus anti-empirie, objectief versus subjectief, socialsciences versus humanities, positivisme versus reflexieve methodologie enkwantitatief versus kwalitatief. Maar wat is nu de beste methode om onderzoek tevoeren? Via dit hoofdstuk wordt binnengetreden in de arena waar de strijd tussen hetkwantitatieve en het kwalitatieve paradigma wordt uitgevochten. 2.1. Bestaand onderzoek naar privacyDit hoofdstuk verwijst naar twee onderzoekers die de impact van sociale netwerken /internet op privacy onderzochten (zie deel 1).Cachia (2008) gebruikt in haar onderzoek naar het gebruik en de impact van onlinesociale netwerken een combinatie van deskresearch en interviews met enkele expertsin de materie. Walrave (1999) geeft via zijn onderzoek een aanzet tot de verklaring LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 43
  44. 44. van bepaalde ervaringen en attitudes in het domein van de directmarketingcommunicatie via het internet. In het onderzoek werd gekozen voor face-to-face diepte-interviews omdat de onderzoekers kwalitatieve gegevens wildenverzamelen die eventuele kwantitatieve data zouden kunnen duiden en kaderen. 2.2. Kwantitatief onderzoek versus kwalitatief onderzoekKwantitatief onderzoek streeft ernaar om een theorie uit te werken en op basishiervan een zo algemeen mogelijke hypothese te formuleren. Om deze hypothese tetesten, maakt men gebruik van zo representatief mogelijke cijfers (Delnooz, 1996, p.34-35). In het kwantitatieve onderzoek wordt gebruik gemaakt van literatuur envooraf gekozen theorie om hypothese af te leiden. Deze hypotheses worden getestdoor middel van een onderzoek. Er wordt gebruik gemaakt van bestaande engestandaardiseerde meetinstrumenten. Getallen en statistische criteria wordengebruikt om te berekenen of de resultaten de hypotheses bevestigen of verwerpen. DeLaet, Offermans en Toye (2004) zien kwantitatief onderzoek dan ook grootschalig vanaanpak, waarbij men door middel van cijfermateriaal de hypotheses uit hetvooronderzoek wil bevestigen.Volgens Delnooz (1996, p. 34-35) gaat kwalitatief onderzoek ervan uit dat niet allemensen te beschrijven zijn op basis van één uitgangspunt. Menselijk gedrag krijgt eencentrale plaats en er wordt gekeken naar de specifieke context van dit gedrag. Boeije(2005) vult dit verder aan en stelt dat kwalitatief onderzoek gebruik maakt van deliteratuur om een probleemstelling te formuleren die in het onderzoek als richtsnoerzal fungeren. Het doel van de onderzoeker is om te begrijpen wat er zich afspeelt.Over het algemeen worden dan ook geen grote aantallen onderzoekseenheden in hetonderzoek betrokken. Kwalitatief onderzoek werkt niet met cijfers, maar met tekstenuit bijvoorbeeld interviews of observaties. 2.3. Kwalitatief onderzoekBinnen kwalitatief onderzoek zijn een heleboel onderzoekstechnieken terug te vinden.Op basis van Morse (1994) haalt Mortelmans (2007) vier grondvormen van kwalitatiefonderzoek aan: 1. kwalitatieve survey: meest gebruikte methode die gebruik maakt van diepte- interviews of focusgroepen, LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 44
  45. 45. 2. etnografische studie: beschrijft culturen of groepen van binnen uit en doet vaak beroep op participerende observatie, 3. casestudy: richt zich op één enkele situatie, 4. kwalitatieve inhoudsanalyse: secundaire analyse van bronnenmateriaal, een variant binnen de kwalitatieve inhoudsanalyse is de discoursanalyse.3. Eigen onderzoek 3.1. UitgangspuntenHeel wat onderzoek naar effecten van (sociale) media gebeurt via kwalitatieveonderzoeksmethoden. Onderzoekers willen van hun respondenten te weten komenhoe ze staan t.o.v. sociale netwerken, in welke mate sociale netwerksites hun levenbeïnvloeden, enz. In dit onderzoek wordt nagaan of de concepten, privacy, vertrouwenen veiligheid op LinkedIn, feiten, illusies of achterhaalde feiten zijn. Om op ditprobleem een antwoord te zoeken staat er één onderzoeksvraag centraal:“Geven babyboomers op LinkedIn een andere invulling aan het concept privacy, en zoja, hoe doen ze dit?”Er werd gekozen voor een kwalitatieve benadering van het onderzoek. Net zoalsWalrave (1999) en Cachia (2008) wordt getracht meer te weten te komen over deattitudes ten opzichte van privacy bij babyboomers op LinkedIn. Om de validiteit enbetrouwbaarheid van het onderzoek te verhogen wordt rekening gehouden met deresultaten van andere onderzoeken die in deel 1 besproken werden. De graad vanbetrouwbaarheid en validiteit neemt immers toe, naar mate de betrouwbaarheid en devaliditeit van het meetinstrument in eerder onderzoek al eens werd aangetoond.Het is heel belangrijk in het onderzoek om te definiëren wat er verstaan wordt ondersociale netwerksites en privacy. Vooral de definitie rond privacy ligt in de literatuurzeer gevoelig. LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 45
  46. 46. 3.2. Onderzoeksfasen 3.2.1. Grounded TheoryHet onderzoek baseert zich op de Grounded Theory of de gefundeerde-theorie-benadering. Deze werd oorspronkelijk door Galser en Strauss ontwikkeld. (Baarda etal., 2009) De Grounded Theory is een perfecte mix van uitgebreide aandacht voor detheorieconstructie, gecombineerd met een grote gevoeligheid voor de procedurelekant van het onderzoek, aldus Mortelmans (2007). 3.2.2. LiteratuuronderzoekDeze eerste stap is noodzakelijk om een idee te hebben over de theoretische enempirische inzichten die er reeds bestaan rond sociale netwerksites en privacy. Debronnen uit deel één vormen dan ook een basis voor dit tweede deel. 3.2.3. Kiezen van een methode 3.2.3.1. Diepte-interviewBinnen het kwalitatieve veld bestaan vele onderzoeksmethoden. Het onderzoek richtzich op kleine groepen van mensen of op individuen (babyboomers op LinkedIn) endaarom werd gekozen om tien diepte-interviews af te nemen. Via deze methodekunnen onderliggende attitudes en motivaties van de respondenten aan deoppervlakte gebracht worden (De Pelsmacker & Van Kenhove, 2006, p. 94). VolgensBaarda et al. (2009) wordt een interview gebruikt om erachter te komen wat mensenweten, denken, voelen en willen betreffende bepaalde onderwerpen. Een diepte-interview laat toe om een onderzoeksonderwerp nauwkeurig uit te diepen. Bij eendiepte-interview kan doorgevraagd worden naar achterliggende motivaties enpercepties van de respondenten. Hierdoor komen ook persoonlijke en emotioneleaspecten aan bod. 3.2.3.2. TopiclijstTijdens de diepte-interviews werd gebruik gemaakt van een topiclijst. Mortelmans(2007) beschrijft een topiclijst als: “De topiclijst is de meest eenvoudige en ook dekortste vorm van vragenlijst. Het is een lijst van onderwerpen die de interviewer in deloop van het interview aan bod te laten komen.” (Mortelmans, 2007, p. 217-218)Voor het opstellen van de topiclijst werd vertrokken vanuit de literatuurstudie. Watwilden we bijkomstig weten? De topiclijst gaat van algemene onderwerpen (internet in LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 46
  47. 47. het algemeen) naar meer specifieke elementen voor het onderzoek (waarborgen vande privacy).( zie bijlage 1). Dankzij de topiclijst vond er een natuurlijke conversatieplaats met de respondenten (Mortelmans, 2007). Tijdens het interview werd niet altijdde volgorde van de topics gerespecteerd, zodat telkens kon ingespeeld worden op deelementen die in het gesprek vermeld werden. Alle topics kwamen wel aan bod. 3.2.4. Keuze van de respondentenVoor het verzamelen van de respondenten werd gebruikt gemaakt van desneeuwbalmethode of Snowball sampling (Baarda et al., 2009, p. 160). Het eigennetwerk vormt de basis van het onderzoek.Voor de keuze van de respondenten waren er twee belangrijke vereisten. Derespondent moest:  geboren zijn tussen 1946 en 1964 (babyboomgeneratie),  een actief profiel hebben op LinkedIn. (Minstens 1 keer per maand zijn profiel raadplegen)Aanvankelijk was het ook de bedoeling om een onderscheid te maken tussenopleidingsniveau en geslacht. Het criteria geslacht bleek na verder literatuurstudie enbij het bepalen van de probleemstelling echter niet relevant. Er wordt immers nietonderzocht of er een verschil is tussen mannen en vrouwen. Bovendien is LinkedIneen mannenwereld. Een onderzoek van het Rekruteringsbedrijf „Fill the Gap‟ heeft eenonderzoek uitgevoerd bij meer dan 2000 Belgische gebruikers van LinkedIn. Hieruit isgebleken dat 83% mannelijk is. (Digimedia, 2008)7Op het criteria opleidingsniveau is teruggekomen aangezien het vinden vanlaaggeschoolden op LinkedIn een zeer moeilijke opdracht is. Dit tonen meerderestudies aan (ondermeer ook terug te vinden in het HRMWitboek, p. 10).Er werd op toegezien dat de respondenten niet allemaal een communicatieachtergrondhadden, om vertekening van het onderzoek te vermijden. Aangezien de onderzoekerzelf in de communicatiesector werkt en gebruik heeft gemaakt van de7 Digimedia (2008), studie: het gebruik van sociale netwerken in België. Geraadpleegd op 15 april 2010 ophet World Wide Web: http://www.digimedia.be/nl/article.php?id_act=4268 LinkedIn voor babyboomers: professioneel visitekaartje of een open deur naar privacygegevens? 47

×