Vertrouwen, Integriteit & Leiderschap Theoriemodule Menselijk Gedrag
Agenda en Doelstelling <ul><li>Dubner, S.J. and Levitt, Steven D.,  What the Bagel Man Saw, An Accidental Glimpse at Human...
Morele natuur
 
Social evaluation by preverbal infants Hamlin, Wynn, Bloom, Nature (2007)
Kohlberg: Morele stadia
Lawrence Kohlberg <ul><ul><li>Kohlberg, Lawrence (1958). &quot;The Development of Modes of Thinking and Choices in Years 1...
Kohlberg's Theory of Moral Development <ul><li>Level I: Pre-conventional Morality </li></ul><ul><ul><ul><li>Stage 1 : Puni...
Kohlberg's Theory of Moral Development <ul><li>Level II: Conventional Morality </li></ul><ul><ul><ul><li>Stage 3 : Good Bo...
Kohlberg's Theory of Moral Development <ul><li>Level III: Post-conventional Morality </li></ul><ul><ul><ul><li>Stage 5 : S...
Gedragsbepalende motieven
Drie gedragsbepalende motieven Morele motieven Sociale motieven Economische motieven
Een boete is een prijs… <ul><ul><ul><li>Wanneer werkt een boete en wanneer werkt een beloning?  </li></ul></ul></ul><ul><u...
 
Bad Apples – Bad Barrels Theory <ul><ul><ul><li>“ It is sometimes less difficult for a new police officer to become corrup...
De Fraudedriehoek Gelegenheid Druk Rationalisatie
Rationalisatie van onethisch gedrag
Rationalisatie van onethisch gedrag <ul><li>Sykes en Matza (1957): </li></ul><ul><ul><ul><ul><li>Minimalization </li></ul>...
Anand, Ashforth & Joshi (AME, 2004, p. 11)
De Chicago Public Schools <ul><ul><ul><ul><li>Brian Jacob en Steven Levitt: “ Rotten Apples: an investigation of the preva...
Culturele verschillen
“Cultures of Corruption” <ul><ul><li>Cultures of Corruption: Evidence from Diplomatic Parking Tickets door Ray Fisman en E...
 
 
Goed voorbeeld…
 
Doelen stellen als motivator voor ethisch gedrag
Goal setting as a motivator of ethical behavior <ul><ul><li>Schweitzer, Ordónez & Douma (Academy of Management Journal, 20...
Criminogene factoren
Factoren die een rol spelen bij crimineel gedrag… <ul><li>Criminogene factoren zijn kenmerken of omstandigheden die kunnen...
Criminogene factoren <ul><ul><ul><ul><li>Delictgeschiedenis </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Huidige/laatste d...
Morele invloeden
The Bagel Man
Conclusie <ul><li>Of mensen de regels volgen is zeer afhankelijk van gedragsfactoren: </li></ul><ul><ul><ul><ul><li>Gelege...
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

KPMG Module Menselijk Gedrag

3,313

Published on

Published in: Career, Travel, Business
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
3,313
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Heet de deelnemers van harte welkom bij de theoriemodule Menselijk Gedrag, onderdeel van de toolkit Hypegiaphobia. Hypegiaphobia staat voor de angst om de eigen verantwoordelijkheid te nemen. Om de balans tussen regels en vertrouwen binnen organisaties te verbeteren en de angst voor het nemen van de eigen verantwoordelijkheid te doen afnemen heeft KPMG een lespakket samengesteld waarin kennis en vaardigheden worden overgedragen. De nu voorliggende module bespreekt hoe mensen zich gedragen wanneer het gaat om regels, sociale normen en waarden, hoe zij zich moreel ontwikkelen en welke factoren een rol spelen bij het plegen van fraude of criminaliteit. Stel uzelf en uw organisatie aan de deelnemers voor. Licht kort het programma toe; de module duurt 2 uur. Licht de deelnemers toe dat sprake is van een interactief programma, dat in waarde wint wanneer de deelnemers voorbeelden vanuit hun eigen praktijk en ervaring met elkaar delen. Moedig de deelnemers aan vragen te stellen als zij die hebben . Alvorens u de module start, doet u een voorstelronde met de deelnemers indien van toepassing. Deelnemers zijn meer geneigd hun verhalen en dilemma’s te delen met anderen wanneer zij weten wie ze voor zich hebben. Als er geen vragen meer zijn, start u de module.
  • Licht aan de hand van deze slide toe wat het programma van de dag wordt. Stel de deelnemers de vraag of zij aanvullende behoeften hebben. Neem deze indien van toepassing over op flip-over en integreer ze in het lesprogramma.
  • Om meer inzicht te verkrijgen in de wijze waarop mensen een moreel oordeel vormen over goed of slecht gedrag, licht u aan de hand van de volgende slides enkele onderzoeken toe die inzicht verschaffen in de morele natuur van de mens. Deze is al bij zeer jonge kinderen aanwezig, toont het nu volgende onderzoek aan.
  • Een positief begin van deze module! Wees gerust de mens is van nature goed: Onderzoekers aan de Yale universiteit in Amerika hebben aangetoond dat mensen al op zeer jonge leeftijd in staat zijn onderscheid te maken tussen het goede en het slechte. Deze slide geeft de tekeningen weer die werden gebruikt in het onderzoek “Social evaluation by preverbal infants door Hamlin, Wynn, Bloom, Nature (2007)”. Dit onderzoek toont aan dat kinderen die nog niet kunnen praten al onderscheid kunnen maken tussen “goed” en “kwaad”. Het gehele artikel is terug te vinden in de literatuurlijst. Het volledige onderzoek is terug te vinden in de map literatuurstukken bij deze module. Licht het onderzoek toe op basis van het literatuurartikel. Stel de deelnemers de volgende vraag: voor welk blokje denken jullie dat de kinderen de voorkeur hadden wanneer zij een blokje mochten kiezen om mee te spelen? &lt;antwoord: het helpende blokje&gt; De belangrijkste constatering is dat 95 % van de betrokken kinderen van nature een voorkeur heeft voor het goede! Dat is een zeer positieve constatering, die wat betekent voor het instellen van regels, wetten, waarden, etc. De vaardigheid om andere mensen te kunnen evalueren is van essentieel belang voor het navigeren in de sociale wereld. Mensen moeten in staat zijn om de acties en intenties van de mensen om hen heen te beoordelen. Zij maken nauwkeurige beslissingen over wie vriend en wie vijand is, wie een passende sociale partner is en wie niet. Alle sociale dieren profiteren van de vaardigheid tot de identificatie van individuele eigenschappen van personen die kunnen helpen, en hen te onderscheiden van anderen die hen kunnen schaden. Volwassenen evalueren mensen snel en automatisch op basis van zowel het gedrag als het fysieke voorkomen. De oorsprong en ontwikkeling van deze capaciteit wordt niet goed begrepen. Met het onderzoek wordt aangetoond dat 6 en 10 maanden oude baby&apos;s individuele acties meenemen in de beoordeling van dat individu alsaantrekkelijk of aversief. De zuigelingen hebben een voorkeur voor een individu dat helpt boven een ander die een belemmering vormt. Deze bevindingen vormen bewijs dat de preverbale zuigeling een individu beoordeelt op basis van zijn gedrag ten opzichte van anderen. Deze capaciteit kan dienen als basis voor morele denken en handelen. Stel de deelnemers de volgende vraag: Zijn de deelnemers verbaasd over het hoge percentage keuzes voor de helper? Waarom wel/ waarom niet?
  • De resultaten van het onderzoek worden in dit staafdiagram weergegeven. Licht de diagrammen toe indien nodig. Het volledige artikel en de resultaten zijn terug te vinden in de literatuurlijst.
  • 95% van de onderzochte kinderen van rond de zes maanden oud heeft dus van nature een voorkeur voor het goede. Hoe zit dat dan met volwassenen, en hoe ontwikkelt het morele denken van het kind zich naar volwassenheid? De psycholoog Kohlberg ontwikkelde een wereldwijd geaccepteerde theorie over de morele ontwikkelingsstadia van de mens. Deze stadia worden in de volgende slides uitgebreid toegelicht. De morele stadia van denken van de mens, niet iedereen ontwikkelt zich tot het hoogste niveau van moreel denken, zijn bruikbaar bij het verkrijgen van inzicht in hoe mensen redeneren bij het maken van de keuze tussen goed en slecht gedrag. De theorie kan een handvat bieden bij het inrichten van de organisatieregels en -richtlijnen. Ter voorbereiding op deze uitleg is het noodzakelijk dat de docent het artikel “H7 Kohlberg’s morele stadia” bestudeert.
  • In de jaren zestig publiceerde Lawrence Kohlberg de resultaten van zijn onderzoek naar het moreel bewustzijn van mensen. Hij vroeg zich af waar het verschil in moraliteit vandaan kwam tussen wat hij om zich heen observeerde en mensen als bijvoorbeeld Mahatma Ghandi en Albert Einstein. Hij legde aan kinderen en aan volwassenen morele dilemma&apos;s voor en analyseerde de overeenkomsten en verschillen in de manier waarop men tot een oordeel kwam. Hij ontdekte dat de moraliteit binnen ieder individu een ontwikkeling doormaakt, en dat niet iedereen tot hetzelfde niveau groeit. Kohlberg gebruikte morele dilemma&apos;s om te bepalen welk stadium van moraal een persoon die redeneert, gebruikt. De dilemma&apos;s zijn korte verhalen waarin een persoon een moreel besluit moet nemen. De deelnemer wordt gevraagd wat deze persoon zou moeten doen. Een dilemma dat Kohlberg in zijn origineel onderzoek gebruikt is het dilemma van de drogist: Leg de deelnemers het volgende verhaal voor: Een vrouw is stervende door een uniek soort kanker, het geluk wil dat een medicijn beschikbaar is dat haar zou kunnen redden. Het medicijn kost echter maar liefst $2.000 per dosering. De echtgenoot van de zieke vrouw, Heinz, kon dat niet betalen. Hij raadpleegde daarop iedereen die hij kende en wendde elk wettelijk middel aan om het benodigde geld bijeen te schrapen. Tevergeefs; Heinz kwam maar tot ongeveer $1.000. Hierop vroeg hij de arts die het medicijn ontwikkelde om hem te helpen, Heinz dacht aan een korting of uitstel van betaling. De arts weigerde dit. Vraag de deelnemers welke mogelijkheden Heinz heeft en neem deze over op de flip-over. Verken de gegeven antwoorden met de deelnemers en weeg de morele dilemma’s af met de groep. Vanuit een theoretisch standpunt, is het niet belangrijk wat de deelnemer denkt dat Heinz zou moeten doen. Het aandachtspunt is de rechtvaardiging die de deelnemer aanbiedt. Hieronder staan de voorbeelden van mogelijke argumenten die tot de zes stadia behoren. Het is belangrijk te bedenken dat deze argumenten slechts voorbeelden zijn. Het is mogelijk dat een deelnemer een volledig verschillende conclusie gebruikt maar hetzelfde stadium van redeneren heeft. Stadium 1 (gehoorzaamheid): Heinz zou niet het medicijn moeten stelen, omdat hij daardoor in de gevangenis zal belanden. Stadium 2 (eigenbelang): Heinz zou het medicijn moeten stelen, omdat hij veel gelukkiger zal zijn als hij zijn vrouw redt, zelfs als hij daardoor in de gevangenis belandt. Stadium 3 (overeenstemming): Heinz zou het medicijn moeten stelen, omdat zijn vrouw het verwacht. Stadium 4 (wet-en-orde): Heinz zou het medicijn niet moeten stelen, omdat de wet diefstal verbiedt. Stadium 5 (rechten van de mens): Heinz zou het medicijn moeten stelen, omdat iedereen het recht heeft te leven, ongeacht de wet. Of: Heinz zou het medicijn niet moeten stelen, omdat de wetenschapper een recht op eerlijke compensatie heeft. Stadium 6 (universele menselijke ethiek): Heinz zou het medicijn moeten stelen, omdat het redden van het menselijk leven een meer fundamentele waarde is dan de eigendomsrechten van een andere persoon. Of: Heinz zou niet het medicijn moeten stelen, omdat dat de gouden regel van eerlijkheid en eerbied overtreedt. Stadium 7 (transcendente ethiek): Heinz zou moeten verkiezen om meer tijd met zijn vrouw in hun resterende dagen door te brengen, als beiden de cyclus van leven en dood erkennen die de mens eigen is. Deze stadia van ontwikkeling van het morele besef worden elk nader toegelicht in de volgende slides. --------------------------------------- ENGLISH: Kohlberg established the Moral Judgement Interview in his original 1958 dissertation. During the roughly 45 minute tape recorded semi-structured interview, the interviewer uses moral dilemmas to determine which stage of moral reasoning a person uses. The dilemmas are fictional short stories that describe situations in which a person has to make a moral decision. The participant is asked a systemic series of open-ended questions, like what they think the right course of action is, as well as justifications as to why certain actions are right or wrong. The form and structure of these replies are scored and not the content; over a set of multiple moral dilemmas an overall score is derived. From a theoretical point of view, it is not important what the participant thinks that Heinz should do . Kohlberg&apos;s theory holds that the justification the participant offers is what is significant, the form of their response.[7] Below are some of many examples of possible arguments that belong to the six stages:[5][12] Stage one ( obedience ): Heinz should not steal the medicine because he will consequently be put in prison which will mean he is a bad person. Or: Heinz should steal the medicine because it is only worth $200 and not how much the druggist wanted for it; Heinz had even offered to pay for it and was not stealing anything else. Stage two ( self-interest ): Heinz should steal the medicine because he will be much happier if he saves his wife, even if he will have to serve a prison sentence. Or: Heinz should not steal the medicine because prison is an awful place, and he would probably languish over a jail cell more than his wife&apos;s death. Stage three ( conformity ): Heinz should steal the medicine because his wife expects it; he wants to be a good husband. Or: Heinz should not steal the drug because stealing is bad and he is not a criminal; he tried to do everything he could without breaking the law, you cannot blame him. Stage four ( law-and-order ): Heinz should not steal the medicine because the law prohibits stealing, making it illegal. Or: Heinz should steal the drug for his wife but also take the prescribed punishment for the crime as well as paying the druggist what he is owed. Criminals cannot just run around without regard for the law; actions have consequences. Stage five ( human rights ): Heinz should steal the medicine because everyone has a right to choose life, regardless of the law. Or: Heinz should not steal the medicine because the scientist has a right to fair compensation. Even if his wife is sick, it does not make his actions right. Stage six ( universal human ethics ): Heinz should steal the medicine, because saving a human life is a more fundamental value than the property rights of another person. Or: Heinz should not steal the medicine, because others may need the medicine just as badly, and their lives are equally significant.
  • Licht de diverse fasen van ontwikkeling nader toe aan de hand van deze en de volgende slides: Niveau I - pre-conventioneel (tot 9 jaar) stadium 1 gehoorzaamheid en gericht op (het vermijden van) straf stadium 2 gericht op eigenbelang In stadium 1 let je alleen op de directe consequenties die je handeling voor jezelf heeft. Als er straf op volgt heb je iets verkeerd gedaan en als er geen straf op volgt, of misschien zelfs een beloning, is het goed. Er is geen langetermijndenken. Bovendien wordt er niet van uitgegaan dat anderen een ander standpunt kunnen hebben. Stadium 2 definieert goed en kwaad aan de hand van persoonlijk gewin. De centrale vraag is nu: &apos;Wat levert het mij op?&apos; Er is al enige interesse in andermans standpunt, maar die interesse is gebaseerd op wederkerigheid. &apos;Voor wat hoort wat&apos; en &apos;oog om oog, tand om tand&apos;. Er is nog geen loyaliteit, geen intrinsiek respect voor anderen. De overgang van Niveau I naar Niveau II is voor de meeste mensen een natuurlijk proces, dat deel uitmaakt van de overgang naar het sociale bewustzijn van de puberteit. Maar psychopaten en mensen met een antisociale persoonlijkheid blijven op dit eerste niveau steken.
  • Niveau II - conventioneel (9 jaar tot en met adolescentie) stadium 3 gericht op interpersoonlijke overeenstemming en conformisme stadium 4 gericht op autoriteit en op het handhaven van de sociale orde stadium 4+ moreel relativisme In stadium 3 is het belangrijk wat anderen van je vinden. De gouden regel: &apos;Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet&apos;, krijgt nu betekenis. Je wordt lid van een sociale groep en het is belangrijk je rol binnen die groep te vervullen. Begrippen als respect en dankbaarheid krijgen een intrinsieke waarde en daarom wordt het belangrijk om tje te conformeren aan de geldende rollen en gedragspatronen. Eer, loyaliteit en vriendschap bepalen de moraliteit. Stadium 4 is dat van &apos;orde en gezag&apos;. De regels en wetten en de sociale omgangsvormen worden erkend als noodzakelijk voor het functioneren van de samenleving. Wie zich daartegen verzet brengt de samenleving in gevaar en dat wordt gezien als fout. De behoefte van niveau 3 aan instemming door anderen verdwijnt, want het individu wordt nu gezien als ondergeschikt aan de samenleving. Dus je kunt je veroorloven om impopulaire maatregelen te nemen in het belang van het grotere goed. Tussen Niveau II en Niveau III , dus op de overgang van stadium 4 naar stadium 5 vindt een morele crisis plaats. Dit wordt stadium 4+ genoemd, men gaat twijfelen aan autoriteit en sociale conventies, en er ontstaat een moreel relativisme dat lijkt op een terugval naar een pre-conventioneel niveau. Niet iedereen lukt het om de overgang van stadium 4+ naar stadium 5 te maken en zeer velen keren terug naar stadium 4.
  • Niveau III - post-conventioneel (volwassenheid) stadium 5 gericht op het sociaal contract stadium 6 universele ethische principes stadium 7 (hypothetisch) transcendente moraliteit In stadium 5 is het moreel relativisme geïnternaliseerd en ziet men de redelijkheid in van het sociaal contract. Men realiseert zich dat er verschillende opinies mogelijk zijn en dat die gelijkwaardig zijn. Men houdt zich aan de wet, omdat men het ermee eens is dat er regels moeten zijn. Maar als de wet onredelijk, is zal men trachten die te veranderen. Stadium 6 is gebaseerd op abstract redeneren over universele ethische waarden. Moraliteit wordt nu als een absoluut principe gezien en men zal zich niet aan de wet houden wanneer die wet onrechtvaardig is. Voor stadia 1 tot en met 5 is veel empirische ondersteuning gevonden. Vrij weinigen bereiken echter stadium 6 en tegenwoordig wordt op sommige universiteiten zelfs onderwezen dat dit stadium niet bestaat maar een theoretisch logische afsluiting vormt van de morele groei. En stadium 7 dan? Dit stadium werd pas later door Kohlberg gepostuleerd naar aanleiding van een vervolgonderzoek over mensen die hijzelf als moreel het meest hoogstaand beschouwde: zen-meesters, VN-afgevaardigden, bisschoppen, goeroes etc. De meesten redeneerden op niveau 5 of 6, maar enkele van deze lieden hadden een &apos;kosmisch perspectief&apos;, dat Kohlberg zelf ook niet kon volgen. Hun manier van denken is gebaseerd op een standpunt waarin de mens niet centraal staat en hun redenaties zijn dermate oninvoelbaar, dat ‘gewone mensen’ een sterk gevoel van onbehagen ervaren als ze ermee worden geconfronteerd. Een voorbeeld van een redenatie op het niveau van stadium 7 is te vinden in de slotscène van het Mahabharata, waarin prins Arjuna zijn brave broers (die het hele verhaal door worden gepresenteerd als voorbeelden van deugd) in de hel aantreft en zijn kwaadaardige neven in de hemel. &amp;quot;Waarom, vanwaar dit onrecht?“, vroeg Arjuna. Het antwoord is dat de kosmische strijd gevoerd moest worden, dat was onafwendbaar. Maar Arjuna en zijn broers hebben zich daar steeds tegen verzet, zijn neven niet. Die speelden hun rol in deze eindstrijd met volle overgave, al stonden ze dan aan de verkeerde kant.
  • Menselijke motieven om een integriteitbreuk of misdrijf te plegen. De motieven voor het overtreden van regels zijn onder te verdelen in de volgende subgroepen: Economische motieven : Doen omdat het loont. Sociale motieven : Omdat het moet/wordt opgelegd/vanuit de groep. Morele motieven : Omdat je het wilt/het behoort. Stel de deelnemers de vraag of zij dit voorbeeld kunnen vertalen naar hard rijden in je auto of door rood fietsen? Exploreer eventueel op de doelgroep passende andere integriteitbreuken met de groep. Economische motieven : Ben er eerder; + bekeuring Sociale motieven : Stoer om te scheuren; + scheuren wordt juist afgekeurd Morele motieven : Vind verkeersregels niet belangrijk; belangrijk vanwege verkeersveiligheid Om te voorkomen dat mensen vanuit deze motieven frauduleus zullen handelen is het van belang hen aan te sturen op elk van deze motieven. Binnen organisaties ziet men vaak de regels, checks en procedures worden vastgelegd om integriteitbreuken te voorkomen. Het is echter ook belangrijk om mogelijke motieven op voorhand weg te nemen, denk daarbij aan de volgende aanpak. Economische motieven : Zorgen dat het niet langer loont door te belonen en te straffen. Sociale motieven : Neem de sociale druk weg door in besprekingen de groepsrol te benadrukken en te spreken over status, sociale controle, en de binnen het bedrijf geldende cultuur. Morele motieven : Benader deze motieven vanuit persoonlijke trots, betrokkenheid, professionaliteit, eer. Bespreek eventueel de motieven vanuit de eerder behandelde onderwerpen uit de vorige vraag aan de deelnemers. Probeer gezamenlijk de demotiverende maatregelen met betrekking tot de genoemde motieven te vinden. De volgende slides bespreken enkele onderzoeken die de diverse motieven exploreren. Getroffen maatregelen blijken lang niet altijd productief te zijn en het is een dunne (scheids)lijn tussen regels en vertrouwen om te voorkomen dat mensen integriteitbreuken begaan. We kijken naar het eerste onderzoek:
  • Deze slide noemt twee onderzoeken die aantonen dat een boete of een beloning ook contraproductief kan werken. Het eerste onderzoek beschrijft het opleggen van een boete wanneer ouders hun kinderen te laat ophalen van het kinderdagverblijf. Het tweede onderzoek beschrijft de reactie van bloeddonoren op de beloning die zij ontvangen voor hun donatie. Vraag de deelnemers wat zijn denken dat de resultaten van de onderzoeken waren? Licht vervolgens de onderzoeken toe aan de hand van de bijgesloten artikelen “ Uri Gneezy en Aldo Rustichini: “A fine is a price” (Journal of Legal Studies, 2000)” en “ Richard Titmuss: “The gift of blood” (Transaction, 1971) Een boete is een prijs . Ouders worden geacht hun kinderen om 17.00 op te halen. Ouders te laat, waardoor staf moet wachten. Hoe dit op te lossen. Economisten bestudeerden 10 dagverblijven in Haifa in Israel. Studie duurde 20 weken. Eerste vier weken, volgen van aantal ouders dat te laat kwam. Vijfde week een straf. Meer dan 10 minuten te laat, betekende 3 dollar boete per kind. Dit werd opgeteld bij de rekening van $ 380 per maand. Wat schetst de verbazing? Toen de boete werd ingevoerd ging het aantal te late ouders OMHOOG! Het verdubbelde zelfs. Boete was waarschijnlijk te laag. Maar er is nog iets anders aan de hand. De morele prikkel/beloning (om op tijd af te halen, en geen schuldgevoelens te hebben en schuin aangekeken te worden) werd vervangen door een economische prikkel. Voor slechts paar dollar konden ouders hun schuldgevoelens afkopen. Bovendien, de kleine boete zond het signaal uit, dat te laat zijn niet zou erg was. Slechts $ 3. Na de boete afgeschaft te hebben, veranderde er niets. Nu konden de ouders laat arriveren, geen boete betalen en geen schuldgevoelens hebben… Een beloning schrikt af: Titmuss beargumenteert in zijn onderzoek dat een kleine vergoeding in de vorm van een geldbedrag voor donatie ervoor zorgde dat het aantal donoren met de helft daalde. Dit geldt vooral voor vrouwelijke donoren, bij mannen was het resultaat minder significant. De verklaring hiervoor is dat het intrinsieke motief van de altruïstische handeling en het “goed doen” wordt weggenomen door de beloning. Het doneren van bloed vergroot in zekere zin je status omdat je iets goeds doet; door er een beloning voor te krijgen doe je in feite niets bijzonders meer. Het vervangen van een morele beloning door een economische beloning heeft dus een negatief effect. Wanneer bloeddonoren een kleine vergoeding krijgen in plaats van waardering voor hun altruïsme, dan zijn ze geneigd MINDER bloed te geven. De beloning zet een nobele handeling van liefdadigheid om in een manier om wat geld te verdienen. Tegelijkertijd, als bloeddonoren er € 50, € 500 of € 5.000 voor zouden krijgen, dan zal het aantal donoren weer toenemen. Maar met ongewenste effecten. Wanneer een zak bloed opeens € 5.000 waard zou zijn, zou je je kunnen voorstellen dat mensen bloed zouden gaan stelen of teveel bloed geven door een valse identiteit op te geven. Bij bedrijven zien we dit ook gebeuren. Bedrijven stellen een eigen ethische code op omdat zij dat belangrijk vinden. Daarmee willen zij aantonen dat dit bij hun identiteit hoort. Als bijvoorbeeld de overheid dit motief zou vervangen door allerlei economische prikkels, neemt de ethiek wellicht eerder af dan toe. Stel de deelnemers de vraag of zij dergelijke effecten ook uit hun eigen omgeving kennen? Kunnen zij zich invoelen in de reacties van de proefpersonen in de onderzoeken? Waarom wel/waarom niet?
  • Deze grafiek dient ter illustratie bij het onderzoek over het kinderdagverblijf.
  • Zimbardo’s theorie is dat oneerbaar gedrag niet voortkomt van gedrag vanuit “rotte appels” maar dat het voortkomt uit het bestaan van “slechte manden”. Degelijke, eerlijke, goede burgers kunnen worden verleid tot corrupt gedrag gegeven een slechte situatie. Zimbardo beweert dat de situatie of de context sterk van invloed is op de dynamiek tussen personen en de relaties. Dat bewees hij met zijn, welbekende, prison experiment. Een groep van 24 doorsnee Amerikaanse jongens uit de middenklasse, die aan het begin van het experiment niet van elkaar verschilden, zouden twee weken lang bewaker of gevangene zijn in een namaakgevangenis. Het toeval bepaalde de rollenverdeling. Twaalf jongens mochten een uniform aandoen en kregen als opdracht: ‘zorg voor orde maar gebruik geen geweld’. De twaalf andere kregen een gevangenisplunje aan. Zimbardo en zijn collega&apos;s wilden weten wat er in zo&apos;n sociale situatie kon gebeuren. En dat was tamelijk gruwelijk. Al snel gebruikten de &apos;bewakers&apos; &apos;opdrukken met een voet op de rug’ als straf. Opstandelingen werden met de brandblusser neergeslagen en een andere gebruikte straf was het zich publiekelijk laten uitkleden. Eenzame opsluiting kon ook. De agressie van de bewakers werd sterker naarmate het onderzoek vorderde. Sommige bewakers hadden er lol in om de gevangenen zeer wreed te behandelen, als beesten. Niemand van de deelnemers zei tijdens het experiment: &amp;quot;Zo kan het niet meer verder.&amp;quot; Op een bepaald moment gebeurden de mishandelingen ‘s nachts omdat ze dachten dat de onderzoekers toch niet keken. De meerderheid was niet langer in staat een onderscheid te maken tussen hun rollen en hun eigen ik. In bijna elk onderdeel van hun gedrag , gedachten en gevoelens waren er veranderingen te zien. Niet enkel de proefpersonen gingen tot het uiterste, ook de onderzoekers trapten in hun eigen val. Ze hadden buitenstaanders nodig om in te zien wat ze aan het doen waren. Toen een collega Zimbardo een technische vraag stelde, reageerde hij niet als wetenschapper , wel als gevangenisdirecteur. Wanneer Christina, een nieuwe collega, boos werd over het feit dat de &apos;gevangenen&apos; met een zak over het hoofd en aan de enkels geketend naar de wc werden geleid, besefte Zimbardo dat er iets fout ging. Na zes van de voorziene veertien dagen werd het experiment stilgelegd. Michael Hoffman schreef een boek over “business ethics” en komt tot de conclusie dat het niet alleen gaat om een rotte appel maar vooral om de organisatiecultuur waarin corruptie mogelijk is.
  • Drie elementen bepalen feitelijk hoe een mens zich in strijd met de geldende regels gedraagt. Deze drie elementen zijn: Druk Gelegenheid Rationalisatie Bij een misdrijf, fraude of integriteitsbreuk zijn deze drie elementen altijd aanwezig. Vaak reageert de overheid of een bedrijf op fraude door de gelegenheid weg te nemen door meer regels te stellen, strenger checks uit te voeren en hardere sancties op te leggen. Daarbij wordt vergeten dat druk op de medewerkers, sociale druk of werkdruk, ook leidt tot overtredingen. Regels zullen daarbij niet werken. De overheid of bedrijven dienen daarnaast de mogelijkheid tot rationalisatie weg te nemen door lastige situaties of risico’s die met het vak gemoeid zijn openlijk te bespreken. Deze fraudedriehoek komt van Cressey. Hij zegt: “Trusted persons become trust violators when they conceive of themselves as having a financial problem which is non-sharable, are aware this problem can be secretly resolved by violation of the position of financial trust, and are able to apply to their own conduct in that situation verbalizations which enable them to adjust their conceptions of themselves as trusted persons with their conceptions of themselves as users of the entrusted funds or property.” Cressey was een leerling van Edwin Sutherland (1883-1950) de bedenker van de term white collar crime. Maar vooral ook bekend van theory of differential association . Men dacht tot die tijd dat crimineel gedrag vooral genetisch bepaald werd, maar Sutherland toonde aan dat het gedrag wordt aangeleerd. Twee zaken worden mensen aangeleerd: motieven en technieken. Daarbij ging hij in die tijd voorbij aan het idee dat onethische mensen de eerlijke mensen infecteren. Gelukkig weten we dat het ook vaak andersom werkt, en de eerlijke mensen de onethische mensen beïnvloeden. Cressey (1919-1987) toonde zijn theorie aan, aan de hand van het volgende onderzoek: Hij onderzocht 200 gevangenen die vastzaten vanwege criminaliteit op werk. Hij stelde hun de vragen: Waarom heb je het gedaan? En waarom heb je het niet eerder gedaan? In zijn boek Other People’s Money beschrijft hij de resultaten. Hij concludeert dat 3 factoren , die steeds alledrie aanwezig zijn, de sleutel vormen: gelegenheid, rationalisatie en druk. Alledrie de factoren zijn noodzakelijk om tot een misdaad te komen: Gelegenheid: middelen en mogelijkheden. Bindt men de spreekwoordelijke kat op het spek? Lag de portemonnee onbewaakt op een bankje in het park? Druk: niet-deelbare financiële druk, schulden, ook hoge targets en tijdsdruk. Rationalisaties, om het altijd recht te praten. Een keertje. Het valt wel mee. Ik betaal het terug. Niemand wordt er slechter van, etc.
  • Uit diverse onderzoeken blijkt dat overtreders diverse vaste rechtvaardigingen gebruiken om hun gedrag te vergoelijken. De in de sheet genoemde onderzoeken geven de rationalisatie aan. Deze zijn onderstaand nader uitgewerkt, de artikelen van Sykes en Matza (1957) en Hollinger (1991) bieden nadere uitleg. “Rationalisations are mental strategies that allow you (and others around you) to view your unethical behaviour as justified” . Sykes en Matza hebben onderzocht welke rechtvaardigingen voor delinquent gedrag worden overgedragen in groepen. Ze onderscheiden vijf ‘neutralisatietechnieken’ die vaak worden toegepast om delinquent gedrag te rechtvaardigen: het ontkennen van eigen verantwoordelijkheid, het ontkennen van schade of nadeel voor anderen, het ontkennen van een slachtoffer, het veroordelen van degenen die het deviante gedrag veroordelen, en – als laatste – het zich beroepen op loyaliteitsverplichtingen. Vooraf verminderen of ‘neutraliseren’ deze rechtvaardigingen de morele bezwaren die iemand kan hebben om zich te misdragen. Achteraf bieden ze bescherming tegen de verwijten die iemand zichzelf kan maken en tegen de beschuldigingen van anderen. Deze neutralisatietechnieken zijn concrete voorbeelden van wat er in een groep wordt geleerd en ze verklaren voor een deel ook waarom groepsleden (gemakkelijker) delinquent gedrag vertonen. Volgens Sykes en Matza zouden jongens die moeilijk delinquent groepsgedrag vertonen, hun gedrag normaal gesproken afstemmen op de conventionele waarden van de dominante samenleving. Wat zij van elkaar leren is hoe ze de geldigheid van die waarden tijdelijk kunnen verminderen om zich ongehinderd door schuldgevoelens te kunnen misdragen. Sykes en Matza noemen dat het nemen van een ‘moral holiday’. Hollinger deed een groot empirisch onderzoek van employee deviance. Correlatie tussen rationalisaties en overtredingen. Het slachtoffer is geen slachtoffer: boontje komt om zijn loontje. Injury: minimaliseren van effecten. Kan het veroorloven. Onderneming geeft er toch niet om. Herkennen eigen overtredingen: boter op zijn hoofd, bedrijf is zelf ook fout, hypocriet. Onderstaand een uittreksel van de beide onderzoeken. Sykes and Matza (1957) classified excuses and justifications that provide a moral release into five types, which they called “techniques of neutralization”: 1. Denial of responsibility (e.g., “It’s not my fault. I was drunk at the time.”): Offenders may list reasons such as alcohol, peer pressure, bad neighborhood, and so on that caused them to commit the act. 2. Denial of injury (e.g., “No one got hurt.”): Offenders may deny that anyone or anything was harmed by their action. For example, shoplifters might claim that stores have so much money and insurance that “They can afford it” or employee thieves may claim their company wastes so much “They’ll never miss it.” Denial of victim (e.g., “They had it coming to them.”): Some offenders may claim that although someone got hurt, he or she deserved it. For example, corporations may treat their employees badly, paying them too little or instituting a stringent dress code. Employees may pilfer goods out of resentment “to get back at the company,” saying they are the real victims of the corporation’s abuse. Women who harm physically or psychologically abusive spouses may claim that the “ victim ” was actually an offender who had therefore forfeited his rights to victimhood, and was finally getting what he deserved. 4. Condemnation of the condemners (e.g., “Everybody’s crooked.”): Offenders may reject the people who have authority over them, such as judges, parents, and police officers, who are viewed as being just as corrupt and thus not worthy of respect: “Even ministers steal from the collection box.” The 2001 revelations of sexual abuse of children by Catholic priests and the cover-up by the Catholic Church provided considerable fuel for the denial of their moral authority to judge others. 5. Appeal to higher loyalties (e.g., “I didn’t do it for myself.”). Many offenders argue that their loyalties lie with their peers (homeboys, fellow gang members, fellow employees, etc.) and that the group has needs that take precedence over societal demands. Female embezzlers claim to have stolen for their families and mothers have committed arson to provide work for their unemployed firefighter sons. Drug users’ higher loyalty may be to the complete fulfillment of the human spirit. Since Matza and Sykes’s original studies on delinquency, researchers have applied neutralization theory to adult crime, especially to offenders who maintain a dual lifestyle and are both part of the mainstream and yet also engage in crime, as in employee theft (Ditton, 1977; Hollinger and Clark, 1983; Hollinger , 1991 ) and buying and selling stolen goods (Klockars, 1974; Henry, 1978). As a consequence, at least four additional types of neutralization have been discovered (Henry, 1990; Pfuhl and Henry, 1993): 1. Metaphor of the ledger (e.g., “I’ve done more good than bad in my life.”). This was used by Klockars (1974) to show how the professional fence believed himself to be, on the balance of his life, more moral than immoral (“Look at all the money I’ve given to charity and how I’ve helped children. If you add it all up, I’ve got to come out on the good side”). 2. Claim of normality (e.g., “Everyone is doing it.”). This suggests that the law is not reflecting the popular will and since everyone engages in, say, tax evasion, pilfering from the office, extramarital sex and so on, then such acts are not really deviant and therefore not wrong. 3. Denial of negative intent (e.g., “It was just a joke.”). Henry (1990; Henry and Eaton, 1999) found this was used by college students to justify their use of explosives on campus, among other things (“We were only having some fun.”). The neutralization is partial denial , accepting responsibility for the act but denying the negative consequences were intended. 4. Claim of relative acceptability (e.g., “There are others worse than me.”). Unlike condemning the condemners, this appeals to the audience to compare the offender’s crime to more serious ones and can go so far as claiming to be moral. For example, LAPD officers claimed that the beating of the African American Rodney King, after being stopped on a traffic violation, helped prevent him being killed by nervous fellow officers (Pfuhl and Henry, 1993: 70)
  • Deze onderzoekers hebben aangetoond dat corruptie en onethisch gedrag in organisaties continueert wanneer nieuwkomers in een organisatie onethisch gedrag overnemen als zij hiertoo binnen de organisatie door collega’s, door onduidelijke regels of door de gelegenheid worden aangemoedigd . Nieuwkomers worden geleidelijk geïntroduceerd tot corrupt gedrag. In het begin worden de medewerkers alleen verleid tot een milde overtreding. Deze overtreding, hoe kleinschalig ook, maakt de weg vrij voor cognitieve dissonantie. ( Cognitieve dissonantie is een psychologische term die de onaangename spanning aanduidt die ontstaat bij het kennisnemen van feiten of opvattingen die strijdig zijn met een eigen overtuiging of mening, of van het deelnemen aan gedrag dat strijdig is met iemands overtuiging. Meer precies geformuleerd is het de perceptie van onverenigbaarheid tussen twee &amp;quot;cognities&amp;quot;, waarbij een cognitie moet worden gezien als elk element van kennis, inclusief houding, emotie, geloof of gedrag. De theorie van cognitieve dissonantie stelt dat tegenstrijdige feiten als een drijvende kracht fungeren die de geest dwingen om nieuwe ideeën of gedachten te onderzoeken, of om de aanwezige overtuiging aan te passen, dus om de hoeveelheid dissonantie (tegenstrijdigheid) tussen cognities te verminderen.) De nieuwkomers praten hun gedrag goed met aangeleerde rationalisaties van hun collega’s. Het minimaal onethische gedrag wordt genormaliseerd en zij accepteren hun eigen gedrag omdat “dat hier normaal gedrag is”. Zo gaat het gedrag elke keer een klein stapje verder en stijgt de nieuwkomer door middel van rationalisatie en normalisatie op de ladder van corrupte handelingen. De rationalisaties die de onderzoekers aantroffen waren de volgende: (Denial of responsibility, Denial of Victim, Social Weighting, Appeal to higher loyalties en The ledger): “ Iedereen doet het…” “ Ik doe slechts wat er van mij wordt gevraagd…” “ Wat niet weet, wat niet deert…” “ Het is maar één keer…” “ We voldoen toch aan de wet?” “ Het is een kwestie van smaak…” “ Politiek is oorlog…” “ Anders doet een ander het wel…” “ Zolang ik maar rustig kan slapen…”
  • Jacob en Levitt (2003) laten zien dat ‘high stakes testing’ in Chicago heeft geleid tot meer fraude door leraren bij de eindexamens om hun leerlingen door de toets heen te slepen. Hoe meer leerlingen slaagden met hoge cijfers, hoe hoger de bonus voor de leraar. Dit illustreert goed dat het opvoeren van druk kan leiden tot onethisch gedrag. Stel de deelnemers de vraag waarom zij denken dat gefraudeerd werd na invoering van het zogenaamde high stakes onderwijs? Tevens zijn in het onderzoek voor de docenten alle drie de fraude-elementen nadrukkelijk aanwezig. Licht het onderzoek toe aan de deelnemers: Studenten waren altijd al altijd gebaat bij fraude . Maar nu ook de docent . Docenten met slechte resultaten kregen geen promotie. De gehele school scoorde slechter waardoor minder budget/subsidie ter beschikking werd gesteld. Komt de school onder toezicht, dan moesten de docenten vrezen voor hun baan. De staat Californië introduceerde een 25.000 dollar bonus voor docenten die de grootste groei laten zien. Resultaten wijzen op een aanzienlijke verbetering van de resultaten, maar deze leken testspecifiek en de hoge scores werden niet herhaald op een gestandaardiseerde test. Onderzoek van Levitt en Jacob heeft aangetoond dat high stakes onderwijs heeft geleid tot meer fraude door leerlingen, docenten en administratief medewerkers. Stel de deelnemers de vraag hoe zij denken dat de docenten de fraude pleegden? De docenten schreven in ieder geval niet de antwoorden op het bord. Wat deden ze wel? Extra tijd geven. Eerder de opgaven krijgen, lessen daarop aanpassen . Instructies geven om veel C’s in te vullen, die de docent na afloop makkelijk zelf kan veranderen. Echt oplichten; antwoorden aanpassen tussen het moment van inleveren door studenten en het inleveren bij de elektronische scanner. Gemakkelijk aanpassen, maar niet opvallend. Door bijvoorbeeld niet te veel antwoorden te veranderen en niet bij iedereen. Docenten selecteerden een rij van 10 antwoorden en vulden bijvoorbeeld bij eenderde of de helft de goede antwoorden in. Dit was snel te doen en gemakkelijk te onthouden. Docenten deden dit echter ook aan het eind van de toets, waar de vragen moeilijker zijn. Dit was een van de redenen waardoor zij tegen de lamp liepen. Maar hoe was dit te achterhalen? Blokken van dezelfde, en met name goede antwoorden. Vooral van de studenten die normaal slecht zijn (vergeleken met andere tentamens) of die eerste vragen fout hebben. Gekke patronen. Makkelijke fout, moeilijke vragen goed. De onderzoekers keken ook per klas: klassen werden opeens veel beter dan verwacht. Het was vooral opvallend wanneer een volgend tentamen weer slecht gemaakt zou worden. Een sterke stijging zou nog kunnen liggen aan de goede docent… Onderzoekers toonden aan dat hele reeksen goed beantwoord werden, er was onderling weinig correlatie in het begin van de antwoordreeks terwijl dat wel zo was aan het einde van de antwoordreeks. Resultaat van de high stakes testing was dat 5% van de docenten aan het bedriegen of manipuleren was. Het gewenste resultaat van high stakes testing bleef daardoor uit. Opvallend is dat deze percentages overeenkomen met het eerste besproken onderzoek over de kinderen en de blokjes. Hierbij viel op: Er was geen verschil tussen mannelijke en vrouwelijke docenten . Wel geldt: hoe jonger en minder gekwalificeerd, hoe groter het percentage fraudeurs . Docenten gingen het meest over de schreef bij de de slechts scorende klassen .
  • Het volgende onderzoek analyseert de samenhang tussen culturele normen en handhaving van de regels. Dat deden ze aan de hand van parkeerboetes uitgereikt aan buitenlandse diplomaten in de stad New York. Het bleek dat diplomaten uit van oorspong corrupte landen meer parkeerboetes ontvangen dan diplomaten uit niet-corrupte landen. Onder verschillende omstandigheden blijkt dat de culturele norm bepalend is voor iemands gedrag en niet de lokale handhaving van wet- en regelgeving. Onderstaand een toelichting op het onderzoek (in het Engels) . Corruption is believed to be a major factor impeding economic development, but the importance of legal enforcement versus cultural norms in controlling corruption is poorly understood. To disentangle these two factors, we exploit a natural experiment, the stationing of thousands of diplomats from around the world in New York City. Diplomatic immunity means there was essentially zero legal enforcement of diplomatic parking violations, allowing us to examine the role of cultural norms alone. This generates a revealed preference measure of government officials’ corruption based on real-world behavior taking place in the same setting. We find strong persistence in corruption norms: diplomats from high corruption countries (based on existing survey-based indices) have significantly more parking violations, and these differences persist over time. This setting has a number of advantages. Most importantly, our approach avoids the problem of differential legal enforcement levels across countries, and more generally strips out enforcement effects, since there was essentially no enforcement of parking violations for diplomats during the main study period. We thus interpret diplomats’ behavior as reflecting their underlying propensity to break rules for private gain when enforcement is not a consideration. Additionally, because U.N. diplomats are largely co-located in Midtown Manhattan, we avoid many concerns of unobserved differences in parking availability across geographic settings. Government officials across 146 countries . Relationship is robust to conditioning on region fixed effects, country income, and a wide range of other controls (including government employee salary measures). These would predict that parking violations should be high across the board for all diplomats when enforcement is lifted. Instead we find that diplomats from low corruption countries (e.g., Norway) behave remarkably well even in situations where they can get away with violations, while those from high corruption countries (e.g., Nigeria) commit many violations, suggesting that they bring the social norms or corruption culture of their home country with them to New York City. All U.N. mission diplomats present in New York City (numbering over 1700 at any given point in time). In the aftermath of the September 11, 2001 attacks, there was a sharp – though temporary – drop in diplomatic parking violations, by roughly 80%. We find that countries with greater proportions of Muslim population experience particularly sharp declines. We can only speculate about the exact causes of this change in behavior, but the fear of police harassment or negative media attention for their home country during that politically delicate period is a possibility. Also recall that there were hundreds of attacks on Muslims in the United States in the weeks following the 9/11 attacks.
  • To illustrate the magnitude of the problem, between November 1997 and the end of 2002 in New York City, diplomats accumulated over 150,000 unpaid parking tickets , resulting in outstanding fines of more than $18 million .
  • De resultaten van onderzoek naar toename in de handhaving van de parkeerovertredingen. Zijn er strenge regels en worden deze niet gehandhaafd dan blijven de consuls de overtredingen maken. Op het moment dat de regels streng gehandhaafd worden ontstond een sterke terugval in het aantal overtredingen. Dit onderzoek wijst uit dat regels alleen niet werken, ze moeten ook gehandhaafd worden. In de balans tussen regels en vertrouwen is het dus zaak aandacht te besteden aan regels die je kunt handhaven, heb je geen middelen om de regels te handhaven dan is het wellicht niet waardevol de regels in te voeren. Vraag de deelnemers hoe zij hierover denken. Kunnen zij een manier verzinnen waarop niet te handhaven regels wel worden nageleefd? Denk bijvoorbeeld aan basale zaken als respect voor elkaar tonen, etc. Waarom leven mensen die (ongeschreven) regels wel na?
  • Onderzoek heeft aangetoond dat mensen niet gemakkelijk stoppen voor een pechgeval langs de weg. Echter wanneer zij iemand anders zien helpen, zijn zij direct geneigd ook te stoppen om een handje te helpen.
  • Onderzocht werd wat de rol van het stellen van doelen was in relatie tot onethisch gedrag. De onderzoekers toonden aan dat mensen die hun gestelde doelen niet haalden eerder geneigd waren onethisch gedrag te vertonen dan mensen die hun doelen wel hadden gehaald. Het verband tussen het stellen van doelen en onethisch gedrag was in het bijzonder sterk wanneer gestelde doelen net niet gehaald werden. Voor nadere achtergronden zie het artikel in de literatuurlijst. Onderstaand een korte samenvatting (in het Engels): In &amp;quot;Goal Setting as a Motivator of Unethical Behavior,&amp;quot; Maurice Schweitzer, professor of operations and information management at Wharton and colleagues Lisa Ordonez from the University of Arizona and Bambi Douma from the University of Montana, argue that while goal setting - a common managerial tool - can be used beneficially in organizations, it can also encourage people to misrepresent the success they have had in meeting certain targets. The paper appeared in June in the Academy of Management Journal. The authors cite earlier scholarly research showing that &amp;quot;goal attainment is associated with psychological rewards, including positive self-evaluations and higher self-satisfaction.&amp;quot; The authors suggest, however, that people also &amp;quot;incur psychological costs from admitting goal failure&amp;quot; and that &amp;quot;psychological factors can motivate unethical actions after people fall short of goals. In particular,&amp;quot; the authors note, &amp;quot;we expect people with unmet goals to be more likely to misrepresent their performances than people without specific goals.&amp;quot; What this suggests, the authors says, is that individuals who have goals - and fail to meet them - are more likely to act unethically than people who are simply &amp;quot;trying to do their best,&amp;quot; without the motivation of a specific goal. When Schweitzer first began to read some of the more than 400 scholarly studies on goal setting, he was surprised to see that almost all talked about goal setting&apos;s benefits - a reflection of the fact that &amp;quot;goal setting is one of the most important things managers can do to motivate employees,&amp;quot; he notes. &amp;quot;And companies that use goal setting do see results in terms of performance.&amp;quot; The problem comes he suggests, when people miss their goals, especially when they miss them by a small margin.
  • Soms kun je met de beste bedoelingen in de wereld met het wegnemen van druk, gelegenheid en rationalisatie niet voorkomen dat mensen onethisch gedrag vertonen. De oorzaak ligt dan in de aangeboren of aangeleerde criminogene factoren. Deze worden in de volgende sheets nader toegelicht.
  • Als positieve afsluiting van deze negatieve verhalen blijkt de mens gelukkig voor het overgrote deel te goeder trouw te handelen! Een medewerker van Defensie in Washington bewees dit met het volgende inspirerende verhaal: De Bagelman, genaamd Paul Feldman , werkte bij defensie in Washington vanaf 1962 . Hij was daar hoofd van de afdeling Public Research Group . Vooral bekend vanwege zijn bagels . Begon als gebaar . Steeds wanneer iemand van zijn afdeling een researchcontract won, trakteerde hij op bagels. Omdat het in de smaak viel, ging hij ertoe over om iedere vrijdagmiddag op een bagel te trakteren. Een bagel met roomkaas. Snel een succes. Collega’s van andere afdelingen kwamen ook op zijn bagels af. Uiteindelijk bracht hij iedere week 15 dozen bagels naar kantoor. Ter compensatie van de kosten, legde hij een gelddoosje ernaast met daarop een adviesprijs. Vraag de deelnemers hoe hoog dat zij denken dat het percentage is van collega’s dat netjes betaalde? In totaal kreeg hij 95% van de kosten terug. De resterende 5% weet hij aan onoplettendheid/slordigheid van de eters. In 1984 , kwam er nieuw management; hij besloot weg te gaan en van zijn bagels zijn beroep van te maken. Shopte in Washington langs kantoren met een simpel aanbod. Iedere ochtend vroeg, bezorgde hij bagels met een geldmandje in de kantine. Hij haalde weer op voor de lunch, zowel geld als de resterende bagels. Binnen enkele jaren had hij een omzet van 8.400 bagels per week bij 140 bedrijven . 1 dollar per bagel . Vraag de deelnemers hoe hoog dat zij denken dat het percentage is van deze onbekende medewerkers van bedrijven is dat netjes betaalt? In totaal kreeg hij 87% van de kosten terug! Er ontstond vervolgens een fantastisch experiment (omdat dieven niet altijd bekend hoeven te worden). Hij hield bij hoeveel geld hij per bedrijf ophaalde. En vooral om in staat te zijn de tekorten te analyseren. Enkele leuke weetjes: Per jaar werd maar 1 doos gestolen . Betalingsgedrag is vanaf 1992 langzaam gedaald . Zomer 2001 was dit 87%. Sinds 11 september 2 procent hoger. Toename in empathie. Kleine kantoren 3 tot 5% beter betaald . Je zou zeggen: meer getuigen op grotere kantoren, maar juist ook grotere anonimiteit en lagere sociale controle. Persoonlijke factoren zijn van invloed. Onverwacht goed weer voor het seizoen leidt ertoe dat meer mensen betalen. Onverwacht koud weer voor het seizoen, minder mensen betalen. Bleek ook dat hoe hoger op de ladder , des te minder er betaald werd. Deze mensen vinden dat ze er meer recht op hebben of zijn juist opgeklommen vanwege dit gedrag. Wanneer hij 100% veilige verkoop deed d.m.v. een afgesloten doos die alleen openging bij inworp van een dollar, had hij 100% betalingen maar was het aantal bagels dat hij verkocht veel lager. In de loop der tijd liepen betalingen terug wanneer hij geen aandacht besteedde aan de verkoop. Om de drie maanden zette hij een ander bordje neer, paste hij de kleur van de mand aan of kwam hij langs om een handje te schudden. Zo hield hij het percentage hoog.
  • Transcript of "KPMG Module Menselijk Gedrag"

    1. 1. Vertrouwen, Integriteit & Leiderschap Theoriemodule Menselijk Gedrag
    2. 2. Agenda en Doelstelling <ul><li>Dubner, S.J. and Levitt, Steven D., What the Bagel Man Saw, An Accidental Glimpse at Human Nature , The New York Times Magazine, June 6, 2004 </li></ul><ul><li>Gneezy, Uri en Rustichini, Aldo, A fine is a price, Journal of Legal Studies, 2000 </li></ul><ul><li>Jacob, Brian en Levitt, Steven, Rotten Apples: an investigation of the prevalence and predictors of teacher cheating, Quarterly Journal of Economics, 2003 </li></ul><ul><li>Schweitzer, M.E., Ordonez,L., & Douma, B., Goal setting as a motivator of unethical behavior, Academy of Management Journal, 47, 2004, p.422-432 </li></ul><ul><li>Inzicht in gedragsbepalende motieven </li></ul><ul><li>Inzicht in de invloed van boetes, de pakkans, voorbeeld- gedrag en hoge doelstellingen op gedrag </li></ul><ul><li>Inzicht in criminogene factoren </li></ul><ul><li>Interactieve PowerPoint- presentatie </li></ul><ul><li>Fraudedriehoek </li></ul><ul><li>Interculturele verschillen </li></ul><ul><li>Rationalisatie en logica van de overtreder </li></ul><ul><li>Criminogene factoren </li></ul>Inzicht in gedrags-bepalende motieven Hamlin, J. Kiley, Wynn, Karen & Bloom, Paul, Social evaluation by preverbal infants, Nature, 450, 22 november 2007, p. 557-559 Crain, W.C., Theories of Development. Prentice-Hall, 1985, chapter 7, p. 118-136 <ul><li>Inzicht verschaffen in het morele denken </li></ul><ul><li>Inzicht in onderliggende principes in morele besluitvorming </li></ul><ul><li>Interactieve PowerPoint- presentatie </li></ul><ul><li>Morele natuur </li></ul><ul><li>Kohlbergs morele stadia </li></ul>Moreel denken en morele besluit-vorming <ul><li>Cursisten zijn op de hoogte van het programma </li></ul><ul><li>Mondelinge presentatie </li></ul><ul><li>Agenda en doelstelling college </li></ul>Introductie van thema Menselijk Gedrag Literatuur Doelstelling Lesvormen Onderwerpen Titel
    3. 3. Morele natuur
    4. 5. Social evaluation by preverbal infants Hamlin, Wynn, Bloom, Nature (2007)
    5. 6. Kohlberg: Morele stadia
    6. 7. Lawrence Kohlberg <ul><ul><li>Kohlberg, Lawrence (1958). &quot;The Development of Modes of Thinking and Choices in Years 10 to 16&quot;. Ph. D. dissertation, University of Chicago. </li></ul></ul><ul><ul><li>Kohlberg, Lawrence (1981). Essays on Moral Development, Vol. I: The Philosophy of Moral Development. Harper & Row. </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>A woman was near death from a special kind of cancer. There was one drug that the doctors thought might save her. It was a form of radium that a druggist in the same town had recently discovered. The drug was expensive to make, but the druggist was charging ten times what the drug cost him to produce. He paid $200 for the radium and charged $2,000 for a small dose of the drug. The sick woman's husband, Heinz, went to everyone he knew to borrow the money, but he could only get together about $ 1,000, which is half of what it cost. He told the druggist that his wife was dying and asked him to sell it cheaper or let him pay later. But the druggist said, &quot;No, I discovered the drug and I'm going to make money from it.&quot; So Heinz got desperate and broke into the man's store to steal the drug for his wife. </li></ul></ul></ul>
    7. 8. Kohlberg's Theory of Moral Development <ul><li>Level I: Pre-conventional Morality </li></ul><ul><ul><ul><li>Stage 1 : Punishment-Obedience Orientation: Individuals make moral decisions on the basis of what is best for themselves, without regard for the needs or feeling of others. They obey rules only if established by more powerful individuals; they disobey when they can do so without getting caught. </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Stage 2 : Instrumental Relativist Orientation: Individuals begin to recognize that others also have needs. They may attempt to satisfy the needs of others if their own needs are also met in the process. They continue to define right and wrong primarily in terms of consequences to themselves. </li></ul></ul></ul>
    8. 9. Kohlberg's Theory of Moral Development <ul><li>Level II: Conventional Morality </li></ul><ul><ul><ul><li>Stage 3 : Good Boy-Nice Girl Orientation: Individuals make moral decisions on the basis of what actions will please others, especially authority figures. They are concerned about maintaining interpersonal relationships through sharing, trust, and loyalty. They now consider someone's intentions in determining innocence or guilt. </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Stage 4 : Law and Order Orientation: Individuals look to society as a whole for guidelines concerning what is right or wrong. They perceive rules to be inflexible and believe that it is their &quot;duty&quot; to obey them. </li></ul></ul></ul>
    9. 10. Kohlberg's Theory of Moral Development <ul><li>Level III: Post-conventional Morality </li></ul><ul><ul><ul><li>Stage 5 : Social Contract Orientation: Individuals recognize that rules represent an agreement among many people about appropriate behavior. They recognize that rules are flexible and can be changed if they no longer meet society's needs. </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Stage 6 : Universal Ethical Principle Orientation: Individuals adhere to a small number of abstract, universal principles that transcend specific, concrete rules. They answer to an inner conscience and may break rules that violate their own ethical principles. </li></ul></ul></ul>
    10. 11. Gedragsbepalende motieven
    11. 12. Drie gedragsbepalende motieven Morele motieven Sociale motieven Economische motieven
    12. 13. Een boete is een prijs… <ul><ul><ul><li>Wanneer werkt een boete en wanneer werkt een beloning? </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Onderstaande onderzoeken verschaffen ons daarin inzicht: </li></ul></ul></ul><ul><ul><li>Uri Gneezy en Aldo Rustichini: “A fine is a price” (Journal of Legal Studies, 2000) </li></ul></ul><ul><ul><li>Richard Titmuss: “The gift of blood” (Transaction, 1971) </li></ul></ul><ul><ul><li>Quote van W.C. Fields: </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>“ A thing worth having, is a thing worth cheating for.” </li></ul></ul></ul>
    13. 15. Bad Apples – Bad Barrels Theory <ul><ul><ul><li>“ It is sometimes less difficult for a new police officer to become corrupt than to remain honest.” </li></ul></ul></ul><ul><ul><li>(Knapp Commission, 1973) </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>“ Causes of unethical actions are not simply the result of rotten apples in the corporate barrel.” </li></ul></ul></ul><ul><ul><li>(W. Hoffman, 1990) </li></ul></ul>
    14. 16. De Fraudedriehoek Gelegenheid Druk Rationalisatie
    15. 17. Rationalisatie van onethisch gedrag
    16. 18. Rationalisatie van onethisch gedrag <ul><li>Sykes en Matza (1957): </li></ul><ul><ul><ul><ul><li>Minimalization </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Externalization </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Normalization </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Superordination </li></ul></ul></ul></ul><ul><li>Hollinger (1991): </li></ul><ul><ul><ul><ul><li>Denial of the victim </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Denial of the injury </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Condemnation of the condemners </li></ul></ul></ul></ul>
    17. 19. Anand, Ashforth & Joshi (AME, 2004, p. 11)
    18. 20. De Chicago Public Schools <ul><ul><ul><ul><li>Brian Jacob en Steven Levitt: “ Rotten Apples: an investigation of the prevalence and predictors of teacher cheating ” (Quarterly Journal of Economics, 2003) </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>High-stakes testing, onderdeel van No Child Left Behind-wet (Bush, 2002) </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><li>700.000 MC-tentamens: </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>112a4a342cb214d001acd24a12dadbcb4a000000 1b2a34d4ac42d23b14acd24a12dadbcb4a213414 db2abad1acbdda212bacd24a12dadbcb4a000000 </li></ul></ul></ul>
    19. 21. Culturele verschillen
    20. 22. “Cultures of Corruption” <ul><ul><li>Cultures of Corruption: Evidence from Diplomatic Parking Tickets door Ray Fisman en Edward Miguel (2006) </li></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>“ Parking violations among international diplomats living in New York City. Consular personnel and their families benefit from diplomatic immunity, a privilege which allowed them to avoid paying parking fines prior to November 2002.” </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>“ We find that diplomats from low corruption countries behave remarkably well even in situations where they can get away with violations” </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>“ We do find evidence that the frequency of violations increases with tenure in New York City.” </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>“ We find that diplomats from countries where popular attitudes towards the United States tend to be unfavorable have significantly more parking violations than those from countries where attitudes towards the United States are largely positive.” </li></ul></ul></ul></ul>
    21. 25. Goed voorbeeld…
    22. 27. Doelen stellen als motivator voor ethisch gedrag
    23. 28. Goal setting as a motivator of ethical behavior <ul><ul><li>Schweitzer, Ordónez & Douma (Academy of Management Journal, 2004) </li></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Laboratory experiment </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>154 undergraduate participants </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>One minute to create words using seven letters listed at the top of a page. “Each word must be an English word, two or more letters long, other than a proper noun, made by using each of the 7 letters only once per word, and used in only one form.” </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Do-your-best en mere goal, reward goal ( creating nine words for each round and told that they would earn $2) </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Cash at start: Do-your-best and mere goal participants each $10; Reward goal given envelope that contained 14 one dollar bills. Participants in the reward goal condition were told to keep $2 for each of the seven experimental rounds in which they met the goal and to return unearned money in their envelopes with their answer sheets. </li></ul></ul></ul></ul>
    24. 29. Criminogene factoren
    25. 30. Factoren die een rol spelen bij crimineel gedrag… <ul><li>Criminogene factoren zijn kenmerken of omstandigheden die kunnen bijdragen aan het plegen van delicten. We kunnen criminogene factoren ook omschrijven als risicofactoren die herhaling van delictgedrag meer waarschijnlijk maken. </li></ul>
    26. 31. Criminogene factoren <ul><ul><ul><ul><li>Delictgeschiedenis </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Huidige/laatste delict en delictpatroon </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Huisvesting en wonen </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Opleiding werk en leren </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Inkomen en omgaan met geld </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Relaties met partner, gezin en familie </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Vrienden, kennissen en vrijetijdsbesteding </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Druggebruik </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Alcoholgebruik </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Geestelijke gezondheid </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Denkpatronen, gedrag en vaardigheden </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Houding </li></ul></ul></ul></ul>
    27. 32. Morele invloeden
    28. 33. The Bagel Man
    29. 34. Conclusie <ul><li>Of mensen de regels volgen is zeer afhankelijk van gedragsfactoren: </li></ul><ul><ul><ul><ul><li>Gelegenheid : pakkans, mogelijkheid </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Druk : targets, omgeving, werkdruk </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Rationalisatie : morele redeneringen, culturele achtergrond </li></ul></ul></ul></ul>

    ×