Masterclass Asset Recovery 2011

  • 1,296 views
Uploaded on

Masterclass Asset Recovery voor financiële sector. Met name gericht op banken en financieringsmaatschappijen. Afgifte en pandhoudersexectie.

Masterclass Asset Recovery voor financiële sector. Met name gericht op banken en financieringsmaatschappijen. Afgifte en pandhoudersexectie.

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
1,296
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
8
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. MasterclassAsset RecoveryJeroen Nijenhuis & Carlo Eussen
  • 2. Programma13:15Introductie13:20Pandrecht (1)14:45Pauze15:00Afgifte (2)Pandhoudersbeslag (3)
  • 3. IntroductieCredit Management organisatie12 vestigingen+/- 150 medewerkers22 deurwaardersLokale focusSpecialisatiesISO gecertificeerd
  • 4. Pandrecht
  • 5. AlgemeenArtikel 3:227 BWHet recht van pand strekt om op de daaraan onderworpengoederen (niet zijnde registergoederen) een vordering totvoldoening van een geldsom bij voorrang boven andereschuldeisers te verhalen;
  • 6. Algemeen• Pandhouder = degene ten behoeve van wie een pandrecht wordt gevestigd (kortgezegd de schuldeiser)• Pandgever = degene ten laste van wie een pandrecht wordt gevestigd op één of meerdere van zijn goederen (kort gezegd de schuldenaar)
  • 7. Algemeen• Pandrecht kan gevestigd worden op goederen (niet zijnde registergoederen);• Betreft het een registergoed dan is er sprake van een hypotheek;• Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten. Kan dus ook gevestigd worden op vorderingen;
  • 8. Algemeen• Pandrecht kan gevestigd worden op goederen (niet registergoederen) die vatbaar zijn voor overdracht (art. 3:228 BW);• Pandrecht kan zowel voor bestaande als toekomstige vorderingen worden gevestigd (art. 3:229 BW). Bij banken zeer gebruikelijk;
  • 9. AlgemeenBanken nemen vaak het volgende (of iets dergelijks) op inhun pandaktes:“Tot zekerheid voor de betaling van al hetgeen de bankblijkens haar administratie van de debiteur te vorderen heeften/of te vorderen zal hebben ongeacht uit welke hoofde (...)”
  • 10. AlgemeenDe vordering waarvoor pandwordt gegeven moet voldoendebepaalbaar zijn (art. 3:232 lid 2BW)
  • 11. Eigenschappen• Het is een zekerheidsrecht• Het is een beperkt recht• Het is een afhankelijk recht
  • 12. Zekerheidsrecht“(...) strekkende om (...) een vordering tot voldoening van eengeldsom bij voorrang boven andere schuldeisers te verhalen(...)” (art. 3:227 lid 1 BW)
  • 13. ZekerheidsrechtArtikel 3:277 BW:1. Schuldeisers hebben onderling een gelijk recht om, navoldoening van de kosten van executie, uit de netto-opbrengst van de goederen van hun schuldenaar te wordenvoldaan naar evenredigheid van ieders vordering, behoudensde door de wet erkende redenen van voorrang. (...)
  • 14. ZekerheidsrechtArtikel 3:278 BW1. Voorrang vloeit voort uit pand, hypotheek en voorrecht enui de andere in de wet aangegeven gronden;2. Voorrechten ontstaan alleen uit de wet. Zij rusten of opbepaalde goederen of op alle tot een vermogen behorendegoederen;
  • 15. Zekerheidsrecht• Artikel 3:279 BW Pand en hypotheek gaan boven voorrecht, tenzij de wet anders bepaalt;• Artikel 3:280 BW Voorrechten op op bepaalde goederen hebben voorrang boven die welke op alle tot een vermogen behorende goederen rusten, tenzij de wet anders bepaalt;
  • 16. ZekerheidsrechtBijzondere (lees: bevoorrecht) positie van pandhouder blijktook uit andere wetgeving zoals:Artikel 21 Invorderingswet 19902 (...) Het voorrecht gaat tevens boven pand, voor zover hetpandrecht rust op een zaak als is bedoeld in artikel 22, derdelid, die zich op de bodem van de belastingschuldige bevindten tegen inbeslagneming waarvan derden zich op die grondniet kunnen verzetten. (...)Dus: geen voorrecht bij motorrijtuigenbelasting, anders wel
  • 17. Zekerheidsrecht• Artikel 57 Fw (faillissement) 1. Pand- en hypotheekhouders kunnen hun recht uitoefenen, alsof er geen faillissement was. (...)• Artikel 230 Fw (surseance) 1. Gedurende de surseance kan de schuldenaar niet tot betaling zijner in artikel 233 bedoelde schulden worden genoodzaakt en blijven alle tot verhaal van die schulden aangevangen executies geschorst. 2. Het in de voorgaande leden bepaalde vindt geen toepassing ten aanzien van executies en beslagen ten behoeve van vorderingen waaraan voorrang is verbonden, voorzover het de goederen betreft, waarop de voorrang rust
  • 18. Zekerheidsrecht• Artikel 299 Fw (WSNP) 3. De artikelen 57 tot en met 59a zijn van overeenkomstige toepassing.• Artikel 57 Fw (faillissement) 1. Pand- en hypotheekhouders kunnen hun recht uitoefenen, alsof er geen faillissement was. (...)
  • 19. AfkoelingsperiodeUitzondering in faillissement etc. is deafkoelingsperiodeZie uitspraak voorzieningenrechter“afkoelingsperiode en pandhoudersbeslag”,pag. 37
  • 20. CasusOp 30 maart 2010 krijgt ING verlof voor pandhoudersbeslagop zaken in de failliete boedelNa dit verlof is op dezelfde dag een afkoelingsperiode gelastdoor de rechter-commissarisDeurwaarder wil op 30 maart 2010 zaken onder zich nemen,maar curator beroept zich op afkoelingsperiode − Viadeurwaardersrenvooi wordt beslissing gevraagd
  • 21. OordeelZaken waar pand op is gevestigd bevindt zich nog in deboedel.Weliswaar zijn ze verkocht (op 29 maart 2010), maar nog nietgeleverdZaken vallen onder de afkoelingsperiodePandhoudersbeslag kan geen doorgang vinden
  • 22. Parate executieArtikel 3: 248 BW1. Wanneer de schuldenaar in verzuim is met de voldoeningvan hetgeen waarvoor het pand tot waarborg strekt, is depandhouder bevoegd het verpande goed te verkopen en hethem verschuldigde op de opbrengst te verhalen (...)
  • 23. Beperkt recht• Artikel 3:227 BW 1. Het recht van pand en het recht van hypotheek zijn beperkte rechten (...)• Artikel 3:8 BW Een beperkt recht is een recht dat is afgeleid uit een meer omvattend recht, hetwelk met het beperkte recht is bezwaard.
  • 24. Beperkt recht• Pandrecht heeft zaaksgevolg• Maar beperkt door goede trouw, zie art. 3:86 lid 2 BW: (...) 2. Rust op een in het vorige lid genoemd goed dat overeenkomstig artikel 90, 91 of 93 anders dan om niet wordt overgedragen, een beperkt recht dat de verkrijger op dit tijdstip kent noch behoort te kennen, dan vervalt dit recht (...)
  • 25. Afhankelijk recht• Artikel 3:7 BW Een afhankelijk recht is een recht dat aan een ander recht zodanig verbonden is, dat het niet zonder dat andere recht kan bestaan.• “(...) strekkende om (...) een vordering tot voldoening van een geldsom bij voorrang boven andere schuldeisers te verhalen (...)” (art. 3:227 lid 1 BW)”
  • 26. Afhankelijk recht• Met andere woorden als de vordering waarvoor het pandrecht is gevestigd is voldaan, komt daarbij ook het pandrecht te vervallen• Er is nog een andere afhankelijkheid ...
  • 27. CasusX sluit samen met zijn broer en schoonzus een krediet/rekening-courantovereenkomst met de RabobankT.b.v. Rabobank wordt een pandrecht gevestigd op een vorderingvan € 100.992 die de ouders van X hebben op XX wordt op 11 mei 2005 toegelaten tot de WSNPOp 29 december 2009 wordt WSNP beëindigd met toekenning vanschone leiRabobank maakt aanspraak op de haar toekomende rechten alspandhouder op betaling van € 100.992 van X nu de schuldsaneringvan X geen invloed heeft op het pandrecht (zie ook HR 13 maart2009, LJN: BG7996)
  • 28. OordeelVerpande vordering is een concurrente vordering van deouders op XDoor de schone lei is deze verpande vordering niet meerrechtens afdwingbaarDe verpande vordering kan dus niet meer geldend wordengemaakt
  • 29. OordeelDit betekent dat de zekerheid voor de voldoening van dekredietovereenkomst is teniet gegaan en op grond van art.3:81 lid 2 BW dus ook het pandrecht en het voorrecht datRabobank op grond daarvan claimt. Er resteert alleen eenconcurrente vordering op grond van de kredietovereenkomst,maar die is op grond van het bepaalde in artikel 358 lid 1 Fwniet meer in rechte afdwingbaarRabobank is dus niet meer inningsbevoegd omdat haarpandrecht teniet is gegaan en haar vordering wordtafgewezen
  • 30. Vuistpand mogelijk • Roerende zaken • Recht aan toonder of order • Vruchtgebruik daarop • Andere goederen: overeenkomstig wijze voor levering (bijvoorbeeld vordering op een ander) (art. 3:236 BW)
  • 31. Vestigen pandrecht• Bezitloos of stil pandrecht, mogelijk voor • roerende zaken • recht aan toonder • vruchtgebruik daarop (art. 3:237 BW)
  • 32. Vestigen pandrechtMiddels authentieke akte, komtbijna niet voor behalve inhypotheekaktes.Onderhandse geregistreerde akteis de meest gebruikte vorm in dedagelijkse praktijk
  • 33. Fiduciaireigendomsoverdracht• Fiduciaire eigendomsoverdracht voor 1992 werd omgezet in stil pandrecht• Hoe zit het met fiduciair eigendomsoverdracht na 1992?
  • 34. Fiduciaireigendomsoverdracht• Fiduciaire eigendomsoverdracht na 1992 is niet toegestaan en is (zie art. 3:84 lid 3 BW) geen geldige titel.• Zo snel mogelijk beslag leggen op de roerende zaken en dan pas debiteur uitleggen waarom deze overdracht niet is toegestaan, zodat mocht er dan een pandrecht worden gevestigd dit pas na het beslag plaatsvindt en niet daarvoor
  • 35. Fiduciaireigendomsoverdracht• “Sale and lease back” constructie is geen fiduciair eigendomsoverdracht aldus de Hoge Raad (HR 19 mei 1995, NJ 1996, 119, Sogelease-arrest) mits: • de overeenkomst van partijen strekt tot "werkelijke" overdracht • overeenkomst derhalve de strekking heeft het goed zonder beperkingen op de verkrijger te doen overgaan • Het is niet uitgesloten dat er bijkomende omstandigheden zijn waaruit moet worden afgeleid dat de bedoeling tot ontduiking van de in art, 3:84 lid 3 vervatte regel voorzat
  • 36. Praktijk (1)OG heeft een geldleningsovereenkomst gesloten met X.Daarbij is een stil pandrecht gevestigd op een auto. Tijdensde duur van de overeenkomst heeft X de auto ‘s nachts bijde dealer geparkeerd. Tot dat moment zijn debetalingsverplichtingen goed nagekomen. X is daarnaspoorloos en is vermoedelijk naar het buitenland vertrokkenWat moet OG met de auto? Mag OG die zomaar verkopen?Moet er nog een procedure gevoerd worden?
  • 37. Praktijk (1)Door het in de macht brengen van de auto is het stilpandrecht omgezet in vuistpand.Een procedure is verder niet nodig, nu OG op grond van hethaar toekomend pandrecht (vuistpand) en het feit dat X(definitief) is vertrokken naar het buitenland de auto magverkopen
  • 38. Praktijk (2)Stel OG leent aan X een bedrag voor de aanschafvan de auto. Ten behoeve van OG wordt een pandakteopgemaakt op 01 juni 2011 waarmee een pandrecht wordtgevestigdOG laat na om gelijk deze te registreren bij de fiscus.X gaat failliet op 15 juni 2011OG haast zich alsnog en registreert de akte op 16 juni 2011Kan OG zich beroepen op haar pandrecht op de auto?
  • 39. Praktijk (2)De registratie is een zogenaamd constitutiefvereiste voor het tot stand komen van hetpandrechtOp het moment van registratie moet X nog steedsbevoegd zijn de auto in pand te geven. Door het faillissementis X dat niet meerEr is dus geen pandrecht gevestigd.
  • 40. Vestigen pandrecht• Overige vereiste stil pandrecht: pandgever moet in akte verklaren tot het verpanden van het goed bevoegd te zijn• Wat als pandgever dit niet is, bijvoorbeeld er is een eerder pandrecht gevestigd?• Zolang er sprake is van stil pandrecht kan dit tegen de pandhouder worden tegengeworpen (art. 3:238 BW)
  • 41. Vestigen pandrecht• Het moment dat pandhouder (of derde) het goed in zijn macht heeft gekregen is cruciaal• Als pandhouder dan te goeder trouw is, is ondanks onbevoegdheid van de pandgever een pandrecht gevestigd (art. 3:238 lid 1 BW)• Als er een ander beperkt recht (b.v. een ander pandrecht) al is gevestigd dan gaat het pandrecht voor op dit ander beperkt recht mits de pandhouder te goeder trouw is!
  • 42. Praktijk• De macht hebben over het goed op het juiste moment kan cruciaal zijn!• FGA leent geld aan Walet voor een auto en een pandakte wordt opgemaakt welke op 13 maart 2008 wordt geregistreerd• Walet sluit op een gegeven moment, maar na het vestigen van het pandrecht met Autopon Lease B.V. een “sales and leaseback” overeenkomst
  • 43. Praktijk• FGA vraagt derde (Fidron) de auto in te nemen wegens wanbetaling.• Kort daarna krijgt Fidron dezelfde opdracht van Pon, maar weigert deze• Fidron traceert de auto en neemt deze in• Autopon Lease B.V. weigert het overschrijvingsbewijs af te geven aan FGA en stelt dat zij eigenaar is.
  • 44. Praktijk• Art. 3:90 lid 2 BW is hierop van toepassing: 2. Blijft de zaak na de levering in handen van de vervreemder, dan werkt de levering tegenover een derde die een ouder recht op de zaak heeft, eerst vanaf het tijdstip dat de zaak in handen van de verkrijger is gekomen, tenzij de oudere gerechtigde met vervreemding heeft ingestemd.• Uiteindelijk na uitbrengen van KG – dagvaarding, geeft Autopon Lease B.V. overschrijvingsbewijs af
  • 45. Uitwinnen pandrecht• Op goederen (anders dan vorderingen) art. 3:237 BW (...) • 3. Wanneer de pandgever of de schuldenaar in zijn verplichtingen jegens de pandhouder tekortschiet of hem goede grond geeft te vrezen dat in die verplichtingen zal worden tekortgeschoten, is deze bevoegd te vorderen dat de zaak of het toonderpapier in zijn macht of in die van een derde wordt gebracht.
  • 46. Uitwinnen pandrecht• Nadat goed in de macht is gebracht van pandhouder mag deze het goed verkopen (art. 3:248 lid 1 BW)• Een lager gerangschikte pandhouder mag dit alleen doen met inachtneming van de hoger gerangschikte pandrechten (art. 3:238 lid 2)
  • 47. Verdeling opbrengstNa voldoening van de executiekosten komt hetrestant aan de pandhouder toeEen eventuele overwaarde wordt verdeeld o.g.v.art. 490b Rv (art. 3: 253 lid 1BW)
  • 48. Uitwinnen pandrecht• Pandhouder mag zich voor de vordering niet verhalen op de BTW component van de executieopbrengst (art. 24ba Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968)
  • 49. Praktijk• VW bank heeft een huurkoopovereenkomst met Terlouw en verzoekt inname auto• Auto wordt ingenomen en deb betaalt daarop gehele vordering VW• Terlouw wordt eigenaar van auto• Voor Alcredis wordt dan beslag gelegd op de auto• Terlouw treft regeling en auto wordt vrijgegeven met vestiging pandrecht• Fiscus legt beslag, maar pandrecht gaat voor• Fiscus betaalt vordering Alcredis
  • 50. Afgifte
  • 51. AfgifteExecutie tot afgifteConservatoir beslag tot afgifte
  • 52. Afgifte executoriaal• Geregeld in art. 491 tot en met 500 Rv• Vangt aan met een bevel tot afgifte van de roerende zaak (niet registergoed)• Denk aan art. 430 Rv, titel moet zijn betekend!• Beveltermijn is twee dagen • geen termijn bij vonnissen/beschikkingen die uitvoerbaar zijn bij voorraad • beveltermijn kan door voorzieningenrechter worden verkort (art. 439 Rv)
  • 53. Afgifte executoriaal• Executie geschiedt doordat de deurwaarder de zaak onder zich neemt en afgeeft aan gerechtigde (krachtens exec. titel)• Art. 440 en 443-444b Rv. zijn van overeenkomstige toepassing verklaard, dus: • Vereisten 440 Rv. voor exploot van toepassing • P.V. van afgifte moet binnen 3 dagen zijn betekend (art. 443 Rv.) • Bijstand HOvJ kan ingeroepen worden (art. 444 Rv.)
  • 54. Afgifte executoriaal• Beslag tot verkrijging van afgifte (art. 492 Rv) • als beveltermijn afgewacht moet worden; • als het niet mogelijk is zaak gelijk onder je te nemen • als er al beslag tot verkrijging van afgifte ligt;• In art. 492 Rv wordt o.a. art. 444 Rv van toepassing verklaard, bijstand van HOvJ is dus ook hier mogelijk!
  • 55. Zaak bij derde• Als derde geen bezwaar maakt vindt executie plaats overeenkomstig de afdeling• Dit geldt ook als derde zich niet te goeder trouw tegen een vordering tot afgifte verzetten (risico) (art. 499 Rv)• Als derde (te goeder trouw) bezwaar maakt kan er derdenbeslag worden gelegd (art. 500 Rv).
  • 56. Zaak bij derde• Art. 499 en art. 500 Rv. zijn expliciete wettelijke bevoegdheden gekoppeld aan de executie tot afgifte. Een seperate veroordeling in de titel is dus niet nodig!• Als derde weigert mee te werken is het leggen van beslag tot verkrijging van afgifte niet zinvol, nu tot afgifte (wegens het ontbreken van meewerking) niet overgegaan kan worden
  • 57. Samenloop beslagen• Bij een samenloop van beslagen, al dan niet van dezelfde aard, (ook conservatoir!) kan de meest gerede partij zich tot de rechter wenden ex. art. 438 Rv (art. 497 lid 1 Rv.)• Bij een verhaalsbeslag en beslag tot verkrijging van afgifte geldt het laatste beslag zonodig als een tweede gelegd beslag tot verhaal van de vordering tot vervangende schadevergoeding wegens uitblijven van de afgifte (art. 497 lid 2 Rv.)
  • 58. Samenloop beslagenTwee schuldeisers leggen beslag tot afgifte wegenspersoonlijk recht tot levering. Een schuldeiser krijgt gelijk enandere schuldeiser legt snel nog verhaalsbeslag voor eenvordering wegens vervangende schadevergoeding.Afgifte wordt daarmee gefrustreerd.
  • 59. Samenloop beslagenEen praktische oplossing kan zijn dat degene die afgiftewenst en geconfronteerd wordt met een verhaalsbeslag devordering waarvoor verhaalsbeslag is gelegd voldoet zodatdit niet langer een belemmering is voor afgifte
  • 60. Afgifte conservatoir• Geregeld in art. 730 tot en 737 Rv• Verlof nodig van voorzieningenrechter (art. 700 e.v. Rv .)• In verzoekschrift moet expliciet staan vermeld welk goed in beslag moet worden genomen (art. 734 lid 4 Rv)• Vrees voor verduistering hoeft niet te worden gesteld (art. 734 lid 4 Rv.)
  • 61. Afgifte conservatoir• Gezien de aard van de vordering, afgifte of levering worden de beslagverboden (zoals in art. 447 en 448 Rv) niet van toepassing verklaard, zie art. 734 lid 1 Rv.
  • 62. Afgifte conservatoir• Op dit beslag zijn de voorschriften betreffende conservatoir beslag tot verhaal van geldvorderingen van overeenkomstige toepassing (art. 734 lid 1 Rv.)• Vergelijk ook art. 702 lid 1 Rv: 1.Tenzij de wet anders bepaalt, wordt een conservatoir beslag gelegd met overeenkomstige toepassing van de voorschriften, geldende voor het leggen van executoriaal beslag tot verhaal van een geldvordering op een goed van de soort als in beslag genomen wordt (...)
  • 63. Afgifte conservatoir• Dit brengt dus met zich mee dat voor conservatoir beslag tot levering op afgifte op roerende zaken (niet registergoed) artt. 711-713 Rv van toepassing zijn (“gewoon” cons. verhaalsbeslag op RZ)• Art. 461d Rv. is dus van toepassing, dus • als zaak zich onder derde bevindt die beslag niet duldt wegens vorm ervan of derde toekomend recht converteert het beslag zich van rechtswege tot derdenbeslag • vereist daarvoor is binnen 3 dagen betekenen van formulier (tweevoud) ex. art. 475 lid 3 Rv.
  • 64. Afgifte conservatoir• Art. 461d Rv. geldt niet meer als de zaak niet langer onder de derde zich bevindt, eventueel verlof vragen voor in bewaargeving• Wat als art. 461d Rv niet mogelijk is? • zekerheidshalve ook gelijk verlof vragen om conservatoir derdenbeslag te mogen leggen • art. 500 Rv. kan niet worden gebruikt!
  • 65. Afgifte conservatoir• Niet vergeten: afgifte (of levering) vorderen in de hoofdzaak. Wordt vaak vergeten!• Een conservatoir beslag tot afgifte op een roerende zaak (niet zijnde een registergoed) gaat over in een executoriaal beslag tot verkrijging van afgifte (art. 492 Rv), mits: de door de beslaglegger verkregen executoriale titel tot afgifte strekt (art. 735 lid 2 Rv.)• Deurwaarder zal in dit geval nog wel tot executie tot afgifte moeten overgaan!
  • 66. Afgifte conservatoir• Als zaak na conservatoir beslag in gerechtelijke bewaring is gegeven geldt art. 861 lid 2 Rv.• De bewaarder geeft de zaak af aan degene die krachtens een in kracht gewijsde gegane of uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beslissing toekomt• Tussenkomst van de deurwaarder (executie tot afgifte) is, in dit geval, niet nodig!
  • 67. Pandhoudersbeslag
  • 68. PandhoudersbeslagAls pandgever zijn verplichtingenniet nakomt of te vrezen valt datverplichtingen niet wordtnagekomen dan mag pandhoudervorderen dat zaak in zijn macht ofdie van een derde wordt gebracht(art. 3:237 lid 3 BW)Art. 496 lid 1 Rv. bepaalt datdeurwaarder de zaak onder zichmag nemen en afgeeft aan depandhouder of derde
  • 69. Verzoekschriften• Vragen om nihilstelling van de termijn als bedoeld in art. 439 Rv• Vragen om uitvoerbaar verklaring op alle dagen en uren (naar pandobjecten, met name auto’s e.d. moet soms gespeurd worden)• Bevel doen?
  • 70. Verschillen• Dogmatische reden is als volgt: • Het betreft hier een executoriale maatregel • Deurwaarder komt daar alleen aan te pas als vrijwillige nakoming uitblijft • Geëxecuteerde moet dan wel die gelegenheid hebben gehad• Zie ook uitspraak “Verlof pandhoudersbeslag gericht tegen een derde”
  • 71. Verschillen• Bij gewone executie tot afgifte mag de deurwaarder de zaak niet onder zich nemen als er al een ander beslag op de zaak is gelegd (art. 492 lid 2 Rv.)• Dit geldt niet voor pandhoudersbeslag (art. 496 lid 3 Rv.) • Deurwaarder mag zaak onder zich nemen (met handhaving van het reeds gelegd beslag), mits de pandhouder ex. art. 461a Rv de executie voortzet • Verzoekschrift, verlof en p.v. moeten onverwijld aan eerder beslagleggende deurwaarder worden betekend
  • 72. Verschillen• Overname executie op grond van art. 461a Rv. • Als pandhouder bevoegd is mag deze executie overnemen van beslaglegger • Dit recht komt toe aan de hoogst gerangschikte pandhouder • Pandhouder kan executie overnemen door aanzegging bij exploot tot tijdstip van verkoop
  • 73. Verschillen• Problemen met overname: • Overname niet mogelijk als ander beslag ook is gelegd tot afgifte • Wat als pandhouder nog niet bevoegd is executie over te nemen of dit eigenlijk niet wil omdat overeenkomst goed wordt nagekomen
  • 74. Verschillen• Pandhoudersbeslag wordt verder uitgevoerd conform de bepalingen van art. 491 e.v. Rv.
  • 75. Casus & oordeelVerzoek om pandhoudersbeslag te leggen voor vordering van€ 374,02 op pandobject (bestelauto)Verzoek afgewezen wegens disproportionaliteit
  • 76. Casus• ABN Amro vraagt verlof voor pandhoudersbeslag. Als gerekwestreerde wordt genoemd de zoon van de directeur van de pandgever• Deze zoon heeft het pandobject (auto) onder zich als koper van de auto• ABN Amro stelt dat de zoon niet te goeder trouw is, omdat hij bij verschillende besprekingen aanwezig is geweest aangaande de financiële situatie van de pandgever• Voorz. rechter weigert het verlof, omdat toewijzing zou leiden tot inbreuk van rechten van derden (de zoon) zonder dat ondeugdelijkheid van dit recht is vastgesteld
  • 77. Oordeel• art. 496 lid 2 Rv maakt deel uit van de afdeling aangaande executie tot afgifte• art. 499 en 500 Rv zien (binnen deze afdeling) expliciet toe op executie gericht tegen een derde• pandrecht gaat in beginsel niet verloren door overdracht van de zaak en kan zich dus richten tegen een derde zijnde bezitter/eigenaar
  • 78. Oordeel• Rechten zoon zijn voldoende gewaarborgd (executiegeschil of deurwaardersrenvooi)• Hof oordeelt ook dat pandhoudersbeslag vooraf dient te worden gegaan van een bevel tot afgifte (in tegenstelling wat HU beweert)• Hof verleent gevraagd verlof
  • 79. AGC Gerechtsdeurwaarders & Incasso Stationsplein 91 5211 BM ‘s-Hertogenbosch Carlo Eussen 06 - 10 16 79 40 c.eussen@agc-incasso.nl Presentatie nogmaals bekijken? http://slideshare.net/ceussen/Contact