Scriptie kunstvenster
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Like this? Share it with your network

Share

Scriptie kunstvenster

  • 1,085 views
Uploaded on

Onderzoek naar in hoeverre het galerieplan van kunstenaar Michel Huisman werkbaar en implementeerbaar is in het licht van het gemeentelijke beleid Heerlen, de creatieve industrie en de betrokken......

Onderzoek naar in hoeverre het galerieplan van kunstenaar Michel Huisman werkbaar en implementeerbaar is in het licht van het gemeentelijke beleid Heerlen, de creatieve industrie en de betrokken partijen. Afgestudeerd met een 8,5.

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
1,085
On Slideshare
1,075
From Embeds
10
Number of Embeds
3

Actions

Shares
Downloads
3
Comments
0
Likes
0

Embeds 10

http://www.totaalbeeld.nl 7
http://www.linkedin.com 2
https://www.linkedin.com 1

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Kunstvenster Tijdelijke kunstgaleries als middel tegen de leegstand in Heerlen Final Project Birgit van Melick 4 januari 2008
  • 2. Kunstvenster Tijdelijke kunstgaleries als middel tegen de leegstand in HeerlenFinal ProjectBirgit van MelickHogeschool voor de Kunsten UtrechtVisual Arts and Design Management20332564 januari 2008
  • 3. Final Project 2Birgit van Melick
  • 4. ManagementsamenvattingTijdens een zorgvuldig belevingsonderzoek naar de binnenstad van Heerlen concludeerdekunstenaar Michel Huisman dat onder andere de leegstand zorgt voor een negatieveinvesteringsspiraal, een algeheel gevoel van verval, karakterarmoede en leegloop. Om ietsconstructiefs bij te dragen aan dit probleem ontwikkelde hij het galerieplan. Het galerieplan heeftals doel Heerlen een culturele impuls te geven die de leegstand niet alleen camoufleert, maar inzetals middel door in vijfentwintig leegstaande panden hoogwaardige kunstgaleries te openen onderhet gezag van een specialist in het scouten van jonge en betekenisvolle internationale kunst.Langdurige werkzoekenden, krijgen de kans in deze galeries werkervaring op te doen, terwijl hetomliggende straatbeeld aan beleving wint. In dit kader is door de afstudeerrichting Visual Arts andDesign van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht onderzoek gedaan naar de werkbaarheid vanhet galerieplan in het licht van het gemeentelijk beleid van Heerlen, de creatieve industrie en debetrokken partijen.Aanbevolen wordt - een financieel fiat van de gemeente Heerlen te bewerkstelligen om de initiële kosten in de startfase van het galerieplan te dekken. - pandeigenaren over de streep trekken middels financiële en juridische afdekking van het galerieplan en een gedegen communicatieplan; - het inschakelen van een makelaar als tussenpersoon. Deze wordt noodzakelijk geacht om in contact te komen met de pandeigenaren. De kosten verbonden aan het inschakelen van deze makelaar moeten meegenomen worden in de financiële afdekking van het galerieplan; - te starten met een pilot van vijf panden om groei te bewerkstelligen, gezien het openen van vijfentwintig galeries tegelijk niet haalbaar is. - de omlooptijd van de exposities te verlengen tot acht á tien weken. - de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het galerieplan over te laten aan een zelfstandig opererend bestuursorgaan. Dit kan door een afzonderlijke stichting in het leven te roepen of door het galerieplan onder te brengen bij een al bestaande culturele instelling in Heerlen. Sinds 1 december 2007 is Stijn Huijts aangetreden als directeur van het Glaspaleis, wat perspectief biedt voor institutionele inbedding van het galerieplan bij het Glaspaleis. Niet alleen heeft het galerieplan dan direct de expertise in huis met betrekking tot de invulling van de galeries, het zou tevens aanzienlijk schelen in de kosten.MotivatieUit literatuur- en bronnenonderzoek blijkt dat het galerieplan van Michel Huisman conform is aande politieke doelstellingen van de gemeente Heerlen en wel degelijk perspectief biedt voor deverdere ontwikkeling van de creatieve industrie als economische motor voor de stad. Zo voorziethet galerieplan het centrum van culturele voorzieningen die van groot belang zijn voor hetleefklimaat van de huidige burgers van Heerlen en gelden als belangrijke vestigingsfactor voornieuwe burgers en bedrijven. Hiermee bevordert het galerieplan de verdichting van het centrum,wat bijdraagt aan een dynamische en fysiek aantrekkelijke stad. Het straatbeeld wint aan beleving,wat leidt tot een aanzienlijke verbetering van het stadsaangezicht en daarmee het stadsimago vanFinal Project 3Birgit van Melick
  • 5. Heerlen. Het galerieplan biedt tevens een toekomstperspectief voor maatschappelijk kwetsbaregroepen, die als gevolg van economische omstandigheden extra aandacht verdienen. Dit door hen,onder behoud van uitkering, werkervaring op te laten doen om ze zo terug te leiden naar een plekop de arbeidsmarkt. Daarnaast kwam uit het literatuuronderzoek naar voren dat de tijdelijkekunstgaleries vallen onder het distributie-en-retail stadium van de kunstensector en daarmeeonder de ruime definitie van de creatieve industrie. Investeringen in het galerieplan kunnen danook gezien worden als investeringen in zowel cultuur als in de creatieve industrie. Dezeinvesteringen bevorderen de concurrentie en innovatiekracht van een stad en dragen daarmee bijaan het behouden van jong talent.Vervolgens is door middel van semi-gestructureerde interviews onderzocht hoe de betrokkenpartijen tegenover deelname aan het galerieplan staan. Deze betrokken partijen zijn onderverdeelin vijf clusters, te weten: sociale werkgelegenheid, opleidingen, curatoren, stadsplanning enpandbeheer.Uit de gesprekken met deze partijen bleek dat er veel sympathie bestaat voor een dergelijkinitiatief, zowel uit een sociaal als economisch oogpunt. Binnen het onderdeel ‘socialewerkgelegenheid’ is onder de betrokken partijen in zoverre draagvlak gecreëerd dat zowel hetBureau Werkgelegenheid en Sociale Zaken als verschillende reïntegratiebureaus zich graag willencommitteren aan het galerieplan en hiervoor ook de nodige gelden ter beschikking hebben.Willen de overige betrokken partijen deelnemen aan het galerieplan, dan is een financieel fiat vande gemeente Heerlen om de initiële kosten in de startfase te financieren een vereiste. Onder dezeinitiële kosten vallen namelijk de kosten verbonden aan de opknapwerkzaamheden, verzekeringen,beveiliging en het in gebruik nemen van de panden (gas, water, licht) evenals het loon voor decurator, de coördinator en de makelaar. Van belang voor de betrokken partijen is dat de gemeenteHeerlen enkel optreedt als initiator van het plan en de uitvoering overlaat aan een zelfstandigopererend bestuurlijk orgaan. Tevens dient het aantal te openen galeries terug gedrongen teworden tot een pilot van vijf panden. Wanneer deze pilot aanslaat, kan groei bewerkstelligdworden, gezien via deze weg draagvlak gecreëerd wordt onder pandeigenaren om later in hettraject deel te nemen aan het galerieplan. Daarnaast is het een bevestiging naar de gemeenteHeerlen dat het geven van een financieel fiat ook daadwerkelijk leidt tot het terugdringen van deleegstand en tevens een positief effect heeft op de stad. Met betrekking tot de pandeigenaren ishet verder van belang dat zij zowel wettelijk als fiscaal geen hinder ondervinden aan het ‘om niet’vrijgeven van hun panden en dat de panden voldoende onder de aandacht gebracht worden onderzowel de bezoekers als de potentiële investeerders.Consequenties - Op korte termijn dient nader onderzoek verricht te worden naar de financiële en juridische afdekking van het galerieplan en dient een communicatieplan opgesteld te worden. - Op korte termijn dient overleg plaats te vinden met Stijn Huijts om de mogelijkheid tot institutionele inbedding van het galerieplan bij het Glaspaleis te bespreken.Final Project 4Birgit van Melick
  • 6. Woord voorafVoor u ligt mijn scriptie, in het kader van het afstudeertraject ‘Final Project’ voor de bachelorstudieKunst en Economie aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Het betreft een onderzoek naar dewerkbaarheid van het galerieplan van Michel Huisman in het licht van het gemeentelijk beleid vanHeerlen, de creatieve industrie en de betrokken partijen.Gedurende mijn zoektocht naar een geschikt afstudeeronderwerp kwam tijdens een college naarvoren dat de gemeente Heerlen zich enorm aan het ontwikkelen is op cultureel gebied. Hoewel ikinmiddels al zes jaar inwoonster van Utrecht ben, leek het me toch een enorme uitdaging bij tekunnen dragen aan deze ontwikkelingen, gezien Heerlen de stad is waar ik ben geboren engetogen. De keuze voor dit onderzoeksterrein komt niet alleen voort uit affiniteit met de stad waarik ben opgegroeid maar ook uit mijn nieuwsgierigheid naar gemeentelijke besluitvorming.Voorheen ben ik vooral betrokken geweest bij commerciële projecten. Mede door het verrichtenvan dit onderzoek heb ik meer inzicht verkregen in projecten die vallen onder beleidsterrein endaarmee afhankelijk zijn van het gemeentelijke apparaat. Op basis hiervan kan ik uiteindelijk deafweging maken welk toekomstig werkveld mij beter ligt: commercieel of non-profit.Mijn keuze om het galerieplan te confronteren met de creatieve industrie komt voort uit hetvoornemen van de gemeente Heerlen hoger in te zetten op de voordelen van de creatieveindustrie. Het concept van de creatieve industrie is tijdens mijn studie verscheidene malen aan deorde gekomen afgezet tegen succesvolle steden als Utrecht en Amsterdam. Dit maakte het des teinteressanter om te onderzoeken hoe de creatieve industrie juist een stad als Heerlen kanstimuleren in haar wederopbouw tot een energieke stad.Het spreekt voor zichzelf dat ik deze scriptie nooit in deze vorm had kunnen afleveren zonder deinspanning en medewerking van anderen. Allereerst wil ik Carola van Iersel, beleidsmedewerkercluster Cultuur, zeer bedanken voor haar algehele ondersteuning en begeleiding vanuit degemeente Heerlen tijdens de totstandkoming van deze scriptie. Haar enorme interne netwerk heeftvele deuren voor mij geopend, waarvoor ik haar zeer erkentelijk ben. Tevens wil ik Maarten vanHaastert danken, wiens buitengewone betrokkenheid bij mijn scriptie mij zeer heeft gestimuleerd.Enorme steun heb ik gehad aan Sylvia Sebregts, die op het juiste moment de reddende handuitstak wanneer ik dreigde te verdrinken. Haar expertise en bemoedigende woorden gaven mij hetvertrouwen dit onderzoek tot een goed einde te brengen.Graag wil ik verder iedereen bedanken die zijn medewerking aan dit onderzoek heeft verleend, inwelke vorm dan ook.Een bijzonder woord van dank gaat uit naar mijn ouders, Pierre en Ria van Melick, vanwege het feitdat zij mij na zes jaar afwezigheid weer even liefdevol in huis hebben opgenomen gedurende mijnwerkzaamheden voor de gemeente Heerlen. Hun steun en vertrouwen hebben voor mij veelbetekend.Birgit van MelickHeerlen, november 2007Final Project 5Birgit van Melick
  • 7. Final Project 6Birgit van Melick
  • 8. InhoudsopgaveManagementsamenvatting ............................................................................................... 3Woord vooraf ................................................................................................................... 5Inhoudsopgave ................................................................................................................ 71. Inleiding ................................................................................................................... 92. Een politieke vertaalslag......................................................................................... 11 2.1 Galerieplan Michel Huisman ..................................................................................11 2.2 Beleid gemeente Heerlen......................................................................................13 2.2.1 Meerjarig bestuursplan 2007-2010.....................................................................13 2.2.2 Discussienota integrale CentrumVisie Heerlen (2005) ...........................................15 2.2.3 Strategische Beleidsnota Cultuur 2006-2015 .......................................................16 2.2.4 Inzetten op jeugd en jong talent........................................................................20 2.3 De creatieve industrie ..........................................................................................20 2.3.1 Creatieve klasse ..............................................................................................20 2.3.2 Creatieve industrie...........................................................................................22 2.3.3 Creatieve industrie in de Zuidelijke Tripool ..........................................................25 2.3.4 Galerieplan: een kans voor de creatieve industrie in Heerlen? ...............................263. Randvoorwaarden betrokken partijen..................................................................... 29 3.1 Sociale werkgelegenheid ......................................................................................29 3.1.1 Sociale zaken (Gemeente Heerlen).....................................................................30 3.1.2 Re-integratiebureaus........................................................................................33 3.2 Opleidingen ........................................................................................................35 3.3 Curatoren ...........................................................................................................38 3.4 Stadsplanning .....................................................................................................42 3.5 Pandbeheer ........................................................................................................46 3.6 Optimale mix van randvoorwaarden.......................................................................49Conclusie........................................................................................................................ 51Aanbevelingen................................................................................................................ 53Bibliografie..................................................................................................................... 57Bijlage I: Plattegrond Heerlen Centrum.......................................................................... 59Bijlage II: Onderzoeksopzet ........................................................................................... 61Final Project 7Birgit van Melick
  • 9. Final Project 8Birgit van Melick
  • 10. 1. InleidingHeerlen beleeft een culturele lente. In het beleid van de gemeente was cultuur lange tijd eenondergeschoven kind, maar sinds enige tijd ziet ook Heerlen het belang van cultuur als motor vooreconomie en samenleving. Dit heeft geleid tot een stroom van nieuwe ontwikkelingen op hetgebied van cultuur. Vandaar mijn keuze de Gemeente Heerlen te benaderen als opdrachtgever voormijn Final Project.In een oriënterend gesprek wees Greetje van Geemert, strategisch beleidsmedewerker binnen decluster Cultuur, mij op het onlangs gepresenteerde galerieplan van Michel Huisman. Het galerieplanheeft als doel Heerlen een culturele impuls te geven die de leegstand niet alleen camoufleert, maarinzet als middel door in leegstaande panden hoogwaardige kunstgaleries te openen onder hetgezag van een specialist in het scouten van jonge en betekenisvolle internationale kunst.Langdurige werkzoekenden, krijgen de kans in deze galeries werkervaring op te doen, terwijl hetomliggende straatbeeld aan beleving wint.Hoewel het plan enthousiast ontvangen is door de gemeente Heerlen, was verder onderzoekbetreffende het galerieplan noodzakelijk. Met name om te achterhalen of het galerieplan aansluitop de politieke doelstellingen van Heerlen en het voornemen van de gemeente hoger in te zettenop de voordelen van de creatieve industrie voor de stad. Daarnaast was het van belang teonderzoeken onder welke omstandigheden de betrokken partijen bereid zijn deel te nemen aan hetgalerieplan, gezien Michel Huisman er niet aan toegekomen is zijn bevindingen op draagvlak tetoetsen.Doel binnen dit onderzoek is dan ook het galerieplan van Michel Huisman operationeel te maken inhet licht van het gemeentelijk beleid van Heerlen, de creatieve industrie en de betrokken partijen.Hiervoor vindt u in dit document allereerst een analyse van het originele galerieplan volgens MichelHuisman. Deze analyse is middels literatuur- en bronnenonderzoek (deskresearch) afgezet tegende politieke doelstellingen van de Gemeente Heerlen en de creatieve industrie. Uiteindelijk heeft ditgeresulteerd in een politieke vertaalslag van het galerieplan.Via een stakeholdersanalyse zijn de belangrijkste spelers binnen het galerieplan achterhaald enonderverdeeld in vijf clusters, te weten: - sociale werkgelegenheid - opleidingen - curatoren - stadsplanning - pandbeheerPer cluster zijn respondenten geselecteerd, aan wie ik de politieke vertaling van het galerieplan hebvoorgelegd in de vorm van semi-gestructureerde interviews.De conclusies en aanbevelingen zijn gefundeerd op de verbinding die gemaakt is tussen deresultaten van het literatuur- en bronnenonderzoek en de waarnemingen die gedaan zijn bij derespondenten (betrokken partijen). Deze conclusies en aanbevelingen bieden bouwstenen enhandvatten om optimaal draagvlak te creëren onder de betrokken partijen, waarmee dewerkbaarheid van het galerieplan gegarandeerd is.Final Project 9Birgit van Melick
  • 11. Tot slot wil ik benadrukken dat het hier om een kwalitatief onderzoek gaat, waarvan de uitkomstenalleen als indicatie gebruikt mogen worden. Ze kunnen niet gekwantificeerd of gegeneraliseerdworden.LeeswijzerOm een helder beeld te scheppen van de opbouw van mijn onderzoeksrapport is de volgendeleeswijzer opgesteld:Final Project 10Birgit van Melick
  • 12. 2. Een politieke vertaalslagHoewel er binnen de gemeente Heerlen inmiddels een groot draagvlak is ontstaan voor hetgalerieplan van Michel Huisman, is een politieke vertaalslag nodig. Om deze vertaalslag te kunnenmaken wordt in dit hoofdstuk eerst een kenschets gegeven van het originele galerieplan volgenskunstenaar Michel Huisman, gevolgd door een koppeling van zijn plan aan de discussienotaCentrumVisie Heerlen (2005), de Strategische Beleidsnota Cultuur 2006-2015 en het MeerjarigBestuursplan 2007-2010 van de gemeente Heerlen. Deze koppeling van het galerieplan aan depolitieke doelstellingen van de gemeente Heerlen wordt vervolgens geplaatst in de context van decreatieve industrie, met als uitkomst een politieke vertaling van het galerieplan van MichelHuisman die gepresenteerd kan worden aan de betrokken partijen.2.1 Galerieplan Michel HuismanMichel Huisman is van beroep beeldend kunstenaar en woont en werkt in Heerlen. Hij besloot eenaantal jaren geleden tijdelijk zijn werkterrein te verleggen op zoek naar mogelijkheden ietsconstructiefs bij te dragen aan de ontwikkeling van het stadsgezicht van Heerlen, de stad waarinhij is opgegroeid. Hij startte met een zorgvuldig belevingsonderzoek met betrekking tot debinnenstad. Om te kunnen overtuigen moeten steden, volgens Huisman, namelijk een brongebiedzijn van schoonheid, geborgenheid, kansen, dynamiek en historie. ‘Dit betekent dat het stadsimagonauw samenhangt met cultuur. Het hart van een stedelijk gebied is het aangezicht. Daar moet hetgebeuren: de vonk, de hoop, de kansen, de schoonheid. Die opvatting van ‘cultuur’ is bepalendvoor een stadsimago.’1 Wat dat betreft is Heerlen diffuus, als een vlek: ‘Er zijn nog te weinigplekken waar je de stad ‘een hand kan geven’ of zelfs kunt omarmen. Intimiteit en warmte zijn erdun gezaaid. Het winkelaanbod is goed, maar mist kleinschaligheid en avontuur.’’2 Tevensconcludeert hij dat onder andere de leegstand momenteel zorgt voor een negatieveinvesteringsspiraal en een algeheel gevoel van verval, karakterarmoede en leegloop. Hetgalerieplan is een reactie op deze ontwikkelingen.Om in dit rapport een correcte weergave te geven van het originele galerieplan, ben ik mijnonderzoek gestart met een één op één gesprek met Michel Huisman. In dit gesprek kwamen devolgende onderdelen, doelen, deelnemers en randvoorwaarden naar voren:Onderdelen - het opknappen en onderhouden van leegstaande panden in de binnenstad; - het plaatsen van vijfentwintig tijdelijke, hoogwaardige kunstgaleries in leegstaande panden onder het gezag van een specialist in het scouten van (jonge) betekenisvolle internationale kunst;1 Citaat Michel Huisman in Parkstad.Magazine, nummer 1, maart 20072 Citaat Michel Huisman in Parkstad.Magazine, nummer 1, maart 2007Final Project 11Birgit van Melick
  • 13. - exploitatie en beheer van de kunstgaleries laten uitvoeren door langdurig werkzoekenden met behoud van uitkering (sociale werkgelegenheid); - een terugkerend evenement, dat om de zes weken plaats zal vinden, ter verwelkoming van de nieuwe kunstenaars die tijdelijk intrek nemen in de kunstgaleries om hun werk te exposeren.Doelen: - een internationaal opvallende culturele impuls creëren die de leegstand niet alleen camoufleert, maar tevens inzet als middel; - het galerieplan is bedoeld als springplank voor de hedendaagse kunst; - langdurig werkzoekenden de kans bieden werkervaring op te doen op het gebied van cultureel ondernemerschap met behoud van uitkering (verschaffen van sociale werkgelegenheid); - de langdurige leegstand en verpaupering van particuliere panden in het centrum tegen te gaan door er tijdelijke kunstgaleries in te plaatsen met als doel dat de eigenaren hun panden sneller verhuurd/ verkocht zien; - het straatbeeld aan beleving laten winnen wat zal leiden tot een aanzienlijke verbetering van het stadsaangezicht en daarmee het stadsimago van Heerlen.Deelnemers: - gemeente Heerlen (afdeling Stadsplanning, Sociale Zaken en Welzijn, cluster Cultuur); - pandbeheerders; - langdurig werkzoekenden die afhankelijk zijn van een uitkering; - curator/ scout.Randvoorwaarden: - het opknappen van de panden bestaat uit licht opknapwerk: verven, gevelwijziging; deze werkzaamheden worden verricht door een team van mensen met behoud van uitkering; - de galeriehouders, verantwoordelijk voor de exploitatie en het beheer van de kunstgaleries, vallen ook onder sociale werkgelegenheid; zij zijn autonome personen en hebben dus geen relatie tot de kunstenaar(s); tevens moeten zij zich committeren aanwezig te zijn: zijn of haar naam wordt op het pand vermeld; - de banen die gecreëerd worden door middel van sociale werkgelegenheid zijn voor personen van alle leeftijden; de criteria die worden gesteld voor deelname aan het project zijn: een representatief voorkomen en liefde voor het vak; - een kritieke massa is van belang; een of twee panden leveren weinig resultaat. - de pandeigenaren moeten hun panden ‘om niet’3 beschikbaar stellen en ze krijgen eenmalig de kans deel te nemen aan het galerieplan. Aan een ‘nee’ is de consequentie verbonden dat ze voorgoed worden uitgesloten van deelname; - alles vindt gelijktijdig plaats: één looproute, gelijke openingstijden;3 Het ‘om niet’ vrijgeven van een pand houdt in dat de eigenaar geen huur ontvangt voor het beschikbaarstellen van het pand.Final Project 12Birgit van Melick
  • 14. - de kwaliteit van de kunstenaars moet worden bewaakt door een zwaargewicht. Hij/zij zal verantwoordelijk zijn voor het scouten van kwalitatief hoogwaardige kunstenaars van (inter)nationale allure en tevens optreden als overkoepelend aanspreekpunt voor alle panden/kunstgaleries; - (eu)regionaal karakter; - er is geen plafond voor de kunst. De kunstenaar mag zijn eigen prijs bepalen. Daarnaast wordt een courtage vastgesteld, wat verdeeld wordt onder de galeriehouder, de gemeente en eventueel andere betrokken partijen; - Iedere zes weken zal er een feestelijke opening voor de (nieuwe) kunstenaars plaatsvinden in het centrum van Heerlen. Dit evenement geldt als visitekaartje voor de stad.Kortom: ‘Dit mes snijdt zelfs aan vier kanten! De stad krijgt een internationaal opvallende cultureleimpuls, de eigenaren van de panden zien hun pand sneller verhuurd, de straten zijn weer intact enmensen die zelfstandig willen worden kunnen het eerst proberen. De organisatie, de begeleiding,drukwerk en openingen zijn gecoördineerd en één keer in de zes weken gonst het in Heerlen doorde openingen in vijfentwintig galerieën tegelijk.’42.2 Beleid gemeente HeerlenZoals eerder vermeld draagt de gemeente Heerlen het plan van Michel Huisman een warm harttoe. Het is nu echter van belang te onderzoeken of zijn plannen, uiteengezet in de vorigeparagraaf, ook daadwerkelijk aansluiting vinden bij de politieke doelstellingen van de gemeenteHeerlen. Deze doelstellingen staan vermeld in verschillende beleidsdocumenten, opgesteld door degemeente Heerlen. Binnen dit onderzoek heb ik ervoor gekozen de discussienota CentrumVisieHeerlen (2005), de Strategische Beleidsnota Cultuur 2006-2015 en het Meerjarig Bestuursplan2007-2010 (MBP) van de gemeente Heerlen nader te onderzoeken op mogelijke raakvlakken methet galerieplan om zo een politieke vertaalslag te creëren.2.2.1 Meerjarig bestuursplan 2007-2010Het MBP van de gemeente Heerlen is opgesteld door het huidige college van Burgemeester enWethouders en dient als leidraad voor het beleid en de uitvoeringsactiviteiten van de gemeentevoor de gehele collegeperiode. In het algemene programmaplan komt naar voren dat hetperspectief voor Heerlen, volgens het college, met name afhankelijk is van de aanwezige jeugd. Degemeente is van mening dat zij haar toekomst veilig kan stellen door gericht te sturen op behouden ontwikkeling van jongeren. Om dit te stimuleren wil zij met name inzetten op een bruisendstadscentrum en perspectief op werk voor de jeugd. Hoewel in het originele plan van Huisman nietdirect aandacht wordt besteed aan jongeren, biedt het plan wel perspectief voor een bruisend4 Citaat Michel Huisman in Parkstad.Magazine, nummer 1, maart 2007Final Project 13Birgit van Melick
  • 15. centrum. Zo wint het straatbeeld aan beleving en vindt er iedere zes weken een feestelijke openingplaats.Een ander algemeen speerpunt van het college is de participatiegraad van de burgers in Heerlen teverhogen: ‘Het gaat dan niet alleen om het belang van het participeren vanuit sociaal oogpuntmaar ook om de brede participatie voor de ontwikkeling van de stad op economisch maar vooralook cultureel gebied’5 Om dit te verwezenlijken wil de gemeente onder andere inzetten op hetverder ontwikkelen van de binnenstad tot (cultureel) centrum van de Parkstad en het inrichten vanpersoonsgerichte reïntegratietrajecten. Met name deze laatste maatregel sluit aan op dedoelstelling van Huisman om langdurig werkzoekenden de kans te bieden werkervaring te doen ophet gebied van cultureel ondernemerschap om uiteindelijk weer zelfstandig aan de slag te gaan.Implementatie van het galerieplan zal zeker bijdragen aan de ontwikkeling van de binnenstad totcultureel centrum.Wanneer er binnen het MBP gekeken wordt naar het programmaplan Economische stimulering, zijner duidelijk raakvlakken met het galerieplan van Huisman. Zo kent het college het belang vanculturele voorzieningen: ‘Goede culturele, recreatieve en sportvoorzieningen zijn van groot belangvoor het leefklimaat van de huidige burgers van Heerlen en vormen een belangrijkevestigingsfactor voor nieuwe bewoners en bedrijven. Bovendien leveren investeringen in onderandere cultuur werkgelegenheid op, waarmee deze sectoren ook een bijdrage leveren aan destedelijke economie.’6Het college wil dan ook investeren in de producenten van cultuur, met speciale aandacht voor debeeldende kunsten. Het college is van mening dat evenementen van culturele aard in en rondomhet centrum de levendigheid van de stad bevorderen. Gezien deze levendigheid van de stad hoogin het vaandel van de gemeente staat, kunnen de festiviteiten rondom de openingen van dekunstgaleries een welkome bijdrage zijn.Binnen het programma Sociale infrastructuur wordt, in overeenstemming met het plan vanHuisman, gehamerd op het aanhalen van participatie in het kader van sociale werkgelegenheid.Een toekomstperspectief bieden voor maatschappelijk kwetsbare groepen die als gevolg vaneconomische omstandigheden extra aandacht en solidariteit verdienen. Ook ziet het college cultuurals middel om de participatiegraad van de burgers aan de samenleving te vergroten.Het programma Leefomgeving wil toewerken naar een prettige leefomgeving: “Een prettigeleefomgeving heeft een positieve uitwerking op het welbevinden van de bewoners en de bezoekersvan Heerlen en speelt daardoor een belangrijke rol als het gaat om gevoelens van binding en trotsbij burgers.”7 Hierin streeft het college naar een omgeving waar burgers zich thuis en veilig voelen.Het plaatsen van kunstgaleries in leegstaande particuliere panden kan indirect gezien worden alseen maatregel ter bevordering van de veiligheid. Doordat het straatbeeld weer aan beleving winten er een stroom van mensen ontstaat, zullen vandalen minder snel toeslaan en wordtverpaupering van de omgeving bestreden. Wat betreft het programma ruimtelijke ontwikkelingverwijs ik naar de integrale CentrumVisie, die in de volgende paragraaf behandeld wordt, geziendeze door het college als leidend wordt beschouwd.5 Meerjarig Bestuursplan 2007-2010, Gemeente Heerlen, p.116 Meerjarig Bestuursplan 2007-2010, Gemeente Heerlen, p.147 Meerjarig Bestuursplan 2007-2010, Gemeente Heerlen, p.22Final Project 14Birgit van Melick
  • 16. 2.2.2 Discussienota integrale CentrumVisie Heerlen (2005)‘In de meeste steden is de binnenstad de drager van het imago van de hele stad. Iederekwaliteitsslag die in het centrum kan worden bereikt, verbetert het imago van de hele stad enregio.’8 In het kader van de ontwikkeling van een levendig en herkenbaar stadshart is in 2005 dediscussienota integrale CentrumVisie Heerlen opgesteld. Hierin zijn hoofdlijnen uiteengezet vooreen met name integrale aanpak van de ontwikkeling van de binnenstad. Om het integrale karaktervan de visie vorm en inhoud te geven zijn besprekingen gevoerd en tevens documentenuitgewisseld met diverse beleidsvelden, te weten: Cultuur, Economie, Sociale Veiligheid,Volkshuisvesting, Leefmilieu en Beheer en Onderhoud. Naar aanleiding van de discussienotaintegrale CentrumVisie Heerlen zijn een aantal werkplaatsen georganiseerd, waaronder eenwerkplaats Cultuur en Economie. De algemene conclusies van deze werkplaats zijn inmiddelsbekend en daarom meegenomen in dit onderzoek.In de CentrumVisie wordt de leegstand in Heerlen als een cruciaal probleem gezien. Debraakliggende terreinen en panden leiden tot verval en het doorzetten van een negatieve spiraal.Daarmee dragen ze bij aan een slechte uitstraling van de stad. Deze locaties zijn moeilijk tebeheren. De gemeente is dan ook van mening dat de integrale herontwikkeling opgepakt en verderuitgewerkt zou moeten worden, opdat cruciale plekken in de stad binnen afzienbare termijn eenverbetering ondergaan. Het gaat dan vooral om de leegstand aan de rand van de binnenstad ennabij de toegangswegen, in het bijzonder de clusters in het noordoosten; Oranje Nassaustraat,Geleenstraat, Willemstraat en de Pancratiusstraat.9 ‘Een groot nadeel van de leegstand om en nabijdeze aanlooproutes is dat elke bezoeker van de binnenstad via deze weg naar het centrum komt.Dat betekent dat elke bezoeker eerst een slecht beeld krijgt van Heerlen alvorens in het stadshartte komen.’10 Door middel van verandering en uitbreiding van de loopcircuits kan de binnenstad inzijn geheel interessanter worden gemaakt voor activiteiten van winkelen en cultuur, waardoor deaanlooproutes drukker worden bezocht. Hierdoor wordt het voor investeerders tevensaantrekkelijker zich aan deze routes te vestigen.Bij het uitstippelen van deze nieuwe (aan)looproutes kan de gemeente Heerlen de kunstgaleriesinzetten als middel om langs deze route het straatbeeld aan beleving te laten winnen en zo eenaantrekkelijker vestigingsklimaat te creëren. De kunstgaleries samen vormen een collectief; zewerken met hetzelfde concept, dezelfde huisstijl en openingstijden. Deze samenhang tussen deverschillende kunstgaleries moet er voor zorgen dat men tijdens een bezoek meerdere galeries wiltbezoeken. Bezoekers van het galerieplan zorgen daarmee voor een circulatie van mensen langs dedoor de gemeente beoogde (aan)looproutes. Dit sluit aan op de visie dat culturele voorzieningenvoor het publiek zichtbaar in de binnenstad geconcentreerd dienen te zijn en op het feit dat in dealgemene conclusies van de werkplaats Cultuur een vastgoedwaarde is openomen voor devestiging van galeries.8 Integrale discussienota CentrumVisie Heerlen, Gemeente Heerlen, 2005, p.49 Voor ligging van deze gebieden zie kaart Heerlen Centrum in bijlage I10 Integrale discussienota CentrumVisie Heerlen, Gemeente Heerlen, 2005, p.6Final Project 15Birgit van Melick
  • 17. De CentrumVisie pleit voor het intensiveren van de cultuuraspecten in de binnenstad, zodat er eenaantrekkelijk en creatief klimaat tot stand wordt gebracht. De gemeente is van mening datpositieve cultuur en kunstimpulsen resulteren in een vergroting van het zelfbewustzijn en dedynamiek van de stad. Hierin moet ook aandacht geschonken worden aan culturele evenementeninteressant voor alle lagen van de samenleving.De werkplaats cultuur en economie trekt eveneens de conclusie dat Kunst en Cultuur letterlijk enfiguurlijk meer naar buiten gedragen moeten worden. Dit wilt zij onder andere bereiken door hetaccent te leggen op festivals om zo meer ‘reuring’ op straat te veroorzaken. Er moet een koppelinggemaakt worden tussen de kunstgaleries en de openbare ruimte, horeca en winkels zodat de staddoordrenkt is van het festival.In de algemene conclusies van de werkplaats Cultuur is een strategie uitgestippeld om Heerlenverder te profileren als energieke stad. Kunst en Cultuur worden daarbij gezien als belangrijkemotor voor economische ontwikkelingen en worden ingezet om de doelen van de CentrumVisie tebereiken.De thema’s energie en duurzaamheid staan centraal bij de inzet van cultuur in het centrum.Aansluitend hierop zijn de volgende vier prioriteiten gesteld in het centrum:1 versterking en uitbreiding van bestaande culturele instellingen;2 uitbreiden van culturele activiteiten;3 inzetten op kunst in openbare ruimte;4 inzetten op de creatieve industrie.Punt een en vier sluiten aan op het galerieplan op basis van eerder genoemde bevindingen en hetfeit dat de kunstgaleries onder de kunst- en erfgoedsector vallen, onderdeel van de creatieveindustrie.Al met al kan geconcludeerd worden dat binnen de CentrumVisie Heerlen en de algemeneconclusies van de Werkplaats Cultuur voldoende ruimte en draagvlak bestaat voor een dergelijkinitiatief als het galerieplan.2.2.3 Strategische Beleidsnota Cultuur 2006-2015De Strategische Beleidsnota Cultuur is een beleidsvisie, die voor de komende jaren de kaders enprioriteiten aangeeft voor het gemeentelijke cultuurbeleid. Bij de totstandkoming van destrategische beleidsnota cultuur is gekozen voor een interactief proces, waarbij een analyse isgemaakt van de wensen en behoeften vanuit het culturele veld. Cultuur wordt ook in dezebeleidsnota beschouwd als motor voor economische ontwikkeling en als belangrijke bedrijfstak diehet imago van de stad kan verbeteren. De gemeente Heerlen heeft daarin als taak derandvoorwaarden te scheppen voor culturele ontwikkeling, de inhoudelijke invulling van hetcultuurbeleid moet aan het culturele veld worden overgelaten. Hierin is behoefte aanprofessionalisering.Final Project 16Birgit van Melick
  • 18. Voor de gemeente betekent dit duidelijke communicatie en een duidelijk aanspreekpunt zijn voorhet veld. Bij het culturele veld is er behoefte aan professionalisering op het gebied vanbedrijfsmatig werken, marketing en PR en cultureel ondernemerschap. Ondersteuning endeskundigheidsbevordering zijn hiervoor noodzakelijk. In het kader van professionalisering is hetook van belang afstand te creëren tussen de gemeente en de culturele instellingen om cultureelondernemerschap te stimuleren. De instellingen kunnen dan zelf meer extern gericht opereren enbruikbare samenwerkingsverbanden aangaan met het bedrijfsleven.De prioriteiten voor culturele ontwikkeling zijn vertaald naar de volgende beleidsspeerpunten: - voltooiing bestaande ontwikkelingen; - inzetten op jeugd en jong talent; - versterking productieklimaat en bijdrage actieve cultuurparticipatie; - versterkend voor centrumfunctie van stad; - imagoversterkend voor de stad; - bevordering integraliteit, dwarsverbanden en samenwerking binnen het culturele veld.Opmerkelijk is dat het galerieplan in zijn huidige context weinig raakvlakken vertoont met destrategische beleidsnota cultuur. De reden is dat deze nota met name gebaseerd is op deontwikkelingen gerelateerd aan de al bestaande culturele instellingen.Het plan vertoont wel overeenstemming met de volgende twee beleidsspeerpunten: - versterkend voor centrumfunctie van stad Door de leegstaande panden tijdelijk te vullen met kunstgaleries draagt het galerieplan bij aan verdichting van het centrum. Dit wordt in de strategische beleidsnota cultuur gezien als kans voor het bevorderen van zowel de culturele aantrekkelijkheid als de ruimtelijke karakteristiek. Beide dragen bij aan een fysiek aantrekkelijke stad en betekenen een impuls voor stedelijke dynamiek en creatieve industrie. - imagoversterkend voor de stad Culturele evenementen dragen bij aan een sterk en creatief beeld van de stad en zorgen tevens voor een toeristische aantrekkingskracht. De festiviteiten rondom de zeswekelijkse opening zijn laagdrempelig van karakter en dragen daarmee bij aan een verhoging van de culturele participatiegraad onder burgers als toeristen. Hiermee kan het ‘trots op…-gevoel’ versterkt worden, wat het imago van de stad bevordert.De strategische beleidsnota cultuur besteed veel aandacht aan de relatie tussen cultuur eneconomie in het licht van de creatieve industrie. De gemeente wilt deze relatie onder anderezichtbaar maken door zorg te dragen voor een vestigingsklimaat voor cultureel ondernemers. Hetgalerieplan kan als een springplank fungeren voor startende ondernemers die zich verder willenontwikkelen op het gebied van cultureel ondernemerschap. In de vorm van een sociale werkplekworden zij klaargestoomd voor een eventuele baan binnen de creatieve industrie11.Om het (eu)regionale karakter van het galerieplan te waarborgen, biedt de ligging van Heerlen veelperspectief. De stad opereert meer en meer op wisselende schaalniveaus. Zo vormt Heerlen het11 Meer informatie met betrekking tot de creatieve industrie volgt in paragraaf 1.2Final Project 17Birgit van Melick
  • 19. energieke hart van Parkstad Limburg12 en werkt het actief samen op diverse terreinen binnen deTripool13. Ook de nabijheid van steden als Keulen, Aken, Luik en Antwerpen biedt perspectief voorgrensoverschrijdende samenwerking, die met name het Europese karakter van het galerieplan kanversterken.Aansluitend op de strategische beleidsnota cultuur is ‘de culturele agenda van Heerlen 2009-2012’geschreven, waarin de strategie op het gebied van cultuurbeleid voor de komende jaren isuitgestippeld. Deze strategie komt voort uit een analyse van de sterktes en zwaktes en kansen enbedreigingen voor de stad, ook wel SWOT14 genoemd. Deze SWOT kunt u vinden op de volgendepagina.Uit de culturele agenda voor 2009-2012 blijkt dat de culturele basisinstellingen, organisaties eninitiatieven nog aan kracht te winnen hebben. ‘We hebben het dan over de gistende tussenlaag,waaruit de nieuwe en vernieuwende initiatieven komen, waar een stad zich mee kan onderscheidenen profileren.’15 Om dit te bereiken gaat de gemeente Heerlen de komende tijd inzetten op meerruimte, zowel fysiek als financieel, voor de beeldende kunst, de nieuwe media, film en literatuur.Tevens wil zij het productieklimaat versterken om zich zo als productiestad te kunnen profileren.Ondersteuning van jonge starters en stimulering van talentontwikkeling van jeugd en jongeren, zaluiteindelijk moeten leiden tot een groei van het aantal banen in de creatieve sector met dertigprocent in 2012. Samenwerking met het bedrijfsleven, het Starterscentrum Zuid-Limburg endiverse opleidingen staat hierin voorop.De gemeente wil focus aanbrengen op de festivals en evenementen. Hierin streeft de gemeentenaar meer differentiatie en spreiding van festivals en evenementen door het jaar. Dit vanwege hetfeit dat een aanbod van cultuur dat zich kenmerkt door diversiteit en toegankelijkheid vooriedereen een belangrijke voorwaarde is voor een goed vestigingsklimaat voor bedrijven eninstellingen en voor een goed woonklimaat voor de huidige bewoners. In het gemeentelijkeevenementenbeleid wordt Heerlen omschreven als ‘warm en menselijk, een beetje ruw enongepolijst, met respect voor zijn verleden en met een positieve eigentijdse instelling op weg naarde toekomst.’16 In deze context kiest de gemeente voor evenementen met een eigenwijs concept,waarin cultureel ondernemen lef vertoont.Van belang is ook dat deze evenementen een positief historisch besef en een optimistischtoekomstbeeld weten uit te beelden. Het galerieplan wil, met betrekking tot het historische besef,de oude binnenstad in ere herstellen door nu nog leegstaande panden op te knappen en om tetoveren tot kunstgaleries om zo bij te dragen aan een dynamische en aantrekkelijke stad. Hetevenement rondom de openingen van de kunstgaleries zal acht keer per jaar moeten plaatsvinden.12 Parkstad Limburg is een samenwerkingsverband tussen 7 gemeenten, te weten: Heerlen, Kerkrade,Landgraaf, Brunssum, Simpelveld, Voerendaal en Onderbanken. Samen werken zij aan de kansen enmogelijkheden van de regio. Dat betekent dat zij voorzieningen, welvaart, welzijn en de sociale samenhangvoor haar inwoners op peil willen houden en verbeteren.13 Tripool Zuid-Limburg is een samenwerkingsverband op allerlei gebieden tussen de gemeenten Heerlen,Maastricht en Sittard-Geleen.14 Strengths, Weaknesses, Opportunities, Threats.15 Gemeente Heerlen, ‘Heerlen bloeit op; een nieuwe culturele lente is begonnen. De culturele agenda vanHeerlen 2009-2012.’ Concept 13 juni 2007, p.716 Evenementen in Heerlen, Gemeente Heerlen, 20 november 2006Final Project 18Birgit van Melick
  • 20. Sterke punten Zwakke punten - veel creativiteit - nagenoeg ontbreken van cultuurproductie - jong en avontuurlijk - geen vrij budget voor vernieuwing en - vernieuwend productie - veel energie - veel geld in stenen, relatief weinig in - podiuminfrastructuur programmering - sterke culturele basisinfrastructuur - geen structurele financiële basis voor een - veel laagdrempelige festivals & evenementen aantal cultuurinstellingen die onderscheidend - aandacht voor (v)mbo-ers zijn voor de stad - grote organisatiekracht - subsidiestelsel organisch gegroeid, niet - veel amateurkunst: vooral harmonie/fanfare gebaseerd op beleidskeuzes - veel kracht binnen verenigingen - geen actueel beleid Kunst in de Openbare - veel vrijwilligers Ruimte - sterke drift tot overleven - geen actueel atelierbeleid - veel contact tussen cultuur en - geen actueel amateurkunstenbeleid wijkcontactambtenaren - samenhang binnen cultuur ontbreekt - cultuur als motor van stedelijke ontwikkeling - veel eilandjes, weinig dwarsverbanden erkend - slecht imago, weinig identiteit, weinig trots en - cultuur als profilering van de stad erkend weinig zelfvertrouwen - mijnverleden heeft geen plek gekregen cultureel erfgoed zwak gepositioneerdKansen Bedreigingen - gebiedsgericht cultuurbeleid/ provincie - laag opleidingsniveau - samenwerking met het bedrijfsleven - leegstand in de stad - samenwerking met het ROC (mbo- - eenzijdige werkgelegenheid opleidingen) - hoge werkeloosheid - denken in Parkstad - weinig banen voor jongeren - denken in Tripool - weinig aanwezigheid kennistechnologie - samenwerking met Hogeschool Zuyd - ontbreken van jongerenhuisvesting (Cultuur en toerisme, Communicatie en - te veel ambitie tegelijk Media Design (CMD), Hogeschool voor de - concurrentiegevoelens binnen Parkstad Kunsten (HK) - concurrentiegevoelens binnen Tripool - ligging in de Euregio - samenwerking met Aken, universiteit en cultuur - innovatie – vb Trilandis Avantis - verbinden van het nu met de historie van de glorietijd – culturele roots doortrekken - sociale herstructurering in wijken – prachtwijkenFiguur 1 (Bron: ‘Heerlen bloeit op; een nieuwe culturele lente is begonnen. De culturele agendavan Heerlen 2009-2012.’ Concept 13 juni 2007)Final Project 19Birgit van Melick
  • 21. Hiermee is spreiding door het jaar gewaarborgd. Doordat iedere zes weken nieuwe kunstenaarsaan bod komen, ontstaat er diversiteit: iedere opening heeft zo zijn eigen karakter, waarmeedifferentiatie gewaarborgd is. Tot slot toont het galerieplan lef door langdurig werklozen in tezetten om van de galeries een succes te maken. Het biedt deze mensen toekomstperspectief doorze in aanraking te brengen met het cultureel ondernemerschap. Het galerieplan sluit hiermee aande keuze die de gemeente zich heeft voorgenomen ten aanzien van het evenementenbeleid.2.2.4 Inzetten op jeugd en jong talentBestuderen van de verschillende beleidsdocumenten, levert de volgende conclusie op: hetgalerieplan sluit nauw aan op de gestelde politieke doelen. Aan één belangrijk beleidsspeerpuntwordt echter niet voldaan: inzetten op jeugd en jong talent. Zowel in het MBP als de StrategischeBeleidsnota Cultuur wordt de jeugd, met oog op de toekomst, als meest relevante doelgroepbeschouwd. Om een politieke vertaalslag van het plan sluitend te maken is het dan ook van belangom de jeugd en jong talent meer bij het plan te betrekken.2.3 De creatieve industrieZowel in de Integrale CentrumVisie Heerlen als in de Strategische Beleidsnota Cultuur 2006-2015,wordt het begrip creatieve industrie verscheidene malen aangehaald als belangrijk economischspeerpunt voor de stad. Een duidelijke definitie wordt echter niet gegeven. Deze paragraaf gaatverder in op de achtergrond en definiëring van de creatieve industrie, gespecificeerd naar hetbelang van de creatieve industrie voor de Zuidelijke Tripool. Naar aanleiding van deze uiteenzettingzal ik aangeven waar de kansen voor de stad Heerlen liggen met betrekking tot de creatieveindustrie om vervolgens te bezien in hoeverre het galerieplan17 perspectief biedt voor deze kansen.2.3.1 Creatieve klasseIn het spoor van Richard Florida, die wereldwijd het belang van de creatieve klasse voor stedelijkeontwikkeling onder de aandacht bracht, richten veel steden zich op het aantrekken van de 18creatieve industrie. In zijn boek ‘The Rise of the Creative Class’ laat hij zien dat investeringen incultuur, maar ook de aanwezigheid van de creatieve industrie, bijdragen aan de concurrentie- eninnovatiekracht van regio’s.19 Daarnaast beweert Florida dat regio’s die economisch willeninnoveren en excelleren niet zonder de creatieve klasse kunnen. Het is daarom van belang creatief17 De conclusies voortkomend uit de politieke vertaalslag (paragraaf 1.2) van het galerieplan komen hier ookaan de orde.18 Florida, R. (2002). The Rise of the Creative Class, and how it’s transforming work, leisure, community &every day life. New York: Basic Books19 Rutten, P., W. Manshanden, G. Bodea en W. Jonkhoff. De Creatieve Industrie inde Zuidelijke Tripool Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen. Delft 2005Final Project 20Birgit van Melick
  • 22. personeel optimaal te faciliteren door te zorgen voor een aantrekkelijk woon- en leefklimaat;culturele voorzieningen en een tolerante en open sfeer zijn daar belangrijke onderdelen van.Immers, zo stelt Richard Florida, laat de creatieve klasse zich primair door een dergelijk klimaataanspreken en zoekt daarna pas een werkgever uit. Hiermee oefent de aanwezigheid van decreatieve klasse aantrekkingskracht uit op hoogwaardige bedrijven die kunnen zorgen voor ditowerkgelegenheid—:’Companies increasingly go, and are started, where talented and creative peopleare’.20Naast het feit dat deze creatieve klasse functioneert als vestigingsfactor, zorgt zij bovendien vooreen impuls van de lokale economie door intensief gebruik te maken van de stedelijkevoorzieningen. Dit in verband met haar hedonistische levenstijl; de creatieve klasse wil zowel hardwerken als van het leven genieten. Investeringen in cultuur en de aanwezigheid van creatieveindustrie zorgen niet alleen voor het aantrekken van creatief en innovatief talent, ze dragen tevensbij aan het behoud van nieuw opgeleid talent.Florida definieert de creatieve klasse als een samenstelling uit de beroepsbevolking voor wiecreativiteit en innovatie de belangrijkste arbeidsinbreng is. De indeling van de creatieve klassevolgens Florida is niet gebaseerd op opleidingsniveau, maar op beroepsgroepen. Hij onderscheidt: - de super creative core (waaruit creatieve en innovatieve ideeën ontstaan): ICT’ers, wiskundigen, architecten, ingenieurs, (para-)medici en sociale wetenschappers, onderwijzers en de zogenaamde bohemiens; - de creative professionals (de creatieve uitvoerders van de creatieve ideeën uit de super creative core): managers, financieel en commercieel experts, juristen en technici.De Nederlandse definitie van de creatieve klasse wijkt hier vanaf, gezien Nederland eenaanmerkelijk ander schaalniveau vertoont dan Amerikaanse stedelijke gebieden, waarop hetconcept van Florida gebaseerd is. Waar Florida de creatieve klasse erg ruim opvat – zo bestempelthij hele bedrijfstakken als creatief – hebben de onderzoekers Gerard Marlet en Clemens vanWoerkens gekozen voor een meer precieze beroepsgroepenclassificatie. Zij komen tot de volgendedefinitie van de Nederlandse creatieve klasse:‘De Nederlandse creatieve klasse staat model voor en wordt verondersteld de motor te zijn achterde kennisintensieve economie. Het moet gaan om mensen die met innovatieve, creatieve ideeën enesthetische producten meer dan gemiddeld productief zijn en meer toegevoegde waardegenereren, mensen die door denken en minder door doen een bijdrage leveren aan de economie.’21Zij is onder te verdelen in: - de kern van de Nederlandse creatieve klasse: wetenschappers en onderzoekers, innovatieve ICT’ers, architecten, ingenieurs, tv-makers, journalisten en bohemiens (musici, vormgevers, schrijvers en kunstenaars. Niet: overheid, inclusief onderwijs. Wel: hoogleraren en wetenschappelijk onderzoekers. - de uitvoerders van creatieve ideeën in kennisintensieve economische sectoren.2220 Florida, R. (2002). The Rise of the Creative Class, and how it’s transforming work, leisure, community &every day life. New York: Basic Books. P.28321 Marlet, G.A. & C.M.C.M. van Woerkens (2004). Atlas voor gemeenten 2004. Utrecht: Stichting Atlas voorGemeenten. P.1222 Marlet, G.A. & C.M.C.M. van Woerkens (2004). Atlas voor gemeenten 2004. Utrecht: Stichting Atlas voorGemeenten. P.13,14.Final Project 21Birgit van Melick
  • 23. 2.3.2 Creatieve industrieIn Nederlandse studies omtrent de creatieve industrie wordt niet uitgegaan van eenberoepsgroepenclassificatie, zoals bij de creatieve klasse het geval is, maar van eenbedrijfstakkenclassificatie (vanuit het sectorperspectief). Het gaat daarbij om creativiteit alsproductiefactor van goederen en diensten. ‘Creatieve bedrijfstakken zijn bedrijfstakken die eenesthetische of symbolische waarde toevoegen en/ of de gebruiker of consument betekenisverschaffen of appelleren aan een bepaalde lifestyle’.23 Daarbij vormt de creatie en exploitatie vansymbolische waarde onder consumenten of bedrijven zowel het centrale en bindende element vande creatieve industrie als het belangrijkste onderscheidende kenmerk van de creatieve industrieten opzichte van andere vormen van economische bedrijvigheid.24Wanneer we dus spreken over de creatieve industrie, dan gaat het om een verzameling creatievebedrijfstakken, waar een groot deel van de creatieve productie plaatsvindt.Bij het operationaliseren van het begrip creatieve bedrijfstakken kunnen we de volgende driecategorieën afbakenen (onderverdeeld in branches):Kunsten: - beeldende kunst: fotografie, film, scheppende kunst (zoals schilderijen en - sculpturen); - podiumkunsten: toneel, dans, muziek (klassiek en populair); - festivals, evenementen, tentoonstellingen en recreatiecentra.Media en entertainment: - literatuur, boeken (fictie en non-fictie); - journalistieke media (papier): dagbladen, tijdschriften; - tv en radio; - film.Creatieve zakelijke dienstverlening en vormgeving: - design: interieur en meubels, mode, sieraden ; - architectuur: burgerlijke bouw, stedenbouw; - reclame en grafisch ontwerp.Binnen deze categorieën is er telkens sprake van een bedrijfskolom met dezelfde vier stadia, dieelkaar logisch opvolgen: initiële creatie > productie > distributie en retail. Dit perspectief op debedrijfskolom is gebruikt om een beperkte en een ruime definitie van de creatieve industrie op testellen. De beperkte definitie kan worden beschouwd als ‘creatie’; de ruime definitie als ‘creatie en 25vermarkten’.23 Marlet, G.A. & J. Poort (2005). Cultuur en creativiteit naar waarde geschat. Amsterdam:SEO/ Utrecht:Stichting Atlas voor Gemeenten. P.1124 Rutten, P., W. Manshanden, G. Bodea en W. Jonkhoff (2005). De Creatieve Industrie inde Zuidelijke Tripool Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen. Delft: TNO. P.3425 Raes, S.E.P. & B.P. Hofstede (red.) (2005). Creativiteit in kaart gebracht: Mapping document creatievebedrijvigheid in Nederland. Den Haag: Ministerie van EZ en Ministerie van OCW. P.8Final Project 22Birgit van Melick
  • 24. Creatieve industrie (beperkte definitie)De beperkte definitie omvat bedrijven, producenten en instellingen die zich bezig houden met deinitiële creatie en die dus nauw betrokken zijn bij het proces. In de praktijk blijkt dat bedrijfstakkenop het vlak van initiële creatie vaak ook de materiële productie realiseren. De materiële productieis in de beperkte definitie alleen meegenomen als betrokken bedrijfstakken daadwerkelijk zowelcreatie als productie realiseren.Creatieve industrie (ruime definitie)De ruime definitie omvat de beperkte definitie plus de rest van de bijbehorende bedrijfskolom: alleproducenten, distributeurs en verkopers die creatieve producten bij de consument brengen. Voor decreatieve zakelijke dienstverlening geldt dat de link met creatie sterk afneemt. Daarom is deproductie en distributie in de categorie creatieve zakelijke dienstverlening niet meegenomen.Final Project 23Birgit van Melick
  • 25. Creatie Materiële productie Distributie en RetailKunsten - Beeldende kunst, - Beeldende kunst, - Veilingen, kunstuitleen, fotografie fotografie kunst- galerieën en expositieruimten, musea, - Alle podiumkunsten: - Productie van podium- winkels muziek, dans, theater kunsten: muziek, dans, - Theaters, schouwburgen theater en reproductie en en concertgebouwen, - Recreatiecentra, uitgeverij van evenementenhallen, Cd- organisatie van culturele geluidsopnamen winkels evenementen - Recreatiecentra, - Recreatiecentra, evenementenhallen organisatie van culturele evenementen, evenementenhallenMedia en entertainment - Film: Scenario, - Filmproductie incl. - Filmdistributie, bioscopen, Scriptwriting, Pre- ondersteunende filmtheaters, videotheken productie activiteiten - Omroeporganisaties - Productie van radio- en - Productie van radio- en - Openbare bibliotheken, televisieprogramma’s televisieprogramma’s boekwinkels - Schrijven: romans, poëzie, - Uitgeverij en non-fictie boekdrukkerij - Journalistiek - Uitgeverij en drukkerij - Openbare bibliotheken, dagbladen winkels in boeken, tijdschriften en krantenCreatieve zakelijkeDienstverlening - Vormgeving, - Vervaardiging van - Handel in kleding, brillen, modeontwerp, grafisch meubels, kleding, meubels, auto’s ontwerp brilmonturen, auto’s - Handel in computers en enzovoorts software - Gaming, nieuwe media - Gaming, nieuwe media - Projectontwikkeling, - Architectuur, - Algemene burgerlijke en handel in onroerend goed, stedenbouwkundig utiliteitsbouw, monumentenzorg ontwerp projectontwikkeling - Overige reclamediensten - Reclame - DrukkerijenFiguur 2 (Bron: Raes, S.E.P. & B.P. Hofstede (red.) (2005). Creativiteit in kaart gebracht: Mappingdocument creatieve bedrijvigheid in Nederland. Den Haag: Ministerie van EZ en Ministerie vanOCW. P.9)Final Project 24Birgit van Melick
  • 26. In dit onderzoek hanteer ik de ruime definitie van de creatieve industrie. Hiertoe behoren degaleries en expositieruimtes en de organisatie van culturele evenementen. Daarmee valt hetgalerieplan onder de kunstensector. Uit eerder onderzoek van Gerard Marlet en Joost Poort26 blijktdat met name deze sector vestigingsfactoren produceert als theatervoorstellingen, evenementen,exposities, esthetische gebouwen en monumenten. Juist deze creatieve productie blijkt inNederland meetbaar van belang te zijn voor het vestigingsgedrag van hoogopgeleide en creatievehuishoudens. Hiermee steunt de kunstensector, en dus ook het galerieplan, indirect de lokaleeconomie.2.3.3 Creatieve industrie in de Zuidelijke Tripool27Om antwoord te krijgen op de vraag welke toekomstige rol de creatieve industrie kan spelen in deeconomie van de Tripool, hebben de gemeenten Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen en deprovincie Limburg, TNO onderzoek laten doen naar de omvang en de structuur van de creatieveindustrie in de Tripool.In het hieruit voortgekomen onderzoeksrapport wordt de creatieve industrie opgevat als eenspecifieke vorm van bedrijvigheid die goederen en diensten voortbrengt die het resultaat zijn vanindividuele of collectieve, creatieve arbeid en ondernemerschap. Inhoud en symboliek zijn debelangrijkste elementen van deze producten. Ze worden aangeschaft door consumenten enzakelijke afnemers omdat ze een betekenis oproepen. Op basis daarvan ontstaat een ervaring.Daarmee speelt de creatieve industrie een belangrijke rol in ontwikkeling en onderhoud vanlevensstijlen en culturele identiteiten in de samenleving.In het TNO-rapport wordt de creatieve industrie onderverdeeld in de drie categorieën gelijk aanparagraaf 1.3.2. Voor de resultaten van het onderzoek verwijs ik naar het rapport ‘De CreatieveIndustrie in de Zuidelijke Tripool Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen’.In dit onderzoek richt ik mij op de belangrijkste conclusies van het TNO-rapport om zo teachterhalen waar de kansen voor de gemeente Heerlen liggen met betrekking tot de creatieveindustrie.Allereerst wordt de conclusie getrokken dat, op basis van de gegevens over structuur en omvang,de creatieve industrie niet de omvang heeft dat zij als zodanig in de toekomst uit kan groeien totbelangrijke pijler van de economie van de Tripool. Er is echter wel sprake van een groot aantalsterke punten die binnen het stedennetwerk in breder verband van economisch, cultureel,maatschappelijk en ruimtelijk beleid van grote waarde kunnen zijn voor de Tripool. Cultuur encreativiteit bieden belangrijke kansen om binnen de toekomst van het stedelijke gebied eendoorslaggevende rol te spelen.De creatieve industrie is binnen de Tripool vooral van belang omdat ze talrijke combinaties aangaatmet andere sectoren, bedrijfstakken en domeinen die op hun beurt een positieve uitwerking26 Marlet, G.A. & J. Poort (2005). Cultuur en creativiteit naar waarde geschat. Amsterdam: SEO/Utrecht:Stichting Atlas voor Gemeenten.27 Deze (sub)paragraaf is gebaseerd op het rapport: Rutten, P., W. Manshanden, G. Bodea en W. Jonkhoff(2005). De Creatieve Industrie in de Zuidelijke Tripool Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen. Delft: TNO.Final Project 25Birgit van Melick
  • 27. hebben op economische, maatschappelijke en ruimtelijke dynamiek binnen de regio, variërend vantoerisme tot innovatie.De creatieve klasse vormt zo het noodzakelijke menselijke kapitaal voor innovatie. Op het momentis deze bevolkingscategorie minder dan gemiddeld aanwezig in de bevolking van de Tripoolsteden.Investeringen in creatieve industrie en cultuur kunnen hier renderen voor concurrentiekracht eninnovatie om zo een positief vestigingsklimaat te stimuleren voor de creatieve klasse. Er moetsprake zijn van een open cultuur die behalve tolerant ook gastvrij moet zijn. Om een dergelijkklimaat te realiseren zijn de regionale kennisinstituten en kennisintensieve bedrijven binnen deTripool voor de hand liggende partners. Naast het feit dat cultuur als magneet geldt voor creatievemensen, dient ze als verankering en herkenningspunt voor de eigen bevolking. Investeren in eenaantrekkelijk cultureel klimaat is tevens een manier om jong talent te behouden.Bij de opbouw van reputatie op basis van cultuur en creatieve industrie gaat het niet alleen maarom de aantrekkingskracht van de creatieve klasse en innovatieve bedrijvigheid, maar ook om debezoekers. Sinds jaar en dag is toerisme een belangrijke sector van bedrijvigheid, maar ook eenaanjager van andere bedrijfstakken als winkelbedrijf en horeca. Heerlen, en in breder verband,Parkstad heeft gaandeweg een breed profiel van festivals, evenementen en dagattractiesontwikkeld. Een gecoördineerde ontwikkeling van verschillende vormen van toerisme, variërendvan cultuur tot op meer vermaak gericht toerisme kan de rol van het stedennetwerk in detoeristische markt dan ook verder versterken.Tot slot moet de Tripool zich bezinnen op de wijze waarop zij haar creatief kapitaal van makersbeter kan benutten. De indruk bestaat namelijk dat de Tripool te weinig voorziet in eenproductie(infra)structuur waarbinnen deze makers hun activiteiten kunnen uitvoeren en naar eenpubliek kunnen brengen, met het gevolg dat de aanwezige creativiteit onderbenut blijft.2.3.4 Galerieplan: een kans voor de creatieve industrie in Heerlen?Het galerieplan behelst kunstgaleries in leegstaande panden en een daarbij behorend zes wekelijksterugkerend cultureel evenement. Hiermee valt het galerieplan onder de kunstensector (zie figuur2) en in de brede definitie gezien onder de creatieve industrie. Deze sector produceertvestigingsfactoren en juist deze creatieve productie is in Nederland van meetbaar belang geblekenvoor het vestigingsgedrag van hoogopgeleide en creatieve huishoudens. De kunstgaleries, in hunhoedanigheid van creatieve productie, trekken daarmee de creatieve klasse aan. De exploiteursvan de kunstgaleries behoren tot de creatieve klasse gezien zij als commercieel adviseur optredentijdens het distributie en retail stadium.De kunstgaleries dragen tevens bij aan de productie(infra)structuur: zij bieden creatieve makerseen manier om hun ‘activiteiten’ naar het publiek te brengen. In een creatieve stad moet volgensRichard Florida sprake zijn van een tolerant klimaat. Het gaat daarbij om diversiteit en openheid.Onderzoek wijst uit dat de creatieve klasse groot belang hecht aan een open samenleving waarinruimte is voor ontplooiing van iedereen op ieders eigen wijze.2828 Franke, S. & E. Verhagen (red.) (2005). Creativiteit en de stad. Hoe de creatieve economie de stadverandert. Rotterdam: NAi Uitgevers. P.14Final Project 26Birgit van Melick
  • 28. Op het gebied van ‘tolerantie’ biedt het galerieplan een toekomstperspectief voor de ontplooiingvan maatschappelijk kwetsbare groepen die als gevolg van economische omstandigheden extraaandacht verdienen.Zoals eerder vermeld vormen creatie en exploitatie van symbolische waarde het centrale enbindende element van de creatieve industrie onder consumenten of bedrijven. De kunst in degaleries alsmede de exploitatie ervan naar bewoners en bezoekers zijn beide van symbolischewaarde. Het bezoek aan de kunstgaleries dient immers als een ervaring te worden beleefd.Investeringen in cultuur en creatieve industrie bevorderen niet alleen de concurrentie eninnovatiekracht van een regio, zij dragen tevens bij aan het behoud van jong talent. Vooral dezelaatste ontwikkeling staat hoog op de prioriteitenlijst van de gemeente Heerlen, gezien deoplopende vergrijzing van de stad.Het galerieplan is met haar kunstgaleries en het zeswekelijks terugkerende evenement eenaanwinst voor de toeristische markt van Heerlen, en in bredere zin Parkstad. Het biedt niet alleencultuur, maar ook vermaak. Hiermee zorgt het voor een positieve uitwerking op het welbevindenvan de bewoners en de bezoekers van Heerlen en draagt daarmee bij aan de ontwikkeling van dereputatie van Heerlen met betrekking tot gevoelens van binding en trots.Tot slot verdient ook de bevordering en vormgeving van de vervlechting van de creatieve industriemet de rest van de stedelijke bedrijvigheid en activiteit de aandacht. Bij implementatie van hetgalerieplan zal het straatbeeld aan beleving winnen, wat een positieve uitwerking heeft op deruimtelijke dynamiek van de stad. De plaatselijke horeca en het winkelbedrijf kunnen, wanneer zijeen samenwerkingsverband aangaan met de kunstgaleries, baat hebben bij het aantal bezoekersdat de kunstgaleries en de bijbehorende evenementen trekken. Ook samenwerkingsverbandentussen het galerieplan en diverse opleidingen dragen bij aan de vervlechting van de creatieveindustrie met de al bestaande kennisinstituten om zo de innovatiekracht van Heerlen tebevorderen.Kortom in al deze opzichten biedt het galerieplan wel degelijk kansen voor de creatievebedrijvigheid in Heerlen.Final Project 27Birgit van Melick
  • 29. Final Project 28Birgit van Melick
  • 30. 3. Randvoorwaarden betrokken partijenDe in het vorige hoofdstuk gepresenteerde onderzoeksresultaten tonen dat het galerieplan vanMichel Huisman conform is aan de politieke doelstellingen van de gemeente Heerlen en wel degelijkperspectief biedt voor de verdere ontwikkeling van de creatieve industrie als economische motorvoor de stad. Deze bevindingen zijn echter niet voldoende om over te gaan tot uitvoering van hetplan; zij bevestigen enkel en alleen de toegevoegde waarde van het galerieplan voor het centrumvan Heerlen vanuit een politiek oogpunt.Ondanks het feit dat het plan van Michel Huisman in zijn originaliteit goed doordacht is, blijft hettoch van emotionele aard, gezien zijn bevindingen gebaseerd zijn op eigen inzicht, zonder debetrokken partijen te raadplegen. Hij heeft als het ware voor hen nagedacht, wat het galerieplan inzijn huidige context niet valide maakt. De vraag is dan ook in hoeverre het huidige galerieplanaangepast moet worden met het oog op de wensen van de betrokken partijen om uiteindelijk eenconcept te ontwerpen waarmee optimaal draagvlak wordt gecreëerd, een concept dat tevenswerkbaar is.Om deze vraag te kunnen beantwoorden heb ik de politieke vertaling van het galerieplanvoorgelegd aan de belangrijkste spelers. Door middel van open gesprekken heb ik getracht de, inhun ogen benodigde, inhoudelijke aanpassingen te achterhalen die deelname aan een dergelijkinitiatief mogelijk maken.In dit hoofdstuk vindt u een overzicht van de gesproken betrokken partijen, onderverdeeld in vijfclusters, te weten: - sociale werkgelegenheid; - opleidingen; - curatoren; - stadsplanning; - pandbeheer.De belangrijkste resultaten voortkomend uit de gesprekken met deze partijen zijn terug te vindenin onderstaande schema’s. In ieder schema staat per gesproken betrokken partij aangegeven hoeze tegenover deelname aan het galerieplan staat, zowel persoonlijk als met betrekking tot anderepartijen. Tevens wordt aangegeven welke belemmeringen worden voorzien ten opzichte van hethuidige galerieplan29 en welke faciliteiten als benodigd beschouwd worden om het galerieplan ookdaadwerkelijk tot uitvoering te brengen. Tot slot staat onderaan ieder schema een korte toelichtingop de in het schema gepresenteerde resultaten.3.1 Sociale werkgelegenheidEen specifiek onderdeel van het galerieplan is het inzetten van uitkeringsgerechtigden om deexploitatie en het beheer van de galeries te waarborgen. Deze vorm van sociale werkgelegenheid29 zoals besproken in de politieke vertaling, paragraaf 2.1.Final Project 29Birgit van Melick
  • 31. vormt tevens het unieke karakter van het galerieplan. Gezien het tijdsbestek en de hoeveelheidaan betrokken partijen, was het te omvangrijk om de bereidwilligheid tot deelname aan hetgalerieplan te toetsen onder personen die momenteel afhankelijk zijn van een uitkering.Vandaar dat ik de keuze heb gemaakt het gesprek aan te gaan met de gemeentelijke afdelingSociale Zaken, die zich onder andere toelegt op het vraagstuk hoe deze uitkeringsgerechtigdenweer toe te kunnen laten treden tot de arbeidsmarkt. Vervolgens heb ik de politieke vertaling vanhet galerieplan voorgelegd aan verschillende reïntegratiebureaus werkzaam in de zuidelijke regio.Dit vanwege het feit dat zij degene zijn die zorg dragen voor het samenstellen van doelgerichtewerkgelegenheidstrajecten voor specifieke groepen als uitkeringsgerechtigden om ze zo naar een(vaste) baan te begeleiden.3.1.1 Sociale zaken (Gemeente Heerlen) Hoofd Bureau Werkgelegenheid en Sociale Zaken Persoonlijk Met betrekking tot andere partijen Gemeente Heerlen: Meriam van der Mee - Galerieplan past binnen beleid / - Contact opnemen met visie W & SZ; kleinschalige reïntegratiebureaus. projecten, maatwerk. - Contact opnemen met Han Berkx van Bedrijfsbureau W & Deelname SZ. - Mogelijke partners: Praktijkschool Limburg en Arcus-College. - Lange afstand tot arbeidsmarkt. - Niveau en animo Belemmeringen - Laaggeschoold. uitkeringsgerechtigden. - Aansluiting vinden bij - Gemeente Heerlen moet start aanbestedingstrajecten faciliteren. Reïntegratiebureaus. - Stichting oprichten. Faciliteren - Courtage kunst onderbrengen in een fonds.Na een lange geschiedenis van grootschalige projecten om uitkeringsgerechtigden weer toe te latentreden tot de arbeidsmarkt, is Bureau Werkgelegenheid en Sociale Zaken onder leiding van Meriamvan der Mee een nieuwe weg ingeslagen. De nieuwe visie pleit voor meer kleinschalige projectendie maatwerk vereisen. Zij zet in op werkgelegenheidstrajecten die een bijdrage leveren aan degemeenschap en de stad Heerlen. Het galerieplan past dan ook perfect binnen het nieuwe beleid.Om uitkeringsgerechtigden in te kunnen zetten met behoud van uitkering, zal het galerieplanaansluiting moeten vinden bij al bestaande aanbestedingstrajecten. Dit zijn ingekochtewerkgelegenheidstrajecten bij externe partners als Maecon Reïntegratie, CBB en Licom. WanneerFinal Project 30Birgit van Melick
  • 32. hiervoor geen ruimte is, zal de gemeente Heerlen het budget moeten faciliteren om een nieuwtraject in te kopen. Mevrouw van der Mee is verder van mening dat de uitvoering van hetgalerieplan overgelaten moet worden aan een afzonderlijke stichting. De gemeente Heerlen moetenkel en alleen het plan faciliteren in zijn startfase. Om de continuïteit van het galerieplanvervolgens te waarborgen kan bijvoorbeeld een fonds worden opgericht waarin onder andere decourtage, die verdiend wordt op de verkochte kunst, wordt ondergebracht.Met betrekking tot de uitkeringsgerechtigden waarschuwt zij voor het feit dat velen van hen eenlange afstand hebben tot de arbeidsmarkt en vaak laaggeschoold zijn. Dit kan vooral metbetrekking tot de galeriehouders een probleem vormen. Intensieve begeleiding is van groot belang. Bedrijfsbureau Werkgelegenheid en Sociale Zaken Persoonlijk Met betrekking tot andere partijen Gemeente Heerlen: Han Berkx - Zeer enthousiast over het - Contact opnemen met Licom. galerieplan en geïnteresseerd in deelname. - ‘Galeriehouders’ geen kandidaten Deelname voor project ‘Baanbrekend Werk’. Andere groepen uitkeringsgerechtigden wel inzetbaar als ‘galeriehouder’. - Enorme bewerkelijkheid - Samenwerking Maecon en CBB - Zeer laag niveau van niet zinvol. zelfredzaamheid. Belemmeringen - Intensieve begeleiding noodzakelijk. - Sociale deel galerieplan kan - Licom aan de gemeente gefinancierd worden uit WWB- gelieerd als sociale partner. Faciliteren gelden. - Monitor/ case manager vanuit galerieplan noodzakelijk.Han Berkx is werkzaam voor het Bedrijfsbureau Werkgelegenheid en Sociale Zaken, waar hijverantwoordelijk is voor de aanbestedingen en de organisatie hiervan. In het kader van de NieuweWet Maatschappelijke Ontwikkeling wijst hij op het project ‘Baanbrekend Werk’ als geschikt trajectvoor de uitkeringsgerechtigden in het voorpoortaal30 van het galerieplan. Dit project is in het levengeroepen voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het gaat hier om mensen metveel problemen, vaak persoonlijk van aard, die niet in staat zijn om fulltime tot de arbeidsmarkt30 Het voorportaal heeft betrekking op de uit te voeren opknapwerkzaamheden en het onderhouden van depanden.Final Project 31Birgit van Melick
  • 33. toe te treden. Het college wil deze mensen nog niet afschrijven, maar juist op zoek gaan naar eenzinvolle dagbesteding om ze weer deel te laten nemen aan de samenleving.Alleen mensen met intrinsieke motivatie komen in aanmerking voor deelname aan ‘BaanbrekendWerk’. De heer Berkx waarschuwt wel voor het feit dat de beoogde kandidaten voor dit soortwerkgelegenheidstrajecten over een zeer laag niveau van zelfredzaamheid beschikken. Een matevan continuïteit en zeer intensieve begeleiding is dan ook vereist.Met betrekking tot de ‘galeriehouders’ ziet hij ‘Baanbrekend Werk’ niet als toekomstige partner. Ditvanwege het feit dat de functie-eisen en het aantal werkuren te hoog gegrepen zijn. Hij beschiktechter wel over kandidaten met een kortere afstand tot de arbeidsmarkt. Voor deze groep geldt deeis dat ze minimaal drie tot zes maanden een vrijwillige stage moeten lopen, onder behoud vanuitkering, alvorens her in te treden op de arbeidsmarkt. Hiervoor kunnen, in de vorm van hetgalerieplan, aparte werkervaringsplekken worden ingericht. Ook hier geldt intensieve begeleidingals een vereiste.Voor zowel het voorportaal als de ‘galeriehouders’ kan begeleiding worden ingekocht en bestaat demogelijkheid de trajecten te financieren uit de WWB-gelden31. De heer Berkx is erg enthousiastover de doelstellingen van het galerieplan en ziet samenwerking met het BedrijfsbureauWerkgelegenheid en Sociale Zaken als een goede kans voor de stad Heerlen. Tot slot spreekt deheer Berkx zijn voorkeur uit de aanbesteding te plaatsen bij het Licom, gezien het Licom aan degemeente gelieerd is als sociale partner. Directeur CBB Persoonlijk Met betrekking tot andere partijen dhr. Paul Creemers - CBB geen geschikte partner voor - Licom > maatschappelijk het galerieplan, tenzij gemeente ondernemerschap. Heerlen specifiek opdracht geeft - Stiel, Kerkrade. Deelname project te ontwikkelen. - Vrijwilligers> werkervaringsplekken. - Concentreren op doelgroep 45+ers. - Arbeidsmarkt trekt momenteel enorm aan > goedopgeleide jeugd vaak sneller een baan. Belemmeringen - CBB moet binnen 10 dagen zorgen voor geschikte werkervaringsplek. - Gemeente Heerlen Faciliteren31 De Wet werk en bijstand (WWB) is de wet die in Nederland de ondersteuning bij arbeidsinschakeling enbijstand regelt voor mensen die weinig of geen ander inkomen hebben en ook weinig of geen vermogen. Degelden die hiervoor door de gemeente beschikbaar worden gesteld zijn de WWB-gelden.Final Project 32Birgit van Melick
  • 34. 3.1.2 Re-integratiebureausDe heer Creemers ziet het CBB momenteel niet als geschikte partner voor het galerieplan, gezienhet CBB binnen 10 dagen voor een geschikte werkervaringplek voor de uitkeringsgerechtigdenmoet zorgen.In het belang van het galerieplan gaf de heer Creemers aan dat momenteel de arbeidsmarkt enormaantrekt. In die zin komt voornamelijk de goedopgeleide jeugd (minimaal MBO-niveau) vaaksneller aan een baan. Het zal dan ook niet gemakkelijk zijn binnen het werklozenbestand in diecategorie geschikte mensen als galeriehouder te vinden.Het is dan zeker interessant om te kijken naar een andere, meer bedreigde doelgroep: de 45+’ers.Het kabinet wil namelijk extra actie voeren om deze doelgroep weer aan het werk te krijgen, ditmaakt het aantrekken van deze groep uitkeringsgerechtigden politiek verantwoord maakt. Zijhebben vaak meer levenservaring en zijn daarmee interessante potentiële galeriehouders. Licom Re-integratie, Persoonlijk Met betrekking tot andere partijen Adriane Keulen - Zeer geïnteresseerd in - Strakke coördinatie/ samenwerking met het begeleiding vanuit het Deelname galerieplan. galerieplan noodzakelijk. - Een werkervaringsplek is maximaal 3 maanden geldig. - Lange afstand tot de Belemmeringen arbeidsmarkt. - (Te) laag niveau. - Gemeente Heerlen heeft de - Licom biedt kandidaten die aanbesteding bij Licom verlengd. instromen via de SW een - Werving en selectie + opleidingstraject aan i.s.m. het Faciliteren persoonlijke begeleiding en Arcus-college. opleiding.Adriane Keulen is medeoprichter van de tak Licom Re-integratie. Deze tak heeft als doelstellingzoveel mogelijk mensen weg te zetten op de reguliere arbeidsmarkt. Ze gaf aan zeergeïnteresseerd te zijn in samenwerking met het galerieplan met betrekking tot het voorportaal. Welmoet rekening gehouden worden met het feit dat kandidaten vanuit Licom een lange afstand tot dearbeidsmarkt hebben en dus van een laag niveau zijn, een strakke coördinatie vanuit hetgalerieplan is dan ook noodzakelijk.In overleg met de gemeente is de aanbesteding bij Licom verlengd. Vanuit deze aanbestedingkunnen kandidaten vanuit Licom Re-integratie worden ingezet op het galerieplan. Dit kan volgensde BBL-trajecten (Beroeps Begeleidende Leerweg), een combinatie van leren en werken. Eenandere mogelijkheid is dat de werknemer bij Licom onder contract staat en vanuit LicomFinal Project 33Birgit van Melick
  • 35. gedetacheerd wordt naar het galerieplan met als doel door te ontwikkelen. Om deuitkeringsgerechtigden loon uit te betalen, ontvangt het Licom tevens subsidie.Maecon Re-integratieNese Gürsakal & Persoonlijk Met betrekking tot andere partijenYvonne Das - Zeer geïnteresseerd in deelname - Coördineren in één stap > aan het galerieplan. samenwerken met één - Bereid beide trajecten te marktpartij is volgens Maecon ontwikkelen; zowel beheer efficiënter. (opknappen van panden) als - Coördinatie vanuit galerieplan detail (galeriehouders). noodzakelijk. Deelname - Gebruik maken van het aanbod van het Starterscentrum. - Trajecten moeten duidelijk uitgestippeld worden i.v.m. het uitbesteden van deeltrajecten onder partners van Maecon. - De overstap van werkeloos thuis naar fulltime baan. Belemmeringen - Criteria uitkeringsgerechtigden. - Aanbesteding Gemeente Heerlen - Bereid jongeren van de (WWB-gelden). Praktijkschool Limburg - Werving en selectie + begeleiding stageplekken aan te bieden in en opleiding. ‘onderhoudsploeg’. Faciliteren - Via Maecon extra gelden - Uitkeringsgerechtigden uit (Europese subsidies) bestand Bureau W & SZ. beschikbaar. - ‘Plussen en minnen’. - Uitkeringsgerechtigden uit eigen bestand.Nese Gürsakal & Yvonne Das van Maecon Re-integratie zijn beiden erg enthousiast over hettotaalconcept van het galerieplan. Een samenwerkingsverband met Maecon Reïntegratie kan in hunogen op twee verschillende manieren vorm krijgen: - het galerieplan houdt zelf de regie in handen en gaat samenwerking aan met verschillende marktpartijen > projectcoördinatie; - het galerieplan werkt samen met één marktpartij, in dit geval Maecon Reïntegratie, waardoor in één stap wordt gecoördineerd.In het laatste geval zal er sprake zijn van een traject dat bestaat uit twee elementen: beheer endetail. Voor beide elementen worden verschillende groepen uitkeringsgerechtigden geselecteerd.Binnen de beheergroep, waaronder het voorportaal valt, volgen de uitkeringsgerechtigden metbehoud van uitkering tijdens de werkzaamheden een opleiding onder begeleiding van een job-coach. Tevens kunnen zij zich tijdens de werkzaamheden kwalificeren voor bepaalde handelingen,wat hun doorstroom naar een vaste plek op de arbeidsmarkt bevordert. Afhankelijk van de persoonFinal Project 34Birgit van Melick
  • 36. moet dan beslist worden of ze een complete opleiding moeten volgen of op basis van ervaringkwalificaties kunnen verzamelen. Deze manier van werken verkort het voortraject.De trajecten kunnen worden ingekocht met of mensen van de sociale dienst of Maecon kan zelfmensen werven en selecteren.Met betrekking tot de detailgroep, de zogeheten ‘galeriehouders’, kan er tevens sprake zijn vaneen kort voortraject waarin met name de basis wordt behandeld: klantbenadering plus deachtergrond van de kunstenaar(s). Daarnaast kan in het voortraject een workshopkunstgeschiedenis worden opgenomen. In deze oriëntatiefase kan achterhaald worden of dekandidaten voldoende gemotiveerd zijn om ook daadwerkelijk aan de slag te gaan binnen hetgalerieplan. Vervolgens zal er parallel aan de werkzaamheden in de galerie begeleidingplaatsvinden op het gebied van: - financiën; - wetgeving; - boekhouding.Hiervoor kan het Starterscentrum Zuid-Limburg worden ingeschakeld om cursussen te geven terondersteuning van het zelfstandig ondernemerschap.In beide gevallen moeten er duidelijke trajecten worden uitgestippeld, waarin duidelijk wordtvastgelegd welke competenties en diploma’s benodigd zijn om de kandidaten ook daadwerkelijkdoor te kunnen laten stromen naar de arbeidsmarkt. Dit ook in verband met het uitbesteden vandeeltrajecten door Maecon. Naast de begeleiding vanuit Maecon blijft coördinatie vanuit hetgalerieplan van groot belang.Wel moet er rekening gehouden worden met het feit dat de overstap van werkeloos thuis zittennaar een fulltime verantwoordelijkheid groot zal zijn. Het is dan ook verstandig om per galerie tweekandidaten aan te trekken. Dit houdt wel in dat het aantal galeries substantieel terug moet wordengedrongen, aangezien de kosten voor vijfentwintig galeries enorm zullen oplopen.Inmiddels is bekend, naar aanleiding van het gesprek met de heer Han Berkx, dat dergelijketrajecten aanbesteed kunnen worden via de WWB-gelden. Tevens is het via Maecon mogelijk extra(Europese) subsidie aan te vragen voor dit soort trajecten. Maecon is zeer geïnteresseerd om bijdaadwerkelijke uitvoering van het galerieplan aan te treden als partner.3.2 OpleidingenHoewel het cluster opleidingen volgens Michel Huisman niet tot het deelnemersveld behoort, heb iker toch voor gekozen twee opleidingen te benaderen als mogelijke betrokken partijen om zo degemiste politieke doelstelling, inzetten op jeugd en jong talent, alsnog in te bedden binnen hetgalerieplan.De Praktijkschool Zuid-Limburg heb ik getoetst op draagvlak voor deelname aan het galerieplanmet het oog op stimulering van talentontwikkeling bij maatschappelijk kwetsbare jongeren.Hogeschool Zuyd heb ik ingeschakeld om gebruik te maken van hun expertise op het gebied vande creatieve industrie. Hiervoor heb ik de politieke vertaling van het galerieplan voorgelegd aanKarel Janssen, medeoprichter van het Expertise Centrum Creative City, om te achterhalen hoe hijFinal Project 35Birgit van Melick
  • 37. tegenover een dergelijk initiatief staat. Welke aanpassingen acht hij, vanuit zijn achtergrondkennis,nodig om het galerieplan werkbaar te maken? Tevens was ik benieuwd in hoeverre de HogeschoolZuyd in de toekomst van betekenis kan zijn voor het galerieplan. Directeur Praktijkonderwijs Persoonlijk Met betrekking tot andere partijen Parkstad Limburg: Dhr. Nico Zentveld - Geen geschikte partner. - In samenwerking met Maecon - Galerieplan past wel binnen het wel geïnteresseerd in Deelname sociale kader van de maatschappelijke stages voor Praktijkschool. de leerlingen. - Leerlingen zijn zwakbegaafd en - Strakke coördinatie en daarmee zeer begeleiding van jongeren begeleidingsbehoeftig. vanuit het galerieplan is - Tempo in presteren ligt bijzonder noodzakelijk. Belemmeringen laag; fouten mogen gemaakt worden. - Bij deze leerlingen ligt de nadruk op scholing, niet arbeid! - Bedrijfsleven, in dit geval het - Maecon is bereid stagiaires van galerieplan, faciliteert stageplek de Praktijkschool aan te nemen en intensieve begeleiding. in de ‘beheergroep’ en draagt Faciliteren Leerlingen moeten hierop zorg voor begeleiding van deze solliciteren. Hier zijn geen kosten leerlingen. aan verbonden.Hoewel het galerieplan past binnen het sociale kader van het praktijkonderwijs, ziet de heerZentveld een mogelijke samenwerking tussen de Praktijkschool niet als rendabel. Dit heeft vooralte maken met het feit dat binnen het praktijkonderwijs de nadruk ligt op scholing, niet op arbeid.Van de leerlingen moet geen vakmanschap verwacht worden. Daarnaast ligt het tempo inpresteren bijzonder laag doordat de leerlingen zwakbegaafd zijn en daarmee zeerbegeleidingsbehoeftig. Het korte tijdsbestek waarin de panden moeten worden opgeknapt, is voorleerlingen van de praktijkschool dan ook niet haalbaar. Wel ziet hij voor de leerlingenmogelijkheden met betrekking tot de maatschappelijke stages in de beheergroep, die Maeconbereid is te creëren wanneer zij wordt aangesteld als sociale partner binnen het galerieplan.Final Project 36Birgit van Melick
  • 38. Expertise Centrum Creative City, Persoonlijk Met betrekking tot andere partijen Hogeschool Zuyd: Karel Janssen - In later stadium zou de - Acht het onmogelijk dat Hogeschool Zuyd aansluiting pandeigenaren hun panden ‘om kunnen vinden bij het plan. niet’ vrijgeven voor een dergelijk initiatief. Deelname - Curatorschap staat haaks op cultureel ondernemerschap; geef een breder beeld van de creatieve industrie weer. - Haal centrum uit het plan. Vestig - Uitkeringsgerechtigden als galeries niet alleen op ‘galeriehouders’ > belediging aanlooproutes. naar gevestigde galeriehouders - Aantal openingen per jaar te en hun expertise. hoog. - Zet WIK’ers in > meer ervaring - Hou de festiviteiten rondom de en kennis met betrekking tot Belemmeringen opening kleinschalig. Pak het één kunst. keer per jaar groots aan > behoud uniciteit. - Galeries geen middel tot bruisend stadscentrum. - Geen mening. - De pandeigenaren tegemoet komen door compensatiemaatregelen te Faciliteren treffen.Karel Janssen tekende bezwaar aan tegen het feit dat uitkeringsgerechtigden de galeries gaanrunnen. Hij vindt het een belediging richting de gevestigde galeriehouders, ook is hij van meningdat deze maatregel de kracht uit het plan haalt vanwege het feit dat hij de uitkeringsgerechtigdenniet in staat ziet met hun kennis en achtergrond een gedegen advies te geven aan de bezoekersvan de galeries. Het lijkt hem dan ook interessanter om WIK’ers32 in te zetten in de galeries. Zijzijn vaak beeldend kunstenaar en hebben meer ervaring en knowhow met betrekking tot het gevenvan advies over en het verkopen van de kunst in de galeries.Verder vindt hij het curatorschap haaks staan op het cultureel ondernemerschap. Hij pleit ervoor inde leegstaande panden plaats te maken voor een bredere range van de creatieve industrie doormiddel van ruimte beschikbaar te stellen voor bijvoorbeeld een evenementbureau of eenpoppendokter. Hij ziet het benutten van de leegstaande panden als de essentie van het plan, dekunstgaleries zijn voor hem een mogelijke invulling.32 De Nederlandse Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) geeft kunstenaars recht op een aanvulling vanhun inkomen als zij met hun werk te weinig verdienen om in hun (totale) levensonderhoud te voorzien.Final Project 37Birgit van Melick
  • 39. Ook ziet hij het ‘om niet’ beschikbaar stellen van de panden als vrijwel onmogelijk. Het galerieplanzal de pandeigenaren tegemoet moeten komen met een lichte huur of zal anderecompensatiemaatregelen moeten treffen om deelname aan het galerieplan aantrekkelijker temaken voor de pandeigenaren. Hij is van mening dat het aantal panden flink moet wordenteruggedrongen, vijfentwintig galeries is te hoog gegrepen.Daarnaast merkt hij de tegenstrijdigheid op dat in de politieke vertaling eerst de nadruk wordtgelegd op het centrum om vervolgens alleen nog maar te spreken over het benutten van pandenop de aanlooproutes naar het centrum. Beide locaties zijn van waardevolle betekenis voor desuccesfactor van het galerieplan, vandaar de tip ook leegstaande centrumpanden tijdelijk in tevullen met hoogwaardige kunstgaleries.Verder is de heer Jansen van mening dat de frequentie van het aantal openingen per jaar veel tehoog ligt en raadt hij aan de festiviteiten rondom de openingen kleinschalig te houden. Het heeftmeer effect om één keer per jaar de opening groots aan te pakken.Tot slot staat de heer Jansen positief tegenover een toekomstige samenwerking tussen hetgalerieplan en de Hogeschool Zuyd. Deze kan vooral vorm krijgen door studenten van de FaculteitAcademie Beeldende Kunsten Maastricht de mogelijkheid te bieden gebruik te maken van degaleries om hun werk te exposeren.3.3 CuratorenEen belangrijke rol binnen het galerieplan is weggelegd voor de curator, die verantwoordelijkdraagt voor het bewaken van de kwaliteit van de te exposeren kunst. Zijn/haar taak bestaat uit hetscouten van kwalitatief hoogwaardige kunstenaars van (inter)nationale allure en hij/zij zal tevensoptreden als overkoepelend aanspreekpunt voor alle galeries. Om antwoord te krijgen op de vraagof het invullen van vijfentwintig hoogwaardige kunstgaleries iedere zes weken haalbaar is, heb ikgesproken met Stijn Huijts. Stijn Huijts is momenteel directeur van Museum Het Domein te Sittarden treedt per 1 december 2007 aan als directeur van het Glaspaleis in Heerlen. Hij heeft veel(inter)nationale ervaring met de organisatie van exposities en presentaties op het gebied vanmoderne en hedendaagse kunst33. Met betrekking tot het curatorschap wordt hij binnen debeeldende kunstenwereld wel degelijk als een zwaargewicht beschouwd. Vandaar dat zijnbevindingen betreffende het galerieplan volstaan als expertise binnen dit onderzoek.Naar aanleiding van het gesprek met de heer Huijts heb ik Toon Heezemans, directeur vanKunstencentrum Signe te Heerlen, benaderd om de optie tot institutionele inbedding van hetgalerieplan bij een bestaande Heerlense culturele instelling nader te onderzoeken.33 http://www.heerlen.nl/Smartsite.dws?id=34503.Final Project 38Birgit van Melick
  • 40. Stijn Huijts, directeur museum Het Domein Persoonlijk Met betrekking tot andere partijen - Staat positief tegenover - Creatieve industrie breed uitkeringsgerechtigden die trekken. galeries gaan beheren. - Houd de opening rondom de - Ziet kunstenaars bereid gebruik galeries simpel. Deelname te maken van tijdelijke - In plaats van één curator aan expositieruimte in Heerlen. te stellen, kan ook met - Acht de invulling van meerdere gastcuratoren gewerkt worden. galeries om de 8 á 10 weken haalbaar. - Bouw qua kunst zo min mogelijk - Pas op voor wildgroei onder geografische beperkingen in; uitkeringsgerechtigden die houd het internationaal. eventueel zelfstandig verder - Aantal openingen per jaar moet willen gaan. teruggebracht worden naar 5 á 6 - Houd in verband met de Belemmeringen keer per jaar. kunstwerken rekening met - Vijfentwintig galeries tegelijk transport, beveiliging en openen is niet haalbaar; maak verzekeringen. gebruik van een groeimodel. - Helder besturingsmodel! - Institutionele inbedding bij b.v. - Coördinatiepunt voor zowel Signe, Glaspaleis. uitkeringsgerechtigden als - Afzonderlijke stichting die kunstenaars is noodzakelijk. domiciliteit vindt in bestaand - Continuïteit waarborgen mede instituut. Faciliteren door fiat van de Gemeente - Bestuurlijke Heerlen om de basis de begeleidingscommissie waarin eerstkomende jaren te faciliteren. betrokken partijen zijn vertegenwoordigd.De heer Huijts is zeer gecharmeerd van het galerieplan. Hij is echter wel van mening dat enkeleaanpassingen binnen het plan nodig zijn om het ook werkbaar te maken. Zo acht hij hetonmogelijk om in één klap tegelijk vijfentwintig galeries te starten in het centrum. Hij stelt voor omer een groeimodel van te maken: start met een relatief klein aantal galeries om het project vormte geven en creëer via die weg draagvlak onder pandeigenaren en ondernemers om later in hettraject alsnog deel te nemen aan het galerieplan. Ook moet de roulatie tussen de expositiesworden teruggebracht naar acht á tien weken, zes weken is een te kort tijdsbestek. Het feit dat degaleries, met name in de startfase, niet dagelijks geopend zijn, ziet hij niet als een probleem.Gevestigde galeries zijn juist vaak niet alle dagen open en hij weet uit ervaring dat dit kunstenaarsniet direct zal beïnvloeden in hun keuze om deel te nemen aan het galerieplan.Final Project 39Birgit van Melick
  • 41. Net als de heer Jansen lijkt het de heer Huijts interessant om het concept creatieve industriebreder te trekken. Hij stelt voor het galerieplan op termijn uit te breiden met alle facetten van decreatieve industrie door ook minder gangbare ondernemingen gebonden aan de culturele sector testimuleren tijdelijk gebruik te maken van de leegstaande panden.De heer Huijts benadrukt het feit dat een helder besturingsmodel van groot belang is voor hetslagingspercentage en de continuïteit van het galerieplan. Hij ziet twee mogelijkheden: - institutionele inbedding; breng de verantwoordelijkheid en uitvoering van het galerieplan onder bij een bestaande culturele instelling als het Glaspaleis of Kunstencentrum Signe. - afzonderlijke stichting; creëer een afzonderlijke stichting die zelfstandig middelen kan aanvragen en eventueel domicilie vindt in een bestaand instituut. Een stichting als helder bestuursorgaan heeft als voordeel dat het commerciële partijen vaak gerust stelt.In beide gevallen geldt dat naast de curator ook een coördinator aangesteld moet worden, die alsvraagbaken en toezichthouder optreedt voor zowel de kunstenaars als de uitkeringsgerechtigden.Dit hoeft geen omvangrijke functie te zijn, maar is wel nodig ter ondersteuning van de curator.Met betrekking tot de kunst geeft de heer Huijts het advies zo min mogelijk geografischebeperkingen in te bouwen; houd het internationaal. Dit biedt perspectief om te werken metinternationale gastcuratoren, die thematisch gericht te werk gaan. Het straatbeeld van Heerlenverandert hierdoor iedere twee maanden, wat maatschappelijk gezien een interessant gegeven is.Wanneer het galerieplan zich wil toeleggen op jonge kunstenaars of kunst gericht op jongeren, kandit overigens expliciet worden vastgelegd in de opdracht aan de curator.In tegenstelling tot de heer Jansen ziet Stijn Huijts geen bezwaar in het feit datuitkeringsgerechtigden de galeries gaan beheren. Hij vindt het juist een zeer interessant gegeven,gezien de beoogde laagdrempeligheid van de galeries. Wel waarschuwt hij voor de kans opwildgroei, wanneer uitkeringsgerechtigden besluiten zelfstandig verder te gaan als galeriehouder.Zijn of haar keuze in kunst kan afwijken van wat binnen het galerieplan als kwalitatiefhoogwaardige kunst wordt beschouwd.In verband met het financiële traject is het volgens de heer Huijts van belang dat de GemeenteHeerlen toestemt de basiskosten de eerstkomende twee á drie jaar te faciliteren om continuïteit tewaarborgen. Zorg dat je van deze initiële kosten een standaard verhaal maakt per galerie, om hetoverzicht te bewaken. De variabele kosten kunnen dan worden terugverdiend op de courtage opverkochte kunst, sponsoring en extra gelden. De stichting kan deze geldstroom als overkoepelendorgaan beheren en controleren, zodat de gemeente niet verantwoordelijk is voor de uitvoering vanhet galerieplan.Tot slot adviseert hij het evenement rondom de openingen van de galeries simpel te houden. Eengrootschalig evenement één keer per jaar is meer dan genoeg.Final Project 40Birgit van Melick
  • 42. Directeur Kunstencentrum Persoonlijk Met betrekking tot andere partijen Signe, Heerlen: Toon Heezemans - De optie voor institutionele - Niet alleen galeries plaatsen, inbedding bij Signe is alleen maar ook nieuwe vormen van mogelijk wanneer de gemeente creatieve industrie onder de meer gelden investeert in aandacht brengen in Deelname stichting Signe. Deze optie zou leegstaande panden. wel kostenbesparend zijn in plaats van een afzonderlijke stichting oprichten. - Ruime verhoging van - Domiciliteit binnen Signe als subsidiegelden vanuit gemeente bestaand instituut qua Heerlen en/ of het Rijk is ruimtegebrek momenteel niet noodzakelijk. mogelijk. In de toekomst kan Belemmeringen het wel mits Signe overgaat in Centrum Beeldende Kunsten (2009-2012). - Startkapitaal: Gemeente Heerlen - Fonds in het leven roepen die continuïteit op lange termijn kan waarborgen d.m.v. Faciliteren courtage, extra gelden, sponsoring etc.De mogelijkheid tot institutionele inbedding van het galerieplan bij Kunstencentrum Signe isvolgens Toon Heezemans alleen te verwezenlijken wanneer de gemeente Heerlen instemt met eenruime verhoging van de subsidiegelden voor Stichting Signe. Alleen dan bestaat de mogelijkheiddat Signe zich kan uitbreiden tot een Centrum voor Beeldende Kunsten. In dit geval kan hetCentrum Beeldende Kunsten Heerlen de werkzaamheden met betrekking tot uitvoering van hetgalerieplan op zich nemen. Dit is kostenbesparend ten opzichte van het oprichten van eenafzonderlijke stichting. Wanneer toch gekozen wordt voor een afzonderlijke stichting als bestuurlijkorgaan, zal domicilie bij Kunstencentrum Signe momenteel niet mogelijk zijn vanwege hetruimtegebrek.Verder is de heer Heezemans van mening dat de economische spin-off voor het centrum groter zalzijn, wanneer men naast de kunstgaleries ook nieuwe vormen van creatieve industrie onder deaandacht brengt in de leegstaande panden. Tevens vindt hij het een goed plan om een fonds in hetleven te roepen waarin het geld wordt opgenomen dat vrijkomt uit de courtage op de kunst,eventuele extra gelden en sponsoring. Hiermee kan de continuïteit van het galerieplan op langetermijn worden gewaarborgd.Final Project 41Birgit van Melick
  • 43. 3.4 StadsplanningDe afdeling Stadsplanning van de gemeente Heerlen draagt met zijn taken en werkzaamheden bijaan de programma’s Economische Stimulering en Ruimtelijke Ontwikkeling. Zijdelings wordt tevenseen bijdrage geleverd aan de realisatie van het programma Leefomgeving. Het galerieplan vertoontveel raakvlakken met deze programma’s, die voor een groot gedeelte vorm krijgen binnen hetcluster Economie en het team Actieve Acquisitie. Vandaar mijn keuze de politieke vertaling voor teleggen aan Ank Jacobs, medewerkster cluster Economie, en Rob Aalders van het team ActieveAcquisitie.Het cluster Economie houdt zich in zeer brede zin bezig met de versterking van de economie in degemeente Heerlen, het stuurt op en werkt aan een verbetering van het ondernemersklimaat inHeerlen. Het team Actieve Acquisitie heeft daarin het doel de economische structuur van Heerlen teversterken met als kerntaken het aantrekken van nieuwe economische activiteiten en het behouden faciliteren van bestaande bedrijvigheid in Heerlen. Daarnaast heeft het als taak het imago en deeconomische aantrekkelijkheid van Heerlen te verbeteren met als uiteindelijke doel een goedvestigingsklimaat, een sterke economische structuur, nieuwe investeringen en daaruitvoortvloeiende nieuwe werkgelegenheid te creëren.Op advies van Ank Jacobs en Rob Aalders heb ik vervolgens gesproken met Ralf Last en Winandvan der Kooij. Ralf Last, medewerker Beleid en Onroerende Zaken, kon meer inzicht verstrekken inde juridische gevolgen met betrekking tot het ‘om niet’ ter beschikking stellen van een pand.Winand van der Kooij, medewerker cluster Economie, heeft in 2005 het project Kerststal 2005geleid. In het project Kerststal 2005 hebben pandeigenaren tijdelijk hun panden beschikbaargesteld om de normaal lege etalages nieuw leven in te blazen, door achter de etalageruitenkunstzinnige kerststallen te laten plaatsen. Het project Kerststal 2005 vertoont hiermeeovereenkomsten met het galerieplan. De kennis en ervaring van de heer van der Kooij, opgedaantijdens de realisering van het project, leken mij van toegevoegde waarde binnen dit deelonderzoek.Final Project 42Birgit van Melick
  • 44. Ank Jacobs (Economie) & Rob Persoonlijk Met betrekking tot andere partijen Aalders (Acquisitie), Gemeente Heerlen - Beiden hebben geen twijfel over - Alvorens pandeigenaren en nut van het plan; maar hebben pers te benaderen zorgen voor vraagtekens met betrekking tot zowel financiële als juridische Deelname uitvoering van het galerieplan. afdekking! Zorg voor een - Het galerieplan kan leiden tot gedegen ondernemingsplan! mooie economische spin-off! - Solide PR is van groot belang! Pandeigenaren - Overtuig pandeigenaren dat ze - Huurwet? geen hinder ondervinden bij - Vervallen fiscale voordelen bij deelname aan het galerieplan. ‘om niet’ ter beschikking - Risico’s in kaart brengen. stellen van pand? - Verzekeringen en beveiliging? - Vergunningen? - Wie draagt Belemmeringen verantwoordelijkheid? Kunstenaars - Verzekeringen en beveiliging kunstwerken? - Transportkosten en eventuele verblijfskosten kunstenaar? - Initiële kosten Gemeente - Sponsoren? Faciliteren Heerlen.Zowel Ank Jacobs van de afdeling Economie als Rob Aalders, verantwoordelijk voor Acquisitie,heeft geen twijfel over het nut van het galerieplan. Beiden zijn van mening dat realisatie van eendergelijk plan kan leiden tot mooie economische spin-offs voor de gemeente Heerlen. Wel vindenze het plan in zijn huidige status erg ambitieus en zetten dan ook de nodige vraagtekens bij departicipatie van pandeigenaren aan het galerieplan. Voordat de pandeigenaren benaderd kunnenworden, zal er sprake moeten zijn van een solide financiële en juridische afdekking. Deze ontbreektin de politieke vertaling van het galerieplan. Alleen op deze manier kunnen de pandeigenarenworden overtuigd van het feit dat zij geen hinder ondervinden wanneer zij hun pand in bruikleengeven aan het galerieplan.In de financiële afdekking moet volgens mevrouw Jacobs vast staan welk bedrag de GemeenteHeerlen beschikbaar moet stellen om de implementatie van het galerieplan mogelijk te maken. Datbetekent dat duidelijk moet zijn welke initiële kosten zijn aan de uitvoering van het galerieplanverbonden?Final Project 43Birgit van Melick
  • 45. De juridische afdekking moet duidelijkheid verschaffen over bij wie de verantwoordelijkheid ligtmet betrekking tot de verzekeringen en beveiliging van zowel de panden als de kunstwerken.Volgens de heer Aalders moet in de juridische afdekking antwoord gegeven worden op de volgendevragen: - raken de fiscale voordelen van de pandeigenaren niet in het gedrang wanneer zij hun pand(en) in bruikleen geven aan het galerieplan? - is het galerieplan in overeenstemming met de Huurwet? - welke vergunningen zijn benodigd?Naast de financiële en juridische afdekking achten beiden een gedegen en solide PR van grootbelang. Het plan moet duidelijk naar de buitenwereld worden gecommuniceerd, zodat de pandenook daadwerkelijk in de belangstelling komen te staan bij zowel het kunstlievende publiek als depotentiële huurders/kopers. Om de pandeigenaren te kunnen overtuigen deel te nemen aan hetgalerieplan, zal er dus sprake moeten zijn van een gedegen ondernemingsplan, waarin allebovengenoemde aspecten afgedekt zijn. Ralf Last (Beleid en Onroerende zaken), Persoonlijk Met betrekking tot andere partijen Gemeente Heerlen - Sympathiek plan ten goede van Pandeigenaren de stad. - Gebruik maken van bruikleenconstructie met een clausule van wederopzegging. - Pas wanneer er sprake is van ‘huur’ treden er veranderingen op in het fiscale traject. Deelname - Onroerendgoedbelasting ligt altijd bij eigenaar. Galerieplan - Maak alvorens gebruik te maken van het pand altijd een opnamestaat. - Ziet zowel fiscaal als juridisch - Afspraken tussen pandeigenaar geen problemen voor en galerieplan duidelijk Belemmeringen pandeigenaren wanneer zij pand vastleggen in juridische ‘om niet’ ter beschikking stellen. clausule. _ _ FaciliterenDe heer Last voorziet zowel fiscaal als juridisch geen problemen voor de pandeigenaren, zolang ergeen sprake is van huur. Op het moment dat er gesproken wordt over huur, treden erveranderingen op in het fiscale traject. Degene die het pand in gebruik heeft, kan vanaf datmoment aanspraak maken op huurrechten. Om dit te omzeilen kan er gebruik gemaakt wordenFinal Project 44Birgit van Melick
  • 46. van een bruikleenconstructie met een clausule van wederopzegging. De kosten verbonden aan hetopknappen van de panden, het betalen van gas, water en licht en het installeren van bijvoorbeeldeen alarmsysteem vallen dan onder het schenkingsrecht.De pandeigenaar is dan alleen verantwoordelijk voor het doorbetalen van deonroerendezaakbelasting (OZB). In het geval dat het pand door het galerieplan in waarde stijgt,leidt dat tot een stijging van de OZB. De heer Last lijkt dit echter geen probleem, gezien dewaardestijging van het pand alleen maar als positief kan worden beschouwd met het oog op deverhuur/verkoop van het pand. Alvorens het pand in gebruik te nemen, moet er altijd eenopnamestaat gemaakt worden, zodat op het moment van oplevering er geen misstanden kunnenontstaan over de originele staat van het pand. Wanneer er sprake is van eventuele aangerichteschade, komen deze kosten voor rekening van het galerieplan.Winand van der Kooij(Economie), Gemeente Persoonlijk Met betrekking tot andere partijenHeerlen - Sympathiek plan. - Deelname - Goede spreiding over het - Pandeigenaren niet eenmalig centrum, met minimaal één de kans bieden deel te nemen centrum A-locatie, noodzakelijk. aan het galerieplan. Groei - Financiële afdekking. bewerkstelligen. - Herkenbaarheid kunstzinnige - Pandeigenaren moeilijk te Belemmeringen invulling van leegstaande benaderen voor dergelijke panden. initiatieven. - Samenhang tussen galeries van groot belang. - 25 galeries zijn niet haalbaar. - Gemeente Heerlen zal akkoord - Provincie Limburg heeft nog moeten gaan de initiële kosten in een subsidie van € 25000 open de startfase te subsidiëren. staan voor etalageproject. Faciliteren - Laat makelaar pandeigenaren traceren en overhalen tot deelname.In verband met zijn kennis en ervaring, opgedaan gedurende het project Kerststal 2005, heeftWinand van der Kooij een aantal tips met betrekking tot de uitvoering van het galerieplan. Zo raadthij aan een makelaar in te schakelen om de pandeigenaren te benaderen om deel te nemen aanhet plan. Vervolgens moet er sprake zijn van een goede spreiding van de galeries over hetcentrum, met minimaal één centrum A-locatie als spectaculaire aantrekker. In de communicatienaar buiten toe is het van belang de samenhang tussen de galeries te benadrukken. Tevens moetde kunstzinnige invulling van de leegstaande panden herkenbaar naar voren komen in hetstraatbeeld. Vijfentwintig galeries vindt hij te hoog gegrepen: probeer eerst met een kleiner aantalgaleries draagvlak te creëren onder de pandeigenaren om zo groei te bewerkstelligen.Final Project 45Birgit van Melick
  • 47. Verder is de heer van der Kooij van mening dat het galerieplan alleen kans van slagen heeft,wanneer de gemeente Heerlen toestemt de initiële kosten in de startfase te financieren.3.5 PandbeheerDe meest cruciale betrokken partijen binnen het galerieplan bevinden zich in het clusterPandbeheer. Wil het galerieplan überhaupt kans van slagen hebben, dan zullen de pandeigenarenbereid moeten zijn hun panden ‘om niet’ ter beschikking te stellen. In samenwerking met Maartenvan Haastert, de centrummanager van Heerlen, heb ik verschillende pandeigenaren benaderd metde vraag deel te willen nemen aan een informatieavond omtrent het galerieplan. Via deze wegwilde ik achterhalen hoe zij tegenover een dergelijk initiatief staan en onder welke voorwaarden zijbereid zijn te participeren aan het galerieplan. Ondanks de inspanningen bleek het animo onder depandeigenaren om deze informatieavond bij te wonen zeer gering. Slechts één pandeigenaar, MathPeereboom, was bereid zijn visie op de politieke vertaling van het galerieplan met mij tebespreken. Om een breder inzicht te verkrijgen in de wensen van de pandeigenaren, heb ik opaanraden van Maarten van Haastert en Carola van Iersel contact gezocht met Didier Boek. De heerBoek is als makelaar BOG34 in dienst bij Boek en Offermans Bedrijfsmakelaars, de regionalemarktleider op het gebied van commercieel onroerend goed, en houdt zich bezig met de aan- enverkoop, huur en verhuur van onder andere kantoren, bedrijfspanden en winkels in het zuiden vanLimburg. Onder zijn portefeuille vallen verschillende panden in het centrum van Heerlen, die inaanmerking komen voor het galerieplan. Gezien zijn professionele kennis en ervaring metbetrekking tot het beheer van deze panden en zijn inzicht in de wensen en behoeften van dedesbetreffende eigenaren, beschouw ik zijn visie op het galerieplan als zeer relevant binnen ditdeelonderzoek. Centrummanager Heerlen: Maarten van Persoonlijk Met betrekking tot andere partijen Haastert - Ziet het galerieplan als grote - Pandeigenaren zullen moeilijk kans voor het centrum van te overtuigen zijn. Deelname Heerlen. - Opknapwerkzaamheden moeten Pandeigenaren conform zijn aan kwaliteitsplan - Beveiliging en verzekeringen voor Heerlen Centrum. - Fiscale gevolgen ‘om niet’ ter Belemmeringen - Frequentie aantal panden. beschikking stellen. - Frequentie aantal openingen per - Communicatie jaar. - Revolving fund oprichten om Faciliteren continuïteit in de toekomst te waarborgen.34 BOG staat voor BedrijfsOnroerendGoed.Final Project 46Birgit van Melick
  • 48. De Stichting Centrummanagement Heerlen (SCH) is een professionele organisatie met een relatiefruim budget om de integrale kwaliteit en identiteit van de Heerlense binnenstad te verbeteren.Maarten van Haastert vervult binnen de SCH de regiefunctie als centrummanager van Heerlen. Hijziet in het galerieplan een grote kans voor het centrum van Heerlen, mits een aantal aanpassingenwordt doorgevoerd. Zo vindt hij de frequentie van het aantal panden te hoog gegrepen en moethet aantal openingen per jaar teruggebracht worden naar vijf á zes per jaar. Daarnaast merkt hijop dat er rekening gehouden moet worden met het feit dat de opknapwerkzaamheden conformdienen te zijn aan het kwaliteitsplan voor Heerlen Centrum.De heer van Haastert waarschuwt tevens voor de pandeigenaren, zij zullen moeilijk te overtuigenzijn. Om hen tegemoet te komen zal het galerieplan moeten zorgen voor zowel een juridische alsfinanciële afdekking voor het ‘om niet’ ter beschikking stellen van de panden. Daarnaast zalcommunicatie een belangrijke rol moeten vervullen binnen het galerieplan ter promotie van de teverkopen kunst en het onder de aandacht brengen van de leegstaande panden.Ook is hij vóór het oprichten van een revolving fund35, dat in de toekomst de continuïteit van hetgalerieplan kan waarborgen.Tot slot pleit hij ervoor dat de gemeente Heerlen zich niet moet mengen in de uitvoering van hetgalerieplan, maar enkel en alleen de taak heeft het galerieplan in zijn startfase te faciliteren. Pandeigenaar/ voorzitter straatvereniging Persoonlijk Met betrekking tot andere partijenOranje Nassau Straat: Math Peereboom - Plan is nog te emotioneel, maar - Panden in bezit van zeker interessant wanneer verder projectontwikkelaars niet Deelname uitgewerkt. benaderen. - Samenwerking met bedrijvencontactpunt (BCP) - Frequentie van het aantal panden - Participatie onder ondernemers - Financiële afdekking zwakt af. Belemmeringen - Juridische afdekking - Verantwoordelijkheid? - Beveiliging? - Het moet de pandeigenaar niets - Functie van de straat > kosten. thematisering. - Fiat gemeente Heerlen om initiële - Maarten van Haastert kosten te financieren voorwaarde (centrummanager) pleit voor Faciliteren voor deelname. reservepanden als buffer. - Sterk ondernemingsplan basis - Communicatieplan voor overtuiging pandeigenaren. - Ondernemerskwaliteit opnemen in stichtingbestuur.35 A revolving fund is a fund or account whose income remains available to finance its continuing operationswithout any fiscal year limitation.Final Project 47Birgit van Melick
  • 49. Math Peereboom is in het bezit van een pand in Heerlen Centrum en tevens voorzitter van destraatvereniging Oranje Nassau Straat, een hechte ondernemersvereniging. Hij geeft aan datvooral het praktische element van groot belang is in de benadering van pandeigenaren. Ze hebbenbehoefte aan een afgedekt concept, zowel financieel als juridisch, waardoor ze geen hinderondervinden aan het ‘om niet’ ter beschikking stellen van hun panden. De heer Peereboom geeftdan ook het advies het galerieplan gefaseerd te implementeren. Begin met een pilot van driepanden en zorg dat het concept hiermee staat om zo andere pandeigenaren over de streep tetrekken.Een belangrijke stimulans voor deelname aan het galerieplan is de garantie dat de GemeenteHeerlen de initiële kosten in de startfase financiert. Tevens moet er sprake zijn van een duidelijkcommunicatieplan. De pandeigenaar wil primair zijn pand verkopen/ verhuren, wat inhoudt dat deinvulling van het leegstaande pand niet zozeer van belang is, als wel wat er PR-matig gedaanwordt om het pand onder de aandacht te brengen. Tot slot geeft de heer Peereboom aan dat depandeigenaren veel waarde hechten aan ondernemerskwaliteiten in het bestuurlijke orgaan van hetgalerieplan. Wanneer er sprake is van een afzonderlijke stichting, adviseert hij alle betrokkenpartijen in het stichtingsbestuur op te nemen. Makelaar Boek en Offermans: Didier Persoonlijk Met betrekking tot andere partijen Boek - Makelaar noodzakelijk als - Professionele verhuurder heeft tussenpersoon galerieplan en baat bij terugdringen van pandeigenaren. leegstand > positief beheer . - Galerieplan interessant wanneer beheersactiviteiten beperkt Deelname blijven. - Vergoeding werkzaamheden makelaar noodzakelijk voor deelname. - Pand openstellen voor publiek - Bij het ‘om niet’ ter beschikking belemmert werkzaamheden stellen van panden zijn andere makelaar > onvolledige verzekeringskosten gemoeid Belemmeringen informatie. dan wanneer pand leeg staat. - Extra beheersactiviteiten. - Gebruikersschade. - Gemeente Heerlen/ Stichting zal Pandeigenaren bemiddeling en werkzaamheden - Verzekeringskosten + makelaar moeten vergoeden. gebruikerslasten moeten Faciliteren gedekt zijn.Final Project 48Birgit van Melick
  • 50. Didier Boek heeft als professionele verhuurder baat bij een aantrekkelijk ogende binnenstad. Hijstaat dan ook positief tegenover het galerieplan betreffende het terugdringen van de leegstand inhet centrum van Heerlen. Hier ontstaat een spanningsveld: hoewel het terugdringen van deleegstand als zeer aantrekkelijk wordt beschouwd, leidt deelname aan het galerieplan tot extrabeheersactiviteiten voor de makelaar. Zolang deze extra beheersactiviteiten beperkt blijven, ziet hijdeelname aan het galerieplan als een interessante optie. Gezien de heer Boek van mening is dat detussenkomst van een makelaar in de benadering van de pandeigenaren noodzakelijk is, zullen dekosten verbonden aan deze extra beheersactiviteiten wel vergoed moeten worden. Dit geldt ookvoor de extra verzekeringskosten en de gebruikerslasten, die gepaard gaan met het ‘om niet’ terbeschikking stellen van een pand.Tot slot waarschuwt hij voor het feit dat de toegankelijkheid van de galeries voor het publiek dewerkzaamheden van de makelaar zou kunnen belemmeren. Wanneer een potentiële huurder/koperhet pand namelijk bezichtigt zonder de aanwezigheid van een makelaar, loopt de makelaar hetrisico dat hij/zij wegens onvolledige informatie afziet van het pand.3.6 Optimale mix van randvoorwaardenUit de afgenomen gesprekken kan geconcludeerd worden dat onder de betrokken partijenvoldoende draagvlak bestaat voor het initiatief van Michel Huisman, mits een aantal noodzakelijkeaanpassingen in het originele plan worden doorgevoerd.Nu de wensen van de betrokken partijen ten opzichte van het galerieplan in kaart zijn gebracht,kan antwoord worden gegeven op de vraag onder welke optimale mix van randvoorwaarden hetgalerieplan bijgesteld dient te worden om te komen tot een implementeerbaar eindconcept.Deze optimale mix is samengesteld uit randvoorwaarden die binnen de clusters met elkaar inovereenstemming zijn, aangevuld met eventuele noodzakelijke eisen afzonderlijk gesteld doorverschillende betrokken partijen.Door de in de schema’s gepresenteerde resultaten met elkaar te confronteren ben ik tot devolgende optimale mix van randvoorwaarden gekomen: - Om te kunnen werken met uitkeringsgerechtigden moet er sprake zijn van intensieve begeleiding vanuit zowel de reïntegratiebureaus als het galerieplan. De begeleiding vanuit de reïntegratiebureaus kan ingekocht worden via aanbestedingstrajecten. Voor de begeleiding vanuit het galerieplan moet een coördinator aangesteld worden, die dient als vraagbaken voor zowel de uitkeringsgerechtigden als de kunstenaars. - Er moet sprake zijn van een solide financiële afdekking. In deze financiële afdekking staat een fiat van de gemeente Heerlen om de initiële kosten in de startfase te financieren voorop. Tot deze initiële kosten behoren ook het loon van de (gast)curator en coördinator evenals de vergoeding voor het inschakelen van een makelaar. - Om de continuïteit van het galerieplan te waarborgen moet een fonds worden opgericht waarin de opbrengsten uit de courtage, sponsoring en extra gelden worden ondergebracht.Final Project 49Birgit van Melick
  • 51. - De gemeente Heerlen mag enkel en alleen optreden als facilitator van het galerieplan. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het galerieplan moet overgelaten worden aan een nog op te richten afzonderlijke stichting, tenzij het galerieplan institutionele inbedding vindt bij een bestaande culturele instelling zoals Signe of het Glaspaleis. In dat geval draagt de culturele instelling de verantwoordelijkheid voor het galerieplan. - Stel een bestuurlijke begeleidingscommissie samen waarin alle belangrijke spelers vertegenwoordigd zijn. Op deze manier blijft het integrale karakter van het galerieplan behouden. - Het aantal galeries moet flink teruggedrongen worden. Probeer eerst met een kleiner aantal galeries draagvlak te creëren om zo groei te bewerkstelligen. - De galeries moeten duidelijk over de aanlooproutes en het centrum verspreid worden, zodat ook daadwerkelijk een nieuwe looproute wordt gecreëerd. - De omlooptijd van de exposities zal verlengd moeten worden tot acht á tien weken. - Houd de festiviteiten rondom de openingen van de galeries kleinschalig en laagdrempelig. Pak slechts één keer per jaar groots uit. - Om de pandeigenaren over de streep te trekken, moet een contract worden opgesteld met daarin een juridische clausule die garandeert dat de pandeigenaren zowel wettelijk als fiscaal geen hinder ondervinden aan het ‘om niet’ ter beschikking stellen van hun pand(en). - Een gedegen communicatieplan is van groot belang in de benadering van pandeigenaren. Hierin moet duidelijk naar voren komen dat de galeries een eenheid vormen door middel van gelijke openingstijden en een gezamenlijke looproute. Om dit te bewerkstelligen zal voor alle galeries eenzelfde huisstijl ontworpen moeten worden, waarin tevens duidelijk wordt benadrukt dat de panden nog steeds te koop/ te huur staan. Daarnaast moet het communicatieplan inzicht verschaffen in sponsoractiviteiten en mogelijke samenwerkingsverbanden met horeca en winkelbedrijf.Final Project 50Birgit van Melick
  • 52. ConclusieHet galerieplan van Michel Huisman sluit nauw aan bij de politieke doelstellingen van de gemeenteHeerlen. Het plan biedt een oplossing voor de momenteel heersende leegstand in het centrum vanHeerlen door het tijdelijk plaatsen van hoogwaardige kunstgaleries in de leegstaande panden.Daarmee voorziet dit plan het centrum van culturele voorzieningen die van groot belang zijn voorhet leefklimaat van de huidige burgers van Heerlen en gelden als belangrijke vestigingsfactor voornieuwe burgers en bedrijven. Hiermee bevordert het galerieplan de verdichting van het centrum,wat bijdraagt aan een dynamische en fysiek aantrekkelijke stad. Het straatbeeld wint aan beleving,leidt tot een aanzienlijke verbetering van het stadsaangezicht en daarmee het stadsimago vanHeerlen. Tevens wordt zo een stroom van mensen op gang gebracht langs de uitgebreideloopcircuits. Hierdoor zullen vandalen minder snel toeslaan en wordt verpaupering van deomgeving bestreden ter bevordering van een meer prettige leefomgeving. Dit maakt het voorinvesteerders aantrekkelijk zich weer langs deze (aan)looproutes te vestigen, waardoor deleegstand uiteindelijk definitief kan worden teruggedrongen.Daarnaast biedt het galerieplan een toekomstperspectief voor maatschappelijk kwetsbare groepen,die als gevolg van economische omstandigheden extra aandacht verdienen. Het biedt hen de kans,onder behoud van uitkering, werkervaring op te doen om ze zo terug te leiden naar een plek op dearbeidsmarkt.Om gemeentelijk draagvlak sluitend te maken moest het galerieplan tevens bijdragen aan hetvoornemen van de Gemeente Heerlen hoger in te zetten op de voordelen van de creatieve industrievoor de stad. Literatuuronderzoek heeft uitgewezen dat het galerieplan aan deze voorwaardevoldoet, gezien de tijdelijke kunstgaleries vallen onder het distributie-en-retail stadium van dekunstensector en daarmee onder de ruime definitie van de creatieve industrie, die gehanteerdwordt in dit onderzoek. Investeringen in het galerieplan kunnen dan ook gezien worden alsinvesteringen in zowel cultuur als in de creatieve industrie. Deze investeringen bevorderen deconcurrentie en innovatiekracht van een regio en dragen daarmee bij aan het behouden van jongtalent. Tevens draagt het galerieplan, als onderdeel van de kunstensector, bij aan creatieveproductie die in Nederland van meetbaar belang blijkt te zijn voor het vestigingsgedrag vanhoogopgeleide en creatieve huishoudens. Het aantrekken van deze creatieve klasse kan indirect alsstimulans voor de locale economie worden beschouwd, gezien zij op haar beurt weer gebruikmaakt van de stedelijke voorzieningen in Heerlen. Het galerieplan biedt naast cultuur ook vermaaken is daarmee een aanwinst voor de toeristische sector. Dit kan zorgen voor een positieveuitwerking op het welbevinden van de bewoners en bezoekers van Heerlen, wat ten goede komtaan de reputatie van Heerlen met betrekking tot gevoelens van binding en trots. Ook deplaatselijke horeca en het winkelbedrijf kunnen baat hebben bij het aantal bezoekers dat dekunstgaleries trekken, wanneer zij een samenwerkingsverband aangaan met het galerieplan.Kortom in al deze opzichten voldoet het galerieplan aan de gestelde politieke eisen van degemeente Heerlen. Het plan leidt niet alleen tot economische spin-offs, maar draagt tevens bij aande burgerparticipatie en de ontwikkeling van de Heerlense binnenstad tot cultureel centrum.Final Project 51Birgit van Melick
  • 53. Met gemeentelijk draagvlak alleen is de haalbaarheid van het galerieplan echter nog nietgegarandeerd. Hiervoor zullen ook de betrokken partijen bereid moeten zijn te participeren in hetplan. Uit de gesprekken met deze partijen bleek dat er veel sympathie bestaat voor een dergelijkinitiatief, zowel uit een sociaal als economisch oogpunt. Binnen het onderdeel ‘socialewerkgelegenheid’ is onder de betrokken partijen zelfs in zoverre draagvlak gecreëerd dat zowel hetBureau Werkgelegenheid en Sociale Zaken als verschillende reïntegratiebureaus zich graag willencommitteren aan het galerieplan en hiervoor ook de nodige gelden ter beschikking hebben.Om optimaal draagvlak onder de andere betrokken partijen te bewerkstelligen, dienen nog wel eenaantal noodzakelijke aanpassingen te worden doorgevoerd in het originele plan van Michel Huismanom te komen tot een implementeerbaar eindconcept. Deze aanpassingen staan verwoord in de inparagraaf 3.6 opgestelde optimale mix van randvoorwaarden.Van belang is nu aan te geven welk van deze stappen daadwerkelijk ondernomen moeten wordenom het galerieplan in eerste instantie van de grond te krijgen.Allereerst staat een financieel fiat van de Gemeente Heerlen voorop om de initiële kosten in destartfase van het galerieplan te dekken om zo de makelaar, en daarmee de pandeigenaren, en decurator over de streep te trekken. Onder deze initiële kosten vallen namelijk de kosten verbondenaan de opknapwerkzaamheden, verzekeringen, beveiliging en het in gebruik nemen van de panden(gas, water, licht) evenals het loon voor de curator, de coördinator en de makelaar. Met het ooghierop zal het aantal galeries flink teruggedrongen moeten worden om de initiële kosten zo tebeperken dat een financieel fiat vanuit de Gemeente Heerlen haalbaar is. Wanneer de formule optermijn aanslaat, kan het aantal galeries alsnog worden uitgebreid.Overigens acht de curator zijn werk alleen mogelijk wanneer de omlooptijd van de expositiesverlengd wordt van zes naar acht tot tien weken. Deze verlenging dient dan ook te wordenopgenomen in de opdracht naar de curator.Tevens moet er een contract worden opgesteld voor de pandeigenaren met daarin een juridischeclausule die garandeert dat zij bij deelname aan het galerieplan zowel wettelijk als fiscaal geenhinder ondervinden aan het ‘om niet’ ter beschikking stellen van hun leegstaande panden.Daarnaast moet er een helder communicatieplan komen, waarin duidelijk benadrukt wordt dat depanden in gebruik van het galerieplan nog steeds te koop/te huur staan en waarin maatregelenworden getroffen om de panden/galeries onder de aandacht te brengen bij zowel het publiek alsmogelijke investeerders.Tot slot mag de gemeente enkel en alleen optreden als facilitator van het galerieplan. Deverantwoordelijkheid voor de uitvoering van het galerieplan moet overgelaten worden aan eenzelfstandig opererend bestuurlijk orgaan.Kortom het uitvoeren van bovenstaande stappen zal resulteren in een werkbaar galerieplan,waarbinnen optimaal draagvlak gecreëerd is onder de betrokken partijen. Indien verder onderzoekuitwijst dat deze stappen ook daadwerkelijk operationeel zijn, kan ik de Gemeente Heerlen nietsanders adviseren dan deze kans met beide handen te grijpen.Final Project 52Birgit van Melick
  • 54. AanbevelingenNaar aanleiding van alle resultaten en conclusies ben ik tot de volgende aanbevelingen gekomenmet betrekking tot de uitvoering van het galerieplan.Een helder ondernemingsplanEr dient nader onderzoek verricht te worden naar zowel de juridische als financiële afdekking vanhet galerieplan. Het cluster Cultuur kan deze onderzoeken intern wegzetten binnen de gemeenteHeerlen of ervoor kiezen studenten van de Hogeschool Zuyd te benaderen om deze onderzoekenin de vorm van een stageopdracht uit te laten voeren. De uitkomsten van deze onderzoekenkunnen samen met dit onderzoek vorm krijgen in een helder ondernemingsplan.CommunicatieplanAansluitend op het ondernemingsplan, dient een communicatieplan opgesteld te worden. Deze kanweggelegd worden bij stichting ‘Akerstraat 67’, een collectief gevestigd in Heerlen dat dient alsknooppunt voor creatieve en communicatiegerichte diensten. In dit plan moet duidelijk naar vorenkomen dat de galeries een eenheid vormen door middel van gelijke openingstijden, langs eengezamenlijke looproute. Om dit te bewerkstelligen zal voor alle galeries eenzelfde huisstijlontworpen moeten worden, waarin tevens duidelijk wordt benadrukt dat de panden nog steeds tekoop/ te huur staan. Daarnaast moet het communicatieplan inzicht verschaffen insponsoractiviteiten en mogelijke samenwerkingsverbanden met horeca en winkelbedrijf.Makelaar als tussenpersoonTijdens het onderzoek is gebleken dat de pandeigenaren moeilijk te benaderen zijn om hun panden‘om niet’ ter beschikking te stellen. Het inschakelen van een makelaar als tussenpersoon is dan ooknoodzakelijk om in contact te komen met de pandeigenaren. De kosten verbonden aan hetinschakelen van deze makelaar moeten meegenomen worden in de financiële afdekking van hetgalerieplan.Een zelfstandig opererend bestuursorgaanDe verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het galerieplan moet overgelaten worden aan eenzelfstandig opererend bestuursorgaan. Dit kan door een afzonderlijke stichting in het leven teroepen of door het galerieplan onder te brengen bij een al bestaande culturele instelling in Heerlen(institutionele inbedding). Per 1 december 2007 treedt Stijn Huijts aan als directeur van hetGlaspaleis, wat perspectief biedt voor institutionele inbedding van het galerieplan bij het Glaspaleis.Niet alleen heeft het galerieplan dan direct de expertise in huis met betrekking tot de invulling vande galeries, het zou tevens aanzienlijk schelen in de kosten. Van belang is dan ook op korte termijndeze mogelijkheid met de heer Huijts te bespreken.Final Project 53Birgit van Melick
  • 55. Structureel overlegOm de integraliteit van het galerieplan te waarborgen is structureel overleg tussen de betrokkenpartijen noodzakelijk. Dit is mogelijk in de vorm van een bestuurlijke begeleidingscommissie,waarin alle betrokken partijen vertegenwoordigd zijn. Deze zou dan maandelijks vrijwillig bijeenmoeten komen om de voortgang van het galerieplan te bespreken en toezicht te houden op decurator en coördinator.PilotHet door Michel Huisman gestelde aantal van 25 galeries is niet haalbaar. Momenteel is er vanuitde gemeente €50.000 aan middelen beschikbaar gesteld voor het galerieplan vanuit de CentrumVisie Heerlen en de Provincie Limburg. Met deze gelden kan een pilot worden opgezet van vijfpanden, mits institutionele inbedding bij het Glaspaleis mogelijk is. Wanneer deze pilot aanslaat,kan groei bewerkstelligd worden, gezien via deze weg draagvlak gecreëerd wordt onderpandeigenaren om later in het traject deel te nemen aan het galerieplan. Daarnaast is het eenbevestiging naar de gemeente Heerlen dat het geven van een financieel fiat ook daadwerkelijk leidttot het terugdringen van de leegstand en tevens een positief effect heeft op de stad.Verspreiding van de galeries over het centrumZorg voor een goede spreiding van de galeries over het centrum van Heerlen, zodat ookdaadwerkelijk een nieuwe looproute wordt gecreëerd. Straten die momenteel leegstand vertonenwaarlangs tevens een nieuwe looproute kan worden gecreëerd, zijn: de Geerstraat, de TweedePromenade, de Honingmanstraat, de Dautzenbergstraat, de Oranje Nassaustraat, de Akerstraat ende Geleenstraat.Houd de openingen kleinschalig en laagdrempeligIn plaats van iedere acht weken een evenement rondom de openingen op te zetten raad ik aan deopeningen eenvoudig en laagdrempelig te houden. Organiseer juist één keer per jaar eengrootschalig evenement om zo de uniciteit te waarborgen. Om de openingen te financieren kunnende galeries aan bedrijven worden gekoppeldBreder trekken van de creatieve industrieWanneer de pilot aanslaat is het interessant het galerieplan op termijn uit te breiden met allefacetten van de creatieve industrie, niet alleen kunstgaleries. Denk hierbij aan minder gangbareondernemingen gebonden aan de culturele sector zoals industrieel design of eeninstrumentenmaker. Stimuleer ook deze specialistische winkels tijdelijk intrek te nemen in deleegstaande panden om zo de creatieve industrie binnen Heerlen breder te trekken.(Gast)curatorHet galerieplan kan naast het aanstellen van één zwaargewicht ook gebruik maken vangastcuratoren. Van belang is dan dat er binnen het galerieplan zo min mogelijk geografischebeperkingen worden ingebouwd. Dit biedt perspectief voor internationale gastcuratoren diethematisch gericht te werk kunnen gaan, wat maatschappelijk gezien ook interessant is voor dejeugd.Final Project 54Birgit van Melick
  • 56. Verborgen Heerlense CollectiesMomenteel wordt getracht de verborgen Heerlense collecties in kaart te brengen, zowelbedrijfscollecties als particuliere collecties. Met betrekking tot talent in eigen stad en trots enbinding met Heerlen is het interessant het exposeren van deze collecties te koppelen aan hetgalerieplan.Sociale partner(s)Het zelfstandig opererende bestuursorgaan zal een keuze moeten maken of het met meerderesociale partners wilt samenwerken of dat de keuze valt op één sociale partner. In het laatste gevalbiedt Maecon Re-integratie als enige sociale partner een compleet traject aan voor zowel debeheergroep als de galeriehouders, waarbinnen de kosten zijn gedekt via de WWB-gelden. MaeconRe-integratie is in mijn ogen dan ook de meest geschikte kandidaat, gezien de socialewerkgelegenheid dan in één stap gecoördineerd wordt.Final Project 55Birgit van Melick
  • 57. Final Project 56Birgit van Melick
  • 58. BibliografieFlorida, R. (2002). The Rise of the Creative Class, and how it’s transforming work, leisure,community & every day life. New York: Basic Books.Franke, S. & E. Verhagen (red.) (2005). Creativiteit en de stad. Hoe de creatieve economie de stadverandert. Rotterdam: NAi Uitgevers.Gemeente Heerlen (2005). Integrale discussienota Centrumvisie Heerlen. Heerlen: GemeenteHeerlen.Gemeente Heerlen (2006). Evenementen in Heerlen. Heerlen: Gemeente Heerlen.Gemeente Heerlen (2006). Meerjarig Bestuursplan 2007-2010. Heerlen: Gemeente Heerlen.Gemeente Heerlen (2006). Strategische Beleidsnota Cultuur 2007-2015. Heerlen: GemeenteHeerlen.Gemeente Heerlen (2007). Algemene conclusies werkplaats Cultuur en Economie. Heerlen:Gemeente Heerlen.Gemeente Heerlen (2007). Heerlen bloeit op; een nieuwe culturele lente is begonnen. De cultureleagenda van Heerlen 2009-2012. Heerlen: Gemeente Heerlen.Marlet, G.A. & C.M.C.M. van Woerkens (2004). Atlas voor gemeenten 2004. Utrecht: StichtingAtlas voor Gemeenten.Marlet, G.A. & J. Poort (2005). Cultuur en creativiteit naar waarde geschat. Amsterdam: SEO/Utrecht: Stichting Atlas voor Gemeenten.Rutten, P., W. Manshanden, G. Bodea en W. Jonkhoff (2005). De Creatieve Industrie inde Zuidelijke Tripool Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen. Delft: TNO.Raes, S.E.P. & B.P. Hofstede (red.) (2005). Creativiteit in kaart gebracht: Mapping documentcreatieve bedrijvigheid in Nederland. Den Haag: Ministerie van EZ en Ministerie van OCW.TijdschriftIjzerman, L. (maart 2007). Pimp my pand: de stedenbouwkundige facelift door architect MichelHuisman. Parkstad.Magazine 1, p. 52-59.Websiteswww.atlasvoorgemeenten.nl www.hszuyd.nlwww.arcuscollege.nl www.hszuyd.nl/abkmwww.binnenstadsmanagement.org/heerlen www.irri.nlwww.boek-offermans.nl www.kunstencentrumsigne.nlwww.cbbwerkt.nl www.licomnv.nlwww.cultuureneconomie.nl www.maecon-groep.nlwww.glaspaleis.nl www.parkstad-limburg.nlwww.heerlen.nl www.pplonline.nlwww.heerlen.nl/intranet www.seo.nlwww.hetdomein.nl www.wikipedia.nlwww.hku.nl www.willemwegman.nlFinal Project 57Birgit van Melick
  • 59. Final Project 58Birgit van Melick
  • 60. Bijlage I: Plattegrond Heerlen CentrumFinal Project 59Birgit van Melick
  • 61. Final Project 60Birgit van Melick
  • 62. Bijlage II: OnderzoeksopzetFinal Project 61Birgit van Melick
  • 63. Final Project 62Birgit van Melick
  • 64. KerngegevensTitel: KunstvensterOnderzoeksperiode: mei 2007 – september 2007Opdrachtomschrijving: Het uitvoeren van een onderzoek naar het plan van kunstenaar Michel Huisman om de leegstand in Heerlen tegen te gaan door middel van het onderbrengen van tijdelijke galeries in de etalages van leegstaande winkels/kantoorpanden in combinatie met sociale werkgelegenheid. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van de Gemeente Heerlen en dient als afstudeeropdracht voor de studie Kunst en Economie – Visual Arts & Design aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht.Opdrachtgever: Gemeente Heerlen, afdeling Welzijn Bezoekadres: Geleenstraat 25-27 6411 HP Heerlen Postadres: Postbus 1 6400 AA Heerlen Telefoon: 045 – 560 50 30 Fax: 045 – 560 44 90 E-mail: gic@heerlen.nl Website: www.heerlen.nlContactpersoon: Carola van Iersel E-mail: c.van.iersel@heerlen.nl Telefoon: 045-560 45 29Opdrachtnemer: Birgit van Melick Studentnummer: 20 33 256 E-mail: bvmelick@hotmail.com Telefoon: 06 - 24 65 21 91Supervisor: Sylvia Sebregts Hogeschool voor de Kunsten Utrecht E-mail: sylviasebregts@kimeru.nl Telefoon: 06 – 42 21 35 37Final Project 63Birgit van Melick
  • 65. 1 InleidingIn het kader van mijn opleiding Visual Arts and Design Management aan de Hogeschool voor deKunsten Utrecht zullen de komende vijf maanden in het teken staan van mijn Final Project inopdracht van de gemeente Heerlen. Tijdens deze afstudeerperiode wil ik mij met name verdiepenin de mogelijkheden voor Heerlen om effectief in te spelen op de voordelen die de creatieveindustrie te bieden heeft voor de stad. Hiervoor ga ik een werkbaar concept ontwikkelen naaraanleiding van het galerieplan dat Michiel Huisman in januari 2007 aan de gemeente Heerlen heeftvoorgelegd om de leegstand in Heerlen tegen te gaan en het stadsimago te verbeteren.In het onderzoeksplan dat hier voor u ligt, leest u onder andere hoe dit onderzoek tot stand isgekomen en wat het onderzoek inhoudt. Tevens zal ik een omschrijving geven van de gekozenonderzoeksmethoden- en technieken waarmee ik het onderzoek zal uitvoeren.2 Aanleiding onderzoekGedurende mijn zoektocht naar een geschikt afstudeeronderwerp kwam tijdens een college naarvoren dat de gemeente Heerlen zich enorm aan het ontwikkelen is op cultureel gebied. Het leek meeen enorme uitdaging om bij te kunnen dragen aan deze ontwikkelingen, gezien Heerlen de stad iswaar ik ben geboren en getogen.Via Giep Hagoort, docent aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, ben ik in contact gekomenmet Greetje van Gemert. Zij is strategisch beleidsmedewerker voor het cluster Cultuur binnen degemeente Heerlen. Tijdens een oriënterend gesprek wees zij mij onder andere op een plan vanMichel Huisman om de langdurige leegstand en verpaupering van panden in particulier bezit tegente gaan door er tijdelijke galeries in te plaatsen. Doordat ik bekend ben met het negatievestadsimago van Heerlen en affiniteit heb met de kunstwereld, kan ik een dergelijk plan alleen maartoejuichen. Ik was dan ook meteen erg enthousiast om het concept verder uit te diepen en debetrokken partijen te toetsen op draagvlak. Tevens leek het me erg interessant om een keerwerkzaam te zijn voor een non-profit organisatie, gezien ik voorheen vooral betrokken bengeweest bij commerciële projecten.Het onderzoek sluit nauw aan op mijn afstudeerrichting Visual Arts & Design en is voornamelijkuitvoerend van karakter. Hiermee voldoet het aan de twee randvoorwaarden die ik had gesteld inmijn keuze voor een afstudeeronderwerp.Final Project 64Birgit van Melick
  • 66. 3 Omschrijving opdrachtgeverGemeente Heerlen, afdeling Welzijn, cluster CultuurHet uit te voeren onderzoek valt onder het cluster Cultuur van de gemeente Heerlen. Deze isondergebracht bij afdeling Welzijn, maar gaat in werkelijkheid concernbreed te werk. Het clusterCultuur is verantwoordelijk voor het komen tot een strategische beleidsvisie cultuur, die de kadersen prioriteiten aangeeft voor het gemeentelijke cultuurbeleid. Tevens is zij verantwoordelijk voorde uitvoering hiervan.KerntakenBinnen het cluster Cultuur zijn de volgende beleidsvelden op cultureel gebied te onderscheiden:Greetje van Gemert- Account management culturele hoofdinstellingen:GlaspaleisSchouwburgMuziekschoolBibliotheek- Ontwikkeling Centrum voor de Kunsten- Aanpak cultuurplanmethodiekAdviescommissiePrestatieafsprakenAanzetten P&C-cyclus- Participatie in verschillend overleg:Tripool (Maastricht/ Sittard-Geleen/ Heerlen)Centrum Heerlen- Visie op CultuureducatieMarie-Jose van der Weerden- Actieprogramma (regionaal en Heerlen)- Versterking cultuureducatie primair onderwijs- Subsidieregeling carnaval- Accountmanagement:CultuurcarrouselCultura NovaTaptoePemitochiStreetlifeDiverse evenementenHarrie Gootzen- EvenementenbeleidOpstellen evaluatie evenementenCollegevoorstel middenverdelingRol en positie gemeente in evenementen- Aanvragen cultureel onvoorzienFinal Project 65Birgit van Melick
  • 67. - Account management:De NorBoochJazz-on-the-RoofDAKCarola van Iersel- Beeldende Kunst en Vormgeving – beleidAtelierbeleidBeleidsregels huisvestiging kunstenaarOpstelling kunst in openbare ruimteOrganisatie atelierroute- Programmering Cultuursoos- Opstellen beleidsregels amateurkunst in samenwerking met federatie beschikking amateuristischekunst- Account management:Hee-ArtSigneHet uit te voeren onderzoek naar het galerieplan van Michel Huisman valt onder het beleidsveldvan Carola van Iersel. Zij zal dan ook optreden als begeleider tijdens mijn afstuderen aan degemeente Heerlen.4 Motivatie onderzoeksterrein4.1 Omschrijving onderzoeksterreinHet onderzoeksterrein is het beleid van de gemeente Heerlen in het licht van de creatieveindustrie.4.2 Waarom dit onderzoeksterrein?De keuze voor dit onderzoeksterrein komt enerzijds voort uit mijn voorliefde voor de stad waar ikben opgegroeid en mijn nieuwsgierigheid naar gemeentelijke besluitvorming. Voorheen ben ikvooral betrokken geweest bij commerciële projecten. Mede door het verrichten van dit onderzoekhoop ik meer inzicht te verkrijgen in projecten die vallen onder beleidsterrein en daarmeeafhankelijk zijn van het gemeentelijke apparaat. Uiteindelijk kan ik dan een duidelijke afwegingmaken welk toekomstig werkveld mij beter ligt: commercieel of non-profit. Mijn keuze om hetgemeentebeleid in het licht van de creatieve industrie te onderzoeken komt voort uit het volgenvan mijn opleiding Kunst en Economie aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Tijdens mijnstudie is dit onderwerp meerdere malen aan de orde gekomen, afgezet tegen succesvolle stedenals Utrecht en Amsterdam. Het leek mij juist interessant om te onderzoeken hoe de creatieveindustrie een stad als Heerlen kan stimuleren in haar wederopbouw. Hiermee hoop ik een steentjebij te kunnen dragen aan Heerlen als een energieke stad.Final Project 66Birgit van Melick
  • 68. 5 Conceptueel ontwerp5.1 Het probleemOntwerper Michel Huisman heeft een zorgvuldig belevingsonderzoek naar de Heerlense binnenstadgedaan en met het ‘Dynamoplan’ in kaart gebracht. Onderdeel van dit ‘Dynamoplan’ is hetgalerieplan. Het galerieplan heeft als doel Heerlen een culturele impuls te geven die de leegstandniet alleen camoufleert, maar inzet als middel. Dit door in leegstaande panden hoogwaardigekunstgaleries te openen onder gezag van een specialist in het scouten van (jonge) enbetekenisvolle internationale kunst. Langdurige werkzoekenden, krijgen de kans in deze galerieswerkervaring op te doen, terwijl het omliggende straatbeeld aan beleving wint. Hoewel er binnende gemeente Heerlen veel draagvlak is ontstaan voor het plan, is een politieke vertaalslag nodig.Het galerieplan behoort aan te sluiten op de Integrale CentrumVisie Heerlen, opgesteld door degemeente in 2005, en het voornemen van de gemeente hoger in te zetten op de voordelen van decreatieve industrie voor de stad. Daarnaast is het plan niet getoetst onder de betrokken partijen.Vandaar dat het nog onduidelijk is of zij überhaupt willen participeren aan het plan. Het is daaromvan belang het huidige galerieplan te onderwerpen aan het beleid van de gemeente Heerlen in hetlicht van de creatieve industrie en de wensen van de betrokken partijen om te komen tot eengalerieplan dat ook daadwerkelijk uitvoerbaar is.5.2 ProbleemstellingEr is binnen de gemeente Heerlen veel draagvlak ontstaan voor het galerieplan dat Michel Huismanin januari 2007 aan de gemeente heeft gepresenteerd. De vraag is echter of het plan in zijnhuidige context aansluit op de toekomstplannen voor het centrum van Heerlen, vastgelegd in deIntegrale CentrumVisie Heerlen, en het voornemen van de gemeente hoger in te zetten op devoordelen van de creatieve industrie voor de stad. En in hoeverre bestaat er draagvlak voor hetplan van Michel Huisman onder de betrokken partijen? Onder welke voorwaarden zijn zij bereiddeel te nemen aan realisatie van het galerieplan. Kortom in hoeverre moet het huidige galerieplanaangepast worden met het oog op het gemeentelijke beleid en de wensen van de betrokkenpartijen om uiteindelijk concept te creëren dat ook daadwerkelijk implementeerbaar is?5.3 Doel van het onderzoekHet uiteindelijke doel van het onderzoek is een plan van aanpak voor de implementatie van hetgalerieconcept. Doel in het onderzoek is het werkbaar maken van het galerieconcept van MichelHuisman.5.4 Hoofdvraag van het onderzoekOp welke wijze is het galerieconcept van Michel Huisman werkbaar en implementeerbaar te makenin het licht van het gemeentelijk beleid van Heerlen, de creatieve industrie en de betrokkenpartijen?Final Project 67Birgit van Melick
  • 69. 5.5 Onderzoeksmodel5.6 Centrale vragen en deelvragenCentrale vraag en deelvragen fase 1: Creatieve IndustrieCentrale vraagIn hoeverre sluit het gemeentelijke beleid van Heerlen aan op het huidige galerieplan vankunstenaar Michel Huisman? Wat moet er aan het huidige concept aangepast worden omaansluiting te bewerkstelligen in het licht van de creatieve industrie?Deelvragen- Hoe ziet het galerieplan van Michel Huisman er uit?onderdelenrandvoorwaardendoelendeelnemers- Op welke punten sluit de CentrumVisie Heerlen 2005 aan op het galerieplan van Michel Huisman?- Op welke punten sluit het Meerjarig Bestuursplan 2007-2010 aan op het galerieplan van MichelHuisman?- Op welke punten sluit de Strategische Beleidsnota Cultuur 2006-2015 aan op het galerieplan vanMichel Huisman?- Op welke wijze past de aansluiting van het galerieplan van Michel Huisman op het gemeentelijkebeleid van Heerlen in het licht van de creatieve industrie?Final Project 68Birgit van Melick
  • 70. Centrale vraag en deelvragen fase 2: Betrokken partijenCentrale vraagOp welke punten dient het concept voor het galerieplan bijgesteld te worden om optimaaldraagvlak te creëren bij de betrokken partijen?Deelvragen- Welke randvoorwaarden stellen de pandbeheerders voor deelname aan het galerieplan?- Welke randvoorwaarden stellen de curatoren voor deelname aan het galerieplan?- Welke randvoorwaarden stellen de opleidingen voor deelname aan het galerieplan?- Welke randvoorwaarden stelt Sociale Zaken voor deelname aan het galerieplan?- Welke randvoorwaarden stelt Stadsplanning voor deelname aan het galerieplan?Centrale vraag en deelvragen fase 3: Optimale mixCentrale vraagOnder welke optimale mix van randvoorwaarden, getoetst onder de betrokken partijen, moet hetaangepaste concept voor het galerieplan bijgesteld worden om te komen tot een implementeerbaargalerieplan?Deelvragen- Welke randvoorwaarden, getoetst onder de betrokken partijen, zijn met elkaar inovereenstemming om het galerieplan werkbaar te maken?- Hoe kan deze optimale mix van randvoorwaarden vertaald worden naar aanbevelingen tot eenimplementeerbaar galerieplan?5.7 Begripsbepaling binnen het onderzoekBetrokken partijen:Deze partijen spelen een belangrijke rol in het galerieplan.Creatieve industrie:De creatieve industrie is een specifieke vorm van bedrijvigheid die goederen en dienstenvoortbrengt die het resultaat zijn van individuele of collectieve, creatieve arbeid enondernemerschap. Inhoud en symboliek zijn de belangrijkste elementen van deze producten. Zeworden aangeschaft door consumenten en zakelijke afnemers omdat ze een betekenis oproepen.Op basis daarvan ontstaat een ervaring. Daarmee speelt de creatieve industrie een belangrijke rolin ontwikkeling en onderhoud van levensstijlen en culturele identiteiten in de samenleving.36Galerieplan:Het galerieplan is onderdeel van het Dynamoplan, opgesteld door Michel Huisman, naar aanleidingvan een belevingsonderzoek van de binnenstad van Heerlen.36 P.Rutten et al., De creatieve industrie in de zuidelijke Tripool: Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen, Delft2005, p.25Final Project 69Birgit van Melick
  • 71. Michel Huisman:Michel Huisman (Heerlen, 1957) is een Nederlandse uitvinder van kunst en muziekinstrumenten,maar noemt zich morfoloog. Huisman wil met zijn werk doordringen tot de ziel die volgens hem demeest essentiële waarde in onze beschaving is.Zijn beelden zijn apparaten: maken geluid en/of kunnen bewegen. Zijn grafische werk is in zwart-wit.Randvoorwaarden:rand—voor—waar—de (de ~ (v.))1 bijkomstige voorwaarde die echter wel noodzakelijk is voor het te bereiken doelWerkbaar:werk—baar (bn.)1 geschikt om mee of in te werken <=> onwerkbaar6 Onderzoekmethode Kwalitatief/ Soort Bron Naam BronOnderzoeksmethode kwantitatiefDeskresearchDocumentenonderzoek Kwantitatief/ Documenten Onder andere: kwalitatief Persberichten Integrale CentrumVisie Heerlen Verslagen/ rapporten TNO-rapport ‘Atlas voor gemeenten 2004’ ‘Cultuur en creativiteit naar waarde geschat’ ‘Cultuurimpuls stedelijke vernieuwing’ MBP gemeente Heerlen 2007-2010 Strategische Beleidsnota Cultuur 2006- 2015Literatuuronderzoek Kwalitatief Documenten Florida, R. (2002). The Rise of the Creative Boeken Class. Tijdschriften Franke, S. en E. Verhage (red.), Creativiteit en de stad. Hoe de creatieve economie de stad verandert. Parkstad.MagazineFieldresearchGestructureerd Kwalitatief Personen Betrokken partijen:Interview pandbeheer sociale Werkgelegenheid curator(en) stadsplanning opleidingenFinal Project 70Birgit van Melick
  • 72. 7 Opbouw onderzoeksrapportVoorwoordManagementsamenvattingInhoudsopgave 1 Inleiding, leeswijzer 2 Resultaten literatuuronderzoek 3 Resultaten veldonderzoekConclusieAanbevelingenBibliografieBijlagen8 PlanningWeek Data Fase Activiteit20 14 mei - 20 mei voorbereiding onderzoeksopzet + literatuurstudie21 21 mei -27 mei onderzoeksopzet + literatuurstudie22 28 mei - 03 juni onderzoeksopzet + literatuurstudie23 04 juni - 10 juni onderzoeksopzet + literatuurstudie24 11 juni - 17 juni onderzoeksopzet + literatuurstudie25 18 juni - 24 juni uitwerkingsfase conceptideeën uitwerken26 25 juni - 01 juli conceptideeën uitwerken27 02 juli - 08 juli toetsfase gesprekken keyspelers28 09 juli - 15 juli gesprekken keyspelers29 16 juli - 22 juli uitvoeringsfase rapport schrijven30 23 juli - 29 juli rapport schrijven31 30 juli - 05 aug rapport schrijven32 06 aug - 12 aug inleveren scriptie (digitaal)33 13 aug - 19 aug scriptie corrigeren/ afronden34 20 aug - 26 aug inleveren scriptie (hardcopy)35 27 aug - 02 sep evaluatiefase verdediging: presentatie + beoordeling9 Bronvermelding- Mertens, J. (2006). Praktijkonderzoek voor bachelors. Bussum: Coutinho.- Rutten, P., W. Manshanden, G. Bodea en W. Jonkhoff (2005). De Creatieve Industrie in deZuidelijke Tripool Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen. Delft: TNO.- www.wikipedia.nlFinal Project 71Birgit van Melick