Kunstvenster      Tijdelijke kunstgaleries als middel tegen de leegstand in HeerlenFinal ProjectBirgit van MelickHogeschoo...
Final Project       2Birgit van Melick
ManagementsamenvattingTijdens een zorgvuldig belevingsonderzoek naar de binnenstad van Heerlen concludeerdekunstenaar Mich...
Heerlen. Het galerieplan biedt tevens een toekomstperspectief voor maatschappelijk kwetsbaregroepen, die als gevolg van ec...
Woord voorafVoor u ligt mijn scriptie, in het kader van het afstudeertraject ‘Final Project’ voor de bachelorstudieKunst e...
Final Project       6Birgit van Melick
InhoudsopgaveManagementsamenvatting .........................................................................................
Final Project       8Birgit van Melick
1.       InleidingHeerlen beleeft een culturele lente. In het beleid van de gemeente was cultuur lange tijd eenondergescho...
Tot slot wil ik benadrukken dat het hier om een kwalitatief onderzoek gaat, waarvan de uitkomstenalleen als indicatie gebr...
2.        Een politieke vertaalslagHoewel er binnen de gemeente Heerlen inmiddels een groot draagvlak is ontstaan voor het...
-     exploitatie en beheer van de kunstgaleries laten uitvoeren door langdurig werkzoekenden          met behoud van uitk...
-   de kwaliteit van de kunstenaars moet worden bewaakt door een zwaargewicht. Hij/zij zal          verantwoordelijk zijn ...
centrum. Zo wint het straatbeeld aan beleving en vindt er iedere zes weken een feestelijke openingplaats.Een ander algemee...
2.2.2    Discussienota integrale CentrumVisie Heerlen (2005)‘In de meeste steden is de binnenstad de drager van het imago ...
De CentrumVisie pleit voor het intensiveren van de cultuuraspecten in de binnenstad, zodat er eenaantrekkelijk en creatief...
Voor de gemeente betekent dit duidelijke communicatie en een duidelijk aanspreekpunt zijn voorhet veld. Bij het culturele ...
energieke hart van Parkstad Limburg12 en werkt het actief samen op diverse terreinen binnen deTripool13. Ook de nabijheid ...
Sterke punten                                             Zwakke punten     -    veel creativiteit                        ...
Hiermee is spreiding door het jaar gewaarborgd. Doordat iedere zes weken nieuwe kunstenaarsaan bod komen, ontstaat er dive...
personeel optimaal te faciliteren door te zorgen voor een aantrekkelijk woon- en leefklimaat;culturele voorzieningen en ee...
2.3.2    Creatieve industrieIn Nederlandse studies omtrent de creatieve industrie wordt niet uitgegaan van eenberoepsgroep...
Creatieve industrie (beperkte definitie)De beperkte definitie omvat bedrijven, producenten en instellingen die zich bezig ...
Creatie                               Materiële productie                Distributie en RetailKunsten   -   Beeldende kuns...
In dit onderzoek hanteer ik de ruime definitie van de creatieve industrie. Hiertoe behoren degaleries en expositieruimtes ...
hebben op economische, maatschappelijke en ruimtelijke dynamiek binnen de regio, variërend vantoerisme tot innovatie.De cr...
Op het gebied van ‘tolerantie’ biedt het galerieplan een toekomstperspectief voor de ontplooiingvan maatschappelijk kwetsb...
Final Project       28Birgit van Melick
3.         Randvoorwaarden betrokken partijenDe in het vorige hoofdstuk gepresenteerde onderzoeksresultaten tonen dat het ...
vormt tevens het unieke karakter van het galerieplan. Gezien het tijdsbestek en de hoeveelheidaan betrokken partijen, was ...
hiervoor geen ruimte is, zal de gemeente Heerlen het budget moeten faciliteren om een nieuwtraject in te kopen. Mevrouw va...
toe te treden. Het college wil deze mensen nog niet afschrijven, maar juist op zoek gaan naar eenzinvolle dagbesteding om ...
3.1.2    Re-integratiebureausDe heer Creemers ziet het CBB momenteel niet als geschikte partner voor het galerieplan, gezi...
gedetacheerd wordt naar het galerieplan met als doel door te ontwikkelen. Om deuitkeringsgerechtigden loon uit te betalen,...
moet dan beslist worden of ze een complete opleiding moeten volgen of op basis van ervaringkwalificaties kunnen verzamelen...
tegenover een dergelijk initiatief staat. Welke aanpassingen acht hij, vanuit zijn achtergrondkennis,nodig om het galeriep...
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Scriptie Kunstvenster
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Scriptie Kunstvenster

1,140 views
1,069 views

Published on

Onderzoek naar in hoeverre het galerieplan van kunstenaar Michel Huisman werkbaar en implementeerbaar is in het licht van het gemeentelijke beleid Heerlen, de creatieve industrie en de betrokken partijen. Afgestudeerd met een 8,5.

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,140
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Scriptie Kunstvenster

  1. 1. Kunstvenster Tijdelijke kunstgaleries als middel tegen de leegstand in HeerlenFinal ProjectBirgit van MelickHogeschool voor de Kunsten UtrechtVisual Arts and Design Management20332564 januari 2008
  2. 2. Final Project 2Birgit van Melick
  3. 3. ManagementsamenvattingTijdens een zorgvuldig belevingsonderzoek naar de binnenstad van Heerlen concludeerdekunstenaar Michel Huisman dat onder andere de leegstand zorgt voor een negatieveinvesteringsspiraal, een algeheel gevoel van verval, karakterarmoede en leegloop. Om ietsconstructiefs bij te dragen aan dit probleem ontwikkelde hij het galerieplan. Het galerieplan heeftals doel Heerlen een culturele impuls te geven die de leegstand niet alleen camoufleert, maar inzetals middel door in vijfentwintig leegstaande panden hoogwaardige kunstgaleries te openen onderhet gezag van een specialist in het scouten van jonge en betekenisvolle internationale kunst.Langdurige werkzoekenden, krijgen de kans in deze galeries werkervaring op te doen, terwijl hetomliggende straatbeeld aan beleving wint. In dit kader is door de afstudeerrichting Visual Arts andDesign van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht onderzoek gedaan naar de werkbaarheid vanhet galerieplan in het licht van het gemeentelijk beleid van Heerlen, de creatieve industrie en debetrokken partijen.Aanbevolen wordt - een financieel fiat van de gemeente Heerlen te bewerkstelligen om de initiële kosten in de startfase van het galerieplan te dekken. - pandeigenaren over de streep trekken middels financiële en juridische afdekking van het galerieplan en een gedegen communicatieplan; - het inschakelen van een makelaar als tussenpersoon. Deze wordt noodzakelijk geacht om in contact te komen met de pandeigenaren. De kosten verbonden aan het inschakelen van deze makelaar moeten meegenomen worden in de financiële afdekking van het galerieplan; - te starten met een pilot van vijf panden om groei te bewerkstelligen, gezien het openen van vijfentwintig galeries tegelijk niet haalbaar is. - de omlooptijd van de exposities te verlengen tot acht á tien weken. - de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het galerieplan over te laten aan een zelfstandig opererend bestuursorgaan. Dit kan door een afzonderlijke stichting in het leven te roepen of door het galerieplan onder te brengen bij een al bestaande culturele instelling in Heerlen. Sinds 1 december 2007 is Stijn Huijts aangetreden als directeur van het Glaspaleis, wat perspectief biedt voor institutionele inbedding van het galerieplan bij het Glaspaleis. Niet alleen heeft het galerieplan dan direct de expertise in huis met betrekking tot de invulling van de galeries, het zou tevens aanzienlijk schelen in de kosten.MotivatieUit literatuur- en bronnenonderzoek blijkt dat het galerieplan van Michel Huisman conform is aande politieke doelstellingen van de gemeente Heerlen en wel degelijk perspectief biedt voor deverdere ontwikkeling van de creatieve industrie als economische motor voor de stad. Zo voorziethet galerieplan het centrum van culturele voorzieningen die van groot belang zijn voor hetleefklimaat van de huidige burgers van Heerlen en gelden als belangrijke vestigingsfactor voornieuwe burgers en bedrijven. Hiermee bevordert het galerieplan de verdichting van het centrum,wat bijdraagt aan een dynamische en fysiek aantrekkelijke stad. Het straatbeeld wint aan beleving,wat leidt tot een aanzienlijke verbetering van het stadsaangezicht en daarmee het stadsimago vanFinal Project 3Birgit van Melick
  4. 4. Heerlen. Het galerieplan biedt tevens een toekomstperspectief voor maatschappelijk kwetsbaregroepen, die als gevolg van economische omstandigheden extra aandacht verdienen. Dit door hen,onder behoud van uitkering, werkervaring op te laten doen om ze zo terug te leiden naar een plekop de arbeidsmarkt. Daarnaast kwam uit het literatuuronderzoek naar voren dat de tijdelijkekunstgaleries vallen onder het distributie-en-retail stadium van de kunstensector en daarmeeonder de ruime definitie van de creatieve industrie. Investeringen in het galerieplan kunnen danook gezien worden als investeringen in zowel cultuur als in de creatieve industrie. Dezeinvesteringen bevorderen de concurrentie en innovatiekracht van een stad en dragen daarmee bijaan het behouden van jong talent.Vervolgens is door middel van semi-gestructureerde interviews onderzocht hoe de betrokkenpartijen tegenover deelname aan het galerieplan staan. Deze betrokken partijen zijn onderverdeelin vijf clusters, te weten: sociale werkgelegenheid, opleidingen, curatoren, stadsplanning enpandbeheer.Uit de gesprekken met deze partijen bleek dat er veel sympathie bestaat voor een dergelijkinitiatief, zowel uit een sociaal als economisch oogpunt. Binnen het onderdeel ‘socialewerkgelegenheid’ is onder de betrokken partijen in zoverre draagvlak gecreëerd dat zowel hetBureau Werkgelegenheid en Sociale Zaken als verschillende reïntegratiebureaus zich graag willencommitteren aan het galerieplan en hiervoor ook de nodige gelden ter beschikking hebben.Willen de overige betrokken partijen deelnemen aan het galerieplan, dan is een financieel fiat vande gemeente Heerlen om de initiële kosten in de startfase te financieren een vereiste. Onder dezeinitiële kosten vallen namelijk de kosten verbonden aan de opknapwerkzaamheden, verzekeringen,beveiliging en het in gebruik nemen van de panden (gas, water, licht) evenals het loon voor decurator, de coördinator en de makelaar. Van belang voor de betrokken partijen is dat de gemeenteHeerlen enkel optreedt als initiator van het plan en de uitvoering overlaat aan een zelfstandigopererend bestuurlijk orgaan. Tevens dient het aantal te openen galeries terug gedrongen teworden tot een pilot van vijf panden. Wanneer deze pilot aanslaat, kan groei bewerkstelligdworden, gezien via deze weg draagvlak gecreëerd wordt onder pandeigenaren om later in hettraject deel te nemen aan het galerieplan. Daarnaast is het een bevestiging naar de gemeenteHeerlen dat het geven van een financieel fiat ook daadwerkelijk leidt tot het terugdringen van deleegstand en tevens een positief effect heeft op de stad. Met betrekking tot de pandeigenaren ishet verder van belang dat zij zowel wettelijk als fiscaal geen hinder ondervinden aan het ‘om niet’vrijgeven van hun panden en dat de panden voldoende onder de aandacht gebracht worden onderzowel de bezoekers als de potentiële investeerders.Consequenties - Op korte termijn dient nader onderzoek verricht te worden naar de financiële en juridische afdekking van het galerieplan en dient een communicatieplan opgesteld te worden. - Op korte termijn dient overleg plaats te vinden met Stijn Huijts om de mogelijkheid tot institutionele inbedding van het galerieplan bij het Glaspaleis te bespreken.Final Project 4Birgit van Melick
  5. 5. Woord voorafVoor u ligt mijn scriptie, in het kader van het afstudeertraject ‘Final Project’ voor de bachelorstudieKunst en Economie aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Het betreft een onderzoek naar dewerkbaarheid van het galerieplan van Michel Huisman in het licht van het gemeentelijk beleid vanHeerlen, de creatieve industrie en de betrokken partijen.Gedurende mijn zoektocht naar een geschikt afstudeeronderwerp kwam tijdens een college naarvoren dat de gemeente Heerlen zich enorm aan het ontwikkelen is op cultureel gebied. Hoewel ikinmiddels al zes jaar inwoonster van Utrecht ben, leek het me toch een enorme uitdaging bij tekunnen dragen aan deze ontwikkelingen, gezien Heerlen de stad is waar ik ben geboren engetogen. De keuze voor dit onderzoeksterrein komt niet alleen voort uit affiniteit met de stad waarik ben opgegroeid maar ook uit mijn nieuwsgierigheid naar gemeentelijke besluitvorming.Voorheen ben ik vooral betrokken geweest bij commerciële projecten. Mede door het verrichtenvan dit onderzoek heb ik meer inzicht verkregen in projecten die vallen onder beleidsterrein endaarmee afhankelijk zijn van het gemeentelijke apparaat. Op basis hiervan kan ik uiteindelijk deafweging maken welk toekomstig werkveld mij beter ligt: commercieel of non-profit.Mijn keuze om het galerieplan te confronteren met de creatieve industrie komt voort uit hetvoornemen van de gemeente Heerlen hoger in te zetten op de voordelen van de creatieveindustrie. Het concept van de creatieve industrie is tijdens mijn studie verscheidene malen aan deorde gekomen afgezet tegen succesvolle steden als Utrecht en Amsterdam. Dit maakte het des teinteressanter om te onderzoeken hoe de creatieve industrie juist een stad als Heerlen kanstimuleren in haar wederopbouw tot een energieke stad.Het spreekt voor zichzelf dat ik deze scriptie nooit in deze vorm had kunnen afleveren zonder deinspanning en medewerking van anderen. Allereerst wil ik Carola van Iersel, beleidsmedewerkercluster Cultuur, zeer bedanken voor haar algehele ondersteuning en begeleiding vanuit degemeente Heerlen tijdens de totstandkoming van deze scriptie. Haar enorme interne netwerk heeftvele deuren voor mij geopend, waarvoor ik haar zeer erkentelijk ben. Tevens wil ik Maarten vanHaastert danken, wiens buitengewone betrokkenheid bij mijn scriptie mij zeer heeft gestimuleerd.Enorme steun heb ik gehad aan Sylvia Sebregts, die op het juiste moment de reddende handuitstak wanneer ik dreigde te verdrinken. Haar expertise en bemoedigende woorden gaven mij hetvertrouwen dit onderzoek tot een goed einde te brengen.Graag wil ik verder iedereen bedanken die zijn medewerking aan dit onderzoek heeft verleend, inwelke vorm dan ook.Een bijzonder woord van dank gaat uit naar mijn ouders, Pierre en Ria van Melick, vanwege het feitdat zij mij na zes jaar afwezigheid weer even liefdevol in huis hebben opgenomen gedurende mijnwerkzaamheden voor de gemeente Heerlen. Hun steun en vertrouwen hebben voor mij veelbetekend.Birgit van MelickHeerlen, november 2007Final Project 5Birgit van Melick
  6. 6. Final Project 6Birgit van Melick
  7. 7. InhoudsopgaveManagementsamenvatting ............................................................................................... 3Woord vooraf ................................................................................................................... 5Inhoudsopgave ................................................................................................................ 71. Inleiding ................................................................................................................... 92. Een politieke vertaalslag......................................................................................... 11 2.1 Galerieplan Michel Huisman ..................................................................................11 2.2 Beleid gemeente Heerlen......................................................................................13 2.2.1 Meerjarig bestuursplan 2007-2010.....................................................................13 2.2.2 Discussienota integrale CentrumVisie Heerlen (2005) ...........................................15 2.2.3 Strategische Beleidsnota Cultuur 2006-2015 .......................................................16 2.2.4 Inzetten op jeugd en jong talent........................................................................20 2.3 De creatieve industrie ..........................................................................................20 2.3.1 Creatieve klasse ..............................................................................................20 2.3.2 Creatieve industrie...........................................................................................22 2.3.3 Creatieve industrie in de Zuidelijke Tripool ..........................................................25 2.3.4 Galerieplan: een kans voor de creatieve industrie in Heerlen? ...............................263. Randvoorwaarden betrokken partijen..................................................................... 29 3.1 Sociale werkgelegenheid ......................................................................................29 3.1.1 Sociale zaken (Gemeente Heerlen).....................................................................30 3.1.2 Re-integratiebureaus........................................................................................33 3.2 Opleidingen ........................................................................................................35 3.3 Curatoren ...........................................................................................................38 3.4 Stadsplanning .....................................................................................................42 3.5 Pandbeheer ........................................................................................................46 3.6 Optimale mix van randvoorwaarden.......................................................................49Conclusie........................................................................................................................ 51Aanbevelingen................................................................................................................ 53Bibliografie..................................................................................................................... 57Bijlage I: Plattegrond Heerlen Centrum.......................................................................... 59Bijlage II: Onderzoeksopzet ........................................................................................... 61Final Project 7Birgit van Melick
  8. 8. Final Project 8Birgit van Melick
  9. 9. 1. InleidingHeerlen beleeft een culturele lente. In het beleid van de gemeente was cultuur lange tijd eenondergeschoven kind, maar sinds enige tijd ziet ook Heerlen het belang van cultuur als motor vooreconomie en samenleving. Dit heeft geleid tot een stroom van nieuwe ontwikkelingen op hetgebied van cultuur. Vandaar mijn keuze de Gemeente Heerlen te benaderen als opdrachtgever voormijn Final Project.In een oriënterend gesprek wees Greetje van Geemert, strategisch beleidsmedewerker binnen decluster Cultuur, mij op het onlangs gepresenteerde galerieplan van Michel Huisman. Het galerieplanheeft als doel Heerlen een culturele impuls te geven die de leegstand niet alleen camoufleert, maarinzet als middel door in leegstaande panden hoogwaardige kunstgaleries te openen onder hetgezag van een specialist in het scouten van jonge en betekenisvolle internationale kunst.Langdurige werkzoekenden, krijgen de kans in deze galeries werkervaring op te doen, terwijl hetomliggende straatbeeld aan beleving wint.Hoewel het plan enthousiast ontvangen is door de gemeente Heerlen, was verder onderzoekbetreffende het galerieplan noodzakelijk. Met name om te achterhalen of het galerieplan aansluitop de politieke doelstellingen van Heerlen en het voornemen van de gemeente hoger in te zettenop de voordelen van de creatieve industrie voor de stad. Daarnaast was het van belang teonderzoeken onder welke omstandigheden de betrokken partijen bereid zijn deel te nemen aan hetgalerieplan, gezien Michel Huisman er niet aan toegekomen is zijn bevindingen op draagvlak tetoetsen.Doel binnen dit onderzoek is dan ook het galerieplan van Michel Huisman operationeel te maken inhet licht van het gemeentelijk beleid van Heerlen, de creatieve industrie en de betrokken partijen.Hiervoor vindt u in dit document allereerst een analyse van het originele galerieplan volgens MichelHuisman. Deze analyse is middels literatuur- en bronnenonderzoek (deskresearch) afgezet tegende politieke doelstellingen van de Gemeente Heerlen en de creatieve industrie. Uiteindelijk heeft ditgeresulteerd in een politieke vertaalslag van het galerieplan.Via een stakeholdersanalyse zijn de belangrijkste spelers binnen het galerieplan achterhaald enonderverdeeld in vijf clusters, te weten: - sociale werkgelegenheid - opleidingen - curatoren - stadsplanning - pandbeheerPer cluster zijn respondenten geselecteerd, aan wie ik de politieke vertaling van het galerieplan hebvoorgelegd in de vorm van semi-gestructureerde interviews.De conclusies en aanbevelingen zijn gefundeerd op de verbinding die gemaakt is tussen deresultaten van het literatuur- en bronnenonderzoek en de waarnemingen die gedaan zijn bij derespondenten (betrokken partijen). Deze conclusies en aanbevelingen bieden bouwstenen enhandvatten om optimaal draagvlak te creëren onder de betrokken partijen, waarmee dewerkbaarheid van het galerieplan gegarandeerd is.Final Project 9Birgit van Melick
  10. 10. Tot slot wil ik benadrukken dat het hier om een kwalitatief onderzoek gaat, waarvan de uitkomstenalleen als indicatie gebruikt mogen worden. Ze kunnen niet gekwantificeerd of gegeneraliseerdworden.LeeswijzerOm een helder beeld te scheppen van de opbouw van mijn onderzoeksrapport is de volgendeleeswijzer opgesteld:Final Project 10Birgit van Melick
  11. 11. 2. Een politieke vertaalslagHoewel er binnen de gemeente Heerlen inmiddels een groot draagvlak is ontstaan voor hetgalerieplan van Michel Huisman, is een politieke vertaalslag nodig. Om deze vertaalslag te kunnenmaken wordt in dit hoofdstuk eerst een kenschets gegeven van het originele galerieplan volgenskunstenaar Michel Huisman, gevolgd door een koppeling van zijn plan aan de discussienotaCentrumVisie Heerlen (2005), de Strategische Beleidsnota Cultuur 2006-2015 en het MeerjarigBestuursplan 2007-2010 van de gemeente Heerlen. Deze koppeling van het galerieplan aan depolitieke doelstellingen van de gemeente Heerlen wordt vervolgens geplaatst in de context van decreatieve industrie, met als uitkomst een politieke vertaling van het galerieplan van MichelHuisman die gepresenteerd kan worden aan de betrokken partijen.2.1 Galerieplan Michel HuismanMichel Huisman is van beroep beeldend kunstenaar en woont en werkt in Heerlen. Hij besloot eenaantal jaren geleden tijdelijk zijn werkterrein te verleggen op zoek naar mogelijkheden ietsconstructiefs bij te dragen aan de ontwikkeling van het stadsgezicht van Heerlen, de stad waarinhij is opgegroeid. Hij startte met een zorgvuldig belevingsonderzoek met betrekking tot debinnenstad. Om te kunnen overtuigen moeten steden, volgens Huisman, namelijk een brongebiedzijn van schoonheid, geborgenheid, kansen, dynamiek en historie. ‘Dit betekent dat het stadsimagonauw samenhangt met cultuur. Het hart van een stedelijk gebied is het aangezicht. Daar moet hetgebeuren: de vonk, de hoop, de kansen, de schoonheid. Die opvatting van ‘cultuur’ is bepalendvoor een stadsimago.’1 Wat dat betreft is Heerlen diffuus, als een vlek: ‘Er zijn nog te weinigplekken waar je de stad ‘een hand kan geven’ of zelfs kunt omarmen. Intimiteit en warmte zijn erdun gezaaid. Het winkelaanbod is goed, maar mist kleinschaligheid en avontuur.’’2 Tevensconcludeert hij dat onder andere de leegstand momenteel zorgt voor een negatieveinvesteringsspiraal en een algeheel gevoel van verval, karakterarmoede en leegloop. Hetgalerieplan is een reactie op deze ontwikkelingen.Om in dit rapport een correcte weergave te geven van het originele galerieplan, ben ik mijnonderzoek gestart met een één op één gesprek met Michel Huisman. In dit gesprek kwamen devolgende onderdelen, doelen, deelnemers en randvoorwaarden naar voren:Onderdelen - het opknappen en onderhouden van leegstaande panden in de binnenstad; - het plaatsen van vijfentwintig tijdelijke, hoogwaardige kunstgaleries in leegstaande panden onder het gezag van een specialist in het scouten van (jonge) betekenisvolle internationale kunst;1 Citaat Michel Huisman in Parkstad.Magazine, nummer 1, maart 20072 Citaat Michel Huisman in Parkstad.Magazine, nummer 1, maart 2007Final Project 11Birgit van Melick
  12. 12. - exploitatie en beheer van de kunstgaleries laten uitvoeren door langdurig werkzoekenden met behoud van uitkering (sociale werkgelegenheid); - een terugkerend evenement, dat om de zes weken plaats zal vinden, ter verwelkoming van de nieuwe kunstenaars die tijdelijk intrek nemen in de kunstgaleries om hun werk te exposeren.Doelen: - een internationaal opvallende culturele impuls creëren die de leegstand niet alleen camoufleert, maar tevens inzet als middel; - het galerieplan is bedoeld als springplank voor de hedendaagse kunst; - langdurig werkzoekenden de kans bieden werkervaring op te doen op het gebied van cultureel ondernemerschap met behoud van uitkering (verschaffen van sociale werkgelegenheid); - de langdurige leegstand en verpaupering van particuliere panden in het centrum tegen te gaan door er tijdelijke kunstgaleries in te plaatsen met als doel dat de eigenaren hun panden sneller verhuurd/ verkocht zien; - het straatbeeld aan beleving laten winnen wat zal leiden tot een aanzienlijke verbetering van het stadsaangezicht en daarmee het stadsimago van Heerlen.Deelnemers: - gemeente Heerlen (afdeling Stadsplanning, Sociale Zaken en Welzijn, cluster Cultuur); - pandbeheerders; - langdurig werkzoekenden die afhankelijk zijn van een uitkering; - curator/ scout.Randvoorwaarden: - het opknappen van de panden bestaat uit licht opknapwerk: verven, gevelwijziging; deze werkzaamheden worden verricht door een team van mensen met behoud van uitkering; - de galeriehouders, verantwoordelijk voor de exploitatie en het beheer van de kunstgaleries, vallen ook onder sociale werkgelegenheid; zij zijn autonome personen en hebben dus geen relatie tot de kunstenaar(s); tevens moeten zij zich committeren aanwezig te zijn: zijn of haar naam wordt op het pand vermeld; - de banen die gecreëerd worden door middel van sociale werkgelegenheid zijn voor personen van alle leeftijden; de criteria die worden gesteld voor deelname aan het project zijn: een representatief voorkomen en liefde voor het vak; - een kritieke massa is van belang; een of twee panden leveren weinig resultaat. - de pandeigenaren moeten hun panden ‘om niet’3 beschikbaar stellen en ze krijgen eenmalig de kans deel te nemen aan het galerieplan. Aan een ‘nee’ is de consequentie verbonden dat ze voorgoed worden uitgesloten van deelname; - alles vindt gelijktijdig plaats: één looproute, gelijke openingstijden;3 Het ‘om niet’ vrijgeven van een pand houdt in dat de eigenaar geen huur ontvangt voor het beschikbaarstellen van het pand.Final Project 12Birgit van Melick
  13. 13. - de kwaliteit van de kunstenaars moet worden bewaakt door een zwaargewicht. Hij/zij zal verantwoordelijk zijn voor het scouten van kwalitatief hoogwaardige kunstenaars van (inter)nationale allure en tevens optreden als overkoepelend aanspreekpunt voor alle panden/kunstgaleries; - (eu)regionaal karakter; - er is geen plafond voor de kunst. De kunstenaar mag zijn eigen prijs bepalen. Daarnaast wordt een courtage vastgesteld, wat verdeeld wordt onder de galeriehouder, de gemeente en eventueel andere betrokken partijen; - Iedere zes weken zal er een feestelijke opening voor de (nieuwe) kunstenaars plaatsvinden in het centrum van Heerlen. Dit evenement geldt als visitekaartje voor de stad.Kortom: ‘Dit mes snijdt zelfs aan vier kanten! De stad krijgt een internationaal opvallende cultureleimpuls, de eigenaren van de panden zien hun pand sneller verhuurd, de straten zijn weer intact enmensen die zelfstandig willen worden kunnen het eerst proberen. De organisatie, de begeleiding,drukwerk en openingen zijn gecoördineerd en één keer in de zes weken gonst het in Heerlen doorde openingen in vijfentwintig galerieën tegelijk.’42.2 Beleid gemeente HeerlenZoals eerder vermeld draagt de gemeente Heerlen het plan van Michel Huisman een warm harttoe. Het is nu echter van belang te onderzoeken of zijn plannen, uiteengezet in de vorigeparagraaf, ook daadwerkelijk aansluiting vinden bij de politieke doelstellingen van de gemeenteHeerlen. Deze doelstellingen staan vermeld in verschillende beleidsdocumenten, opgesteld door degemeente Heerlen. Binnen dit onderzoek heb ik ervoor gekozen de discussienota CentrumVisieHeerlen (2005), de Strategische Beleidsnota Cultuur 2006-2015 en het Meerjarig Bestuursplan2007-2010 (MBP) van de gemeente Heerlen nader te onderzoeken op mogelijke raakvlakken methet galerieplan om zo een politieke vertaalslag te creëren.2.2.1 Meerjarig bestuursplan 2007-2010Het MBP van de gemeente Heerlen is opgesteld door het huidige college van Burgemeester enWethouders en dient als leidraad voor het beleid en de uitvoeringsactiviteiten van de gemeentevoor de gehele collegeperiode. In het algemene programmaplan komt naar voren dat hetperspectief voor Heerlen, volgens het college, met name afhankelijk is van de aanwezige jeugd. Degemeente is van mening dat zij haar toekomst veilig kan stellen door gericht te sturen op behouden ontwikkeling van jongeren. Om dit te stimuleren wil zij met name inzetten op een bruisendstadscentrum en perspectief op werk voor de jeugd. Hoewel in het originele plan van Huisman nietdirect aandacht wordt besteed aan jongeren, biedt het plan wel perspectief voor een bruisend4 Citaat Michel Huisman in Parkstad.Magazine, nummer 1, maart 2007Final Project 13Birgit van Melick
  14. 14. centrum. Zo wint het straatbeeld aan beleving en vindt er iedere zes weken een feestelijke openingplaats.Een ander algemeen speerpunt van het college is de participatiegraad van de burgers in Heerlen teverhogen: ‘Het gaat dan niet alleen om het belang van het participeren vanuit sociaal oogpuntmaar ook om de brede participatie voor de ontwikkeling van de stad op economisch maar vooralook cultureel gebied’5 Om dit te verwezenlijken wil de gemeente onder andere inzetten op hetverder ontwikkelen van de binnenstad tot (cultureel) centrum van de Parkstad en het inrichten vanpersoonsgerichte reïntegratietrajecten. Met name deze laatste maatregel sluit aan op dedoelstelling van Huisman om langdurig werkzoekenden de kans te bieden werkervaring te doen ophet gebied van cultureel ondernemerschap om uiteindelijk weer zelfstandig aan de slag te gaan.Implementatie van het galerieplan zal zeker bijdragen aan de ontwikkeling van de binnenstad totcultureel centrum.Wanneer er binnen het MBP gekeken wordt naar het programmaplan Economische stimulering, zijner duidelijk raakvlakken met het galerieplan van Huisman. Zo kent het college het belang vanculturele voorzieningen: ‘Goede culturele, recreatieve en sportvoorzieningen zijn van groot belangvoor het leefklimaat van de huidige burgers van Heerlen en vormen een belangrijkevestigingsfactor voor nieuwe bewoners en bedrijven. Bovendien leveren investeringen in onderandere cultuur werkgelegenheid op, waarmee deze sectoren ook een bijdrage leveren aan destedelijke economie.’6Het college wil dan ook investeren in de producenten van cultuur, met speciale aandacht voor debeeldende kunsten. Het college is van mening dat evenementen van culturele aard in en rondomhet centrum de levendigheid van de stad bevorderen. Gezien deze levendigheid van de stad hoogin het vaandel van de gemeente staat, kunnen de festiviteiten rondom de openingen van dekunstgaleries een welkome bijdrage zijn.Binnen het programma Sociale infrastructuur wordt, in overeenstemming met het plan vanHuisman, gehamerd op het aanhalen van participatie in het kader van sociale werkgelegenheid.Een toekomstperspectief bieden voor maatschappelijk kwetsbare groepen die als gevolg vaneconomische omstandigheden extra aandacht en solidariteit verdienen. Ook ziet het college cultuurals middel om de participatiegraad van de burgers aan de samenleving te vergroten.Het programma Leefomgeving wil toewerken naar een prettige leefomgeving: “Een prettigeleefomgeving heeft een positieve uitwerking op het welbevinden van de bewoners en de bezoekersvan Heerlen en speelt daardoor een belangrijke rol als het gaat om gevoelens van binding en trotsbij burgers.”7 Hierin streeft het college naar een omgeving waar burgers zich thuis en veilig voelen.Het plaatsen van kunstgaleries in leegstaande particuliere panden kan indirect gezien worden alseen maatregel ter bevordering van de veiligheid. Doordat het straatbeeld weer aan beleving winten er een stroom van mensen ontstaat, zullen vandalen minder snel toeslaan en wordtverpaupering van de omgeving bestreden. Wat betreft het programma ruimtelijke ontwikkelingverwijs ik naar de integrale CentrumVisie, die in de volgende paragraaf behandeld wordt, geziendeze door het college als leidend wordt beschouwd.5 Meerjarig Bestuursplan 2007-2010, Gemeente Heerlen, p.116 Meerjarig Bestuursplan 2007-2010, Gemeente Heerlen, p.147 Meerjarig Bestuursplan 2007-2010, Gemeente Heerlen, p.22Final Project 14Birgit van Melick
  15. 15. 2.2.2 Discussienota integrale CentrumVisie Heerlen (2005)‘In de meeste steden is de binnenstad de drager van het imago van de hele stad. Iederekwaliteitsslag die in het centrum kan worden bereikt, verbetert het imago van de hele stad enregio.’8 In het kader van de ontwikkeling van een levendig en herkenbaar stadshart is in 2005 dediscussienota integrale CentrumVisie Heerlen opgesteld. Hierin zijn hoofdlijnen uiteengezet vooreen met name integrale aanpak van de ontwikkeling van de binnenstad. Om het integrale karaktervan de visie vorm en inhoud te geven zijn besprekingen gevoerd en tevens documentenuitgewisseld met diverse beleidsvelden, te weten: Cultuur, Economie, Sociale Veiligheid,Volkshuisvesting, Leefmilieu en Beheer en Onderhoud. Naar aanleiding van de discussienotaintegrale CentrumVisie Heerlen zijn een aantal werkplaatsen georganiseerd, waaronder eenwerkplaats Cultuur en Economie. De algemene conclusies van deze werkplaats zijn inmiddelsbekend en daarom meegenomen in dit onderzoek.In de CentrumVisie wordt de leegstand in Heerlen als een cruciaal probleem gezien. Debraakliggende terreinen en panden leiden tot verval en het doorzetten van een negatieve spiraal.Daarmee dragen ze bij aan een slechte uitstraling van de stad. Deze locaties zijn moeilijk tebeheren. De gemeente is dan ook van mening dat de integrale herontwikkeling opgepakt en verderuitgewerkt zou moeten worden, opdat cruciale plekken in de stad binnen afzienbare termijn eenverbetering ondergaan. Het gaat dan vooral om de leegstand aan de rand van de binnenstad ennabij de toegangswegen, in het bijzonder de clusters in het noordoosten; Oranje Nassaustraat,Geleenstraat, Willemstraat en de Pancratiusstraat.9 ‘Een groot nadeel van de leegstand om en nabijdeze aanlooproutes is dat elke bezoeker van de binnenstad via deze weg naar het centrum komt.Dat betekent dat elke bezoeker eerst een slecht beeld krijgt van Heerlen alvorens in het stadshartte komen.’10 Door middel van verandering en uitbreiding van de loopcircuits kan de binnenstad inzijn geheel interessanter worden gemaakt voor activiteiten van winkelen en cultuur, waardoor deaanlooproutes drukker worden bezocht. Hierdoor wordt het voor investeerders tevensaantrekkelijker zich aan deze routes te vestigen.Bij het uitstippelen van deze nieuwe (aan)looproutes kan de gemeente Heerlen de kunstgaleriesinzetten als middel om langs deze route het straatbeeld aan beleving te laten winnen en zo eenaantrekkelijker vestigingsklimaat te creëren. De kunstgaleries samen vormen een collectief; zewerken met hetzelfde concept, dezelfde huisstijl en openingstijden. Deze samenhang tussen deverschillende kunstgaleries moet er voor zorgen dat men tijdens een bezoek meerdere galeries wiltbezoeken. Bezoekers van het galerieplan zorgen daarmee voor een circulatie van mensen langs dedoor de gemeente beoogde (aan)looproutes. Dit sluit aan op de visie dat culturele voorzieningenvoor het publiek zichtbaar in de binnenstad geconcentreerd dienen te zijn en op het feit dat in dealgemene conclusies van de werkplaats Cultuur een vastgoedwaarde is openomen voor devestiging van galeries.8 Integrale discussienota CentrumVisie Heerlen, Gemeente Heerlen, 2005, p.49 Voor ligging van deze gebieden zie kaart Heerlen Centrum in bijlage I10 Integrale discussienota CentrumVisie Heerlen, Gemeente Heerlen, 2005, p.6Final Project 15Birgit van Melick
  16. 16. De CentrumVisie pleit voor het intensiveren van de cultuuraspecten in de binnenstad, zodat er eenaantrekkelijk en creatief klimaat tot stand wordt gebracht. De gemeente is van mening datpositieve cultuur en kunstimpulsen resulteren in een vergroting van het zelfbewustzijn en dedynamiek van de stad. Hierin moet ook aandacht geschonken worden aan culturele evenementeninteressant voor alle lagen van de samenleving.De werkplaats cultuur en economie trekt eveneens de conclusie dat Kunst en Cultuur letterlijk enfiguurlijk meer naar buiten gedragen moeten worden. Dit wilt zij onder andere bereiken door hetaccent te leggen op festivals om zo meer ‘reuring’ op straat te veroorzaken. Er moet een koppelinggemaakt worden tussen de kunstgaleries en de openbare ruimte, horeca en winkels zodat de staddoordrenkt is van het festival.In de algemene conclusies van de werkplaats Cultuur is een strategie uitgestippeld om Heerlenverder te profileren als energieke stad. Kunst en Cultuur worden daarbij gezien als belangrijkemotor voor economische ontwikkelingen en worden ingezet om de doelen van de CentrumVisie tebereiken.De thema’s energie en duurzaamheid staan centraal bij de inzet van cultuur in het centrum.Aansluitend hierop zijn de volgende vier prioriteiten gesteld in het centrum:1 versterking en uitbreiding van bestaande culturele instellingen;2 uitbreiden van culturele activiteiten;3 inzetten op kunst in openbare ruimte;4 inzetten op de creatieve industrie.Punt een en vier sluiten aan op het galerieplan op basis van eerder genoemde bevindingen en hetfeit dat de kunstgaleries onder de kunst- en erfgoedsector vallen, onderdeel van de creatieveindustrie.Al met al kan geconcludeerd worden dat binnen de CentrumVisie Heerlen en de algemeneconclusies van de Werkplaats Cultuur voldoende ruimte en draagvlak bestaat voor een dergelijkinitiatief als het galerieplan.2.2.3 Strategische Beleidsnota Cultuur 2006-2015De Strategische Beleidsnota Cultuur is een beleidsvisie, die voor de komende jaren de kaders enprioriteiten aangeeft voor het gemeentelijke cultuurbeleid. Bij de totstandkoming van destrategische beleidsnota cultuur is gekozen voor een interactief proces, waarbij een analyse isgemaakt van de wensen en behoeften vanuit het culturele veld. Cultuur wordt ook in dezebeleidsnota beschouwd als motor voor economische ontwikkeling en als belangrijke bedrijfstak diehet imago van de stad kan verbeteren. De gemeente Heerlen heeft daarin als taak derandvoorwaarden te scheppen voor culturele ontwikkeling, de inhoudelijke invulling van hetcultuurbeleid moet aan het culturele veld worden overgelaten. Hierin is behoefte aanprofessionalisering.Final Project 16Birgit van Melick
  17. 17. Voor de gemeente betekent dit duidelijke communicatie en een duidelijk aanspreekpunt zijn voorhet veld. Bij het culturele veld is er behoefte aan professionalisering op het gebied vanbedrijfsmatig werken, marketing en PR en cultureel ondernemerschap. Ondersteuning endeskundigheidsbevordering zijn hiervoor noodzakelijk. In het kader van professionalisering is hetook van belang afstand te creëren tussen de gemeente en de culturele instellingen om cultureelondernemerschap te stimuleren. De instellingen kunnen dan zelf meer extern gericht opereren enbruikbare samenwerkingsverbanden aangaan met het bedrijfsleven.De prioriteiten voor culturele ontwikkeling zijn vertaald naar de volgende beleidsspeerpunten: - voltooiing bestaande ontwikkelingen; - inzetten op jeugd en jong talent; - versterking productieklimaat en bijdrage actieve cultuurparticipatie; - versterkend voor centrumfunctie van stad; - imagoversterkend voor de stad; - bevordering integraliteit, dwarsverbanden en samenwerking binnen het culturele veld.Opmerkelijk is dat het galerieplan in zijn huidige context weinig raakvlakken vertoont met destrategische beleidsnota cultuur. De reden is dat deze nota met name gebaseerd is op deontwikkelingen gerelateerd aan de al bestaande culturele instellingen.Het plan vertoont wel overeenstemming met de volgende twee beleidsspeerpunten: - versterkend voor centrumfunctie van stad Door de leegstaande panden tijdelijk te vullen met kunstgaleries draagt het galerieplan bij aan verdichting van het centrum. Dit wordt in de strategische beleidsnota cultuur gezien als kans voor het bevorderen van zowel de culturele aantrekkelijkheid als de ruimtelijke karakteristiek. Beide dragen bij aan een fysiek aantrekkelijke stad en betekenen een impuls voor stedelijke dynamiek en creatieve industrie. - imagoversterkend voor de stad Culturele evenementen dragen bij aan een sterk en creatief beeld van de stad en zorgen tevens voor een toeristische aantrekkingskracht. De festiviteiten rondom de zeswekelijkse opening zijn laagdrempelig van karakter en dragen daarmee bij aan een verhoging van de culturele participatiegraad onder burgers als toeristen. Hiermee kan het ‘trots op…-gevoel’ versterkt worden, wat het imago van de stad bevordert.De strategische beleidsnota cultuur besteed veel aandacht aan de relatie tussen cultuur eneconomie in het licht van de creatieve industrie. De gemeente wilt deze relatie onder anderezichtbaar maken door zorg te dragen voor een vestigingsklimaat voor cultureel ondernemers. Hetgalerieplan kan als een springplank fungeren voor startende ondernemers die zich verder willenontwikkelen op het gebied van cultureel ondernemerschap. In de vorm van een sociale werkplekworden zij klaargestoomd voor een eventuele baan binnen de creatieve industrie11.Om het (eu)regionale karakter van het galerieplan te waarborgen, biedt de ligging van Heerlen veelperspectief. De stad opereert meer en meer op wisselende schaalniveaus. Zo vormt Heerlen het11 Meer informatie met betrekking tot de creatieve industrie volgt in paragraaf 1.2Final Project 17Birgit van Melick
  18. 18. energieke hart van Parkstad Limburg12 en werkt het actief samen op diverse terreinen binnen deTripool13. Ook de nabijheid van steden als Keulen, Aken, Luik en Antwerpen biedt perspectief voorgrensoverschrijdende samenwerking, die met name het Europese karakter van het galerieplan kanversterken.Aansluitend op de strategische beleidsnota cultuur is ‘de culturele agenda van Heerlen 2009-2012’geschreven, waarin de strategie op het gebied van cultuurbeleid voor de komende jaren isuitgestippeld. Deze strategie komt voort uit een analyse van de sterktes en zwaktes en kansen enbedreigingen voor de stad, ook wel SWOT14 genoemd. Deze SWOT kunt u vinden op de volgendepagina.Uit de culturele agenda voor 2009-2012 blijkt dat de culturele basisinstellingen, organisaties eninitiatieven nog aan kracht te winnen hebben. ‘We hebben het dan over de gistende tussenlaag,waaruit de nieuwe en vernieuwende initiatieven komen, waar een stad zich mee kan onderscheidenen profileren.’15 Om dit te bereiken gaat de gemeente Heerlen de komende tijd inzetten op meerruimte, zowel fysiek als financieel, voor de beeldende kunst, de nieuwe media, film en literatuur.Tevens wil zij het productieklimaat versterken om zich zo als productiestad te kunnen profileren.Ondersteuning van jonge starters en stimulering van talentontwikkeling van jeugd en jongeren, zaluiteindelijk moeten leiden tot een groei van het aantal banen in de creatieve sector met dertigprocent in 2012. Samenwerking met het bedrijfsleven, het Starterscentrum Zuid-Limburg endiverse opleidingen staat hierin voorop.De gemeente wil focus aanbrengen op de festivals en evenementen. Hierin streeft de gemeentenaar meer differentiatie en spreiding van festivals en evenementen door het jaar. Dit vanwege hetfeit dat een aanbod van cultuur dat zich kenmerkt door diversiteit en toegankelijkheid vooriedereen een belangrijke voorwaarde is voor een goed vestigingsklimaat voor bedrijven eninstellingen en voor een goed woonklimaat voor de huidige bewoners. In het gemeentelijkeevenementenbeleid wordt Heerlen omschreven als ‘warm en menselijk, een beetje ruw enongepolijst, met respect voor zijn verleden en met een positieve eigentijdse instelling op weg naarde toekomst.’16 In deze context kiest de gemeente voor evenementen met een eigenwijs concept,waarin cultureel ondernemen lef vertoont.Van belang is ook dat deze evenementen een positief historisch besef en een optimistischtoekomstbeeld weten uit te beelden. Het galerieplan wil, met betrekking tot het historische besef,de oude binnenstad in ere herstellen door nu nog leegstaande panden op te knappen en om tetoveren tot kunstgaleries om zo bij te dragen aan een dynamische en aantrekkelijke stad. Hetevenement rondom de openingen van de kunstgaleries zal acht keer per jaar moeten plaatsvinden.12 Parkstad Limburg is een samenwerkingsverband tussen 7 gemeenten, te weten: Heerlen, Kerkrade,Landgraaf, Brunssum, Simpelveld, Voerendaal en Onderbanken. Samen werken zij aan de kansen enmogelijkheden van de regio. Dat betekent dat zij voorzieningen, welvaart, welzijn en de sociale samenhangvoor haar inwoners op peil willen houden en verbeteren.13 Tripool Zuid-Limburg is een samenwerkingsverband op allerlei gebieden tussen de gemeenten Heerlen,Maastricht en Sittard-Geleen.14 Strengths, Weaknesses, Opportunities, Threats.15 Gemeente Heerlen, ‘Heerlen bloeit op; een nieuwe culturele lente is begonnen. De culturele agenda vanHeerlen 2009-2012.’ Concept 13 juni 2007, p.716 Evenementen in Heerlen, Gemeente Heerlen, 20 november 2006Final Project 18Birgit van Melick
  19. 19. Sterke punten Zwakke punten - veel creativiteit - nagenoeg ontbreken van cultuurproductie - jong en avontuurlijk - geen vrij budget voor vernieuwing en - vernieuwend productie - veel energie - veel geld in stenen, relatief weinig in - podiuminfrastructuur programmering - sterke culturele basisinfrastructuur - geen structurele financiële basis voor een - veel laagdrempelige festivals & evenementen aantal cultuurinstellingen die onderscheidend - aandacht voor (v)mbo-ers zijn voor de stad - grote organisatiekracht - subsidiestelsel organisch gegroeid, niet - veel amateurkunst: vooral harmonie/fanfare gebaseerd op beleidskeuzes - veel kracht binnen verenigingen - geen actueel beleid Kunst in de Openbare - veel vrijwilligers Ruimte - sterke drift tot overleven - geen actueel atelierbeleid - veel contact tussen cultuur en - geen actueel amateurkunstenbeleid wijkcontactambtenaren - samenhang binnen cultuur ontbreekt - cultuur als motor van stedelijke ontwikkeling - veel eilandjes, weinig dwarsverbanden erkend - slecht imago, weinig identiteit, weinig trots en - cultuur als profilering van de stad erkend weinig zelfvertrouwen - mijnverleden heeft geen plek gekregen cultureel erfgoed zwak gepositioneerdKansen Bedreigingen - gebiedsgericht cultuurbeleid/ provincie - laag opleidingsniveau - samenwerking met het bedrijfsleven - leegstand in de stad - samenwerking met het ROC (mbo- - eenzijdige werkgelegenheid opleidingen) - hoge werkeloosheid - denken in Parkstad - weinig banen voor jongeren - denken in Tripool - weinig aanwezigheid kennistechnologie - samenwerking met Hogeschool Zuyd - ontbreken van jongerenhuisvesting (Cultuur en toerisme, Communicatie en - te veel ambitie tegelijk Media Design (CMD), Hogeschool voor de - concurrentiegevoelens binnen Parkstad Kunsten (HK) - concurrentiegevoelens binnen Tripool - ligging in de Euregio - samenwerking met Aken, universiteit en cultuur - innovatie – vb Trilandis Avantis - verbinden van het nu met de historie van de glorietijd – culturele roots doortrekken - sociale herstructurering in wijken – prachtwijkenFiguur 1 (Bron: ‘Heerlen bloeit op; een nieuwe culturele lente is begonnen. De culturele agendavan Heerlen 2009-2012.’ Concept 13 juni 2007)Final Project 19Birgit van Melick
  20. 20. Hiermee is spreiding door het jaar gewaarborgd. Doordat iedere zes weken nieuwe kunstenaarsaan bod komen, ontstaat er diversiteit: iedere opening heeft zo zijn eigen karakter, waarmeedifferentiatie gewaarborgd is. Tot slot toont het galerieplan lef door langdurig werklozen in tezetten om van de galeries een succes te maken. Het biedt deze mensen toekomstperspectief doorze in aanraking te brengen met het cultureel ondernemerschap. Het galerieplan sluit hiermee aande keuze die de gemeente zich heeft voorgenomen ten aanzien van het evenementenbeleid.2.2.4 Inzetten op jeugd en jong talentBestuderen van de verschillende beleidsdocumenten, levert de volgende conclusie op: hetgalerieplan sluit nauw aan op de gestelde politieke doelen. Aan één belangrijk beleidsspeerpuntwordt echter niet voldaan: inzetten op jeugd en jong talent. Zowel in het MBP als de StrategischeBeleidsnota Cultuur wordt de jeugd, met oog op de toekomst, als meest relevante doelgroepbeschouwd. Om een politieke vertaalslag van het plan sluitend te maken is het dan ook van belangom de jeugd en jong talent meer bij het plan te betrekken.2.3 De creatieve industrieZowel in de Integrale CentrumVisie Heerlen als in de Strategische Beleidsnota Cultuur 2006-2015,wordt het begrip creatieve industrie verscheidene malen aangehaald als belangrijk economischspeerpunt voor de stad. Een duidelijke definitie wordt echter niet gegeven. Deze paragraaf gaatverder in op de achtergrond en definiëring van de creatieve industrie, gespecificeerd naar hetbelang van de creatieve industrie voor de Zuidelijke Tripool. Naar aanleiding van deze uiteenzettingzal ik aangeven waar de kansen voor de stad Heerlen liggen met betrekking tot de creatieveindustrie om vervolgens te bezien in hoeverre het galerieplan17 perspectief biedt voor deze kansen.2.3.1 Creatieve klasseIn het spoor van Richard Florida, die wereldwijd het belang van de creatieve klasse voor stedelijkeontwikkeling onder de aandacht bracht, richten veel steden zich op het aantrekken van de 18creatieve industrie. In zijn boek ‘The Rise of the Creative Class’ laat hij zien dat investeringen incultuur, maar ook de aanwezigheid van de creatieve industrie, bijdragen aan de concurrentie- eninnovatiekracht van regio’s.19 Daarnaast beweert Florida dat regio’s die economisch willeninnoveren en excelleren niet zonder de creatieve klasse kunnen. Het is daarom van belang creatief17 De conclusies voortkomend uit de politieke vertaalslag (paragraaf 1.2) van het galerieplan komen hier ookaan de orde.18 Florida, R. (2002). The Rise of the Creative Class, and how it’s transforming work, leisure, community &every day life. New York: Basic Books19 Rutten, P., W. Manshanden, G. Bodea en W. Jonkhoff. De Creatieve Industrie inde Zuidelijke Tripool Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen. Delft 2005Final Project 20Birgit van Melick
  21. 21. personeel optimaal te faciliteren door te zorgen voor een aantrekkelijk woon- en leefklimaat;culturele voorzieningen en een tolerante en open sfeer zijn daar belangrijke onderdelen van.Immers, zo stelt Richard Florida, laat de creatieve klasse zich primair door een dergelijk klimaataanspreken en zoekt daarna pas een werkgever uit. Hiermee oefent de aanwezigheid van decreatieve klasse aantrekkingskracht uit op hoogwaardige bedrijven die kunnen zorgen voor ditowerkgelegenheid—:’Companies increasingly go, and are started, where talented and creative peopleare’.20Naast het feit dat deze creatieve klasse functioneert als vestigingsfactor, zorgt zij bovendien vooreen impuls van de lokale economie door intensief gebruik te maken van de stedelijkevoorzieningen. Dit in verband met haar hedonistische levenstijl; de creatieve klasse wil zowel hardwerken als van het leven genieten. Investeringen in cultuur en de aanwezigheid van creatieveindustrie zorgen niet alleen voor het aantrekken van creatief en innovatief talent, ze dragen tevensbij aan het behoud van nieuw opgeleid talent.Florida definieert de creatieve klasse als een samenstelling uit de beroepsbevolking voor wiecreativiteit en innovatie de belangrijkste arbeidsinbreng is. De indeling van de creatieve klassevolgens Florida is niet gebaseerd op opleidingsniveau, maar op beroepsgroepen. Hij onderscheidt: - de super creative core (waaruit creatieve en innovatieve ideeën ontstaan): ICT’ers, wiskundigen, architecten, ingenieurs, (para-)medici en sociale wetenschappers, onderwijzers en de zogenaamde bohemiens; - de creative professionals (de creatieve uitvoerders van de creatieve ideeën uit de super creative core): managers, financieel en commercieel experts, juristen en technici.De Nederlandse definitie van de creatieve klasse wijkt hier vanaf, gezien Nederland eenaanmerkelijk ander schaalniveau vertoont dan Amerikaanse stedelijke gebieden, waarop hetconcept van Florida gebaseerd is. Waar Florida de creatieve klasse erg ruim opvat – zo bestempelthij hele bedrijfstakken als creatief – hebben de onderzoekers Gerard Marlet en Clemens vanWoerkens gekozen voor een meer precieze beroepsgroepenclassificatie. Zij komen tot de volgendedefinitie van de Nederlandse creatieve klasse:‘De Nederlandse creatieve klasse staat model voor en wordt verondersteld de motor te zijn achterde kennisintensieve economie. Het moet gaan om mensen die met innovatieve, creatieve ideeën enesthetische producten meer dan gemiddeld productief zijn en meer toegevoegde waardegenereren, mensen die door denken en minder door doen een bijdrage leveren aan de economie.’21Zij is onder te verdelen in: - de kern van de Nederlandse creatieve klasse: wetenschappers en onderzoekers, innovatieve ICT’ers, architecten, ingenieurs, tv-makers, journalisten en bohemiens (musici, vormgevers, schrijvers en kunstenaars. Niet: overheid, inclusief onderwijs. Wel: hoogleraren en wetenschappelijk onderzoekers. - de uitvoerders van creatieve ideeën in kennisintensieve economische sectoren.2220 Florida, R. (2002). The Rise of the Creative Class, and how it’s transforming work, leisure, community &every day life. New York: Basic Books. P.28321 Marlet, G.A. & C.M.C.M. van Woerkens (2004). Atlas voor gemeenten 2004. Utrecht: Stichting Atlas voorGemeenten. P.1222 Marlet, G.A. & C.M.C.M. van Woerkens (2004). Atlas voor gemeenten 2004. Utrecht: Stichting Atlas voorGemeenten. P.13,14.Final Project 21Birgit van Melick
  22. 22. 2.3.2 Creatieve industrieIn Nederlandse studies omtrent de creatieve industrie wordt niet uitgegaan van eenberoepsgroepenclassificatie, zoals bij de creatieve klasse het geval is, maar van eenbedrijfstakkenclassificatie (vanuit het sectorperspectief). Het gaat daarbij om creativiteit alsproductiefactor van goederen en diensten. ‘Creatieve bedrijfstakken zijn bedrijfstakken die eenesthetische of symbolische waarde toevoegen en/ of de gebruiker of consument betekenisverschaffen of appelleren aan een bepaalde lifestyle’.23 Daarbij vormt de creatie en exploitatie vansymbolische waarde onder consumenten of bedrijven zowel het centrale en bindende element vande creatieve industrie als het belangrijkste onderscheidende kenmerk van de creatieve industrieten opzichte van andere vormen van economische bedrijvigheid.24Wanneer we dus spreken over de creatieve industrie, dan gaat het om een verzameling creatievebedrijfstakken, waar een groot deel van de creatieve productie plaatsvindt.Bij het operationaliseren van het begrip creatieve bedrijfstakken kunnen we de volgende driecategorieën afbakenen (onderverdeeld in branches):Kunsten: - beeldende kunst: fotografie, film, scheppende kunst (zoals schilderijen en - sculpturen); - podiumkunsten: toneel, dans, muziek (klassiek en populair); - festivals, evenementen, tentoonstellingen en recreatiecentra.Media en entertainment: - literatuur, boeken (fictie en non-fictie); - journalistieke media (papier): dagbladen, tijdschriften; - tv en radio; - film.Creatieve zakelijke dienstverlening en vormgeving: - design: interieur en meubels, mode, sieraden ; - architectuur: burgerlijke bouw, stedenbouw; - reclame en grafisch ontwerp.Binnen deze categorieën is er telkens sprake van een bedrijfskolom met dezelfde vier stadia, dieelkaar logisch opvolgen: initiële creatie > productie > distributie en retail. Dit perspectief op debedrijfskolom is gebruikt om een beperkte en een ruime definitie van de creatieve industrie op testellen. De beperkte definitie kan worden beschouwd als ‘creatie’; de ruime definitie als ‘creatie en 25vermarkten’.23 Marlet, G.A. & J. Poort (2005). Cultuur en creativiteit naar waarde geschat. Amsterdam:SEO/ Utrecht:Stichting Atlas voor Gemeenten. P.1124 Rutten, P., W. Manshanden, G. Bodea en W. Jonkhoff (2005). De Creatieve Industrie inde Zuidelijke Tripool Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen. Delft: TNO. P.3425 Raes, S.E.P. & B.P. Hofstede (red.) (2005). Creativiteit in kaart gebracht: Mapping document creatievebedrijvigheid in Nederland. Den Haag: Ministerie van EZ en Ministerie van OCW. P.8Final Project 22Birgit van Melick
  23. 23. Creatieve industrie (beperkte definitie)De beperkte definitie omvat bedrijven, producenten en instellingen die zich bezig houden met deinitiële creatie en die dus nauw betrokken zijn bij het proces. In de praktijk blijkt dat bedrijfstakkenop het vlak van initiële creatie vaak ook de materiële productie realiseren. De materiële productieis in de beperkte definitie alleen meegenomen als betrokken bedrijfstakken daadwerkelijk zowelcreatie als productie realiseren.Creatieve industrie (ruime definitie)De ruime definitie omvat de beperkte definitie plus de rest van de bijbehorende bedrijfskolom: alleproducenten, distributeurs en verkopers die creatieve producten bij de consument brengen. Voor decreatieve zakelijke dienstverlening geldt dat de link met creatie sterk afneemt. Daarom is deproductie en distributie in de categorie creatieve zakelijke dienstverlening niet meegenomen.Final Project 23Birgit van Melick
  24. 24. Creatie Materiële productie Distributie en RetailKunsten - Beeldende kunst, - Beeldende kunst, - Veilingen, kunstuitleen, fotografie fotografie kunst- galerieën en expositieruimten, musea, - Alle podiumkunsten: - Productie van podium- winkels muziek, dans, theater kunsten: muziek, dans, - Theaters, schouwburgen theater en reproductie en en concertgebouwen, - Recreatiecentra, uitgeverij van evenementenhallen, Cd- organisatie van culturele geluidsopnamen winkels evenementen - Recreatiecentra, - Recreatiecentra, evenementenhallen organisatie van culturele evenementen, evenementenhallenMedia en entertainment - Film: Scenario, - Filmproductie incl. - Filmdistributie, bioscopen, Scriptwriting, Pre- ondersteunende filmtheaters, videotheken productie activiteiten - Omroeporganisaties - Productie van radio- en - Productie van radio- en - Openbare bibliotheken, televisieprogramma’s televisieprogramma’s boekwinkels - Schrijven: romans, poëzie, - Uitgeverij en non-fictie boekdrukkerij - Journalistiek - Uitgeverij en drukkerij - Openbare bibliotheken, dagbladen winkels in boeken, tijdschriften en krantenCreatieve zakelijkeDienstverlening - Vormgeving, - Vervaardiging van - Handel in kleding, brillen, modeontwerp, grafisch meubels, kleding, meubels, auto’s ontwerp brilmonturen, auto’s - Handel in computers en enzovoorts software - Gaming, nieuwe media - Gaming, nieuwe media - Projectontwikkeling, - Architectuur, - Algemene burgerlijke en handel in onroerend goed, stedenbouwkundig utiliteitsbouw, monumentenzorg ontwerp projectontwikkeling - Overige reclamediensten - Reclame - DrukkerijenFiguur 2 (Bron: Raes, S.E.P. & B.P. Hofstede (red.) (2005). Creativiteit in kaart gebracht: Mappingdocument creatieve bedrijvigheid in Nederland. Den Haag: Ministerie van EZ en Ministerie vanOCW. P.9)Final Project 24Birgit van Melick
  25. 25. In dit onderzoek hanteer ik de ruime definitie van de creatieve industrie. Hiertoe behoren degaleries en expositieruimtes en de organisatie van culturele evenementen. Daarmee valt hetgalerieplan onder de kunstensector. Uit eerder onderzoek van Gerard Marlet en Joost Poort26 blijktdat met name deze sector vestigingsfactoren produceert als theatervoorstellingen, evenementen,exposities, esthetische gebouwen en monumenten. Juist deze creatieve productie blijkt inNederland meetbaar van belang te zijn voor het vestigingsgedrag van hoogopgeleide en creatievehuishoudens. Hiermee steunt de kunstensector, en dus ook het galerieplan, indirect de lokaleeconomie.2.3.3 Creatieve industrie in de Zuidelijke Tripool27Om antwoord te krijgen op de vraag welke toekomstige rol de creatieve industrie kan spelen in deeconomie van de Tripool, hebben de gemeenten Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen en deprovincie Limburg, TNO onderzoek laten doen naar de omvang en de structuur van de creatieveindustrie in de Tripool.In het hieruit voortgekomen onderzoeksrapport wordt de creatieve industrie opgevat als eenspecifieke vorm van bedrijvigheid die goederen en diensten voortbrengt die het resultaat zijn vanindividuele of collectieve, creatieve arbeid en ondernemerschap. Inhoud en symboliek zijn debelangrijkste elementen van deze producten. Ze worden aangeschaft door consumenten enzakelijke afnemers omdat ze een betekenis oproepen. Op basis daarvan ontstaat een ervaring.Daarmee speelt de creatieve industrie een belangrijke rol in ontwikkeling en onderhoud vanlevensstijlen en culturele identiteiten in de samenleving.In het TNO-rapport wordt de creatieve industrie onderverdeeld in de drie categorieën gelijk aanparagraaf 1.3.2. Voor de resultaten van het onderzoek verwijs ik naar het rapport ‘De CreatieveIndustrie in de Zuidelijke Tripool Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen’.In dit onderzoek richt ik mij op de belangrijkste conclusies van het TNO-rapport om zo teachterhalen waar de kansen voor de gemeente Heerlen liggen met betrekking tot de creatieveindustrie.Allereerst wordt de conclusie getrokken dat, op basis van de gegevens over structuur en omvang,de creatieve industrie niet de omvang heeft dat zij als zodanig in de toekomst uit kan groeien totbelangrijke pijler van de economie van de Tripool. Er is echter wel sprake van een groot aantalsterke punten die binnen het stedennetwerk in breder verband van economisch, cultureel,maatschappelijk en ruimtelijk beleid van grote waarde kunnen zijn voor de Tripool. Cultuur encreativiteit bieden belangrijke kansen om binnen de toekomst van het stedelijke gebied eendoorslaggevende rol te spelen.De creatieve industrie is binnen de Tripool vooral van belang omdat ze talrijke combinaties aangaatmet andere sectoren, bedrijfstakken en domeinen die op hun beurt een positieve uitwerking26 Marlet, G.A. & J. Poort (2005). Cultuur en creativiteit naar waarde geschat. Amsterdam: SEO/Utrecht:Stichting Atlas voor Gemeenten.27 Deze (sub)paragraaf is gebaseerd op het rapport: Rutten, P., W. Manshanden, G. Bodea en W. Jonkhoff(2005). De Creatieve Industrie in de Zuidelijke Tripool Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen. Delft: TNO.Final Project 25Birgit van Melick
  26. 26. hebben op economische, maatschappelijke en ruimtelijke dynamiek binnen de regio, variërend vantoerisme tot innovatie.De creatieve klasse vormt zo het noodzakelijke menselijke kapitaal voor innovatie. Op het momentis deze bevolkingscategorie minder dan gemiddeld aanwezig in de bevolking van de Tripoolsteden.Investeringen in creatieve industrie en cultuur kunnen hier renderen voor concurrentiekracht eninnovatie om zo een positief vestigingsklimaat te stimuleren voor de creatieve klasse. Er moetsprake zijn van een open cultuur die behalve tolerant ook gastvrij moet zijn. Om een dergelijkklimaat te realiseren zijn de regionale kennisinstituten en kennisintensieve bedrijven binnen deTripool voor de hand liggende partners. Naast het feit dat cultuur als magneet geldt voor creatievemensen, dient ze als verankering en herkenningspunt voor de eigen bevolking. Investeren in eenaantrekkelijk cultureel klimaat is tevens een manier om jong talent te behouden.Bij de opbouw van reputatie op basis van cultuur en creatieve industrie gaat het niet alleen maarom de aantrekkingskracht van de creatieve klasse en innovatieve bedrijvigheid, maar ook om debezoekers. Sinds jaar en dag is toerisme een belangrijke sector van bedrijvigheid, maar ook eenaanjager van andere bedrijfstakken als winkelbedrijf en horeca. Heerlen, en in breder verband,Parkstad heeft gaandeweg een breed profiel van festivals, evenementen en dagattractiesontwikkeld. Een gecoördineerde ontwikkeling van verschillende vormen van toerisme, variërendvan cultuur tot op meer vermaak gericht toerisme kan de rol van het stedennetwerk in detoeristische markt dan ook verder versterken.Tot slot moet de Tripool zich bezinnen op de wijze waarop zij haar creatief kapitaal van makersbeter kan benutten. De indruk bestaat namelijk dat de Tripool te weinig voorziet in eenproductie(infra)structuur waarbinnen deze makers hun activiteiten kunnen uitvoeren en naar eenpubliek kunnen brengen, met het gevolg dat de aanwezige creativiteit onderbenut blijft.2.3.4 Galerieplan: een kans voor de creatieve industrie in Heerlen?Het galerieplan behelst kunstgaleries in leegstaande panden en een daarbij behorend zes wekelijksterugkerend cultureel evenement. Hiermee valt het galerieplan onder de kunstensector (zie figuur2) en in de brede definitie gezien onder de creatieve industrie. Deze sector produceertvestigingsfactoren en juist deze creatieve productie is in Nederland van meetbaar belang geblekenvoor het vestigingsgedrag van hoogopgeleide en creatieve huishoudens. De kunstgaleries, in hunhoedanigheid van creatieve productie, trekken daarmee de creatieve klasse aan. De exploiteursvan de kunstgaleries behoren tot de creatieve klasse gezien zij als commercieel adviseur optredentijdens het distributie en retail stadium.De kunstgaleries dragen tevens bij aan de productie(infra)structuur: zij bieden creatieve makerseen manier om hun ‘activiteiten’ naar het publiek te brengen. In een creatieve stad moet volgensRichard Florida sprake zijn van een tolerant klimaat. Het gaat daarbij om diversiteit en openheid.Onderzoek wijst uit dat de creatieve klasse groot belang hecht aan een open samenleving waarinruimte is voor ontplooiing van iedereen op ieders eigen wijze.2828 Franke, S. & E. Verhagen (red.) (2005). Creativiteit en de stad. Hoe de creatieve economie de stadverandert. Rotterdam: NAi Uitgevers. P.14Final Project 26Birgit van Melick
  27. 27. Op het gebied van ‘tolerantie’ biedt het galerieplan een toekomstperspectief voor de ontplooiingvan maatschappelijk kwetsbare groepen die als gevolg van economische omstandigheden extraaandacht verdienen.Zoals eerder vermeld vormen creatie en exploitatie van symbolische waarde het centrale enbindende element van de creatieve industrie onder consumenten of bedrijven. De kunst in degaleries alsmede de exploitatie ervan naar bewoners en bezoekers zijn beide van symbolischewaarde. Het bezoek aan de kunstgaleries dient immers als een ervaring te worden beleefd.Investeringen in cultuur en creatieve industrie bevorderen niet alleen de concurrentie eninnovatiekracht van een regio, zij dragen tevens bij aan het behoud van jong talent. Vooral dezelaatste ontwikkeling staat hoog op de prioriteitenlijst van de gemeente Heerlen, gezien deoplopende vergrijzing van de stad.Het galerieplan is met haar kunstgaleries en het zeswekelijks terugkerende evenement eenaanwinst voor de toeristische markt van Heerlen, en in bredere zin Parkstad. Het biedt niet alleencultuur, maar ook vermaak. Hiermee zorgt het voor een positieve uitwerking op het welbevindenvan de bewoners en de bezoekers van Heerlen en draagt daarmee bij aan de ontwikkeling van dereputatie van Heerlen met betrekking tot gevoelens van binding en trots.Tot slot verdient ook de bevordering en vormgeving van de vervlechting van de creatieve industriemet de rest van de stedelijke bedrijvigheid en activiteit de aandacht. Bij implementatie van hetgalerieplan zal het straatbeeld aan beleving winnen, wat een positieve uitwerking heeft op deruimtelijke dynamiek van de stad. De plaatselijke horeca en het winkelbedrijf kunnen, wanneer zijeen samenwerkingsverband aangaan met de kunstgaleries, baat hebben bij het aantal bezoekersdat de kunstgaleries en de bijbehorende evenementen trekken. Ook samenwerkingsverbandentussen het galerieplan en diverse opleidingen dragen bij aan de vervlechting van de creatieveindustrie met de al bestaande kennisinstituten om zo de innovatiekracht van Heerlen tebevorderen.Kortom in al deze opzichten biedt het galerieplan wel degelijk kansen voor de creatievebedrijvigheid in Heerlen.Final Project 27Birgit van Melick
  28. 28. Final Project 28Birgit van Melick
  29. 29. 3. Randvoorwaarden betrokken partijenDe in het vorige hoofdstuk gepresenteerde onderzoeksresultaten tonen dat het galerieplan vanMichel Huisman conform is aan de politieke doelstellingen van de gemeente Heerlen en wel degelijkperspectief biedt voor de verdere ontwikkeling van de creatieve industrie als economische motorvoor de stad. Deze bevindingen zijn echter niet voldoende om over te gaan tot uitvoering van hetplan; zij bevestigen enkel en alleen de toegevoegde waarde van het galerieplan voor het centrumvan Heerlen vanuit een politiek oogpunt.Ondanks het feit dat het plan van Michel Huisman in zijn originaliteit goed doordacht is, blijft hettoch van emotionele aard, gezien zijn bevindingen gebaseerd zijn op eigen inzicht, zonder debetrokken partijen te raadplegen. Hij heeft als het ware voor hen nagedacht, wat het galerieplan inzijn huidige context niet valide maakt. De vraag is dan ook in hoeverre het huidige galerieplanaangepast moet worden met het oog op de wensen van de betrokken partijen om uiteindelijk eenconcept te ontwerpen waarmee optimaal draagvlak wordt gecreëerd, een concept dat tevenswerkbaar is.Om deze vraag te kunnen beantwoorden heb ik de politieke vertaling van het galerieplanvoorgelegd aan de belangrijkste spelers. Door middel van open gesprekken heb ik getracht de, inhun ogen benodigde, inhoudelijke aanpassingen te achterhalen die deelname aan een dergelijkinitiatief mogelijk maken.In dit hoofdstuk vindt u een overzicht van de gesproken betrokken partijen, onderverdeeld in vijfclusters, te weten: - sociale werkgelegenheid; - opleidingen; - curatoren; - stadsplanning; - pandbeheer.De belangrijkste resultaten voortkomend uit de gesprekken met deze partijen zijn terug te vindenin onderstaande schema’s. In ieder schema staat per gesproken betrokken partij aangegeven hoeze tegenover deelname aan het galerieplan staat, zowel persoonlijk als met betrekking tot anderepartijen. Tevens wordt aangegeven welke belemmeringen worden voorzien ten opzichte van hethuidige galerieplan29 en welke faciliteiten als benodigd beschouwd worden om het galerieplan ookdaadwerkelijk tot uitvoering te brengen. Tot slot staat onderaan ieder schema een korte toelichtingop de in het schema gepresenteerde resultaten.3.1 Sociale werkgelegenheidEen specifiek onderdeel van het galerieplan is het inzetten van uitkeringsgerechtigden om deexploitatie en het beheer van de galeries te waarborgen. Deze vorm van sociale werkgelegenheid29 zoals besproken in de politieke vertaling, paragraaf 2.1.Final Project 29Birgit van Melick
  30. 30. vormt tevens het unieke karakter van het galerieplan. Gezien het tijdsbestek en de hoeveelheidaan betrokken partijen, was het te omvangrijk om de bereidwilligheid tot deelname aan hetgalerieplan te toetsen onder personen die momenteel afhankelijk zijn van een uitkering.Vandaar dat ik de keuze heb gemaakt het gesprek aan te gaan met de gemeentelijke afdelingSociale Zaken, die zich onder andere toelegt op het vraagstuk hoe deze uitkeringsgerechtigdenweer toe te kunnen laten treden tot de arbeidsmarkt. Vervolgens heb ik de politieke vertaling vanhet galerieplan voorgelegd aan verschillende reïntegratiebureaus werkzaam in de zuidelijke regio.Dit vanwege het feit dat zij degene zijn die zorg dragen voor het samenstellen van doelgerichtewerkgelegenheidstrajecten voor specifieke groepen als uitkeringsgerechtigden om ze zo naar een(vaste) baan te begeleiden.3.1.1 Sociale zaken (Gemeente Heerlen) Hoofd Bureau Werkgelegenheid en Sociale Zaken Persoonlijk Met betrekking tot andere partijen Gemeente Heerlen: Meriam van der Mee - Galerieplan past binnen beleid / - Contact opnemen met visie W & SZ; kleinschalige reïntegratiebureaus. projecten, maatwerk. - Contact opnemen met Han Berkx van Bedrijfsbureau W & Deelname SZ. - Mogelijke partners: Praktijkschool Limburg en Arcus-College. - Lange afstand tot arbeidsmarkt. - Niveau en animo Belemmeringen - Laaggeschoold. uitkeringsgerechtigden. - Aansluiting vinden bij - Gemeente Heerlen moet start aanbestedingstrajecten faciliteren. Reïntegratiebureaus. - Stichting oprichten. Faciliteren - Courtage kunst onderbrengen in een fonds.Na een lange geschiedenis van grootschalige projecten om uitkeringsgerechtigden weer toe te latentreden tot de arbeidsmarkt, is Bureau Werkgelegenheid en Sociale Zaken onder leiding van Meriamvan der Mee een nieuwe weg ingeslagen. De nieuwe visie pleit voor meer kleinschalige projectendie maatwerk vereisen. Zij zet in op werkgelegenheidstrajecten die een bijdrage leveren aan degemeenschap en de stad Heerlen. Het galerieplan past dan ook perfect binnen het nieuwe beleid.Om uitkeringsgerechtigden in te kunnen zetten met behoud van uitkering, zal het galerieplanaansluiting moeten vinden bij al bestaande aanbestedingstrajecten. Dit zijn ingekochtewerkgelegenheidstrajecten bij externe partners als Maecon Reïntegratie, CBB en Licom. WanneerFinal Project 30Birgit van Melick
  31. 31. hiervoor geen ruimte is, zal de gemeente Heerlen het budget moeten faciliteren om een nieuwtraject in te kopen. Mevrouw van der Mee is verder van mening dat de uitvoering van hetgalerieplan overgelaten moet worden aan een afzonderlijke stichting. De gemeente Heerlen moetenkel en alleen het plan faciliteren in zijn startfase. Om de continuïteit van het galerieplanvervolgens te waarborgen kan bijvoorbeeld een fonds worden opgericht waarin onder andere decourtage, die verdiend wordt op de verkochte kunst, wordt ondergebracht.Met betrekking tot de uitkeringsgerechtigden waarschuwt zij voor het feit dat velen van hen eenlange afstand hebben tot de arbeidsmarkt en vaak laaggeschoold zijn. Dit kan vooral metbetrekking tot de galeriehouders een probleem vormen. Intensieve begeleiding is van groot belang. Bedrijfsbureau Werkgelegenheid en Sociale Zaken Persoonlijk Met betrekking tot andere partijen Gemeente Heerlen: Han Berkx - Zeer enthousiast over het - Contact opnemen met Licom. galerieplan en geïnteresseerd in deelname. - ‘Galeriehouders’ geen kandidaten Deelname voor project ‘Baanbrekend Werk’. Andere groepen uitkeringsgerechtigden wel inzetbaar als ‘galeriehouder’. - Enorme bewerkelijkheid - Samenwerking Maecon en CBB - Zeer laag niveau van niet zinvol. zelfredzaamheid. Belemmeringen - Intensieve begeleiding noodzakelijk. - Sociale deel galerieplan kan - Licom aan de gemeente gefinancierd worden uit WWB- gelieerd als sociale partner. Faciliteren gelden. - Monitor/ case manager vanuit galerieplan noodzakelijk.Han Berkx is werkzaam voor het Bedrijfsbureau Werkgelegenheid en Sociale Zaken, waar hijverantwoordelijk is voor de aanbestedingen en de organisatie hiervan. In het kader van de NieuweWet Maatschappelijke Ontwikkeling wijst hij op het project ‘Baanbrekend Werk’ als geschikt trajectvoor de uitkeringsgerechtigden in het voorpoortaal30 van het galerieplan. Dit project is in het levengeroepen voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het gaat hier om mensen metveel problemen, vaak persoonlijk van aard, die niet in staat zijn om fulltime tot de arbeidsmarkt30 Het voorportaal heeft betrekking op de uit te voeren opknapwerkzaamheden en het onderhouden van depanden.Final Project 31Birgit van Melick
  32. 32. toe te treden. Het college wil deze mensen nog niet afschrijven, maar juist op zoek gaan naar eenzinvolle dagbesteding om ze weer deel te laten nemen aan de samenleving.Alleen mensen met intrinsieke motivatie komen in aanmerking voor deelname aan ‘BaanbrekendWerk’. De heer Berkx waarschuwt wel voor het feit dat de beoogde kandidaten voor dit soortwerkgelegenheidstrajecten over een zeer laag niveau van zelfredzaamheid beschikken. Een matevan continuïteit en zeer intensieve begeleiding is dan ook vereist.Met betrekking tot de ‘galeriehouders’ ziet hij ‘Baanbrekend Werk’ niet als toekomstige partner. Ditvanwege het feit dat de functie-eisen en het aantal werkuren te hoog gegrepen zijn. Hij beschiktechter wel over kandidaten met een kortere afstand tot de arbeidsmarkt. Voor deze groep geldt deeis dat ze minimaal drie tot zes maanden een vrijwillige stage moeten lopen, onder behoud vanuitkering, alvorens her in te treden op de arbeidsmarkt. Hiervoor kunnen, in de vorm van hetgalerieplan, aparte werkervaringsplekken worden ingericht. Ook hier geldt intensieve begeleidingals een vereiste.Voor zowel het voorportaal als de ‘galeriehouders’ kan begeleiding worden ingekocht en bestaat demogelijkheid de trajecten te financieren uit de WWB-gelden31. De heer Berkx is erg enthousiastover de doelstellingen van het galerieplan en ziet samenwerking met het BedrijfsbureauWerkgelegenheid en Sociale Zaken als een goede kans voor de stad Heerlen. Tot slot spreekt deheer Berkx zijn voorkeur uit de aanbesteding te plaatsen bij het Licom, gezien het Licom aan degemeente gelieerd is als sociale partner. Directeur CBB Persoonlijk Met betrekking tot andere partijen dhr. Paul Creemers - CBB geen geschikte partner voor - Licom > maatschappelijk het galerieplan, tenzij gemeente ondernemerschap. Heerlen specifiek opdracht geeft - Stiel, Kerkrade. Deelname project te ontwikkelen. - Vrijwilligers> werkervaringsplekken. - Concentreren op doelgroep 45+ers. - Arbeidsmarkt trekt momenteel enorm aan > goedopgeleide jeugd vaak sneller een baan. Belemmeringen - CBB moet binnen 10 dagen zorgen voor geschikte werkervaringsplek. - Gemeente Heerlen Faciliteren31 De Wet werk en bijstand (WWB) is de wet die in Nederland de ondersteuning bij arbeidsinschakeling enbijstand regelt voor mensen die weinig of geen ander inkomen hebben en ook weinig of geen vermogen. Degelden die hiervoor door de gemeente beschikbaar worden gesteld zijn de WWB-gelden.Final Project 32Birgit van Melick
  33. 33. 3.1.2 Re-integratiebureausDe heer Creemers ziet het CBB momenteel niet als geschikte partner voor het galerieplan, gezienhet CBB binnen 10 dagen voor een geschikte werkervaringplek voor de uitkeringsgerechtigdenmoet zorgen.In het belang van het galerieplan gaf de heer Creemers aan dat momenteel de arbeidsmarkt enormaantrekt. In die zin komt voornamelijk de goedopgeleide jeugd (minimaal MBO-niveau) vaaksneller aan een baan. Het zal dan ook niet gemakkelijk zijn binnen het werklozenbestand in diecategorie geschikte mensen als galeriehouder te vinden.Het is dan zeker interessant om te kijken naar een andere, meer bedreigde doelgroep: de 45+’ers.Het kabinet wil namelijk extra actie voeren om deze doelgroep weer aan het werk te krijgen, ditmaakt het aantrekken van deze groep uitkeringsgerechtigden politiek verantwoord maakt. Zijhebben vaak meer levenservaring en zijn daarmee interessante potentiële galeriehouders. Licom Re-integratie, Persoonlijk Met betrekking tot andere partijen Adriane Keulen - Zeer geïnteresseerd in - Strakke coördinatie/ samenwerking met het begeleiding vanuit het Deelname galerieplan. galerieplan noodzakelijk. - Een werkervaringsplek is maximaal 3 maanden geldig. - Lange afstand tot de Belemmeringen arbeidsmarkt. - (Te) laag niveau. - Gemeente Heerlen heeft de - Licom biedt kandidaten die aanbesteding bij Licom verlengd. instromen via de SW een - Werving en selectie + opleidingstraject aan i.s.m. het Faciliteren persoonlijke begeleiding en Arcus-college. opleiding.Adriane Keulen is medeoprichter van de tak Licom Re-integratie. Deze tak heeft als doelstellingzoveel mogelijk mensen weg te zetten op de reguliere arbeidsmarkt. Ze gaf aan zeergeïnteresseerd te zijn in samenwerking met het galerieplan met betrekking tot het voorportaal. Welmoet rekening gehouden worden met het feit dat kandidaten vanuit Licom een lange afstand tot dearbeidsmarkt hebben en dus van een laag niveau zijn, een strakke coördinatie vanuit hetgalerieplan is dan ook noodzakelijk.In overleg met de gemeente is de aanbesteding bij Licom verlengd. Vanuit deze aanbestedingkunnen kandidaten vanuit Licom Re-integratie worden ingezet op het galerieplan. Dit kan volgensde BBL-trajecten (Beroeps Begeleidende Leerweg), een combinatie van leren en werken. Eenandere mogelijkheid is dat de werknemer bij Licom onder contract staat en vanuit LicomFinal Project 33Birgit van Melick
  34. 34. gedetacheerd wordt naar het galerieplan met als doel door te ontwikkelen. Om deuitkeringsgerechtigden loon uit te betalen, ontvangt het Licom tevens subsidie.Maecon Re-integratieNese Gürsakal & Persoonlijk Met betrekking tot andere partijenYvonne Das - Zeer geïnteresseerd in deelname - Coördineren in één stap > aan het galerieplan. samenwerken met één - Bereid beide trajecten te marktpartij is volgens Maecon ontwikkelen; zowel beheer efficiënter. (opknappen van panden) als - Coördinatie vanuit galerieplan detail (galeriehouders). noodzakelijk. Deelname - Gebruik maken van het aanbod van het Starterscentrum. - Trajecten moeten duidelijk uitgestippeld worden i.v.m. het uitbesteden van deeltrajecten onder partners van Maecon. - De overstap van werkeloos thuis naar fulltime baan. Belemmeringen - Criteria uitkeringsgerechtigden. - Aanbesteding Gemeente Heerlen - Bereid jongeren van de (WWB-gelden). Praktijkschool Limburg - Werving en selectie + begeleiding stageplekken aan te bieden in en opleiding. ‘onderhoudsploeg’. Faciliteren - Via Maecon extra gelden - Uitkeringsgerechtigden uit (Europese subsidies) bestand Bureau W & SZ. beschikbaar. - ‘Plussen en minnen’. - Uitkeringsgerechtigden uit eigen bestand.Nese Gürsakal & Yvonne Das van Maecon Re-integratie zijn beiden erg enthousiast over hettotaalconcept van het galerieplan. Een samenwerkingsverband met Maecon Reïntegratie kan in hunogen op twee verschillende manieren vorm krijgen: - het galerieplan houdt zelf de regie in handen en gaat samenwerking aan met verschillende marktpartijen > projectcoördinatie; - het galerieplan werkt samen met één marktpartij, in dit geval Maecon Reïntegratie, waardoor in één stap wordt gecoördineerd.In het laatste geval zal er sprake zijn van een traject dat bestaat uit twee elementen: beheer endetail. Voor beide elementen worden verschillende groepen uitkeringsgerechtigden geselecteerd.Binnen de beheergroep, waaronder het voorportaal valt, volgen de uitkeringsgerechtigden metbehoud van uitkering tijdens de werkzaamheden een opleiding onder begeleiding van een job-coach. Tevens kunnen zij zich tijdens de werkzaamheden kwalificeren voor bepaalde handelingen,wat hun doorstroom naar een vaste plek op de arbeidsmarkt bevordert. Afhankelijk van de persoonFinal Project 34Birgit van Melick
  35. 35. moet dan beslist worden of ze een complete opleiding moeten volgen of op basis van ervaringkwalificaties kunnen verzamelen. Deze manier van werken verkort het voortraject.De trajecten kunnen worden ingekocht met of mensen van de sociale dienst of Maecon kan zelfmensen werven en selecteren.Met betrekking tot de detailgroep, de zogeheten ‘galeriehouders’, kan er tevens sprake zijn vaneen kort voortraject waarin met name de basis wordt behandeld: klantbenadering plus deachtergrond van de kunstenaar(s). Daarnaast kan in het voortraject een workshopkunstgeschiedenis worden opgenomen. In deze oriëntatiefase kan achterhaald worden of dekandidaten voldoende gemotiveerd zijn om ook daadwerkelijk aan de slag te gaan binnen hetgalerieplan. Vervolgens zal er parallel aan de werkzaamheden in de galerie begeleidingplaatsvinden op het gebied van: - financiën; - wetgeving; - boekhouding.Hiervoor kan het Starterscentrum Zuid-Limburg worden ingeschakeld om cursussen te geven terondersteuning van het zelfstandig ondernemerschap.In beide gevallen moeten er duidelijke trajecten worden uitgestippeld, waarin duidelijk wordtvastgelegd welke competenties en diploma’s benodigd zijn om de kandidaten ook daadwerkelijkdoor te kunnen laten stromen naar de arbeidsmarkt. Dit ook in verband met het uitbesteden vandeeltrajecten door Maecon. Naast de begeleiding vanuit Maecon blijft coördinatie vanuit hetgalerieplan van groot belang.Wel moet er rekening gehouden worden met het feit dat de overstap van werkeloos thuis zittennaar een fulltime verantwoordelijkheid groot zal zijn. Het is dan ook verstandig om per galerie tweekandidaten aan te trekken. Dit houdt wel in dat het aantal galeries substantieel terug moet wordengedrongen, aangezien de kosten voor vijfentwintig galeries enorm zullen oplopen.Inmiddels is bekend, naar aanleiding van het gesprek met de heer Han Berkx, dat dergelijketrajecten aanbesteed kunnen worden via de WWB-gelden. Tevens is het via Maecon mogelijk extra(Europese) subsidie aan te vragen voor dit soort trajecten. Maecon is zeer geïnteresseerd om bijdaadwerkelijke uitvoering van het galerieplan aan te treden als partner.3.2 OpleidingenHoewel het cluster opleidingen volgens Michel Huisman niet tot het deelnemersveld behoort, heb iker toch voor gekozen twee opleidingen te benaderen als mogelijke betrokken partijen om zo degemiste politieke doelstelling, inzetten op jeugd en jong talent, alsnog in te bedden binnen hetgalerieplan.De Praktijkschool Zuid-Limburg heb ik getoetst op draagvlak voor deelname aan het galerieplanmet het oog op stimulering van talentontwikkeling bij maatschappelijk kwetsbare jongeren.Hogeschool Zuyd heb ik ingeschakeld om gebruik te maken van hun expertise op het gebied vande creatieve industrie. Hiervoor heb ik de politieke vertaling van het galerieplan voorgelegd aanKarel Janssen, medeoprichter van het Expertise Centrum Creative City, om te achterhalen hoe hijFinal Project 35Birgit van Melick
  36. 36. tegenover een dergelijk initiatief staat. Welke aanpassingen acht hij, vanuit zijn achtergrondkennis,nodig om het galerieplan werkbaar te maken? Tevens was ik benieuwd in hoeverre de HogeschoolZuyd in de toekomst van betekenis kan zijn voor het galerieplan. Directeur Praktijkonderwijs Persoonlijk Met betrekking tot andere partijen Parkstad Limburg: Dhr. Nico Zentveld - Geen geschikte partner. - In samenwerking met Maecon - Galerieplan past wel binnen het wel geïnteresseerd in Deelname sociale kader van de maatschappelijke stages voor Praktijkschool. de leerlingen. - Leerlingen zijn zwakbegaafd en - Strakke coördinatie en daarmee zeer begeleiding van jongeren begeleidingsbehoeftig. vanuit het galerieplan is - Tempo in presteren ligt bijzonder noodzakelijk. Belemmeringen laag; fouten mogen gemaakt worden. - Bij deze leerlingen ligt de nadruk op scholing, niet arbeid! - Bedrijfsleven, in dit geval het - Maecon is bereid stagiaires van galerieplan, faciliteert stageplek de Praktijkschool aan te nemen en intensieve begeleiding. in de ‘beheergroep’ en draagt Faciliteren Leerlingen moeten hierop zorg voor begeleiding van deze solliciteren. Hier zijn geen kosten leerlingen. aan verbonden.Hoewel het galerieplan past binnen het sociale kader van het praktijkonderwijs, ziet de heerZentveld een mogelijke samenwerking tussen de Praktijkschool niet als rendabel. Dit heeft vooralte maken met het feit dat binnen het praktijkonderwijs de nadruk ligt op scholing, niet op arbeid.Van de leerlingen moet geen vakmanschap verwacht worden. Daarnaast ligt het tempo inpresteren bijzonder laag doordat de leerlingen zwakbegaafd zijn en daarmee zeerbegeleidingsbehoeftig. Het korte tijdsbestek waarin de panden moeten worden opgeknapt, is voorleerlingen van de praktijkschool dan ook niet haalbaar. Wel ziet hij voor de leerlingenmogelijkheden met betrekking tot de maatschappelijke stages in de beheergroep, die Maeconbereid is te creëren wanneer zij wordt aangesteld als sociale partner binnen het galerieplan.Final Project 36Birgit van Melick

×