• Save
De roeping van de gemeenteproef
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

De roeping van de gemeenteproef

on

  • 296 views

 

Statistics

Views

Total Views
296
Views on SlideShare
281
Embed Views
15

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

1 Embed 15

http://bijbelstudiegroepnoordoostfryslan.nl 15

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

De roeping van de gemeenteproef De roeping van de gemeenteproef Presentation Transcript

  • Bijbel Studie de roeping van de Gemeente in vier delen. Deel 1 De Gemeente: Hoe het begon. Voorwoord.
  • Bijbelstudie groep Noordoost Fryslân. Presenteert een Bijbelstudie over: De Gemeente inverband met Israël. Spreker: L. Reitsema.
  • In het begin.
  • En aan dit menselijke wezen, dat Hij Ha-Adam noemde = mens, heeft God het beheer over de ganse schepping/aarde gegeven. Genesis 1:26-28:“En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.”
  • Paulus geeft en geheimenis prijs die eeuwen verborgen is gebleven – namelijk de komst van het Lichaam van Jezus de Gemeente.
  • In het begin schiep God de hemel en de aarde.
  • Het begon al met Adam en Eva.
  • God heeft Zich aan de mensheid geopenbaard, door middel van individuele dienstknechten, maar de mensen hebben het in vrijwel alle gevallen laten afweten. Het begon al met Adam en Eva. Die faalden al direct. Verder weigerde men het getuigenis van Henoch en Noach.
  • HET BEGON MET ABRAHAM Een studie over verleden, heden en toekomst van land en volk van Israël.
  • Hoe het begon. Het plan van God met de aarde en haar bewoners vindt zijn grond in het feit dat God verkoos op aarde een volk te vestigen, een nationaal koninkrijk, waarvan Hij de Koning en heerser zou zijn onder de naam De Here, waardoor Hij Zichzelf en de wijsheid van Zijn wetten kon openbaren.
  • 26 Geslachten.
  • De uitverkiezing.
  • Na de vloed waren het Sodom en Gomorra, en de omringende landen die het getuigenis van Melchizedek, de priester van de Allerhoogste weigerden. Genesis 14:13-24. Toen kwam een vluchteling en deelde dit mede aan de Hebreeër Abram; hij nu woonde bij de terebinten van de Amoriet Mamre, de broeder van Eskol en Aner, die Abrams bondgenoten waren. Toen Abram hoorde, dat zijn broeder als gevangene was weggevoerd, bracht hij zijn geoefenden, degenen die in zijn huis geboren waren, in de strijd, driehonderd achttien man, en achtervolgde hen tot Dan toe.
  • En zij verdeelden zich des nachts tegen hen in troepen, hij en zijn slaven. ,en versloegen hen en achtervolgden hen tot Choba toe, dat ten noorden van Damascus ligt. En hij bracht al de have terug, en ook zijn broeder Lot en diens have bracht hij terug, evenals de vrouwen en het volk. Toen ging de koning van Sodom uit, hem tegemoet, nadat hij teruggekeerd was van het verslaan van Kedorlaomer en de koningen die met hem waren, naar het dal Sawe, dat is het Koningsdal.
  • Abraham ontmoet Mechisedek.
  • En Melchisedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn; hij nu was een priester van God, de Allerhoogste. En hij zegende hem en zeide: Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde, En geprezen zij God, de Allerhoogste, die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd. En hij gaf hem van alles de tienden.
  • De koning van Sodom nu zeide tot Abram: Geef mij de mensen, en behoud de have voor u. Doch Abram zeide tot de koning van Sodom: Ik zweer bij de Here, bij God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde: Zelfs geen draad of schoenriem, ja niets van het uwe zal ik nemen, opdat gij niet kunt zeggen: Ik heb Abram rijk gemaakt! Geenszins, alleen wat de knechten hebben verteerd en het aandeel der mannen die met mij gegaan zijn, Aner, Eskol en Mamre, laten die hun aandeel ontvangen.”
  • De aartsvaders Het begon met Abraham. Een eenvoudige uitdrukking, waarachter zich echter een wereld van beloften van God bevindt. Ook een plan. Een plan dat gekenschetst wordt door de roeping, het ontstaan van volk en land van Israël.
  • Rebekka ontmoet Izaäk
  • Verleden, heden en toekomst van Israël hebben sinds mensenheugenis ontelbaren geboeid. Zij hangen dan ook ten nauwste samen met Gods Plan met de mens en de wereld. God heeft verkozen hiervoor mensen te gebruiken en heeft Zich daartoe een volk uitverkoren om dit grote doel te realiseren. De ontwikkelingsgeschiedenis van dit volk begint niet met “Israël”, maar met Abraham, de aartsvader uit het 14e geslacht na Sem, de oudste zoon van Noach.
  • Abraham geroepen uit het Ur de Chaldeeën
  • Oppervlakkig gezien schijnt de opdracht van Genesis 12:1: “Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis, naar het land dat Ik u wijzen zal” een willekeurige keuze. Als God Abraham kiest, verandert er iets in de Bijbelse geschiedenis. Tot nu toe werd er voornamelijk gesproken over de plaats en de geslachten van de volken.
  • Maar wanneer Abram (zoals hij toen nog heette), de geschiedenis ingaat, concentreert zich alle aandacht op hem. Dit is niet zo wonderlijk, want Abrahams voorgeslacht is uit God. Toen God de aarde schiep, deed Hij dat met de bedoeling de aarde te vullen met Zijn eigen beeld en gelijkenis.
  • Abraham offert Izaäk
  • Uitverkiezing van Abraham.
  • Wat erg belangrijk is om te weten: Deze Adam was een blanke man, hetgeen heel duidelijk bewezen kan worden door het feit, dat de Here Jezus het algehele beeld van God is. De Here Jezus was blank, omdat Hij in directe lijn afstamde van David die “rossig” was en “schoon van voorkomen” en een aangenaam uiterlijk had.
  • God heeft Abraham gekozen uit zijn geslacht omdat : Abraham raszuiver was, we lezen “oprecht in zijn geslacht”. Hier wordt het woord “Tamiem” gebruikt hetzelfde woord, dat er ook staat voor offerdieren, die immers volmaakt moesten zijn. Het woord “Tamiem” betekent o.a. zonder vlek, perfect, volmaakt - zuiver.
  • Genesis 15:18. “Te dien dage sloot de Here een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat.”
  • De verbonds sluiting.
  •  Genesis 17:1-2. “Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de Here aan Abram en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk; Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken.” Genesis 18:9-10: “Toen zeiden zij tot hem: Waar is uw vrouw Sara? En hij zeide: Daar, in de tent. En Hij zeide: Voorzeker zal Ik over een jaar tot u wederkeren, en dan zal uw vrouw Sara een zoon hebben. En Sara luisterde bij de ingang der tent, die zich achter Hem bevond.”
  • Gods PlanHoewel wij zullen proberen dit belangrijke onderwerp kort samen te vatten: Willen wij onze gegevens in ieder geval Bijbels staven. Hieruit blijkt Gods Plan “voor de gehele aarde”: Genesis 26: 4-5: “...en met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden ...”
  • Let op: het gaat steeds om de volken die uit Abraham zijnvoortkomen. Deze belofte heeft God tweemaal herhaald. En deze werd vervolgens overgedragen aan Izaäk: Genesis 26:4:“En Ik zal uw nageslacht vermenigvuldigen als de sterren des hemels, en Ik zal uw nageslacht al die landen geven, en met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden.”
  • De onvoorwaardelijke verbonden met Abraham, Isaäk en Jakob.
  • En deze werd vervolgens overgedragen aan Jakob: Genesis 28:14:“En uw nageslacht zal zijn als het stof der aarde, en gij zult u uitbreiden naar het westen, oosten, noorden en zuiden, en met u en met uw nageslacht zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.”
  • Het is zonder twijfel dat die zegen voor de gehele aarde is. Vanuit Gods gezichtspunt het bekend maken van Gods wil, weg, beloften, plan en zegen moet omvatten. M.a.w. wat wij nu noemen: zending en evangelisatie onder Israël volkeren. Ook wat het beloofde land voor Israël betreft: de omvang, de grenzen en het in bezit verkrijgen, laat de Bijbel geen twijfel bestaan. En op deze twee laatste gegevens ligt in deze presentatie de nadruk.
  • De vraag blijft over: “Hoé (niet òf) God dit ten uitvoer zal leggen, want we weten hoe vaak het volk Israël rebelleerde- maar God zegt “Ik zweer bij Mijzelf..” Als we deze vraag met spanning en vol verwachting stellen, is het of God antwoordt: “Volg de rode draad in Mijn Woord en gij zult het verstaan”. Daarom zullen we nu deze speciale belofte door het Woord heen gaan volgen.
  • Hierboven hebben wij gelezen over de voorbereiding van het verbond, als Abram wordt tot Abraham en Saraï tot Sarah- dit betekent in het Hebreeuws voor beide namen de aanvulling met een ‘h’: Harnon, menigte (ook hoog, veel). En dan ontvangt ook Sarah (moeder der volken) een belofte: Zegen, een zoon, volken en koningen.
  • Als we spreken over “Het begon met Abraham”, spreken we van een nieuw begin, want aan dat nieuwe begin ging het een en ander vooraf. Waarom werd juist Abraham geroepen? Als Amrafel koning van Sinear was dan waren hij en Abram tijdgenoten. Genesis 14:1:“Het gebeurde nu in de dagen van Amrafel, de koning van Sinear, Arjok, de koning van Ellasar, Kedorlaomer, de koning van Elam, en Tidal, de koning der volken.”
  • Je zult een land beërven.
  • Abraham leefde dus in een periode van strijd. Dit is een interessant gegeven: zoals gezegd wordt, werd Abraham geroepen omdat hij naar God geluisterd had en Zijn geboden en inzettingen en wetten onderhouden had. Genesis 26:5:“Omdat Abraham naar Mij geluisterd en mijn dienst in acht genomen heeft: mijn geboden, mijn inzettingen en mijn wetten.”
  • Merkwaardig blijft Jozef, ook later, dan eerstgeborene geacht. De lijn Abraham - Izaäk - Jakob wordt doorgetrokken naar Efraïm en Manasse. In Genesis 48 lezen we hoe Jakob aan Jozef verzoekt zijn twee zonen tot hem te brengen, om op hen de zegen over te dragen. Jozef plaatste de oudste, Manasse voor Jakobs rechterhand en Efraïm voor zijn linker.
  • Toen deed Jakob in de ogen van Jozef iets vreemds. Hij kruiste zijn armen en stelde de jongste, Efraïm tot eerstgeborene van Israël. Jakob zei in antwoord op de opmerking van Jozef, dat hij heel goed wist wat hij deed. Deze gebeurtenis had verstrekkende gevolgen en vormt een van de markantste hoogtepunten in de geschiedenis van Israël.
  •  Jakob/Israël deed (vers 18) zijn naam èn die van zijn vader Abraham en die van Izaäk in deze jongelingen voortleven “en zij mochten in menigte toenemen in het land”.
  • Jakob wordt Israël.
  • Koninkrijk, ballingschap en terugkeer. Kort daarna ontbood Jakob zijn zonen en zei: “Komt bijeen, opdat ik u bekend make, wat u in de toekomende dagen (eindtijd) wedervaren zal” (Genesis 49:1). Van Juda werd voorzegt: “De scepter zal van Juda niet wijken, noch de heersersstaf tussen zijn voeten, totdat Silo komt - d.i. totdat Jezus gekroond wordt.”
  • Genesis 49: 10: Er werd vastgesteld dat Juda “de sterkste onder zijn broeders” zou zijn en dat uit hem een vorst zou voortkomen, maar het eerstgeboorterecht (het leiderschap) viel ten deel aan Jozefs zonen.
  • Kroon scepter en rijksappel.  “De scepter zal van Juda niet wijken, noch de heersersstaf tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en hem zullen de volken gehoorzaam zijn.”
  • Wij zien dus dat de beloften die gegeven waren aan Abraham, Izaäk en Jakob verdeeld werden over de twaalf stammen. ,zodanig dat Efraïm en Manasse het belangrijkste deel (of geboorterecht) ontvingen, met inbegrip van de belofte, dat zij zouden worden tot “een groot volk en een veelheid (menigte) van volken”. Ongeveer 200 jaar later werd het volk van Israël, nadat zij aanmerkelijk in aantal toegenomen waren, door Mozes uit Egypte geleid. Nadat zij de goddelijke wet bij Sinaï ontvangen hadden betraden zij het beloofde land en begon hun nationaal bewustzijn.
  • Israël door de Schelfzee.
  • Het koninkrijk en de scheuring. Israël verkreeg het land op voorwaarde dat het de wet zou houden (Deuteronomium 4:25). Het duurde nog enige tijd voordat het volk “een aardse koning” eiste, maar na het falen van Saul, wees God David aan, uit de stam van Juda, als de stichter van het koninklijk huis, overeenkomstig de geloften aan dat huis. 2 Samuel 7:16:“Uw huis en uw koningschap zullen voor immer bestendig zijn voor uw aangezicht, uw troon zal vast staan voor altijd.”
  • Hierin wordt gesteld dat “uw troon vast zal staan voor altijd”. God zegt ook: Psalm 89:4-5:“Aan mijn knecht David heb Ik gezworen: Voor altijd zal Ik uw nakroost bevestigen en uw troon bouwen van geslacht tot geslacht.” Dit zou betekenen dat van geslacht tot geslacht de troon van David steeds bezet zou blijven. Aldus zou niet alleen Israël als volk voor eeuwig bestaan, maar er zou ook voor alle tijden en voor elke generatie een koningshuis bestaan, en ook een constitutionele monarchie.
  • De koning uit de stam Juda.
  • Maar ook Salomo zondigde. Nu volgt een passage die voor ons van het grootste belang is. We lezen hoe God het koninkrijk van Salomo afneemt: 1 Koningen 11:1l-13:“Maar bij uw leven zal Ik dat niet doen, terwille van uw vader David”.
  • Koning Saul en David.
  • Dan zegt God, dat Hij niet het gehele koninkrijk zal afscheuren, maar een stam aan diens zoon zal geven, terwille van David en terwille van Jeruzalem. As we goed lezen zien wij dat hiermee de stam Benjamin bedoeld wordt, wiens stamgebied Jeruzalem omvat. Het is heel opmerkelijk hoe God de stam Benjamin bij de stam Juda voegt. Vanaf die tijd gaat de stam Juda, samen met de stam Benjamin en enkele van de Levieten de Bijbelse geschiedenis in als “het huis Juda”.
  • In 1 Koningen11:9-23 , wordt beschreven hoe God dit doet, o.a. door de profeet Ahia, die de mantel in twaalf stukken scheurt en Jerobeam daar tien stukken van geeft, daarmee de tien stammen uitbeeldend. De andere twee zijn voor Rehabeam.- Toen Salomo stierf, rebelleerde Israël, in het bijzonder de 10 stammen tegen Rehabeam, de zoon van Salomo, die liever naar de jonge vrienden luisterde, dan naar de raad der “ouden” en de lasten nog zwaarder maakte dan Salomo al deed.
  • “Niemand volgde het huis van David dan Juda alleen” (1 Koningen 12:20). En, zoals we weten, samen met de stam Benjamin. De overige 10 stammen vormden een eigen afgescheiden koninkrijk met Samaria als hoofdstad en Jerobeam als hun koning.
  • In het verlangen ook de 10 Noordelijke stammen onder zijn gezag te brengen - (het huis Israël), evenals zijn vader Salomo, riep Rehabeam het gehele Huis Juda en het huis Benjamin bijeen en trok met 180.000 strijdbare mannen op, om te strijden tegen het huis Israël (de 10 Noordelijke stammen) (1 Koningen 12:8-24).
  •  Toen trad de profeet Semaja (de man Gods) op zijn weg en sprak: “Zo zegt de Here: Gij zult niet strijden tegen uw broeders, de Israëlieten. Keer terug, ieder naar zijn huis, want door Mij is deze zaak (de scheiding tussen de 2 en de 10 stammen) geschied”.
  •  Zij luisterden en gingen terug. Dit was ook overeenkomstig de beschikking “van ‘s Heren wege”, zoals tot Jerobeam gesproken was (1 Koningen 12:15). De vraag is gerechtvaardigd “Waarom” scheidde God de twee van de tien stammen? Alles wat God doet is zinvol.
  • Het is, zoals we zullen zien, dan ook een onderdeel van Gods Plan. Onafwendbaar en zeker. God heeft gesproken. Wij komen daar later op terug.
  • Gedurende twee en een halve eeuw regeerden dynastieën die niet gerelateerd waren aan David. over deze tien stammen. Alleen de twee stammen Juda en Benjamin bleven trouw aan het huis van David, dat de troon te Jeruzalem bezet hield, onder Rehabeam. Zoals voorzegt door Mozes vervielen deze tien stammen (onder Jerobeam) tot afgoderij, vooral toen deze o.a. twee gouden kalveren gemaakt had en deze door zijn volk liet aanbidden. Bijgevolg werden deze tien stammen in ballingschap gevoerd.
  • De wegvoering na de scheidbrief.
  •  Here toornig op Israël en had hen “van voor Zijn aangezicht verwijderd”. “Niets bleef over dan alleen de stam van Juda”. (2 Koningen 17:18) En de koning van Assur voerde Israël naar Assur...nadat zij niet hadden geluisterd naar de Here hun God. (2 Koningen 17:12, 23).
  • De terugkeer uit ballingschap van het huis Juda Vele jaren nadat de tien stammen “verdwenen” waren in de Assyrische ballingschap, werden de Judeeërs in ballingschap gevoerd naar Babel. Daar (en vooral bij hun terugkeer) kregen zij voor het eerst de naam “Joden”. (In de Statenvertaling vanaf Ezra 4:12, in de N.B.G. vertaling vanaf Nehemia 1:2).
  • Na 70 jaar ballingschap keerden ongeveer 50.000 uitgelezen mensen uit Babylon terug onder Zerubbabel en werden dus bekend als “Joden” (Judahieten, Jews, Joden). Maar in enkele Oudtestamentische boeken, geschreven na hun terugkeer, zoals het Boek der Kronieken, noemen zij zich soms Israël, omdat zij de enige nakomelingen waren, die een nationaal bestaan kenden in het land. Ezra 3:5 geeft een gedetailleerde lijst van hen die terugkeerden.
  • Terug uit ballingschap. Als we de verslagen lezen van de terugkeer uit de ballingschap, is het heel gauw duidelijk, dat het hier gaat over de Babylonische ballingschap. Nergens is er sprake van teruggekeerde ballingen uit Assyrië. Op dat moment begint ook de moeilijkheid met het woord Joden.
  • Wat gebeurde er verder met Israël? Een kort overzicht van de jaren 636 voor Christus tot 70 na Christus. Met de terugkeer uit Babylon van het overblijfsel van het huis JUDA, begon de zes eeuwen durende periode van Juda als natie. Na het decreet van Cyrus, in 536 voor Christus. begonnen de Joden met de herbouw van de tempel.
  •  Zij werden vrijwel direct gehinderd door de Samaritanen, die een deel van het werk opeisten, omdat ook zij nu de God van ISRAEL aanbaden - een eis die minachtend verworpen werd door de Joden (Ezra 4:3).
  •  Vanaf die tijd was de kleine Joodse natie veelvuldig in strijd verwikkeld. Na de val van Perzië werd het een twistpunt tussen de beide grootmachten Syrië en Egypte, voor meer dan een eeuw.
  • De Israël-identiteit. Het is hartverwarmend te zien hoe God, de Schepper van hemel en aarde, Zijn plannen en Zijn beloften onveranderd ten uitvoer legt. De eed en de beloften die God indertijd aan Abraham gaf lopen als een rode draad van vervulling door de gehele Bijbel heen en we beleven in onze dagen en in ons eigen leven de realiteit ervan.
  • Tot slot Wijzelf hebben deel aan de vervulling van Gods Plannen, en met blijde verwondering en liefdevolle toewijding willen we onze vinger houden op de polsslag van Gods Openbaring. Amen.
  • Hebt elkander lief
  • Een nieuw gebod. “Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkaar liefhebt; gelijk Ik u heb liefgehad, dat ook gij elkaar liefhebt. Daaraan zal ieder erkennen, dat gij mijn jongeren zijt, zo gij liefde onder elkaar hebt.
  • Tot slot zingen wij.