Erkenntnistheorie

400 views
342 views

Published on

Published in: Travel
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
400
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Erkenntnistheorie

  1. 1. Kennis-theorie en quot;Verstaanquot;-theorie / Erkenntnistheorie und Verständnistheorie Author(s): Richard Müller-Freienfels Source: Synthese, Vol. 3, No. 7 (1938), pp. 301-318 Published by: Springer Stable URL: http://www.jstor.org/stable/20113624 Accessed: 27/04/2009 04:17 Your use of the JSTOR archive indicates your acceptance of JSTOR's Terms and Conditions of Use, available at http://www.jstor.org/page/info/about/policies/terms.jsp. JSTOR's Terms and Conditions of Use provides, in part, that unless you have obtained prior permission, you may not download an entire issue of a journal or multiple copies of articles, and you may use content in the JSTOR archive only for your personal, non-commercial use. Please contact the publisher regarding any further use of this work. Publisher contact information may be obtained at http://www.jstor.org/action/showPublisher?publisherCode=springer. Each copy of any part of a JSTOR transmission must contain the same copyright notice that appears on the screen or printed page of such transmission. JSTOR is a not-for-profit organization founded in 1995 to build trusted digital archives for scholarship. We work with the scholarly community to preserve their work and the materials they rely upon, and to build a common research platform that promotes the discovery and use of these resources. For more information about JSTOR, please contact support@jstor.org. Springer is collaborating with JSTOR to digitize, preserve and extend access to Synthese. http://www.jstor.org
  2. 2. van en luidt het 'verstaan'-theoriequot; de ?Rennis-theorie hieronder-afgedrukte opschrift van Richard Het Duitsche heeft de laatste M?ller-Freienfels. studie ?verstehenquot;' maar voor alien dezelfde, en wijsgeeren een nieuwe, voor niet vele decennia psychologen tot een probleem, und is uitgegroeid Het verstehenquot; beteekenis ,,erkl?ren gekregen. aan in een waarover is. Wij nog niet gezegd sneden dit onderwerp het laatste woord 146 e.V.), dat met jrg. 1937, blz. de volgende artikel woorden (?Synthesequot;, eindigde: van dit ons aan een definitie te wagen, zullen ?Alvorens (n.l. ?verstaanquot;) wij begrip en wijsgeeren, van de voornaamste die zieh met de opvattingen weergeven psychologen van het verstaan hebben Tot deze psychologen het probleem ernstig bezig gehoudenquot;. van M?ller-Freienfels. wij een deel Richard Gaarne en wijsgeeren behoort dragen onze aan over. dezen denker taak Red. en Kennis-theuric ?Verstaanquot;-th?orie. van inhoud den Overzicht I. De der kennistheorie grenzen van het II. De ?verstaanquot; genese en ?verstaanquot; III. Kennen van IV. het uiteenzetting Principieele ?verstaanquot; en V. Het in wetenschap ?verstaanquot; wijsbegeerte KENNIS-THEORIE EN ?VERSTAAN'-THEORIE door Prof. Dr. RICHARD M?LLER-FREIENFELS (Berlijn) kennistheorie. I. De der grenzen en ook clwalingen Niet kunnen alleen waarheden, ?opgang makenquot;, van gro?te denkers hebben eeuwen de dwalingen lang menige wetenschap voor de kennistheorie een dwaalspoor alle waardeering op gebracht. Bij een van zal men haar moeten dat in Kant thans erkennen, grondslagen schuilt, ten gevolge waarvan gro?te ken-gebieden met Kant's eenzijdigheid er de gebieden, voor zijn te bereiken. Verder niet categorie?n zijn maar er vol welke die niet deze categorie?n zijn gemaakt, pasklaar van De Kant doende door belicht worden. hierin, eenzijdigheid ligt tot grond dat der mathematische de kenvormen hij natuurwetenschap vormen van alle kennis nam; daarom is zijn kennistheorie niet toereikend voor de biologie en n?g minder voor de is Dit ge^teswetenschappen! het eind van de negentiende eeuw duidelijk al kwam een tegen gebleken, kennen en ?ver th?orie van het geesteswetenschappelijk algemeen-geldige van het werk van Dilthey, en hun leerlingen Rickert staanquot; in weerwil 301
  3. 3. nog niet tot stand. Door deze eenzijdigheid th?orie van werd ook Kant's en heeft zij gebreken, het physische kennen bovenmate die door verengd ze de eenzijdigheid niet verholpen konden worden, zijn navolgers wijl eens van en niet Kant's derhalve niet vermeden. zagen vooropstellingen waar te Daarom worden dat dient het kennen, ingezien, physische van van van en en Kant het zieh dat kennen de op uitgaat ?dingenquot; aan hen voltrekkende een zeer bijzonder mechanische is gericht, processen ? van van oervorm is noch noch het de de kennen geval grondvorm, ? en dat men van van tot een de kennen nooit kennis uit ?dingenquot; van het op het innerlijk leven gericht verstaan van menschen en th?orie wezens toont de van de kan komen. Veeleer ont andere studie zoowel van den menschelijken in het groot als de ontwikkeling geest wikkeling van den aan, dat kennis van den geest bij het individu ondubbelzinnig van het en dat zieh het kennen van ouder is dan kennis mensch ?dingquot;, van van losmaakt kennen het pas langzamerhand ?dingenquot; personen en zieh specialiseert. Tevens blijkt duidelijk, dat de categorie?n der ?dingquot; zijn berekend kennis niet op het persoonlijke De kennis ?verstaanquot;. een moet tot waar daarom theorie worden ?verstaanquot;-theorie uitgebreid, een methodische van door niet evenwel tusschen kennis scheidingslijn natuur en van verstaan moet de den worden willen We geest getrokken. we dat ook de te kennen, niet alleen aantoonen, ?natuurquot; verm?gen juist maar te verstaan. daarnevens verm?gen van II. De het ?verstaanquot;. genese onze vaststelling, van We dat schr?gen allereerst kennis den persoon is dan kennis van het ding, waarbij van we ouder kennis den persoon van en verstaan den onderscheiden. persoon bij de dieren. Hier komt ons, althans We schijnbaar, Berg beginnen son's th?orie te hulp, volgens welke de ?instinctenquot; op het ?levenquot; gericht dat naar ?dingenquot; tot het ?intellectquot;, in tegenstelling grijpt. Maar zijn, th?orie is wel een en ander in te brengen; want de in tegen Bergson's van nestbouwende insecten en vogels bij voorbeeld stincten zijn ook op en of de voor vuur vluchtende bouwmateriaal levenloos dieren gericht vuur als ?levendquot; het is, op zijn minst ervaren, genomen, twijfelachtig. dat bij voorbeeld de vreetinstineten is het zeker juist, der meeste Objectief van dieren op ?levenquot; zijn gericht, daar immers de dieren voornamelijk maar of ze dieren daarnevens ook leven, water, zout, planten begeeren en kalk andere levenlooze Of het leven evenwel objeeten. subjectief ervaren als leven wordt, of de rups, die bladeren vreet, of het weidende vee de planten als bezield is alweer ervaart, twijfelachtig. 302
  4. 4. der we moeten dat de instincten zullen zeggen, Voorzichtigheidshalve en het vreet-instinct op specif ieke dieren op instinct-object zijn gericht: het bouwinstinct het op paringsobjecten, paringsinstinct vreet-objecten, zooals worden Deze of, ?gekendquot; instinctobjecten op bouwobjecten. Dat en tot doelstrevende daden. beter Uexk?ll ?bemerktquot; zegt, nopen we aannemen. en betrokken m?gen gevoelens zijn, waarnemingen daarbij van te een is niet be Of daarenboven bestaat, ?levenquot; ?voorstellingquot; antwoorden. en doode onderscheid tusschen levende En toch maken dieren sommige in haar net, de slechts levende insecten De spin reageert op objeeten. niet een mensch ook hier zul Maar beer vreet op, die zieh dood houdt. len we moeten zeggen, dat de instincten dezer dieren vooral voorzichtig en wezens niet leven. Daar levende op op zijn gericht, beweging en men levenlooze kan zieh gewoonlijk zelden, dingen bewegen zeggen, dat de instincten vooral op ?levenquot; lagere dieren zijn gericht. Bij van van maar van men zal wel althans niet waarneming ?bewegingquot;, van het verstaan leven m?gen is evenwel of De kennen grens spreken. speiende en parende dier ook subjec te trekken. Of het wulpsch moeilijk tief den partner niet alleen als zieh bewegend, maar ook als ?bezieldquot; er we bij alle sociaal levende dieren, die niet vaart? In ieder geval m?gen een van in toch zin ook zekeren elkander ?verstaanquot; op ?ingesteldquot;, zijn aannemen. van verstaan Dit rieht zieh niet enkel anderen levensuitingen van ander, maar ook op zijn toestand den op den toekomstig huidigen een Het voor wild voelt aan, wat de achter roofdier vluchtende gedrag. xoil het diens instincten. Zoo ?verstaatquot; beschouwd, do?n, vaag volger verstaat niet her het dier kent niet als ?dingquot;, alleen, tegenstander zijn maar we als bezield dus En als zeker wezen, aannemen, m?gen ?persoonquot;. en die elkander zieh dat dartelende niet alleen dieren, ?verstaanquot;, parende wezens ook als als het levende maar, ?ver vaag, ?dingquot;, ?persoonlijkquot; zij staanquot;. zieh ten opzichte van objeeten Nu rijst de vraag, hoe kleine kinderen in de eerste plaats wordt Ook hier blijkt, dat hun aandacht gedragen. door alies wat beweegt, waarbij zeker niet wordt onderscheiden, getrokken of het leeft of niet leeft. Het oog volgt de bewegende mug met dezelfde het den huppelenden Maar in het waarmede bal feit, aandacht, volgt. zieh veel meer bewegen een prius dat personen dan ligt reeds dingen, van van ten de de Daar persoons-waarneming opzichte ding-waarneming. nu komt de dat elkander beschouwing, langzamerhand personen bij en dingen ten opzichte van per dat derhalve kunnen ?verstaanquot; niet, sonen een andere gedragslijn en ten opzichte is dan mogelijk noodig 303
  5. 5. van dingen. Daarmede van de cat?gorie zieh de cat?gorie persoon begint scherp, maar ding te onderscheiden. De onderscheiding is niet heel dat het kind met zijn pop of zijn beer spreekt en ze liefkoost of bestraft, be het prius van de cat?gorie ?persoonquot; van ten opzichte wel duidelijk wijst de cat?gorie De cat?gorie omvat behalve de uiterlijke ?dingquot;. ?persoonquot; en de vormgeving de door Kant daarvan gegevens zintuigelijke geheel buiten factor invoeling, die, evenals elke andere wijze beschouwing gelaten van a priori is. De opvatting, dat het kind zieh bewegende apperceptie, ziet en daaruit de gevolgtrekking menschenlichamen dat zij ?be maakt, zieldquot; moeten is zeker niet juist; neen, op grond van zijn aange zijn, wezens en pas lang boren ziet het onmiddellijk bezielde geaardheid leert het, dat bewegende zamerhand doode dingen niet bezield zijn. Daar het zieh zelf als bezield, als levend, als ?persoonquot; ervaart, vat het op van deze analogie* aanvankelijk ook de objeeten op deze wijze op, grond dat er ook niet het pas de ervaring totdat langzamerhand opdoet, te zieh die niet ?levendequot; verm?gen objeeten zijn, objeeten, spontaan en die geen aandoening hebben. De sensualistische bewegen kennispsy liet zieh leiden door de dat het eenvoudige chologie meening, onjuiste aan het meer Ganzheits De moderne altijd gecompliceerde voorafgaat. van deze opvatting de heeft licht ge in het onjuistheid psychologie steld. Zij toonde aan, dat in de waarneming in den regel ?heelhedenquot; en zulke heelheden worden van gevat, zijn op grond aangeboren in de eerste plaats personen, instincten van die als eenheid ongetwijfeld en lichaam ziel worden dat wil als niet alleen zeggen, geappercipieerd, ?ietsenquot;, maar zichtbare en als handelende tijdruimtelijke sprekende wezens. zooverre In de nieuwere doet uitkomen, ?Gestalt-psychologie de zieh niet dat uit is de ?elementenquot; synthetische ?gestaltequot; opbouwt, zeker maar te boven; het oude ze dwaalt; sensualisme ?Gestaltquot;-psychologie ze meent, wanneer dat ook worden ?gestaltenquot; ledige geappercipieerd; de een de evenals abstrac is, ?gestaltequot; geatomiseerde ?gewaarwordingquot;, maar zeggen met een innerlijk leven tie. Niet dat wil personen, gestalten, en ook door den volwassene worden door het kind gevulde gestalten, niet gekend, maar de gestalten worden ook als bezield waargenomen: verstaan. Beleefd of ?bezieldquot; beteekent niet enkel: bewustzijn-hebbend, maar v??r alles handelend, op een doel ?ingesteldquot;, en wel zoo, dat men kan invoelend vooraf zieh het Dit hoe zal gedragen. vermoeden, object van van verstaan is als levende ?heelhedenquot;, aange personen personen, boren, en pas langzaam-aan leert het kind, dat levenlooze ?on dingen bezieldquot; zijn. van dieren en kinderen verkregen De bij de ontwikkeling psychologische 304
  6. 6. der stammen op door de bij de ontwikkeling inzichten worden bevestigd dat voor bijna alle primitieve is bekend, feiten. Het tredende volken ook of, anders gezegd, ?bezieldquot; ?doodequot; dingen gewoonlijk zijn, zij bij de cat?gorie ?persoonquot; onder. Bergen, rivieren, brengen ook ?dingenquot; zoo door bewoond zouden demonen worden boomen sterren, precies en zijn. Ook de taal verraadt dieren als menschenlichamen ?bezieldquot; is er ook een onzijdig in veel talen, maar dat. Weliswaar in de meeste onzer en het vrouwelijk, dat wil zeggen, talen overwegen het mannelijk worden de behalve de persoons-categorie zelfs bij zonder heden daarvan, maar alleen ook op andere dingen overgedragen. levende niet wezens, op is een van de oorspronkelijke uit den Dit overblijfsel persoonscategorie talen zon mannelijk en maan toen in de meeste was tijd, vrouwelijk een verwisseling is pas in den historischen het Duitsch der ge (in tijd tot stand gekomen). De persoonscategorie is niet alleen ouder, suchten maar dan de cat?gorie ook veel omvattender ?dingquot;. Ook de wijze, toont, dat overal persoonsvoor het werkwoord wordt waarop gebruikt, ten grondslag Men draagt zonder aarzelen het activum lagen. stellingen en het medium over op dingen, waarvan zou slechts in het passivum zegt: de boom beweegt zieh in den wind, m?gen worden gesproken. Men men de boom door den Wind wordt ofschoon zegt: de pijl bewogen; alleen maar op levende wezens strikt genomen, vliegt, hoewel, ?vliegenquot; zou m?gen een Overal legt de taal in de dingen hebben. betrekking levende wezens alleen toekomt. Lang die strikt genomen, activiteit, zamerhand deze personifieerende verbleeken werkwoorden zoodanig, dat verloren gaat. Ongetwijfeld de oorspronkelijke beteekenis hebben primi vorm beleefd dan wij, tieve volken al het levenlooze in veel persoonlijker daar zij ? wat uit de fabeis blijkt, ? zonder bezwaar dieren als menschen en tooverkrachten en dezen toe denkdaden opvatten gecompliceerde schrijven. van het Maar ook de geschiedenis denken laat duide wetenschappelijk zeer geleidefijk tot het begrip prineipieel dat de mensch onbe lijk zien, had dat, wat later voor zielde objeeten is gekomen. Voor de ?hylozo?stenquot; zou doorgaan, nog gevoel en strevingen. onbezielde ?materiequot; prineipieel Thales Wanneer dat alles uit het ?waterquot; voortkomt, dan is zijn leert, van onze chemici, maar een van levenbezwangerde ?waterquot; niet het H20 en leven-ontwikkelende voor bezield zooals hij ook de magneet wezenheid, De anima I 2). Empedocles neemt aan, dat zijn vier houdt (Aristoteles: vuur en lucht door liefde en haat met elkaar elementen: water, aarde, in verbinding terecht als de voorvader van het treden. Democritos wordt la tere mat?rialisme zelf was echter beschouwd; geen hij cons?quente 305
  7. 7. nam want aan. ook tot Haeckel materialist, ?zielatomenquot; Trouwens, hij atomisme niet en dacht het zelfs Haeckel kent consequent ?dinglichquot;, en onlust, zijn massa-atomen en afkeer lust ze toe; hij denkt begeerte zij het ook ais personen. derhalve, vaag, en III. Kennen ?verstaanquot;. we wel vaststellen, is derhalve, Genetisch dat m?gen het kennen niet tot personen, maar van dingen van personen tot dingen Dit gekomen. inzicht moet van grond af aan veranderen. Was de kennistheorie Kant dan was zijn bewering, dat we alleen maar de ?ver daarvan uitgegaan, maar dat het ,J)ing an sichquot; onkenbaar is, in 't waarnamen, schijningquot; niet bij hem Want ten opzichte deze heeft geheel opgekomen. scheiding van waarde. geen personen kennen of zelfs ? wat ten opzichte we een mensch Wanneer van ?din ? dan gaat onze kennis is en al niet mogelijk verstaan, genquot; geheel uit; zij vat niet een ?Ding an sichquot;, maar boven de ?verschijningquot; een wezen an sich, en wel op zeer bijzondere we op straat wijze. Wanneer we in den regel zijn merken iemand ?herkennenquot;, in 't ?verschijningquot; we letten niet op zijn kleeding, niet zien niet, of hij blauwe op; geheel of bruine oogen heeft, of hij een bril draagt of niet; dat alles valt alleen bij een sp?ciale ?instelling van onzen blikquot;, op. in bijzondere gevallen, bemerken we slechts, dat ?het de heer N isquot; en denken daar Gewoonlijk niet aan zijn verschijning, maar aan zijn, achter zijn verschijning bij lig we bijzonderheden En zelfs wanneer gende, persoonlijkheid. opmerken ? of of een afwijzende haast heeft, ons beleefd aan groet houding hij neemt ? merken we niet de verschijningsieiten, die dat uitdrukken, maar de daaraan ten grondslag feiten: de haast, de liggende psychische maar niet tot de verschijning, de afwijzing. En deze behooren beleefdheid, zooals we bij het lezen tot het wezen, dat we onmiddellijk waarnemen, maar van een boek ook niet de letters appercipieeren, den door deze zin begrijpen. Dit alles is niet enkel ?kennenquot; meer, letters uitgedrukten maar reeds een tot het innerlijk doordringend verstaan. In dit opzicht de slechts voor ?dingenquot; vertoont gemaakte categorie?ntabel pasklaar van een Kant lacune. gro?te en ver kennen komt het onderscheid tusschen In de omgangstaal van personen. met ten opzichte staan Maar althans uit, duidelijk komen we daarbij niet toe, ook niet met zijn cat?gorie Kant's categorie?n Zeker, er is ook een causaal verstaan, maar in den regel der causaliteit. van een mensch verstaan het handelen is het verstaan We finaal. pas, wanneer we waartoe verstaan ook, wat hij handelt. We inzien, zegt, hij 306
  8. 8. maar we we wanneer wanneer woorden de niet kennen, afzonderlijke van het verstaan. Het zin, het den herauten doel heeft den gesprokene veel moeite de kunstvrienden schilderkunst der gekost, impressionnistische er aan te wennen, hun der blik schilderstuk op de kleur?verschijningquot; en er te een te zieh niet stellen, deze ken stellenquot; mede tevreden ?in naar den te begrijpen. inhoud voudig van het verstaan is niet enkel tot levende wezens De persoonscategorie we dragen haar ook over op dingen. Dat geldt vooral voor alle beperkt; van den objeetiveerenden we een hamer of geest. Wanneer produeten een tang zien, dan letten we gewoonlijk en niet op de ?verschijningquot; is ons onverschillig. ook de ?substantiequot; zien de objeeten op hun We aan, we letten op het immanente doel, dat met de ?ver bruikbaarheid zeer weinig heeft te maken. Alleen wie van een auto niets be schijningquot; grijpt, ziet, wanneer de kap van den radiator wordt geopend, de ?verschij ningquot; der talrijke apparaten; de kenner evenwel ziet verdeelers, ventielen, heen ook de funetie enz., hij ?verstaatquot; door de verschijning aanstekers, ?Ding an sichquot; achter de verschijning is der verschillende Het apparaten. ziet ?dingen voor ?nsquot;, de bijzondere hem doel geheel onverschillig; hij ?verstaanquot;, wanneer der dingen. En hij heeft de dingen matigheid hij heen hun ?zinquot; begrijpt. Voor de geheele door de verschijning cultuur, dat wil is Kant's zeggen, alle door de menschen ?dingenquot;, gemaakte scheiding van ?verschijningquot; an en ?Ding sichquot; vrij onverschillig; overal in de ver iets, dat zieh weliswaar rieht zieh het beleven op den zin, op maar met de verschijning identiek is, op uitdrukt, schijning geenszins maar dat niet wordt. enkel ook iets, ?verstaanquot; gekend, van we ten opzichte Maar zelfs natuurobjeeten gebruiken geenszins we aan van horizon Kant. Wanneer alleen de den categorie?n ?dreigen we naar ver dequot; meestal de zien niet onweerswolken vragen opkomen, an maar we naar noch het alleen maar, sichquot;, vragen schijning, ?Ding of ze ons misschien bij een uit tot ons verhouden, deze w?lken hoe zieh in, wat de Ons boezemt gewoonlijk alleen belang zullen ?st?renquot;. stapje we ze dreigend en wanneer of st?rend noemen, w?lken ?beteekenenquot;, we onwillekeurig er allerlei in, wat niet in de verschijning is ge leggen maar wat we er in voelen of er in denken. Het kennen rieht zieh geven, rieht zieh op het verleden, op het tegenwoordige, het causale ?verklarenquot; zieh op de toekomst! Dit behoeft het finale ?verstaanquot; niet steeds rieht te zijn; het kan ook een van buitenaf aan een immanente doelgerichtheid maar aan de dingen zelf toegeschreven gevoerde, doelmatigheid zijn. We op hun bruikbaarheid of geschiktheid kijken de levenlooze objeeten aan. Alleen iets van steenen, die aan ieder die beeldhouwer ?verstaatquot; 307
  9. 9. bl?k marmer ziet, wat er uit te maken of is. Dat is niet im schelpkalk maar is een aangebrachte, manente het toch in de din doelgerichtheid, die niet alleen gekend, maar ook ?ver gen doelmatigheid, aangevoelde staanquot; wordt. in de De voorkomende en tusschen kennen omgangstaal tegenstelling is van principieele wat ook in de moderne verstaan weten beteekenis, en verstaan van erkend, al worden de woorden schap wordt kennen tijd tot tijd ook promiscu? De beide antithesen gebruikt. scherp tegenover stellend, kunnen we zeggen: elkander het verstaan dringt door de rieht zieh op de verschijning, Het kennen h??n tot een zieh in de verschijning xvezen. uitdrukkend verschijning Het of abstracties kennen uit deze ge gegevens zintuigelijke grijpt gevens; het verstaan vat tegelijk met de zintuigelijke gegevens het daarin leven, de ziel, den geest. zieh uitende in den zin van; Het kennen is vaststellend, of synthetisch, analyseerend verstaan Het is op het geheel het het ge?soleerde bijeenvoegend. gericht; vat in het bijzondere het onmiddellijk geheel. rieht zieh op het tegenwoordige Het of op een in den geest kennen ervaren we het tegen In het verstaan toekomst. verleden of geroepen en de toekomst als eenheid. het verleden woordige, Het kennen rieht zieh primair verstaan levenlooze het rieht op dingen; wezens. we zieh bezielde Wanneer seeundair ook op primair dingen we een naar een streven een dan deze kennen verstaan, doel, dingen een wanneer we zin levende wezens toe; waarde-inhoud, geestelijken we van abstraheeren hun uit. kennen, innerlijk naar vrijheid van waardeeren; Het kennen het verstaan streeft derhalve ook doelt de waarde der objeeten. In het bijzonder alle daarentegen op van verstaan een involveert ook menschen waardeering. Het rieht natura kennen zieh naturata. op de werkelijkheid, de Het verstaan rieht zieh op het 6or^n-werkelijke, de natura naturans, dat niet maar dat de in een hoogeren samen iets emwerkelijks is, werkelijkheid hang ziet. van het ?verstaanquot;. IV. Principieele uiteenzetting zooals ze in navolging van Kant werd beoefend, moet De kennistheorie, dus ? en dat is een eisch, die voornamelijk door de geesteswetenschappen ? een werden wordt door verstaan-th?orie. Weliswaar aangevuld gesteld verstaan een maar vooronderstelt in het zin zekeren steeds ?kennenquot;, niet bij. Het te kennen het door daar de in feiten h?en blijft dringt en niet der van het in het alleen levende gegevens, innerlijk innerlijk 308
  10. 10. van en van maar in dat ook het wezens, dingen samenhangen gebeuren te een vatten tot niet in kennen het ?wezenquot;. uiterlijk van voornaamste vragen, die in de kennistheorie Een de opduiken, is; en deze vraag of rationalistisch is wel deze, of het kennen sensualistisch te voor verstaan is ook het Een is beantwoorden. sensualismequot; ?zuiver meer aan een Kant rationalisme de orde. Sedert thans evenmin als ?zuiverquot; niet meer te ontkennen, in alle dat is het behalve kennen, zintuigelijke een centrale factoren functie vervullen: gewaarwordingen, belangrijke men ze ook noemen. Maar of hoe wil ?gestaltenquot;, categorie?n, begrippen, ze zijn niet enkel vormen van factoren zijn niet zuiver rationed, deze van handelen en gedrag. ze zijn ook vormen cat? het *) De verstand, is niet een enkel denken, maar omvat ook een practische gorie ?dingquot; ik gedraag me wanneer een bijzonder gedrag; want ik v?or me houding, waarvan ik niet weet, of het een schaduw in het donker iets waarneem, ik het als een ding heb her of een ?dingquot; is, h?el anders, zoodra kend. Bij het ?verstaanquot; komt nog iets anders: wanneer ik in het donker een mensch ik daardoor dan heb den mensch heb iets als herkend, ook weten, wat hij daar uitvoert, Ik wil niet of hij mij ?verstaanquot;. nog van mij wil. Dat of begrijp ik uit zijn gedrag, iets ook bespiedt misschien maar onmid door niet door logische gevolgtrekkingen, voornamelijk, niet sensorische of intu?tief. Hier instinctief beslissen dellijke invoeling, een en rationeele essentieel is indrukken instinctief begrippen; noch het rationalisme noch Kant's gedrag. Noch het sensualisme synth?se om het ?verstaanquot; van beide zijn derhalve te verklaren; veel voldoende, en meer toont alle persoonlijk verstaan, dat daarbij instinctieve practische en invoeUngen be in het spel zijn, die ook waardeeringen ?instellingenquot; verstaan vatten. v??r het ligt zelfs het op het Genetisch geheel gerichte er naar verstaan zal het kennen. De streven, synthetische wetenschap een we te steunen. ook door kennis Willen bij voorbeeld afzonderlijke die we in zijn schilderten van Rembrandt, de gelaatsuitdrukking intu?tief dan zullen we analy vatten, wetenschappelijk-physiognomisch kennen, moeten seerend op de bijzonderheden ingaan. Maar zonder ?intu?tiequot; en wordt toch slechts zij niet ?verstaanquot;. blijft alle ?kennisquot; fragment in der kennistheorie of het kennen Een andere is, grondvraag a is. Vatten we het begrip a of heeft zijn oorsprong ?ervaringquot; priori van ?aangeborenquot;, we zeggen, dat dan moeten in de beteekenis priori op a van verstaan een instinctief gedrag, het verm?gen inderdaad is, priori en kleine kinderen dat we tot op zekere bij dieren aantreffen. hoogte in mijn ?k uitvoerig heb Het der karakter categorie?n aangetoond *) practische der Wissenschaftquot;, 1936. ?Psychologie 309

×