Cultuurdating (master thesis C-MD, 2007)

2,931 views

Published on

Onderzoek naar, en conceptualisering van een sociaal, digitaal cultuurplatform voor jongeren met de combinatie ‘data & dates’ als motor.

Master thesis Communicatie- & Multimedia Design (2007)

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
2,931
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3
Actions
Shares
0
Downloads
17
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Cultuurdating (master thesis C-MD, 2007)

  1. 1. Cul-tuurdating Onderzoek naar, en conceptualisering van een sociaal, digitaal cultuurplatform voor jongeren met de combinatie ‘data & dates’ als motor Bram Vanderhaeghe | 2007 | Media & Design Academie
  2. 2. Masterproef Communicatie- & Multimedia Design‘cultuurdating’Bram Vanderhaeghe, 2007Media & Design Academie | Katholieke Hogeschool LimburgPromotors & coachesLiesbeth Huybrechts en Kris Aerts.Bedankt...Vrienden en familie voor het meevolgen en voor fijne afleiding wanneer het nodig was.Docenten en studenten van C-MD voor twee interessante (en amusante) jaren.CJP medewerkers en jongerenredactie voor uitgebreide feedback en lekkere koffie.Alle mensen, al dan niet experts, die tijd maakten om hun mening te geven over het concepten de uitwerking ervan.Papa en Stef die elk een grote deel tekst op taalfouten nakeken.Extra dank aan Liesbeth en Kris om tijd te maken en te coachen tot het absolute einde. 2
  3. 3. “Happiness is not in the mere possession of money; it lies in the joy of achievement, in the thrill of creative effort.” Franklin D. Roosevelt 3
  4. 4. Over het taalgebruikIn dit werk worden Engelstalige termen doorheen het Nederlands gebruikt.De materie die hier behandeld wordt is jong en typisch ervoor is dat ontwikkelingen vaakgeen landsgrenzen — en dus taalgrenzen — kennen.Termen als social media, social event calendar, content community, … kunnen mits eenbeetje taalinventiviteit moeiteloos naar het Nederlands vertaald worden. Het nadeel is dat zedaarbij hun betekenis gedeeltelijk, en hun bekendheid nagenoeg volledig verliezen.Omwille van die redenen is in dit werk het breed aanvaarde gebruik om in deze geenvertalingen door te voeren, gevolgd. 4
  5. 5. AbstractCommuniceren, jongeren en cultuur. Er is al heel wat geschreven en onderzocht over decombinatie van deze drie termen.Er is echter iets wat telkens weer opvalt wanneer we bijvoorbeeld in het plaatselijkejeugdcafé even rondvraag doen: de meerderheid weet niet dat ‘Kommil Foo’ over 3 weken inhet cultuurcentrum speelt. Sommigen weten het dan weer wel, maar kennen niemand die erheengaat, wat hen tegenhoudt een kaartje te kopen.Kennissen die enthousiast worden en mee willen gaan, halen in dergelijke etablissementenzelden een agendaatje boven om de date meteen ook te noteren. Een week na hetoptreden, vraagt een enkeling dan “wanneer Kommil Foo nu weer kwam?”.Die net geschetste situatie zette ons al vaker aan het denken. Het feit dat we ookontwikkelaar zijn van de website van een cultuurcentrum én actief social webgebruiker, deedons nadenken over een oplossing in de combinatie van cultuur en social media.Literatuuronderzoek leert ons dat de aangehaalde situatie ook wetenschappelijk te verklarenis: de ervaring van het bijwonen van een voorstelling wordt sterk beïnvloed door hetgezelschap waarin je vertoeft. Meestal is het veel leuker met anderen naar ‘Kommil Foo’ tegaan, te genieten van de voorstelling en achteraf nog wat na te praten in de cafetaria, dan erin je eentje al dan niet te zoeken naar een andere eenzame bezoeker.Ook social media blijkt in het plaatje te passen. Dat verschijnsel is meer dan een hype. Nietenkel, maar vooral op het web, is een evolutie van socialisatie zichtbaar. Er vormen zichzogenaamde online communities: virtuele netwerken van mensen die een interesse delen endaarover communiceren met elkaar. Ze maken op die manier zelf de inhoud — usergenerated content is een vaak gehoord begrip dezer dagen.Die inhoud is soms cultuur. Vooralsnog doet de cultuursector zelf niet veel moeite om hetpotentieel van dat continu groeiende aantal actieve, sociale internetgebruikers te benutten.Een uitzondering die lichtjes gehyped werd in de cultuursector is de Vooruit. Dit Gentsecultuurhuis lanceerde onder de naam Vooruit 2.0 een social web applicatie. Jammer genoegdurfde men geen afstand doen van de klassieke top-down structuur: de organisator bepaaltde inhoud en creëert het kader, de gebruikers mogen enkel daar op reageren. ‘usergenerated comment’ past hier beter.Jongeren zijn een interessante doelgroep. Niet alleen omdat wij er zelf toe behoren maaromwille van hun houding tegenover het internet. De jongeren van nu, mensen die vanafbegin jaren ’80 geboren zijn, maakten de opkomst van het internet niet bewust mee. Zeworden de M-generatie genoemd. Die M-generatie ziet internet zelden als een wonderlijke,spannende technologie — tenzij het studenten Communicatie en Multimedia Design zijn. Hetwas er altijd al voor hen en is net zo gewoon als televisie vandaag is voor de meesten. 5
  6. 6. We gaan na wanneer e-cultuur — dat is cultuur(communicatie) via het internet — sociaal tenoemen is. Wat houdt dat concreet in en hoe tracht men daarmee de beleving vancultuurparticipatie te versterken? Net die sociale component is aantrekkelijk voor jongeren,getuige het succes van MSN, MySpace en zelfs het oprukkende Facebook.Er wordt besproken wat de belangrijkste factoren zijn die jongeren aanzetten en inspirerentot cultuurparticipatie en -communicatie en hoe die toepasbaar zijn in het digitaal, sociaalcultuurplatform dat we voor ogen hebben.Het basisidee, hetgeen de aanzet vormde voor deze thesis, was een website alsCultuurweb, waarop kan gezien worden wie er nog naar dat ene evenement gaat. Tijdens deliteratuurstudie, gesprekken met vrienden, medestudenten en de verantwoordelijke voorjongerencommunicatie in het plaatselijke cultuurcentrum, groeide het idee voor eenuitgebreid digitaal cultuurplatform voor jongeren.‘Cultuurdating’ is de werktitel van die social web applicatie. Die applicatie is een mix vaneen content community en een sociale — door de community gestuurde — kalender, gevuldmet culturele manifestaties. De focus ligt hierbij op het ontwerp: zowel conceptueel als in dezin van interaction design: grafiek, usability, informatie organisatie, …Het is niet de bedoeling te bewijzen dat net déze applicatie zal werken. Wel willen we tonenhoe verschillende (belangrijke) aspecten van cultuurbeleving door jongeren ook — en somszelfs vooral — in social media aan bod kunnen komen. We laten zien wat er mogelijk is enwelk potentieel de Vlaamse cultuursector voorlopig onbenut laat.Het doel is dat jongeren met interesse voor cultuur er elkaar kunnen vinden, ervaringen enmeningen delen. Ze beïnvloeden en stimuleren elkaar bewust én onbewust en breiden zohun netwerk uit met gelijkgestemde cultuurminnaars.Het platform voorziet in een laagdrempelig ‘meeting’ of ‘dating’ systeem: wie zin heeft in eenavondje cultuur hoeft niet alleen te gaan maar vormt een groepje met ‘cultuurdaters’ diehetzelfde plan hebben.Een cultuurhuis wordt dan écht sociaal: je bezoekt een museum met mensen die dezelfdeinteresse hebben, je ziet op voorhand welke ‘virtuele’ kennissen naar die ‘echte’theatervoorstelling gaan, …Vooral handig voor wiens reële kennissenkring geen uitgebreid aantal cultuurminnaars telt,laat staan cultuurliefhebbers met dezelfde voorkeuren die graag cultuurmanifestatiesafschuimen. 6
  7. 7. InhoudstafelInleiding 9DEEL 1 — LITERATUURSTUDIE: ‘OVER CULTUUR, SOCIAL MEDIA EN JONGEREN’Cultuur 12 Het begrip ‘cultuur’.................................................................................................................. 12 Cultuurparticipatie................................................................................................................... 15 Samengevat.................................................................................................................................. 16Cultuurgebruik van jongeren 18 Cultuur binnen de vrije tijd van jongeren................................................................. 18 Beweegredenen cultuurparticipatie............................................................................. 22 Jongeren en organisatie/plannen.................................................................................. 24 Samengevat.................................................................................................................................. 25Internetgebruik jongeren 27 (Bijna) iedereen surft............................................................................................................... 27 Waar jongeren naar op zoek zijn..................................................................................... 27 De M-generatie en social web.......................................................................................... 28 Samengevat.................................................................................................................................. 29Social media 30 Karakteristieken.......................................................................................................................... 30 Social web......................................................................................................................................33 Het belang van ‘Recommendation’............................................................................... 36E-cultuur 39 Situering.......................................................................................................................................... 39 E-cultuur in Vlaanderen......................................................................................................... 41DEEL 2 — KWALITATIEF ONDERZOEKOnderzoeksmethodologie 44 Virtuele etnogra e.................................................................................................................... 44 Case study......................................................................................................................................46‘Upcoming’ 48‘MyTaste’ 52‘Concertival’ 54 7
  8. 8. Detailstudie ‘Last.fm’ 56 Overzicht........................................................................................................................................ 56 Aanwezigheid.............................................................................................................................. 57 Identiteit......................................................................................................................................... 59 Delen................................................................................................................................................ 62 Relaties.............................................................................................................................................64 Conversaties................................................................................................................................. 66 Groepen.......................................................................................................................................... 68DEEL 3 — ‘CÔTÉJARDIN’Concept en strategie 71 Inleiding.......................................................................................................................................... 71 Doel....................................................................................................................................................71 Design methodologie............................................................................................................ 72 Basisidee......................................................................................................................................... 73Interaction design 75 Ontwikkeltechnologie........................................................................................................... 76 Informatie architectuur..........................................................................................................77 Gra sch design........................................................................................................................... 79Prototyping 82 Mock-ups........................................................................................................................................82 Feedback concept en mock-ups.................................................................................... 83 Mock-up ‘frontpage’.................................................................................................................88 Mock-up ‘agenda’...................................................................................................................... 90 Mock-up ‘evenement’............................................................................................................. 92 Mock-up ‘pro el’........................................................................................................................ 94EPILOOGBRONNENOngeschreven bronnen 103 Lezingen en evenementen................................................................................................. 103 Communities waaraan we deelnamen....................................................................... 103 Interviews...................................................................................................................................... 104Literatuur 105 8
  9. 9. InleidingSla er Cultuurnet 1 eens op na en je merkt hoeveel er de laatste jaren geschreven enondernomen werd om jongeren dichter bij cultuur te brengen.‘Communicatie’ is het toverwoord in deze materie. Denk maar aan de jaarlijkse ‘Dag van decultuurcommunicatie’ van Cultuurnet. Er zijn talrijke onderzoeken gevoerd naar waar,wanneer en hoe de cultuursector het best aan jongeren kan laten weten wat er te doen is enhoe die jongeren kunnen overtuigd worden om deel te nemen.Als mij gevraagd zou worden de bestaande (Vlaamse) initiatieven te beoordelen, dan zou iker als communicatie- en nieuwe media designer een vernietigende onvoldoende aangeven.Niet omdat men fout bezig is, maar vooral omdat men een enorm potentieel onbenut laat.De éénrichtingscommunicatie van cultuurhuizen en -organisaties mag dan op maatgesneden zijn van jongeren, het zet hen niet aan tot onderlinge communicatie. Zowel tussenjongeren onderling als tussen het cultuurhuis en zijn publiek. En laat net daar de sleutel totsucces liggen.Sommigen hebben dat al begrepen. Vooral rond muziek en uitgaan (naarmuziekevenementen) wordt al één en ander gedaan: Last.fm2 en social network siteMySpace3 zijn goeie voorbeelden. Ook het Vlaamse Allnighters gaat over (elelektronische)muziek en de daarbijhorende events.Nemen we de iets minder toegankelijke cultuur in het vizier (min of meer hetgeencultuurcentra organiseren) dan zijn er slechts enkele noemenswaardige voorbeelden inVlaanderen: zowel de Vooruit 2.0 website van de Gentse Vooruit4 als het privé-initiatiefConcertival (zie case study) werden tijdens het schrijven van deze thesis gelanceerd.Vooruit 2.0 is een aan te moedigen initiatief van een kunsthuis maar tegelijk ook al meteen tebekritiseren: de inhoud is beperkt tot wat er door de Vooruit georganiseerd wordt en hethele kader wordt eveneens door die organisator bepaald en gecontroleerd.Laat ons echter nog een stap verder gaan: we breiden het ontmoeten van en communicerenmet mensen die gelijke interesses tonen, uit tot de echte wereld: samen met‘internetkennissen’ een voorstelling bijwonen, is misschien het ultieme (en een fantastisch)gevolg van een online social community.1 http://www.cultuurnet.be, 2007.2 http://last.fm, 2007.3 http://myspace.com, 2007.4 http://www.vooruit.be, 2007. 9
  10. 10. Het idee over hoe zo’n webcommunity — over cultuur en voor jongeren — er dan wel uit zoukunnen zien is het vertrekpunt van dit werk, dat in drie delen opgebouwd is.IndelingDeel 1 is een uitgebreide literatuurstudie over cultuur, jongeren en social media. Ze moet nietgezien worden als de basis voor het concept, maar eerder als een referentiekader en dewetenschappelijke onderbouwing van het concept.Het tweede deel beschrijft de uitgevoerde case-studies. Hierbij worden interessante puntenvan diverse, op één of meerder wijzen gerelateerde cases gewikt en gewogen. Die puntenworden gelinkt aan de theorie uit de case study en in rekening gebracht bij het uiteindelijkeconcept. Eén case is een stuk uitgebreider geanalyseerd: de muziek community Last.fm.In het laatste deel ten slotte wordt het initiële idee (zie ook abstract) conceptueel uitgewerkt,rekening houdend en steunend op de bevindingen uit de voorgaande delen. 10
  11. 11. Deel 1 —Literatuurstudie:‘Over cultuur, social mediaen jongeren’ 11
  12. 12. Cultuur‘Cultuur’ is een woord met veel betekenissen, afhankelijk van — maar daarom niet precies afte leiden uit — de context waarin het wordt gebruikt. Ondubbelzinnig vastleggen wat eronder ‘cultuur’ verstaan wordt, is een belangrijk vertrekpunt. Gebruik makend van wat wehier uitklaren, doen we hetzelfde voor het begrip ‘cultuurparticipant’.Het begrip ‘cultuur’Over de notie ‘cultuur’ bestaat geen consensus binnen de sociaal-wetenschappelijkeliteratuur. Dat schrijft ook Rudy Laermans in ‘Het Vlaams cultureel regiem’, waar hij een (2deorde) observatie maakt van het cultuurbeleid in Vlaanderen. 5 Laermans overloopt er demeest voorkomende definities en de context waarin ze worden gebruikt. Het lijkt ons eencorrecte manier van werken om enkele van die definities hier te parafraseren en net als inLaermans’ studie vervolgens een eigen omschrijving op te stellen die aangeeft welkebetekenis er in dit werk van toepassing is.‣ In de klassieke antropologische cultuurvisie die eind 19de eeuw ingang vond, staat ‘cultuur’ voor de totale levenswijze van een sociale groepering. Het gaat hier over cultuur in de brede betekenis van het woord. Het 19de eeuwse darwinisme was hierin richtinggevend. Men maakte het onderscheid tussen natuur en cultuur, tussen biologische en verworven levenskenmerken. Cultuur wordt gezien als ‘alles wat niet natuur is’, als alles wat door ‘de mens’ — in collectief verband — wordt voortgebracht. Het gaat hier zowel over het materiële (kledij, huizen,…) als over het immateriële (opvattingen, zeden of gebruiken,...).‣ Het mentalistisch cultuurbegrip beperkt de cultuurnotie tot het immateriële ‘collectief bewustzijn’, het geheel van collectief gedeelde opvattingen, voorstellingen of representaties. Daarbinnen wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen overtuigingen (‘wat is’), waarden (‘wat moet’) en normen (‘wat hoort’).‣ “Het semiotisch of symbolisch cultuurbegrip definieert cultuur in termen van een collectief betekenisfonds dat mensen toelaat de werkelijkheid actief te interpreteren of betekenis te geven. Taal is in deze visie dan ook de harde kern van iedere cultuur. Net als alle andere vormen van interpretatie krijgen talige betekenissen pas een publieke zichtbaarheid en sociale relevantie dankzij materiële dragers of symbolen.” (citaat)5 Laermans, Rudi. ‘Het cultureel regiem’. Lannoo, 2002. p. 3-8 12
  13. 13. ‣ Binnen de humanistische cultuuropvatting is cultuur synoniem voor wat traditioneel de hoge cultuur heet. De online encyclopedie Wikipedia koppelt hier de synoniemen ‘elitaire cultuur’ en ‘Cultuur met grote C’ aan vast.6 Deze ‘hoge Cultuur’ zou omschreven kunnen worden als datgene aan kunstuitingen dat in de loop der jaren door een zekere elite als bijzonder en waardevol wordt beschouwd.De laatste zienswijze bevat een interessant punt dat onze cultuurdefinitie nadert: ook in ditwerk wordt cultuur vooral gezien als een kunstuiting. Toch is de humanistischecultuuropvatting voorbijgestreefd. Het onderscheid tussen wat men traditioneel elitairecultuur (theater, dans, klassieke muziek, ...) en populaire cultuur (popconcerten, televisie,film, …) — of ook wel de hoge en lage cultuur — noemt, kan wel nog worden gemaakt en zoworden aangevoeld. De benamingen ‘elitair & populair’ en ‘hoog & laag’ lijken ons echtersterk achterhaald te zijn. Ze trachten de zogenaamde populaire cultuur als minderwaardig ofniet hoogstaand te bestempelen, als ‘cultuur voor de domme massa’.Indien we de humanistische cultuuropvatting zouden volgen, dan is een slecht gespeeldklassiek kamerconcert ‘hoge cultuur’ en een perfect gebracht optreden van technogodLaurent Garnier op het 10daysoff festival ‘lage cultuur’.Zo’n voorbeeld illustreert dat definities in deze materie erg relatief zijn. Bovendien lijkencultuurdeelnemers steeds ongevoeliger te zijn voor het traditionele onderscheid tussen hogeen lage cultuur. Een nieuw profiel is dan ook alsmaar meer en beter te detecteren: dat vande culturele omnivoor.De culturele omnivoorMaatschappelijke ontwikkelingen verkleinen de afstand tussen de traditionele, hogerekunsten en de als lager beschouwde cultuurvormen. De vroegere, duidelijkestatusverschillen tussen beide lijken te vervagen. Zogenaamd ‘legitieme cultuur’ omvatsteeds meer genres: film, fotografie, popmuziek, thrillers en strips winnen onmiskenbaar aanprestige en erkenning. 7Vooral onder hoogopgeleiden leidt dit tot omnivoor cultureel gedrag. Naar de jaarlijkseelektronische hoogmis ‘I love Techno’ gaan en de laatste voorstelling van theater Malpertuisbijwonen, Javier Guzman fantastisch vinden en zich laten inspireren tot nadenken over ‘Lapersistencia de la memoría’ van Salvador Dalí.Andersom, ‘van laag naar hoog’, lijkt het verhaal veel moeilijker en nauwelijks op te gaan:een laagopgeleide fan van Frans Bauer stapt niet zomaar het concertgebouw van Bruggebinnen. 86 http://nl.wikipedia.org/wiki/Cultuur, 2006.7 Marijnissen, Jan. Interview met Marjolein de Boer, directeur van CJP Nederland, 12 oktober 2005. (http://www.janmarijnissen.nl/2005/10/12/en-wat-is-dat-dan-kunst-en-cultuur/)8 Twaalfhoven, Anita. ‘Hoge en lage cultuur’, Boekman 65. Amsterdam, 2005. 13
  14. 14. Ook vanuit de kunstwereld zelf komen signalen dat het traditionele onderscheid in vraagmoet worden gesteld. Wat te denken over ‘The Grey Album’ van Danger Mouse (zieafbeelding), een mash-up waarbij een a capella versie van rapper Jay-Z’s ‘The Black Album’op muziek wordt gezet die bestaat uit samples en bewerkingen van ‘The White Album’ vanThe Beatles, een groep die in huidige tijden door sommigen liefst onder ‘elitair’ wordtgeklasseerd. Voor sommigen — zowel aanhangers van The Beatles als van Jay-Z —hemeltergend, voor een aantal professionele muziekmagazines een meesterwerk. 9Frans de Ruiter en Hans van Maanen bekritiseren het gebruikte begrippenkader. De Ruiterschrijft:“Laten we hoog en laag in het vervolg gebruiken voor hun eigenlijke betekenis: de hoge enlage kwaliteit van inhoud en vorm, uitvoering en presentatie, ambacht en beweging.” VanMaanen zet zich af tegen de trend om begrippen als kunst en cultuur over één kam tescheren. “Onderscheid moet er zijn,” vindt hij “als alles kunst heet, vervaagt de waarde vankunst voor de samenleving.” 109 Cashmore, P. ‘Danger Mouse : The Grey Album’, NME, s.d.‘Danger Mouse - The Grey Album’, SPIN.com, 15 april 2004.Gitlin, Lauren. ‘DJ Makes Jay-Z Meet Beatles’, Rolling Stone, 5 februari 2004.10 Twaalfhoven, Anita. ‘Hoge en lage cultuur’, Boekman 65. Amsterdam, 2005. 14
  15. 15. Het mag duidelijk zijn dat dit een levende materie is, die verschillende invalshoeken enbijbehorende meningen kent.‘Cultuur’ binnen deze contextHet concept ‘culturele omnivoor’ duidt perfect de deelnemer aan van de cultuur die wij voorogen hebben. We erkennen het bestaan van de culturele omnivoor en dus impliciet hetbestaan van hoge én lage cultuur, hoewel dat verschil steeds subjectief is.We richten ons dus niet tot één van beide ‘soorten’ cultuur, maar stellen ons op als eenomnivoor: we hebben aandacht voor ‘moeilijkere’, misschien zelfs ‘meer intellectuele’cultuur, zonder populaire cultuur als minder waardevol te beschouwen of te negeren.De termen ‘moeilijker’ en ‘meer intellectueel’ zijn volgens ons een stuk objectiever dan‘hoog’ of ‘elitair’, wanneer we het hebben over het onderverdelen van cultuur. Het meerintellectueel zijn, duidt dan vooral op het opleidingsniveau van het publiek dat zo’nvoorstellingen vooral bezoekt.Worden we heel concreet en denken we aan een uiteindelijke web applicatie, dan pastdaarin zowel populaire cultuur als ‘moeilijkere’ cultuur. Dat is niet hetzelfde als zeggen datalles dus kan. Het selecteren en beslissen van wat wel en wat niet kan, is niet in regels tegieten. Zo’n beslissing moet binnen de juiste context genomen worden, gebaseerd op desubjectieve mening van (redactie)leden. Het is niet ondenkbaar — en wellicht ergwaarschijnlijk — dat die ‘geschikte cultuur’-definitie een organisch gegeven zal zijn, datcontinu verandert en vervormt in de tijd — net zoals de definitie van ‘cultuur’ an sich.CultuurparticipatieWie een boek leest, kan cultuurparticipant genoemd worden. Hetzelfde geldt voor eenbezoeker van het theater. Maar eveneens voor de acteur in het theaterstuk zelf.Overigens laten we in het midden of dit theaterstuk al dan niet virtueel plaatsvindt, zoals inde zeer recente virtuele voorstelling van HETPALEIS, ‘Paola246’ 11. Het medium is van weinigbelang.Actieve en receptieve cultuurparticipatieBinnen de tot hiertoe gemaakte afbakeningen en definities, is er nog geen onderscheidgemaakt tussen actieve en receptieve cultuurparticipatie, noch tussen publiek en uitvoerder.11 http://paola246.skynetblogs.be, 2007. 15
  16. 16. Wie de rol van uitvoerder draagt, is altijd een actieve cultuurparticipant: de uitvoerder voertde cultuuractiviteit uit. Wie tot het publiek behoort kan zowel actief als receptief participeren.In juli vond het 13e Internationaal Straattheaterfestival plaats, tijdens de Gentse Feesten.Een grappige Spanjaard koos bij het begin van zijn stuk een grinnikend jongetje uit dat dehele voorstelling (vijftien minuten) ‘moest’ meedoen. Dat jongetje illustreert mooi het verschil:hij werd omgetoverd van receptieve participant tot actieve participant.Ook ‘communiceren over’ is participerenBinnen het kader rond cultuur en cultuurparticipatie dat we tot hier toe specificeerden, kancultuur al snel vooral als een ‘object’ gezien worden. Theaterstukken, boeken,kunstartefacten, concerten,… zijn dan objecten die ‘cultuur’ zijn. Het bekijken, beluisteren,betasten, gebruiken,… van die cultuurobjecten, is dan de zogenaamde participatie.Dat beeld klopt slechts gedeeltelijk. We zien participatie ruimer dan enkel het letterlijkgebruik van cultuurobjecten. Communiceren over cultuur, nadenken, verwerken, reageren,…zijn acties die onlosmakelijk verbonden zijn aan onze definitie van cultuurparticipatie.In het licht van het project dat uiteindelijk wordt uitgewerkt, kunnen we daarom stellen dathet gebruiken van een online cultuurplatform eveneens onder het label ‘cultuurparticipatie’ teplaatsen is.Samengevat‘Cultuur’ en ‘cultuurparticipatie’ zijn flexibele, organische begrippen. Ze kennen geen vaste,eenduidige definitie. Over de notie ‘cultuur’ bestaat geen consensus binnen de sociaal-wetenschappelijke literatuur, schrijft Rudy Laermans 12.De betekenis die aan deze termen gekoppeld wordt, is afhankelijk van het denkkaderwaarbinnen ze worden gebruikt.Er is vastgelegd dat we ons in dit werk baseren op de betekenis waarin cultuur gezien wordtals ‘kunstuiting’. We hebben daarbij gewezen op het bestaan van het — quasiondefinieerbaar — verschil tussen zogenaamde hoge en lage cultuur.We richten ons niet tot één van beide ‘soorten’ cultuur, maar stellen ons op als eencultuuromnivoor: we hebben aandacht voor ‘moeilijkere’ cultuur — waarbij ‘moeilijk’ vooraliets zegt over het opleidingsniveau van het daarbij gangbare publiek—, zonder populairecultuur als minder waardevol te beschouwen of zelfs te negeren.We leggen verder geen beperking op omtrent de locatie waarop een manifestatie zich uit: diekan zowel reëel, dan wel virtueel zijn (zie hoofdstuk e-cultuur).12 Laermans, Rudi. ‘Het cultureel regiem’. Lannoo, 2002. p. 3-8 16
  17. 17. Cultuurparticipatie is uiteraard het participeren aan cultuur — cultuur in de betekenis die wenet vastlegden. We hebben het verschil gegeven tussen actieve en receptievecultuurparticipatie. Verder is niet alleen het ‘bekijken’ of ‘uitvoeren’ van een ‘kunstuiting’participatie, ook het communiceren over de ‘kunstuiting’ valt daaronder. In zekere zin is dateen deel van het hele proces dat onlosmakelijk met de ‘kunstuiting’ verbonden is. Kunstwordt zelden voor één persoon gemaakt en bovendien is het veroorzaken van communicatiemisschien wel een voorwaarde om iets als kunst te bestempelen. 17
  18. 18. Cultuurgebruik van jongerenCultuur binnen de vrije tijd van jongerenHoeveelheid vrije tijdEen in 2004 gepubliceerde studie van de Vlaamse Overheid bracht een actueel beeld vanhet vrijetijdspatroon van Vlaamse jongeren. 13 Met ‘vrije tijd’ wordt effectief de tijd bedoeldwaarin men ‘vrij’ is: het volgen van dagonderwijs, vakantiewerk, verzorging van kinderen ofander huisgenoten en essentiële behoeften als slapen, eten en persoonlijke verzorging vallendaar niet onder. weekdag zaterdag of zondag 18- tot 24-jarigen besteden anno 20038u per weekdag gemiddeld 3 uur en 497u minuten aan vrijetijdsactiviteiten. Vanaf6u de leeftijd van 25 jaar daalt dat met5u anderhalf uur tot zo’n tweeënhalf uur.4u In het weekend verdubbelt de vrije tijd: voor 18- tot 24-jarigen naar 7u25min;3u de oudere jongeren doen het met2u ongeveer zes uur.1u0u Belangrijker voor ons is wat jongeren 18 - 24-jarigen 25 - 34 jarigen zoal doen in hun vrije tijd en danvooral welke culturele activiteiten. Ook dat is mee onderzocht. Men heeft daarbij de focusgelegd op non-participanten: die jongeren die in 2003 niet in contact kwamen met derespectievelijke vrijetijdsactiviteit. Wij richten ons vooral op datgene wat binnen onze contextrelevant is.Het aandeel cultuurWanneer we de resultaten bekijken, dan is het aandeel cultuur — zoals wij het definiëren indeze thesis — goed vertegenwoordigd binnen de vrijetijdsactiviteiten van jongeren.13 Pauwels, G. & Scheerder, J., Tijd voor vrije tijd? Vrijetijdsparticipatie in Vlaanderen: Sport: cultuur, media,sociale participatie en recreatie (Stativaria 32), Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Administra-tie Planning & Statistiek, 2004. 18
  19. 19. Percentage non-participanten voor een aantal vrijetijdsactiviteiten (2003) 18- 25- 35- 45- 55- 24j 34j 44j 54j 64jnaar bioscoop gaan 3 13 29 44 65recreatief internetgebruik 19 34 49 62 82krant lezen 20 28 29 29 25bibliotheekbezoek 30 53 54 64 78sportmanifestatie bijwonen 35 51 49 54 60rock- of popconcert bijwonen 36 46 59 78 93kijken naar tv gedurende de week 38 43 40 33 15bezoek aan een museum, tentoonstelling of galerij 39 50 50 49 53theater- of toneelvoorstelling bijwonen 45 48 51 45 53zelf creatief of kunstzinnig bezig zijn 46 50 55 56 67klassiek concert bijwonen 59 70 65 67 75folkloristisch concert bijwonen 73 76 79 79 81ballet- of dansvoorstelling bijwonen 76 74 76 82 82jazz- of bluesconcert bijwonen 83 84 85 79 93operavoorstelling bijwonen 94 93 94 90 89actief lid van een vereniging voor kunstbeoefening 94 95 96 95 96Gegevens uit Smakers — Jongeren en cultuur 2004 14Bioscoopbezoek blijkt de populairste vrijetijdsbesteding te zijn van jongeren, slechts 3% vande 18- tot 24-jarigen is in 2003 niet in een bioscoop geweest. Tegelijk zijn het ook vooral dejongeren die hun vrije tijd hier besteden: naarmate de leeftijd stijgt, daalt het aandeelparticipanten.Hetzelfde is vast te stellen bij recreatief internetgebruik, het bijwonen van een rock- ofpopconcert en bibliotheekbezoek. Er kan dus besloten worden dat dit typische jongeren-vrijetijdsactiviteiten zijn.Een klassiek of folkloristisch concert bijwonen of naar een ballet- of dansvoorstelling gaan,kent voor alle leeftijdsgroepen — ook jongeren — tussen de 60% en de 80% non-participanten anno 2003.Een jazz- of bluesconcert of operavoorstelling bijwonen is nog minder populair, eveneens bijalle leeftijdscategorieën. Hetzelfde geldt voor het actief lid zijn van een vereniging voorkunstbeoefening.Belangrijk verder is dat meer dan de helft van de jongeren zelf creatief of kunstzinnig bezigis, een theater- of toneelvoorstelling bijwoont en niet vies is van een bezoek aan eenmuseum, tentoonstelling of galerij in de vrije tijd — bezoeken in schoolverband zijn hier zelfsniet in meegeteld.14 CJP. ‘Smakers - Jongeren en cultuur 2004’, Brussel, 2005. p. 123 19
  20. 20. Activiteiten van in cultuur geïnteresseerde jongerenHet is interessant om na te gaan wat ‘in cultuur geïnteresseerde’ jongeren dan graag doen inhun vrije tijd, specifiek op het gebied van cultuur. Een studie15 van CJP Nederland kan daariets over zeggen. Men stelde hier vragen aan 353 leden waardoor men een inzicht trachtte tekrijgen in de leef- en belevingswereld van deze jongeren op cultureel gebied.Volgende top 5 zegt iets over de populariteit van verschillende culturele activiteiten. Cultuurwerd daarbij omschreven als zowel kunst, ontspanning als vermaak. De top 5 geeft aan watjongeren (17- tot 25-jarigen) spontaan als eerste antwoord gaven op de vraag van welkeculturele activiteiten ze zoals doen:1. naar de film gaan (41%);2. naar een museum gaan (29%);3. naar toneel gaan (16%);4. nezen van boeken (poëzie en literatuur) (11%);5. naar popconcerten gaan (10%).De resultaten verschillen naargelang de leeftijd: zo geeft een vijfde van de 18- tot 25-jarigenhet bijwonen van een toneelvoorstelling op, terwijl dat bij de 17-jarigen slechts 10% is.Wanneer we de hoeveelheid deelnames bekijken, dan zien we een vergelijkend beeld als inde voorgaande studie: 99% gaat wel eens naar de bioscoop, waarvan bijna de helftmaandelijks. Ruim drie kwart bezoektmusea, een kwart doet dat maandelijks. 100 80De helft van de ondervraagden gaat naartoneel, de helft van die toneelliefhebbers 60gaat maandelijks. Hetzelfde geldt voor 40cabaret, het aantal deelnemers bij 18- tot 2025-jarigen is zelfs 60%.Die 18-plussers nemen in gelijke aantallen 0deel aan popconcerten en ook aan festivals: bioscoopbeiden ongeveer 60%. musea popconcertOok het bezoeken van een tentoonstelling kent een gelijk festivalsucces: 57% van de ondervraagden doet dat al eens, al gaat cabaret toneel50% minder dan eens per maand. dansvoorstelling klassiek concert15 CJP. ‘Project: 2011 — Jongeren, CJP en cultuur’, Qrius, Amsterdam, november 2002. 20
  21. 21. Cultuurparticipatie via nieuwe mediaDe participatie-definitie die we in dit werk definiëren (cfr. hoofdstuk ‘Cultuur’) legt geenrestricties op wat betreft het medium.Laatst werd op Nederland 3 de nieuwste cabaretvoorstelling van Kommil Foo (‘Spaak’)uitgezonden. Dergelijke activiteit werd in het hierboven gehanteerde onderzoek onder ‘tv-kijken’ geklasseerd.We halen hierbij even het al eerder gegeven voorbeeld van de virtuele voorstelling vanHETPALEIS, ‘Paola246’ 16, aan. In tegenstelling tot Kommil Foo’s nieuweling is die specifiekgemaakt voor nieuwe media. De voorstelling liep op een blog, op Twitter, via MySpace en opYoutube (zie figuur).We willen hiermee aantonen dat ‘tv-kijken’, net zoals ‘internetten’ niet per se een activiteit isdie moet gecatalogiseerd worden als non-cultureel. Het kijken naar een cabaretvoorstellingop tv en het deelnemen aan een voorstelling die enkel via het internet te bekijken is, zijnzeker en vast voorbeelden van cultuurparticipatie.Of de cijfers daarom een verkeerd beeld geven, is onduidelijk. Het zijn misschien vooral detraditionele cultuurparticipanten die hier ook via tv of internet naar kijken. Er zijn ons geenonderzoeken bekend die hier meer over zeggen, waardoor dit stukje louter als kritischebedenking door het leven kan gaan.De enige conclusie die we hier kunnen aan vastkoppelen is dat de cultuurparticipatie of -interesse wel eens zou kunnen verschillen van diegene die men in ‘traditionele’ onderzoekenvaststelt.16 http://paola246.skynetblogs.be, 2007. 21
  22. 22. Beweegredenen cultuurparticipatieSociale factorCultuurparticipatie door jongeren wordt sterk beïnvloed door een sociale factor. De kans dater wordt geparticipeerd, daalt namelijk als er geen geschikt gezelschap is.Zowel het versterken als het verruimen van het sociaal netwerk is — naast een aangenametijd hebben — de sterkste stimulans om aan cultuur te gaan doen.In een onderzoek17 dat werd uitgevoerd onder de (jonge) concertgangers van hetmuziekcentrum Nijdrop is vastgesteld dat ‘vrienden en gezelligheid’ doorslaggevend zijnvoor een geslaagde muziekavond. De helft van de jongeren krijgen info over de optredensvia hun vrienden en bijna allemaal (96%) gaan ze er in gezelschap naartoe. “Zonder vrienden,geen ideaal concert”, wordt er besloten.In ‘Smakers’ 18 — een tweejaarlijkse bundeling van rapporten, onderzoeken en trends rondjongeren & cultuur dat CJP België (Cultureel Jongeren Paspoort) samenstelt — stelt menvast dat de motivatie van jongeren voor cultuurparticipatie vooral in degemeenschapsfuncties van cultuur ligt en niet in het artistiek project an sich:“Het gaat eerder om de verruiming van het sociaal netwerk, het beleven van plezier, hetontmoeten van vrienden, het aangenaam invullen van de vrije tijd en het gevoel hebbenopgenomen te worden binnen de maatschappelijk gewaardeerde kring vancultuurliefhebbers.”Dat geldt trouwens niet alleen voor jongeren, het is een eigenschap van het algemeen profielvan de cultuurparticipant dat werd opgesteld door de onderzoeksgroep SMIT (Studies onMedia, Information and Telecommunication) van de Vrije Univsiteit Brussel.Cultuurparticipatie, zo stelt men, blijkt vooral een sociaal gebeuren te zijn. Het verwerven vaneen bepaalde sociale status, sociale waardering, gedragsbevestiging en erkenning speleneen belangrijke rol. Daarnaast is afstand een belangrijk criterium: een Vlaming participeertvooral in zijn eigen omgeving, met uitzondering van daguitstappen.19ImagoDe zonet aangehaalde quote toont al een glimp van een andere belangrijke invloed diemeespeelt in het beslissingsproces tot participatie. In één van de interviews die we haddenmet Claire Koreman van CJP werd het belang van het imago, het zich willen onderscheidenvan anderen, aangehaald. 2017 Devos, Franky. ‘AmbRassadeurs 1’, oktober 2004, CultuurNet Vlaanderen. p. 4318 Smakers - Jongeren & cultuur 2004, p. 1119 SMIT. ‘Onderzoeksrapport over cultuurparticipatie en ICT. In opdracht van Cultuurnet.’ 2003, Brussel.20 Interview met Claire Koreman, maart 2007, CJP Brussel 22
  23. 23. Het is oud nieuws dat vooral jongeren bezig zijn met het vormen en vinden van hun identiteit.Niet alleen in sociale netwerken waarin zich cultuurgeïnteresseerden bevinden, iscultuurparticipatie een middel om de eigen maatschappelijke status te verhogen of teverduidelijken. Aan cultuur — zoals wij het definiëren in het eerste hoofdstuk — kleeft eenzeker imago. Wie aan cultuur doet, laat dat imago voor een stuk op zichzelf afstralen.Welk imago dat precies is, doet in feite niet ter zake. Belangrijk is dat het een positieveinvloed kan hebben op de maatschappelijke status van een jongere en dat het daaromaantrekkelijk kan zijn om zich ermee te verbinden.Dat specifieke imago of die maatschappelijke status is niet iets waarmee de jongere alleenwilt staan. Hoewel een zekere graad van uniek zijn nagestreefd wordt, kan zo’n jongecultuurliefhebber daar toch liefst met enkele leeftijdgenoten over communiceren. “Zeker inniet-stedelijke gebieden zijn jongeren op zoek naar gelijkgestemden”, schrijft Franky Devos ineen pleidooi voor het ontwikkelen van jongerencultuursites die zich focussen op zowel dataals dates. 21De mening van anderenIn het voorgaande hebben we het nog niet gehad over de culturele activiteit zelf. Ook wat erprecies aangeboden wordt, is een beslissende factor om al of niet te participeren aancultuur. Jongeren willen daarbij vooral weten of iets de moeite waard is. Ze hechten daarbijveel meer belang aan wat leeftijdgenoten of gelijkgezinden erover zeggen dan aan wat eenbrochure of informatiebron hen vertelt.In december liet CJP België ‘GOBOTS’ los op de surfende jongeren. 22 De bedoeling van dievernieuwde website is nog altijd dezelfde, namelijk jonge mensen proberen te verleiden totcultuur, maar dat wordt nu op een andere manier aangepakt: “We zijn ook lang in de valgetrapt. Je moet niet gewoon vertellen wat er te doen is. Jongeren willen vooral weten ofiets de moeite waard is.”, vertelt Maarten Denys in krant De Morgen. 23Of iets de moeite waard is, tracht de GOBOTS-site duidelijk te maken aan zijn lezers dooreen geselecteerd aantal voorstellingen te bespreken. Die besprekingen worden geschrevendoor een jongerenredactie, bestaande uit vrijwilligers tussen 18 en 26 jaar oud. Lezerskunnen een reactie plaatsen op zo’n bespreking, wat het oordeel van de auteur versterkt,bijstelt of afzwakt.21 Devos, Franky. ‘AmbRassadeurs 1’, oktober 2004, CultuurNet Vlaanderen. p. 9122 http://gobots.be, 2006.23 Denys, Maarten. ‘Gobots.be’, krant De Morgen, 5 december 2006. 23
  24. 24. Net zoals in het echte leven kan het oordeel van iemand met veel autoriteit zwaarderdoorwegen dan het oordeel van een (groot) aantal anderen met minder of weinig autoriteit.Wat de GOBOTS-site niet doet en echter wel belangrijk is, is dus het stimuleren van lezersom opmerkingen te schrijven en om een systeem te implementeren dat het mogelijk maaktom te bepalen aan wie er weinig, dan wel veel autoriteit wordt gegeven. (zie verder bij ‘socialsoftware bouwstenen’)Jongeren en organisatie/plannenJongeren plannen niet graag op voorhand. In ‘Ambrassadeurs’ wordt er opgeroepen omcommunicatiekanalen voor jongeren te installeren die zeer kort op de bal spelen. Die zoudenvoor jongeren vertrouwd moeten overkomen en hen bijna dagelijks informeren over hetaanbod van de komende dagen. 24Langlopende campagnes voor voorstellingen die pas maanden later gespeeld worden,verliezen al snel hun communicatiekracht. De typische seizoenbrochure die de meestecultuurhuizen in Vlaanderen jaarlijks verdelen, is dus niet aan jongeren besteed.Het verschil tussen deelnemen en aangeven te gaan deelnemenWe hadden in een later hoofdstuk nog uitgebreid over muziekcommunity Last.fm. Zoals daarbesproken, kunnen gebruikers er op een kalender aangeven welke muziekoptredens of -festivals ze binnenkort gaan bezoeken.Wat daarbij opvalt, is dat enkele van de bekeken (jonge) gebruikers meerdere manifestatiesop dezelfde dag aanstippen. Die gebruikers vinken de optredens aan waaraan ze misschienzullen — of graag zouden — participeren. Pas later of in een andere omgeving wordt erbeslist om er al dan niet heen te gaan.In één geval zei een gebruiker daar iets over. De jongeman vertelde dat hij alles aanstiptewaar hij graag naartoe zou gaan. Deels als geheugensteuntje en deels om reactie uit telokken van zijn vrienden: zodat die zien wat hij wil doen en dan misschien zeggen mee tegaan. 2524 Devos, Franky. ‘AmbRassadeurs 1’, oktober 2004, CultuurNet Vlaanderen. p. 6125 Interview met B. Steurs, maart 2007, Genk. 24
  25. 25. Jeugd@heist-op-den-bergMet als doel het opstellen van een nieuw jeugdwerkbeleidsplan bevroegen CultuurcentrumZwaneberg, de jeugddienst en de cultuurdienst van Heist-op-den-Berg alle 16- tot 26-jarigen over het Heistse jeugd- en cultuurbeleid.De ondervraagden konden hun mening kwijt én actief meedenken via een stellingenspel inscholen en jeugdbewegingen.Er kwamen 1009 jongeren aan het woord. Uit de resultaten en de concreet genomenmaatregelen 26 springt voor ons het last-minute ticketsysteem in het oog. Wat elders in dithoofdstuk wordt aangehaald, kwam ook hier tot uiting: de Heistse jongeren gaven te kennengraag op het laatste moment te beslissen of ze een culturele manifestiatie al dan nietbijwonen.Naast de klassieke korting, is er voor –26 jarigen een last-minute-systeem (onder de naam‘YIP-kaarten’) dat speciaal voor die groep enkele tickets beschikbaar houdt tot vlak voor deaanvang.Overigens dient hierbij opgemerkt te worden dat zo’n last-minute systeem niet enkel inspeeltop het planningsgedrag van jongeren. Het creëert ook een exclusiviteitsgevoel, wat zeergewaardeerd wordt door jongeren. 27SamengevatHet aandeel cultuur is goed vertegenwoordigd binnen de vrijetijdsactiviteiten van jongeren.Enkele van de meest typische jongeren-vrijetijdsactiviteiten vallen onder de cultuurnoemer:bioscoopbezoek, het bijwonen van een rock- of popconcert en bibliotheekbezoek. Eenandere interessante, populaire — maar niet per se culturele — jongerenactiviteit isinternetgebruik.Belangrijk is dat meer dan de helft van de jongeren zelf creatief of kunstzinnig bezig is, eentheater- of toneelvoorstelling bijwoont en niet vies is van een bezoek aan een museum,tentoonstelling of galerij in de vrije tijd. Een voorbeeld hiervan is ‘AmuseeVous’: dankzij datinititatief kan een Rock Werchter bezoeker met zijn polsbandje gratis binnen in 36 musea inBelgië en Nederland. 18 000 jongeren maakte daar de voorbije twee jaar gebruik van. 2826Van Campenhout, Daf. ‘AmbRassadeurs 2 - Een duik in de praktijk.’, CultuurNet Vlaanderen, 2005.Hoofdstuk ‘Jeugd@heis-op-den-berg’27 Interview met Claire Koreman, maart 2007, CJP Brussel28 http://www.amuseevous.be, 2007. 25
  26. 26. We hebben opgemerkt dat in de aangehaalde onderzoeken geen rekening gehouden wordtmet cultuurparticipatie via media als televisie en het internet. Wegens het ontbreken vancijfers kunnen we enkel besluiten dat de culturele interesse en participatie hoger, maar nietlager, zou kunnen liggen dan wordt aangenomen.Bij het aanbieden van informatie over culturele evenementen is kort op de bal spelen deboodschap: een jongere beslist liefst vandaag wat er vanavond wordt gedaan.Last-minute tickets zijn daar een goed antwoord op. Zijn die bovendien exclusief voorjongeren en geven ze garantie op een goede plaats, dan creëert dat een fel gesmaaktexclusiviteitsgevoel.De motivatie van jongeren voor cultuurparticipatie ligt vooral in de gemeenschapsfunctiesvan cultuur en niet in het artistiek project an sich. De verruiming van het sociaal netwerk ende versterking van het bestaande zijn belangrijkere redenen. Even belangrijke motivaties zijnhet aangenaam invullen van de vrije tijd en het gevoel hebben opgenomen te worden binnende maatschappelijk gewaardeerde kring van cultuurliefhebbers.Die maatschappelijke status is niet iets waarmee de jongere alleen wil staan. “Zeker in niet-stedelijke gebieden zijn jongeren op zoek naar gelijkgestemden”, schrijft Franky Devos in eenpleidooi voor het ontwikkelen van jongerencultuursites die zich focussen op zowel data alsdates. 29De mening van die anderen ten slotte, is eveneens een belangrijke factor in hetbeslissingsproces tot cultuurparticipatie. Ze willen weten of iets de moeite waard is endaarbij luisteren ze veel liever naar een leeftijdgenoot met dezelfde smaak dan naar wat eenjournalist in de krant of op een website schrijft.29 Devos, Franky. ‘AmbRassadeurs 1’, oktober 2004, CultuurNet Vlaanderen. 26
  27. 27. Internetgebruik jongerenIn het voorgaande werd al een kleine hint gegeven over het internetgebruik van jongeren. Wetrekken dit gegeven hier verder open: we beperken ons niet enkel tot recreatief gebruik enbekijken het algemene gebruik.(Bijna) iedereen surftYouth Online, een onderzoek dat Insites 30 in 2004 uitvoerde en begin 2005 publiceerde,geeft aan dat acht op de tien Vlamingen tussen de 18 en de 24 jaar regelmatig op het websurft.We hebben geen cijfers uit meer recente onderzoeken voor deze leeftijdsgroep. De evolutievan het aantal jongvolwassen surfers zegt echter veel: in 2000 surfte 49% regelmatig, in2002 was dat al 69% en in 2004 stond de teller op meer dan 80%. 31Een zeer recent onderzoek door het Onderzoeks- en Informatiecentrum vanVerbruiksorganisaties (Oivo) maakt een zeer duidelijke vaststelling wat betreft 13- tot 18-jarige jongeren: “iedereen surft”. 96% van de Vlamingen uit die leeftijdsgroep geeft ‘internetgebruiken’ op als belangrijke vrijetijdsbesteding. 32 Krant ‘De Standaard’ berichtte over hetonderzoek met de veelzeggende kop “Jongere verkiest internet boven televisie”. 33Daarenboven surfen jongeren frequent: in 2004, surfte één op de drie elke dag van de week.Internet is voor jongeren in de eerste plaats een informatiebron, daarna voor velen eencommunicatiemiddel en een minderheid geeft ‘entertainment’ op als hoofdreden om tesurfen. 34Waar jongeren naar op zoek zijnInformatie over lopende events is de grootste bron van informatie waar jongeinternetgebruikers naar op zoek zijn. Bijna de helft zet dit op de eerste plaats, zo vertelt eenonderzoek dat Franky Devos aanhaalt in Ambrassadeurs. 3530 http://www.insites.be, 2006.31 Devos, Franky. ‘AmbRassadeurs 1’, oktober 2004, CultuurNet Vlaanderen.32 Studie ‘Jongeren en vrijetijdsbesteding’, OIVO. Brussel, juli 2007.33 Schepers J. ‘Jongere verkiest internet boven televisie’, De Standaard, do 19 juli 2007.34 Devos, Franky. ‘AmbRassadeurs 1’, oktober 2004, CultuurNet Vlaanderen.35 Devos, Franky. ‘AmbRassadeurs 1’, oktober 2004, CultuurNet Vlaanderen. p. 84 27
  28. 28. Uit een onderzoek dat SMIT uitvoerde in 2003, bleek dat het internet vooral voor jongeren entoeristen een belangrijk mediakanaal is. Eén van de belangrijkste activiteiten, zo stelde menook hier vast, is het gericht zoeken naar informatie. De top 10 van de meest bezochtewebsites in België bestaat dan ook bijna uitsluitend uit portaalsites die gerichte informatieaanbieden. 36Opnieuw zijn er geen Belgische onderzoeken beschikbaar, toch durven we stellen dat ook inons land de kaarten anno 2007 anders geschud zijn. De zogenaamde M-generatie heeft zijnintrede gedaan.De M-generatie en social webDe module ‘Experimental Media’ 37 die in het masterjaar communicatie- en multimediadesigngegeven werd, heeft het in een van de eerste hoofdstukken over de M-generatie: jongerendie geboren zijn vanaf begin jaren ’80 en de opkomst van het internet niet meer bewustmeegemaakt hebben. ‘M’ staat daarbij zowel voor ‘(Multi)Media’ als voor ‘Multitasking’ en‘Mobile’. We concentreren ons verder op het media-gedeelte.Media is tegenwoordig overal. Het wordt anders gebruikt als tien jaar geleden en vooral:media wordt meer dan ooit door ‘ons’ geproduceerd, gevormd en vervormd. Denk daarbijvooral aan user-generated content: blogs, MySpace, taggs, Flickr, Youtube, ...).Generatie M stelt zich hier weinig of geen vragen bij. Voor jongeren is internet net zo gewoonals radio en kranten zijn voor de meesten van ons. Het is te verwachten dat binnenkorthetzelfde kan worden gezegd over social software.Het feit dat internet een bidirectioneel systeem geworden is, waarop zelf informatie kangeplaatst worden, dat echt kan ‘gebruikt’ worden in plaats van enkel gelezen, doet ietsoudere jongeren soms nog versteld staan.Voor tieners is het ‘normaal’.Het is interessant om te zien dat al 1200gebruikers op social software site Last.fmaangaven dat ze het Pukkelpop festival zullenbezoeken. 38Hoewel dat wetenschappelijk gezien nietrepresentatief is, zegt het wel iets over socialweb gebruik in België.36 SMIT. ‘Onderzoeksrapport over cultuurparticipatie en ICT.’ 2003, Brussel.37 Hendriks N., Geerts B., Mechels P. ‘Experimental Media’. Media & Design Academie, Genk, 2006.38 http://www.last.fm/event/92533, stand van zaken op 14 augustus 2007, 16:12u. 28
  29. 29. Diezelfde vaststelling maakte Jesse Wynants eerder op de blog van het Europesemarketingbureau Boondoggle. Volgens Wynants staat de populariteit van web 2.0 (socialsoftware) platformen aan het begin van een grote groei: “I do have the feeling that thepopular web2.0 platforms are on the rise. Flickr, Last.fm, ... arent solely early adopterterritory anymore.” 39Samengevat“Jongere verkiest internet boven televisie”. De kop waarmee krant De Standaard in juli hetmeeste recente vrijetijdsonderzoek bij jongeren aankondigde, vat het mooi samen.Internet is vanzelfsprekend voor Vlaamse jongeren. 96% van de 13- tot 18-jarigen gebruikthet regelmatig. De groep 18- tot 24-jarigen klokte in 2004 al op 80% af. Gezien de continuestijging sinds 2000 en het recentere resultaat van hun jongere medesurfers, durven westellen dat ook bij hen internetgebruik een gewoonte is.Social software of social web zijn geen ‘aparte’ stukken internet. Bekende social softwareals chatprogramma MSN en social networking site MySpace zijn goed ingeburgerd. Expertenvermoeden dat nieuwe, meer revolutionaire initiatieven als Last.fm op het punt staan hun‘early adopters’ fase achter zich te laten.De M-generatie — mensen die vanaf begin jaren ’80 geboren zijn en de opkomst van hetinternet niet bewust meemaakten — is een interessante doelgroep. De M-generatie zietinternet zelden als een wonderlijke, spannende technologie. Het was er altijd al voor hen enis net zo gewoon als televisie vandaag is voor de meesten.Wat social media, social software of social web exact inhoudt, wordt hierna uitgeklaard.39 Wynants J. ‘Rock Werchter on last.fm’. http://blog.boondoggle.eu, mei 2007. 29
  30. 30. Social mediaWe geven allereerst enige duiding omtrent ‘social media’ en afgeleiden daarvan. De theoriedaarrond vormt een groot deel van de basis voor wat verder komt.In het hierop aansluitende hoofdstuk wordt de link gelegd met cultuur. De zogenaamde e-cultuur kan krachtige voordelen opleveren bij het toepassen van social media principes.KarakteristiekenSocial media kan het best begrepen worden als een groep van nieuwe vormen van onlinemedia die de meeste van volgende karakteristieken delen: 40‣ Participatie Social media moedigt bijdragen en feedback geven sterk aan. Die mogelijkheid is er voor iedereen die geïnteresseerd is, waardoor de grens tussen het concept van media en het publiek vervaagt.‣ Openheid Typisch staan social media services ook open voor feedback en participatie. Hiermee wordt bedoeld dat de informatie die gedeeld wordt en de feedback die gegeven wordt, door iedereen in te kijken is. De inhoud is zelden beschermd. Meestal is het nodig zich te registreren om te kunnen participeren. Commerciële social media services laten veelal iedereen die zich registreert gratis toe, enkel voor extra functionaliteit of bepaalde privileges dient in sommige gevallen te moeten worden betaald.‣ Conversatie Daar waar het traditionele media-model over het ‘broadcasten’ — de zender stuurt de boodschap in enkele richting naar de ontvangers — van informatie gaat, is ‘conversatie’ het sleutelwoord bij social media. Communicatie verloopt in beide richtingen, iedereen is zowel zender als ontvanger.‣ Community Social media laat het toe om snel een community te vormen, waarbij op een makkelijke en efficiënte manier met elkaar gecommuniceerd kan worden over gemeenschappelijke interesses.40 ‘What is social media? (v1.3)’, Spannerworks, januari 2007. 30
  31. 31. ‣ Connecties De meeste vormen van social media bestaan doordat ze verschillende media met elkaar verbinden, combineren en als een duidelijk, werkbaar geheel aanbieden.Het sociale webWie de opkomst van het WWW (World Wide Web), de set van regels die instaat voor depresentatie van al dan niet grafische pagina’s op het internet, een beetje volgde zalmisschien — terecht — opmerken dat een aantal van de hiervoor besproken social mediaprincipes toch al van bij het begin deel uitmaakten van de filosofie die bij deze ontwikkelingdoor de ontwerpers werd gevolgd. Tim Berners-Lee, die samen met de Belg Robert Cailliauhet WWW uitvond, had het toen al over de sociale mogelijkheden van het internet zoals dienu aan het opkomen zijn, over nieuwe vormen en manieren van communiceren. 41Die sociale mogelijkheden, die wij eerder onder ‘social media’ bespraken, worden daarnaastvaak onder de noemer web 2.0 geplaatst. Er zijn echter verschillende groepen mensen diedeze term gebruiken als vaste titel voor verschillende principes. De discussie over wat web2.0 nu eigenlijk is (een technologische evolutie, een sociale evolutie van het web of eenmarketing buzzword) 42 is er één die wellicht nooit tot een eensgezinde conclusie zal leiden.We wijzen hier kort op deze discussie omdat een aanzienlijk deel van de webontwikkelaarszich zou kunnen afvragen waarom we de term ‘social media’ verkiezen boven ‘web 2.0’.Om onduidelijkheid en verwarring uit te sluiten, is het enige antwoord. We hanteren verderde term ‘social media’, aangezien daarover eensgezinde duidelijkheid is wat betreft debetekenis en interpretatie ervan: het gaat dan puur over de sociale- encommunicatiegevolgen van de internetevolutie. ‘Social web’ is dan een vorm van socialmedia, waarbij de communicatie via het medium ‘web’ verloopt.Metamorfose in de technologiecultuurBerners-Lee heeft uiteraard gelijk als hij zegt dat het web van begin af aan ontworpen waszoals het zich nu aan het manifesteren is: “it’s about connecting people”. Toch stellen we dater nu werkelijk een evolutie plaatsvindt: het is pas sinds kort dat men overschakelt van ‘hetkopiëren van traditionele media-formats’ naar het soort van ontwikkelen dat mensen in staatstelt met elkaar te communiceren.41 Berners-Lee, Tim. Fischetti, Mark. ‘Weaving the Web’, Harper, 1999, San Francisco.42 Wynants, Jesse. ‘Aggregating the web’, Media & Design Academie (KHLim), 2006, Genk. 31
  32. 32. Op een lezing over social media, haalt Tom De Bruyne van het marketing bureau i-Merge, demetamorfose aan die zich steeds weer manifesteert in de technologiecultuur. 43Die metamorfose werd in 1977 beschreven door Paul Levinson, een Amerikaanse auteur enprofessor Communicatie en Media Studies, verbonden aan de Fordham University in NewYork. 44Volgens Levinson kost het enige tijd eer een nieuwe technologie ‘aanvaard’ wordt en eermen de ‘echte mogelijkheden’ (het volledige potentieel) leert kennen of gebruiken. De maniervan gebruiken doorloopt drie fases: ‘toy’, ‘mirror’ en ten slotte ‘art’.Om de ‘toy’-fase te illusteren, gebruikt Levinson film als voorbeeld. Toen het voor het eerstmogelijk was beelden op film vast te leggen en die te projecteren, was de fascinatie voor detechnologie op zich zo groot dat er geen aandacht werd besteed aan de inhoud: “The firstfilm makers were not artists but tinkerers. … Their goal in making a movie was not to createbeauty but to display a scientific curiosity. The invention of the first cameras and projectorsset a trend that was to repeat itself with the introduction of every new movie invention: theinvention was first exploited as a novelty in itself.”Een voorbeeld van de ‘mirror’-fase van het internet, hoeven we volgens De Bruyne niet zoheel ver terug te gaan zoeken. Toen de geschreven pers het web ontdekte, werdenbestaande magazines digitaal aangeboden. De webvariant was vaak een heel letterlijkekopie van het reële exemplaar. Een frappant voorbeeld is de online versie van de anders welvooruitstrevende krant De Morgen: zelfs tot 2006 was dat niet meer dan het gedrukteexemplaar in PDF-formaat.Ook een gedeelte van de marketingwereld zit nog in de spiegelfase: net als billboards in hetstraatbeeld, vind je op het web een tegenhanger in de vorm van banners. Dat is echter eenachterhaalde reclamevorm: studies wijzen uit dat regelmatige intergebruikers zich ‘trainen’ inhet ontwijken van banners: de typische plaatsen waar die dingen zich bevinden, wordenonbewust ontweken bij het bekijken van een webpagina. De Bruyne vergelijkt ook met detelevisie: in de spiegelfase was het journaal niets meer dan een radiojournaal waar toevalligeen camera op de nieuwslezer stond: alle nieuwsberichten werden gewoon voorgelezen,zonder filmpjes of foto’s, zonder camerawisselingen of reporters ter plaatse.De Bruyne denkt dat we nu aan het begin staan van de laatste fase: het internet wordt nietmeer gezien als doel op zich (“ik moet als bedrijf aanwezig zijn op het net”), maar de nadrukligt nu veel sterker op de inhoud.43Tom De Bruyne (i-Merge), lezing op ‘leerstoel Jos Willems — Hoe revolutionair zijn sociale media?’, Inter-national Convention Center Ghent, 15 maart 2007, Gent.44 Levinson, P. "Toy, Mirror, and Art: The Metamorphosis of Technological Culture." Etc. (June), 1977. 32
  33. 33. Social webZoals gezegd is ‘social web’ die vorm van social media, waarbij de communicatie via hetmedium ‘web’ verloopt. We overlopen de belangrijkste basistypes en bekijken dan enkelegeavanceerde of ‘samengestelde’ types.Belangrijke basistypes van ‘social web’‣ Blog Een online logboek waarop de auteur(s) persoonlijk getinte artikels plaatst. Het meest recente artikel staat altijd bovenaan. Lezers kunnen commentaar en bemerkingen schrijven die dan onder het artikel verschijnen. Ook op die commentaar kan weer gereageerd worden door medelezers of door de auteur van de blog.‣ Social network site Een website waarop de gebruikers ervan op een makkelijke manier een netwerk kunnen uitbouwen. Zo’n netwerk kan — net zoals in de offline wereld — bestaan uit vrienden, collega’s, professionele contacten of combinaties daarvan. Het bekendste voorbeeld is het razend populaire MySpace45 (107 mijoen leden wereldwijd op moment van schrijven).‣ Content community Een online community over een bepaald onderwerp. Leden brengen informatie aan die door de community wordt gecategoriseerd, beoordeeld en besproken. Men spreekt van een zelf-regulerend model. Bekende voorbeelden: Flickr 46 (foto’s), del.icio.us 47 (links), YouTube48 (video’s).‣ Wiki Een website waarop gebruikers informatie (tekst) kunnen plaatsen. In tegenstelling tot een content community, kunnen andere leden de informatie zelf wijzigen. Er ontstaat zo een gemeenschappelijk document waarvan een stijgend aantal gebruikers de auteur zijn. Bekendste voorbeeld: Wikipedia 49 (online encyclopedie die 1,5 miljoen artikels bevat in de Engelse taal alleen al).45 http://www.myspace.com, 2007.46 http://www.flickr.com, 2007.47 http://del.icio.us, 2007.48 http://www.youtube.com, 2007.49 http://www.wikipedia.org, 2007. 33
  34. 34. ‣ Forum Een online discussie website. Er is meestal één ruim onderwerp dat de leden bindt (bijvoorbeeld: ‘rockmuziek’). De discussies, die beginnen doordat een lid een bericht plaatst, zijn onderverdeeld in verschillende categorieën (‘optredens’, ‘cd besprekingen’, ‘onzin-hoekje’, ‘nieuws’, …).Social event calendarWe hadden het net over types van social media. Een social event calendar is van het typecontent community, waarbij het onderwerp ‘evenementen’ zijn. Het in 2005 door Yahooopgekochte Upcoming.org 50 laat leden toe om eender welk evenement toe te voegen aaneen grote database. Andere leden kunnen dan vragen of opmerkingen plaatsen over ditevenement, het toevoegen aan hun favorieten of zelfs aangeven dat ze er ook aandeelnemen.Op die manier kan er bijvoorbeeld gezien worden welke andere Upcoming.org-ledenvolgende maand naar het concert van The Red Hot Chilly Peppers gaan in New York. En zie:het wordt steeds duidelijker welke potentieel de Vlaamse (e-)cultuur ongebruikt laat.Social event calendar als moduleEen steeds vaker voorkomend — en wellicht ook aantrekkelijker — fenomeen is het gebruikvan social event calendars als tool, als een module die in een bestaande social mediawebsite wordt geïntegreerd.Het relatief bekende Last.fm51 is een content community over muziek. Er zitten anderetypes van social media in verwerkt. Zo kan er niet enkel gecommuniceerd worden over eenbepaald concert (content), gebruikers kunnen ook aangeven naar welke concerten ze gaan.Er ontstaat zo een persoonlijke kalender per gebruiker.Als gebruiker kun je dan de kalenders bekijken van anderen die bijvoorbeeld dezelfdemuziekvoorkeur hebben als jezelf. Het gaat zelfs nog verder. Er is ook de mogelijkheid omeen dynamische kalender te laten samenstellen door het systeem, die gebaseerd is opverschillende voorkeuren van jezelf.Zo wordt er rekening gehouden met de evenementen waar gebruikers die je als ‘vriend’ hebtaangeduid, met je persoonlijke muziekvoorkeur en met de locatie die je hebt opgegeven.50 http://www.upcoming.org, 2007.51 http://last.fm, 2007. 34
  35. 35. Resultaat: een overzicht met concerten en festivals die bij jou in de beurt plaatsvinden en dieaansluiten bij jouw smaak en/of de smaak van jouw (online) vrienden.Naast een beschrijving te zijn van een social event calendar, is dit ook een heel mooivoorbeeld van het hierop naadloos aansluitende volgende stuk: social recommendation. 35
  36. 36. Het belang van ‘Recommendation’“If you like this, you might also like that”Het recommendation principe is interessant en wordt steeds meer toegepast. Eén van deeerste en waarschijnlijk de bekendst website die hiermee begon is de online boeken-, film-en muziekwinkel Amazon 52.Het begon met een zinnetje als: “If you like this item, you might also like …”. Dat stond bijhet product dat je aan het bekijken was. Er volgde dan een opsomming van enkele andereproducten waarvan een algoritme bepaalde dat je ze ook wel interessant zou kunnen vinden.Social recommendationBinnen social media wordt zo een ‘aanraders’-systeem vaak toegepast. Soms wordt hetexpliciet geïmplementeerd als functie, op andere momenten ontstaat het spontaan, alsgevolg van de activiteiten die gebruikers op zo’n website uitvoeren.Op de Amazon site die bestaat op het moment van schrijven, staat nu bij een product “Whatdo customers ultimately buy after viewing this item?” en ook “Customers who bought thisitem also bought …”.Amazon brengt die mening en dat gedrag van andere klanten veel prominenter in beeld danwat het algoritme voorstelt: het gaat ervan uit dat potentiële klanten veel meer belanghechten aan wat andere klanten denken, dan aan wat ‘de website’ zegt.52 http://www.amazon.com, 2006. 36
  37. 37. Er wordt gesproken van social recommendation wanneer mensen die zich in een gelijkesituatie (‘klanten onder elkaar’ en niet ‘bedrijf aan klant’) bevinden, elkaar bewust ofonbewust aanraders doorgeven. 53Op webapplicatie Last.fm (zie case study), vindt er zowel impliciete als expliciete socialrecommendation plaats.Onbewust en impliciet heeft de dynamische, gepersonaliseerde kalender die functie: je zietnaar welke muziek je vrienden luisteren en naar welke concerten ze gaan.Tevens kun je als gebruiker muziek gaan aanraden aan zowel je vrienden als aan een groepvan gebruikers die daarin geïnteresseerd zou kunnen zijn.The Long TailBovendien heeft zulke software een interessant gevolg, bekend onder de marketingterm‘The Long Tail’: recommendation engines verhogen de kans op het vinden en/ofconsumeren van producten die beschouwd worden als obscuur of als bestemd voor slechtseen kleine groep geïnteresseerden. 54Anders gezegd: door op Amazon de pagina over de laatste cd van Britney Spears tebekijken, kan je makkelijk terechtkomen bij Pink en zo bij No Doubt, waar je dan weer TheSelecter wordt aangeraden, een groep die je anders nooit opgevallen zou zijn.53 http://www.last.fm/tour/discover/, 2007.54 Anderson, Chris. ‘The Long Tail’, Wired, oktober 2004. 37
  38. 38. Amazon haalt door dit fenomeen meer inkomsten uit de grote groep ‘minder bekende’artiesten dan uit de eerder kleine groep supervedetten die voor de invoering van hetrecommendation systeem voor nagenoeg àlle omzet zorgden.Je kan dit ook anders bekijken, vanuit het standpunt van de klant: het is veel makkelijkergeworden om datgene te vinden dat het beste aansluit bij jouw wensen.Indien we het social recommendation systeem toepassen op een culturele portaalsite zoalsCultuurweb of het op jongeren gericht Gobots 55, dan zou er een digitaal, organisch — wantdoor de gebruikers zelf in stand gehouden — systeem ontstaan dat het juiste cultuuraanbodpresenteert aan de juiste persoon. En laat dat nu net één van de nieuwe uitdagingen van e-cultuur zijn. (zie verder)55 http://gobots.be, 2006. 38
  39. 39. E-cultuurSitueringDe rol van het internet in de relatie tussen publiek en aanbodPublieksopkomst is al sinds het begin de hoofdrolspeler in het debat rond cultuurparticipatie.Er is echter het belangrijke besef gekomen dat niet zozeer de hoeveelheid publiek er toedoet maar wel de hoeveelheid juiste publiek. In marketing-termen spreekt men van socialemix. Niet iedereen hoeft overgehaald te worden om elke culturele manifestatie bij te wonen.Men is beginnen nadenken over de kwaliteit van de relatie tussen publiek en aanbod.Het Internet is daar een rol in gaan spelen. Het biedt uitgebreide mogelijkheden om het juistepubliek op een vlotte manier in contact te brengen met de juiste cultuur.Een artikel56 van Geert Sels, cultuurredacteur van De Standaard, laat enkele specialisten aanhet woord over de mogelijkheden van e-cultuur: Jos de Haan (senior onderzoeker SociaalCultureel Planbureau), Dirk De Wit (Digitaal Platform van de steunpunten InstituutAudiovisuele Kunst en Instituut Beeldende Kunst), Olga Van Oost en An Lavens(wetenschappelijke medewerkers vakgroep SMIT, Vrije Universiteit Brussel, en Stefan Kölgenen Ann Laenen van Kölgen&Laenen.Er wordt gesteld dat e-cultuur enerzijds — en het speelt dan de rol van marketingtool — kanhelpen bij het optimaliseren van de communicatie van cultuurorganisaties, anderzijds kan heteen omgeving bieden die het mogelijk maakt voor het publiek om dichter bij het (kunst)werkte komen. Een contentcommunity (zie eerder in ‘Belangrijke types van social media’) rondcultuur zou daarvan een voorbeeld kunnen zijn.Zo’n contentcommunity hoeft niet per se de ‘informatie over kunstwerken’ te bevatten, zekan ook de kunstwerken zelf bevatten. Een beeldend kunstenaar zou een contentcommunityals virtueel museum kunnen gebruiken.We vermoeden — als het al geen werkelijkheid geworden is — dat het niet lang meer zalduren vooraleer een theatergezelschap een voorstelling speelt in de online wereld SecondLife. Een virtuele theatervoorstelling met virtuele acteurs, voor een virtueel publiek — hettoppunt van e-cultuur.56 Sels, Geert. ‘De mogelijkheden van e-culture’, MMNieuws 9/10, jaargang 5, 2003. 39
  40. 40. Een medium voor cultuurparticipatieKunstenaars gaan soms nog verder: e-cultuur is dan niet louter een middel om informatieover ‘afgewerkte’ kunstwerken of manifestaties te voorzien, het is een manier om eenpublieke, virtuele ruimte te voorzien waar gebruikers kunnen bijdragen in hetcreatieproces. 57 Op het moment van schrijven, begin mei, vond net de opening van een open source museum plaats in de virtuele wereld Second Life: het OSMOSA (Open-Source Museum of Open-Source Art). 58 Het is een initiatief van een groep studenten van Brown University. Het museum ligt in Second Life’s Eson regio 59 en de kunstwerken die het tentoon stelt, kunnen aangepast, gekopieerd of ook verwijderd worden.Het museum zélf is eveneens aan te passen, wat een dynamisch kunstgebouw als resultaatheeft. Dat aanpassen vond al plaats tijdens de openingsreceptie: iemand bracht onderandere ruimtehelmen aan op Manets ‘Olympia’.57 De Wit, Dirk. ‘Digitaal platform van de steunpunten IAK en IBK’, MMNieuws 9/10, jaargang 5, 2003, p. 3358 Otero, A. ‘Open-Source Museum Opens in Second Life’, 4 mei 2007, Rhizome.org.59 secondlife://Eson/30/235/63, 2007. 40
  41. 41. E-cultuur in VlaanderenEénrichtingsverkeerHoewel verschillende Vlaamse cases die in 2003 liepen in die richting wijzen, was (en is) ertwijfel bij specialisten over het verband tussen de net besproken twee rollen. Men durft nogniet te stellen dat mensen die — aangetrokken door het inhoudelijke klimaat — lid wordenvan een virtuele community van een kunsthuis, op een gegeven moment ook werkelijkopduiken bij manifestaties.Olga Van Oost (wetenschappelijk medewerker vakgroep SMIT, VUB) stelt dat zo’ncommunity eerder bijdraagt tot de verdieping van de participatie — het versterken van departicipatie-ervaring dus — dan tot de uitbreiding van het aantal reële participanten. 60Merk hierbij op dat men het heeft over communities die georganiseerd en opgezet wordenvanuit een kunsthuis. Het voorbeeld dat men in het artikel gebruikt is de community dienieuwe-mediaspecialist Kölgen&Laenen ontwierp voor Het Paleis. 61Nog steeds gebruikt het grootste deel van de culturele instellingen het Internet als eendigitaal verlengstuk van de klassieke communicatiemiddelen, zoals programmaboekjes,mailing, flyers en affiches. De website bevat een programma en er kunnen eventueel meteentickets besteld worden via die weg. Hoewel men de informatie in sommige gevallengepersonaliseerd aanbiedt, is dit nog steeds puur eenrichtingsverkeer.Sinds enkele jaren is er de verschuiving van e-cultuur als ‘digitale marketingtool’ naar‘middel om het publiek actief aan te spreken’ in werking getreden. Ofwel: cultureleinstellingen beginnen de mogelijkheden van social media te ontdekken.Sociale e-cultuur in VlaanderenZoals gezegd kan e-cultuur het toelaten aan culturele organisaties om ruimte te geven aaneen actievere inbreng van het publiek. Hoe moet dat dan concreet gezien worden?Daar waar bij ‘e-cultuur als marketingtool’ alle initiatief bij de cultuurorganisator ligt — hijstuurt een nieuwsbrief, eventueel aangepast aan het profiel van de ontvanger, verschuift ditbij sociale e-cultuur voor een groot gedeelte naar de gebruiker.60 Sels, Geert. ‘De mogelijkheden van e-culture’, MMNieuws 9/10, jaargang 5, 2003, p. 2061 http://www.hetpaleis.be en http://www.kandl.be (2006) 41
  42. 42. De cultuurorganisator reikt de middelen aan (een website met social media eigenschappenbijvoorbeeld) en de gebruiker beslist op welke manier die middelen worden gebruikt.Gebruikers worden niet alleen vrij om te kiezen hoe ze reageren, ze krijgen ook demogelijkheid om te kiezen met wie ze dat doen.Er ontstaat een virtuele community waar mensen met elkaar communiceren over gedeeldeinteresses en in die structuur reflecteren op wat de organisator aanbiedt.Geert Sels somt enkele vaststellingen op, omtrent de niet erg uitgebreide maarinteressante — en in Vlaanderen een voortrekkersrol spelende — communitysite vantheaterhuis Het Paleis. 62 De bestaande site werd uitgebouwd tot een community diebestond uit een forum, er werden af en toe chatsessies georganiseerd, gebruikers kondeneen profiel aanmaken en — in 2003 en zeker in de cultuursector vooruitstrevend — artiestenhielden een weblog bij over producties die ze aan het voorbereiden waren.Laten we enkele relevante vaststellingen overlopen en er het daarover recent verschenenpublieksonderzoek 63 aan vastkoppelen:‣ de website hetpaleis.be kende in één jaar tijd een verdubbeling van het aantal unieke bezoekers (3 728 naar 7 865). Dat aantal bleef nog stijgen. Social e-cultuur, besluit men in het onderzoek, is aantrekkelijker dan ‘puur informatieve e-cultuur’;‣ de ondervraagden behoorden overwegend tot de groep 14 tot 24-jarigen, wat zeer goed aansluit bij de doelgroep van het theaterhuis. Zo’n 31% komt maandelijks langs, 65% surft regelmatig naar de community;‣ 87% van de websitebezoekers zag ooit al eens een voorstelling in of van Het Paleis. Dat betekent dat 13% puur virtuele bezoekers zijn die daar terechtkwamen op zoek naar informatie of aangetrokken door de online activiteiten. Reële en virtuele bezoekers komen in contact met elkaar en uit opmerkingen van respondenten blijkt dat het zeer effectieve marketingfenomeen mond-tot-mondreclame er plaatsvond: sommige virtuele bezoekers werden overtuigd of kregen meer interesse om deel te nemen aan voorstellingen door reële bezoekers.Sels maakt ten slotte nog een interessante opmerking: “Tot dusver is de omvang van degroep niet-participerende, maar wel in cultuur geïnteresseerde mensen nog in geen enkelonderzoek in kaart gebracht.”Die zou wel eens groter kunnen zijn dan verwacht. In elke geval bestaat deze groep. Deresultaten van het publieksonderzoek van Het Paleis bewijzen niets, maar wijzen wel in eenaantrekkelijke richting: sociale e-cultuur zou een middel kunnen zijn om geïnteresseerde niet-participanten te stimuleren tot participatie.62 Sels, Geert. ‘De mogelijkheden van e-culture’, MMNieuws 9/10, jaargang 5, 2003.63 Laenen, Ann. ‘Een portret van HETPALEISpubliek: cijfers, feiten en wetenswaardigheden - Bundeling pu-blieksonderzoeken 2001-2005, Antwerpen, 2007. 42
  43. 43. Deel 2 —Kwalitatief onderzoek 43

×