Jongeren en digitale media anno 2012
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Like this? Share it with your network

Share
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
529
On Slideshare
529
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
1
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide
  • Digital nativesNetgenerationGeneratieeinstein
  • Technologischerevolutie
  • NIS 2010: 87% belgischehuishoudens met kinderenhebben min. 1 computer, 84% heeftookinternettoegang2011: Nederland, gemiddeldhuisoudenbijna 4 toestellengaande van laptop, computer , smartphones, tablets, game consoles
  • geen onderscheid cd-rom of harddrive of internetspelletjesOokgame consoles zoalsplaystation, Xbox, Wii  lijkt in Nederland heel populairtezijn (meerdanhelft van de gezinnen met jongekinderenheeft Wii of Playstation)
  • EeninhoudelijkerevolutieGepaardgaande met eenwelvarendemaatschappij, die in de basisnoden is voorzienZonderinhoud,geenwaarde...nieuwe media= nieuwetoepassingen
  • http://www.youtube.com/watchhttp://www.youtube.com/watch?v=MGMsT4qNA-c?v=A155PqcV8-Y&feature=relatedhttp://www.youtube.com/watch?v=aXV-yaFmQNk&feature=share baby magazine!!
  • Veelaanbod!! In de eersteplaats en video filmpjesYouTube de eerste website waar de allerjongsten ervaring mee opdoen (via de computer of smartphone). Ouders gebruiken YouTube als een soort baby-tv. Ze vinden er gemakkelijk filmpjes en muziek die hun kleintjes leuk vinden, meestal van favoriete personages. vanafeenjaar of 2, 3 komenerookspelletjesbij (cf. Casual gameportals)Na de eerste, passieve fase van computer- en internetgebruik volgt al snel een meer interactieve fase, waarbij de kleintjes kleurplaten mogen doen en spelletjes mogen spelen. Dat gebeurt op de computer of laptop veelal via gameportals als Spele.nl, Spelletjes.nl, Speeleiland.nl en Funnygames.nl. Websites van populairekinderprogramma’s, kinderzenders en personages, zoalsSesamstraat, Z@ppelin, Barbie, Cars, Bobo, Nijntje, Dora, Nickelodeon, KRO Kindertijd, Ketnet en Disney. Cf. Filmpje, zoon van noggeen 4 jaarDuplospelletje. Vanaf vijf jaar kunnen ze eenvoudige adventuregames aan, zoals Dora the Explorer Games op Nickelodeon.nl, spelletjes waarbij kinderen al spelend opdrachtjes moeten vervullen om een doel te bereiken. Ze kiezen graag voor games en sites die ze al kennen en gaan nog niet echt zelfstandig op zoek naar nieuwe sites of apps.Cf. Televisiezenders die ookveel online doenSpeelgoedfabrikantenOok al de eerstevirtuelewereldenHet begintvaak met makkelijkespelletjesmaardatgroeit al vluguit tot eenveelzijdiggebruikVaak beseffen jonge kinderen niet dat ze online zijn wanneer ze spelletjes op het internet spelen. Voor hen is er geen onderscheid tussen een spelletje op een cd-rom of de harddrive van de computer en een spelletje op internet.Nietalleen pc en internet (de zogenaamde casual games)Ookgame consoles zoalsplaystation, Xbox, WiiOf mobieleapparatenzoalsnintendo DS, playstation portableWaaromzointeressant?Toch zijn jonge kinderen vaak wel al gefascineerd door mediabeelden: alles wat beweegt op een beeldscherm trekt nu eenmaal aandacht. Veel meer dan het kijken in een boekje. Een baby of dreumes legt (of gooit!) een boekje weg als de interesse verdwijnt. Maar bij een beeldscherm is dat veel moeilijker.Hoe gaan ze er mee om? • Kleuters hebben moeite om de onechtheid van drama en tekenfilms te herkennen; in hun beleving is alles realistisch en voorstelbaar.• Ze kunnen nog niet herkennen of iets reclame is of niet.Cf. Valkenburg 2008Haddon & LivingstoneFindahl, 2009Hamel & Rideout, 2006Newburger, 2001Barr calvert, Rideout, Strouse, & woolart, 2005Cf. http://www.appnootmuis.nl/wp-content/uploads/App-Noot-Muis-MKO-PDF.pdf
  • EeninhoudelijkerevolutieGepaardgaande met eenwelvarendemaatschappij, die in de basisnoden is voorzien
  • NOT TRUE: kinderenwetennietmeerdanhunouders, een claim die vaakwordtoverdreven, enkel 36 procent van de 9 tot 16 jarigenzeggendat het waar is datzemeerweten van het internet danhunouders. Twee op drie 9 tot 10-jarigen zegtdat het NIET waar is.Gevolg van het aannemen van deze ‘mythe’: de noodaan online begeleidingkanwordenonderschat.
  • Cf. De Haan &Pijpers 2010
  • Erzijnvierfactoren die eenbelangrijkeinvloedhebben op de gevaren die kinderenmogelijks online kunnenlopen:De socio-economischegelaagdheidHoe rijker het land, hoe meer online risico maar over het algemeenook hoe meerinitiatievenerzijnzoalsgebruiksvriendelijkeveiligheidssoftwarevoorouders en kinderen. De wetgevingIn landen met meerpersvrijheid is ervakerookeen minder strengeinternetregulatiewaardoorkinderenermeer online risico’soplopen. Hoewelerwelinitiatievenzijnomveiligheidtegaranderen, gaatdittypischnietgepaard met censuur. De technologischeinfrastructuurHet wordtvaakonderschat, maar hoe beter de infrastructuur (bv. Breedband etc) hoe groter de kansdatkinderenuit die landen online risico’servarenHet educatievesysteemBv. In landenwaar de gemiddeldescholingsgraadleeftijd op 15+ ligt, hebben de kinderen over het algemeenmeer digital skillsHetzelfdegeldtvoorkinderenuitlandenwaarermeerscholenzijnwaarin computers wordengebruikt, dezekinderenhebbenook over het algemeenbetere digital skills.
  • Ontvangenseksueelgetinteafbeelding of smsmeestalnietals harmful ervaren in tegenstelling tot online pestgedrag
  • Bovendienzijnnietallekinderengelijk, en bijgevolglopenzeeenverschillendrisico online, alsookeenverschillendemogelijkheidomzichtegendezerisico’steverweren. In het bijzonderkinderenwiensouders de economische, culturele of educationelemiddelenontbreken, zittenthuisniet of nauwelijks op het internet, hebbenopvallend minder ‘digital literacy & savety skills’ en zijnopvallendmeerbezorgd in risicovolleinternetsituaties.Bv. lagereopleiding, ouders die zelfniet internet gebruikenErzijnookkinderen met eensociale, familiale of psychologischegevoeligheid. Bijhun is het probleemvaak minder eengebrekaan digital skills, maareerdereenprobleemdatzemeer online kwaadervaren online.
  • 100 % van de gebruikt het Voorschoolwerk enOm spelletjestespelen86% van de kinderengebruikt zit op het internet omnaastschoolwerk en games ookVideo clips tebekijken75 % van de kinderengebruiken het internet interactiefvoorcommunicatie
  • 100 % van de gebruikt het Voorschoolwerk enOm spelletjestespelen86% van de kinderengebruikt zit op het internet omnaastschoolwerk en games ookVideo clips tebekijken75 % van de kinderengebruiken het internet interactiefvoorcommunicatie
  • 100 % van de 9 tot 16 jarigengebruikt het Voorschoolwerk enOm spelletjestespelen86% van de kinderengebruikt zit op het internet omnaastschoolwerk en games ookVideo clips tebekijken75 % van de kinderengebruiken het internet interactiefvoorcommunicatie
  • 75 % van de 9 tot 16 jarigengebruiken het internet interactiefvoorcommunicatie
  • 56 % van de 9 tot 16 jaringenhoudenzich al bezig met dezemeergeavanceerdeactiviteiten
  • Slechts 23% van de 9 tot 16 jaringenhoudenzich al bezig met de meestgeavanceerde, creatieveactiviteiten
  • Watopvalt is datereen ‘ladder’ is van online internetmogelijkheden.Let wel, er is altijdeenkeerzijde: eentoename van online mogelijkhedengaat steeds gepaard met eentoename van risico’s!Over het algemeen is bijna de helft van de 9 tot 16 jarigener van overtuigddater op internet heel watgoededingenzijn die aanhunleeftijd en interesseszijnaangepast. Maarditaantal is opvallend lager wanneer we binnendezecategoriejongerengaankijken. Zozijn de jongerekinderenveel minder tevredendan de oudere. 34 % van de 9- tot 10-jarigen versus 55 % van de teenagers zijntevreden. Goedeinitiatievenombetere content voorjongerenaantebieden, Europeesinitiatief: http://ec.europa.eu/information_society/activities/sip/events/competition/index_en.htm
  • Vaak is ereen ‘age limit’ op socialenetwerk sites waardoorkinderenjongerdan 13 theoretischgeziengeen account kunnenaanvragen. Helaas, jongerenzijnwelzo ‘inventief’ omgewooneenvalseleeftijd op tegeven. Zoheeft 27 procent van de jongerentussen 9 en 12 jaareenverkeerdelijkeleeftijdopgegeven op hun SNS profiel!Inbelgie: 24 procent van de 9 à 10-jarigen bezoekt de websites, watopmerkelijk is aangezienkinderenjongerdan 13 volgens de gedragscodes van deze sites geenprofielmogenaanmakenOp Europeesvlak: 38% van de 9-12 jarigenheefteen SNS profiel, en 77 % van de 13-16jarigen
  • Vooral de jongestekinderen, binnen 9-12 jaarzijnmeergeneigdomnietsaanhun privacy instellingentedoen. 30 procent van de 9-12 jarigenheefteenpubliekprofiel! 27 van de 13-16jarigenVarieertwel per land , type SNN, geslacht, SNS ervaring …Bovendienhebbenjongeren die meer online zijn, vrouwen, en jongerenwiensvriendeneenprivéprofielhebben, ookvakerzelfeenprivéprofielVrouwenzijn minder geneigdprivégegevensvrijtegevendanmannen. Vrouwenzijnmeerbezorgdomhun privacyWanneer we de jongerenvergelijkennaargelanghunoudersrestrictiesopleggen tov hun SNS gedragdanstellen we vast datOuders die geenrestrictiesopleggen en/of hunkinderentoelatenom op jongeleeftijd op SNS tezitten, zien we dathunkinderen al op eenjongereleeftijdeen SNS profielhebbenOuders die daarentegen het gebruik van SNS verbieden, blijken de aanvangsleeftijdwaarophun kind een SNS profielaanmaakttochtekunnenuitstellen.
  • In Belgiestelt men vast dat de meerderheid van de profielen van jongerenbeschermdzijn door privacy-instellingen. Jongerenzullenbepaaldeinformatie(hobby's, seksuelegeaardheid) misschiensnellerdelendanvolwassenen maar zijnverder best voorzichtig. 53% deeltdanwelzijnleeftijd en 43% zijnfoto, tochdeeltslechts 3% zijntelefoonnummer met iedereen. Zes op de tienjongeren past zijnprivacysettingsaan, terwijl maar 58% van de volwassenenditdoet.
  • Kunnenjongerenhun privacy dannietbeterbeschermen?De features die privacy moetenbeschermenzijnvaaknietvoldoendegekend of toegankelijkvoor de jongeren, in het bijzondervoor de jongstekinderen (bv. Slechtegebruiksvriendelijkheid)Eengroteminderheid (54 %) weettotaalniet hoe datze de privacy settings van hun SNS-profielmoetenaanpassen en 4/10 weetniet hoe zeongewensteberichtenmoetenblokkerenIvm het gerapporteerdeprivacybesef: cf. studie in amerika met 22-24jarigenDebatin et al. 2009
  • Resultatenuiteenstudie in amerika met 22-24jarigenDebatin et al. 2009
  • Cf. Eu Kids online results
  • Overschatting van het online porno probleemDe media gevenvaakblijk van eenongerustheid op het vlak van online porno, ‘sexting’ en bullying. Dezebezorgdhedenwordenechterniethelemaalgedeeld door de jongeren. Bovendienkomenzehelemaalnietzovaakvoor. Jongerenzijnmeerbekommerdomnegatieve user-generated content of het misbruik van persoonlijke data. -Neg UGC: hate sites, pro-anorexia sites, drug forum, zelfpijniging sites, zelfmoordsites etc- Misbruik pers. Data: identity theft, het misbruik van persoonlijkeinformatie etc Jongerenliggennietzowakker van het gevaarnieuwemensen offlineteontmoeten. Ookzijnzezeldenechtgechoqueerd van sexuelebeelden online tezien. Wanneerzeechtergevraagdwordenom over sexueleactiviteitentepraten met iemand of wanneerzegevraagdwordenomzelf van huneigensexuelefoto’s online tetonen, danzijnzeerwel door ontdaan.
  • Gepestworden: is denummer 1 bezorgdheid van de jongeren, ook al is het hetrisicowaarzehelemaalnietvaakmeegeconfronteerdworden(verschilrisico versus harm)Online pesten: 6 % van de 9-16jarigen zijn al eensslachtoffergeweest, 3% geeftaanzelf al eensdadergeweesttezijn van online pestenOffline pestengebeurtnog steeds meerdan online pesten
  • 40 % van de online pesters, zijnook al online gepestgeworden. Pesters en de gepestejongerenzijnbeidepsychologischmeerkwestbaar. Er is eensoort van viceuzecircel
  • Wat doen jongeren als ze geconfronteerd worden met choquerende, niet gewenste online inhoud zoals seksuele berichten, seksuele afbeeldingen of pestenfatalistische reactie: hopen dat het probleem vanzelf weg zal gaan, of stoppen eventjes met internet. Ze zullen het ook niet zo gauw met iemand anders delenproactieve strategieën, bv. ongewenste personen blokkeren, het probleem oplossen, ongewenste boodschappen deleten etc. Communicatieve reactie: erover praten met anderen
  • 87 procent van de online contacten van 11 tot 16-jarigen betreffenmensen die de jongeren al kennenvanuithundagelijkse, face-to-face contacten.Maaronderscheidmaken:87% van de 11-16 jarigen are online in contact met mensen die ze face-to-face eersthebbenontmoet39% zegtook in contact tezijn met mensen die vrienden of familiezijn van mensen die ze al kennen(via via)25% zegtdatzeook online in contact zijn met mensenbuitenomhun ‘fysieke’ kenissenkring34 % van de 9-16 jarigenheeftpersonentoegevoegdaanhunvriendenlijst die zenooithebbenontmoet15% uitdezeleeftijdsgroepzeibovendienook al eenspersoonlijkeinformatietehebbengestuurdnaariemand die zenognooit face to face hebbenontmoet
  • Anderevisie op online contactenmaken, eenverschiltussen de jongere en vaak de ‘publieke’ bezorgdheid van de volwassenen:Nieuwevriendenmaken (jongeren) = opportuniteitVreemdemensenontmoeten (ouderen)= risico. Het gene erecht toe doet, is omteerkennendat het internet echteen tool is omnieuwevriendetemaken, en datdatookgewoon ‘fun’ is De helft van de jongerenvindt het makkelijkeromhunzelftezijn op het internet dantijdens face-to-face contactmomenten.Ermoetvooralwordengekeken of er met nieuwe ‘vreemde’ contacten later offline wordtafgesproken, en daarover het bewustzijn van de risico’sverhogenbij de jongeren. Slechts in minimalegevallengaat het over in een offline meeting met die persoon die zenietkennen. (9 % vd. 9-16 jarigen)
  • Meerderheid van vlaamse preschoolers is al online geweest 70% in Nederland, zouietshogerliggen 78%Ligtmisschienookaan de dataverzameling, in Vlaamsestudie (2011) werdvooralgefocust op computer/laptopgebruik, in NL studie (2011) werdenook de meermobielereplatformen in rekeninggenomen1/3 van de 2,5 tot 3 jarigen is al online geweestGemiddeldeleeftijd online=3,4 jaar, geenverschiltussenjongens of meisjes.Watbetreftgenderverschillen,gebaseerd op data verz. In Vlaanderen + ook in America, allen 2011= data verzameld in 2011 bijVlaamsekleuters. Resultaten op basis van Literatuurstudie + onderzoekuitgevoerd in 2011Online survey (n=451), oudersgecontacteerd via Vlaamsescholen (9 scholen van Antwerpen, 7 vl-b, 7 w-vl, 8 O-vl, 6 limburg)+Thuisinterviewsouders (ongvereer 24 m)Observatie (show & tell) met kinderen (n=12families) ong. 17 min.VlaanderenKinderen 2 – 6 jaar
  • Hoewel nog bij de minderheid aanwezig en gebruikt (tablet pcs en smartphones), wordt er toch al gesproken over de App-generatie Muis vs touchCf. fijne motoriek om muis te bedienen  moet geleerd worden. Niet logisch. Per ongeluk op de rechtermuisknop. Contrast: stuk behendiger met smartphones en tablets, óók als ze die nog nooit hebben gezien.
  • Veelaanbod!! In de eersteplaats en video filmpjesYouTube de eerste website waar de allerjongsten ervaring mee opdoen (via de computer of smartphone). Ouders gebruiken YouTube als een soort baby-tv. Ze vinden er gemakkelijk filmpjes en muziek die hun kleintjes leuk vinden, meestal van favoriete personages. Waaromzointeressant?Gefascineerd mediabeelden: alles wat beweegt op een beeldscherm trekt nu eenmaal aandacht.
  • Vanaf 2 a 3j. komenerookspelletjesVan actiefnaarpassief (interactief)Game portals Spele.nl, Spelletjes.nl, Speeleiland.nl en Funnygames.nl. Cross-media content (kaatje, bumba, dora, cars, duplo)Vanaf 5 j, adventuregames bv. Dora the Explorer Games op Nickelodeon.nl, opdrachtjes - doel te bereiken. eerstevirtuelewerelden
  • app- gap in higher- en lower-income children in terms of access and use of newer mobile devicesCijfermateriaal uit America, verzameld in 2011 Cf. Zero to eight report
  • Aandachtvoor langere tijd dan laptops en computers met een muis. Controle -> langere concentratie  minder vaak vastlopen op een smartphone of tablet.  als je er echt niet meer uitkomt, je altijd de grote ronde knop in het midden = terug te gaan naar het beginscherm, dus nagenoeg geen hulp van volwassenen nodig. De navigatie op touchscreens gaat jonge kinderen gemakkelijker af. Het lijkt voor hen op een boekje, waarbij je de pagina’s kunt omslaan en plaatjes kunt aanraken om te kijken wat er dan gebeurt. Ook zijn de visuele symbolen die gebruikt worden bij apps logischer voor jonge kinderen dan de symbolen op websites. interactiviteit van apps. Waar websites veelal bestaan uit ‘niet-aanklikbare’ passieve illustraties, kun je bij veel apps praktisch elk onderdeel van de illustratie iets laten doen door het aan te raken. = de behoefte van jonge kinderen om alles te onderzoeken , prikkelt nieuwsgierigheid, interactie= veel beloning. Zelfs filmpjes op de iPhone of iPad kunnen interactief zijn en dus uitnodigen tot ‘zelf doen’. Zie ook interactieve voorleesboeken (Terwijl de kinderen worden voorgelezen, kunnen ze op plaatjes klikken om korte filmpjes te zien of spelletjes te doen. Dit is veel actiever dan filmpjes kijken op de computer of laptop, wat lijkt op het passief kijken van filmpjes op tv of dvd.)Bron: http://www.appnootmuis.nl/wp-content/uploads/App-Noot-Muis-MKO-PDF.pdf
  • Zeldendagelijks (enkel 3% zegtdat)Eerdereenpaarkeer per week (1/3) of eenpaarkeer per maand (bijna ½)Gemiddeldesessieduurthalf uurHoe ouder het kind, hoe langer online Wanneer? vooral in het weekend, maar ookna school (ouderkandansnelietsstofzuigen, avondetenkoken….)
  • = resultatenuitstudie in Vlaanderen, data verzameld in 2011Ook in Nl. Studiewerdvastgestelddat Internet en computergebruikafhankelijk is van opleidingoudersHet opleidingsniveau van de ouders speelt bij de eerste keer een rol. Kinderen van hoog opgeleide ouders komen niet alleen eerder in aanraking met boekjes dan kinderen van laag opgeleide ouders, ze gebruiken ook op jongere leeftijd digitale media. Dit geldt voor de desktop, laptop en internet, maar niet voor de spelcomputer. http://www.appnootmuis.nl/wp-content/uploads/App-Noot-Muis-MKO-PDF.pdf
  • fixed rules (sotpwatch, 15/20 min) content oudstejongens:shooters
  • We merkendatouderswelanticiperenmeerbezorgdtewordenwanneerhun kind ouderwordt en dusmeerautonoom op internet kan2/3 oudersblijft in de buurt, 1/3 blijftechtnaast het kind zitten. Slechtseenkleineminderheid 6,5% van de oudersheet software geïnstalleerdomeensurfvriendelijkeomgevingaantebieden, zoalsmybee. Computer die gebruiktwordtstaatmeestalnog op centraleplaats
  • Reden aanwezigheid ouders: controle + hulpCf. Printscreen van hoe een 5-jarig jongetje zoekt op internet
  • RISICO’S VS SCHADE-> online risico’snemendus toe wanneer het online gebruiktoeneemtMAAR Door eentoenamen van gebruik, is erookeentoename van goededingen: meer online opportuniteitenalsookeentoename van digital skills Vergelijk het met fietsen, als je wilt bijleren, moet je risicolopen, en theoretischgezienlopen we in onsdagelijkselevencontinurisico’smaar de kansdat we echtschadeoplopen, is relatiefklein.Het is zelfsbelangrijkvooronzeontwikkelingdat we af en toe eenzekere mate van risicotegenkomen, het is echterbelangrijkdatdatrisico in proportie is tot wat we aankunnenomonsertegenteweren. “Risky opportunties” jongerenkunnen online experimenteren met relaties, intimiteit en identitietIs zelfsnoodzakelijkvoor de ontwikkelingHet helptjongerenookstevigertestaan in de realiteit van de volwassenwereld
  • Wieloopt het meesterisico online = de grootstekansomongewenste of gevaarlijke online situatiesmeetemaken?Kinderen die over het algemeenOuderzijnEengroter self-efficacy hebbenDie meeruitzijn op sensatieMeer online activiteitendoen, hoger op de ladder van opportuniteiten, en ookvooreenlangereduur – usage hypothesis- En die meerpsychologischeproblemenhebben – vulnerability hypothesisDie meer offline risico’stegenkomen (bv. Al eensdronkenzijngeweest, spijbelen, seksueleervaringen, problemen met leerkrachtenvoorslechtgedrag)Die hunzelfmeerkunnenzijn op het internet – social compensation hypothesis
  • Slechts 28 % vd 11- tot 16-j kanfiltervoorkeurenaanpassen
  • Hier in volgorde van belangrijkheidDittoontaandatnaastouders en vrienden de rol van leerkrachtenniet mag wordenonderschat. Ouderszijnnietalleenverantwoordelijk. Nota Vaakwordteraangenomendatkinderen op schoolnietmeergeleerdzouhoevenworden hoe ze met ICT moetenomgaan, maar dit is eenoverschatting. Hoeweljongeren die met ICT zijnopgegroeidbehoorlijk ICT vaardigzijn, ontbreekt het hunvaakaan de vaardigheden die nodigzijnom mete behulp van ICT tekunnenleren.Mediawijsheid is belangrijkCf. Ten Brummelhuis 2010
  • Erzijnverschillendemanierenwaarop de ouder de jongerenkanbegeleidenCommunicatief: ErvaringendelenRestrictief: grenzenstellen (bv. Hoe lang en wanneer, welke sites, games etc). Restrictiesnuttigvoorkwetsbarejongeren, ook al gaat het ten koste van minder online mghl en vaardighedenSturend: wijzen op watgoed en fout is, uitleggevenopdatjongereneenmeerkritischehoudingzoudenaannemen tov hunveiligheid en privacy online. Relatiefvrijehouding, maar op zoeenmanierdat de ouder op afstandweetwatzijn/haar kind doet
  • Illusie van monitoring? De slaapkamersamen met ookwelbijvriendenthuis en via mobieletoestellen is de meestgangbaremanier van internettoegang. Het is dusduidelijkdat het eenillusie is datouders over de schouder het internetgebruikkunnenmonitoren.Het is beteromteinvesteren in communicatie over huninternetgebruik en –gedrag of omsamenactiviteitenteondernemen58 % van de oudersgeeftookaan van zoveelmogelijk in de buurtteblijvenwanneer het kind online isBovendien is het ookzodatjongeren die privéaan internet kunnen, bv. via laptop of mobieletelefoon, lopeneenhogerekansomseksueelgetinteafbeeldingentezien of seksueleboodschappenteontvangen.
  • 70 % van de ouderspraten overwat het kind online doet

Transcript

  • 1. Jongeren endigitale media Bieke Zaman KU Leuven – iMindsGastcollege KULeuven “educatie en mediagebruik” S0C84A, prof. dr. S. Eggermont 2012
  • 2. 10 ‘digitale generatie ’ mythes
  • 3. Dankzij technologische ontwikkelingen is het media-aanbod van kinderen sterk toegenomen en gediversifieerder
  • 4. 1997• slechts 1/3 gezinnen een „snelle‟ computer; 1/3 zelfs geen PC• Computer = tekstverwerker• Cd-rom games of gameboy• Inbellen op internet (breedband pas na 2000)
  • 5. 2010-2011• 87% Belgische huishoudens met kinderen hebben min. 1 computer –84% heeft ook internettoegang• In een Nederlands huishouden heeft men gemiddeld bijna 4 toestellen gaande van laptop, computer , smartphones, tablets, game consoles…
  • 6. Bezit van digitale media in het gezin en het gebruik door de 3 tot 6-jarige (in procenten)Bron: Mijn Kind Online 2011 (data verzameld in Nederland)
  • 7. Bezit van digitale media in een typisch Amerikaans gezin met kinderen tussen 0 en 8 jaar (in procenten)Bron: Zero to Eight: Children’s Media use in America (data verzameld in Amerika in 2011, survey bij 1384 ouders)
  • 8. Een technologische revolutie of Een inhoudelijke revolutie?
  • 9. PcGameconsolesMobielespelconsoleTablet pcsMobieletelefoons
  • 10. Dus zonder inhoud, geen waarde...• Communicatiediensten• User-generated content• Internet ~ audiovisuele media (YouTube)• Meer aangepaste inhoud, games... nieuwe media = nieuwe toepassingen
  • 11. De “digital natives” zijn alwetend
  • 12. 1/3 vd9-16j “JA” 1/3 vd9-16j “NEEN” 2/3 vd9-10j “NEEN”Hebben jongeren hetgevoel meer te wetendan hun ouders m.b.t.internetgebruik? http://www.flickr.com/photos/brianauer/4739236398/in/photostream/
  • 13. Hun informatievaardigheden worden vaak overschat• Klikken eindeloos door• Maken tikfouten• Wat je wel en niet kan zeggen en laten zien• Herkenning van reclame• Auteursrecht• Afscherming persoonlijke gegevens• Zoeken, vinden, beoordelen, verwerken !
  • 14. Maar…. risico’s leiden niet noodzakelijktot schadeBv. de rol van digital skills (frequentergebruik leidt vaak tot meer digitalevaardigheden)Bv. de gepercipieerde ernst (bv. ontvangenseksueel getinte afbeelding of seksueelgetinte sms versus online pesten)
  • 15. Sommige minderheidsgroepen worden met extra uitdagingen geconfronteerd, groepen die benadeeld zijn door een gebrek aan • economisch of cultureel capitaal of • door hun sociale of psychologische kwetsbaarheid.http://www.flickr.com/photos/brianauer/4739236398/in/photostream/
  • 16. Elke jongere creëert zijn eigen online inhoud
  • 17. Mediagebruik en –voorkeuren?De meeste jongeren gebruikendigitale media en internet op een„passieve‟ manier, en consumerenhet als een massaproduct
  • 18. 100 % gaming en school http://http://www.flickr.com/photos/sir_gon/6117062349/in/photostream/
  • 19. 1. Als een massaproduct gaming school video clips http://www.flickr.com/photos/23963573@N08/3606295240/in/photostream/
  • 20. 2. Als communicatiemiddel social networking instant messaging email nieuws http://www.flickr.com/photos/mrdelucas/2244879485/in/photostream/
  • 21. 3. Als een gespecialiseerde tool met anderen gamen films en muziek downloaden peer-2-peer content sharing http://www.flickr.com/photos/roland/4997247714/in/photostream/
  • 22. 4. Als geavanceerde / creatieve tool chatrooms file-sharing blogging virtual worlds http://www.flickr.com/photos/shavar/58717237/in/photostream/
  • 23. Ladder van mogelijkheden Beter aangepast aan de oudere teenagers dan aan de jongere kinderenhttp://www.flickr.com/photos/pierpaolop/530172898/in/photostream/
  • 24. Een leeftijdslimiet op SNS’s voorkomt…
  • 25. Minimumgrens van 13 jaarIn realiteit wordt dit vaak omzeild http://www.flickr.com/photos/rishibando/4660452869/in/photostream/
  • 26. <13-jarigen nemenweinig acties terbescherming vanpers.geg.Ouderlijke bemiddelingkan effectief zijn omaanmaak profiel uit testellen http://www.flickr.com/photos/sheepies/4323769732/in/photostream/
  • 27. Jongeren zijn sneller geneigd zijn om persoonlijke gegevens vrij te geven dan volwassenen. Echter, ze zijn daarom niet minder bewust van hun privacy. http://www.flickr.com/photos/haagsuitburo/3697485392/in/photostream/ /
  • 28. Gebruiksvriendelijkheid?Zeggen niet te weten hoe ze hunprivacy-settings moetenaanpassen:Bijna ½ vd 9- tot12-jarigen¼ vd 13- tot 16-jarigen Het gerapporteerde privacybesef is vaak maar een topje van de ijsberg van wat de privacymogelijkheden
  • 29. Vanuit het standpunt van dejongeren wegen deprivacyrisico’s vaak niet optegen de voordelen van deSNS, zelfs wanneer men eennegatievere ervaring had. Het idee dat men zijn/haar pers. geg. kan beschermen is vaak al voldoende, en resulteert daarom niet per se in een effectieve restrictie
  • 30. Elke online jongere komt wel porno tegen
  • 31. • 23 % van de 9-tot 16-jarigen geeft aan pornografisch(e getinte) inhoud gezien te hebben in het afgelopen jaar – In het algemeen vaker de oudere tieners en ook vaker jongens – Hoewel de oudsten vaker en meer expliciete inhouden zagen, gaven zij in het algemeen aan er minder mee in te zitten dan de jongere tieners
  • 32. Media bezorgdheid Bezorgdheidvan de jongerenonline porno pesten „sexting‟ negatieve UGCpesten misbruik persoonlijke datanieuwe mensen offline ontmoeten
  • 33. pesten Grootste bezorgdheid Ook al worden ze er niet vaak mee geconfronteerd http://www.flickr.com/photos/48304881@N05/5240756741/in/photostream/
  • 34. De pesters zijn de slechteriken
  • 35. 60 % van de pesters (online & offline) zijn zelf ook al gepest geworden!
  • 36. ‘fatalistische’ reactie  jongere kinderen  laag self-efficacy  lager op ladder online mglh & minder online  psychologische moeilijkheden  vaker jongens Proactieve reactie  oudere kinderen  hoger self-efficacy  jongeren hoger op ladder online mglh & meer online  vaker meisjes Communicatieve reactie  vaker meisjeshttp://www.flickr.com/photos/lcummings/5992352038/in/photostream/
  • 37. Nieuwe online contacten zijnvreemde mensen
  • 38. Bezorgdheid volwassene: Zal mijn kind vreemde mensen tegenkomen?De meerderheid vanonline contacten betreffenmensen die het kind kenthttp://www.flickr.com/photos/rachelrusinski/323855042/in/photostream/
  • 39. Vreemde mensen tegenkomen? =gevaarlijk Verschil tussen nieuwe „vreemde‟ contacten maken versus die nieuwe online contacten offline ontmoeten. Dat laatste gebeurt opvallend minder frequent. Nieuwe vrienden maken =„fun‟ laagdrempelighttp://www.flickr.com/photos/rachelrusinski/323855042/in/photostream/
  • 40. Kinderen gaan pas online als ze kunnen lezen
  • 41. • Kinderen doen tegenwoordig voor 4 jaar al eerste hun internetervaring op, ondanks lees- , cognitieve of motorische beperkingen• Vlaanderen: ong. 70% van de kleuters is al online geweest – Tot zelfs 1/3 van de 2,5- tot 3-jarigen• Gemiddelde leeftijd voor het eerst online=+/- 3,5 j• Geen verschil tussen jongens of meisjes m.b.t digitale mediagebruik – Uitz. Gebruik consolegames en voorkeur type games
  • 42. Het begint met de fascinatie voor bewegendebeelden…
  • 43. En filmpjes (You Tube) Pc Game consoles Mobiele spelconsole Tablet pcs Mobiele telefoons http://www.flickr.com/photos/chr1sp/2718006854/sizes/z/in/photostream/
  • 44. Al snel volgen interactievespelletjes
  • 45. De mogelijkheden nemenalsmaar toe, dankzijnieuwe, intuïtievereinteracties Source: Zero To Eight: Children’s media use in America
  • 46. Aandacht! – Controle – Navigatie – Visuele – Interactiviteit – Samenspel www.flickr.com/photos/dcmetroblogger/5753293705/
  • 47. Controle ouders t.a.v. mediagebruikkleuter?Wat? – Duur – Moment – Inhoud• Vooral duur – Sommigen vaste regels – Meesten flexibel• Qua inhoud: – Nog niet bezorgd – Maar neemt toe met de leeftijd kind
  • 48. • De ouders blijven meestal in de buurt van de peuter/kleuter,• In somme gevallen blijven ze ook naast het kind zitten• Slechts een minderheid heeft software geïnstalleerd (kindvriendelijke webomgeving)• Computer meestal nog op centrale plaats
  • 49. Hulp ouders?Oudste kleuters, een zekere autonomie • herkennen bepaalde afbeeldingen, symbolen zoals pijltje, terugknop, bookmark , woorden als „play‟ of „speel‟ • Eerste zoekopdrachten cf. vb. Sp-> speeleiland autocompletion list „eerste is juiste”
  • 50. Maar …• Afhankelijkheid – openen van site, installeren van app…• Veel fouten – per ongeluk in de settings, vastzitten door missing plug ins• Kwetsbaar – Reclame, fictie van realiteit• Grote verschillen binnenin leeftijd
  • 51. Hoe meer digitale vaardigheden,hoe minder onlinerisico’s men loopt
  • 52. “Risky opportunities” http://www.flickr.com/photos/clickflashphotos/3450592233/in/photostream/
  • 53. “Risky opportunities” o o Ouder in leeftijd Meer self-efficacy o Sensation-seeking o Meer, langere en gevarieerdere online activiteiten o Meer psychologische problemen o Offline risico‟s o Die hunzelf meer kunnen zijn op het internet http://www.flickr.com/photos/clickflashphotos/3450592233/in/photostream/
  • 54. Safety sofware helpt jongeren om hun online veiligheid aan te pakken
  • 55. Filtervoorkeurenaanpassen
  • 56. Om veiligheid tegaranderen zijntechnogische restrictiesvaak niet toereikend.Digital skills ensleutelfiguren zijnbelangrijker. http://www.flickr.com/photos/striatic/241843728/
  • 57. De volgende sleutelfiguren spelen een belangrijkemediërende of adviesverstrekkende rol:1. Ouders2. Leerkrachten – Voor low SES en voor de oudste tieners, belangrijkste adviesverstrekker3. Peers – meest praktisch: bv. helpen bij een concrete moeilijkheid – Vaak op gedeelde derde plaats: andere familieleden
  • 58. De rol van de ouder= belangrijk!Verschillende manieren van begeleiding• Communicatief• Restrictief• Sturend• Rel. vrije houding http://www.flickr.com/photos/striatic/241843728/
  • 59. De rol van de ouder is dubbel  Wordt als nuttig gepercipeerd (vooral onder 9-12 jarigen)  Maar tevens ook als limiterend, iets te negerenhttp://www.flickr.com/photos/striatic/241843728/
  • 60. Bij vrienden Slaapkamer Mobiel Meerderh. ouders geeft aan zoveel mogelijk in de buurt te blijven wanneer hun kind online is.http://www.flickr.com/photos/stuartpilbrow/3677378439/in/photostream/
  • 61. “Parental mediation”• De meeste ouders praten over het internetgebruik van hun kind• En trachten zoveel mogelijk in de buurt te blijven“parental awareness”• Ouders zijn vaak niet goed op de hoogte van de onwenselijke ervaringen die hun kinderen online meemaakten
  • 62. Bedankt Bieke Zaman
  • 63. Bronnen• Livingstone, S., Haddon, L., Gorzig, A. & Olafsson, K. (2011) EU Kids Online II. London: The London School of Economics and Political Science• De Haan, J., & Pijpers, R. (2010). Contact! Kinderen en nieuwe media. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.• Valkenburg, 2008- Rideout, Vandewater & Wartella 2003- Barr, Calvert, Rideout, Strouse & Woolard, 2005- Huang, Lee, Vandewater, Rideout, Shim & Wartella, 2007- Findahl, 2009- Brouwer e.a. 2011• Zero to Eight: Childrens Media Use in America, A Common Sense Media Research Study, October 25, 2011• Lewis, K., Kaufman, J., Christakis, N. The Taste for Privacy. Journal of Computer-Mediated Communication,2008.• Fogel, J. & Nehmad, E. (2009). Internet social network communities: Risk taking, trust and privacy concerns. Computers in human behavior, 25(1), p. 153-160.• Debatin, Bernhard, Lovejoy, Jennette P., Horn, Ann-Kathrin, et al. (2009). Facebook and online privacy: attitudes, behaviors and unintended consequences. Journal of computer-mediated communication, 15(1), p. 83-108.