Jezus de koning

520 views

Published on

preek 1 april 2012
Evangeliegemeente Salem

Published in: Spiritual
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
520
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
44
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Jezus de koning

  1. 1. Mattheus 21 en 28‘Mij is gegeven alle macht… gaat daarom heen…’ 1 april 2012
  2. 2. Groot contrast!• Verdriet en vreugde• Uitbundig en stil• Lijdende Knecht en triomferende Koning• Wie is Hij?
  3. 3. 1 Toen ze Jeruzalem naderden en bij Betfage op de Olijfbergkwamen, stuurde Jezus er twee leerlingen op uit. 2 Zijnopdracht luidde: ‘Ga naar het dorp dat daar ligt. Vrijweldirect zullen jullie er een ezelin zien, die daar vastgebondenstaat met haar veulen. Maak de dieren los en breng ze bijme. 3 En als iemand jullie iets vraagt, antwoord dan: “DeHeer heeft ze nodig.” Dan zal men ze meteen meegeven.’ 4Dit is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat gezegd isdoor de profeet: 5 ‘Zeg tegen Sion: “Kijk, je koning is inaantocht, hij is zachtmoedig en rijdt op een ezelin enop een veulen, het jong van een lastdier.”’
  4. 4. 6 De leerlingen gingen op weg en deden wat Jezus hunhad opgedragen. 7 Ze brachten de ezelin en het veulenmee, legden er mantels op en lieten Jezus daaropplaatsnemen. 8 Vanuit de menigte spreidden velen hunmantels op de weg uit, anderen braken twijgen van debomen en spreidden die uit op de weg. 9 De tallozemensen die voor hem uit liepen en achter hem aankwamen, riepen luidkeels: ‘Hosanna voor de Zoonvan David! Gezegend hij die komt in de naam vande Heer. Hosanna in de hemel!’
  5. 5. 10 Toen hij Jeruzalem binnenging, raakte de hele stadin rep en roer. ‘Wie is die man?’ wilde men weten. 11Uit de menigte werd geantwoord: ‘Dat is Jezus, deprofeet uit Nazaret in Galilea.’ 12 Jezus ging detempel binnen, hij joeg iedereen weg die daar ietskocht of verkocht, gooide de tafels van degeldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopersomver 13 en riep hun toe: ‘Er staat geschreven: “Mijnhuis moet een huis van gebed zijn,” maar jullie makener een rovershol van!’
  6. 6. 14 Toen kwamen er in de tempel blinden en verlamdennaar hem toe, en hij genas hen. 15 De hogepriesters en deschriftgeleerden zagen welke wonderen hij verrichtte enhoorden de kinderen in de tempel ‘Hosanna voor de Zoonvan David!’ roepen, en ze waren hoogst verontwaardigd.16 Ze gingen hem vragen: ‘Hoort u wat ze zeggen?’ EnJezus antwoordde hun: ‘Jazeker! Hebt u dan nooitgelezen: “Door de mond van kinderen en zuigelingenhebt u zich een loflied laten zingen”?’ 17 Zo liet hij henstaan, en hij ging de stad uit, naar Betanië, waar hij denacht doorbracht.
  7. 7. 1 Na de sabbat, toen de ochtend van de eerste dag vande week gloorde, kwam Maria uit Magdala met deandere Maria naar het graf kijken. 2 Plotseling begon deaarde hevig te beven, want een engel van de Heer daaldeaf uit de hemel, liep naar het graf, rolde de steen weg enging erop zitten. 3 Hij lichtte als een bliksem en zijnkleding was wit als sneeuw. 4 De bewakers beefden vanangst en vielen als dood neer.
  8. 8. 5 De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: ‘Wees nietbang, ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken. 6Hij is niet hier, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegdheeft. Kijk maar, dat is de plaats waar hij gelegen heeft. 7 Enga nu snel naar zijn leerlingen en zeg hun: “Hij isopgestaan uit de dood, en dit moeten jullie weten: hijgaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien.” Dat iswat ik jullie te zeggen had.’
  9. 9. 8 Ontzet en opgetogen verlieten ze haastig het graf omhet aan zijn leerlingen te gaan vertellen. 9 Op datmoment kwam Jezus hun tegemoet en groette hen. Zeliepen op hem toe, grepen zijn voeten vast enbewezen hem eer. 10 Daarop zei Jezus: ‘Wees nietbang. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galileamoeten gaan, daar zullen ze mij zien.’
  10. 10. 11 Terwijl de vrouwen onderweg waren, gingen enkelevan de bewakers naar de stad. Daar vertelden ze dehogepriesters alles wat er gebeurd was. 12 Dievergaderden met de oudsten en besloten de soldateneen flinke som geld te geven 13 en hun op te dragen:‘Zeg maar: “Zijn leerlingen zijn ’s nachts gekomen enhebben hem heimelijk weggehaald terwijl wij sliepen.”14 En mocht dit de prefect ter ore komen, dan zullen wijhem wel bepraten en ervoor zorgen dat jullie buitenschot blijven.’ 15 Ze namen het geld aan en deden zoalshun was opgedragen. En tot op de dag van vandaag doetdit verhaal onder de Joden de ronde.
  11. 11. 16 De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg dieJezus hun had genoemd, 17 en toen ze hem zagenbewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog. 18Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle machtgegeven in de hemel en op de aarde. 19 Ga dus opweg en maak alle volken tot mijn leerlingen, doorhen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en deheilige Geest, 20 en hun te leren dat ze zich moetenhouden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houddit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aande voltooiing van deze wereld.’
  12. 12. Hoe wordt Hij verwacht met Palmpasen?Hoe wordt Hij verwacht met Pasen?Hoe wordt Hij gezien bij de GroteOpdracht? Lukas 24:21, Lukas 24: 1, Hand. 1:6
  13. 13. Wat zegt Palmpasen over Jezus?Wat zegt Pasen over Jezus?Wat zegt de Grote Opdracht over hetKoninkrijk? Zach. 9:9, Psalm 8: 3, Lukas 4: 14-21/ Jes 61: 1-2/ Lev 25-26
  14. 14. Herkennen we Jezus als Hij komt?Klopt ons beeld wel?Hoe vormen we ons beeld van Hem?Zijn we bereid dat bij te stellen?Wat is onze plek in Zijn Koninkrijk?

×