• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Jeugdzorg
 

Jeugdzorg

on

  • 966 views

Jeugdzorg.

Jeugdzorg.

Statistics

Views

Total Views
966
Views on SlideShare
921
Embed Views
45

Actions

Likes
0
Downloads
8
Comments
0

1 Embed 45

http://ggz-drenthe.redmax.nl 45

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Jeugdzorg Jeugdzorg Presentation Transcript

    • Indicatiestelling
      Indicatiestelling is het proces van beoordelen welke problemen er bestaan in een gezin en beslissen wat er nodig is om die problemen aan te pakken. Goede indicatiestelling draagt bij aan de effectiviteit van de behandeling. Dat betekent dat hulpverleners gebruik moeten maken van kennis over 'wat werkt' bij hun afweging welke hulp het best zal aansluiten bij de hulpvraag van een gezin. Daarnaast moet de indicatiestelling ervoor zorgen dat de kans zo groot mogelijk is dat ouders en kinderen het hulpaanbod accepteren en er profijt van hebben.
      Gebruik van instrumenten
      Het gebruik van instrumenten om te bepalen of kinderen en ouders daadwerkelijk een probleem hebben waarvoor hulp nodig is, is belangrijk. Instrumenten leveren een objectiever beeld op dan het klinisch oordeel van een hulpverlener. In de databank Instrumenten Richtlijnen en Kwaliteitsstandaarden vindt u instrumenten die bruikbaar zijn in de jeugdzorg.
      Samenspraak met ouders en kinderen
      Een relatief nieuwe trend is de indicatiestelling in samenspraak met ouders en kinderen uit te voeren. In de evaluatie van de Wet op de Jeugdzorg wordt geconstateerd dat dat nog nauwelijks gebeurt. Terwijl uit allerlei literatuur blijkt dat hulp effectiever is als gezinnen betrokken worden bij het besluitvormingsproces (Swift en Callahan 2009; Merkel-Holguin e.a. 2003). Uit een onderzoek van Swift en Callahan (2009) blijkt dat cliënten die de behandeling van hun voorkeur ontvangen 58 procent kans hebben op betere resultaten. Cliënten die niet de behandeling van hun voorkeur krijgen, lopen een groter risico om voortijdig de behandeling te beëindigen.
      Familieberaad
      Een methode waarbij het gezin, de grootouders en eventueel andere familieleden betrokken worden is 'Family Group Conferencing', een soort familieberaad. Een onderzoek naar de effecten van deze interventie bij de beslissing tot uithuisplaatsing laat zien dat als ouders en kinderen kunnen meebeslissen, de kinderen gedurende de uithuisplaatsing minder vaak van plek wisselen. Door het kind te betrekken bij de besluitvorming ontstaat er dus een stabielere leefsituatie (Merkel-Holguin e.a. 2003).
      Samenwerking
      Er bestaan verschillende methoden waarmee hulpverleners samen met gezinnen kunnen beslissen welke hulp het beste ingezet kan worden:
      Eigen Kracht-conferentie
      Signs of Safety
      Deltamethode
      Een meer uitgebreide analyse van aandachtspunten voor een effectieve indicatiestelling vindt u bij Wat Werkt in de praktijk?.
      Literatuur
      Merkel-Holguin, L., P. Nixon en G. Burford (2003), 'Learningwith families: A synopsis of FGDM research and evaluation in child welfare', in: 'ChildProtection', 18, p.2-11.
      Swift, J. K. en J. L. Callahan (2009), 'The impact of clienttreatmentpreferencesonoutcome: A meta-analysis' in: 'Journal of ClinicalPsychology', jaargang 65, nummer 4, p.368-381.
    • Professionalisering
      Professionals in de jeugdzorg doen belangrijk werk en dragen grote verantwoordelijkheden. Bij de uitvoering van hun werk met kinderen, jongeren en ouders hebben zij alle steun nodig. Daarom wil de branche hen beter toerusten en faciliteren. Beroepsorganisaties, opleidingen, werkgevers en cliënten in de jeugdzorg hebben in juli 2007 het convenant 'Professionalisering in de jeugdzorg' getekend. Vanuit deze inzet is het actieplan Professionalisering in de Jeugdzorg van start gegaan. In dit plan zijn de volgende programmadoelen opgenomen:
      ontwikkeling beroepenstructuur in de jeugdzorg;
      versterking beroepsverenigingen;
      vergroten beroepsregistratie;
      invoering tuchtrecht en beroepscode;
      actualisering opleidingen en ontwikkeling datbank bij- en nascholing.
      U kunt het actieplan Professionalisering in de Jeugdzorg downloaden.Zie voor een verdere uitwerking en meer informatie het dossier Professionalisering in de jeugdzorg elders op de site.
    • Literatuur
      Hier vindt u enkele suggesties voor literatuur voor of over jeugdzorg. Dit is een selectie uit de literatuurcatalogus van het Nederlands Jeugdinstituut, waarin u elders op deze site ook zelf kunt zoeken naar literatuur.
      AMK : overzicht 2010 . - Utrecht : Jeugdzorg Nederland, 2011
      De MPG-aanpak : organiseren van de hulpverlening rondom het gezin / M. de Lange; S. van Haaren. - Utrecht : Nederlands Jeugdinstituut (NJi); Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam, 2011
      Jaarbericht 2010: Inspectie Jeugdzorg . - Utrecht : Inspectie Jeugdzorg, 2011
      Reboundprogramma's in het voortgezet onderwijs : bouwstenen voor organisatie en methodiek / C. Messing; D. Wienke, Nederlands Jeugdinstituut (NJi). - Utrecht : Nederlands Jeugdinstituut (NJi); SWP Uitgeverij, 2011
      The downside up? : a study of factors associatedwith a successfulcourse of treatmentfor adolescents in secure residential care / A.T. Harder. - Groningen : [S.n.], 2011
      Wat werkt in de residentiële jeugdzorg : werkbladen / L. Boendermaker; M. de Lange; C. Pots. - Utrecht : Nederlands Jeugdinstituut (NJi), 2011
      Werken aan effectiviteit in de stadsregio Rotterdam : beschrijven en onderbouwen van interventies en benutten van kennis over werkzame principes in de residentiële jeugdzorg / M. de Lange; C. Chènevert. - Utrecht : Nederlands Jeugdinstituut (NJi), 2011
      55 vragen over effectiviteit : antwoorden voor de jeugdzorg / T. van Yperen (red.). - Utrecht : Nederlands Jeugdinstituut (NJi), 2010
      Actieplan professionalisering in de Jeugdzorg : eindrapportage / M. Berger; H. Hens; I. Jansen; ... [et al.]. - Utrecht : Nederlands Jeugdinstituut (NJi), 2010
      Algemeen en specifiek werkzame factoren in de jeugdzorg / T. van Yperen; M. van der Steege; A. Addink; L. Boendermaker. - Utrecht : Nederlands Jeugdinstituut (NJi), 2010
    • Effectiviteit
      De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor 'evidencebased' werken. Dat wil zeggen: het inzetten van hulpaanbod waarvan is bewezen dat het effectief is. In de databank Effectieve Jeugdinterventies staan beschrijvingen van ondersteunings-, preventie-, behandel- en sanctieprogramma's. De databank is gericht op de ontwikkeling van 'evidencebasedpractice' in de jeugdsector. De beschikbare kennis over de effectiviteit van interventies wordt op deze manier aangeboden aan professionals, beleidsmakers en financiers die daarmee hun voordeel kunnen doen om het bestaande aanbod te verbeteren en uit te breiden. Meer informatie vindt u op elders op deze site bij de databank Effectieve Jeugdinterventies. De databank Effectieve Jeugdinterventies helpt bij het werken aan een effectief aanbod en is een van de bouwstenen voor een effectieve praktijk. Informatie over andere bouwstenen, zoals praktijkkennis zichtbaar maken, weten wat werkt, effectiviteit meten en professionalisering vindt u in het dossier Effectiviteit van jeugdinterventies elders op de site.
      Prestatie-indicatoren
      Een prestatie-indicator is te beschouwen als een 'meetlat' die de prestatie van personen of organisaties in beeld brengt. Het is gereedschap om een idee te krijgen van de kwaliteit van de zorg en levert daarmee ook een bijdrage aan de effectiviteit in de jeugdzorg. Er zijn tien prestatie-indicatoren (zie tabel) voor de jeugdzorg gedefinieerd. Voor elk van die prestatie-indicatoren zijn, samen met het veld, landelijk afspraken gemaakt over de wijze van meten en scoren, en hoe de data te verzamelen en te registreren.Meer hierover kunt u lezen op de site over prestatie-indicatoren in de jeudgzorg van de MOgroep Jeugdzorg, de branche-organisatie die zich bezighoudt met de invoering van het werken met prestatie-indicatoren. Meer informatie is ook te vinden in het dossier Effectiviteit van jeugdinterventies elders op de site.
      Standaard Taxatie voor de Ernst van de Problematiek
      De prestatie-indicatoren ‘afname ernst problematiek’ (prestatie-indicator 4) en ‘zwaarte vervolghulp’ (prestatie-indicator 6) worden gemeten door voor- en nameting met het instrument ‘Standaard Taxatie voor de Ernst van de Problematiek’ (STEP). Informatie over dit instrument is te vinden op de genoemde site over prestatie-indicatoren in de jeudgzorg en bij de beschrijving van de STEP in de databank Instrumenten, Richtlijnen en Kwaliteitsstandaarden.
    • Landelijk beleid
      In de jeugdzorg krijgen kinderen, jongeren en hun ouders ondersteuning en hulp bij opgroei- en opvoedproblemen. Daarbij gaat het om problemen van psychische, sociale of pedagogische aard die de ontwikkeling naar volwassenheid belemmeren. De jeugdzorg omvat zowel vrijwillige hulpverlening als gedwongen interventies om hulp in het belang van het kind of de jongere mogelijk te maken.
      Wet op de Jeugdzorg
      Op 1 januari 2005 is de Wet op de jeugdzorg in werking getreden. Deze wet bevat de regeling van de aanspraak op, de toegang tot en de bekostiging van jeugdzorg. Daarnaast biedt de wet een kader om een samenhangend aanbod van jeugdzorg te realiseren. De cliënt en zijn hulpvraag staan centraal in de wet.De wettekst is te lezen op de website Overheid.nl.
      Evaluatie wet
      In opdracht van het voormalige ministerie voor Jeugd en Gezin en het ministerie van Justitie heeft advies- en managementbureau BMC in oktober 2009 een evaluatieonderzoek naar de Wet op de jeugdzorg uitgevoerd. Uit dat onderzoek blijkt ondermeer dat:
      de gewenste 'één toegang tot de jeugdzorg' niet gerealiseerd is;
      een efficiënte indicatiestelling en cliëntvriendelijke toegang tot de jeugdzorg moeilijk te combineren zijn met het wettelijke recht op jeugdzorg;
      de verschillende financieringsstromen een knelpunt vormen voor het jeugdzorgaanbod.
      Meer informatie over de evaluatie vindt u op de website van de Rijksoverheid. Het evaluatieonderzoek kunt u hier downloaden: Evaluatieonderzoek Wet op de jeugdzorg .
      Stelselherziening
      Parallel aan de evaluatie van de Wet op de jeugdzorg is de discussie over een stelselherziening opgelaaid. Zo koerst het Kabinet Rutte aan op een samenvoeging van de verschillende financieringsstromen. Ook wil het kabinet de gemeenten verantwoordelijk maken voor alle vormen van jeugdzorg. Het Nederlands Jeugdinstituut volgt de opvattingen van de overheden en de belangrijkste organisaties over deze stelselherziening. Meer hierover kunt u lezen onder Evaluatie Wet op de jeugdzorg.
      Aanvulling wet: verwijsindex
      De Eerste Kamer heeft in februari 2010 ingestemd met het Wetsvoorstel verwijsindex risicojongeren. Dat betekent dat alle gemeenten in Nederland zich moeten aansluiten bij de verwijsindex, een landelijk digitaal systeem dat risicomeldingen van hulpverleners over kinderen registreert. Meer informatie vindt u op een website van het ministerie van VWS: Samenwerken voor de jeugd.Een goed werkende verwijsindex staat of valt met de kwaliteit van de meldingen. De 'Handreiking voor het melden aan de verwijsindex' biedt beroepskrachten ondersteuning bij de afweging om een jongere wel of niet te melden in de verwijsindex. Meer informatie vindt u op de website Handreiking melden.
      Financiering jeugdzorg
      In het kader van een nieuwe financieringssystematiek voor de provinciale jeugdzorg adviseert de Commissie Financiering Jeugdzorg (CFJ) met ingang van het uitvoeringsjaar 2010 aan het bestuurlijk overleg van Rijk en Interprovinciaal Overleg (IPO) over de totaal benodigde middelen voor de provinciale jeugdzorg en de verdeling ervan over de provincies en grootstedelijke regio’s. Een belangrijke basis voor dit advies wordt gevormd door de gegevens van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Om inzicht te krijgen in het toekomstige beroep op de jeugdzorg heeft het SCP een ramings- en verdeelmodel voor de geïndiceerde jeugdzorg ontwikkeld. In maart 2009 bracht het CFJ een eerste advies uit. Met het oog op de komende stelselwijziging is nog onduidelijk wanneer het CFJ om een volgend advies wordt gevraagd. U kunt de bestanden downloaden:Het SCP-rapportDe jeugd een zorgHet eerste advies van de Commissie Financiering Jeugdzorg
      Centra voor Jeugd en Gezin
      De vorming van de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG's) valt onder verantwoordelijkheid van het ministerie van VWS. De centra bieden preventie, advies, ondersteuning, signalering en lichte hulp. Bij zwaardere problemen of ingewikkelde hulpvragen coördineren de centra de benodigde hulp vanuit het principe 'één gezin, één plan'. De gemeente is er verantwoordelijk voor dat de zorgcoördinatie wordt geregeld en wijst de coördinator aan, zo lang er geen indicatie voor jeugdzorg is afgegeven. Als er wel een indicatie is afgegeven, is het bureau jeugdzorg verantwoordelijk voor de zorgcoördinatie.
      Landelijk netwerk in 2011
      In 2008 kwamen de eerste Centra voor Jeugd en Gezin tot stand; in 2011 moet er een landelijk dekkend netwerk zijn. Elke gemeente heeft straks minstens één Centrum voor Jeugd en Gezin, in grote steden komen er meer. Gemeenten voeren de regie over de centra.Meer informatie vindt u in het dossier Centra voor Jeugd en Gezin en op de website Samenwerken voor de jeugd.
    • Provinciaal beleid
      Op basis van het Landelijk Beleidskader Jeugdzorg van het ministerie van VWS (voorheen: Ministerie voor Jeugd en Gezin) en het ministerie van Justitie, maken de provincies en grootstedelijke regio's een eigen beleidskader. Hierin zijn vooral de hoofdlijnen van het beleid aangegeven. In het uitvoeringsprogramma jeugdzorg werken de provincies en grootstedelijke regio's zo concreet mogelijk de beleidsvoornemens uit. Eenmaal in de vier jaar brengen de provincies en grootstedelijke regio's een beleidskader uit en ieder jaar een uitvoeringsprogramma.
      Het landelijk beleidskader kunt u downloaden via de site van het ministerie van VWS: Landelijk Beleidskader Jeugdzorg 2009 - 2012. Op de sites van de provincies zijn de provinciale beleidskaders en uitvoeringsprogramma's te downloaden.
    • Gemeentelijk beleid
      Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het lokaal jeugdbeleid. Doel van het jeugdbeleid is om optimale ontwikkelingskansen voor alle jeugdigen te creëren en de voorzieningen voor de jeugd te versterken.
      Gemeentelijke taken voorafgaand aan de jeugdzorg
      Deze lokaal georganiseerde opvoed- en opgroei-ondersteuning moet goed aansluiten op de jeugdzorg, die momenteel onder de verantwoordelijkheid van de provincies en grootstedelijke regio's valt. De invoering van de Wet op de jeugdzorg was aanleiding om duidelijke taken voor gemeenten vast te stellen. In overleg hebben de rijksoverheid, provincies en gemeenten in 2003 vijf gemeentelijke taken van het lokaal preventief jeugdbeleid vastgesteld:het verstrekken van informatie aan ouders, kinderen en jeugdigen over opvoeden en opgroeien; de signalering van problemen door instellingen als jeugdgezondheidszorg en onderwijs; de toegang tot het gemeentelijk hulpaanbod, het beoordelen en toeleiden naar voorzieningen aan de hand van een 'sociale kaart' voor ouders, kinderen, jeugdigen en verwijzers; het bieden van pedagogische hulp (advisering en lichte hulpverlening), zoals maatschappelijk werk en het coachen van jongeren; het coördineren van zorg in het gezin op lokaal niveau (gezinscoach).
      Wet maatschappelijke ondersteuning
      Dat de gemeente verantwoordelijk is voor deze vijf taken is vastgelegd in de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Deze wet vervangt onder andere de Welzijnswet en delen van de AWBZ en de Wet collectieve preventie volksgezondheid. De WMO is per 1 januari 2007 ingegaan. Meer informatie over de WMO
      Centra voor Jeugd en Gezin
      Het ministerie van VWS ondersteunt samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de gemeenten bij het vormgeven van de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG's). Als hulpmiddel bij die ondersteuning heeft het ministerie een website opgezet over het lokale jeugdbeleid: Samenwerken voor de jeugd. Zie ook het Dossier Centra voor Jeugd en gezin.
      Inrichting jeugdzorg
      Op verzoek van de VNG heeft een externe commissie (commissie Zorg om jeugd) onder leiding van René Paas een advies uitgebracht over de gewenste inrichting van de jeugdzorg en de nieuwe bestuurlijke toedeling van verantwoordelijkheden. Het advies 'Van klein naar groot' is in juni 2009 gepresenteerd. Het voorstel is om de regie, zowel bestuurlijk als uitvoerend, voor alle vrijwillige hulpverlening bij de gemeenten onder te brengen. Ook de inkoop van zorgaanbod dient op termijn naar de gemeenten over te gaan. Het kabinet Rutte vaart grofweg dezelfde koers. U kunt het rapport Van klein naar groot downloaden. De MOgroep heeft een reactie op het advies gegeven. Meer informatie over de stelselherziening vindt u onder Evaluatie Wet op de jeugdzorg.
      Jeugdgezondheidszorg
      De uitvoering van de jeugdgezondheidszorg valt onder verantwoordelijkheid van de gemeenten. In het Basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg staan de taken die de gemeenten op het gebied van de jeugdgezondheidszorg moeten uitvoeren. Het uniforme deel bevat zorg die aan elk kind in elke gemeente moet worden aangeboden, zoals screening en vaccinaties. Daarnaast moet iedere gemeente ook alle producten in het maatwerkdeel leveren, maar heeft hierbij de vrijheid van keuze van de mate waarin en de wijze waarop maatwerkproducten worden aangeboden. Meer informatie vindt u op de site Nederlands Centrum Jeugdgezondheid.Vanaf 1 juli 2010 krijgen alle kinderen van 0 tot 19 jaar een digitaal dossier op het moment dat zij in contact komen met de jeugdgezondheidszorg. Dit dossier moet het papieren dossier dat de jeugdgezondheidszorg van ieder kind bijhoudt, vervangen. Het elektronische kinddossier maakt het overdragen van informatie, bijvoorbeeld als een kind verhuist, efficiënter. Meer informatie over het digitaal dossier Jeugdgezondheidszorg/EKD vindt u op de website van de rijksoverheid.
    • Jeugdzorg
      De jeugdzorg bestaat uit allerlei zorg- en hulpverleningsinstanties die met elkaar samenwerken, onder de verantwoordelijkheid van diverse overheden. In de praktijk leidt dit tot versnippering. Hierdoor schiet de jeugdzorg soms tekort. De samenwerking tussen deze instanties kan beter. Het kabinet wil de jeugdzorg effectiever maken. Het streven is dat een jeugdige of verzorger 1 aanspreekpunt heeft in de jeugdzorgketen.
      Vraag en antwoord
      Wat is jeugdzorg en hoe is de jeugdzorg georganiseerd?
      Waar moet ik zijn met een klacht over de jeugdzorg?
      Wat is gesloten jeugdzorg?
      Wat is het digitaal dossier jeugdgezondheidszorg?
      Meer vragen en antwoorden
    • Bureau Jeugdzorg bij u in de buurt.
      'ik heb informatie nodig'
      Deze site geeft globale informatie over de jeugdzorg in Nederland en toegang tot alle regionale Bureaus Jeugdzorg.
      Jeugdzorg is bedoeld voor kinderen tot 18 jaar met ernstige opvoedings- en opgroeiproblemen, en voor hun ouders of opvoeders. In het verleden beoordeelden allerlei (jeugdzorg)instanties een verzoek om hulp. Ouders en minderjarigen met problemen wisten daardoor niet goed bij welke instantie of instelling ze terecht konden.
      Op 1 januari 2005 is de Wet op de jeugdzorg in werking getreden. Deze wet moet leiden tot meer cliëntgericht werken in de jeugdzorg. Voortaan is Bureau Jeugdzorg de centrale toegang tot de geïndiceerde jeugdzorg.Het verzorgt de indicatie voor hulp aan minderjarigen en hun ouders.
      Meer weten? Kijk dan verder op deze site of neem contact op met een van de vijftien regionale Bureaus Jeugdzorg.
      Bureau Jeugdzorg bij u in de buurt.
    • 'ik zoek steun bij de opvoeding van mijn kinderen'
      Opvoeden valt niet altijd mee.
      Een peuter die bang of dwars is. Uw kind komt niet goed mee op school. U hebt geen idee wat uw norse pubers uitvoeren op straat, en luisteren willen ze al helemaal niet meer...
      Soms voelt u zich machteloos. Dan kunt u wel wat hulp bij de opvoeding gebruiken.
      Daarom is er Bureau Jeugdzorg. Daar vindt u mensen die luisteren. Ze helpen u graag om een oplossing te vinden.
      Advies, informatie en begeleiding van Bureau Jeugdzorg is helemaal gratis.Bel gerust, of maak een afspraak met een van onze medewerkers.
    • 'ik zit ergens mee en daar wil ik over praten'
      Je zal maar een probleem hebben. Thuis, op school, of op je werk. En je hebt niemand om mee te praten.
      Je kan je soms zomaar somber of opgefokt voelen. Of je wordt gepest.Het kan zijn dat de ruzies thuis uit de hand lopen. Je bent bang dat het misgaat met je vader of moeder. Misschien hebben die psychische problemen of schulden, of zijn ze verslaafd. Je kan je ook rot voelen omdat je iets ergs hebt meegemaakt. Bijvoorbeeld met geweld, of seks. Of je hebt iets gedaan waardoor je met de politie te maken krijgt.
      Je bent echt niet de enige die ergens mee zit. Daarom is er Bureau Jeugdzorg. Daar vind je mensen die naar je luisteren en je helpen een oplossing te vinden.
      Die hulp kost niks. En we vertellen het ook niet zomaar door aan je ouders.
      Bureau Jeugdzorg bij jou in de buurt.
    • Wat is jeugdzorg?
      Ieder kind heeft het recht om uit te groeien tot een gezonde en evenwichtige volwassene. Dat gaat niet altijd vanzelf. Soms is er hulp nodig voor het kind of de jongere, soms ook voor het hele gezin. Al die soorten hulp bij elkaar noemen we 'jeugdzorg'.
      Bureau Jeugdzorg geeft toegang tot alle jeugdzorg in Nederland.
    • Jeugdzorg
      In 2005 is de 'Wet op de jeugdzorg' in werking getreden, die de toegang en de bekostiging van de jeugdzorg regelt. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het lokale jeugdbeleid. Dit dossier geeft informatie over ontwikkelingen in de jeugdzorg. Wat doen de bureaus jeugdzorg en andere zorgaanbieders?
    • Jeugdzorg in kaart Wettelijke kaders, voorzieningen, beroepen en functies in de jeugdzorgNiels Zwikker en Harry Hens
      De jeugdzorg besteedt de komende jaren veel aandacht aan het beter toerusten en faciliteren van professionals in de sector. Daarvoor is het 'Actieplan Professionalisering Jeugdzorg' opgesteld. Het boek 'Jeugdzorg in kaart' is onderdeel van een van de deelprojecten van het actieplan: 'Beroepenstructuur in de jeugdzorg'. De publicatie vormt de basis voor het ontwikkelen van de beroepenstructuur in de jeugdzorg.
      De auteurs van 'Jeugdzorg in kaart' geven een helder overzicht van de wettelijke kaders, voorzieningen, beroepen en functies in de jeugdzorg. Het boek is tot stand gekomen met de brede inbreng van professionals in de preventieve, curatieve en justitiële jeugdzorg.
    • Evaluatie Wet op de jeugdzorg
      Regeerakkoord nieuwe kabinet
      Op 30 september 2010 heeft het nieuwe Kabinet Rutte het regeerakkoord VVD-CDA en het gedoogakkoord met de PVV gepubliceerd. Daarin staan belangrijke maatregelen ten aanzien van de jeugdzorg aangekondigd:
      Gemeenten worden verantwoordelijk voor alle jeugdzorg die nu onder Rijk, provincies, gemeenten, AWBZ en zorgverzekering valt.
      Vanaf 2015 geldt een efficiencykorting van 300 miljoen.
      Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd (bij uithuisplaatsing ongeveer 3400 euro per kind per jaar)
      Door middel van sterkere drang via o.a. jeugdzorg wordt deelname aan programma's voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) gestimuleerd.
    • Reactie kabinet Balkenende IV op eindrapport parlementaire werkgroep
      Op 1 september 2010 hebben de voormalige ministers Rouvoet van Jeugd en Gezin en HirschBallin van Justitie in een brief gereageerd op het eindrapport van de werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg. In de brief gaan zij op een aantal onderwerpen nader in:
      intersectorale samenwerking in relatie tot positionering van de jeugd-ggz;
      gedwongen kader;
      vermindering bureaucratie;
      toekomstperspectief.
    • Parlementaire werkgroep
      Op 18 mei 2010 is de werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg met het eindrapport 'Jeugdzorg dichterbij' gekomen. In november 2009 is de werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg ingesteld. Het doel van de verkenning was inzicht te krijgen in de aanbevelingen en conclusies uit eerder uitgevoerde of nog uit te voeren onderzoeken op het terrein van de jeugdzorg. De parlementaire werkgroep sprak met deskundigen en vertegenwoordigers van organisaties die direct betrokken zijn bij de jeugdzorg.
    • Het Nederlandse jeugdzorgstelsel
      De jeugdsector is versnipperd, verantwooPedagogische basisvoorzieningen
      In de eerste plaats zijn er de voorliggende voorzieningen, ook wel de pedagogische basisvoorzieningen of de nulde lijn genoemd, waar jeugdigen en hun opvoeders veel mee te maken hebben: de scholen, kinderopvang, sportverenigingen enzovoort. Deze maken strikt genomen geen deel uit van het jeugdzorgstelsel, maar zijn daarvoor wel van belang. Het zijn plaatsen waar veel aan preventie kan worden gedaan, zodat de ontwikkeling en opvoeding van jeugdigen is te optimaliseren en gewone, alledaagse opvoedingsvragen en problemen niet ontsporen. Daarnaast zijn het ook de vindplaatsen, waar met een goede signalering ernstige probleemgevallen vroegtijdig zijn op te sporen en snel zijn te helpen. Hierdoor kan erger worden voorkomen. Jeugdbeleid is erop gericht deze voorzieningen te versterken, zodat de daar werkzame professionals alledaagse problemen zelf adequaat kunnen oplossen en ernstiger probleemgevallen goed kunnen signaleren. Woningbouwcorporaties, arbeidsbemiddeling en vrijetijdsbesteding behoren tot dezelfde groep van voorzieningen. Een goede huisvesting, dagbesteding (arbeid, school, vrije tijd) en een minimum inkomen zijn voor jongeren en gezinnen belangrijke basisvoorwaarden om goed te functioneren. Gebreken daarin staan bekend als belangrijke risicofactoren in de ontwikkeling en opvoeding van jeugdigen. Jeugdbeleid is er daarom ook op gericht om de samenwerking met deze voorzieningen te stimuleren, zodat de mogelijkheden om risicofactoren op dit vlak te bestrijden worden vergroot. Deze voorzieningen worden door uiteenlopende instanties gefinancierd. De gemeente wordt geacht in haar preventieve jeugdbeleid de regie te voeren in de vorming van een gezonde pedagogische leefomgeving van jeugdigen.
      De eerste lijn
      Onder de eerste lijn vallen de jeugdgezondheidszorg, de opvoed- en opgroeiondersteuning, advisering aan jeugdigen en opvoeders en de lichte hulpverlening. Volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet publieke gezondheid (Wpg) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de realisering van een voldoende hoeveelheid en kwaliteit van aanbod op dit terrein. In een gemeente kunnen er veel verschillende instanties opereren die dit aanbod verzorgen, zoals kraamzorg, thuiszorgorganisaties, consultatiebureaus, ggd-en, pedagogische adviesbureaus en jeugdzorgaanbieders. Deze zorgen ondermeer voor deskundigheidsbevordering van professionals en de uitvoering van preventieprogramma’s in de basisvoorzieningen, vroegtijdige signalering en het zo vroegtijdig mogelijk aanpakken van problemen (vroeghulp). De financiering van deze voorzieningen loopt via verschillende kanalen. De bedoeling is dat al deze instanties gaan samenwerken in een Centrum voor Jeugd en Gezin (GJG). De gemeente is daarbij de aangewezen regisseur.Op het snijvlak van de eerste en de tweede lijn opereren in het onderwijs de zogeheten zorg- en adviesteams (ZAT’s). Deze zijn ervoor bedoeld scholen te ondersteunen bij de snelle signalering en aanpak van zorgleerlingen en te zorgen voor een adequate verwijzing en samenhangende hulp aan leerlingen die meer gespecialiseerde zorg nodig hebben. In een zorg- en adviesteam nemen vaak verschillende instanties deel, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin (in het bijzonder de jeugdgezondheidszorg), bureau jeugdzorg, professionals van school, maatschappelijk werk, leerplichtambtenaren en politie.
      De tweede lijn
      De tweede lijn bestaat uit de volgende onderdelen:
      Zorgaanbieders van de provinciaal gefinancierde jeugdzorg. Dit omvat de intensief ambulante hulpvormen en vormen van intensieve, gespecialiseerde pedagogische thuishulp bij met name multiprobleemgezinnen, de daghulp (semi-residentiële zorg), de dag- en nachthulp (residentiële zorg) en de pleegzorg. Ook de gesloten jeugdzorg – door sommigen ook wel aangeduid als de derde lijn - behoort tot deze groep. De provincies krijgen voor al deze zorgvormen een doeluitkering van het rijk.
      De door zorgverzekeraars gefinancierde geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen (jeugd-ggz). Dit omvat de ambulante ggz en de kinder- en jeugdpsychiatrische zorg (poliklinische en klinische zorg). Een deel valt nog onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en kan als een patiëntgebonden budget (pgb) worden uitgekeerd.
      De via de AWBZ gefinancierde licht verstandelijke gehandicaptenzorg voor jeugdigen (jeugd-lvg). Ook hier vinden we weer uiteenlopende zorgvormen, eventueel als pgb uit te keren.
      De jeugdbescherming (raad voor de kinderbescherming en de gezinsvoogdij), de justitiële jeugdinrichtingen en de jeugdreclassering. De financiering hiervan gebeurt vanuit het ministerie van Justitie, voor een deel via de provincies.
    • De gespecialiseerde onderwijsvoorzieningen, zoals de ondersteuning van leerlingen met speciale behoeften met een leerlinggebonden budget, reboundvoorzieningen, het speciale onderwijs in de clusters 1 t/m 4. In cluster 4 komen veel kinderen die in verband met gedragsproblemen en stoornissen als autisme ook veel met jeugdzorg te maken hebben. De financiering gebeurt vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Er is nieuw beleid op dit terrein ingezet onder de naam ‘passend onderwijs’, waarbij regio’s zelf verantwoordelijk worden voor het realiseren van een sluitend systeem van zorgsystemen en speciale voorzieningen in het onderwijs.
      In de Wet op de jeugdzorg is geregeld dat het bureau jeugdzorg indicaties afgeeft voor jeugdzorg in de tweede lijn. Het bureau jeugdzorg is tevens verantwoordelijk voor taken van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De bureaus jeugdzorg vallen onder de provincies, zij krijgen hiervoor een doeluitkering van het rijk. In de praktijk lopen indicaties voor zorg uit de zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) niet alleen via bureau jeugdzorg, maar ook vaak via de huisartsen en het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ). Jeugdbescherming, justitiële jeugdinrichtingen en jeugdreclassering worden - conform de wet - ingezet op aanwijzing van de rechter. Speciale commissies of indicatieorganen van het onderwijs kennen aan leerlingen gespecialiseerde onderwijsvoorzieningen toe. In de Wet op de jeugdzorg is geregeld dat een indicatiebesluit van het bureau jeugdzorg de cliënt een opeisbaar recht op jeugdzorg geeft. Dit recht staat in het beleid momenteel ter discussie: de vraag naar jeugdzorg groeit explosief en dat roept de vraag op of dit recht op de lange termijn is waar te maken. De vraag naar tweedelijnszorg groeit op dit moment enorm. Het landelijk beleid zet dan ook in op versterking van de pedagogische basisvoorzieningen en de eerste lijn om het ontstaan of de verergering van problemen tegen te gaan. In de verschillende voorzieningen binnen de tweede lijn vinden we vaak dezelfde jeugdigen en gezinnen. Veel van hen zijn op verschillende voorzieningen tegelijk aangewezen. Het beleid is er dan ook op gericht betere samenwerking – zo niet de integratie – van verschillende voorzieningen tot stand te brengen.
      De organisatieschaal
      Een aparte kwestie binnen het stelsel is de uiteenlopende schaal waarop de voorzieningen zijn georganiseerd. De basisvoorzieningen en de eerste lijn bevinden zich veel op gemeentelijk niveau, maar overstijgen bestuurlijk gezien soms dit niveau (zoals schoolbesturen van grote scholengemeenschappen, regionaal opererende thuiszorgorganisaties, ggd-en die door samenwerkingsverbanden van gemeenten worden aangestuurd). Dit maakt het voor met name de kleinere gemeenten lastig om de regietaak volledig vorm te geven. Naast de individuele gemeenten zijn er ook samenwerkingsverbanden in zogeheten ggd-regio’s, verzorgingsgebieden van centrumgemeenten. Gemeenten, de Raden voor de Kinderbescherming, politie, Openbaar Ministerie, reclassering en welzijnsorganisaties werken weer samen in zogeheten ‘Veiligheidshuizen’. De jeugdzorg valt tot slot sinds 1989 onder de provincies. Belangrijke beleidsvraag is nu of een verbetering van het jeugdzorgstelsel te bereiken is door het zwaartepunt te leggen bij een bepaalde organisatieschaal. En als dit het geval is, moet de gemeente dan de centrale regisseur worden of samenwerkingsverbanden van gemeenten of de provincie?
      rdelijkheden zijn verdeeld over een groot aantal partijen en er zijn uiteenlopende financieringsstromen. Tussen de verschillende zorgaanbieders is bovendien onvoldoende afstemming. Dit blijkt uit onderstaand overzicht van het Nederlandse jeugdzorgstelsel.
    • Bureaus jeugdzorg
      Op 1 januari 2005 is de Wet op de jeugdzorg in werking getreden. Deze wet bepaalt dat het bureau jeugdzorg de toegang tot de jeugdzorg is. Bureau jeugdzorg beoordeelt de (aard en ernst van de) problemen met opgroeien en opvoeden, en stelt vast welke zorg de cliënt nodig heeft. Als oplossingen op lokaal niveau mogelijk zijn, is de cliënt daarop aangewezen en is ondersteuning bij het verkrijgen van die hulp nodig. In de andere gevallen kan de cliënt wettelijk aanspraak maken op de zorg die bureau jeugdzorg in een indicatiebesluit heeft vastgesteld.Bureau jeugdzorg is ook de toegang tot de geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen (jeugd-ggz) en de zorg voor licht verstandelijk gehandicapte jeugdigen (jeugd-lvg).
      Bureau jeugdzorg is vrij toegankelijk voor jeugdigen en hun ouders, maar zij kunnen ook verwezen worden naar bureau jeugdzorg door bijvoorbeeld een huisarts. Ook heeft bureau jeugdzorg de taak zelf initiatief te nemen als zij, mede door meldingen van bijvoorbeeld buren, leerkrachten of familieleden, op het spoor komt van zorgwekkende opgroei- en opvoedsituaties. Daarnaast bepaalt bureau jeugdzorg welke zorg cliënten nodig hebben die door de rechter onder toezicht of voogdij zijn gesteld, en cliënten met een jeugdreclasseringsmaatregel (gedwongen jeugdzorg). Als bureau jeugdzorg zich zorgen maakt over de veiligheid van de aangemelde jeugdige, schakelt zij de Raad voor de Kinderbescherming in voor een onderzoek. Het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) maakt deel uit van het bureau jeugdzorg, maar vormt een aparte toegang. Een deel van de cliënten van het AMK stroomt door naar de jeugdzorg. Meer informatie over AMK vindt u in het dossier Kindermishandeling op de site.
      Brancherapportage
      In de Brancherapportage Jeugdzorg 2008 staan de belangrijkste kerngegevens rond de inzet voor jeugdigen en ouders met ernstige opvoed- en opgroeiproblemen. Het betreft financiële en personele kerngegevens, maar ook gegevens over het aantal jeugdigen en ouders dat de bureaus jeugdzorg in 2008 hebben bereikt en geholpen. U kunt hier de bestanden downloaden: Brancherapportage Jeugdzorg 2008 en Gebruikscijfers 2004 - 2008 .
      Activiteiten bureau jeugdzorg
      De bureaus jeugdzorg hebben een heel scala aan taken. Zie hiervoor activiteiten bureau jeugdzorg.Een van de taken is het indiceren van zorg. Om de indicatietrajecten voor jeugdzorg, AWBZ-zorg en speciaal onderwijs niet los en na elkaar te laten verlopen is het kader integraal indiceren opgesteld. Dit kader is bedoeld voor regio’s die integraal indiceren in de praktijk willen brengen. Het is ontstaan uit experimenten in Drenthe, Brabant, Rotterdam, Overijssel en Amersfoort/Utrecht waarbij samenwerking en afstemming plaats vindt op de indicaties voor jongeren die een combinatie nodig hebben van extra jeugdzorg of AWBZ-zorg en onderwijsondersteuning.U kunt het Kader integraal indiceren downloaden. Meer informatie vindt u op de site Integraal indiceren.
      Doorbraak in de jeugdzorg
      De methode 'Doorbraak' is een praktische en concrete manier om verbeteringen in te voeren voor cliënten en medewerkers van non-profitorganisaties. In de jeugdzorg werd in 2005 gestart met het eerste en in 2006 met het tweede landelijke Doorbraak-project. Het doel was om de wacht– en doorlooptijden bij de bureaus jeugdzorg drastisch terug te dringen. Er werd een winst geboekt van 85 procent op de doorlooptijd (de tijd die verstrijkt tussen aanmelding en behandelingsbesluit). Inmiddels wordt de Doorbraak-methode op verschillende manieren en voor diverse situaties gebruikt. Zo is deze werkwijze ook geschikt om werkprocessen te vereenvoudigen en bureaucratie te verminderen.Meer informatie over deze methode vindt u op deze site onder project Doorbraak in de jeugdzorg.
    • Internationaal beleid
      Niet alleen in Nederland is de jeugdzorg volop in ontwikkeling. Ook in de ons omringende landen en in de Verenigde Staten verandert het beleid en de praktijk van de zorg voor de jeugd continu. Hoe men in het buitenland zorgt voor de jeugd, kan interessant zijn voor Nederland. In onderstaande rapporten en artikelen wordt de jeugdzorg of een specifiek aspect daarvan in één of meerdere landen besproken.
      Jeugdzorg in Europa Het voormalige programmaministerie voor Jeugd en Gezin heeft in 2009 het Nederlands Jeugdinstituut opdracht gegeven voor het maken van een overzicht van een aantal relevante ontwikkelingen in de jeugdzorg in andere landen. Achtergrond is dat steeds meer jongeren gespecialiseerde zorg en hulp nodig hebben. De studie naar buitenlandse ervaringen betreft eventuele systematische en structurele veranderingen in de jeugdzorg. Ook is gekeken of in deze landen dezelfde problemen spelen in de jeugdzorg. De onderzochte landen zijn Engeland, Duitsland, Noorwegen en Zweden. De bevindingen zijn te lezen in het rapport Jeugdzorg in Europa .
      Uithuisplaatsing in Nederland en ZwedenIn 2005 is onderzoek verricht naar de overwegingen die een rol spelen bij het uit huis plaatsen van jeugdigen in Nederland en Zweden. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in het rapport Uithuisplaatsing in Nederland en Zweden .In het Nederlands Tijdschrift voor Jeugdzorg nummer 2 (april) van 2006 is over dit onderzoek een artikel opgenomen: Dilemma´s bij uithuisplaatsing in Nederland en Zweden
    • IGZ: Jeugdzorg verantwoordelijk voor veiligheid kind
      Onvoldoende samenwerking tussen diverse zorgverleners hebben er toe geleid dat niemand op tijd alarm sloeg in de zaak van Gessica (ook wel het Maasmeisje genoemd). Aldus de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in een rapport dat vandaag is gepubliceerd.De Inspectie voor de Gezondheidszorg vindt dat Jeugdgezondheidszorg in de toekomst verantwoordelijkheid moet nemen voor het bewaken van de veiligheid van kinderen. De medewerkers moeten hiertoe in staat gesteld worden, onder meer door de introductie van het Elektronisch Kind Dossier. Enkele andere aanbevelingen: de Jeugdgezondheidszorg is pas niet meer verantwoordelijk voor de veiligheid van een kind wanneer deze verantwoordelijkheid expliciet en schriftelijk is overgedragen naar bureau Jeugdzorg.
      De IGZ zal in 2008 het toezicht op de Jeugdgezondheidszorg intensiveren om te bevorderen dat de Jeugdgezondheidszorg haar werkwijze zodanig aanpast dat zij daadwerkelijk in staat is de veilige ontwikkeling van kinderen te bewaken. Het Elektronisch Kind Dossier dient te allen tijde compleet en volledig te zijn. Huisartsen moeten volgens de Inspectie meer duidelijkheid geven over hun rol als ‘gezinsarts’, in het bijzonder in grootstedelijke omgevingen, en het gebruik van de meldcode kindermishandeling. De GGZ moet beter letten op de veiligheid van de kinderen in het gezin van de patiënt.
      Reactie LHVDe Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) onderschrijft de aanbevelingen die de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) doet in haar rapport over de zorgverlening aan het 'Maas-meisje' Gessica. De LHV ziet in een paar aanbevelingen een ondersteuning van haar visie op de samenwerking in de zorg aan kinderen.
      De LHV wil, samen met het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), in overleg met alle betrokken beroepsgroepen graag bijdragen aan het verbeteren van de zorg aan kinderen en de samenwerking tussen zorgverleners binnen het jeugdzorgcircuit. Zij herkent dat er in toenemende mate sprake is van versnippering in de zorg, doordat het aantal specialisaties in de zorg toeneemt. Korte lijnen tussen zorgverleners zijn daarom extra belangrijk, zoals ook al bleek uit de eerdere aanbevelingen van de Operatie Jong.
      Samenwerking verbeterenDe LHV onderzoekt al op welke manier huisartsen kunnen bijdragen aan een betere samenwerking en pleitte er in dat kader al eerder voor dat huisartsen inzicht krijgen in het Elektronisch Kinddossier en de Verwijsindex Risicojongeren. Dit zijn belangrijke instrumenten voor adequate informatie-uitwisseling tussen zorgverleners bij de zorg aan kinderen. Daarnaast pleit de LHV voor nauwe samenwerking tussen huisartsen en de nieuwe Centra voor Jeugd en Gezin.
      Een goed patiëntendossier, waarin ook informatie van andere zorgverleners is opgenomen, is essentieel in de uitwisseling van informatie. De huisarts loopt daarin voorop. De LHV pleit dan ook voor het behoud van de regiefunctie van de huisarts, door het patiëntendossier te blijven beheren en te interpreteren. Hierdoor zal de huisarts ook beter kunnen voldoen aan de wens van de Inspectie om de rol als gezinsarts duidelijker invulling te geven.
      De LHV zal tot slot in overleg treden met de KNMG over de wijze waarop de inhoud en het gebruik van de KNMG Meldcode Kindermishandeling opnieuw onder de aandacht van (huis)artsen gebracht kan worden.
    • Zorgsysteem en Netwerken in de JGZ
      Netwerken, overleggen en samenwerken zijn belangrijk voor goede, integrale zorg voor jeugdigen. Op individueel niveau is er sprake van zorgcoördinatie. Het aanleggen, bijhouden en overdragen van het, wettelijk verplichte, medische dossier speelt hierbij een essentiële rol. Op doelgroep- / populatieniveau is beleidsontwikkeling en afstemming op instellingsniveau en tussen instellingen het doel.Zorgsysteem, netwerken, overleg en samenwerking is productgroep 6 van het BTP. In deze productgroep draait het om de partijen die de zorg- en hulpverlening voor jeugdigen organiseren.Netwerken en Zorg- en adviesteamsIn Zorg- en adviesteams (ZAT's), buurtnetwerken of in de overlegstructuur in de centra voor jeugd en gezin brengt de jeugdgezondheidszorg informatie in over de jeugdige en haar expertise op sociaal-medisch en pedagogisch gebied. De JGZ kan de schakel vormen tussen de zorgvoorzieningen, ZAT’s en de gemeentelijke overheid als regisseur van het lokale beleid. Wat is een Zorg- en adviesteam?Een Zorg- en adviesteam (ZAT) is een multidisciplinair samenwerkingsverband in het onderwijs waarin professionals uit het (speciaal) onderwijs, het welzijnswerk, de jeugdzorg, de gezondheidszorg en veiligheid structureel samenwerken om kinderen en jeugdigen met (vermoedens van) emotionele, gedrags-, ontwikkelings- en/of schoolleerproblemen, hun gezinnen en scholen vroegtijdig, efficiënt en effectief te ondersteunen.Wat doet een Zorg- en adviesteam?Het multi-disciplinaire casusoverleg vormt een vast hoofdbestanddeel van het ZAT. De meest voorkomende functies van het ZAT zijn:
      advisering en consultatie van schoolfunctionarissen;
      probleemverkenning door gesprekken, screening en aanvullende diagnostiek;
      verwijzing en toeleiding van leerlingen naar externe instellingen;
      ambulante begeleiding en hulpverlening aan leerlingen en/of het gezin.
      Zorg- en adviesteams functioneren redelijk goedUit de LCOJ- monitor [1] blijkt dat onderwijs, provincies en gemeenten vinden dat het ZAT goed functioneert, al is er nog wel een aantal verbeteringen mogelijk en noodzakelijk. Deze verbeteringen betreffen bijvoorbeeld de snelheid van handelen en de aard en omvang van de hulpverleningsprogramma’s.Jeugdgezondheidszorg in het Zorg- en adviesteamHet Centrum Jeugdgezondheid heeft het standpunt ‘Jeugdgezondheidszorg in het Zorg- en Adviesteam’ opgesteld. Hierin wordt aangegeven hoe de bijdrage van de JGZ aan de ZAT’s kan worden verbeterd en geborgd. Aanleiding hiervoor is de conclusie [2] van de Inspectie voor de Gezondheidszorg in 2007 dat de jeugdgezondheidszorg (JGZ) een betere bijdrage kan leveren aan Zorg- en Adviesteams in het (primair, voortgezet, middelbaar beroeps en speciaal) onderwijs. Het Centrum onderschrijft de rol die de JGZ, als kernpartner in de Centra voor Jeugd en Gezin, in de ZAT’s kan vervullen. De JGZ beschikt over de juiste expertise, de rol past binnen haar zorgtaak en de JGZ heeft de mogelijkheid jongeren gedurende een langere tijd te volgen. Om een adequate bijdrage te leveren moeten JGZ organisaties, evenals scholen en lokale overheden, zorgdragen voor goede randvoorwaarden voor de samenwerking binnen de ZAT’s. De professionals in de zorg voor de jeugd vinden het belangrijk om ook voor 0-4-jarigen ZAT’s in te richten. Deze teams kunnen net als de ZAT’s in het onderwijs eraan bijdragen dat jonge kinderen vroegtijdig, snel en adequaat hulp krijgen.
      Bronnen:
      [1] LCOJ-Monitor2006Leerlingenzorg en zorg- en adviesteams in het voortgezet onderwijs. Website NJI, thema onderwijs en jeugdzorg
      [2] IGZ, 2007Jaarbericht IGZ 2007
    • Essay Steven de Waal: decentralisatie jeugdzorg als kans
      GGD Nederland heeft Steven de Waal, onafhankelijk kenner van het publieke domein, gevraagd een vervolg te maken op zijn eerste “reisverslag” over de jeugdgezondheidszorg (JGZ). Betrof het toen een impressie van de veranderende wereld van de JGZ, deze keer ligt de nadruk op de decentralisatie van de jeugdzorg als kans voor de JGZ.
      Vanuit de publieke gezondheid kan en wil de GGD een belangrijke rol innemen om gemeenten te ondersteunen bij de overgang van de jeugdzorg naar het publieke domein. De nieuwe verkenning ‘Een betere Zorg voor Jeugd, decentralisatie van de Jeugdzorg als kans’ biedt een goede basis om een brede maatschappelijke discussie met elkaar te voeren over de toekomst van de jeugdzorg. Zo ook over de rol die de GGD, als gemeentelijke dienst, in moet nemen in het brede domein van de ‘publieke zorg voor jeugd’.
      Eerste reisverslagen overgedragenEen reisverslag gaat pas leven als het wordt gelezen en misschien zelfs opgevolgd. De eerste exemplaren zijn respectievelijk gisteren en vanochtend overhandigd aan Marcel van Gastel, directeur-generaal Jeugd Maatschappij en Zorg bij VWS, en aan Ralph Pans, voorzitter van de VNG-directieraad en Erik Dannenberg, bestuurder en voorzitter van de VNG-commissie Jeugd.
    • Geplaatst op 27 juni 2011 om 10:31 door myrtedejongIGZ sluit afdelingen jeugdtehuis ZeistOpgeslagen in Aflevering 4-50
      Bron: IGZ
      De Stichting Zonnehuizen in Zeist moet twee afdelingen van het Klinisch Centrum Jeugd sluiten op bevel van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). De huisvesting en kwaliteit van zorg zijn ondermaats. Dat concludeerde de IGZ na een bezoek aan het tehuis. Dat meldt persbureau Novum.
      Klachten
      Aanleiding voor het bezoek waren klachten over de locatie. Op de afdelingen worden kinderen met een lichte verstandelijke handicap of psychische problemen behandeld. Volgens de inspectie is sprake van een zeer zorgwekkende situatie en noemt de huisvesting ernstig verwaarloosd.
      Ernstige situatie
      Ruimtes zijn vaak onpraktisch en onveilig. Er is sprake van ernstig achterstallig onderhoud en bovendien te weinig toezicht. “Schrijnend is dat de kantoren er wel goed onderhouden uitzien”, schrijft IGZ in een rapport. Ook de organisatie en aansturing schieten tekort. Zo hebben medewerkers te weinig kennis van zorg en medicijnen.
      Nieuwe bestuurder
      Twee afdelingen worden nu maximaal vier weken buiten gebruik gesteld. Het gebouw moet van de inspectie worden opgeknapt en leefbaar worden gemaakt. Ook moet Zonnehuizen een nieuwe bestuurder en manager aanstellen. Vorige week werd al bekend dat de stichting in grote financiële problemen verkeert. Zonnehuizen heeft door het hele land 2085 medewerkers in dienst en heeft een budget van ruim 92 miljoen euro.