Benut je brein september 2013

1,270 views

Published on

Ontwikkeling van het brein van baby tot oudere.
Hoe benut je je brein optimaal? Hoe leer je?

Published in: Education
0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total views
1,270
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
8
Actions
Shares
0
Downloads
13
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • benodigdheden: Bal Pennen/stiften Kaartjes om de breinprincipes op te schrijven Flapovervel met alfabet Print van mindset test Print van hersenen
  • Kennismaken: Namen onthouden is lastig. Hoe zorgen we ervoor dat we alle namen onthouden en de juiste naam aan de juiste persoon koppelen? Oefening: Loop door de ruimte en schud iedereen een hand. Vraag naar zijn/haar naam en ga in een kort gesprek op zoek naar een opvallend kenmerk of overeenkomst/ verschil tussen jullie. Noteer dit kort op jouw kaart. Gaan zitten korte reflectie op de werkvorm. OF: vang de bal Met de bal overgooien in een kringetje en steeds iets benoemen: Eigen naam Woonplaats Hobby’s Waarom je deze training volgt Naar wie je gooit Etc. Praktische afspraken: € 0,50 voor koffie/thee 2 avonden, halverwege een korte pauze Je hoeft niet alles te onthouden, plezier is belangrijk! Vragen stellen mag tussendoor
  • Doelen stellen: Schrijf kort antwoord achterop jouw kaartje: Waar ben je het meest nieuwsgierig naar? Wat gaat deze cursus jou opleveren? Met welk gevoel wil jij straks naar huis gaan? Uitwisselen van elkaars doelen. Mijn doel: Ik wil graag mijn kennis over leren en het brein met jullie delen omdat ik denk dat kennis over de werking van je hersenen je in het dagelijks leven veel op kan leveren. Je kunt nieuwe inzichten in je eigen gedrag ontwikkelen, je gedrag daardoor sturen en begrip voor en inzicht in het gedrag van anderen krijgen. Immers hersenen bepalen onze vaardigheden en ons gedrag en deze bepalen weer de richting aan en invulling van ons leven. Huidige maatschappij doet een groot beroep op cognitieve vaardigheden -> belang van trainen van ons brein is groot. Use it or lose it! Brein is niet statisch maar plastisch. Ook het ouder wordende brein kan zich nog ontwikkelen!
  • Deelnemers vullen op een flap in wat ze al weten over het brein Op de flap staan de letters van het alfabet, bij elke letter wordt wat ingevuld
  • Je brein is net een computer. Je brein werkt op veel terreinen veel beter dan de krachtigste computer ter wereld. Maar het maakt ook flink wat fouten.
  • Test 1 hoeveel 2’s zitten er in de tekst hieronder? Hoe opmerkzaam ben jij? En hoe goed kun jij tellen? Eens kijken of je zo nauwkeurig bent dat je exact het goede aantal e’s in de tekst hieronder kunt aangeven. Antwoord: het antwoord staat in de tekst zelf. Had je dat gelezen? Vast niet. Welke fouten maakt ons brein? Per seconde geven onze ogen meer dan 1700 kilobits aan informatie aan onze hersenen (= 2 films). Zoveel kunnen we niet aan, dan worden we gek. Daarom kiezen we alleen de dingen uit die belangrijk voor ons zijn. Die dingen zien we scherp. De rest zien we wel, maar we doen er niets mee. We merken het dan ook niet op. NOTEER op je kaartje voor de breinprincipes het woord FOCUS Hersenen geconfronteerd met grote hoeveelheden informatie -> selectie noodzakelijk
  • Het aantal passes heb je vast kunnen tellen. Maar heb je ook gemerkt dat er een beer door het beeld liep?   Onze hersenen kunnen zich op maar 1 ding tegelijk richten.  
  • Onze hersenen hebben dus soms moeite met het verwerken van wat we zien. In 1 ding zijn we wel bijzonder goed: het herkennen van gezichten. iemand die je 20 jaar niet hebt gezien, herken je vaak heel snel ook al ben je ouder geworden als je op een podium staat herken je je familie direct tussen alle onbekende toeschouwers   Het grappige van dat talent voor het herkennen van gezichten is dat we overal gezichten in zien: auto-ontwerpen, huizen, mars Zie je het kussende paar in de golven?
  • Zie je het kussende paar in de roos?
  • Zie je de liggende vrouw in de rotsen?
  • En wat zie je hier? Emoties op kindergezichten! Er is iets wat we nog sneller herkennen dan het gezicht zelf: de emotie op het gezicht. Binnen een tiende van een seconde zien we of iemand vrolijk, treurig, boos of neutraal kijkt. Waarom is dat? Dat heeft met vroeger te maken. Toen was het een kwestie van leven of dood om snel te zien of iemand een vriend of vijand was. Een deel van de gezichtsherkenning heeft dus met de bouw van de hersenen te maken. Maar een deel heb je zelf ook in de hand: oefenen! Een vogelkenner ziet direct wat voor vogel er in de boom zit. Een amateur met vogelboekje heeft daar een hele tijd voor nodig. Hier gaat het om het herkennen van emoties bij anderen. Wist je dat emotie ook een belangrijk leerprincipe is? Zaken waar een emotie aan gekoppeld is, onthoud je beter. Denk maar aan vroeger: wat weet je nog? Die erge ruzie, teleurstelling, angst of grote vreugde? NOTEER op je kaartje: EMOTIE Te hoge dreiging en stress schakelen de hogere cognitieve functies uit. Langdurige stress brengt zelfs schade aan de hippocampus, waardoor geheugenfunctie minder wordt Bevorderlijk = nieuwsgierigheid => zaken die nieuw en zinvol zijn. Dan komt dopamine vrij. Leren het beste als uitdaging groot, stress niet te hoog of te laag en bij nieuwsgierigheid + veiligheid
  •   Onze hersenen zijn dus getraind om te doen wat belangrijk voor ons is. Dat werkt in het dagelijks leven uitstekend. We hebben niet in de gaten dat ons brein ons voortdurend in de maling neemt. Pas als we met vreemde foto’s of tekeningen te maken krijgen, merken we dat we bedrogen worden. Escher
  • Trompe l’oeil in de schilderkunst
  • Hardop met elkaar lezen: zeg welke kleur je ziet ipv het woord te lezen. Waarom is dit zo lastig? Omdat het gangbare patroon verstoord wordt.
  • En hoe zit het met onze andere zintuigen? Test: Wat merk je allemaal op? Wat voel je op dit moment? Voel je de kleren om je lijf? Voel je je schoenen en sokken als je die aan hebt? Nu voel je ze wel. Een halve minuut geleden ook? Nu mag je een minuut nergens krabben. Ook niet als je enorm de kriebel hebt. Tel maar tot zestig en voel of je ergens jeuk krijgt … Wat gebeurt er? Je wilt al snel krabben he? Doe maar. Had je daarvoor ergens jeuk? Nee he? Luister nu eens goed naar de geluiden om je heen. Wat hoor je allemaal? Hoeveel verschillende dingen hoor je? Hoorde je die een minuut geleden ook? Je hoorde ze wel, maar je lette er niet op.   Onze hersenen krijgen voortdurend signalen van onze zintuigen. Veel te veel om steeds op te merken. Daarom sluiten ze zich af van alle signalen die niet belangrijk zijn. Bij alle zintuigen is dat zo, behalve bij geur. Je kunt je niet afsluiten voor geur. Geur is er altijd. Geur speelt dus een speciale rol in ons brein. Geur is onlosmakelijk verbonden met ons geheugen. Welke geuren herinner jij je uit jouw jeugd? Zintuigen spelen ook een belangrijke rol bij het leren. Als je iets met veel zintuigen meemaakt, dan onthoud je het beter. NOTEER op je kaartje: zintuiglijk rijk
  • Zintuiglijke prikkels worden op verschillende plekken opgeslagen → uitgebreidere netwerken → gemakkelijker op te halen → beklijft beter!
  • Goede voeding en voldoende zuurstof geven een ontspannen alerte staat. Een goede voorwaarde voor leren.
  • Anatomie van de hersenen De linker illustratie laat de buitenkant van de hersenen zien, bekeken vanaf de zijkant. Getoond worden de grootste kwabben (frontaal, wand, slaap en achterhoofd) en de structuren/samenstelling van de hersenstam (brug, verlengde merg en kleine hersenen). De rechter illustratie laat, vanaf de zijkant bekeken, de plaats van het limbisch systeem binnen in de hersenen zien. Limbisch systeem = een groep van onderling verbonden structuren die bemiddelt bij emoties, leren en geheugen Amandelen (Amygdala) limbische structuur dat betrokken is bij diverse hersenfuncties, inclusief emoties, leren en geheugen. Het is een deel van een systeem dat 'reflexive' emoties verwerkt, zoals angst en ongerustheid. Hippocampus speelt een belangrijke rol bij de vorming van lange termijn geheugen => opslaan van info in geheugen Kleine hersenen - cerebellum regelen de bewegingen. Frontaal kwab helpt controle te houden over 'skilled' spierbewegingen, stemming, plannen maken voor de toekomst, doelen en prioriteiten stellen meest geavanceerde deel, verantwoordelijk voor het menselijke bewustzijn. Achterhoofdskwab – occipitale kwab helpt bij het verwerken van visuele informatie. Wand(been)kwab – pariëtale kwab ontvangt en verwerkt informatie betreffende temperatuur, tast, gevoel en beweging die vanuit de rest van het lichaam afkomstig is. In dit gebied worden tevens het lezen en rekenen verwerkt   Slaapkwab – temporale kwab verwerkt het gehoor, geheugen en taalfuncties.
  • Reptielenbrein In het midden, aan de onderkant van ons brein, vind je de hersenstam. Die verbindt je hersenen met je ruggenmerg. De hersenstam is van levensbelang: regelt je ademhaling, bloeddruk en hartslag. Daar boven, midden in je brein zit de thalamus. Alle zenuwbanen van je zintuigen bijv komen via dit hersendeel binnen. Hersenstam + thalamus = reptielenbrein   Zoogdierbrein Om de reptielenhersenen zitten de emotionele hersenen of het limbisch systeem. Deze regelen: de emoties lange termijn geheugen (hippocampus) eten slapen vluchten of vechten (hypothalamus) bang of vijandig worden (amygdala) onthouden welk gedrag voordeel of nadeel oplevert (gyrus cinguli) nemen van beslissingen en leergedrag (orbitofrontale cortex)   mensenbrein Om de zoogdierhersenen zit de hersenschors. Dit is het grootste gedeelte van onze hersenen en dit houdt zich met vanalles bezig van bewegen en onthouden tot praten, wiskundige problemen oplossen en het hebben van veel emoties tegelijk. Reptielenbrein Het reptielenbrein kwam 500 miljoen jaren geleden tot stand. Het reptielenbrein is een uiterst snel, primair en basaal werkend brein. Het is verantwoordelijk voor het voortbestaan van je lichaam en en onderhoudt het voortbestaan van je lichaam. Je reptielenbrein, levert  'automatische mechanismen'. Een geheel, die je beschermt vanuit verschillende automatisch op zichzelf werkende impulsen. Je zou kunnen zeggen: een automatisch en mechanisch systeem. Het reptielenbrein is verantwoordelijk voor het automatisch regelen van onze ademhaling, bloedsomloop, hartslag, temperatuurregeling. Daarnaast zitten hier ook onze overlevingsinstincten (voeding), en onze voortplantingsdrang (seksueel gedrag). Met andere woorden onze meest primitieve levensfuncties die noodzakelijk zijn voor ons eigen voortbestaan en het voortbestaan van de menselijke soort. Het is het stukje brein dat het snelst reageert. Het reptielenbrein is ook verantwoordelijk voor je levensinstincten : het is constant alert het spotten van mogelijk gevaar zodat het de ogenblikkelijke opdracht geeft om 'op de vlucht te slaan'/ 'de freese toestand te hebben'/'aan te vallen'. De koppeling tussen 'waarneming' en 'actie' is zeer zeer zeer kort. Ook scant het reptielenbrein continu de omgeving af, op zoek naar mogelijkheden voor eten/drinken. Het reptielenbrein stelt zich de automatische vraag "moet ik iets doen in het behoud van mijn leven en mijn voortbestaan?". Zoogdierenbrein In de loop van miljoenen jaren hebben zoogdieren, onder de invloed van de externe omgeving, een nieuw soort hersenen ontwikkeld, bovenop het reptielenbrein; het zoogdierenbrein . Het zoogdierenbrein ofwel limbische systeem speelt een grote rol bij emotionele reacties die met overleven te maken hebben. Het limbische brein ontvangt impulsen vanuit het reptielenbrein en werkt deze informatie uit. Deze evolutionaire ontwikkeling gaf het zoogdier meer keuzes dan het reptiel en verhoogde daarom de overlevingskansen van zoogdieren. Emoties lijken wel bewuste gevoelens, maar het zijn lichamelijke reacties die ons van gevaar weg moeten leiden, liefst richting beloning. Emoties worden voortdurend in ons opgewekt, al zijn we ons daarvan meestal niet bewust. Menselijk brein Het menselijk brein is pas 100.000 jaar oud en vergeleken met het reptielenbrein en het zoogdierenbrein komt het nog maar net kijken. Dit brein is groot en machtig, maar tegelijkertijd zwak. Het levert grote denkkracht, waardoor wij ongeëvenaarde intellectuele prestaties kunnen leveren. Het is zwak, omdat dit brein het vaak moet afleggen tegen de instincten van het reptielenbrein en de emoties van het zoogdierenbrein.
  • Gevolgen opbouw brein We denken allemaal van onszelf dat we slimme en nadenkende mensen zijn, die geen domme beslissingen nemen, omdat we altijd goed nadenken. Toch worden de meeste beslissingen getroffen op basis van emoties. Ons reptielenbrein, maar ook ons emotionele brein heeft immers sterk de neiging om ons denkend brein te overheersen. Je begrijpt nu hoe dit komt. Je brein is opgebouwd uit lagen en je oudste brein die reageert als eerste, precies omdat het zo ontzettend snel is (het is immers verantwoordelijk voor je voortbestaan). Reptielenbrein neemt het over In situaties waar overleving aan de orde is, neemt het reptielenbrein het helemaal over, gelukkig maar. Stel je voor dat je aangevallen wordt door een wild dier, of dat je plots langs alle kanten beschoten wordt door vijandige soldaten, dan is je eerste reactie vluchten of vechten. Je gaat niet eerst even staan nadenken wat je zal doen. Pas wanneer het eerste gevaar geweken is, ga je nadenken hoe je je eruit kan redden. Rendement van leren vergroten door je reptielenbrein tevreden te stellen Als je wilt dat mensen leren moet je eerst hun reptielenbrein om het gemak stellen. Acties voor je reptielenbrein Laat de deelnemers met elkaar kennis maken en met jou Bied deelnemers zekerheid Zorg voor een ruimte waar mensen zich op hun gemak voelen Geef aan wat deelnemers kunnen verwachten: Wat is het programma? Wanneer zijn de pauzes? Wanneer gaan we eten? Geef complimenten Geef regels en afspraken duidelijk aan dit biedt houvast en zekerheid Geef aan dat je deelnemers fouten moeten maken, want als ze geen fouten maken leren ze niet Zorg dat bij deelnemers hun reptielenbrein zijn oogjes opent. Een reptielenbrein die helpt jou om te speuren naar gevaar en gaat direct tot actie over als hij gevaren ziet. Maak eerst het reptielenbrein de problemen te schetsen. Je reptielenbrein reageert dan door zijn "oogjes te openen" en je gaat aan de slag!
  • Testje: neem deze woorden in je op (hoort bij voortbouwen) Straks komen we hier op terug
  • Voorbeeld: Zelfs een simpele handeling zoals gaan zitten leidt al tot veel activiteit in de hersenen: De ogen zoeken en stoel en sturen deze sensorische informatie door naar de hersenen De hersenen verwerken deze informatie en sturen vervolgens motorische signalen naar de spieren De spieren zorgen ervoor dat je bij de stoel uitkomt Daarnaast krijgen de hersenen via inwendige sensoren informatie over allerlei andere zaken zoals lichaamshouding, stand van de gewrichten of spierspanning zodat je bij het gaan zitten precies op de zitting van de stoel terecht komt zonder je evenwicht te verliezen Bij een zo’n kleine handeling als gaan zitten op een stoel zijn heel wat hersencentra betrokken die druk informatie uitwisselen en nauw samenwerken
  • de hersenen bestaan uit miljarden zenuwcellen die elk weer verbonden zijn met duizenden andere zenuwcellen onderling verbonden zenuwcellen vormen neurale netwerken de hersenen bevatten witte en grijze stof de grijze stof bestaat uit de cellichamen en dendrieten dendrieten ontvangen boodschappen van andere zenuwcellen de witte stof bevat de gemyeliniseerde axonen axonen verzenden informatie naar andere zenuwcellen zenuwcellen zijn prikkelbaar. Ze kunnen via de synapsspleet, met behulp van neurotransmitters signalen in de vorm van een actiepotentiaal ontvangen en doorgeven in de hersenen zijn verschillende structuren te onderscheiden die te relateren zijn aan verschillende basale of complexe vaardigheden al de individuele structuren in je hersenen vormen samen met hun verbindingen onderling en de communicatie die via deze verbindingen verloopt, je bewegingen, je waarneming, je denken en je voelen
  • Brein wil zelf informatie ordenen Sterkere verbindingen Uitgebreidere neurale netwerken => deelnemers meerdere keren op verschillende manieren met informatie aan de slag laten gaan! NOTEER op je kaartje: creatie Maar ook: hoe meer je weet hoe makkelijker het is er nieuwe informatie aan te koppelen. Dus hoe meer je weet, hoe beter je leert! Bouw voort op bestaande kennis. Als je wat nieuws wilt leren; bedenk dan eerst wat je al weet over dit onderwerp. Dan kan je makkelijker de nieuwe kennis hieraan ‘ophangen’. NOTEER op je kaartje: voortbouwen
  • Speld Scherp Injectie Spuiten Naaien Oog Punt Draad Borduren Breien Scherp Vingerhoed Bloed Haken Naaimandje Wie heeft ook naald op geschreven? Staat er niet bij = voortbouwen
  • Herhaling vormt het geheugen – neurale netwerk wordt sterker Gedurende 6 weken oefening en herhaling voor goede beklijving Essentieel voor het ontwikkelen, versterken en onderhouden van neurale netwerken Plastisch: use it or loose it => paden niet meer worden geactiveerd, geleidelijk aan zwakker worden NOTEER op je kaartje: herhalen
  • plasticiteit van de hersenen! Neurale netwerken die niet geprikkeld worden, ontwikkelen zich niet verder of komen zelfs te vervallen. Plasticiteit: het vormen van nieuwe verbindingen blijft gewoon doorgaan en het myeliniseren ook (hoogtepunt zo rond je 50 ste ) Dit myeliniseren (witte stof) zorgt er voor dat de verbindingen beter en sneller worden -> wijsheid komt met de jaren. Effect op de functie en vorm van je hersenen: Beweging / motoriek Gebruik van je zintuigen Emoties Cognitieve vaardigheden (denken, herinneren, concentreren) Hoe vaker je iets gebruikt, hoe groter de impact op je hersenen
  • Carol Dweck heeft onderzocht hoe onze denkvoorkeuren onszelf en onze medewerkers beïnvloeden als het gaat over leren. Zij onderscheidt twee soorten mindsets, waarbij iemand met een growth mindset ervan uitgaat dat hersenen plastisch zijn en dat je kunt leren en veranderen. Growth mindset: prijzen voor gedrag: inspanning, doorzettingsvermogen, volharding ... (= ‘DOEN’) of nog beter: prijzen om na te denken over gedrag (=”KUN JE DIT ANDERS?”) Leidt tot de wil om te leren, en daarom houden ze van uitdagingen, zijn het doorbijters en houden ze vol bij tegenslag, vinden ze dat inspanning er gewoon bij hoort, staan ze open voor kritiek, raken ze geïnspireerd door het succes van anderen, en leren ze daaruit. Gevolg: zij presteren op hoog niveau. Dit wereldbeeld is er een van vrije wil. Fixed mindset: prijzen voor slim zijn, snelheid, perfectie, ... (= ‘ZIJN’) Leidt ertoe dat men slim wil overkomen, en daardoor heeft men de neiging om uitdagingen uit de weg te gaan, bij tegenslag makkelijk op te geven, inspanning compleet nutteloos te vinden, nuttige kritiek te negeren, zich bedreigd te voelen door het succes van anderen. Gevolg: zij bereiken heel snel hun ‘top’, en presteren uiteindelijk ver onder hun kunnen. Dit is een heel deterministisch wereldbeeld.
  • Leren begint met nadoen, met imiteren. Ons brein is daar prima voor uitgerust, want het bevat zogenaamde spiegelneuronen. Lachen roept lachen op, huilen huilen en boksen terugslaande bewegingen. Gelukkig zit er wel een rem op dit mechanisme, zodat we niet de hele dag nadoen wat er om ons heen gebeurt. Dit spiegelsysteem is essentieel voor sociaal gedrag. Mensen die snel de neiging hebben mee te gaan doen met geeuwende mensen, hebben een groot inlevingsvermogen. Dat zeggen onderzoekers van de Universiteit van Leeds. Verschil? Zelf doen Het iemand zien doen Voorstellen dat je iets doet => Dezelfde neurale netwerken vuren!
  • Slaap als interne herhaling: zelfde neurale netwerken actief, verbindingen worden sterker
  • Evt als extra opdracht Deel 1: Puzzel voorbereiden Doel: borgen van het geleerde Benodigdheden: Voor iedereen ruitjespapier en een pen, vervolgens voor iedereen een flap-over met ruitjespapier (vaak op achterkant flap-over)  en een stift. Stap 1: Geef het leerdoel aan. (natuurlijk specificeer je deze nog) Stap 2: Geef aan; belangrijk om hetgeen wat je hebt geleerd nog even de revue te laten passeren. Op deze manier zorg je er namelijk voor dat het geleerde langer beklijft en dat je het ook daadwerkelijk gaat toepassen. Stap 3: Opdracht: Maak een kruiswoordpuzzel waarbij je de voor jou belangrijkste elementen uit deze training gebruikt. Doe dit individueel. Stap 4: Je krijgt eerst als klad ruitjespapier, daarna, als die af is mag je hem op een flap-over zetten, op ruitjespapier. Als je hem af hebt gaat iemand anders hem ook daadwerkelijk maken. Stap 4: Duidelijk? (geef evt. een voorbeeldvraag aan) Stap 5: Geef tijd aan en deel ruitjespapier uit. (later flap-over + stift) Stap 6: Aan de slag! (loop als trainer rond en motiveer, en zorg dat ze er serieus mee aan de slag gaan) Stap 7: Rond af, hoe was het om te doen? Wat levert het je op? Terugkoppeling naar leerdoel. Deel 2: Puzzel maken Leerdoel: borgen van het geleerde Benodigdheden: Voor iedereen een puzzel (op flap-over) , een potlood en gummen. Stap 1: Geef het leerdoel aan . Stap 2: Je mag nu daadwerkelijk een kruiswoordpuzzel gaan maken. Geef de tijd hiervoor aan. Stap 3: Aan de slag (in principe zonder de gekregen hand-outs e.d.) Stap 4: Loop rond, motiveer, observeer. Stap 5: Rond plenair af; hoe was het om te doen? Wat waren de moeilijke vragen? Behandel nog een paar moeilijke vragen. Stap 6: Als je nu terug kijkt op de training; waar heb jij het meeste aan gehad? Stap 7: Terugkoppeling naar het leerdoel. Door een puzzel eerst voor te bereiden en vervolgens te laten maken, zijn je deelnemers op een hele andere manier bezig met de stof. Ook wordt een heel ander deel van de hersenen aangesproken.
  • 2e avond Opdracht terugkoppelen: wat heb je geleerd, wat is je het meeste bij gebleven? Kort presenteren van de verschillende fasen adv powerpoint Opdracht: groep verdelen in subgroepen, elke subgroep werkt een fase uit en doet daarover verslag aan de andere groep via flip-overvel Nodig: diverse boeken en prints per fase. Afronden met tips om brein optimaal gebruiken Printen: kaartjes BCL breinprincipes boekentips en internetlinks
  • Het beginnende brein legt de basis Vroeg in de zwangerschap beginnen de hersenen zich al te ontwikkelen. In de eerste acht weken start de aanmaak van neuronen.
  • De hersenen van een foetus beginnen met het aansturen van de basisfuncties: ademhaling, bloedsomloop, spijsvertering en primitieve reflexen. Dit zijn elementaire functies die op zijn minst nodig zijn om te overleven. Eveneens van levensbelang zijn de eerste reflexen tijdens en vlak na de geboorte. Deze primitieve reflexen zorgen er bijvoorbeeld voor dat de baby zich reflexmatig door het geboortekanaal beweegt, waardoor de geboorte gemakkelijk verloopt. Na de geboorte helpen de reflexen de baby zich te voeden: hij zoekt automatisch naar de tepel en begint te zuigen. Sommige van die eerste reflexen verdwijnen, andere -zoals de oogknipreflex- blijven. De basisfuncties worden door de hersenstam aangestuurd. Dit is het eerste onderdeel van de hersenen dat af is; na 13 weken begint de hersenstam te werken. Na 24 weken kan een foetus  buiten de baarmoeder overleven. De baby moet dan wel in een couveuse geobserveerd en verpleegd worden. Bij het plaatje: de hersenstam is het lichtgekleurde gedeelte tussen de hersenen en het ruggenmerg
  • Bij de geboorte zijn de hersenen van een baby nog niet af. Het babybrein wordt in het eerste halfjaar twee keer zo groot doordat de ontwikkeling van de neuronen nog verder gaat. Wanneer een baby na negen maanden wordt geboren, wegen zijn hersenen ongeveer 350 gram. De hersenen zijn dan nog niet af. Alhoewel alle zenuwcellen aanwezig zijn, wordt het babybrein in de eerste zes maanden twee keer zo groot. Dit komt doordat: Er steeds meer cellen bijkomen die de zenuwcellen helpen te ontwikkelen (gliacellen); De zenuwcellen groeien en uitlopers krijgen;  De zenuwcellen in de hersenen een isolatielaagje krijgen (myeline). Dit isolatielaagje om de uitlopers van de zenuwcellen is belangrijk voor het versnellen van de informatieoverdracht en voor het voorkomen van 'kortsluitingen'.
  • De eerste vaardigheden die baby's opdoen of verbeteren zijn: zien, voelen (tast) en bewegen. De ontwikkeling van de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor de betreffende functies hangt samen met het blijven verbeteren van die vaardigheden.
  • Bij geboorte zien baby's slechts tot twintig centimeter scherp. Ouders en verzorgers houden dan ook van nature hun gezicht zo dicht mogelijk bij dat van de baby. Pasgeboren baby's kunnen ook nog niet echt kleuren zien; enkel felrood en felgroen. Ze kunnen wel grote objecten, grote zwart-wit patronen en beweging waarnemen en ze hebben een voorkeur voor gezichten.  Het zicht verbetert aanzienlijk gedurende het eerste halfjaar. Na vier maanden kunnen baby's diepte inschatten en verschillende kleuren zien. Op zijn eerste verjaardag kan een baby al bijna net zo goed zien als een volwassene. Het gebrekkige zicht van een pasgeboren baby komt doordat het visuele gebied nog niet goed ontwikkeld is. Alhoewel alle zenuwcellen aanwezig zijn die nodig zijn voor goed zien, maken deze zenuwcellen pas na de geboorte de juiste verbindingen met elkaar. In de tweede tot de achtste maand wordt in de visuele schors een overmaat aan verbindingen aangelegd. Daarna worden tot het tiende levensjaar verbindingen en vertakkingen die overbodig zijn verwijderd. Op deze manier blijven de bestwerkende en de meest gebruikte verbindingen over. De hersenen hebben visuele input nodig om het visuele netwerk goed aan te leggen. Dit kan alleen in de periode dat verbindingen gemaakt en verwijderd worden. Een baby moet dus zien om te leren zien.
  • Baby's stoppen alles in hun mond om hun omgeving te verkennen. Dat komt omdat hun mond veel beter kan voelen dan hun handen. De tastzin van de handen wordt  beter naarmate een baby ouder wordt. Een baby van tien weken kan alleen grote verschillen in vorm voelen. Een baby van een halfjaar oud voelt verschillende structuren, zoals glad, ruw en zacht. Een kind van anderhalf jaar oud voelt de kleinste verschillen in vorm. Bij het plaatje: In het tastgebied van de hersenen zijn de zenuwcellen zo geordend dat ieder plekje correspondeert met een bepaald onderdeel van het lichaam. Hoe groter het plekje in het tastgebied, hoe gevoeliger het bijbehorende lichaamsdeel. De mond en de vingers hebben hele grote plekken in het tastgebied. Het hersengebied dat voelt wat er in de mond zit, is eerder ontwikkeld dan het gebied dat voelt wat de handen aanraken.
  • De ontwikkeling van het kinderbrein Taalvaardigheid en verfijning van de motoriek zijn de voornaamste ontwikkelingen in de kindertijd. Vanaf het eerste levensjaar ontwikkelen kinderen de kenmerken die de mens onderscheiden van andere organismen. Het misschien wel meest onderscheidende kenmerk is dat we kunnen praten. Dit leren we in de kindertijd. Daarnaast gaan kinderen rechtop lopen en worden ze zich bewust van het eigen bestaan. Explosies van woorden en zinnen Op zijn eerste verjaardag begrijpt een gemiddeld kind zeventig woorden. Alhoewel hij dus al een behoorlijk aantal woorden begrijpt, kan hij er dan nog niet zoveel spreken: gemiddeld zes. Tussen de twaalf en achttien maanden leert een kind een paar nieuwe woorden per maand. Er zitten ongeveer vijf maanden tussen de tijd dat een peuter een bepaald aantal woorden begrijpt en de tijd dat hij hetzelfde aantal ook kan spreken. Zodra een kind ongeveer vijftig woorden spreekt, explodeert in één keer zijn woordenschat. Op dat moment voegt hij iedere dag één, twee of zelfs drie woorden aan zijn woordenschat toe. Het aantal begrepen woorden stijgt zelfs nog sneller. Wanneer een kind zes jaar oud is, begrijpt hij ongeveer 13.000 woorden. Hij spreekt er dan nog lang niet zoveel. De explosie in gesproken en begrepen woorden wordt binnen een paar maanden gevolgd door een explosie in begrepen en gebruikte grammatica. Wanneer ze tussen anderhalf en twee jaar oud zijn, beginnen kinderen 'zinnen' te maken van twee woorden. Tweejarigen beginnen met het toevoegen van kleine beetjes grammatica. Op driejarige leeftijd start de explosie in het toepassen, begrijpen en kunnen gebruiken van grammatica. Van de 'twee woorden'-fase gaan de kinderen direct door naar de 'meer woorden'-fase waarin meer en meer woorden tot grammaticaal (bijna) correcte zinnen worden gesmeed.   Al in de baarmoeder beginnen zich in de hersenen van het ongeboren kind de gebieden te ontwikkelen die gebruikt zullen worden voor taal. Dat zijn de gebieden van Broca en Wernicke, die alletwee in de linkerhersenhelft liggen. Tussen het eerste en vierde levensjaar neemt de ontwikkeling van deze hersengebieden een spurt die samengaat met het leren praten. Het gebied van Wernicke dat betrokken is bij de betekenis van woorden ontwikkelt zich eerder dan het gebied van Broca dat betrokken is bij grammatica.
  • Met vallen en opstaan Kinderen leren kruipen, lopen, rennen en uiteindelijk wordt hun motoriek steeds fijner, zodat ze ook bijvoorbeeld hun veters kunnen strikken of kunnen schrijven. Bijna ieder kind bereikt dezelfde bewegingsmijlpalen op dezelfde leeftijd (zie tabellen 1 en 2). Het perfectioneren van zowel de grove als de fijne motoriek gaat samen met de ontwikkeling van hersengebieden die betrokken zijn bij beweging. Ik ben ik Wanneer een kind anderhalf jaar oud is, begint hij zich bewust te worden van zichzelf. Dat merk je doordat hij of zij vaker woorden zoals "ik", "mij", of "mijn" gaan gebruiken. Het hebben van zelfbewustzijn is eenvoudig te testen door met een stift een punt op de neus van een kind te tekenen en hem vervolgens een spiegel voor te houden. Het kind herkent dat iets aan hemzelf veranderd is en zal proberen de stip eraf te vegen. Alleen van mensapen, olifanten en van bepaalde soorten dolfijnen wordt gedacht dat ze zelfbewustzijn hebben omdat ze net als mensen voor deze test slagen. Een kat denkt bijvoorbeeld dat zijn spiegelbeeld een andere kat is. Bij het plaatje: In het bewegingsgebied van de hersenen zijn de zenuwcellen zo geordend dat ieder plekje de spieren van een bepaald onderdeel van je lichaam aanstuurt. Hoe groter het plekje in het bewegingsgebied, hoe ingewikkelder de bewegingen die het bijbehorende lichaamsdeel kan maken.
  • Het tienerbrein In de tienertijd vinden er grote veranderingen in de hersenen plaats. Die veranderingen verlopen niet in alle hersengebieden gelijktijdig wat leidt tot het bekende 'puberen'.    Vroeger dacht men dat de hersenen na het zesde levensjaar 'af' waren. Tegenwoordig weet men dat ook in de tienerjaren nog grote veranderingen in de hersenen plaatsvinden. Veranderingen die cruciaal zijn in de ontwikkeling van opstandige puber naar verstandige volwassene.
  • Vlak voor de puberteit neemt het gewicht van de hersenen toe: de uitlopers van zenuwcellen in het voorste gedeelte (de prefrontale schors) groeien en maken een overmaat aan verbindingen. Hierna neemt het gewicht van dit deel weer af: onbruikbare verbindingen verdwijnen. Je kunt dit proces vergelijken met de bouw van een wegennet. Moeilijk begaanbare kronkelweggetjes worden steeds breder en minder bochtig, tot er uiteindelijk snelwegen met vier banen zijn, waar het verkeer met grote snelheid de kortste weg van A naar B aflegt. Deze veranderingen maken dat het gebied beter gaat werken, waardoor de tiener steeds beter kan organiseren, plannen en beslissen.
  • Veel typerend pubergedrag --zoals roekeloosheid, impulsiviteit en brutaliteit-- heeft niets te maken met hormonen, maar met de ontwikkeling van de hersenen. Het verstandelijke gebied van de hersenen werkt nog niet zo goed samen met het emotionele gebied. Bij tieners nemen emoties vaak de overhand, waardoor ze dingen doen die direct leuk zijn (zoals bij vrienden blijven plakken) zonder aan de gevolgen te denken (zoals huisarrest). Bij het plaatje: Het lichtgekleurde gedeelte is het limbisch systeem dat onder andere betrokken is bij emoties en stemmingen
  • Hersenen groeien van achteren naar voren: bewegen kan al vrij snel, motoriek ook – kleine turnertjes in peking; gezichtsvermogen Dan het middelste deel dat functies integreert: cerebellum Voorste hersendelen, waar het controlecentrum zetelt: dat duurt nog even. En dat heeft consequenties!!
  • Hoe meer myeline, hoe sneller en efficiënter de elektrische signaalgeleiding binnen neuronen verloopt
  • Het volwassen brein is volgroeid Rond het vijfentwintigste jaar zijn de hersenen volgroeid. Dit betekent niet dat er geen nieuwe verbindingen meer kunnen worden gemaakt. Op een leeftijd tussen 20 en 25 jaar zijn je hersenen volgroeid. Ze wegen dan 1 tot 1,5 kilogram. Volwassen hersenen bevatten ongeveer 100 miljard (100.000.000.000) zenuwcellen. Dat is net zoveel als het aantal mensen dat ooit geboren is. Iedere zenuwcel kan wel tot 5.000 verbindingen met andere zenuwcellen maken. En aan elkaar vastgeknoopt vormen ze meer dan 250.000 kilometer aan zenuwvezels. Dat is 6 keer de omtrek van de aarde. Volgroeid, maar niet onveranderlijk Dat volwassen hersenen volgroeid zijn, betekent niet dat ze nooit meer veranderen. Vroeger dacht men dat we met een bepaald aantal zenuwcellen worden geboren zonder dat er ook maar eentje bijkomt. Tegenwoordig weten we dat er op latere leeftijd nog nieuwe zenuwcellen bij kunnen komen. In de ventrikels van de hersenen liggen voorlopercellen waaruit nieuwe zenuwcellen kunnen ontstaan. Helaas is deze mogelijkheid in het volwassen brein te beperkt om grote beschadigingen te herstellen. Wel kunnen als gevolg van leren en training tussen zenuwcellen nieuwe verbindingen gemaakt worden en anderen verstevigd worden. Een volwassene kan dus nog steeds nieuwe dingen leren, hoewel dit met het ouder worden steeds moeilijker wordt. Plaatje: dwarsdoorsnede van de hersenen
  • Het oudere brein Bij het ouder worden verslechteren sommige functies van de hersenen. Op andere terreinen zijn ouderen door hun grotere levenservaring inzichtelijker.                                Sommige taken van de hersenen, zoals het geheugen, verslechteren naarmate men ouder wordt. Maar ouderen zijn in andere taken niet slechter of zelfs beter dan jongeren. De veranderingen die samengaan met het ouder worden verschillen van persoon tot persoon en zeggen vaak niets over de kwaliteit van leven -- die wordt door meer bepaald dan het wel of niet kunnen onthouden van het boodschappenlijstje. Het ouder wordende brein vertoont haperingen Tussen het twintigste en negentigste levensjaar gaan zenuwcellen dood. Hierdoor worden de hersenen gemiddeld vijf tot tien procent lichter. Als gevolg van het feit dat zenuwcellen afsterven of minder goed gaan werken, neemt ook de hoeveelheid signaalstoffen (neurotransmitters) af. Daardoor brengen zenuwcellen informatie minder goed over. Vooral in de prefrontale schors en in de hippocampus (in de slaapbeenkwab) van het ouder wordende brein gaan  zenuwcellen dood en neemt de productie van signaalstoffen af. De functies van deze gebieden - zoals geheugen en ruimtelijk inzicht - gaan dan ook het eerst achteruit. Oefening: wijzerplaat met romeinse cijfer tekenen. Kan je dit nog? Dan nog geen aftakeling. De romeinse cijfers leer je pas op wat latere leeftijd en is iets wat de meeste mensen niet regelmatig gebruiken.
  • Wijsheid komt met de jaren Oudere mensen hebben in de regel meer ervaring en kennis dan jongeren en beschikken daarom vaak over meer wijsheid. Door hun levenservaring herkennen ouderen bijvoorbeeld gezichtsuitdrukkingen beter. Bovendien zijn ze beter in het omgaan met emoties dan jongeren. Ouderen beleven ze positieve informatie en leuke gebeurtenissen sterker.  Het is niet exact bekend hoe dit komt, maar onder andere aangepaste verwachtingen als gevolg van levenservaring, veranderingen in de hersengebieden betrokken bij emotie en veranderingen in het autonome zenuwstelsel spelen een rol.
  • Houd je brein fit Een aantal factoren heeft een positieve invloed op de functies van het ouder wordende brein: Mensen die weinig calorieën binnenkrijgen hebben minder kans op ziekten zoals de ziekte van Parkinson en de ziekte van Alzheimer. Het geheugen van mensen die hoog opgeleid zijn en in hun werk veel "mentaal werk" moeten doen gaat minder snel achteruit.  Een licht verhoogde bloeddruk- en cholesterolwaarde bij oude mensen zorgt voor een goede doorbloeding van de steeds stijver wordende bloedvaten van de hersenen.
  • Drink veel Het advies dat uit veel hersenonderzoek naar voren komt is: drink veel (maar eet weinig). Drink bijvoorbeeld eerst twee volle glazen water. Dit verbetert de overdracht van signalen over de zenuwbaan en verhoogt het vermogen van bloedeiwitten om zuurstof te transporteren. Schoon hersenen op De hersenen worden opgeschoond door een hand op de navel te leggen, het zwaartepunt van het lichaam, en met de andere hand het lichaam tussen sleutelbeen en eerste rib aan weerszijden van het borstbeen te masseren. Neem hiervoor een halve minuut. Activeer hersenhelften De hersenen zijn te activeren door afwisselend de linker elleboog langzaam naar de rechterknie wordt gebracht en omgekeerd. Door het overschrijden van de middellijn van het lichaam wordt de samenwerking van linker- en rechterhersenhelft gestimuleerd. Concentreer Doe de volgende concentratie-oefening: kruis losjes de benen, staande of zittend. Kruis tegelijkertijd de armen en handen met de duimen naar beneden, pak beide handen vast en brengt ze vervolgens onder de kin. Doe tot slot de tong tegen het verhemelte, alsof men een L zegt. Blijf 3 minuten in deze houding.
  • Andere factoren hebben een negatieve invloed op de functies van het brein: Door stress gaat het lichaam het hormoon cortisol produceren. Normaal speelt dit hormoon een rol bij de vertering van voedsel, het slaapwaakritme en het afweersysteem. Wanneer dit hormoon echter voortdurend in grote hoeveelheden aanwezig is, zoals bij langdurige stress, vernietigt het de zenuwcellen van de hippocampus. Alhoewel één tot drie alcoholische dranken per dag een gunstige werking op de gezondheid kan hebben, is het regelmatig drinken van grote hoeveelheden schadelijk voor de gezondheid en voor de hersenen. Een bekende aandoening die veroorzaakt wordt door een alcoholverslaving is het Korsakov-syndroom. De hersenen zijn dan niet meer in staat nieuwe herinneringen op te slaan en in al bestaande herinneringen vallen gaten. Uiteindelijk leidt overmatig langdurig alcohol gebruik tot beschadigingen aan de kleine hersenen. De kleine hersenen zijn betrokken bij de coördinatie van lichaamsbewegingen. Het hebben van te hoge bloeddruk- en cholesterolwaarden op middelbare leeftijd versnelt het krimpen van de hippocampus.
  • Samen met de groep bepalen welke opdracht zij gaan doen voor ca 30 min: puzzel maken met belangrijkste begrippen Iedereen formuleert vraag en zoekt daar zelf een antwoord op en presenteert dit aan de groep Tweetallen zoeken een fase uit, bijv puberteit of oudere en presenteren dit aan de groep Nabespreken opdracht Uitdelen kaartjes BCL breinprincipes Uitdelen prints met boekentips en internetlinks
  • Benut je brein september 2013

    1. 1. Ⓒ GoForIQ www.GoForIQ.com Workshop bij IDEA door Barbara Ponsteen Benut je brein!
    2. 2. 2 Programma Vandaag: Breintestjes en -weetjes Opbouw en werking brein Lerende brein Volgende week: Ontwikkeling brein van kind tot oudere Hoe benut je je brein optimaal?
    3. 3. Stel je doel! • Waar ben je het meest nieuwsgierig naar? • Wat gaat deze cursus je opleveren? • Met welk gevoel ga je naar huis?
    4. 4. 4 Wat weet je al over je brein?
    5. 5. 5 Ons brein maakt fouten …
    6. 6. 6 Test: tel het aantal e’s Onze hersenen zien alleen wat ze moeten zien. Als je op zoek bent naar een detail, dan zie je de grote lijnen niet en andersom. Neem nou deze test. Als je niet zo druk aan het tellen was, dan las je nu dat er veertig e’s staan. Hou dus maar op.
    7. 7. 7 Test Ons brein kan zich maar op 1 ding richten Bekijk het filmpje http://www.youtube.com/watch?v=Ahg6 Wat zag je?
    8. 8. Wat zie je? 8
    9. 9. Wat zie je? 9
    10. 10. Wat zie je? 10
    11. 11. 11
    12. 12. 12 Test: wat staat hier? Je oegn zein seteds het gheele wrood en niet ekle ltteer aarpt. We hkernenen de weodron al senl en heeovn zo neit ltteer voor letetr te lzeen. Doadraor kun je dzee tkest met alle leettrs door ekalar nog seteds mkakijlek lzeen. Het wrket twuornes alelen als de eserte en latatse ltetres wel geod saatn. Renewna atd eint reme the glave si wtodr the nee kust regislat!
    13. 13. Bedrog? 13
    14. 14. 14
    15. 15. Welke kleur? ROOD BLAUW GEEL GROEN PAARS ORANJE ROZE ZWART
    16. 16. En de andere zintuigen? 16
    17. 17. Zintuiggebieden
    18. 18. 18 Een kijkje in de hersenen…
    19. 19. Je hersenen Gewicht = 1 tot 1,5 kilo Volume = 1,6 liter 60 triljoen (60 x 1012 ) hersenverbindingen 2% van totale lichaamsvolume MAAR: 20% van alle ingeademde zuurstof én 20% van het bloed van je hart wordt naar je brein gepompt 25% van je energie wordt door je hersenen gebruikt Goede en voldoende voeding en zuurstof (beweging) belangrijk voor de ontwikkeling en werking van je hersenen!!
    20. 20. 21
    21. 21. 22 Gevolgen opbouw brein Reptielenbrein en emotionele brein overheersen denkende brein Je beslist meestal op basis van emoties ipv ratio Je leert pas in een veilige omgeving
    22. 22. Speld Scherp Injectie Spuiten Naaien Oog Punt Draad Borduren Breien Scherp Vingerhoed Bloed Haken Naaimandje
    23. 23. 24 Hoe zit dat? Hersenen besturen je gedachten en bewegingen via zenuwstelsel Zenuwstelsel bestaat uit zenuwen: dat zijn duizenden neuronen samen Neuronen: cellen die berichten overbrengen Leren: vormen van sterke en uitgebreide netwerken
    24. 24. Neuron 25
    25. 25. Uitlopers neuron 26
    26. 26. Neuronen netwerk 27
    27. 27. 28 Voortbouwen Welke woorden weet je nog?
    28. 28. Vurende neuronen 29
    29. 29. Wat is leren? Leren is het vormen van sterke en uitgebreide neurale netwerken
    30. 30. Use it or loose it! Gerichte training = Juiste combinatie van • Zintuiglijke prikkeling • Beweging • Cognitie • Emotie = intensief en langdurend
    31. 31. ‘Nieuwe’ kijk op leren
    32. 32. 33 Test jezelf Test je eigen mindset Verrast de uitkomst je? Wat kan je doen om een meer ‘growth mindset’ te ontwikkelen?
    33. 33. Spiegelneuronen
    34. 34. Nabranden
    35. 35. 36 Opdracht Bespreek met iemand wat je geleerd hebt over het maakbare brein en vraag hoe hij/zij denkt over de ontwikkelbaarheid van hersenen. Volgende week horen we graag jouw bevindingen!
    36. 36. 37 Opdracht Maak een kruiswoordpuzzel waarin de belangrijkste begrippen terugkomen
    37. 37. Ⓒ GoForIQ www.GoForIQ.com Workshop bij IDEA door Barbara Ponsteen Benut je brein!
    38. 38. Beginnende brein 39
    39. 39. 40
    40. 40. 41
    41. 41. 42
    42. 42. Basisfuncties worden door hersenstam aangestuurd 43 • Ademhaling, • Bloedsomloop • Spijsvertering • Primitieve reflexen
    43. 43. Groei babybrein 44 • Er komen meer cellen bij (gliacellen = hulpcellen) • Zenuwcellen groeien en krijgen uitlopers • Zenuwcellen krijgen isolatielaagje (myeline)
    44. 44. 1e vaardigheden: zien, voelen, bewegen 45
    45. 45. Babybrein: wazige blik 46
    46. 46. Voelend babybrein 47
    47. 47. Kinderbrein: ontwikkeling taalvaardigheid 48
    48. 48. Kinderbrein: ontwikkeling motoriek 49
    49. 49. Tienerbrein 50
    50. 50. Prefrontale schors gaat beter werken 51
    51. 51. Limbisch systeem: emoties en stemmingen 52
    52. 52. 53 Ontwikkeling pubertijd Lichamelijke en seksuele ontwikkeling (puberontwikkeling, slaap- en waakritme)
    53. 53. 54 Ontwikkeling pubertijd Doorontwikkeling van hersenschors/cortex Impulscontrole Beoordelingsvermogen Abstracte redeneringen Probleemoplossing Planning Sociaal gedrag Geheugen
    54. 54. 55 Ontwikkeling pubertijd Doorontwikkeling van eigen identiteit 3 identiteiten: hartstikke veel werk! Hoe ik echt ben Hoe anderen mij zien Hoe ik doe
    55. 55. 56 Ontwikkeling pubertijd Sociaal-emotionele ontwikkeling (inzicht in jezelf en anderen) ‘Met mijn vrienden chillen op een random plek’ ‘Dat kun je niet maken!’ ‘Wie zegt mij dat ik dat niet kan?’
    56. 56. 57 Witte stof (myeline): verbinding tussen de neuronen
    57. 57. 58 Witte stof (myeline): verbinding tussen de neuronen
    58. 58. 59 Pubers: gebrek aan cortex en verbindingen Last van hun limbisch systeem: gevoelsleven Hypothalamus: vechten, vluchten, paren, eten, slapen Amygdala: onbewuste emoties Hippocampus: helpt herinneringen opslaan maar alleen als ze interessant zijn/context relevant is Insula: kicks en spanning
    59. 59. 60 Onderwijs en begeleiding Steunen met structuur (helpen met plannen) Aansluiten bij hun context (betrek emoties bij ratio) Begrip voor ‘echte’ pijn Beloningsstructuur ipv strafstructuur Slapen en wakker zijn: vroeg is heel vroeg Toon de empathie die ze zelf niet altijd kunnen tonen Ze zijn aan het leren!
    60. 60. 61 Onderwijs en begeleiding Steunen met structuur (helpen met plannen) Aansluiten bij hun context (betrek emoties bij ratio) Begrip voor ‘echte’ pijn Beloningsstructuur ipv strafstructuur Slapen en wakker zijn: vroeg is heel vroeg Toon de empathie die ze zelf niet altijd kunnen tonen Ze zijn aan het leren! Neem het niet te persoonlijk
    61. 61. Volwassenbrein 62
    62. 62. Afstervende cellen in prefrontale schors en hippocampus 63
    63. 63. Wijsheid komt met de jaren 64
    64. 64. Houd je brein fit 65 • Weinig eten • Voldoende metale inspanning • Licht verhoogde bloeddruk -> goede doorbloeding hersenen
    65. 65. Hersengym 66
    66. 66. Houd je brein fit 67
    67. 67. 68 Opdracht
    68. 68. Barbara@GoForIQ.com Benut je brein!

    ×