• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Thesis Risicomanagement en brandveilig ondernemen.
 

Thesis Risicomanagement en brandveilig ondernemen.

on

  • 3,011 views

 

Statistics

Views

Total Views
3,011
Views on SlideShare
3,010
Embed Views
1

Actions

Likes
1
Downloads
23
Comments
0

1 Embed 1

http://www.linkedin.com 1

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Thesis Risicomanagement en brandveilig ondernemen. Thesis Risicomanagement en brandveilig ondernemen. Document Transcript

    • Risicomanagement en brandveilig ondernemenin casu bedrijven met logiesfunctie The Hague University A.W. Maranus Thesis Master Risicomanagement Leergang 2010-2011 De doelstelling van deze thesis is een bijdrage leveren aan de discussie om risicobenadering (onderdeel van de Kandidaatnummer 67090534 nieuwe doctrine brandveiligheid) praktisch toepasbaar te maken en daadwerkelijk te integreren in bestaand beleid 20december 2011 bij bedrijven met een logiesfunctie. “De kans op het winnen van de loterij De meerwaarde van de uitkomsten van het onderzoek is wint is 1 op 10 miljoen. De kans op een dat brandveilig ondernemen als beleid kan worden brand is 1 op 1000.” opgenomen en dat er waarde kan worden gecreëerd http://www.watdoejijbijbrand.nl/ voor bedrijven met logiesfunctie en voor de brandweer van Nederland, beide met het oog gericht op continuïteit. Google Hits; brand in logiesbedrijf 1390 resultaten (20 december 2011) Google Hits; hotel in brand 748.000.000resultaten (20 december 2011)
    • (blanco pagina) Risicomanagement en Brandveilig ondernemen2 Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenVoorwoordDe masterthesis is het eindproduct van de opleiding master in risicomanagement aan deHaagse Hoge School in de periode 2009-2011. Met de oplevering van de thesis wordt eenperiode van twee jaar intensief studeren afgesloten.Om intrinsiek gemotiveerd deze masterthesis vorm te geven is gekozen om onderwerpen tekiezen die mij persoonlijk boeien en die praktisch toepasbaar zijn. De onderwerpen van demasterthesis zijn risicomanagement en brandveilig ondernemen. Deze titel is de paraplu waarde subonderwerpen van de masterthesis onder vallen. De bedrijven met logiesfunctie is depraktijksituatie waarbij de theorie inzichtelijk wordt gemaakt, geanalyseerd en beoordeeld.Het blijkt dat de human factor een van de meest kritische factoren is in het geheel. Dehuman factor ligt in lijn van mijn persoonlijke benadering van risicomanagement, waarmeede masterthesis enthousiast is vormgegeven.Veel leesplezier toegewenst. "Saepe stilum vertas"1 Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie1 "Schrap en verbeter veel als gij schrijft." Horatius Romeins dichter (65 v.C. - 8 v.C.) 3
    • (blanco pagina) Risicomanagement en Brandveilig ondernemen4 Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenInhoudsopgaveVoorwoord ....................................................................................................................................................3Managementsamenvatting......................................................................................................................6Hoofdstuk 1Hoofdstuk 1.1 - Inleiding, bedrijfskader en projectkader....................................................................8Hoofdstuk 1.2 - Opdracht, doel van het onderzoek en de onderzoeksverantwoording ...........12Hoofdstuk 1.3 - Methodologie.................................................................................................................20Hoofdstuk 1.4 - Optiek en kritische risico- en succesfactoren ..........................................................28Hoofdstuk 2Hoofdstuk 2.1 - Literatuuronderzoek nut en noodzaak van brandveilig ondernemen ...............34Hoofdstuk 2.2 - Literatuuronderzoek ten aanzien van risicomanagement....................................43Hoofdstuk 2.3 – Literatuuronderzoek ten aanzien van brandveilig ondernemen ........................49Hoofdstuk 2.4 - Literatuuronderzoek ten aanzien van implementatie RM en BVO......................60Hoofdstuk 3Hoofdstuk 3.1 - Criteria risicomanagement (RM), brandveilig ondernemen (BVO), deimplementatie van RM en BVO en het conceptueel model (tabel criteria) ................................65Hoofdstuk 3.2 - Hypothesen relatie RM, BVO en de implementatie van RM en BVO..................67Hoofdstuk 4Hoofdstuk 4.1 - Resultaten onderzoek huidige situatie ......................................................................70Hoofdstuk 4.2 - Resultaten veldonderzoek ...........................................................................................74Hoofdstuk 5Hoofdstuk 5.1 - Triangulatie en analyse huidige situatie en veldonderzoek..................................78Hoofdstuk 5.2 - Tabel criteria en toetsing hypothesen en conceptueel model en debeschrijving van de gewenste situatie..................................................................................................81Hoofdstuk 6Hoofdstuk 6.1 - Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................87Hoofdstuk 6.2 - Ontwerpbeleid risicomanagement en brandveilig ondernemen.......................90 Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metBijlagenBijlage Scope thesislandschap .............................................................................................................100Bijlage Huidige situatie van de brandweer Nederland ...................................................................101Bijlage Begrippenlijst................................................................................................................................108Bijlage Vink & thinklijst thesis...................................................................................................................111Bijlage Risicoanalyse onderzoeksontwerp..........................................................................................112Bijlage Vergelijking op hoofdlijnen tussen ASNZS 4360, ISO 31000 en COSO...............................114Bijlage Hoofdlijnen van de gehouden interviews .............................................................................118Bijlage Literatuur en andere informatiebronnen ...............................................................................132Bijlage Lijst met bijschriften van figuren in de tekst ...........................................................................136Bijlage Lijst met bijschriften van tabellen in de tekst.........................................................................137Bijlage Safehotels checklist / hotelsterren checklijst (management, building, systems)...........138Bijlage Persoonlijke reflectie op risicomanagementrollen...............................................................152 logiesfunctie 5
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenManagementsamenvattingHet thesisonderwerp heeft betrekking op de Strategische Reis van de brandweer. De nieuwerisicobenadering wordt binnen de brandweer als voorwaarde genomen om te kunnenontwikkelen, van het huidige model naar een continuïteitsconcept. De opleiding ‘Master inRisicomanagement’ aan de Haagse Hogeschool hanteert een bedrijfskundige benaderingvan risicomanagement voor bedrijven op mastersniveau.Door het wegnemen van risicobronnen worden onder andere imagoschade encontinuïteitsproblemen bij brand voorkomen en verminderd. Balans is van belang tussen deharde en zachte kant van risicomanagement binnen brandveilig ondernemen. Demaatregelen vanuit de risicobeheersing behelzen maatregelen op het gebied van risicosvan het gebouw (techniek), het gebruik (gedrag) en de organisatie. Bij het nemen vanbeheersingsmaatregelen moet in gedachten worden gehouden dat deze maatregelenbewust omzeild of terzijde kunnen worden geschoven. Een vangnet is dan noodzakelijk. Debrandweer gaat hierbij als vangnet voor het redden van mensen en niet overbrandveiligheid.Als de ondernemer lang genoeg wacht, wordt risicomanagement vanzelf crisismanagement.Ondernemers vervullen hun werkzaamheden in kwadrant 3 en 4 van de Eisenhowermatrix.Deze matrix, ook wel Eisenhower-schema genoemd, is een model dat zich laat typeren doorde beroemde uitspraak van Eisenhower: “Urgente zaken zijn zelden belangrijk en belangrijkezaken zijn zelden urgent.” De essentie van de matrix is dat de prioriteiten goed moetenworden vastgesteld, anders wordt van crisis naar crisis gewerkt zonder progressie. Als zakenmaar lang genoeg blijven liggen, worden ze vanzelf urgent en belangrijk en moeten zealsnog worden opgepakt. De kunst is de prioriteiten te stellen en de werkzaamheden teverdelen over kwadrant 1 en 2. Het gaat erom alles zo te organiseren dat het merendeel zichbevindt in het tweede kwadrant, want daar vindt het echte werk plaats en wordenuiteindelijk de kwaliteit van het werk en de resultaten bepaald. Het is van cruciaal belang omduidelijk te maken dat de ondernemer prioriteit moet geven aan risicomanagement omcrisismanagement te voorkomen. Crisisbeheersing Risicobeheersing Urgent Niet urgent Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metBelangrijk (1) (2)Niet belangrijk (3) (4) Geen tijd, geen geld voor Ondernemen risicomanagement en brandveilig zonder RM en BVO ondernemen; ondernemen gaat voor….Figuur 1 Eisenhowermatrix en projectieconclusies vanuit optiek thesisDe toegevoegde waarde van de beheersing van de risico’s wordt gevonden in verbeteringvan de efficiency en de kwaliteit en in een beter imago bij aandeelhouders en klanten.Risicomanagement is geen garantie tegen faillissement, omdat volledige beheersing eenmythe is. Bovendien leidt maximaal operationeel risicomanagement niet tot maximaletoegevoegde waarde, maar tot een auditexplosie, die meer kost dan oplevert. Goed logiesfunctierisicomanagement leidt tot bewust risico nemen in verhouding tot deondernemingsdoelstellingen, zodat risico’s de organisatie niet overkomen, maar een keuzezijn. 6
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenAanbevelingenDe thesis beschrijft een aantal algemene en specifieke aanbevelingen. De algemeneaanbevelingen zijn: 1. Rendement door kennismanagement, 2. Publiek als bron, 3.Permanente aandacht voor veiligheid. De specifieke aanbevelingen zijn: 4. Crisisbeheersingals vangnet, 5. Risicobeheersing door risicomanagement, 6. Borging brandveiligheid doorbrandveilig ondernemen.De eerste aanbeveling betreft het rendement van kennismanagement. Het NIFV zou deregie moeten gaan voeren over kennismanagement aangaande (brand)veiligheid. Hetrendement van kennismanagement wordt groter als de budgetten worden gebundeld.Als tweede aanbeveling is gesteld dat het publiek als bron gezien moet worden. Bedrijven ende wetenschap zien dikwijls het publiek over het hoofd als het gaat om innovatie. Veelvoorbeelden tonen aan dat er een enorme potentie sluimert onder de mensen. Oplossingenzullen meer gericht moeten zijn en beter en breder moeten worden gedragen. Richt eenafdeling publieksourcing op binnen het NIFV, om invulling te geven aan de ontwikkeling vannieuwe toepassingen.De derde aanbeveling pleit voor permanente aandacht voor veiligheid. De onderzoeksraadheeft gaandeweg geleerd dat, door tal van oorzaken, veiligheid niet de aandacht krijgt diezij verdient. Richt binnen het NIFV ook een afdeling (integrale) risicobeheersing op. Deze kanvorm geven aan risicobeheersing door het in kaart brengen en het geven van adviesomtrent het (laten) wegnemen van bronnen van structurele onveiligheid.De vierde aanbeveling betreft het vangnet crisisbeheersing door crisismanagement.Crisismanagement omvat methodieken om noodsituaties te kunnen voorspellen, beoordelen,analyseren en voorkomen. Een stap voorafgaand aan het crisismanagement is om technischen menselijk falen te voorkomen. Ondernemers en brandweer fungeren als vangnet alsrisico’s zich manifesteren. Bedrijven met logiesfunctie (zonder verplichte brandmeldcentrale)moeten zich hierop voorbereiden door de implementatie van brandveilig ondernemen. Debrandweer fungeert als adviseur en moet horizontaal inspecteren.De vijfde aanbeveling betreft het maatschappelijk rendement en risicodifferentiatie alsrisicobenaderingsvormen. Deze kunnen praktisch toepasbaar worden gemaakt door het Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metlaten nemen van de eigen verantwoordelijkheid van ondernemers. Bedrijven metlogiesfunctie (zonder verplichte brandmeldcentrale) moeten risicomanagementimplementeren (zie volgend hoofdstuk) en vervolgens mitigerende maatregelen nemen ophet gebied van techniek, gedrag en organisatie. Dit wordt beloond door de verzekeraars.Effectieve waarde kan gecreëerd worden door het leggen van prioriteit waar het risico hethoogst is, en de perceptie het laagst.De zesde aanbeveling betreft de borging van brandveiligheid. Veel adviseurs, coaches engoeroes koppelen (organisatie)verandering anno 2011 (nog steeds) alleen aangedragsverandering van mensen, buiten de context van technologie en organisatie.Hiermee creëren ze een aparte, op zichzelf staande en te simpel en te positief voorgesteldegedragswereld; gedragsverandering als selffulfilling prophecy. ‘Gedragsanalyses dielosgekoppeld zijn van het technologie- en organisatiedeel kunnen nooit de echtewerkelijkheid van een verandering raken. Verkeerde of incomplete adviezen overgedragsverandering werpen dan eerder blokkades op dan dat ze positief bijdragen.’Brancheorganisaties en alle bedrijven met logiesfunctie moeten de daarvoor opgestelde logiesfunctieEuropese normen gaan hanteren om de brandveiligheid cyclisch te borgen; zie bijlagesafehotels checklist / hotelsterren checklist (management, building, systems). 7
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenHoofdstuk 1.1 - Inleiding, aanleiding, bedrijfskader en projectkaderHoofdstuk 1.1 Opzet onderzoek: Inleiding, aanleiding, Fase 1 opzet(Fase 1.1 ) onderzoek bedrijfskader en projectkaderHoofdstuk 1 omvat achtereenvolgens de inleiding, de aanleiding, de resultaten en de opzetvan de thesis. Vervolgens worden het bedrijfs- en projectkader omschreven.InleidingPer hoofdstuk wordt het volgende beschreven: onderwerpen en volgorde • H1 - Opzet van het onderzoek • H2 - Literatuuronderzoek • H3 - Conceptueel model en hypothesen • H4 - Empirie • H5 - Analyse • H6 - Conclusies en aanbevelingenTeneinde het overzicht te behouden in alle elementen wordt elk hoofdstuk opgedeeld inmaximaal vier subhoofdstukken. Resultaten per hoofdstuk:Hoofdstuk 1 In dit hoofdstuk wordt de opzet van het onderzoek beschreven. Met de beschrijving van de opzet wordt onder andere het doel van het onderzoek, bedrijfskader en het projectkader beschreven. Een apart subhoofdstuk wordt gewijd aan de methodologie. Als laatste wordt in hoofdstuk 1 de optiek vanuit de context van het onderzoek en de kritische risico- en succesfactoren (kansen en bedreigingen) beschreven.Hoofdstuk 2 In dit hoofdstuk worden de resultaten van het literatuuronderzoek beschreven. Als eerste wordt de nut en noodzaak van brandveilig ondernemen beschreven. Daarna volgt de beschrijving van de resultaten van het literatuuronderzoek ten aanzien van risicomanagement en brandveilig ondernemen. Het hoofdstuk wordt afgesloten met het resultaat van het literatuuronderozek naar de implementatie van risicomanagement en brandveilig ondernemen.Hoofdstuk 3 In dit hoofdstuk wordt het conceptueel model en de hypthesen beschreven. Achtereenvolgens wordt in eerste subhoofdstuk de criteria van risicomanagement (RM), van brandveilig ondernemen (BVO) en de Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met implementatie hiervan beschreven. Vervolgens wordt het conceptueel model en de hypothese opgesteld.Hoofdstuk 4 Dit hoofdstuk beschrijft de empirie met als eerste hoofdstuk de resultaten van het onderzoek naar de huidige situatie. Vervolgens een subhoofdstuk met de resultaten van het veldonderzoek.Hoofdstuk 5 In dit hoofdstuk worden de analyses van zowel de huidige situatie als het veldonderzoek beschreven. Vervolgens wordt de opgestelde tabel van de criteria ingevuld. Wat volgt is een beschrijving van de gewenste situatie. Als laatste worden zowel de hypothese als het conceptueel model getoetst.Hoofdstuk 6 In dit hoofdstuk worden de conclusies en aanbevelingen beschreven. De thesis wordt afgesloten met het ontwerpbeleid voor risicomanagement en brandveilig ondernemen logiesfunctie 8
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenAanleidingAls beleidsmedewerker bij de brandweer, gedetacheerd in Tholen, zet je wet- en regelgevingom naar beleid. Met name inzicht in de achterliggende strategische en visionairevraagstukken blijkt als meerwaarde van doorslaggevend belang bij de opstelling vantactisch en operationeel beleid. De opleiding master in risicomanagement versterkt enontwikkelt het strategisch en visionair denken. Met name de Strategische Reis van debrandweer is een ontwikkeling die met enthousiasme wordt gevolgd. Door het organiserenvan een zogenaamde ‘risk excellence day’ heb ik in het kader van de opleiding de visie vande brandweer voorgelegd aan ongeveer zestig risicomanagers. Het is voor mij persoonlijk envoor brandweer en bedrijven van meerwaarde om mijn enthousiasme voor de StrategischeReis te gebruiken bij de opstelling van het onderzoek naar brandveilig ondernemen.Bedrijfskundig risicomanagement en de Strategische Reis versterken elkaar en creërenwaarde voor bedrijven.De gewenste resultaten van de thesisMet deze thesis worden de volgende resultaten gehaald. In plaats van afwachten tot (eendeel van) de bedrijven de eigen verantwoordelijkheid neemt, wordt een actieve bijdragegeleverd om het continuïteitsconcept voor de brandweer te bewerkstelligen. Derisicomanagement benadering van het creëren van kansen geeft een meerwaarde, in ditgeval voor bedrijven met een logiesfunctie, bij het beleid van brandveilig ondernemen alswaardecreatie. Door maatschappelijke ontwikkelingen met een terugtredende overheid eneen meereizende burger ten aanzien van veiligheid biedt het gekozen onderwerp juist veelkansen.Doelgroepen thesisDe thesis bedient de volgende doelgroepen: • bedrijven met logiesfunctie (thesis als startdocument) • Brandweer Nederland (thesis als discussiedocument) • geïnteresseerden in strategisch vertaalde bedrijfskundige vraagstukken • geïnteresseerden in het ombuigen van fysieke bedreigingen in kansen.Bedrijfskader van het onderzoek ‘Ontwikkelingen bij de brandweer’2De brandweer heeft de afgelopen jaren te maken gekregen met veel veranderingen opdiverse gebieden. Vakinhoudelijke ontwikkelingen, toenemende kwaliteitseisen, complexere Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metmaatschappij en hogere eisen ten aanzien van de wet- en regelgeving. Dat alles gaatgepaard met toenemende kosten, krimpende begrotingen en een steeds meer knellendefinanciering.De brandweer heeft de laatste jaren veel geïnvesteerd om de organisatie te verbeteren. Delijst met knelpunten neemt echter niet af. Doorgaan met verbeteren zal uiteindelijk leiden toteen onbetaalbare brandweer. De grenzen van het verbeteren van de brandweer zijnbereikt, vandaar dat in opdracht van de Raad van Regionaal Commandanten (RRC) hetproject ‘Strategische Reis Brandweer’ is gestart. logiesfunctie2 Someren T.C.R. van (Ynnovate), De Strategische Reis als basis voor de vernieuwingen voor de brandweer vanovermorgen, Arnhem: pagina 44 9
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenFiguur 2 Ontwikkelingen van de brandweerDe voorkeursoptie: het Continuïteitsconcept als stip op de horizonNadrukkelijk is niet gekozen voor ‘continuïteitsdienst of continuïteitsorganisatie’, omdatdaarmee verwarring zou kunnen ontstaan. Duidelijk is immers dat er geen sprake zal kunnenzijn van één organisatie, maar van een netwerk van organisaties, waarvan de brandweerdeel uit zal maken. Zo kan uit het Continuïteitsconcept gedestilleerd worden dat het gaat omgrote nadruk op proactief denken en handelen. Voor een uitgebreidere toelichting van de‘Strategische Reis Brandweer’ zie bijlage.Koppeling met het thesisonderwerpOp dit moment is er onvoldoende kennis van continuïteitsbarrières die kunnen wordenweergegeven. Er is dus grote behoefte aan wetenschappelijke kennisontwikkeling. Verderkan het element ‘maatschappelijk rendement’ als leidraad dienen. Andere elementen die Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metontwikkeld moeten worden zijn: zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid.ProjectkaderDe brandweer gaat de komende jaren de brandveiligheid vergroten door fundamenteel tevernieuwen in plaats van te verbeteren. De nadruk komt minder op de brandbestrijding teliggen, maar meer op het voorkomen van branden. Onder de noemer ‘Brandveilig Leven’gaat de brandweer activiteiten ontplooien om ervoor te zorgen dat burgers en bedrijveneen hoog ontwikkeld brandveiligheidbewustzijn krijgen. De brandweer gaat dit niet alleendoen, maar vormt een netwerkorganisatie die samen met (nieuwe) partners de doelen gaatrealiseren. Daarbij kan worden gedacht aan woningcorporaties en verzekerings-maatschappijen, die belang hebben bij brandveilig wonen. Woningen worden voorzien vanrookmelders en woningsprinklers. Het meubilair, de elektrische apparatuur en installatiesworden brandveilig uitgevoerd. Daardoor bestaat een reële kans dat de brandweer minderin actie hoeft te komen om mensen uit brandende panden te redden. De volgendeuitspraak uit de beschrijving van de Strategische Reis vormt de basis voor de thesis:3 logiesfunctie3 Someren T.C.R. van (Ynnovate), De Strategische Reis als basis voor de vernieuwingen voor de brandweer van overmorgen, Arnhem: pagina 20 10
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenKennisinstituten en de brandweer zullen samenwerken om fundamenteel onderzoek te doennaar continuïteitsrisico’s en hoe deze proactief kunnen worden voorkomen.De situatie waarin de brandweer is beland na de vele veranderingen en ontwikkelingen vande afgelopen jaren, zowel vakinhoudelijk als organisatorisch, én de waslijst aan lopende ennog komende ontwikkelingen is in het bedrijfsleven een bekend fenomeen. Het markeert hetmoment waarop een sprong zou moeten worden gemaakt naar een nieuw bedrijfsmodel.Dit bedrijfsmodel is alleen mogelijk als burgers en bedrijven de eigen verantwoordelijkheidnemen voor brandveiligheid. Niet alleen de wettelijke verantwoordelijkheid maar ook deprincipiële verantwoordelijkheid naar klanten, medewerkers en medeburgers. Hetmaatschappelijk verantwoord ondernemen stopt niet met het kiezen van verantwoordeproducten of een verantwoord productieproces. Een ondernemer heeft een eigenverantwoordelijkheid bij het brandveilig ondernemen, ongeacht het gewenste‘continuïteitsconcept’ van de brandweer.SamenvattingDe basis voor de thesis vormt het gedachtegoed van de Strategische Reis van debrandweer. Het toekomstige continuïteitsconcept van de brandweer en de continuïteit vanbedrijven vormen het fundament van de thesis. De brandweer gaat van het verbeteren vande repressie naar het vernieuwende bedrijfsmodel door meer, betere en structureleaandacht aan proactie en preventie van brand. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie 11
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenHoofdstuk 1.2 - Opdracht, doel van het onderzoek en de onderzoeksverantwoordingHoofdstuk 1.2 Fase 1 opzet Opzet onderzoek: De opdracht, doel van het(Fase 1.2) onderzoek onderzoek en de onderzoeksverantwoordingIn dit hoofdstuk wordt de opdracht, de probleemstelling en de motivatie voor de opdrachtbeschreven. Vervolgens komen het doel van het onderzoek en de randvoorwaarden aan deorde. De vraagstelling en deelvragen worden daarna behandeld. In het volgendedeelhoofdstuk wordt aandacht besteed aan de uitkomsten van het onderzoek en aan hetonderzoeksmodel in relatie tot de deelvragen. Vervolgens wordt de hoofdstukindelinggerelateerd aan de fasen en het onderzoeksmodel als hart van het onderzoek. Na hetonderzoeksmodel worden de strategie en de onderbouwing van de strategie behandeld.Daarna volgt een deel over het vooronderzoek en de literatuuronderzoek. Als laatste wordtde motivatie en de wijze van begeleiding en intervisie behandeld.De opdrachtDe stip aan de horizon van de brandweer (vanuit de Strategische Reis Brandweer) is deontwikkeling naar het continuïteitsconcept. Deze ontwikkeling moet leiden naar eenorganisatie die vooral in proactieve en preventieve zin zorg draagt voor het borgen van decontinuïteit van het maatschappelijk leven. Deze visie kan pas worden gerealiseerd als demaatschappij (burgers en bedrijven) de nieuwe inzichten ten aanzien van de eigenverantwoordelijkheid voor brandveiligheid hebben genomen.Op het gebied van de risicobeheersing blijft de brandweer in grote lijnen op dezelfde veldenactief. Het betreft dan adviestaken op het gebied van risicoprofielen en industriële veiligheid(brandrisico’s zijn verwerkt in de nieuwe doctrine brandveiligheid). Er gaan echter nieuweprincipes en uitgangspunten gelden. Deze principes zijn maatschappelijk rendement,risicobewustzijn, risicobenadering en risicoacceptatie, zelfredzaamheid en eigenverantwoordelijkheid. Welke nieuwe mogelijkheden biedt de nieuwe visie van de brandweervoor risicomanagement (risicomanagers) van bedrijven?Op basis van bovenstaande vraag, wordt de onderzoeksopdracht geformuleerd. Deopdracht luidt als volgt:Onderzoek hoe de risicobenadering als onderdeel van de nieuwe doctrine brandveiligheid Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metpraktisch toepasbaar kan worden gemaakt voor bedrijven met een logiesfunctie.De opdracht is tot stand gekomen op 10 november 2010 met dr. Ir. Ricardo Weewer, Lectorbrandweerkunde en René Hagen, Lector brandpreventie van het Nederlands instituut vanfysieke veiligheid (NIFV). Bij de opdrachtbepaling werden de volgende punten als uitkomstenvan de strategische reis als uitgangspunt genomen:4 • onbewuste keuzes omtrent restrisico’s van bedrijven • effecten van brand groter dan men weet (faillissementen) • faalkans bouwkundige voorzieningen groter dan sprinklers? (brandonderzoek) • foutief beeld: brandweer blust het wel, echter de brandweer kan niet alles! • schade door brand € 715 miljoen op jaarbasis • wat in de preventie wordt nagelaten kan niet worden goedgemaakt met repressie. logiesfunctie4 Prof. dr. Someren T.C.R. van (Ynnovate), De Strategische Reis als basis voor de vernieuwingen voor de brandweervan overmorgen, Arnhem: http://www.nvbr.nl 12
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenProbleemstellingWat: mensen worden niet wakker (gemaakt) bij brand tijdens een verblijf in een bedrijf metlogiesfunctie zonder brandmeldcentrale. Uit Onderzoek Fatale Woningbranden, door hetNIFV in mei 2009, blijkt dat na korte tijd (5 minuten) de mensen overleden zijn als gevolg vande inademing van rook door de brand. De aanrijdtijd van de brandweer bedraagt 8minuten voor bedrijven met logiesfunctie.5Wie: bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale.Waar: Nederlandse bedrijven met logiesfunctie; in verband met de huidige Nederlandsewetgeving is het een specifiek Nederlands probleem. Bouwwerken met logiesfunctie Bedrijven met logiesfunctie Bouwwerken met logiesfunctie zonder vereiste bewaking conform NEN 2535 Bedrijven met logiesfunctie zonder vereiste bewaking conform NEN 2535 Bedrijven met logiesfunctie zonder vereiste brandmeldcentraleFiguur 3 Filtering bedrijven met logiesfunctie, geografisch afgebakendVolgens het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken, artikel 2.2.1 eerste lid (besluit 26 juli 2008)van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is bepaald dat voorbepaalde bedrijven met logiesfunctie geen bewaking NEN2535 (brandmeldcentrale) isvereist. Voor sommige categorieën bedrijven met logiesfunctie kan dus geenbrandmeldcentrale worden geëist. Dit is een probleem omdat blijkt dat mensen niet wakkerworden bij brand. Slapende mensen zullen stikken door de rook, bewijst het verleden. Het isdus noodzakelijk om bij slapende mensen functionerende rookmelders in gebruik te hebben,die zijn aangesloten op een meldsysteem. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metMotivatie voor de opdrachtOp het gebied van de traditionele brandpreventie is een vernieuwingsslag voor de handliggend. De huidige bouwregelgeving is gebaseerd op effectreductie en niet op verkleiningvan de kans op brand. Dit werkt door in de toepassing van gelijkwaardigheid, die nu vooralwordt gebruikt om effect te bereiken (prestatie-eisen).Nieuwe bouwontwerpen, bouwmaterialen en bouwwijzen kunnen daardoor vaak moeilijkworden ingepast. Door het toepassen van engineering of de toepassing van derisicobenadering kan gelijkwaardigheid ook leiden tot het stellen van minder eisen.Daarnaast blijkt in de praktijk dat 80% van de gebouwen uiteindelijk niet wordt opgeleverdzoals de bedoeling was. Blijkbaar is het voor aannemers en bouwbedrijven moeilijk om devereiste bouwkundige preventiemaatregelen goed uit te voeren. Dit leidt tot een roep ommeer toezicht en handhaving.Men kan zich afvragen of bouwkundige brandpreventiemaatregelen inmiddels niet eengrotere faalkans hebben dan (zoals altijd wordt aangenomen) installatietechnischemaatregelen, en of installaties zoals sprinklers niet uiteindelijk veel meer rendement logiesfunctie5 Aanrijdtijden brandweer volgens Leidraad repressieve basisbrandweerzorg, versie 6.2 18 augustus 2006. 13
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenopleveren. Op het gebied van risicobeheersing liggen er dus ook kansen voor vernieuwing.(Bron: Visie op brandveiligheid, Ministerie van Vrom, april 2009)Doel van het onderzoekOnder het doel verstaat de onderzoeker een nuttig, realistisch en binnen de tijd haalbaar,eenduidig en informatierijk doel. Het doel van het onderzoek luidt als volgt:Aanbevelingen doen om risicomanagement (het onderdeel risicobenadering van denieuwe doctrine brandveiligheid) en het brandveilig ondernemen praktisch toepasbaar temaken en te implementeren bij bedrijven met logiesfunctie zonder verplichtebrandmeldcentrale binnen de gemeente Tholen.RandvoorwaardenRandvoorwaarden voor het behalen van de doelstellingen:- de doelstelling behalen zoals geformuleerd is het meest belangrijk.- het onderzoek moet voor eind december 2011 zijn afgerond. De vink & thinklijst zoalsopgenomen in de bijlage zal tijdens het gehele proces worden gebruikt.- het onderzoeksproces is dynamisch en de processen verlopen iteratief. Het kwalitatieveeindresultaat is belangrijker dan een vast onderzoek en het proces.- persoonlijk enthousiasme en commitment bij het onderwerp en onderzoek zijn noodzakelijk.- draagvlak voor het onderzoek en het onderzoeksproces van de werkgever moet wordengeborgd door geregelde en open communicatie.- draagvlak voor het onderzoek en het onderzoeksproces van de klankbordgroepleden moetworden geborgd door geregelde en open communicatie, onder andere via feedback.- een 80% kwalitatief eindresultaat met een 100% bruikbaarheid geniet de voorkeur boveneen 100% resultaat en een 20% bruikbaarheid.- het geografisch onderzoeksgebied is Tholen, omdat de onderzoeker op Tholen werkt.VraagstellingOnder de vraagstelling verstaat de onderzoeker binnen dit onderzoek een nuttige,realistische en binnen de tijd haalbare, eenduidige en informatierijke aanpak. Devraagstelling van het onderzoek luidt als volgt: Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metHoe kan risicomanagement praktisch toepasbaar worden gemaakt en geïmplementeerd bijbedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale binnen de gemeenteTholen en tot welk effect (risicobeheersingsniveau) leidt dit?Als de thesis wordt opgeleverd moet aan de doelstelling zijn voldaan. Het tweede deel vande doelstelling geeft aan hoe dat moet gebeuren. Dit is de reden dat dit tweede deel debasis vormt voor de vraagstellingen. logiesfunctie 14
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenTheorie (hoofdstuk 2 en 3)Deelvragen begripsvorming 1. Wat is de relevante formele basis, wat zijn de kaders en wat betekent dit voor de bedrijven met logiesfunctie? 2. Wat is brandveiligheid en wat is het belang van brandveiligheid voor de bedrijven met logiesfunctie?Deelvragen risicomanagement 3. Wat is risicomanagement en op welke wijze biedt risicomanagement meerwaarde bij ondernemen in het kader van brandveiligheid? (‘best practice’) 4. Welke relevante risicomanagementmodellen zijn er en welk model biedt de ondernemer toegevoegde waarde in het kader van brandveilig ondernemen?Deelvragen brandveilig ondernemen 5. Welke wijze van risicomanagement binnen ondernemen biedt de beste basis voor het brandveilig ondernemen? 6. Wat is brandveilig ondernemen en op welke wijze kan dit het beste vormgegeven worden? (‘best practice’)Deelvragen implementatie risicomanagement en brandveilig ondernemen 7. Wat is de risicobenadering en op welke wijze kan de risicobenadering praktisch toepasbaar worden gemaakt? (‘best practice’) 8. Wat is de nieuwe doctrine brandveiligheid en wat is de meerwaarde hiervan?Deelvragen relatie risicomanagement, brandveilig ondernemen en de implementatie(hoofdstuk 3) 9. Hoe kan de relatie tussen risicomanagement en brandveilig ondernemen, de implementatie en het effect op de risicobeheersing worden gemeten? 10. Wat is de relatie tussen risicomanagement en brandveilig ondernemen, de implementatie en het effect op de risicobeheersing?Empirisch (hoofdstuk 4)Deelvraag risicomanagement in de praktijk 11. Wat is de huidige situatie aangaande risicomanagement van bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale binnen de gemeente Tholen?Deelvraag brandveilig ondernemen in de praktijk 12. Wat is de huidige situatie aangaande brandveilig ondernemen van bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale binnen de gemeente Tholen?Deelvraag implementatie risicomanagement en brandveilig ondernemen in de praktijk Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met 13. Wat is de huidige situatie aangaande de implementatie van risicomanagement en brandveilig ondernemen van bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale binnen de gemeente Tholen?Deelvraag risicobeheersing in de praktijk 14. Wat is de huidige situatie aangaande risicobeheersing van bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale binnen de gemeente Tholen?Implementatie risicobeheersing (hoofdstuk 6)Deelvraag conclusies en aanbevelingen 15. Wat zijn de conclusies en aanbevelingen om risicomanagement praktisch toepasbaar te maken en te implementeren bij bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale binnen de gemeente Tholen en tot welk effect leidt dit?Randvoorwaarden aan onderzoeksvragenDe onderzoeksvragen zijn richtinggevend en geen vast gegeven; voortschrijdend inzichtbiedt de mogelijke noodzaak tot aanpassing van het onderzoek en daarmee de fasen en logiesfunctieeventueel de onderzoeksvragen. Het proces is iteratief. 15
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenBrainstorm vormgeving thesisOm een compleet beeld te krijgen aangaande relevante onderwerpen van de thesis is eenbrainstormsessie georganiseerd. De brainstormsessie is met een aantal inhoudelijk- enprocesdeskundigen gehouden. Het resultaat wordt afgebeeld in de onderstaande figuurFiguur 4 Mindmap brainstorm6 thesisDe oorsprong van het onderzoek is bedrijfskundig risicomanagement en de strategische reisvan de brandweer. De gebieden vanuit de segmenten worden onderzocht op basis van denader te bepalen optiek (zie hoofdstuk 4). Het onderzoek legt de nadruk op deFiguur 5 Brainstorm vormgeving thesisUitkomsten van het onderzoek en het onderzoeksprocesDe uitkomsten van het onderzoek leiden tot een ontwerp implementatieplan ten aanzienvan beleid voor brandveilig ondernemen in bedrijven met logiesfunctie. Belangrijk is tevermelden dat het onderzoek en het onderzoeksproces dynamische processen zijn. Mogelijkwordt het onderzoek scherper uitgevoerd dan gesteld in dit onderzoeksontwerp. Uiteraardwordt het onderzoek en het onderzoeksproces verantwoord, indien is afgeweken van eeneerder plan.Het onderzoeksmodel en onderzoeksvragen Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metHet onderzoek wordt verdeeld in verschillende fasen. Binnen iedere fase vinden weerdeelonderzoeken plaats. De vraagstelling en de daaruit gedestilleerde onderliggendevragen zijn weggezet in de verschillende fasen. De output van de ene fase is de input voorde volgende. De fasen en de onderzoeksvragen zijn iteratief. Pas bij de afronding van hetonderzoek zijn de resultaten definitief.Opzet thesisDe opzet van het onderzoek wordt vormgegeven vanuit de doelstelling rondom hetonderzoeksmodel. Dit model is het hart van het onderzoek en borgt het behalen van dedoelstelling. logiesfunctie6 Vos, K. de, (2006) Brainstormen 50.000 Ideeën per dag, Amsterdam: Pearson Education Benelux. 16
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Tabel 1 Inzicht in de resultaten per hoofdstuk Hoofdstuk 1.1 Opzet onderzoek: inleiding, bedrijfskader en projectkader Fase 1 Opzet onderzoek (Fase 1.1 ) Hoofdstuk 1.2 Opzet onderzoek: opdracht, doel van het onderzoek en (Fase 1.2) onderzoeksverantwoording Hoofdstuk 1.3 Opzet onderzoek: methodologie (Fase 1.3) Hoofdstuk 1.4 Optiek vanuit de context van het onderzoek en kritische risico- en (Fase 1.4) succesfactoren (kansen en bedreigingen) Fase 2 Literatuuronderzoek Hoofdstuk 2.1 Literatuuronderzoek, begripsvorming en nut en noodzaak brandveilig (Fase 2.1) ondernemen Hoofdstuk 2.2 Literatuuronderzoek ten aanzien van risicomanagement (Fase 2.2) Hoofdstuk 2.3 Literatuuronderzoek ten aanzien van brandveilig ondernemen (Fase 2.3) Hoofdstuk 2.4 Literatuuronderzoek ten aanzien van implementatie risicomanagement (Fase 2.4) en brandveilig ondernemenmodel en hypothesenFase 3 Conceptueel Hoofdstuk 3.1 Criteria risicomanagement (RM), brandveilig ondernemen (BVO) de (Fase 3.1) implementatie van RM en BVO en het conceptueel model (tabel criteria) Hoofdstuk 3.2 Hypothesen ten aanzien van de relatie risicomanagement (RM), (Fase 3.2) brandveilig ondernemen (BVO) en de implementatie van RM en BVO Fase 4 Empirie Hoofdstuk 4.1 Resultaten onderzoek huidige situatie (Fase 4.1) Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met Hoofdstuk 4.2 Resultaten veldonderzoek (Fase 4.2) Hoofdstuk 5.1 Triangulatie en analyse van de huidige situatie en het veldonderzoekAnalyseFase 5 (Fase 5.1) Hoofdstuk 5.2 Invullen van tabelcriteria, toetsing van de hypothesen en het (Fase 5.2) conceptueel model en beschrijving van de gewenste situatieaanbevelingen en impl.Fase 6 Conclusies, Hoofdstuk 6.1 Conclusies en aanbevelingen (Fase 6.1) Hoofdstuk 6.2 Ontwerpbeleid risicomanagement en brandveilig ondernemen (Fase 6.2) logiesfunctie Onderzoeksmodel Het onderzoeksmodel is als hart van het onderzoek is hieronder in fasen weergegeven. 17
    • Fase 1 Opzet Fase 2 Literatuuronderzoek Fase 3 Conceptueel model en Fase 4 Empirie Fase 5 Analyse Fase 6 Conclusies, onderzoek hypothesen aanbevelingen en impl. Figuur 6 onderzoeksmodelInleiding, Literatuuronderzoek; Resultaten onderzoekbedrijfskader begripsvorming, nut en Criteria huidige situatieprojectkader noodzaak risicomanagement (RM), Triangulatie en brandveilig ondernemen analyse van (BVO) de implementatie de huidige Conclusies enOpdracht, Literatuuronderzoek; Resultaten aanbevelingen Management samenvatting van RM en BVO situatie en hetdoel en veldonderzoek risicomanagement (RM) veldonderzoekverantwoordingonderzoek Ontwerpbeleid Literatuuronderzoek; Conceptueel model Operationele indicatoren RM en BVOMethodologie, Invullen van tabel criteriatheorie, in the brandveilig ondernemenbox en out of the (BVO)box Toetsing van de hypothesen en het Hypothesen conceptueel model en beschrijving van Herzien het de gewenste situatie ontwerpbeleidOptiekvorming Literatuuronderzoek;van het implementatie RM enonderzoek BVO KLANKBORDGROEP & intervisie Figuur 6 onderzoeksmodel 18
    • bedrijfskundig risicomanagement & strategische reis brandweerVooronderzoekHet vooronderzoek moet duidelijkheid geven over het onderzoeksontwerp. Daarnaastverschaft het duidelijkheid over het object van het onderzoek en de omgeving van hetobject. Het onderzoeksontwerp is daarbij het fundament. Piano, piano, si va lontano: tijdinvesteren in bewust gerichte acties bespaart uiteindelijk tijd en levert meer resultaat op.LiteratuuronderzoekGedurende het onderzoek wordt gebruik gemaakt van literatuur. Deze betreft wet- enregelgeving, wetenschappelijke literatuur, business practice artikelen, publieke internetsitesen boeken. Uiteraard wordt door middel van bronverwijzing duidelijk gemaakt wat deoorsprong is van de betreffende informatie. In de bijlagen staat de literatuurlijst vermeld.Uiteraard worden door onderzoek meerdere bronnen gebruikt, de thesis verwijst hiernaar. Voorbereiding Verzamelen Terug- Aanvullende Ontwerpen van onderzoeksproject Eindrapport / onderzoeksverslag onderzoek onderzoeks- koppeling verzameling materiaal materiaal Onderzoeks- Verslag- werkmateriaal Concept- optiek legging en versies eerste analyseFiguur 7 Activiteitenplan voor onderzoek als onderdeel van de planning7Begeleiding en intervisie vanuit de klankbordgroepDe klankbordgroep is dusdanig samengesteld dat vanuit diverse invalshoeken feedback Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metwordt gegeven op de thesis. Met name wordt gebruik gemaakt van de betreffendeprofessionele invalshoek voor een optimaal resultaat, zonder overigens de klankbordgroep teveel te belasten.Mr. V. Gangadin MFA MBA MCE can. MITMing J.M. Nap, MBA MIM Ph.D candidate, focus: StructuurGerard van Os bc focus: vergunningverlening en handhaving bij het brandveiligondernemen.drs. G. van Leeuwen, focus: human factor, de mensfactor in het brandveilig ondernemen.drs. J. de Groot MBA, focus: meerwaarde / waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie.G.P Noordergraaf BBA RRM, focus: de rol van de verzekeraars bij het brandveiligondernemen.Ir Johan Borsten, intervisie als medestudent master risicomanagementArd Rougoor RA, intervisie als medestudent master risicomanagementEduard Rijnja, tekstuele controle en opmaak logiesfunctie7 Verschuren, P.J.M., & Doorewaard, H. (2007). Het ontwerpen van een onderzoek. Utrecht: Lemma, pagina 257 19
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenHoofdstuk 1.3 MethodologieHoofdstuk 1.3 Fase 1 opzet Opzet onderzoek: methodologie(Fase 1.3) onderzoekHet onderzoek wordt onderbouwd op basis van wetenschappelijke literatuur en artikelen.Daarnaast wordt gebruik gemaakt van relevante business-practice artikelen enveldonderzoek. Robson definieert het onderzoek als volgt: ‘A strategy for doing researchwhich involves an emperical investigation of a particular phenomenon within its real lifecontext using multiple sources of evidence’.8MethodologieHet onderzoeksontwerp maakt de verbinding tussen te verzamelen empirische data en deinvulling van de onderzoeksvragen, om uiteindelijk conclusies te kunnen trekken.9 Dezeinvulling van het onderzoeksontwerp helpt om de validiteit en de betrouwbaarheid teborgen. De theorie wordt gecombineerd met veldonderzoek. Er zijn in de literatuurverschillende strategieën van onderzoek te vinden en uitvoerig beschreven. In het boek vanVerschuren & Doorewaard, (2007)10 gaat het om: • Survey • Experiment • Casestudy • Gefundeerde theoriebenadering • Bureauonderzoek.In eerste instantie is gekozen voor een casestudy; methodologisch bestaat de combinatietussen casestudy en theoretisch onderzoek niet. Theoretische inzichten worden aangevuldmet veldonderzoek en methodologisch verwerkt door gebruik te maken van de GroundedTheory.11Grounded TheoryDe oorsprong van Grounded Theory kan teruggevonden worden in een beweging bekendals ‘symbolic interactionism’ van wie het origineel ligt in de werken van Chales Cooley (1864-1929) en George Herbert Mead (1863-1931). In tegenstelling tot wat er gedacht wordt, is‘Grounded Theory research’ niet alleen theoretisch. Het vereist een begrip van gerelateerdetheorieën en wetenschappelijke soorten methoden om de theoretische gevoeligheid teversterken. Met ‘theory’ wordt bedoeld: ‘…a set of relationships that offers a plausible Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metexplanation of the phenomenon under study’12 ‘Grounded Theory process’: • the identification of an area of interest and data collection • interpreting the data and further data collection • theoretical sampling • concept and category development.De thesis is op basis van de principes van ‘Grounded Theory’ vormgegeven. Dit is eencombinatie van de deductieve- en inductieve methode, om te komen tot een nieuwtheoretisch concept. De theorie wordt gegenereerd aan de hand van de verzameldegegevens, voorspellingen hieruit worden aan verdere waarnemingen getoetst.8 Saunders, M., Lewis, P. and Thornhill, A., (2003), Research methods for business students. 3rd edition, Prentice Hall,Finantopical Times, blz 939 Yin, R.K., (2003) Case study research, design and methods, thousand oaks, sage publications, blz 20.10 Verschuren, P.J.M. & Doorewaard, H. (2007). Het ontwerpen van een onderzoek. Utrecht: Lemma pagina 16111 Goulding, C., (1999), Grounded Theory: some reflections on paradigm, procedures and misconceptions, Universityof Wolverhampton. logiesfunctie12 Goulding, C., (1999), Grounded Theory: some reflections on paradigm, procedures and misconceptions, Universityof Wolverhampton, blz 7 20
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metFiguur 8 Grounded Theory as building prices (Goulding, 2002) logiesfunctie 21
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenLiteratuuronderzoek;In het kader van het literatuuronderzoek zijn diverse nationale en internationale bronnenonderzocht. De relevante bronnen zijn verder bestudeert en uitgewerkt in hoofdstuk 2. Hetliteratuuronderzoek levert een bijdrage aan het beantwoorden van de deelvragen. De tehanteren bronnen behelzen onder andere wetenschappelijke literatuur en artikelen,geschreven rapporten, verslagen en interviews. De geschreven rapporten en verslagen zijnmet een speciaal doel en voor een bepaalde doelgroep opgesteld. Bij het analyseren vande gegevens moet hiermee rekening worden gehouden.Figuur 9 Mindmap gebieden thesis op basis van eerder genoemde brainstorm13Het literatuuronderzoek omvat de volgende gebieden: - brandveiligheid - ‘best practice’ - risicomanagement - ondernemen - doctrine brandveiligheid & modellen - brandveilig brandveiligheid (project NUT) - risicobenadering ondernemen - praktisch - risicobeheersing - verantwoord toepasbare ondernemen brandveiligheidOnderzoeksbronnenDe onderzoeksbronnen zijn de volgende: • bibliotheken van de universiteiten Erasmus en van Amsterdam • relevante en vigerende wet- en regelgeving. • algemene documentatie Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met • interviews met deskundigen en informanten • de klankbordleden als expert in hun vakgebied • relevante scripties • vakliteratuur / business-practice artikelen.Betrouwbaarheid en validiteitAls definitie van betrouwbaarheid is genomen: de mate waarin men erop kan vertrouwendat de onderzochte bronnen waar en relevant zijn.14 Een belangrijke voorwaarde van hetonderzoek is dat de informatiebronnen worden geverifieerd. Om dit te borgen wordt gebruikgemaakt van betrouwbare bronnen. In de thesis wordt verwezen van welke informatiebrongebruik is gemaakt.Als definitie voor validiteit wordt ernaar gekeken of de onderzoeksresultaten en het te metenverschijnsel met elkaar overeenkomen. De validiteit is of men meet wat men zou moetenmeten.15 De waargenomen resultaten worden met elkaar vergeleken, geduid en getoetst. logiesfunctie13 Vos, K. de, (2006) Brainstormen 50.000 Ideeën per dag, Amsterdam: Pearson Education Benelux.14 Verschuren, P.J.M. & Doorewaard, H. (2007). Het ontwerpen van een onderzoek. Utrecht: Lemma, pagina 13915 Verschuren, P.J.M. & Doorewaard, H. (2007). Het ontwerpen van een onderzoek. Utrecht: Lemma pagina 139 22
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenBinnen het onderzoek wordt gebruik gemaakt van triangulatie. Het klankbordgroeplidmethodologie geeft feedback over de betrouwbaarheid en validiteit. Interne validiteit16 is de mate waarin variabelen in een wetenschappelijk onderzoek een causale relatie met elkaar hebben en waarbij in het algemeen onderzoeksresultaten niet aan zogenaamde onderzoeksartefacten moeten worden toegeschreven. De resultaten van de thesis worden intern gevalideerd en zijn daarmee geldig voor de onderzochte doelgroep. Externe validiteit17 betekent in hoeverre de resultaten van een bepaald onderzoek of een test te generaliseren zijn. Als bepaalde resultaten extern valide zijn, wil dit zeggen dat de resultaten te generaliseren zijn en dus voor een grotere groep dan slechts de testdoelgroep zullen gelden. De resultaten van deze thesis zijn pas na aanvullend onderzoek ook van toepassing op vergelijkbare doelgroepen in Nederland.Scope en timeframeAls definitie van de scope is genomen het gebied dat wordt besproken en behandeldaangaande het thesis onderwerp. Een cruciaal onderdeel van de gehele thesis is deafbakening. Deze zorgt ervoor dat binnen de timeframe het doel wordt gehaald. De scopezorgt ervoor dat er afgebakend kan worden. Het betreft een bepaalde algemene richtingvan de thesis. De afbakening bakent de scope af met ‘piketpalen’.Als definitie van de timeframe is genomen een bepaalde periode waarin de thesis isgeschreven en moet zijn afgerond. Een belangrijke voorwaarde van het onderzoek is dat hetonderzoek voor de ‘deadline’ moet zijn afgerond. Daarnaast moet de afbakening in relatietot de timeframe ervoor zorgen dat er diepgaand onderzoek plaats kan vinden in debetreffende periode om een kwalitatief goed product op te leveren. De afbakening is onderandere gebaseerd op de timeframe mei 2011 tot december 2011.TriangulatieDe triangulatie metafoor is afkomstig uit de militaire strategie die gebruik maakt vanmeerdere referentiepunten om de exacte positie van een object te lokaliseren.“Triangulation is broadly defined by Denzin (1978: 291) as the combination of methodologiesin the study of the same phenomenon.”18 Binnen de wetenschap is het gebruik vantriangulatie als eerste door Campbell en Fiske in 1959 omschreven. Zij ontwikkelden het idee Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metvan ‘multiple operationism’. De argumentatie was om in het validatieproces meer dan eenmethode te gebruiken teneinde er zeker van te zijn dat de varianten de resultatenbevestigen. ‘Thus, different measures of the same construct were shown to yield similarresults’.19 Trianguleren biedt de onderzoeker meerdere voordelen: • de onderzoeker kan meer zekerheid krijgen over de resultaten • het kan alternatieve manieren van onderzoek stimuleren • het kan helpen om afwijkende resultaten te ontdekken en te beschrijven • het verrijkt het resultaat door andere en ander soort resultaten te bereiken • het integreert theorieën en synchroniseert deze • het is een test ten aanzien van verschillende theorieën en methoden.16 Cronbach, L. J., Meehl, P. E. (1955). Construct Validity in Psychological Tests. Psychological Bulletin, 52, 281-302.17 Mook, D. G. (2001). Psychological Research. The Ideas Behind the Methods, New York: W. W. Norton & Company,Inc. logiesfunctie18 Todd, D., Jick, (2006) Mixing qualitative and Quantitative Methods: Triangulation in action, blz 602http://www.jstor.org/19 Todd, D., Jick, (2006) Mixing qualitative and Quantitative Methods: Triangulation in action,blz 607http://www.jstor.org/ 23
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenMethoden- en bronnentriangulatieHet kwalitatieve onderzoek verseist methoden- en bronnentriangulatie om dewaarnemingsresultaten te kunnen vergelijken en te duiden. De diepgang van de ‘researchcases’ wordt bereikt door te werken met verschillende vormen van data-generering.De methodentriangulatie wordt geborgd door gebruik te maken van diverse methoden,individuele interviews en inhoudsanalyse van audiovisueel en tekstueel materiaal.De bronnentriangulatie wordt geborgd door gebruik te maken van inhoudelijk deskundigen,informanten, vakliteratuur, scripties, universitaire bibliotheken en wet- en regelgeving. personen media personen werkelijkheid Situatie Voorwerpen documenten processen literatuurFiguur 10 Objecten van onderzoek en de bronnen van informatie20Stipulatie21In het onderzoek zijn niet zonder meer de definities uit de literatuur overgenomen. Stipulatieheeft twee doelen:1. duidelijkheid verkrijgen ten aanzien van ‘de werkelijkheid’ die onder de definitie valt2. aansluiting vinden bij de doel- en vraagstelling van het onderzoek.De volgende punten vormen de basis bij het stipuleren van de definities: - in dit onderzoek verstaat de onderzoeker onder bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale het volgende: op basis van wet- en regelgeving kan geen brandmeldcentrale worden geëist terwijl de ondernemer verantwoordelijk is voor een bedrijf of organisatie, waar al dan niet tegen betaling, overnacht wordt door klanten of gebruikers van het betreffende pand, waarvoor de ondernemer verantwoordelijk is. - in dit onderzoek verstaat de onderzoeker onder risicobenadering: op basis van een risicoafweging de risico’s identificeren, analyseren en mitigeren in het kader van het Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met nemen van de eigen verantwoordelijkheid voor brandveiligheid. - in dit onderzoek verstaat de onderzoeker onder de functie van brandmeldcentrale: een brandalarmsysteem om een akoestisch en/of optisch signaal te kunnen voortbrengen teneinde de bewoners c.q. gebruikers van het bouwwerk of het personeel in het bouwwerk te waarschuwen, dat er sprake is van een noodsituatie en dat mogelijkerwijs tot evacuatie moet worden overgegaan.VeldonderzoekDe casus wordt vormgegeven in een ‘real-life’22 context, het veldonderzoek moet daaromgoed worden opgezet. Er is geen controle over de aangeleverde verzamelde gegevens,zodat een methode moet worden opgezet om de ‘real-life’ context te borgen. Deonderzoeker maakt geen deel uit van de organisatie, zodat de onderzoeker ook nietdagelijks aanwezig is in het te onderzoeken veld. De moeilijkheid is dan ook betrouwbaarheidte krijgen over de informatie, teneinde de vraagstelling uit de thesis te beantwoorden. Tijdenshet interview moeten de juiste vragen worden gesteld om de correcte gegevens te vinden. logiesfunctie20 Verschuren, P.J.M. & Doorewaard, H. (2007). Het ontwerpen van een onderzoek. Utrecht: Lemma, pagina 21521 Verschuren, P.J.M. & Doorewaard, H. (2007). Het ontwerpen van een onderzoek. Utrecht: Lemma, pagina 13622 Yin, R.K., (2003) Case study research, design and methods, thousand oaks, sage publications, blz 72. 24
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenDe interviews worden semigestructureerd vorm gegeven, in de vorm van open vragen. Dittype interview staat de onderzoeker toe om de volgorde en toepasbaarheid van de vragente wijzigen naar gelang de context van de situatie. Indien nodig kunnen vragen wordenweggelaten of kan nadere uitleg worden gevraagd.23 Uiteraard wordt de informatiegeselecteerd op validiteit en bruikbaarheid.Risicoanalyse en maatregelen om de risico’s te beperkenDe risico’s voor het onderzoek zijn vooral gelegen in het feit dat de onderzoeksopdrachten teweinig zijn afgebakend en onvoldoende scherp zijn gesteld. Daardoor is het niet mogelijk ombinnen de gestelde tijd het onderzoek af te ronden. Op advies van een van deklankbordgroepleden is bij de opstelling van het onderzoeksontwerp gebruik gemaakt vaneen vink & thinklijst (zie bijlage). Met name haalbaarheid, uitvoerbaarheid, tijdspanne enscherpe vraagstellingen zijn een aantal kritische succesfactoren, die vooraf zijn beoordeeldom te bepalen of het onderzoek binnen de tijd kan worden afgerond. De MAPE structuurondersteunt de borging van de risicoanalyse in termen van prestatie-indicatoren.Vanwege de noodzaak om het overzicht te behouden is de volledige risicoanalyse van hetonderzoeksontwerp niet in dit hoofdstuk opgenomen maar in de bijlage.MAPE structuur ten aanzien van prestatie-indicatoren thesisHet MAPE-model is ontwikkeld door Bouckaert en Auwers (1999). Het is een beheermodel datuitgaat van een indeling in vier soorten prestatie-indicatoren. Deze zijn afkomstig uit de vierfasen van het transformatieproces; van input via proces naar output en uiteindelijk naaroutcome. Onder middelen wordt de input verstaan die benodigd is voor het opstarten enuitvoeren van een proces. Indicatoren die de hoeveelheid middelen meten, richten zichvooral op zuinigheid en inputkwaliteit en -kwantiteit. Activiteiten of processen slaan op dehandelingen die een organisatie uitvoert om bepaalde resultaten te halen. Indicatoren diehieraan worden gekoppeld, kunnen de kwaliteit of kwantiteit van de activiteiten zijn. Deprestaties, of de output, verwijzen naar de producten of diensten die het rechtstreeksegevolg zijn van een activiteit.Prestaties worden geleverd om bepaalde effecten teweeg te brengen. Indicatoren die zichhierop richten kunnen de outputkwaliteit of outputkwantiteit zijn. Effecten of outcomes zijn degevolgen van de geleverde prestaties. De bedoeling is om situatieveranderingen in eenbeleidsveld te realiseren bij bepaalde doelgroepen of fenomenen. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctieFiguur 11 MAPE structuur van Bouckaert en Auwers (1999, p17)23Robson, C., (1993), Real world research. A research for and practitioner-researchers. Oxford, Blakwell Publishers, blz231 25
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenVerhoudingsindicatoren24Aan de hand van combinaties van deze indicatoren kunnen uitspraken worden gedaanover de prestaties van de organisatie (van de thesis). Dit zijn de zogenaamdeverhoudingsindicatoren (Bouckaert en Auwers, 1999). In het MAPE-model komen vijfverhoudingsindicatoren voor: 1. zuinigheid, input / input 2. efficiëntie, input / output 3. effectiviteit, output / outcome 4. kosteneffectiviteit, input / outcome 5. doelbereiking, outcome / outcome In een later stadium hebben Bouckaert, Van Dooren en Sterck (2003) hier nog een zesde verhoudingsindicator aan toegevoegd: 6. productiviteit, output / input.Thesisstructuur in relatie tot de Demingcirkel en de MAPE-structuurKwaliteitsmanagement is een cyclisch en systematisch proces. Deming heeft in de jaren vijftigeen model ontwikkeld dat uitgaat van continue verbetering en bewaking van kwaliteit. Hetoneindige cyclische proces illustreert het streven naar een constante kwaliteit. Het modelgaat uit van vier soorten activiteiten die elkaar in cyclisch verband blijven opvolgen. Ditwordt ook wel de PDCA-cyclus (Plan, Do, Check, Act) genoemd. De thesis is een start vanhet brandveilig ondernemen en zal cyclisch verbeterd moeten worden. Daarnaast wordt dethesis cyclisch doorlopen om de kwaliteit te borgen.Figuur 12 Demingcirkel25 gecombineerd met de MAPE structuur Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met1. Plan, plannen: het vaststellen van de doelstellingen en processen die nodig zijn omresultaten te bereiken die in overeenstemming zijn met de eisen van klanten en het beleidvan de organisatie. A. zuinigheid input / input: de thesis is afgebakend tot een haalbare proportie.2. Do, uitvoeren: het uitvoeren van de processen. De processen worden efficiënt en effectiefuitgevoerd, conform de MAPE-structuur. B. efficiëntie input / output: het schrijven van de thesis wordt doelmatig ingericht. C. effectiviteit output / outcome: het schrijven van de thesis is doelgericht.3. Check, evalueren: het bewaken en meten van de processen en de producten tenopzichte van de optiek, doelstellingen en eisen voor het product alsmede het rapporterenvan de resultaten. D. kosteneffectiviteit input / outcome: vraagstellingen van de thesis zijn beantwoord. E. doelbereiking outcome / outcome: doelstelling van de thesis is bereikt. logiesfunctie Bouckaert G., T. Auwers (1999c), Prestaties meten in de overheid, Overheidsmanagement nr. 5, Die Keure, Brugge2425 Deming, W. Edwards (1986). Out of the Crisis. MIT Press.// Masaaki Imai (2002), Kaizen - het stap voor stap bezig zijnmet het verbeteren van een product op dienst. De filosofie achter het Japanse succes. Deventer, Kluwer. 26
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen4. Act, bijstellen: maatregelen treffen om de procesprestaties continu te verbeteren. F. productiviteit output / input: het uiteindelijke resultaat voor logiesbedrijven. Het (ontwerp)beleid als resultaat van de thesis zal op basis van de input cyclisch moeten worden bijgesteld. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie 27
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenHoofdstuk 1.4 Optiek en kritische risico- en succesfactorenHoofdstuk 1.4 Fase 1 opzet Optiek vanuit de context van het onderzoek(Fase 1.4) onderzoek en kritische risico- en succesfactoren (kansen en bedreigingen)Een cruciaal onderdeel in dit hoofdstuk is de afbakening, om te komen tot haalbareproporties in de tijd en diepgang van het onderzoek. Hiervoor worden conventioneleafbakening en het rafelen en rasteren gebruikt. In dit hoofdstuk komt mede de optiek totstand. De optiek van het onderzoek, zoals beschreven, bepaalt hoe het gebied of de scopewordt benaderd. Aan de optiek zijn de kritische succesfactoren gekoppeld.Afbakening van de opdracht (outside-in methodiek)Zoals reeds in het vorige hoofdstuk vermeld is de afbakening een cruciaal onderdeel. Deafbakening zorgt ervoor dat binnen de timeframe het doel wordt gehaald. De scope zorgtervoor dat er afgebakend kan worden. Het betreft een bepaalde algemene richting van dethesis. De afbakening bakent de scope af met ‘piketpalen’. De optiek, zoals in dit hoofdstukbeschreven, bepaalt hoe het gebied of scope wordt benaderd.Onderstaande figuur geeft de oorsprong van de thesis in perspectief weer. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metFiguur 13 Boomdiagram afbakening thesisontwerp26De vragen hoe de risicobenadering in het buitenland wordt toegepast en welke voordelenen effecten dat oplevert, valt buiten de scope van dit onderzoek. Reden is dat Nederlandspecifieke omstandigheden kent ten aanzien van wet- en regelgeving en daarnaast is decultuur anders dan in het buitenland. Dus ‘best practices’ in het buitenland zijn niet zondermeer van toepassing op Nederland. Verder is er onvoldoende tijd om hieraan voldoendeaandacht te besteden.De vraag hoe risicobenadering in maatschappelijk ondernemen wordt ingepast, waarbij ookde economische kant wordt meegenomen, valt eveneens buiten dit onderzoek. Deafbreukrisico’s worden wel genoemd maar de economische aspecten worden niet logiesfunctie26 Verschuren, P.J.M. & Doorewaard, H. (2007). Het ontwerpen van een onderzoek. Utrecht: Lemma, pagina 137 28
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemengeanalyseerd. De continuïteitsrisico’s zijn wel meegenomen in het onderzoek. De benaderingvindt plaats op basis van het voorkomen van gewonden en doden bij brand. Hetuitgangspunt hierbij: wat in de preventie wordt nagelaten, kan niet worden goedgemaaktmet repressie.Rafelen en rasteren (inside-out methodiek)Met het oog op de haalbaarheid en validiteit van het onderzoek wordt de doelstelling doormiddel van rafelen en rasteren in perspectief geplaatst, zie onderstaande figuur. Dit resultaatis tot stand gekomen na een brainstormsessie met brandweercollega’s. In de figuur is hetMAPE-model van Bouckaert en Auwers (1999) verwerkt. Dit model maakt de validatie enhaalbaarheid van het onderzoek inzichtelijk. Bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale Intern Extern bedrijfsstructuur Formele basis klanten en kaders bedrijfscultuur maatschappij Risico- ondernemen benadering verzekeraars Praktisch risicomanagement brandweer toepasbaar Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met Brandveilig ondernemen risicomanagement onder- nemen voor brandveilig bedrijven Risicomanagement- ondernemen met logies- modellen functie zonder Brandveiligheid & verplichte Brandveiligheid & RM BVO brandmeld- centraleFiguur 14 Rafelen en rasteren thesisontwerp27 logiesfunctie27 Verschuren, P.J.M. & Doorewaard, H. (2007). Het ontwerpen van een onderzoek. Utrecht: Lemma, pagina 140 29
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenUitgangspunten doctrine brandveilig ondernemen vanuit optiek brandweer28De brandweer is er voor het redden van mensen en het voorkomen van onbeheersbaresituaties bij brand. De brandweer moet helder communiceren, wat wel en wat niet van dedienst kan worden verwacht. De primaire verantwoordelijkheid voor brandveiligheid ligt bijde eigenaar/gebruiker van een gebouw. De nieuwe doctrine brandveiligheid moet deafnemers van de diensten van de brandweer meer bewust maken van debrandveiligheidsrisico’s. Alarmopvolging bij de gebouwfuncties, waarvoor straks geendoormelding meer wordt vereist, moet door de eigenaar/gebruiker zelf ter hand wordengenomen. Ofwel: de interne hulpverleningsorganisatie moet op orde zijn.Figuur 15 Strategische Reis Brandweer; doctrine brandveiligheid, afwegingskaderConform de Strategische Reis gaat het erom dat ondernemers bewuste, gewogen keuzes Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metmaken over de veiligheid van de burgers. Op basis van het op de volgende paginagetoonde model uit de ‘Strategische Reis Brandweer’ wordt invulling gegeven aan derisicobenadering van de brandweer.In volgorde van links naar rechts worden risico’s in tijd, ruimte en bevolkingssamenstelling(risicogroepen) gedefinieerd. Na analyse van deze risico’s kan de brandweer oplossingenbepalen, die voor dat specifieke doel tot een maximaal maatschappelijk rendement leiden.Daarbij kwantificeert zij doelen en restrisico’s, het doel van interventies (repressie),verantwoordelijkheden van de overheid, het bedrijfsleven en de burger zelf. Daarna stelt hetbestuur het maatschappelijk acceptabele risico vast.29 logiesfunctie28 www.nvbr.nl datum raadplegen 15 augustus 2011 Someren T.C.R. van (Ynnovate), De Strategische Reis als basis voor de vernieuwingen voor de brandweer van over29morgen, Arnhem: http://www.nvbr.nl pagina 71 30
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen eigen verantwoor- delijkheid en zelfredzaamheid tijd acceptabel tijd Landelijke steunpunten risico risico geografisch specialisaties gebied Doel kwan- geografisch lokale tificeren gebied basiszorg demo- grafisch demo- Basismodulen grafisch brandweer- zorgFiguur 16 Schema: risicobenadering volgens de Strategische Reis30Kennisinstituten en brandweer zullen samenwerken om fundamenteel onderzoek te doennaar continuïteitsrisico’s en hoe deze proactief kunnen worden voorkomen. Deze thesis is eenstap in de goede richting door een van de continuïteitsrisico’s van bedrijven te onderzoeken.Daarbij wordt duidelijk dat verantwoordelijkheden en het nemen van verantwoordelijkheidten aanzien van verantwoord en veilig (brand)ondernemen de peilers zijn bij deze thesis.Citaat van D. Jongeneel, Commandant brandweer Texel: “Ondernemers moeten veiligheiden preventie weer gaan zien als integraal onderdeel van hun bedrijfsvoering en naar hunklanten uitstralen dat ze een veilige verblijfsomgeving bieden.”31Achtergrond van de optiekDe nadruk ligt op het voorkomen van branden, het verkorten van de ontdekkingstijd en hetcreëren van betere vluchtomstandigheden. Door snellere ontdekking is vluchten mogelijk enwordt de brandweer ook sneller gealarmeerd, waarmee kostbare tijd wordt gewonnen om Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metde schade te beperken. Tijd, die nu vooral wordt benaderd in de vorm van de snelheidwaarmee de brandweer na de melding ter plaatse is. Dit kan alleen worden bereikt doorburgers en gebruikers of eigenaren van bedrijfspanden zelf.Doel is om het bewustzijn voor brandveiligheid scherp te krijgen bij de verantwoordelijken inalle fasen van het bouw- en gebruiksproces. Denk aan ontwerpers, bouwers enbeheerders/gebruikers van een bouwwerk. Daarnaast is er specifieke aandacht voorverminderd zelfredzamen, mensen die voor hun veiligheid afhankelijk zijn van anderen.Dit onderzoek gaat over de verantwoordelijkheid van bedrijven met logiesfunctie waarinwettelijk geen brandmeldcentrale kan worden geëist. Dit is een probleem omdat mensen dieslapen niet wakker worden van een eventuele brand. Voordat actie ondernomen kanworden zijn slapende mensen al gestikt door de gassen in de rook. De brandmeldcentralevormt de basis voor verdere, vooraf te nemen maatregelen, zoals aanduiding van devluchtroute, kleine blusmiddelen, brand- en rookcompartimentering. Als de mensen nietgewaarschuwd worden voor rook hebben deze maatregelen geen waarde. De vraag is of logiesfunctie30NVBR: De organisatie in 2015, &3.3, De brandweer over morgen, Schaarsbergen 2010, blz 67-7231Someren T.C.R. van (Ynnovate), De Strategische Reis als basis voor de vernieuwingen voor de brandweer vanovermorgen, Arnhem: http://www.nvbr.nl pagina 76 31
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemende verstikkende werking van rook en de dodelijke gevolgen voldoende wordt beseft doorondernemers en klanten van bedrijven met logiesfunctie. Mensen die slapen worden niet wakker van rook veroorzaakt door brand. Ondernemers van bedrijven met logiesfunctie hebben een (ondernemers)verantwoordelijkheid ten opzichte van hun klanten om op een verantwoorde manier (brand)veilig te ondernemen.OptiekIn dit onderzoek wordt onder optiek de beschouwingswijze verstaan. De optiek wordtgebruikt bij de bepaling van de invalshoek in relatie tot de huidige en gewenste situatie. Debasis voor de optiek vormt de doelstelling. De optiek luidt als volgt:Waarde creëren voor bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentralebinnen de gemeente Tholen; risicomanagement door brandveilig ondernemen praktischtoepasbaar maken. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metFiguur 17 Optiek in relatie tot scope, afbakening en timeframe van het onderzoekKritische succesfactoren32Een kritische succesfactor (KSF) is een kenmerk van een organisatie. Hij is essentieel voor delevensvatbaarheid en het succes van die organisatie. Dat kan zowel positief als negatief zijn.Het gaat er om dat iets zo belangrijk is, dat we er extra aandacht aan moeten besteden.In het volgende overzicht worden de onderwerpen en de kritische succesfactoren benoemd. logiesfunctie32 Robert S. Kaplan, David Norton (1997) Op de kop met balanced scorecard 32
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Onderwerpen Kritische succesfactoren Risicomanagement / Risicomanagement en risicomanagement- Risicomanagementmodellen modellen bieden inzicht in de risico´s ten aanzien van de continuïteit van het bedrijf qua brandveiligheid. Ondernemen / Brandveilig ondernemen De basis voor de structuur in het brandveilig ondernemen vormen gangbare strategische tools. Doctrine brandveiligheid / De nieuwe doctrine brandveiligheid maakt Risicobenadering de afnemers van de diensten van de brandweer meer bewust van de brandveiligheidsrisico’s . Formele basis en kaders De formele basis en kaders bieden voldoende fundament voor het brandveilig ondernemen. Brandveiligheid / Praktisch toepasbaar Bij brandveilig ondernemen neemt de maken brandveiligheid ondernemer de verantwoordelijkheid voor zijn klanten ten aanzien van de brandveiligheid door het bewust maken van de brandrisico’s en onveilig gedrag. Inzicht in de huidige en gewenste situatie Maatschappelijk rendement en ten aanzien van brandveilig ondernemen risicodifferentiatie als risicobenaderings- voor bedrijven met logiesfunctie te Tholen. vormen kunnen praktisch toepasbaar worden gemaakt door het laten nemen van eigen verantwoordelijkheid van ondernemers bij de toepassing van het ‘knoppenmodel als risicobeheersingstool’.SamenvattingRisicobenadering houdt in dat wat in de preventie wordt nagelaten niet kan wordengoedgemaakt met repressie. De kosten van repressie zijn onevenredig groot met hetrendement van preventie. De nieuwe doctrine brandveiligheid maakt de afnemers van dediensten van de brandweer meer bewust van de brandveiligheidsrisico’s. Het ondernemenvanuit de optiek risicomanagement (de risicobenadering binnen de nieuwe doctrinebrandveiligheid) onderscheidt drie elementen die bepalend zijn als meerwaardebeïnvloedingsfactor: Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met • maatschappelijk rendement • risicodifferentiatie • eigen verantwoordelijkheid klant en ondernemer. logiesfunctie 33
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenHoofdstuk 2.1 Literatuuronderzoek ten aanzien van de begripsvorming en nut en noodzaakvan brandveilig ondernemenHoofdstuk 2.1 Literatuuronderzoek ten aanzien van de Fase 2 Literatuur-(Fase 2.1) onderzoek begripsvorming en nut en noodzaak van brandveilig ondernemenIn dit hoofdstuk wordt het nut en de noodzaak beschreven van risicomanagement enbrandveilig ondernemen, met name aan de hand van een overzicht van de formele basis ende kaders. Het ondernemen vanuit de risicobenadering binnen de nieuwe doctrinebrandveiligheid onderscheidt drie elementen die bepalend zijn als meerwaardebeïnvloedingsfactor: • maatschappelijk rendement • risicodifferentiatie • eigen verantwoordelijkheid klant en ondernemer.Onderlegger voor dit hoofdstuk is het rapport ‘Nodeloze uitrukken terugdringen’ (NUT), (23mei 2011) en onderzoek naar de consequenties van het voorstel herziening doormelding inhet Bouwbesluit 2012.De volgende deelvragen aangaande begripsvorming worden in dit hoofdstuk behandeld: 1. Wat zijn de relevante formele basis en de kaders en wat betekent dit voor de bedrijven met logiesfunctie? 2. Wat is brandveiligheid en wat is het belang van brandveiligheid voor de bedrijven met logiesfunctie?Formele basis en kadersHet gaat hier om de beschrijving van nut en noodzaak van brandveilig ondernemen alswaardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie. Bij de beschrijving van dit hoofdstuk zijndiverse formele basis en de kaders van toepassing, zie daarvoor de volgende figuur. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metFiguur 18 Formele basis en kaders33 logiesfunctie33 Maranus, A.W., (2011) Scriptie bedrijfskundig risicomanagement & Strategische Reis Brandweer. 34
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenEisen op basis van Bouwbesluit 2008 aan gebouwen met logiesfunctieHet volgende overzicht laat zien, dat het besluit brandveilig gebruik bouwwerken bepaaltdat bepaalde bedrijven met logiesfunctie geen meldbewaking nodig hebben.Tabel 2 Besluit brandveilig gebruik bouwwerken, artikel 2.2.1 eerste lid (besluit 26 juli 2008)in het besluit brandveilig gebruik bouwwerken, artikel 2.2.1 eerste lid (besluit 26 juli2008) is bepaald dat voor bepaalde bedrijven met logiesfunctie geen bewakingNEN 2535 (brandmeldcentrale) is vereist. Grenswaarden Artikel 2.2.1. gebruiksfunctie (m2) vlakte van de Gebruiksopper- meetniveau (m) gemeten boven het de gebruiksfunctie Hoogste vloer van functie van de gebruiks- Aantal bouwlagen NEN 2535 bewaking volgens Omvang van de volgens NEN 2535 Doormelding7 logiesfunctie logiesgebouw gelegen in een Logiesfunctie niet -- -- -- -- -- logiesgebouw gelegen in een Logiesfunctie -- -- 1 Niet -- auto- matisch -- 5 -- Volledig ja Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met 250 m2 -- -- Volledig jaVerouderde regelgeving34Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft bij haar voorstel omde regels te schrappen de eventuele risicos geanalyseerd en geconcludeerd dat het nietleidt tot een risicoverhoging. Het ministerie gaf daarmee aan dat de regels dus eigenlijkverouderd en onnodig zijn. De brandweer heeft daarna meer specifiek gekeken naar derisicos die onder haar verantwoordelijkheid vallen en naar de eventuele consequenties voorde dienst.Uit onderzoek is gebleken dat inderdaad in veel gevallen de verplichte doormelding aan dealarmcentrale van de brandweer niets essentieels toevoegt aan de brandveiligheid. Ditbetreft de gebouwen waar zich zelfredzame mensen bevinden; na detectie van een branddoor de brandmeldinstallatie kunnen de aanwezigen het gebouw zelf verlaten, deontruiming organiseren of eventueel een beginnende brand zelf blussen. Daartoe hoeft menniet de komst van de brandweer af te wachten. logiesfunctie34 Nodeloze uitrukken terugdringen (NUT), (23 mei 2011) Onderzoek naar de consequenties van het voorstelherziening doormelding in het bouwbesluit 2012 35
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenHet nieuwe Bouwbesluit helpt brandweer in strijd tegen nodeloze uitrukken35In mei 2011 heeft minister Donner (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) het nieuweBouwbesluit aan de Tweede Kamer aangeboden. Een van de veranderingen is hetschrappen van de verplichte doormelding bij bepaalde categorieën gebouwen. Ditbetekent dat de aanwezige brandmeldinstallatie bij die gebouwen niet meer rechtstreeksnaar de brandweermeldkamer hoeft door te melden.De NVBR heeft onderzoek naar de consequenties hiervan laten uitvoeren door hetNederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV). De conclusie is dat de voorgestelde wijzigingvan het Bouwbesluit zal bijdragen aan een aanzienlijke vermindering van het aantalnodeloze uitrukken van de brandweer, zonder dat dit gevolgen heeft voor debrandveiligheid van de burger of het veilig optreden door de brandweermensen.Ontwikkelingen regelgeving36Met het nieuwe Bouwbesluit, dat naar verwachting per 1 april 2012 in werking zal treden,gaat er op het gebied van de brandveiligheid veel veranderen. Het Bouwbesluit 2012vervangt het Bouwbesluit 2003 én het Gebruiksbesluit. Brandveilig bouwen, debrandveiligheid van bestaande gebouwen en het brandveilig gebruik van gebouwenworden in het Bouwbesluit 2012 integraal op elkaar afgestemd. Belangrijke veranderingen zijnverder: - een nieuw systeem voor subbrandcompartimentering - een andere benadering voor het ontvluchten bij brand - een nieuw indelingssysteem van gebouwen in gebieden en ruimten - een personenbenadering als uitgangspunt voor het veilig vluchten - nieuwe eisen aan ruimten die zijn bestemd voor het insluiten van personen - een nieuwe benadering van de brandveiligheid van te verbouwen gebouwen.In het kader van de samenstelling van voornoemd pakket om de regeldruk te verminderenheeft het ministerie van BZK een voorstel ontwikkeld om bij een aantal gebruiksfuncties deverplichte doormelding bij brandmeldinstallaties af te schaffen. Uit berekeningen voor dejaren 2005-2008 blijkt dat het gemiddelde reductieresultaat 54% bedraagt. Indien dedoormelding overeenkomstig het huidige voorstel van het ministerie van BZK wordtafgeschaft, blijft 46% van het aantal loze brandmeldingen bestaan. Uit een enquête bij alleveiligheidsregios komt een bijna identiek resultaat, een gemiddelde reductie over afgelopenjaren van circa 55 %. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metGebouwen met logiesfunctieBij beschouwing van de mogelijke brandpreventieve consequenties blijkt dat er uitbrandpreventief oogmerk geen bezwaren bestaan tegen het afschaffen van de directedoormelding conform het voorstel van het ministerie van BZK. Ook komt naar voren dat deonderzochte regelgeving hiervoor geen belemmering vormt. Uit de analyse over het veilig eneffectief repressief optreden bij gebouwen met een logiesfunctie blijkt dat, in die gevallendat er geen verantwoordelijke personen (lees: personeel) aanwezig zijn, er ten aanzien vanmeerdere factoren sprake is van gewijzigde omstandigheden voor wat betreft het repressiefoptreden. Deze gewijzigde omstandigheden gelden alleen voor de logiesfuncties zonder 24uur bezetting van verantwoordelijk personeel.De consequenties voor de zelfredzaamheid van hotelgasten in samenhang met hetrepressieve optreden baart zorgen. Enerzijds omdat de vraag kan worden gesteld waar deverantwoordelijkheid van de brandweer ligt en waar die van de ondernemer, in situaties dat logiesfunctie35 Nodeloze uitrukken terugdringen (NUT), (23 mei 2011) Onderzoek naar de consequenties van het voorstelherziening doormelding in het bouwbesluit 201236 http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/vragen-en-antwoorden/wat-is-het-nieuwe-bouwbesluit-2012.html datum raadplegen 15 augustus 2011 36
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemener in het hotel geen personeel aanwezig is dat bij een eventuele ontruiming een rol kanspelen. Bij een automatische doormelding kan de brandweer relatief snel ter plaatse zijn.Ingeval er geen personeel aanwezig is, dat zorgt voor een adequate begeleiding van deontruiming en eventuele informatieoverdracht aan de brandweer, kan de brandweer er nietop vertrouwen dat de gasten na de inwerkingtreding van het ontruimingsalarm het hotelhebben kunnen verlaten.Anderzijds zal er bij het ontbreken van de automatische doormelding en de afwezigheid vanpersoneel geen enkele zekerheid bestaan dat de brandweer tijdig wordt gealarmeerd. Debrandweer zal op basis van louter verantwoordelijkheidstoedelingen niet zonder meertoekijken als er nog mensen in het pand aanwezig zijn of als daarvoor tenminste een sterkvermoeden bestaat.Voorstel herziening doormelding op basis van project NUT gebouwen met logiesfunctieTabel 3 Voorstel herziening doormelding op basis van het project NUT (terugdringen vannodeloze uitrukken) 23 mei 201137(het uiteindelijke!) voorstel herziening doormelding op basis van het project NUT(terugdringen van nodeloze uitrukken) Grenswaarden groter dan (m2) gebruiksfunctie vlakte van de Gebruiksopper- dan (m) meetniveau hoger gemeten boven het de gebruiksfunctie Hoogste vloer van (n) functie groter dan van de gebruiks- Aantal bouwlagen NEN 2535 bewaking volgens Omvang van de volgens NEN 2535 Doormelding7 logiesfunctie Logiesfunctie 250 -- 3 Volledig -- Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met 500 -- - Gedeeltelijk -- 500 -- 1 Volledig --Voor één gebruikscategorie heeft de NVBR een voorbehoud gemaakt, de kleinere hotelszonder 24-uurs bewaking. Scherjon: "Het afschaffen van de doormelding bij deze objecten isop dit moment nog niet verstandig, omdat de eigen verantwoordelijkheid nog onvoldoendeis verankerd in het denken en handelen van de hotelgasten. Daar zal de komende jareneerst aan moeten worden gewerkt." De NVBR heeft met het ministerie van BZK over deze logiesfunctie37 Nodeloze uitrukken terugdringen (NUT), (23 mei 2011) onderzoek naar de consequenties naar het voorstelherziening doormelding in het bouwbesluit 2012, bijlage 1. 37
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenobjecten overlegd om bijvoorbeeld een overgangsperiode in het Bouwbesluit op te nemen."Wij denken aan een periode van drie jaar, waarbinnen de branche kan werken aan hetbrandveiligheidsbewustzijn bij hotelgasten. De brandweer zal deze periode dan benutten omzich voor te bereiden op wat de wetswijziging betekent voor de afwegingen die debrandweer tijdens een inzet bij deze hotels moet maken", aldus Scherjon.Conclusies vanuit project NUTDe conclusie vanuit het project ‘nodeloze uitrukken terugdringen’ is dan ook dat hetachterwege laten van de doormelding bij hotels zonder 24-uurs aanwezigheid vanverantwoordelijk personeel nog een te groot risico is, zolang de eigen verantwoordelijkheidonvoldoende is verankerd in het denken en handelen van de hotelgasten. Dit doet niets afaan het feit dat de eigenaar verantwoordelijk is en blijft voor de brandveiligheid. Hetafschaffen van de doormelding op een later moment en voor die tijd investeren in de eigenverantwoordelijkheid lijkt echter op dit ogenblik de meest verstandige optie. Bij beschouwingvan de mogelijke consequenties blijkt dat er uit repressief oogmerk, met uitzondering vanhotels zonder 24-uurs bewaking, geen bezwaren bestaan tegen afschaffing van de directedoormelding conform het voorstel van het ministerie van BZK.Soms worden bedrijven op dit ogenblik ook al om andere redenen door particulierealarmcentrales geadviseerd in de toekomst naar hen door te melden. Bijvoorbeeld met hetargument dat zonder een doormelding de investering in de (dure) brandmeldinstallatie voorniets is geweest. Dit is geen valide advies, omdat de brandmeldinstallatie er primair is om inhet pand brand te melden en een snelle ontruiming mogelijk te maken. Als er valide redenenzijn, is er uiteraard geen enkel bezwaar als een brandmeldinstallatie doormeldt naar eenparticuliere alarmcentrale. De brandweer zal echter niet (meer) accepteren dat eenmelding die bij een particuliere alarmcentrale binnenkomt zonder deugdelijke verificatiewordt doorgezet naar de brandweer. In samenwerking met de brandweer zullen departiculiere alarmcentrales een sluitend systeem van verificatie moeten ontwikkelen. Juridischis dit door de brandweer ook afdwingbaar.Aanbevelingen vanuit het project ‘nodeloze uitrukken terugdringen’ (NUT)- Adviseer het ministerie van BZK om op dit ogenblik nog niet over te gaan tot afschaffing vande directe doormelding bij hotels zonder 24-uursbezetting, zolang de eigenverantwoordelijkheid onvoldoende is verankerd in het denken en handelen van hotelgasten- Adviseer het ministerie van BZK om actief te investeren in verbetering van de eigen Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metverantwoordelijkheid en de zelfredzaamheid bij hotels zonder 24-uursbezetting logiesfunctieFiguur 19 Totaaloverzicht huidige en gewenste situatie project NUT 38
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenVisie van de brandweer op brandveiligheid38De brandweervisie op brandveiligheid is gebaseerd op vier pijlers: 1. risicobenadering 2. doelgroepenbenadering 3. eigen verantwoordelijkheid 4. doelkwantificeringDe voorgestelde wijziging van het Gebruiksbesluit is een naadloze invulling van de gevolgenvan de eerste drie pijlers. Doelkwantificering heeft geen directe relatie met het directdoormelden van brand. De ‘Visie op brandveiligheid’ bevat de koers voor de komende jarenen is daarmee richtinggevend voor de eventuele aanpassingen binnen het systeem vanbrandveiligheid. Deze visie is niet van de ene op de andere dag werkelijkheid. Het is eeneerste aanzet, op basis waarvan diverse hulpmiddelen en instrumenten de komende jarenverder onderzocht en uitgewerkt moeten worden. De verdeling van verantwoordelijkhedenen de uitgangspunten voor regelgeving hangen nauw met elkaar samen. Deverantwoordelijkheid van de overheid en de daarmee samenhangende regelgeving richtenzich op de veiligheid van bewoners.Een pand veilig kunnen verlaten is een basisprincipe en houdt in dat mensen ook eengevaarlijke plek (een bouwwerk) tijdig kunnen verlaten. De brandveiligheidsmaatregelenhangen daarnaast nauw samen met de risicos van het specifieke bouwwerk. De regelgevingis aldus gericht op het waarborgen van een minimale sterkte van de constructie van hetbouwwerk met inachtneming van de specifieke risicos. De brandschade aan het pand iseen verantwoordelijkheid van de eigenaar van het gebouw.Arbowet39Bedrijven en instellingen van een bepaalde omvang dienen op grond van de Arbowet eenbedrijfshulpverlening te organiseren. Weliswaar is deze verplichting niet direct gerelateerdaan de meer algemene zorgplicht die hiervoor aan de orde was. Hiermee wordt bedoelddat bedrijven of instellingen met een BHV worden geacht een zwaardereverantwoordelijkheid te kunnen dragen waar het gaat om de inschatting van risico´s endergelijke.De uit de Arbowet voortvloeiende verplichtingen onderstrepen het idee van een eigenverantwoordelijkheid in deze van rechtspersonen. Het organiseren van bedrijfshulpverlening isimmers een verantwoordelijkheid van bedrijven en organisaties zelf. Dit blijkt uit de vigerende Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metregelgeving die verstrekkend is. De basisverplichting van de werkgever om te voorzien in debeperking van allerlei risicos berust op art. 3 lid 1e van de Arbowet: Doeltreffendemaatregelen worden getroffen op het gebied van de eerste hulp bij ongevallen, debrandbestrijding en de evacuatie van werknemers en andere aanwezige personen, endoeltreffende verbindingen worden onderhouden met de desbetreffende externehulpverleningsorganisaties.De specifieke verplichting van werkgevers om BHVers in de arm te nemen staat in deArbowet: De werkgever laat zich ten aanzien van de naleving van zijn verplichtingen opgrond van artikel 3, eerste lid, onder e, van deze wet bijstaan door een of meer werknemersdie door hem zijn aangewezen als bedrijfshulpverleners. Het verlenen van de bijstand houdtin elk geval in: het verlenen van eerste hulp bij ongevallen. Het beperken en het bestrijdenvan brand en het beperken van de gevolgen van ongevallen. Het in noodsituaties alarmerenen evacueren van alle werknemers en andere personen in het bedrijf of de inrichting. Debedrijfshulpverleners beschikken over een zodanige opleiding en uitrusting, zijn zodanig in logiesfunctie38 NVBR: De brandweer overmorgen: (2010) Strategische Reis als basis voor vernieuwing, pagina 2239 http://www.arboportaal.nl/onderwerpen/arbowet--en--regelgeving datum raadplegen 15 augustus 2011 39
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenaantal en zodanig georganiseerd dat zij de in het tweede lid genoemde taken naar behorenkunnen vervullen.’Gerelateerd aan de inzet van BHVers, moet de werkgever ook een Risico-inventarisatie en -evaluatie opstellen. Dat houdt in dat de gevaren die een bedrijf en zijn arbeiders lopenmoeten worden beschreven en dat maatregelen moeten worden opgenomen om dieproblemen te ondervangen. (zie Arbowet, art. 5 en Arbobesluit, art. 1.36.2 en titel 2.5).Bedrijven moeten op basis van beleidsregels NEN 4000 en hun eigen RIE-document een BHV-plan vaststellen. Uit een en ander valt af te leiden dat bedrijven en instellingen eenvergaande eigen verantwoordelijkheid hebben om zorg te dragen voor de veiligheid vanpersoneel (en gebouwen). Dat valt overigens ook af te leiden uit het feit dat de opleiding enkwaliteitsbewaking eveneens een aangelegenheid is van het bedrijf of de instelling zelf.Confrontatie nut en noodzaak van brandveilig ondernemen als waardecreatie voorbedrijven met logiesfunctie. De formele basis en kaders vanuit waardecreatie perspectief = Noodzakelijke toepassing = Nuttig / wenselijke toepassing = Waardecreatie = Onderbouwing nut van de waardecreatie BVO Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metFiguur 20 Formele basis en kaders in relatie tot nut en noodzaak40 logiesfunctie40 Maranus, A.W., (2011) Scriptie bedrijfskundig risicomanagement & Strategische Reis Brandweer. 40
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenConclusie: civielrechtelijk is een en ander relevant, omdat daaruit valt af te leiden datbedrijven en instellingen een eigen verantwoordelijkheid dragen als het gaat om hetbeperken en bestrijden van brand.Deelvragen begripsvorming 1. Wat zijn de relevante formele basis en kaders en wat betekent dit voor de bedrijven met logiesfunctie? Zie figuur 19. 2. Wat is brandveiligheid en wat is het belang van brandveiligheid voor de bedrijven met logiesfunctie? Zie in de tekst van de deelconclusie.Analyse hoofdstuk 2.1 en behandeling deelvragenHet bepalen van een visie en strategie kan niet zonder toekomstgericht denken enhandelen. Er zijn methoden om dit te ondersteunen. Uiteraard gaat het dan omtrendanalyses, prognoses, dreigingsanalyses, en risicoanalyses. Risicoanalyse wordt gezien alsde som van dreigings-, probabiliteit-, en impactanalyses.Ook wordt gebruik gemaakt van scenariodenken, wil men niet alleen de toekomstondergaan (future policing), maar ook de toekomst beïnvloeden (policing the future). Ditlaatste kan door het vermijden van ongewenste en niet aanvaarde strategieën, tactieken entechnieken, en anderzijds ook door het cultiveren van zo realistisch mogelijke verwachtingen.Daar hoort bij het oordeelkundig adviseren van de overheid en de wetgever. Inayatullah(2007) maakt hierbij het onderscheid tussen een mogelijke, een waarschijnlijke en eengewenste toekomst.41 De kunst is ook om de driehoek (on-)veiligheid, rechten van de mensen beveiliging in evenwicht te houden. REGULATION Highly regulated Big brother symphony Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met SOCIETY Exclusion Inclusion CONSTRUCT Jungle Utopia UnregulatedFiguur 21 Pearls in policing, politieacademie 200842Deelvraag 2. Qua risicobenadering wordt de brandveiligheid primair bezien vanuit de risicosvan het gebouw, het gebruik en de organisatie. In de visie over brandveiligheid worden logiesfunctie41 Inayatullah, S., (2007) Questioning the future: methods and tools for organizational and societal transformation,Taipe: Tamkin University, blz 24042 Bruggeman, W., (2011) The boundaries and the future of technological control: technological control has its limitson ethical grounds, but also from a social control point of view. 41
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenprioriteiten gesteld met betrekking tot de inspanningen van de overheid. De interventie zalzich vooral richten op groepen personen die van anderen afhankelijk zijn voor hunbrandveiligheid, zoals minder zelfredzamen en mensen die de risicos van brand niet ofonvoldoende kunnen inschatten. Het gaat hierbij om die situaties die het meest risicovol zijndoor aanwezigheid van groepen mensen, zoals scholen, zorggebouwen en celgebouwen,en die gevallen waar op dit moment de meeste slachtoffers vallen, in woningen enwoongebouwen.In de visie van de overheid is er veel aandacht voor de gewenste verdeling van deverantwoordelijkheid en het verhogen van het veiligheidsbewustzijn. De introductie van eenrisicobenadering is een belangrijk element dat vooral van betekenis is voor het andersomgaan met wet- en regelgeving. De visie van de overheid op de brandveiligheid heeftbetrekking op de verantwoordelijkheidsverdeling, primaire doelgroepen vooroverheidsinterventie, de maatschappelijke acceptatie van brand, bekendheid enuitvoerbaarheid van voorschriften en de doelen die de overheid stelt bij de ontwikkeling ophet gebied van brandveiligheidsbeleid (risicobenadering en doelkwantificering). Uit destudies naar aanleiding van incidenten blijkt dat de verantwoordelijkheidsverdeling en hetveiligheidsbewustzijn bij de diverse partijen onvoldoende duidelijk zijn. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie 42
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenHoofdstuk 2.2 Literatuuronderzoek ten aanzien van risicomanagementHoofdstuk 2.2 Fase 2 Literatuur- Literatuuronderzoek ten aanzien van(Fase 2.2) onderzoek risicomanagementIn dit hoofdstuk worden de deelvragen ten aanzien van risicomanagement behandeld enbeantwoord vanuit de eerder bepaalde optiek. Risicomanagement wordt verder uitgewerktaan de hand van de risicomanagementmodellen. Als laatste worden risico’s en onzekerheidverder uitgewerkt.De volgende deelvragen aangaande risicomanagement worden in dit hoofdstukbehandeld: 3. Wat is risicomanagement en op welke wijze biedt risicomanagement meerwaarde bij ondernemen in het kader van brandveiligheid? (‘best practice’) 4. Welke relevante risicomanagementmodellen zijn er en welk model biedt de ondernemer toegevoegde waarde in het kader van brandveilig ondernemen?Definitie risicomanagement: risicomanagement is het identificeren en kwantificeren vanrisicos en het vaststellen van beheersmaatregelen. De risicomanagementcyclus43 omvatanalyse - ontwikkelen - implementeren – monitoren. Met beheersmaatregelen wordenactiviteiten bedoeld waarmee de kans van optreden of de gevolgen van risicos wordenbeïnvloed. Risico wordt vaak als volgt gedefinieerd: risico = kans x gevolg.44 Volgens Peter L.Bernstein (1998)45 is risicomangement: ‘The capacity to manage risk, and with the appetite totake risk and make forward-looking choices, are key elements of the energy that drives theeconomic system forward.’ De risicomitigerende maatregelen zijn: • het risico accepteren • het risico verminderen • het risico vermijden • het risico overdragen (oftewel verzekeren).RisicomanagementmodellenDe beschrijving van een ‘standaard’ welke vervolgens generiek toepasbaar is, blijkt nietcorrect. Een ‘standaard’ is als een basisvariant, die op zich overal toepasbaar is maardaarnaast zal er per specifieke onderneming dito aanpassingen nodig zijn. Die flexibiliteitmoet juist aanwezig zijn binnen de te hanteren ‘standaard’. Raamwerk is een meer Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metalgemene en betere vertaling van ‘framework’.Engels Nederlands‘framework’armature, brace, cramp-iron, framework, formwork, shuttering anker armatuurcadre, frame, framework, box, context, level, official, parameters omlijsting kader lijst raamIn het volgende gedeelte worden drie risicomanagementmodellen tegen het lichtgehouden, ISO 31000, ASNZ4360 en COSO. logiesfunctie43 Lesstof risicomanagement, Haagse Hoge School (2010)44 Lesstof risicomanagement, Haagse Hoge School (2010)45 Peter L. Bernstein, (1998) Against the gods, the remarkable story of risk, John Wiley & Sons, Inc. 43
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenDe AS/NZS 4360 is een belangrijk uitgangspunt voor de ISO 31000. Dit blijkt onder andere uithet feit dat ISO 31000 hetzelfde risicomanagementproces heeft als AS/NZS 4360. Dedeelnemers aan de opzet van ISO 31000 kwamen dan ook uit Japan en Australië. Eenverschil is dat de AS/NZS 4360 vooral het risicomanagementproces beschrijft, terwijl ISO 31000,helder drie onderdelen onderscheidt: • principes voor risicomanagement • raamwerk voor risicomanagement • risicomanagementproces.Door de implementatie van ISO 31000 borgt dit een generieke opzet van risicomanagementin de organisatie, niet alleen het proces maar ook het framework. Dit blijkt met name uit deprincipes van ISO 31000: • risicomanagement draagt bij aan de verbetering van de organisatie en voegt waarde toe • risicomanagement is een integraal onderdeel van de besluitvormingsprocessen en vormt daarmee ook de basis voor keuzes • operationalisatie van de begrippen van het raamwerk en proces • het past bij de context van de organisatie en volgt de veranderingen • het is een systematisch proces dat gestructureerd en op gezette tijden plaatsvindt • het is transparant en houdt rekening met menselijke en culturele factoren.De ISO 31000 is in tegenstelling tot AS/NZS 4360 geen managementsysteemnorm, maar eenframework. Dit blijkt uit de beoogde reikwijdte van ISO 31000, zijnde alle typen risico’s op alledenkbare niveaus van een organisatie. Van arbo-risico’s verbonden aan een bepaaldemachine tot strategische risico’s op concernniveau. Volgens de ISO 31000 isrisicomanagement erop gericht goed inzicht te krijgen in de componenten van risico’s enmaatregelen te treffen om de negatieve gevolgen tegen te gaan en de kansen optimaal tebenutten. ISO 31000 is een framework, omdat de opstellers ervan uitgaan dat het geen nutheeft risicoprofielen op te stellen als de verschillende gebruikers van elkaar niet weten welkerisico’s men loopt. Peter L. Bernstein (1998)46 benoemd dit als volgt: “Uncertainty is scary. Hardas we try to behave rationally, our emotions often push us to seek shelter from unpleasentsurprises.”De cyclische processen van de verschillende componenten van ISO 31000 vertonen veelovereenstemming met de structuur en de organisatie van ‘ISO-managementsystemen’.Andere gerelateerde ISO normen van het managen van risico’s zijn: Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met • ISO 14021 machineveiligheid • ISO 14971 medische hulpmiddelen • ISO 17776 offshore installaties • IEC 62198 risico’s in projecten • ISO 9001 kwaliteitsmanagement • ISO 14001 milieumanagementDeze bieden organisaties een kader voor het managen van bepaalde type risico’s, ook alwordt dat in die normen niet expliciet benoemd. Vanwege bovenstaande overeenkomstentussen AS/NZS 4360 en ISO 31000 wordt de verdere vergelijking voortgezet tussen COSO ERMen ISO 31000.Vergelijking COSO ERM en ISO 31000Als COSO ERM en ISO 31000 nader onderzocht worden op verschillen, wordt duidelijk datbeide benaderingen voordelen en nadelen opleveren. Het blijkt dat de essentie van ISO31000 en COSO ERM overeenkomt. Met essentie wordt bedoeld dat zowel COSO ERM als ISO31000 integraal risicomanagement willen bewerkstelligen. logiesfunctie46 Peter L. Bernstein, Against the gods, the remarkable story of risk (1998), John Wiley & Sons, Inc. 44
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenTabel 4 vergelijking tussen COSO ERM en ISO 31000 Element COSO ERM ISO 31000 Volledigheid ++ +++ Generieke toepasbaarheid ++ +++ in organisaties Bruikbaarheid + ++ Integratie in bedrijfsvoering ++ +++ Extern onderzoek / +/- - beoordelingZowel de COSO ERM als de ISO 31000 bieden bruikbare ondersteuning om integraalrisicomanagement te implementeren. Beide standaarden bieden een standaard voor demeest belangrijke aspecten van een uitgebreid risicomanagementsysteem. Beide systemenkunnen organisaties helpen om de potentiële voordelen van het implementeren vanintegraal risicomanagement te realiseren.Algemeen samenvattend ten aanzien van risicomanagementmodellenISO 31000 biedt de mogelijkheid om risicomanagement gefragmenteerd en gefaseerd in tevoeren. Dit komt de noodzakelijke cultuurverandering ten goede. Risicomanagement is geendoel op zich maar een middel tot een doel. Door medewerkers te betrekken in hetdoormaken van het proces raken de medewerkers betrokken. Het proces dient er juist voorte zorgen dat de risico’s zo objectief mogelijk worden benaderd. Enige mate vansubjectiviteit blijft altijd bestaan. Daarbij is uiteraard de voorbeeldfunctie van managersbelangrijk. Kernelementen zijn: • eigendomsgevoel risicomanagement • samenwerken om doelen te bereiken • betrokkenheid bij het tot stand komen en in stand houden van risicomanagement Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met • bewustwording belang risicomanagement • verantwoordelijk voelen voor risicomanagement • toewijding aan (deel) projecten van risicomanagementDoor menselijk falen zoals simpele fouten of vergissingen, kunnen beheersingsmaatregelen, aldan niet bewust, worden omzeild of terzijde geschoven. Deze beperkingen weerhouden deondernemer van absolute zekerheid ten aanzien van de realisatie van de organisatiedoelen.Ondernemers zouden beter door risicomanagers gewezen moeten worden op huninterpretatie van rapporten en wijzen van besluitvorming.Het is van essentieel belang dat iedereen de waarde van risicomanagement inziet; nietafrekenen op gemaakte fouten maar leren als organisatie en anticiperen op negatieve enpositieve risico’s. Prof.dr.ir. Johannes (Joop) I. M. Halman (2008) zegt hierover het volgende:“Risicomanagement gaat niet over het voorspellen van de toekomst, maar over beheersingvan risico’s door te kijken naar de toekomst.”De achtergronden van governance en onzekerheid in relatie tot risicomanagement logiesfunctieIn de beleidswetenschappen en politicologie wordt de term ‘governance’ gebruikt alsverwijzing naar processen waarin verschillende maatschappelijke spelers gezamenlijk totbeslissingen komen die collectief bindend zijn. In die lijn verwijst risico-‘governance’ naar de 45
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenverschillende manieren waarop maatschappelijke spelers, publiek en privaat, van individuentot instituties, omgaan met onzekere en omstreden risicovraagstukken. Met de term risico-‘governance’ wordt benadrukt dat niet alle risico’s simpel zijn, dat wil zeggen te berekenenals een functie van kans maal effect.Het ‘governance’ zet zich af tegen het klassieke idee dat het de overheid is die regeert enheerst. De term‘governance’ is dus in de eerste plaats een tegengeluid, met de bedoelingde aandacht te vestigen op de rol van andere partijen dan de traditionele overheid of demarkt. Het ‘governance’-perspectief vraagt daarmee ook aandacht voor interacties die nietgestoeld zijn op hiërarchische of economische machtsprincipes en –monopolies. Het‘governance’-perspectief benadrukt de diversiteit aan partijen, die ook nog eensverschillende rollen kunnen hebben, de veelheid aan relaties die actoren met elkaaronderhouden, en allerhande netwerken. Dit tegengeluid heeft zoveel aanhang gekregendat zelfs gesproken wordt over de ‘governance’-turn in beleidswetenschappen, eenomwenteling in de manier van denken.Volgens critici is ‘governance’ slechts een modewoord; er is nauwelijks consensus over wathet betekent of over hoe het toe te passen. Desalniettemin, of misschien juist omdat het opdiverse wijzen kan worden uitgelegd, heeft het begrip ‘governance’ aantrekkingskracht,zowel bij wetenschappers als in de praktijk. Het begrip is inmiddels in diverse domeineningeburgerd, wat ook blijkt uit samenstellingen zoals ‘corporate governance’ inmanagementliteratuur en ‘good governance’ in wereldbankjargon. In risico-‘governance’staat juist het proactief omgaan met onzekerheid voorop.Risico governance; omgaan met onzekerheidDe term ‘risico-governance’ kwam rond de eeuwwisseling op. Het is nu een aanduiding vooreen interdisciplinair onderzoeksveld, waarin kennis wordt toegepast en geïntegreerd uitonder andere de sociologie, psychologie, filosofie, beleidswetenschappen,rechtswetenschap, diverse interdisciplines en zeker ook uit de technische wetenschappen,milieuwetenschappen, en disciplines die zich bezighouden met gezondheid en ziekte.Volgens Marjolein van Asselt (2007)47 is de term ‘risico-governance’ als volgt op te vatten: "Deinterdisciplinaire studie van maatschappelijke risicovraagstukken en in het bijzonder vanonzekere en omstreden risico’s."Onzekere en omstreden risicovraagstukken Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metOnzekere en omstreden risico’s zijn anders dan zogenaamde simpele risico’s, omdat het nietgaat om gevaren die we uit het verleden kennen, maar om gevaren die zich mogelijk in detoekomst zouden kunnen voordoen. De term onzekere risico’s is vaak bekritiseerd. Alle risico’szijn tenslotte onzeker; de term ‘risico’ wordt juist gebruikt om te signaleren dat er een kans isdat zich iets negatief zal voordoen. Een kans is per definitie geen zekerheid, maar eenmogelijkheid. Onzeker risico is dus een tautologie. logiesfunctie47 Asselt, van, M.B.A., (2007) Risk governance; Over omgaan met onzekerheid en mogelijke toekomsten, oratieuniversiteit Maastricht. 46
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen onnauwkeurigheid Gebrek aanNatuurlijke (ontologisch) Onzekerheid t.g.v variabiliteit kennis (epistemologisch) Onzekerheid door beperkte observaties/ Meetbarevariabiliteit metingen onzekerheidVariabiliteit in Praktischmenselijk gedrag onmeetbaar Tegengesteld bewijsMaatschappelijkevariabiliteit Reduceerbare onwetendheid Radicale onzekerheidTechnologische Ongedetermineerdverrassingen Niet-reduceerbare onwetendheid Ambiguïteit Figuur 22 Typologie van bronnen van onzekerheid, diverse publicaties Onzekerheid wordt vaak als een containerbegrip gebruikt. De figuur is bedoeld om een raamwerk te bieden dat gebruikt kan worden om meer genuanceerd over onzekerheid te communiceren en dat kan helpen in het opsporen van onzekerheid. Onzekerheid betekent namelijk niet dat experts niets weten. Onzekerheidsinformatie verwijst naar kennis van experts, die vaak niet voor het voetlicht komt, ook omdat wetenschappers niet gewend zijn dergelijke Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met informatie te communiceren. Inzicht in verschillende bronnen van onzekerheid zou kunnen helpen om die communicatie te vergemakkelijken. ‘Onzekere risico’s’ De voorkeur voor de term ‘onzekere risico’s’ is ook ingegeven door een theoretisch debat. In navolging van het onderscheid dat de econoom Knight (1920) maakt, wordt vaak gesteld dat risico en onzekerheid twee verschillende zaken zijn. Risico wordt dan neergezet als iets dat met behulp van statistiek uit te rekenen is. Die zienswijze is problematisch als het gaat om onzekere en omstreden risicovraagstukken. Risico wordt vaak uitgedrukt als het product van kans en effect, maar de angel in risicocontroverses is dat kans en effect nu juist niet te berekenen zijn,48 bijvoorbeeld omdat er geen ervaringen mee zijn, wat bij technologische innovaties per definitie wel het geval is of omdat de maatschappelijke percepties van baten, schade en kansen erg uiteenlopen. Risico= kans x effect, maar vanwege onzekerheid over de mogelijkheid, laat staan de waarschijnlijkheid, van effecten hebben we te maken met onbekende variabelen. Dus risico =???. logiesfunctie 48 Asselt, van, M.B.A., (2007) Risk governance; over omgaan met onzekerheid en mogelijke toekomsten, oratie universiteit Maastricht. 47
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenHet is een kwestie van wikken en wegen tussen de (onzekere) voordelen en de (onzekere)nadelen. De klassieke, op Knight geïnspireerde definitie van risico biedt beleidsmakers enpolitici de mogelijkheid om vraagstukken op het bord van experts te leggen, zonder zelfverantwoordelijkheid te nemen. Aan de experts wordt gevraagd om te bepalen of er eenrisico is, maar dat kunnen ze juist niet (altijd). Er ontstaan soms de meest absurde situaties. Inde zogenaamde Pfizer-case (over het gebruik van een bepaald antibioticum in diervoeding)stelden experts in hun opinie tegenover de Europese Commissie dat er te veel onzekerheidwas om een risico-assessment te kunnen doen. Procedurele afspraken vereisten echter eenrisico-assessment.‘Onzekere risico’s’ en ‘risico-governance’In ‘risico-governance’ staat het omgaan met onzekere en omstreden risico’s centraal;vraagstukken waarover maatschappelijke discussie is, die (mede) geworteld is in zorg overdenkbare toekomstige schade of verlies en waarover de wetenschap geen uitsluitsel kanbieden. De onzekerheid is zo groot, dat wetenschappers niet kunnen bewijzen dat we risicolopen, maar die mogelijkheid kan ook niet worden uitgesloten. Ten aanzien van deze thesiswordt met bovenstaande beschrijving kanttekingen geplaatst aan de suggestie dat allesonder controle gebracht kan worden door risicomanagement.Deelvragen risicomanagement: 3. Wat is risicomanagement en op welke wijze biedt risicomanagement meerwaarde bij ondernemen in het kader van brandveiligheid? (‘best practice’) 4. Welke relevante risicomanagementmodellen zijn er en welk model biedt de ondernemer toegevoegde waarde in het kader van brandveilig ondernemen?Analyse hoofdstuk 2.2 aan de hand van de deelvragenDeelvraag 3. Door menselijk falen zoals simpele fouten of vergissingen, kunnenbeheersingsmaatregelen al dan niet bewust worden omzeild of terzijde geschoven. Dezebeperkingen weerhouden de ondernemer van absolute zekerheid ten aanzien van derealisatie van de organisatiedoelen. Ondernemers zouden beter door risicomanagersmoeten worden gewezen op hun interpretatie van rapporten en wijzen van besluitvorming.Luisteren en aanmoedigen van afwijkende of een andere uitgesproken mening is een middelom een organisatie ‘wakker te schudden’. Risicomanagement biedt inzicht in de risico´s tenaanzien van de continuïteit van het bedrijf in het kader van brandveiligheid. De belangrijksteboodschap die ingebakken zit in het denken in termen van ‘risico-governance’ is de Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metvolgende: ‘Bij maatschappelijke risicocontroversen draait het uiteindelijk altijd om heterkennen van, en omgaan met, onzekerheid.’49Deelvraag 4. ISO 31000 is een relevant risicomanagementmodel en biedt de ondernemertoegevoegde waarde in het kader van brandveilig ondernemen. logiesfunctie49 Asselt, van, M.B.A., (2007) Risk governance; over omgaan met onzekerheid en mogelijke toekomsten, oratieuniversiteit Maastricht. 48
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenHoofdstuk 2.3 Literatuuronderzoek ten aanzien van brandveilig ondernemenHoofdstuk 2.3 Fase 2 Literatuur- Literatuuronderzoek ten aanzien van(Fase 2.3) onderzoek brandveilig ondernemenIn dit hoofdstuk wordt het literatuuronderzoek van brandveilig ondernemen beschreven.Ondernemen en brandveilig ondernemen worden verder uitgewerkt aan de hand van deoptiek met behulp van diverse invalshoeken van risicomanagement. Uiteindelijk blijkt decultuur ten aanzien van risicomanagement een cruciale rol te spelen.De volgende deelvragen aangaande brandveilig ondernemen worden in dit hoofdstukbehandeld: 5. Welke wijze van risicomanagement binnen ondernemen biedt de beste basis voor het brandveilig ondernemen? 6. Wat is brandveilig ondernemen en op welke wijze kan dit het beste vormgegeven worden? (‘best practice’)Definitie ondernemer: een ondernemer is een persoon die iets onderneemt, en daarmee eenof andere maatschappelijke bijdrage levert.50 Richard Cantillon (1680–May 1734), economisten auteur van ‘Essai sur la Nature du Commerce en Général’ schrijft hierover: ‘Anentrepreneur is a person who has possession of a (new) enterprise, venture or idea, and isaccountable for the inherent risks and the outcome of a product.’Ondernemerschaprisico’sHet wezenlijke kenmerk van het ondernemerschap is dat iemand ondernemer wordt opeigen risico, het ondernemersrisico. Als het goed gaat, plukt hij de vruchten van het doorhem opgezette bedrijf, en als het niet goed gaat, loopt hij het risico dat zijn bedrijf ten ondergaat, soms door een faillissement. Er zijn in de praktijk juridische constructies te bedenkenwaarmee de ondernemer zijn risico kan verkleinen teneinde niet zijn gehele vermogen in dewaagschaal te stellen.Risicobepaling in het kader van brandveiligheidIn goede tijden worden risico’s gemakkelijk vergeten. Optimisme is alom aanwezig als demarkt aantrekt en er winst wordt gemaakt. Er wordt gewerkt aan groei en gezocht naarmogelijkheden voor schaalvergroting. In zulke gevallen lijkt er een mooie toekomst Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metweggelegd. Robert Simons zegt hierover: "Succes brings profits, growth, and unboundedoptimism. But it also has a way of blinding executives to the many organizational dangersthat creep in at the same time. How much internal risk is hiding within your company?”51 Juistin goede tijden moeten ondernemers oplettend zijn aangaande onvermijdelijke gevolgenvan risico’s. Dat is de paradox van succes. Uiteraard zijn niet alle risico’s negatief, sterkeondernemers moeten risico’s lopen om vooruitgang te boeken. Ondernemers moeten echteraltijd bedacht zijn op de risico’s die op de loer liggen. De vraag is hoe de risico’s nader zijn tebepalen.In het volgende deel van de thesis worden drie invalshoeken van risicomanagement inrelatie tot ondernemen beschreven. 1. De riskcalculator’ van Robert Simons. 2. ‘Risicomanagement als waardecreatie’ van James Lam. 3. ‘Risicomanagement, calculerende culturen binnen ondernemingen’ van Anette Mikes logiesfunctie50 Lesstof risicomanagement, Haagse Hoge School (2010)51 Simons. R., (1999), How risky is your company? Havard Business Revieuw, blz 1, www.hbr.org. 49
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenDe Riskcalculator (Simons, 1999)52De heer Robert Simons heeft in de loop van de jaren een zogenaamde ‘Risk exposurecalculator’ ontwikkeld. Deze laat de belangrijke knelpunten zien aangaande risico’s in elkeorganisatie. Een lage score is niet per definitie een goed teken. ‘Nothing ventured is nothinggained.’ Een te hoge score daarentegen kan op veel punten een nadrukkelijk signaal zijn,dat de organisatie wordt blootgesteld aan te veel risico’s. Het is dan noodzakelijk om actie teondernemen. De resultaten van de calculator zijn richtinggevend en niet zozeer eenprecieze indicatie van de significante knelpunten. Het laat de ondernemingen zien in welkezone de organisatie opereert, ofwel de ‘Risklevel’: -safety, -caution, -danger zone. Hierop kande strategie worden aangepast.De calculator wordt gebruikt en is getest door honderden verschillende soorten organisaties.Het gegeven dat de knelpunten bekend zijn na het gebruik van de calculator kan mogelijkworden ervaren als oncomfortabel. Echter, als de parameters of knelpunten ten aanzien vande risico’s bekend zijn, kan er worden gestuurd, niet eerder. Aanpassing van de strategie is enblijft altijd de keuze van de ondernemer zelf.Verschillende personen binnen een organisatie kunnen de calculator invullen. Vervolgenskunnen de resultaten vergeleken worden. Meestal zijn de mensen op de werkvloer het bestop de hoogte van de significante risico’s en de risicoknelpunten. Als een bepaalde afdelingof persoon andere of veel hogere scores heeft, is het hoognodig om de oorzaak ervan teachterhalen. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metFiguur 23 Riskcalculator53Het is de bedoeling de ‘Riskcalculator’ in een nader te bepalen regelmaat in te vullen.Daardoor blijft de organisatie ‘on track’ ten aanzien van de risico’s en mogelijk bepaaldekritische punten.Een soortgelijke ‘Riskcalculator’ voor brandveilig ondernemen is ook op internetbeschikbaar.54 Deze calculator is slechts een element in het brandveilig ondernemen. logiesfunctie52 Simons. R., (1999), How risky is your company? Havard Business Revieuw, blz 4, www.hbr.org.53 Simons. R., (1999), How risky is your company? Havard Business Revieuw, blz 454http://www.veiligheid.nl/csi/chklst.nsf/cl?readform&show=Checklist%20Brandveilig%20Ondernemen 50
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenOnderhavige thesis en met name het (ontwerp)beleid brandveilig ondernemen geeft aanhoe brandveilig ondernemen moet worden vormgegeven en hoe de ‘Riskcalculator’ daarinpast.Risicomanagement als waardecreatie (James Lam, 2007)55Risicomanagement volgens James Lam gaat over ‘operational risk management’(ORM). Hetbetreft een stuk over: ‘Beyond compliance, to value creation’. Met andere woorden, ORM isgeen ‘nice to have’, maar een ‘need to do’ middel om organisaties stabiel te latenopereren. Uiteraard geldt dit voor alle ondernemingen, ongeacht grootte of soort product.De ‘paper’ behelst een drietal zaken: 1. Value proposition for ORM, including key empirical research studies that clearly show how improvements in governance, risk, and compliance processes lead to better financial and shareholder value performance. 2. The ORM Maturity Model, which provides activity-based benchmarks for ORM development through four key stages. Stage I: Foundation Setting, Stage II: Regulatory and Policy Compliance, Stage III: Integration and Rationalization, Stage IV: Business Value Creation. 3. Roadmap to an Effective ORM Program, including key strategies on how companies can leverage their ORM programs to realize business value at each stage of the ORM Maturity Model.ORM Maturity ModelORM biedt toegevoegde waarde voor organisaties; een bankier: “With earnings pressure,corporate and business executives are losing patience with ORM activities. We must have acompelling story and strategy to add value to them, but we are not there yet.”Hoe geven organisaties ORM vorm? ORM is uniek en specifiek voor iedere organisatie, er zijnechter overeenkomende stappen die voor iedere organisatie gelijk is. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metFiguur 24 ORM Maturity Model logiesfunctie55Lam. J. (James), (2007), Operational Risk Management — Beyond Compliance to Value Creation, James Lam &Associates, Inc, Waltham. http://www.jameslam.com/media/OpenPages%20ORM%20White%20Paper_June%202007.pdf 51
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenElke fase in het ORM Maturity Model behelst een specifieke vraag: Stage I: Foundation Setting. How should we get organized to manage operational risks? Stage II: Regulatory and Policy Compliance. Are we in compliance with major regulations and company policies? Stage III: Integration and Rationalization. How can we become more efficient (“doing things right”) in our ORM activities? Stage IV: Business Value Creation. How can we become more effective (“doing the right things”) and create tangible business value through ORM?Roadmap to an Effective ORM ProgramHoe moeten organisaties hun ORM programma ontwikkelen? Iedere organisatie heeft uniekeuitdagingen en eisen. De aanbevelingen voor algemene implementatie en ‘best-practices’per fase zijn hieronder opgesomd:Stage I: Foundation Setting Recommendation #1: Develop an overall framework for ORM. Recommendation #2: Establish the ORM vision and business case. Recommendation #3: Develop an implementation plan.Stage II: Regulatory and Policy Compliance Recommendation #4: Implement deep-dive risk mitigation strategies. Recommendation #5: Develop an integrated ORM technology platform.Stage III: Integration and Rationalization Recommendation #6: Apply a top-down risk-based approach. Recommendation #7: Establish risk tolerance levels for ORM. Recommendation #8: Develop risk dashboard reportingStage IV: Business Value Creation Recommendation #9: Develop risk-based pricing for operational risk. Recommendation #10: Apply ORM to support business decision making.ORM — Downside RiskDe negatieve impact van een ineffectieve ORM kan gevonden worden door statistische enkwalitatieve analyses van organisaties die een enorme teruggang in marktwaarde hebbendoorlopen. De risicofactoren zijn de onderliggende oorzaken geweest. Er zijn drie essentiële Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metstudies naar uitgevoerd: (1) Deloitte Research (2005) analyzed stock price data among the Thomson Financial Global 1000 companies from 1994 to 2003. (2) The Corporate Executive Board (2005) also reported that non-financial risk factors have greater negative impact on stock price. The study indentified the top 20% of the Fortune 1000 companies that suffered the greatest market value decline from 1988 to 2002. (3) James Lam & Associates (2004) found that 76 companies within the S&P 500 had experienced a 30% or greater stock price decline in a one-month period from 1982 to 2003, relative to the S&P 500 Index.ORM — Upside RiskDe positieve impact van ORM kan worden gevonden door statistische analyses van derelatie tussen corporate performance en sound governance, risk, and compliance practices.Aangetoond is dat organisaties met stringent governance programma’s meer winstgevendzijn en een hogere marktwaarde hebben. Er zijn diverse studies naar uitgevoerd: logiesfunctie (1) Cheng and Wu (2005) and their research team at Institutional Shareholder Services examined the correlation between the ISS’ Corporate Governance Quotient 52
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen ratings and 16 financial performance metrics for more than 5,200 U.S. companies in the 2002-2004 period. (2) Brown and Caylor (2004) analyzed the relationship between corporate governance and company performance. They found that firms with better governance achieve better financial performance, including higher return on equit. (3) Cremers and Nair (2003) investigated how internal governance mechanisms interacted with external governance mechanisms. Based on equity prices from 1990 to 2001, they found that a portfolio with strong internal and external governance produced excess annualized returns of 8%. The same companies achieved 5.5% higher ROA (return on assets). (4) Gompers, Ishii, and Metrick (2003) constructed a “Governance Index” based on 24 governance rules to measure the level of shareholder rights at about 1,500 large firms. They found that during the 1990s, an investment strategy that bought firms with the strongest rights and short firms with the weakest rights would have earned excess annualized returns of 8.5% during that period.Risicomanagement, calculerende culturen binnen ondernemingen (Anette Mikes, 2008)56Enterprise risk management (ERM) wordt gepresenteerd als wijdverspreid middel dat wordtgebruikt door financiële instituten. Uitleg en zingeving aan deze ontwikkeling geven is eenuitdaging. Het rapport van Anette Mikes behandelt veldgebaseerde bewijsvoering over tweegrote banken in variaties van ERM. De casussen illustreren vier verschillenderisicomanagement types. In de behandelde casussen bepalen de bestuurlijke voorkeuren devorm van ERM. Met name de tot nu toe verwaarloosde bestanddelen zijn relevant; de fittussen Management Control Systemen (MCS) en de organisatiecontext, door decalculerende culturen. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metFiguur 25 The risk management mix - elements of explanation57Het rapport behandelt ook twee typen ERM modellen; ERM by the numbers en holistic ERM.Deze worden in deze thesis verder niet behandeld. In deze thesis gaat het met name om hetstuk over de calculerende culturen die Anette Mikes beschrijft: ‘I introduce the notion ofcalculative cultures, capturing senior managerial attitudes towards the use and limitations ofhighly analytical calculative practices in an organization. Distinguishing between calculativeidealism and calculative pragmatism, Power (2003.b and 2007).’ logiesfunctie56 Mikes, Anette, (June 1, 2008) Risk Management and Calculative Cultures: http://ssrn.com/abstract=1138636.57 Mikes, Anette, (June 1, 2008) Risk Management and Calculative Cultures, blz 9: http://ssrn.com/abstract=1138636. 53
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenEen belangrijke uitspraak van Anette Mikes58 ten aanzien van de zachte kant vanrisicomanagement: ”Most of the people doing strategy [and planning] don‘t understand risk.Most of the risk people don‘t understand strategy…//…. People who do strategy [andplanning] know they have to work out economic profit and they know they have to work outhow much risk is involved, but they are not very interested in it. They are more interested inincome and what is going to happen to the market place. They don‘t want to get involvedwith risk all the time. The risk people spend all this time on calculating how much risk theyhave got and they don‘t look at the bigger picture. Getting both sides to talk to each other isthe hard part.”De vergelijking en het bekritiseren van ‘De riskcalculator’ (Simons, 1999) ten opzichte vanRisicomanagement, als waardecreatie (ORM) (James Lam, 2007): De ‘Riskcalculator’ is een middel om significante knelpunten te signaleren, het ORM model is een middel om risicomanagement in de ondernemingsstrategie te borgen om uiteindelijk waarde te creëren.De vergelijking en het bekritiseren van Risicomanagement als waardecreatie (James Lam,2007) ten opzichte van Risicomanagement, calculerende culturen binnen ondernemingen(Anette Mikes, 2008): Het ORM model is een middel om risicomanagement in de ondernemingsstrategie te borgen om uiteindelijk waarde te creëren. Risicomanagement en calculerende culturen binnen ondernemingen legt het verband tussen Management Control Systemen (MCS) en de organisatiecontext.Op basis van bovenstaande vergelijkingen blijkt dat cultuur de kritische risicofactor is. Eenverdiepend literatuuronderzoek is uitgevoerd naar de zachte kant van risicomanagement. Inhet volgende gedeelte wordt de zachte kant van risicomanagement verder uitgewerkt. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie58 Mikes, Anette, (June 1, 2008) Risk Management and Calculative Cultures, blz 2: http://ssrn.com/abstract=1138636. 54
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenOrganisatiecultuur, het verschil tussen falen en slagenWaarom organisatiecultuur? Uit onderzoek blijkt dat de organisatiecultuur het verschil maakt;het is de reden waarom 70% van de fusies en reorganisaties mislukt.59 Deze machtige factor ishelemaal niet zo vaag als het vooroordeel wil. Cultuur is waarneembaar, meetbaar, en hetgoede nieuws: cultuur is te veranderen.Bij eenzijdige nadruk op structuur, processen of beleid, bestaat het risico op onnodigeweerstand (die te voorkomen was geweest), papieren tijgers (beleid in de la) en ja-zeggenmaar nee-doen.60Als dat gebeurt, keert de oude gang van zaken terug en is er een kans dat mensen denken:zie je wel, verandering lukt niet of; wij kunnen het niet. Mensen kunnen moedeloos engedemotiveerd raken. Zoals Quinn en Cameron concluderen op basis van hun onderzoek inhet boek: ‘Onderzoeken en veranderen van organisatiecultuur’ (pagina 28): ‘... als dewaarden, oriëntaties, definities en doelstellingen dezelfde blijven, zullen organisaties al snelterugvallen in de oude situatie, hoezeer de procedures en strategieën ook zijn veranderd’...Hetzelfde geldt voor personen. Persoonlijkheidstypen, persoonlijke stijlen en vastegedragspatronen vertonen zelden aanzienlijke veranderingen, ondanksveranderingsprogrammas als cursussen sociale vaardigheden. Zonder wijziging van defundamentele doelstellingen, waarden en verwachtingen van organisaties of individuen,blijven veranderingen oppervlakkig en slechts van korte duur. (Quinn, 1996). ‘Misluktepogingen tot verandering leiden bij de leden van een organisatie tot cynisme, frustratie,verlies van vertrouwen en afkalving van het moreel. Zoals uit onderzoekswerk blijkt, zijnorganisaties in dergelijke gevallen mogelijk slechter af dan wanneer ze helemaal niet aan deverandering waren begonnen. Verandering van organisatiecultuur is dan ook essentieel.Descartes’ uitspraak: ‘Cogito Ergo Sum’ I think, therefore I am. But suppose we are nothingmore than the sum of our first, naïve random behaviors. What then?61 (Dan Ariely, 2008)‘Risicomanagement moet bij mensen tussen de oren (komen te) zitten’. Uiteindelijk draaithet toch (80%) om de ‘softe factoren’.62Veiligheidscultuur Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metHet effectief aanpakken van de menselijke factoren is een aspect dat maar een beperkteaandacht krijgt in methodieken voor risicoinventarisatie en risicoanalyse. Hoe kunnen wepassende maatregelen nemen om ‘motivatie’ of ‘veiligheidsbewustzijn’ van mensen teverhogen? Motivatie speelt een belangrijke rol bij het denken over veiligheid. Een belangrijkevalkuil is evenwel dat organisaties niet bezig zijn met de intrinsieke motivatie. Motivatie doorbeloning levert op korte termijn resultaat, maar is weinig duurzaam. Het is slechts wanneermensen iets doen ‘omdat zij dat zelf willen’ dat hun gedrag blijvend wijzigt. De mens moetzelf overtuigd zijn van het belang van zijn bijdrage aan veiligheid. In dat verband bestaandrie fundamentele behoeften: 63 • mensen moeten inzien dat hun bijdrage zinvol is • mensen zoeken naar geborgenheid • mensen willen over zichzelf beslissen.59 Quinn, R. & Cameron, K., (1999) Onderzoeken en veranderen van organisatiecultuur, SSRN60 Quinn, R. & Cameron, K., (1999) Onderzoeken en veranderen van organisatiecultuur, SSRN logiesfunctie61 Ariely, D., (2008) Predictably Irrational, the hidden forces that shape our decisions, HarperCollins publishers, NewYork.62 Maranus, A.W., (2010) Vergelijking van risicomanagementframeworks op hoofdlijnen63 http://www.tno.nl/downloads/0588_TNO_F_Veiligheidscultuur_web.pdf datum raadplegen 15 augustus 2011 55
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenDe vraag is dus: hoe kunnen we de mensen intrinsiek motiveren? Het antwoord ligt vaak inveranderingen in de organisatie. De meeste kans om veiligheid binnen een bedrijf teverhogen wordt geboekt door verandering van de organisatorische aspecten. Bedenkevenwel dat het belang van technische verbeteringen, wijzigingen aan de installaties, beterewerkomstandigheden en opleidingen niet naar de achtergrond mogen worden gedrongen;zij blijven elementaire voorwaarden. Om te verbeteren dienen echter vooral de organisatieen het management van het bedrijf de aandacht te krijgen.Figuur 26 De veiligheidscultuurladder64 (ontwikkeld door D. Parker en P.T Hudson)CultuurtypenDeal en Kennedy (1982) waren een van de eerste schrijvers over corporate cultuur. In hetboek uit 1982 Corporate Cultures (The Rites and Rituals of Corporate Life) definiëren zijorganisatiecultuur als de manier waarop de dingen hier gedaan worden. Deal en Kennedybeweren dat een corporate cultuur gebaseerd is op een samengaan van zes elementen: 1. geschiedenis Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met 2. waarden en overtuigingen 3. rituelen en ceremonies 4. verhalen 5. heldhaftige figuren 6. het informele culturele netwerk van verhalenvertellers, roddelaars, fluisteraars.Cultuurtypemodellen onderscheiden vier corporate cultuurtypes, gebaseerd op tweeelementen: 1. snelheid van terugkoppeling; hoe snel worden feedback en beloningen verstrekt (waardoor de mensen wordt verteld of zij goed of slecht werk afleveren) 2. risicograad; het niveau waarop risicos genomen worden (de mate van onzekerheid). logiesfunctie64 Verschuur, W.L.G. & Hudson, P.T.W. (1998) HSE Tool. Final Report for Shell International Exploration and Production.Pp. 24. 56
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenFiguur 27 Culture Types van Deal and Kennedy65 (1982)De combinatie van deze twee elementen resulteert in vier soorten bedrijfsculturen: 1. Stoere Mannen Machocultuur (snelle terugkoppeling en beloning, veel risico). Spanning ontstaat uit de hoge mate van risico en de aanzienlijke potentiële afname of toename van de beloning. Focus op het heden, individualisme overheerst teamwork. Typische voorbeelden: reclame, handel in effecten, sport. Werk Hard. 2. Speel Het Hard Cultuur (snelle terugkoppeling en beloning, lage risicos). Spanning ontstaat uit de hoeveelheid werk eerder dan uit de onzekerheid. Focus op snelle actie, hoge energieniveaus. Typische voorbeelden: verkoop, restaurants, softwarebedrijven. 3. Proces Cultuur (langzame terugkoppeling en beloning, lage risicos). De spanning is over het algemeen laag, maar kan toch optreden als gevolg van interne politiek en stompzinnigheid van het systeem. Focus op details en perfecte processen. Typische voorbeelden: bureaucratieën, banken, verzekeringsmaatschappijen, overheidsdiensten. 4. Gok Cultuur (langzame feedback en beloning, veel risico). Spanningen ontstaan uit de hoge risico&apos en de vertraging die er is voordat duidelijk wordt of de acties goed hebben uitgepakt. Focus op de lange termijn, voorbereiding en planning. Typische voorbeelden: farmaceutische bedrijven, Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met vliegtuigfabrikanten, exploratie van olie.Risicomanagement communicatieKasperson beschrijft in zijn rapport vooral de risicocommunicatie. Deze is gedefinieerd als eentwee-weg communicatie tussen stakeholders over het bestaan, de natuur, de vorm, de mateof acceptatie van het risico. Volgens Kasperson is het van vitaal belang om het concept vanrisicocommunicatie te begrijpen, zodat de communicatie met de stakeholders geïntegreerdis in het risicomanagementproces. De focus op risicocommunicatie is rond 1980 ontstaan. Erzijn diverse richtlijnen van verschillende organisaties. De principes toepassen is een langetermijn proces en vereist veel tijd en inspanning.Het risico van ineffectieve risicocommunicatie betreft een beschadigd vertrouwen in hetmanagement, kredietwaardigheid, onnodige en dure conflicten met overheid enstakeholders. Kasperson (1992) zegt hierover het volgende:“A good risk management decision emerges from a decision-making process that elicits theviews of those affected by the decision, so that differing technical assessments, public values,knowledge, and perceptions are considered.”66 logiesfunctie Terrence E. Deal, Allan A. Kennedy,(1982), Corporate Cultures: The Rites and Rituals of Corporate Life en Terrence E.65Deal, Allan A. Kennedy,(2000), The New Corporate Cultures 57
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenFiguur 28 Dimensions of trust (Kasperson, 1992)67Risicocommunicatie en de geleerde lessen68In het boek van 1997 ‘Mad Cows and Mothers Milk’, beschrijvenPowell en Leiss voorbeelden van fouten ten aanzien vanrisicocommunicatie. Inclusief de communicatie omtrent PCB invoedingsmiddelen voor baby’s, de gekke koeienziekte ensiliconen borstimplantaten. Er worden tien lessen inrisicomanagement beschreven: 1. A risk information vacuum is a primary factor in the social amplification of risk. 2. Regulators are responsible for effective risk communication. 3. Industry is responsible for effective risk communication. 4. If you are responsible, act early and often. 5. There is always more to a risk issue than what science says. 6. Always put the science in a policy context. 7. Educating the public about science is no substitute for good risk communication practice. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met 8. Banish no risk messages. 9. Risk messages should address directly the ‘contest of opinion’ in society. 10. Communicating well has benefits for good risk management.Powell69 and Leiss70 (1997) merkten op dat er geen snelle oplossingen zijn ten aanzien van demoeilijkheden met communicatie over risico’s. Het is noodzakelijk om op lange termijncommitment te institutionaliseren aangaande de ontwikkeling en toepassing van goedrisicomanagement.66 Kasperson, R.E. (1992). Social distrust as a factor in siting hazardous facilities and communication risks. Journal ofSocial Issues, 48(4): 161-18767 Kasperson, R.E. (1992). Social distrust as a factor in siting hazardous facilities and communication risks. Journal ofSocial Issues, 48(4): 161-18768 Powell, D. & W. Leiss (1997). Mad Cows and Motherís Milk. The Perils of Poor Risk Communication. McGill-QueenísUniversity Press, Montreal logiesfunctie69 Powell, D., Leiss, W. (1997). Mad Cows and Motherís Milk: The Perils of Poor Risk Communication. Montreal: McGill-Queenís University Press.70 Leiss, W., Krewski, D. (1989). Risk Communication: Theory and Practice. In Prospects and Problems in RiskCommunication, ed. W. Leiss, pp. 89-112. Waterloo, ON: University of Waterloo Press 58
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenDeelvragen brandveilig ondernemen: 5. Welke wijze van risicomanagement binnen ondernemen biedt de beste basis voor het brandveilig ondernemen? 6. Wat is brandveilig ondernemen en op welke wijze kan dit het beste vormgegeven worden? (‘best practice’)Analyse hoofdstuk 2.3 aan de hand van de deelvragenDeelvraag 5. Risicomanagement bij brandveilig ondernemen vereist balans van de harde enzachte kant van risicomanagement.71 Harde kant Zachte kant • Measures and reporting • Risk awareness • Risk oversight committees • People • Policies & procedures • Skills • Risk assessments • Integrity • Risk limits • Incentives • Audit processes • Culture & values • Systems • Trust & communicationBij een eenzijdige nadruk op structuur, processen of beleid, bestaat het risico op onnodigeweerstand (die te voorkomen was geweest), papieren tijgers (beleid in de la) en ja-zeggenmaar nee-doen.72 Uit onderzoek blijkt dat de organisatiecultuur het verschil maakt; de redendat 70% van de fusies en reorganisaties mislukt en slechts 30% slaagt.73 Deze machtige factoris helemaal niet zo vaag als het vooroordeel wil. Cultuur is waarneembaar, meetbaar, en hetgoede nieuws: cultuur is te veranderen.Deelvraag 6. Bij brandveilig ondernemen neemt de ondernemer de verantwoordelijkheidvoor zijn klanten ten aanzien van brandveiligheid door maatregelen te nemen op het gebiedvan techniek, organisatie en het bewust maken van de brandrisico’s en brandonveiliggedrag.74 Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met71 Maranus, A.W., (2011) Scriptie bedrijfskundig risicomanagement & Strategische Reis Brandweer.72 Quinn, R. & Cameron, K., (1999) onderzoeken en veranderen van organisatiecultuur, SSRN73 Quinn, R. & Cameron, K., (1999) onderzoeken en veranderen van organisatiecultuur, SSRN74 Descartes zei het al enkele eeuwen geleden: "Ik denk, dus ik besta." Het is een akelige gedachte, je te realiserendat je onbewuste brein feitelijk het heft in handen heeft. Het leidt tot nogal wat discrepantie tussen wat wij werkelijkdoen en ‘menen te denken’. Dit komt regelmatig tot uitdrukking bij onderzoeken naar het voorgenomen gedragvan mensen. Mensen zijn slechte voorspellers van hun (koop)gedrag. De misvattingen liggen op de loer. In de logiesfunctiepsychologie spreekt men in dit verband van een bias. Noem het een soort vooroordeel. Of wellicht beter: een blindevlek, in de hand gewerkt door de verschillen tussen onze onbewuste en bewuste gedachten. 59
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenHoofdstuk 2.4 Literatuuronderzoek ten aanzien van implementatie risicomanagement enbrandveilig ondernemenHoofdstuk 2.4 Literatuuronderzoek ten aanzien(Fase 2.4) Fase 2 Literatuur- implementatie risicomanagement en onderzoek brandveilig ondernemenHet project ‘Nutteloze uitrukken terugdringen’ (NUT) past in de nieuwe benadering vanbrandveiligheid. Een van de speerpunten in die nieuwe benadering is de eigenverantwoordelijkheid van bedrijven en bewoners. Daar waar het uit het oogmerk van(brand)veiligheid verantwoord is, wordt de doormelding van automatische brandmeldingenafgeschaft en is het de verantwoordelijkheid van de bedrijven / instellingen zelf, om in gevalvan brand voor een melding aan de brandweer zorg te dragen.De volgende deelvragen aangaande de implementatie risicomanagement en brandveiligondernemen worden in dit hoofdstuk behandeld: 7. Wat is de risicobenadering en op welke wijze kan de risicobenadering praktisch toepasbaar worden gemaakt? (‘best practice’) 8. Wat is de nieuwe doctrine brandveiligheid en wat is de meerwaarde hiervan?In onderstaande tabel is af te lezen dat logiesgebouwen een groot aantal lozebrandmeldingen veroorzaken.Tabel 5 Brandmeldingen in logiesgebouwen 1990-2007 Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metVerantwoordelijkheid gebouweigenaren75De brandweer werkt al decennia lang aan het terugdringen van nodeloze uitrukken. Datdoet zij door gebouweigenaren te stimuleren hun eigen verantwoordelijkheid voorbrandveiligheid te nemen. Ook wordt er al jaren gepoogd meer betrouwbare installaties opde markt te laten verschijnen en wordt er ingezet op zorgvuldig beheer en het goedopleiden van personeel. Gebleken is dat dit onvoldoende vruchten afwerpt. logiesfunctie75Nodeloze uitrukken terugdringen (NUT), (23 mei 2011) Onderzoek naar de consequenties naar het voorstelherziening doormelding in het bouwbesluit 2012 60
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenPortefeuillehouder van dit dossier bij de NVBR Scherjon: "De brandweer rukt nog steeds zon53.000 keer per jaar nodeloos uit ten gevolge van automatische meldingen. Dat is een doornin het oog van de brandweer, want het zorgt voor afname van onze inzetbaarheid voorechte branden elders en het levert onnodige risicos op voor de verkeersveiligheid. En niet opde laatste plaats zorgt het voor afname van de motivatie van het brandweerpersoneel. Ikben blij te kunnen concluderen dat het voorstel van het ministerie substantieel bijdraagt aanhet terugdringen van nodeloze uitrukken zonder dat het invloed heeft op de veiligheid vanburgers en brandweer."De vermindering van het aantal verplichte doormeldingen zal op termijn (naar verwachtingover 5 jaar) zon 30.000 loze meldingen per jaar bedragen. Er is dus sprake van eenaanzienlijke bijdrage aan de wens van de NVBR om het aantal loze meldingen drastisch teverminderen. De brandweer kan zo effectiever optreden en meer ‘hulp op maat’ biedenaan de samenleving.Het cascademodelAls de uitgangspunten van de toekomstvisie zijn gerealiseerd, ontstaat er een situatie dat debrandweer niet meer reddend hoeft op te treden. De reden is dat, in preventieve zin, doorhet voorkomen van brand of door zelfredzaamheid, de omstandigheden, waarbij reddingnoodzakelijk is, zich niet meer voordoen. Indien er een landelijke doelkwantificering isvastgesteld, zijn de grenzen van het preventieve niveau ook helder.Daarentegen moet een eventuele verlaging van het preventieve niveau wel wordenafgewogen tegen het huidige tijdsbeeld, waarin eigen verantwoordelijkheid enzelfredzaamheid nog geen gemeengoed zijn bij bedrijven en burgers. De resultaten van deanalyse dienen in vernoemd perspectief te worden gelezen. Het cascademodel deeltbranduitbreiding en rookontwikkeling op in vijf fasen. In het model is de rookverspreidingsteeds een fase verder dan de branduitbreiding. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metFiguur 29 Schematische weergave Cascademodel brandverloopAnalyseschema gebouwen met logiesfunctie76Het project NUT (Nodeloze Uitrukken Terugdringen) vermeldt het volgende over gebouwenmet een logiesfunctie (in het rapport wordt dit type gebouwen vermeld als ‘gebouwen met logiesfunctie76NVBR: Nodeloze uitrukken terugdringen (NUT), (23 mei 2011), onderzoek naar de consequenties van het voorstelherziening doormelding in het Bouwbesluit 2012, blz 58 61
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenovernachtingsfunctie’). Voor de analyse van de gebouwcategorie (gebouwen met eenlogiesfunctie) heeft de expertgroep brandpreventie gebruik gemaakt van het onderstaandeanalyseschema. Bij de analyse is de mate van branduitbreiding en rookverspreidingbetrokken.Tabel 6 Analyseschema gebouwen met logiesfunctieGebouwen met logiesfunctieFactoren Bij een directe Geen directe Geen directe doormelding doormelding, wel doormelding geen verantwoordelijke verantwoordelijke personen aanwezig personen aanwezigOntvluchtings- - - xmogelijkhedenInstortingsgevaar - - -Branduitbreiding - - -Rookverspreiding - - xUit de analyse door de expertgroep brandpreventie blijkt dat er in gebouwen metlogiesfunctie nauwelijks sprake is van een verschil in brandveiligheid, indien de directedoormelding wordt afgeschaft. De reden daarvoor is dat de aanwezige personen intern nogsteeds gealarmeerd worden en dat er sprake is van zelfredzame aanwezigen en voldoendevluchtwegen. Het uitgangspunt is uiteraard dat het gebouw voldoet aan de vigerendebouwregelgeving. Iedereen heeft het gebouw dus verlaten voordat de effecten van brand-,rook- en instortingsrisicos zijn opgetreden.In die gevallen dat er geen verantwoordelijke personen (lees: personeel) aanwezig zijn, isvoor meerdere brandveiligheidsaspecten sprake van gewijzigde omstandigheden en is erdientengevolge een te laag niveau van brandveiligheid (dit zijn de aspecten Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metontvluchtingsmogelijkheden en rookverspreiding). In de praktijk blijkt geregeld dat, als er inhotels ‘s nachts geen personeel aanwezig is, de gasten bij een ontruimingsalarm veelal nietzelf het pand verlaten. Dat stelt de repressieve dienst van de brandweer vaak voor eendilemma: wel of niet het pand doorzoeken. Bij een niet rechtstreekse doormelding is diesituatie alleen maar risicovoller, omdat is gebleken dat hotelgasten een brand niettelefonisch melden.Overwegingen gebouwen met een logiesfunctie77Alles overwegende concludeert de expertgroep brandpreventie dat het achterwege latenvan de doormelding bij hotels zonder 24-uurs bezetting (personeel dat een rol speelt bij deontruiming) nog een te groot risico is. De eigen verantwoordelijkheid van hotelgasten is nogonvoldoende verankerd in denken en handelen. Afschaffing van de doormelding op eenlater tijdstip en tot dat moment investeren in de eigen verantwoordelijkheid van de gasten isop dit ogenblik de meest verstandige optie. logiesfunctie77 NVBR: Nodeloze uitrukken terugdringen (NUT), (23 mei 2011) onderzoek naar de consequenties naar het voorstelherziening doormelding in het bouwbesluit 2012, blz 54 62
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenDaarentegen moet een eventuele verlaging van het preventieve niveau wel wordenafgewogen tegen het huidige tijdsbeeld, waarin eigen verantwoordelijkheid enzelfredzaamheid nog geen gemeengoed is bij bedrijven en burgers. De resultaten van deanalyse dienen in vernoemd perspectief te worden gelezen.Tabel 7 Analyseschema gebouwen met logiesfunctie78Gebouwen met logiesfunctieFactoren Bij een directe Geen directe Geen directe doormelding doormelding, wel doormelding geen verantwoordelijke verantwoordelijke personen aanwezig personen aanwezigOmvang brand - - xBeheersbaarheid - - -Rookverspreiding - - -Zelfredzaamheid - - xInstorting - - xMateriële schade - - xMilieuschade - - xOmwonenden - - xRepressief optreden - - xDe consequenties voor de zelfredzaamheid van hotelgasten in samenhang met hetrepressieve optreden baart zorgen. Enerzijds omdat de vraag gesteld kan worden waar deverantwoordelijkheid van de brandweer ligt en waar die van de ondernemer, in situatieswaarin er in het hotel geen personeel aanwezig is dat bij een eventuele ontruiming een rol Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metkan spelen. Bij een automatische doormelding kan de brandweer relatief snel ter plaatse zijn.Ingeval er geen personeel aanwezig is dat zorgt voor controle op een adequate ontruiming,kan de brandweer er niet op vertrouwen dat de gasten na de inwerkingtreding van hetontruimingsalarm het hotel hebben ontruimd. Door afwezigheid van personeel is erbovendien geen overdracht van informatie aan de brandweer mogelijk.Anderzijds zal er bij het ontbreken van de automatische doormelding en de afwezigheid vanpersoneel geen enkele zekerheid bestaan dat de brandweer tijdig wordt gealarmeerd. Debrandweer zal op basis van louter verantwoordelijkheidstoedelingen niet zonder meertoekijken, als er nog mensen in het pand aanwezig zijn of als daarvoor tenminste een sterkvermoeden bestaat.De brandweer Amsterdam-Amstelland heeft in dit verband bevelvoerders en officierengevraagd naar ervaringen op dit terrein. Het beeld wordt bevestigd. Tevens komt naarbuiten dat de hotelgasten in veel gevallen na de inwerkingtreding van het ontruimingsalarm logiesfunctie78NVBR: Nodeloze uitrukken terugdringen (NUT), (23 mei 2011) onderzoek naar de consequenties naar het voorstelherziening doormelding in het bouwbesluit 2012, blz 62 63
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemeninderdaad niet zelfstandig vluchten. Opmerking: de ervaringen in Amsterdam zijn beperkt enkomen voort uit de specifieke Amsterdamse situatie met kleine hotels en gasten die onderinvloed kunnen zijn van drank en drugs. Ondanks de beperktheid van de geschetsteervaringen is onderschatting ervan niet raadzaam.Deelvragen implementatie risicomanagement en brandveilig ondernemen: 7. Wat is de risicobenadering en op welke wijze kan de risicobenadering praktisch toepasbaar worden gemaakt? (‘best practice’) 8. Wat is de nieuwe doctrine brandveiligheid en wat is de meerwaarde hiervan?Analyse hoofdstuk 2.4 aan de hand van de deelvragenDeelvraag 7. In het algemeen geldt dat eenieder een bepaalde zorgplicht heeft schadeaan anderen te voorkomen of zodanige maatregelen te treffen deze te doen voorkomen ofte beperken. Dat is in juridische zin zeker het geval, wanneer er binnen een bepaaldecontext een zekere afhankelijkheidsrelatie bestaat tussen betrokkenen. Toegespitst op deonderhavige problematiek betekent dit, dat verantwoordelijken in een bedrijf of instelling alhet nodige moeten doen om kans op schade, bijvoorbeeld door brand, te beperken tot eenaanvaardbaar niveau. Hierbij gaat het niet alleen om risico’s voor eigen personeel engoederen, maar ook om de veiligheid van derden die bij een incident rechtstreeks kunnenworden getroffen. Denk hier aan (personen in) aangrenzende panden.Best practices: a. Checklist brandveilig ondernemen; http://www.veiligheid.nl/csi/chklst.nsf/cl?readform&show=Checklist%20Brandveilig%20 Ondernemen b. Bijlage safehotels checklist / hotelsterren checklijst (management, building, systems)Deelvraag 8. Relevant is dus dat in juridische zin de verantwoordelijkheid voor beperken enbestrijden van schade niet eenzijdig is verdeeld en alleen bij de overheid (brandweer) berust,maar evengoed een verantwoordelijkheid is van particulieren (burgers en rechtspersonen).Dit impliceert dat bij eventuele fouten het heel goed zo kan zijn dat niet de brandweerdaarop wordt aangesproken, maar dat particulieren op grond van onzorgvuldig handelenverwijten kunnen worden gemaakt. De brandweer mag er dus van uit gaan datparticulieren, in casu bedrijven en instellingen, een eigen verantwoordelijkheid dragen. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie 64
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenHoofdstuk 3.1 Criteria risicomanagement (RM), brandveilig ondernemen (BVO) deimplementatie van RM en BVO en het conceptueel model (tabel criteria)Hoofdstuk 3.1 Fase 3 Conceptueel Criteria risicomanagement (RM), brandveilig(Fase 3.1) model en hypothesen ondernemen (BVO) de implementatie van RM en BVO en het conceptueel model (tabel criteria)In dit hoofdstuk wordt het conceptueel model vormgegeven. Vervolgens worden op basisvan het conceptueel model de criteria opgesteld. Tevens wordt in dit hoofdstuk dedeelvraag aangaande de relatie risicomanagement, brandveilig ondernemen en deimplementatie hiervan behandeld. 9. Hoe kan de relatie tussen risicomanagement en brandveilig ondernemen, de implementatie en het effect op de risicobeheersing worden gemeten?Conceptueel modelOnderzoek gaat meestal uit van veronderstellingen. Deze veronderstellingen zijn gedachtenover hoe de te onderzoeken processen verlopen, of zouden moeten verlopen. Dezeveronderstellingen zijn doorgaans impliciet. Men gaat er van uit dat de veronderstellingen tothet algemeen gedachtegoed behoren en dat deze niet meer ter discussie hoeven teworden gesteld. Het expliciteren van de veronderstellingen gebeurt aan de hand van eenconceptueel model. In dit schema worden de concepten en hun onderlinge relatiesweergegeven. Implementatie RM en BVO (praktisch toepasbaar) Risicomanagement (RM) en Brandveilig Beheersing van risico’s ten ondernemen aanzien van brandveiligheid (BVO) (betreffende doelgroep) Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metFiguur 30 Het conceptueel modelBovenstaande opzet moet in de praktijk getoetst worden. De toetsing vindt plaats aan dehand van criteria. De criteria zijn tot stand gekomen door het coderen van de kernwoordenuit de thesis. Vervolgens wordt een selectie gemaakt van criteria met de meestwaarschijnlijke invloed. Vooraf wordt aangegeven wat wordt gemeten, daarnaast wordtaangegeven wanneer een bepaalde praktijksituatie nu precies voldoet aan de gesteldecriteria en wanneer niet. Deze koppeling wordt gemaakt door operationele indicatoren.Uiteraard mogen de verschillende concepten niet worden voorzien van dezelfdeindicatoren. Dit zou immers tot consequentie hebben dat voldoen aan de criteriaautomatisch inhoudt dat er doelmatig wordt gehandeld. logiesfunctie 65
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Criteria Implementatie RM en BVO (praktisch toepasbaar) Criteria Risicomanagement Risicobeheersingniveau (RM) en criteria brandveiligheid (beheersing Brandveilig van risico’s ten aanzien van ondernemen brandveiligheid) (BVO)Figuur 31 Het (mono)conceptueel model criteriaTabel 8 Criteria om de hypothese te operationaliserenCategorie RM Categorie BVO Categorie IRM-IBVO- risicomanagement & - ondernemen - doctrine brandveiligheidmodellen - brandveilig ondernemen - praktisch toepasbare- risicobenadering - verantwoord brandveiligheid- risicobeheersing ondernemen - ‘best practice’ - brandveiligheid brandveiligheidCriteria Risicomanagement Criteria Brandveilig Implementatie (praktisch(RM) ondernemen (BVO) toepasbaar)1. Risicoprofielen 1. Eigen 1. Brandveilligheidsbewustzijn2. Risicobewustzijn is verantwoordelijkheid verhogen onvoldoende 2. Goed verzekeren 2. Zelfredzaamheid3. 80% van gedrag is 3. Continuïteit borgen 3. Technische en onbewust 4. Niveau brandveiligheid organisatorische4. Opzetten 5. Keurmerk maatregelen risicostatistieken brandveiligheid 4. Vangnet brandweer brandveiligheid 6. Korting op verzekering 5. Brandweer als adviseur5. Borgen 7. Aansprakelijkheid 6. Vangnet logiesbedrijven Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met risicomanagement 8. Stimuleren / 7. Netwerken6. Risicomanagement- Voorlichten 8. Meetbaar maken cyclus 9. Waardecreatie 9. Samenwerken7. Moed om aan te 10. Veiligheid op zelfde 10. Samenredzaamheid spreken niveau waarderen als 11. Gesprekspartner8. Eigen belang burger en eten en drinken 12. Best-practices ondernemer RM 11. Brandveiligheid moet 13. Landelijk faciliteren en9. Techniek is een topic zijn, steunen van onderaf betrouwbaarder dan hotelsterren 14. Leg de prioriteit daar waar gedrag 12. De wet versus morele het risico het hoogst is en10. Strafrechtelijke verplichtingen de perceptie het laagst vervolging nalatigheid 13. Waardering 15. Maatwerk11. Kans en effect in brandveiligheid door 16. Snelle melding brandpreventie is de klant 17. Brandvertraging risicobenadering 14. Geen keus overlaten 18. Veiligheidsproduct logiesfunctie12. ISO 31000 aan klant 19. Preventieve maatregelen 15. Cultuur 66
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenHoofdstuk 3.2 Hypothesen ten aanzien van de relatie risicomanagement (RM), brandveiligondernemen (BVO) en de implementatie van RM en BVOHoofdstuk 3.2 Fase 3 Conceptueel Hypothesen ten aanzien van de relatie(Fase 3.2) model en hypothesen risicomanagement (RM), brandveilig ondernemen (BVO) en de implementatie van RM en BVOIn dit hoofdstuk wordt een selectie gemaakt van de criteria met de meest waarschijnlijkeinvloed. Tevens beschrijft dit hoofdstuk de hypothesen. Daarmee behandelt dit hoofdstuk dedeelvraag aangaande de relatie risicomanagement, brandveilig ondernemen en deimplementatie hiervan. 10. Wat is de relatie tussen risicomanagement en brandveilig ondernemen, de implementatie en het effect op de risicobeheersing?De relatie tussen risicomanagement en brandveilig ondernemen, de implementatie en heteffect op de risicobeheersing wordt inzichtelijk gemaakt met behulp van operationaliseringvan de criteria door het multiconceptuele model.Tabel 9 Selectie van criteria met de meest waarschijnlijke invloedcriterium (C1) criterium (C2) criterium (C3)Risicomanagement (RM) Brandveilig ondernemen Implementatie (praktisch (BVO) toepasbaar)Risico-governance Harde kant en zachte kant Veiligheidsbewustzijn/gedragOnzekere risicos van RM binnen BVO van de klant en ‘best practice’ brandveiligheid A2 C3 criteria Implementatie RM en BVO A1 Risicobeheersingniveau C1 criteria RM brandveiligheid C2 criteria BVO Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met A2 C3 A veiligheidsbewustzijn A1 /gedrag van de klant C1 B ‘best practice’ A risicogovernance brandveiligheid B Onzekere risicos C2 A Harde kant van RM binnen BVO Risicobeheersingniveau B Zachte kant van brandveiligheid RM binnen BVO logiesfunctieFiguur 32 Operationalisering criteria door het multiconceptuele model 67
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Hypothese Een hypothese is een stelling die (nog) niet bewezen is en dient als het beginpunt van een theorie, een verklaring of een afleiding. Het is mogelijk zeer veel aanwijzingen te verzamelen die een hypothese steunen, maar een enkel negatief uitvallend experiment is voldoende om de hypothese te ontkrachten. Met behulp van criteria wordt de doelstelling door middel van hypothesen geoperationaliseerd. Doelstelling: aanbevelingen doen om risicomanagement (het onderdeel risicobenadering van de nieuwe doctrine brandveiligheid) en het brandveilig ondernemen praktisch toepasbaar te maken en te implementeren bij bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale binnen de gemeente Tholen. Hypothese: Als voldaan wordt aan C1 en C2 en als C3 wordt gehanteerd is het risicobeheersingsniveau brandveiligheid geborgd. De operationele indicatoren zijn opgesteld op basis van de triangulatie en worden gebruikt als input voor de operationalisatie van het conceptuele model. Daarnaast moet het risicobeheersingniveau brandveiligheid meetbaar worden gemaakt om de hypothese te toetsen en ter vermijding van een cirkelredenering. Het risicobeheersingsniveau brandveiligheid wordt gemeten aan de hand van het aantal branden bij logiesbedrijven zonder verplichte brandmeldcentrale. De verwachting is dat, als wordt voldaan aan alle criteria, het aantal branden vermindert. Andersom gesteld: als niet wordt voldaan aan de genoemde criteria blijft het aantal branden gelijk of stijgt het. Bovengenoemde stelling is niet ideaal vanwege het feit dat daarmee de aanwezigheid van risicos niet worden afgedekt; het kan een kwestie van geluk zijn. Op basis van de triangulatie worden operationele indicatoren geanalyseerd als input voor de operationalisatie van het conceptuele model. Zie hoofdstuk 5.1 voor de triangulatie. Hoofdstuk 2.1 Literatuuronderzoek ter begripsvorming en nut en noodzaak van (Fase 2.1) brandveilig ondernemen Hoofdstuk 2.2 Literatuuronderzoek ten aanzien van risicomanagementTriangulatie (Fase 2.2) Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met Hoofdstuk 2.3 Literatuuronderzoek ten aanzien van brandveilig ondernemen (Fase 2.3) Hoofdstuk 2.4 Literatuuronderzoek ten aanzien van implementatie risicomanagement (Fase 2.4) en brandveilig ondernemen logiesfunctie 68
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenTabel 10 Aan de criteria te koppelen operationele indicatorenCategorie Voorgeschreven criterium Operationele indicator (vanuit het conceptuele (op basis van triangulatie) model)RM Risico-governance Operationele indicator zie hoofdstuk 5 Onzekere risicos Operationele indicator zie hoofdstuk 5BVO Harde kant RM binnen BVO Operationele indicator zie hoofdstuk 5 Zachte kant RM binnen BVO Operationele indicator zie hoofdstuk 5Implementatie Veiligheidsbewustzijn/gedrag Operationele indicator zie Klant79 hoofdstuk 5 ‘Best practice’ Operationele indicator zie brandveiligheid hoofdstuk 5Risicobeheersings- Statistische gegevens van Operationele indicator zieniveau brand bij bedrijven zonder hoofdstuk 5brandveiligheid verplichte brandmeld- centrale Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie79 (zorgplicht ondernemer in het kader van de afhankelijkheidsrelatie) 69
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenHoofdstuk 4.1 Resultaten onderzoek huidige situatieHoofdstuk 4.1 Resultaten onderzoek huidige situatie Fase 4 Empirie(Fase 4.1)In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de huidige situatiebeschreven.Uit onderzoek blijkt het NIFV over diverse statistische gegevens80 te beschikken.Onderstaande tabellen geven het beste overzicht weer van de situatie in de afgelopenjaren. De periode betreft 1990 tot 2007.In onderstaande tabel is af te lezen wat de oorzaken zijn van de branden in logiesgebouwen.Twee categorieën die opvallen zijn roken en defect/verkeerd gebruik van apparatuur.Tabel 11 Branden in logiesgebouwen naar oorzaak Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metIn onderstaande tabel is het aantal gewonden af te lezen in de periode 1998-2007 inNederland.Tabel 12 Gewonden bij brand in logiesgebouwen 1998-2007 logiesfunctie80 Centraal bureau voor de statistiek (CBS), datum raadplegen 15 augustus 2011 70
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenIn onderstaande tabel is af te lezen naar de plaatsen van ontstaan van branden. Tweecategorieën die opvallen zijn; brand in keuken/kantine en branden inslaapkamer/privégedeelte.Tabel 13 branden in logiesgebouwen naar plaats ontstaan1990-2007Op dit moment is de brandweerstatistiek van 2010 nog niet uitgegeven. Dit is de reden datgegevens van 2009 worden gebruikt. In 2009 zijn 47 duizend branden geregistreerd, bijna 2duizend meer dan in 2008. Hierbij vielen 57 doden, 40 minder dan in 2008. Er vielen in 2009ongeveer 1000 gewonden tijdens brand en er werden ongeveer 600 personen geredwaarvan 400 door de brandweer. De in 2009 door branden veroorzaakte totale directeschade bedroeg 887 miljoen euro.In 2009 hebben meer dan 15 duizend binnenbranden gewoed. Van alle binnenbranden in2009 in een bij het CBS bekend gebouwtype vond bijna 56 procent plaats inwoongebouwen. Van de binnenbranden waarvan de oorzaak bij het CBS bekend is, werd 48 Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metprocent veroorzaakt door defecte apparatuur of verkeerd gebruik ervan.Volgens het CBS hebben 100 branden in logiesgebouwen gewoed. Het schadebedrag was700 duizend Euro. In 2009 is de brandweer 2900 uitgerukt voor loos alarm in logiesgebouwen,waarvan 19 procent was ontstaan tijdens werkzaamheden, 13 procent door storing enapparatuur en 68 procent door een andere oorzaak. Bron: Centraal bureau voor destatistiek.Het wegnemen van bronnen van risico’s aan de voorkant wordt door de WRR als belangrijkuitgangspunt gezien. Het beïnvloeden van (brand)onveilig gedrag van bezoekers aanlogiesgebouwen levert hieraan een belangrijke bijdrage.Statistische gegevens vanuit AmerikaU.S. HOTEL AND MOTEL STRUCTURE FIRES Marty Ahrens, Fire Analysis and Research DivisionNational Fire Protection Association, March 2008: NFPA estimates that U.S. fire departmentsresponded to an average of 3,900 reported hotel and motel structure fires per year during logiesfunctiethe four-year-period of 2002-2005. These fires caused an estimated average of 11 civiliandeaths, 144 civilian injuries, and $ 64 million in direct property damage per year. On average,one of every 12 hotels or motels reported a structure fire. Most were minor. Cooking 71
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenequipment was the leading cause of hotel and motel structure fires. The largest share ofcasualties occurred in fires that started in bedrooms. These estimates are based on data fromthe U.S. Fire Administration’s (USFA’s) National Fire Incident Reporting System (NFIRS) and theNational Fire Protection Association’s (NFPA’s) annual fire department experience survey.Figuur 33 Leading causes of Hotel and Motel Fires 2002-2005• On average, one of every 12 hotels or motels reported a structure fire each year.• Cooking equipment was involved in 37% of the fires, 21% of the injuries, and 6% of the directproperty damage.• Only 5% of the fires were intentionally set, but these accounted for 33% of the associatedproperty damage.• Only 12% of hotel and motel fires began in bedrooms, but these fires caused 74% of theassociated civilian deaths and 41% of the injuries.• Automatic extinguishing systems were present in 41% of the hotel and motel fires. None ofthe hotel or motel fire deaths occurred in properties with sprinklers in the fire area.• Most hotel and motel fires are minor. Seventy-one percent were confined to the object oforigin. Only 8% extended beyond the room of origin. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metGevolgen van brand in het kader van continuïteit, 80% van de bedrijven binnen jaar failliet81Het tijdschrift De Ondernemer stelt in de editie van februari 2008 dat maar liefst 80 procentvan de bedrijven die door brand getroffen worden, binnen een jaar failliet gaat. Nog eenstien procent sneuvelt in het tweede jaar na de brand. Kortom, een bedrijf heeft slechts tienprocent kans een brand weer te boven te komen. Een veel voorkomende oorzaak voorfaillissement na brand is dat de bedrijfsschadeverzekering (voor het verlies aan omzet) niettoereikend is.Stel dat u een bedrijfsschadeverzekering hebt voor twaalf maanden, maar dat het bijnatwee jaar duurt voordat u op de oude locatie weer uit de voeten kunt? Het aanvragen vaneen sloopvergunning alleen al neemt bijvoorbeeld zeven weken in beslag.Ter illustratie de gevolgen van de brand bij Gruijters bros., een vleesverwerkingsbedrijf inHelmond. Op 18 maart 2008 werd het bedrijfspand van Gruijters bros. volledig door brandverwoest. Begin maart hervatte het bedrijf de productie bij een voedingsmiddelenproducentin de regio. Echter, precies drie maanden later maakten de eigenaars bekend dat ze hun logiesfunctiebedrijf staakten: "We houden ermee op. We zijn behoorlijk geschrokken van de statistieken81 Bron www.evmi.nl, datum raadplegen 15 juli 2011 72
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenover bedrijven die te maken kregen met een verwoestende brand," licht Bart Gruijters toe diesamen met broer Ruud het bedrijf runde. "Uit gegevens van Delta Loyd blijkt dat negen vande tien bedrijven het niet redt..." De broers zagen bovendien op tegen de hogeinvesteringen en andere problemen. "We werken met heel specifieke machines. Voor je dieweer hebt, ben je anderhalf jaar verder. Bovendien zijn we veel handel in vers vleeskwijtgeraakt. Op een gegeven moment moet je de knoop doorhakken."DeelconclusieDe ondernemers van logiesbedrijven moeten hun verantwoordelijkheid nemen voorbrandveiligheid. Het investeren in het voorkomen van brand en het snel ontdekken enbeperken van brand zijn noodzakelijk. De gedachte ‘het gebeurt mij toch niet’ is niet terecht.De ondernemer zal zich bewust moeten zijn van de brand- en continuïteitrisico’s. Metbrandveilig ondernemen neemt de ondernemer deze verantwoordelijkheid.Risicomanagement biedt in dit kader inzicht in de (continuïteits)-risico’s, teneinde juiste,weloverwogen keuzes te maken. De focus moet dan ook worden gelegd bijrisicocommunicatie, zowel naar bedrijven met logiesfunctie als naar hun klanten.Gezamenlijk maken deze maatregelen het mogelijk dat de gasten van logiesgebouwentijdens een brand veilig kunnen vluchten. Maar dan moeten ze wel direct na het ontdekkenvan een brand het logiesgebouw verlaten. Om dat te bewerkstelligen moeten bewonersleren hoe ze moeten handelen om een logiesgebouw veilig te verlaten. Het beïnvloeden van(brand)onveilig gedrag van bezoekers aan logiesgebouwen levert hieraan een belangrijkebijdrage. Verder is het terugleggen van de verantwoordelijkheid bij de burger een gevolgvan een trend ingezet door de huidige stevige bezuinigingen als gevolg van de crisis. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie 73
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenHoofdstuk 4.2 Resultaten veldonderzoekHoofdstuk 4.2 Resultaten veldonderzoek Fase 4 Empirie(Fase 4.2)In dit hoofdstuk worden de resultaten van het veldonderzoek beschreven. Verder worden devolgende deelvragen behandeld:Deelvraag risicomanagement in de praktijk 11. Wat is de huidige situatie aangaande risicomanagement van bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale binnen de gemeente Tholen?Deelvraag brandveilig ondernemen in de praktijk 12. Wat is de huidige situatie aangaande brandveilig ondernemen van bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale binnen de gemeente Tholen?Deelvraag implementatie risicomanagement en brandveilig ondernemen in de praktijk 13. Wat is de huidige situatie aangaande de implementatie van risicomanagement en brandveilig ondernemen van bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale binnen de gemeente Tholen?Deelvraag risicobeheersing in de praktijk 14. Wat is de huidige situatie aangaande risicobeheersing van bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale binnen de gemeente Tholen?VeldonderzoekDe casus wordt vormgegeven in een ‘real-life’82 context, het veldonderzoek moet daaromgoed worden opgezet. Er is geen controle over de aangeleverde verzamelde gegevens; ermoet een methode worden opgezet om de ‘real-life’ context te borgen. De onderzoekermaakt geen deel uit van de organisatie, hij is niet dagelijks aanwezig is in het te onderzoekenveld. De moeilijkheid is dan ook betrouwbaarheid van de informatie om de vraagstelling uitde thesis te beantwoorden. Tijdens het interview moeten de juiste vragen worden gesteld omde juiste gegevens te vinden. Door literatuuronderzoek moeten de juiste vragen wordengeformuleerd. Door testen moet de waarschijnlijkheid en de dubbelzinnigheid wordengefilterd. De diverse geïnterviewden zijn geselecteerd op basis van relevante kennis van hetonderwerp. De personen zijn in aantal voldoende voor dit onderzoek.Indien mogelijk worden de interviews ‘face to face’ afgenomen, dit biedt diverse voordelen.Gezien de drukke agenda’s, reisafstanden en werkschema’s is dit echter niet altijd mogelijk. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metIn die gevallen zullen de interviews via e-mail plaatsvinden. Dit komt de snelheid en hetgemak ten goede. Toelichting vragen zal achteraf telefonisch plaatsvinden.De cases worden toegepast bij de volgende bedrijven met logiesfunctie:Hotel ‘Vis aan de Markt’, Hotel ‘Zeeland’ deze gebouwen met logiesfunctie zijn in Tholengelegen.Hotel ‘Vis aan de Markt’ • Brandmeldinstallatie aanwezig • Geen doormelding alarmcentrale • Brandveiligheidsmiddelen conform voorschriften • Vluchtwegen conform voorschriftenHotel ‘Zeeland’ • Rookmelders (geen gekoppelde rookmelders) • Geen doormelding alarmcentrale • Brandveiligheidsmiddelen conform voorschriften logiesfunctie • Vluchtwegen conform voorschriften82 Yin, R.K., (2003) Case study research, design and methods, thousand oaks, sage publications, blz 72. 74
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenInterviewverslagenHotel ‘Vis aan de markt’ en hotel ‘Zeeland’ zijn op generlei wijze benaderbaar voor eeninterview. Op basis van bovenstaande reactie en afwezigheid van reacties valt af te leidendat de ‘core-business’ voorgaat op alle andere zaken, die van belang kunnen zijn in deonderneming. Op basis van deze waarneming kan worden gesteld dat de ondernemingenonbewust onbekwaam zijn aangaande de waardecreatie van brandveilig ondernemen.De interviewverslagen zijn opgenomen in de bijlagen. 1. interview met de heer Lourens van de Linden op 1 september 2011 te Rotterdam. De heer Lourens van de Linden is specialist op het gebied van verzekeren en docent risicomanagement aan de Haagse Hoge School. 2. interview met de heer Ricardo Weewer op 5 september te Amsterdam. De heer dr. Ir. Ricardo Weewer is strategisch adviseur en plaatsvervangend commandant brandweer Amsterdam-Amstelland en lector brandweerkunde van het Nederlands Instituut voor fysieke veiligheid (NIFV) 3. interview met de heer Rob Frek op 9 september te Goes De heer Rob Frek is Directeur veiligheidszorg van de veiligheidsregio Utrecht en portefeuillehouder van het landelijk project brandveilig leven van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR). 4. interview met Marko van Leeuwen op 12 september te Den Haag. De heer drs. Marko van Leeuwen is specialist van het verbond der verzekeraars en als beleidsadviseur schadeverzekeringen in dienst bij het verbond der verzekeraars. 5. interview met Koos de Feijter op 12 september te tholen. De heer ing. Koos de Feijter is specialist beleid en bestuur en commandant brandweer Tholen. 6. interview met de heer Marcel van Galen op 14 september te Utrecht. De heer mr. Marcel van Galen MIM is hoofd Risicobeheersing Brandweer Flevoland.. Daarnaast voorzitter van het landelijk project brandveilig leven van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR). 7. interview met de heer René Hagen op 19 september te Arnhem. De heer ing. René Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met Hagen MPA is lector brandpreventie van het Nederlands Instituut voor fysieke veiligheid (NIFV) 8. interview met Arco Kunst en Sjaak Steijn op 21 september te Tholen. Arco kunst is specialist brandpreventie en Sjaak Steijn is specialist en controleur brandpreventie bij de brandweer TholenResultaat veldonderzoek aangaande RisicomanagementDe onderstaande uitkomsten van het veldonderzoek worden gebruikt in de tabeloperationele indicatoren en gekoppeld aan de criteria en resultaat veldonderzoekaangaande risicomanagement. - Brandveiligheid is juist een onderdeel waar een ondernemer zich mee zou kunnen onderscheiden. De ondernemer moet tijd en geld investeren en de klant moet veiligheid leren waarderen. Het moet wel ergens beginnen, of bij de ondernemer of bij de klant. logiesfunctie - Borg brandveilig ondernemen (BVO) en maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), maar ook het business continuïteitsmanagement (BCM) in een 75
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen risicomanagementcyclus door een risicomanagementsysteem zoals ISO31000. Zo worden de ‘plan, do, check and act’ fasen elke keer opnieuw doorlopen. - Door de bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale te Tholen worden risico’s niet proactief en cyclisch benaderd, maar reactief worden de gevolgen van de risico’s opgepakt.Resultaat veldonderzoek aangaande brandveilig ondernemenDe onderstaande uitkomsten van het veldonderzoek worden gebruikt in de tabeloperationele indicatoren en gekoppeld aan de criteria en resultaat veldonderzoekaangaande brandveilig ondernemen. - De kunst is bedrijven en instellingen te bewegen om vooraf na te denken over brandveiligheid, via de trits: IbMZ83 (welk niveau wil ik?), IBB84 (risicoanalyse), en vervolgens BGB85, een keurmerk. Er ontstaat dan een autonoom proces waar de bandweer vooral in kan adviseren, en waarin ondernemers een eigen verantwoordelijkheid nemen. - Bij een kritische consument is het niet noodzakelijk maatregelen te nemen, iedereen snapt de logica. Als mensen risico’s niet onderkennen, moet de overheid grenzen stellen. Als veiligheid geen issue is, moet de overheid stappen ondernemen. - De bedrijven met logiesbedrijven zonder verplichte brandmeldcentrale te Tholen zijn onbewust onbekwaam waarbij ondernemen gaat voor brandveiligheid. Veilig en verantwoord ondernemen en continuïteit borgen zijn onvoldoende geïntegreerd en geborgd in de bedrijfsvoeringResultaat veldonderzoek aangaande implementatie risicomanagement en brandveiligondernemenDe onderstaande uitkomsten van het veldonderzoek worden gebruikt in de tabeloperationele indicatoren en gekoppeld aan de criteria en resultaat veldonderzoekaangaande implementatie risicomanagement en brandveilig ondernemen. - Als brandweer moeten we aansluiten bij de belevingswereld van onze doelgroep. Dus websites met horeca beoordelingen als gesprekspartner inzetten om brandveiligheidsbewustzijn te verhogen naar het gewenste niveau. Als brandveiligheid als criterium is opgenomen bij de beoordelingen wordt het een automatisme voor klanten om een juiste keuze te (kunnen) maken op basis van de te lopen risicos. - Aanbeveling aangaande borging brandveiligheid: in het kwaliteitssysteem van Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met ‘sterren’ de brandveiligheid verwerken. Brandveiligheid maakt nu nog geen onderdeel uit van de rangschikking die door Nederlandse Hotel Classificatie (NHC) is opgesteld. - Bij de bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale te Tholen is risicobenadering onbekend en niet praktisch toepasbaar bij de bepaling van brandveilig ondernemerschap.Resultaat veldonderzoek aangaande risicobeheersingniveauDe betreffende bedrijven met logiesfunctie zijn op generlei wijze benaderbaar voor eeninterview. Op basis van afwezigheid van reacties valt af te leiden dat de ‘core-business’voorgaat op alle andere zaken, die van belang kunnen zijn in de onderneming. Na diversepogingen en onwelwillendheid om een reactie te geven op vragen, kan worden gesteld datde ondernemingen onbewust onbekwaam zijn met betrekking tot waardecreatie op basisvan brandveilig ondernemen. logiesfunctie83 IbMZ samenwerkingsverband incidentbeheersing management zorginstelling84 IBB Integrale brandveiligheid bouwwerken. Het model IBB helpt zowel in de bouw- als in de gebruiksfase omintegrale brandveiligheid in een bouwwerk te bereiken.85 BGB keurmerk Brandweer Haaglanden in samenwerking met kwaliteitszorgbedrijf Kiwa Nederland 76
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenDeelvraag risicomanagement in de praktijk.11. Wat is de huidige situatie aangaande risicomanagement van bedrijven met logiesfunctiezonder verplichte brandmeldcentrale binnen de gemeente Tholen? Risicomanagement van de doelgroep: door de bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale te Tholen worden risico’s niet pro-actief en cyclisch benaderd, maar reactief worden de gevolgen van de risico’s opgepakt.Deelvraag brandveilig ondernemen in de praktijk12. Wat is de huidige situatie aangaande brandveilig ondernemen van bedrijven metlogiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale binnen de gemeente Tholen? Brandveilig ondernemen van de doelgroep: de bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale te Tholen zijn onbewust onbekwaam; ondernemen gaat voor brandveiligheid. Veilig en verantwoord ondernemen en continuïteit borgen zijn onvoldoende geïntegreerd en gewaarborgd in de bedrijfsvoering.Deelvraag implementatie risicomanagement en brandveilig ondernemen in de praktijk13. Wat is de huidige situatie aangaande de implementatie van risicomanagement enbrandveilig ondernemen van bedrijven met logiesfunctie zonder verplichtebrandmeldcentrale binnen de gemeente Tholen? Implementatie RM en BVO van de doelgroep: bij de bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale te Tholen is risicobenadering onbekend en niet praktisch toepasbaar bij de bepaling van brandveilig ondernemerschap.Deelvraag risicobeheersing in de praktijk14. Wat is de huidige situatie aangaande risicobeheersing van bedrijven met logiesfunctiezonder verplichte brandmeldcentrale binnen de gemeente Tholen? Risicobeheersing van de doelgroep: ondernemers zijn onbewust onbekwaam aangaande brandveiligheid; het ondernemen gaat voor brandveiligheid.DeelconclusieDe brandweer heeft met name als taak om te redden, niet primair om schade te beperken.Men heeft andere instrumenten om schadebeperking te voorkomen dan de brandweer.Zoals Ricardo Weewer het aangeeft is het een kunst, bedrijven en instellingen te bewegenom vooraf na te denken over brandveiligheid. Er ontstaat dan een autonoom proces, waarinde bandweer vooral kan adviseren, en waarin ondernemers een eigen verantwoordelijkheid Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metnemen.Bedrijven moeten het brandveilig ondernemen (BVO) borgen in eenrisicomanagementcyclus door een risicomanagementsysteem. Brandveiligheid wordt zo eenonderdeel, waar een ondernemer zich mee zou kunnen onderscheiden. De ondernemermoet tijd en geld investeren en de klant moet veiligheid leren waarderen. Het moet welergens beginnen, of bij de ondernemer of bij de klant. In gedrag is 80% onbewust; dezewetenschap moet onderdeel uitmaken van brandveilig ondernemen. Effectief waardecreëren: leg de prioriteit waar het risico het hoogst is en de perceptie het laagst. logiesfunctie 77
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Hoofdstuk 5.1 Triangulatie en analyse van de huidige situatie en het veldonderzoek Hoofdstuk 5.1 Triangulatie en analyse van de huidige Fase 5 Analyse (Fase 5.1) situatie en het veldonderzoek Om overzicht te houden hoe de thesis is opgebouwd en om te komen tot triangulatie is onderstaand overzicht opgesteld. Hoofdstuk 1.1 Opdracht onderzoek: onderzoek hoe de risicobenadering als onderdeel (Fase 1.1 ) van de nieuwe doctrine brandveiligheid praktisch toepasbaar kan worden gemaakt voor bedrijven met een logiesfunctie. Hoofdstuk 1.2 Doel van het onderzoek: aanbevelingen doen om risicomanagement (Fase 1.2) (de risicobenadering binnen de nieuwe doctrine brandveiligheid) en brandveilig ondernemen praktisch toepasbaar is te maken en te implementeren bij bedrijven met logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale binnen de gemeente Tholen. Hoofdstuk 1.3 Methodologie van het onderzoek: de combinatie tussen theoretisch (Fase 1.3) onderzoek en een casus. De theorie wordt gecombineerd met veldonderzoek en methodologisch verwerkt als een enkelvoudige casus86 door gebruik te maken van de Grounded Theory.87 Hoofdstuk 1.4 Optiek van het onderzoek: waarde creëren voor bedrijven met (Fase 1.4) logiesfunctie zonder verplichte brandmeldcentrale binnen de gemeente Tholen, door de risicobenadering praktisch toepasbaar te maken. Hoofdstuk 2.1 Literatuuronderzoek ter begripsvorming en nut en noodzaak van (Fase 2.1) brandveilig ondernemen Hoofdstuk 2.2 Literatuuronderzoek ten aanzien van risicomanagementTriangulatie (Fase 2.2) Hoofdstuk 2.3 Literatuuronderzoek ten aanzien van brandveilig ondernemen (Fase 2.3) Hoofdstuk 2.4 Literatuuronderzoek ten aanzien van implementatie risicomanagement (Fase 2.4) en brandveilig ondernemen Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met Op basis van bovenstaande triangulatie worden operationele indicatoren geanalyseerd als input voor het operationaliseren van het conceptuele model. logiesfunctie 86Leeuw H.F. de, (2005), Management van onderzoek, van Gorcum. 87Goulding, C., (1999), Grounded Theory: some reflections on paradigm, procedures and misconceptions, University of Wolverhampton. 78
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenTriangulatie hoofdstuk 2.1 t.o.v hoofdstuk 2.2Gesteld kan worden dat beheersmaatregelen (vanuit de risicobenadering) brandveiligheidten aanzien van de risicos van het gebouw, het gebruik en de organisatie omzeild kunnen ofbewust terzijde geschoven kunnen worden en dus geen gegarandeerd resultaat opleveren.Triangulatie hoofdstuk 2.2 t.o.v hoofdstuk 2.3Gesteld kan worden dat de harde en zachte kant van risicomanagement in balans moetenzijn. Dit garandeert niet het behalen van de doelstellingen omdat beheersmaatregelenomzeild kunnen worden.Triangulatie hoofdstuk 2.3 t.o.v hoofdstuk 2.1Gesteld kan worden dat binnen de risicobenadering de harde en zachte kant vanrisicomanagement in balans moeten zijn. Deze harde en zachte kant moeten worden bezienin relatie tot de risicos van het gebouw, het gebruik en de organisatie.Triangulatie hoofdstuk 2.1 t.o.v. hoofdstuk 2.4Gesteld kan worden dat het wegnemen van bronnen van risicos aan de voorkant,imagoschade en continuïteitsproblemen bij brand voorkomen of verminderd worden. Eenbelangrijke bijdrage hieraan wordt geleverd door het gedrag van bezoekers.Analyse triangulatieAls de ondernemer maar lang genoeg wacht, wordt risicomanagement vanzelfcrisismanagement met alle gevolgen van dien. Deze matrix, ook wel Eisenhower-schemagenoemd, is een model dat zich laat typeren door de beroemde uitspraak van Eisenhower:“Urgente zaken zijn zelden belangrijk en belangrijke zaken zijn zelden urgent.” De essentievan de matrix is dat de prioriteiten goed gesteld moeten worden, anders wordt van crisisnaar crisis gewerkt zonder progressie. Als zaken maar lang genoeg blijven liggen, worden zevanzelf urgent en belangrijk en moeten deze zaken alsnog worden opgepakt. Crisisbeheersing Risicobeheersing Urgent Niet urgentBelangrijk (1) (2) Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metNiet belangrijk (3) (4) Geen tijd, geen geld voor Ondernemen risicomanagement en zonder RM en BVO brandveilig ondernemen; ondernemen gaat voor….Figuur 34 Eisenhowermatrix en projectie conclusies vanuit optiek thesisToegevoegde waarde van de beheersing van de risico’s wordt gevonden in verbetering vande efficiency van kwaliteit en in een beter imago bij aandeelhouders en klanten.Risicomanagement is geen garantie tegen faillissement, omdat volledige beheersing eenmythe is. Bovendien leidt maximaal operationeel risicomanagement niet tot maximaletoegevoegde waarde, maar tot een auditexplosie, die meer kost dan oplevert. Goedrisicomanagement leidt tot bewust risico nemen in verhouding tot deondernemingsdoelstellingen, zodat risico’s de organisatie niet overkomen, maar een keuze logiesfunctiezijn. 79
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenOperationaliseren van het conceptuele model op basis van triangulatieOp basis van bovenstaande triangulatie worden operationele indicatoren geanalyseerd alsinput voor het operationaliseren van het conceptuele model.Tabel 14 Operationele indicatoren gekoppeld aan de criteriaCategorie Voorgeschreven criterium Operationele indicator (vanuit het conceptuele (op basis van triangulatie) model)RM Risico-governance - De brandveiligheidsrisicos worden in kaart gebracht, geagendeerd en beheerst door implementatie van mitigerende maatregelen Onzekere risicos - Risicos worden systematisch en cyclisch benaderd om onzekerheid aangaande risicos te managen.BVO Harde kant RM binnen BVO - Risicomanagement wordt beleidsmatig vormgegeven en verwerkt in bedrijfsstructuur en processen van de onderneming. Zachte kant RM binnen BVO - De ondernemers zijn overtuigd van het belang van hun bijdrage aan veiligheid en nemen hun verantwoordelijkheid.Implementatie Veiligheidsbewustzijn/Gedrag - De klant is bewust bekwaam klant88 (gemaakt) aangaande zijn of haar bijdrage in het te vertonen gedrag betreffende brandveiligheid. ‘Best practice’ - Hotelsterren checklijst wordt brandveiligheid gebruikt om brandveiligheidsrisicos te managen. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metRisicobeheersings- Statistische gegevens van - De verwachting is dat als voldaanniveau brand bij bedrijven zonder wordt aan alle criteria het aantalbrandveiligheid verplichte brandmeld- branden en de gevolgen hiervan centrale zal verminderen.DeelconclusieVoor deze categorie van bedrijven is het brandveilig ondernemen een kans om zich teonderscheiden. Daarnaast vereist de huidige samenleving dat de ondernemer zijnverantwoordelijkheid neemt op het gebied van brandveiligheid, maar ook om imagoschadeen continuïteitsproblemen bij brand het hoofd te bieden. Vanuit de risicobenadering moetde ondernemer de klanten risicobewust maken van (brand)onveilig gedrag. logiesfunctie88 (zorgplicht ondernemer in het kader van de afhankelijkheidsrelatie) 80
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenHoofdstuk 5.2 Invullen van tabelcriteria, toetsing van de hypothesen en het conceptueelmodel en beschrijving van de gewenste situatieHoofdstuk 5.2 Fase 5 Analyse Invullen van tabelcriteria, toetsing van de(Fase 5.2) hypothesen en het conceptueel model en beschrijving van de gewenste situatieIn dit hoofdstuk wordt de tabel met criteria ingevuld en geanalyseerd op basis van hetveldonderzoek. Uiteindelijk volgt de beschrijving van de huidige situatie. Vervolgens wordt dehypothese en het conceptueel model getoetst.Tabel 15 operationele indicatoren gekoppeld aan de criteria en resultaat veldonderzoek RMCategorie Voorgeschreven Operationele Resultaat criterium indicator veldonderzoek (interviews)RM Risico-governance De Brandveiligheid is juist brandveiligheidsrisicos een onderdeel waar worden in kaart een ondernemer zich gebracht, mee zou kunnen geagendeerd en onderscheiden. De beheerst door ondernemer moet tijd implementatie van en geld investeren en mitigerende de klant moet maatregelen veiligheid leren waarderen. Het moet wel ergens beginnen, of bij de ondernemer of bij de klant. Onzekere risicos Risicos worden Borg brandveilig systematisch en ondernemen (BVO) cyclisch benaderd en maatschappelijk om onzekerheid verantwoord Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met aangaande risicos te ondernemen (MVO), managen. maar ook het business continuïteits- management (BCM) in een risico- managementcyclus door een risico- management- systeem zoals ISO31000. logiesfunctie 81
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenTabel 16 Operationele indicatoren gekoppeld aan de criteria en resultaat veldonderzoekBVOCategorie Voorgeschreven Operationele Resultaat criterium indicator veldonderzoek (interviews)BVO Harde kant RM Risicomanagement De kunst is bedrijven binnen BVO wordt beleidsmatig en instellingen te vormgegeven en bewegen om vooraf verwerkt in de na te denken over bedrijfsstructuur en brandveiligheid, via processen van de de trits: IbMZ89 (welk onderneming. niveau wil ik?), IBB90 (risicoanalyse), en vervolgens BGB91, een keurmerk. Er ontstaat dan een autonoom proces waar de bandweer vooral in kan adviseren, maar waarin ondernemers een eigen verantwoordelijkheid nemen. Zachte kant RM De ondernemers zijn Bij een kritische binnen BVO overtuigd van het consument is het niet belang van hun noodzakelijk bijdrage aan maatregelen te veiligheid en nemen nemen, iedereen hun snapt de logica. Als Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met verantwoordelijkheid. mensen risico’s niet onderkennen, moet de overheid grenzen stellen. Als veiligheid geen issue is, moet de overheid stappen ondernemen. logiesfunctie89 IbMZ samenwerkingsverband incidentbeheersing management zorginstelling90 IBB Integrale brandveiligheid bouwwerken. Het model IBB helpt zowel in de bouw- als in de gebruiksfase omintegrale brandveiligheid in een bouwwerk te bereiken.91 BGB keurmerk Brandweer Haaglanden in samenwerking met kwaliteitszorgbedrijf Kiwa Nederland 82
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenTabel 17 Operationele indicatoren gekoppeld aan de criteria en het resultaat veldonderzoekimplementatie RM en BVOCategorie Voorgeschreven criterium Operationele Resultaat indicator veldonderzoek (interviews)Implemen- Veiligheidsbewustzijn/ De klant is bewust Als brandweertatie RM en gedrag klant (zorgplicht bekwaam (gemaakt) moeten weBVO ondernemer in het kader aangaande zijn of aansluiten bij de van de afhankelijkheids- haar bijdrage in het belevingswereld van relatie) te vertonen gedrag onze doelgroep. Dus betreffende websites met horeca brandveiligheid. beoordelingen als gesprekspartner inzetten om brandveiligheids- bewustzijn te verhogen naar het gewenste niveau. Als brandveiligheid als criterium wordt opgenomen bij beoordelingen wordt het een automatisme voor klanten om een juiste keuze te (kunnen) maken aangaande de te lopen risicos. ‘Best practice’ Hotelsterren checklijst Aanbeveling Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met brandveiligheid wordt gebruikt om aangaande borging brandveiligheidsrisico brandveiligheid: in het kwaliteitssysteem ’s te managen. van ‘sterren’ de brandveiligheid verwerken. Brandveiligheid maakt geen onderdeel uit van de rangschikking die door de Nederlandse Hotel Classificatie (NHC) is opgesteld. logiesfunctie 83
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenAnalyse tabel 17 en 18 om te komen tot gewenste situatieDe primaire oplossing is ‘het voorkomen van brand’. Er is winst te behalen door bewonersmaatregelen te leren brandgevaarlijke situaties te voorkomen. Ook het meer toepassen vanonbrandbare inventarisgoederen zal winst bieden. Brand geheel uitsluiten is een utopie. Het isom die reden dan ook van belang om maatregelen te bevorderen die het tijdsbestekverlengt tussen het ontstaan van brand en het moment dat er een niet overleefbare situatieontstaat. Een snelle melding door een rookmelder verlengt die tijd aan de voorzijde. In alledenkbare scenario’s is dit een absolute vereiste. Toch kan de plaats van ontstaan bijdragenaan een excessieve branduitbreiding en rookontwikkeling.De tijdwinst aan de voorzijde wordt hierdoor mogelijk teniet gedaan, zodat er in die situatiesgeen sprake is van voldoende vluchttijd. Om excessieve branduitbreiding tegen te gaanzullen de grootste veroorzakers van een snelle branduitbreiding, zoals matrassen en bekleedmeubilair, brandvertragend moeten worden uitgevoerd. Daarnaast zullen sprinklers in detoekomst een gunstige invloed hebben. Zo is een reductie van slachtoffers en schade tebehalen.Gewenste situatie: reductie slachtoffers en schadeGezamenlijk maken diverse maatregelen* het mogelijk dat de gasten van logiesgebouwentijdens een brand veilig kunnen vluchten. Maar dan moeten ze wel direct na de ontdekkingvan een brand het logiesgebouw verlaten. Om dat te realiseren moeten bewoners leren hoeze moeten handelen om een logiesgebouw veilig te verlaten. Het onderschrijft de stelling:‘Preventieve maatregelen* + snelle melding* + brandvertraging* = reductie slachtoffers enschade.’92Analyse tabel 18 om te komen tot gewenste situatieOver het algemeen genomen zijn de belemmeringen om brandveiligheidsmaatregelen tetreffen bekend. Het ver van mijn bedgevoel resulteert in laks- en of luiheid. De foutegedachte van een nutteloze investering, ingegeven door het gevoel van ‘het gebeurt mijtoch niet’. Het verleggen van de verantwoordelijkheid naar een ander resulteert in hetafschuiven van verantwoordelijkheid nemen voor de eigen veiligheid. Mensen hebben deneiging om het voor zichzelf goed te praten, dat zij (te) weinig aan brandveiligheid hebbengedaan. Zij weten dat zij niet genoeg maatregelen hebben getroffen, maar omdat zijdenken dat het hen niet overkomt, berusten zij in dezelfde gedachte. Zo ontstaatonderschatting van brandgevaar.Ook het verstikkende gevaar van rook wordt veelal niet onderkend. Daar komt nog bij dat Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metbedrijven vaak goed verzekerd zijn tegen materiële schade van brand en zakelijk gezien duseen lage prikkel hebben om in brandpreventie te investeren. Het is dan ook van hetallergrootste belang om toehoorders uit te leggen dat er jaarlijks in Nederland 100 branden inlogiesgebouwen ontstaan. Vanuit die kennis kan de doelgroep bewust worden gemaakt vande risico’s.Gewenste situatie: veiligheidsbewustzijnDe verwachting is dat het bewust maken van brandveiligheid bij ondernemers en klantenvan logiesbedrijven leidt tot bewustwording van de risico’s en daarmee tot een veiligergedrag en de benodigde investeringen. Het onderschrijft de stelling;‘Veiligheidsbewustzijn/gedrag + veiligheidsproduct = zelfredzaamheid + veiliger gedrag.’93 logiesfunctie92 Hertog, E. den, Brandveiligheid, inventariserend onderzoek naar brandveiligheidsmaatregelen, Ruigrok,Amsterdam, 200793 Hertog, E. den, Brandveiligheid, inventariserend onderzoek naar brandveiligheidsmaatregelen, Ruigrok,Amsterdam, 2007 84
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenToetsing hypothese en conceptueel modelOnderzoek doen, houdt ook in dat de mogelijkheid wordt geboden het tegendeel van eengehanteerde veronderstelling aan te tonen. Het normenkader zelf zal dus ter discussiemoeten worden gesteld en de basis hiervoor wordt in de conceptualisering van hetonderzoek gelegd of juist ontnomen. Een verkeerde conceptualisering leidt in essentie enkeltot bevestiging, een juiste conceptualisering kan tot bevestiging, maar ook tot aanpassingvan de criteria leiden.De gevolgen hiervan kunnen zeer groot zijn. Waar een matige conceptualisering leidt tot hetadvies om de praktijk aan te passen en in lijn te brengen met de normen, leidt een gedegenconceptualisering juist tot aanpassing van de normen en continuering van de praktijk. Hetbehoeft geen betoog dat dit tot zeer strijdige aanbevelingen kan leiden, zeker als hetformele beleid zelf als normenkader wordt gehanteerd.Hypothese:Als hypothese wordt gesteld dat, als voldaan wordt aan C1 en C2 en als C3 wordtgehanteerd, het risicobeheersingsniveau brandveiligheid is geborgd.De onderstaande indeling geeft de werkwijze weer zoals in de voorgaande hoofdstukkenbeschreven.Tabel 18 Opbouw van de toetsingswijze criteria en hypothesenCategorie Voorgeschreven Operationele Resultaat criterium indicator veldonderzoekC1 RM A Risico-governance Triangulatie van Veldonderzoek literatuuronderzoek B Onzekere risicos Triangulatie van Veldonderzoek literatuuronderzoek Gewenste situatieC2 BVO A Harde kant RM binnen Triangulatie van Veldonderzoek BVO literatuuronderzoek B Zachte kant RM binnen Triangulatie van Veldonderzoek Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met BVO literatuuronderzoekC3 A Veiligheidsbewustzijn/ Triangulatie van VeldonderzoekImplementatie gedrag klant (zorgplicht literatuuronderzoekRM en BVO ondernemer in het kader van de afhankelijkheidsrelatie) B ‘Best practice’ Triangulatie van Veldonderzoek brandveiligheid literatuuronderzoek Risicobeheersingniveau brandveiligheid logiesfunctie 85
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenTabel 19 Relatie criteria en het effect op het risicoberheersingsniveau brandveiligheid Criterium C1 Criterium C2 Criterium C3 Risicobeheersingsniveau brandveiligheid A A A = B A B = A B A = B B B = B B A = A B B =De bovenstaande beoordeling is tot stand gekomen op basis van de interviews uit hetveldonderzoek. De neutrale relatie in bovenstaande tabel is met name het gevolg van hetontbreken van criterium C3-B, de ‘beste practice. Dit criterium moet gezien worden alskritische succesfactor bij de verhoging van het risicobeheersingsniveau brandveiligheid.De best practice is om in het kwaliteitssysteem (‘sterrenniveau’) de brandveiligheid teverwerken. Deze classificatie is door de Nederlandse Hotel Classificatie (NHC) opgesteld terbeoordeling van de kwaliteit van de aangeboden logiesgebouwen. Vooralsnog wordt debrandveiligheid hierin niet verwerkt. Het risicobeheersingsniveau brandveiligheid in ditkwaliteitssysteem moet wel vormgegeven worden op basis van safehotels checklistmanagement, building, system. (zie bijlage). Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metHet risicobeheersingniveau brandveiligheid is meetbaar gemaakt om de hypothese tetoetsen teneinde te voorkomen dat er een cirkelredenering ontstaat.Het risicobeheersingsniveau brandveiligheid wordt gemeten aan de hand van het aantalbranden bij logiesbedrijven zonder verplichte brandmeldcentrale. De verwachting is dat alswordt voldaan aan alle criteria het aantal branden vermindert. Andersom gesteld: als nietwordt voldaan aan de genoemde criteria blijft het aantal branden gelijk of stijgt het. logiesfunctie 86
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenHoofdstuk 6.1 Conclusies en aanbevelingenHoofdstuk 6.1 Fase 6 Conclusies, Conclusies en aanbevelingen(Fase 6.1) aanbevelingen & impl.In dit hoofdstuk worden de conclusies en aanbevelingen beschreven.Conclusie hoofdstuk 2.1De conclusie van 2.1 gaat over het afleiden van de wettelijke verantwoordelijkheden van debedrijven met logiesfunctie. De ondernemers dragen een eigen verantwoordelijkheid als hetgaat om het beperken en bestrijden van brand. Uit de studies naar aanleiding vanincidenten blijkt dat de verantwoordelijkheidsverdeling en het veiligheidsbewustzijn bij dediverse partijen onvoldoende duidelijk zijn. Daarom is in de visie op brandveiligheid veelaandacht voor de gewenste verantwoordelijkheidsverdeling en het verhogen van hetveiligheidsbewustzijn. De introductie van een risicobenadering is een belangrijk element datvooral van betekenis is voor het anders omgaan met wet- en regelgeving. Vanuit eenrisicobenadering wordt de brandveiligheid primair bezien op de risicos van het gebouw, hetgebruik en de organisatie en niet vanuit de generieke veiligheidsniveaus die zijn vastgelegdin de regelgeving.Conclusie hoofdstuk 2.2De conclusie van 2.2 gaat over Risicomanagement en biedt in dit kader inzicht in de(continuïteits)-risico’s, teneinde juiste, weloverwogen keuzes te maken. De cyclischerisicobenadering kan het best worden vormgegeven door de invoering van eenrisicomanagementframework. Een deel gaat over omgaan met onzekerheid;beheersingsmaatregelen versus de mensfactor. Beheersingsmaatregelen kunnen al dan nietbewust omzeild of terzijde worden geschoven. Deze beperkingen weerhouden deondernemer van absolute zekerheid ten aanzien van realisatie van organisatiedoelen.Ondernemers zouden beter door risicomanagers gewezen moeten worden op huninterpretatie van rapporten en wijzen van besluitvorming.Conclusie hoofdstuk 2.3De conclusie van 2.3 gaat over de harde en zachte kant van risicomanagement van het hetbrandveilig ondernemen en de balans daartussen. Bij brandveilig ondernemen neemt deondernemer de verantwoordelijkheid voor zijn klanten ten aanzien van de brandveiligheid, Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metdoor maatregelen te treffen op het gebied van techniek, organisatie en het bewust makenvan de brandrisico’s en brandonveilig gedrag. Waarbij het gedragscomponent vandoorslaggevend belang is.Conclusie hoofdstuk 2.4De conclusie van 2.4 gaat over de kansen en bedreigingen van het brandveiligondernemen. Brandveilig ondernemen is een meerwaarde waarmee de ondernemer zich inde markt kan onderscheiden; bovendien kan hij zo imagoschade en continuïteitsproblemenbij brand het hoofd bieden.Conclusie vanuit de triangulatieDoor het wegnemen van bronnen van risico’s worden onder andere imagoschade encontinuïteitsproblemen bij brand voorkomen en verminderd. Balans tussen de harde enzachte kant van risicomanagement binnen het brandveilig ondernemen is van belang. Demaatregelen vanuit de risicobeheersing behelzen maatregelen op het gebied van risicosvan het gebouw (techniek), het gebruik (gedrag) en de organisatie. Bij het nemen van logiesfunctiebeheersingsmaatregelen moet in gedachten worden gehouden dat deze maatregelenbewust omzeild of terzijde kunnen worden geschoven. Een vangnet is daarom noodzakelijk. 87
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenEen ondernemer zal moeten investeren in brandveiligheid als vangnet, de brandweer gaatmet name over het redden van mensen en niet over brandveiligheid.Aanbeveling vanuit de triangulatieAls de ondernemer maar lang genoeg wacht, wordt risicomanagement vanzelfcrisismanagement met alle gevolgen van dien. Ondernemers vervullen hun werkzaamhedenin kwadrant 3 en 4 van de Eisenhowermatrix (urgent en niet belangrijk / niet urgent en nietbelangrijk). Het is van cruciaal belang om duidelijk te maken dat de ondernemer prioriteitmoet geven aan risicomanagement om crisismanagement te voorkomen.Beschrijving van algemene aanbevelingenGezien de vluchtigheid en korte houdbaarheid van kennis moet kennis gemanaged wordenop landelijk niveau. Het landelijk borgen van actuele kennis van risicobeheersing encrisisbeheersing door kennismanagement is dan ook van cruciaal belang. Dikwijls is dezekennis in versnipperde vorm al aanwezig bij het bedrijfsleven en de burgers; het publiek.Gebruik maken van deze bron is van belang om vitaal en juist getimed de kennis op peil tehouden en te delen.Veiligheid krijgt niet de aandacht die het verdient, dit wordt iedere keer bevestigd. Veiligheidis het wegnemen van structurele onveiligheid of keuzes maken in aanvaarde risicos doorrisicobeheersing. Deze risicos moeten integraal en vanuit alle kanten beoordeeld worden opcausaliteit en validiteit om het gewenste effect te sorteren. De borging ligt in het landelijkregelen van een fysiek risicobeheersingsbureau. Aanbeveling 1 Rendement door kennismanagement Het NIFV zou de regie moeten gaan voeren over kennismanagement aangaande (brand)veiligheid. Het rendement van kennismanagement wordt groter als de budgetten worden gebundeld. Aanbeveling 2 Publiek als bron94 Bedrijven en wetenschap zien dikwijls het publiek over het hoofd als het gaat om innovatie. Er zijn veel voorbeelden die aantonen dat er een enorme potentie is onder het publiek. De oplossingen zullen ook meer gericht en beter gedragen zijn. Richt een afdeling publieksourcing op binnen het NIFV, om invulling te geven aan nieuwe Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met toepassingen. Aanbeveling 3 Permanente aandacht voor (on)veiligheid De Onderzoeksraad heeft gaandeweg geleerd dat, door tal van oorzaken, veiligheid niet de aandacht krijgt die zij verdient. Richt een afdeling risicobeheersing op binnen het NIFV; deze geeft vorm aan risicobeheersing door het in kaart brengen en adviseren omtrent het (laten) wegnemen van bronnen van structurele onveiligheid.Beschrijving van specifieke aanbevelingenToegevoegde waarde van de beheersing van de risico’s wordt gevonden in een verbeteringvan de efficiency van kwaliteit en in een beter imago bij aandeelhouders en klanten.Risicomanagement is geen garantie tegen faillissement, omdat volledige beheersing eenmythe is. Bovendien leidt maximaal operationeel risicomanagement niet tot maximaletoegevoegde waarde, maar tot een auditexplosie, die meer kost dan oplevert. Goedrisicomanagement leidt tot bewust risico nemen in verhouding tot de logiesfunctie94 http://wisdomofthepubliek.nl/toekomstbeelden/innovatie-en-kennisontwikkeling/nieuwe-ontwikkelingen/ 88
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenondernemingsdoelstellingen,95 zodat risico’s de organisatie niet overkomen, maar een keuzezijn. Aanbeveling 4 Crisisbeheersing als vangnet Crisismanagement omvat methodieken om noodsituaties te kunnen voorspellen, beoordelen, analyseren en voorkomen. Een stap voorafgaand aan het crisismanagement is om technisch en menselijk falen te voorkomen. De ondernemers en brandweer fungeren als vangnet als risico’s zich manifesteren. Bedrijven met logiesfunctie (zonder verplicht brandmeldcentrale) moeten zich hierop voorbereiden door de implementatie van brandveilig ondernemen. De brandweer fungeert als adviseur en gaat horizontaal inspecteren. Aanbeveling 5 Risicobeheersing door risicomanagement Maatschappelijk rendement en risicodifferentiatie als risicobenaderingsvormen kunnen praktisch toepasbaar worden gemaakt door het laten nemen van de eigen verantwoordelijkheid van ondernemers. Bedrijven met logiesfunctie (zonder verplicht brandmeldcentrale) moeten risicomanagement implementeren (zie volgend hoofdstuk) en vervolgens mitigerende maatregelen nemen op het gebied van techniek, gedrag en organisatie. Dit wordt beloond door de verzekeraars. Effectieve waarde kan worden gecreëerd door het leggen van de prioriteit waar het risico het hoogst is en de perceptie het laagst. Aanbeveling 6 Borging brandveiligheid door brandveilig ondernemen Veel adviseurs, coaches en goeroes koppelen (organisatie)verandering anno 2011 (nog steeds alleen) aan gedragsverandering van mensen, buiten de context van technologie, organisatie en personen. Hiermee creëren ze een aparte, op zichzelf staande en te simpel en te positief voorgestelde gedragswereld los van het organisatiedeel en technologiedeel: gedragsverandering als selffulfilling prophecy. ‘Gedragsanalyses die losgekoppeld zijn van het technologiedeel en organisatiedeel kunnen nooit de echte werkelijkheid van een verandering raken. Verkeerde of incomplete adviezen over gedragsverandering werpen dan eerder blokkades op dan dat ze positief bijdragen.’96 Brancheorganisaties en alle bedrijven met Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie passen de Europese normen toe; zie bijlage safehotels checklist / hotelsterren checklijst (management, building, systems) logiesfunctie95 http://www.veiligheid.org/ datum raadplegen 15 augustus 201196http://www.managementsite.nl/16965/verandermanagement/hoe-adviseurs-coaches-goeroes-onbewust-verandering-blokkeren.html datum raadplegen 15 augustus 2011 89
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenHoofdstuk 6.2 Ontwerpbeleid risicomanagement en brandveilig ondernemenHoofdstuk 6.2 Fase 6 Conclusies en Ontwerpbeleid risicomanagement en(Fase 6.2) aanbevelingen & impl. brandveilig ondernemenIn dit hoofdstuk wordt het ontwerpbeleid risicomanagement en brandveilig ondernemenbeschreven.Ontwerpbeleid brandveilig ondernemen als waardecreatieWaarde wordt gecreëerd als een maatregel toegevoegde waarde heeft. Bij het ontwerpenvan maatregelen in het kader van veiligheidsbeleid zijn steeds drie elementen belangrijk:techniek, organisatie en gedrag van mensen.97De veiligheidsketenDe hoofdtaken van de hulpverleningsdiensten, brandweer en geneeskundige hulpverlening,zijn ondergebracht in de zogenaamde ‘veiligheidsketen’. De ‘veiligheidsketen’ is eeninstrument om veiligheidsactiviteiten nader te categoriseren. De onderstaande onderdelenuit de ‘veiligheidsketen’ worden bestreken met het beleid. Pro-actie is het structureelvoorkomen van onveiligheid. Preventie is het voorkomen van de directe oorzaken vanonveiligheid en het beperken van de gevolgen door het doorvoeren van preventievemaatregelen in een bepaald gebied. Preparatie is de daadwerkelijke voorbereiding op debestrijding van mogelijke aantastingen van de veiligheid. Repressie is de bestrijding vanonveiligheid en de hulpverlening in acute noodsituaties door de daadwerkelijke inzet vanpolitie, brandweer en andere hulpverleningsdiensten. Nazorg is alles dat nodig is om zo snelmogelijk terug te keren naar de normale verhoudingen door opvang van slachtoffers ofbijvoorbeeld hulp bij de afwikkeling van schadeclaims. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metFiguur 35 VeiligheidsketenVeiligheidsmanagement98Veiligheidsmanagement is een breed begrip. Het omvat het managen van de risico’s voorde veiligheid en gezondheid van mens, dier en milieu door externe factoren. Hierbij kunt udenken aan factoren als werkomstandigheden, machines en andere producten ofgevaarlijke stoffen. In het Engels noemen we dit ‘safety (niet security), health & environment’(SHE). Veiligheid is een samenspel van de actoren techniek, organisatie en gedrag. Elk vandeze actoren brengt risico’s met zich mee, maar biedt ook kansen. Veiligheid is hetaantoonbaar beheersen van risicos. logiesfunctie97 Veiligheidsmanagement zie: http://www.tcpm.nl/2011/02/safety-management/ datum raadplegen 15 augustus201198 Veiligheidsmanagement zie: http://www.tcpm.nl/2011/02/safety-management/ datum raadplegen 15 augustus2011 90
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Veiligheidsmanagement in relatie tot de veiligheidsketen Veiligheidsbeheersing gaat over risicobeheersing en crisisbeheersing en komt tot uitdrukking in de veiligheidsketen. De veiligheidsketen bestaat uit de elementen proactie, preventie, preparatie, respons en herstel/nazorg. Risicobeheersing heeft betrekking op proactie en preventie. Crisisbeheersing omvat de schakels preparatie, respons en herstel/nazorg. Gedrag, Organisatie en Lerende Techniek brandweer en ondernemers Gedrag, Organisatie en TechniekGedrag en VangnetBrandweer Gedrag en Vangnet Crisisbeheersing Risicobeheersing Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met ondernemer Figuur 36 Overzicht voetnoot lopen over elkaar veiligheidsmanagement in relatie tot de André, bijschrift en van de componenten van heen veiligheidsketen en de vermelding van de scheidslijn risico- en crisisbeheersing. Risicobeheersing De risico’s beheersen is niet alleen noodzakelijk, maar ook nuttig. In de beginfase geven wet- en regelgeving een duidelijke impuls aan de beheersing van risico’s (operationeel risicomanagement), mogelijk versterkt door incidenten met negatieve publiciteit. Vervolgens kan het beleid opschuiven van defensief naar offensief. Crisisbeheersing Crisismanagement of crisisbeheersing is de systematische poging om organisatorische crises te voorkomen dan wel te beheersen. Een crisis is een zware noodsituatie waarbij het logiesfunctie 91
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenfunctioneren van een organisatie (bedrijf, overheid, maatschappij, regio) ernstig verstoordraakt. Crises worden gekenmerkt door vier elementen: 99 1. substantiële dreiging voor de organisatie 2. een verrassingselement 3. hoge mate van onzekerheid 4. korte beslistijden.Aangrijpingspunten risicobeheersingMaatschappelijk rendement en risicodifferentiatie als risicobenaderingsvormen kunnenpraktisch toepasbaar worden gemaakt door het laten nemen van de eigenverantwoordelijkheid van ondernemers middels toepassing van het ‘knoppenmodel alsrisicobeheersingstool’. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metFiguur 37 Aangrijpingspunten voor risicobeheersing100Implementatie door middel van een participatief denkkader101Het komt erop aan de factoren te inventariseren die mensen in een positie brengen waarinze ‘onveilig gedrag’ vertonen. Op basis van deze inventaris kan het managementmaatregelen nemen die de menselijke factor in het verstoringsproces op de meest effectievemanier beperken en dus veiligheidsverhogend werken. Het is daarom belangrijk te richten opde procesbesturing in plaats van op eindresultaat.Het opzetten van een veiligheidszorgsysteem is één. Het is echter belangrijk om deeffectiviteit te evalueren van dit zorgsysteem met betrekking tot de mate waarin hetmanagement de menselijke factor beheerst. Het gaat hem niet om het hebben van logiesfunctie99 http://www.veiligheid.org/ datum raadplegen 23 augustus 2011100 Maranus, A.W., (2011) Scriptie bedrijfskundig risicomanagement & Strategische Reis Brandweer.101 Quinn, R. & Cameron, K., (1999) Onderzoeken en veranderen van organisatiecultuur, blz 21 92
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenprocedures, maar om het kunnen begrijpen van de procedures en of er omstandigheden zijnwaarin deze niet kunnen worden toegepast of ontoereikend zijn.Het opzetten en onderhouden van deze procedures dient in nauw overleg met betrokkenente gebeuren. Betrokkenheid en inspraak van iedereen in de dingen die hun direct aangaan,onder andere de kwaliteit van het leven in de organisatie, zijn een absolute voorwaarde. Opbasis van participatie zullen bepaalde personen zich bepaalde doelstellingen en normeneigen maken, wat de effectieve uitvoering van het veiligheidsbeleid enkel ten goede kankomen.Het opzetten van dit participatief denkkader is belangrijk. Er moet een klimaat vanvertrouwen bestaan, waarin men openstaat voor het bespreken van problemen in verbandmet veiligheid. Er moet een cultuur worden gecreëerd die geen schuldigen zoekt, maarstreeft naar verbetering (angst bannen uit de organisatie), zodat (persoonlijke) fouten entekortkomingen gerapporteerd kunnen worden.Het is belangrijk om hierbij de leidersfunctie van het management niet uit het oog teverliezen. Indien het management zich niet persoonlijk engageert, ervaren de mensen datveiligheid alleen hun verantwoordelijkheid is. Betrokkenheid, standvastigheid en hetvoorbeeldgedrag van het management zijn basisvoorwaarden.Ambitieniveaus veranderingen risicobeheersing & crisisbeheersingWanneer het gemeengoed wordt, dat een (organisatie)verandering (altijd) bestaat uit eentechnologiedeel, een organisatiedeel en een personeeldeel, en de afstemming enverbinding hiertussen goed is geregeld, dan verlopen de veranderingen ‘soepeler’. Ja,soepeler tussen aanhalingstekens, omdat dit niet mag worden opgevat alsof veranderingenbinnen bedrijven en (publieke) instanties gemakkelijk zijn en vanzelf gaan. Er is veelstuurmanskunst nodig om een veranderend geheel van technologie, organisatie enpersonen naar zijn (nieuwe) plaats van bestemming toe te brengen. Hierin worden diverseambitieniveaus onderscheiden; zie daarvoor de volgende figuur. Risicobeheersing Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met Laag Hoog ambitie ambitie niveau niveau CrisisbeheersingFiguur 38 Keuzes in ambitieniveau102 logiesfunctie102 Maranus, A.W., (2011) Scriptie bedrijfskundig risicomanagement & Strategische Reis Brandweer. 93
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenTabel 20 Keuzes in ambitieniveauAmbities WerkzaamhedenVertalen maatschappelijke ontwikkelingen - Overheid, particulieren en ondernemers(van effectbestrijding naar kansreductie) pakken de gezamenlijke verantwoordelijkheid op voor brandveiligheidVerbinden en makelen - Brandveilig ondernemen als continuiteits- en brandveiligheidsmeerwaardeVersterken - Overheden, waaronder brandweer, biedt faciliteiten daar waar nodig bij het brandveilig ondernemenVerbreiden - Periodiek worden controles uitgevoerd aan de hand van horizontaal inspecterenVerankeren in de organisatie - Brandveilig vormt een vast onderdeel bij het ondernemenBrandveilig ondernemen; risicobeheersingstool & riskcalculator103Bij het veilig werken in een onderneming of instelling zijn drie zaken van belang, techniek,organisatie en gedrag. Dat geldt niet alleen voor de inventarisatie en evaluatie van risico’s,maar ook voor de risicobeheersing. Elke maatregel die wordt genomen om de risico’s tebeheersen, heeft immers verschillende aspecten. Zo lijkt de installatie van eenbrandmeldinstallatie in eerste instantie een technische aangelegenheid. Het is echterbelangrijk dat hierbij ook aandacht wordt besteed aan gedrag en organisatie.Techniek Welke technieken zijn beschikbaar en tegen welke kosten-baten? Op basis vanwelke argumenten moeten deze (niet) worden toegepast?Organisatie Welke organisatorische maatregelen zijn beschikbaar en tegen welke kosten-baten? Op basis van welke argumenten moeten deze (niet) worden toegepast?Gedrag Welke maatregelen zijn beschikbaar om gedrag te sturen en tegen welke kosten-baten? Op basis van welke argumenten moeten deze (niet) worden toegepast?Vangnet ondernemers Welke mogelijkheden zijn beschikbaar als vangnet in het kader vanbrandveiligheid? Op basis van welke argumenten moeten deze (niet) worden toegepast?Vangnet Brandweer Welke mogelijkheden zijn beschikbaar als vangnet in het kader vanbrandveiligheid? Op basis van welke argumenten moeten deze (niet) worden toegepast? Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie103 Maranus, A.W., (2011) Scriptie bedrijfskundig risicomanagement & Strategische Reis Brandweer. 94
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenKnoppenmodel voor de riskcalculator Figuur 39 Knoppenmodel voor de riskcalculatorScenario´s als input voor de riskcalculatorScenario´s techniek.104 Welke technieken zijn beschikbaar en tegen welke kosten-baten? Opbasis van welke argumenten moeten deze (niet) worden toegepast? Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metBouwkundige brandscheidingen: • vluchtdeuren (draaien in de vluchtrichting mee) • brandvoortplantingsklasse toegepaste materialen • brandmeldinstallatie (volledig) en ontruimingsinstallatie • vluchtrouteaanduiding • brandslanghaspels • sprinklerinstallatie.Scenario´s organisatie.105 Welke organisatorische maatregelen zijn beschikbaar en tegenwelke kosten-baten? Op basis van welke argumenten moeten deze (niet) wordentoegepast? • Doorstroomcapaciteit ontvluchting gebouw • Vluchtveiligheid organiseren • Zelfredzaamheid organiseren Bouwbesluit 2003, versie september 2008// Brandbeveiligingsinstallaties, 2e druk, 1e oplage, februari 2010// NEN logiesfunctie1042535, NEN 2575, NEN 4323, NEN 6068 en NEN 6069,105 SBR Brandveiligheid: Ontwerpen en Toetsen, Ontwerprichtlijnen utiliteitsbouw deel C, tweede druk november2008//Publicatie ‘Wayfinding bij brand’ M. Kobes, september 2010, NIFV//Publicatie ‘Analysemodel vluchtveiligheid’,M. Kobes, september 2010, NIFV. 95
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenScenario´s gedrag.106 Welke maatregelen zijn beschikbaar om gedrag te sturen en tegenwelke kosten-baten? Op basis van welke argumenten moeten deze (niet) wordentoegepast? • Het merendeel van de bezoekers zijn actief en zelfredzaam. • De bezoekers zitten vast in het script (rolpatroon), ze komen tenslotte om te ontspannen. • De bezoekers zoekt in een onbekende situatie automatisch de weg van de entree. • Onbekend is hoe de bezoekers reageren op het doorbreken van het script en wie dat doet. • Onbekend is of het handelen van medebezoekers en personeel bijdraagt aan de vluchtveiligheid. • Er is onvoldoende inzicht in de psychonomie onder omstandigheden bij brand.Scenario´s voor het vangnet ondernemers.107 Welke mogelijkheden zijn beschikbaar alsvangnet in het kader van brandveiligheid? Op basis van welke argumenten moeten deze(niet) worden toegepast?Klanten van ondernemers van logiesbedrijven worden niet wakker van een brand; hetopvolgen van een brandalarm en dat de klanten weten wat ze moeten doen is cruciaal. Deklanten worden hiervan bewust gemaakt door onder andere het uitreiken van een folder.Voldoende en zorgvuldig onderhoud van zowel de bouwkundige als de installatietechnischestaat zal bijdragen aan de gewenste vluchtveiligheid bij brand. • Onbekend is of de ontruimingsinstallatie bijdraagt aan een hogere mate van vluchtveiligheid (…geldt dit alarm ook voor mij?...) • Onbekend is hoe wordt omgegaan met de processen en het protocol met betrekking tot vluchtveiligheid. • Onbekend is of het personeel voldoende voorbereid is op zijn taak; uitvoeren van opleidingen en oefeningen op de locatie op reguliere basis zijn noodzakelijk.Scenario´s voor het vangnet Brandweer. Welke mogelijkheden zijn beschikbaar als vangnet inhet kader van de brandveiligheid? Op basis van welke argumenten moeten deze (niet)worden toegepast?De brandweer en andere handhavende instanties hanteren een beloningsbeleid bij hetaantoonbaar brandveilig ondernemen. Onder andere door horizontaal toezicht zoals bij debelastingdienst. Dat betekent afstemming vooraf waar nodig, in plaats van controles Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metachteraf. Dat betekent ook gebruik maken van de kwaliteit die er in de keten is, afsprakenmaken over die kwaliteit en dubbel werk voorkomen. Samenwerken staat dus centraal; iedervanuit zijn eigen rol, maar wel gericht op een goede uitvoering van de belastingwetten, opeen efficiënte manier én op een manier waarbij de belastingplichtige weet waar hij aan toeis. 108De brandweer is een gesprekspartner van diverse partners, waaronder verzekeraars, door tewijzen en te sturen op de algemene, voordelige uitkomsten van het brandveilig ondernemen.Brandveilig ondernemen is in het kader van risicomanagement een probaatcontinuïteitsmanagement middel. De brandweer beveelt verzekeraars aan om brandveiligondernemen te stimuleren door middel van een beloningsbeleid. Met name op de hoogtevan de premies.De brandweer beveelt brandveilig ondernemen aan en stuurt op het risicobewustzijn en dezelfredzaamheid van ondernemers van logiesbedrijven en hun klanten.106 Brandbeveiligingsconcept, rapport 2005.0480-1, versie 3 d.d. 2 maart 2007 // Publicatie ‘Menselijk gedrag bij logiesfunctiebrand’, NIFV// Publicatie ‘Zelfredzaamheid bij brand, Tien mythen ontkracht’ NIFV.107 Publicatie ‘Understanding Human Behaviour in Fire’, M. Kobes, 2010, TU/e,108http://download.belastingdienst.nl/belastingdienst/docs/horizontaal_toezicht_samenwerken_vertrouwen_dv4031z1ed.pdf 96
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenDe brandweer stuurt op brandveilig ondernemen als een zelfregulerend product. Dit kanbereikt worden door brandveilig ondernemen als ‘unique selling point’ (USP) aan te bevelenaan alle relevante partijen en partners.De brandweer zorgt dat de crisisbeheersing op orde is, indien risicobeheersing faalt. Onderandere door samen met de ondernemers te oefenen in brandveiligheid.Brandveilig ondernemen implementeren Asset inventarisatieFiguur 40 Implementatie brandveilig ondernemen op basis van de asset-inventarisatiefeedbackloop109 Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metAsset-inventarisatieStartpunt is inzicht hebben op de waardevolle ‘assets’ in de organisatie. Wat zijn de zakenvan ‘waarde’? Dit kunnen zowel fysieke zaken zijn, als immateriële zoals personen of imagovan de organisatie.Risicomanagement/checklist en riskcalculatorRelevante risicoscenario’s worden opgesteld voor de onderkende assets en beoordeeld doorscores toe te wijzen op impact en voorstelbaarheid. Hiermee wordt een risicoprofiel voor deorganisatie geschetst datkan dienen als input voor brandveilig ondernemen.Checklist brandveilig ondernemen: http://www.veiligheid.nl/csi/chklst.nsf/cl?readform&show=Checklist%20Brandveilig%20 OndernemenRiskcalculator tool: http://calculators.bizezia.com/versiona/busriskcalc.asp Bijlage safehotels checklist / hotelsterren checklijst (management, building, systems) logiesfunctie109 Capgemini Nederland B.V., (2010) Trends in Veiligheid 2010, samen werken aan veiligheid september 2010 97
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenVeiligheidsbeleidOp basis van de vastgestelde risico’s dient een beleid te worden geformuleerd, hoe metdeze risico’s om te gaan. Keuzes worden gemaakt voor het accepteren dan wel mitigerenvan deze risico’s. In het beleid worden verantwoordelijkheden voor veiligheid genoemd,alsook de uitgangspunten voor de technische, gedrags- en organisatorische maatregelen.VeiligheidsorganisatieVeiligheid is een integraal onderdeel van de bedrijfsvoering, dit wordt uitgedrukt in:veiligheidsorganisatie. Hieronder vallen de feitelijke maatregelen, instructies en de integratievan het thema veiligheid in gedragscodes. De veiligheidsorganisatie vormt het hart vanintegrale veiligheid aangezien in dit onderdeel van het proces de maatregelendaadwerkelijk worden uitgevoerd. De veiligheidsorganisatie is met name functioneelverantwoordelijk voor het proces, maar heeft ook de bevoegdheid daarop in te grijpen. Devastlegging van de maatregelen in plannen en procedures vormt een sluitstuk op het stelselvan maatregelen.Identificatie van essentieel veilig gedrag.110 Het identificeren van dit gedrag betekentmeteen invulling geven aan de verwachtingen op de werkvloer. Voor medewerkers is nietsteeds duidelijk wat van hen wordt verwacht. Deze verwachtingen dienen te wordenvertaald in veiligheidsstandaarden, specifiek voor elke afdeling. Aldus wordt debedrijfspolitiek opengevouwen in voor de werkvloer verstaanbare standaarden. Men zalbemerken dat ‘techniek’ en ‘organisatie’ aanwezig moeten zijn om de verwachtingen tekunnen invullen. Vandaar het belang om onveilig menselijk gedrag te identificeren door hetopzetten van goede observatietechnieken.Voor het opzetten van zo’n safety behaviour programma kunnen de volgende stappenworden gezet: Stap 1: vertrekkende vanuit de managementverwachtingen op een participatieve wijze veiligheidsstandaarden vastleggen. De bedrijfsdoelstellingen en de behoeften van de werknemers moeten zo goed mogelijk bij elkaar aansluiten. In dit verband zijn belangrijk: - er moet een effectieve tweeweg communicatie zijn - het ontwikkelen van inspraakkanalen - empower, grotere autonomie, door het geven van vertrouwen en eigen verantwoordelijkheid - het afbakenen van taken. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met Stap 2: opleiding en training die telkenmale afgesloten wordt met een kwalificatie. Stap 3: controle; het opzetten van observatietechnieken. Snelle en gerichte veiligheids-rondgangen uitvoeren door de hiërarchische lijn. Hierbij gebruik maken van korte checklijsten (gebaseerd op de veiligheidsstandaarden). Mensen die door verstrooidheid of onwetendheid verkeerd handelen moeten worden geholpen. Stap 4: onmiddellijke feedback naar betrokkenen. Veilig gedrag verdient aanmoediging. Onveilig gedrag onmiddellijk laten ophouden en hierbij uitleg geven waarom het anders moet. Motiveren moet dus gericht en herhaald gebeuren. Het vergt een blijvende inspanning van de organisatie. Stap 5: hierbij telkenmale bevragen of de voorwaarden aanwezig zijn voor veilig gedrag. De verzamelde gegevens analyseren. Mogelijk moeten technische en organisatorische maatregelen worden genomen. Het wegnemen van demotiverende factoren door het helpen oplossen van problemen en het behandelen van klachten. Stap 6: periodieke feedback door de direct leidinggevenden via opgezette communicatieplatformen. Betrokken leidinggevenden doorlopen daartoe een training. logiesfunctie110 Maranus, A.W., (2011) Scriptie bedrijfskundig risicomanagement & Strategische Reis Brandweer. 98
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenPrestatiemeting en -bijstellingDe effectiviteit van de veiligheidsmaatregelen is het uiteindelijke doel van alle inspanningen.Dan is het ook goed om geregeld te meten of de huidige set aan maatregelen voldoet.Door op voorhand bepaling van de prestatie-indicatoren wordt een raamwerk gebodenvoor het toetsen van de werking. De resultaten uit metingen vormen input voor het bijstellenvan de bestaande opzet en zijn daarmee instrumenten in een continu proces vankwaliteitsverbetering. ISO 31000 borgt het cyclisch risicomanagementproces.Cultuur, veiligheidsbewustzijn111Veiligheid effectief binnen organisaties implementeren is gebaseerd op een breed draagvlaken individueel eigendom op het thema. Dat betekent niet dat een afdeling of persoon zichmet veiligheid bezighoudt, maar dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn persoonlijkewerk/leefomgeving en daar als eigenaar over waakt. Enkel een rookmelder is onvoldoende,de batterijen moeten geregeld worden vervangen. Het gedrag van klanten, medewerkersen ondernemers van logiesbedrijven is bepalend of een organisatie daadwerkelijk veilig is.Een bewustwordingstraject is nodig om medewerkers het besef bij te brengen van deveiligheidsrisico’s en om deze medewerkers te informeren wat zij zelf kunnen doen.De cultuur kan worden vastgesteld op basis van de indeling van Deal en Kennedy.112 Zijdelen organisatieculturen in op basis van scores op twee dimensies, het risico dat deorganisatie loopt bij een verkeerde beslissing en de snelheid waarmee de organisatie degevolgen van een besluit ziet (feedback).Check output thesis; Demingcirkel en de MAPE-structuurAan de hand van combinaties van deze indicatoren kunnen uitspraken worden gedaanover de behaalde prestaties van de thesis (Bouckaert en Auwers, 1999). In het MAPE-modelstaan zes verhoudingsindicatoren voor de thesis:A. zuinigheid, input / input De thesis is afgebakend tot een haalbare proportieB. efficiëntie, input / output Het schrijven van de thesis wordt doelmatig ingerichtC. effectiviteit, output / outcome Het schrijven van de thesis is doelgerichtD. kosteneffectiviteit, input / outcome Vraagstellingen van de thesis zijn beantwoord.E. doelbereiking, outcome / outcome Doelstelling van de thesis is bereiktF. productiviteit, output / input Het uiteindelijke resultaat voor logiesbedrijven Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metNabeschouwingen Thesis-De thesis heeft als intentie een vliegwielwerking te creëren voor verder acties. (het al danniet functioneren van een organisatie of een project is afhankelijk van de factor dieschijnbaar zo onbelangrijk was, de waarheid van gisteren is de onzekerheid van vandaag ende illusie van morgen)-Er zijn beslissingen die thuishoren bij een of meer van de volgende instanties; wetgever,rechterlijke macht en uitvoerende macht. Deze beslissingen kunnen niet aan burgers ofbedrijfsleven worden overgelaten.-Het is mogelijk naïef om ervan uit te gaan dat het bedrijfsleven op basis van communicatieeen brandend platform ervaart en gaat veranderen. De ondernemers zijn aangesteld voorhet goed functioneren van het bedrijf voor een goede omzet, ze zijn er niet om de gevolgenvan brand te kunnen overzien. Een verplichting door de overheid van het opnemen vanbrandveiligheid in hotelsterren is mogelijk de uiteindelijke en onvermijdelijke oplossing. logiesfunctie111 Quinn, R. & Cameron, K., (1999) Onderzoeken en veranderen van organisatiecultuur, SSRN112 Deal en Kennedy (1982) School voor Communicatie en Management, syllabus geïntegreerde communicatie 99
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenBijlage scope ThesislandschapIn het thesislandschap wordt het trechteren duidelijk in beeld gebracht. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met Implementatie –ontwerp brandveilig ondernemen voor bedrijven met logiesfunctie logiesfunctie 100
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenBijlage De huidige situatie van de brandweer NederlandInhoud • De huidige situatie Brandweer Nederland • Wettelijke taken Brandweer Nederland • Taken brandweer Nederland • Ontwikkelingen bij de brandweer • Van verbeteren naar veranderen • Strategische reis van de Brandweer • Brandweer in het buitenland • De voorkeursoptie: Het Continuïteitsconcept als stip op de horizon • Huidige Veiligheidsketen Brandweer Nederland • Gewenste Veiligheidsketen Brandweer Nederland • Groeimodel brandweer binnen de strategische reis Brandweer Nederland • Omgevingslandschap Brandweer Nederland • Veiligheidsregios • Financiering Brandweer Nederland • Branden in Nederland • Resultaten van trainingen bevelvoerenden (Nils Rosmuller april 2007) • Personeel Brandweer Nederland • Risico’s van brandweerlieden bij brand in Nederland • Strategische reis in relatie tot het leeragentschap • Inspectie openbare orde en veiligheidDe huidige situatie Brandweer NederlandHet bestrijden van branden is in Nederland van oudsher een taak van de gemeente. Vrijwelelke gemeente heeft dan ook een eigen brandweerkorps. De één groter dan de andere:dat hangt af van de omvang van de gemeente.De brandweer is het meest bekend om het blussen van branden. De brandweer doet echterveel meer. De brandweer heeft bijvoorbeeld een coördinerende rol bij rampenbestrijding encrisisbeheersing. Ook geeft de brandweer advies over het voorkomen van brandonveiligesituaties. Samen met andere hulporganisaties waakt de brandweer over de veiligheid. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metDe Brandweer ‘over morgen’De brandweer zal steeds meer gaan sturen op activiteiten die voor de samenleving in relatietot de kosten het hoogste rendement opleveren, het zogenaamd denken in maatschappelijkrendement. Uiteraard blijft de brandweer brand bestrijden, maar door meer in te zetten opbrandpreventie worden de hoge kosten die brandbestrijding door paraatheid en personeleinzet met zich meebrengt, daardoor beperkt. Er wordt een geheel andere wijze vanbrandveiligheid geïntroduceerd die is gebaseerd op een risicobenadering: het streven naarminder branden, minder slachtoffers en minder brandschade, met inachtneming van deeffectiviteit en efficiëntie. De nadruk komt niet langer op bestrijding te liggen, maar op hetvoorkomen en beheersbaar maken van branden en incidenten. Bovendien wordt er meergewezen op de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven, in lijn met de visie opbrandveiligheid van de ministeries van Veiligheid en Justitie en Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties. Kennisontwikkeling op het terrein van brand en incidenten is daarbijonontbeerlijk.De brandweer staat dus aan de vooravond van fundamentele vernieuwing. Die zal niet vande ene op de andere dag klaar zijn. Het gaat om de beweging die in gang wordt gezet. Elke logiesfunctiefundamentele vernieuwing van een bedrijfsmodel gaat via evolutie en niet via revolutie.Daarnaast zal er rekening mee moeten worden gehouden dat elke brandweerregio zich ineen andere startpositie bevindt, en dat er dus landelijke verschillen in tijdstip en tempo zullen 101
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenzijn. Meer nog dan de inhoudelijke veranderingen is de verandering van denkwijze vanbelang. De brandweer gaat vernieuwen in plaats van verbeteren, de brandweer groeit vaneen intern gerichte organisatie naar een netwerkorganisatie, en de brandweer zal ooklandelijk meer gaan samenwerken en als één gezicht naar buiten treden.Wettelijke taken Brandweer NederlandWet Veiligheidsregios: 113Artikel 31. Tot de brandweerzorg behoort:a. het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, hetvoorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt;b. het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders danbij brand.2. De gemeenteraad stelt in een brandbeveiligingsverordening regels over de in het eerstelid, onder a, bedoelde taak.3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met het oog op uniformiteit regels wordengesteld over de inhoud van de brandbeveiligingsverordening.Missie visie en strategie brandweer NederlandTaken brandweer NederlandDe taken van de brandweer als veiligheidsorganisatie zijn breed en divers. bijvoorbeeld: • bevrijden van slachtoffers uit auto’s • blussen van branden • bevrijden van mensen uit liften • stoppen van lekkages van gevaarlijke stoffen • helpen van te water geraakte mensen • bevrijden van dieren uit noodsituaties.Kerntaken: • optreden bij brand • technische hulpverlening • ongevallen gevaarlijke stoffen • waterongevallenOntwikkelingen bij de brandweer114De brandweer heeft de afgelopen jaren te maken gekregen met veranderingen op Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metvakinhoudelijk gebied, waaronder toenemende kwaliteitseisen, ontwikkelingen in decrisisbeheersing, strengere en complexere regelgeving en toenemende gevaren voorbrandweermensen. Ook op organisatorisch vlak zijn er veel ontwikkelingen: de vorming vanveiligheidsregio’s, het Arbeidstijdenbesluit, functioneel leeftijdsontslag (FLO) en de rol vanvrijwilligers. Dat alles gaat gepaard met toenemende kosten en een steeds meer knellendefinanciering.Van verbeteren naar veranderenDe laatste jaren heeft de brandweer zelf al veel veranderd en verbeterd binnen haarorganisatie. Desondanks wordt de lange lijst van knelpunten en noodzakelijkeverbeterprojecten niet korter. Doorgaan met verbeteren zal daarom onherroepelijk leiden toteen onbetaalbare brandweer die navenant geen noemenswaardige resultaatverbeteringlaat zien. (aldus de projectleden van de strategische reis) Binnen de brandweer leeft daaromhet gevoel dat de grenzen zijn bereikt van wat de organisatie aankan. Om uit dezewurggreep van ontwikkelingen en knelpunten te ontsnappen, is in opdracht van de Raadvan Regionaal Commandanten (RRC) het project ‘Strategische Reis Brandweer’ gestart. logiesfunctie113 Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2010-145.html (datum raadplegen: 14 december 2010)114 Bron: www.brandweerovermorgen.nl (datum raadplegen: 14 december 2010) 102
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenStrategische reis van de BrandweerDe RCC heeft een projectgroep samengesteld van brandweermensen met verschillendeachtergronden en uit diverse regio’s, om richting te geven aan de ‘brandweer van detoekomst’. De opdracht aan de projectgroep Strategische Reis Brandweer luidde: ‘Werk eenaantal toekomstoptiesvan de brandweer uit, waarbij de eindtermijn rond het jaar 2040 ligt en kies daaruit eenvoorkeursoptie. Leid uit de voorkeursoptie de strategie voor de brandweer voor de komendevijf jaar af.’ Met een nadere beschouwing van de huidige situatie toont de projectgroepaan, dat vernieuwing van het bedrijfsmodel van de brandweer noodzakelijk is, onder hetmotto: ‘vernieuwen in plaats van verbeteren’. Alleen een strategische vernieuwing zorgtervoor, dat de brandweer blijvend een betekenisvolle bijdrage aan de maatschappij kanleveren.Brandweer in het buitenlandDe strategische reis van de Nederlandse brandweer is uniek: in geen enkel ander landbeschikt de brandweer over een strategisch meerjarenplan dat alle aspecten van debrandweer omvat. Verder zien we voornamelijk ‘conventionele brandweren’ die zich richtenop incidentenbestrijding. Inspiratie voor de strategische toekomstvisie is ten dele opgedaandoor buitenlandse best practices. Dezefloreren alleen binnen de context van instituties, historie, en landen- en organisatiecultuur.Kopiëren dient met beleid te gebeuren, anders zijn teleurstellingen voorgeprogrammeerd. Zois er voor wat betreft brandveilig leven veel inspiratie geput uit de ontwikkelingen in Engelanden Nieuw-Zeeland. Daar is namelijk onderkend dat brandveiligheid tenminste gedeeltelijkeen sociaal probleem is, dat uitsluitend door meer veiligheidsbewustzijn en zelfredzaamheidvan burgers kan worden opgelost.De voorkeursoptie: Het Continuïteitsconcept als stip op de horizonNadrukkelijk is niet gekozen voor ‘continuïteitsdienst of continuïteitsorganisatie’, omdatdaarmee verwarring zou kunnen ontstaan. Duidelijk is immers dat er geen sprake zal zijn vanéén organisatie, maar van een netwerk van organisaties waarvan de brandweer deel uit zalmaken. Zo kan uit het Continuïteitsconcept gedestilleerd worden dat het gaat om grotenadruk op proactief denken en handelen. Op dit moment is er onvoldoende kennis vancontinuïteitsstoring en barrières die daar tegen kunnen worden opgeworpen. Er is dus grotebehoefte (wetenschappelijke) kennisontwikkeling. En verder kan het element‘maatschappelijk rendement’ ook voor de kortere termijn als leidraad dienen. Andere Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metelementen die ontwikkeld moeten worden: zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. logiesfunctie 103
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenHuidige Veiligheidsketen Brandweer NederlandGewenste Veiligheidsketen Brandweer Nederland Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metGroeimodel brandweer binnen de strategische reis Brandweer Nederland logiesfunctie 104
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenOmgevingslandschap Brandweer NederlandDe omgeving van brandweer Nederland wordt achtereenvolgens aan de hand van devolgende onderwerpen in beeld gebracht. • Veiligheidsregio’s (VR) • Raad van Regio commandanten (RCC) • Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR) • Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV) • Nederlands Bureau Brandweer examens (NBBe) • Inspectie openbare orde en veiligheid (IOOV) • Gemeenten • Interne klanten; collega hulpverleners • Interne klanten; landelijke en gemeentelijke overheid • Externe klanten; belasting betalers • Externe klanten; afnemers van dienstenVeiligheidsregiosEen veiligheidsregio is in Nederland een gebied waarin wordt samengewerkt doorverscheidene besturen en diensten ten aanzien van taken op het terrein van brandweerzorg,rampenbeheersing, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening bij ongevallen enrampen (GHOR) en handhaving van de openbare orde en veiligheid. Daarvoor wordt eenindeling aangehouden die overeenkomt met die van de politieregio’s vandaar datNederland 25 veiligheidsregio’s kent. De samenwerking is gestoeld op de WetGemeenschappelijke Regelingen (WGR). Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie 105
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenFinanciering Brandweer NederlandDe kosten van d egemeenten voor brandweer en rampenbestrijding kwamen in 2008 uit opiets meer dan meer dan 1 miljard euro115. Dat is bijna 7 procent meer dan een jaar eerder. Dekosten voor brandweer en rampenbestrijding nemen jaarlijks toe: in 2008 waren de kostenvoor brandweer en rampenbestrijding bijna 2 keer zo hoog als in 2000. De gemiddelde kostenper inwoner waren in 2008 gemiddeld 61 euro. In 2000 was dat nog 33 euro. Per uitrukbedroegen de kosten in 2008 gemiddeld 6,6 duizend euro, 800 euro meer dan voorgaandjaar. Ook deze kosten zijn bijna elk jaar gestegen. In 2008 bedroegen de begrote uitgavenvan de gemeenten aan de brandweer 1 071 miljoen euro en de inkomsten 65 miljoen euro.De kosten van de brandweer (uitgaven minus de inkomsten) kwamen daardoor uit op 1006miljoen euro, 7 procent hoger dan een jaar eerder. Per inwoner waren de kosten van debrandweer gemiddeld 61 euro.In de grafiek op de volgende bladzijde wordt de verhouding duidelijk van de kosten tenopzichte van ‘resultaten’. Deze tabel is opgesteld in het kader van de strategische reisbrandweer. 1400 1990 1995 2000 2003 1200 2004 2005 2006 2007 1000 800 600 400 200 0 M€ M€ x100 x 100 x100 kosten schade doden gewonden reddingen uitrukken branden binnenbranden brandweer door brw Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metBranden in NederlandWoningen: • 50% binnenbranden is in woningen • 65% ontstaat in woon/slaapkamer • Meeste slachtoffers bij woningbranden (toenemende trend: 1990-66%, 2000-75%, 2009- 90%) • Materiaalgebruik / bouwwijze • Dubbele beglazing, isolatie • Gebruik kunstoffen in meubels en matrassen • Risicogroepen • “Minder geslaagden” • “Minder zelfredzamen” • Rokers • Rookmelders alleen onvoldoende effectief • Oorzaken nog onvoldoende bekend logiesfunctie115 Bron: Centraal bureau voor de statistiek, Den Haag /Heerlen (datum raadplegen: 14 december 2010) 106
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenNiet woningen: • Uitvoering in 80% niet volgens tekening • Bouwbesluit: minimumniveau en voorkeur voor bouwkundige maatregelen • Eisen vooral gericht op effect • Economische afweging te beperkt tot fysieke schade: “brandweer blust het toch wel” • Oorzaken nog onvoldoende bekend • Meestal geen mensen binnen • Gevaren voor brandweermensen groot • Geleerde les: bij bedrijfspanden in principe geen binnenaanval!Knelpunten: • Snel veranderde bouwmethoden en materialen • Risico’s, complexiteit en eisen nemen toe • Technologie ontwikkelt snel • Kennis over brandveiligheid neemt toe • Rendement huidige aanpak is (te) laag • Aantal branden fors toegenomen • Aantal brandweermensen neemt af (t.o.v. 100 jaar geleden)Personeel Brandweer NederlandBij de brandweer in Nederland zijn momenteel 31.030 mensen werkzaam116Totaal operationeel personeel: 27 109 (beroeps + vrijwillig)Totaal beroeps: 5 522Risico’s van brandweerlieden bij brand in NederlandCijfers van het brandweerrisico:-Gemiddeld 1,5 doden per jaarbij de brandweer (op 27.000 brandweerlieden) = ~1 op 20.000-Ongeveer 80 doden onder bevolking als gevolg van brand op 16 miljoen = ~1 op 200.000Kans om als brandweermens om te komen dus10x zo groot!Resultaten van trainingen bevelvoerenden (Nils Rosmuller april 2007)-Een op de vijf bevelvoerenden scoort tijdens operationele trainingen een onvoldoende voorde wijze waarop rekening wordt gehouden met de veiligheid van het eigen personeel.-Een op de drie bevelvoerenden ontwikkeld onvoldoende beeld van het incident.-Een op de twee beveloerenden ontwikkeld een inadequaat inzetplan en plan+ Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metStrategische reis in relatie tot het leeragentschapDe Strategische Reis, het nieuwe bedrijfsmodel voor de brandweer, is ook voor het projectinrichting leeragentschap een belangrijk vertrekpunt. De Strategische Reis verlegt duidelijk defocus van de brandweer naar de voorkant van de veiligheidsketen. De lessen die geleerdkunnen worden uit het repressief optreden zijn daarvoor belangrijke input. Om het accentnaar de voorkant van de veiligheidsketen te kunnen verleggen en te komen tot een meerketengerichte aanpak, zal incidentbestrijding (repressie) zich ook moeten blijven ontwikkelen.Inspectie openbare orde en veiligheid117De Inspectie OOV toetst de wijze waarop provincies, gemeenten of andere openbarelichamen de taken uitvoert tot het voorkomen van, het voorbereiden op en het bestrijdenvan een brand, ongeval of ramp. Bovendien verricht de Inspectie OOV onderzoek naaraanleiding van een brand, ongeval of ramp. Uiteraard wordt er hierbij rekening gehoudenmet de samenloop van taken en bevoegdheden van de Onderzoeksraad voor Veiligheidten aanzien van incidentonderzoek. logiesfunctie116 Bron: Centraal bureau voor de statistiek, Den Haag /Heerlen (datum raadplegen: 14 december 2010)117 Bron: Inspectie openbare orde en veiligheid /brandweer (datum raadplegen: 14 december 2010) 107
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenBijlage BegrippenlijstNVBR Alle brandweerkorpsen in Nederland zijn verenigd in de Nederlandse Vereniging voorBrandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR). Samen maken zij zich sterk voor de kwaliteitvan de brandweerzorg en rampenbestrijding in Nederland. Zo draagt de NVBR bij aan eengrotere veiligheid van onze samenleving. De NVBR is er voor de ruim 28.000brandweermensen verspreid over meer dan 500 korpsen in Nederland en vervult voor hendrie belangrijke taken:het behartigen van de belangen van de brandweer en de fysieke veiligheid bijbesluitvorming en regelgeving op het gebied van brandweerzorg en rampenbestrijding;het bundelen van kennis en het opstellen van (landelijke) standaarden en normen voor debrandweer en de brandveiligheid;het ontwikkelen en aanbieden van producten en diensten voor de brandweer in Nederland.Bron: www.NVBR.nl datum raadplegen 8 januari 2011NIFV Met actuele kennis, advisering, toegepast onderzoek, vraaggerichte opleidingen enoefeningen en leiderschapsontwikkeling helpt het NIFV professionals binnen de brandweer,GHOR en crisisbeheersing, beleidsmakers en bestuurders zich optimaal voor te bereiden omde fysieke veiligheid van onze samenleving te borgen. Uitgangspunten:De opleidingen, oefeningen, onderzoeken en adviezen komen tot stand in samenspraak metprofessionals binnen de brandweer, GHOR en crisisbeheersing, beleidsmakers en bestuurders.De producten zijn praktijkgericht en hebben een duidelijke toegevoegde waarde.NIFV draagt bij aan een optimale voorbereiding om de fysieke veiligheid van desamenleving te borgen.Bron: www.NIFV.nl datum raadplegen 8 januari 2011MVO Bij maatschappelijk verantwoord ondernemen neemt een bedrijf deverantwoordelijkheid voor de effecten van de bedrijfsactiviteiten op mens, milieu enbedrijfsvoering. Het bedrijf maakt bewuste keuzes om een balans te bereiken tussen people,planet en profit. Bedrijven kunnen zelfs nog een stapje verder gaan en zich richten op nieuwemarktkansen, groei en innovatie met winst voor mens, maatschappij en milieu. Nu en in detoekomst. Uitgangspunten zijn:MVO is een integrale visie op ondernemerschap, waarbij het bedrijf waarde creëert opeconomisch, ecologisch en sociaal gebied. (3xP) Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metMVO is verankerd in alle bedrijfsprocessen. Bij iedere bedrijfsbeslissing wordt een afweginggemaakt tussen verschillende stakeholders belangen: de belangen van betrokken personen,bedrijven en organisaties. MVO is maatwerk. Voor iedere onderneming zien de MVO-activiteiten er anders uit. Dit hangt af van bedrijfsgrootte, sector, cultuur van deonderneming en bedrijfsstrategie.MVO is een proces en geen eindbestemming. De doelen die worden nagestreefdveranderen in de tijd en met elke bedrijfsbeslissing. Er wordt door de onderneming gezochtnaar haalbare stappen om de maatschappelijke verantwoordelijkheid vorm te geven.Bron: www.mvonederland.nl datum raadplegen 8 januari 2011BVO De ondernemer is verantwoordelijk voor het brandveilig ondernemen en voorbrandveilig gebruik van gebouwen in het bijzonder. De ondernemer is zich bewust van degenomen maatregelen om het risico op brand zo klein mogelijk te maken en houdt dezemaatregelen in stand. Zoals bouwkundige maatregelen, brandwerende wanden nietdoorbreken, gebruiksmaatregelen zoals het voorkomen dat wigjes onder brandwerendedeuren worden geplaatst. Onderhoud van brandveiligheidsinstallaties, zoals logiesfunctiebrandslanghaspels en dergelijke.Bron: www.allesoverbrandveiligheid.nl datum raadplegen 8 januari 2011 108
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenBCM Business Continuity Management Beleid komt helaas vaak reactief tot stand. Dat wilzeggen dat er op basis van incidenten en voorvallen gereageerd wordt. Proactief BCMbeleid, als verzameling van doelen die op korte of langere termijn gerealiseerd moetenworden, geeft de organisatie richting, stabiliteit en samenhang. Elke implementatie van hetBCM proces start met de vormgeving van Beleid. Doel van het BCM beleid is dat hetstrategisch management zich uitspreekt over en committeert aan de wijze waarop, hoe enwaarmee de continuïteit van de organisatie wordt veiliggesteld.Bron: www.bcmacademy.nl datum raadplegen 8 januari 2011Gelijkwaardigheid De aanvrager van de bouwvergunning krijgt in twee gevallen te makenmet het begrip gelijkwaardigheid in relatie tot brandveiligheid:als de bouwkundige oplossing niet kan voldoen aan de prestatie-eisen van het Bouwbesluitals het bouwwerk of constructieonderdeel buiten de gegeven reikwijdte van devoorschrift(en) van het Bouwbesluit valt.In beide gevallen moet u aantonen dat het bouwwerk voldoet aan de doelstelling en hetniveau van de prestatie-eis waarvan wordt afgeweken. Ofwel dat een gelijkwaardigbrandveiligheidniveau wordt gerealiseerd als beoogd met het Bouwbesluit. De Leidraadgelijkwaardigheid en brandveiligheid biedt een eenduidige werkwijze voor het ontwerpen enbeoordelen van zo’n gelijkwaardige oplossing.Bron: http://www.brandweer.nl/bedrijven/veilig_bouwen/bouwbesluit/bepaling/ datumraadplegen 8 januari 2011IbMZ staat voor samenwerkingsverband incidentbeheersing management zorginstelling. Detaken zijn: Het ondersteunen van het bestuur van de lidinstelingen in referentie met dezorgbrede governancecode. Het ontwikkelen van de beleidskaders voor dehoofdaandachtsgebieden; 1. securityzorg, 2. veiligheid, 3. incidentbeheersing, 4. integriteit.Producten zijn: beleidsplan, adviesprotocollen, basisdocumenten en convenanten. Debrandveiligheidsniveaus: 1. basisniveau. (volgens bouwbesluit) 2. Brandveiligheidsniveau 1.(vluchtwegbewaking, brandmeldinstallatie) 3. Brandveiligheidsniveau 2. (vluchtweg-plusbewaking). 4. Brandveiligheidsniveau 3. (volledige bewaking brandmeldcentrale) 5.Brandveiligheidsniveau 4. (volledige bewaking brandmeldcentrale + sprinkler) ziehttp://www.bouwcollege.nl/brandveiligheid_in_de_zorg/brandveiligheidsconferentie_2008/ZAAIJER_presentatie.pdfIBB (risicoanalyse) Integrale brandveiligheid bouwerken. Het model IBB helpt zowel in de Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metbouw- als in de gebruiksfase om integrale brandveiligheid in een bouwwerk te bereiken. Hetis ontwikkeld om brandveiligheid te bevorderen en de samenwerking van de betrokkenpartijen te vergemakkelijken. Het model IBB is een methode om een goede samenhangtussen verschillende brandveiligheidsmaatregelen te bereiken. Daarbij staan persoonlijkeveiligheid, beperking van brandschade en de gevolgen van brand centraal. IBB begint meteen grondige analyse van het bouwwerk en het gebruik ervan. Daarbij worden de meestaannemelijke brandscenario’s vastgesteld. De gebruiker/eigenaar, de overheid eneventueel de verzekeraar bepalen gezamenlijk de meest geschiktebrandbeveiligingsmaatregelen. Deze worden vastgelegd in een Integraal PlanBrandveiligheid (IPB). Dit vormt de basis voor de verdere uitwerking van de maatregelen ende kwaliteitsborging. Zie http://www.hetccv.nl/instrumenten/Model+IBB/indexBGB (keurmerk) Brandweer Haaglanden heeft in samenwerking met kwaliteitszorgbedrijf KiwaNederland het keurmerk Brandveilig Gebruik Bouwwerken (BGB) opgezet. Een gebouw wordtgeïnspecteerd op basis van het Kiwa BGB opnamerapport. Als hieruit blijkt dat debouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen aan de wettelijke of logiesfunctieaanvullend in uw vergunning gestelde eisen voldoen, wordt het Kiwabrandveiligheidskeurmerk verstrekt. Ascom is gecertificeerd als BGB-opnamebedrijf en magde BGB-opnames uitvoeren en keurmerken afgeven. BGB kan op verschillende manieren 109
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenworden toegepast: bij bestaande bouw, nieuwbouw en ook als onderdeel van hettotaalconcept Verzekerde Brandveiligheid. Zie http://www.ascom.nl/nl/index-nl/diensten-nl/bgb-nl.htm Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie 110
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenBijlage Vink & thinklijst thesisKritische succes- Toelichting Wegings- Vink Wijze afgedaanfactor factorHaalbaarheid Is het onderzoek 10 X Eigen inschatting haalbaar binnen de en beoordeling beschikbare tijd. door J.M. NapUitvoerbaarheid Is de opdracht 10 X Eigen inschatting uitvoerbaar in termen en beoordeling van tijd en beschikbare door J.M. Nap informatie, medewerking.Tijdspanne Welke tijdperiode is 10 X Eigen inschatting benodigd en hoeveel en beoordeling uur is beschikbaar? door J.M. NapScherpe vraag- Is de vraagstelling 20 X Eigen inschattingstelling voldoende scherp en beoordeling gesteld om tot een door J.M. Nap resultaat te komen.Toegankelijkheid Is de informatie 10 X Eigen inschattinginformatie toegankelijk en en beoordeling beschikbaar. door R. HagenBereisbaar Welke reistijd is er 5 X Eigen inschatting benodigd om het onderzoek tot een goed einde te brengen?Gedragenheid Is er gedragenheid voor 10 X NVBR R. Weewer het onderzoek vanuit NIFV R. Hagen organisatiesBegeleiding Is de begeleiding 10 X Eigen inschatting voldoende en vanuit en beoordeling verschillende door J.M. Nap invalshoeken geborgd. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metBudget Is er budget voor het 5 X Eigen kosten onderzoek.Maatschappelijke Wat is de meerwaarde 10 X Eigen inschattingmeerwaarde voor (een deel van) de en beoordeling maatschappij. door R. HagenOnderzoeksmethode Literatuuronderzoek 5 X Eigen inschatting 75% Veldonderzoek 25% logiesfunctie 111
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenBijlage Risicoanalyse onderzoeksontwerpOngewenste gebeurtenis: uitloop van de geplande tijd voor de thesisGevolg Oorzaken MaatregelenMogelijke meerkosten De vraagstellingen Afkaderen van de opdracht. onvoldoende scherpAfnemende motivatie gesteld.Minder draagvlak op het Te breed en/of te diep willen Niet afwijken van focuswerk en thuis gaan Overschatting van eigen Realistisch blijven competenties en te weinig vragen aan klankbordgroep Onderschatting Moeilijkheidsgraad moeilijkheidsgraad inschatten met experts en studiebegeleiders Onvoorziene Feedback vragen aan omstandigheden klankbordgroep Onverwachte ontwikkelingen Goede afspraken met op het werk werkgever Tunnelvisie, dode wegen Sturende deelvragen inslaan, verspilling van tijd. formuleren. Feedback klankbordgroep Slechte organisatie Tijdig back-ups maken Planning bijhouden Goede archivering Literatuurlijst vanaf het begin goed bijhouden Feedback klankbordgroep Onvoldoende beheersing Plannen en dit laten van proces checken door begeleiding en klankbordgroep. Schatting maken van aantal te besteden dagen en deze inplannen. Andere baan Voor- en nadelen afwegen, Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met Vooraf afspraken maken Steeds verder uitwaaieren in Feedback van de beginfase klankbordgroepOngewenste gebeurtenis: thesis wordt afgekeurd.Gevolg Oorzaken MaatregelenMogelijke meerkosten Onvoldoende academisch Goed vereisten thesis niveau. Te oppervlakkig. kennen.Afnemende motivatie Regelmatig toetsen bij studiebegeleider.Minder draagvlak op het Feedback klankbordgroepwerk en thuis Voldoet niet aan Goed vormeisen kennen. vormvereisten Toetsen door begeleider en klankbordgroeplid logiesfunctie methodologie Onvoldoende informatie Alternatieven zoeken. ontsloten. Meer bibliotheekonderzoek. 112
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenOngewenste gebeurtenis: thesis wordt afgekeurd.Gevolg Oorzaken Maatregelen Klankbordgroepleden hierin betrekken. Verkeerde of onvoldoende Feedback bronnen gebruikt. klankbordgroepleden. Resultaat niet praktisch Feedback toepasbaar. klankbordgroepleden. Te langdradig. Feedback klankbordgroepledenOngewenste gebeurtenis: stressGevolg Oorzaken Maatregelen Slecht plannen. Feedback tijdens intervisie inMogelijke meerkosten klankbordgroep. Zelfoverschatting, te breed Eerste fasen, dusAfnemende motivatie en te diep willen gaan. De onderzoeksontwerp is lat te hoog willen leggen. ontzettend belangrijk.Minder draagvlak op het Vastbijten, aanmodderen Feedback klankbordgroepwerk en thuis Niet tijdig ontspannen Ontspanning inplannen Te veel nevenactiviteiten Prioriteiten stellen.Ziek worden door stress anders dan werk Werklast Voldoende studiedagen inplannen. Thesis is ook in belang werkgever.Ongewenste gebeurtenis: verstoorde relaties met de omgevingGevolg Oorzaken MaatregelenMogelijke meerkosten Overschrijding van de Eerlijk overleggen met afgesproken tijd voor klankbordgroep.Afnemende motivatie ondersteuning Resultaten blijven uit. Eerlijk rapporteren naarMinder draagvlak op het Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met klankbordgroep.werk en thuis Benodigde tijd voor thesis is Ondersteuning meer dan werd klankbordgroep isZiek worden door stress voorgespiegeld. randvoorwaarde voor succes. Ondersteuners voelen zich Afspraken altijd zorgvuldig gebruikt. Alleen halen, niet nakomen. Klankbordgroep geven. niet onnodig lastig vallen. Terugkoppeling geven. Respectvol en dankbaar zijn naar ondersteuners. Investeren in goede relaties. Goed communiceren. logiesfunctie 113
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenBijlage vergelijking op hoofdlijnen tussen ASNZS 4360, ISO 31000 en COSODe uitwerking van de vergelijking tussen COSO ERM en ISO 31000 op basis van de kernvraagHierna volgt de toelichting op de beschrijving van de vergelijking tussen COSO ERM en ISO31000. Als handvaten worden aan de hand van de genoemde kernvraag de volgendeelementen gebruikt:KernvraagDe kernvraag op basis waarvan dit rapport is opgesteld luidt;“WAT KAN VERWACHT WORDEN VAN EEN RISICOMANAGEMENT STANDAARD (FRAMEWORK)?” • Volledigheid • Generieke toepasbaarheid in organisaties • Bruikbaarheid • Integratie in de bedrijfsvoering • Extern onderzoek / beoordelingVolledigheid; de principes, het raamwerk en het risicomanagementprocesdie beschreven worden door de standaard zouden alle benodigde onderwerpenstapsgewijs moeten beschrijven om risicomanagement volledig te integreren in deorganisatie.Generieke toepasbaarheid in organisaties; de principes, het raamwerk en hetrisicomanagementproces die beschreven worden door de standaard zouden geenbeperking betreffende marktsegment moeten bevatten, maar juist in alle organisatiestoepasbaar. Dus onafhankelijk van soort organisatie, markt, structuur, activiteit en dergelijke. Bruikbaarheid; de principes, het raamwerk en het risicomanagementproces die beschreven worden door de standaard moeten praktisch en begrijpbaar zijn. Integratie in de bedrijfsvoering; de principes, het raamwerk en het risicomanagementproces die beschreven worden door de standaard moeten duidelijk maken hoe een risicomanagementsysteem geïntegreerd kan worden in andere (management)systemen. Zoals kwaliteitssystemen, bedrijfsvoeringsysteem en dergelijke. Extern onderzoek / beoordeling; de principes die beschreven worden door de Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met standaard moeten een adequate basis zijn voor een onafhankelijk en objectief onderzoek voor externe experts en eventueel bruikbaar voor een derde partij om te certificeren. Veel organisaties verwachten verlangen / verwachten een certificering waarmee aangetoond wordt dat een organisatie ‘in control’ is.Omdat de standaards verwijzen naar (bijna) dezelfde onderwerpen is het niet verassend datgrote lijnen hetzelfde zijn. Anderzijds zijn er significante verschillen tussen COSO ERM en ISO31000 in het bijzonder volledigheid. Als het niet gelimiteerd mag zijn maar breed toepasbaaris het belangrijk dat de standaard compleet is.Hierna volgt de beschrijving van de vergelijking tussen COSO ERM en ISO 31000 op basis vanbovengenoemde elementen: Volledigheid Het is duidelijk dat zowel COSO ERM als ISO 31000 een bijna complete lijst hebben aangaande Enterprise risk management. Zie de beschrijvingen van COSO ERM en ISO 31000 in de bijlagen. Echter in beide frameworks worden business continuity / logiesfunctie crisismanagement onvoldoende expliciet benoemd. Voor ISO 31000 is dit verklaarbaar omdat dit vermeld wordt in de ISO 22399. De reden waarom COSO ERM dit onderwerp niet benoemd is niet bekend. 114
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Aan de andere kant wordt door het weglaten van dit component de volledigheid geen recht aangedaan in het kader van de integraliteit van een framework. Generieke toepasbaarheid in organisaties In het algemeen blijkt dat ISO 31000 het meest gedetailleerd en diepgaand alle onderwerpen beschrijft. Dit blijkt na bestudering van de frameworks, zie hiervoor de beschrijvingen in de bijlagen. Door COSO ERM zijn er keuzen gemaakt die bij de implementatie van ISO 31000 door de organisatie zelf gemaakt worden. COSO ERM heeft de keuze al gemaakt heeft voor organisaties door de onderwerpen: (dak van de COSO kubus) • Strategie • Operationeel • Rapportage • Toezicht Doordat bij ISO 31000 de keuzen door de organisaties zelf gemaakt moeten worden, heeft dit tot gevolg dat ISO 31000 Generieker toepasbaar is. Bruikbaarheid De ISO 31000 hanteert een erg brede benadering om de nadruk op de universele toepassing binnen organisaties. Deze generieke benadering van ISO 31000 vertoond daardoor meer flexibiliteit en is beter aan te passen aan de behoeften van en de soort organisaties. Dit is ook de reden dat de ISO 31000 zal worden voorzien van uitwerkingen in de vorm van handboeken, toepassingsvoorbeelden, applicatie technieken in het kader van de praktische toepassing. COSO ERM is niet voorzien van een duidelijk stappenplan, ISO 31000 voorziet hier wel in.Integratie in bedrijfsvoeringZowel de COSO ERM als de ISO 31000 benadrukken het belang van toepasbaarheid inbestaande managementsystemen. De COSO ERM legt meer de focus op de relatie tussenrisicomanagement en strategische planning, maar ook de interne controles of toezicht. DeISO 31000 benadrukt de verbinding tussen risicomanagement en operationele systemen.(zoals andere ISO normen; voor kwaliteit onder andere).Beide standaarden wijzen op het feit dat risicomanagementop 1 lijn moet zijn met destrategische doelstellingen118 van een organisatie en informatie moet uitwisselen met andere Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met(onderliggende) systemen. Bij nadere bestudering blijkt dat door COSO ERM nagenoeggeen aandacht wordt besteed aan referentiekaders van waaruit managers beslissingennemen. De ISO 31000 komt met meer handvatten voor structurele verankering in deorganisatie.Extern onderzoek / beoordelingZowel COSO ERM als ISO 31000 zijn niet geschikt als basis om organisaties te certificeren (zoalsandere ISO normen) op een risicomanagementsysteem. De COSO ERM daar en tegen heeftal veel regelgeving beïnvloed. Dit is terug te vinden in de standaarden die gebruikt wordendoor certificatie instellingen.Pro’s -COSO ERMHet COSO ERM-model is wereldwijd het meest gebruikte model voor risicomanagement.Daarmee het meest geaccepteerd en gebruikt door toezichthouders voor integraalrisicomanagement. Het COSO ERM raamwerk is een model voor organisaties die hun eigen logiesfunctie118 Als er doelstellingen bepaald voor de onderneming is inherent daaraan het nemen van risico’s. Kort door debocht: de doelstellingen kunnen gehaald worden (positief) of door oorzaken niet gehaald worden (negatief). Metandere woorden, ook al is men zich bovenstaande beschrijving niet bewust dan is dit nog het geval, maar dan nietinzichtelijk en dus kan er niet gestuurd worden op positief of negatief risico. 115
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemeninterne beheersingssysteem kunnen inrichten en beoordelen. In de Sarbanes-Oxley Act enook in de Nederlandse code voor Corporate Governance, oftewel code tabaksblad, wordtCOSO ERM als enige genoemd als mogelijk te hanteren raamwerk voor het inrichten vaninterne beheersing en risicomanagement. Mede hierdoor is het COSO ERM uitgegroeid tot hetwereldwijde standaardwerk op het gebied van interne beheersing.ISO roept (mogelijk) de associatie op dat een organisatie ‘in control’ is, in dit gevalaangaande risicomanagement.Er is reeds een wereldwijd geaccepteerd referentiekader in de vorm van COSO ERM.Bij COSO ERM blijkt dat risicomanagement een continu proces is, wat betrokkenen metelkaar doorlopen en niet zozeer een model, framework, standaard of wat dan ook. (hetproces is belangrijker dan het model)Organisaties die al een risicomanagementframework hebben geïmplementeerd conformCOSO ERM zien mogelijk weinig voordelen om over te stappen naar ISO 31000. Waarschijnlijkzien de Amerikaanse toezichthoudende organisaties (te) weinig voordelen om over testappen naar ISO 31000 van een standaard als COSO ERM waarmee al jaren gewerkt wordt.Daarnaast heeft COSO ERM de steun van de public company accounting oversight boarduit Amerika. (PCAOB) De PCAOB vermelden COSO ERM aan als (Amerikaanse) organisatiesSOX compliance moeten zijn.Pro’s-ISO 31000Gelijkertijd met de met de ISO 31000 is een herziene versie van ISO guide 73 ‘riskmanagement vocabulary’ en een nieuwe norm IEC 31010 verschenen. De terminologie in deversie van ISO/IEC Guide 73 uit 2002 sloot niet goed aan bij de nieuwste inzichten inrisicomanagement en het beoogde brede toepassingsgebied van ISO 31000. Ziebeschrijving van ISO 31000 in de bijlage.ISO 31000 wijst een aantal nieuwe aspecten aan voor COSO ERM gebruikers:Nadruk op efficiëntie van risicomanagementsysteem.Bestaande COSO ERM detailleren door het toepassen van de principes ISO 31000. Uitgewerktin de IEC 31010De ISO 31000 is goed bruikbaar voor organisaties die een standaard willen gebruiken dieminder gefocust is op specifieke segmenten of markten. (zoals andere ISO standaarden)De ISO 31000 is breed toepasbaar; profit of non-profit organisaties.Door ISO 31000 wordt in tegenstelling tot COSO ERM veel aandacht besteed aan externerisico’s en kansen. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metDoor ISO 31000 wordt onderscheid gemaakt tussen principes, raamwerk en procesDe ISO 31000 is de overkoepelende ISO standaard betreffende enterprise risk management.Waarbij andere standaarden delen van risicomanagement bevatten, is ISO 31000overkoepelend.De ISO 31000 is als een soort basis of referentiekader op generieke basis. Andere ISOstandaarden gaan veel dieper op de materie in.De ISO 31000 is niet geschikt als basis van certificatie, daarvoor zijn de andere ISO normengeschikt.ISO 31000 Optima formaHet management draagt zorg voor een adequate inrichting van de organisatie voor hetuitvoeren van het risicomanagementproces. Een adequaat ingerichte organisatie draagtzorg dat risico-eigenaren zijn aangewezen, betrokkenen zijn opgeleid, communicatieplannenconsistent zijn uitgewerkt en worden uitgevoerd en voldoende middelen zijn toegewezen logiesfunctievoor de uitvoering van het proces. Voor de inrichting wordt gebruik gemaakt van een vijftalelkaar versterkende verdedigingslinies: 116
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen 1. De eerste verdedigingslinie betreft de operationele bedrijfsvoering en management verantwoordelijk voor het identificeren en beheersen van risico’s binnen de primaire processen. De eerste verdedigingslinie is onderverdeeld in de operationele medewerker (a), het middelmanagement of tactisch management (b) en het topmanagement (c.) 2. De tweede verdedigingslinie heeft betrekking op de ondersteunende stafafdelingen. 3. De derde verdedigingslinie heeft betrekking op de internal audit functie welke belast is met het monitoren van de effectiviteit van beheersing. 4. De vierde verdedigingslinie wordt gevormd door de externe accountants wiens primaire rol het verschaffen van extra zekerheid is over de getrouwheid van de financiële verslaggeving 5. De vijfde verdedigingslinie betreft de rol van de toezichthouder welke belast is met het houden van toezicht op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken.Verdere optimalisatie van de ISO 31000 is het benoemen van verdedigingslinies vanrisicomanagement. Verdedigingslinies hebben betrekking op de verschillende rollen dieafdelingen of functionarissen innemen.de interne beheersing binnen de operationele bedrijfsvoering.verantwoordelijkheden van tactisch en strategisch management op toezicht houden op deeffectiviteit van het stelsel van interne beheersing.auditfunctie of externe controle. Veel organisaties verwachten verisen een (ISO) certificeringof werkwijze conform ISO. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie 117
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenBijlage hoofdlijnen van de gehouden interviewsVerslag van het interview met de heer Lourens van de Linden op 1 september 2011 teRotterdam. De heer Lourens van de Linden is specialist op het gebied van verzekeren endocent risicomanagement aan de Haagse Hoge School.1 BelangenDe heer van de Linden stelt dat verzekeraar, ondernemer en klanten allen belangenhebben. Daarnaast vraagt hij zich hardop af of de kleine ondernemer (van logiesbedrijven)onder de 80% valt die failliet gaat. Als deze bedrijven zich goed verzekert (punt1) en voldoetaan de financiële verplichtingen (punt 2) en deze afspraken met verzekeraar en de bank(punt 3) nakomt verder een continuïteit- en calamiteitenplan (punt 4) maakt dan zou deondernemer zo een doorstart kunnen maken.2 CalamiteitenplanDe heer van de Linden ligt het calamiteitenplan verder toe. Het is een plan dat je in werkingzet als er iets heel vervelends gebeurt bijvoorbeeld brand, overlijden, uitval van stroom,overstroming, pandemie. Het betreft niet een boekwerk maar een paar a4-tjes metbelangrijkste punten. Wat moet ik doen en welke stappen moet ik dan nemen?Bij brand, wat moet ik doen? Hoe communiceren naar de medewerkers? Een oplossing opkorte termijn. Plan moet up to date zijn en beschikbaar. Verzekeraar heeft preventieadviseursof technische adviseur, die hierbij kunnen adviseren.3 continuïteitsplanVolgens van de Linden is het continuïteitsplan is wat anders. De vraag is wat het worst-casescenario is en wat zijn de stappen die ondernomen moeten worden in een bepaaldetijdspanne. Specifiek materiaal of specifieke machines zijn de mogelijk bottle-neck. Hoe is hetdan over drie maanden? Ketting is zo sterk als de zwakste schakel is hier van toepassing. Hetis wezenlijk van belang. De rest van de kosten lopen wel door.4 RisicobenaderingVerder verteld de heer van de Linden dat het niet alleen preventie om brand te voorkomenmaar ook de continuïteit van het bedrijf zelf. Brandweer vindt mensfactor meest belangrijk.Brandverzekeraar zegt dat het gebouw beveiligd moet worden tegen het inbraakrisico. Ookinbraak voorkomen om te voorkomen dat er brand gesticht wordt. Er had alarm moeten zijn. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metTussenpersoon geeft advies omtrent inbraak en brand risico. Deze zijn dus aan elkaargelieerd. Er moet een Beveiligingscertificaat aanwezig zijn e.d. De ondernemer moet ook debrandbeveiligingsmiddelen en de inbraakbeveiliging op orde houden anders keert eenverzekeraar niet uit. Conclusie; Als de ondernemer in gebreke blijft ten aanzien van de eisenvan de verzekeraars, keert de verzekeraar niet uit.5 Brandveilig ondernemenDe belangrijkste stakeholders zijn volgens van de Linden; bankiers (klant moet verplichtingennakomen), verzekeraars, ondernemers, brandweer, klant. Verder is het imagorisico isbelangrijk. Zeker als de ondernemer de klanten beter kunnen beschermen als debrandveiligheid beter geregeld zou zijn. Conclusie; de verzekeraar heeft een taak in hetbewustwordingsproces intern en bij de klanten. De verzekeraar is de risicodrager van risicosdie de klant zelf niet kan dragen. Door wet van de grote getallen kan de schade afgedektworden. Denk hierbij aan de solidariteitsgedachte.6 Advisering logiesfunctieEen ander belangrijk onderwerp volgen van de Linden is een assurantie tussenpersoon. Dezepersoon heeft meer maatschappijen om een verzekering onder te brengen. Meestal zijn ze teproduct gericht om risico af te dekken. Het gaat dan om het verkopen van een polis, 118
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenwaarop een bepaalde provisie gekregen wordt. Dikwijls zitten deze personen in een spagaattussen afdekken van risicos en het risicos laten managen door een bedrijf. Zoals eerdervermeld zijn de verzekeraars ervoor om risicos te dragen die te groot zijn voor eenondernemer om zelf te dragen De kleine risicos kunnen de ondernemers prima zelf dragen,daarvoor is geen verzekering nodig. De tussenpersoon zou meer adviserend moeten zijn enzou minder premiebelang moeten hebben.Een riskconsultant of assurantieadviseur zou belangen van klanten zo goed mogelijk in kaartkunnen brengen. Zo goed mogelijk verhaal maken om de risicos te managen in het belangvan de klant. Kijk in de breedte neem risicomanagement! Volgens van de Linden is het ookgoed te kijken naar de de levenscyclus van bedrijven bij de analyse van de interneomgeving. Wat zijn de doelstellingen van de onderneming, wat zou je op langere termijnwillen? Afhankelijk van de sector uiteraard.7 WetgevingDe vraag of het wettelijk verplichten van een continuïteit en calamiteitenplan te verplichtenis volgens de heer van de Linden moeilijk. In veel situaties niet te realiseren. Verzekeraarrekent hogere premie bij brandgevaarlijke isolatie eisen is niet mogelijk Ook de verzekeraarszou het wel willen. Waar ligt het aan? Mogelijk een mengeling van onwetendheid,onwelwillendheid, ondeskundigheid, onvoorzichtigheid (mij gebeurt het niet) - Conclusie: het gaat erom na te gaan waar de klant het meeste belang bij heeft. Een eerlijk en open advies omtrent het belang van de klant zelf en niet zoveel mogelijk risicos afdekken. - Tussenpersoon of verzekeraar zou meer moeten adviseren aangaande risicos en risicomanagement in plaats van de risicos af laten dekken. Het risico afdekken oftewel overdragen is slechts een vorm van risicomitigerende maatregelen. - Aanbeveling: vier punten zijn van cruciaal belang voor de ondernemer van bedrijven zonder verplichte brandmeldcentrale: 1. goed verzekeren (zie verdere opmerkingen aangaande risicomanagement) 2. voldoen aan de financiële verplichtingen, zowel wat betreft de verzekeringspremie als de financiële verplichtingen richting de bank 3. de afspraken nakomen die vermeld staan in de clausule van de verzekeraar 4. het opstellen van een calamiteiten- en continuïteitsplan. - Aanbeveling: verzekeraar zou meer moeten doen aan ondersteuning, advisering en Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met een stimulerende rol moeten spelen om het belang van continuïteit van de klant helder onder ogen te brengen, en ook in het belang van de verzekeraar. Borg continuïteit in een ‘plan, do, check and act’ cyclus door middel van business continuïteit management (BCM). - Aanbeveling: laat een onafhankelijk persoon naar de risicos kijken en die managen. Alleen advies, niet bemiddelen. Doorloop de cirkel van risicomanagement en bepaal vervolgens welke mitigerende maatregel erbij past. - Aanbeveling; borg brandveilig ondernemen (BVO) en maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), maar ook het business continuïteitsmanagement (BCM) in een risicomanagementcyclus door een risicomanagementsysteem zoals ISO31000. Zo wordt de ‘plan, do, check and act’ fasen elke keer opnieuw doorlopen.Verslag van het interview met de heer Ricardo Weewer op 5 september te Amsterdam. Deheer dr. Ir. Ricardo Weewer is strategisch adviseur en plaatsvervangend commandantbrandweer Amsterdam-Amstelland en lector brandweerkunde van het Nederlands Instituutvoor fysieke veiligheid (NIFV) logiesfunctie 119
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen1 BrandweerHet verhogen van het brandveiligheidsbewustzijn en ervoor zorgen dat ondernemers enburgers minder gaan leunen op de overheid, maar meer eigen verantwoordelijkheid nemenis een maatschappelijke omwenteling, die we ook op andere plaatsen (bv de zorg) zien. Datis dus iets dat niet van de ene op de andere dag zal geschieden. De brandweer staat nu welvoor de opgave om de ontwikkeling op gang te brengen, want dat gaat niet vanzelf. Er isdaarnaast poltiiek en bestuurlijk commitment nodig, en het zou mooi zijn als de brandweereen maatschappelijk debat kon organiseren.2 MaatschappijBrandveilig leven kan alleen tot stand komen (zonder weer opnieuw de suggestie te wekkendat de overheid over veiligheid gaat, en dat deze actie alleen gericht is op een bezuinigingop repressie) in nauwe samenwerking met maatschappelijke partners. Het is de kunst dezepartners te betrekken en in positie te brengen. Dit kan alleen in nauwe samenwerking metgemeenten en met het bedrijfsleven.3 Huidige situatieOndernemers kloppen voor bouwvergunningen en gebruiksvergunningen aan bij degemeente, en zo bij de brandweer terecht komen. De brandweer toetst dan of aan deregels van het bouwbesluit wordt voldaan. Dat wordt al minder, omdat al steeds vaker geenverguning meer nodig is. Ondernemers denken dat die stempel van de brandweer hungebouw brandveilig maakt. Dat is niet zo. Want de regels zijn niet altijd afdoende, enbovendien is gedrag het belangrijkste. Dat is overigens voor mij onafhankelijk van het feit ofer een brandmeldcentrale is. Volgens de heer Ricardo Weewer is de heersende perceptiedat brandveiligheid een noodzakelijk kwaad is waar je tegen zo laag mogelijke kosten aanvoldoet, en streeft naar een stempel van de brandweer.4 De gewenste situatiede gewenste situatie is dat een ondernemer een risicoanalyse maakt waarin de kans en derisicos van brand tegen economische schade worden afgewogen in samenspraak met deverzekeraar. verzekeraars hebben in de afgelopen decennia vooral gestuurd op omzet.Verzekeraars kunnen een belangrijkere rol spelen in brandveiligheid. De brandweer kanvooral ondersteunen door het ontwikkelen van instrumenten die ondernemers kunnen helpendeze risicoanalyse te maken (IBB is een voorbeeld) een voorbeeld van een strategische visieop brandveiligheid is IbMZ, dat nu nog vooral in de zorg wordt toegepast. Ik ben ervan Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metovertuigd, dat als ondernemers ook de risicos op faillissement meenemen, zij tot andereconclusies komen voor wat betreft investeren in brandveiligheid.5 WetgevingDe heer Ricardo Weewer is geen voorstander. Meer regels werkt bewustzijn niet in de hand,tenzij het om processtappen gaat zoals boven beschreven, maar niet om meer effectregels.6 RisicobenaderingRisicobenadering gaat ook om het meenemen van de kans op brand in de totaalafweging.Dat zit nu niet in de regelgeving. Pracitsch gezien kune je dan aan twee dingen denken:a) in het kader van gelijkwaardigheid kun je berekeningen maken voor bijzondere objectenwaarin zowel de kans als het effect worden berekend, en leiden tot gelijkwaardigemaatregelen (bv grote brandcompartimenten: beperk de brandgevaarlijkewerkzaamheden, en stel lagere eisen aan brandpreventie. Maar ook: pas geodkoperesprinklers toe (minder betrouwbaar) in plaats van bouwkundige voorzieningen (uit onderzoekblijkt dat bouwkundige voorzieninge veel minder betrouwebaar zijn dan installaties, het logiesfunctieparadigma in NL is nog steeds dat het omgekeerd is)b) uit gedegen brandonderzoek kan blijken dat je de oorzaken van branden kan beperken,en daarmee het risico ook. Als 30% van de branden wordt veroozaakt door werkzaamheden, 120
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen30% door menselijk handelen en 30% door electrische installaties en 10% door brandstichting,dan kun je in elk geval de kans met 60% terugdringen door strak te sturen opwerkzaamheden, en de electrische installatrie regelmatig te laten keuren. De kans opontstaan van brand en de beperking van de voortplanting kan vervolgens nog verderworden teruggedrongen (bv in zorginstellingen en lgiesfuncties door brandveilig meubilair enmatrassen toe te passen. Is goedkoop en heeft groot effect.7 Waardecreaties.De heer Ricardo Weewer denkt dat het gaat om duurzaamheid, zowel bedrijfscontinuiteit eneconomisch. De koppeling met "zonder verplichte installaties" is niet direct aanwezig. Wanthet effect van die installatie op het onstaan van brand en de voortpanting daarvan isbeperkt. Bovendien is het juist zo dat bij die instellingen die ene snelle brandweerauto niet zoveel uitmaakt. Het komt daar dan toch op een BHV organisatie aan die de ontruiming regelt.Ik denk dat hier "imago" (veilige instelling) en economische motieven (continuiteit) debelangrijkste motivator moeten zijn. - Conclusie verhogen brandveiligheidsbewustzijn: een van de valkuilen voor de brandweer is dat zij dat gaat ‘overnemen’, en op die manier een andere afhankelijkheid van de overheid gaat creëren. Dat zou bijvoorbeeld het geval zijn als we structureel huizen gaan controleren en rookmelders ophangen. - Aanbevelingen brandveiligheidsbewustzijn: - op de politieke agenda houden - meetbaar maken van effecten van het veiligheidsbewustzijn - samen met gemeenten zorgen dat brandveiligheid in het integraal veiligheidsbeleidsplan komt te staan. - Als eerste actie: woningcontroles (in het kader van voorlichting) en voorlichtingsactiviteiten in de wijk. - Actief netwerken en contacten leggen met burgernetwerken en vrijwilligersorganisaties, en ook met woningbouwverenigingen en zorginstellingen. Dit geldt zowel voor brandveiligheid, als ook voor de zelfredzaamheid (tegenwoordig ook wel samenredzaamheid) tijdens crises en rampen. • Risicoprofielen van de buurten opstellen. Welke groepen lopen de grootste risicos en hoe zijn die te benaderen? (landelijk wordt gewerkt aan een doelgroepenbeleid door netwerk brandveilig leven). • Bewegen van de brandweer van toetser naar adviseur. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met • Fundamenteel onderzoek door brandweer, verzekeraar en branche- organisaties naar oorzaken van brand. • Spreken als één Brandweer Nederland met een lokale inbedding. Brandveilig leven kan alleen lokaal tot stand komen. • Bedrijven moeten eigen verantwoordelijkheid nemen. • Stimuleren van instrumenten die bedrijven helpen om deze verantwoordelijkheid te nemen (zoals BGB, IBB, IbMZ). • Stimuleren invoering van (woning)sprinklers. • Uitrollen van een sprinkler statement, waarin Brandweer Nederland stelt dat bepaalde gebouwen, ongeacht de regelgeving, sprinklers gaat installeren. - Aanbeveling gewenste situatie: de kunst is bedrijven en instellingen te bewegen om vooraf na te denken over brandveiligheid, via de trits: IbMZ119 (welk niveau wil ik?), IBB120 (risicoanalyse) en vervolgens BGB121, een keurmerk. Er ontstaat dan een autonoom proces waar de bandweer vooral in kan adviseren, en waarin ondernemers een eigen verantwoordelijkheid nemen. logiesfunctie119 IbMZ samenwerkingsverband incidentbeheersing management zorginstelling120 IBB Integrale brandveiligheid bouwwerken. Het model IBB helpt zowel in de bouw- als in de gebruiksfase omintegrale brandveiligheid in een bouwwerk te bereiken.121 BGB keurmerk Brandweer Haaglanden in samenwerking met kwaliteitszorgbedrijf Kiwa Nederland 121
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen - Na aanvullend veldonderzoek blijkt dat het keurmerk BGB (brandveilig gebruik bouwwerken) een korting genereert tot wel 10% op de verzekeringspremie. Aldus Klaas Pieter Roemeling; directeur Centraal Beheer Achmea (9 juni 2011). http://www.ascom.nl/nl/bgb_zonnehuisgroep.jpg )Verslag van het interview met de heer Rob Frek op 9 september te GoesDe heer Rob Frek is Directeur veiligheidszorg van de veiligheidsregio Utrecht enportefeuillehouder van het landelijk project brandveilig leven van de NederlandseVereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR).1 Brandweer:De heer Rob Frek noemt het voorbeeld van de door professor Hans Bouttlier behandeldevoetbalveld als metafoor. De gedachte achter brandveilig leven, is net zoals in de metafoorvan voetbal veld om mensen in stelling te brengen. Met als in de voorhoede deketenpartners en als achterhoede of achtervang de brandweer. In de voorhoede is ookwaarde te creëren omdat hier nog de schade voorkomen of verminder kan worden. Debrandweer heeft de rol van voorlichting en communicatie bij het in stelling brengen van deketenpartners. Daarnaast heeft de brandweer een rol in toezicht en handhaving enuiteindelijk als in het bestrijden van calamiteiten. Bestuurlijk spoor zou ook kunnen in hethandhaven.2 Huidige en gewenste situatieOm de voorhoede in stelling te brengen moet geïnvesteerd worden. Deze investering moetop landelijk niveau gestimuleerd worden, maar kan alleen op lokaal niveau daadwerkelijkvorm gegeven worden aldus de heer Rob Frek. De partners in de voorhoede zijn; deondernemer, verzekeraar en klanten. De vraag is; hoe kan ik nu bewerkstelligen dat ik deondernemer in positie breng om brandveilig te ondernemen en waarde te creëren.3 WetgevingVolgens de heer Rob Frek is wet- en regelgeving is een basisniveau. Belonen is een beterestimulans dan straffen. Mogelijk gaat de ondernemer er van uit dat het voldoen aan hetbasisniveau voldoende is. Als er problemen zijn, zoals brand, lost de overheid het voor mij op,wat uiteraard niet de bedoeling is. Indien de ondernemer de verantwoordelijkheid nietneemt moet het wel mogelijk zijn om op basis van wet- en regelgeving in te grijpen, bijvoorkeur samen met partners. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met4 MaatschappijHet voorlichten omtrent risico’s en continuïteit van ondernemingen ligt ook bij anderepartners, zoals de verzekeraar. De ondernemer heeft eigen belang bij de continuïteit van deonderneming. Het gezamenlijke belang is de continuïteit, zowel voor de overheid als deondernemingen. De druk om de eigen verantwoordelijkheid te nemen vergroten zouondersteund kunnen worden door partners en andere diensten. Voorbeelden zijn de voedselen waren autoriteit, de Politie, arbeidsinspectie en mogelijk de belastingdienst. Alle actiesmoeten wel bestuurlijk afgestemd worden.5 RisicobenaderingEr zijn verschillende initiatieven van verschillende partners. Programmasturing kan helpen omgezamenlijk doelen te bereiken. Volgens Rob Frek moeten projecten klein gehoudenworden, om de output concreet te maken. Met gebruik van action learning oftwel ‘learningby doing’ vorm te geven en laten groeien van de projecten. In het overlegcentrum voorcriminaliteit en veiligheid (CCV) zitten al veel partners. Op landelijk niveau goed afstemmen logiesfunctieen op lokaal goed inrichten 122
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen6 WaardecreatieHet ideaal is dat je een continuïteitsproces kunt bereiken. De continuïteit is de rode draad.Het gemeenschappelijk belang van continuïteit delen levert de gewenste waardecreatie op. - Conclusie invulling brandveilig ondernemen: het gaat om het vergroten van het veiligheidsbewustzijn, dus de verantwoordelijkheden daar leggen waar ze thuis horen. De vraag is hoe dit kan worden gefaciliteerd. Aanbeveling: brandweer breng je partners in stelling! Bouw aan het netwerk. - Aanbeveling gewenste situatie: de ondernemer neemt zijn eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de fysieke risico’s in het kader van de continuïteit en verantwoordelijkheid voor de klanten. - Conclusie aangaande wetgeving: het gaat veel meer om de bewustwording, de perceptie van risico’s moet de ‘trigger’ zijn, zodat de ondernemer in actie komt om mitigerende maatregelen te nemen. Aanbeveling: mogelijk is er strafrechtelijke vervolging mogelijk als de ondernemer de verantwoordelijkheid niet neemt en strafbare feiten pleegt. In dit onderzoek wordt het juridische gedeelte afgebakend, het is wel een onderwerp wat bij de externe validatie onderzocht moet worden. - Aanbeveling inzet handhaving: alle handhavers breder inzetten in het kader van brandveilig ondernemen en brandveilig leven. Voor iedere handhaver spelen de fysieke risico’s en veiligheidsaspecten een rol in de handhavende taak. Het gaat uiteindelijk om samenwerken; het gevolg is ontkleuren en dat is geen doel op zich. - Conclusie risicobenadering: kleinschalig de projecten oppakken. Nog meer op partners inspelen en van bovenaf zoveel mogelijk faciliteren. Landelijk faciliteren en steunen en van onderaf dus locaal uitvoeren. - Aanbeveling effectief waarde creëren: leg de prioriteit daar waar het risico het hoogst is en de perceptie het laagst.Verslag van het interview met Marko van Leeuwen op 12 september te Den Haag. De heerdrs. Marko van Leeuwen is specialist van het verbond der verzekeraars en als beleidsadviseurschadeverzekeringen in dienst bij het verbond der verzekeraars. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met1 Gewenste situatieDe gewenste situatie is dat de klant brandveiligheid waardeert. Het is momenteel zo dat allesis op te zoeken behalve, hoe het ervoor staat met de brandveiligheid. Een soort top tienbrandveiligheid. Vanuit de brandweer een lobby starten richting websites aangaandebrandveiligheid. Het moet als een onderdeel in de classificatie van horeca gelegenhedenkomen. De heer Marko van Leeuwen geeft aan dat we een veiligheidsinstructie krijgen invliegtuigen maar we stappen zo een hotel in.2 Verplichten rookmeldersVan de Nederlandse mededinging autoriteit (NMA) mag het verbond der verzekeraars geenrookmelders verplichten. De separate verzekeraars als organisaties mogen dat weer wel.Deze concurrentie moet organisaties scherp houden. Het verbond der verzekeraars geeft welvoorlichting. Het is een kunst om partijen uit te dagen om actie te gaan ondernemen.Ministerie zegt niet in de wet omdat het niet handhaafbaar is Verbond der verzekeraars zegtdat het niet mag van de NMA. logiesfunctie 123
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen3 MaatschappijVolgens de heer Marko van Leeuwen zou de samenleving risicobewust moeten worden. Erkomen nieuwe risicos bij, hiervan is men zich niet (altijd) bewust. De individualisering van desamenleving is een belangrijk aandachtspunt.4 BelangenDe heer Marko van Leeuwen geeft aan dat de overheid veel meer preventieve maatregelenverplicht zou moeten stellen. Daarnaast veel nadrukkelijker handhaven. Anders komenbepaalde bedrijven niet in beweging. Een ondernemer moet je in zijn portemonnee raken.Onder andere kan goed huisvaderschap beloond worden en als belang wordt gezien doorverzekeraars. Indien de ondernemer kan laten zien dat de zaken in orde zijn (= minder risico),zou de ondernemer korting kunnen krijgen van de verzekeraar.5 WetgevingHet dubbele ten aanzien van wetgeving, is dat verplichten niet helpt. Aan de andere kantmoeten sommige punten afgedwongen worden. Vervolgens blijft het meestal op een basaalniveau omdat het anders niet handhaafbaar is. Het zit meer in opvoeden dan in afdwingenop basis van de wet. Pas als de mensen het bewust doen wordt het veiliger. Volgens de heerMarko van Leeuwen vinden we het normaal dat autos duurder worden door degeïnvesteerde veiligheidsmiddelen, waarom dan niet in andere situaties in het kader vanbrandveiligheid.6 BrandweerDe heer Marko van Leeuwen pleit ervoor dat de brandweer de ondernemers ondersteuntdaar waar de ondernemers het goed doen. Pak de grote risicos die het makkelijkst teverhelpen zijn. Brandweer komt achter de voordeur. Het gedrag is de grootste risicofactor.7 RisicobenaderingDe maatschappij is kritischer en mondiger geworden. De heer Marko van Leeuwen geeft aandat men brandveiligheid goed moet onderbouwen. Deze onderbouwen borgt de kwaliteiten de acceptatie van de aangeboden oplossing. Vanuit de risicobenadering zijn de mensente overtuigen. Alle weerwoorden moeten wel wetenschappelijk weerlegd kunnen worden.De vraag is of de investering opweegt tegen de risicos. Dus in de risicobenadering hoort ookeen kosten-baten analyse. Het gaat om het risico gegeven de uitgaven. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met8 Waardecreatie.De heer Marko van Leeuwen geeft aan om brandveiligheid wel integraal te benaderen, dusook vanuit de andere risicos. Het is een soort businesscase waar zitten de risicos en waarzitten de kosten om gelijkertijd de veiligheid te vergroten. De discussie zou breder gevoerdmoeten worden, om de sociale veiligheid groter maken. Deze ondernemers hebben ook eenverantwoordelijkheid hierin. Belangrijk is te vermelden dat er een ondergrens is, dat het nietmeer veiliger wordt. Mogelijk dat nieuwe ontwikkelingen deze situatie weer veranderd.9 VerzekeringsstatistiekDoor het Centrum voor verzekeringsstatistiek CVS worden slechts beperkt gegevensbijgehouden die voor de brandweer nuttig kunnen zijn. Binnen het CVS wordt gewerkt metdiverse risicostatistieken (polissen) en schadestatistieken. Mede vanwege vertrouwelijkheidwordt alleen op een hoog aggregatieniveau gerapporteerd. Verzekeraars die deelnemenaan de statistiek en hun gegevens beschikbaar stellen, ontvangen benchmark gegevens opmeer detailniveau terug. Binnen het CVS zijn er geen achtergronden of casussen brandbeschikbaar. Verzekeraars zelf hebben die wel, maar niet altijd in overzichtelijke en logiesfunctietoegankelijke bestanden. De preventiemaatregelen, de soorten oorzaken zijn niet via hetCVS beschikbaar. 124
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen - Conclusie brandveiligheid: de (brand)veiligheid is mede afhankelijk van het gedrag van de buren. Hebben we de moed om de medeburger of buren er op aan te spreken? Het overlegcentrum voor criminaliteit en veiligheid (CCV) biedt een mooi aanknopingspunt. - Conclusie risicobenadering: bij risicobenadering wordt een bewuste keuze gemaakt, gebaseerd op feiten. Het houdt wel een keer op; 80% van het gedrag is onbewust, dus veiligheid zou een onderdeel moeten zijn.122 - Conclusie waardecreatie: burgers en ondernemers moeten bewust zijn van de risicos en van het eigen belang. De baten vallen vooral bij de ondernemers en de burgers, niet zozeer bij de verzekeraar. De marges zijn klein. Brand is 15% van de inboedelverzekering, die ook andere risico’s dekt (storm-, water- en inbraakschade). Niet alle schade wordt allemaal vergoed. Werk aan bewustwording. - Aanbeveling: als brandweer is het noodzakelijk een werkgroep risicostatistiek op te zetten om daadwerkelijk op wetenschappelijk niveau conclusies te kunnen trekken. Daarnaast is het van belang om de risicobenadering vorm te geven en om kosten- en batenanalyses te kunnen maken.123Verslag van het interview met Koos de Feijter op 12 september te tholen. De heer ing. Koosde Feijter is specialist beleid en bestuur en commandant brandweer Tholen.1 Huidige situatie:Het Thesislandschap geeft een goed beeld aangaande de thesis. De wetgeving wordtsteeds minder en verantwoordelijkheid wordt meer weggelegd bij de burger. Dewerkelijkheid zit in een stuk bezuiniging wat ze moeten realiseren op overheidsniveau. Deroep om minder regelgeving is groot van zowel overheid als bedrijfsleven. Vanuit de overheidkan de wet niet altijd gehandhaafd worden om financiële reden. Dus wat is de noodzaakvan een wet als je het niet handhaaft? Het effect zal nihil zijn. Het is dus noodzakelijk eenander instrument te vinden. Dit lijkt gevonden te zijn in het wegleggen vanverantwoordelijkheden bij de burger.2 Gewenste situatie:Om te bewerkstelligen dat de ondernemer actie gaat ondernemen moet de situatiedusdanig onder voetlicht gebracht worden, dat de ondernemer daadwerkelijk actieonderneemt. De bron is niet direct gelegen in het al dan niet verplichten van eenbrandmeldcentrale. Er is wetgeving om ondernemers aan te spreken op Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metverantwoordelijkheden zoals Arbo-wet.3 Aanvullende wetgevingDe heer de Feijter vermeld dat er geen aanvullende wetgeving nodig is. Echter wel op eenhoger abstractieniveau. Bijvoorbeeld de drank en horecawet. Ondernemers voelen zich veelmeer aangesproken door de drank en horecawet.4 Hoe krijg je de ondernemers zover?Een heel belangrijk onderdeel is volgens de heer de Feijter de klantwaardering. Deondernemer zal zich veel meer aangesproken voelen als een klant vraagt naar debrandveiligheid. Als het op websites staat spreekt de mensen dus de klant veel meer aandan een bordje op de gevel. Dit heeft veel meer impact dan wet- en regelgeving.122 Volgens hoogleraar Psychologie van het onbewuste, Ab Dijksterhuis, in zijn boek ‘Het slimme onbewuste’ verwerktons bewuste brein maximaal 60 bits per seconde, terwijl ons onbewuste brein ruwweg 11,2 miljoen bits per secondeverwerkt! De verhouding zou dus wel eens 95% onbewust en 5% bewust kunnen zijn. De reden van geweldigeinschattingsfouten ligt voor de hand. Onbewuste gedachten neem je niet waar, bewuste gedachten wel. Het logiesfunctiebewuste lijkt onze belevingswereld te bepalen. Dus is het logisch dat mensen veronderstellen bewuste denkers te zijn.123 Inmiddels is het CBS, de NVBR, het NIFV en het ministerie van Veiligheid en Justitie al enkele maanden met eenwerkgroep brandweerstatistiek bezig. Begin oktober 2011 is er een vergadering waarvoor de heer Marko vanLeeuwen namens verzekeraars ook is uitgenodigd. 125
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen5 De risicobenadering praktisch toepasbaarAls de ondernemer raad gaat vragen aan een horecaorganisatie, zou het inzichtelijk moetenzijn dat de gevraagde verantwoordelijkheid voor brandveiligheid reëel is. Als advies geeft deheer de Feiter dat de brandweer contacten zou moeten onderhouden met ondernemers dieervaring hebben met brand. Op deze wijze kunnen ondernemers in contact komen metcollegas die brand hebben meegemaakt en wordt het belang van brandveiligheid duidelijk.Deze ondernemers zijn een soort zendeling als ervaringsdeskundigen.6 Klanten:-De klanten verwachten bevestiging van wat ze zelf ook al gedacht hadden. We moeten afvan de gedachten ik begeef mezelf altijd in een veilige situatie en het gaat bij mij nietgebeuren. Wanneer ze iets horen waar ze zelf niet aan gedacht hebben als eyeopener. Dusadvies moet meerwaarde bieden. Dan gaan ze gebruik maken van deskundig advies.-Veiligheid zou bepalend moeten zijn voor het aantal sterren dat toegekend wordt aan eenhoreca gelegendheid.-De klant zou veiligheid moeten leren waarderen. De klant gaat ervan uit dat het allemaalgoed geregeld is. - Conclusie aangaande brandveilig ondernemen: veiligheid moet op hetzelfde niveau worden gewaardeerd als eten en drinken. Er worden veel programmas gemaakt over eten en drinken, veiligheid hangt er maar bij of wordt als vanzelfsprekend gezien. - Conclusie: brandpreventie zou eigenlijk brandretentie (vertraging) moeten heten. Met andere woorden: ‘kun je het klein houden’. Vervolgens brandpreventie herstellen in de betekenis van het woord zoals het is bedoeld, het voorkomen van brand. Brandweer gaat met de Strategische Reis; ‘Brandweer overmorgen’ naar een nieuw soort preventie. De interventietechnieken zijn onderverdeeld in de categorieën techniek, organisatie en gedrag. - Aanbeveling aangaande bewustwording: bewustwording is onvoldoende aanwezig, ‘bij mij zal het niet gebeuren’. Als brandweer moeten we aansluiten bij de belevingswereld van onze doelgroep. Dus websites met horeca beoordelingen als gesprekspartner inzetten om brandveiligheidsbewustzijn te verhogen naar het gewenste niveau. Als brandveiligheid als criterium is opgenomen bij beoordelingen, wordt het een automatisme voor klanten om ook een juiste keuze te (kunnen) maken Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met aangaande de te lopen risicos. - Conclusie interventies brandweer: als brandweer moeten we binnenkomen als gesprekspartner en niet op de eerste plaats als handhaver. Laat de ondernemer zelf de beste en goedkoopste oplossing kiezen, in plaats van hem verplichtingen op te leggen. De brandweer geeft handvatten mee om brandveilig ondernemen vorm te geven, op basis van ervaringen en inzichten. Daarnaast zou er een landelijke database opgezet moeten worden met best-practices per categorie. - Aanbeveling registratie en statistiek: we moeten als brandweer veel gedetailleerder gaan registreren. Met name de oorzaken van brand bijhouden om te bepalen waar ons grootste probleem ligt. En om te voorkomen dat de ondernemer onnodig met taken wordt belast.Verslag van het interview met de heer Marcel van Galen op 14 september te Utrecht. De heermr. Marcel van Galen MIM is hoofd Risicobeheersing Brandweer Flevoland.. Daarnaastvoorzitter van het landelijk project brandveilig leven van de Nederlandse Vereniging voorBrandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR). logiesfunctie 126
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen1 BrandveiligheidBrandveiligheid is een combinatie van elementen. Volgens de heer Marcel van Galen is eenhogere brandveiligheid niet te realiseren door alleen vluchtwegen, brandblussers of doorgedrag beïnvloeden. (niet roken op de slaapkamer) Het is een samenspel van deverschillende elementen. Idealiter moeten deze elementen samengesmolten worden. Alselementen noemt de heer Marcel van Galen; -constructie, technische voorzieningen,educatie van personeel, educatie van klant, externe invloeden zoals b.v. inbrengverzekeringsmaatschappijen, branches2 WetgevingWetgeving (bouwregelgeving) is in de basis oplossingen in de technische sfeer. Deondernemer zou meer moeten investeren in brandveiligheid dan enkel de wettelijke vereistevoorzieningen. Verder gaat het er niet alleen om boven dit niveau te zitten, maar ook om hetbrandveiligheidbewustzijn. Dit brandveiligheidbewustzijn gerelateerd aan het totaal van deverschillende elementen.3 Brandveilig levenBrandveilig leven als leerlijn bij groep 3 en 4 insteken en uiteindelijk tot HBO studenteneducatie. Op de lange termijn is brandveiligheid een vanzelfsprekendheid. Dus volgens deheer Marcel van Galen gaat het vooral om ‘leren’..4 Brandveilig ondernemenHoe krijgt men de ondernemer zover dat er geïnvesteerd wordt in brandveiligheid enbrandveilig ondernemen als normaal wordt ervaren. Volgens de heer Marcel van Galen zijntwee dingen belangrijk maar lopen niet parallel aan elkaar.-Een ondernemer zal over 20 of 30 jaar brandveiligheid meenemen in de bedrijfsvoering. Demaatschappij is dan zodanig beïnvloed dat het er wel inzit-De kleine ondernemer is het meest gevoelig voor financiële maatregelen. Subsidie of boetedwangsom of desnoods het sluiten van een het hotel. Kortom als het hem raakt in deportemonnee.5 KlantDe vraag is wat klanten kunnen doen. Volgens de heer Marcel van Galen is een mogelijkheidom als klant de brandveiligheid te eisen. Indien een klant brandveiligheid eist, zal eenondernemer de prikkel krijgen om te investeren in de vereiste brandveiligheid en brandveilig Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metondernemen onderdeel uitmaken van de bedrijfsvoering. "Niet meer komen of klagen kostgeld". Als burger zou iedereen brandveiligheid belangrijk moeten vinden. - Conclusie maatregelen brandveiligheid: de snelste en wellicht meest effectieve winst valt te behalen met de techniek. Met als reden dat techniek minder aan veranderingen onderhevig is en betrouwbaarder is dan gedrag. Daarnaast is techniek ook makkelijker te organiseren dan brandveiligheid tussen de oren te krijgen. - Conclusie brandveiligheidbewustzijn: het is makkelijker om jongeren bewust brandveilig gedrag aan te leren, dan ouderen onbewust brandonveilig gedrag af te leren. - Conclusie waardecreatie: brandveiligheid en brandveilig ondernemen zou inderdaad kunnen fungeren als onderscheidend vermogen. Brandveiligheid is juist een onderdeel waarmee een ondernemer zich zou kunnen onderscheiden. De ondernemer moet tijd en geld investeren en de klant moet veiligheid leren waarderen. Volgens de heer Marcel van Galen werkt het altijd twee kanten op. Het moet wel ergens beginnen, of bij de ondernemer of bij de klant. logiesfunctie 127
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen - Aanbeveling aangaande borging brandveiligheid: in het kwaliteitssysteem van ‘sterren’ de brandveiligheid verwerken124. Brandveiligheid maakt geen onderdeel uit van de rangschikking die door Nederlandse Hotel Classificatie (NHC) is opgesteld.Verslag van het interview met de heer René Hagen op 19 september te Arnhem. De heer ing.René Hagen MPA is lector brandpreventie van het Nederlands Instituut voor fysieke veiligheid(NIFV)1 Project Nutteloze uitrukken terugdringen (NUT)Project nut is tot stand gekomen om voorgestelde wijzigingen in bouwbesluit 2012 teonderzoeken. Het uitgangspunt is om alle doormeldingen uit te sluiten. Het project Nut heeftonderzocht wat dit in organisatorisch, financiële en juridische zin betekent. Een uitzonderingop het weglaten voor de doormeldingen is gesteld voor de logiesbedrijven. Met name dehotels waarbij geen 24-uurs bezetting aanwezig is. Echter wordt er een termijn gesteld vandrie jaar, dan moet de branche de eigen verantwoordelijkheid genomen hebben.2 Nut en Hotels/logiesgebouwenHet uitgangspunt is dat de doormeldingen eraf gaan ook bij kleine hotel. Met namebepaalde delen van Nederland hebben slechte ervaringen met alarmopvolging van dekleine hotels waarbij geen 24-uurs personeel aanwezig is. Het blijkt dat het type bewonersniet zelfredzaam zijn, als het alarm gaat gaan ze er niet uit. Brandweer komt later vanwegeafwezigheid doormelding. Hier geldt het dilemma van de morele verplichting om alsbrandweer naar binnen te gaan. Het principe van de eigen verantwoordelijkheid is mooimaar als men weet dat men de eigen verantwoordelijkheid niet kan nemen, moet deoverheid maatregelen nemen. Deze maatregelen zijn het vooralsnog niet afschaffen van dedoormeldingen bij logiesbedrijven en voorlichting geven aan hotelgasten en eigenarenzodat ze de eigen verantwoordelijkheid nemen. Eerst moeten de mensen overtuigd wordenvan de te nemen eigen verantwoordelijkheid. Conform ARBO- wetgeving zijn eigenaren vanlogiesbedrijven ook verantwoordelijk voor de eigen gasten.Met deze maatregel van het in stand houden van de doormelding wordt in feite slechtgedrag (niet nemen verantwoordelijkheid) beloond dit is helaas niet anders. Na drie jaar ishet streven om ook voor deze categorie doormelding af te schaffen. Na drie jaar wordt nietde output van de voorlichting gemeten, er wordt vanuit gegaan dat de ondernemers in alle Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met124 zie www.Hotelsterren.nlDe Nederlandse Hotel Classificatie (NHC) rangschikt de Nederlandse hotellerie sinds jaar en dag. Elk hotel inNederland wordt met behulp van de NHC ingedeeld in een van de vijf sterrencategorieën. Iedere categoriekent een bepaald voorzieningenniveau dat tot uitdrukking komt in basis- en keuzenormen. Basisnormengeven duidelijkheid welke vaste basisvoorzieningen per stercategorie aanwezig moeten zijn, waarbij iedereextra ster staat voor meer basisvoorzieningen. Vanaf twee sterren zijn er per categorie, naast de verplichtebasisnormen, ook vrijwillige keuzenormen opgenomen om specifieke aspecten van het hotel aan het licht tebrengen, waarmee punten behaald kunnen worden. Daarmee worden de individuele extra voorzieningen,faciliteiten en services van het hotel beloond. Het is aan het hotel zelf om te kiezen aan welke keuzenormenuit de lijst zij wil voldoen. Met de keuzenormen kunnen hotels -ook binnen eenzelfde sterrencategorie- zichonderling van elkaar onderscheiden. Het ene hotel profileert zich in de markt bijvoorbeeld primair alszakenhotel, met vergadervoorzieningen en internet op de kamers. Het andere hotel legt het accent opleisure met allerlei wellness faciliteiten.BasisnormenVoor alle 5 categorieën gelden basisnormen, waaraan elk hotel in de betreffende categorie moet voldoen.De basisnormen worden aangescherpt naarmate het om een hogere sterrencategorie gaat.KeuzenormenHotels uit de categorieën 2 tot en met 5 sterren moeten ook een oplopend aantal punten halen door te logiesfunctievoldoen aan een aantal keuzenormen. Hiermee worden de individuele extra voorzieningen, faciliteiten enservices van het hotel beloond. 128
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenredelijkheid maatregelen hebben genomen. De doormelding gaat er dan af.Brandmeldinstallatie en ontruimingsalarm blijven van kracht.Beheersbaarheid van brand is uit het bouwbesluit gehaald. Het is geen uitgangspunt meervan het bouwbesluit. Mensen moeten, veilig ontvluchten; “heel vaak moet je alcompartimenteren” Brand mag niet overslaan naar de belendingen.3 GelijkwaardigheidInvulling van de gelijkwaardigheid is een belangrijk element. Voorheen zocht men eengelijkwaardigheid op basis van een prestatie-eis. Sommige in een functionele eis. Nu staat erduidelijk dat gelijkwaardigheid gezocht moet worden in de uitgangspunten van deregelgeving. Niet indelen in brandcompartimenten bijvoorbeeld omdat je voldoet aan degenoemde uitgangspunten. 1. Mensen moeten veilig kunnen ontvluchten van het pand. 2.De brand mag niet overslaan op belendende percelen.4 VerantwoordelijkheidTerugleggen bij de verantwoordelijkheid waar het hoort, dat is bij de ondernemer. Alsbrandweer hebben we teveel naar ons toegetrokken. Volledig in de lijn van de zorgzameoverheid, dat kan de overheid op geen enkel onderwerp meer waarmaken. Altijd al heeftde verantwoordelijkheid bij de gebruikers gelegen, Volgens René Hagen moet de consumentook zelf kijken naar het veilig ontvluchten van gebouwen en de brandveiligheid in hetalgemeen. Overheid blijft taak houden als handhaver. Metafoor; “als je jezelf door te hardrijden een ongeval veroorzaakt en vervolgens opgenomen moet worden in het ziekenhuis (oferger) geef je de politie als handhavende instantie ook niet de schuld” Wet is in eersteinstantie nodig om de kaders te stellen. Brandweer wil ook wel weten waar we staan andershouden we het morele verplichtingen. Na Volendam is de overtreding van eenbrandveiligheidsvoorschrift is een economisch delict geworden.5 Bouwbesluit 2012 en Wet veiligheidsregio’sTussen het bouwbesluit en de wet veiligheidsregio’s (Wvr) (“voorkomen, beperken enbestrijden van brand…”) zit geen duidelijke invulling betreffende taakstelling van debrandweer. Het principe van bouwregelgeving is goed, echter de Wvr geeft geen zekerheidover de invulling. Misschien moeten we deze taak volledig schrappen omdat het geenduidelijkheid geeft aan gaande de taakstelling. De vraag is wanneer de brandweer voldaanheeft aan dit gedeelte van de wet van de Wvr. De wet gaat over het algemeen over de Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metrepressieve taakstelling. “Als je weer wel dingen op wil pakken wordt je weer beperkt doorandere wetten die er zijn”. (Zoals het verbieden van brandgevaarlijke isolatiematerialen.)Hoe moeten we dan voldoen aan de algemene gestelde verplichting uit de Wvr?6 RisicobenaderingBrandpreventie gaat alleen uit van het effect, niet over de kans. Dus kans effect verwerken inde brandpreventie kan gesteld worden als de risicobenadering. Andersom gebeurt het ookin de woonomgeving gebeurt het meeste maar er zijn bijna geen eisen aangaande deeigen woonomgeving. Woningsprinklers passen in het beleid. Laatste tien jaar vallen er metname doden in de eigen woonomgeving zo’n 90 procent. Woningsprinklers zou erin passen,echter er gaat zoveel mis. Het gaat bij woningsprinklers om de overleefbaarheid niet om deschadebeperking. Dit principe van sprinklers geldt ook voor de logiesgebouwen. Mensenboven de 65 thuis wonen, komen drie keer zoveel kans om bij brand.7 Europees niveauDe Europese commissies worstelen al 30 jaar met de brandveiligheid van Hotels. De logiesfunctieaanbeveling is om brandveiligheid op europees niveau te regelen. Echter zijn de comissiesdaar nooit uitgekomen, zuidelijke landen investeren niet (voldoende) in brandveiligheid. Driejaar geleden heeft een commissie het weer opgepakt voor de branche organisaties van 129
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenhotels. De Hotels hebben de kans gekregen om gezamenlijk afspraken te maken metnationale branche organisaties middels rapport Management building and Systems (MBS)invulling te geven. Aan de oproep is geen gehoor gegeven. Ook in Nederland wordt er doorde Koninklijke Horeca Nederland (KHN) geen gehoorgegeven aan de invulling van dezevorm van brandveiligheid. Het verplichten op Europees niveau is niet mogelijk. Op ditmoment wordt geïnventariseerd wat de mogelijkheden zijn om het MBS te implementeren bijhet keurmerk Brandveilig gebruik bouwwerken (BGB) en pas certificeren als de puntenmeegenomen zijn. Dit project loopt nog. Onvoorstelbaar dat niemand verantwoordelijkheidneemt. - Conclusie eigen verantwoordelijkheid: de wet is in eerste instantie nodig om de kaders te stellen. Brandweer wil weten waar ze staat, anders houdt ze morele verplichtingen. Wat men liever wil, is dat de eigen verantwoordelijkheid wordt genomen, straffen is niet het doel op zich. Daar waar het onduidelijk is, moet wel extra wetgeving komen. - Conclusie Bouwbesluit 2012: men wil naar minder regels en minder belemmerende regels. Het Bouwbesluit 2012 geeft meer vrijheid en kansen aan de ondernemers om alles zelf in te richten. Men wil naar risicobenadering toe. Dat betekent maatwerk. - Conclusie risicobenadering: brandpreventie gaat alleen uit van het effect, niet over de kans. Dus de kans verwerken in de brandpreventie kan worden gezien als de risicobenadering. - Conclusie taak brandweer: de brandweer heeft met name de taak als vangnet op te treden en te redden, niet primair om schade te beperken. Men heeft andere instrumenten om schadebeperking te voorkomen dan de brandweer. Indien de consument kritisch ingesteld is, blijkt het niet noodzakelijk om maatregelen te nemen, iedereen snapt de logica. Als mensen risico’s niet onderkennen dan moet je als overheid grenzen stellen. Als veiligheid geen issue is, moet de overheid stappen ondernemen. Geen keus leveren, zorgen dat het een verplichting wordt. Voorbeeld: in een auto kan je ook niet kiezen tussen wel of geen airbags. - Aanbeveling: op drie sporen maatregelen nemen: 1. wetgever 2. branche 3. consument.Verslag van het interview met Arco Kunst en Sjaak Steijn op 21 september te Tholen. Arco Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metkunst is specialist brandpreventie en Sjaak Steijn is specialist en controleur brandpreventie bijde brandweer Tholen1 Huidige situatieIn het huidige gebruiksbesluit is geheel of gedeeltelijke bewaking verbonden aan de hoogteen oppervlakte. In het nieuwe bouwbesluit is vereiste brandmeldcentrale meer gekoppeldaan permanente bewaking is. Er is nu geen (voorgeschreven) beleid aangaandebrandveilig ondernemen.2 Gewenste situatieVolgens de heer Sjaak Steijn en Arco Kunst zijn de continuïteit en imagoschade belangrijkeelementen om te benadrukken. Een vrijblijvende informatiebijeenkomst is een mogelijkeoplossing. Het nemen van brandveiligheidsmaatregelen wordt nu gezien als belasting.Volgens de heer Sjaak Steijn moet al aan veel wet-en regelgeving wordt voldaan,bijvoorbeeld Arbo-wet, horeca-eisen en milieu-eisen. Het is alleen op te lossen met gezondboerenverstand om het veiligheidsbewustzijn tussen de oren krijgen. Bestaande bouw is met logiesfunctiename het probleem. Conclusie gewenste situatie; Nieuwbouw is het geen probleem, voorafwordt in goed overleg al geadviseerd om meer te investeren in brandveiligheid dan dewettelijke vereisten. 130
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen3 Wetgeving is niet de oplossingVolgens de heer Sjaak Steijn en de heer Arco Kunst is wetgeving niet de oplossing. Ook eenkeurmerk is niet de oplossing. Een keurmerk suggereert dat alles veilig is op elk willekeurigmoment, dit is niet realistisch de daadwerkelijke situatie veranderd. In feite wordtschijnveiligheid geïntroduceerd. Voor de ondernemer zou brandveilig ondernemen eenvanzelfsprekendheid moeten zijn of er moet frequent (maandelijks) gecontroleerd worden.Uiteindelijk voldoen ze aan de wetgeving. Er kan niets aanvullend worden geeist, wel bewustgemaakt. Conclusie advisering versus handhaven; Vooroverleg heeft positief resultaatdoordat advies gegeven kan worden, dit is beter dan achteraf toetsen.4 Brandveilig ondernemenHet gaat om mensen veiligheidsbewust te maken. Liever niet via de klant omdat deondernemer zich mogelijk aangevallen voelt. Overreden met feiten en praktijkvoorbeeldenom zodoende de ondernemer te verleiden veiligheidsbewustzijn tussen de oren te krijgen.Een ander goede invulling is de inbraakbeveiliging koppelen aan de rookmelders, er wordtactie ondernomen als er brandmelder afgaat. Er is geen rol voor klanten weggelegd.Aanbeveling rookmelders: rookmelders koppelen aan de inbraakbeveiliging, om te borgendat een alarm ook opgevolgd wordt. In dit geval door een particuliere alarminstallatie dievervolgens weer de beheerder of ander persoon in kan schakelen.5 Landelijke campagneVolgens de heer Arco Kunst en Sjaak Steijn zou een landelijke campagne opgetuigd moetenworden. Via deze landelijk campagnes zou het veld aangespoord moeten worden richtingom lokale campagnes en voorlichtingen op te zetten. Weet een ondernemer ook degevolgen van brand? Met name bestaande bouw is moeilijk aan te pakken, nieuwbouw isgeen probleem door goede advisering vooraf. Bijvoorbeeld ondernemers verenigingen. Eenopen verhaal houden wat de brandweer kan en wat de ondernemer van de brandweer kanverwachten. Zodoende bewust maken van de risicos.Aanbeveling aangaande acties: Zet een landelijke campagne op om aandacht te vragenvoor het probleem. Door publicatie zal de pers dit ook oppakken. Vervolgens lokaalaansluiten op de landelijke campagne.6 Techniek Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metTechnieken verbeteren wel steeds. Brandmeldinstallaties verbeteren, zo zou de eisen aaneen brandmeldinstallatie moeten verbeteren. De producenten moeten brandmeldcentralesopleveren die geen loze meldingen creëren. Een voorbeeld is het gebruik van slimmemelders. Bij rook én hitte gaat de installatie af. Je zou kunnen eisen dat BMC 15 jaar stellen,vervolgens "slimme installatie" eisen. Sancties bij loze meldingen scheelt ook. Aanbevelingbrandmeldinstallaties: Alleen brandmeldinstallaties vermarkten die geen loze meldingencreëren. Desnoods dit door middel van wetgeving eisen. logiesfunctie 131
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenBijlage Literatuur en andere informatiebronnenMonografieën/ Wetenschappelijke literatuur: • Alsem, K., (2009), Strategische marketingplanning, Groningen, Noordhoff Uitgevers. // Verhage, B., (2009), Grondslagen van de marketing, Groningen, Noordhoff Uitgevers. • Ariely, D., (2008) Predictably Irrational, the hidden forces that shape our decisions, HarperCollins publishers, New York. • Asselt, van, M.B.A., (2007) Risk governance; Over omgaan met onzekerheid en mogelijke toekomsten, oratie universiteit Maastricht. • Bernstein, Peter L., (1998) Against the gods, the remarkable story of risk, John Wiley & Sons, Inc. • Bouckaert G., T. Auwers (1999c), Prestaties meten in de overheid, Overheidsmanagement nr. 5, Die Keure, Brugge. • Bos P.L.J., Welke koers vaart de Nederlandse brandweer? RBOH 2009/3 • Bruggeman, W., (2011) The boundaries and the future of technological control: technological control has its limits on ethical grounds, but also from a social control point of view. • Buuren, J.A. van., & Hummel, J. (1997). Onderzoek: de basis. Groningen: • Wolters-Noordhoff. • Cronbach, L. J., Meehl, P, E. (1955). Construct Validity in Psychological Tests. Psychological Bulletin, 52. • Deal en Kennedy (1982)School voor Communicatie en Management, syllabus geïntegreerde communicatie. • Deming, W. Edwards (1986). Out of the Crisis. MIT Press • Droste, H. & Harlaar, M., (2006), Businessplannning. Groningen, Noordhoff uitgevers • Deal, Terrence, E., Kennedy, Allan, A.,(1982), Corporate Cultures: The Rites and Rituals of Corporate Life en Terrence E. Deal, Allan A. Kennedy,(2000), The New Corporate Cultures • Duin M.J. van, De brandweer van de toekomst; anders dan in het verleden? RBOH 2009/4. • Goulding, C., (1999), Grounded Theory: some reflections on paradigm, procedures and misconceptions, University of Wolverhampton. • Hertog, E. den, Brandveiligheid, inventariserend onderzoek naar brandveiligheidsmaatregelen, Ruigrok, Amsterdam: 2007 • Inayatullah, S., (2007) questioning the future: methods and tools for organizational and Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met societal transformation, Taipe: Tamkin University. • Kaplan, Robert S. , Norton, David (1997) op de kop met balanced scorecard • Kasperson, R.E. (1992). Social distrust as a factor in siting hazardous facilities and communication risks. Journal of Social Issues. • Klein Wolt, K., Evaluatie voorlichting Nederlands Brandwonden Stichting, een onderzoek naar het effect van groepsvoorlichting voor ouders van 0-4 jarigen, Amsterdam: 2008. • Lam. J. (James), (2007), Operational Risk Management — Beyond Compliance to Value Creation, James Lam & Associates, Inc, Waltham. • Leeuw H.F. de, (2005), management van onderzoek, van Gorcum. • Leiss, W., Krewski, D. (1989). Risk Communication: Theory and Practice. In Prospects and Problems in Risk Communication, ed. W. Leiss, pp. 89-112. Waterloo, ON: University of Waterloo Press. • Masaaki Imai (2002), Kaizen-het stap voor stap bezig zijn met het verbeteren van een product op dienst. De filosofie achter het Japanse succes. Deventer, Kluwer • Meacham, J., (1983), Wisdom and the context of knowledge; knowing that one logiesfunctie doesn’t know in D. Kuhn and Meacham, J., eds. On the development of developmental psychology. Basel, Switserland; Karger • Mikes, Anette, (June 1, 2008) Risk Management and Calculative Cultures. 132
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen • Mook, D. G. (2001). Psychological Research. The Ideas Behind the Methods, New York: W. W. Norton & Company, Inc. • Oomes E., De doeltreffendheid van het repressief brandweeroptreden in I. Helsloot, E.R. Muller en J.D. Berghuijs, Brandweer, studies over organisatie, functioneren en omgeving, Kluwer 2007. • Powell, D. & W. Leiss (1997). Mad Cows and Motherís Milk. The Perils of Poor Risk Communication. McGill-Queenís University Press, Montreal. • Powell, D., Leiss, W. (1997). Mad Cows and Motherís Milk: The Perils of Poor Risk Communication. Montreal: McGill-Queenís University Press. • Robson, C., (1993), Real world research. A research for and practitioner-researchers. Oxford, Blakwell Publishers • Saunders, M., Lewis, P. and Thornhill, A., (2003), Research methods for business students. 3rd edition, Prentice Hall, Finantopical Times. • Schaaper, J., Letsels als gevolg van woningbranden, een analyse in opdracht van de Nederlandse Brandwonden Stiching, Consument en Veiligheid, Amsterdam: 2009. • Schokker, J., Sprinklerbeveiliging in woningen, NIBRA (Nederlands instituut voor fysieke veiligheid), Arnhem: 2000. • Selznick, P., (1957), leadership in administration. Evaston, blz, 49-50. // Rustenburg, G.B., (2007) Strategische en operationele marketingplanning, Groningen, Houten: Noordhoff Uitgevers. • Simons. R., (1999), How risky is your company? Havard Business Revieuw, blz 9, • Simons, R., (1995), Levers of Control, Havard Business School Publishing, • Todd, D., Jick, (2006) Mixing qualitative and Quantitative Methods: Triangulation in action, • Verschuur, W.L.G. & Hudson, P.T.W. (1998) HSE Tool. Final Report for Shell International Exploration and Production. • Verschuren, P.J.M., & Doorewaard, H. (2007). Het ontwerpen van een onderzoek. Utrecht: Lemma. • Vos, K. de, (2006) Brainstormen 50.000 Ideeën per dag, Amsterdam: Pearson Education Benelux. • Weber, M.E.A., Weggeman, M.C.D.P. & Aken, J.E. van (2011). Developing what customers really need : Involving customers in innovations. International Journal of Innovation and Technology Management, submitted / in press. TU eindhoven • Weggeman, M.C.D.P. (2001). Een bedrijfskundige opvatting over kennisproductiviteit. Opleiding en Ontwikkeling,.TU eindhoven Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met • Weewer R., (2009) A strategic Journey for the Dutch Fire Service, Business Digest. • Quinn, R. & Cameron, K., (1999) onderzoeken en veranderen van organisatiecultuur. • Yin, R.K., (2003) case study research, design and methods, thousand oaks, sage publications.Business-practice artikelen: • A statistical report to investigate the effectiveness of the Furniture and furnishing regulations 1988, commissioned by Consumer and Competition Policy directorate Greenstreet Berman Ltd, UK, december 2009. • Aanrijdtijden brandweer volgens Leidraad repressieve basisbrandweerzorg, versie 6.2 18 augustus 2006. • Aan het roer van de brandweer, Richting geven aan brandweerzorg in Nederland, Veiligheidsberaad september 2008. • Bouwbesluit 2003, versie september 2008// Brandbeveiligingsinstallaties, 2e druk, 1e oplage, februari 2010// NEN 2535, NEN 2575, NEN 4323, NEN 6068 en NEN 6069. • Brandbeveiligingsconcept, rapport 2005.0480-1, versie 3 d.d. 2 maart 2007 // logiesfunctie Publicatie ‘Menselijk gedrag bij brand’, NIFV// Publicatie ‘Zelfredzaamheid bij brand, Tien mythen ontkracht’ NIFV. 133
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen • Brandveiligheid: wie doet wat, hoe en waarom? SEO economisch onderzoek in opdracht van het Verbond van Verzekeraars, september 2009. • Centraal Bureau voor de Statistiek, Brandweerstatistiek 2009 • Cebeon, Onderzoekstraject OOV: herijking verdeling gemeentefonds en BDUR, februari 2007. • Cebeon, Openbare orde en veiligheid: uitgavenontwikkeling 2001-2005, september 2006; • Capgemini Nederland B.V., (2010) Trends in Veiligheid 2010, samen werken aan veiligheid september 2010. • De vanzelfsprekendheid van alle dag, drs. E. Oomes, NIFV, september 2006. • Fatale woningbranden 2008, Nederlands instituut voor fysieke veiligheid, Arnhem 2010. • Fire statistics, United Kingdom, Department for Communities and Local Government, London 2007. • Grimwood, P. Euro-Firefighter, 2008. • Hagen, R.R., (2008) Het kerkje van Spaarnwoude, Over een nieuw elan in brandveiligheid in tien ambitites, lectorale rede. • Handleiding; brandveilig leven in de praktijk, voorlichting over brandveiligheid; uitgave van brandweer Amsterdam-Amstelland, i.s.m. Nederlandse brandwonden- stichting en ministerie van binnenlandse zaken. • Hertog, E. den, Brandveiligheid, inventariserend onderzoek naar brandveiligheids- maatregelen, Ruigrok, Amsterdam: 2007 • International Fire Statistics and the potentiaal Benefits of Fire Counter-Measures, UNIS/EFRA, mei 2005. • Lesstof risicomanagement, Haagse Hoge School (2010) • Maranus, A.W., (2010) vergelijking van risicomanagementframeworks op hoofdlijnen. • NIBRA, Nederlands instituut voor fysieke veiligheid, (2000) Oorzaken en gevolgen van woningbranden, Arnhem • Nodeloze uitrukken terugdringen (NUT), (23 mei 2011) onderzoek naar de consequenties naar het voorstel herziening doormelding in het bouwbesluit 2012. • NVBR: De brandweer over morgen: (2010) Strategische reis als basis voor vernieuwing. • NVBR: De organisatie in 2015, &3.3, De brandweer over morgen, Schaarsbergen 2010. • Oorzaken en gevolgen van woningbranden, NIBRA (Nederlands instituut voor fysieke veiligheid), Arnhem: 2000. • Publicatie ‘Understanding Human Behaviour in Fire’, M. Kobes, 2010, TU/e. • SBR Brandveiligheid: Ontwerpen en Toetsen, Ontwerprichtlijnen utiliteitsbouw deel C, Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met tweede druk november 2008//Publicatie ‘Wayfinding bij brand’ M. Kobes, september 2010, NIFV//Publicatie ‘Analysemodel vluchtveiligheid’, M. Kobes, september 2010, NIFV. • Samenwerken in een ander perspectief, Bureau Veiligheidsberaad, mei 2009. • Someren T.C.R. van (Ynnovate), De strategische reis als basis voor de vernieuwingen voor de brandweer van over morgen, Arnhem: • Uitvoering brandveiligheid dakconstructies van stalen damwandprofiel NIFV juni 2006 en Miljoenebranden in Nederland, NIFV maart 2003. • Visie op brandveiligheid, Ministerie van Vrom, april 2009. • Woningsprinklers in Nederland, Een bestuurlijk position paper over woningsprinklers, René Hagen, NIFV 2009.Wet- en regelgeving: • Bouwbesluit 2003: theorie en praktijk, Beoordelen en verder ontwikkelen van bouwvoorschriften / proefschrift M. van Overveld / 2003 • Commissie van Europese gemeenschappen, Richtlijn 89/106/EEG van de Raad, logiesfunctie fundamenteel voorschrift nr.2, Brandveiligheid / 1989. • Technische en juridische grondslagen van de technische bouwregelgeving Woningwet en Bouwbesluit / proefschrift N.P.M. Scholten / 2001. 134
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen • Woningwet 2007 en verwante wetgeving / publicatie Sdu Uitgevers b.v., J. in t Hout en B. Rademaker / 2007.Websites: • http://www.cbs.nl/ • http://www.allesoverbrandveiligheid.nl/ • http://www.infopuntbrandveiligheid.nl/pagina/home/actieprogramma- brandveiligheid-2007-2009 • http://www.ssrn.com • http://www.narcis.nl/ • http://www.brandveilig.info/ • http://123management.nl/0/010_strategie/a120_strategie_03_KSF_BSC.html • http://www.nvbr.nl/algemene_onderdelen/rss/rss/@22454/nieuwe- bouwbesluit/?utm_source=twitterfeed&utm_medium=twitter • www.scienceofthetime.com • www.mediaplaza.nl, • http://www.veiligheid.nl/csi/chklst.nsf/cl?readform&show=Checklist%20Brandveilig%20 Ondernemen • http://www.jameslam.com/media/OpenPages%20ORM%20White%20Paper _June%202007.pdf • http://www.tno.nl/downloads/0588_TNO_F_Veiligheidscultuur_web.pdf • http://www.arboportaal.nl/onderwerpen/arbowet--en--regelgeving • http://www.veiligheid.nl/csi/chklst.nsf/cl?readform&show=Checklist%20Brandveilig%20 Ondernemen • http://calculators.bizezia.com/versiona/busriskcalc.asp • http://www.managementsite.nl/16965/verandermanagement/hoe-adviseurs- coaches-goeroes-onbewust-verandering-blokkeren.html • http://www.veiligheid.org/ • http://download.belastingdienst.nl/belastingdienst/docs/horizontaal_toezicht_samen werken_vertrouwen_dv4031z1ed.pdf • http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/vragen-en-antwoorden/wat- is-het-nieuwe-bouwbesluit-2012.html • http://ssrn.com/abstract=1138636. • http://www.tcpm.nl/2011/02/safety-management/ • http://www.evmi.nl/ Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met • http://www.executiveforum.net/pdfs/simons.pdf • http://www.nvbr.nl/wat_doen_we/thema-(brand)veilige-0/thema- (brand)veilige/nodeloze_uitrukken/-nieuwsbrief-nut/nut-project-nut/ • http://www.Midmarketplace.com/ • http://www.hbr.org./ • http://www.wrr.nl/ • http://www.jstor.org/ • http://wisdomofthepubliek.nl/toekomstbeelden/innovatie-en- kennisontwikkeling/nieuwe-ontwikkelingen/ • www.Hotelsterren.nl logiesfunctie 135
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenBijlage Lijst met bijschriften van figuren in de tekstFiguur 1 Eisenhowermatrix en projectieconclusies vanuit optiek thesis ............................................6Figuur 2 Ontwikkelingen van de brandweer........................................................................................10Figuur 3 Filtering bedrijven met logiesfunctie, geografisch afgebakend.......................................13Figuur 4 Mindmap brainstorm thesis.......................................................................................................16Figuur 5 Brainstorm vormgeving thesis...................................................................................................16Figuur 6 onderzoeksmodel ......................................................................................................................18Figuur 7 Activiteitenplan voor onderzoek als onderdeel van de planning ...................................19Figuur 8 Grounded Theory as building prices (Goulding, 2002) .......................................................21Figuur 9 Mindmap gebieden thesis op basis van eerder genoemde brainstorm ........................22Figuur 10 Objecten van onderzoek en de bronnen van informatie ...............................................24Figuur 11 MAPE structuur van Bouckaert en Auwers (1999, p17) .....................................................25Figuur 12 Demingcirkel gecombineerd met de MAPE structuur ......................................................26Figuur 13 Boomdiagram afbakening thesisontwerp...........................................................................28Figuur 14 Rafelen en rasteren thesisontwerp........................................................................................29Figuur 15 Strategische Reis Brandweer; doctrine brandveiligheid, afwegingskader...................30Figuur 16 Schema: risicobenadering volgens de Strategische Reis ................................................31Figuur 17 Optiek in relatie tot scope, afbakening en timeframe van het onderzoek .................32Figuur 18 Formele basis en kaders..........................................................................................................34Figuur 19 Totaaloverzicht huidige en gewenste situatie project NUT..............................................38Figuur 20 Formele basis en kaders in relatie tot nut en noodzaak...................................................40Figuur 21 Pearls in policing, politieacademie 2008 .............................................................................41Figuur 22 Typologie van bronnen van onzekerheid, diverse publicaties .......................................47Figuur 23 Riskcalculator ............................................................................................................................50Figuur 24 ORM Maturity Model................................................................................................................51Figuur 25 The risk management mix - elements of explanation .......................................................53Figuur 26 De veiligheidscultuurladder (ontwikkeld door D. Parker en P.T Hudson) ......................56Figuur 27 Culture Types van Deal and Kennedy (1982) .....................................................................57Figuur 28 Dimensions of trust (Kasperson, 1992)...................................................................................58Figuur 29 Schematische weergave Cascademodel brandverloop ...............................................61Figuur 30 Het conceptueel model .........................................................................................................65Figuur 31 Het (mono)conceptueel model criteria ..............................................................................66Figuur 32 Operationalisering criteria door het multiconceptuele model.......................................67Figuur 33 Leading causes of Hotel and Motel Fires 2002-2005 .........................................................72Figuur 34 Eisenhowermatrix en projectie conclusies vanuit optiek thesis.......................................79 Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metFiguur 35 Veiligheidsketen........................................................................................................................90Figuur 37 Aangrijpingspunten voor risicobeheersing..........................................................................92Figuur 38 Keuzes in ambitieniveau .........................................................................................................93Figuur 40 Implementatie brandveilig ondernemen op basis van de asset-inventarisatiefeedbackloop ............................................................................................................................................97Figuur 41 de zeven eigenschappen van effectief leiderschap (Covey, 2003-2010).................154 logiesfunctie 136
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenBijlage Lijst met bijschriften van tabellen in de tekstTabel 1 Inzicht in de resultaten per hoofdstuk .....................................................................................17Tabel 2 besluit brandveilig gebruik bouwwerken, artikel 2.2.1 eerste lid (besluit 26 juli 2008)....35Tabel 3 (het uiteindelijke) voorstel herziening doormelding op basis van het project NUT(terugdringen van nodeloze uitrukken) 23 mei 2011..........................................................................37Tabel 4 vergelijking tussen COSO ERM en ISO 31000..........................................................................45Tabel 5 Brandmeldingen in logiesgebouwen 1990-2007 ...................................................................60Tabel 6 Analyseschema gebouwen met logiesfunctie .....................................................................62Tabel 7 analyseschema gebouwen met logiesfunctie......................................................................63Tabel 8 criteria om de hypothese te operationaliseren. ...................................................................66Tabel 9 Selectie van criteria met meest waarschijnlijke invloed ......................................................67Tabel 10 de te koppelen operationele indicatoren aan de criteria...............................................69Tabel 11 branden in logiesgebouwen naar oorzaak .........................................................................70Tabel 12 branden in logiesgebouwen naar plaats ontstaan1990-2007 .........................................71Tabel 13 Gewonden bij brand in logiesgebouwen naar plaats ontstaan1998-2007...................70Tabel 14 operationele indicatoren gekoppeld aan de criteria.......................................................80Tabel 15 operationele indicatoren gekoppeld aan de criteria en resultaat veldonderzoek RM.......................................................................................................................................................................81Tabel 16 operationele indicatoren gekoppeld aan de criteria en resultaat veldonderzoekBVO...............................................................................................................................................................82Tabel 17 operationele indicatoren gekoppeld aan de criteria en resultaat veldonderzoekImplementatie RM en BVO ......................................................................................................................83Tabel 18 Opbouw van de toetstingswijze criteria en hypothesen...................................................85Tabel 19 de relatie criteria en het effect op het risicoberheersingniveau brandveiligheid......86Tabel 20 Keuzen in ambitieniveau: ........................................................................................................94 Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie 137
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenBijlage safehotels checklist / hotelsterren checklijst (management, building, systems) Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie 138
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met139 logiesfunctie
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met140 logiesfunctie
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met141 logiesfunctie
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met142 logiesfunctie
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met143 logiesfunctie
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met144 logiesfunctie
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met145 logiesfunctie
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met146 logiesfunctie
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met147 logiesfunctie
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met148 logiesfunctie
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met149 logiesfunctie
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met150 logiesfunctie
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met151 logiesfunctie
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenBijlage persoonlijke reflectie op risicomanagementrollenZendelingDe RM wil roepende in de woestijn willen zijn. De mensen tegenover je sluiten het liefsthun ogenDe RM gebruikt aansprekende argumenten;De RM weet argumenten op de juiste manier naar voren te brengen;De RM weet anderen voor eigen ideeën te winnen;De RM brengt voorstellen enthousiast en beslist;De RM gebruikt een aansprekende stijl om anderen te overtuigen.Persoonlijke reflectie op de rol van zendelingEen zendeling is een gezondene voor een geestelijke die naar heidense landen trekt methet doel de bewoners tot zijn geloof te bekeren. De zendeling moet zelf enorm overtuigtzijn en een enorme overtuigingskracht hebben om anderen enthousiast te maken. (en tebekeren) In mijn optiek moet die plaatsvinden op basis van “servant leadership”125 Zelfben ik overtuigd van risicomanagement en ik kan mensen op basis van eenvoudigekrachtige principes van risicomanagement ook van overtuigen. De argumenten om“servant leadership” (SL) als principe te gebruiken zijn de volgende. Het SL kijkt met namenaar de mensfactor en stimuleert persoonlijke ontwikkeling en daarmee deorganisatieontwikkeling. Alleen tevreden en gemotiveerde mensen zijn capabel omdoelen te halen en aan verwachtingen te voldoen.Mijn uitgangspunt is de overtuiging dat het succes in organisaties wordt bepaald doorhet persoonlijke succes van de mensen die er werken. Mensen presteren immers beterwanneer zij tevreden zijn en gemotiveerd zijn en zich betrokken en gewaardeerd voelen.OntwikkelaarDe RM kan in kansen denkenDe RM is beelddenker, kan “dwarrelen”.wil leren van en leren aan.doorbreekt bestaande denkkaders;bedenkt gemakkelijk meerdere oplossingen of benaderingen voor een vraagstuk;ziet kansen en bedenkt mogelijkheden voor nieuwe benadering van risk;past ideeën voor verbetering van zaken direct toe. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metPersoonlijke reflectie op de rol van ontwikkelaarDe enige constante is de verandering. Het paradox van het implementeren vanrisicomanagement is de gedachte het geregeld te hebben. Daarnaast moetrisicomanagement in alle aderen van de organisatie zitten. Het is niet een speeltje vande board of van de risicomanagement afdeling. Mijn persoonlijke meerwaarde in de rolvan de ontwikkelaar is hierop scherp te zijn en de verantwoordelijke hierop te wijzen.Bijvoorbeeld de aanstelling van een CRO (chief risk officer) is het begin vanrisicomanagement en niet het einde, van de aandacht voor risicomanagement.Het eerste door mij te hanteren principe is het ontwikkelen van de verandering: Bij sterkgedateerde organisaties draait het nog steeds om cijfers, bureaucratie en controle. Bij125 Servant leadership is a philosophy and practice of leadership, coined and defined by Robert K. Greenleaf (* 1904in Terre Haute, Indiana; † 1990) it can still be defined as a management philosophy which implies a comprehensiveview of the quality of people, work and community spirit. It requires a spiritual understanding of identity, mission, visionand environment. A servant leader is someone who is servant first, who has responsibility to be in the world, and so he logiesfunctiecontributes to the well-being of people and community. A servant leader looks to the needs of the people and askshimself how he can help them to solve problems and promote personal development. He places his main focus onpeople, because only content and motivated people are able to reach their targets and to fulfill the setexpectations. http://www.greenleaf.org/whatissl/ 152
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenmoderne, marktgerichte organisaties gaat het al jaren om actie, klanten enmedewerkers. In deze nieuwe eeuw draait alles bij excellente ondernemingen nueenmaal om ideeën, experimenteren, vrijheid en snelheid. Het zijn niet de sterkste dieoverleven, maar degenen die zich het snelst kunnen aanpassen aan de nieuweomstandigheden.Als ontwikkelaar hanteer ik de volgende principes:Limit tasks to the important to shorten work time (80/20)Het patroon van het 80/20 principe werd voor het eerst in 1897 ontdekt door deItaliaanse econoom Vilfredo Pareto (1848 - 1923).126 Het Pareto Principe geeft aan dateen gering aantal oorzaken (beperkte input of moeite), verantwoordelijk is voorhet merendeel van de resultaten (output of beloning). Letterlijk betekent dit bijvoorbeelddat 80% van de resultaten die u met uw organisatie realiseert, afkomstig is van slechts20% van alle inspanningen.Dit principe van Pareto is ook van toepassing in een bedrijf: • 20% van de producten en 20% van de klanten zorgen voor 80% van het zakencijfer • 20% van de verkoop staat ongeveer voor 80% van de winstmarge • 20% van het totale personeel wordt getroffen door 80% van de werkongevallen • 20% van de oorzaken kunnen aan de basis liggen van 80% van de fouten • 20% van de opgeslagen stukken in een bedrijf staan voor 80% van de waarde van de stock • 20% van de leveranciers representeren 80% van het totale aankoopvolume • 20% van de klanten zorgen voor 80% van de klachten. Dit "principe van het onevenwicht" kan ook toegepast worden op het personeel van een bedrijf, zowel in de openbare als de private sector. Zo zou 20% van de werknemers 80% van het werk verzetten. ?! • Shorten work time to limit tasks to the important (Parkisons Law)De wet van Parkinson127 stelt dat het werk (van een taak) uitdijt naar de beschikbare tijd(om een taak te realiseren). "Work expands to fill the time available for its completion."“Alles wat leeft groeit”. De waarheid van gisteren is de onzekerheid van vandaag en deillusie van morgen.LeiderDe RM heeft durf, moed Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metDe RM creëert een wij-gevoel;De RM is doelgerichtDe RM kan delegerenDe RM kan organiserenDe RM geeft feed-backDe RM is besluitvaardig.De RM is in staat tot concensus met Management en de vloerDe RM kan omgaan met taal van het managementDe RM heeft een aantal jaren ervaring in diverse functies en is van het niveau dat kanrapporteren aan de RvB.De RM zoekt complexiteit., kan dat hanteren.Persoonlijke reflectie op de rol van leiderHet leidinggeven is een vak op zich. De te hanteren stijl moet aansluiten bij mijn logiesfunctie126 Het Paretoprincipe, in de volksmond ook wel de 80-20-regel genoemd, is een economische regel die opgesteldwerd door Vilfredo Pareto in 1906.127 Parkinson, C., N., (1955) Parkinsons Law: The Pursuit of Progress. 153
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenpersoonlijke stijl en de dynamiek van een groep. Uiteraard is het principe van “servantleadership” van toepassing. Verder hanteer ik de zeven eigenschappen van effectiefleiderschap van Covey.128Volgens Covey is effectief leidinggeven aan veranderen aan veranderen een kwestievan een drietrapsrakket. De eerste trap bestaat uit drie eigenschappen die gericht zijnop persoonlijke en individuele ontwikkeling. Ze zorgen ervoor dat je als persoononafhankelijk leert op te stellen. De drie daaropvolgende eigenschappen gaan overeffectief samenwerken en vormen de tweede trap. De zevende eigenschap gaat overhet ontwikkelen en onderhouden van de overige zes eigenschappen. Deze eigenschapvormt de derde trap, samen met de achtste eigenschap: het vermogen van mensen omvolgens hun volledige potentie te leven en om anderen te inspireren om hetzelfde tedoen.Figuur 41 de zeven eigenschappen van effectief leiderschap (Covey, 2003-2010)129Paradox leidinggeven; Hij die over anderen leidinggeeft dient meester (de zeven Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven meteigenschappen) van zichzelf te zijn. Hoe ik leiding geef is volgens het principe dat jeleiding geeft, leiding neem je niet.De luis in de pelsDe RM heeft moed, durf om weerstand te bestrijdenDe RM kan/wil negatieve boodschappen uitzenden i.t.t. alle “management” positivisme.De RM trekt met idealen ten strijde en weet uiteindelijk aan het langste eind te trekken;De RM is kritisch;De RM durft de RvB lastig te vallen;De RM durft zich afwijkend op te stellen;De RM is eigenwijs. logiesfunctie128 Covey, S., R., (1989), The Seven Habits of Highly Effective People, (de zeven eigenschappen van effectiefleiderschap), Free press.129 Nieuwenhuis, M.A., (2003-2010) The Art of Management (the-art.nl), zie, http://123management.nl/0/030_cultuur/a300_cultuur_16_covey_zeven_eigenschappen.html 154
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenPersoonlijke reflectie op de rol van luis in de pelsIn mijn optiek is het van cruciaal belang om op cruciaal om op ‘speaking terms’ teblijven met ‘respect voor het model van de wereld’ van een ander. Eigenlijk heeft nietsheeft betekenis behalve de betekenis die men eraan geeft. Dit is met name eenuitdaging als de andere persoon geen respect heeft, of niet zichtbaar vertoond. Hetprincipe wat ik hanteer is dat het met name moet gaan over het gezamenlijk te behalendoel en niet zozeer wie er gelijk heeft. De volgende principes zijn wat mij betreft daarbijde sleutels tot succes: • Er bestaat geen mislukking enkel feedback • 93% van de communicatie is non-verbaal waarvan 55% lichaamshouding (aikido) • Zien van overeenkomsten en verschillen in wereldbeelden (modellen van de wereld) • Iemand is niet zijn gedrag, hij of zij vertoont gedrag in een bepaalde omgeving • Vragen uit nieuwsgierigheid naar overtuigingen achter model van de wereld • Een mens wil wel veranderen maar niet verandert worden.Als luis in de pels wordt je al snel gezien als degene die het zo nodig anders moet zien ofanders moet doen. Echter de intentie en de wijze waarop de communicatie plaatsvindtis van cruciaal belang.De intentie moet zijn het gezamenlijk te behalen doel of de kijk daarop. De wijze vancommunicatie zijn de punten 1 tot en met 6, met als doel om op ‘speaking terms’ teblijven en een win-win situatie te creëren. Daarbij gebruik ik het principe van AlbertEinstein: “you can’t solve a problem with the same kind of thinking that caused theproblem”Facilitator/ organisatie sensiviteitDe RM weet om te gaan met interne spelregels;De RM heeft kennis van bedrijfsculturenDe RM kent de kantoor”pikorde”, is op de hoogte van verschillende belangen;De RM betrekt diverse partijen, meningen opinies bijeen bij zijn oordeelvorming;De RM toetst bij de juiste partijen of er draagvlak is voor ideeën en voorstellenDe RM schat mogelijke effecten in van eigen voorstellen op de alle andere onderdelenvan de organisatie.De RM kan een omgeving scheppen waarin mensen gestimuleerd worden tot innovatiefdenken; weet tegenstellingen tussen groepsleden op te lossen met respect voor elkaars Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metwaarden en opinies;De RM weet van individuen een groep te maken;De RM weet mensen tot samenwerken aan te zetten;De RM is generalist, heeft een breed interessegebied.Persoonlijke reflectie op de rol van facilitator /organisatie sensitiviteitMijn visie op performance is dat Kwaliteit volgt vanzelf door plezier in je werk en te doenwaar je goed in bent. Kwaliteit nastreven is geen doel op zich. Een persoonlijke enbedrijfsvisie ontwikkelen en dit nastreven door heldere doelstellingen en transparantecommunicatie borgt automatisch de kwaliteit. Een aparte focus op de kwaliteit wekt deillusie dat kwaliteit een performance op zich is.Als facilitator ben ik een OEN, gebruik LSD en laat OMA altijd thuis. Oftewel, eenfacilitator is open, eerlijk en nieuwsgierig (OEN), de facilitator luistert, vat samen en vraagtdoor (LSD) en laat oordelen, meningen en aannames (OMA) achterwege. Als principegebruik ik het volgende: “het al dan niet functioneren van een organisatie of een project logiesfunctieis afhankelijk van de factor die schijnbaar zo onbelangrijk was”. 155
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenCoachDe RM weet respect en vertrouwen af te dwingen, is integer;De RM snapt het intermenselijk verkeer;De RM heeft kennis/perceptie van gedragbeïnvloedingDe RM kan goed netwerken, snapt wat belangrijk is, kan draagvlak creëren;De RM kan mensen mobiliseren, mensen in beweging zetten, met weerstand omgaanDe RM kan een brug kunnen maken naar de topDe RM heeft tact, is een typische samenwerken, is een teamspeler.Persoonlijke reflectie op de rol van coachHet omgaan met de ander is vooral een zaak van respect voor de ander. Daarbij samenbruggen bouwend naar de top. Niet zozeer door te spreken maar met name door teluisteren. Het oprecht en zonder oordeel luisteren is mijn persoonlijke gave en talent.Mensen voelen zich gewaardeerd en we kunnen als team verder. Het gaat niet zozeerom jij – of ik, maar om wij. De principes die ik hanteer zijn de volgende: • Een mens voelt zich veilig als hij niet wordt ontkend. • Hij zit goed in zijn vel als hij zich veilig voelt. • Hij levert kwalitatief goed product als hij goed in zijn vel zit. • Hij is goud, dus koester hem. • Geef hem oprechte aandacht, vanuit hoofd, hart en handen. • Beschouw je tegenstander als medestander. • Behoud te allen tijden het respect voor hen. • Zorg dat er geen verliezers zijn. • Verban macht en status. En maak gebruik van je kracht en gezag. • Denk vanuit positieve energie en neem de situatie zoals die is.Het principe die ik hanteer als coach is vooral aandacht geven en luisteren. Alles wat jeaandacht geeft groeit. Deze aandacht versterkt de band om te komen tot eengezamenlijke inspanning om te komen tot een optimaal resultaat. Het actief luisterengeeft aan waardoor de persoon intrinsiek wordt gemotiveerd. Aansluiten bij deovereenkomsten bij intrinsieke motivatie en organisatiedoelstellingen is cruciaal voor hetoptimaal presteren van individu en organisatie. Als principe gebruik ik passie ensamenwerking. De geheime sleutel voor succes zijn passie en samenwerking. Dat geheimwordt in veel organisaties te goed bewaard.Auditor Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven metRm kan kritisch doorvragen (zaken die er werkelijk toe doen scherp krijgen), isvasthoudendDe RM kan zaken bespreekbaar kunnen maken, niet naar de mond pratenDe RM is zelfstandigDe RM is onafhankelijkPersoonlijke reflectie op de rol van auditorWe ontvangen alleen de gewaarwordingen waarvoor we geprogrammeerd zijn om ze waarte nemen, en ons bewustzijn is verder ingeperkt doordat we alleen die gewaarwordingenherkennen waarvoor we mentale schema’s130 of categorieën hebben. Als auditor moetenwe scherp zijn en blijven. Om kritisch te zijn moeten we een soms een ander kader trekkenom onze gewaarwording. A mental model is an explanation of someones thought process about how something works in the real world. It is logiesfunctie130a representation of the surrounding world, the relationships between its various parts and a persons intuitiveperception about their own acts and their consequences. Our mental models help shape our behaviour and defineour approach to solving problems (akin to a personal algorithm) and carrying out tasks. The term is believed to haveoriginated with Kenneth Craik in his 1943 book The Nature of Explanatio. 156
    • Risicomanagement en Brandveilig ondernemenAl snel heb ik de neiging om de goede intenties te overschatten en mee te gaan in hetverhaal op basis van het respect voor de ander. Echter het is van cruciaal belang altijdscherp te zijn, om te voorkomen dat we elkaar in slaap wiegen. Mijn motto is; leg de vingerop de juiste plek, en los het op. Vind het juiste kader en buitengewone prestaties worden eenalledaagse ervaring!"Je gaat het pas zien als je het doorhebt", is een typische Cruijff-uitdrukking. Mijn persoonlijkevariant hierop is de paradox van begrijpen en inzien. Paradox van begrijpen en inzien: Jebegrijpt het pas als je het ziet, en je ziet het pas als je het begrijpt. Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met logiesfunctie 157
    • (blanco pagina) Risicomanagement en Brandveilig ondernemen Brandveilig ondernemen als waardecreatie voor bedrijven met158 logiesfunctie