book about THING

568 views

Published on

I made the design of this book.

Published in: Design
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
568
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
19
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

book about THING

  1. 1. ding VE RZ AM EL IN k een oo G over de betekenis van het woord DING sc b r ap plakboek din g Ger t-Jan Vergeer
  2. 2. ‘OH JA, DA Dingen T D i n g ’. ING ’ en d is nu e ‘d i t Afm. 47 x 63 cm. Een heraldische tuin en het opschrif t ‘dit is een ding’ . ‘Ding’ heette de oude Germaanse rechtspraak die in een omheinde ruimte gehouden werd. Ver volgens werd ‘ ding ‘ voor werp waarover de rechtshandeling ging.
  3. 3. Kent u dat?? Zo van die banale situaties die blijven knagen in uw hoofd? Van die dingen waar je geen vat op kan krijgen? Dingen die u wilt definiëren maar niet kan definiëren omdat de definitie er al is zonder dat die uitgesproken wordt? Voorbeeld: Het komt voor dat men tijdens bijvoorbeeld een verjaardag kreten slaat als ‘ik heb laatst dat ding waar je het over had gekocht’. Of ‘dat ding uit die en die gids is echt iets’. Of, men heeft het als antwoord over ‘oh ja, dat ding’. Om wat voor mij nog niet duidelijke reden weet iedereen dan waar men het over heeft. Persoonlijk heb ik al een aantal keren op het punt gestaan om iets uit mijn broekzak te halen en te zeggen: ‘dit is nu een ding’. Jaren heeft mij dit fenomeen achtervolgt. Al tijden loop ik rond met het idee er wat mee te doen. Ik wilde tijdens mijn studie er een essay over schrijven, bij mijn afstuderen een scriptie maar steeds liepen de dingen anders dan gepland. In de tussenliggende periode ben ik blijven verzamelen en zoeken naar oplossingen hoe ik het woord ding moest definiëren. Welke betekenis heeft het, waar komt het vandaan, hoe kan je zoiets uitbeelden, zijn er meer van dergelijke woorden? Kan het ook een situatie zijn? In dit verzamelwerk probeer ik erachter te komen, hoe ik een voorwerp kan ??? uitbeelden, wat zowel WEL als NIET een abstractie defineerd.
  4. 4. DEFINITIE
  5. 5. Om nu daadwerkelijk tot een realisering te komen van het begrip ‘ding’ is het wel zo handig om te weten wat het is en welke definitie er bij geplakt kan worden. Het meest gemakkelijk daarbij is het pakken van een woordenboek. Nederlands 1. voorwerp, zaak, prul (gooi toch weg dat ~) 2. straattaal meid, stuk mokkel, lekker ding, soms als neerbuigend gezien 3. penis, informeel, wordt gebruikt als een specifiekere benaming sociaal ongewenst is 4. arch. samenkomst waar recht gedaan wordt (oorspronkelijke betekenis), zie geding, beding, bedingen, afdingen 5. gebeurtenis (ik wacht op de ~ die komen) 6. klein kind, meisje VER RE TAL ING DE N EN IN Z s o mAm i g e OM AAR WAT TAL EN - Du its: - En ding g - Fr els: thi ans: ng - La c tijn: hose - Gr ieks causa - Sp : Πρ a ά - Po ans: co γμα ols: sa - Po rzec rt z Antoniemen - Ita ugees: liaa cois - Ho n a - onding ngaa s: cosa - Ru rs: ssis tárg - dong ch: y Вещ - antiding ь - gnid
  6. 6. http://www.dinx.nl/dingsdingen/index.html#ding DIT GEW ÞING TW OON WE EE LIJ RD JAA M K R G AAL P EH OU ER DE N
  7. 7. ANG A A N VON O o r s p r o n g TSTAA N taalkundige geschiedenis 930 – 1000 n.o.j. De ‘Heidense’ jaren in IJsland Het einde van de kolonisatie periode wordt afgesloten met de oprichting van het AlÞing in 930 te Þingvellir. Deze‘algemene ding’ had z’n oorsprong in het Þing (volksvergadering) zoals de kolonisten dat al uit Noorwegen kenden. De meest voorname boer, die tevens priester in de godentempel was, bracht voor zijn streekgenoten het offer aan de goden, en beslechtte hun onderlinge geschillen. Hij hield dan Þing voor zijn streekgenoten. Dit Þing werd gewoonlijk twee maal per jaar gehouden, in het voorjaar en in de herfst. De hoofdboer die leiding had van het Þing noemde zich goði (priester). Zijn functie hield echter tevens in dat hij, tijdens het Þing, tegelijk ook bestuurshoofd en rechter was. Op IJsland waren al vroeg enkele Þings belangrijker dan andere. Deze dienden dan om geschillen tussen verschillende districten te slechten. Onder deze vooraanstaande Þingplaatsen was Kjalarnes ten westen van Reykjavik de meest aanzienlijke. Dit kwam doordat deze Þingplaats in het gebied lag dat door Ingólfr, de eerste nederzetter, in bezit genomen was. In Kjalarnes had Ingólf’s zoon, Þorsteinn Ingólfsson, een tempel gesticht en een Þing geopend. Door zijn afstamming en zijn grote verering van de goden, verwierf hij de functie van allsherjargoði (goði voor het hele volk). Al spoedig kwam de roep om een centralere locatie voor een gemeenschappelijk Þing. De locatie van het AlÞing werd het Þingvellir (ding-vlakte), een ruime grasrijke vlakte die nog in gemeenschappelijk bezit was en vlak bij een van de grootste meren (Þhingvallavatn) van IJsland lag. Vanaf 930 werden nu een keer per jaar ’s-lands wetten mondeling uitgedragen, en werd er rechtgesproken. Er kan nu gesproken worden van de IJslandse vrijstaat die tot 1262 zal voort- bestaan. Ieder jaar in de voorzomer kwam nagenoeg de gehele bevolking enkele weken samen. Men verbleef in tenten. Naast dat de wetgevende vergadering (lögrétta) bijeenkwam, was het feesttijd met onder andere worstelen en paardengevechten. Het lögrétta bestond uit 36 hoofdboeren (goði’s) die de leiding hadden over hun district (goðorð). Daarnaast waren er nog de priester van het AlÞingi en de wetspreker, die de gehele wet uit z’n hoofd kende. Drie eeuwen van vrijheid en culturele bloei volgden. In het jaar 1000 werd op het Þingvellir de beslissing genomen om tot het christendom over te gaan.
  8. 8. Germaanse oorsprong Ding is de naam voor de Oudgermaanse volksvergadering. Op vaste tijden van het jaar, vaak in het voorjaar, hielden de oude Germanen een grote bijeenkomst van alle vrije mannen. Deze volksvergadering had een belangrijke functie, want hier vonden alle heilige handelingen plaats, hier werd recht gesproken, werden conflicten opgelost en nieuwe wetten aangenomen, maar hier werd ook over oorlog en vrede beslist, de tweekamp gestreden, en de gemeenschappelijke arbeid geregeld. De dingplaats was een heilige plaats, een vredesoord waar de dingvrede heerste. Het dragen van wapens was daar verboden. Deze dingvrede gold voor de hele duur van het ding, niet alleen op de dingplaats zelf, maar ook daar buiten. Het was een onverstoorbare vrede tussen al diegenen die aanwezig waren. Het is logisch dat het ding als sacrale handeling aan bepaalde regels gebonden was. Zo mocht de bijeenkomst alleen overdag -als de zon aan de hemel stond- (vandaar de naam ‘dagding’ waar het woord ‘verdedigen’ uit ontstaan is) plaats hebben. Om de dingplaats van de profane buitenwereld te isoleren werd deze door een priester afgebakend met banden die aan hazelaarstokken waren bevestigd. Na afloop van de zitting werd de dingplaats op even plechtige wijze weer ontsloten. Zo lang het ding gehouden werd, werd een zwaard, schild of vaandel opgericht gehouden. In later tijden werd in het midden van de ding- plaats een beeld van één van de goden geplaatst. De beschermgod van het ding was Tiwaz, ook bekend onder de Oudnoorse naam Tyr. Tiwaz (strijder)
  9. 9. Etymologische oorsprong De oorsprong van het woord “ding” ligt in het woord dat de Germanen gebruikten voor een gevlochten wand. Deze kon zowel dienen als huismuur maar ook als omheining voor een vee- of een opslagplaats, of om speciale ruimtes zoals een tempel, een graf of een (volks)vergaderplaats. De naam van het omheinde gebied nam in de loop der tijd de naam aan van de omheining, en zo kwam de volksvergadering aan zijn naam: het ding. Aangezien er tijdens de volksvergadering ook recht gesproken werd, kreeg het woord “ding” de betekenis van “rechtszitting”. De tegenwoordige betekenis van het Nederlandse woord “ding” (voorwerp) is te verklaren uit die van “voorwerp, waarover de rechtszitting gaat”. Ons werkwoord “dingen” is afgeleid van “ding” en betekent zo “rechtszitting houden over”, “aanspraak maken op”, “bepleiten”. Andere woorden die afgeleid zijn van “ding” in deze betekenis zijn “geding” (rechtszaak), “dingspel”, “dingstig” (onenig) en “dingtaal” (pleidooi). Uit het oude gebruik om officiële handelingen driemaal te herhalen, zoals de indaging tot het gerecht driemaal moest gebeuren, ontstond de uitdrukking “alle goede dingen in drieën” (vergelijk: driemaal is scheepsrecht). Er bestaat vrijwel zeker een verband met het Gotische woord “theihs” (voor “tijd”), maar waarschijnlijk niet in die zin dat het ding op een vastgestelde tijd plaats had. Beide woorden gaan terug op een indogermaanse wortel “tenk” waarmee een oude leemtechniek werd aangeduid. 1 Þ - > U IT TE SP RE KE N A LS ‘TH ’ Z O AL S H ET EN GE LS E ‘ TH IN G’
  10. 10. http://www.dinx.nl/dingsdingen/index.html#tiwaz MA RS -LE THI TTE NG RLI SUS ‘MA JK RS DEZ VAN ELF HET DE DE DIN GER ALS G’ GO MA D T ANS IW E AZ
  11. 11. God van het ding Tiwaz is de naam van een god die in het oudnoors Tyr, in het oudhoogduits Ziu en in het oudengels Tiu heet. Hij is de hemelvader en personifieert de zon. Daarnaast is Tiwaz als god van het zwaard en de speer ook de oorlogsgod. Tiwaz zorgt voor gerechtigheid, eer, moed en wijsheid in de strijd. Aangezien Tiwaz voor gerechtigheid zorgt, is hij ook de god van het ding, de volksvergadering. Tiwaz was rond het begin van onze jaartelling één van de voornaamste germaanse goden. Later -in de tijd van de Vikingen- is hij wat op de achtergrond geraakt. Aangezien Tiwaz ooit zo’n belangrijke god is geweest, is het waarschijnlijk dat hij de voortzetting is van een oudere Indogermaanse godheid. De samenhang met de godennamen Zeus en Dyaus en woorden als het Latijnse “deus” en het Franse “dieu” (voor “god”) is echter niet zo doorzichtig dat van een onmiddellijke verwantschap gesproken mag worden. In Noord-Engeland zijn twee gedenkstenen gevonden uit de Romeinse tijd (ca. 222-235 na Chr.), die zijn gewijd aan Mars Thincsus. Deze stenen zijn opgericht door Twentse soldaten die bij de cuneus Frisiorum (een Romeinse hulptroep) hoorden. Deze Mars Thingsus -letterlijk ‘Mars van het ding’- is vrijwel zeker dezelfde als de Germaanse god Tiwaz. Uit de vondst van de gedenkstenen blijkt vooral ook dat hij blijkbaar in Nederland vereerd werd als god van het ding. Z WA TI
  12. 12. http://www.dinx.nl/dingsdingen/index.html#dinsdag ���� ���� ��� �� � �� ���� ���� ���� ���� � ���� ���� ���� ���� �� ��� ���� ���� ���� ���� ���� ���� �� ���� ���� ���� � ���� ���� ��� � ��� ��� ���� �� ���� ���� ��� �� ���� ���� ���� ��� ���� ���� � ���� ���� ���� �� �� � ���� ���� � �� ���� ���� ��� ���� ���� �� ���� � �� ���� ���� ���� �� � ���� ���� ���� � �� ���� �� ��� �������� �� �� � � �� ���� ���� ���� ���� ���� �� ���� ��� �� � ���� �� ��� ���� �� � �� ���� ���� ���� �� ��� � �� ���� ���� �� �� ���� �� ���� � ��� � �� ���� � �! ���� �� ��� � ���� �! ���� � ���� �� ��� �� �! ���� � �� � �� � �� � �� � ���� � �� � ���� ���� �� �"�� ! ���� ��"� �� � ���� � �! ���� ��� � � � �� ���" � ���� � �� � ���� ! ���� ��� ���� ���" ��� � �� � ! ���� ��� ���� ���� � �� �� � � � ���� ��� ���� ���$ � �� ���� ��%� � ��� �� � #��� � � ���� � � � ���� � ��%� � ��
  13. 13. da g va DINGDAG n AG tNi S D DI w AZ / az T IW Din(g)sdagen De benaming voor onze weekdagen is gebaseerd op de naamgeving zoals de Germanen die gebruikten. Deze namen vinden hun oorsprong in de overname van de Romeinse weekindeling door de Germanen in de derde eeuw na Christus. Voor enkele dagen werd de naam rechtstreeks vertaald uit het Latijn (saturnusdag, zondag en maandag), maar voor de andere dagen werd een germaanse equivalent gekozen. De namen die de Romeinen kozen voor hun dagen komen overeen met de namen van de destijds bekende planeten (waar ook de zon en maan toe werden gerekend). De planeten werden -net als de dagnamen- naar de Romeinse goden genoemd. Er waren er zeven: Zon, Maan, Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus. De aarde zelf werd nog niet als planeet gezien. Dinsdag betekent niets anders dan ‘ding’s dag’, oftewel de dag die voor het ding was bestemd. De naam hangt samen met die van de Germaanse rechts- god Tiwaz. Dezelfde dag draagt ook in de andere Germaanse talen namen die verbonden zijn met Tiwaz: in het Engels “tuesday” (“Tiw’s day”), in het Noors “tirsdag” (“Tyr’s dag”), in het Duits “Dienstag” en in het Fries “tiisdei”. In het zuidwesten van het Nederlandse taalgebied bewaart men de herinnering aan de naam Tiwaz in de vormen “Diessendag” en “Dijssendag”. De Franse benaming voor dinsdag is “mardi”, naar het Latijnse “dies Martis” (de “dag van Mars”, waarbij Mars zoals hierboven al genoemd de Romeinse equivalent is van de germaanse god Tiwaz). De overgang van “dingsdag” op “dinsdag” (waarbij de eerste ‘g’ verloren is gegaan) is waarschijnlijk te verklaren door de invloed van “woensdag”.
  14. 14. A N. IA A ST S EB N T SI N VA D AG E ST FE DE T HE S R I I N UA JA 20 Sint-Sebastiaan door Andrea Mantegna
  15. 15. PA R AVD I R B E E L D E N OO GMA Pijp Zeg je pijp, dan denken veel mensen aan Sherlock Holmes of aan Magritte. Heiligen De christelijke kerk staat bol van de heiligen. Bij al die personen is wel een situatie of voorwerp verbonden. Kijk bijvoorbeeld naar de 12 apostelen. De adelaar (Joannes), de leeuw (Marcus), de os (Lucas) enz. De meest bekende is natuurlijk Jezus aan het kruis. Kruis staat voor altijd verbonden met de kruisiging van Jezus. Maar ook andere godsdiensten hebben heiligen waar een voorwerp refereert naar wie ze zijn. Sint Sebastiaan Sint Sebastiaan werd in de tweede helft van de derde eeuw geboren in Narbonne. In Milaan groeide hij op. Tijdens de grote christenvervolgingen ging hij naar Rome. Hij werd officier in de lijfwacht van keizer Diocletianus. In het geheim was hij christen: niet uit angst. Integendeel hij gebruikte zijn belangrijke positie aan het keizerlijke hof om andere christenen te kunnen steunen en beschermen. Vele mensen wist hij tot het christendom te bekeren. Wanneer keizer Diocletianus dit ontdekt geeft hij boogschutters opdracht om hem op het Marsveld te laten doden. Nadat hij met pijlen was doorboord, werd Sint Sebastiaan voor dood achtergelaten. In de nacht kwam de Heilige Irene om hem te begraven. Ze ontdekte dat hij niet dood was. In haar huis werd hij verzorgd en herstelde van de vele verwondingen. Genoeg op krachten gekomen ging Sebastiaan naar de keizer om zijn wreedheden tegen de christenen te verwijten. Opnieuw werd hij gegrepen en in de renbaan van het paleis met knuppels doodgeslagen. Zijn dode lichaam werd in het hoofdriool van Rome geworpen. Dit om te vermijden dat de christenen zijn graf zouden vereren. In een droom aan de Heilige Luciana openbaart Sebastiaan de plaats waar zijn lichaam zich bevind.Hij wordt begraven in de catacomben bij de Via Appia. Daar wordt hij tot op de dag van vandaag vereerd als martelaar. Hij wordt aangeroepen tegen de pest vanwege zijn attribuut. De pijlen zijn symbool van onheil en pest. Dezelfde pijlen maken hem tot beschermheilige van de schuttersgilde. 20 januari is het de feestdag van Sint Sebastiaan.
  16. 16. Grappig om te weten is dat St. Sebastiaan op het Marsveld is omgebracht wat weer een afgeleide is van de God van Mars wat weer terug te leiden is naar Dies Maris – de dag van mars – Tiwaz’ dag – din(g)sdag. Daarnaast is St. Sebastiaan na de ontdekking van de anatomie van het lichaam in de schilder/ beeldhouwkunst vaak zo mooi afgebeeld dat het weer een ding op zichzelf is geworden. Gekscherend wordt het ook de beschermheilige van de Homo’s genoemd omdat hij zo vaak als mooie jongeling is afgebeeld. (Het voorwerp/ ding bij hem zijn de pijlen. Hij is een ding/ icoon geworden in meerdere opzichten en hij is gestorven op het Marsveld. Dat zijn wel grappige verbanden om te vinden.) DI ES MA RI S – DE DA G VA N MA RS – TI W AZ ’ D AG – DI N( G) SD AG
  17. 17. Situatie? Kan een ding ook een situatie zijn? Is ‘je eigen ding’ doen niet een situatie?? Is een vast ritueel als ‘iedere ochtend eerst een glas melk nemen’ een ding? ...Het glas wellicht, evenals het pak melk... Maar die twee gecombineerd in een handeling?? Als je die handeling in een vast gegeven zet wat specifiek bij één persoon hoort dan zou het kunnen. Mijn idee is dat een ding zeer zeker een situatie kan zijn. Bedenk daarbij de kreet ‘ja, dat zul je altijd zien’ of ‘ja, dat gebeurt hem nou altijd’. Dan zijn bepaalde situaties/ handelingen aan één persoon verbonden. Doordat je bij deze situatie direct aan die ene persoon denkt is er een direct verband te vinden tussen bijvoorbeeld de pijp van margritte en het pak melk inschenken van het voorbeeld hierboven. ne tw er k www ET Situaties (geplukt van verscheidene internet fora) R N ‘Ach weet je,’ zegt een jongen in de trein tegen zijn telefoon, TE ‘hij doet gewoon zijn ding weet je wel. Hij doet zijn ding, jij doet jouw ding.’ IN De conducteur komt langs om zíjn ding te doen: het plaatsbewijs controleren, en de jongen er op wijzen zijn voeten niet op het bankje te leggen of daar een ding onder te leggen. Tegenover hem zit een dame háár ding te doen, de nieuwe roman van Paul Auster lezen, die ook gewoon zijn ding deed. Buiten doen de koeien hún ding, de nobele kunst van het dolce far niente, terwijl ik langzaamaan aan míjn ding ga beginnen, een bespiegeling schrijven over het woord ding, want de deadline nadert en dit ding moet toch geschreven worden. Het Middelnederlandse dinc betekende ‘rechtszaak’ (denk aan kortgeding) en ontwikkelde zich tot de betekenissen die Van Dale er zo aforistisch aan geeft: 1. alles wat buiten de mens een zelfstandig bestaan heeft. 2. iets waarvan men de naam niet kent. 3. iets dat reeds genoemd is of waaraan althans de hoorder ook denkt (vooral om minachting of wrevel uit te drukken), 4. aanduiding voor een jong vrouwelijk persoon. 5. geslachtsdeel. 6. kleren. ft , b li j 7. abstracte zaak. oudt ’ in h ms doen e bforu 8. iets bezwaarlijks. d in g Op w r w a t ‘j e ter net. l 9. voorval. maa e t in je ve ra a le , n D op h ep woon ie t o e k n n Va bero li j f g e oo r in e r va e en over da, b s ic h ? en w ande H e ld k do nsus ( ‘L in g an hoev n, de g, jk. I onse e d is t d in n en akke e d in id e li e h e le c ste g o t is h e kunn e ood b dat e n ondu r a lg hoog t, wa s te in b r g t op dat aat e en’ h et he a ll e goed t o e le r op best g do a t is n ie t n is je je d ig e in g ar w dus e ee skun n le v e d in . Ma n we g. D n . A ls n de ame d a t ‘j h o o r !’) h oeve n d in ouwe ter e de s d oen la t o ij n e ig e h u iz en b ds b e b in nen d in g ft P oet z ok st ee n we betre der d ande r in li j k o unne wat tuur an k Vo o r n. Ie een t e z ij weer je na oet d goed in en e n word t in g d mak , dan en d ze enen bent n e ig al on scho e d in o z ij aan ou z toch je go een n e li j k waar ie d e r u it e in d d . A ls t we g e b ie zoda e lk aars aken va n u ik m en. gebr o ld o sten en v d ie n kunn eften beho
  18. 18. Antoine de Saint-Exupery: Le Petit Prins ‘D JE AT .’ ER SC IS IN HA DE AP KI T ZI ST .
  19. 19. Pandora Pandora was de eerste vrouwelijke mens. Zij werd geschapen op bevel van de oppergod Jupiter uit aarde en water door de god Vulcanus. Zeus liet Pandora scheppen om wraak te nemen op Prometheus omdat hij het vuur aan de mensen had gegeven. Pandora kreeg van Athene, Venus en Hermes allerlei gaven, waarna zij haar naam kreeg. Pandora betekent dan ook “alle gaven”. Pandora werd naar de broer van Prometheus gestuurd, Epimethus, hij werd verliefd op haar en vergat waar zijn broer hem voor gewaarschuwd had: ‘Neem nooit iets van Zeus aan’. Als huwelijksgeschenk nam Pandora een verzegelde doos mee, waarin zich het ongeluk bevond. De doos werd geopend waardoor alle rampen en ellende eruit vlogen. Op de bodem bleef alleen hoop over. Kist De kist is waar ik het meest aan dacht toen ik ‘le petit prins’ las. De kist is dan als voorwerp te beschouwen waar van alles in kan zijn. Het vormt een mooi omhulsel waarbij iedereen mag bedenken wat daarin zit. Denk daarbij ook aan bijvoorbeeld een cadeau; spannend verpakt, niet wetend wat erin zit tot het uitgepakt is. Antoine de Saint-Exupery De Kleine Prins S I N PR ‘ L EE IP E H O O F D S T U K I I N L ETIT E K PRIN D S’
  20. 20. Hoofdstuk 2 Zo leefde ik dus alleen, zonder ooit met iemand echt te kunnen praten, totdat ik op een keer, zes jaar geleden, motorpech kreeg in de Sahara-woestijn. Er was iets stuk gegaan binnen in mijn motor, en omdat ik geen mecanicien en ook geen passagiers aan boord had moest ik proberen om helemaal alleen een moeilijke reparatie uit te voeren. Het was voor mij een kwestie van leven of dood. Ik had nauwelijks voor acht dagen drinkwater bij me. De eerste avond sliep ik dus in het zand, wel duizend mijl vervan de bewoonde wereld. Ik was veel eenzamer dan een schipbreukeling op een vlot midden op de oceaan. Je kunt je dus voorstellen, hoe verrast ik was bij het aanbreken van de dag, toen een grappig klein stemmetje me wekte. Het zei: ‘Toe - teken eens ‘n schaap voor me.’ - Hé? - Teken eens ‘n schaap voor me Ik sprong op, alsof ik door de bliksem getroffen was, wreef mijn ogen uit en keek eens goed. En ik zag een hÈÈl uitzonderlijk klein kereltje, dat me ernstig aankeek. Kijk, dit is het beste portret, dat ik later van hem heb kunnen maken (Tekening nummer 4). Maar mijn tekening is natuurlijk vÈÈl minder aardig, dan het model. Dat is mijn schuld niet. Toen ik zes was hadden de grote mensen me afgeraden om schilder te worden en ik had niet leren tekenen, behalve dan dichte boa constrictors en open boa constrictors. Ik bekeek die verschijning dus met ogen die rond van verbazing waren. Vergeet niet, dat ik duizend mijl van de bewoonde wereld was. Maar dat kleine ventje zag er niet uit, alsof hij verdwaald was, of doodmoe of hongerig, of dorstig of angstig. Hij had niets van een verloren kind in de woestijn, duizend mijl van de bewoonde wereld af. Toen ik eindelijk een woord kon uitbrengen, vroeg ik hem: ‘Wat doe je hier eigenlijk?’ En toen herhaalde hij héél zacht, alsof het iets héél ernstigs gold ‘Toe, teken eens ‘n schaap voor me.’ Als het geheimzinnige al te veel indruk op ons maakt, moeten wij wel gehoorzamen. Hoe zinloos het mij ook leek, op duizend mijl
  21. 21. van de bewoonde wereld en in doodsgevaar ik haalde een blaadje papier en een vulpen uit mijn zak. Maar toen bedacht ik, dat ik vooral aardrijkskunde, geschiedenis, rekenen en taal geleerd had en ik zei, een beetje humeurig, tegen het kereltje, dat ik niet tekenen kon. Hij antwoordde: - Dat doet er niet toe. Teken maar ‘n schaap voor me. En omdat ik nog nooit een schaap getekend had, maakte ik nog maar eens een van de twee enige tekeningen waartoe ik in staat was voor hem. De dichte boa constrictor. En stomverbaasd hoorde ik hem zeggen: - Nee, nee! ik wil geen tek olifant in ‘n boa. ‘n Boa constrictor is veel te gevaarlijk en eni ng een olifant neemt zoveel ruimte. Ik woon erg klein. Ik heb ‘n num mer schaap nodig. Teken nou een schaap voor me. Toen tekende ik het 5 dan maar (tekening nummer 5). Hij bekeek het aandachtig en zei: - Nee, dat schaap is nu al zo ziek. Maak er nog maar een. Ik tekende. (tekening nummer 6) Mijn vriendje lachte vriendelijk en toegeeflijk. - Je ziet toch wel dat dat geen schaap is: ‘t is een ram, hij 6 heeft horens ... Nog eens maakte ik mijn tekening over. Maar die er umm n g n werd ook al geweigerd, net als de vorigen. eni tek - Die is te oud. Ik wil een schaap, dat lang blijft leven. Toen werd ik ongeduldig, want ik wilde gauw beginnen mijn motor uit elkaar te halen. Ik maakte dit krabbeltje (tekening nummer 7) en zei: ‘Dat is de kist. Je schaap zit erin.’ Tot mijn verbazing zag ik het gezicht van mijn kleine kunstcriticus stralen. tekening nummer 7 - ja, zo wilde ik ‘t precies hebben! - Denk je dat het schaap veel gras nodig heeft? - Waarom? - Omdat ik maar een héél klein tuintje heb. - Dat zal best gaan. Ik heb je een héél klein schaapje gegeven. Hij boog z’n hoofd over de tekening: - Zo piepklein is het nu ook weer niet ... Hé! Het is ingeslapen ... En dat was dan mijn kennismaking met de kleine prins.
  22. 22. r hte ) ac gen rde (din o tjes de volg pen oon l j er e ic be paa j begri ere n. Me erd en wi unic ar in e en die co mm elka en zinn aar te m elk vor et zo m om
  23. 23. AN ng DE nog m eer di RE ANDERE VOORBELDEN VAN DING DI NG EN
  24. 24. O PL O SS IN IN G BEELDEND ALI G S ER RE Naar aanleiding van het verhaal van de kleine prins ben ik gaan nadenken. Wat als ik nu een doos maak? - grote afmetingen om mensen stil te laten staan. Zeg bijvoorbeeld een kubus met zijden die een lengte hebben van X meter. Laat mensen in ieder geval stil staan om te kijken wat het is. Het valt op. Maar dan komt de volgende vraag: Moet het een kleur hebben? Zo ja, welke? Beperk ik het ding niet door de kubus een kleur te geven? Wie zegt mij dat het nu juist DIE kleur moet zijn? Heeft het een link of is het onbewust gekozen? Wit?? ...om neutraal te blijven... Moet men in de kubus kunnen? En waarmee maak ik duidelijk wat ik wil? Ik kan er een grote vraagteken op maken. Maar dat maakt het ook niet duidelijker. Ik kan het verhaal omschrijven van wat ik probeer uit te beelden en daarbij vertellen dat ‘het ding’ in de doos zit en dat de afmetingen niet op schaal zijn. Waarom niet op schaal? Omdat ik door middel van de afmetingen het ding beperk. Wie zegt mij dat het niet groter is? Waarom mag ik niet in de kubus om te kijken? Misschien moet ik het nog groter maken en zwart aan de binnenkant. Geen licht en dan mensen maar laten zoeken en dwalen...
  25. 25. Hall’s Iconografisch handboek N, PE ER EN W ER LEN IN E D O ON MB VENEND SY TIE ELD MO BE T ( I SBN DE NS 90-7 K U 4 310 -05- 2)
  26. 26. Zoals ik eerder schreef, zijn veel mensen uit de (kunst)geschiedenis ... herkenbaar aan een voorwerp/ ding wat ze bij zich dragen. Hierbij volgen een aantal voorbeelden die voor (bijna) iedereen herkenbaar kunnen zijn. VOORBEELDEN: - Vrouwe Justitia en haar weegschaal. - Escher en zijn tekendingen. - Maria en het kindje Jezus. - Thor en zijn bliksemschichen. - Neptunus en de drietand. - J o h a n n e s e n d e a d e l a a r. - Icarus en zijn vleugels. - Amor en zijn pijlen.
  27. 27. ... flu ffi g di er t tje och ... gez H ulp .. ing’. p ‘d .I egri en b er- ord t wo riptie in- r he n sc e ek naa n ik ee . Het uit . ET erzo is be meling liseren ond rwerp rza rea eb een onde mooi ve nog te - Ik h reed ls een g toch r ge en b achte n, et e hrijven a ieme din ik er schrijve at h sc ult ben Doord an het m HET n S men zoeken e over a is o te ko t ke doel ke doel kst moe n delij delij boel te cht e itein ekto to at u erst een e. ijn zo eeld/ fo e tot d GR e ti nm b nd Om n dat ik ze scrip ing va ventuele derstaa e kom ar ook d e fsluit e n en a tot een g van o heel. vand a lijk e e s ge riaal om twoordin in het g is du mate ean orden IJ riptie g ze b w De sc rzamelin en. De nomen ve m e een nnen ko dus opg rking . n ewe te ku n kunne med PB e vrag or alle kt vo st b edan rafi e) Alva otog eer (F Verg AA -Jan Gert . DING t bij enli jst: denk is he t? ). aan wat (foto RS Vrag aar je ven, vlak w ge latte rste ING d); p et ee je D 1. H zou lijk (3 itie imte ? defin . Ru elke .. elke lden ja, w 2. W itbee n. Zo het u e zij ? ou je ituati elke ... 3. H oe z ook e en s ja, w elke ? ) Zo ja, w . ie een DING id zij n. Zo (anti -ding ts 4. ka n G oo k ge lu l voo r DIN G. me n ee n DIN tege npoo ilen naar: t e 5. Ka een g-ma t er ook teru <-- mij g e- .net n je en 6. B e staa oord en ka gmx oet je en m s nog an - dere Reacties op e-mail rondvraag Antw krijg ho ing@ il g ven n teru e-ma je te hetd e r per . Mocht invullen op --> agen lieve p lijst je wat o st willen r lij ijz t je de vr n ik stuu vragen e Moch mailen n die de d. ze er n e woo n kenn g dat alt ij en se men n dan m maile a bu dankt . ize Alva st be n. .. ... ee n a u tog ord elh ou de ...e r. . . en ba na an .... ..v oo rw er p m et ro nd e vo rm en ...
  28. 28. MAIL: Gezien mijn onderzoek naar het woord en begrip ‘ding’ zoek ik naar alle mogelijke manieren om aan antwoorden te komen. Eén van die manieren is om mensen te vragen wat zij denken en vinden. Het uiteindelijke doel is nog steeds om een voorwerp dan wel een foto te maken wat ‘Het Ultieme ding is’. Zo is het ooit begonnen en dat doel staat nog steeds vast. Om tot dat uiteindelijke doel te komen ben ik er achter gekomen dat ik eerst een boel tekst moet zoeken en schrijven, vandaar ook deze scriptie. De scriptie is dus gelijk een afsluiting van mijn zoektocht en een verzameling materiaal om tot een eventuele beeld/ foto te kunnen komen. Deze mail en eventuele beantwoording kunnen dus opgenomen worden in het geheel. Alvast bedankt voor alle medewerking. : VR IJST DING . GENL G AD I N t bij het? N G G EV R A aan denk n, w at is DI N aar j e geve 3d); NG ste w DING ijk ( DI He t eer z ou je ui mtel itie n. R 1. defin elde e? elke uitbe welk W u je het o ja, 2. zo ij n. Z Hoe foto) . tie z welk e? 3. ak ( situa g) te vl een o ja, i-din plat ook jn. Z (ant D ING i d zi DI NG. een gelu oor kan ook ool v 4. DING te genp een een Kan ook 5. a at er Best ? 6. elke Zo ja, w Antwoorden kan je terug-mailen of per briefpost aan mij sturen. Over verdere vorderingen mag je mij altijd mailen. Mocht je tevens nog andere mensen kennen die dut vragenlijst willen invullen en terug-mailen dan mag dat altijd.

×