• Like
Wk hoofdstuk 25
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
221
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
1
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. WK: Normal, butso different
    Hoofdstuk 24
  • 2. “Mama… komt oma nu nooit meer terug?”,
    vraagt Valentina met een sip gezichtje.
  • 3. “Nee, liefje. Oma is weg.”,
    zucht Iris,
    “Ze is nu een sterretje aan de hemel, waar je iedere avond naar kan kijken.”
  • 4. “Dan ben je zeker heel verdrietig hé, mama?”,
    vraagt Valentina,
    “Ik zou het helemaal niet leuk vinden als jij voor altijd een sterretje zou zijn.”
  • 5. Iris buigt zich voorover en geeft haar dochtertje een stevige knuffel. Die kleine meid van haar is al net zo fijngevoelig als Marit op die leeftijd, zij kon ook zo perfect raden wat er in mensen omging.
  • 6. Op dat moment komt Maarten met een lang gezicht de trap afgeslenterd. Natuurlijk vindt hij het erg dat zijn oma gestorven is, maar persoonlijk zit hij nog steeds met Lenka in zijn hoofd.
  • 7. Iris heeft er geen besef van wat er zich in het hoofd van haar zoon afspeelt. Zij denkt dat hij ook treurt om de dood van zijn grootmoeder.
    Maar hij is zo sterk om zijn verdriet niet aan zijn zusjes te laten merken,
    denkt ze bij zichzelf.
  • 8. “Zullen we dan maar vertrekken?”,
    doorbreekt Lex de gespannen sfeer in de gang,
    “Opa zit vast al op ons te wachten.”
  • 9. Wanneer ze bij Iris’ ouderlijke huis aankomen, treffen ze Nathan aan bij de mooie begraafplaats die voor Yasmine en oma Sophia is aangelegd.
  • 10. “Waarom, Yasmientje, waarom?”,
    jammert hij, terwijl hij zijn ogen naar boven richt,
    “We hadden samen nog een heel leven voor ons, waarom moest die vreselijke ziekte daar nu een einde aan maken?”
  • 11. Iris leidt haar vader voorzichtig bij de grafzerk weg. Met tranen in de ogen omhelst ze hem:
    “Papa… was ze… ik had wel gezien dat het slecht met haar ging, maar dat ze die avond al zou gaan…?”
  • 12. “Ze voelde het aankomen, denk ik,”
    fluistert Nathan met schorre stem,
    “Eerst wilde ze met alle geweld haar nieuwe kleindochter zien, en ze bleef maar de hele dag herhalen hoe graag ze iedereen zag…”
  • 13. “Als ik haar niet had gedwongen in bed te blijven, zou ze persoonlijk de hele familie nog bezocht hebben… als ik had geweten dat ze die avond…”
    Nathan kan zijn emoties niet langer de baas, en besluit binnen even te gaan afkoelen.
  • 14. Iris’ aandacht wordt meteen afgeleid door het kleine meisje dat naar haar toe gekropen is:
    “Tante Ris, pakke!”
  • 15. “Jasmintje! Wat ben jij een grote meid geworden!”
    Iris buigt zich naar haar jongste nichtje, dat verlangend haar armpjes uitsteekt.
  • 16. “Zusje!!!”,
    Iris staat opnieuw op om Marit te omhelzen,
    “Gefeliciteerd met je afstuderen, hé! Summa cum laude nog wel!”
  • 17. Met tranen in de ogen kijken ze elkaar aan:
    “Maar zo jammer dat mama dit niet meer heeft mogen meemaken…”
  • 18. Marit neemt de kleine Jasmin op de arm, en gaat met haar naar het graf van haar moeder.
    “Mama… ik weet nog hoe blij je was toen je toch nog de geboorte van je jongste kleindochter mocht meemaken…”
  • 19. “Ik heb haar jouw naam gegeven omdat ik voelde dat je niet meer zo lang te leven had… en ik wilde je graag laten zien wat een prachtmeid ze intussen geworden is…”
    Overmand door haar emoties kan Marit opeens de juiste woorden niet meer vinden.
  • 20. “Da-da, oma!”,
    kraait Jasmin dan opeens, en ze vleit haar hoofdje tegen haar moeders schouder. En ondanks haar verdriet, kan Marit weer even lachen.
  • 21. Als volgende komt Iris aan het graf staan.
    “Mama, de laatste keer dat ik je zag, was ik nogal hard tegen je. Ik dwong je weer naar huis te gaan, en herinner me dat ik je niet eens een knuffel heb gegeven.”
  • 22. “Waarom heb ik toen ook niet normaal tegen je gedaan? Als ik toen had geweten dat het je laatste dag was…”
  • 23. Ze zucht even:
    “Mama, je bent altijd een voorbeeld voor me geweest. Ik zal mijn kinderen en kleinkinderen over je vertellen, over wat een goede moeder en grootmoeder je wel was…”
  • 24. Ze voelt een arm om haar schouder, en draait zich langzaam om.
    “Liefje… kom nu, het is goed. Ze weet het wel.”,
    probeert Lex haar te sussen.
  • 25. Wanneer haar moeder weer weg is, komt Valentina bij het graf staan.
    “Oma, mama is heel verdrietig.”,
    zegt ze stilletjes.
  • 26. “En ik wil ook graag dat je terugkomt. Maar weet je, nu je een sterretje bent kan ik elke avond naar je kijken voordat ik ga slapen. En dan vertel ik je alles wat ik heb meegemaakt, oké?”
    Van die gedachte lijkt ze zelf weer een beetje op te knappen, en ze huppelt weer weg.
  • 27. Ook Iris heeft intussen wat afleiding gevonden.
    “Kelsy’tje! Hoe gaat het op de universiteit? Het is al zo lang geleden dat we nog wat van je gehoord hebben!”
  • 28. “Studeren is gewoon geweldig!”,
    antwoordt Kelsy opgetogen,
    “Maar we maken ook genoeg tijd om te ontspannen hoor! Er zijn heel veel leuke cafés en disco’s in de studentenbuurt!”
  • 29. “En het studeren zelf?”,
    vraagt Iris,
    “Heb je intussen nog geen examens gehad?”
  • 30. “O ja, we hebben net ons eerste jaar achter de rug. En Shania en ik zijn allebei glansrijk geslaagd!”,
    vertelt Kelsy trots.
  • 31. Op dat moment komt Shania er ook bijstaan.
    “Hé, Naia!”,
    omhelst Iris het meisje,
    “Proficiat, hé! En, heb je nog wat gehoord van je moeder?”
  • 32. “Vergeet het! Het zou me trouwens verbazen als ze doorhad dat ik naar de universiteit vertrokken was. De weinige keren dat ze nog thuiskwam, had ze toch weer geen aandacht voor mij. En denk je dat ze me ook maar één keer gebeld heeft?”
    Ze snuift even, en loop weer weg.
  • 33. Kelsy loopt haar snel achterna, en Iris blijft verbouwereerd achter. Gelukkig is de kleine Jasmin er alweer om haar af te leiden. Vrolijk begint Iris met het meisje te spelen.”
  • 34. Marit daarentegen, blijft met een verbaasde blik voor zich uitstaren.
    “Anke…”,
    is het enige wat ze nog kan terugbrengen.
  • 35. Iris volgt Marits blik, en ziet Anke komen aanlopen met een voor hen vreemde man. Alsof ze hen nog wat extra wil uitdagen, blijven ze staan en kussen ze elkaar innig.
  • 36. Dat is er teveel aan voor Iris, en ze stormt woedend op haar zusje af:
    “Ben je niet goed bij je hoofd?! Op de begrafenis van onze moeder, zomaar even komen showen met één van je one-nightstands!”
  • 37. “Shania is er het hart van in dat ze je al weken amper ziet, en nu opeens kom je ons nog een beetje extra uitdagen! Wie is die vent trouwens??”
  • 38. “Dat is nu net wat ik kwam vertellen.”,
    glimlacht Anke kalm, en zonder ook nog maar even om te kijken loopt ze recht naar het graf van haar moeder.
  • 39. “Mama, er is iets wat ik je zou willen vertellen. Ik had het liever tegen jou persoonlijk gezegd, maar jammer genoeg heeft het lot er anders over beslist…”
  • 40. “Niet lang geleden heb ik jullie beloofd dat ik in therapie zou gaan om mijn mannenverslaving onder controle te kunnen houden… Wel, het is allemaal een beetje anders verlopen dan ik had verwacht.”
  • 41. Ze wenkt de man dichterbij.
    “Dit is Daniël, mijn therapeut. Het is echte liefde tussen ons, liefde voor het leven. Ik had hem zo graag nog aan jou voorgesteld…”
  • 42. Glimlachend loopt Shania naar haar moeder:
    “Nu begrijp ik het. Maar je had het me wel mogen zeggen, we leefden toch in hetzelfde huis?”
  • 43. “Ik durfde het niet meer…”,
    stamelt Anke,
    “Ik was bang dat je me niet zou geloven, laat staan begrijpen na al wat ik je al had aangedaan…”
  • 44. “Maar ik begrijp het helemaal!”,
    antwoordt Shania enthousiast,
    “Ik wens jullie samen heel veel geluk toe. En mama, geniet alsjeblieft van Daniël, ik denk dat hij geweldig goed voor je gaat zorgen!”
  • 45. De enige die niet meepraat met de rest van de familie, is Maarten. Hij zit met zijn gedachten helemaal ergens anders, Lenka blijft maar door zijn hoofd spoken.
  • 46. “En nu voor de draad ermee!”,
    ploft Kelsy naast hem neer in de zetel,
    “En je hoeft het niet te ontkennen, ik weet dat er iets scheelt.”
  • 47. “Er scheelt niks, Kels. Ik ben vreselijk onder de indruk van oma’s overlijden, maar ik voel me nog niet klaar om bij haar graf te gaan staan. Dat is alles,”,
    haalt Maarten zijn schouders op.
  • 48. “Sorry, maar daar geloof ik nu eens niks van.”,
    antwoord Kelsy vrolijk,
    “Maar weet je wat? Morgen kom jij gewoon eens gezellig naar het studentenhuis. Om wat te praten, en om al eens te proeven van het studentenleven. Het zal je wat afleiding geven.”
  • 49. Maarten staat op en omhelst zijn nichtje:
    “Dat zal ik zeker doen. Je bent een schat, Kelsy!”
    “Weet ik…”,
    grijnst Kelsy.
  • 50. De volgende dag zitten ze tegenover elkaar in de cafetaria van het studentenhuis. Eerst praten ze wat over Kelsy’s colleges en Maartens naderende studententijd.
  • 51. Maar dan stelt Kelsy toch dé vraag:
    “Het gaat over een meisje hé, Maarten? Je loopt gewoon al weken te tobben over een meisje waar je verliefd op bent.”
  • 52. Maarten probeert te verbergen dat ze het juist geraden heeft:
    “Waarom zou het over een meisje gaan?”
  • 53. “Ik voel dat gewoon, neefje. Ik ken de blikken van mijn vriendinnen als ze weer eens verliefd zijn op die ene onbereikbare jongen. Ik doorzie je wel, je bent gewoon smoorverliefd!”
  • 54. Maarten probeert nog even het gesprek een andere kant op te sturen, maar geeft dan uiteindelijk toch toe:
    “Ja, ik ben verliefd. Al heel lang. En ze is onbereikbaar, want al die tijd heeft ze een vriend.”
  • 55. Hij zucht even en schuift zijn stoel achteruit:
    “Was deze bekentenis genoeg voor vandaag, mevrouw de psychologe? Kan ik dan nu gaan?”
  • 56. Verdwaasd kijkt Kelsy toe hoe haar neef zonder haar nog maar een blik waardig te gunnen naar de deur loopt.
  • 57. “Waar bemoeit ze zich ook mee?”,
    gromt Maarten, terwijl hij met grote passen van het studentenhuis wegloopt,
    “Laat me toch gewoon mijn problemen zelf oplossen, mens!”
  • 58. Opeens stopt hij, en kijkt verwonderd om zich heen:
    “Ik ken het hier. Ik ben hier al eerder geweest!”
  • 59. Hij voelt een pijnlijke steek door zijn hart gaan:
    “Dit is het huis van juf Lenka! Zou ze hier nog wonen?”
  • 60. Voordat hij zichzelf nog meer vragen kan stellen, zwaait de deur plots open, en komt Lenka naar buiten:
    “Hé, dat is lang geleden! Maarten was het, toch? Ik weet nog heel goed dat ik in jouw klas mijn stage heb gedaan!”
  • 61. Maarten is helemaal overdonderd. Na al die jaren staat juf Lenka weer voor hem. En ze herkent hem nog!
  • 62. Hij weet niets anders uit te brengen dan:
    “En, hoe gaat het nu met jou? Het is al zo lang geleden dat we elkaar nog gezien hebben!”
  • 63. “O, met mij gaat het geweldig goed! Ik ben ondertussen bijna afgestudeerd, en we wonen hier heel gelukkig met ons tweetjes!”
  • 64. Even laat Maarten de woorden tot zich doordringen:
    “Met ons tweetjes. Ze is dus nog altijd samen met haar vriend…”
  • 65. Op dat moment zwaait de deur opnieuw open, en komt er een klein meisje naar buiten gekropen:
    “Mama!”
  • 66. Lenka bukt zich even om het meisje op de arm te nemen.
    “Deze schattige meid is mijn dochtertje Katrien!”,
    vertelt ze trots,
    “Ik ga haar nu even in haar bedje leggen, maar dan praten we verder!”
  • 67. “Je woont dus niet meer samen met je vriend?”,
    vraagt Maarten al meteen, voordat Lenka nog maar de kans heeft gehad om te gaan zitten.
  • 68. “Michel?”,
    doet Lenka verbaasd,
    “Die is weggegaan toen ik zwanger was van Katrien. Hij was nog niet klaar voor een kind, en dus heeft hij mij maar alleen gelaten.”
  • 69. Er verschijnt een vreemde blik op haar gezicht:
    “Hoe weet jij eigenlijk van Michel? Ik was nog niets eens samen met hem toen ik in jouw klas lesgaf…”
  • 70. Maarten beseft dat hij hiermee zichzelf verraden heeft. Hij probeert nog een leugentje om bestwil te vinden, maar Lenka heeft hem al door.
  • 71. “Jij bent hier komen spionneren! Stoute jongen… je weet toch dat zoiets heel onbeleefd is?”,
    zegt ze, maar Maarten ziet meteen dat ze alleen maar wil plagen.
  • 72. “Ik had je toch wel door, Maarten!”,
    lacht ze,
    “Een leerling die iedere dag een tekening meebrengt voor zijn juf, vergeet je immers niet snel!”
    Ze bloost wat, en ze schuift wat dichter naar hem toe.
  • 73. Aarzelend trekt Maarten haar dichterbij, en legt een arm om haar heen:
    “Weet je dat nog?”
    “Natuurlijk! En eerlijk gezegd… ik was er best wel door gecharmeerd!”
  • 74. En voor Maarten het doorheeft, is Lenka op zijn schoot gekropen:
    “Maarten… wat zou je ervan denken om bij mij en Katrientje in te trekken? Dan is er eindelijk nog eens een man in huis…”
  • 75. Maarten druk haar stevig tegen zich aan:
    “Jaaaaaa!”,
    fluistert hij in haar oor.
    Samenwonen met juffrouw Lenka… eindelijk is zijn droom uitgekomen!
  • 76. Tot de volgende keer!!!