Hebreeen 5

  • 590 views
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
590
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. donderdag 4 april 2013 vanaf Hebreeen 1210
  • 2. GROVE INDELING VAN DE BRIEF beter dan de engelen (1 & 2) beter dan Mozes en Jozua (3 & 4) beter dan Aäron en Melchizedek (5, 6 & 7) een beter verbond (8) een betere tabernakel (9) een beter offer (10) een wolk van getuigen (11) de leidsman en voleinder van het geloof (12) slotwoord (hfst.13) 2
  • 3. 2:1-101 Daarom moeten wij te meer aandachtschenken aan hetgeen wij gehoordhebben, opdat wij niet afdrijven.2 Want indien het woord, door middel vanengelen gesproken, van kracht is gebleken, enelke overtreding en ongehoorzaamheidrechtmatige vergelding heeft ontvangen,3 hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geenernst maken met zulk een heil, dat allereerstverkondigd is door de Here, en door hen, die hetgehoord hebben, op betrouwbare wijze ons isovergeleverd, 3
  • 4. 2:1-104 terwijl ook God getuigenis daaraan heeftgegeven door tekenen en wonderen en velerleikrachten en door heilige Geest toe te delen naarzijn wil.5 Want niet aan engelen heeft Hij de toekomendewereld, waarvan wij spreken, onderworpen.6 Maar, iemand heeft ergens betuigd, zeggende:Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of desmensen zoon, dat Gij naar hem omziet?7 Gij hebt hem voor een korte tijd beneden deengelen gesteld, met heerlijkheid en eer hebt Gijhem gekroond, 4
  • 5. 2:1-108 alle dingen hebt Gij onder zijn voetenonderworpen. Want bij dit: alle dingen hemonderworpen, heeft Hij niets uitgezonderd, dathem niet onderworpen zou zijn. Doch thans zienwij nog niet, dat hem alle dingen onderworpenzijn;9 maar wij zien Jezus, die voor een korte tijdbeneden de engelen gesteld was vanwege hetlijden des doods, opdat Hij door de genade Godsvoor een ieder de dood zou smaken, metheerlijkheid en eer gekroond. 5
  • 6. het direct voorafgaande (2:5 t/m 9):De Zoon des Mensen (=Ben Adam – Psalm 8)• gesteld over "de toekomstige wereld;• korte tijd beneden de engelen gesteld (vanwege het lijden van de dood voor een ieder);• nu: met heerlijkheid en eer gekroond. 6
  • 7. Hebreeën 210 Want het voegde Hem,om wie en door wie alle dingen bestaan,dat Hij, om vele zonentot heerlijkheid te brengen,de Leidsman hunner behoudenisdoor lijden heen zou volmaken. 7
  • 8. Hebreeën 210 Want het voegde Hem,om wie en door wie alle dingen bestaan,dat Hij, om vele zonentot heerlijkheid te brengen,de Leidsman hunner behoudenisdoor lijden heen zou volmaken. 8
  • 9. Hebreeën 210 Want het voegde Hem,om wie en door wie alle dingen bestaan,dat Hij, om vele zonentot heerlijkheid te brengen,de Leidsman hunner behoudenisdoor lijden heen zou volmaken. 9
  • 10. Hebreeën 210 Want het voegde Hem,om wie en door wie alle dingen bestaan,dat Hij, om vele zonentot heerlijkheid te brengen,de Leidsman hunner behoudenisdoor lijden= heen zou volmaken. 10
  • 11. Handelingen 3:15en de LEIDSMAN ten leven hebt gij gedood...Handelingen 5:31 Hem heeft God door zijn rechterhand verhoogd, tot een LEIDSMAN en Redder om Israel bekering en vergeving van zonden te schenken.Hebreeën 12:2 Laat ons oog daarbij alleen gericht zijn op Jezus, de LEIDSMAN en voleinder des geloofs... 11
  • 12. Hebreeën 211 Want Hij, die heiligt,en zij, die geheiligd worden,zijn allen uit een;daarom schaamt Hij Zich niethen broeders te noemen, 12
  • 13. Hebreeën 211 Want Hij, die heiligt,en zij, die geheiligd worden,zijn allen uit een;daarom schaamt Hij Zich niethen broeders te noemen, 13
  • 14. Hebreeën 211 Want Hij, die heiligt,en zij, die geheiligd worden,zijn allen uit een;daarom schaamt Hij Zich niethen broeders te noemen, 14
  • 15. Hebreeën 212 en Hij zegt:Uw naam zal ik aan mijn broeders verkondigen,in het midden der gemeente zal ik U lofzingen; 15
  • 16. Psalm 22 van Davidvers 1-22: het lijden van de Christus• mijn God, mijn God, waartoe...? (:2)• veracht door het volk (:7)• honden hebben mij omringd (:17) ... die mijn handen en voeten doorboren• zij verdelen mijn klederen onder elkaar (:19)• verlos mij! (:22) 16
  • 17. Psalm 22 van Davidvers 23-32: de heerlijkheid daarna• Gij hebt mij geantwoord! (:22c)• Ik zal Uw naam aan mijn broeders verkondigen (:23 > Hebr.2:12!!)• verheerlijk Hem, gij ganse nageslacht van Israël (:24)• alle geslachten der aarde zullen zich neerbuigen (:28)• "... omdat Hij het gedaan heeft!" (:32) 17
  • 18. Hebreeën 212 en Hij zegt:Uw naam zal ik aan mijn broeders verkondigen,in het midden der gemeente zal ik U lofzingen; 18
  • 19. Laten wij dan door HemGode voortdurend een lofoffer brengen,namelijk de vrucht onzer lippen,die zijn naam belijden.-Hebreeën 13:15- 19
  • 20. Hebreeën 213 en wederom:Ik zal op Hem vertrouwen,en wederom:Ziehier ik en de kinderen,die God mij gegeven heeft. 20
  • 21. Hebreeën 213 en wederom:Ik zal op Hem vertrouwen,en wederom:Ziehier ik en de kinderen,die God mij gegeven heeft. 21
  • 22. Jesaja 816 Bind de getuigenis toe,verzegel de wetonder mijn leerlingen. 22
  • 23. Jesaja 816 Bind de getuigenis toe,verzegel de wetonder mijn leerlingen.17 En ik zal wachten op JAHWEH,die zijn aangezicht verbergtvoor het huis van Jakob,ja, op Hem zal ik hopen. 23
  • 24. Jesaja 816 Bind de getuigenis toe,verzegel de wetonder mijn leerlingen.17 En ik zal wachten op JAHWEH,die zijn aangezicht verbergtvoor het huis van Jakob,ja, op Hem zal ik hopen.18 Zie, ik en de kinderendie JAHWEH mij gegeven heeft,zijn tot tekenenen tot zinnebeeldenonder Israel... 24
  • 25. Hebreeën 214 Daar nu de kinderenaan bloed en vlees deel hebben,heeft ook Hij op gelijke wijzedaaraan deel gekregen,opdat Hij door zijn dood hem,die de macht over de dood had,de duivel, zou onttronen, 25
  • 26. Hebreeën 214 Daar nu de kinderenaan bloed en vlees deel hebben,heeft ook Hij op gelijke wijzedaaraan deel gekregen,opdat Hij door zijn dood hem,die de macht over de dood had,de duivel, zou onttronen, 26
  • 27. Hebreeën 214 Daar nu de kinderenaan bloed en vlees deel hebben,heeft ook Hij op gelijke wijzedaaraan deel gekregen,opdat Hij door zijn dood hem,die de macht over de dood had,de duivel, zou onttronen, 27
  • 28. Hebreeën 214 Daar nu de kinderenaan bloed en vlees deel hebben,heeft ook Hij op gelijke wijzedaaraan deel gekregen,opdat Hij door zijn dood hem,die de macht over de dood had,de duivel, zou onttronen, 28
  • 29. Hebreeën 214 Daar nu de kinderenaan bloed en vlees deel hebben,heeft ook Hij op gelijke wijzedaaraan deel gekregen,opdat Hij door zijn dood hem,die de macht over de dood had,de duivel, zou onttronen, 29
  • 30. Hebreeën 215 en allen zou bevrijden,die gedurende hun ganse levendoor angst voor de doodtot slavernij gedoemd waren. 30
  • 31. Hebreeën 216 Want over de engelen ontfermt Hij Zich niet,maar Hij ontfermt Zichover het nageslacht van Abraham. 31
  • 32. 32
  • 33. Hebreeën 216 Want over de engelen ontfermt Hij Zich niet,maar Hij ontfermt Zichover het nageslacht van Abraham. 33
  • 34. Hebreeën 216 Want over de engelen ontfermt Hij Zich niet,maar Hij ontfermt Zichover het nageslacht van Abraham. 34
  • 35. Hebreeën 217 Daarom moest Hij in alle opzichtenaan zijn broeders gelijk worden,opdat Hij een barmhartig en getrouwhogepriester zou worden bij God,om de zonden van het volk te verzoenen. 35
  • 36. Hebreeën 217 Daarom moest Hij in alle opzichtenaan zijn broeders gelijk worden,opdat Hij een barmhartig en getrouwhogepriester zou worden bij God,om de zonden van het volk te verzoenen. 36
  • 37. Hebreeën 217 Daarom moest Hij in alle opzichtenaan zijn broeders gelijk worden,opdat Hij een barmhartig en getrouwhogepriester zou worden bij God,om de zonden van het volk te verzoenen. 37
  • 38. Hebreeën 218 Want doordat Hij zelfin verzoekingen geleden heeft,kan Hij hun, die verzocht worden,te hulp komen. 38
  • 39. Want wij hebben geen hogepriester,die niet kan medevoelenmet onze zwakheden,maar een, die in alle dingenop gelijke wijze als wijis verzocht geweest,doch zonder te zondigen.(lett. afgezien van zonde)-Hebreeën 4:15- 39