de overheden boven ons

1,027 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,027
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
765
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

de overheden boven ons

  1. 1. 1 6 april 2014 Zoetermeer
  2. 2. 2 Romeinen 12 17 Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen.
  3. 3. 3 Romeinen 12 17 Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen. lett. in beeld van alle mensen
  4. 4. 4 Derhalve, gelijk het door één daad van overtreding voor ALLE MENSEN tot veroordeling gekomen is, zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor ALLE MENSEN tot rechtvaardiging van leven. -Romeinen 5:18-
  5. 5. Romeinen 12 18 Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen. 5
  6. 6. Romeinen 12 19 Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here. 6 = er is Iemand die onze belangen behartigt!
  7. 7. Romeinen 12 19 WREEKT uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here. 7
  8. 8. Romeinen 12 19 Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here. 8 lett. geef plaats
  9. 9. Romeinen 12 19 Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here. 9
  10. 10. Romeinen 12 19 Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here. 10
  11. 11. Romeinen 12 20 Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen. 11
  12. 12. Romeinen 12 20 Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen. 12
  13. 13. Romeinen 12 20 Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen. 13
  14. 14. Romeinen 12 21 Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede. 14
  15. 15. Romeinen 12 21 Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede. 15 lett. IN het goede
  16. 16. Romeinen 13 1 Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan. Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld. 16
  17. 17. Romeinen 13 1 Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan. Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld. 17
  18. 18. Romeinen 13 1 Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan. Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld. 18 Gr. exousia = autoriteit (volmacht)
  19. 19. Romeinen 13 1 Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan. Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld. 19
  20. 20. Romeinen 13 1 Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan. Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld. 20
  21. 21. Romeinen 13 1 Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan. Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld. 21 lett. ONDER God gesteld
  22. 22. 22 ... opdat de levenden mogen weten, dat de Allerhoogste macht heeft over het koningschap der stervelingen en dat geeft aan wie Hij wil, ja, zelfs de laagste onder de stervelingen daarin aanstelt. -Daniel 4:17- Nebukadnezar
  23. 23. Romeinen 13 2 Wie zich dus tegen de overheid verzet, wederstaat de instelling Gods, en wie dit doen, zullen een oordeel over zich brengen. 23
  24. 24. Romeinen 13 2 Wie zich dus tegen de overheid verzet, wederstaat de instelling Gods, en wie dit doen, zullen een oordeel over zich brengen. 24
  25. 25. Romeinen 13 2 Wie zich dus tegen de overheid verzet, wederstaat de instelling Gods, en wie dit doen, zullen een oordeel over zich brengen. 25
  26. 26. Romeinen 13 3 Want, als iemand goed handelt, behoeft hij niet bevreesd te zijn voor de overheidspersonen, maar wel, als hij verkeerd handelt. Wilt gij zonder vrees voor de overheid zijn? Doe het goede, en gij zult lof van haar ontvangen. 26 = zich onderschikt
  27. 27. Romeinen 13 3 Want, als iemand goed handelt, behoeft hij niet bevreesd te zijn voor de overheidspersonen, maar wel, als hij verkeerd handelt. Wilt gij zonder vrees voor de overheid zijn? Doe het goede, en gij zult lof van haar ontvangen. 27
  28. 28. Romeinen 13 3 Want, als iemand goed handelt, behoeft hij niet bevreesd te zijn voor de overheidspersonen, maar wel, als hij verkeerd handelt. Wilt gij zonder vrees voor de overheid zijn? Doe het goede, en gij zult lof van haar ontvangen. 28 lett. kwaad > weerstaan (:2)
  29. 29. Romeinen 13 3 Want, als iemand goed handelt, behoeft hij niet bevreesd te zijn voor de overheidspersonen, maar wel, als hij verkeerd handelt. Wilt gij zonder vrees voor de overheid zijn? Doe het goede, en gij zult lof van haar ontvangen. 29
  30. 30. Romeinen 13 3 Want, als iemand goed handelt, behoeft hij niet bevreesd te zijn voor de overheidspersonen, maar wel, als hij verkeerd handelt. Wilt gij zonder vrees voor de overheid zijn? Doe het goede, en gij zult lof van haar ontvangen. 30
  31. 31. Romeinen 13 4 Zij staat immers in dienst van God, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet wees dan bevreesd; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; zij staat immers in de dienst van God, als toornende wreekster voor hem, die kwaad bedrijft. 31
  32. 32. Romeinen 13 4 Zij staat immers in dienst van God, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet wees dan bevreesd; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; zij staat immers in de dienst van God, als toornende wreekster voor hem, die kwaad bedrijft. 32
  33. 33. Romeinen 13 4 Zij staat immers in dienst van God, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet wees dan bevreesd; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; zij staat immers in de dienst van God, als toornende wreekster voor hem, die kwaad bedrijft. 33
  34. 34. Romeinen 13 4 Zij staat immers in dienst van God, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet wees dan bevreesd; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; zij staat immers in de dienst van God, als toornende wreekster voor hem, die kwaad bedrijft. 34
  35. 35. Romeinen 13 4 Zij staat immers in dienst van God, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet wees dan bevreesd; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; zij staat immers in de dienst van God, als toornende wreekster voor hem, die kwaad bedrijft. 35
  36. 36. 36 Wreekt UZELF NIET, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: MIJ komt de wraak toe, IK zal het vergelden, spreekt de Here. -Romeinen 12:19-
  37. 37. Romeinen 13 5 Daarom is het nodig zich te onderwerpen, niet slechts om de toorn, maar ook om des gewetens wil. 37
  38. 38. Romeinen 13 5 Daarom is het nodig zich te onderwerpen, niet slechts om de toorn, maar ook om des gewetens wil. 38 lett. mede-weten
  39. 39. Romeinen 13 6 Daarom brengt gij toch ook belastingen op; want zij zijn dienaren Gods, die juist op dit punt voortdurend letten. 39
  40. 40. Romeinen 13 6 Daarom brengt gij toch ook belastingen op; want zij zijn dienaren Gods, die juist op dit punt voortdurend letten. 40
  41. 41. Romeinen 13 6 Daarom brengt gij toch ook belastingen op; want zij zijn dienaren Gods, die juist op dit punt voortdurend letten. 41
  42. 42. Romeinen 13 7 Betaalt aan allen het verschuldigde, belasting aan wie belasting, tol aan wie tol, ontzag aan wie ontzag, eerbetoon aan wie eer toekomt. 42
  43. 43. Romeinen 13 7 Betaalt aan allen het verschuldigde, belasting aan wie belasting, tol aan wie tol, ontzag aan wie ontzag, eerbetoon aan wie eer toekomt. 43
  44. 44. Romeinen 13 7 Betaalt aan allen het verschuldigde, belasting aan wie belasting, tol aan wie tol, ontzag aan wie ontzag, eerbetoon aan wie eer toekomt. 44
  45. 45. Romeinen 13 7 Betaalt aan allen het verschuldigde, belasting aan wie belasting, tol aan wie tol, ontzag aan wie ontzag, eerbetoon aan wie eer toekomt. 45
  46. 46. Romeinen 13 7 Betaalt aan allen het verschuldigde, belasting aan wie belasting, tol aan wie tol, ontzag aan wie ontzag, eerbetoon aan wie eer toekomt. 46
  47. 47. 47 1 Herinner hen eraan, dat zij zich aan overheid en autoriteit onderschikken... -Titus 3-
  48. 48. 48 1 Ik moedig je dan allereerst aan smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen, 2 voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een STIL EN RUSTIG LEVEN mogen leiden in alle eerbied en waardigheid. -1Timotheüs 2-

×