Bethesda

737 views
654 views

Published on

28 november 2010, Zoetermeer

Published in: Spiritual
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
737
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
247
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Bethesda

  1. 1. Johannes 51-18
  2. 2. Johannes-evangelie, zeven tekenen 1. bruiloft te Kana (hfst.2) 2. genezing zoon van de hoveling (hfst.4) 3. genezing te Bethesda (hfst.5) 4. spijziging van de 5000 (hfst.6) 5. Jezus gaat over het meer (hfst.6) 6. genezing van de blindgeborene (hfst.9) 7. opwekking van Lazarus (hfst.11) 2
  3. 3. 1 Daarna was er een feest der Joden en Jezus ging op naar Jeruzalem. Johannes 5 verwijst naar Jezus die in Jeruzalem "als een lam ter slachting" zou worden geleid... Pesach > Joh.435 3
  4. 4. 2 Nu IS er te Jeruzalem bij de Schaapspoort ... Johannes 5 Jeruzalem nog niet verwoest. Geschreven voor 70 AD... 4
  5. 5. 2 ... een bad, dat in het Hebreeuws de bijnaam Bethesda draagt... Johannes 5 = 'huis van barmhartigheid' 5
  6. 6. 2 ... met vijf zuilengangen. Johannes 5 6
  7. 7. 3 Daarin lag (lett. was neergelegd) een menigte zieken, blinden, verlamden en verschrompelden, die wachtten op de beweging van het water. Johannes 5 7
  8. 8. 4 Want van tijd tot tijd daalde een engel des Heren neder in het bad; dan bewoog het water; wie er dan het eerst in kwam na de beweging van het water werd gezond, wat voor ziekte hij ook had. Johannes 5 Dit vers ontbreekt in de meerderheid van de handschriften. Het beschrijft wat volgens vers 7 algemeen werd aangenomen. 8
  9. 9. 5 En daar was een man, die reeds achtendertig jaar lang ziek geweest was. Johannes 5 = de tijd dat Israël vanwege ongeloof niet kon ingaan in het beloofde land. > Deuteronomium 214 Jozua wordt niet geloofd Jozua brengt het volk in het beloofde land 38 jaar 9
  10. 10. 6 Hem zag Jezus liggen en daar Hij wist, dat hij daar reeds lange tijd was, zeide Hij tot hem: Wilt gij gezond worden? Johannes 5 10
  11. 11. 7 De zieke antwoordde Hem: Here, ik heb geen mens om mij, zodra er beweging komt in het water, in het bad te werpen; en terwijl ik onderweg ben, daalt een ander voor mij af. Johannes 5 11
  12. 12. 8 Jezus zeide tot hem: Sta op ... Johannes 5 12
  13. 13. 8 ... neem uw matras op en wandel. Johannes 5 13
  14. 14. 9 En terstond werd de man gezond en nam zijn matras op en ging zijns weegs. Johannes 5 14
  15. 15. 9 ... Nu was het sabbat op die dag. Johannes 5 > de 7-de dag, "de dag des HEREN" 15
  16. 16. 10 De Joden dan zeiden tot de genezene: Het is sabbat en dan moogt gij uw matras niet dragen. Johannes 5 11 Laten wij er dus ernst mede maken om tot die rust in te gaan... Hebreeën 4 16
  17. 17. 11 Doch hij antwoordde hun: Die mij gezond gemaakt heeft, die heeft tot mij gezegd: Neem uw matras op en ga uws weegs. Johannes 5 17
  18. 18. 12 Zij vroegen hem: Wie is de mens, die tot u gezegd heeft: Neem op en ga uws weegs? Johannes 5 18
  19. 19. 13 En de genezene wist niet, wie het was; want Jezus was ontweken, omdat er een grote schare op die plaats was. Johannes 5 19
  20. 20. 14 Daarna vond Jezus hem in de tempel en zeide tot hem: Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkome. Johannes 5 19 Zo zien wij, dat zij (= Israël gedurende de 38 jaren) niet konden ingaan wegens hun ongeloof. Hebreeën 3 20
  21. 21. 15 De man ging heen en zeide tot de Joden, dat het Jezus was, die hem gezond gemaakt had. Johannes 5 21
  22. 22. 16 En daarom wilden de Joden Jezus vervolgen, omdat Hij deze dingen op sabbat deed. Johannes 5 22
  23. 23. 17 Maar Hij antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en ik werk ook. Johannes 5 23
  24. 24. 18 Hierom dan trachtten de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen de sabbat schond, maar ook God zijn eigen Vader noemde en Zich dus met God gelijkstelde. Johannes 5 24 "mijn Vader werkt" "en ik werk ook"
  25. 25. 10 Maar door de genade Gods ben ik, wat ik ben, en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest, want ik heb meer gearbeid dan zij allen, doch NIET IK, MAAR DE GENADE GODS, die met mij is. 1Korinthe 15 25

×