Your SlideShare is downloading. ×
Whitepaper Monavisa - In 3 stappen naar kostenbesparing op energieverbruik
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Whitepaper Monavisa - In 3 stappen naar kostenbesparing op energieverbruik

41
views

Published on

Slecht functionerende klimaatinstallaties verbruiken zo’n 25 tot 30 procent meer energie. Geautomatiseerde monitoring maakt snel opsporen en adequaat ingrijpen mogelijk. In deze whitepaper krijgen …

Slecht functionerende klimaatinstallaties verbruiken zo’n 25 tot 30 procent meer energie. Geautomatiseerde monitoring maakt snel opsporen en adequaat ingrijpen mogelijk. In deze whitepaper krijgen facility managers, installateurs en andere beheerders van gebouwen handvaten voor 'het nieuwe beheren'.

Published in: Real Estate

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
41
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. In 3 stappen naar kostenbesparing op energieverbruik Klimaatinstallaties en ‘het nieuwe beheren’
  • 2. 1. Inleiding pag. 3 2. Oorzaken van slecht functionerende installaties pag. 3 3. In drie stappen naar een andere manier van beheren pag. 4 4. Een oplossing: Monavisa pag. 6 2
  • 3. 1. Inleiding Het duurzaam en energiezuinig bouwen heeft de laatste jaren een vlucht genomen en zal almaar breder worden toegepast. Overheid, woningcorporaties en bedrijfsleven hebben dit ‘nieuwe bouwen’ omarmd. Vanwege de voordelen voor het onder druk staande milieu, maar ook om op den duur kostenbesparingen te realiseren. Bij duurzaam bouwen horen ook energiezuinige klimaatinstallaties. Die bestaan al even, maar de prestaties laten vaak toch te wensen over. Fouten in de ontwerpfase, tijdens de bouw en bij het eindgebruik liggen hieraan ten grondslag. Door vooruit te zien, deze fases goed op elkaar af te stemmen en prestatiecontracten te maken, kunnen problemen worden voorkomen. Maar als er dan toch iets misgaat, is het prettig wanneer in de gebruikersfase een goed zicht is op de prestaties van de installatie. Dat blijkt lastig, gezien de complexiteit van moderne gebouwen en de tijdsinvestering om gegevens uit een gebouwbeheersysteem boven water te halen. Er is dan ook grote behoefte aan een hulpmiddel dat de energieprestaties van een installatie en een gebouw continu in beeld brengt, met alle bijbehorende kostenbeperkende en milieubesparende gevolgen. Deze whitepaper beschrijft waar het in het ‘oude beheren’ van klimaatinstallaties fout gaat en wat geautomatiseerde monitoring kan betekenen voor facility managers, huurders, installateurs en andere beheerders van gebouwen. Hiermee zet u de eerste stap op weg naar ‘het nieuwe beheren’. 2. Oorzaken van slecht functionerende installaties Slecht functionerende klimaatinstallaties verbruiken zo’n 25 tot 30 procent meer energie. Dat komt door het ontwerp van de installaties, door de manier waarop kantoorpanden daadwerkelijk worden gebouwd, hoe de facilitaire dienst en de servicetechnicus klachten behandelen en hoe de individuele gebruiker met zijn of haar werkplek omgaat. Slecht presterende klimaatsystemen hebben drie verschillende oorzaken: 1. Het ontwerp. Ontwerpers maken bepaalde keuzes bij het ontwerpen van een gebouw. Maar een oplossing die is bedacht in de ontwerpfase hoeft niet per definitie de juiste oplossing te zijn bij oplevering van het gebouw. De techniek kan achterhaald zijn. De keuzes kunnen ook van aanvang af niet gelukkig zijn geweest vanwege gebrek aan informatie of zelfs onkunde. Dan worden gebruikers geconfronteerd met een installatie die niet toegerust is op het uiteindelijke gebouw. 2. De uitvoering. In de praktijk gaat het ook regelmatig mis. Waar ontwerp A prima in elkaar zat, ziet gebouw B er toch anders uit, minder goed en vol slordigheden. De materiaalkeuzes zijn bijvoorbeeld verkeerd of aangesloten pijpen van verschillende materialen blijken onder te veel spanning te staan. Zowel in het gebouw als in de installatie kunnen in de realisatiefase fouten gemaakt worden die het presteren van de klimaatinstallatie nadelig beïnvloeden. De mooie voorspellingen op het gebied van energieverbruik en rendement komen niet uit. 3. Het gebruik. Er kan nog zo’n energiezuinige, geavanceerde klimaatinstallatie aangebracht zijn in een gebouw, hij moet wel goed gebruikt worden om de gewenste resultaten te leveren. Bij verkeerd gebruik is de rekening navenant hoog. In deze gevallen ontbreekt het vaak aan een goede uitleg over het systeem aan de gebruikers. Er kan ook simpelweg onvoldoende onderhoud worden gepleegd. Of de uitgangspunten zijn volledig gewijzigd ten opzichte van drie jaar eerder, bij de oplevering van de installatie. De installatie voldoet niet meer aan de bijgestelde eisen aan duurzaamheid. 3
  • 4. Regeren is vooruitzien. Ook het regeren over klimaatinstallaties. Zodoende zal er in het ontwerpstadium van een gebouw al moeten worden nagedacht over de fase dat het gebouw daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Vervolgens moet tijdens het bouwen de actuele stand van ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid nauwlettend gevolgd worden, om daar met de materialen en installatie op in te spelen. Vaak wordt in het stadium van de uitvoering te weinig geïnvesteerd, waardoor de gebruikersfase onnodig kostbaar wordt. Het grootste deel van de kosten wordt uiteindelijk dan ook gemaakt in die eindfase. Problemen in de gebruikersfase aanpakken Doet die installatie het goed, of juist helemaal niet? Zijn alle vertrekken comfortabel, qua temperatuur en luchtvochtigheid, en wordt het energierendement wel behaald? Beheerders beschikken te vaak over onvoldoende zicht op het functioneren van een installatie om deze elementaire vragen te beantwoorden. De meeste gebouwen hebben weliswaar een gebouwbeheersysteem (GBS) dat bedoeld is voor het sturen van de installaties in het gebouw. Maar deze systemen rapporteren hier niet automatisch over, de gegevens moeten opgehaald worden. Dat gebeurt weinig op een preventieve manier. Het achterhalen van de gegevens en het maken van berekeningen over het functioneren van de installatie is immers zeer tijdrovend en vraagt om kennis. En vaak zijn de afspraken over wie deze taak uitvoert niet duidelijk. Eigenaar, beheerder, installateur? Veel andere gebouwbeheerders nemen een nog passievere houding aan, zij gaan er vanuit dat het wel goed gaat. En de gebruiker betaalt toch de energierekening. Maar komt er ineens een klacht — dat het te warm of te koud is of dat de energierekening wel erg hoog uitvalt — dan is het te laat. Het kwaad is al geschied, de installateur herstelt de schade en de volgende klacht zal daardoor weer een tijdje uitblijven. Ondertussen presteert de installatie bij lange na niet optimaal. Klachten en kosten, niet datgene waar een beheerder op zit te wachten. Hoe kunt u dit voortaan voorkomen? 3. In drie stappen naar een andere manier van beheren Om tijdig bij te sturen moet continu gemonitord worden, en zeker driemaandelijks met de installateur worden bekeken hoe de installatie functioneert. Ontzorging is het gevolg wanneer de klimaatinstallatie optimaal presteert: geen klachten meer van huurders over comfort en kosten. De praktijk blijkt weerbarstiger dan dit ideaalbeeld. Het is mensenwerk. Panden worden anders gebruikt dan was bedoeld en de regelmatige controles met de installateur schieten er vaak bij in. Stap 1: Stel KPI’s voor klimaatbeheer op Een manier om problemen voor te zijn is om de realisatie en/of het onderhoud aan te besteden op basis van prestatie-eisen. Deze prestatie-eisen voor de installaties en het onderhoud worden dan vastgelegd in een prestatieonderhoudsbestek. Hierin worden de gewenste prestaties, eindconditie van de componenten, storingsafhandeling en comfortbeleving door middel van Key Performance Indicators (KPI’s) gedefinieerd. De installateur of aannemer wordt gedurende de contractduur afgerekend op deze KPI’s. Wordt aan de afgesproken criteria voldaan, dan vindt afrekening plaats op basis van de ingediende prijzen. Als de KPI’s worden overtroffen, krijgt de aannemer of installateur een bonus, maar vallen de prestaties tegen, dan geldt een malus. 4
  • 5. Stap 2: Automatiseer de monitoring Met prestatiecontracten blijkt een optimaal rendement van klimaatinstallaties dichtbij te komen. Steeds vaker maken eigenaren, beheerders en installateurs deze afspraken met elkaar over de duurzaamheid van een gebouw en installatie. Samen wordt ook vaak geïnvesteerd in het slimmer beheren van gebouwen. Die business case wil je dan ook halen als betrokkene. Maar dat is vaak lastig te behappen, zeker gezien de toegenomen complexiteit van gebouwen. Hoe is de taakverdeling tussen eigenaren, beheerders, huurders en onderhoudspartijen in het energiebeheer van een gebouw? Dit kan geautomatiseerd worden met software. Alle partijen zitten er dan bovenop. Prestatiecontracten tussen beheerders en installateurs op basis van een bonus-malus regeling zijn nu ook eenvoudig uitvoerbaar. Wanneer vastgestelde criteria worden overschreden, wordt dit automatisch gemeld. Inclusief de kosten die daarbij horen. Automatisering van de monitoring van klimaatinstallaties biedt bovendien een uitgekiende mogelijkheid voor eigenaren, beheerders en installateurs om samen te werken. Dankzij het efficiënte meten, borgen en bijsturen kunnen zij de (gezamenlijke) investering in duurzaamheid snel terugverdienen. Stap 3: Maak comfort, energieverbruik en onderhoudskosten inzichtelijk Een gebouwbeheersysteem genereert heel veel data, waarvan echter in de praktijk het gros ongebruikt blijft. Slimme software kan die gegevens snel omzetten in nuttige en overzichtelijke informatie, waardoor er grip komt op de prestaties van klimaatinstallaties. Die prestaties zijn dan op vier hoofdonderdelen inzichtelijk. Comfort Het comfort, het binnenklimaat, bepaalt in grote mate het welbevinden van mensen. Bij een aangename temperatuur en ideale luchtvochtigheid zal een medewerker ook het productiefst zijn. En de tevreden huurders hebben geen reden tot klagen bij de beheerder. Met geautomatiseerde monitoring kan er goed grip worden gehouden op deze parameters, ruimtetemperatuur en luchtvochtigheid, die grotendeels het comfort bepalen. Daarnaast is er de beschikking over metingen van bijvoorbeeld de CO2-concentratie in ruimtes. Energie Te hoge energierekeningen in de ogen van huurders leiden tot klachten. Met een constante softwarematige monitoring wordt dat verleden tijd. Want er wordt gedetailleerd aangegeven waar onnodig energie gebruikt wordt en waar er mogelijkheden tot energiebesparing zijn. De monitoring gebeurt zowel per component als integraal. Op componentniveau wordt bijvoorbeeld het rendement van een koelmachine gecontroleerd of het energiegebruik van een ruimte geanalyseerd. Op het integrale niveau wordt nagegaan of componenten onderling efficiënt functioneren. Wanneer een ketel wordt ingezet voor de ruimteverwarming terwijl de warmtepomp nog niet op volle kracht functioneert, wordt dit zichtbaar. Installatie Het monitoren van dit onderdeel komt uiteindelijk ten goede aan de onderhoudskosten van de installatie. Die gaan omlaag. Hier wordt namelijk in beeld gebracht of de installatiecomponenten wel goed aangestuurd worden, zodat de levensduur ervan niet verkort wordt. Het frequent aan- en uitschakelen en pendelend gedrag van componenten wordt bijvoorbeeld zichtbaar. Dankzij de constante bewaking zal de installatie efficiënt functioneren en een lang leven leiden. 5
  • 6. Proces Cruciale processen, zoals serverruimten en operatiekamers, stellen zwaardere eisen aan betrouwbaarheid en functioneren van installaties. Ze worden daarom apart bewaakt. Er wordt nagegaan of de kwantiteit en de kwaliteit van proceskoeling of -verwarming aan de gestelde eisen voldoet. Het wezenlijke verschil tussen bijvoorbeeld proceskoeling en comfortkoeling is het continue karakter en de financiële gevolgschade bij onderbreking of een kwalitatief onbruikbare hoeveelheid koude of warmte. Daarom wordt het onderdeel Proces binnen de prestatieafwikkeling van Monavisa apart gehouden van comfort. Alle voordelen op een rij: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. Het voorkomen van klachten (comfort) en problemen (bijv. legionella); Voldoen aan wettelijke verplichtingen (gww-rapportage); Vergemakkelijking van de uitvoering van prestatiecontracten; Snel en doelgericht anticiperen; Het halen van de business case; Besparing van tijd, energie en kosten; Controle op het disfunctioneren van componenten; Maakt verbetermogelijkheden inzichtelijk; Geeft inzicht in de effecten van de uitgevoerde verbeteringen; Daardoor is minder inzet van de installateur nodig (kostenbesparing); Geeft inzicht in energiestromen en zorgt zo voor bewustwording over energieverbruik; Biedt mogelijkheid tot benchmarking van kengetallen t.o.v. andere gebouwen; Geeft inzicht in milieueffecten (CO2-uitstoot). 4. Een oplossing: Monavisa DWA zet zich sinds 1986 in om de kwaliteit van de werk-, productie- en woonomgeving te verhogen en gelijktijdig het energiegebruik en de milieudruk te verlagen. De onafhankelijke dienstverlening van het adviesbureau strekt zich uit op vele gebieden. Van het ontwikkelen van ideeën op basis van onderzoek tot energieadvies, (industrieel) installatieadvies, beheer en onderhoud, en monitoring. Tijdens de dienstverlening bij problemen met klimaatinstallaties worden de prestaties in kaart gebracht, de installatie aangepast en adviezen verstrekt. Op basis van alle opgedane kennis en ervaring met monitoring, ontwikkelde het adviesbureau een softwareprogramma waarmee in één oogopslag de prestaties van een installatie te zien zijn. De gebruikers van de software bepalen waarop zij willen sturen, wat de KPI’s zijn. Op het dashboard is te zien hoe het er voor staat met het comfort, de energie en de installatie. Hoe werkt het? Vanaf het gebouw of de installatie worden (met variabele frequentie) data doorgegeven aan de server die door DWA wordt beheerd. Die gegevens worden gebruikt voor het analyseren van de prestaties van klimaatinstallaties. De resultaten worden direct getoond in visualisaties op de website en zijn via een login toegankelijk. In één overzichtelijk scherm staan de conclusies van alle achterliggende gegevens. Is iets groen dan is er niets aan de hand, bij oranje is er aandacht gewenst en rood staat voor snelle actie. Om welk probleem het exact gaat en welke maatregel nodig is, staat bij doorklikken op het volgende scherm. Of de actie wordt direct doorgemaild naar de betrokkenen, zoals de installateur of DWA. 6
  • 7. Bij verder klikken worden de informatielagen steeds dieper, gedetailleerder. Zo kan bijvoorbeeld afgelezen worden dat een bepaalde warmtepomp te weinig bijdraagt aan de levering van warmte en dus niet optimaal functioneert. Hier kan een beheerder concreet mee aan de slag met een installateur. Of achter een rood signaal schuilt de dreiging van de legionellabacterie. De software houdt dus actief in de gaten bij welke watertemperatuur legionella gedijt. Samengevat biedt deze geautomatiseerde monitoring, Monavisa, inzicht in installaties op het gebied van functioneren, afwijkingen en oorzaakrichting. Data wordt daarbij opgehaald, geanalyseerd en geëvalueerd. Best practices Een diverse groep bedrijven en organisaties gebruikt ondertussen Monavisa. Onder meer: Hogeschool van Amsterdam, Rabobank, Rijksgebouwendienst, KLM, Schiphol, Vestia, Brede School Zuurland in Brielle, ZONenergie, Wolter & Dros, ERA Contour, TBI Bouw, BRControls, Scala College, Stadgenoot, NIOO KNAW en De Haagse Hogeschool. Luchthaven Schiphol: ‘Monavisa gaat stap verder’ Op luchthaven Schiphol wordt de klimaatinstallatie in de B-pier gemonitord met Monavisa. Joep Roefs van Schiphol Groep houdt zich bezig met energiebesparende maatregelen op de luchthaven en is nauw betrokken bij de invoering van Monavisa. “We hadden de behoefte om assets te volgen, met name op het gebied van energieverbruik”, zegt hij. “Een koelmachine of ketel kan op het oog goed functioneren maar als je daadwerkelijk scherp kijkt, is het rendement niet goed. Monavisa bleek een mooie oplossing. Het kijkt verder dan dat de ketel brandt.” Roefs benadrukt dat de software van DWA een stap verder gaat dan het huidige gebouwbeheerssysteem. “Monavisa rapporteert wanneer de installatie niet goed functioneert en wat dat aan geld kost. Het is handig, want het scheelt ook een hoop tijd. In een paar minuten weet je of je installatie goed functioneert en welke stappen je moet nemen om verbeteringen aan te brengen.” Dit jaar zal het monitoren met Monavisa uitgerold worden naar andere delen van Schiphol. 7
  • 8. Amstelcampus: ‘Flinke energiebesparing bereikt’ Het Kohnstammhuis en het Theo Thijssenhuis zijn onderdeel van de Amstelcampus (Hogeschool van Amsterdam). De twee aparte gebouwen zijn aangesloten op een centrale WKO-installatie. In beide gebouwen wordt de warmte geleverd middels warmtepompen en piekketel. Sinds het voorjaar van 2012 monitort DWA met Monavisa. Meerdere problemen zijn sindsdien getackeld. Zo bleek dat bij het Kohnstammhuis de bijdrage van de bronnen te laag was. De oorzaak was een verkeerd aangesloten gebruikersgroep. Bij het Theo Thijssenhuis werd te weinig koeling geleverd. De oorzaak hiervan was de steeds in storing staande warmtepomp. Mede door het bewaken van de maximale inzet van de duurzame componenten, hebben beide gebouwen een flinke energiebesparing gerealiseerd. Het Kohnstammhuis bespaarde in een jaar tijd circa 34.000 euro en het Theo Thijssenhuis circa 12.000 euro. Met 7 tips naar een 10 voor installatiemanagement 1. Besef dat opwekking, distributie en afgifte van warmte, koude en verse lucht één integraal systeem is. Zorg daarom dat het beheer in één hand ligt en dat uzelf of deze partij (bewezen) kennis van zaken heeft. Niet alleen van installatietechniek, maar ook van regeltechniek, energiemanagement, comfortbeheersing en technisch beheer. Zeker bij energie-opslaginstallaties is dit van cruciaal belang. 2. Denk vooraf al na over de beheerfase van een klimaatvoorziening. Dit gaat verder dan alleen een servicecontract. Reserveer hier tijd en budget voor. 3. Maak een inventarisatie van voorzieningen die onder installatiemanagement vallen, wat de door u als eigenaar/gebruiker gewenste prestatie is en op welke manier hieraan wordt bijgedragen. Dit is de eerste aanzet voor een meerjarenonderhoudsplan dat recht doet aan de life-cycle van de gebouwinstallaties. 4. Besteed aandacht aan de contractvorming. Neem als basis voor de te leveren prestatie een meerjarenonderhoudsplan en een functioneel programma van eisen. Laat het contract hier zo goed mogelijk op aansluiten. 5. Maak afspraken over te leveren prestaties en performance. Zorg voor meetbare prestaties (voorkomt discussie) en leg deze waar mogelijk contractueel vast. Probeer de contractsom gedeeltelijk prestatieafhankelijk te maken, maar besef dat dat alléén geen garantie voor succes is. 6. Neem installatiemanagement op in uw agenda: plan periodiek terugkoppelingen in en bespreek hier meetbare items zoals: energiebalans WKO, storingsfrequentie en overschrijdingsuren. Maak concrete afspraken over verbeteracties. 7. Stel een monitoringsprogramma op: welke meetpunten moeten bewaakt worden? Welke performance-indicatoren zijn belangrijk om op te sturen? Hoe gaat uw organisatie dit inrichten? Overweeg hierin ook geautomatiseerd monitoren met Monavisa. Meer informatie I www.monavisa.info E info@monavisa.info Contactpersoon: Wilfred van der Plas, T 06 - 523 901 31, E plas@dwa.nl 8