Your SlideShare is downloading. ×
Een beschouwing op de mst oreade 2002 geheten apoptose is er leven na de dood
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Een beschouwing op de mst oreade 2002 geheten apoptose is er leven na de dood

244

Published on

Dr. Janssen steur zal terecht staan wegens het onterecht diagniostiseren van neurologische aandoeningen zoals Alzheimer en parkinson etc. In dit rapport wordt hij genoemd in een onderzoek naar deze …

Dr. Janssen steur zal terecht staan wegens het onterecht diagniostiseren van neurologische aandoeningen zoals Alzheimer en parkinson etc. In dit rapport wordt hij genoemd in een onderzoek naar deze ziekten in verband met aptose (zelfdoding van een (zieke) cel)... Empathie ontbreekt, patienten worden materiaal in een onderzoek, waardoor de grens van het toelaatbare wordt overschreden. Van een medicijnverslaving is mijns inziens geen sprake als oorzaak, immers de historie van het opofferen van patienten hun belang in zijn onderzoeken met ernstig nadelige gevolgen voor het slachtoffer/patient was in 1986 ook al gaande in het MST. De lezing is in ieder geval zeer interessant op het gebied van onderzoek rond apoptose en ziektebestrijding. Ziekte is namelijk een fenomeen op celniveai, waarbij ook eiwitten een belangrijke rol spelen.

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
244
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. nabeschouwing op Oreade van het MST der dato 2002Subject: samengevatte interpretatie van de Oreade door Siegfried van Hoek.http://www.nvkc.nl/tijdschrift/content/2002/nr%205/2002-5-p207.pdf In een lichaam leven vele cellen, die een keer dood gaan en vervangen worden door celdeling.Het afsterven van een cel kan van enige minuten tot enige uren duren, terwijl de aanmaak ervan van eentot enige weken kan duren. Vroeger dacht men dat cellen onder necrose (afsterven als gevolg van fysischtrauma, chemische inwerking etc) en vervangen werden, en dat er als zodanig een evenwicht bestaat. Inde tweede helft van de vorige eeuw kwam men tot de ontdekking dat er nog een celdood vorm bestondgebaseerd op een eigen code, Apoptose geheten (, eigenlijk het tegenovergestelde van Mitose).Apoptose wordt het proces van inwerkingstelling van zelfdesintegratie van de cel genoemd. Omdat inapoptose de cel desintegreert tot kleinere restanten die letterlijk opgegeten worden door andere cellenbleven er ook geen restanten over die aan bederf onderhevig kunnen zijn, waardoor er ook geenontstekingachtige reacties van omliggende cel(l/groep)en waar te nemen zijn, waardoor het geheleproces moeilijk meetbaar is. Het verdere cel-bio-technische verhaal hier verder buiten latende, wasduidelijk dat het evenwicht tussen celdoding en celaangroei van belang is in het dynamisch in standhouden van een gezond organisme in zijn constant aan veranderingen onderhevige omgevingsmilieu.De balans tussen celdood en celaanwas vormt ook de sleutel tot aandoeningen en de bestrijding ervan.Het meten van de aantallen afbraak van celmembranen van cellen of aantallen afgebroken DNA vormende sleutel in het inzichtelijk maken van apoptose, waarmee ook de testsleutel ontstaat om apoptose tekunnen beïnvloeden om bijvoorbeeld een ziekte te kunnen bestrijden zoals bij kanker, en te kunnentesten welke chemokuur effectief kankercellen bestrijdt in plaats van het lichaamseigen cellenrijk. Het kanook omgekeerd toegepast worden om de natuur een handje te helpen in bijvoorbeeld kunstmatigebevruchting, omdat cellen die loskomen van een milieu overgaan tot apoptose en dit proces dan af teremmen. Zo bleken ook virussen cel-eiwitten aan te sturen die de apoptose blokkeren. Kortom de sleuteltot apoptose is een machtige sleutel tot ziektebestrijding en regeneratietherapie.Vervolgens komt er fikse een reeks experimentele onderzoeksvelden voorbij die het MST trots noemt.Dr. Jansen Steur werd ook genoemd in het apoptose onderzoek naar neurodegenratieve processen zoalsAlzheimer en Parkinson. Ik kan mij voorstellen dat onder de groep van meer dan 100 slachtoffers van eenonterechte Parkingson en Alzheimer diagnose ook slachtoffers zijn die mogelijk in dit apoptoseonderzoek betrokken zijn geweest.)Het artikel gaat daarna over op het thema van vervaardiging van vasculaire protheses, omdat hart- envaatziekten volksdood nummer één is. Ook hier speelt invloed kunnen uitoefenen op apoptose eenrol. ook ziet men een toekomst weggelegd in het controleren van de apoptose van (de universele)stamcellen, die de potentie hebben om uit te groeien tot een specifieke cel met eigenschappen. Ingrijpenop apoptische processen heeft niet alleen een bestrijdende functie maar kan ook een regeneratievefunctie hebben. Maar er is één klein probleempje: we weten niet wat de juiste voorwaarden zijn omcellen in de juiste omstandigheden te plaatsen. Het is eenvoudig een klont cellen te laten groeien, maar inde natuur zijn cellen in functie tot elkaar geordend. Desalniettemin is het selectief kunnen aansturen vanapoptose een zinvolle kans om ziektes zoals kanker en HIV te kunnen bestrijden.Ook zie ik tegelijk met reinigingstechnieken ook een bruikbaarheid van apoptose procesbeïnvloeding alswe spreken over herstelbehandelingen.Conclusie één: het artikel gaat over een techniek ten dienste van het kunnen ingrijpen van bio-processen. 1
  • 2. Conclusie twee: het artikel geeft reden om onderzoek te doen naar eventueel onrechtmatigselecteren/gebruiken van patiënten in apoptose experimenten. Misschien dat de eperimentenwetgevingbewust omzeild werd? In principe als de zorgconsument goed geadviseerd is, kan er in overleg ook ietsafgeweken worden van die zware experimentele wetgeving.Eindconclusie: het is een zinvol project, maar er moet wel uitgezocht worden of hier wel correct in respecttot de zorgconsument gehandeld is geweest.Siegfried van Hoek.Onderstaand ga ik iets dieper in op de Orade van het MSTOmzetting in gewoon Leke-Nederlands van de Orade van het MSTSubject: Verkorte vertalings-interpretatie van de Orade door Siegfried van Hoekhttp://www.nvkc.nl/tijdschrift/content/2002/nr%205/2002-5-p207.pdfAPOPTOSE EN BIO-ENGINEERIG: is er leven na de dood*Het menselijk lichaam groeit en onderhoudt zichzelf als systeem. Dit heet homeostase watmet rekenschap gevende aan ook nog eens extern veranderlijk milieu geplaatst Allostasiswordt genoemd als proces tot handhaving. Dagelijks sterven er in een menselijk systeem>100 miljard (9 nullen) cellen, die ook vervangen worden door nieuwe cellen voortkomendeuit celdeling. Als die celdeling wordt verstoord, door bijvoorbeeld overproductie(woekeringen) proliferatie), dan geraakt het individu medisch in de problemen.Maar die verandering kan ook optreden door een verandering in de celdood. Uitgangspuntvan het epistel is: celdood is een absolute voorwaarde voor het allostatisch evenwicht.U bent geboren om dood te gaan, zo ook uw cellenrijk...Tot voor kort bezag men celdood als een fenomeen met een destructieve oorzaak, ziekte,necrose etc. Al in de jaren 50 stelde men al vast dat er sprake moest zijn van een zekeregeorganiseerde/geprogrammeerde celdood waarmee ongewenste, verminkte of onbruikbarecellen opgeruimd konden worden. (Extreem rechts gedachte goed bestaat niet in denatuur..., het is een natuurproces.) De laatste jaren is men zich er van bewust, dat ditproces zich niet beperkt tot embryonale foetale ontwikkelingen, maar dat dit een algemeenfenomeen is in een dynamische balans tussen celgroei en cel-eliminatie. Celgroei duurtdagen tot weken en celafbraak hooguit enkele uren, maar ondanks dit tijdsverschil is ersprake van een evenwicht zonder (extern oorzakelijke) verstoring.Als zodanig wordt er onderscheid gemaakt tussen celnecrose en geprogrammeerde celdood.De term apoptose wordt aan de geprogrammeerde celdood (PCD) verbonden en staat voorde beschrijving van de biochemische en fysiologische celdoodmechanisme, wat op zichstaand niet geprogrammeerd hoeft op te treden.Necrose ontstaat door accidentele celdood als gevolg van een ernstige beschadiging zoalsfysisch trauma, chemische inwerking etc. De beschadiging van het celmembraam metlekkage van celvloeistof is hierin de sleutel tot fatale afbraak van de cel, waarin hierdoorgeactiveerde enzymen een afbraakrol spelen. Vaak betreft het necrose celgroepen, enkunnen zich er ook ontstekingachtige reactie voordoen als reactie hierop van omliggendecelgroepen. Bij necrose desintegreert de cel tot afval. 2
  • 3. In het proces van apoptose is het de cel zelf die tot destructie overgaat beginnende met eenafnemende celverbinding, en deelt zich in verval op in kleinere delen met cel- en kern-restantjes die door de naburige cellen worden opgegeten. De celdefragmentatie duurt vanenkele minuten tot enkele uren, en omdat er geen ontstekingsreacties optreden, wasapoptose tot voor kort zelfs moeilijk vast te stellen. Bij apoptose desintegreert de cel totvoor naburige cellen eetbaar-recyclebaar materiaal.Manipulatie van apoptose is een machtig middel om aandoeningen te bestrijden waar ditmechanisme is ontspoord (zoals kanker). Het bleek zelfs mogelijk door genetsichemanipulatie het mechanisme proces van apoptose te kunnen beïnvloeden opdat er cel-therapeutische resultaten mee geboekt werden.Apoptose kan zowel extern opgewekt worden als wel intern op gang komen. Het systeemvan apoptose is in drie fasen op te delen.In de inductiefase worden een aantal inde cel aanwezige pro-enzymen geactiveerd, diein reactie op elkaar uiteindelijk een lek maken in het mitochondriaal membraam, waarmeehet proces of no return in de apoptose aangevangen. Hier gaat een proces aan vooraf watdie mitochondriale transitie kan tegenhouden of bevorderen. Veel celprocessen zijn eiwitafhankelijk in de cel en zo ook de apoptose.Eenmaal voorbij die fase begint de affectorfase, waarin de degradatiefase zich afspeelt metafbraak van de macro-moleculaire structuren in de cel.Hierna ontstaat de degradatiefase, waarin verandering in celmembraam, celskelet encelkern ontstaan, waarna de cel verschrompeld etc, en het DNA wordt gefragmenteerd.Uiteindelijk blijven er kleine restantjes over omgeven door een lipidenmembraampje, deapoptische lichamen, die dan worden opgegeten door de naburige cellen en zwervendeopruim cellen de macrofagen geheten. Omdat de cel voorbereid opgegeten wordt, en geenrestanten achterlaat is er geen sprake van een afbraakproces wat ontstekingen veroorzaakt.Sinds 1993 werkt het MST aan meetmethoden van het apoptotisch proces in samenwerkingmet andere wetenschappers elders. Dit heeft geleid tot de annexine-V-binding-techniek. Inde apoptose met het afbraakproces van het celmembraan is er sprake van een belangrijkeverandering in de herdistributie van fosfatidylserine, welke zichtbaar te maken is. AnnexcineV bindt zich aan die stof, en gefluoriseerde Annexcine maakt dit proces tot afbraakzichtbaar. (In hoeverre heeft de fluorisatie zelf ook nog een invloed?)Op deze wijze is apoptische celdood radiografisch met radioactiviteit meetbaar in deonderzoeks-behandeling van kanker of na een achterwand-(/myocard)-hart-infarct.Andere onderzoekers van het MST hebben deze meetwijze geëvalueerd en aangetoondsuperieur te zijn aan meettechnieken gebaseerd op mitochondriale beschadiging zelf, of hetmeten van DNA-fragmentatie of het meten van de enzymactiviteit. En de meetwijze zoumet name geschikt zijn voor zwevende cellen, zoals in het bloed. De behandeling vanleukemie zou zo dus beter meetbaar moeten zijn...) In solide weefsel kan men apoptosebeter bepalen aan de hand van de mate van tekenen van DNA defragmentatie.Cellen nemen stoffen op en geven stoffen af, de celwand het membraam speelt hierin eenrol. Zijn mate van werkzaamheid upstream of downstream is te meten en heet hettransmembraanpotentieel. Dit potentieel is van belang in de opname van de fluoriscerendestoffen waarmee apoptose zichtbaar is te maken. Het membraam potentieel kan men zoook afleiden aan het verschil in de hoeveelheid van contraststof binnen en buiten de cel. 3
  • 4. Het welzijn van de cel wordt bepaald door onderling contact, en cel-matrixcontact naastvoorzieningen van specifieke groei factoren, cytokinen, en bij hormoongevoelige weefsel deaanwezigheid van bepaalde hormonen. Wanneer deze prikkels wegvallen komt apoptose opgang. In het geval van HIV weet het virus bepaalde eiwitten in werking te brengen die hetcelprogramma tot apoptose blokkeertDaar waar apoptose een middel was om ziektes te elimineren, bestaan er ook ziekten enontregelingen die dit apoptose proces ontregelen. Prof. Dr. Rick Richel en Dr. RonSchaafsma hebben voor het MST onderzoek verricht hiernaar bij patiënten metaandoeningen in het bloed en/of bloedbereidende organen.Het MST heeft mogelijk als eerste gerapporteerd over de veranderende apoptose snelheidvan leukemische B-cellen van patiënten lijdende aan hairy cel met een demonstratie vaneen chemotherapeutische behandeling. In samenwerking met apotheker/farmacoloog Dr.Hek-Jan Guchelaar is er een experimenteel farmadynamisch model ontwikkeld, waarmee demate van sensitiviteit van bepaalde tumoren voor diverse typen chemokuren (cytostatica)kan worden uitgedrukt. Deze techniek is voorgesteld als middel om de effectiviteit van eenchemokuur te kunnen voorspellen. (Op zich niet verkeerd, chemokuren zijn zwaar en het isfijn als de juiste wordt toegediend...) Internist in opleiding destijds Dr. Bert Beishuizenjarenlang onderzoek gedaan naar geprogrammeerde celdood bij multi-orgaan-falen, zoalsdie optreed bij ernstig zieken. Op de samenhang van apoptose en de neuro-endocriene enimmunologische veranderingen hierin is hij gepromoveerd. Al voor 1998 heeft het MST metde internisten Leo te Velde Dr. Chris ten Napel dat de apoptische celdood van witte T-bloedlichaampjes bij HIV patiënten hoger is; de apoptische celdood van T-lymfocyen speeltdus een rol bij het immunisatiegebrek tegen HIV. Dr. Jansen-Steur heeft samen met Dr.Rob de Vos onderzoek gedaan naar de samenhang tussen apoptische fenomenen enneurodegeneratieve fenomenen zoals de ziekte van parkinson. Gynaecoloog Dr. JurOosterhuis heeft succesvol aangetoond dat de geprogrammeerde celdood van ei- enzaadcellen de belangrijkste factor is in het succesvol behandelen van IVF vruchtbaarheids-stoornissen (kunstmatige bevruchting).(Het MST hield hiermee een pleidooi over het nut van de studie van apoptose, en haalde terreferentie diverse onderzoeksvelden aan als bewijs(-last).)Naast al deze onderzoeksvelden bestaat er nog een significant onderzoeksveld bij het MST:Cardiovasculaire aandoeningen. Hart- en vaatziekten zijn doodsoorzaak nummer één.Binnen die groep zijn diabetis en vaat-afbraak de grootse presentant. Kwaadaardigeaandoeningen zoals kanker volgt als doodsoorzaak nummer twee. Hoe komt het dat hart-en vaatziekten doodsoorzaak nummer één zijn? Voor de circulatie van het bloed is hetonderhoud aan de bloedvaten van belang. Alle vaten zijn aan de binnenkant bekleed meteen soort endotheel cellen die het bloed gescheiden houden van het vaatwefsel enbovenliggende bloedvatspieren. 4
  • 5. Dit endotheel moduleert hemodynamisch (in reactie op de inhoudelijke bloedstroom) dehumorale en immunologische veranderingen in het vaatstelsel in een nauwgezet evenwichtmet haar naburige cellen. Dr. André Mulder heeft een techniek ontwikkeld om dit evenwichtte kunnen onderzoeken. Het MST heeft hierbij de aandacht gevestigd op met name tweeprocessen, die van belang zijn in het ontstaan van een ziekte zijnde een endotheeldisfunctiedan: (juist ja) de apoptose (celdoding) en de proliferatie (celdeling tot nieuwe cellen).De techniek die hiervoor werd ontwikkeld maakte ook onder andere gebruik van de (hiereerder besproken) annexine-V-binding-techniek. In het experiment zijn vaten uit menselijkenavelstrengen gebruikt geweest. Kort genomen heeft men zo succesvol onderzoek kunnendoen naar de beïnvloeding van apoptoseprocessen, waarmee ook een eerste directe bewijswerd geleverd van de balans tussen apoptose en proliferatie in de instandhouding van hetendotheel. Wanneer het endotheel (de binnenbekledeing van een bloedvat) beschadigdraakt veranderd de functionele toestand van het endotheel. Endotheeldysfunctie wordt nietgezien als een apart ziektebeeld, maar een eerste stap naar de ontwikkeling van eenvaataandoening. In de aantasting van de endotheelcellen ontstaan zeker schuimcellen. Inwisselwerking van de aantasting van de endotheelcellen heeft dit zelfs een invloed op hetapoptiek van de gladde vaatspiercellen, naarmate de schuimcellen toenemen, nemen degladde spiercellen af. In 2002 was aangetoond dat de apoptische activering van de gladdespiercellen leidde tot een massale immigratie van macrofagen (vreet-vernietigingscellen) inhet door aandoeningen aangetaste vaatstelsel.In analogie met het bovenstaande verhaal over apoptose geldt dat als het point-of-no-return is gepasseerd, dat het onomkeerbaar proces enkel nog behandeld kan worden meteen re-constructieve ingreep. Aangetaste adres kunnen worden vervangen of omgeleid,waarvoor nog steeds (lichaamseigen) bloedvaten van de patiënt zelf worden gebruikt. Maarbij mensen met vaataandoeningen zijn die autologe bloedvaten juist vanwege depathologie ongeschikt... Hiervoor bestaan dan de bloedvat-protheses die gemaakt zijn vanpolyester of teflon, welke weinig lichaamsvriendelijk zijn, maar die ook niet verstopt kunnenraken etc. Later is men veel onderzoek gaan doen naar de vervanging van kleinerebloedvaten, want daar trad vrijwel altijd daarna een stolsel probleem op. Het bedekken vande binnenzijde van de prothese met lichaamseigen endotheelcellen leverde al een groteverbetering op. (Kennelijk stoffen uit de prothese die inwerken op het bloed?) Het bleekzelfs goed mogelijk om extern endotheelcellen voor de bekleding van de vaatprothese tekweken: de hybride prothese. De prothese kan geheel of gedeeltelijk bekleed worden,waarna de groei van de endotheelcellen gestimuleerd kan worden met uit de protheseweglekkende groeifactoren / stoffen. Daarnaast bestaat er dan natuurlijk nog hethechtingsprobleem van de endotheelcellen aan de prothese, maar het allergrootsteprobleem is de biologische eigenschap van de cellen met een eigen apoptische code.Aangetoond is dat de hechting en de aaneengeslotenheid van de cellen is van levensbelanghierin. Zodra een endotheel cel los komt gaat deze over tot apoptose. Dit proces is tervoorkoming dat de cel zich elders op ongewenste plek zou kunnen vermeerderen etc. zijndeeen natuurlijk beschermingsproces echter een hindernis bij het zaaien en uitgroeien vanendotheelcellen op vasculair transplantatiemateriaal. 5
  • 6. Tegenwoordig probeert men met weefselengineering en biologisch afbreekbare materialenen natuurlijke vaatwandcellen vaatprotheses te maken. Zo kan er een natuurlijk bloedvatworden gereconstrueerd wat na desintegratie van het prothesemateriaal alleen maarlichaamseigen stof bevat. Er zijn veel studies gedaan met het kweken van endotheelcellen,fibroplasten en gladde vaatwand-spiercellen met experimenten op proefdieren, maarexperimenten wezen uit dat deze prothesen onvoldoende mechanische eigenschappenbezaten, doordat de cellen niet in de gewenste omtrekrichting zich bevonden, elastineontbrak etc. Het project van het MST is gebaseerd op eigen ervaringen met onderzoekenvan Dr. Paula Buijtenhuijs en Dr. Laura Buttafoco naar weefselenginering. Het orienterenvan collageen in crosslinken werd toegepast om de vaatwandcellen de gewenste richting tegeven. Ook het opbouwen van de prothese gebeurt in lagen: na het kweken van de gladdevaatwandspieren moet een laag vaatwandcellen worden gekweekt onder pulserendeomstandigheden. Na het ontwikkelen van een prothese met voldoende mechanischeeigenschappen, kan de binnenwand mbv wederom collageen bekleed gaan wordenmet endotheelcellen ter behoeve van de kweek en ontwikkeling van de binnenbekleding vande ader.TOEKOMSTIn een onophoudelijke stroom van recente onderzoeken is aangetoond, dat het lichaam totver inde volwassenheid onderdak biedt aan stamcellen, die in staat zijn zich te ontwikkelentot een groot aantal verschillende celtypen. De strategie van het MST is er op gericht omstamcellen te kunnen kweken, die zich selectief kunnen genereren tot bijvoorbeeld gladdespierwandcellen, en endotheelcellen. Om in de toekomst zelfs nieuwe weefsels en organente kunne laten groeien. Het zodanig ontwikkelde kunstbloedvat zal in haar biologischeeigenschappen vergeleken moeten worden met haar natuurlijke variant om defunctionaliteit te kunnen beoordelen ervan. Het MST is er van overtuigd, dat het succesvolopbouwen van menselijk weefsel en organen niet gelegen is in de cellen, maar in destructuur en opbouw van het poreuze weefsel wat met collageen als drager hiertoe dient.De drager moet meer eigenschappen hebben dan enkel een fysiek dragerschap omdat cellenin contact ermee leven. De invloed reikt niet enkel tot apoptose, maar kan zelfgenexpressie en verandering van celfunctie met zich meebrengen... De toekomst van destamcel is hierin gelegen in de informatie die de drager hiertoe afgeeft aan de cel in huninteractie van stoffen.De moleculaire biologie biedt niet alleen nieuwe kansen voor het stamcelonderzoek, maarook voor het gebied van bio-engineering. Maar er is één klein probleempje: we weten nietwat de juiste voorwaarden zijn om cellen in de juiste omstandigheden te plaatsen.Bron: MST 2002 6

×