Your SlideShare is downloading. ×
RAPPORT          geïntegreerde gemeentelijke          stedenbouwkundige verordening          officieuze coördinatie verord...
OMGEVING   -   13/01/2008   -   R38611-62.doc2
OMGEVING      - 13/01/2008   -   R38611-62.docGeïntegreerde gemeentelijke                                             sted...
OMGEVING    -   13/01/2008   -   R38611-62.docB.2.      Technische installatie eisen                                      ...
OMGEVING   - 13/01/2008   -   R38611-62.docDeel 0.                    InleidingDeze stedenbouwkundige verordening is van k...
OMGEVING    -   13/01/2008   -   R38611-62.docArtikel 2Aan de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning kunnen strenger...
OMGEVING    - 13/01/2008   -   R38611-62.doc5)    constructie: hetgeen gebouwd is als resultaat van bouwwerken, dus rechts...
OMGEVING   -   13/01/2008   -   R38611-62.doc      Gelinden: het landelijk woongebied begrepen tussen Luikersteenweg en Ov...
OMGEVING    - 13/01/2008   -   R38611-62.doc      De woningen in deze laatste categorie van al dan niet bemeubeld verhuurd...
OMGEVING   -   13/01/2008   -   R38611-62.doc25)   kantoren: ruimten die in hoofdzaak gebruikt worden voor bezoldigde hoof...
OMGEVING    - 13/01/2008   -   R38611-62.doc      het evacuatieniveau komen niet in aanmerking voor het bepalen van het aa...
OMGEVING   -   13/01/2008   -   R38611-62.doc48)   gemene muur: (deel van) een scheidsmuur die gemeenschappelijke eigendom...
OMGEVING   - 13/01/2008   -   R38611-62.docPrunus Avium                                  zoete kers (in kleine hoeveelhede...
OMGEVING   -   13/01/2008   -   R38611-62.doc      Prunus Avium                                     zoete kers (in kleine ...
OMGEVING    - 13/01/2008   -   R38611-62.doc0.4. Vergunningen, voorafgaande verklaringenArtikel 4. Vergunning4.1. Werken e...
OMGEVING   -   13/01/2008   -   R38611-62.dock)   het verharden van koeren, tuinen, hovingen en erven ten behoeve van een ...
OMGEVING    - 13/01/2008   -   R38611-62.docw)   het plaatsen op de grond of gedeeltelijk ingegraven van openluchtzwembade...
OMGEVING   -   13/01/2008   -   R38611-62.docHet College bepaalt voor de voorafgaande schriftelijke vergunningen uit art. ...
OMGEVING     - 13/01/2008   -   R38611-62.doc     ingediend en een bevoegd stadsambtenaar ter plaatse de behoorlijke uitvo...
OMGEVING   -   13/01/2008   -   R38611-62.docHet omgevingsrapport onderbouwt en motiveert een aanvraag voor een stedenbouw...
OMGEVING    - 13/01/2008   -   R38611-62.doc−   voor alle reclames die haaks of willekeurig op gebouwen of constructies wo...
OMGEVING   -   13/01/2008   -   R38611-62.doc4.8. Beoordeling van sommige vergunningen            –   Bouwcommissie     Ve...
OMGEVING    - 13/01/2008   -   R38611-62.docVoor de leden mogen er bij de behandeling van een dossier geen onverenigbaarhe...
OMGEVING   -   13/01/2008   -   R38611-62.docVoor een goede afstemming op het ruimere ruimtelijke beleid fungeert de Bouwc...
OMGEVING    - 13/01/2008   -   R38611-62.docVoor alle vergunningsaanvragen waarvoor een omgevingsrapport vereist is hierto...
OMGEVING    -   13/01/2008   -   R38611-62.doc4.11. Beoordeling van sommige vergunningen – Bouwcommissies: werkwijzeDe wer...
OMGEVING    - 13/01/2008   -   R38611-62.doc−   De adviezen van de Bouwcommissie zijn openbaar.−   Regelmatig (bijv. jaarl...
OMGEVING   -   13/01/2008   -   R38611-62.doc28
OMGEVING   - 13/01/2008   -   R38611-62.docDeel A. Stedenbouwkundige voorschriftenA.1. Algemene voorschriften en criteria ...
OMGEVING    -   13/01/2008   -   R38611-62.docA.1.1. BezonningArtikel 8. Inplanting en afmetingenWanneer de inplanting, ho...
OMGEVING   - 13/01/2008   -   R38611-62.doc9.3.De nieuwe woningen moeten voldoen aan deze bezonningsnorm.Wijzigt bij verbo...
OMGEVING     -   13/01/2008   -   R38611-62.docA.1.2. Wijziging van microklimaat als gevolg van hoogbouwArtikel 12In volge...
OMGEVING   - 13/01/2008   -   R38611-62.docwordt zodanig aangelegd dat de veiligheid van zowel de voetgangers als de voert...
OMGEVING     -   13/01/2008   -   R38611-62.docA.1.4. Het uiterlijk van gebouwen en constructiesArtikel 18Het uiterlijk va...
OMGEVING   - 13/01/2008   -   R38611-62.docenergie op of in daken of aan gevels moeten voldoen aan redelijke eisen van opb...
OMGEVING     -   13/01/2008   -   R38611-62.docArtikel 23In de waardevolle kernen van de kerkdorpen en in de kernstad zoal...
OMGEVING   - 13/01/2008   -   R38611-62.docm en op de verdiepingen 14 m. Alleen onder motivering in een omgevingsrapport k...
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden

1,744

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
1,744
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
9
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Transcript of "Studiedag Ruimte voor de toekomst - 12 feb 2011 - Ws4 annex2 stedenbouwkundige-verordening_sint_truiden"

  1. 1. RAPPORT geïntegreerde gemeentelijke stedenbouwkundige verordening officieuze coördinatie verordening en gedeeltelijke herziening – tekst zoals goedgekeurd door de deputatie – januari 2008 stad sint-truiden
  2. 2. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.doc2
  3. 3. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docGeïntegreerde gemeentelijke stedenbouw-kundige verordeningInhoud0. INLEIDING 5 0.1. Toepassingsgebied 0.2. Basisopzet 0.3. Begrippen 0.4. Vergunningen, voorafgaande verklaringenDEEL A STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN 29A.1. Algemene criteria en voorschriften over inplanting, volume en uiterlijk van gebouwen A.1.1. Bezonning A.1.2. Wijziging van microklimaat als gevolg van hoogbouw A.1.3. Omgeving van gebouwen en constructies A.1.4. Het uiterlijk van gebouwen en constructies A.1.5. Harmonie met de omgevingA.2. Specifieke criteria 41 A.2.1. Open ruimte en groenaanplanting A.2.2. Bouwvallige en ongezonde constructies - verkrotting A.2.3. Reclames A.2.4. Verlichting A.2.5. Verkavelingen voor woningen A.2.6. Waardevolle en karaktervolle panden A.2.7. Wegen en straten A.2.8. (Her)gebruik van landbouwgebouwen en –gronden A.2.9. Vermenging van bedrijven in (landelijke) woonzones A.2.10. Handels- en horecazakenDEEL B ALGEMENE BOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN OVER STEVIGHEID EN GEZONDHEIDB.1. Bouwtechnische eisen 61 B.1.1. Rooilijn en hoogtepeil B.1.2. Funderingen B.1.3. Scheidsmuren B.1.4. Afsluitingen B.1.5. Uitsprongen op het openbaar domein en tijdelijke ingebruikname ervan B.1.6. Daken B.1.7. Riolering, waterafvoer en -hergebruik B.1.8. Putten en waterzuivering B.1.9. Stookplaatsen B.1.10. Stookolietanks 3
  4. 4. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docB.2. Technische installatie eisen 79 B.2.1. Drinkwater en sanitaire voorzieningen B.2.2. Gas- en elektriciteitsvoorzieningen B.2.3. Antennes - T.V.-distributieB.3. Beveiligingseisen en bouwkundige beschermingsmaatregelen 82 B.3.1. Brandbeveiliging B.3.2. Bescherming tegen hinder veroorzaakt door bouwwerken B.3.3. Bescherming tegen overdreven warmteverliezen B.3.4. Bescherming tegen overdreven geluidshinder B.3.5. StankhinderbeperkingDEEL C. SPECIFIEKE BOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN PER BESTEMMINGC.1. Woningen 87C.2. Niet-woongebouwen 96 C.2.1. Algemene definities en voorschriften C.2.2. Logiesverstrekkende bedrijven C.2.3. Handelsinrichtingen C.2.4. Kantoorgebouwen C.2.5. Autobergplaatsen C.2.6. LandbouwbedrijfsgebouwenC.3. Toegankelijkheid van gebouwen voor personen met verminderde beweeglijkheid103DEEL D. SPECIFIEK RUIMTELIJKE VOORSCHRIFTEN OVER MILIEU-ASPECTEN 109 D.1. Erosiebeperking D.2. Infiltratie van hemelwaterDEEL E. STRAF- EN SLOTBEPALINGEN 113Deze officieuze coördinatie is een informatief document en heeft geen juridische waarde.Het bevat in zwarte tekst en figuren de gebundelde voorschriften van de goedgekeurdegeïntegreerde stedenbouwkundige verordening (BD 9/1/20037) en hierin ingebracht in blauwetekst de nieuwe voorschriften uit de gedeeltelijke herziening van deze verordening zoals dezedoor de Deputatie zijn goedgekeurd (BD 13/12/2007). Geschrapte woorden en passages zijnniet gemarkeerd.4
  5. 5. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docDeel 0. InleidingDeze stedenbouwkundige verordening is van kracht in uitvoering van de stedenbouwwetgevingen met name van artikels 54-55, 56-57, 59-60, 105 van het decreet van 18 mei 1999 houdendede organisatie van de ruimtelijke ordening, gewijzigd bij de decreten van 28 september 1999, 26april en 8 december 2000, 13 juli 2001, 8 maart 2002, 28 februari, 4 juni en 21 november 2003en het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996.0.1. ToepassingsgebiedArtikel 1Deze geïntegreerde stedenbouwkundige verordening is van toepassing op alle handelingen dieruimtelijke impact hebben. Zij is in het bijzonder van toepassing op de oprichting van nieuwe ende wijziging van bestaande gebouwen, constructies en beplantingen alsook, wat betreft eenaantal specifiek aangegeven regels, op het geheel van het gebouw en het perceel waar debouwwerken en handelingen plaatsvinden. Deze verordening geldt voor het hele grondgebiedvan Sint-Truiden.De voorschriften zijn van toepassing tenzij ze strijdig zijn met de bestaande Bijzondere Plannenvan Aanleg en verkavelingen die op datum van in voege treden van deze verordening zijngoedgekeurd. De voorschriften kunnen voor de betrokken delen van het grondgebied door devoorschriften van nieuw goed te keuren ruimtelijke uitvoeringsplannen worden vervangen. 5
  6. 6. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docArtikel 2Aan de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning kunnen strengere voorwaarden wordenverbonden dan die welke in deze verordening zijn opgenomen, met het oog op het behoud:a. van de harmonie van de gebouwde gehelen, van de zichten, perspectieven en landschappen;b. van de groene ruimten en de toeristische voorzieningen;c. van het behoud van aanwezige ecosystemen.0.2. BasisopzetArtikel 3Deze stedenbouwkundige verordening legt inhoudelijke voorschriften op stedenbouwkundig enbouwkundig vlak als na te volgen minima vast. Daarnaast geeft zij voor een reeks vanvoorschriften de te hanteren procedures en voorwaarden aan om desgevallend van dezeminima af te wijken.Deze stedenbouwkundige verordening integreert, binnen het aanwezige wettelijke kader, zomaximaal mogelijk de strikt stedenbouwkundige en bouwkundige voorschriften voor gebouwen,constructies, beplantingen en verkavelingen met voorschriften voor bouwwerken enhandelingen die van belang zijn voor een goed ruimtelijk kader voor het functioneren van hetmilieu.Deze verordening is daarbij van toepassing, onverminderd de bepalingen van milieu-reglementeringen op Vlaams of provinciaal niveau.0.3. BegrippenVoor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder1) stedenbouwwetgeving: het Decreet Ruimtelijke Ordening van 26 april 2000 en de latere wijzigingen en uitvoeringsbesluiten van dat decreet.2) College: het College van Burgemeester en Schepenen van Sint-Truiden. Waar er in deze stedenbouwkundige voorschriften sprake is van het College of het College van Burgemeester en Schepenen, zijn de betreffende bepalingen in voorkomend geval eveneens van toepassing voor alle andere vergunningverlenende overheden.3) bouwwerken: de handelingen van het bouwen of verbouwen van gebouwen of constructies.4) gebouw: hetgeen gebouwd is als resultaat van bouwwerken, dienende tot woning, samenkomst of andere maatschappelijke verrichtingen, tot berging of anderszins en waarin derhalve inwendige, afgeschermde ruimten aanwezig zijn.6
  7. 7. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.doc5) constructie: hetgeen gebouwd is als resultaat van bouwwerken, dus rechtstreeks of onrechtstreeks vast met de grond verbonden is, en waarin geen inwendige, afgeschermde ruimten aanwezig zijn (bijv. een pyloon, tuinafsluiting, zwembad, ...).6) herstellingswerken: bouwwerken die worden uitgevoerd aan bestaande gebouwen of constructies om deze in een goede staat te houden of terug te brengen, zonder dat de aard en de vorm ervan wordt veranderd. Instandhoudingswerken zijn preventieve herstellingswerken om een gebouw of constructie in goede staat te houden.7) verbouwing: bouwwerken die worden uitgevoerd aan bestaande gebouwen of constructies om deze in een goede of betere staat (terug) te brengen, waarbij de aard, de vorm of het uitzicht ervan wordt veranderd en waarbij – behoudens voor de delen die volledig en definitief worden verwijderd en niet heropgebouwd – minstens de helft van de buitenmuren of van de steunconstructie wordt behouden.8) nieuwbouw: bouwwerken die worden uitgevoerd om nieuwe gebouwen of constructies op te richten of om bestaande gebouwen of constructies dermate grondig aan te passen dat – buiten de delen die volledig en definitief worden verwijderd en niet heropgebouwd – meer dan de helft van de bestaande buitenmuren of steunconstructie wordt verwijderd of vervangen. Vervangingsbouw en herbouw na afbraak zijn vormen van nieuwbouw.9) omgevingsrapport: document dat bij aanvragen van vergunningen een goede beoordeling van projecten en hun exacte gevolgen door het College moet mogelijk maken. Het omgevingsrapport moet voldoende en duidelijke informatie verschaffen over: - de ruimtelijke context waarbinnen het project zich situeert; - het project naar zijn gebruik en voorkomen; - de effecten en de kwaliteitsverhoging van het project voor de omgeving.10) waardevolle kernen van de kerkdorpen: binnen de woongebieden en landelijke woongebieden worden volgende dorpskernen met een concentratie aan waardevolle en traditionele gebouwen onderscheiden (zoals afgebeeld op bijgaande kaart 1): Wilderen: de bouwblokken die volledig in het landelijk woongebied zijn gelegen, met inbegrip van alle tegenovergelegen straatzijden; Duras: het gehele landelijk woongebied langsheen Galgestraat en Herestraat; Runkelen: het gehele landelijk woongebied ten zuiden van Ossenweg; Gorsem: het gehele landelijk woongebied tussen Planterijstraat en Nonnemielenweg; Metsteren: het gehele landelijk woongebied; Melveren: het gehele woongebied langsheen Melveren-Centrum en St-Godefriedstraat; Kortenbos: het gehele landelijk woongebied tussen Kortenbosstraat, basiliek en spoorweg; Zepperen: het bouwblok in landelijk woongebied tussen Driesstraat en Kleine D’Oyestraat, met inbegrip van alle tegenovergelegen straatzijden, en het gehele landelijk woongebied langsheen Eynestraat en Dekkenstraat ten zuiden van Waterkuilstraat; Ordingen: het gehele woongebied begrepen tussen Ordingendorp, Tongersesteenweg en Dreef; Brustem: het gehele woongebied en landelijk woongebied begrepen tussen Luiker- steenweg, Vliegveldlaan en Geelstraat, met uitsluiting van de bebouwing langsheen deze randstraten; Gelmen: de bouwblokken die volledig in het landelijk woongebied zijn gelegen, met inbegrip van de tegenovergelegen straatzijden; 7
  8. 8. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.doc Gelinden: het landelijk woongebied begrepen tussen Luikersteenweg en Ovelingen- straat-Barettenstraat-Overbroekstraat; Aalst: de bouwblokken die volledig in het landelijk woongebied zijn gelegen, met inbegrip van de tegenovergelegen straatzijden, uitgezonderd deze van Borgwormsesteenweg; Kerkom: het gehele aaneengesloten landelijk woongebied ten westen van Hoekstraat; Bevingen: het gehele aaneengesloten landelijk woongebied ten westen van Naamse- steenweg; Velm: de bouwblokken die volledig in het landelijk woongebied zijn gelegen, met inbegrip van de tegenovergelegen straatzijden, alsook de beide zijden van Velmerlaan tussen Gemeenteplein en Uilstraat.11) waardevolle wijken in de kernstad: de kernstad is het centrale gedeelte van het grondgebied begrepen tussen de spoorweg Hasselt-Landen, de ring (N3-N80), Hasseltsesteenweg en de vroegere spoorweg Sint-Truiden-Borgloon, met inbegrip van de buurt Nieuw Stationskwartier tussen spoorweg Hasselt-Landen en Fabriekstraat. Binnen de kernstad zijn drie wijken met een concentratie aan waardevolle gebouwen te onderscheiden, met name de Binnenstad (binnen de vesten), het Stationskwartier (tussen binnenstad en spoorweg) en het Begijnhof (tussen Schurhoven en Cicindriabeek), zoals afgebeeld op bijgaande kaart 1.12) kleinstedelijk gebied: het gebied dat in een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan is afgebakend. Tot op de dag van de inwerkingtreding van dat afbakeningsplan, is de voorlopige afbakening zoals weergegeven op bijgaande kaart 1 in het kader van deze verordening van toepassing. De artikels uit deze verordening waarin specifieke regels met betrekking tot het kleinstedelijk gebied worden geformuleerd zijn tevens van toepassing voor de waardevolle kernen van de kerkdorpen Brustem, Velm en Zepperen, zoals hiervoor in punt 8) omschreven. Het gedeelte van het gemeentelijk grondgebied dat buiten het kleinstedelijk gebied valt behoort tot het buitengebied.13) landelijke gebieden: gebieden vermeld in artikelen 10 tot en met 15 van het K.B. van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen, zijnde agrarische gebieden, bosgebieden, natuurgebieden, natuurgebieden met wetenschappelijke waarde of natuurreservaten, parkgebieden, bufferzones.14) bouwblok: het geheel van percelen omsloten door verharde straten of wegen.15) binnengebied: het gedeelte van een bouwblok dat er binnenin, achter de bebouwing of bebouwbare zone langsheen de straten, gelegen is.16) onbebouwd perceel: perceel dat gelegen is in een woongebied, landelijk woongebied zone van openbaar nut, zone voor industrie of ambacht en waarop geen gebouw aanwezig is.17) woning: elk gebouw of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande. Woningen kunnen zich bevinden in één- of meergezinshuizen, in gebouwen waarin ook niet-woonfuncties aanwezig zijn, in tehuizen voor kinderen, bejaarden, personen met verminderde beweeglijkheid, klooster- gemeenschappen en andere collectieve woonvormen alsook in al dan niet gemeubileerd verhuurde lokalen (kamers, studentenkamers, logementen voor seizoenarbeiders, ...).8
  9. 9. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.doc De woningen in deze laatste categorie van al dan niet bemeubeld verhuurde lokalen worden als niet-zelfstandige woningen beschouwd; voor de specifieke regels (deel C van deze stedenbouwkundige verordening) zijn andere regels dan deze van deze stedenbouwkundige verordening erop van toepassing. Kantoren, kabinetten en wachtkamers voor de uitoefening van een vrij beroep worden alleen als onderdeel van een woning beschouwd, wanneer deze lokalen maximum 100 m² groot zijn en de uitoefenaar van het vrij beroep in die woning zijn effectieve hoofdverblijfplaats heeft.18) woonvertrek: alle lokalen in een woning die dienen voor het verblijf, de ontspanning, het werk of de rust. Worden niet als woonvertrekken beschouwd: de badkamers en W.C.; de kelders, washuizen, bergplaatsen, gangen, trappen, garages of winkels; de vertrekken die uitsluitend als keuken worden gebruikt (bij open keukens die zich in de ruimte van een woonvertrek bevinden, wordt de keuken-oppervlakte in mindering gebracht).19) eengezinshuis: een gebouw dat uitsluitend voor de bewoning door één gezin of alleenstaande is bestemd; het bevat dus slechts één woning, met uitsluiting van om het even welke andere functie.20) meergezinshuis: elk gebouw, anders dan een eengezinshuis, dat minstens één woning bevat; het kan gaan om gebouwen met meerdere woningen (appartementsgebouwen, en gebouwen met collectieve woningen) of gebouwen met een combinatie van één of meer woningen en één of meer andere functies (zoals een handelszaak, een bedrijf, …).21) kangoeroewoning: woonvorm van zorgwonen waarbij zorgbehoevenden (ouderen, andersvaliden, …) met behoud van hun zelfstandigheid, op permanente en vrijwillige basis beroep kunnen doen op mantelzorg. Een kangoeroewoning bestaat uit twee zelfstandige woningen (met eigen badkamer, keuken, voordeur, enzomeer), de buidelwoning en de hoofdwoning, die fysisch één geheel uitmaken doordat ze boven of naast elkaar zijn gesitueerd en onderling verbonden zijn door middel van een tussendeur of tussentrap. De buidelwoning is geheel gelijkvloers; de hoofdwoning kan uit meerdere woonlagen bestaan.22) grondgebonden woning: hetzij een woning in een eengezinshuis, hetzij een kangoeroewoning, hetzij de enige woning in een gebouw dat ook andere dan woonfuncties huisvest, waarbij die woning uitgeeft op het gelijkvloers.23) logiesverstrekkende verblijven: gebouwen of gebouwdelen met daartoe uitgeruste kamers die niet als zelfstandige woongelegenheid kunnen worden beschouwd en waarin in het kader van een handelsexploitatie logies worden verstrekt, ongeacht de duur van de verhuring (minimum één nacht). In principe zijn zij bedoeld voor vormen van tijdelijke huisvesting en verblijf in de toeristische sfeer. Tot de logiesverstrekkende verblijven behoren onder meer hotels, motels, pensionhuizen, gîtes, chambres d’hôtes, internaten, vakantiehuizen, kindertehuizen, jeugdherbergen.24) handelsinrichtingen: alle plaatsen waar publieke of private handel met een "open deur"-karakter gebeurt. Met betrekking tot het geheel of gedeeltelijk gebruiken van een bebouwd onroerend goed worden horeca, handel, dienstverlening, kantoren en ambachten als afzonderlijke functies beschouwd. Ook elke afwijking van de oorspronkelijke wet van 24 juli 1973 artikel 2 a) en b) inzake verplichte avondsluiting wordt als een afzonderlijke functie of bestemming aanzien. 9
  10. 10. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.doc25) kantoren: ruimten die in hoofdzaak gebruikt worden voor bezoldigde hoofdarbeid, dienstlokalen inbegrepen. Kleine kantoorruimten ten behoeve van een winkel of een ambachtelijk bedrijf worden als een onderdeel van deze functies beschouwd.26) gebouwen voor industrie en ambacht: gebouwen of gebouwdelen die omwille van hun constructie en inrichting bestemd zijn voor doeleinden van bedrijfsmatige bewerking of opslag van materialen en goederen. Hiertoe behoren werkhuizen en andere ruimten die in hoofdzaak gebruikt worden voor bezoldigde handenarbeid, alsook de bijhorende kantoor- en winkelruimten en opslagplaatsen.27) landbouwbedrijfsgebouwen: gebouwen of gebouwdelen die omwille van hun constructie en inrichting bestemd zijn voor doeleinden van bedrijfsmatig telen of opslaan gewassen of bedrijfsmatig houden van dieren.28) open terras: constructie buiten het gebouw van een horecazaak, die bedoeld is om in de voorjaar-, zomer- en najaarperiode gebruikt te worden, die in (een gedeelte van) de winterperiode verwijderd kan worden en wordt en die daartoe geen gesloten wanden of dak heeft, maar enkel lage windschermen.29) gesloten terras: vaste constructie buiten het gebouw van een horecazaak, die bedoeld is om het hele jaar gebruikt te worden en daartoe gesloten is of kan zijn.30) open bebouwing of vrijstaande bebouwing: bebouwingswijze waarbij de beide afgewerkte zijgevels van een gebouw op een afstand van de zijperceelsgrenzen zijn geplaatst.31) gesloten bebouwing: bebouwingswijze waarbij gebouwen langs beide zijden, met scheidsmuren, (gedeeltelijk) worden geplaatst op de gemeenschappelijke zijgrens van de percelen.32) gegroepeerde bebouwing: bebouwingswijze waarbij kleine groepen van aaneensluitende gebouwen van elkaar worden gescheiden door bouwvrije zijtuinstroken. Gegroepeerde bebouwing bestaat uit twee half-open bebouwingen (aan begin en einde) en een of enkele tussengelegen gesloten bebouwingen.33) half-open bebouwing: bebouwingswijze waarbij een gebouw langs een zijde, met een scheidsmuur, (gedeeltelijk) wordt geplaatst op de gemeenschappelijke zijgrens van het perceel en zich langs de andere zijde met een afgewerkte zijgevel en een bouwvrije zijtuinstrook richt naar de zijgrens van het perceel.34) gekoppelde bebouwing: bebouwingswijze waarbij twee gelijkvormige gebouwen (gedeeltelijk) worden geplaatst op een gemeenschappelijke zijgrens van twee percelen, en op eenzelfde bouwlijn, zodat zij een harmonisch geheel vormen. Gekoppelde bebouwing is een bijzondere situatie van half-open en van gegroepeerde bebouwing.35) bouwlaag: het geheel van lokalen en ruimten die in eenzelfde gebouw aanwezig zijn op eenzelfde niveau, of (bij gebouwen met niveauverschillen, split-levels en dergelijke) waarvan de vloer op maximaal 2 meter onder of boven dat niveau gelegen is. Indien zowel onder als boven het gekozen niveau binnen de 2 meter een vloer aanwezig is, wordt slechts een daarvan bij de betreffende bouwlaag ingerekend. De bouwlagen onder10
  11. 11. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.doc het evacuatieniveau komen niet in aanmerking voor het bepalen van het aantal bouwlagen voor de toepassing van de basisnormen voor preventie van brand en ontploffing.36) bruto-vloeroppervlakte van een bestemming: de buitenwerks gemeten vloeroppervlakte van alle bovengrondse bouwlagen of delen ervan die voor die bestemming effectief worden gebruikt, eventuele vloeren in het dak ingerekend voor zover er een vrije hoogte van 2 meter boven aanwezig is. (Delen van) bouwlagen met uitzondering van traphallen, met een vrije hoogte van meer dan 5 meter worden als dubbel meegeteld.37) bruto-vloeroppervlakte van een gebouw: de buitenwerks gemeten oppervlakte van alle bovengrondse bouwlagen van een gebouw, eventuele vloeren in het dak ingerekend voor zover er een vrije hoogte van 2 meter boven aanwezig is.38) rooilijn: de grens tussen het perceel en het openbaar domein. Een ontworpen rooilijn is een goedgekeurde nieuwe grens van het perceel met het openbaar domein, die afwijkt van de bestaande grens.39) bouwlijn: denkbeeldige lijn die de voorste grens van de bebouwing aan de straatzijde(n) aangeeft. In de kernstad valt deze meestal samen met de rooilijn.40) gabarit: een opgegeven denkbeeldige lijn in de langsdoorsnede van een perceel waarbinnen de voorziene bebouwing in haar geheel, enkel met uitzondering van antennes, schouwen en verluchtingspijpen, moet passen. Ook liftkokers, technische lokalen, dakkapellen, balkons en dergelijke moeten binnen het gabarit vallen.41) hoofdbouw: het centrale gedeelte van een gebouw. Het is meestal langs de straatzijde gelegen en het vormt qua volume meestal één geheel, onder één dak. Het wordt begrensd door de voorgevel en de achtergevel.42) achterbouw: het gedeelte van een gebouw achter de hoofdbouw en de achtergevel, met een kleinere dwarsdoorsnede dan het achtergevelvlak.43) gevelvlak: het verticale vlak waarin de hoofdvlakken van een gevel zich bevinden. Balkons, loggia’s en erkers kunnen op het gevelvlak uitspringen; terrassen en nissen kunnen er op inspringen. Sterk gelede gebouwen kunnen aan een zijde van het gebouw meerdere gevelvlakken bezitten. Voor de voorgevel komt het voorste gevelvlak overeen met de bouwlijn zo deze is vastgelegd.44) voorgevel: de gevel waarvan het gevelvlak (het meest) gericht is naar de straat. Een gebouw op een hoekperceel heeft twee voorgevels.45) achtergevel: de gevel aan de tegenovergestelde zijde van de voorgevel.46) zijgevel: de gevel waarvan het gevelvlak (nagenoeg) haaks staat op de straat en die alzo een verbinding maakt tussen voorgevel en achtergevel.47) scheidsmuur: een muur die twee eigendommen scheidt. 11
  12. 12. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.doc48) gemene muur: (deel van) een scheidsmuur die gemeenschappelijke eigendom van de eigenaars van beide aanpalende eigendommen is.49) gevelkenmerken: dit zijn de horizontale geleding (verhouding van de bouwlagen), de verticale geleding (ritme van de traveeën), het reliëf (in- en uitsprongen), de textuur (graad van detaillering), het materiaal en de kleur, die al dan niet in een geslaagde gevelcompositie worden samengebracht.50) verhardingen: alle bodembedekkingsmaterialen en -behandelingswijzen die het grond- oppervlak hard en minder waterdoorlatend maken. Onderscheid wordt gemaakt tussen verhardingen met een stenig karakter, zoals bijv. betonvloeren, asfalt en andere koolwaterstoflagen, betonstraatstenen, klinkers, dals, tegels en half-verhardingen zoals bijv. grindafwerking en dolomiet die beperkt waterdoorlatend zijn (wanneer dit tot in de fundering wordt doorgetrokken).51) inrichtingsplan: plan dat de krachtlijnen van de inrichting van het perceel (de percelen) aangeeft en dus de gebouwen en constructies, toegangen, wegen en parkeerplaatsen, eventuele taluds, afsluitingen, groenmassa’s situeert52) beplantingsplan: plan dat de krachtlijnen van de beplanting op een perceel aangeeft en dus de hoogstammige bomen, de zones voor hoge en lage beplanting en de te verharden delen situeert.53) bos: grondoppervlakten waarvan bomen en houtachtige struikvegetaties het belangrijkste bestanddeel uitmaken, waartoe een eigen fauna en flora behoren en die een of meer van volgende functies vervullen (economische, sociale, educatieve, wetenschappelijke, ecologische, fauna- en florabeherende of schermfuncties), cfr. bosdecreet van 13/6/1990.54) streekeigen haag-, boom- en struiksoorten: Voortgaand op de inventarissen naar autochtone bomen en struiken van de bevoegde dienst van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap voor de drie ecodistricten waar het grondgebied van Sint-Truiden toe behoort, wordt volgende lijst als struik- en boomsoorten die van nature voorkomen in de streek beschouwd. De belangrijkste plantensoorten, die bij aanplanting de voorkeur genieten, zijn in vet weergegeven; een soort waarvan aangegeven is dat zij slechts in kleine hoeveelheden kan worden aangeplant, mag maximaal 10 % van de bomen en struiken op een perceel uitmaken) : Acer Campestre veldesdoorn Alnus Glutinosa grauwe els Alnus Incana witte els (in kleine hoeveelheden) Betula pubescens zachte berk (in kleine hoeveelheden) Carpinus Betulus haagbeuk Clematis Vitalba bosrank Cornus Sanguinea rode kornoelje Corylus Avellana hazelaar Euonymus Europaeus kardinaalsmuts Fraxinus Excelsior gewone es Hedra Helix klimop Lonicera Periclymenum kamperfoelie Mespilus germanica mispel (in kleine hoeveelheden) Populus Nigra zwarte populier (in kleine hoeveelheden)12
  13. 13. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docPrunus Avium zoete kers (in kleine hoeveelheden)Prunus Padus Europese vogelkers (in kleine hoev.)Prunus Spinosa sleedoornQuercus Robur zomereikQuercus Petraea wintereik (in kleine hoeveelheden)Rhamnus Frangula vuilboom, sporkehoutRhamnus Cathartica wegedoorn (in kleine hoeveelheden)Ribes Rubrum aalbesRibes Uva-crispa kruisbesRosa Agrestis kraagroos (in kleine hoeveelheden)Rosa Arvensis bosroosRosa Canina hondsroosRosa Corymbifera heggeroosRosa Micrantha kleinbloemige roos (in kleine hoev.)Rosa Pseudoscabriuscula viltroosRosa Tomentella eglantierSalix Alba schietwilg (in kleine hoeveelheden)Salix Aurita geoorde wilgSalix Cinerea grauwe wilgSalix Caprea waterwilg, boswilg (in kleine hoev.)Salix x Reichardtii boswilg x grauwe wilgSalix x Multinervis geoorde wilg x grauwe wilgSolunum Dulcamara bitterzoetSorbus Aucuparia lijsterbesTilia Cordata winterlindeUlmus minor gladde iep of veldiepUlmus Gabra ruwe iep of bergiepUlmus laevis steeliep (in kleine hoeveelheden)Vaccinium Myrtillus blauwe bosbes (in kleine hoeveelh.)Viburnum Opulus gelderse roosWorden op diezelfde basis voor het grondgebied van Sint-Truiden als hagen die vannature voorkomen in de streek beschouwd (de belangrijkste zijn in vet weergegeven;een soort waarvan aangegeven is dat zij slechts in kleine hoeveelheden kan wordenaangeplant, mag maximaal 10 % van de haagplanten op een perceel uitmaken) :Acer Campestre veldesdoornAlnus Glutinosa grauwe elsCarpinus Betulus haagbeukClematis Vitalba bosrankCorylus Avellana hazelaarCornus Sanguinea rode kornoeljeCrataegus Laevigata tweestijlige meidoorn (gevoelig voor perevuur in nabijheid van een mogelijke haard zoals perenplantages, vuurdoornachtigen, …)Crataegus Monogyna eenstijlige meidoorn (idem)Crataegus x Media eenstijlige x tweestijlige meidoorn (idem)Crataegus x Subsphaericea eenstijlige en koraalmeidoorn (idem)Euonymus Europaeus kardinaalsmutsFraxinus Excelsior gewone esLonicera Periclymenum kamperfoelie 13
  14. 14. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.doc Prunus Avium zoete kers (in kleine hoeveelheden) Prunus Padus Europese vogelkers (in kleine hoev.) Prunus Spinosa sleedoorn Quercus Robur zomereik Rosa Tomentella eglantier Rosa Corymbifera heggeroos Rubus Caesius dauwbraam (in kleine hoeveelheden) Rubus Ulmifolius koebraam (in kleine hoeveelheden) Salix alle soorten wilgen, opgesomd hierboven Tilia Cordata winterlinde Tilla Platypholios zomerlinde (in kleine hoeveelheden) Viburnum Opulus gelderse roos54) rooien: een beplanting verwijderen.55) beek: elke waterloop op het grondgebied van Sint-Truiden die opgenomen is in de Atlas van de onbevaarbare waterlopen als waterloop van tweede of van derde categorie.56) beekoever: de zoom van het land die aansluit bij het waterlichaam en de taluds van de beek die samen het gebied vormen dat rechtstreeks gedomineerd wordt door de fysieke aanwezigheid van het water. In de praktijk is de beekoever de zoom van de naastgelegen laag gelegen valleigronden buiten de kruin van de beek.57) lintvormige woongebieden: woongebieden op het gewestplan die aan een of beide zijden van een straat over een beperkte diepte, voldoende voor één woongebouw met tuin, het bouwen van woongebouwen toelaten, met daarachter een bestemming van landelijk gebied.58) hoogstamboomgaard: een omsloten stuk (weide)grond of met 4 of meer hoogstamfruitbomen of halfstamfruitbomen, tussen dewelke zich geen laagstamfruit- bomen bevinden. Een hoogstamfruitboom is een fruitboom met een uitgegroeide kroon, een stamomtrek van minimum 50 cm op 1 m hoogte boven het maaiveld en een hoge stam van minstens 1,6 m tussen stambasis en kruin; een jonge aan te planten fruitboom heeft een minimum maat 10/12. Een halfstamfruitboom is een fruitboom met een uitgegroeide kroon, een stamomtrek van minimum 50 cm op 1 m hoogte boven het maaiveld en een halfhoge stam van tussen 1 en 1,6 m tussen stambasis en kruin.59) kruin van een waterloop: het bovenste gedeelte of bovenvlak van de oever van een waterloop, waar deze oever komende vanuit het wateroppervlak qua helling verflauwt tot een horizontaal vlak of ombuigt naar het naastliggende land indien dit lager dan de kruin is gelegen.60) onmiddellijke omgeving van een gebouw: de ruimte gelegen binnen een straal van 30 m van de uiterste grenzen van een gebouw.14
  15. 15. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.doc0.4. Vergunningen, voorafgaande verklaringenArtikel 4. Vergunning4.1. Werken en handelingen onderworpen aan vergunning 4.1.1. Stedenbouwkundige vergunningStedenbouwkundige vergunningen zijn de vergunningen opgelegd door de stedenbouw-wetgeving. 4.1.2. Andere vergunningenBovenop de verplichtingen inzake stedenbouwkundige vergunningen, zijn de volgendehandelingen en werken eveneens onderworpen aan de voorafgaande schriftelijke vergunningvan het College:a) het maken, veranderen of teniet doen van riolen, rioolaansluitingen, beer-, mest- en aalputten, hemelwater-, born- en sterfputten;b) het plaatsen van voorzetrolluiken en het wijzigen van de raamverdeling in gebouwen in de waardevolle wijken van de kernstad en de waardevolle kernen van de kerkdorpen;c) het plaatsen van deuren die over de openbare weg draaien of die zich op minder dan 0,50 m achter het voorgevelvlak bevinden;d) het plaatsen, veranderen of afbreken van constructies van welke aard ook, in achteruitbouwstroken, langs de openbare weg of die een uitsprong maken op, onder of boven de openbare weg;e) het aanbrengen of wegnemen van gevelbekleding of bepleistering; het veranderen van de primaire of complementaire kleur van gevels; het aanbrengen van een waterwerende of isolerende afdekking op blinde zijgevels;f) het vellen, rooien of anderszins verwijderen of het op enigerlei wijze remmen van de groei van al of niet alleenstaande hoogstammige bomen zoals bedoeld bij art. 41 en van kleine landschapselementen zoals bedoeld bij art. 42 van deze verordening;g) het aanbrengen van een verplaatsbare uitsprong of van een luifel zoals bedoeld bij paragraaf B.1.5.;h) het aanbrengen en instandhouden van een reclame-inrichting zoals bedoeld in paragraaf A.2.3.;i) het (gewoonlijk) gebruik van een onbebouwd perceel voor de opslag van goederen of materieel, voor het parkeren van voertuigen of voor de opslag of verkoop van tuinhuisjes, tuinmeubilair, speeltoestellen, zwembaden of soortgelijke openluchtrecreatieve toestellen;j) het aanleggen van een voorgeveltuintje zoals bedoeld in art. 44; 15
  16. 16. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.dock) het verharden van koeren, tuinen, hovingen en erven ten behoeve van een autostandplaats, een wandelpad, een zwembad en/of een terras voor in totaal meer dan 30 m² in de waardevolle wijken van de kernstad en de waardevolle kernen van de kerkdorpen en voor in totaal meer dan 60 m² in de overige delen van het grondgebied;l) het aanbrengen van tijdelijke of definitieve afsluitingen van allerlei aard andere dan paal en draad of draadgaas of dan één betonplaat van max. 40 cm hoogte en draad of draadgaas, beide van in totaal max. 1 m hoog wanneer het afsluitingen aan het openbaar domein of in een voortuinstrook betreft en in totaal max. 2 m hoog bij andere afsluitingen;m) het aanbrengen van antennes van om het even welke vorm, met een grootste afmeting groter dan een meter en/of met een gesloten oppervlak groter dan 0,15 m² aan of buiten een gebouw of aan een afzonderlijke constructie;n) het wijzigen van kleine landschapselementen in bepaalde zones van plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen zoals aangegeven in artikels 40 en 42, zodat dit voor het gehele grondgebied van Sint-Truiden van tel is;o) het inrichten van niet-zelfstandige woningen (kamers, studentenkamers, logementen voor seizoenarbeiders, en dergelijke);p) het boren van artesische putten voor grondwater ten behoeve van huishoudelijk of bedrijfsgebruik, aanvullend aan de situaties waarin Vlarem een vergunning voorziet, d.w.z. met een opgepompt volume van minder dan 500 m³ per jaar;q) het geheel of gedeeltelijk bestemmen van een bebouwd onroerend goed in functie van horeca, handel, dienstverlening, kantoren en ambacht, ongeacht de complementariteit met een andere functie, ongeacht de ligging en ongeacht de oppervlakte;r) het geheel of gedeeltelijk wijzigen van het gebruik van een bebouwd onroerend goed in functie van horeca, handel, dienstverlening, kantoren en ambacht, ongeacht de complementariteit met een andere functie, ongeacht de ligging en ongeacht de oppervlakte;s) het bestemmen en wijzigen van de bestemming van horeca of handel door afwijking van de normale verplichte avondsluiting bepaald in de wet van 24 juli 1973 artikel 2 a) en b) (bijv. van het normale sluitingsuur naar de regeling voor nachtwinkels volgens de wet van 29 januari 1999), ongeacht de complementariteit met een andere functie, ongeacht de ligging en ongeacht de oppervlakte;t) het bestemmen en wijzigen van de bestemming van handel die in hoofdzaak (voor meer dan de helft van de winkeloppervlakte) is gericht op voeding, ongeacht de complemen- tariteit met een andere functie, ongeacht de ligging en ongeacht de oppervlakte;u) alle bouwwerken, reliëfwijzigingen en andere ruimtelijke werken en handelingen in de 10 m – oeverstroken buiten de kruinen van een waterloop, met uitzondering van het aanbrengen van tijdelijke of definitieve afsluitingen met paal en draad;v) het lozen van afvalwaters van bouwwerven;16
  17. 17. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docw) het plaatsen op de grond of gedeeltelijk ingegraven van openluchtzwembaden of jacuzzi’s met een totale oppervlakte van meer dan 10 m² die meer dan 40 cm boven het maaiveld uitsteken.Behoudens voor punten b) en u) geldt deze vergunningsplicht voor het hele grondgebied vanSint-Truiden.4.2. InstandhoudingswerkenDeze voorafgaandelijke schriftelijke vergunningen bedoeld in artikel 4.1.2. zijn niet vereist voorherstellings- en instandhoudingswerken. Voor de werken bedoeld in 4.1.2. e) zijn ze alleenvereist wanneer de werken geen loutere vervanging van het bestaande toestand inhouden.4.3. Aanvraag - dossiersamenstellingHet dossier voor de stedenbouwkundige vergunning dient in de eerste plaats conform deheersende reglementering in het kader van de stedenbouwwetgeving te zijn samengesteld.Daarnaast moeten bij de aanvraag van sloop- en stedenbouwkundige vergunningen invoorkomend geval ook volgende gegevens worden versterkt :− aanduiding van het geheel van de bebouwing en de open ruimte op het betrokken perceel of percelen, en dit zowel in bestaande als in nieuwe toestand;− een duidelijke omschrijving van de bestaande en nieuwe functies in de gebouwen en op het perceel;− een beplantingsplan (artikels 32, 33, 34, 39, 62);− een inrichtingsplan (artikels 26, 38);− een attest van een boomchirurg, van een gediplomeerde bioloog, landbouw- of bio-ingenieur of van een erkende landschapsondersteunende of natuurbeherende vereniging voor het kappen van een zieke boom (artikel 41);− een beknopte berekeningsnota voor de bezonning (artikel 11);− bij elke sloopaanvraag een volledig ingevuld inwendig woningschouwingsformulier (artikel 56);− bij elke verkavelingsaanvraag: een gedetailleerd opmetingsplan van de bestaande toestand (artikel 61);− een akkoord van de buureigenaar over de scheidsmuur (artikel 72):− een akkoord van de buureigenaar(s) over de tuinafsluitingen (artikel 80);− een berekeningsnota over de buffercapaciteit voor hemelwater (artikel 95);− een berekeningsnota over de stabiliteit van grote antennes (artikel 117);− een duidelijke aanduiding op de plannen van de aanwezige en voorziene nutsvoorzieningen (artikel 96);− een berekeningsnota over de akoestische isolatie bij naast- en onderliggende woningen en logiesverblijven (artikel 121);− een duidelijke aanduiding op de plannen voor woningen van de oppervlakten, afmetingen en bestemmingen van de lokalen (artikel 129);− een duidelijke aanduiding op de plannen voor woningen van de voorziene verluchtings- systemen en –oppervlakten (artikel 138).Aanvullend hierop dient in een aantal gevallen (die zijn opgesomd in artikel 4.7.) eenomgevingsrapport te worden toegevoegd. 17
  18. 18. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docHet College bepaalt voor de voorafgaande schriftelijke vergunningen uit art. 4.1.2. de wijzewaarop de aanvraag wordt ingediend en de dossiersamenstelling.4.4. Tijdelijke vergunningenVoor de vergunningen bepaald onder art. 4.1.2. - d,g,h,i,j l en u kan het College de geldigheids-duur van de vergunning beperken. Dit is eveneens het geval wanneer het gaat om bouwwerkenen de installaties die daarvoor nodig zijn gedurende de periode die voorafgaat aan deverwezenlijking van de definitieve bestemming. Ook voor logementen en tijdelijke huisvestingvoor seizoenarbeiders zoals bepaald onder art. 4.1.2. – o, wanneer deze in tijdelijke woonunits,wooncontainers of caravans buiten de gebouwen worden ingericht, kan het College degeldigheidsduur van de vergunning beperken; een vergunningstermijn van vijf jaar is voordergelijke constructies het maximum.De respectieve voorwerpen, uitsprongen, reclame-inrichtingen, goederen/materieel/voertuigen,voorgeveltuintjes of installaties, woonunits of wooncontainers dienen dan voor het verstrijkenvan de vergunde tijdsperiode afgebroken of verwijderd te worden en het terrein of de openbareweg in zijn vorige toestand hersteld.4.5. Geldigheidsduur van de vergunningDe geldigheidsduur van de vergunning voor de werken bedoeld in art. 4.1.2. is dezelfde alsdeze die bepaald is in de stedenbouwwetgeving voor de stedenbouwkundige vergunning.4.6. Volledige uitvoering van de vergunningsvoorwaardenDe bouwheer is verplicht wanneer hij de werken aanvangt het geheel van de vergunde werkenen gestelde voorwaarden in de vergunning (inclusief eventuele slopingen en aanplantingen)binnen een redelijke termijn uit te voeren. Dit betekent dat het vergunde geheel conform devergunning afgewerkt moet zijn bij het vertrek van de aannemer(s) en zeker bij ingebruiknamevan het gebouw; zoniet is de bouwheer in overtreding. Alleen voor specifiekeverbouwingswerken kan op deze regel een uitzondering worden verleend.Bij het beëindigen van de werken is de bouwheer verplicht aan het College mee te delen dat dewerken zijn beëindigd en dat zij zijn uitgevoerd conform de vergunning. Het model vanmeldings- en conformiteitsattest dat daarvoor moet worden gebruikt, zal door het Collegeworden bepaald. De architect ondertekent dit attest mede voor akkoord.Om voldoende waarborgen te hebben dat de gestelde voorwaarden in een vergunning, in hetbijzonder deze met betrekking tot de inpassing in de omgeving en de aanplantingen, effectief envolledig worden uitgevoerd, kan het Collegea) in een vergunning een verplicht te volgen fasering van de werkzaamheden opleggen met tussentijdse controles om na te gaan of de vorige fase naar behoren is uitgevoerd vooraleer een volgende fase mag worden aangevat en/ofb) een voorafgaandelijk te storten waarborgsom opleggen in verhouding tot de kostprijs van onderdelen van de vergunde werken waarvan het College de uitvoering noodzakelijk acht. Het overeenkomstige deel van deze waarborgsom wordt op verzoek van de bouwheer binnen de kortst mogelijke termijn en uiterlijk binnen de maand na indiening van het attest terug betaald wanneer het meldings- en conformiteitsattest ervoor reglementair is18
  19. 19. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.doc ingediend en een bevoegd stadsambtenaar ter plaatse de behoorlijke uitvoering van dat onderdeel van de werken heeft vastgesteld.Teneinde de correcte uitvoering van de vergunningen systematisch te kunnen opvolgen, zowelwat betreft afwijkingen van vergunningsvoorwaarden als wat betreft onvergunde werken enhandelingen, kan het College een register van de vaststellingen en proces-verbalendienaangaande en van de opvolging die de verschillende bevoegde instanties en deverantwoordelijke initiatiefnemer daarrond nemen bijhouden. Ook kan het College bij middelvan een statistische verwerking van dat register rapporteren in het jaarverslag ruimtelijkeordening zoals omschreven in artikel 6 in het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatievan de ruimtelijke ordening.4.7. Beoordeling van sommige vergunningen - omgevingsrapportHet omgevingsrapport moet duidelijke informatie verschaffen over :− de ruimtelijke context waarbinnen het project zich situeert;− het project naar zijn gebruik en voorkomen;− de effecten van het project voor de omgeving.Concreet moet het omgevingsrapport, in aanvulling op de beschrijvende informatie voor hetbekomen van een stedenbouwkundig attest, klaarheid geven in : 1. de bestaande toestand, met een analyse van de percelen in de projectzone zelf en alle percelen in een straal van 50 m er rond wat betreft de aanwezige bestemmingen en activiteiten, de verschijningsvorm, inplanting van gebouwen, bouwvolumes met hoogte, diepte, materiaalgebruik, de aanwezige natuurlijke elementen, open ruimten en relaties. Alle vergunde elementen worden hierbij, op basis van de informatie verstrekt door het stadsbestuur, mee opgenomen; 2. het geplande project, met een duidelijke voorstelling van de verschijningsvorm en een omschrijving en kwantificering van de bestemmingen; 3. het beantwoorden van het project aan de eisen van deze stedenbouwkundige verordening en een expliciete motivatie voor de gewenste toleranties en de wijze waarop zij binnen de vooropgezette tolerantiemarges blijven; 4. een evaluatie van de effecten die het project op de omgeving zal hebben, van de kwaliteitsverhoging die het project voor perceel en omgeving zal meebrengen en van de ingrepen die bepaald worden om negatieve effecten op de omgeving te milderen. Deze evaluaties hebben betrekking op : • de natuurlijke en functionele draagkracht van de plaats en van de omgeving (verkeersdruk, verschuiving van activiteiten, milieulasten,...); • de harmonie met de omgeving qua inplanting, volume, gevelcompositie en materiaal- gebruik; • aspecten van intensief en zorgvuldig ruimtegebruik; • de belevingsaspecten (attractiviteit, comfortverhoging voor bezoekers, complement in voorzieningen, verfraaiing openbaar domein, ...); • de eventuele kosten voor de overheid, ondermeer de precieze aanduiding en kostenraming van het over te dragen openbaar domein. Ook bij bouwprojecten die slechts op één onderdeel (bijv. de bouwhoogte) afwijken van de normale voorschriften, moet het omgevingsrapport over de vijf voornoemde aspecten klaarheid geven, maar dan uitdrukkelijk enkel wat betreft het onderdeel waarvoor de afwijking wordt aangevraagd. 19
  20. 20. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docHet omgevingsrapport onderbouwt en motiveert een aanvraag voor een stedenbouwkundigattest of een stedenbouwkundige vergunning. Het omgevingsrapport wordt opgesteld eningediend onder verantwoordelijkheid van de ontwerper, behoudens bij de omgevingsrapportendie louter betrekking hebben op niet-bebouwde onderdelen van de artikels 32, 39, 40, 43, 47,50.Het stadsbestuur zal de indieners van een omgevingsrapport op hun vraag per kerende post derelevante beschikbare informatie daarvoor (bijv. vroeger ingediende omgevingsrapporten enadviezen met betrekking tot die omgeving) bezorgen.De dossiers waarvoor in het kader van deze verordening een omgevingsrapport dientopgemaakt en voorgelegd betreffen alle aanvragen :− waarin naar een omliggende woning niet aan de vuistregel voor bezonning wordt voldaan, evenals alle aanvragen in projectzones van verruimde B.P.A.’s of projectzones (artikel 11);− waarin mogelijk wijzigingen van het microklimaat worden te weeg gebracht (artikel 12);− waarin, buiten situaties waar B.P.A.’s, R.U.P.’s en verkavelingsvergunningen dit expliciet toelaten, ondergrondse garages worden voorzien (artikel 17);− voor garagepoorten in smalle panden ten behoeve van personen met een verminderde beweeglijkheid (artikel 20);− voor grootschalige ornamenten zonder functionele betekenis in de opbouw en architectuur van het gebouw aan de gevels en voor de daken die zichtbaar zijn vanaf het openbaar domein (artikel 21);− voor appartementen buiten het kleinstedelijk gebied en de drie grote dorpen Brustem, Velm en Zepperen (artikel 22);− met grotere oppervlakten andere daken dan hellende daken (artikel 23);− met grotere hoogteverschillen ten opzichte van een buurpand (artikel 24);− waarin, buiten situaties waar B.P.A.’s, R.U.P.’s en verkavelingsvergunningen dit expliciet toelaten, een gebouw op meer dan een perceel (al dan niet samengevoegde percelen wordt voorzien (artikel 26);− met een grotere bouwdiepte op het gelijkvloers (artikel 27);− waarin de voorgevel of achtergevel bij gesloten of half-open bebouwing niet volgens de standaardregels aansluit op deze van een buurpand (artikel 28);− waarin gebouwen met erkend cultureel, historisch of esthetisch belang worden gesloopt (artikel 29);− met een afwijkende beplanting in een zone voor doorzichten in een woonlint (artikel 32);− binnen een strook van 10 m uit de kruin van een beek (artikel 33);− in de ‘kopkant’ van een woonlint of woonkern (artikel 34);− op grotere percelen met aansluiting van de hemelwaterafvoer of waterbekken op de publieke gescheiden riolering voor hemelwater (artikel 38);− voor gebruik van producten op basis van koolwaterstofverbindingen voor handels-, ambachtelijke of industriële activiteiten (artikel 38);− met niet-streekeigen beplanting (artikel 39);− met ingrepen in beeldbepalende landschappen (artikel 40);− met niet-waterdoorlatende verhardingen in holle wegen (artikel 43);− met meer dan één parkeerplaats in voortuinen op percelen met handels-, ambachtelijke of industriële activiteiten (artikel 45);− met plaatsing van grootschalige elementen in voortuinen (artikel 45);− met afwijkende beplantingen aan de randen van zij- en achtertuinen (artikel 47);− voor het rooien van bestaande laanbeplantingen langs wegen of het niet voorzien van laanbeplantingen langs belangrijke wegen; het voorzien van verharding voor een toegang op kortere afstand van een boom uit de laanbeplanting (artikel 50);− voor het slopen van gezonde en ongezond-verbeterbare woningen (artikel 53);20
  21. 21. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.doc− voor alle reclames die haaks of willekeurig op gebouwen of constructies worden geplaatst en buiten de waardevolle kernen en wijken voor alle reclames die los van gebouwen worden geplaatst (artikel 54.3);− voor grote vrijstaande reclames (artikel 55.3);− voor reclame op bijzondere gebouwen (artikel 55.4);− sterke buitenverlichting (artikel 60);− voor verkavelingen met grotere percelen of met een smaller openbaar domein in de kernstad en de waardevolle kernen van de kerkdorpen, verkavelingen met een lagere dichtheid of met een kleinere perceelsdiepte in het kleinstedelijk gebied, verkavelingen met een lagere of een hogere dichtheid in het buitengebied, verkavelingen met open bebouwing voor een eengezinshuis in het kleinstedelijk gebied en in de grote dorpen (artikel 61);− voor alle vergunningsaanvragen met uitgebreide dossiersamenstelling en aanvragen van stedenbouwkundige attesten aan waardevolle panden (artikel 63), met inbegrip van een fotografische survey van het interieur en het exterieur en een evaluerende nota;− voor een diepere ligging van landbouwbedrijfsgebouwen op het landbouwperceel (artikel 66);− voor bedrijven van Vlarem klasse II en/of groter dan 400 m² in een woonzone (artikel 68);− voor handels- en handelzaken die gedeeltelijk op bovenverdiepingen worden ingericht (artikel 69);− voor deuren en ramen van de gelijkvloerse of de kelderverdieping die verder boven of onder het openbaar domein opendraaien (artikel 78);− voor verkavelingen met een collectief geluidsscherm in plaats van maatregelen per woning (artikel 122);− voor hoge gebouwen met slechts één woning maar zonder lift en voor gebouwen waarin bijkomende woningen (tot meer dan 2 woningen in totaal) worden voorzien zonder lift (artikel 144);− voor een kleiner aantal autostalplaatsen (artikels 147 en 163);− voor een bruikbare buitenruimte met een hogere kwaliteit die niet rechtstreeks aansluit bij de woning of voor een bruikbare buitenruimte met een kleinste breedte tussen 1,8 en 3 m (artikel 148);− voor meergezinshuizen waarin sommige woningen niet over een buitenruimte beschikken (artikel 148);− voor meer dan een in- en uitrit naar autobergplaatsen voor meerdere wagens per kadastraal perceel (artikel 183);− voor grote platte daken waarop geen groendak wordt voorzien, of in plaats van een groendak een dakwaterpartij (artikel 205).Ook in ruimtelijke uitvoeringsplannen kan aangegeven worden voor welke specifieke dossierseen omgevingsrapport dient opgemaakt en voorgelegd.Om de aanvrager een grotere rechtszekerheid te bezorgen verstrekt het College vanBurgemeester en Schepenen, op aanvraag van de indiener en na advies van de hiertoegemandateerde werkgroep van de GECORO, volgens de decretaal voorziene procedure eenstedenbouwkundig attest met de eventuele principiële goedkeuring en/of bepaaldevoorwaarden van het project. 21
  22. 22. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.doc4.8. Beoordeling van sommige vergunningen – Bouwcommissie Verordening als gemandateerde werkgroep van de GECOROBij de beoordeling van een vergunningsaanvraag die buiten de voorschriften van bijzondereplannen van aanleg en ruimtelijke uitvoeringsplannen valt, kan het College een beroep doen ophet advies van de Bouwcommissie Verordening. Hierdoor fungeert deze BouwcommissieVerordening voor het College van Burgemeester en Schepenen en de Gemeenteraad als eengemandateerde werkgroep van de GECORO. De samenstelling van de BouwcommissieVerordening is dan als volgt.Ambtshalve leden zijn:- de schepen voor ruimtelijke ordening, als niet-stemgerechtigd voorzitter;- de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar, als stemgerechtigd secretaris.Gewone, stemgerechtigde leden zijn:- twee personen uit het Truiense verenigingsleven in brede zin, die ervaring hebben met en bezig zijn rond de leefbaarheid van de stad of het buitengebied. Een van deze personen is effectief lid, de andere is globaal plaatsvervanger van al de gewone leden;- een onafhankelijk architectuur- en stedenbouw-deskundige;- een lid van en voorgedragen door de GECORO;- een deskundig lid van en voorgedragen door de GECORO;- twee leden van de Stedelijke Adviesraad voor Leefmilieu.Het advies van de Bouwcommissie heeft vooral betrekking op de harmonische inpassing van devoorgestelde werken in de bestaande omgeving. Voor alle vergunningsaanvragen waarvooreen omgevingsrapport vereist is hiertoe de adviesvraag aan deze hiertoe gemandateerdewerkgroep van de GECORO verplicht.De gemandateerde werkgroep van de GECORO kan in uitzonderlijke gevallen ook besluiteneen tussentijds advies aan de gehele Stedelijke Adviesraad voor het Leefmilieu of aan degehele Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening (GECORO) te vragen.Bij een (ver)bouwinitiatief aan een waardevol pand of op een perceel dat (gedeeltelijk) alsmonument is geklasseerd, worden ook de schepen voor Monumentenzorg en de inspecteur vande dienst van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap bevoegd voor Monumenten enLandschappen voor de bespreking uitgenodigd. Zij zijn niet stemgerechtigd.Stadsambtenaren met verantwoordelijkheid voor aspecten van het ruimtelijk beleid kunnen,indien zij dat wensen, niet-stemgerechtigd aan de bijeenkomsten deelnemen.Voor een goede afstemming op het ruimere ruimtelijke beleid fungeert de Bouwcommissie alseen werkgroep van de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening.De leden van de Bouwcommissie worden, voor zover ze geen lid zijn, automatisch alswaarnemend lid in GECORO opgenomen.De samenstelling van de Bouwcommissie wordt telkens voor een periode van twee jaarbekrachtigd door de Gemeenteraad. In toerbeurt kunnen bij het begin van elke tweejaarlijkseperiode - op gemotiveerde voordracht van het College, na eventuele voorstellen van deGECORO of van de Bouwcommissie zelf - telkens twee van de gewone leden wordenvervangen (of herbevestigd).Gewone leden kunnen tijdens de periode van twee jaar ontslag nemen en krijgen automatischontslag wanneer zij drie keer na mekaar ongemotiveerd afwezig zijn. In deze gevallen wordthun plaats voor de rest van die periode volwaardig ingenomen door de aangeduideplaatsvervanger; bij de daaropvolgende bekrachtiging van de samenstelling wordt hun plaatsopnieuw ingevuld.22
  23. 23. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docVoor de leden mogen er bij de behandeling van een dossier geen onverenigbaarheden van telzijn (architect van project, belanghebbende, familie van initiatiefnemer,...). Zij kunnen hiervoorworden gewraakt.De hiertoe gemandateerde werkgroep van de GECORO zorgt er voor dat advies wordt verleenduiterlijk binnen de dertig dagen nadat een omgevingsrapport of een bouwaanvraag aan deleden werd bezorgd, zoniet wordt het advies geacht gunstig te zijn.In principe zal het College het advies van de gemandateerde werkgroep van de GECOROvolgen, maar het College kan na motivatie ook afwijkend beslissen.4.9. Beoordeling van sommige vergunningen bij B.P.A.’s en R.U.P.’s in het stedelijk gebied – Bouwcommissie Stedelijk gebied als gemandateerde werkgroep van de GECOROBij de beoordeling van een vergunningsaanvraag die binnen de voorschriften van bijzondereplannen van aanleg en ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan het plangebied hoofdzakelijkbinnen het kleinstedelijk gebied valt zoals weergegeven op kaart 1 en met uitzondering van hetBedrijventerrein Domein van Brustem waarvoor een afzonderlijke adviescommissie werkzaamis, kan het College een beroep doen op het advies van de Bouwcommissie Stedelijk gebied.Hierdoor fungeert deze Bouwcommissie Stedelijk gebied voor het College van Burgemeester enSchepenen en de Gemeenteraad als een gemandateerde werkgroep van de GECORO. Desamenstelling van de Bouwcommissie Stedelijk gebied is dan als volgt.Ambtshalve leden zijn:- de schepen voor ruimtelijke ordening, als niet-stemgerechtigd voorzitter;- de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar, als stemgerechtigd secretaris.Gewone, stemgerechtigde leden zijn:- twee personen uit het Truiense verenigingsleven in brede zin, die ervaring hebben met en bezig zijn rond de leefbaarheid van de stad. Een van deze personen is effectief lid, de andere is globaal plaatsvervanger van al de gewone leden;- twee onafhankelijke architectuur- en stedenbouw-deskundigen, waarvan een uit Sint- Truiden en een woonachtig en werkzaam buiten Sint-Truiden;- een historicus (m/v) met kennis van stedenbouw en praktijkervaring in de monumentenzorg;- een lid van en voorgedragen door de GECORO;- een deskundig lid van en voorgedragen door de GECORO.Voor alle vergunningsaanvragen waarvoor een omgevingsrapport vereist is hiertoe deadviesvraag aan deze hiertoe gemandateerde werkgroep van de GECORO verplicht.Agentschap RO-Vlaanderen, cel Ruimtelijke Ordening Limburg en de provincialestedenbouwkundige ambtenaar worden op de hoogte gehouden van de werkzaamheden enkunnen, indien zij dit wensen, niet-stemgerechtigd op de bijeenkomsten aanwezig zijn. Dezeaanwezigheid is vooral van belang bij de bespreking van dossiers met bebouwingsvoorstellenbuiten de afwijkingsmarges van het B.P.A.; de Cel RO wordt dan uitdrukkelijk uitgenodigd.Bij een (ver)bouwinitiatief aan een waardevol pand of op een perceel dat (gedeeltelijk) alsmonument is geklasseerd, worden ook de schepen voor Monumentenzorg en de inspecteur vande dienst van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap bevoegd voor Monumenten enLandschappen voor de bespreking uitgenodigd. Zij zijn niet stemgerechtigd.Stadsambtenaren met verantwoordelijkheid voor aspecten van het ruimtelijk beleid kunnen,indien zij dat wensen, niet-stemgerechtigd aan de bijeenkomsten deelnemen. 23
  24. 24. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docVoor een goede afstemming op het ruimere ruimtelijke beleid fungeert de Bouwcommissie alseen werkgroep van de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening.De leden van de Bouwcommissie worden, voor zover ze geen lid zijn, automatisch alswaarnemend lid in GECORO opgenomen.De samenstelling van de Bouwcommissie wordt telkens voor een periode van twee jaarbekrachtigd door de Gemeenteraad. In toerbeurt kunnen bij het begin van elke tweejaarlijkseperiode - op gemotiveerde voordracht van het College, na eventuele voorstellen van deGECORO of van de Bouwcommissie zelf - telkens twee van de gewone leden wordenvervangen (of herbevestigd).Gewone leden kunnen tijdens de periode van twee jaar ontslag nemen en krijgen automatischontslag wanneer zij drie keer na mekaar ongemotiveerd afwezig zijn. In deze gevallen wordthun plaats voor de rest van die periode volwaardig ingenomen door de aangeduideplaatsvervanger; bij de daaropvolgende bekrachtiging van de samenstelling wordt hun plaatsopnieuw ingevuld.Voor de leden mogen er bij de behandeling van een dossier geen onverenigbaarheden van telzijn (architect van project, belanghebbende, familie van initiatiefnemer, ...). Zij kunnen hiervoorworden gewraakt.De hiertoe gemandateerde werkgroep van de GECORO zorgt er voor dat advies wordt verleenduiterlijk binnen de dertig dagen nadat een omgevingsrapport of een bouwaanvraag aan deleden werd bezorgd, zoniet wordt het advies geacht gunstig te zijn.In principe zal het College het advies van de gemandateerde werkgroep van de GECOROvolgen, maar het College kan na motivatie ook afwijkend beslissen.4.10. Beoordeling van sommige vergunningen bij R.U.P.’s in het buitengebied – Bouwcommissie Buitengebied als gemandateerde werkgroep van de GECOROBij de beoordeling van een vergunningsaanvraag die binnen de voorschriften van ruimtelijkeuitvoeringsplannen waarvan het plangebied hoofdzakelijk buiten het kleinstedelijk gebied valtzoals weergegeven op kaart 1, kan het College een beroep doen op het advies van deBouwcommissie Buitengebied. Hierdoor fungeert deze Bouwcommissie Buitengebied voor hetCollege van Burgemeester en Schepenen en de Gemeenteraad als een gemandateerdewerkgroep van de GECORO. De samenstelling van de Bouwcommissie Buitengebied is dan alsvolgt.Ambtshalve leden zijn:- de schepen voor ruimtelijke ordening, als niet-stemgerechtigd voorzitter;- de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar, als stemgerechtigd secretaris.Gewone, stemgerechtigde leden zijn:- twee personen uit het Truiense verenigingsleven in brede zin, die ervaring hebben met en bezig zijn rond de leefbaarheid van de stad of van het buitengebied. Een van deze personen is effectief lid, de andere is globaal plaatsvervanger van al de gewone leden;- twee onafhankelijke architectuur- en stedenbouw-deskundigen, waarvan een uit Sint- Truiden en een woonachtig en werkzaam buiten Sint-Truiden;- een landschapsdeskundige;- een lid van en voorgedragen door de GECORO;- een deskundig lid van en voorgedragen door de GECORO.24
  25. 25. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docVoor alle vergunningsaanvragen waarvoor een omgevingsrapport vereist is hiertoe deadviesvraag aan deze hiertoe gemandateerde werkgroep van de GECORO verplicht.Agentschap RO-Vlaanderen, cel Ruimtelijke Ordening Limburg en de provincialestedenbouwkundige ambtenaar worden op de hoogte gehouden van de werkzaamheden enkunnen, indien zij dit wensen, niet-stemgerechtigd op de bijeenkomsten aanwezig zijn.Bij een (ver)bouwinitiatief aan een waardevol pand of op een perceel dat (gedeeltelijk) alsmonument is geklasseerd, worden ook de schepen voor Monumentenzorg en de inspecteur vande dienst van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap bevoegd voor Monumenten enLandschappen voor de bespreking uitgenodigd. Zij zijn niet stemgerechtigd.Stadsambtenaren met verantwoordelijkheid voor aspecten van het ruimtelijk beleid kunnen,indien zij dat wensen, niet-stemgerechtigd aan de bijeenkomsten deelnemen.Voor een goede afstemming op het ruimere ruimtelijke beleid fungeert de Bouwcommissie alseen werkgroep van de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening.De leden van de Bouwcommissie worden, voor zover ze geen lid zijn, automatisch alswaarnemend lid in GECORO opgenomen.De samenstelling van de Bouwcommissie wordt telkens voor een periode van twee jaarbekrachtigd door de Gemeenteraad. In toerbeurt kunnen bij het begin van elke tweejaarlijkseperiode - op gemotiveerde voordracht van het College, na eventuele voorstellen van deGECORO of van de Bouwcommissie zelf - telkens twee van de gewone leden wordenvervangen (of herbevestigd).Gewone leden kunnen tijdens de periode van twee jaar ontslag nemen en krijgen automatischontslag wanneer zij drie keer na mekaar ongemotiveerd afwezig zijn. In deze gevallen wordthun plaats voor de rest van die periode volwaardig ingenomen door de aangeduideplaatsvervanger; bij de daaropvolgende bekrachtiging van de samenstelling wordt hun plaatsopnieuw ingevuld.Voor de leden mogen er bij de behandeling van een dossier geen onverenigbaarheden van telzijn (architect van project, belanghebbende, familie van initiatiefnemer, ...). Zij kunnen hiervoorworden gewraakt.De hiertoe gemandateerde werkgroep van de GECORO zorgt er voor dat advies wordt verleenduiterlijk binnen de dertig dagen nadat een omgevingsrapport of een bouwaanvraag aan deleden werd bezorgd, zoniet wordt het advies geacht gunstig te zijn.In principe zal het College het advies van de gemandateerde werkgroep van de GECOROvolgen, maar het College kan na motivatie ook afwijkend beslissen. 25
  26. 26. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.doc4.11. Beoordeling van sommige vergunningen – Bouwcommissies: werkwijzeDe werkzaamheden van de verschillende Bouwcommissies worden op basis van het hiernabepaalde en binnen de eventuele beperkingen opgelegd door de voorschriften van R.U.P.’sgeregeld in een Huishoudelijk Reglement. De Gemeenteraad legt dit Reglement ten laatste bijmet de definitieve goedkeuring van deze verordening of van het eerstvolgend goedgekeurdeR.U.P.’s in het buitengebied respectievelijk stedelijk gebied vast. De Bouwcommissies enGECORO kunnen College en Gemeenteraad ten alle tijde eventuele aanpassingen ervanvoorstellen.− De Bouwcommissie zorgt er voor dat advies wordt verleend uiterlijk binnen de dertig dagen nadat een omgevingsrapport of een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning aan de leden werd bezorgd.− De Bouwcommissie stedelijk gebied komt minimaal een maal per maand samen; de Bouwcommissies buitengebied en verordening komen samen telkens wanneer nodig om tijdig een gevraagd advies te kunnen formuleren.− De commissieleden die niet ambtshalve aanwezig zijn, ontvangen een vergoeding voor hun medewerking.− Alle leden van de Bouwcommissies krijgen tijdig voor de bespreking een volledige bundel (aanvraag en omgevingsrapport) van elke aanvraag bezorgd.− Het College van Burgemeester en Schepenen informeert de Bouwcommissies bij elke vergadering schriftelijk over het feit en de inhoud van al de aanvragen voor een stedenbouwkundige vergunning die in de vorige periode werden ingediend en de stedenbouwkundige vergunningen die werden verleend.− een Bouwcommissie kan maar geldig adviseren wanneer niet meer dan twee leden afwezig zijn. Bij afwezigheid van meer dan twee stemgerechtigde leden wordt minstens vier werkdagen later een nieuwe vergadering van de commissie belegd, die dan ongeacht het aantal aanwezige leden geldig kan adviseren.− Elke initiatiefnemer heeft het recht zogewenst zijn voorstellen en omgevingsrapport voor de bevoegde Bouwcommissie te komen toelichten en verdedigen, vooraleer deze een advies uitbrengt. De commissie kan ook andere belanghebbenden en deskundigen horen.− Eenieder die een omgevingsrapport wil indienen, zal vooraf met de bevoegde stadsdiensten contact opnemen in verband met de specifieke aandachtspunten en interpretaties voor de betrokken plek.− Bij projecten in woonprojectzones, kantoorprojectzones, recreatieprojectzones, zones voor gemeenschapsvoorzieningen en zones voor collectief parkeren, alsook bij vervangende nieuwbouw voor een waardevol pand, vindt dit vooraf-gesprek over aandachtspunten en interpretaties in de Bouwcommissie zelf plaats. De commissie kan in deze gevallen ook suggesties doen in verband met de keuze van ontwerpers.− De Bouwcommissie beraadslaagt achter gesloten deuren en geeft zo mogelijk unaniem een advies aan het College. Bij blijvend verschil van mening worden de stemming en alle standpunten in het advies opgenomen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend.− Dit advies wordt schriftelijk aan het College overgemaakt en naargelang de beslissing van de Bouwcommissie ook mondeling door de voorzitter en/of door een lid van de commissie toegelicht.− Het College beslist op basis van het advies van de Bouwcommissie. Bij een afwijkende beslissing van het College worden deze beslissing en de precieze en duidelijke motivatie ervan ten laatste de eerstvolgende bijeenkomst van de commissie schriftelijk, en zo gewenst ook mondeling, door de Burgemeester en/of door de schepen voor Ruimtelijke Ordening aan de Bouwcommissie overgemaakt.26
  27. 27. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.doc− De adviezen van de Bouwcommissie zijn openbaar.− Regelmatig (bijv. jaarlijks) en minimaal bij het einde van een tweejaarlijkse periode, stelt de Bouwcommissie een verslag van haar werkzaamheden aan GECORO, aan de Gemeenteraad en aan de publieke opinie voor.Artikel 5. Gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke inrichtingenIndien de gebouwen of constructies ontworpen zijn met het oog op het inrichten van eengevaarlijke, ongezonde, hinderlijke of welkdanige inrichting die onderworpen is aan bijzonderevoorschriften, moet daar in de aanvraag uitdrukkelijk melding van gemaakt worden en dienentevens de nodige inlichtingen hieromtrent verschaft. 27
  28. 28. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.doc28
  29. 29. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docDeel A. Stedenbouwkundige voorschriftenA.1. Algemene voorschriften en criteria over volume en uiterlijk van gebouwenArtikel 6. Uiterlijk van een gebouwHet uiterlijk van een gebouw wordt bepaald door zijn inplanting, zijn volume en zijngevelkenmerken of welstand.Bij bouwwerken wordt voor een optimale leefbaarheid van het betrokken gebouw of constructiein de specifieke context van zijn omgeving gezorgd. Naast een passende inplanting, volume enwelstand wordt hierbij aandacht besteed aan een goede situering van toegangen en uitzichten,materialengebruik, beperking van mogelijke overlasten voor de omwonenden en het milieu.Artikel 7Onverminderd de bepalingen van de stedenbouwwetgeving, kan de Gemeenteraad algemeneen specifieke voorwaarden bepalen waaraan de perceelsafmetingen, de inplanting, het volume,het uiterlijk van gebouwen en constructies en de harmonie ervan met de omgeving op hetstadsgrondgebied moeten voldoen.Hierbij laat de Gemeenteraad zich leiden door de principes van een goede ruimtelijke ordeningin het algemeen en van de betrokken omgeving in het bijzonder. 29
  30. 30. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docA.1.1. BezonningArtikel 8. Inplanting en afmetingenWanneer de inplanting, hoogte en bouwdiepte niet door een Bijzonder Plan van Aanleg, eenruimtelijk uitvoeringsplan, een rooilijn of door een verkavelingsplan zijn vastgelegd, moeten zijzo opgevat worden dat minstens een minimale bezonning en dagverlichting van alle voorbewoning bestemde lokalen in het gebouw zelf en in de omgeving verzekerd worden of blijven.Ook mogen dan het gebruik en de bezonning van bij woningen horende tuinen slechts minimaalbeïnvloed worden. Voor de bouwdiepte dient rekening gehouden te worden met de diepte vande percelen en de bestaande bouwdiepten in het bouwblok.De concrete regels waaraan moet worden beantwoord om deze principes te realiseren, zijnopgenomen in artikels 9, 10, 11. Ingeval de inplanting, hoogte én bouwdiepte door eenBijzonder Plan van Aanleg, een ruimtelijk uitvoeringsplan, een rooilijn of door een verkavelings-plan eenduidig of bij middel van (een vork van) absolute hoogte- of afstandsmaten zijnvastgelegd, kan aan de toetsing volgens deze artikels worden voorbijgegaan.Artikel 9. Zoninval op het woongebouw waarvoor vergunning wordt aangevraagd9.1.Voor de toetsing van de zoninval op het woongebouw waarvoor vergunning wordt aangevraagdwordt als regel aangehouden dat een noord- of oostgerichte gevel daarvan meer dan 1,4 maalde kroonlijsthoogte van het tegenovergelegen gebouw (of gebouwen) van dit gebouw moetverwijderd blijven en een zuid- of westgerichte gevel meer dan 1 maal deze hoogte; minstensde helft van de vrije voor-, zij- en achtergevels van elk woongebouw moet hieraanbeantwoorden.Voor woningen in eengezins- of meergezinshuizen die uitzonderlijk niet aan deze regel zoudenkunnen beantwoorden, dient ervoor gezorgd dat door de plaatsing van meer, grotere, hogere ofhoger geplaatste ramen op plaatsen waar het zonlicht effectief de woning kan binnenvallen eenvoldoende zoninval wordt behaald. De minimale glasoppervlakte voor het geheel van eendergelijke woning bedraagt minstens anderhalve keer de minimumnorm die in artikel 136 isaangegeven.9.2.De bezonning en afstanden uit art. 9.1 worden bepaald, rekening houdend met dehoogteverschillen van de omliggende terreinen en met de daarop staande vergunde gebouwenen constructies, alsmede met de constructies die daarop overeenkomstig volgende regelsmogen worden opgericht.− Indien voor de omliggende terreinen een goedgekeurd Bijzonder Plan van Aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of een verkavelingsvergunning bestaat, dan worden de gebouwen en constructies die daarop mochten worden opgericht, verondersteld te zullen worden gebouwd volgens de door dat plan of vergunning toegestane gemiddelde afmetingen.− Bestaat zulk plan of zulke vergunning niet, dan worden de gebouwen en constructies die daarop kunnen worden opgericht, verondersteld te zullen worden gebouwd met dezelfde afmetingen als die van het gebouw waarvoor een bouwaanvraag wordt ingediend, en op dezelfde afstand van de rooilijn en van de zijdelingse perceelsgrens.30
  31. 31. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.doc9.3.De nieuwe woningen moeten voldoen aan deze bezonningsnorm.Wijzigt bij verbouwing het volume van een bestaande woning met meer dan 20 %, dan moetdeze woning voldoen aan deze bezonningsnorm.Artikel 10. Zoninval op nevengelegen woningenBij nieuwbouw en bij verbouwing moet elk gebouw of constructie zodanig worden ontworpen datde bezonning van de omstaande woningen of van de woningen die overeenkomstig artikel 9.2op de omliggende terreinen kunnen worden opgericht niet wordt verminderd tot beneden deregel voor bezonning (zoals vastgesteld in artikel 9.1). Indien die bezonning reeds geringer wasop het tijdstip van de aanvraag, mag ze niet worden verminderd.Voor gebouwen en constructies die niet aan deze regel voor bezonning zouden kunnenbeantwoorden omwille van te korte tussenafstanden tussen een nevengelegen woning en deandere gebouwen in de omgeving daarvan, kan een vergunning worden verleend met maximaaldezelfde kroonlijsthoogte als die nevengelegen woning.Artikel 11Bij elke bouwaanvraag voor een gebouw of constructie waarvan de inplanting, hoogte énbouwdiepte niet door een goedgekeurd Bijzonder Plan van Aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan,rooilijn of een verkavelingsplan zijn vastgelegd, dient een beknopte verantwoording toegevoegdwaaruit blijkt dat aan de vuistregel voor bezonning of aan de verhoogde glasoppervlakte vanartikel 9 en aan de vuistregel voor bezonning van artikel 10 wordt voldaan. Voor gebouwen enconstructies in bestemmingszones van Bijzondere Plannen van Aanleg of ruimtelijkeuitvoeringsplannen waar de inplanting of de bouwhoogte bij middel coëfficiënten zijn vastgelegd(projectzones) is altijd een dergelijke beknopte verantwoording van de bezonning als onderdeelvan het omgevingsrapport noodzakelijk.Wanneer overeenkomstig artikel 10 een vergunning wordt aangevraagd voor een gebouw ofconstructie die niet aan de vuistregel beantwoordt, wordt deze in een omgevingsrapportopgenomen en gemotiveerd. 31
  32. 32. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docA.1.2. Wijziging van microklimaat als gevolg van hoogbouwArtikel 12In volgende situaties moet de bouwheer bij zijn vergunningsaanvraag een gemotiveerdomgevingsrapport indienen om de wijzigingen in het microklimaat op het eigen perceel en allepercelen in een straal van 50 m er rond tengevolge van de voorgenomen gebouwen enconstructies aan te duiden en de maatregelen aan te geven die worden genomen om denegatieve effecten ervan te ondervangen :- wanneer (een deel van) de kroonlijst van een gebouw 15 m of meer boven het straatpeil ligt;- wanneer (een deel van) de nok en/of dakspits 20 m of meer boven het straatpeil ligt;- wanneer kroonlijst en/of nok meer dan 5 m boven gemiddelde hoogte in de omgeving liggen.Dit omgevingsrapport wordt voor advies voorgelegd aan de gemandateerde werkgroep van deGECORO.A.1.3. Omgeving van gebouwen en constructiesArtikel 13Om relaties toe te laten, om zichten te behouden, om doorgangen te behouden of te realiseren,om nieuwe beplantingen mogelijk te maken of om de aanwezige beplanting, zoals natuurlijkeafsluitingen of hoogstammige bomen, te behouden, om bestaande beken te behouden of om deafwatering te vergemakkelijken, kan de (bouw)vergunning voorschrijven dat sommigeperceelsgedeelten vrij moeten blijven van onder- of bovengrondse gebouwen of constructiesen/of onverhard moeten blijven.Artikel 14Bij open bebouwing en bij de open zijde van een half-open bebouwing, mag de afstand van eenwoongebouw tot een gebouw op het naastgelegen perceel of omgekeerd van een gebouw toteen woongebouw op het naastgelegen perceel niet kleiner zijn dan 4 meter. Tevens moet indeze gevallen de breedte van de voorgevel van eengezinshuizen worden afgewogen tegenover(het openhouden van) de mogelijkheid van het voorzien van meerdere woningen op hetperceel.De voorschriften van ruimtelijke uitvoeringsplannen kunnen van deze regels afwijkingenbepalen.Artikel 15Buiten de kernstad moet elk gebouw dat niet gelegen is aan het openbaar domein, metuitzondering van een eengezinshuis en van stallen, schuren en schuilhokken en dergelijke diekleiner zijn dan 25 m², toegankelijk zijn via een weg waarvan de verharding bestand is tegen hetverkeer van zware voertuigen met een asbelasting van 3 ton. Deze toegang tot het gebouw32
  33. 33. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docwordt zodanig aangelegd dat de veiligheid van zowel de voetgangers als de voertuigenverzekerd is.Dit geldt voor nieuwe gebouwen en voor gebouwen waaraan bouwwerken worden uitgevoerd.Voor nieuwe dergelijke gebouwen gelden de desbetreffende brandweereisen.Artikel 16Elk gebouw moet aangesloten kunnen worden op openbare nutsvoorzieningen zoalsleidingwater, elektriciteit en riolering.Elk nieuw woongebouw moet dus gelegen zijn binnen de 50 m van een verharde weg die metdeze voorzieningen is uitgerust. Een bebouwbaar terrein wordt dus alleen als bouwgrondaangezien wanneer het aan deze voorwaarde voldoet.In een ingericht en volledig uitgerust bedrijventerrein kan (op de percelen met een groterediepte dan 50 m) bebouwing op een grotere afstand tot de uitgeruste weg worden toegelaten.Ook voor agrarische bedrijfsgebouwen en gebouwen in recreatiezones en zones voorgemeenschapsvoorzieningen kan uitbreiding van bestaande bebouwing en nieuwe bebouwingop een grotere afstand tot de uitgeruste weg worden toegelaten.Artikel 17Behoudens anders in Bijzondere Plannen van Aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen ofverkavelingsvergunningen wordt vastgelegd, mogen geen garages beneden het bestaandestraatniveau worden gesitueerd, tenzij een watertoets aangeeft dat zulks toelaatbaar zou zijn ende aanvrager in een omgevingsrapport aantoont dat hij alle maatregelen neemt om schade enwateroverlast te voorkomen. In valleigebieden buiten het kleinstedelijk gebied zijn half-ondergrondse en ondergrondse garages in elk geval verboden.Indien garages beneden het bestaande straatniveau worden voorzien, wordt het maaiveldhierbij zoveel als mogelijk gerespecteerd, worden de afritten naar deze garages in oppervlakteen qua verharding zo beperkt mogelijk gehouden, worden zij zoveel mogelijk aan de straatzijdegesitueerd en mogen de afritten naar de openbare weg van de garages gelegen beneden hetbestaande straatniveau over een afstand van 5 m vanaf de rooilijn ten hoogste een helling van4 % hebben. 33
  34. 34. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docA.1.4. Het uiterlijk van gebouwen en constructiesArtikel 18Het uiterlijk van een gebouw of constructie, met name het volume, de vormen, kleuren enmaterialen van gevels en daken, evenals hun onderlinge verhoudingen, moet zodanig zijn dathet gebouw of constructie, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving voldoet aanredelijke eisen van opbouw en welstand. Dit blijkt duidelijk uit de motivatie van de aanvrager.Artikel 19Hedendaagse architectuur geniet bij elke aanvraag voor een nieuwbouw of voor eenverbouwing van een gebouw de voorkeur; bij ontstentenis daarvan dienen de streekeigengevel- of volumekenmerken verplicht toegepast.Als hedendaagse gevelkenmerken worden beschouwd: duidelijke (verticale of horizontale)geleding, strakke lijnen, een verzorgde detaillering, baksteen, natuursteen, bepleistering,metaal, hout, glas, photovoltaïsche zonnepanelen en zichtbeton als kenmerkende materialen enzachte of frisse kleuren of een combinatie daarvan. Als hedendaagse volumekenmerkenworden beschouwd: een volumespel van een, twee of meer bouwlagen met een dominantie vantwee bouwlagen en een dakvorm die dit volumespel op een harmonieuze wijze beëindigt en diesamengaat met deze van de buurgebouwen.Streekeigen gevelkenmerken zijn de verticale geleding, een verzorgde detaillering en rode ofbruine baksteen, grijs-beige bepleistering en kalk- tot kalkzandsteen als kenmerkendematerialen. Kenmerkend volume voor de streek bestaat uit twee bouwlagen met een zadeldak.Toepassing van meerdere van deze streekeigen gevel- of volumekenmerken, en meer nog eenmoderne interpretatie ervan, wordt als een positieve bijdrage tot een fraai uiterlijk beschouwden is vereist, tenzij de aanvraag een gebouw met hedendaagse architectuur betreft.In elk geval moet een aangepast materiaalgebruik de gevelcompositie ondersteunen.Ook bij utilitaire gebouwen (bedrijfsgebouwen voor landbouw, ambacht, industrie, groothandelof gemeenschapsvoorzieningen) die buiten hun respectieve bestemmingszone in eenaanlegplan of uitvoeringsplan worden gebouwd of verbouwd is deze positieve bijdrage tot eenfraai uiterlijk vereist. Bij utilitaire gebouwen die in hun respectieve bestemmingszone in eenaanlegplan of uitvoeringsplan worden gebouwd of verbouwd, blijven bij de gevelkenmerken deverticale geleding en de verzorgde detaillering aandachtspunten.Minderwaardige en niet-tijdsbestendige materialen met een rommelig uitzicht (betonplaten,plastic-planchetten, snelbouwstenen met lage dichtheid voor binnenmetselwerk, funderings-betonblokken, kunststof golfplaten, houtspaansplaten en dergelijke meer) zijn voor elke gevel-afwerking verboden.Panelen en doeken die zonnewarmte opvangen voor warmwaterproductie zijn als gevel-materiaal toegelaten mits zij zacht van kleur zijn, geen reclames bevatten, ook aan hun randendegelijk en volledig zijn afgewerkt en in het globale concept van de gevelopbouw harmonischzijn ingepast.Ook de ondersteunende utilitaire onderdelen van gebouwen, zoals schoorstenen, antennes(ook schotelantennes), technische lokalen, brandtrappen, koel-, pomp- en verwarmings-installaties op daken of aan gevels, installaties voor opvang of opslag van zonne- of wind-34
  35. 35. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docenergie op of in daken of aan gevels moeten voldoen aan redelijke eisen van opbouw enwelstand en zijn in harmonie met het gebouw en zijn omgeving.Artikel 20In gesloten bebouwing in de kernstad en in de waardevolle kernen van de kerkdorpen zoalsaangeduid in hoofdstuk 0.3 is het aanbrengen van een garagepoort in een gevel met eenbreedte kleiner dan 8 m bij verbouwing of nieuwbouw verboden. Uitzonderingen ten behoevevan personen met een verminderde beweeglijkheid kunnen in een omgevingsrapport wordengemotiveerd. Bestaande garagepoorten in dergelijke smallere gevels mogen behouden envervangen worden.A.1.5. Harmonie met de omgevingArtikel 21. Harmonische samenhang en harmonieregelDe gewenste harmonische samenhang vereist dat panden voor het merendeel van deelementen die hun voorkomen bepalen (inplanting, kroonlijsthoogte, voorgevelbreedte, dakvormen -hoogte, in- en uitsprongen en andere gevelkenmerken) aansluiten bij die elementen in deomgeving of er doordacht en verantwoord positief van afwijken.In de waardevolle kernen van de kerkdorpen en in de waardevolle wijken in de kernstad zoalsaangeduid in hoofdstuk 0.3. moeten de op te richten, de te herbouwen of de te verbouwengebouwen zodanig worden ontworpen dat ze harmoniëren met de bestaande gebouwen diedoor hun uiterlijk en aantal de traditionele architectuur van de wijk bepalen. Ook bijbedrijfsgebouwen en handelszaken wordt hieraan bijzondere zorg besteed.Overal elders in de bebouwde omgeving moeten de op te richten, de te herbouwen of de teverbouwen gebouwen zodanig worden ontworpen dat ze harmoniëren met de bestaandegebouwen in de omgeving en met de natuurlijke omgeving voor zover die aanwezig is.Voor zover er in de landelijke gebieden gebouwen of constructies mogen opgetrokken worden(onder meer landbouwbedrijfsgebouwen) dienen deze zich qua schaal, volume en plaatsing inte passen in het landschap en qua materialen en kleuren te harmoniëren met de natuurlijkeomgeving.Artikel 22Om qua woningtypen een harmonie met de omgeving te behouden, zijn buiten het kleinstedelijkgebied en de drie grote dorpen Brustem, Velm en Zepperen zoals omschreven in hoofdstuk 0.3en behoudens waar ruimtelijke uitvoeringsplannen ruimere mogelijkheden bieden, alleengrondgebonden woningen toegelaten, tenzij in een omgevingsrapport wordt aangetoond dat devoorgenomen appartementen qua aantal, omvang, schaal, bouwvorm (volumes, geleding, …)en mobiliteitseffecten passen in het betreffende dorp of in de omgeving. 35
  36. 36. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docArtikel 23In de waardevolle kernen van de kerkdorpen en in de kernstad zoals aangeduid in hoofdstuk0.3. moeten alle gebouwen bij verbouwingen aan de dakstructuur of bij nieuwbouw behoudensbij toegelaten afwijking afgedekt worden met hellende daken met een helling tussen 35° en 55°,waarbij de dakhellingen vooraan en achteraan dezelfde zijn en de nok tussen de 5 en 6 machter de voorgevel is gelegen. Afwijking hiervan is mogelijk in kwaliteitsvolle ontwerpen voornieuwbouwen of fundamentele verbouwingen waarvan de meerwaarde van het volumespel ineen omgevingsrapport wordt gemotiveerd; bij verbouwing is het zonder meer toegelaten eennok die dwars staat op de voorgevel te behouden.Daarnaast kan van deze regel slechts afgeweken worden voor begroende dakterrassen, voorbeperkte overgangen tussen bouwvolumes of tussen verschillende hellende daken en voorgelijkvloerse achterbouwen van beperkte omvang.Artikel 24Het hoogteverschil van aan elkaar grenzende gebouwen wordt beperkt tot 2 m in het gevelvlaken 3 m ter hoogte van de nok. Afwijking hiervan is mogelijk tot 3 m in het gevelvlak en 5 m terhoogte van de nok in kwaliteitsvolle ontwerpen die in een omgevingsrapport wordengemotiveerd. Binnen dit maximum wordt een harmonische overgang uitgewerkt.Alle van op het openbaar domein zichtbare bovendakse scheidsmuren worden als gevel,passend in het geheel van het hoogste gebouw, bekleed door de bouwer.De voorschriften van ruimtelijke uitvoeringsplannen kunnen van deze regels afwijkingenbepalen.Artikel 25Grootschalige ornamenten (van meer dan 2 m breedte, hoogte of diepte) zonder functionelebetekenis in de opbouw en architectuur van het gebouw zijn verboden aan de gevels en voor dedaken die zichtbaar zijn vanaf het openbaar domein tenzij de betekenis en de meerwaardeervan voor de omgeving in een omgevingsrapport kunnen worden gemotiveerd.Artikel 26Om de schaal van gebouwen in harmonie met hun omgeving te laten zijn is het, behoudenswaar Bijzondere Plannen van Aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen dit toelaten, verbodenom gebouwen op meer dan een perceel (al dan niet kadastraal samengevoegde percelen) op tetrekken, tenzij in een omgevingsrapport bij middel van een architectuurvoorstel en eeninrichtingsplan wordt aangetoond dat dit grotere gebouw zich op een kwaliteitsvolle en niet-dominante manier inpast in zijn omgeving.Artikel 27Behoudens waar Bijzondere Plannen van Aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen andersbepalen, heeft de hoofdbouw bij woonhuizen in gesloten of half-open bebouwing, gemetenvanaf de bouwlijn, een basisbouwdiepte d van 11 m met een tolerantiestrook van ± 1 m enbedraagt de maximale bouwdiepte van hoofdbouw en achterbouw samen op het gelijkvloers 1836
  37. 37. OMGEVING - 13/01/2008 - R38611-62.docm en op de verdiepingen 14 m. Alleen onder motivering in een omgevingsrapport kan langsgrote wegen en in handelsconcentraties afgeweken worden van deze maximale bouwdiepte ophet gelijkvloers en dit tot maximum 28 m. Voornoemde tolerantiestrook van 1 m mag ook bijelke gewone aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning zonder omgevingsrapportworden benut.De voorschriften van ruimtelijke uitvoeringsplannen kunnen van deze regels afwijkingenbepalen.Artikel 28Bij gesloten en half-open bebouwing is aansluiting van de voorgevel met deze van de buren opde scheidslijn verplicht tenzij een omgevingsrapport een afwijking daarvan motiveert vanuit debeide betrokken panden en de verhoogde belevingswaarde van de straat.Bij gesloten en half-open bebouwing is op de verdiepingen aansluiting van de achtergevel overeen afstand van minstens 60 cm met deze van de buren op de scheidslijn verplicht bij alleachtergevels die meer dan 10 m en minder dan 14 m achter de bouwlijn zijn gelegen. Vanuit deaansluiting op de scheidslijn mag een gebouw op eigen terrein uitwijken of uitwaaieren binneneen horizontale hoek van 45° (als gabarit, zie bijgaande figuur). Alleen onder motivering in eenomgevingsrapport kan hiervan afgeweken worden.Alle van op het openbaar domein en vanuit het binnengebied zichtbare delen van descheidsmuren worden als gevel, passend bij de beide gebouwen, afgewerkt door de bouwer.Artikel 29De gebouwen die door de Gemeenteraad worden aangegeven als zijnde van cultureel,historisch of esthetisch belang, mogen niet worden gesloopt, tenzij er een kwaliteitsvollerearchitectuur voor in de plaats komt. Dit dient in een omgevingsrapport omstandig te wordengemotiveerd. Dit omgevingsrapport wordt voor advies voorgelegd aan de gemandateerdewerkgroep van de GECORO.De Gemeenteraad legt, mede op basis van adviezen van het Bestuur van Monumenten enLandschappen en van GECORO, vooraleer dit artikel in werking treedt, (met motivatie) een lijstvan deze gebouwen vast.Bij verbouwingen binnenshuis van die gebouwen kan het College de afgifte van destedenbouwkundige vergunning afhankelijk stellen van hun uitwendige restauratie. 37

×