Your SlideShare is downloading. ×
Studiedag Nieuwe/sociale media - "NIEUWE MEDIA: What's in a name?" - Prof. Joke Bauwens (VUB)
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Saving this for later?

Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime - even offline.

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

Studiedag Nieuwe/sociale media - "NIEUWE MEDIA: What's in a name?" - Prof. Joke Bauwens (VUB)

780
views

Published on

Wat is zo nieuw aan die nieuwe media? …

Wat is zo nieuw aan die nieuwe media?

Doelstelling van deze intro: stilstaan bij transities, discontinuïteit, verandering, shifts…
Zijn die er echt?

Vanuit een mediasociologisch perspectief: interactie media – maatschappij (dus niet mediumdeterministisch, ook niet maatschappijdeterministisch, maar co-shaping)

Is nieuw per definitie beter? Ideologische betekenis van nieuw hangt eigenlijk samen met ons modernistisch geloof in maatschappelijke vooruitgang


0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
780
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
14
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide
  • Wat is zo nieuw aan die nieuwe media?

    Doelstelling van deze intro: stilstaan bij transities, discontinuïteit, verandering, shifts…
    Zijn die er echt?

    Vanuit een mediasociologisch perspectief: interactie media – maatschappij (dus niet mediumdeterministisch, ook niet maatschappijdeterministisch, maar co-shaping)

    Is nieuw per definitie beter? Ideologische betekenis van nieuw hangt eigenlijk samen met ons modernistisch geloof in maatschappelijke vooruitgang
  • Voorbeeld analoog – digitaal is de evolutie van ‘transparant’ naar ‘powerpoint’.
  • Voorbeeld analoog – digitaal is de evolutie van ‘transparant’ naar ‘powerpoint’.
  • De namen van browsers drukken de idee van ‘verkennen’ uit.
    Explorer
    Safari
  • De namen van browsers drukken de idee van ‘verkennen’ uit.
    Explorer
    Safari
  • Middelen en technieken om het gedrag van internetgebruikers van nabij te volgen, te analyseren en te categoriseren. Enkele bekende voorbeelden zijn het gebruik van cookies, profiling-methoden en datamining-technieken.

    Cookies, profiling en datamining
    Cookies zijn kleine bestandjes die worden achtergelaten op de computer van de bezoeker zodra hij of zij een bepaalde website raadpleegt. Bij elk volgend bezoek van de betreffende webpagina bericht dit bestand de eigenaar van de website of de adverteerder.

    De koepelterm voor een andere techniek inzake screening van internetgebruikers is profiling of patroonherkenning. Patroonherkenning is een geautomatiseerde verwerking van grote hoeveelheden (persoons)gegevens met als doelstelling een bepaald individu te evalueren en te classificeren door persoonsgegevens te vergelijken en samen te brengen. De persoonsprofielen die voortkomen uit profilering worden vaak nog verder verwerkt en eventueel verhandeld, al of niet via tussenpersonen. Een specifieke vorm van profiling binnen het reclamewezen is het zogenaamde online behavioural advertising. Via deze techniek worden reclameboodschappen individueel aangepast volgens de websites die de consument heeft bezocht of de specifieke pagina’s die hij of zij raadpleegde.

    Gegevens verzameld in het kader van profiling worden vervolgens op systematische wijze geanalyseerd door middel van datamining. Je gaat zoals een mijnwerker graven naar de betekenis van de verzamelde data en vooral naar de relatie tussen de data, al of niet afkomstig uit verschillende databanken. Hierdoor kun je – al of niet verborgen – patronen ontdekken waarvan de eigenlijke consument zich misschien zelf niet eens bewust is. Zo ontwikkelden enkele studenten van het MIT (Massachusetts Institute of Technology) in de Verenigde Staten een toepassing die op basis van de profielgegevens op Facebook met een zekere accuraatheid kan voorspellen welke seksuele geaardheid de betreffende persoon heeft, zonder dat de persoon in kwestie die zelf heeft vrijgegeven. Hiervoor gebruiken ze onder meer de publieke online-informatie van het relatienetwerk van collega’s, vrienden, familie en kennissen (Jernigan, C. & Mistree, B.F.T. (2009) ‘Gaydar: facebook friendships expose sexual orientation’ in First Monday, 14, 10). Een soortgelijke toepassing werd ontwikkeld om ook politieke voorkeuren te kunnen vaststellen.

  • Transcript

    • 1. NIEUWE MEDIA: WHAT’S IN A NAME? Prof. Joke Bauwens, jbauwens@vub.ac.be Vrije Universiteit Brussel, Vakgroep Communicatiewetenschappen ACW Studiedag 28 oktober 2010
    • 2. Nieuwe media • Vanaf de jaren 1980 – Van moderniteit naar postmoderniteit – Intensifiëring van globalisering – Van industrieel naar postindustrieel tijdperk – Decentralisering en ontwrichting van geo- politieke orde Maatschappelijke ontwikkelingen
    • 3. Nieuwe media • Nieuwe textuele ervaringen • Nieuwe manieren om de wereld te representeren • Nieuwe relaties tussen gebruikers/consumenten en mediatechnologieën • Nieuwe beleving van belichaming, identiteit en gemeenschap • Nieuwe visie op relatie lichaam – technologie • Nieuwe organisatie- en productiepatronen Media-ontwikkelingen
    • 4. Nieuwe media, nieuwe generaties? • Vanaf 9 jaar online • 57% gaat elke dag online – In België 65% – Hoe ouder, hoe dagelijkser • 86 minuten per dag online • 28% gaat online via mobiele telefoon – In België 18% • 23% gaat online via eigen laptop • 24% gaat online via eigen laptop of game console – In België 13% EU Kids Online survey of 9-16 year olds (and their parents) Globale percentages voor alle kinderen in 23 Europese landen www.eukidsonline.net
    • 5. Nieuwe media, nieuwe activiteiten? • 83% bekijkt videoclips online • 74% speelt games individueel • 61% gebruikt instant messaging • 60% bezoekt SNS • 59% emailt • 48% bekijkt het nieuws online • 44% speelt online games met anderen • 42% downloadt muziek of films • 38% uploadt foto’s, videoclips of muziek om te delen met anderen • 31% post een bericht • 29% gebruikt een webcam • 22% bezoekt een chatroom • 18% creëert een avatar • 17% gebruikt file sharing sites • 17% brengt tijd door in virtuele wereld • 10% schrijft een blog EU Kids Online survey of 9-16 year olds (and their parents) Globale percentages voor alle kinderen in 23 Europese landen www.eukidsonline.net
    • 6. Van analoog naar digitaal
    • 7. Definities • Analoge media – Gecentraliseerde media – Massamedia: van industriële, fysieke artefacten  transmissie via signalen en golven – ‘Fixity’ • Digitale media – Dematerialisering van ‘media texts’ – Compressie van data in erg kleine ruimten – Toegang aan hoge snelheid en op niet-lineaire manier – Makkelijker manipuleerbaar – ‘Flux’ Analoog: Processen waarbij een geheel van fysieke eigenschappen opgeslagen en getranscribeerd wordt in een andere analoge fysieke vorm. Digitalisering: Het registreren, opslaan en distribueren van informatie grijpt plaats in de vorm van een digitale binaire code. Alle input data worden geconverteerd naar getallen. Die ‘data’ zijn eigenlijk al gecodeerd in een bepaalde culturele vorm, bvb. geschreven tekst, grafiek, foto, geluidsopname, etc.
    • 8. Definities • Geen absolute breuk tussen analoog en digitaal – Principe van technische transcriptie en reproduceerbaarheid verfijnd – Materialisering blijft erg belangrijk • ‘Thingification of media’ • Kabels, satellietschotels, decoders,… Analoog: Processen waarbij een geheel van fysieke eigenschappen opgeslagen en getranscribeerd wordt in een andere analoge fysieke vorm. Digitalisering: Het registreren, opslaan en distribueren van informatie grijpt plaats in de vorm van een digitale binaire code. Alle input data worden geconverteerd naar getallen. Die ‘data’ zijn eigenlijk al gecodeerd in een bepaalde culturele vorm, bvb. geschreven tekst, grafiek, foto, geluidsopname, etc.
    • 9. Van passief naar interactief
    • 10. Definities • Oude mediaconsumenten – Consultatie – Media-ervaring is lineair – Afhankelijkheid van het aanbod • Nieuwe mediaconsumenten – Grotere betrokkenheid met media texts – Minder grote afhankelijkheid van kennisbronnen (hypertexts) – Individualisering van mediagebruik – Grotere keuze Passief: De mediaconsument ondergaat het aanbod, de media texts. ‘Lean back’ ≈ Publiek, consument, kijker, lezer, luisteraar Kijken, luisteren, lezen Interactief: De mogelijkheid om te interveniëren in de media texts en ze te manipuleren of te veranderen. ‘Lean forward’ ≈ Gebruiker, consument Navigeren, spelen, exploreren
    • 11. Hypertextual architecture
    • 12. Definities • Uitdagingen voor media- en communicatieprofessionals – Controle over interpretatie (‘encoding/decoding’) • Hoe komt de text bij het publiek terecht? Waar begint men te lezen? – Controle over media-ervaring als gemeenschappelijke ervaring (‘community’) • Wanneer krijgen mensen dit te lezen, te zien? – Begeleide vrijheid • Hoeveel controle krijgt de gebruiker? Hoeveel controle houdt de professional? Passief: De mediaconsument ondergaat het aanbod, de media texts. ‘Lean back’ ≈ Publiek, consument, kijker, lezer, luisteraar Kijken, luisteren, lezen Interactief: De mogelijkheid om te interveniëren in de media texts en ze te manipuleren of te veranderen. ‘Lean forward’ ≈ Gebruiker, consument Navigeren, spelen, exploreren
    • 13. Van traag naar snel
    • 14. Definitie • Technologische ontwikkelingen – Industrieel-politiek complex – Snelheid is macht (Paul Virilio) • Telegrafie • Broadcasting: radio en TV • Internet De tijd om een media text van productie- naar receptiecontext over te brengen hangt samen met de transportmiddelen waarover de mens beschikt om (1) zichzelf en (2) de mediatext te verplaatsen. Te voet Te paard Met telegraaf (1793) Met telefoon (tweede helft 19e eeuw) Met radio (eind 19e eeuw) Met televisie (jaren 1920) Met satelliet (jaren 1950) Met mobiele telefoon (jaren 1970) Met draadloos internet (eind jaren 1990) Met breedband internet (jaren 2000) …
    • 15. VAN PUBLIEK NAAR COMMERCIEEL En weer terug…
    • 16. Definitie • Oude media – Commercieel: gedrukte media – Publiek: ‘public service broadcasting’ • Internet media – Public service media – Commercialisering • Zichtbaar – On demand, pay per view, … • Onzichtbaar – Data mining, profiling, cookies, … – Participatie, community media, citizen-journalism, … Publiek: Volledig of in hoofdzaak gesubsidieerd door de overheid. Commercieel: Volledig of in hoofdzaak gefinancierd door commerciële inkomsten (reclame, verkoop data, …)