• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content

Loading…

Flash Player 9 (or above) is needed to view presentations.
We have detected that you do not have it on your computer. To install it, go here.

Like this presentation? Why not share!

O&M 8

on

  • 1,576 views

Hoofdstuk 9

Hoofdstuk 9

Statistics

Views

Total Views
1,576
Views on SlideShare
1,572
Embed Views
4

Actions

Likes
0
Downloads
24
Comments
0

1 Embed 4

http://www.slideshare.net 4

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

O&M 8 O&M 8 Presentation Transcript

  • HOOFDSTUK 9 LEIDERSCHAP ORGANISATIES en MENSEN
  • Het vermogen om anderen te beïnvloeden en daarmee doelen te bereiken Waar is ‘leiderschap’ te zien in een grote organisatie? WAT IS LEIDERSCHAP?
    • Beslissen = leidinggeven
    • Toezicht houden, medezeggenschap, invloed ‘naar boven’ hebben ook met leidinggeven te maken
  • DOCENT = LEIDER?
    • BEPAALT DE STOF
    • BEPAALT HET VERLOOP VAN EEN LES
    • GEEFT AANWIJZINGEN
    • KAN SANCTIES OPLEGGEN
    • BEPAALT DE SFEER IN DE LES
    • HEEFT INVLOED OP DE MOTIVATIE
  • Verklaringen voor leiderschap 1 persoonlijke kenmerken (en milieu) 2 gedrag 3 situatie ZIE P. 237: COMBINATIE VAN 1, 2 EN 3 SPEELT EEN ROL BIJ HET KRIJGEN EN HOUDEN VAN LEIDERSCHAP
  • FUNCTIES VAN EEN LEIDER
    • 1 zorgen voor goede uitvoering van taken
            • taakgerichtheid
    • onderlinge verhoudingen in team/groep
    • optimaliseren
    • relatie/groepsgerichtheid
  • 1 aandacht voor strategie 2 aandacht voor structuur 3 aandacht voor cultuur FUNCTIES VAN DE MANAGER IN EEN ORGANISATIE, ZIE P. 239
  • manager strategie cultuur structuur afstemmingsfunctie van de manager
    • STRATEGIE, STRUCTUUR EN CULTUUR MOETEN MET ELKAAR IN EVENWICHT ZIJN
    • Denk aan configuraties van Mintzberg
    • Zie het O&M-model, p. 26!
  • Leiderschapsactiviteiten
    • 1 Informeren
    • 2 Motiveren
    • 3 Afstemmen
    • 4 Controleren
    • 5 Bijsturen
    • Steunen
    • (7) Belonen/straffen 
  • Waarom kun je die activiteiten uitvoeren?  vijf bronnen van macht, zie p. 241
    • sanctiemacht
    • legitieme/formele macht
    • referentiemacht
    • expertise/deskundigheidsmacht
    • overtuigingsmacht
  • Vul de 5 in voor een docent! SANCTIEM. ORDEMAATREGELEN, CIJFERS LEGITIEME M. IS ALS DOCENT AANGESTELD REFERENTIEM. VOORBEELD VOOR STUDENTEN, KIJKEN TEGEN HEM/HAAR OP  EXPERTISEM. WEET ALLES OVERTUIGINGSM. KAN GOED UITLEGGEN
  • Leiderschapsstijlen = hoe maak je gebruik van je macht?
    • stijlen op grond van verdeling van invloed,
    • zie p. 245
    • taakgericht versus relatie/groepsgericht,
    • zie p.247
    • niet-functionele leiderschapsstijlen,
    • zie p. 248
    • 4 afhankelijk van de situatie, zie p. 250
  • Leiderschapsstijlen 
    • 1 autoritair (leider = EGO)
    • 2 autocratisch
    • 3 consulterend
    • laissez-faire
    • taakgericht
    • groepsgericht
    2 t/6 kunnen zichtbaar zijn in “situationeel” leiderschap 
  • LEIDERSCHAPSSTIJL IS AFHANKELIJK VAN DE SITUATIE  GOEDE LEIDER SCHAT EERST DE SITUATIE IN, EN BEPAALT DAN DE BESTE STIJL
  • STIJL 3 STIJL 2 STIJL 4 STIJL 1 weinig veel veel sturing (taakgericht gedrag ( relatiegericht gedrag) ondersteuning delegeren overleggen overtuigen instrueren Hersey & Blanchard: vier leiderschapsstijlen WANNEER WELKE STIJL?
  • H&B NADER BEKEKEN, ZIE P. 252
    • 4 LEIDERSCHAPSSTIJLEN
    • 4 SITUATIES = 4 NIVEAUS VAN TAAKVOLWASSENHEID
    • ZIE P. 250: TYPERING/NIVEAUS TAAKVOLWASSENHEID
    • BIJ TAAKVOLWASSENHEID 1 PAST STIJL 1, BIJ T2 PAST S2, ENZOVOORT  DIT IS DUS “SITUATIEBEPAALD”
  • T3 + S3 T2 + S2 T1 + S4 T1 + S1 weinig veel veel sturing (taakgericht gedrag ( relatiegericht gedrag) ondersteuning delegeren overleggen overtuigen instrueren COMPLEET MODEL, P. 252:
  • ZIE ILLUSTRATIE 8.4 EN 8.5: DE BESTE STIJL GEZIEN DE TAAKVOLWASSENHEID OP. 254: TIEN VRAGEN  STEL DAT DE MANAGER N.A.V. ELKE VRAAG ACTIE MOET ONDERNEMEN. WELKE VAN DE 4 STIJLEN?  INDIEN MOGELIJK UITGAAN VAN VOLDOENDE TAAKVOLWASSENHEID
  • 1 = INSTRUCTIE 2 = OVERTUIGEN OF COACHEN 3 = COACHEN 4 = OVERTUIGEN OF COACHEN 5 = DELEGEREN 6 = NIET AAN EEN STIJL TE VERBINDEN 7 = INSTRUCTIE 8 = NIET AAN EEN STIJL TE VERBINDEN 9 = COACHEN 10 = COACHEN, DAARNA OVERTUIGEN