O&M 8

1,139 views

Published on

Hoofdstuk 9

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,139
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
12
Actions
Shares
0
Downloads
27
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • P.18 Weber nut van toepassing psychologische en sociologische begrippen, syllabus p. 11.
  • O&M 8

    1. 1. HOOFDSTUK 9 LEIDERSCHAP ORGANISATIES en MENSEN
    2. 2. Het vermogen om anderen te beïnvloedenHet vermogen om anderen te beïnvloeden en daarmee doelen te bereikenen daarmee doelen te bereiken Waar is ‘leiderschap’ te zien in eenWaar is ‘leiderschap’ te zien in een grote organisatie?grote organisatie? WAT IS LEIDERSCHAP?
    3. 3. Manon Bonefaas, september 2000 top uitvoerende medewerkers midden management ondernemings- raad medezeggenschap Raad van Commisarissen toezichthoudend/adviserend strategische beslissingen organisatorische beslissingen operationele beslissingen • Beslissen = leidinggeven • Toezicht houden, medezeggenschap, invloed ‘naar boven’ hebben ook met leidinggeven te maken
    4. 4. DOCENT = LEIDER? •BEPAALT DE STOF •BEPAALT HET VERLOOP VAN EEN LES •GEEFT AANWIJZINGEN •KAN SANCTIES OPLEGGEN •BEPAALT DE SFEER IN DE LES •HEEFT INVLOED OP DE MOTIVATIE
    5. 5. Verklaringen voor leiderschapVerklaringen voor leiderschap 11 persoonlijke kenmerken (en milieu)persoonlijke kenmerken (en milieu) 2 gedrag2 gedrag 3 situatie3 situatie ZIE P. 237: COMBINATIE VAN 1, 2 EN 3 SPEELT EEN ROL BIJ HET KRIJGEN EN HOUDEN VAN LEIDERSCHAP
    6. 6. FUNCTIES VAN EEN LEIDERFUNCTIES VAN EEN LEIDER 1 zorgen voor goede uitvoering van taken1 zorgen voor goede uitvoering van taken taakgerichtheidtaakgerichtheid 22 onderlinge verhoudingen in team/groeponderlinge verhoudingen in team/groep optimaliserenoptimaliseren relatie/groepsgerichtheidrelatie/groepsgerichtheid
    7. 7. 11 aandacht voor strategieaandacht voor strategie 2 aandacht voor structuur2 aandacht voor structuur 3 aandacht voor cultuur3 aandacht voor cultuur FUNCTIES VAN DE MANAGER IN EEN ORGANISATIE, ZIE P. 239
    8. 8. managermanager strategiestrategie cultuurcultuurstructuurstructuur afstemmingsfunctie van de managerafstemmingsfunctie van de manager STRATEGIE, STRUCTUUR EN CULTUUR MOETEN MET ELKAAR IN EVENWICHT ZIJN Denk aan configuraties van Mintzberg Zie het O&M-model, p. 26!
    9. 9. LeiderschapsactiviteitenLeiderschapsactiviteiten 11 InformerenInformeren 22 MotiverenMotiveren 33 AfstemmenAfstemmen 44 ControlerenControleren 55 BijsturenBijsturen 66 SteunenSteunen (7)(7) Belonen/straffenBelonen/straffen 
    10. 10. Waarom kun je die activiteiten uitvoeren?Waarom kun je die activiteiten uitvoeren?  vijf bronnen van macht,vijf bronnen van macht, zie p. 241zie p. 241 • sanctiemachtsanctiemacht • legitieme/formele machtlegitieme/formele macht • referentiemachtreferentiemacht • expertise/deskundigheidsmachtexpertise/deskundigheidsmacht • overtuigingsmachtovertuigingsmacht
    11. 11. Vul de 5 in voor een docent! SANCTIEM. ORDEMAATREGELEN, CIJFERS LEGITIEME M. IS ALS DOCENT AANGESTELD REFERENTIEM. VOORBEELD VOOR STUDENTEN, KIJKEN TEGEN HEM/HAAR OP  EXPERTISEM. WEET ALLES OVERTUIGINGSM. KAN GOED UITLEGGEN
    12. 12. Leiderschapsstijlen =Leiderschapsstijlen = hoe maak je gebruikhoe maak je gebruik van je macht?van je macht? 11 stijlen op grond van verdeling van invloed,stijlen op grond van verdeling van invloed, zie p. 245zie p. 245 22 taakgericht versus relatie/groepsgericht,taakgericht versus relatie/groepsgericht, zie p.247zie p.247 33 niet-functionele leiderschapsstijlen,niet-functionele leiderschapsstijlen, zie p. 248zie p. 248 4 afhankelijk van de situatie, zie p. 2504 afhankelijk van de situatie, zie p. 250
    13. 13. LeiderschapsstijlenLeiderschapsstijlen  11 autoritair (leider = EGO)autoritair (leider = EGO) 2 autocratisch2 autocratisch 3 consulterend3 consulterend 44 laissez-fairelaissez-faire 55 taakgerichttaakgericht 66 groepsgerichtgroepsgericht 2 t/6 kunnen zichtbaar zijn2 t/6 kunnen zichtbaar zijn in “situationeel” leiderschapin “situationeel” leiderschap 
    14. 14. LEIDERSCHAPSSTIJL IS AFHANKELIJK VAN DE SITUATIE  GOEDE LEIDER SCHAT EERST DE SITUATIE IN, EN BEPAALT DAN DE BESTE STIJL
    15. 15. STIJL 3 STIJL 2 STIJL 4 STIJL 1 weinig veel veel sturing (taakgericht gedrag (relatiegerichtgedrag) ondersteuning delegeren overleggen overtuigen instrueren Hersey & Blanchard: vier leiderschapsstijlenHersey & Blanchard: vier leiderschapsstijlen WANNEER WELKE STIJL?
    16. 16. H&B NADER BEKEKEN, ZIE P. 252 • 4 LEIDERSCHAPSSTIJLEN • 4 SITUATIES = 4 NIVEAUS VAN TAAKVOLWASSENHEID • ZIE P. 250: TYPERING/NIVEAUS TAAKVOLWASSENHEID • BIJ TAAKVOLWASSENHEID 1 PAST STIJL 1, BIJ T2 PAST S2, ENZOVOORT  DIT IS DUS “SITUATIEBEPAALD”
    17. 17. T3 + S3 T2 + S2 T1 + S4 T1 + S1 weinig veel veel sturing (taakgericht gedrag (relatiegerichtgedrag) ondersteuning delegeren overleggen overtuigen instrueren COMPLEET MODEL, P. 252:
    18. 18. ZIE ILLUSTRATIE 8.4 EN 8.5: DE BESTE STIJL GEZIEN DE TAAKVOLWASSENHEID OP. 254: TIEN VRAGEN  STEL DAT DE MANAGER N.A.V. ELKE VRAAG ACTIE MOET ONDERNEMEN. WELKE VAN DE 4 STIJLEN?  INDIEN MOGELIJK UITGAAN VAN VOLDOENDE TAAKVOLWASSENHEID
    19. 19. 1 = INSTRUCTIE 2 = OVERTUIGEN OF COACHEN 3 = COACHEN 4 = OVERTUIGEN OF COACHEN 5 = DELEGEREN 6 = NIET AAN EEN STIJL TE VERBINDEN 7 = INSTRUCTIE 8 = NIET AAN EEN STIJL TE VERBINDEN 9 = COACHEN 10 = COACHEN, DAARNA OVERTUIGEN

    ×