• Save
Werkwinkel Chatten met suïcidale jongeren
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

Werkwinkel Chatten met suïcidale jongeren

on

  • 1,819 views

Symposium Zelfdoding & Internet, 4 december 2009, een organisatie van het Centrum ter preventie van Zelfdoding

Symposium Zelfdoding & Internet, 4 december 2009, een organisatie van het Centrum ter preventie van Zelfdoding

www.preventiezelfdoding.be

Statistics

Views

Total Views
1,819
Views on SlideShare
1,815
Embed Views
4

Actions

Likes
1
Downloads
0
Comments
1

1 Embed 4

http://www.slideshare.net 4

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
  • sweet slide dude loved the health info! http://www.fithuman.net/
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment
  • Bij een depressie op latere leeftijd wordt de depressieve grondstemming nogal eens overschaduwd door lichamelijke klachten. De acceptatie van lichamelijke klachten is veel groter dan van geestelijke klachten. Op zeuren over geestelijke klachten rust bij velen nog een taboe; ‘niet klagen, maar dragen’. Wanneer ouderen zich niet prettig voelen, onlustgevoelens ervaren over hun levensomstandigheden, hun sociale relaties of de invulling van hun leven, nergens meer zin in hebben en zich sober en leeg voelen, zullen dit vaak gemakkelijker uiten dmv lichamelijke klachten bv ‘ik voel me zo moe’, ‘mijn lichaam doet overal pijn’, ‘ik heb geen energie meer’…
  • Cf vragenlijst Kerkhof en van Heeringen
  • Dit zijn dooddoeners die vaak gebruikt worden als een manier om je er snel van af te maken. Het komt over als een afwijzing.
  • Gevoelens benoemen is belangrijk opdat jongeren het verband zien tussen hun gevoelens en hun gedrag. Basisgedachte: eerst gevoelens ondersteunen en niet het gedrag. Slechts wanneer er gewerkt wordt rond inzicht in de emoties, kan het gedrag veranderen => gevoelens sturen het gedrag ! . Ook opletten met jij- boodschappen (« jij komt altijd te laat; jij let nooit op,…): ze leggen vaak het probleem bij het kind/de jongere. Het kind gaat zich hierdoor aangevallen voelen en gaat vaak terugvechten en jou aanvallen: « jij hebt het altijd op mij gemunt; ik heb het altijd gedaan; ik krijg altijd straf . » Dit is het begin van een discussie. Deze discussies kan je vermijden door ik-boodschappen te gebruiken. Een ik-boodschap bestaat uit drie delen: 1)gedrag van de jongere beschrijven, zonder er een oordeel over te vellen, zonder te zeggen dat het storend of vervelend is: «  Ik heb gemerkt dat je al meerdere keren te laat bent gekomen » 2)beschrijven welke invloed dat gedrag op het jouwe heeft: « dat maakt dat ik mijn les altijd moet onderbreken » 3)beschrijven wat jouw gevoel is en ook nagaan of het klopt wat je zegt: « het geeft me het gevoel dat mijn lessen je niet interesseren, is dat ook zo?». Niet alleen wat je zegt is belangrijk, maar ook de manier waarop je het verwoordt: de toon, je mimiek, de klankkleur enz.
  • Gevoelens benoemen is belangrijk opdat jongeren het verband zien tussen hun gevoelens en hun gedrag. Basisgedachte: eerst gevoelens ondersteunen en niet het gedrag. Slechts wanneer er gewerkt wordt rond inzicht in de emoties, kan het gedrag veranderen => gevoelens sturen het gedrag ! . Ook opletten met jij- boodschappen (« jij komt altijd te laat; jij let nooit op,…): ze leggen vaak het probleem bij het kind/de jongere. Het kind gaat zich hierdoor aangevallen voelen en gaat vaak terugvechten en jou aanvallen: « jij hebt het altijd op mij gemunt; ik heb het altijd gedaan; ik krijg altijd straf . » Dit is het begin van een discussie. Deze discussies kan je vermijden door ik-boodschappen te gebruiken. Een ik-boodschap bestaat uit drie delen: 1)gedrag van de jongere beschrijven, zonder er een oordeel over te vellen, zonder te zeggen dat het storend of vervelend is: «  Ik heb gemerkt dat je al meerdere keren te laat bent gekomen » 2)beschrijven welke invloed dat gedrag op het jouwe heeft: « dat maakt dat ik mijn les altijd moet onderbreken » 3)beschrijven wat jouw gevoel is en ook nagaan of het klopt wat je zegt: « het geeft me het gevoel dat mijn lessen je niet interesseren, is dat ook zo?». Niet alleen wat je zegt is belangrijk, maar ook de manier waarop je het verwoordt: de toon, je mimiek, de klankkleur enz.

Werkwinkel Chatten met suïcidale jongeren Presentation Transcript

  • 1. Werkwinkel Chatten met suïcidale jongeren Michaël Bloemen / Leen Willems Symposium zelfdoding en internet 4 december 2009
  • 2. Inhoud
    • Suïcidale jongeren
      • Enkele cijfers
      • Verklaringen
    • Online hulpverlening (chat)
      • Eigenheid medium
      • Belevingsgericht communiceren via internet
    • Hoe omgaan met suïcidale jongeren via ‘chat’
      • Signalen, betekenis, ambivalentie
      • Gespreksfases
  • 3. Epidemiologie
    • Wereldwijd
      • Elke 40 seconden een zelfdoding
      • Elke 3 seconden een poging
    • Zelfdoding in België
      • België had in 2004 19.1 zelfdodingen per 100.000 inwoners (7/dag)
      • Slechts 11 landen hebben een hoger zelfdodingcijfer
      • Binnen West-Europa heeft enkel Finland hogere cijfers.
  • 4. Epidemiologie
    • Zelfdoding in Vlaanderen
      • Vlaanderen had in 2007 984 zelfdodingen (3/dag)
      • 2 op de 3 zelfdodingen door een man
      • Gem leeftijd: mannen = 49 jaar; vrouwen = 55 jaar
      • + 75 jarige mannen = risicogroep
      • Jongeren in 2007:
        • 10-14 jaar: 1 meisje, 1 jongen;
        • 15-19 jaar: 9 meisjes, 19 jongens
        • 20-24 jaar: 7 meisjes, 36 jongens
      • = 1 scholier per twee weken of 1 jongere (-25j) per week
  • 5. Epidemiologie Aantal zelfdodingen per leeftijd en geslacht Bron: Agentschap Zorg en Gezondheid (2006)
  • 6. Epidemiologie
    • Pogingen worden geschat op 45 per dag in Vlaanderen
    • Jonge vrouwen zijn de belangrijkste risicogroep
    • ZD-P = gemiddeld 30 jaar , voornamelijk meisjes onder 24 jaar
    • ! Onderrapportering !
  • 7. Epidemiologie
  • 8. Profiel suïcidale chatters Zelfmoordlijn
    • Vooral jongeren (50% jonger dan 18; 90% jonger dan 30)
    • Vooral jonge meisjes (risicogroep pogingen)
    • Ernstige suïcidaliteit
    • Eerder suïcidaal gedrag (bijna 50%)
    • Ernstige problematiek zoals misbruik en automutilatie
  • 9. Verklaringen (1/4)
    • Risicofactoren
    • Biologische en genetische factoren
    • genetische kwetsbaarheid voor psychiatrische aandoeningen (disfunctie van het serotonerge systeem van neurotransmissie in het centrale zenuwstelsel)
    • Psychologische factoren
    • impulsiviteit (en agressiviteit), gebrek aan probleemoplossend vermogen, laag zelfbeeld (en perfectionisme), rigiditeit en zwart-witdenken, hopeloosheid, …
    • Psychiatrische stoornissen
    • vb. depressie, drug- en alcoholgebruik, schizofrenie, borderline, …
    • Sociale stressoren
    • pesten, problematische gezinssituatie, misbruik, KOPP, …
  • 10. Verklaringen (2/4)
    • Beschermende factoren
    • Relationeel (met familie, vrienden, …)
    • Individueel (toekomstplannen, doel in het leven, positief zelfbeeld, …)
    • Cultureel (openheid van de samenleving, houding t.a.v. geestelijke gezondheid, godsdienst,…)
  • 11. Verklaringen (3/4)
    • Drempelverlagende of –verhogende factoren
    • Media
    • Zelfdoding in omgeving
    • Eerdere poging
    • Psychiatrische aandoening bij ouders
    • Beschikbaarheid van middelen
    • Toegankelijkheid geestelijke gezondheidszorg
    • Kennis geestelijke gezondheidszorg
    • Houding t.o.v. geestelijke gezondheidszorg
  • 12. Verklaringen (4/4)
    • Opmerkingen
    • Voor preventie is intentie, doel of betekenis van het zelfdodingsgedrag minstens even belangrijk als de 'reden'
    • Betekenis van zelfdoding
      • pijn- en hulpkreet, zelfdoding als oplossing (stopt de miserie, de pijn, het pesten, het misbruik, ...), 'ik wou dat ik er even niet meer was tot alles weer beter gaat', zelfdodingsgedrag als chantage, zelfdoding om erger te voorkomen, ...
    • Ambivalentie tussen leven en sterven
      • cf. doodsintentie van lichte tot zeer ernstige mate
  • 13. Het suïcidaal proces zelfdodingsgedachte zelfdodingswens zelfdodingsdreiging/plan zelfdodingspoging zelfdoding Zichtbaar Onzichtbaar 20/100.000 300/100.000 20.000/100.000
    •  vernauwing
    • voelen
    • denken
    • waarden
    • tijd en ruimte
    • persoonlijke mogelijkheden
    • interpersoonlijke relaties
  • 14. Online hulpverlening
    • Wat zijn de
    • voor- en/of nadelen
    • van online hulpverlening (chat)?
  • 15. Online hulpverlening
    • Kanaalreductie (non-verbaal, paralinguïstische tekens)
    • Weinig kadering (leeftijd, geslacht, ...)
    • Gevaar voor interpreteren
    • Traag medium
    • Technische storingen
    • Gevaar van Multi-tasking
    • Goede kennis van Nederlands en zich schriftelijk kunnen uitdrukken.
    • Faceless (anoniem)
    • vertrouwelijk
    • veilig (bv. ‘in stilte’ communiceren)
    • controle (HV blijft op afstand)
    • -> Disinhibition (ontremming)
    • Placeless (je kan het ‘overal’ en ‘altijd’ raadplegen)
    • Schrijven kan therapeutisch werken (ordenen, inzichtelijk, inspirerend,…)
    • Nieuwe doelgroepen (gehoor- en/of spraakproblemen, spreekangst,…)
    • Kanaalreductie (bv. geen hinderlijke geur van alcohol)
    Nadelen Voordelen
  • 16. Inleefoefening
    • Probeer je in te leven in een situatie in je leven toen je het zelf erg moeilijk had…
    • Mensen uit je omgeving reageerden misschien:
    • Wat hielp jou op dat moment?
    • Wat hielp jou op dat moment zeker niet?
  • 17. Wat vinden oproepers positief?
    • “ Ik vond het echt goed om zo te kunnen praten. Je kunt je verhaal kwijt zonder dat iemand je er later op aankijkt.”
    • “ Het is fijn dat ik op deze manier mijn verhaal eens kwijt kon.”
    • “ Het deed me goed dat ik even mijn hart kon luchten.”
    • “ Over het algemeen vond ik het goed, al worden er soms ietwat te veel vragen gesteld.”
    • “ Ik heb nooit gedurfd over dingen te praten, door dit gesprek heb ik het wel gedurfd en dat was te wijten aan degene met wie ik chatte. Hij of zij was zo rustig en lief…”
    • Bron: Onderzoek naar methodiek voor onlinehulpverlening in eerstelijnswelzijnswerk, Arteveldehogeschool Gent
  • 18. Belevingsgericht communiceren via internet
    • via:
    • Taal
    • Tekst
    • Tekens
    • Tempo
    • Techniek
    • Training ()
  • 19. TAAL
    • = instrument om elkaar te begrijpen
    • Verschillen:
        • Toegepast AN
        • Geschreven spreektaal
        • Chattaal (met eigen gramatica)
          • Vb. ff, lol, kdurf gwn ni huile
    • Ook verschillen tussen O en B
    • Belang van taalvaardigheid
      • (zie verder: gevoelens benoemen)
  • 20. TAAL
    • B: hoe vind jij het dat jouw neef nu bij jullie is?
    • O: mn ouders hebbe het onderschat toendertijd
    • O: mr beter bij hen dan in weeshuis
    • B: En jij? Hoe heb jij dat ingeschat?
    • O: toen me jonger zus overleed wist ik ni beter
    • B: Dat moet een hele klap geweest zijn voor jullie allemaal...
    • O: khad m liever zelf grootgebracht toen
    • O: maar nu weet ik dak et zelf ook ni had gekund
    B: hoe vind je t da je neef nu bij jullie is O: mn ouders hebbe het onderschat toendertijd O: mr beter bij hen dan in weeshuis B: en jij hoe hebdet ingeschat O: toen me jonger zus overleed wist ik ni beter B: da moet ne hele klap geweest zen voor jullie allemaal... O: khad m liever zelf grootgebracht toen O: maar nu weet ik dak et zelf ook ni had gekund of
  • 21. TAAL
    • Roept vragen op:
    • Meedoen?
    • (nabij, herkenbaar, taalgebruik afstemmen,…)
    • Niet meedoen?
    • (té nabij (nodige afstand is belangrijk), geen ‘chat’)
  • 22. TEKST
    • Woorden verschijnen: zwart op wit
    • Niet altijd eenduidig (moeilijk om te begrijpen)
        • typfouten (concentratieverlies vs. emotioneel geraakt
        • vs. ZMP aan de gang)
        • verduidelijking vragen
        • doorvragen (bv. bij zelfdoding)
          • -> concretiseren
          • (ook om interpretatiefouten te vermijden)
        • boodschappen toetsen
    • Kruisverwijzingen en Lasso’s
  • 23. TEKST
    • Wat kom ik hier eigenlijk doen?
  • 24. TEKENS
    • Ik zie het niet meer zitten
    • Ik zie het niet meer zitten…
    • kzie t ni mee zitte
    • IK ZIE HET NIET MEER ZITTEN
    • Ik zie het niet meer zitten!!!
    • IK ZIE HET NIET MEER ZITTEN!!!!!!
    • Ik zie het niet meer zitten :-s
    • Ik zie het NIET MEER zitten
    • Ik zie het niet meeeeeeeeeeeeeer zitten
    • (ik zie het niet meer zitten)
  • 25. TEKENS
    • Verschillende functies
        • nuance
        • klemtoon
        • geeft kleur
  • 26. TEKENS
    • Bevat meestal belangrijke info
        • Laat vaak toe een gesprek op ander niveau te voeren dan louter het inhoudelijke
        • Geef er dus veel aandacht aan!!!
    • Ook hier opletten voor interpreteren
        • ‘ Borderline’-trekjes (‘theatraal’)
        • Aandacht vragen
        • Niet serieus
            • -> zoek wat erachter zit of welk gevoel erachter zit
    • Zelf tekens inzetten?
  • 27. TEMPO
    • Snelle traagheid van het medium (‘disinhibition’)
    • Probeer je tempo aan te passen
      • geef ruimte
      • let op tempowijzigingen
      • de ‘chatrakket’ en het nut van afremmen
  • 28. TECHNIEK
    • Nicknames
        • ‘ lelijk eendje’
    • Aanmeldingsbericht
    • Smileys
        •  ipv :-)
    • Typindicator
    • Scrollen
  • 29. ‘ TECHNIEK’
    • Terugspelen (ifv schermpathie)
        • letterlijk terugspelen
        • tussen de regels terugspelen
        • gevoelens benoemen
        • confronteren
    • Hier en nu
    • Structureren
    • Concretiseren
  • 30. ‘ TECHNIEK’
    • O: ..Je moet me echt helpen..
    • B: Zou je willen vertellen wat er gebeurd is?
    • O: Er is zoveel gebeurd en de laatste tijd voel ik me zo slecht..
    • B: Hoe komt het?
    • O: Pfff, het maakt eigenlijk allemaal niks meer uit, het is toch te laat…
    • B: Hoe bedoel je te laat?
    • O: Ja gewoon, binnenkort is het misschien allemaal voorbij…
    • O: ..Je moet me echt helpen..
    • B: Oei, je bent echt wanhopig. Zou je willen vertellen wat er gebeurd is?
    • O: Ik voel me zo slecht. Ik weet niet wat ik heb de laatste tijd, maar ik voel me zo leeg..
    • B: Ik heb de indruk dat je je enorm radeloos voelt..dat je gewoon niet meer weet wat je moet doen..
    • O: Pfff, het maakt eigenlijk allemaal niks meer uit, het is toch te laat…
    • B: Hoe bedoel je te laat?
    • O: Ja gewoon, binnenkort is het misschien allemaal voorbij…
  • 31. TRAINING
    • Vorming en training
    • Intervisies
    • Een luisterend ooG ontwikkelen
  • 32. Zelfdodingsgedachten op de ‘chat’
    • Hoe merk je het?
    • Wat doe je als je het merkt?
    • Waarom?
    • Hoe bouw je het gesprek op?
    • Wat vind je belangrijk? (in functie van hier en nu)
  • 33. Signalen (1/2)
    • Verbaal
      • Direct
        • “ Ik wil dood”
        • “ Ik ga er een einde aan maken”
      • Non-direct
        • “ Ik wil slapen en niet meer wakker worden”
        • “ Ik zou willen rusten”
        • “ Als ik er morgen niet meer ben zal niemand mij missen”
        • “ Ik zal er voor zorgen dat ik niemand meer tot last ben”
  • 34. Signalen (2/2)
    • Gedragsmatig
      • Gestoorde eetlust
      • Slaapstoornissen
      • Energieverlies, vermoeidheid
      • Sterke en plotse verandering in gedrag: vijandig, …
      • Zich terugtrekken
      • Afscheid nemen, dingen weggeven, …
      • Verwaarlozen van persoonlijke zorg
      • Lichamelijke klachten
      • Tekening over de dood maken, sombere poëzie lezen
      • Spijbelen / verslechtering van schoolresultaten
    • Opm: ZMP aan de gang-> hoofdpijn, koud, rillingen, duizelig, misselijk, droge mond, traag, verward, …
  • 35. Zelfmoord bespreekbaar maken
    • Hoe?
      • bespreekbaar maken vanuit bezorgdheid en signalen.
      • Betekenis van signalen
        • ‘ je zegt dat… bedoel je dan ook dat je aan zelfmoord denkt?’
    • Waarom?
      • je moet duidelijkheid hebben
      • persoon mag erover praten (=belangrijk)
      • je confronteert persoon met zijn gedachten
    • Waarom gebeurt het dan toch vaak niet?
      • “ ik zal hem/haar toch niet op ideeën brengen…”
      • angst: “wat als hij/zij ja zegt…”
  • 36. Ernst van suïcide-ideatie inschatten Geen controle meer: elk moment kan impulsdoorbraak leiden tot suïcide Benauwd voor eigen impulsiviteit Suïcide is impulsief gekleurd Controle over suïcidale impulsen Controle Kan niet langer wachten met suïcide te plegen Liever sterven dan leven Zowel leven als sterven Liever leven dan sterven Wens Wanhopig, radeloos en emotioneel ontredderd Wanhopig Soms Lichte mate Wanhoop    Afscheidsbrieven soms overwogen of geschreven Uitgebreid plan en mogelijk reeds geoefend.          Uitgebreid plan met verschillende voorbereidingen Geen uitgebreid plan Geen Plan            wraak          teleurstellingen          breuk met anderen Geen oog voor mogelijke consequenties voor achterblijvers Denkt dat het voor anderen beter is dat hij er niet is Zelfmoord gericht op: Denkt aan consequenties voor familie en vrienden. Omgeving Enkel nog maar over suïcide Voortdurend Impulsief Vluchtig Gedachten Zeer ernstige mate Ernstige mate Ambivalentie Lichte mate  
  • 37. Na de inschatting…
    • Suïciderisico bepaalt vervolg van gesprek:
    • Lichte mate: focus op problemen
            • P ZM
    • Ernstige mate: focus op zelfmoord
            • ZM P
  • 38. Gespreksfases
    • Voorfase (in contact komen)
    • Zicht krijgen op:
            • Signalen van zelfdoding(sgedachten)
            • Zelfmoord benoemen
            • Acuutheid
    • Inzicht krijgen in:
            • Betekenis / ambivalentie
    • Uitzicht op:
            • uitstel, afstel?
            • doorverwijzing
  • 39. Betekenis / Ambivalentie
    • Voor preventie is intentie, doel of betekenis van het zelfdodingsgedrag minstens even belangrijk als de 'reden‘
    • Ambivalentie: Leven vs. dood (“twijfel je soms nog”)
    Dood Leven ZM 1 2 3
  • 40. Tot slot: enkele kapstokken
    • NIET:
    • Niet minimaliseren , banaliseren of valse hoop geven
    • «Kijk eens naar hem, hij heeft het nog veel moeilijker.» «Trek het je niet aan, het zal wel beter gaan. Je bent nog jong».
    • Geen schuldgevoelens geven of veroordelen
    • « Denk aan je ouders, die kan je toch niet achterlaten!?»
    • Geen éénvoudige pasklare oplossingen aanreiken.
    • « Ga buiten eens een frisse neus halen, je zal je al veel beter voelen.»
    • Maak geen valse beloftes
    • « ik zal er altijd voor je zijn »; « ik beloof tegen niemand iets te zeggen ».
      • WEL: « ik zal het tussen ons houden maar als ik het echt niet meer alleen aankan dan wil ik wel de hulp zoeken van anderen. Maar als het zover is zal ik dat eerst met jou bespreken »
  • 41. Tot slot: enkele kapstokken
    • WEL:
    • Wat voelt de persoon, wat gaat er in hem om? Benoem deze gevoelens = empathie
    • Zoek naar een netwerk en steunfiguren.
    • Zoek samen met persoon naar een uitzicht/alternatief ( coping )
    • Wees echt!
    • Erken inzet en kleine successen
  • 42. Meer info?
    • www.zelfmoordlijn.be
    • www.preventiezelfdoding.be
    • [email_address]