De duurzame stad dgbc
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

De duurzame stad dgbc

on

  • 678 views

 

Statistics

Views

Total Views
678
Views on SlideShare
678
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
6
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment
  • Duurzaamheid moet meetbaar worden en daarmee verhandelbaar. Dit helpt bij het vergroten van de markt wat weer schaalvoordelen oplevert. Door middel van een certificaat ga je een waarde toekennen aan een gebouw of een gebied. Het wordt vergelijkbaar. Let wel op dat het certificaat een middel is. Het doel is om duurzame gebouwde omgeving te stimuleren, door middel van een certificaat.
  • Duurzaamheid moet meetbaar worden en daarmee verhandelbaar. Dit helpt bij het vergroten van de markt wat weer schaalvoordelen oplevert. Door middel van een certificaat ga je een waarde toekennen aan een gebouw of een gebied. Het wordt vergelijkbaar.
  • Huidige rekenmodellen en zekerheden staan onder druk. Alleen denken in terugverdientijden en werken met een constante rentevoet is niet meer van deze tijd. De rente kan naar 0% en naar 10%. Duurzaamheid is belangrijk onderdeel van risicomanagement geworden. Hoelang duurt het nog dat huurders hoge eisen gaan stellen? Na hoeveel jaar moet u het pand upgraden? Hoe gaat de waarde ontwikkeling van panden eruit zien? Kantorenmarkt die ruim is, is erg gevoelig geworden. Dit geld minder voor woningen.
  • Huidige rekenmodellen en zekerheden staan onder druk. Alleen denken in terugverdientijden en werken met een constante rentevoet is niet meer van deze tijd. De rente kan naar 0% en naar 10%. Duurzaamheid is belangrijk onderdeel van risicomanagement geworden. Hoelang duurt het nog dat huurders hoge eisen gaan stellen? Na hoeveel jaar moet u het pand upgraden? Hoe gaat de waarde ontwikkeling van panden eruit zien? Kantorenmarkt die ruim is, is erg gevoelig geworden. Dit geld minder voor woningen.
  • In deze presentatie vindt u het voorstel voor de verdere uitwerking van de structuur van het Gebiedslabel. Het doel van het label is om te komen tot een verduurzaming van een gebiedsontwikkeling. Er zijn daarbij een aantal uitgangspunten: Aansluiting bij de BREEAM methodiek en dan in het bijzonder de BREEAM Communities en de BREEAM-NL Nieuwbouw. Deze aansluiting wordt vooral gezocht in de structuur van het label en in de categoriebenamingen die aansluiting vinden bij het BREEAM-NL Nieuwbouw label. Daarbij moet de mogelijkheid open blijven op aansluiting te vinden bij de DPL methodiek. Als filosofie onderliggend aan het label wordt uitgegaan van de lagenbenadering, waarbij de volgende drie lagen gedefinieerd zijn: ondergrond, netwerken en occupatie. Binnen de structuur zijn 5 hoofd categorieën gedefinieerd waarvan er drie verder zijn onderverdeeld in subcategorieën. Ten opzichte van de BREEAM-NL structuur is daarmee een extra laag ingebracht. De subcategorie of hoofd categorieën die niet zijn opgedeeld, worden later in criteria uitgewerkt. In aansluiting op de BREEAM-NL Nieuwbouw methode worden de volgende onderwerpen opgenomen: energie, water, materialen en daarop aanvullend voedsel . Dit zijn natuurlijke bronnen ten behoeve van het gebruik van het gebied. De restanten hiervan zijn afval , waarom we ook deze in de categorie bronnen hebben ingevoegd. Bovendien zou idealiter, vanuit de C2C gedachte afval opnieuw als voedsel of in ieder geval als bron gebruikt kunnen worden. De eerste categorie is dus Bronnen . Met die bronnen word invulling gegeven aan het gebied: wordt een Structuur ontwikkeld. Aan de structuur gekoppeld zijn de gebouwen in het gebied. De bestaande gebouwen, maar ook de nieuwe ontwikkelingen. Een onderwerp dat ook hieraan gekoppeld is, maar ook te maken heeft met emissie en veiligheid is transport . Samen met de ecologie binnen het gebied (water en groen) bepalen deze subcategorieën het Stedenbouwkundig Ontwerp . Dat is dus de volgende categorie. We gebruiken het land ten behoeve van de Welvaart . Dat is onze derde categorie. De samenleving wordt gevormd door de sociale cohesie , wat qua invulling is gerelateerd aan de volkshuisvesting vraagstukken. Hoe de sociale structuur eruit ziet bepaalt voor een belangrijk deel de culturele behoefte en invulling van het gebied. Cultuur en cultureel erfgoed is daarom het tweede onderwerp binnen deze categorie. Cultureel erfgoed is hierin ondergebracht omdat deze een belangrijke bijdrage leveren aan de identiteit van het gebied en de belevingskwaliteit. We benaderen cultureel erfgoed in dit kader dus niet als concrete objecten die van invloed zijn op het ruimtegebruik. Een belangrijke voeding voor de sociale cohesie zijn de voorzieningen in het gebied. Deze zijn opgenomen in het onderwerp: economische vitaliteit. In de categorie Gebiedsklimaat worden alle negatieve invloeden van het gebruik van het gebied gevangen. Bijvoorbeeld op: licht, zicht, geluid, lucht, water en grondvervuiling. De plannen en ambities kunnen mooi zijn, maar zijn onrealistisch als niet in een vroeg stadium een plan wordt bedacht waarin de belangen, kosten en baten van de verschillende stakeholders worden uitgewerkt. Ook in de realisatie en beheersfase van het gebied is het onderhoud van systemen en controle op het gebruik van voorzieningen van belang om de potentie van het gebied in realiteit om te zetten. Deze onderwerpen zijn opgenomen in de categorie Management .
  • In deze presentatie vindt u het voorstel voor de verdere uitwerking van de structuur van het Gebiedslabel. Het doel van het label is om te komen tot een verduurzaming van een gebiedsontwikkeling. Er zijn daarbij een aantal uitgangspunten: Aansluiting bij de BREEAM methodiek en dan in het bijzonder de BREEAM Communities en de BREEAM-NL Nieuwbouw. Deze aansluiting wordt vooral gezocht in de structuur van het label en in de categoriebenamingen die aansluiting vinden bij het BREEAM-NL Nieuwbouw label. Daarbij moet de mogelijkheid open blijven op aansluiting te vinden bij de DPL methodiek. Als filosofie onderliggend aan het label wordt uitgegaan van de lagenbenadering, waarbij de volgende drie lagen gedefinieerd zijn: ondergrond, netwerken en occupatie. Binnen de structuur zijn 5 hoofd categorieën gedefinieerd waarvan er drie verder zijn onderverdeeld in subcategorieën. Ten opzichte van de BREEAM-NL structuur is daarmee een extra laag ingebracht. De subcategorie of hoofd categorieën die niet zijn opgedeeld, worden later in criteria uitgewerkt. In aansluiting op de BREEAM-NL Nieuwbouw methode worden de volgende onderwerpen opgenomen: energie, water, materialen en daarop aanvullend voedsel . Dit zijn natuurlijke bronnen ten behoeve van het gebruik van het gebied. De restanten hiervan zijn afval , waarom we ook deze in de categorie bronnen hebben ingevoegd. Bovendien zou idealiter, vanuit de C2C gedachte afval opnieuw als voedsel of in ieder geval als bron gebruikt kunnen worden. De eerste categorie is dus Bronnen . Met die bronnen word invulling gegeven aan het gebied: wordt een Structuur ontwikkeld. Aan de structuur gekoppeld zijn de gebouwen in het gebied. De bestaande gebouwen, maar ook de nieuwe ontwikkelingen. Een onderwerp dat ook hieraan gekoppeld is, maar ook te maken heeft met emissie en veiligheid is transport . Samen met de ecologie binnen het gebied (water en groen) bepalen deze subcategorieën het Stedenbouwkundig Ontwerp . Dat is dus de volgende categorie. We gebruiken het land ten behoeve van de Welvaart . Dat is onze derde categorie. De samenleving wordt gevormd door de sociale cohesie , wat qua invulling is gerelateerd aan de volkshuisvesting vraagstukken. Hoe de sociale structuur eruit ziet bepaalt voor een belangrijk deel de culturele behoefte en invulling van het gebied. Cultuur en cultureel erfgoed is daarom het tweede onderwerp binnen deze categorie. Cultureel erfgoed is hierin ondergebracht omdat deze een belangrijke bijdrage leveren aan de identiteit van het gebied en de belevingskwaliteit. We benaderen cultureel erfgoed in dit kader dus niet als concrete objecten die van invloed zijn op het ruimtegebruik. Een belangrijke voeding voor de sociale cohesie zijn de voorzieningen in het gebied. Deze zijn opgenomen in het onderwerp: economische vitaliteit. In de categorie Gebiedsklimaat worden alle negatieve invloeden van het gebruik van het gebied gevangen. Bijvoorbeeld op: licht, zicht, geluid, lucht, water en grondvervuiling. De plannen en ambities kunnen mooi zijn, maar zijn onrealistisch als niet in een vroeg stadium een plan wordt bedacht waarin de belangen, kosten en baten van de verschillende stakeholders worden uitgewerkt. Ook in de realisatie en beheersfase van het gebied is het onderhoud van systemen en controle op het gebruik van voorzieningen van belang om de potentie van het gebied in realiteit om te zetten. Deze onderwerpen zijn opgenomen in de categorie Management .
  • In deze presentatie vindt u het voorstel voor de verdere uitwerking van de structuur van het Gebiedslabel. Het doel van het label is om te komen tot een verduurzaming van een gebiedsontwikkeling. Er zijn daarbij een aantal uitgangspunten: Aansluiting bij de BREEAM methodiek en dan in het bijzonder de BREEAM Communities en de BREEAM-NL Nieuwbouw. Deze aansluiting wordt vooral gezocht in de structuur van het label en in de categoriebenamingen die aansluiting vinden bij het BREEAM-NL Nieuwbouw label. Daarbij moet de mogelijkheid open blijven op aansluiting te vinden bij de DPL methodiek. Als filosofie onderliggend aan het label wordt uitgegaan van de lagenbenadering, waarbij de volgende drie lagen gedefinieerd zijn: ondergrond, netwerken en occupatie. Binnen de structuur zijn 5 hoofd categorieën gedefinieerd waarvan er drie verder zijn onderverdeeld in subcategorieën. Ten opzichte van de BREEAM-NL structuur is daarmee een extra laag ingebracht. De subcategorie of hoofd categorieën die niet zijn opgedeeld, worden later in criteria uitgewerkt. In aansluiting op de BREEAM-NL Nieuwbouw methode worden de volgende onderwerpen opgenomen: energie, water, materialen en daarop aanvullend voedsel . Dit zijn natuurlijke bronnen ten behoeve van het gebruik van het gebied. De restanten hiervan zijn afval , waarom we ook deze in de categorie bronnen hebben ingevoegd. Bovendien zou idealiter, vanuit de C2C gedachte afval opnieuw als voedsel of in ieder geval als bron gebruikt kunnen worden. De eerste categorie is dus Bronnen . Met die bronnen word invulling gegeven aan het gebied: wordt een Structuur ontwikkeld. Aan de structuur gekoppeld zijn de gebouwen in het gebied. De bestaande gebouwen, maar ook de nieuwe ontwikkelingen. Een onderwerp dat ook hieraan gekoppeld is, maar ook te maken heeft met emissie en veiligheid is transport . Samen met de ecologie binnen het gebied (water en groen) bepalen deze subcategorieën het Stedenbouwkundig Ontwerp . Dat is dus de volgende categorie. We gebruiken het land ten behoeve van de Welvaart . Dat is onze derde categorie. De samenleving wordt gevormd door de sociale cohesie , wat qua invulling is gerelateerd aan de volkshuisvesting vraagstukken. Hoe de sociale structuur eruit ziet bepaalt voor een belangrijk deel de culturele behoefte en invulling van het gebied. Cultuur en cultureel erfgoed is daarom het tweede onderwerp binnen deze categorie. Cultureel erfgoed is hierin ondergebracht omdat deze een belangrijke bijdrage leveren aan de identiteit van het gebied en de belevingskwaliteit. We benaderen cultureel erfgoed in dit kader dus niet als concrete objecten die van invloed zijn op het ruimtegebruik. Een belangrijke voeding voor de sociale cohesie zijn de voorzieningen in het gebied. Deze zijn opgenomen in het onderwerp: economische vitaliteit. In de categorie Gebiedsklimaat worden alle negatieve invloeden van het gebruik van het gebied gevangen. Bijvoorbeeld op: licht, zicht, geluid, lucht, water en grondvervuiling. De plannen en ambities kunnen mooi zijn, maar zijn onrealistisch als niet in een vroeg stadium een plan wordt bedacht waarin de belangen, kosten en baten van de verschillende stakeholders worden uitgewerkt. Ook in de realisatie en beheersfase van het gebied is het onderhoud van systemen en controle op het gebruik van voorzieningen van belang om de potentie van het gebied in realiteit om te zetten. Deze onderwerpen zijn opgenomen in de categorie Management .
  • In deze presentatie vindt u het voorstel voor de verdere uitwerking van de structuur van het Gebiedslabel. Het doel van het label is om te komen tot een verduurzaming van een gebiedsontwikkeling. Er zijn daarbij een aantal uitgangspunten: Aansluiting bij de BREEAM methodiek en dan in het bijzonder de BREEAM Communities en de BREEAM-NL Nieuwbouw. Deze aansluiting wordt vooral gezocht in de structuur van het label en in de categoriebenamingen die aansluiting vinden bij het BREEAM-NL Nieuwbouw label. Daarbij moet de mogelijkheid open blijven op aansluiting te vinden bij de DPL methodiek. Als filosofie onderliggend aan het label wordt uitgegaan van de lagenbenadering, waarbij de volgende drie lagen gedefinieerd zijn: ondergrond, netwerken en occupatie. Binnen de structuur zijn 5 hoofd categorieën gedefinieerd waarvan er drie verder zijn onderverdeeld in subcategorieën. Ten opzichte van de BREEAM-NL structuur is daarmee een extra laag ingebracht. De subcategorie of hoofd categorieën die niet zijn opgedeeld, worden later in criteria uitgewerkt. In aansluiting op de BREEAM-NL Nieuwbouw methode worden de volgende onderwerpen opgenomen: energie, water, materialen en daarop aanvullend voedsel . Dit zijn natuurlijke bronnen ten behoeve van het gebruik van het gebied. De restanten hiervan zijn afval , waarom we ook deze in de categorie bronnen hebben ingevoegd. Bovendien zou idealiter, vanuit de C2C gedachte afval opnieuw als voedsel of in ieder geval als bron gebruikt kunnen worden. De eerste categorie is dus Bronnen . Met die bronnen word invulling gegeven aan het gebied: wordt een Structuur ontwikkeld. Aan de structuur gekoppeld zijn de gebouwen in het gebied. De bestaande gebouwen, maar ook de nieuwe ontwikkelingen. Een onderwerp dat ook hieraan gekoppeld is, maar ook te maken heeft met emissie en veiligheid is transport . Samen met de ecologie binnen het gebied (water en groen) bepalen deze subcategorieën het Stedenbouwkundig Ontwerp . Dat is dus de volgende categorie. We gebruiken het land ten behoeve van de Welvaart . Dat is onze derde categorie. De samenleving wordt gevormd door de sociale cohesie , wat qua invulling is gerelateerd aan de volkshuisvesting vraagstukken. Hoe de sociale structuur eruit ziet bepaalt voor een belangrijk deel de culturele behoefte en invulling van het gebied. Cultuur en cultureel erfgoed is daarom het tweede onderwerp binnen deze categorie. Cultureel erfgoed is hierin ondergebracht omdat deze een belangrijke bijdrage leveren aan de identiteit van het gebied en de belevingskwaliteit. We benaderen cultureel erfgoed in dit kader dus niet als concrete objecten die van invloed zijn op het ruimtegebruik. Een belangrijke voeding voor de sociale cohesie zijn de voorzieningen in het gebied. Deze zijn opgenomen in het onderwerp: economische vitaliteit. In de categorie Gebiedsklimaat worden alle negatieve invloeden van het gebruik van het gebied gevangen. Bijvoorbeeld op: licht, zicht, geluid, lucht, water en grondvervuiling. De plannen en ambities kunnen mooi zijn, maar zijn onrealistisch als niet in een vroeg stadium een plan wordt bedacht waarin de belangen, kosten en baten van de verschillende stakeholders worden uitgewerkt. Ook in de realisatie en beheersfase van het gebied is het onderhoud van systemen en controle op het gebruik van voorzieningen van belang om de potentie van het gebied in realiteit om te zetten. Deze onderwerpen zijn opgenomen in de categorie Management .
  • In deze presentatie vindt u het voorstel voor de verdere uitwerking van de structuur van het Gebiedslabel. Het doel van het label is om te komen tot een verduurzaming van een gebiedsontwikkeling. Er zijn daarbij een aantal uitgangspunten: Aansluiting bij de BREEAM methodiek en dan in het bijzonder de BREEAM Communities en de BREEAM-NL Nieuwbouw. Deze aansluiting wordt vooral gezocht in de structuur van het label en in de categoriebenamingen die aansluiting vinden bij het BREEAM-NL Nieuwbouw label. Daarbij moet de mogelijkheid open blijven op aansluiting te vinden bij de DPL methodiek. Als filosofie onderliggend aan het label wordt uitgegaan van de lagenbenadering, waarbij de volgende drie lagen gedefinieerd zijn: ondergrond, netwerken en occupatie. Binnen de structuur zijn 5 hoofd categorieën gedefinieerd waarvan er drie verder zijn onderverdeeld in subcategorieën. Ten opzichte van de BREEAM-NL structuur is daarmee een extra laag ingebracht. De subcategorie of hoofd categorieën die niet zijn opgedeeld, worden later in criteria uitgewerkt. In aansluiting op de BREEAM-NL Nieuwbouw methode worden de volgende onderwerpen opgenomen: energie, water, materialen en daarop aanvullend voedsel . Dit zijn natuurlijke bronnen ten behoeve van het gebruik van het gebied. De restanten hiervan zijn afval , waarom we ook deze in de categorie bronnen hebben ingevoegd. Bovendien zou idealiter, vanuit de C2C gedachte afval opnieuw als voedsel of in ieder geval als bron gebruikt kunnen worden. De eerste categorie is dus Bronnen . Met die bronnen word invulling gegeven aan het gebied: wordt een Structuur ontwikkeld. Aan de structuur gekoppeld zijn de gebouwen in het gebied. De bestaande gebouwen, maar ook de nieuwe ontwikkelingen. Een onderwerp dat ook hieraan gekoppeld is, maar ook te maken heeft met emissie en veiligheid is transport . Samen met de ecologie binnen het gebied (water en groen) bepalen deze subcategorieën het Stedenbouwkundig Ontwerp . Dat is dus de volgende categorie. We gebruiken het land ten behoeve van de Welvaart . Dat is onze derde categorie. De samenleving wordt gevormd door de sociale cohesie , wat qua invulling is gerelateerd aan de volkshuisvesting vraagstukken. Hoe de sociale structuur eruit ziet bepaalt voor een belangrijk deel de culturele behoefte en invulling van het gebied. Cultuur en cultureel erfgoed is daarom het tweede onderwerp binnen deze categorie. Cultureel erfgoed is hierin ondergebracht omdat deze een belangrijke bijdrage leveren aan de identiteit van het gebied en de belevingskwaliteit. We benaderen cultureel erfgoed in dit kader dus niet als concrete objecten die van invloed zijn op het ruimtegebruik. Een belangrijke voeding voor de sociale cohesie zijn de voorzieningen in het gebied. Deze zijn opgenomen in het onderwerp: economische vitaliteit. In de categorie Gebiedsklimaat worden alle negatieve invloeden van het gebruik van het gebied gevangen. Bijvoorbeeld op: licht, zicht, geluid, lucht, water en grondvervuiling. De plannen en ambities kunnen mooi zijn, maar zijn onrealistisch als niet in een vroeg stadium een plan wordt bedacht waarin de belangen, kosten en baten van de verschillende stakeholders worden uitgewerkt. Ook in de realisatie en beheersfase van het gebied is het onderhoud van systemen en controle op het gebruik van voorzieningen van belang om de potentie van het gebied in realiteit om te zetten. Deze onderwerpen zijn opgenomen in de categorie Management .
  • In deze presentatie vindt u het voorstel voor de verdere uitwerking van de structuur van het Gebiedslabel. Het doel van het label is om te komen tot een verduurzaming van een gebiedsontwikkeling. Er zijn daarbij een aantal uitgangspunten: Aansluiting bij de BREEAM methodiek en dan in het bijzonder de BREEAM Communities en de BREEAM-NL Nieuwbouw. Deze aansluiting wordt vooral gezocht in de structuur van het label en in de categoriebenamingen die aansluiting vinden bij het BREEAM-NL Nieuwbouw label. Daarbij moet de mogelijkheid open blijven op aansluiting te vinden bij de DPL methodiek. Als filosofie onderliggend aan het label wordt uitgegaan van de lagenbenadering, waarbij de volgende drie lagen gedefinieerd zijn: ondergrond, netwerken en occupatie. Binnen de structuur zijn 5 hoofd categorieën gedefinieerd waarvan er drie verder zijn onderverdeeld in subcategorieën. Ten opzichte van de BREEAM-NL structuur is daarmee een extra laag ingebracht. De subcategorie of hoofd categorieën die niet zijn opgedeeld, worden later in criteria uitgewerkt. In aansluiting op de BREEAM-NL Nieuwbouw methode worden de volgende onderwerpen opgenomen: energie, water, materialen en daarop aanvullend voedsel . Dit zijn natuurlijke bronnen ten behoeve van het gebruik van het gebied. De restanten hiervan zijn afval , waarom we ook deze in de categorie bronnen hebben ingevoegd. Bovendien zou idealiter, vanuit de C2C gedachte afval opnieuw als voedsel of in ieder geval als bron gebruikt kunnen worden. De eerste categorie is dus Bronnen . Met die bronnen word invulling gegeven aan het gebied: wordt een Structuur ontwikkeld. Aan de structuur gekoppeld zijn de gebouwen in het gebied. De bestaande gebouwen, maar ook de nieuwe ontwikkelingen. Een onderwerp dat ook hieraan gekoppeld is, maar ook te maken heeft met emissie en veiligheid is transport . Samen met de ecologie binnen het gebied (water en groen) bepalen deze subcategorieën het Stedenbouwkundig Ontwerp . Dat is dus de volgende categorie. We gebruiken het land ten behoeve van de Welvaart . Dat is onze derde categorie. De samenleving wordt gevormd door de sociale cohesie , wat qua invulling is gerelateerd aan de volkshuisvesting vraagstukken. Hoe de sociale structuur eruit ziet bepaalt voor een belangrijk deel de culturele behoefte en invulling van het gebied. Cultuur en cultureel erfgoed is daarom het tweede onderwerp binnen deze categorie. Cultureel erfgoed is hierin ondergebracht omdat deze een belangrijke bijdrage leveren aan de identiteit van het gebied en de belevingskwaliteit. We benaderen cultureel erfgoed in dit kader dus niet als concrete objecten die van invloed zijn op het ruimtegebruik. Een belangrijke voeding voor de sociale cohesie zijn de voorzieningen in het gebied. Deze zijn opgenomen in het onderwerp: economische vitaliteit. In de categorie Gebiedsklimaat worden alle negatieve invloeden van het gebruik van het gebied gevangen. Bijvoorbeeld op: licht, zicht, geluid, lucht, water en grondvervuiling. De plannen en ambities kunnen mooi zijn, maar zijn onrealistisch als niet in een vroeg stadium een plan wordt bedacht waarin de belangen, kosten en baten van de verschillende stakeholders worden uitgewerkt. Ook in de realisatie en beheersfase van het gebied is het onderhoud van systemen en controle op het gebruik van voorzieningen van belang om de potentie van het gebied in realiteit om te zetten. Deze onderwerpen zijn opgenomen in de categorie Management .
  • In deze presentatie vindt u het voorstel voor de verdere uitwerking van de structuur van het Gebiedslabel. Het doel van het label is om te komen tot een verduurzaming van een gebiedsontwikkeling. Er zijn daarbij een aantal uitgangspunten: Aansluiting bij de BREEAM methodiek en dan in het bijzonder de BREEAM Communities en de BREEAM-NL Nieuwbouw. Deze aansluiting wordt vooral gezocht in de structuur van het label en in de categoriebenamingen die aansluiting vinden bij het BREEAM-NL Nieuwbouw label. Daarbij moet de mogelijkheid open blijven op aansluiting te vinden bij de DPL methodiek. Als filosofie onderliggend aan het label wordt uitgegaan van de lagenbenadering, waarbij de volgende drie lagen gedefinieerd zijn: ondergrond, netwerken en occupatie. Binnen de structuur zijn 5 hoofd categorieën gedefinieerd waarvan er drie verder zijn onderverdeeld in subcategorieën. Ten opzichte van de BREEAM-NL structuur is daarmee een extra laag ingebracht. De subcategorie of hoofd categorieën die niet zijn opgedeeld, worden later in criteria uitgewerkt. In aansluiting op de BREEAM-NL Nieuwbouw methode worden de volgende onderwerpen opgenomen: energie, water, materialen en daarop aanvullend voedsel . Dit zijn natuurlijke bronnen ten behoeve van het gebruik van het gebied. De restanten hiervan zijn afval , waarom we ook deze in de categorie bronnen hebben ingevoegd. Bovendien zou idealiter, vanuit de C2C gedachte afval opnieuw als voedsel of in ieder geval als bron gebruikt kunnen worden. De eerste categorie is dus Bronnen . Met die bronnen word invulling gegeven aan het gebied: wordt een Structuur ontwikkeld. Aan de structuur gekoppeld zijn de gebouwen in het gebied. De bestaande gebouwen, maar ook de nieuwe ontwikkelingen. Een onderwerp dat ook hieraan gekoppeld is, maar ook te maken heeft met emissie en veiligheid is transport . Samen met de ecologie binnen het gebied (water en groen) bepalen deze subcategorieën het Stedenbouwkundig Ontwerp . Dat is dus de volgende categorie. We gebruiken het land ten behoeve van de Welvaart . Dat is onze derde categorie. De samenleving wordt gevormd door de sociale cohesie , wat qua invulling is gerelateerd aan de volkshuisvesting vraagstukken. Hoe de sociale structuur eruit ziet bepaalt voor een belangrijk deel de culturele behoefte en invulling van het gebied. Cultuur en cultureel erfgoed is daarom het tweede onderwerp binnen deze categorie. Cultureel erfgoed is hierin ondergebracht omdat deze een belangrijke bijdrage leveren aan de identiteit van het gebied en de belevingskwaliteit. We benaderen cultureel erfgoed in dit kader dus niet als concrete objecten die van invloed zijn op het ruimtegebruik. Een belangrijke voeding voor de sociale cohesie zijn de voorzieningen in het gebied. Deze zijn opgenomen in het onderwerp: economische vitaliteit. In de categorie Gebiedsklimaat worden alle negatieve invloeden van het gebruik van het gebied gevangen. Bijvoorbeeld op: licht, zicht, geluid, lucht, water en grondvervuiling. De plannen en ambities kunnen mooi zijn, maar zijn onrealistisch als niet in een vroeg stadium een plan wordt bedacht waarin de belangen, kosten en baten van de verschillende stakeholders worden uitgewerkt. Ook in de realisatie en beheersfase van het gebied is het onderhoud van systemen en controle op het gebruik van voorzieningen van belang om de potentie van het gebied in realiteit om te zetten. Deze onderwerpen zijn opgenomen in de categorie Management .
  • In deze presentatie vindt u het voorstel voor de verdere uitwerking van de structuur van het Gebiedslabel. Het doel van het label is om te komen tot een verduurzaming van een gebiedsontwikkeling. Er zijn daarbij een aantal uitgangspunten: Aansluiting bij de BREEAM methodiek en dan in het bijzonder de BREEAM Communities en de BREEAM-NL Nieuwbouw. Deze aansluiting wordt vooral gezocht in de structuur van het label en in de categoriebenamingen die aansluiting vinden bij het BREEAM-NL Nieuwbouw label. Daarbij moet de mogelijkheid open blijven op aansluiting te vinden bij de DPL methodiek. Als filosofie onderliggend aan het label wordt uitgegaan van de lagenbenadering, waarbij de volgende drie lagen gedefinieerd zijn: ondergrond, netwerken en occupatie. Binnen de structuur zijn 5 hoofd categorieën gedefinieerd waarvan er drie verder zijn onderverdeeld in subcategorieën. Ten opzichte van de BREEAM-NL structuur is daarmee een extra laag ingebracht. De subcategorie of hoofd categorieën die niet zijn opgedeeld, worden later in criteria uitgewerkt. In aansluiting op de BREEAM-NL Nieuwbouw methode worden de volgende onderwerpen opgenomen: energie, water, materialen en daarop aanvullend voedsel . Dit zijn natuurlijke bronnen ten behoeve van het gebruik van het gebied. De restanten hiervan zijn afval , waarom we ook deze in de categorie bronnen hebben ingevoegd. Bovendien zou idealiter, vanuit de C2C gedachte afval opnieuw als voedsel of in ieder geval als bron gebruikt kunnen worden. De eerste categorie is dus Bronnen . Met die bronnen word invulling gegeven aan het gebied: wordt een Structuur ontwikkeld. Aan de structuur gekoppeld zijn de gebouwen in het gebied. De bestaande gebouwen, maar ook de nieuwe ontwikkelingen. Een onderwerp dat ook hieraan gekoppeld is, maar ook te maken heeft met emissie en veiligheid is transport . Samen met de ecologie binnen het gebied (water en groen) bepalen deze subcategorieën het Stedenbouwkundig Ontwerp . Dat is dus de volgende categorie. We gebruiken het land ten behoeve van de Welvaart . Dat is onze derde categorie. De samenleving wordt gevormd door de sociale cohesie , wat qua invulling is gerelateerd aan de volkshuisvesting vraagstukken. Hoe de sociale structuur eruit ziet bepaalt voor een belangrijk deel de culturele behoefte en invulling van het gebied. Cultuur en cultureel erfgoed is daarom het tweede onderwerp binnen deze categorie. Cultureel erfgoed is hierin ondergebracht omdat deze een belangrijke bijdrage leveren aan de identiteit van het gebied en de belevingskwaliteit. We benaderen cultureel erfgoed in dit kader dus niet als concrete objecten die van invloed zijn op het ruimtegebruik. Een belangrijke voeding voor de sociale cohesie zijn de voorzieningen in het gebied. Deze zijn opgenomen in het onderwerp: economische vitaliteit. In de categorie Gebiedsklimaat worden alle negatieve invloeden van het gebruik van het gebied gevangen. Bijvoorbeeld op: licht, zicht, geluid, lucht, water en grondvervuiling. De plannen en ambities kunnen mooi zijn, maar zijn onrealistisch als niet in een vroeg stadium een plan wordt bedacht waarin de belangen, kosten en baten van de verschillende stakeholders worden uitgewerkt. Ook in de realisatie en beheersfase van het gebied is het onderhoud van systemen en controle op het gebruik van voorzieningen van belang om de potentie van het gebied in realiteit om te zetten. Deze onderwerpen zijn opgenomen in de categorie Management .
  • In deze presentatie vindt u het voorstel voor de verdere uitwerking van de structuur van het Gebiedslabel. Het doel van het label is om te komen tot een verduurzaming van een gebiedsontwikkeling. Er zijn daarbij een aantal uitgangspunten: Aansluiting bij de BREEAM methodiek en dan in het bijzonder de BREEAM Communities en de BREEAM-NL Nieuwbouw. Deze aansluiting wordt vooral gezocht in de structuur van het label en in de categoriebenamingen die aansluiting vinden bij het BREEAM-NL Nieuwbouw label. Daarbij moet de mogelijkheid open blijven op aansluiting te vinden bij de DPL methodiek. Als filosofie onderliggend aan het label wordt uitgegaan van de lagenbenadering, waarbij de volgende drie lagen gedefinieerd zijn: ondergrond, netwerken en occupatie. Binnen de structuur zijn 5 hoofd categorieën gedefinieerd waarvan er drie verder zijn onderverdeeld in subcategorieën. Ten opzichte van de BREEAM-NL structuur is daarmee een extra laag ingebracht. De subcategorie of hoofd categorieën die niet zijn opgedeeld, worden later in criteria uitgewerkt. In aansluiting op de BREEAM-NL Nieuwbouw methode worden de volgende onderwerpen opgenomen: energie, water, materialen en daarop aanvullend voedsel . Dit zijn natuurlijke bronnen ten behoeve van het gebruik van het gebied. De restanten hiervan zijn afval , waarom we ook deze in de categorie bronnen hebben ingevoegd. Bovendien zou idealiter, vanuit de C2C gedachte afval opnieuw als voedsel of in ieder geval als bron gebruikt kunnen worden. De eerste categorie is dus Bronnen . Met die bronnen word invulling gegeven aan het gebied: wordt een Structuur ontwikkeld. Aan de structuur gekoppeld zijn de gebouwen in het gebied. De bestaande gebouwen, maar ook de nieuwe ontwikkelingen. Een onderwerp dat ook hieraan gekoppeld is, maar ook te maken heeft met emissie en veiligheid is transport . Samen met de ecologie binnen het gebied (water en groen) bepalen deze subcategorieën het Stedenbouwkundig Ontwerp . Dat is dus de volgende categorie. We gebruiken het land ten behoeve van de Welvaart . Dat is onze derde categorie. De samenleving wordt gevormd door de sociale cohesie , wat qua invulling is gerelateerd aan de volkshuisvesting vraagstukken. Hoe de sociale structuur eruit ziet bepaalt voor een belangrijk deel de culturele behoefte en invulling van het gebied. Cultuur en cultureel erfgoed is daarom het tweede onderwerp binnen deze categorie. Cultureel erfgoed is hierin ondergebracht omdat deze een belangrijke bijdrage leveren aan de identiteit van het gebied en de belevingskwaliteit. We benaderen cultureel erfgoed in dit kader dus niet als concrete objecten die van invloed zijn op het ruimtegebruik. Een belangrijke voeding voor de sociale cohesie zijn de voorzieningen in het gebied. Deze zijn opgenomen in het onderwerp: economische vitaliteit. In de categorie Gebiedsklimaat worden alle negatieve invloeden van het gebruik van het gebied gevangen. Bijvoorbeeld op: licht, zicht, geluid, lucht, water en grondvervuiling. De plannen en ambities kunnen mooi zijn, maar zijn onrealistisch als niet in een vroeg stadium een plan wordt bedacht waarin de belangen, kosten en baten van de verschillende stakeholders worden uitgewerkt. Ook in de realisatie en beheersfase van het gebied is het onderhoud van systemen en controle op het gebruik van voorzieningen van belang om de potentie van het gebied in realiteit om te zetten. Deze onderwerpen zijn opgenomen in de categorie Management .

De duurzame stad dgbc De duurzame stad dgbc Presentation Transcript

  •  
  • Agenda
    • DGBC
    • De businesscase voor duurzaamheid
    • Gebiedsontwikkeling
    • BREEAM
  • Missie De Dutch Green Building Council is een onafhankelijke organisatie die een toonaangevende rol wil vervullen in de transitie naar een duurzame bebouwde omgeving Door te concretiseren, inspireren en te verbinden.
  • Dutch Green Building Council
    • Stichting, per 1 juni 2008, marktinitiatief
    • Missie: verduurzamen bebouwde omgeving
    • Doelen: onafh. certificeerder, kennisoverdracht
    • 270 participanten (markt en overheid)
    • Member WorldGBC
    • BREEAM geadopteerd voor Nederland
  • Doelen en taken: Taak 1: Platform voor visieontwikkeling, kennisoverdracht en samenwerking Doel: kennis van betrokken partijen over de duurzame ontwikkeling van de gebouwde omgeving en duurzaam bouwen is op een hoog niveau. Taak 2: Duurzaamheidslabel van gebouwen ontwikkelen en onderhouden. Doel: Duurzaamheid van de gebouwde omgeving is meetbaar. Taak 3: Duurzaamheid van gebouwen (laten) beoordelen en certificeren. Doel: Duurzame gebouwen zijn zichtbaar in de markt. Taak 4: Betrokken partijen informeren en stimuleren om volgens de richtlijn te werken. Doel: Betrokken partijen integreren duurzaamheid in planning, ontwikkeling, uitvoering en gebruik. Verduurzaming van de gebouwde omgeving
  • Duurzaamheid moet meetbaar worden
  •  
  •  
  • Hoe duurzaamheid stimuleren met BREEAM-NL De “Circle of Blame” doorbroken! BREEAM-NL vertegenwoordigt waarde voor het gebouw. Hoge BREEAM score levert financieel voordeel op. Hoge BREEAM score versnelt vergunnings verleningsproces. Duurzaamheid wordt in vroeg stadium integraal meegenomen. Gebruikers vragen om duurzame gebouwen (duurzaaminkopen 2010).
  • Weeffouten in het marktmeganisme Taxateur kijkt terug ipv vooruit. Duurzaamheid wordt niet meegenomen In exit yield Aannemers moeten projecten Evalueren met de gebruikers Gemeenten focussen op hoge grondprijs in plaats van maatschappelijke waardevermeerdering en passen geen OZB differentiatie toe Banken geven duurzaam vastgoed nog geen Lager risicoprofiel Rijksoverheid subsidieert grijze stroom ipv groene stroom Eigenaar moet huur inclusief servicekosten adverteren Beheerder wordt betaald als percentage van de servicekosten Gebruiker moet vragen om Duurzaam vastgoed Politiek moet focussen op opbouwen duurzame industrie
    • Door niet duurzaam te ontwikkelen loopt u risico:
    • - Op hoge exploitatiekosten door hoge energieprijzen
    • - CO2 tax, hogere OZB, etc.
    • - Slechte verhuurbaarheid of verhandelbaarheid
    • - Vroegtijdig noodzakelijke renovaties
    • - Achterstand bij aanbesteding (steeds belangrijker gunningcriterium)
    • - Te laat kennis ontwikkelen om aantoonbaar duurzaam te kunnen bouwen
    • Hoge afwaardering / afschrijving
    • Hoeveel bent u bereid te investeren om deze risico’s te voorkomen/verminderen?
    • Hoeveel zekerheid bied het rekenen in terugverdientijden u in deze tijd?
    • Focus op waarde ontwikkeling gebouwen met BREEAM label
    • MIA/Vamil gebaseerd op BREEAM good
    • Kopgroep retail: Meten/contracten/regelingen
    • Kopgroep financiers: Heeft een BREEAM gecertificeerd gebouw een lager risicoprofiel?
    • ISA (international sustainability Alliance): Vraag naar BREEAM gebouwen stimuleren
  • De typen beoordelingen Certificaat opleverfase Certificaat gebruiksfase Asset, operation, use BREEAM NL Nieuwbouw en grote renovaties BREEAM in use Bestaande bouw Gebiedslabel Gebiedsontwik. Tijdelijk Certificaat Ontwerpfase
  • Duurzame gebieden Jeanet van Antwerpen Partner-bestuurder, Inbo Voorzitter adviesgroep gebiedsontwikkeling, DGBC
  • presentatie
    • Wat zijn duurzame gebieden
    • Relatie met duurzaam vastgoed
    • Waarom een keurmerk?
    • Duurzaamheid als risicomanagement
    • Rendement van duurzaamheid
  • Duurzame gebieden
    • Veel definities mogelijk
    • Bottom line: snijvlak vinden van people, planet, profit.
    • Resulteert in gebieden met toekomstwaarde en adaptief vermogen
    • Dus: blijvende waardering van gebieden door gebruikers
  • Relatie duurzaam vastgoed
    • Relatie is evident: veel duurzame voorzieningen worden op gebiedsniveau geregeld
    • Voorbeeld: energie, mobiliteit, water, etc
    • Maar ook: verblijfs – en belevingswaarde van het gebied (locatie, locatie, locatie!)
    • Kortom: 1 + 1 = 3
  • Waarom een label?
    • Private en publieke partijen willen sturen op duurzaamheid
    • Daarom behoefte aan inzicht in sturingsmogelijkheden, het meten en bewijzen van de duurzaamheidsprestatie.
    • Veel gemeenten eisen een duurzame gebiedsontwikkeling, anders mag je als ontwikkelaar niet aan de slag.
  • uitgangspunten
    • Creëert een gemeenschappelijke taal
    • Stimuleert een integrale analyse en aanpak
    • Gebruikt trias energetica
    • Gebruikt lagenbenadering
    • Denkt vanuit kringlopen
    • Meet op verschillende schalen
  • uitgangspunten
    • Meet op verschillende schalen
    • Gericht op resultaat niet op maatregelen
    • Pragmatisch meetinstrument
    • Monitor
  • Categorieën
    • Bronnen
    • Ruimtelijke ontwikkeling
    • Welzijn
    • Gebiedsklimaat
    • Management
    • Synergie
  • Rendement en risicomanagement
    • Duurzame gebiedsontwikkeling heeft:
    • financieel en maatschappelijk rendement
    • een korte en lange termijn perspectief
    • betere uitgangspunten om marktconform te blijven
    • Duurzaamheid wordt vanzelfsprekend
  •  
  • National BREEAM Scheme Operators
  • heeft 9 categorie ë n
      • Vervuiling
    Afval Management Water Gezondheid Landgebruik & Ecologie Materialen Transport Energie
  • First office certificate (BREEAM Very Good ***) Ontwikkelaar: Schiphol Real Estate Aannemer: Vries & Verburg Architect: Paul de Ruiter Huurder: Transavia / Martinair
  • BREEAM scores
    • Management
    • Gezondheid
    • Energie
    • Transport
    • Water
    • Materialen
    • Afval
    • Landgebruik en ecologie
    • Vervuiling
    Beoordelingsthema’s / credits BREEAM-NL Score PASS 30% GOOD 45% VERY GOOD 55% EXCELLENT 70% OUTSTANDING 85% Milieuweging Totaal score Thema scores
  • Weging
    • Hoe belangrijk zijn de verschillende categorien tov elkaar?
    • Welke categorien leveren de grootste bijdrage aan de vastgoedwaarde?
  • BREEAM-NL: wegingsfactoren (in procenten) Categorie Weging (in %) Management 12% Gezondheid en Welzijn 15% Energie 19% Transport 8% Water 6% Materialen 12.5% Afval 7.5% Landgebruik & Ecologie 10% Vervuiling 10%