Pleegvertalingen

3,370 views
3,120 views

Published on

Lustig J.P. (2007). Pleegvertalingen - een sociolinguïstisch en vertaalwetenschappelijk onderzoek naar negen verpleegkundige diagnostische labels

Published in: Health & Medicine
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
3,370
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
6
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Pleegvertalingen

  1. 1. Pleegvertalingen Een sociolinguïstisch envertaalwetenschappelijk onderzoek naar negen verpleegkundige diagnoselabels Doctoraalscriptie Studierichting: Algemene Letteren (Taal- en cultuurstudies) Specialisaties: Sociolinguïstiek en Vertalen J.P. Lustig Studentnummer: 9016554 Scriptiebegeleiding (1996) Mw. dr. J.W.M. Hulst Vakgroep Romaanse talen en culturen en (2007) Prof. dr. A.B.M. Naaijkens Hoogleraar Duitse letterkunde en vertaalwetenschap
  2. 2. InhoudsopgaveInleiding ............................................................................................................ 11 ONTWIKKELINGEN IN DE VERPLEEGKUNDE; TAAL EN VAKTAAL ...... 41.1 Noot vooraf ........................................................................................... 41.2. Verpleegkundige diagnostiek .................................................................... 41.2.1 Wat is een verpleegkundige diagnose? ....................................................... 41.2.2 Het verpleegkundige beroep ..................................................................... 61.3 Nieuwe taal in de maak; talige kanten van professionalisering ...................... 71.3.1 Verpleegkundigen en taal ......................................................................... 71.3.2 Verpleegkundige denkscholen en taal ....................................................... 81.3.3 (Ver)taalgruwelen en andere problemen .................................................... 9 Discussies rond de verpleegkundige diagnostiek1.3.4 Vertaalslag ........................................................................................... 11 Werkvertalingen Context - onderlinge systematiek Cultuurverschillen – doeltekstgericht vertalen Verpleegkundige visie Interpretatie verpleegkundige diagnose in verpleegkundig proces Professionalisering Relatie met de algemene taal – mondeling taalgebruik Signaalfunctie Voorzichtig vertalen Namen en begrippen – naam geven1.3.5 Van spraakverwarring naar standaardisering............................................. 191.3.6 Visies op (vak)taal ................................................................................. 212 OPERATIONALISERING VAN HET ONDERZOEK ................................ 252.1 Vragen, vragen en nog eens vragen ........................................................ 252.1.1 Vraag één............................................................................................. 262.1.2 Vraag twee ........................................................................................... 312.1.3 Vraag drie ............................................................................................ 322.2 Opzet van de enquête ............................................................................ 362.3 Verwachtingen ...................................................................................... 382.4 Werkwijze............................................................................................. 393 ANTWOORDEN EN NIEUWE VRAGEN ................................................ 423.1 Inleiding ............................................................................................... 423.2 Statistische aanpak ................................................................................ 423.2.1 Respons ............................................................................................... 433.2.2 Afhankelijke/onafhankelijke/moderatorvariabelen ...................................... 443.2.3 Nominaal/ordinaal.................................................................................. 453.2.4 Weging ................................................................................................. 453.2.5 Statistische berekeningen ....................................................................... 47 Chikwadraattoetsen3.3 Uitslagen eerste en derde onderzoeksvraag .............................................. 483.3.1 Label 1; high risk for fluid volume deficit .................................................. 503.3.2 Label 2; impaired adjustment .................................................................. 513.3.3 Label 3; impaired physical mobility .......................................................... 513.3.4 Label 4; altered nutrition: less than body requirements .............................. 523.3.5 Label 5; altered health maintenance (specify) ........................................... 533.3.6 Label 6; altered thought processes .......................................................... 543.3.7 Label 7; impaired social interaction .......................................................... 553.3.8 Label 8; ineffective airway clearance ........................................................ 563.3.9 Label 9; self-care deficit: bathing/hygiene ................................................ 573.4 Labeloverstijgende verbanden tussen de redenen en overige variabelen ...... 57 Speciale berekeningen met nieuwe inzichten3.5 Uitslagen tweede onderzoeksvraag .......................................................... 64
  3. 3. 3.6 Achteraf gezien .................................................................................... 653.7 Verwachtingen getoetst ......................................................................... 663.8 Skopos, vertalen, EBK en ICIDH ................................................................. 674 EEN SPRONG IN DE TIJD; 1996-2007 .............................................. 694.1 Inleiding ............................................................................................... 694.2 NANDA-vertalingen sinds 1996 .................................................................. 694.3 NANDA of ICF; vakintern of multidisciplinair? ............................................... 734.4 Over 11 jaar ......................................................................................... 76Literatuur .......................................................................................................... 78Bijlagen .......................................................................................................... 84
  4. 4. VoorwoordDeze scriptie was voor mij een grote uitdaging, vanwege de omvang van het onderzoek en ook omdat ikuitging van een praktijksituatie in de hoop een maatschappelijke relevante scriptie te kunnen produceren.Toen ik in 1996 aan dit (voor een scriptie) omvangrijke onderzoek begon, verwachtte ik het, alsgeroutineerde werkstukschrijvende student, binnen enkele maanden te kunnen afronden. Doordat mijnomstandigheden daarna ingrijpend veranderden, leek de omvang van het onderzoek mijn afstuderennoodlottig te worden. Het voltooien van de scriptie was niet meer zo eenvoudig. Ik moet toegeven dat ik mij tijdens mijn studie een romantisch beeld had gevormd van hetschrijven van mijn afstudeeronderzoek. De werkelijkheid was iets anders. Ik heb met veleonderbrekingen jarenlang aan deze scriptie gewerkt, in de meest uiteenlopende omstandigheden enlocaties en op de gekste tijden van de dag (en nacht). Soms leek het of er een vloek op het hele projectrustte: iedere keer als ik weer begon, gebeurde er iets waardoor ik mijn werk weer moest onderbreken.Dat de scriptie ooit zou worden voltooid was iets wat voor mij echter als een paal boven water stond.Niet alleen omdat ik mijn studie wilde afronden, maar ook omdat zo velen belangeloos hun medewerkingaan het onderzoek hadden gegeven. Om te beginnen was dat Monique Dontis (toen Rietveld) die mij in 1996 wegwijs heeft gemaaktin de programmatuur van de SPSS software om de statistische berekeningen te kunnen uitvoeren. Zijheeft ook avonden opgeofferd om samen met mij op de afdeling Psychometrie van de Universiteit Utrechtde gegevens in te voeren. Hugo Quené (Universiteit Utrecht, Fonetiek) ben ik dankbaar voor zijnbelangstelling en de bevestiging dat de statistische opzet van het onderzoek juist was. Giovanna van IJzendoorn (verpleegkundige GGD, Tiel) en Herman Niekerk (voormaligverpleegkundige Eemland Ziekenhuis Amersfoort en maatschappelijk werker) hebben alsproefrespondenten de eerste versie van de enquête geduldig doorlopen en waardevolle opmerkingengemaakt waardoor de enquête kon worden geperfectioneerd. Herman heeft mij daarna in contactgebracht met de heer Fons de Jonge van het Eemland Ziekenhuis te Amersfoort voor de verspreiding opdie locatie. Ik dank Fons de Jonge voor zijn enthousiasme en de moeite die hij heeft genomen deenquête te verspreiden over de verschillende locaties van het ziekenhuis. Gabriel Roodbol heeft mij dejuiste ingang gewezen in het Radboud Ziekenhuis, in de persoon van Michel Laus, en heeft materialenbeschikbaar gesteld. In Amsterdam (AMC) kon ik rekenen op het enthousiasme van Hans Peltenburg enzijn collega’s. Zij zorgden er zelfs voor dat de enquêtes werden verspreid naar andere afdelingen. Ik ben bijzonder dankbaar dat veel verpleegkundigen ondanks hun werkdruk, de toch wat lastigeenquête hebben ingevuld. Yvonne Nieuwmans (uitgever bij Lemma/De Tijdstroom) stelde boeken over de verpleegkundigediagnostiek beschikbaar en bood als uitgever alle ondersteuning voor mijn eerste vertaling op dat gebied. Huib ten Napel van het WCC stuurde mij onderzoeksgegevens betreffende het Vooronderzoekeenduidig verpleegkundig begrippenkader van de Nationale Raad voor de Volksgezondheid en elf jaar
  5. 5. later heeft hij mij in antwoord op mijn telefonische vragen een heldere toelichting gegeven op deontwikkelingen sinds die tijd. Jeanette Dickers van de HBO-V te Eindhoven ontving mij zeer gastvrij een dag lang op de HBO-V,waar ik gebruik kon maken van de bibliotheek en veel studiematerialen kon doornemen en kopiëren. Deheer Kaaijk van de HBO-V in Groningen was zo vriendelijk om vertalingen van NANDA-labels op te sturen. Claudia Gamel (UMC, Amerikaans verpleegkundige en in 1996 het enige NANDA-lid in Nederland)heeft mij telefonisch belangrijke informatie gegeven over de NANDA. Zij heeft enkele cultuurverschillentussen de Verenigde Staten en Nederland kunnen toelichten.Ik had graag gediscussieerd met Wim Seunke, verpleegkundige en vertaler, over de vertalingen van deNANDA-labels en de eerste professionele NANDA-vertaling van zijn hand. Helaas was dit door zijnplotselinge overlijden niet meer mogelijk. Ik dank mijn ‘directrice’ Majne van de Merwe en ‘collegarin’ Els van der Leer voor hun nietaflatende steun en de gelegenheid om in weekenden en avonden op kantoor aan mijn scriptie te werkenen de printer te gebruiken. Mijn man Marcel en dochters Tosca en Sophie bedank ik voor hun begrip als ik weer eens dagenof avonden in de scriptie verdween. Marcel, je hebt de zaak mooi draaiende weten te houden! Meiden,nu kunnen we eindelijk de domtoren gaan beklimmen! Jacqueline Hulst was een fijne scriptiebegeleidster. Ik heb haar in 1996 zwaar belast met mijnvele schrijfsels over de opzet en mijn voorgenomen werkwijze. Zij ontving 1001 ideeën, maar bleef mijaltijd inspireren en stimuleren. Na ieder gesprek zag het project er overzichtelijker uit. Na de uitvoeringvan het onderzoek werd mijn werk aan de scriptie onderbroken. Nadat Jacqueline van baan veranderdewas Ton Naaijkens, ondanks dat hij inmiddels professor was geworden, bereid om mijn scriptie na tekijken en te beoordelen. Ik weet hoe druk hij het heeft en ik ben hem daarvoor zéér dankbaar. Jarenlangheb ik hem ongeveer om de zes maanden moeten mailen dat de scriptie nog niet af was, maar hij bleefin vriendelijke afwachting van mijn werk. Deze scriptie is opgedragen aan mijn vader (gepensioneerd ambulanceverpleegkundige) en mijnmoeder (tot haar dood in 1986 verpleegkundige in een bejaardentehuis). Hanneke Lustig, Utrecht juli 2007
  6. 6. Lijst van figuren en tabellenFiguur 1.1 Voorbeeld van een verpleegkundige diagnose ................................................. 5Figuur 1.2 Vertaling van Self-Care Deficit: Bathing/Hygiene ........................................... 12Tabel 2.1 Overzicht geselecteerde labels met gevonden vertalingen............................... 29Tabel 2.2 Bevraagde redenen in de enquête met achterliggend thema ........................... 31Tabel 2.3 Variabelen statistisch onderzoek in relatie tot enquêtevraag (tussen haakjes) ... 35Figuur 2.4 Voorbeeld van een a-vraag ......................................................................... 36Tabel 3.1 Respons per ziekenhuis en specialisme ......................................................... 44Tabel 3.2 Voorbeeld weegmethode - eerste antwoord van label 1 ................................. 46Tabel 3.3 Gegevens alle antwoorden label 1, voor en na weging ................................... 47Tabel 3.4 Alle ‘beste’ en ‘slechtste’ formuleringen ........................................................ 64Tabel 4.1 Labels 2007 met ‘beste’ en ‘slechtste’ ........................................................... 71
  7. 7. Pleegvertalingen – InleidingInleiding ‘(...) [Language] is the most significant and colossal work that the human spirit has evolved - nothing short of a finished form of expression for all communicable experience. This form may be endlessly varied by the individual without thereby losing its distinctive contours; and it is constantly reshaping itself as is all art. Language is the most massive and inclusive art we know, a mountainous and anonymous work of unconscious generations.’ (Sapir 1921;220)Taal is fascinerend: de relatie tussen taal en werkelijkheid, taal en denken, de onontwarbareverwevenheid van taal met het menselijke functioneren in het algemeen. Dat zijn allemaalonderwerpen die mij tot de specialisatie Sociolinguïstiek - met name het onderdeel ‘socialebepaaldheid van taal’ - hebben aangetrokken. Om soortgelijke redenen heb ik voor mijn tweedespecialisatie, Vertalen, gekozen. Deze specialisatie verschafte mij een concrete ingang waardoor iksociolinguïstische (en psycholinguïstische) onderwerpen op een nieuwe manier kon bekijken.Daarnaast was er natuurlijk de creatieve uitdaging van het vertalen zelf. Sociolinguïstiek heeft nietalleen mijn specialisatie Vertalen verdiept. Het omgekeerde is zeker waar. Gezien het - in mijn ogen -afbrokkelende curriculum van de (échte) sociolinguïstiek in Utrecht, bood de specialisatie Vertalenonvermoede mogelijkheden om mij met ‘taal’ en allerlei fascinerende metatalige aspecten daarvanbezig te blijven houden, en daarnaast met heel veel meer. Vertalen werd daarmee mijn belangrijkstespecialisatie. De sociolinguïstiek neemt in deze scriptie vooral de gedaante aan van een ‘dynamischevisie op taal’, een visie waarin taal niet alleen wordt beïnvloed door sociale factoren, maar vooralsociaal is.Hiermee zijn twee van de hoofdrolspelers in deze doctoraalscriptie voorgesteld. Een derde speler inhet geheel is het fenomeen ‘vaktaal’ (ofwel LSP: Language for Specific Purposes) - de taal binnenvakgebieden, beroepen en instituties. ‘Vaktaal’ is een taalkundig onderzoeksobject, eenaandachtsgebied dat de laatste jaren steeds meer in de belangstelling is komen te staan. Binnen desociolinguïstiek wordt vaktaal echter nog niet zo lang onderzocht, zeker niet door onderzoekers dieeen dynamische visie op taal aanhangen. Tijdens mijn studie lag het accent bij de specialisatieVertalen op het vertalen van vaktalige teksten.Het verhaal van deze scriptie begint in 1996. Door stagewerkzaamheden en een vertaalopdracht die 1daarvan het gevolg was , had ik mij begeven op het gebied van een vaktaal die de laatste jaren sterkin beweging is: de taal van de verpleegkunde. Tijdens mijn stage2 bleek al dat het vertalen van deoorspronkelijk Amerikaanse terminologie van de verpleegkundige diagnostiek niet altijd zo eenvoudig1 De tweede druk van Townsend, M.C. (1998), Verpleegkundige diagnostiek in de psychiatrie; een handleiding voor het maken van een verpleegplan. Elsevier/De Tijdstroom.2 Het verlenen van vertaalkundige assistentie aan verplegingswetenschappers bij de vertaling van een Amerikaans boek over verpleegkundige diagnostiek. 1
  8. 8. Pleegvertalingen – Inleidingwas, omdat het onderwerp heel nieuw was in Nederland en omdat er nog geen geaccepteerdevertaling bestond van begrippen die op den duur toch in de praktijk toepasbaar moesten zijn. Na het lezen van enkele artikelen in verpleegkundige tijdschriften had ik al begrepen dat ‘taal’binnen de verpleegkunde als een probleem werd gezien.3 Bovendien had ik gemerkt dat er meerderevertalingen van dezelfde (Amerikaanse) verpleegkundige diagnoses in het Nederlands warenverschenen of op het punt stonden te verschijnen. Dit was een unieke situatie die maar even zouduren. Zolang er nog geen alom bekende standaardvertaling was, kon ik de receptie van die mogelijkenieuwe termen onderzoeken, door de geslaagdheid van de doeltekst, formuleringen die het resultaatzijn van vertalingen, te laten beoordelen door de sprekers van de vaktaal zelf; vooral door debelangrijkste sprekers van de vaktaal: de verpleegkundigen die hier in de praktijk ‘op de werkvloer’mee zouden kunnen gaan werken. Ik besloot die kans te grijpen en heb een enquête gemaakt. Dezeheb ik voorgelegd aan verpleegkundigen in drie ziekenhuizen, die werkzaam waren op een aantalverschillende afdelingen (zie hoofdstuk 2).Hoewel de discussie bij het vertalen van verpleegkundige vaktaal zich neigt toe te spitsen op idiomen,gaat het in deze scriptie niet in eerste instantie om terminologie. Ik heb vooral belangstelling voor degrotere consistentie binnen een (vak)taal en dan met name voor de sociaal gedeelde ‘manieren vanspreken’, het discours. Vanuit (ver)taalwetenschappelijk oogpunt vond ik het interessant om teonderzoeken hoe nieuwe (vak)taal kan worden vormgegeven (of vertaald) en of deze in een bestaanddiscours door de sprekers wordt geaccepteerd. Mijn eerste formulering van de onderzoeksvraagluidde daarom heel algemeen: hoe worden verpleegkundige diagnoselabels vertaald in hetNederlands? Welke vertaling ‘wint’ het onder mensen die thuis zijn in de ‘vaktaal van de werkvloer’?Waarom? Met andere (statistisch meer verantwoorde) woorden: is er iets te zeggen over factoren(variabelen in het onderzoek) die hierbij een rol spelen?Meer uitvergroot en opgedeeld, luidt de vraag als volgt: (1) Hoe beoordelen verpleegkundigen de verschillende vertalingen van een aantal NANDA- labels en welke redenen geven zij daarvoor? (2) Blijkt uit mijn onderzoek dat verpleegkundigen op de werkvloer de voorkeur geven aan andere vertalingen dan de meest professionele (en welke redenen geven zij daarvoor)? (3) Welk verband is er eventueel te leggen tussen het oordeel van de verpleegkundigen en buitentalige, sociolinguïstische factoren (bijv. leeftijd, functie, opleiding)?NANDA-labels zijn verpleegkundige diagnoselabels uit de Verenigde Staten die zijn geformuleerd doorde NANDA (North American Nursing Diagnosis Association). Deze worden over de hele wereldvertaald. Op het moment dat de enquête werd gehouden, was er net een vertaling verschenen die alsgeautoriseerd kan worden beschouwd (Gordon 1995a en 1995b). De meeste respondenten warenhiermee echter nog niet bekend. Het leek mij interessant om deze eerste professionele vertaling van3 Met name in: Ten Napel 1995, Van der Bruggen en Hirs 1993, Schouwstra 1994, Ten Holte 1993, Leih & Salentijn 1991 en Van de Pasch 1995a en 1995b. 2
  9. 9. Pleegvertalingen – Inleidinghet hele corpus van de verpleegkundige diagnostiek in de enquête mee te nemen en te kijken of dezeals beste uit de bus zou komen en waarom. In de enquête zijn zo veel mogelijk vragen opgenomen die betrekking hebben op buitentaligefactoren die van invloed kunnen zijn op het talige oordeel van de verpleegkundigen. Uiteraard kunnenslechts enkele van de vele factoren worden bevraagd. De operationalisering van alleonderzoeksvragen komt in hoofdstuk 2 aan bod. In het nu volgende hoofdstuk ga ik van start met het schetsen van de achtergronden op hetgebied van de verpleegkundige vaktaal en besteed ik aandacht aan het vertalen van deverpleegkundige diagnostiek. Na de operationalisering van het onderzoek in hoofdstuk 2, met daarineen uitleg van de opbouw van de enquête, volgen de resultaten en conclusies in hoofdstuk 3.Zoals gezegd, is het onderzoek 11 jaar geleden uitgevoerd. Dat gebeurde op een cruciaal moment,toen de respondenten geen van allen bekend waren met de (pas verschenen) professionele vertalingvan de labels, maar wel voldoende kennis hadden over de ontwikkelingen binnen de verpleegkundeom mijn enquêtevragen te kunnen beantwoorden. In hoofdstuk 4 zal ik een poging wagen de jaren teoverbruggen die sindsdien zijn verstreken. Ik zal kijken naar de (ver)taalkundige stand van zaken ophet gebied van de verpleegkundige diagnostiek en naar de nieuwe ontwikkelingen op het gebied vande verpleegkundige vaktaal.Achter in deze scriptie is na de literatuuropgave een groot aantal bijlagen opgenomen, waaronder deoorspronkelijke enquête, de 108 NANDA-labels die tot dan toe waren verschenen en de selectiecriteriadie hebben geleid tot een keuze van 9 labels voor het onderzoek.Ten slotte nog even dit. De sociolinguïstiek is per definitie een beschrijvende discipline. Devertaalwetenschap is dat in veel gevallen ook. Het gaat mij in deze scriptie dan ook niet om hetbeoordelen van het verpleegkundig taalgebruik of het leveren van vertaalkritiek. Evenmin is het mijnbedoeling om ‘toegepaste sociolinguïstiek’ te bedrijven en het vertalen als onderdeel van eenalgemeen sociolinguïstische opzet in de scriptie op te nemen. Vertalen is niet voorbehouden aanprofessionele vertalers. Ik beschouw vertalen desalniettemin als een vak, als een geoefende vorm vanbereflecteerd taalgebruik. In deze scriptie ligt de nadruk op het professionele vertalen, het vertalen alsvakgebied en als onderwerp van wetenschappelijke studie. Zowel in mijn studie als in deze scriptiestaan de vragen wat is taal en wat is vertalen centraal. 3
  10. 10. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaal Hoofdstuk 1 Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaal Ieder woord dat we kennen heeft zijn oorsprong in de ontmoeting met anderen. Geert Koefoed, Grensverschijnselen, p. 121.1 Noot voorafIn dit hoofdstuk geef ik een korte omschrijving van de ontwikkelingen binnen de verpleegkunde die in1996 geldig waren, als inleiding voor mijn onderzoek uit dat jaar. Nieuwe ontwikkelingen van na dietijd zal ik in hoofdstuk 4 beschrijven. De beschreven ontwikkelingen binnen de verpleegkunde zijnonvermijdelijk niet volledig, maar beperken zich tot wat voor mijn onderzoek van belang is.1.2 Verpleegkundige diagnostiek1.2.1 Wat is een verpleegkundige diagnose?Dat artsen diagnoses stellen behoeft geen uitleg. Dat sommige verpleegkundigen dit tegenwoordigook doen is heel wat minder bekend. Een verpleegkundige diagnose is specifiek verpleegkundig.Verpleegkundigen observeren, analyseren en interpreteren en kunnen op basis van kennis enverzamelde informatie vaststellen aan welke verpleegkundige zorg de patiënt (een persoon, maar ookevt. een gezin of groep) behoefte heeft. Op basis hiervan kan een deskundige verpleegkundige eenverpleegkundige diagnose stellen. Een verpleegkundige diagnose is niet een medische diagnose die in verpleegkundige termenis verwoord maar beschrijft ‘reacties op gezondheidsproblemen en levensprocessen’. Een meeruitgebreide (conceptuele) definitie luidt: ‘Een vaststelling van iemands feitelijke of mogelijke reactiesop gezondheidsproblemen of levensprocessen, op grond waarvan verpleegkundige zorg kan wordenverleend.’4 Wat een verpleegkundige diagnose is, wordt volgens deze definitie dus bepaald door hetberoepsdomein van de verpleegkundige.In de Verenigde Staten werken verpleegkundigen al jaren met een verpleegkundige diagnostiek dienaast de diagnostiek van artsen (en bijvoorbeeld fysiotherapeuten) functioneert. Het ontstaan van eeneigen diagnostiek heeft alles te maken met de professionalisering van de beroepsgroep. Voor deVerenigde Staten geldt dit zelfs nog sterker dan voor Nederland en daar is de professionalisering al4 Voorlopige werkdefinitie van het WCC (vaste commissie voor classificaties en definities, voorheen werkgroep classificatie en coderingen) in 1995. 4
  11. 11. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaalveel eerder op gang gekomen (vanaf 1970).5 Vanaf het begin van de jaren tachtig kunnenAmerikaanse verpleegkundigen ook worden aangesproken op de uitoefening van hun vak middels 6een soort tuchtcollege.In Nederland lopen de ontwikkelingen dus wat achter in vergelijking met de Verenigde Staten, maarook hier is sprake van een geleidelijke invoering van een verpleegkundige diagnostiek, gebaseerd opvertalingen van de Amerikaanse diagnoses. De NANDA (North American Nursing DiagnosisAssociation) formuleert regelmatig nieuwe diagnoses. Verreweg de meeste diagnoses moeten nogworden gevalideerd, dat wil zeggen: getoetst in de praktijk. Op het moment dat de enquête van ditonderzoek werd gemaakt, bestonden er ongeveer 108 diagnoses waarvan slechts enkele warengevalideerd. In de verpleegkundige praktijk zullen alleen verpleegkundigen met het hoogstedeskundigheidsniveau gaan diagnosticeren.Een voorbeeld van een (vertaalde) diagnose is: Figuur 1.1 - Voorbeeld van een verpleegkundige diagnose Zelfstandigheidstekort in wassen (specificeer niveau) Definitie Verminderd vermogen om zich te wassen of andere activiteiten op het gebied van de persoonlijke hygiëne te verrichten. Bepalende kenmerken Diagnostische aanwijzingen (ondersteund door onderzoek) Verminderd vermogen om het lichaam of bepaalde lichaamsdelen te wassen; en een of meer van de volgende aanwijzingen: • verminderd vermogen om water te verkrijgen; • verminderd vermogen om naar de wasgelegenheid te gaan (badkuip, douche, wastafel); • verminderd vermogen om de temperatuur of straal van het water te reguleren; • onvermogen om zich zonder hulp van het bed naar de stoel te verplaatsen. Niveaus Niveau 1: heeft apparaat of hulpmiddel nodig. Niveau 2: heeft ander(en) nodig voor hulp, begeleiding of instructie. Niveau 3: heeft hulp van ander(en) en apparatuur of hulpmiddel nodig. Niveau 4: is volledig afhankelijk.5 Mondelinge informatie van Claudia Gamel, Amerikaans verplegingswetenschapper, werkzaam in Nederland en een van de weinige NANDA-leden in Nederland.6 Vergelijkbaar met wat inmiddels in Nederland wordt geregeld middels de Wet BIG (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg). Deze wet ‘heeft als doelstelling de kwaliteit van de beroepsuitoefening te bevorderen en te bewaken en de patiënt te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen van beroepsbeoefenaren’ (folder over de Wet BIG Onder Voorbehoud, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 1999). 5
  12. 12. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaal Oorzakelijke of samenhangende factoren – Tekort in activiteitsvermogen, kracht en/of uithoudingsvermogen; – pijn/gevoeligheid; – ongecompenseerd waarnemings- of cognitietekort (specificeer); – ongecompenseerde neuromusculaire stoornis (specificeer); – ongecompenseerde stoornis van het steun- en bewegingsapparaat (specificeer); – hevige angst; – depressie; – omgevingsbarrières. (Bron: Handleiding Verpleegkundige Diagnostiek 1995-1996, M. Gordon, 1995)NANDA-diagnoses hebben een nummercodering (die in de Nederlandse vertalingen tot nu toe zelden ofnooit wordt weergegeven) en zijn door de NANDA in een taxonomie ondergebracht. In Nederland ismen op zoek gegaan naar alternatieve classificaties, zoals die van de Amerikaanseverplegingswetenschapper Gordon. De grootste kanshebber is een classificatie op basis van de ICIDH(International Classification of Impairments, Disabilities and Handicaps) van de World Health 7Organization. De NANDA-diagnoses zijn in verschillende talen vertaald en zijn inmiddels ook in hetNederlands in verschillende publicaties verschenen.Uit het bovenstaande blijkt wel dat het verpleegkundige beroep veel ontwikkelingen heeftdoorgemaakt. Waar verpleegkundigen voorheen als ‘zuster’ of ‘broeder’ werden aangesproken enmeer als een verlengstuk van de arts fungeerden, zijn zij vakmensen geworden met veel verschillendespecialismen. De professionalisering van het verpleegkundige beroep is een belangrijk gegeven voormijn onderzoek. Ik zal daarom in de volgende paragraaf kort bij de inhoud van het verpleegkundigeberoep stilstaan.1.2.2 Het verpleegkundige beroepDe term verpleegkundige is wereldwijd een gevarieerd begrip. Verpleegkundigen hebben een flexibelvak. Zij werken tussen allerlei disciplines in of volledig zelfstandig. Het vak kent bovendienverschillende werkvelden die zich over het hele spectrum van het menselijke functioneren uitstrekken,zowel binnen gezondheidszorginstellingen als daarbuiten. Verder zijn er verschillendedeskundigheidsniveaus, variërend van verpleegkunde tot verplegingswetenschapper (meer gerichtop theorie en onderzoek en niet meer aan het bed). Dit wordt gereflecteerd in de vele opleidingen opdit terrein: (tot voor kort) in-service opleiding, MDGO-VP, MBO-V, HBO-V, en universiteit. Ook de7 Inmiddels vervangen door de Internationale Classificatie van het menselijk Functioneren (ICF: International Classification of Functioning, Disability and Health) 6
  13. 13. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaalverpleegkundige functies per afdeling verschillen: verpleegkundige, eerste verpleegkundige,teamleider/teamoudste8. Dan zijn er nog de verpleegkundig specialisten en nurse practitioners9.Verpleegkundigen functioneren tussen allerlei disciplines in en fungeren ook vaak als brug tussenpatiënt en de andere disciplines: artsen (soms verschillende specialisten per patiënt!),ergotherapeuten, sociaal assistenten, psychologen, bewegingstherapeuten, logistieke medewerkers,enzovoorts. Verpleegkundigen vervullen daarmee een middenpositie tussen de patiënt en anderezorgverleners. Zij zijn in de meeste gevallen het dichtst bij de patiënt betrokken en ook wat betrefttijdsduur het langst met de zorg van de patiënt bezig. Daarnaast zijn zij ook het eerste aanspreekpuntvoor de vaak bezorgde en soms zelfs ontredderde familie en vrienden van de patiënt.Internationaal vertoont het verpleegkundige beroep eveneens een enorme diversiteit. Inontwikkelingslanden nemen verpleegkundigen noodgedwongen vaak de taken van een arts over enondervragen en onderzoeken zij de patiënten niet alleen, maar stellen zij ook de (medische)diagnoses. Zij spelen verder een actieve rol bij de opzet en uitvoering van de basisgezondheidszorg inplattelandsdorpen en in de armoedebestrijding10.1.3 Nieuwe taal in de maak; talige kanten van de professionalisering1.3.1 Verpleegkundigen en taalVerpleegkundigen staan tot nu toe - anders dan bijvoorbeeld specialisten – niet slecht bekend als hetgaat om duidelijk en patiëntvriendelijk taalgebruik. Gezien hun veelzijdige rol (zie vorige paragraaf) isdat maar goed ook. Het diagnostisch taalgebruik zou hierin echter verandering kunnen brengendoordat het professionele jargon als een geheimtaal gaat werken, waarmee de afstand tussenverpleegkundige en patiënt wordt vergroot. Dit zou een betreurenswaardige ontwikkeling zijn.Professionaliseren kan echter niet zonder het standaardiseren van veel beroepsaspecten, waaronderde vaktaal.Wat betreft de NANDA-diagnostiek lijkt Nederland enige tijd op twee benen te hinken. Op het ene beenwordt, naar Amerikaans voorbeeld, de NANDA-diagnostiek omhelsd als speerpunt van deprofessionalisering. De vertaling van de NANDA-diagnoses wordt echter niet structureel aangepakt engestandaardiseerd, zoals in Frankrijk en Franstalig Canada gebeurt (Regeer & De Graaf 1993). Erkunnen in Nederland in theorie meerdere vertalingen binnen diverse fondsen van uitgeverijen8 Exacte termen zijn afhankelijk van de organisatie van de afdeling.9 Gespecialiseerde verpleegkundigen, die naast verpleegkundige taken ook medische taken verrichten.10 Sheila Dinotshe Tlou, hoogleraar Verpleegkunde in Botswana. AMC magazine mei 2002. 7
  14. 14. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaalontstaan. Op het andere been is er veel kritiek op de NANDA-aanpak of wil men de NANDA-classificeringen formuleringen niet kritiekloos overnemen. Ze zijn niet zonder meer toepasbaar in de Nederlandsepraktijk. Tijdens verplegingswetenschappelijke discussies wordt de noodzaak van een eenduidigeverpleegkundige vaktaal aan het begin van de jaren negentig heel dringend gevoeld.11 Daarin zit eenverschil met de situatie in de Verenigde Staten. In de VS is de verpleegkundige diagnostiek al in 1970op gang gekomen. Het ging toen volop om professionalisering, de afbakening van wat de eigendiscipline precies inhield12. Hoewel deze onderwerpen in Nederland uiteraard ook belangrijk zijn, lijkthier de nadruk op het eenduidig verpleegkundig begrippenkader (EBK) te liggen. Ook gezien deervaringen in de beroepsuitoefening, het onderwijs, op managementniveau en op beleidsniveau is denoodzaak om tot eenduidigheid te komen heel hoog. Het NRV (Nationale Raad voor deVolksgezondheid) adviseert de staatsecretaris daarom een Vooronderzoek eenduidig verpleegkundigbegrippenkader te laten verrichten (NRV 1991). Ik kom hier in paragraaf 1.3.5 op terug.Een van de redenen waarom de taal van de verpleegkunde zo weinig eenduidig is, is ongetwijfeld hetbestaan van meerdere denkscholen en visies op verplegen. In de volgende paragraaf beperk ik me totde visies die in Nederland het meest voorkomen.1.3.2 Verpleegkundige denkscholen en taalToen de eerste NANDA-diagnoses werden geformuleerd, tijdens een consensusbijeenkomst van deAmerikaanse leden van de NANDA-organisatie, bleek al hoe moeilijk het was om het eens te wordenover de taal die zou moeten worden gebruikt. Er bestaan meerdere verpleegkundige theorieën, visiesof modellen, ieder met een geheel eigen begrippenkader. Zo zou alleen al de term verpleegkundigediagnose door verschillende verpleegkundige theoretici anders kunnen worden gedefinieerd. Enkelevoorbeelden: Martha Rogers werkt voornamelijk met het begrip energie. Callista Roy werkt rondadapteren. Een verpleegkundige diagnose zou bij Roy worden opgevat als een disfunctioneelpatroon of ineffectieve aanpassing. Dorothea Orem werkt vanuit het begrip zelfzorg en zou dediagnoses opvatten als zelfzorgaandoeningen. Deze verschillende invalshoeken met de bijbehorendediscoursen bleken bij het tot stand komen van de diagnostiek van de NANDA al een probleem (Regeer& De Graaf 1993). Soms is het discours van een bepaalde visie in de NANDA-diagnostiekterechtgekomen. Dit is vooral bij de taal rond de visie van Orem (self-care deficit) frappant. Deze visieis in Nederland overigens dominant.Dat de terminologie en visie van bepaalde denkscholen in een diagnostiek terechtkomen, is goed voorte stellen en in zekere zin onvermijdelijk. Ideaal is het natuurlijk niet, omdat een diagnostiek algemeen11 Met name in: Ten Napel 1995, Van der Bruggen en Hirs 1993, Schouwstra 1994, Ten Holte 1993, Leih & Salentijn 1991 en Van de Pasch 1995a en 1995b.12 Deze informatie is onder andere afkomstig uit een gesprek met Claudia Gamel, Amerikaanse verplegingswetenschapster en NANDA-lid, werkzaam in Nederland. 8
  15. 15. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaaltoepasbaar moet zijn, ook voor verpleegkundigen die vanuit een andere visie of denkschool werken.Bovendien zullen denkscholen en visies veranderen. Dat gebeurt in ieder vakgebied en binnen iederetak van wetenschap. De metafoor van zelfzorgtekort past wellicht heel goed in de huidige tijd inNederland (hoewel er zeker bezwaar is tegen de terminologie, zie later) maar er zullen nieuwegeneraties verplegingswetenschappers komen die op een heel andere manier naar het beroep zullenkijken. Een pleidooi voor de terminologie van één bepaalde visie zoals die van Orem, als theoretischebasis voor de formulering van verpleegkundige diagnoses, zoals sommigeverplegingswetenschappers bepleiten (Van der Peet, 1993), is daarom niet verstandig.Bij de ontstaansgeschiedenis van de NANDA had men oog voor een gemeenschappelijke taal in deVerenigde Staten. Een van de regels was dat vijftig procent van de deelnemende verpleegkundigenbetrokken moest zijn bij de directe zorgverlening aan patiënten en men werkte met zogenaamdeconsensusbijeenkomsten. Aan de wieg van de NANDA waren dus niet alleen 13verplegingswetenschappers te vinden. In Nederland worden de ontwikkelingen op het gebied vandiagnostiek en het zo gewenste EBK (eenduidig begrippenkader), voor zover ik dit kan beoordelen,voornamelijk door theoretici voortgestuwd. Bovendien was bij de eerste generatieverplegingswetenschappers die in Nederland afstudeerden de visie van de Amerikaanseverplegingswetenschapper Orem dominant (zie ook de volgende paragraaf).141.3.3 (Ver)taalgruwelen en andere problemenVolgens een artikel dat is verschenen in de Proceedings van de tiende NANDA-conferentie15 in 1994bestaat er bij verpleegkundigen in de Verenigde Staten bezwaar tegen het aanleren van een nieuwetaal ten behoeve van de verpleegkundige diagnostiek. Zij zouden liever gebruik maken van de taal dieer al is: "(...) there is still an awkwardness about using the language proposed by NANDA for nursing diagnoses: Nurses are often embarrassed by what is felt to be the inferior usefulness and jargonistic phrasing of some of this language and would prefer to use everyday language more specifically descriptive of the clients actual problems.” (Webster, & Brencick 1994; 64)13 "Eén van de regels die ze zichzelf in die tijd stelden was dat vijftig procent van de deelnemende verplegenden betrokken moest zijn bij de directe zorgverlening aan patienten. Het ging niet alleen om academisch gevormde en theoretische mensen. Het begon dus allemaal met een groep verplegenden die zei: Kunnen we niet een gemeenschappelijke taal maken die we in heel de Verenigde Staten gebruiken? Later gingen ze officieel door als de nanda." Citaat van Phyllis Kritek in TvZ nr 3, 1993, p 91.14 Deze informatie is gebaseerd op een telefonisch interview dat ik in 1996 had met Claudia Gamel, een Amerikaanse verplegingswetenschapster en destijds het enige nanda-lid in Nederland.15 Tijdens een NANDA-conferentie worden besluiten genomen over diagnoses. De conferenties worden tweejaarlijks gehouden. 9
  16. 16. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaalVolgens Webster, & Brencick 1994 wordt de NANDA-taal die tot dan toe werd gebruikt óók in de VerenigdeStaten niet als mooi of vanzelfsprekend ervaren – er moest moeite worden gedaan om zich de nieuwetaal eigen te maken. Dat de NANDA-taal niet fraai is, vond ik ook zelf opvallend bij een eerste confrontatie met devertalingen van de NANDA-diagnostiek. Voor leken hebben veel van de termen bovendien een 16bevreemdend, bijna fiscaal/economisch tintje, door het veelvuldige gebruik van ‘tekort’ . In een kleinesteekproef onder 24 vrijwilligers heb ik in 2003 getoetst of ik hierin alleen was (zie bijlage A). Mijnindruk werd daarin bevestigd. Vooral de term ‘zelfzorg’, een term die binnen de verpleegkundige theorie van Dorothea Oremin Nederland in zwang is geraakt, valt niet altijd goed bij leken (potentiële patiënten!) Het conceptimpliceert dat de verpleegkundige zorg wordt afgestemd op wat de patiënt zelf al of niet kan. Deverpleegkundige vult de patiënt aan daar waar deze ‘tekort schiet’ (een veel gebruikt verpleegkundigwerkwoord). Uit het volgende citaat blijkt dat ook een probleem met de opname van lucht alszelfzorgtekort kan worden gekenmerkt: ‘Wanneer iemands (zelf)zorg voor de opname van lucht tekort schiet, heeft hij behoefte aan verpleegkundige hulp. Welke hulp dat is, hangt af van de vraag op welke punten het zelfzorgvermogen te kort schiet om in zijn behoefte aan opname van lucht te voorzien.’17Het begrip zelfzorg(tekort) is ook onder verpleegkundigen niet altijd geliefd. Mogelijk heeft vooral deoudere generatie, die vanuit een heel andere visie op zorg is opgeleid, iets tegen het begrip en de stijlvan verplegen die het impliceert. Een van de meest toonaangevende verpleegkundig docenten van nade tweede wereldoorlog, Annie van Eindhoven, uit in een interview in TvZ,, Tijdschrift voorVerpleegkundigen haar kritiek op het begrip ‘zelfzorg’ en de theorie van Orem. Het begrip zelfzorg zetvolgens Van Eindhoven verpleegkundigen op het verkeerde been omdat zij worden afgeleid van devraag welke zorgbehoefte iemand heeft: ‘Een verpleegkundige die tegen iemand, die na een operatie moet oefenen met lopen, zegt: "Ik blijf bij u tot u weer goed kunt lopen", geeft meer vertrouwen dan een collega die zegt: "U moet zelf leren lopen”. Bij de laatste zal bij veel patiënten de angst ontstaan dat, zodra hij een of twee stappen zelf kan zetten, de verpleegkundige is verdwenen. Een praktijk die helaas voorkomt en die, naar ik meen, deels zeker is ontstaan door de eenzijdige nadruk op dat ellendige beginsel van zelfzorg als doelstelling. Soms is die doelstelling toch ronduit een aanfluiting? (Van Dam, 1994)16 Enkele voorbeelden van voor leken vreemde diagnoselabels: dreigend vochttekort, tekort in gezondheidsonderhoud, verminderd huishoudvermogen, kennistekort, voedingstekort, voedingsteveel en vooral zelfzorgtekort.17 Een citaat uit een studieboek op het gebied van de verpleegkunde, geciteerd door Kalis & Zwagerman 1994;146. Interessant in deze context is een ingezonden brief aan een vakblad voor verpleegkundigen. Een student aan de HBO-V stelt daarin dat de naam ‘verpleegkundige’ de professionalisering van het beroep zou stagneren. Een betere naam voor het beroep van verpleegkundige zou volgens hem ‘zelfzorg-ondersteunings- deskundige’ zijn (TvZ, nr 9, 1992; 308). 10
  17. 17. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaalKalis en Swagerman (1994) waarschuwen in hun kritische artikel over de Orem-taal en de Orem-‘theorie dat de manier waarop deze in de praktijk worden gebruikt kan leiden tot vervreemding van dehulpvraag van de patiënt.Discussies rond de verpleegkundige diagnostiekDe hooggespannen verwachtingen van de verpleegkundige diagnostiek uit de VS hebben in veelgevallen tot teleurstellingen geleid. Mogelijk komt dit deels omdat men in Nederland hoopte dat met deverpleegkundige diagnostiek een eenduidige vaktaal kon worden aangereikt. De NANDA-diagnostiek isin ieder geval vaak omhelsd maar ook verguisd. Uit een vaak geciteerdeverplegingswetenschappelijke studie (Roelofs 1993) blijkt dat de formuleringen die van Nederlandsebodem komen, meestal veel vollediger zijn dan diagnoses die uit de Amerikaanse literatuur afkomstigzijn. Voldoende redenen om de Amerikaanse diagnoses niet zonder meer over te nemen maar kritischen naar Nederlandse maatstaven te beoordelen. Als tegenwicht voor het importeren en formulerenvan verpleegkundige diagnoses vanuit de Amerikaanse literatuur, is men in Groningen begonnen methet ontwikkelen van verpleegkundige diagnoses vanuit de Nederlandse verpleegkundige praktijk.18Men wil daarbij blijven uitgaan van de materie die uit de VS wordt aangeboden om deze vervolgensaan te passen aan de Nederlandse situatie, al dan niet met behulp van onderzoek uit de(Nederlandse) praktijk.Naast het Groningse streven om de NANDA-diagnostiek aan te passen aan de Nederlandse praktijk, is 19er ook discussie over hoe de NANDA-diagnostiek is geformuleerd. De discussies gaan onder andereover de verschillende abstractieniveaus van de diagnoses, over de onnodig gekunsteldeformuleringen en het feit dat de labels zijn geformuleerd op basis van verschillende verpleegkundigetheorieën en modellen. Als oplossing wordt gezien de diagnoses vanuit de veel meer neutraalgeformuleerde ICIDH20 te formuleren. Voor een overzicht van de labels en de vertalingen in 1996 ziebijlage B.1.3.4 VertaalslagUit het bovenstaande blijkt dat de discussie rond de verpleegkundige diagnostiek zowel denaamgeving als de begrippen betreft. De nieuwe termen komen bovendien door middel van eenletterlijke en figuurlijke vertaalslag Nederland binnen. Het gevolg is een complexe situatie waarinzowel de nieuwe concepten als de idiomen die ernaar verwijzen, niet helder lijken te zijn. De vertalingvan de nieuwe begrippen - een metatalige taak bij uitstek! - wordt, zoals gezegd, niet centraal18 Tijdschrift Methodiekontwikkeling Verpleegkunde en mondelinge informatie HBO-V.19 Met name in: Ten Napel 1995, Van der Bruggen en Hirs 1993, Schouwstra 1994, Ten Holte 1993, Leih & Salentijn 1991 en Van de Pasch 1995a en 1995b.20 Een classificatie van de WHO, inmiddels vervangen door de Internationale Classificatie van het menselijk Functioneren (ICF: International Classification of Functioning, Disability and Health) 11
  18. 18. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaalaangepakt maar wordt aan de willekeurige vertalers (professioneel en niet professioneel) overgelaten.Hoewel, zoals hierboven beschreven, de behoefte bestaat om de diagnoses vanuit de Nederlandsepraktijk te ontwikkelen, worden de NANDA-diagnoses regelmatig redelijk brontekstgetrouw vertaald.Het is interessant om deze situatie nader te bekijken. Daar waar de begrippen waar de diagnosesnaar verwijzen in het Nederlandse verpleegkundige discours bekend zijn, is er immers geen reden omze niet doeltekstgericht te vertalen; zeker wanneer er een behoefte bestaat om de diagnostiek vanuitde Nederlandse situatie vorm te geven. Een voorbeeld staat in figuur 1.2. Self-care deficit kan primaworden vertaald met het veel gebruikte verpleegkundige begrip ‘ADL-afhankelijkheid’21. De meestevertalingen van de labels blijven echter redelijk trouw aan de brontekst (zie bijlage B) en het isfrappant dat in het bovenstaande voorbeeld ADL-afhankelijkheid schijnbaar niet als mogelijke vertalingwordt gezien, maar eerder als een pleidooi voor herformulering van het diagnoselabel (Leih &Salentijn 1991/1992).Figuur 1.2 - Vertaling van Self-Care Deficit: Bathing/HygieneVoorbeeld van enkeleaangetroffen vertalingenvan een NANDA-label: 1. Zelfstandigheidstekort (in wassen) 2. Zelfzorgtekort (in wassen) 3. ADL-afhankelijkheid (m.b.t. wassen) Self-Care Deficit 4. Afhankelijkheid bij (Bathing/Hygiene) lichaamsverzorging (m.b.t. wassen) 5. Gebrekkige zelfverzorging (m.b.t. wassen)Hoe zou een vertaler bij de eerste vertaling van de NANDA-diagnoses te werk kunnen gaan? Waaropbaseert hij zijn vertaalkeuzes? Na bestudering van de verschillende vertalingen en de discussies overde verpleegkundige diagnostiek en vaktaal in de jaren negentig, heb ik een aantal mogelijke factorenop een rij gezet. Om de operationalisering van het onderzoek te dienen, zal ik ze behandelen incombinatie met informatie over de vertalingen die ik in 1996 heb gevonden en die in de enquête zijnvoorgelegd aan verpleegkundigen. Enkele van de genoemde factoren houden bovendien verband metde mogelijke redenen achter het oordeel, die eveneens in de enquête worden bevraagd. Ik kom hier inhoofdstuk 2 bij de operationalisering op terug.21 ADL duidt op ‘algemeen dagelijkse levensverrichtingen’. 12
  19. 19. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaalWerkvertalingenAangezien er in de beroepsgroep over het onderwerp verpleegkundige diagnostiek veel discussiebestaat, zijn de eerste officiële vertalingen van de diagnoses per definitie als werkvertaling op tevatten. Voor vrijwel alle formuleringen in de enquête geldt dat het werkvertalingen zijn. Aan de enekant zijn dat letterlijke vertalingen (van één of enkele diagnoses), zonder vermelding van de brontekst,die worden gebruikt als alternatief voor de Amerikaanse term. Ze zijn bedoeld voor een beperktelezersgroep, bijvoorbeeld omdat de lezers moeite kunnen hebben met het Engels. Sommige meer’overt werkvertalingen’ zijn duidelijk bedoeld om een discussie in de Nederlandse context tevergemakkelijken. Vaak gaan deze werkvertalingen wél gepaard met de vermelding van deAmerikaanse labels (bijvoorbeeld in een scriptie). Een ander type is een werkvertaling als serieuzepoging tot terminologievorming, vaak met neologismen (bijvoorbeeld wanneer het Amerikaanse begripin het Nederlands een conceptual gap’ is) en met vermelding van een skopos. De professioneleGordon-vertaling van Wim Seunke uit 1995 waarbij de hele verzameling NANDA-diagnoses is vertaald,is zo’n vertaling. De vertaling ‘ADL-afhankelijkheid’ (zie figuur 1.2.) van Evers is wellicht de enige vertaling dieniet als werkvertaling is te betitelen: het is een formulering die is gebaseerd op een uitgebreideinhoudelijke discussie in het kader van een proefschrift. De betreffende stelling luidde: ‘Deverpleegkundige diagnose "zelfzorgtekort" van de NANDA behoort (...) vervangen te worden door hetdiagnostisch label "ADL-afhankelijkheid". (Leih en Salentijn, 1991/1992,1) Uit de informatie blijkthelaas niet of het voorstel alleen de formulering betreft of gelijktijdig een (inhoudelijke) aanpassing vande gehele diagnose.Context - onderlinge systematiekIeder diagnoselabel maakt deel uit van een classificatie van meerdere diagnoselabels. De labelshebben een zekere onderlinge systematiek waarbij zogenaamde ‘qualifiers’ 22 (bepalende woorden)de diagnoses specificeren. Dat een vertaling deel uitmaakt van een hele classificatie van diagnoses,beperkt de vertaalmogelijkheden aanzienlijk en voegt een extra uitdaging toe. Hoewel de qualifiers(bijvoorbeeld impaired) van NANDA zijn bedoeld om de eenduidigheid te bevorderen en de diagnose te 23differentiëren of te specificeren , kunnen ze niet altijd zo gemakkelijk naar het Nederlands wordenvertaald. Het is een kwestie van afwegen of de qualifiers consequent (en equivalent) kunnen wordenvertaald of dat naar alternatieven moet worden gezocht. Het is ook voor te stellen dat de NANDA-systematiek van qualifiers – die ook maar een voorlopige status heeft - wordt losgelaten en dat naareen nieuwe samenhangende systematiek in de doeltekst wordt gezocht. Impaired (zoals in impaired physical mobility is vertaald met ‘belemmerde’, ‘beperkte’,‘verstoorde’, ‘verminderde’. Standaard zou impairment met ‘stoornis’ worden vertaald en impaired zoudan het meest overeenkomen met ‘verstoorde’.22 Adjectieve specificaties, zoals impaired, altered, ineffective, dysfunctional. Zie ook paragraaf 2.1.2.23 Vooral met betrekking tot de ernst, duur, aard of het stadium van het probleem (zie ook selectiecriterium 2 in de bijlage). 13
  20. 20. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaal Impaired physical mobility is in de Gordon-vertaling van Seunke ‘mobiliteitstekort’ geworden,ongetwijfeld een resultaat van het zorgvuldig wikken en wegen (volgens het voorwoord in Gordon1995a).Labels die in een publicatie los van deze algehele context (buiten het corpus van ongeveer 110diagnoses) worden vertaald, kunnen er anders uitzien dan als ze met inachtneming van de gehelecontext zouden zijn vertaald. Ook de vakinhoudelijke context van de betreffende diagnose zaluiteraard invloed hebben op het woordgebruik in de doeltekst.Cultuurverschillen – doeltekstgericht vertalenEr zijn een aantal cultuurverschillen tussen Nederland en de VS, bijvoorbeeld met betrekking tot hetaandachtsgebied, de werkwijze van verpleegkundigen en de benadering van patiënten doorverpleegkundigen. Het beroep van verpleegkundige wordt in de VS mogelijk hoger gewaardeerd,velen hebben een (Amerikaanse) universitaire graad en zijn meer medisch onderlegd. De handelingendie verpleegkundigen mogen verrichten (voorbehouden handelingen) zijn hierdoor verschillend.Verder hebben verpleegkundigen in de VS meer dan hun collegas in Nederland een(psycho)therapeutische inslag bij verschillende interventies op het gebied van de psychiatrie en doen 24zij meer aan voorlichting. Vakinhoudelijk zijn er dan ook nog verschillen, bijvoorbeeld met betrekkingtot de aanpak van bepaalde aandoeningen (zoals van anorexia nervosa).De algemene taal van het Engels bevat veel meer medische termen dan het Nederlands (NL:staar/Eng: cataract) en ook in Amerikaanse boeken op het gebied van verpleegkunde lijkt demedische vaktaligheid hoger te zijn dan die in Nederlandse boeken. Nederlandse vertalingen zouden,als geen rekening wordt gehouden met deze verschillen, veel meer vaktalig en afstandelijk kunnenuitvallen. In de Gordon-vertaling is uiteraard rekening gehouden met cultuurverschillen. Daarom is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de Nederlandse gangbare begrippen (voorwoord 1995a).Daarnaast was één van de uitgangspunten begrijpelijkheid en eenvoud. De voorkeur ging naarwoorden van een Nederlandse afkomst (in plaats van jargon van Griekse of Latijnse afkomst).Verpleegkundige visieEen andere mogelijke invloed op de vertaling (en ook op de formulering van de brontekst) is deverpleegkundige visie of theorie die wordt aangehangen. Eén van de bronnen van de vertaaldediagnoselabels die in de enquête zijn gebruikt, is geheel vanuit de verpleegtheorie van Dorothea Oremgeschreven (Van der Peet 1993, zie ook zijn artikel in TvZ 1994). Zo zijn ook formuleringen vanuitandere theorieën mogelijk. De theoretische lading die in de brontekst aanwezig is (of lijkt aanwezig tezijn), kan ook door de vertaler worden verwijderd (selfcare deficit -> ADL-afhankelijkheid) In de vertaling van Wim Seunke is de Orem-terminologie (deficit ->‘tekort’) regelmatiggehandhaafd en soms zelfs versterkt. (mobiliteitstekort als vertaling van impaired physical mobility of‘voedingstekort’ als begrijpelijk korter geformuleerde vertaling van nutrition, altered: less than body24 Dit bleek na vakinhoudelijk overleg bij mijn vertaling van Townsend 1998. 14
  21. 21. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaalrequirements) Of deze keuze voortkomt uit het idee dat de labels vanuit de in Nederland veeltoegepaste visie van Orem moeten worden vertaald of uit de wens om beknopt te blijven, is niet metzekerheid te zeggen. In het voorwoord van Proces en Toepassing staat het volgende: ‘Dankzij de populariteit van Orems zelfzorgtekortheorie is de term zelfzorg voorgoed ingeburgerd in verpleegkundig Nederland en staat hij zelfs op het punt ingelijfd te worden bij de dagelijkse spreektaal.’Persoonlijk betwijfel ik zeer of deze Orem-term zal worden ingelijfd in het algemene taalgebruik. Determ zelfzorg wordt in de algemene taal naar mijn mening (en na enig onderzoek op internet en desteekproef in bijlage A) voornamelijk opgevat als: ‘wat mensen zelf kunnen doen bij klachten voordatze naar de dokter gaan’. De betekenis van de verpleegkundige term gaat toch een heel stuk verder.Zorgtekort is overigens wel een veel gevonden term in kranten, maar dan in de context van degevolgen van een bepaald beleid (gebrek aan thuiszorg, de situatie in verpleeghuizen enzovoort).Zelfzorgtekort heb ik vooralsnog alleen in een verpleegkundige context aangetroffen. Volgens Seunke heeft het begrip self care in de NANDA-diagnoses een veel engere betekenisdan bij Orem. Daarom is self care in de lopende teksten in het boek vertaald met persoonlijke zorg en isvoor het diagnoselabel self care deficit de keus gevallen op zelfstandigheidstekort.Interpretatie verpleegkundige diagnose in verpleegkundig procesVolgens het Vooronderzoek eenduidig begrippenkader (1993) is het vaak niet duidelijk welke plaatseen verpleegkundige diagnose inneemt in het verpleegkundig proces25 (zie paragraaf 1.3.5). Dit wordtook wel de contextuele definitie’ van de verpleegkundige diagnose genoemd. Het is een ingewikkeldeen verplegingswetenschappelijk inhoudelijke kwestie maar duidelijk is wel dat het nogal verschilt of jeeen diagnoselabel ziet als de beschrijving van een ‘probleem’ (ofwel van de patiënt ofwel van deverpleegkundige), als een situatie of als een reactie van de patiënt. Dit onderscheid houdt, zoals 26gezegd, verband met de manier van werken op de afdeling: taakgericht of patiëntgericht (Bobbink1986) en heeft ongetwijfeld invloed op het discours en de manier waarop een label kan wordengeformuleerd of vertaald.ProfessionaliseringDe verpleegkunde is een professionaliserend vakgebied. Hierbij hoort ook het streven naarstandaardisering en een eigen vaktaal (zie ook hoofdstuk 1). Dat een formulering vooral‘verpleegkundig en professioneel’ moet klinken - dit is daarom wellicht een overweging voor mensendie de labels als verpleegkundige (of als HBO-V docent of verplegingswetenschapper) vertalen of er25 Het verpleegkundig proces bestaat uit de volgende stappen: (1. het verzamelen van gegevens, 2. het vaststellen van het probleem, 3. het stellen van doelen, 4. het uitvoeren van verpleegkundige acties en 5. het evalueren). De eerste twee fasen van het verpleegkundig proces (verzamelen van gegevens en vaststellen van de problemen) kunnen door middel van de verpleegkundige diagnostiek worden geïntegreerd.26 Een taakgericht verpleegsysteem kent meer hiërarchie, een patiëntgericht verpleegsysteem wat minder: er is sprake van gedeelde verantwoordelijkheid, werken als team. Deze informatie is ook voor de enquête van belang. 15
  22. 22. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaalop een wetenschappelijk terrein over discussiëren. Juist de mensen die de professionalisering eenwarm hart toedragen, zijn actief betrokken bij de verpleegkundige diagnostiek en het probleem van demeerduidige vaktaal. Misschien neigt men hierdoor meer naar een brontekstgetrouwe vertaling. Destatus die de brontekst voor de vertaler heeft, zal in ieder geval van invloed zijn op de mate vanequivalentie die hij in de vertaling wenst te zien. De verpleegkundige diagnostiek zal in de verretoekomst deel gaan uitmaken van een internationale classificatie, wellicht vergelijkbaar met de ICD-10van medische aandoeningen en de DSM-IV in de psychiatrie. Vooruitlopend hierop, zou de vertalereen voorkeur kunnen hebben voor een meer equivalente vertaling. Aan de andere kant is het net zo goed mogelijk dat men juist neologismen wenst te gebruikenom het vernieuwende van de verpleegkundige diagnostiek en de ‘verpleegkundigheid’ van deformulering te beklemtonen, in tegenstelling tot een medische formulering of een formulering dieovereenkomt met de algemene taal. Ook Sauer (1993) noemt in dit verband een toename vanabstractie en nominalisering. In het voorwoord van de Gordon-vertaling (1995a), waaruit veel informatie over de skopos vande vertaling is te halen, staat dat weliswaar vele mensen aan de NANDA-formuleringen hebben gewerktmaar dat zij ‘niet representatief zijn voor de beroepsgroep in haar geheel’ Daarom moet de vertaling vande labels in het boek als een voorlopige werkvertaling worden gezien. Equivalentie was bij de vertalingvan de labels voor Seunke geen belangrijke eis. Dat de labels inhoudelijk overeenkwamen met debijbehorende definities was van veel groter belang.Relatie met de algemene taal – mondeling taalgebruikProfessionaliseren en standaardiseren is één ding, maar verpleegkundigen werken in nauw contact methun patiënten en cliënten. De wens om de verpleegkundige vaktaal vooral zo helder en duidelijk mogelijkte houden kan daarom van invloed zijn op een vertaling. Naast de vakexterne communicatie (met depatiënt) is de transdisciplinaire communicatie voor verpleegkundigen essentieel: door hun middenpositietussen patiënt en vele disciplines in heeft de verpleegkundige bij uitstek een communicatieve rol. Alleenal daarom is het verklaarbaar dat de verpleegkundige vaktaal zo dicht bij de algemene taal is gebleven.In verband hiermee kun je stellen dat een vakterm voor verpleegkundigen ook mondeling moet zijn teverhapstukken. Dit valt van labels als ‘Nutrition, Altered: High Risk for More than Body Requirements’te betwijfelen. Aanduidingen van verpleegkundige diagnoses dienen niet alleen als ‘kopje’ in eenverslag of dossier maar ook in zinsverband te kunnen worden gebruikt. Dit impliceert een zekeregraad van ‘uitspreekbaarheid’ en ‘verbale combineerbaarheid’: de termen moeten liefst in combinatiemet meerdere (werk)woorden te gebruiken zijn. In de Seunke-vertaling werd vanwege de communicatie met de patiënt belang gehecht aanbegrijpelijkheid en eenvoud van de vertaling, met hier en daar ‘potjeslatijn’ wanneer dit onvermijdelijkwas.SignaalfunctieEen label is een ‘naam’ die staat voor een uitgebreid concept: een definitie, bepalende kenmerken enoorzakelijke of samenhangende factoren. De naam is een compacte aanduiding die als signaal 16
  23. 23. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaalfungeert voor de hele diagnose. Vanwege deze signaalfunctie dient het woord of de woordgroep diehet label aanduidt liefst kort en krachtig te zijn en dan is een nominalisering te verwachten. Dit komtovereen met de eis van beknoptheid die in de verantwoording bij de vertaling van Gordon 1995awordt genoemd. De duidelijkheidsbehoefte kan aan de andere kant ook weer resulteren in het afstandnemen van de algemene taal, omdat het, in een gesprekssituatie bijvoorbeeld, anders niet duidelijk isof er over een diagnoselabel wordt gesproken. Een voorbeeld: het idioom ‘lage zelfwaardering’ is ookin de algemene taal te vinden. De alternatieve formulering geringe zelfachting klinkt wellicht watarchaïsch maar daarmee bestaat meer kans dat het idioom als ‘naam’, als diagnoselabel, wordtherkend. Ook in de brontaal stelt de functie van het begrip (‘het is een diagnose’) eigen eisen aan deformulering. Er is onderscheid nodig tussen een verpleegkundige constatering en een diagnose. Ditverklaart mogelijk de soms nogal gekunstelde formuleringen in de NANDA-brontekst (figuur 1.1 en 27bijlage B). Er zijn wellicht neologismen nodig om aan te duiden dat het diagnoses zijn. In het voorwoord van de Gordon-vertaling wordt niet over neologismen gerept (maar zeworden wel gebruikt). Seunkes eisen van beknoptheid en specifiekheid spelen in deze context een rol.De breedsprakigheid van NANDA wordt gecorrigeerd en de wat vage qualifiers ‘altered’ en ‘alteration’worden meer specifiek gemaakt door een vertaling met ‘tekort’, ‘verstoring’ of ‘stoornis’.Voorzichtig vertalenHet vertalen van de verpleegkundige diagnostiek lijkt iets weg te hebben van het springen van eenrijdende trein (de Amerikaanse verpleegkunde in ontwikkeling) op een rijdende vrachtwagen (deNederlandse verpleegkunde in ontwikkeling) die niet noodzakelijk naar dezelfde bestemmingonderweg zijn. Deze vergelijking is uiteraard chargerend en beperkt en is geen geschikte metafoorvoor wat het vertalen inhoudt, maar de vraag of de Amerikaanse diagnoses van toepassing zijnbinnen de doelcultuur is natuurlijk wel legitiem. Ook de vraag of er niet ongewild Amerikaanseconcepten of invalshoeken worden mee vertaald naar de doeltaal. Standaardisatie is een belangrijkstreven - ook internationaal - maar gezondheidsproblemen zullen wellicht eerder intercultureelvergelijkbaar zijn dan reacties daarop. En dan spreken we nog niet over hoe men hierop perdoelcultuur verpleegkundig kan reageren. De internationale standaardisatie van verpleegkundigeconcepten is in grote mate een filosofisch en verplegingswetenschappelijk probleem maar heeft ookbijzonder veel met (ver)talen te maken. Daarom zal een vertaler voorzichtig te werk moeten gaan. Eris bij zo’n ‘stunt’ toch wel enige verantwoordelijkheid vereist, aangezien een vertaling van de gehelediagnostiek in boekvorm, door de dicterende werking van de publicatie, veel invloed heeft op degebezigde formuleringen in de vaktaal en daarmee misschien zelfs een beetje voor de richting van dievrachtwagen… (De vertaler van Gordon 1995a was zich daar overigens van bewust.) De overtwerkvertalingen die in het kader van een verpleegkundige discussie zijn geformuleerd, gingen hieraanbegrijpelijk voorbij - voor zover ik dat kan beoordelen.27 Voor de vertaling van non-compliance geven de meeste bronnen overigens een niet- letterlijke vertaling: de verpleegkundige term ‘therapieontrouw’ (zie bijlage B). Non- compliance en therapieontrouw zijn echter beide bekende begrippen in de verpleegkundige vaktaal en zijn ontelbare malen over en weer vertaald. 17
  24. 24. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaalNamen en begrippen – naam gevenDe vertaling van verpleegkundige diagnoses in een situatie waarin de bruikbaarheid van deAmerikaanse diagnostiek voor de Nederlandse situatie ter discussie staat, vraagt in eerste instantieom werkvertalingen. Zoals hierboven is gebleken, is dat in Nederland ook zo gebeurd. In deze scriptiegaat de aandacht vooral uit naar de labels van de diagnoses. Een label is op te vatten als de naamwaarmee een diagnose wordt aangeduid en vervult een focusfunctie voor het begrip. Vertalers die deAmerikaanse labels naar de Nederlandse doeltaalcontext vertalen – rekeninghoudend met hetNederlandse verpleegkundige discours en de inhoudelijke discussies over de betekenissen - gevendaarmee ‘naam’ aan de diagnose in het Nederlands. Zij moeten dit doen omdat de situatie omonmiddellijke benoeming vraagt en omdat diagnoses nu eenmaal een naam (label) dragen. In mijnoptiek is de speech-act benoemen van Geert Koefoed (1993) daarom van toepassing op het vertalen 28van de labels (maar Koefoed behandelt benoemen begrijpelijk niet in relatie tot vertalen).Vaktalen kennen doorgaans vaste termen die naar vastomlijnde expliciet gedefinieerde begrippenverwijzen. De instrumentele eis die de verpleegkundige vaktaal van de diagnostiek aan zijn termen enbegrippen stelt, heeft het effect dat betekenis geven en naam geven door elkaar heen gaan lopen. Ermoet immers al over de begrippen worden gesproken of geschreven, voordat ze goed en wel zijngeaccepteerd of in (Nederlandse) terminologie zijn gelexicaliseerd. De acceptatie van het begrip en deacceptatie van de term gaan niet gelijk op.29 De begrippen hebben nog geen ‘Gestalt’. Het metataligeproces van benoemen (zowel het naam geven aan een begrip als betekenis geven aan een naam)30is in de ontwikkeling van de Nederlandse verpleegkundige diagnostiek van de jaren negentig in vollegang. In deze situatie wordt een eenduidige verpleegkundige terminologie node gemist. Veel mensenvragen zich zelfs af of er überhaupt wel een verpleegkundige vaktaal bestaat. In de volgendeparagraaf zal ik daarom, tot slot van dit hoofdstuk, kort ingaan op het ontbrekende EBK (eenduidigbegrippenkader) en een heuristische vaktaaldefinitie behandelen, waarin betekenisdynamiek eenplaats heeft.28 Helaas reikt het te ver om de relatie tussen namen en begrippen en de relatie van vertalen met benoemen in deze scriptie te onderzoeken, vooral in verband met het begrip faculté du langage, van De Saussure, een metatalig vermogen ‘dat ons (onder andere) in staat stelt tekens te constitueren, relaties tussen tekens te leggen en zo systemen van relaties te construeren’ (Koefoed 1993; 88). Geert Koefoed werpt door zijn studie naar betekenisdynamiek veel licht op de diverse bestaanswijzen van taal (de taal van het individu, van de gemeenschap en het taalsysteem), op discours, op taal als cultuurproduct en op het tekenanalyserend en tekenconstituerend vermogen. Dit zijn stuk voor stuk onderwerpen die het vertalen als metatalige en culturele act direct aangaan.29 Het is in deze context tekenend dat de namen van verpleegkundige diagnoses zowel in de oorspronkelijke taal als in vertalingen bij wijze van spreken tussen aanhalingstekens worden uitgesproken (mondelinge informatie van verplegingswetenschapper Gabriel Roodbol).30 Koefoed 1993. 18
  25. 25. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaal1.3.5 Van spraakverwarring naar standaardiseringEr zijn veel argumenten waarom verpleegkundigen dezelfde taal zouden moeten spreken, dat wilzeggen: hun vaktaal zouden moeten standaardiseren. Ten Holte (1993;10) noemt er enkele: • een eenduidig begrippenkader maakt het zogenoemde methodisch werken (een verpleegkundig begrip) mogelijk en het gebruik van protocollen en standaardverpleegplannen; • bij de overdracht van patiënten van de ene instelling naar een andere is eenduidigheid ronduit noodzakelijk; • wetenschappelijk onderzoek (vooral beleidsondersteunend sociaal-wetenschappelijk) heeft baat bij een EBK;. • veel registratiesystemen binnen instellingen zijn afhankelijk van zorginhoudelijke informatie onder andere voor budgettering; • het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) moet zicht kunnen houden op de gang van zaken binnen de gezondheidszorg en ook zorgverzekeraars willen weten welke verleende zorg zij financieren. Het ‘verpleegkundige product’ moet worden omschreven.Het taalgebruik van verpleegkundigen blijkt in de jaren negentig zeer meerduidig te zijn, althans dat isde constatering van het Vooronderzoek eenduidig verpleegkundig begrippenkader (van der Bruggen,1993). ‘Diagnose’ is op zichzelf een bekend begrip in de algemene taal, maar volgens hetVooronderzoek bestaat er binnen de verpleegkundige beroepsgroep onduidelijkheid over het begripverpleegkundige diagnose. Het is vaak niet duidelijk welke plaats een verpleegkundige diagnose 31inneemt in het verpleegkundig proces (de verpleegkundige werkwijze). Een diagnoselabel (de‘naam’ van een diagnose) kan bovendien op drie verschillende manieren worden gezien: als debeschrijving van een ‘probleem’, als een ‘situatie’, of als ‘reactie’ van de patiënt.De doelstelling van het vooronderzoek was: “een op onderzoek gebaseerd advies uit te brengen metbetrekking tot de wenselijkheid en de haalbaarheid van een eenduidig verpleegkundigbegrippenkader, met name betreffende de ‘verpleegkundige diagnose’, alsook met betrekking totindelingscriteria, of ordeningsprincipes, of classificaties, en aanbevelingen te doen aangaanderealisering daarvan.” (Van der Bruggen & Hirs, 1993)Enkele van de (voorlopige) constateringen in 1993: "De gegevens en gegevenssoorten die worden gebruikt in de praktische verpleegkundige zorgverlening zijn volstrekt heterogeen." (…) "De verpleegkundige gegevens weerspiegelen vaak het medische model: verpleegkundige observaties en rapportage blijven georiënteerd op ziektebeelden. Zelfs waar in beginsel wordt gekozen voor een bestaande verpleegkundige theorie, blijkt de praktische toepassing ervan toch vaak medisch of medisch-technisch."31 Dit wordt ook wel de contextuele definitie van de verpleegkundige diagnose genoemd. 19
  26. 26. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaalHoewel het Vooronderzoek als zeer gerenommeerd en betrouwbaar te boek staat, zijn er toch enkelekanttekeningen of vraagtekens te plaatsen. Voor zover ik dit heb kunnen vaststellen is er geentaalkundige tekstanalyse toegepast en zijn er geen taalkundigen bij het onderzoek betrokken geweest.Er werd meteen toegespitst op gegevens(soorten) en er lijkt (voor zover ik dat kan bepalen) geenrekening te zijn gehouden met bijvoorbeeld de functie of doelgroep van de onderzochte teksten en 32ook niet met de werkmethode binnen de instellingen waar de teksten uit afkomstig waren. Kortom:taalexterne factoren die wel taalbepalend zijn, zijn wellicht buiten beschouwing gelaten. De visie waarvanuit iemand werkt en ook de organisatie van de afdeling hebben immers invloed op hoe iemand ietsonder woorden brengt. In het vooronderzoek is schijnbaar onwillekeurig gebruik gemaakt van diversetekstsoorten (formulieren, boeken, scripties, standaardverpleegplannen, dossiers en rapportages) diezijn geschreven binnen diverse contexten en met verschillende tekstfuncties. Hierbij moet wordenopgemerkt dat de tekstanalyse slechts één onderdeel vormde van het gehele Vooronderzoek.Taalgebruik, ook in geschreven teksten, is gesitueerd in een setting en een context. Daarbij horentekstuele factoren, maar zeker ook zaken zoals de doelgroep (beoogde lezers) van de tekst, defunctie of de status van de schrijver van de tekst ten opzichte van de lezers, de functie van de tekst ende werkcultuur (en theoretische visie) van de instelling om maar enkele mogelijke punten te noemen.Dit zijn factoren waarmee binnen de (socio)linguïstiek, pragmatiek en vertaalwetenschap rekeningwordt gehouden. Als in een rapportage een verpleegkundige diagnose wordt beschreven dan kun jedaar bijvoorbeeld vanuit de patiënt of vanuit de verpleegkundige naar kijken. Als het op een afdelingde gewoonte is om in een rapportage vanuit de patiënt te schrijven (patiëntgericht werken, organisatiemaar ook cultuur van de afdeling), dan zal een verpleegkundige diagnose misschien eerder als eenprobleem van de patiënt worden geformuleerd. Dat wil niet zeggen dat diezelfde verpleegkundigendat binnen een andere setting precies zo zouden beschrijven. Taal(gebruik) is dus setting- encontextgevoelig en onderhevig aan nog heel veel meer dan dat.In het Vooronderzoek worden verpleegkundige teksten (taalproducten) geanalyseerd. In mijn enquêtepas ik een omgekeerde onderzoeksstrategie toe en zullen de formuleringen van (veelal)verplegingswetenschappers door verpleegkundigen worden beoordeeld. Als de verpleegkundigevaktaal inderdaad zo meerduidig is, valt te betwijfelden of zij een min of meer eensluidend oordeelzullen vellen, zelfs nadat rekening is gehouden met de taalexterne factoren. Ik vraagverpleegkundigen in de enquête om een taaloordeel en ik vraag hun te reflecteren op dat oordeel.Sommige verplegingswetenschappers vonden dat te veel gevraagd. Ik ga er echter van uit datverpleegkundigen heel goed weten wat wel en wat niet ‘goed klinkt’ binnen hun vaktaal. Ikveronderstel dus dat zij daar een gevoel voor hebben. Zij zijn immers vaktalig gesocialiseerd en ge-32 Bij taakgerichte afdelingen draait de organisatie rond de taken die op een afdeling moeten worden verricht. Bij patiëntgerichte afdelingen wordt de zorg voor een patiënt liefst steeds aan dezelfde verpleegkundigen toevertrouwd. Bobbink, A.F. Werkvelden in de verpleegkunde. Utrecht/Antwerpen: Bohn Scheltema en Holkema, 1986. Een taakgericht verpleegsysteem kent meer hiërarchie, een patiëntgericht verpleegsysteem wat minder: er is sprake van gedeelde verantwoordelijkheid, werken als team. Deze informatie is ook voor de enquête van belang. 20
  27. 27. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaalencultureerd in het verpleegkundige vakgebied en maken deel uit van de verpleegkundigevaktaalgemeenschap in het algemeen en van de taalgemeenschap33. van de afdeling waar zij werkenin het bijzonder. Binnen taalgemeenschappen spelen zich natuurlijke taalprocessen,taalgemeenschapstichtende processen af, zoals Koefoed beschrijft in Benoemen. Mensen die met 34elkaar werken en communiceren, willen elkaar verstaan; dat is als het ware een Griceaansgegeven. Koefoed schrijft “(…)dat begrippen die in het discours van een taalgemeenschap eenbepaalde relevantie verwerven, om een naam vragen (en deze dan ook meestal snel krijgen, vaakdoordat een van de omschrijvingen geconventionaliseerd wordt)” (Koefoed 1993, 14). Wellicht ontbreekt de eenduidigheid in de verpleegkundige vaktaal doordat er zo veeltaalgemeenschappen bestaan. Bovendien zijn er - voor zover ik dat kan nagaan - geen inspanningengeweest om tot een zekere standaardisatie te komen.1.3.6 Visies op (vak)taalVaktalen zijn ontstaan rond een bepaald onderwerp waarover wordt gecommuniceerd door mensendie als groep met elkaar in verband worden gebracht doordat ze - in verschillende mate - kennishebben over het onderwerp of over het vakgebied. In die zin is het Engelse begrip LSP (Language forSpecial Purposes) wellicht een meer geslaagde aanduiding dan de term vaktaal. Deze benamingheeft het voordeel dat het begrip ‘vak’ vermeden wordt. Het is niet altijd duidelijk of er sprake is vaneen vakgebied (loodgieterij, telecommunicatie, medicijnen) of van een speciaalonderwerpgebied(schaken, de taal in krantenadvertenties, ballroomdancing). Door de positie die verpleegkundigeninnemen - tussen patiënten en alle (para)medische disciplines in – hebben zij als geen ander temaken met vakinterne, vakexterne en transdisciplinaire communicatie. De vaktaaldefinitie van Sauer(1993) houdt rekening met al deze vormen van communicatie en leent zich daarom goed voor ditonderzoek. Ook Sauer gaat uit van een dynamische visie op taal en vaktaal. Een argument waaromvaktalen niet als statisch gedefinieerd kunnen worden, is volgens Sauer de inbedding van vaktalen inde algemene taal. In de syllabus Vaktaal en Communicatie (1993) wordt de complexe relatie tussenalgemene taal en vaktalen uiteengezet. Sauer behandelt daarbij vooral de tekstuele, communicatieveen pragmatische aspecten van vaktaal, vanuit een linguïstisch en taalhandelingstheoretischperspectief.33 Wat precies een taalgemeenschap is, is over het algemeen moeilijk te definiëren en is al lange tijd onderwerp van discussie. Anders dan vaak wordt gedacht wordt een taalgemeenschap niet gedefinieerd door sociaal-economische groepen of andere (sociaal wetenschappelijke) classificeringen maar door taalgebruik. Een van de doorslaggevende criteria is het delen van bepaalde communicatieve regels (bijvoorbeeld de westerse ‘no gap, no overlap’-regel33 in de verbale communicatie (Fasold 1990;40).) Op die basis kunnen mensen in verschillende elkaar overlappende taalgemeenschappen worden ingedeeld, bijvoorbeeld: een gezin, een groep vrienden, collega’s, een hele beroepsgroep of alle mensen die Nederlands spreken en in Nederland wonen.34 Met name het coöperatieve principe van Grice. 21
  28. 28. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaalBij het vaktaalonderzoek gaat het erom dat institutionele communicatie wordt bekeken in termen van‘beroepsmatig gedifferentieerd (talig) handelen’ (ibid. 1993:16). Deze manier van kijken houdt volledigrekening met de sociale situatie van de vaktalige communicatie. Sauer komt tot de volgende(heuristische) definitie: ‘Onder vaktaal verstaat men een complex gestructureerde aaneenrijging van verbale elementen (*) die voortkomen uit de algemene taal, maar qua selectie, frequentie en gebruik van haar verschillen (gespecificeerde afleiding). Een vaktaal manifesteert zich steeds in een combinatie van talige handelingen die óf geordend zijn in de vorm van teksten, die zowel mondeling als ook schriftelijk kunnen zijn, óf in de vorm van communicatieve interacties. Deze schriftelijke en mondelinge verbale activiteiten maken deel uit van institutionele communicatieve processen die als vakinterne, vakexterne en transdisciplinaire communicatie kunnen worden onderscheiden. De feitelijke realisatie van deze communicatievormen wordt tot op zekere hoogte beïnvloed door sociale factoren die een systematisch karakter hebben. Deze beïnvloeding van het vaktaalgebruik vindt plaats door de maatschappelijke functie van de institutie, door onderlinge samenwerking van verschillende instituties, door opleiding van vakkundigen (tertiaire socialisatie), door informatie- en communicatiestramienen binnen een institutie, door de noodzaak van rechtszekerheid en controle van institutionele handelingen, door toepassing van geautomatiseerde systemen voor opslag en verwerking van gegevens, door behoefte aan standaardisering en normalisatie, en door verdere sociale factoren. (*) Tot deze verbale elementen worden gerekend: tekstdelen, reeksen van zinnen, syntactische constructies, alsmede lexicale eenheden, waaronder ook afkortingen, metaforen, termen. Voor het gemak worden ook tekens (tekeningen, beelden, enz.) meegerekend.’Sauer doet met deze definitie afstand van het oude vaktaalmodel, waarin vaktaal als een kern werdomschreven met daaromheen lagen die minder gebruik maken van vaktaal. Dat oude model is testatisch omdat daarbij de kern vooral uit terminologie bestaat (Sauer 1993:21-2). Hij verzet zich ookterecht tegen de definitie van vaktaal die Möhn en Pelka hanteren, vooral omdat het vakexterneaspect van vaktaal door hen buiten beschouwing wordt gelaten (Sauer 1993:18).Geïnspireerd op Habermas stelt Sauer dat het vaktaalonderzoek zich niet tot de taal-is-een-strategische-handeling-visie mag beperken. Deze visie beschouwt vaktaal immers slechts alsinstrument, een stuk gereedschap dat geheel gescheiden van de taalgebruiker kan worden bekekenen dat na enig slijpwerk en gesleutel de gebruiker beter naar de hand zou kunnen staan om het doel -het overbrengen van een boodschap - te bereiken. Echter, juist de ingewikkelde ‘innige relatie tussenmensen, taal, maatschappij en cultuur’, deze irrationele verstrengeling - bewust en onbewust - vantaal met alle menselijke verhoudingen, maakt taal tot onderwerp van een sociale, functionele studie. (Vak)taal is ook volgens Sauer niet slechts een strategisch en rationeel hulpmiddel, het is inalle opzichten verweven met communicatief handelen. Dit communicatieve aspect - waarbij ook zekerde irrationele kanten van taalgebruik horen - mag niet buiten de definitie van vaktaal gehoudenworden (vgl. Sauer 1993:19). Deze (communicatieve) visie sluit ook beter aan bij de algemenefuncties van taal en het taalgebruik. ‘Deze liggen met name op het sociale en culturele vlak’ (1993:21). De functie van vaktaal is dus niet alleen beperkt tot het doorgeven van kennis, maar vervult ook 22
  29. 29. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaalsociale doeleinden. Sterker nog: ’Taal bepaalt tot op zekere hoogte de manier waarop (...) mensencultureel en sociaal functioneren’ (1993:19).Taal is dus sociaal bepalend en constitueert (tot op zekerehoogte) de sociale werkelijkheid waarin de taalgebruiker functioneert.Het Vooronderzoek heeft aangetoond dat er op veel verschillende manieren binnen de diversecontexten en settings over dezelfde verpleegkundige gegevens(soorten) kan worden gesproken ofgeschreven. Uit het Vooronderzoek blijkt niet hoe die verschillen tussen de verpleegkundige uitingente verklaren zijn. De gegevens(soorten) werden als constante genomen in een onderzoek overcommunicatie in zeer verschillende settings. Van de gegevenssoort ‘verpleegkundige diagnostiek’ of‘verpleegkundige diagnose’ was wellicht ook door de onderzoekers al van tevoren gedacht dat ergeen eenduidige taal te verwachten viel. De discussie over diagnostiek was immers in volle gang enofficieel zou dit begrip nog niet in Nederland worden gehanteerd (vgl. Ten Holte, 1992). De betekenisvan verpleegkundige diagnostiek was volgens een artikel van Leih en Salentijn (1991/1992) ook instudieboeken op dat moment niet homogeen. De conclusie dat de verpleegkundige taal op dit gebiedzeer meerduidig is, was misschien te verwachten? De woordenboekbetekenis die in de algemene taal aan de term diagnose wordt gehecht isdoorgaans die van "vastgesteld probleem", beschrijving van een probleem. In de Van Dale staat:"(medicijnen, geneeskunde) beschrijving van de aandoening van een patiënt", in figuurlijke zin (ookbuiten de geneeskunde) ‘het onder woorden brengen van wat er mis is’. (In zekere zin is dit ook hetonder woorden brengen van "een situatie".) Als het begrip verpleegkundige diagnose nog nietvolledig is ingeburgerd, is het te verwachten dat de algemene (woordenboek)betekenis van de termdiagnose bepalend is, zeker als de medische terminologie dominant is binnen de setting.Dat ook het begrip ‘verpleegprobleem’ verschillend werd gehanteerd was misschien minder tevoorspellen, maar alleen al de verschillende visies op verplegen laten zien dat ook dit abstracte begripheel verschillend is op te vatten (zie 1.2.2). In het algemeen geldt: hoe abstracter het begrip, hoe meerbetekenissen eraan kunnen worden toegeschreven.Er zijn veel invloeden denkbaar op het discours van de afdeling, dat wil zeggen: de communicatievegewoonten tussen de verpleegkundigen die binnen een instelling of afdeling werken. Sauer noemt inzijn definitie onder andere: de maatschappelijke functie van de institutie (een academisch ziekenhuiszal hierin verschillen van een thuiszorgorganisatie), de opleiding van vakkundigen (er zijn zeer veelsoorten verpleegkundige opleidingen), de informatie- en communicatiestramienen binnen eeninstitutie, de toepassing van geautomatiseerde systemen voor opslag en verwerking van gegevens(mijns inziens kan dit zelfs iets schijnbaar onbenulligs inhouden als de vormgeving van een formulierof de lay-out van een rapportage). Bovendien bestaat het streven om de verpleegkundige zorg in kaartte brengen en het ‘verpleegkundige product’ te omschrijven. Dit vergt een vorm van standaardisering.Ook factoren die ik eerder in dit hoofdstuk heb genoemd, de beroepsstratificatie van verpleegkundigenen de enorme diversiteit van opleidingen zijn factoren van enige invloed. Onder de restgroep dieSauer ‘overige sociale factoren’ noemt, vallen omvangrijke onderwerpen als technologische 23
  30. 30. Pleegvertalingen – Ontwikkelingen in de verpleegkunde; taal en vaktaalontwikkelingen, nieuwe (meta)theoretische visies op het vakgebied, invloedrijke publicaties daaroveren niet te vergeten vertalingen(!) Daarnaast moeten de emancipatoire ontwikkelingen binnenvakgebieden worden genoemd. (Sinds Florence Nightingale, die als pionierster van de moderneverpleegkunde wordt gezien, is de beroepsinhoud maar ook het imago van het verpleegkundigeberoep nogal veranderd.)Zoals gezegd zijn de aspecten vakinterne, vakexterne en transdisciplinaire communicatie door despeciale middenpositie van verpleegkundigen voor de vaktaal van groot belang. Tussen en mét veledisciplines verlenen verpleegkundigen zorg aan zeer diverse patiënten. Hierdoor zijn zij zeerafhankelijk van duidelijke taal die stevig is geworteld in de algemene taal. De nadruk opprofessionalisering en al die vertalingen uit het Amerikaans kunnen ertoe leiden dat de aandacht(tijdelijk) wordt verschoven naar de vakinterne communicatie en het specifiek verpleegkundigekarakter van de verpleegkundige vaktaal. Die nadruk op de vakinterne communicatie gaat echtervoorbij aan de belangen van de transdisciplinaire en vakexterne communicatie. Dit blindstaren op eenvakinterne ideaaltaal zou een theoreticus (of vertaler?) op een werkkamer wel kunnen overkomen,maar verpleegkundigen uit de beroepspraktijk zullen dit naar mijn verwachting bijsturen.Volgens vele publicaties communiceren verpleegkundigen dus niet eenduidig maar misschien hebbenzij wel een min of meer eensluidend oordeel over de taal die zij in de enquête krijgen gepresenteerd?(Als tenminste rekening wordt gehouden met factoren als: visie op verplegen, organisatiestructuur vande afdeling, specialisme, opleiding en leeftijd.) In het volgende hoofdstuk zullen de onderzoeksvragenen de enquête zelf meer specifiek worden geoperationaliseerd.PleegvertalingenIn 1.3.4 schreef ik al dat de begrippen waar de nieuwe namen naar verwijzen nog geen ‘Gestalt’hebben. (Vergelijk Koefoed 1993) De verpleegkundige werkvertalingen hebben nog geen hechterelatie met een vaktalige betekenis. Dit bracht mij op de woordspeling pleegvertalingen.35Tot slot wil ik door middel van het onderstaande citaat benadrukken dat het bouwen aan een vaktaalmensenwerk is en dat een eenduidig begrippenkader een menselijk bouwwerk van enige omvang is: Woorden uit technische taalregisters behoren tot de best gedefinieerde, dat is: wat hun betekenis betreft meest gestandaardiseerde. Het zijn typisch woorden die in gezaghebbende bronnen kunnen worden opgezocht of aan gezaghebbende sprekers (specialisten) kunnen worden gevraagd. Toch weten we allemaal dat het kennen van een definitie en het beheersen van een technische term uit een vakgebied twee geheel verschillende dingen zijn. Zelfs technische termen betekenen meer dan wat de definitie ervan zegt. We moeten een woord in exemplarische contexten zijn tegengekomen, we moeten een deel van zijn geschiedenis kennen. (Koefoed 1993; 94; onderstreping van mij)35 Dit betekent op zichzelf al verpleegkundige vertalingen. 24
  31. 31. Pleegvertalingen – Operationalisering van het onderzoekHoofdstuk 2Operationalisering van het onderzoek ‘When people behave in accordance with Barker’s principle of situatedness or with Grice’s maxims of conversational exchange, we do not ask WHY: the behavior is simply taken for granted as in need of no further explanation. Because it is ordinary, it is experienced as canonical and therefore self-explanatory. We take it for granted that if you ask somebody where R.H. Macey’s is, they will give you relevant, correct, perspicuous and brief directions; THAT kind of response requires no explanation. People will think it exceedingly odd if you do question WHY people are behaving this way - “post office” in the post office, and brief, perspicuous, relevant and sincere in answering requests for directions.’ 36 Jerome Bruner 1990; 48-492.1 Vragen, vragen en nog eens vragenUit het voorgaande hoofdstuk blijkt al dat zich in de verpleegkundige wereld in de jaren negentig eentaalkundig interessante situatie voordeed. In de verplegingswetenschap is men druk in de weer metverpleegkundige diagnostiek en de problematiek van het ontbrekende eenduidige begrippenkader. Inde vaktaal van verpleegkundigen op de werkvloer, de mensen die in direct contact met patiëntenwerken, is (nog) niet heel veel veranderd. Ik vroeg mij onder andere af of bij het vertalen voldoenderekening werd gehouden met de vaktaal van de verpleegkundige praktijk en of verpleegkundigen ophet gebied van vaktaal inderdaad zo meerduidig waren. Zouden zij geen min of meer eensluidendoordeel over hun vaktaal kunnen hebben? Ik nam mij voor de vaktaalsprekers uit de verpleegkundigepraktijk te vragen een oordeel te geven over de nieuwe inbreng in hun vaktaal, op een moment dat deinvoering van de diagnostiek nog geen feit was. Ik besloot dit met behulp van een enquête te doen(zie ook 2.3). Hoe ik op basis van mijn algemene vragen uiteindelijk tot de enquête ben gekomen, is indit hoofdstuk te lezen.De vragen die ik wilde operationaliseren, zijn de volgende. Hoe worden verpleegkundigediagnoselabels vertaald in het Nederlands? Welke vertaling ‘wint’ het onder mensen die thuis zijn inde ‘vaktaal van de werkvloer’? Waarom? Met andere (statistisch meer verantwoorde) woorden: is eriets te zeggen over factoren die hierbij een rol spelen?36 Als mensen zich gedragen volgens het principe van situatedness van Barker of de maximen van Grice, vraagt niemand zich af waaróm zij dat doen; dit wordt ter kennisgeving aangekomen alsof het geen uitleg behoeft. Omdat het zo gewoon is, wordt het als de regel en daarom als vanzelfsprekend ervaren. Als je iemand de weg naar de HEMA vraagt, krijg je antwoord in korte, heldere, relevante zinnen waarbij je geen moment zult twijfelen of je om de tuin wordt geleid. Dat is allemaal heel normaal. Het is schijnbaar heel wat minder normaal om je af te vragen waaróm mensen dat doen. Waarom mensen zich bijvoorbeeld op zn postkantoors gedragen in het postkantoor en een kort, helder, welgemeend en relevant antwoord geven als je ze naar de weg vraagt. 25

×