• Like

Loading…

Flash Player 9 (or above) is needed to view presentations.
We have detected that you do not have it on your computer. To install it, go here.

Verhalen bunkerperiode 1966 van men groeneveld

  • 553 views
Published

 

Published in Travel , Entertainment & Humor
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
553
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
1
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Verhalen Bunkerperiode 1966-1967<br />Namen die ik mij herinner uit die periode:<br />Maj Willem L.M. van den BergC-Acie<br />Maj Ruud TroelstraC-Acie<br />Elnt Volders ??Plv-C-Acie<br />Adj JacobsCSM A-cie<br />Kap Milva Marianne StengerC-Vbdcen<br />Elnt Milva CeschiPlv-C-Vbdcen<br />Tlnt Milva Yvonne MullenderCodekamer<br />Sm Milva AaldersBerichtenkantoor<br />Sgt Milva JansenTelexkamer<br />Sgt van GentCodekamer<br />Sgt Milva StraverRadiokamer<br />Dhr HulseboschRadiokamer<br />Kap van StraatenRadiostation Katwijk<br />Sm van EijkTRC Abtswoude<br />Sgt van RijswijkOrdonnanskantoor<br />Tlnt Rob PostOVD<br />Tlnt Frits LindeijerOVD<br />Tlnt Ferry WybengaOVD<br />Vdg Hans GroeneveldOVD<br />Maj Jan CeulenC-537 Vbdafdeling De Lier<br />De schaduw van Tlnt Robbie Post<br />Kort na onze plaatsing bij de A-cie werd ik wegwijs gemaakt door Tlnt Robbie Post in de werkzaamheden van de OVD in de bunker. Laat dat Robbie maar weg, want zijn gezette postuur rechtvaardigde de naam Rob ipv Robbie. In de cantinepauze liepen wij vanuit de bunker naar de officierscantine van de Julianakazerne. Tlnt Post liep rechts, ik liep links van hem en wel op gelijke hoogte, zodat wij ook nog enige conversatie konden hebben tijdens ons loopje naar de cantine. Na enkele meters zo gelopen te hebben riep Tlnt Post, dat ik als lagere in rang eigenlijk 2 pas links achter hem diende te lopen, waarop ik, overigens met enige aarzeling en ontzag, de historische woorden riep: Ik dacht al luitenant, wat loop ik toch in uw schaduw. Na enig nadenken schoot hij in de lach en mocht ik toch naast hem blijven lopen.<br />Centralisten op stap in Den Haag<br />De centralisten op locaties van Defensie-eenheden in Den Haag werden ´s morgens per 3-tonner weggebracht en ´s avonds weer opgehaald. Elke 3-tonner had een vaste bemanning en een vaste route. Op het eerste adres klommen er 1 of 2 centralisten uit, gaven een brul en de chauffeur reed naar het volgende adres. Dat ging zo al lange tijd en nog nooit waren er problemen geweest.<br />Op een goede dag werden we even na 08.00 uur gebeld vanuit één van de locaties in de stad. De centralisten waren er niet en dus nam één van de secretaresses de taken even waar. <br />Kort daarna een tweede en een derde en een vierde telefoontje van andere locaties in de stad. Ook daar geen centralist te bekennen.<br />Had de 3-tonner panne of een ongeluk gehad. Geen idee, mobieltjes waren er in die tijd nog niet.<br />Ca 08.45 uur kwam de 3-tonner terug in de kazerne. Geen panne en geen ongeval en de chauffeur had geen bijzonderheden bemerkt. Overal waren de centralisten uitgestapt en was hij naar het volgende adres gereden.<br />Terug gebeld naar de eenheden die ons hadden gebeld en ook maar even gebeld naar de overige eenheden waar de centralisten uit deze auto werkzaam waren. Verwarring alom, geen panne, geen ongeval maar ook geen centralisten.<br />In de vroege avond werd ons duidelijk wat er was gebeurd. Iedereen was uitgestapt maar tevoren hadden ze afgesproken om een dagje in de stad te gaan stappen. Op hun werkplek zouden ze nauwelijks gemist worden, men zou hun taak wel overnemen.<br />Koffie gedronken op het Buitenhof, een broodje gegeten bij V&D, een bioscoopje gepikt en toen terug naar de kazerne voor het avondeten. Daarna naar de compagnie, waar ze werden ontdekt. Groot tumult, ook enige opluchting dat er niets ernstigs was gebeurd, maar veel werk voor de CC met het afhandelen van de rapporten. Ik meen mij te herinneren dat er tenminste 2 weekenden straf was opgelegd en dat ze in die weekenden onderhoudswerk aan de voertuigen hebben gedaan. <br />Stoop medicijnen<br />Sld Stoop was de zoon van Dé Stoop, directeur van liftenfabriek Starlift in Voorburg en voorzitter van voetbalclub DWS uit Amsterdam. Sld Stoop kon goed piano spelen en was wat fragiel.<br />Als OvdW moest ik het ochtendappel van 06.30 uur controleren, nadat de SvdW de soldaten om 06.00 uur met stoffer en blik had gewekt. Een half uur de tijd om te wassen, scheren, aankleden en bed opmaken. Dat moet voldoende zijn.<br />Om 06.30 uur begon ik met de inspectie van de 1e kamer, samen met de SvdW. Geen problemen. Ook in de 2e kamer niet. In de 3e kamer stond iedereen voor zijn bed, behalve sld Stoop. Die was net zijn bed uit gekomen. Ik vroeg geirriteerd, wat dat te betekenen had. Zijn antwoord was, dat hij medicijnen had voor een aandoening aan zijn blaas, dat hij direct na het wakker worden die medicijnen moest innemen en daarna een half uur in bed moest blijven liggen. Ik zei tegen hem dat ik dat bij de arts zou verifieren en als dat niet zo was, dan zou ik hem op rapport slingeren.<br />De arts bevestigde het verhaal van sld Stoop en dus ging hij vrij uit. Ik vertelde het verhaal aan adj Jacobs, de CSM. Die had de oplossing voorhanden. De volgende morgen ging ik met de SvdW om 05.30 uur sld Stoop wakker maken en ik gaf hem de opdracht om direct zijn medicijnen in te nemen zodat hij tot 06.00 uur kon blijven liggen en samen met de andere soldaten kon opstaan als de SvdW iedereen kwam wekken. Aldus geschiedde. Sld Stoop was nu van de leg omdat ik hem te pakken had. In de loop van de dag kwam hij vertellen dat hij niet meer eerder wakker gemaakt behoefde te worden en dat hij gewoon met alle andere soldaten op zou staan en zijn medicijnen zou innemen. Met zijn kwaal is het verder goed afgelopen.<br />Koper poetsen<br />Als OvdW moest ik samen met de adj Jacobs (CSM) het middagappel innemen. Adj Jacobs inspecteerde de troep daarna op alles wat hij maar wilde. Deze keer was het koperpoetsen aan de beurt.<br />Aan soldaten die daarvoor zijns inziens in aanmerking kwamen gaf hij de aanwijzing dat zij die avond hun koper moesten poetsen. Hij zou dat de volgende morgen controleren.<br />De volgende morgen hadden alle soldaten op één na hun koper tot genoegen van adj Jacobs gepoetst. De nalatige werd te verstaan gegeven dat hij op donderdagavond niet allen het koper van zijn eigen uitrusting moest poetsen maar bovendien ´alle koper van de compagnie´. De eerste inspectie van adj Jacobs samen met mij werd vastgesteld op 19.00 uur die avond.<br />Op die inspectie bleek, dat de collega´s de nalatige de juiste aanwijzingen hadden gegeven.Zijn koper was perfect in orde. De volgende stap was echter het poetsen van ´alle koper van de compagnie´. Hij kon beginnen met de kranen in de waslokalen en daarna ´met de rest´.<br />Om 20.30 uur werden we geroepen, al het koper was gepoetst. De kranen in de waslokalen waren inderdaad glimmend gepoetst, maar volgens adj Jacobs was dat niet genoeg Er was nog veel meer koper te poetsen. Op de vraag welk koper dan nog meer, wees adj Jacobs naar de vloer. De granieten vloer bevatte vele koperen strippen tussen de vloerdelen in. Dat kostte zeker wel 2 uur poetsen en dus ging de nalatige aan de slag en wij gingen koffie drinken in de cantine.<br />Om 22.30 uur werden wij weer geroepen. De vloerstrippen waren inderdaad keurig gepoetst en wel in alle kamers en gangen van het gebouw. Prima werk, maar nog steeds niet genoeg volgens adj Jacobs. Op de moedeloos gestelde vraag waar er dan nog meer koper aanwezig was, wees adj Jacobs op de lampen. Die hadden immers koperen schroeffittingen. Gezien het tijdstip hoefde hij maar de lampen van de legeringskamers van zijn vleugel te poetsen, maar een volgende keer waren echt alle lampen van de compagnie aan de beurt. Om 24.20 uur was het zover. De lampfittingen waren ook gepoetst.<br />Zo, zei adj Jacobs, ik denk dat je nooit meer zult vergeten om je koper te poetsen. Dat werd met graagte bevestigd.<br />Niet alleen de nalatige had zijn les geleerd, ook zijn kornuiten die alles hadden aangezien. Zo´n klus hoefde voor hen niet en dus kon dat worden voorkomen door het goed poetsen van je eigen koper.<br />De kapper<br />Als OvdW moest ik samen met de adj Jacobs (CSM) het middagappel innemen. Adj Jacobs inspecteerde de troep daarna op alles wat hij maar wilde. Deze keer was het haarknippen aan de beurt.<br />Aan soldaten die daarvoor zijns inziens in aanmerking kwamen gaf hij de aanwijzing dat zij die week naar de kapper moesten gaan. Hij zou dat op het verlofappel van vrijdag controleren.<br />Op vrijdagmiddag 17.00 uur was het zover. Het briefje met de ´delinquenten´ werd tevoorschijn gehaald en de inspectie ving aan. Uiteindelijk bleken er 2 soldaten over te blijven die kennelijk niet naar de dienstkapper waren gegaan die week. Uiteraard wist adj Jacobs dat al vóórafgaande aan de inspectie omdat hij die info van de kapper had gehad.<br />Betrokkenen werd te verstaan gegeven dat, als zij geen tijd hadden gehad om naar de kapper te gaan, dat hij dan geen tijd had om hen met verlof te laten gaan. Eerst naar de kapper en dan pas op weekendverlof. De dienstkapper was helaas al gesloten en dus maar wachten op een andere gelegenheid en dus niet met weekendverlof. Balen en mopperen, maar dan hadden ze maar afgelopen week moeten gaan. Eventueel konden ze op zaterdag in de stad naar de kapper en dan zou de OvdW ze zaterdagmiddag om 16.30 uur op het dienstploegappel van de bunker kunnen inspecteren.<br />In die tijd kregen de soldaten 1,25 gulden per dag en de kapper kostte enkele dagen soldij. Het alternatief was echter wachten tot maandag en dan gratis naar de dienstkapper.<br />Op zaterdagmiddag 16.30 uur stonden ze geknipt en geschoren op het appel. Ik kon niet anders dan dat goed te keuren en ze nog een prettig weekend te wensen. Op zondagavond zou ik ze wel weer zien. Ook hier kwam het niet vaak meer voor dat iemand ´vergat´ om naar de dienstkapper te gaan als dat aan het begin van de week werd gesommeerd.<br />Motorordonnans Kroon<br />Motorordonnans Kroon was een goed amateur wielrenner uit Katwijk. Hij zat op zijn motor als op zijn fiets. Dezelfde houding en meestal zijn ogen gericht op de weg enkele meters voor hem. Hij was gewend te rijden op een parcours dat door de organisatie verkeersvrij werd gehouden. In Den Haag deed niemand dat voor hem. Dat werd hem op enig moment fataal. Hij reed pardoes een trouwstoet binnen. Motor en koets kapot en een ordonnans te voet rijker.<br />Seulen of Keulen<br />Op enig moment kregen wij inspectie van de staf van 537-Verbindingsafdeling uit De Lier. Commandanteninspectie heette dat.<br />Op een Bunkerorder stond vermeld dat de CC, de Majoor Troelstra, en de AC, de Majoor Ceulen, de bunker zouden komen bezoeken, vergezeld van een gevolg aan ´deskundigen´. Ik had de Majoor Ceulen nog nooit ontmoet en alleen zijn naam op enkele orders ontdekt. Toen hij mijn werkvertrek binnentrad stelde ik hem de vraag: goedenmorgen Majoor Seulen, mag ik mijn opwachting bij u maken? Ik kreeg als antwoord dat ik zijn naam diende uit te spreken als Keulen en niet als Seulen. Ik pareerde dat antwoord met de opmerking, dat ik cent ook uitsprak als sent en niet als kent en dus ook zijn naam als Seulen ipv Keulen.<br />Op de achtergrond zag ik Majoor Troelstra en Kapitein Stenger in verwarring raken. Gelukkig nam de Majoor Troelstra het heft in handen. Van het maken van mijn opwachting is niets gekomen, de Majoor Seulen en zijn gevolg liepen door naar de Tlnt Yvonne Mullender in de codekamer.<br />MZD<br />Ik had enkele keren onderaan orders gezien dat de betrokken Commandant of Hoofd van Dienst ondertekende met een titel, zoals GSB (Generaal Staf Brevet) of Ir (ingenieur).<br />Nu had ik ook een titel vanwege mijn civiele studie en daarnaast had ik een rijbewijs en enkele diploma´s behaald.<br />Tijdens de vakantie van de CC Majoor Van den Berg, werd ik per ciesorder voor enkele dagen aangewezen als waarnemend CC, kennelijk omdat ik gedurende die dagen de hoogst aanwezige in rang was.<br />De CSM, de adjudant Jacobs, was verantwoordelijk voor het opstellen en uitgeven van de ciesorders, zoals dienstroosters, etc. Hij vroeg mij hoe ik de ondertiteling wilde hebben. Ik gaf hem aan dat te doen met Vaandrig Ing J.J. Groeneveld, MZD. Hij stelde geen vragen en deed wat ik hem had opgegeven. Niemand stelde enige vraag, totdat de majoor Van den Berg terug kwam van vakantie en zich op de hoogte stelde van de orders die tijdens zijn vakantie waren uitgegeven. Ik mocht vanuit de bunker verschijnen op zijn bureau in de Alexanderkazerne en komen uitleggen wat die ondertiteling betekende, met name de afkorting MZD.<br />Toen ik uitlegde dat dat betekende Met Zwem Diploma, liep hij enigszins rood aan maar hij kon zich beheersen. Ik overigens ook. Ik mocht het niet meer doen, was alles wat hij kon uitbrengen.<br />Indisch restaurant Katwijk<br />De OVD had ook de opdracht om eens per week het radiostation in Katwijk te bezoeken en van dat bezoek verslag te doen aan de Bunkercommandant, de Kapitein Stenger. Gelet moest worden op reinheid, tenue, orde en netheid.<br />Nu had ik begrepen dat dat bezoek onverwacht moest plaatsvinden en de mensen daar dus niet tevoren over te informeren. Later begreep ik, dat het personeel van de radiokamer in de bunker altijd de mensen in Katwijk informeerden als de OVD uit Den Haag vertrok naar Katwijk. Zij hadden dan nog tijd genoeg om de zaak op orde te brengen.<br />Tlnt Frits Lindeijer had mij in vertrouwen genomen en aangeraden om op woensdagmiddag laat te gaan. Dat was de vrije dag van de Kapitein van Straaten, de commandant van het radiostation. De kans dat het dan rommeliger was dan anders was groter en dus zou er wat te rapporteren kunnen zijn.<br />Ik dus op woensdag laat in de middag naar Katwijk met één van de ordonnansen. Zo kon ik de dagploeg en de avondploeg en de overgave van de dienst ook meemaken.<br />In Katwijk was het toegangshek uiteraard gesloten. Aanbellen en het duurde enkele minuten voor er iemand kwam om het hek te openen. Ik kreeg te horen dat men mij verwachtte en dat ik net op tijd was. Ik begreep er niets van. Alleen de ordonnans die mij had gereden wist van mijn rit naar Katwijk af.<br />Ik werd welkom geheten door de Kapitein Van Straaten, van Indische afkomst. Hij had een tenue aan dat ik nog nooit had gezien en ook een vuil schort voor. Ik vroeg wat dat te betekenen had. Zijn antwoord was: weet je dat dan niet, de OVD komt altijd op woensdag omdat ik op die dag voor mijn mensen Indisch kook. Alles staat hier dan op z´n kop en beide dienstploegen eten een blauwe hap en ook de OVD die op inspectie komt. Toen pas bleek mij dat ik ´in de val´was gelopen. De radiokamer in de bunker had mijn vertrek doorgegeven en dus wist men ongeveer wanneer ik zou aankomen. Ik mocht uiteraard ook een hap mee-eten en een biertje drinken en ik had daarna geen zin meer in een inspectie. Op mijn verslag van de inspectie heb ik maar ingevuld: geen bijzonderheden geconstateerd. Kapitein Stenger lachtte begripvol toen zij mijn verslag de andere dag opborg in de map.<br />Vormen en gebruiken<br />Een week voor onze bevordering tot vaandrig (maart 1966) kregen wij les van Majoor Joop Geensen, commandant van de SROV. Het ging over vormen en gebruiken in officierskringen. Zo kregen wij te horen wanneer en hoe je je opwachting moest maken bij hogeren in rang en dat je voor opperofficieren Halt en Front moest maken. De theorie werd gevolgd door praktische oefeningen en de majoor was tevreden met het door ons getoonde. Hij wenste ons veel succes volgende week na intrede bij ons nieuwe onderdeel.<br />Ik had geen gelegenheid het geleerde in praktijk te brengen. De ontvangst door de commandant van de A-cie was hartelijk en onder zijn begeleiding werd ik voorgesteld aan de andere aanwezige officieren (en onderofficieren) in de Alexanderkazerne en in de bunker.<br />Anders ging het bij mijn eerste bezoek aan de officierscantine in de Julianakazerne. Onder begeleiding van Tlnt Robbie Post liep ik vanuit de bunker naar de officierscantine. Of hij het er om deed weet ik niet, maar hij ging het gebouw in door de hoofdingang. We waren nog maar enkele meters verder of van de trap kwam de BLS, de Luitenant-Generaal Van (der) Veen aan, vergezeld van enkele hoge officieren, kennelijk ook onderweg naar de cantine. <br />Zonder te kijken wat Tlnt Post deed realiseerde ik mij wat ik van de Majoor Geensen een week eerder had geleerd. Nogal stuntelig bleef ik staan en maakte ik front naar de Generaal. Ik was tamelijk tevreden over mijn reactie, maar stond daar kennelijk toch wat zenuwachtig te doen. Een hogere militair dan de Majoor Geensen had ik in mijn opleiding nog niet ontmoet, en nu vanuit het niets een Generaal, vandaar. De Tlnt Post was rustig doorgelopen maar bleef staan toen ik bleef staan.<br />Mijn act viel de Generaal kennelijk op. Hij kwam op mij af en vroeg mij waarom ik dat deed. Ik vertelde dat ik dat deed omdat ik dat vorige week nog van de Majoor Geensen had geleerd. De Generaal moest hardop lachen en zei toen, dat hij mijn gebaar op hoge prijs stelde, maar dat ik dat niet meer moest doen in deze kazerne omdat er meer dan 20 generaals in dit gebouw werkten en ik dus al doende de kans liep om de cantine niet op tijd te bereiken. Ik deed alsof ik het begreep en kreeg vervolgens een hand van hem. Hij gaf nog aan het wel op prijs te stellen dat ik hem voortaan wel goedenmorgen of goedenmiddag wenste.<br />Tlnt Post gaf een seintje dat ik het hoge gezelschap voor moest laten gaan en riep vervolgens op zachte toon tegen mij: ´zo dat heb je ook weer meegemaakt´.<br />In de cantine wachtte mij een tweede teleurstelling. We liepen naar de bar om een kop koffie te halen. Tlnt Post maakte mij attent op iemand die op een kruk aan de bar zat. Dat was de Brigade-Generaal Kees Rodrigo van het Wapen van de Verbindingdienst, volgens Tlnt Post dus een wapenbroeder waarbij ik mijn opwachting moest gaan maken. De rest van de aanwezigen kon ik wel overslaan omdat die van ´vijandige wapens en dienstvakken waren´.<br />Even kort de les van vorige week repeterend liep ik op hem af. Ik nam de houding aan en vroeg of ik mijn opwachting mocht maken. De Generaal vond het prima, gaf mij een hand en riep dat hij Rodrigo heette en dat hij blij was weer eens iemand van zijn eigen Wapen te mogen begroeten. Ik kreeg een kop koffie met een gevulde koek aangeboden, Tlnt Post overigens ook, en in het gesprek daarna gaf hij aan dat ik hem wel met Kees mocht aanspreken tijdens volgende onderlinge ontmoetingen. Zodra er derden bij betrokken waren moest ik toch maar Generaal tegen hem zeggen. Ik was volkomen van de leg en ik vertelde de Generaal wat ik vorige week van de Majoor Geensen had geleerd. De Generaal toonde zich begripvol en zei, dat de Majoor volkomen gelijk had. Zo hoorde het ook in theorie, de praktijk op dit hoofdkwartier was toch even iets anders en dat kon de Majoor niet weten.<br />Binnen een tijdbestek van tien minuten had ik van 2 generaals een hand gekregen en hadden zij mij gewezen op een groot verschil tussen de theorie uit het boekje van de Majoor Geensen en de praktijk van alledag, een ervaring die ik nooit zou hebben gehad indien ik niet in de bunker tewerkgesteld zou zijn geweest.<br />