De toekomst begint vandaag! 16 richtingaanwijzers voor de strategische personeelsprognose van de nationale politie 7 december 2012 kwartiermaker HRM

  • 1,294 views
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
1,294
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1

Actions

Shares
Downloads
17
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. De toekomst begint vandaag! De toekomst begint vandaag! 16 richtingaanwijzers voor de strategische personeelsprognose van de nationale politie 7 december 2012 kwartiermaker HRM Nationale Politie
  • 2. De toekomst begint vandaag!
  • 3. De toekomst begint vandaag! It is always wise to look ahead, but difficult to look further than you can see Winston Churchill
  • 4. De toekomst begint vandaag!
  • 5. De toekomst begint vandaag! Inhoudsopgave Voorwoord ................................................................................................................................................................7 De toekomst begint vandaag! .................................................................................................................................9 Managementsamenvatting ....................................................................................................................................11 Deel 1 Wat gebeurt er in de samenleving? ............................................................................................17 1. We gaan naar een netwerksamenleving ...............................................................................18 2. We worden ouder en zitten in een economische crisis .........................................................24 3. Wat zijn de thema’s voor de politie? ......................................................................................28 4. Wat betekent dit voor de strategische personeelsprognose? ..............................................32 Deel 2 Wat verwacht de politie van medewerkers in 2020-2024? ........................................................35 5. Dit is de ambitie van de politie ...............................................................................................36 6. De medewerker Intake in 2020 ...............................................................................................38 7. De wijkagent en agent op straat in 2020 ...............................................................................42 8. De rechercheur in 2020 ...........................................................................................................51 9. De informatiemedewerker in 2020 ........................................................................................57 10. Wat betekent dit voor de strategische personeelsprognose? .............................................62 Deel 3 Vier scenario’s voor 2020-2024......................................................................................................65 11. Eerst twee kernonzekerheden ...............................................................................................66 12. Vier toekomstbeelden ............................................................................................................68 13. Hoeveel politiemedewerkers zijn er nodig? .........................................................................73 14. Wat betekent dit voor de strategische personeelsprognose? .............................................79 Deel 4 Wat verwachten medewerkers in 2020-2024 van de politie? ....................................................83 15. De arbeidsmarkt is onzeker ...................................................................................................84 16. Wat verwachten de verschillende generaties? .....................................................................87 17. Wat verwachten de persona’s? ..............................................................................................92 18. Wat betekent dit voor de strategische personeelsprognose? .............................................96 Dankwoord .............................................................................................................................................................98 Bijlagen ..................................................................................................................................................................100 Bronnen .................................................................................................................................................................104
  • 6. De toekomst begint vandaag!
  • 7. 7De toekomst begint vandaag! Voorwoord Ik ben iemand die graag vooruitkijkt. Dat is één van de redenen dat ik blij ben met de nota die u voor u heeft. Met ‘De toekomst begint vandaag!’ worden de eerste stappen gezet naar een strategische personeelsprognose. Dat is belangrijk, zeker in deze tijd, nu we bezig zijn met de vorming van de nationale politie. De nationale politie staat voor een veiliger samenleving. Dat is een mooie ambitie. Maar om die waar te kunnen maken, zullen wij ervoor moeten zorgen dat we nu en in de toekomst kunnen beschikken over goed gekwalificeerde medewerkers, medewerkers die met veel plezier bij de politie werken. Dit is het vraagstuk van de strategische personeelsprognose. Wat voor soort politie heeft Nederland nodig, gezien de maatschappelijke processen en ontwikkelingen die in onze samenleving gaande zijn? Die vraag vind ik cruciaal. Ik merk dat deze vraag veel medewerkers inspireert. Velen zijn bereid geweest om over deze vraag mee te denken. Dat is fijn, want juist door vanuit veel verschillende invalshoeken naar de toekomst te kijken, krijgen we een goed beeld. Dit proces is nog niet af. Maar met deze nota wordt wel een mooie basis gelegd die we verder gaan uitwerken en onderbouwen. De visie op de toekomst zal uiteindelijk resulteren in een concrete strategische personeelsprognose waarmee we gericht gaan sturen op de in-, door- en uitstroom van medewerkers. Zodat we nu én straks de ambitie van de nationale politie waar te maken. Ik wens u veel leesplezier en inspiratie! Leon Kuijs lid beoogde korpsleiding Nationale Politie
  • 8. 8 De toekomst begint vandaag!
  • 9. 9De toekomst begint vandaag! De toekomst begint vandaag! De nationale politie wil dat de politie ook in de toekomst kan beschikken over voldoende mensen met de juiste kwaliteiten. Deze nota bevat een visie op de toekomst. U vindt hierin vier toekomstscenario’s en zestien richtingaanwijzers voor de strategische personeelsprognose 2020-2024. Twee sporen De ontwikkeling van de strategische personeelsprognose verloopt via twee sporen: een kwalitatief spoor en een kwantitatief spoor. Het eerste resultaat van het kwalitatieve spoor ligt voor u. Dit spoor gaat over de ontwikkeling van de visie op de toekomst. U ziet hoe het politievak zich op de korte en lange termijn zal ontwikkelen. Wat hebben deze ontwikkelingen te betekenen voor de politiemedewerkers in de verschillende werkprocessen? Over welke kwaliteiten moeten zij beschikken om het werk goed te doen? In dit rapport wordt verslag gedaan van dit kwalitatieve spoor. Een project dat we hebben vormgegeven onder de naam ‘Het Politievak 2020-2024’. In enkele kaders in de tekst informeren wij u over de drie onderdelen van het proces: de expertmeetings, interviews en papers. Het gehele proces staat beschreven in bijlage 1. Het kwantitatieve spoor heeft als doel om deze ontwikkelde visie te vertalen in concrete aantallen. Het gaat er hierbij om, ondersteund door een prognosemodel, meerdere varianten van de toekomst kwantitatief in kaart te brengen en de personele en financiële consequenties van keuzes door te rekenen. Met behulp van het model kan gerichte sturing op de in-, door- en uitstroom plaatsvinden en kunnen de effecten continu worden gemonitord. Beide resulteren in 2013 in de concrete strategische personeelsprognose. Een document waarin visie, prognoses en beleidsvoorstellen bij elkaar komen. Het zal de start zijn van een jaarlijks terugkerend proces. Over wie hebben we het? De strategische personeelsprognose beslaat vanzelfsprekend het totale personeelsbestand van de politie. In deze nota hebben we ons in eerste instantie beperkt tot de politiemedewerkers in de basispolitiezorg: de wijkagent, de agent op straat, de rechercheur, de medewerker Intake en de informatiemedewerker. De volgende stap is om een visie te ontwikkelen op de kwaliteiten die specialisten in de regionale eenheden en Landelijke Eenheid, de leidinggevenden en de medewerkers in de bedrijfsvoering in de toekomst nodig hebben. Hoe verder? We gaan de in deze nota gepresenteerde visie en scenario’s verder uitwerken, onderbouwen en uitbreiden naar andere doelgroepen van de politie, zoals de specialisten, leidinggevenden en bedrijfsvoering. We maken een overzicht van verwachte consequenties bij ongewijzigd beleid en berekenen de financiële en personele consequenties van de verschillende scenario’s om uiteindelijk in 2013 de daadwerkelijke strategische personeelsprognose, inclusief beleidsmaatregelen op te leveren.
  • 10. 10 De toekomst begint vandaag!
  • 11. 11De toekomst begint vandaag! Managementsamenvatting ‘De toekomst begint vandaag!’ is een nota met een visie op de toekomstige politiemedewerker van de nationale politie. De nota bevat belangrijke ingrediënten voor een strategische personeelsprognose voor 2020-2024. Concreet vindt u hierin vier toekomstscenario’s en zestien richtingaanwijzers. Het doel hiervan is dat de nationale politie ook in de toekomst beschikt over voldoende en goed gekwalificeerd personeel. Deel 1: Wat gebeurt er in de samenleving? In deel 1 vindt u een beschrijving van de maatschappelijke ontwikkelingen die invloed hebben op de politie. De belangrijkste ontwikkeling is dat de samenleving verandert in een netwerksamenleving. Grenzen vervagen, de virtuele wereld biedt oneindig veel mogelijkheden en mensen hebben steeds meer de behoefte om eigen keuzes te maken. Andere ontwikkelingen zijn: de vergrijzing, de economische crisis en politieke keuzes zoals uitbreiding van het strafrecht. Deze ontwikkelingen zijn vertaald in tien thema’s waar de politie in de toekomst mee te maken heeft, zoals een toenemend gevoel van onveiligheid bij burgers en een groeiend aantal private ondernemingen die taken van de politie overnemen. Dit betekent dat het politievak in 2020-2024 complexer is geworden. Een hoger opleidingsniveau zal soms nodig zijn. Deel 2: Wat verwacht de politie van medewerkers in 2020-2024? In deel 2 ziet u wat de ontwikkelingen concreet betekenen voor het politievak. U maakt kennis met vijf politiemedewerkers van de toekomst: de medewerker Intake, de wijkagent, de agent op straat, de rechercheur en de informatiemedewerker. Over welke kwaliteiten moeten zij beschikken in 2020-2024? Het blijken kwaliteiten die feitelijk ook nu al van belang zijn, maar nog niet over de hele linie in de praktijk zichtbaar zijn. Dit zal de opgave zijn voor de nationale politie in de komende jaren. Voor de langere termijn is de verwachting dat deze kwaliteiten onverminderd van belang blijven en mogelijk nog belangrijker worden gezien de complexiteit van de samenleving en de daarmee samenhangende veiligheidsvraagstukken. Opvallend is dat het werk in de verschillende werkprocessen een aantal gemeenschappelijke kenmerken heeft. We noemen: informatiegestuurd, probleemgericht/contextgerichte werken, netwerken, het virtuele aspect en de internationale component. We schetsen daarom ook een algemeen beeld van de politiemedewerker van de toekomst.
  • 12. 12 De toekomst begint vandaag! Deel 3: Vier scenario’s voor 2020-2024 In deel 3 kunt u zien welke vier toekomstscenario’s er denkbaar zijn als het gaat om de personeelsontwikkeling bij de politie. U vindt hier een beschrijving van vier ‘werelden’: de particuliere wereld, de collectieve wereld, de polariserende wereld en de uitruilwereld. Per scenario is beschreven hoe het veiligheidsvraagstuk eruit ziet en wat de rol van de politie is. Vervolgens wordt de lijn doorgetrokken en een inschatting gemaakt van het aantal medewerkers dat de politieorganisatie nodig zal hebben in 2020- 2024. Heldere cijfers zijn er niet te geven, daarvoor zijn het toekomstschetsen. Wel is duidelijk dat in alle scenario’s de functie van informatie en intelligence belangrijker wordt. Deel 4: Wat verwachten medewerkers van de politie in 2020-2024? De toekomst begint vandaag en daarom ziet u in deel 4 een verkenning van het toekomstig personeelsaanbod. De politie heeft te maken met verschillende generaties die elk eigen kenmerken hebben. Wat verwachten deze verschillende generaties van de politie en wat betekenen die verwachtingen vervolgens voor de strategische personeelsprognose? We maken onderscheid tussen de heldere digi- generatie, de authentieke generatie Y, de pragmatische generatie en de verbindende generatie X. Ook ziet u de wensen en verwachtingen van de persona’s uit deel 2. Een van de conclusies is dat de wensen van toekomstige medewerkers goed aansluiten bij de toekomstige vraag vanuit de politieorganisatie naar goed gekwalificeerd politiepersoneel.
  • 13. 13De toekomst begint vandaag! 16 richtingaanwijzers voor 2020-2024 1. Het politievak in 2020-2024 is complexer. Gemiddeld is een hoger opleidingsniveau nodig. Nu al blijft het opleidingsniveau van de politie achter bij het gemiddelde opleidingsniveau in Nederland. De politieorganisatie staat in de periode naar 2020-2024 voor de opgave om zich te ontwikkelen van een mbo-organisatie, waarin hbo’ers geleidelijk instromen, maar nog moeilijk een volwaardige plek verwerven, naar een hbo-mbo-organisatie waarin hbo’ers en mbo’ers gelijkwaardig samenwerken. 2. De medewerker Intake is het visitekaartje van de politieorganisatie. Een mbo-niveau is nodig plus een aantal persoonlijke kwaliteiten. Intake is de frontoffice van de politieorganisatie. De medewerker Intake is het visitekaartje van de politie, kent de werkprocessen van de politie en weet wie hij moet inschakelen om te zorgen voor een adequate afhandeling van de aangifte of melding. De medewerker Intake moet kunnen inschatten welke manier van aangifte doen in de gegeven situatie het meest passend is. Hij heeft een goed oordeelsvermogen nodig om de meldingen en aangiftes op waarde te schatten. Daarnaast zijn specifieke persoonlijke eigenschappen en vaardigheden nodig om afhandeling in goede banen te leiden en de (mondige) burger te woord te staan. Denk aan: empathie, overwicht en mentale weerbaarheid. Hij zorgt ervoor dat hij het werk op straat goed kent, vooral uit eigen ervaring. 3. Wijkagent en diender op straat ontwikkelen zich tot ‘veiligheidsfunctionaris’. De wijkagent heeft een hbo-niveau en de agent op straat een mbo/hbo-niveau. Het handhaven en bevorderen van de veiligheid en leefbaarheid is hun passie. Dit doen ze nu vanuit de politie, maar als veiligheidsfunctionaris is een uitstap naar een andere organisatie in het veiligheidsdomein denkbaar. 4. Rechercheurs zijn in 2020-2024 van allerlei pluimage en niet per se blauw opgeleid. Het vergroten van de slagkracht in de aanpak en opsporing van veelvoorkomende criminaliteit en high impact crime vraagt de inzet van een breed palet van opsporingsmethoden en meervoudig kijken. Mensen met verschillende achtergronden en opleidingen (mbo én hbo) zijn nodig. Zij werken in steeds wisselende, multidisciplinaire teams, zijn flexibel en houden hun vak bij. 5. De informatiemedewerker is een voorbeeld van ‘ontblauwing’ van de operationele sterkte. De informatiemedewerker verbindt met zijn werk de verschillende politieprocessen. Als zij-instromer komt hij met een bij zijn vakgebied passend HBO of WO diploma de politieorganisatie binnen en heeft hij een korte, aanvullende politieopleiding gevolgd. Kennis hebbend van het politievak brengt hij zijn specialistische kennis in. Met andere woorden: hij heeft een blauw hart, maakt onderdeel uit van de operationele sterkte, maar is niet per se executief opgeleid.
  • 14. 14 De toekomst begint vandaag! 6. Het politiewerk in de verschillende politieprocessen heeft een aantal gemeenschappelijke kenmerken die verwijzen naar een andere manier van werken en samenwerken. Op basis van de gemeenschappelijke kenmerken van het werken in de verschillende politieprocessen kan een algemeen beeld van de politiemedewerker van de toekomst worden geschetst. Deze politiemedewerker van de toekomst zal op een andere manier werken en samenwerken. Hierdoor zal de politieorganisatie zich naar verwachting verder ontwikkelen tot een burgergerichte, professionele organisatie waarin een grote verscheidenheid aan medewerkers werkzaam is die ieder op eigen wijze invulling geven aan de gemeenschappelijke eisen die worden gesteld. Samen bereiken zij goede resultaten op het gebied van veiligheid en de bestrijding van criminaliteit. 7. De beschikbare financiële middelen, de inzet van arbeidsbesparende technologie en de rolverdeling met private partijen zijn de draaiknoppen voor de politie om de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar politiemedewerkers te bepalen. Nadat de landelijke en lokale politiek de prioriteiten voor de inzet van politiecapaciteit hebben bepaald op basis van de aard van de veiligheidsproblemen, is het aan de politieorganisatie om strategische afwegingen te maken en te bepalen hoe zij de operationele sterkte verdeelt over de verschillende persona’s (en specialisten). Daarbij keuzes makend ten aanzien van de inzet van arbeidsbesparende technologie en uitbesteding van taken aan andere partijen. 8. Het aanbod op de arbeidsmarkt voor de nationale politie is voor 2020-2024 onzeker. De nationale politie zal de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt goed moeten volgen om tijdig in te kunnen spelen op de veranderingen in het aanbod. Op de korte termijn vraagt de werving van (hoger opgeleide) niet-westerse allochtonen en vrouwen, alsmede het behoud van hen en van de groep hoger opgeleiden, al aandacht. Voor alle groepen behoort de politie een aantrekkelijk werkgever te zijn. 9. Ken de energiebronnen van de vier generaties bij de nationale politie. Er is meer kennis nodig om de kracht van elke generatie te kunnen benutten en elkaar ook te versterken. Een eerste stap kan zijn om met de informele leiders op de werkvloer van elke generatie te verkennen wat hen drijft en energie geeft. Dit biedt de mogelijkheid om generatieverschillen concreet te benoemen en vervolgens ook te waarderen en te benutten. 10. Geef generatie Y de ruimte, maar begeleid ze wel. Zowel de zelfredzamen als de structuurzoekers kunnen een belangrijke rol spelen bij de vormgeving van het politiewerk in de toekomst. Vooral voor de zelfredzamen is het belangrijk dat zij dan wel de ruimte krijgen om hieraan zelf invulling te geven met een baas als gesprekspartner en mentor. In de hiërarchische, gesloten cultuur van de politie is dit een bijzondere opgave waarvoor veel aandacht nodig is. Zodra economisch herstel intreedt en de werkgelegenheid weer aantrekt zullen zij anders de politieorganisatie verlaten of er niet willen solliciteren.
  • 15. 15De toekomst begint vandaag! 11. Betrek de pragmatische generatie tijdig bij de werving en opleiding van de digi- generatie. De pragmatische generatie zijn de ouders van de nieuwe generatie jongeren die bij de politie in dienst treedt. Zij kunnen hun ervaringskennis inzetten om te zorgen dat de nationale politie ook voor deze generatie een aantrekkelijk werkgever is. Rond 2018 is hiervoor het moment aangebroken. 12. Ontregel HRM en flexibiliseer de rechtspositie en de arbeidsvoorwaarden tot op individueel niveau. Er is een trend naar minder regelgeving, minder bureaucratie en naar meer flexibiliteit. Deze sluit niet alleen aan bij de wensen van huidige en toekomstige generatie jongeren, maar ook bij de voortdurende veranderingen die er in het politiewerk zijn. 13. Experimenteer met nieuwe samenwerkingsvormen en talentmanagement. Geef invulling aan medewerkersparticipatie. Medewerkers van de toekomst willen graag zelf invulling geven aan het werk. Ze willen meebepalen welke taken ze gaan doen en hoe ze die gaan aanpakken. Je talent kunnen inzetten en verder ontwikkelen, samen een leuke werkomgeving creëren, zijn voor hen de nieuwe elementen in het HRM-beleid voor de toekomst. Elementen die goed aansluiten bij het netwerkend samenwerken en talentmanagement. Tegelijkertijd zal hiërarchie in de nationale politie een belangrijke functie blijven behouden. Kleinschalige experimenten kunnen helpen om een juiste balans te vinden tussen sturing van bovenaf en zelfsturing en tegelijkertijd te inventariseren welke eisen dit stelt aan de leidinggevenden en de medewerkers. 14. Zet onorthodoxe wervingsmethoden in en bied een breed palet aan arbeidsvormen aan. De deelnemers hebben allerlei onorthodoxe ideeën geopperd voor de instroom van expertise die de politie in de toekomst nodig zal hebben. Het is inspirerend om op zoek te gaan naar nieuwe wervingsmethoden en verschillende arbeidsvormen, om zo telkens over die expertise te beschikken die de politie nodig heeft. 15. Zoek naar vernieuwing, bespreek dilemma’s én behoud het goede. Vernieuwing van HRM is voor de nationale politie een uitdaging voor de toekomst om ook in 2020-2024 een aantrekkelijk werkgever te zijn. Veranderingen zijn nodig, waarbij we ervoor zorgen dat we dilemma’s bespreekbaar maken en het goede behouden. 16. Medewerkers creëren zelf de politieorganisatie van de toekomst. De verschillende aanbevelingen raken diverse deelterreinen van HRM. Het is verstandig om bij de uitwerking ervan gebruik te maken van de expertise en motivatie van medewerkers en te investeren in medewerkersparticipatie. Zij creëren immers samen de politieorganisatie van de toekomst. Zie ook: http://www.worldofminds.com/projects/nationalepolitienota/index.html
  • 16. 16 De toekomst begint vandaag!
  • 17. 17De toekomst begint vandaag! 1. We gaan naar een netwerksamenleving 2. We worden ouder en zitten in een economische crisis 3. Wat zijn de thema’s voor de politie? 4. Wat betekent dit voor de strategische personeelsprognose? Deel 1 Wat gebeurt er in de samenleving?
  • 18. 18 De toekomst begint vandaag! 1.We gaan naar een netwerksamenleving Hieronder gaan we in navolging van Boutellier (2007) in op drie dominante processen die onze samenleving veranderen in een netwerkmaatschappij. Deze processen zijn nu al gaande en zetten zich naar verwachting de komende jaren door. Het zijn dominante ontwikkelingen die onze maatschappij zullen veranderen en zo ook gevolgen hebben voor het werk van de politie. Drie dominante processen Proces 1. Globalisering: grenzen vervagen Globalisering verwijst naar het vervagen of zelfs wegvallen van grenzen: een proces van wereldwijde economische, politieke en culturele integratie en verwevenheid van systemen. Bedrijven hebben vestigingen overal in de wereld, er is sprake van wereldwijde concurrentie waarin nieuwe economieën opkomen. Op politiek terrein is er de Europese eenwording die ondanks de toenemende Euroscepsis zal doorzetten (Hazenberg, 2012). Ook cultureel vallen grenzen weg. De westerse cultuur is terug te vinden in andere werelddelen, maar ook omgekeerd maken wij meer kennis met culturen in verre landen. Kortom, globalisering maakt de wereld ‘kleiner’. Gevolgen voor de politie? De politie heeft te maken met de gevolgen van globalisering. Vanuit economisch perspectief kunnen we constateren dat ook criminelen in toenemende mate mobiel zijn en zich onttrekken aan de (internationale) gemeenschap. Internationale criminele organisaties opereren flexibel en maken opportunistisch gebruik van kansen als het gaat om landen, routes, mensen e.d. (uit: nota ’Internationale politiesamenwerking: ready for the next step’). Nelen merkt in zijn paper (zie kader) op dat criminele samenwerkingsverbanden er niet primair op uit zijn om zich in Nederland te vestigen, maar vooral meeliften op de goederen- en geldstromen in Nederland. Zie samenvatting van zijn paper op pagina 19. Papers Om onze visie op de toekomst te verdiepen hebben we hebben negen wetenschappers gevraagd om een specifiek item voor ons uit te werken en hierover een paper te schrijven. De negen papers zijn onder dezelfde titel als dit rapport gebundeld in een aparte publicatie. Om u een indruk te geven van de inhoud van de papers hebben we verspreid in de tekst korte samenvattingen van de papers opgenomen. In bijlage 1 vindt u een overzicht van alle papers. Naast de fysieke wereld is er door de ontwikkeling van internet en de opkomst van social media ook een onbegrensde virtuele wereld ontstaan. Cybercrime is voor de politie een nieuwe vorm van onbegrensde criminaliteit. Vanuit politiek perspectief vinden we globalisering terug in verschillende Europese verdragen om de grensoverschrijdende criminaliteit aan te pakken en waaraan ook de Nederlandse politie gehouden is. In de verdragen zijn afspraken gemaakt over internationale informatie-uitwisseling en samenwerking in het kader van opsporing en rechtshulpverlening. Zo is bijvoorbeeld in het Zweeds Kaderbesluit (2006) de afspraak vastgelegd dat binnen de Europese Unie politiële instanties de bevoegdheid hebben om in elkaars bestanden te kijken. Een ander voorbeeld is het verdrag van Senningen (2004) waarin de Benelux-landen afspraken hebben gemaakt over wederzijdse politiesamenwerking, bijvoorbeeld als het gaat om het instellen van gemengde patrouilles of controles (Joint Hit Teams) of de mogelijkheid van grensoverschrijdende persoonsbeveiliging, achtervolging of observatie.
  • 19. 19De toekomst begint vandaag! Interviews We hebben 26 interviews afgenomen om een zo’n breed mogelijke scope op de toekomst te krijgen. We hebben gesproken met politiemedewerkers, lectoren van de Politieacademie en vertegenwoordigers van organisaties die met de politie samenwerken of meer indirect bij het werk van de politie betrokken zijn. Van de interviews met de personen van buiten hebben we verslag gedaan in de eenmalige uitgave van de krant ‘Blik op Blauw’. In bijlage 2 vindt u het overzicht van de geïnterviewde personen. Internationaal politiewerk in Nederland Prof. dr. mr. Hans Nelen, hoogleraar criminologie verbonden aan de faculteit rechtsgeleerdheid van Maastricht University. Voor de internationale opsporing van georganiseerde criminaliteit zijn meer en complexere analyses nodig. Professor Nelen hebben wij gevraagd hoe de positie van de Nederlandse politie in Europa zich ontwikkelt als het gaat om de aanpak van de georganiseerde criminaliteit en wat dit betekent voor de kwaliteiten van politiemedewerkers. Hij laat zien dat de criminele samenwerkingsverbanden geen duurzame, piramidale organisaties zijn, maar meer de kenmerken hebben van een netwerkorganisatie. Vanwege deze wijze van organiseren en het grensoverschrijdende karakter van de georganiseerde criminaliteit bepleit hij dat ook in internationaal verband meer invulling wordt gegeven aan concepten als nodal governance en informatiegestuurde opsporing. Vooral voor informatiemedewerkers en rechercheurs heeft dit pleidooi betekenis. Het veronderstelt bijvoorbeeld een bredere kennisbasis van geld-, goederen-, mensen- en informatiestromen in een bepaalde markt. Welke bewegingen zijn gangbaar en welke wijken af van reguliere handelspatronen? Ook adviseert hij een grotere rol van financieel en forensische experts bij het bepalen van de te volgen strategie en tactiek in opsporingsonderzoeken. De nodale oriëntatie impliceert dat steeds vaker data uit verschillende informatiebronnen aan elkaar moeten worden geknoopt. Dit vraagt van analisten de vaardigheid om aan de hand van – bij voorkeur wetenschappelijk onderbouwde – hypotheses verschillende datasystemen te bevragen. Tenslotte wijst hij op de ontwikkelingen in cyberspace, waardoor aard en verschijningsvormen van de georganiseerde criminaliteit zullen veranderen. Ook hierop zal de nationale politie moeten inspelen. De samenwerking tussen de landen zal in de toekomst vanwege het grensoverschrijdende karakter van de criminaliteit steeds belangrijker worden (paper Nelen). Bij de invoering van het onderzoeksbevel zullen de politieorganisaties veel meer voor elkaar moeten werken. De locatie van het delict speelt steeds minder een rol (interview Bruggeman). Ten slotte is de multiculturele samenleving de ultieme uiting van culturele globalisering, waarbij de politie de opgave heeft om in verbinding te staan met de verschillende bevolkingsgroepen. Dit veronderstelt de nodige kennis en vaardigheden bij de politiemedewerkers. De multiculturele samenleving is immers niet alleen kleurrijk. Er kunnen zich ook spanningen tussen verschillende bevolkingsgroepen voordoen. Uit een onderzoek van de EU in 2009 blijkt dat van alle Europeanen Nederlanders hierover het meest bezorgd zijn. Volgens een op de zes Nederlanders bestaan er grote spanningen tussen verschillende groepen en ervaart veertig procent religieuze spanningen (artikel Elsevier.nl, 25 maart 2009).
  • 20. 20 De toekomst begint vandaag! Proces 2. Informatisering: de virtuele wereld kent geen grenzen In de afgelopen vijftien jaar heeft onze samenleving een digitale dimensie gekregen en is er sprake van een onbegrensde virtuele wereld. Via de digitale snelweg wisselen we informatie, geld, diensten en goederen met elkaar uit. We boeken onze vakanties via internet, printen thuis onze tickets en checken zelf onze bagage in. We werken thuis, vergaderen online en skypen met collega’s in het buitenland. We zijn online met elkaar verbonden via internet en social media. Informatie is gemakkelijk vanaf elke locatie vrij beschikbaar en verspreidt zich snel, waardoor een informatieoverload dreigt. Zomaar enkele voorbeelden van de digitalisering van onze samenleving. Digitalisering is een ontwikkeling waarin de innovaties elkaar razendsnel opvolgen en steeds sneller door burgers en bedrijven worden geaccepteerd. Volgens de scenariostudie ‘Veiligheid en privacy in 2030, twee toekomstscenario’s’ van de Universiteit Tilburg (2005) zijn voor 2030 de volgende vier ontwikkelingen op het terrein van de informatietechnologie te verwachten. Onderstaande passages zijn aan deze Tilburgse studie ontleend. 1. Datamining Datamining is het gericht zoeken naar (statistische) verbanden in gegevensverzamelingen. De onderzoekers voorspellen dat dataminingtechnieken een grote vlucht gaan nemen. Door middel van kunstmatige intelligentietechnieken wordt het steeds beter mogelijk om ‘vervuilde’ databestanden aan elkaar te koppelen en problemen die ontstaan door verschillende gegevensdefinities in bestanden op te lossen. Deze ontwikkeling wordt voor een belangrijk deel vanuit de commerciële sector gestuurd, maar de overheid zal gretig aanhaken. De onderzoekers verwachten een sterke consolidatie van aanbieders van informatie die behoefte hebben aan gedegen inzicht in hun klanten. Alle ICT is mobiel en de mobiele apparatuur is uitgerust met hogeresolutiebeeldschermen, camera´s en locatiebepaling. In de verdere toekomst is er ook tactiele en wellicht olfactorische (reuk) gegevensoverdracht mogelijk. De apparaten zijn in staat om spraak in tekst om te zetten en omgekeerd. Zij verwachten dat chatten en sms’en de centrale vormen van communicatie worden, waarbij de wijze waarop dit gebeurt zal veranderen door de technologische vooruitgang. Zo worden nu bijvoorbeeld veel gratis sms’jes verstuurd via Twitter en Whatsapp in plaats van via het abonnement van de provider. 2. Ambient intelligence Ambient intelligence (AI) is het concept waarin de informatiesamenleving zodanig is ingericht dat individuen in hun dagelijks leven worden omgeven door een breed scala aan intelligente en intuïtieve technologie. Deze technologie is ingebed in een diversiteit aan objecten die ons in het dagelijks leven omringen. Deze ‘intelligente’ omgeving zal dan in staat zijn het gedrag van mensen te herkennen, daarop te reageren en daarop te anticiperen. Met behulp van AI-technologie kan een grootschalig, op technologie gebaseerd collectief sociaal geheugen worden gerealiseerd dat individuen in staat stelt direct commentaar te krijgen op hun (sociale) handelen. Daarmee ontstaat een door intelligente en intuïtieve technologie ondersteund ‘social learning process’. Een dergelijk gedigitaliseerd collectief geheugen biedt, in combinatie met sturingsmogelijkheden van de techniek, vele nieuwe mogelijkheden om mensen te controleren, hun gedrag te beïnvloeden en daarop te anticiperen. De Tilburgse onderzoekers verwachten dat ambient intelligence in 2030 gemeengoed is.
  • 21. 21De toekomst begint vandaag! 3. Virtual reality Virtual reality is een aan ambient intelligence gerelateerde ontwikkeling, waardoor fysieke contacten tussen mensen afnemen. Virtual reality biedt op termijn de mogelijkheid om niet alleen geluid en beeld in steeds laagdrempeligere toepassingen over te dragen, maar ook tastzin en reuk. In 2030 is het technisch mogelijk een ultralichte handschoen te dragen waarmee je bij een telefoongesprek de hand kunt schudden: een tele-ontmoeting. 4. Lokalisering Locatietechnologie zal een grote vlucht nemen. Aan de ene kant valt waar te nemen dat mobiele apparatuur, zoals camera’s, uitgerust worden met GPS-ontvangers zodat de locatie waar een bepaalde foto is gemaakt als metadata aan de foto worden toegevoegd. De computer waarop de foto’s worden uitgelezen, is dan in staat aan te geven waar de foto is gemaakt. Anderzijds neemt celgebaseerde communicatie (GSM, GPRS, Wifi, WMax) – nu al – een grote vlucht. Deze technologie maakt locatiebepaling van de gebruikte apparatuur mogelijk. Het gebruik van locatiebepaling zal (verder) toenemen. Andere ontwikkelingen Naast deze ontwikkelingen op het terrein van de informatietechnologie verwachten de onderzoekers innovaties op het gebied van de nanotechnologie, biotechnologie en robotica. De nanotechnologie zal over tien tot twintig jaar ‘slimme toepassingen’ mogelijk maken, zoals slimme kleding. Soldatenpakken zitten dan vol met elektronica en sensoren waardoor de soldaat meer en meer beschermd wordt tegen de gevaren in de strijd. Op het gebied van biotechnologie zijn er toenemende mogelijkheden om van allerlei voorwerpen DNA-materiaal af te nemen, zoals van brieven, drinkglazen of de binnenkant van handschoenen. Tenslotte verwachten de onderzoekers dat het gebruik van robots snel zal toenemen. Niet alleen in industriële toepassingen, maar vooral ook in het dagelijkse leven. Het gaat dan om robots als functionele apparaten die zelfstandig taken verrichten. Nu al zijn er dergelijke apparaten op de markt. Denk aan grasmaairobots, stofzuigrobots en gezelschapsrobots. Maar in 2030 zullen dergelijke robots gemeengoed zijn en een onopvallend onderdeel zijn van de huishouding. Gevolgen voor de politie? Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor de veiligheid en de opsporing. Er ontstaan nieuwe vormen van criminaliteit. Door niet gebonden te zijn aan plaats of tijd ontstaat de mogelijkheid voor mensen om te netwerken of om netwerken te vormen met mensen die zij niet persoonlijk kennen. Zo ontstaan nieuwe, virtuele, internationale netwerken van kinderporno, mensenhandel, phishing en digitale fraude (interview Kop). De veelvoorkomende criminaliteit zal volgens Kop in de toekomst vrijwel altijd een digitale component hebben. Nu al vinden bedreigingen of heling via internet plaats. Daarbij komt dat encryptie en anonimiteit nog grotere problemen voor de opsporing worden dan nu al het geval is, terwijl deze werkmethoden wel onmisbaar zijn. De snelheid waarmee informatie zich verspreidt, heeft gevolgen voor het werk van de politie. De filmpjes van een incident staan al op internet voordat de politie sporen veilig heeft kunnen stellen of getuigen heeft kunnen horen. Daarnaast ligt het handelen van de politie door het toenemend gebruik van social media onder een vergrootglas. Een goed voorbeeld hiervan is de maatschappelijke verontwaardiging over de schoppende politieagente in Rotterdam (juni 2012). Een voorval waarvan iedereen getuige kon zijn via het filmpje dat een omstander van het voorval maakte en op internet plaatste. Nog voordat alle relevante feiten en omstandigheden bekend waren, had het publiek al een oordeel over dit incident geveld. Tegelijkertijd bieden de beschreven innovaties de politie ook nieuwe mogelijkheden in de handhaving en
  • 22. 22 De toekomst begint vandaag! opsporing. Denk bijvoorbeeld aan de kansen die ambient intelligence en lokalisering bieden. De intelligente omgeving die door ambient intelligence ontstaat, kan immers veel gedragingen van mensen onthouden en langdurig opslaan. Bovendien kan geanticipeerd worden op mogelijk riskant gedrag, bijvoorbeeld doordat agressiedetectiesystemen (door de lokalisering) een waarschuwingssignaal geven (Onderzoek Universiteit Tilburg). Tenslotte is te verwachten dat op de langere termijn robots fysieke veiligheidstaken kunnen overnemen, daarbij ondersteund door zelflerende computersystemen die zelfstandig data kunnen interpreteren. Proces 3. Individualisering: mensen willen eigen keuzes maken In onze samenleving zien we een proces van doorgaande individualisering. Dit is een historisch proces dat kenmerkend is voor de ontwikkeling van onze westerse maatschappij. Individualisering verwijst naar de grotere keuzevrijheid die individuen krijgen en in toenemende mate willen hebben. Hierdoor voelen mensen zich bijvoorbeeld vanaf de jaren 70 van de vorige eeuw minder verbonden met traditionele organisaties, zoals kerken, politieke partijen en vakbonden. Liever bepalen we zelf onze mening en maken we onze eigen keuzes dan dat we vanzelfsprekend doen wat de autoriteiten zeggen of dat we de traditie volgen. De individualisering in combinatie met de economische welvaart heeft ook het werk- en leefpatroon veranderd. Het traditionele gezin is niet meer de dominante levensvorm. In plaats daarvan is er een variëteit aan samenlevingsvormen en is het aantal kleine huishoudens en alleenstaanden toegenomen. Ook op andere terreinen, zoals vrijetijdsbesteding en het doen van aankopen, is de individualisering zichtbaar. In het grote aanbod maken we onze eigen keuzes en is er steeds minder animo voor algemene, collectieve arrangementen. Door de mogelijkheden van plaats- en tijdonafhankelijke communicatie heeft de individualisering tenslotte een nieuwe dimensie gekregen. In het Eindverslag Veiligheidsscenario’s van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2006) menen de onderzoekers echter dat individualisering als megatrend wordt overschat. Zij vinden dat veel meer sprake is van kuddegedrag en wijzen erop dat na de ontzuiling dynamische, flexibele en vrijwillige verbintenissen zijn ontstaan. In (online) netwerken gaan mensen relaties aan rond gedeelde interesses of belangen. Gevolgen voor de politie? Individualisering is een ontwikkeling die veel goeds heeft gebracht. Volgzaamheid en traditie hebben bijvoorbeeld plaatsgemaakt voor individuele autonomie, persoonlijke keuzes en zelfontplooiing. Tegelijkertijd wordt de politie geconfronteerd met de schaduwzijde ervan. De politie heeft niet meer het vanzelfsprekende gezag. De mondige burger beroept zich op zijn rechten en heeft een mening over het optreden van de politie. ‘Hij zal bijvoorbeeld van de politieagent een verklaring vragen waarom hij wordt staande gehouden. Dan zal hij ook nog beoordelen of de politieman in deze juist heeft gehandeld en tijdens zijn staande houding op zijn smartphone de laatste jurisprudentie raadplegen. Deze ontwikkeling betekent dat de politieman zich telkens in een één op één situatie moet verantwoorden en dat niet langer het uniform zijn werk doet’ (interview Leo Wilde). Individualisering heeft ook gevolgen voor het buurtwerk van de politie. Onder invloed van de individualisering verandert de vertrouwde sociale structuur. Bewoners zijn minder afhankelijk van elkaar en van de traditionele instituties, waarbij tegelijkertijd de intensivering van het samenleven de kans op uitsluiting vergroot (paper Davelaar). Zie pagina 23 voor een korte samenvatting van het paper. Psycholoog Deenik van de verslavingskliniek Solutions wijst in het bijzonder op het vervagen van de grenzen in de opvoeding en het ontbreken van structuren om jongeren in toom te houden die gewend zijn geraakt aan directe behoeftebevrediging. Er komen zo veel meer mensen op straat die hun impulsen slecht onder
  • 23. 23De toekomst begint vandaag! controle hebben en hierdoor snel opgefokt en normoverschrijdend gedrag vertonen. Hij verwacht voor de toekomst eveneens een toename van het aantal verslaafden aan drugs, alcohol en seks (interview). Ook Davelaar constateert dat problemen op het terrein van de openbare orde vaak een ‘zorg’-kant hebben. Deenik pleit ervoor dat politiemedewerkers meer kennis hebben van groepsgedrag en van de gevolgen van de verschillende soorten drugs op het gedrag van mensen. ‘Iedereen weet wel dat je bij te veel alcohol niet meer recht over een lijn kan lopen. Maar dat je na het gebruik van cannabis heel slecht kunt bepalen of je gas moet geven of moet remmen, is veel minder bekend’ (interview). Geestelijke gezondheidszorg en maatschappelijk ondersteuning in tijden van bezuinigingen: wat zijn de gevolgen voor de politie? Maarten Davelaar, Inge Bakker, Ron van Wonderen, Hans Boutellier Onderzoekers Hilde Verwey-Jonkerinstituut De toename van het aantal kwetsbare burgers vraagt meer politiecapaciteit voor het signaleren en adviseren. Onze maatschappij is een complexe netwerkmaatschappij geworden. Wat betekent dit, in combinatie met de slechte economische situatie voor de zwakke groepen in onze samenleving? In hun paper gaan de auteurs nader op deze vraag in. Ze geven een schets van een vergrijzende netwerksamenleving waarin het voor kwetsbare groepen moeilijk overleven is. Zij kunnen het tempo van de maatschappelijke ontwikkelingen en van het dagelijks leven moeilijk bijhouden. Het aantal kwetsbare mensen neemt ook toe. Zo is in de laatste jaren het aantal ouderen, laagopgeleiden en werklozen die niet of nauwelijks participeren verdubbeld naar zo’n vier procent van de bevolking. Door de internationale migratie ontstaat ook een groter potentieel aan kwetsbare burgers. Voor de politie zijn deze ontwikkelingen merkbaar. Geschat wordt dat twintig tot dertig procent van het politiewerk ggz-gerelateerd is. In deze sector spelen zich ook een aantal ontwikkelingen af die energie van de politieorganisatie blijven vragen, zoals onder meer de nieuwe drempels om de groei van de ggz te remmen, waardoor ggz-gerelateerde incidenten waarbij de politie in eerste instantie in beeld komt, zullen blijven toenemen. De auteurs noemen specifiek vier risicogroepen die op de middellange termijn aandacht van de politie en haar partners zullen vragen: buurtbewoners met psychiatrische problematiek, dak- en thuislozen, verslaafden, lichtverstandelijk gehandicapten, solistische dreigers. De politie zal extra capaciteit moeten inzetten op haar signalerende en adviserende functie en (nog) meer moeten investeren in samenwerking met de ggz en andere partijen.
  • 24. 24 De toekomst begint vandaag! 2.We worden ouder en zitten in een economische crisis De processen richting netwerksamenleving vinden plaats in een maatschappij die demografisch verandert en in een economische crisis verkeert. Onderstaande passages zijn onder meer ontleend aan de quickscan van ontwikkelingen en trends die Bureau De Ruijter Strategie heeft gemaakt ter voorbereiding van de scenario’s die we in deel drie presenteren. De cijfers zijn afkomstig van het CBS en het ROA. Ter aanvulling is het dit jaar (2012) verschenen rapport ‘Actief ouder worden in Nederland’ van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NiDi) geraadpleegd. Demografische ontwikkelingen Ruim vijftien procent van de Nederlandse bevolking is nu 65 jaar of ouder. Volgens recente CBS-prognoses (CBS, Statline, 2012) loopt het aandeel 65-plussers in de bevolking op tot een vijfde in 2020 en tot een vierde in 2035 (Nidi-rapport). Nederland heeft daarbij te maken met een dubbele vergrijzing: we worden niet alleen steeds ouder, maar het aantal 75-plussers stijgt ook nog sneller dan het totale aantal ouderen. Behalve van vergrijzing is er in Nederland ook sprake van ontgroening. Al meer dan honderd jaar daalt het aandeel van de jongeren in de totale bevolking, omdat vrouwen minder kinderen krijgen en mensen langer leven. Na het midden van de jaren zestig is het aantal geboortes fors gedaald. Verdergaande individualisering, de emancipatie van vrouwen, een toenemende arbeidsparticipatie van vrouwen en uitstel van het eerste kind dragen bij aan een lager kindertal per vrouw. Onderstaande grafiek geeft het percentage ouderen ten opzichte van het percentage twintigplussers (CBS). Figuur 1 Bron: CBS Bevolking 65+ ten opzichte van 20+ 0,0 5,0 10,0 15,0 20,0 25,0 30,0 35,0 40,0 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Bevolking 65+ ten opzichte van 20+
  • 25. 25De toekomst begint vandaag! Naast vergrijzing en ontgroening is er een derde demografische trend: de ontwikkeling van het percentage allochtonen in de bevolking. Tussen 2011 en 2024 stijgt dit percentage met circa drie procent, van bijna 21 naar bijna 24 procent. Deze stijging komt voor tweederde voor rekening van de niet-westerse allochtonen (paper ROA). Deze groep niet-westerse allochtonen woont niet evenredig verspreid over Nederland, maar is ruimtelijk geconcentreerd. Bijna veertig procent woont in het westen van het land, met name in de vier grote steden. Binnen de grote steden wonen allochtonen vaak in specifieke wijken en buurten (CBS 2010:129). In Amsterdam was in 2011 de meerderheid van de inwoners allochtoon. De werkloosheid naar herkomst laat aanzienlijke verschillen zien. Van de niet-westerse allochtonen in 2011 was ruim dertien procent van de beroepsbevolking werkloos. Bij autochtonen was dat ruim vier procent (CBS.nl). Onder invloed van de economische crisis in grote delen van de wereld is het denkbaar dat de internationale (arbeids)mobiliteit blijft toenemen. Nederland blijft immers voor velen een beter alternatief dan het thuisland (interview dominee Koney). Verbonden met de demografische ontwikkeling is er de verdergaande verstedelijking. Dit is een trend die de komende jaren zal doorgaan. Demografen verwachten dat in 2050 tweederde van de wereldbevolking in de steden zal wonen (Ode, mei 2012). Ook voor Nederland voorspelt het CBS (persbericht oktober 2011) dat de groei van de bevolking in de Randstadprovincies onverminderd door zal zetten. Tussen 2010 en 2025 groeit de bevolking in de Randstadprovincies naar verwachting met zevenhonderdduizend, het aantal huishoudens met ruim vierhonderdduizend. Een groot deel van de bevolkingsgroei vindt plaats in de grote steden. Zo groeit Amsterdam met 110.000 inwoners. Buiten de Randstadprovincies doet de groei zich vooral voor in steden met bovenregionale voorzieningen, zoals hogere onderwijsinstellingen. Eenderde van de gemeenten in Nederland krijgt te maken met een krimp van 2,5 procent of meer. ‘Voor de toekomst van Nederland is het belangrijk dat de Randstad haar stedelijke functie kan vervullen en in staat is om de kansen die hier zijn te benutten en om de mensen mee te nemen. Dit hangt af van de kracht van het regionaal stedelijk bestuur en het Rijk. Ik voel heel sterk die opgave’ (interview Verkerk). Gevolgen voor de politie? Bovenstaande ontwikkelingen leiden in de komende jaren tot een ander straatbeeld. De lokale situatie in een regio, stad of dorp bepaalt welke demografische veranderingen van invloed zijn op de veiligheidsproblematiek. In de grote steden kunnen bijvoorbeeld etnische spanningen toenemen door toenemende polarisatie tussen jongeren. Uit een onderzoek van de gemeente Amsterdam in 2005 blijkt bijvoorbeeld dat 53% van de leraren aangeeft dat leerlingen vaak of soms contact met ‘andere’ groepen vermijden en zich terugtrekken met ‘gelijkgezinden’ (uit: Eindverslag Veiligheidsscenario’s, pag. 8). Ook de grote bevolkingsdichtheid in de Randstadprovincies leidt tot andere veiligheidsproblemen dan in de rest van Nederland. Naar de mening van de burgemeester van Delft zou in de toekomst bij de verdeling van de politiesterkte met deze verschillen meer dan nu rekening moeten worden gehouden. ‘De politieverdeling over gemeenten is niet evenwichtig’, aldus Verkerk in het interview dat wij met hem hadden.
  • 26. 26 De toekomst begint vandaag! Economische ontwikkeling Sinds 2008 hebben diverse crises elkaar opgevolgd, we lijken te zijn beland in een neerwaartse spiraal. Nederland bevindt zich in economisch mindere tijden en de werkloosheid stijgt. Door de financiële crisis is een gat geslagen in de rijksbegroting (Bos en Teulings, 2010 in de Quickscan). De woningmarkt zit op slot en de staatsrente loopt op. Terwijl de overheidsuitgaven onder druk staan, leiden structurele oorzaken zoals vergrijzing ertoe dat de kosten voor bijvoorbeeld zorg en AOW stijgen. De afgelopen decennia hebben we steeds te maken gehad met een golfbeweging in de wereldeconomie, waarbij hoge sectorale groei werd afgewisseld met tragere groei. Onzeker is ook of de huidige economische neergang een tijdelijke neerwaartse golf is of dat er eerder sprake is van een structurele, decennialang aanhoudende recessie. Gevolgen voor de politie? Ben Vollaard van de Universiteit Tilburg heeft in zijn paper beschreven wat de invloed kan zijn van de economische ontwikkeling en de mate van werkloosheid voor de criminaliteit. De kern van zijn verhaal is hieronder te lezen. Zijn algemene conclusie is dat de relatie tussen de economische conjunctuur en de criminaliteit veel complexer is dan vaak gedacht. Een inschatting hoe bij de huidige economische tegenwind de criminaliteit zich zal ontwikkelen is daarom niet te geven. Economische ontwikkelingen en criminaliteit in Nederland Dr. Ben Vollaard, universitair docent aan de economische faculteit van de Universiteit Tilburg Politieke keuzes zijn meer bepalend voor het politiewerk dan economische situatie. Dit paper gaat over de relatie tussen de economische ontwikkelingen en de criminaliteit. Ben Vollaard heeft voor ons de vraag beantwoord of daartussen een relatie bestaat en zo, ja welke invloed de economische situatie dan heeft op de criminaliteit. Vollaard legt uit dat er een relatie tussen economie en criminaliteit kan bestaan als je ervan uitgaat dat illegaal gedrag een keuze is en niet het resultaat van ingeboren en vroeg aangeleerde eigenschappen. Empirisch onderzoek waarin is aangetoond dat illegaal gedrag sterk van de omgeving afhangt en dat veel mensen weinig principieel zijn, ondersteunt het economische perspectief. Hiervan uitgaande is de vervolgvraag of economische tegenspoed leidt tot meer criminaliteit. Het antwoord op deze vraag blijkt zeer genuanceerd te zijn. Vollaard vertelt dat er eigenlijk alleen bewijs bestaat voor een lichte toename van de veelvoorkomende criminaliteit, met name diefstal, door economische tegenspoed. Diefstal die voornamelijk door jonge mannen wordt gepleegd en waarbij sprake is van dalende lonen voor laagbetaald werk. Als het gaat om de witteboordencriminaliteit en georganiseerde misdaad blijkt er geen bewijs te zijn om generieke uitspraken te kunnen doen. Er zijn voorbeelden dat deze vormen van criminaliteit bij economische tegenwind toenemen, maar er zijn ook voorbeelden van het tegendeel. Zo kan bijvoorbeeld de vraag naar drugs zowel positief als negatief samenhangen met de economische activiteit. Voor drugs als uitvlucht is de relatie wellicht negatief, voor prestatiebevorderende drugs als cocaïne en uitgaansdrugs als xtc is de relatie wellicht positief. Empirisch onderzoek is heel beperkt, zodat feitelijk geen voorspellingen zijn te doen. Wel is te verwachten dat de aanpak van witteboordencriminaliteit een grotere politieke prioriteit krijgt in een periode van economische crisis. Ook op het gebied van de georganiseerde criminaliteit is de politiek meer bepalend voor het werk van de politie dan de economische situatie, aldus Vollaard.
  • 27. 27De toekomst begint vandaag! Politieke ontwikkelingen In de afgelopen jaren heeft de politiek gekozen voor uitbreiding van de werkingssfeer van het strafrecht. Zo is bijvoorbeeld sprake van meer strafbaarstellingen in de voorfase van strafwaardig handelen. Dat geldt eveneens voor uitbreiding van opsporingsbevoegdheden, die steeds meer ook ten opzichte van onverdachte burgers kan worden uitgeoefend. Denk aan aftappen, observatie en het opvragen van allerhande gegevens over burgers (Scenariostudie ‘Veiligheid en privacy in 2030’, Universiteit van Tilburg, 2005). Ook in het regeerakkoord van Rutte II (november 2012) worden maatregelen aangekondigd die passen in deze ontwikkeling. Een andere politieke keuze: de vergrote aandacht voor slachtoffers van misdrijven. In navolging van Rutte I neemt ook het nieuwe kabinet maatregelen om de positie van slachtoffers te versterken. Zo krijgen zij bijvoorbeeld meer spreekrecht in het strafproces. In de aanpak van criminaliteit en veiligheid zoekt de overheid ook naar meer mogelijkheden en bevoegdheden om informatie uit te wisselen. In de toekomst gaan bijvoorbeeld publieke en private toezichthouders camerabeelden van delicten en incidenten direct doorsturen naar de meldkamer van de politie (regeerakkoord Rutte II). Ten slotte noemen we de wens van de politiek om zaken snel en efficiënt (met zo min mogelijk administratieve lasten) af te handelen. Leliveld noemt als voorbeeld de doelstelling van het vorige kabinet om vijftig tot zeventig procent van de zaken die nu nog bij de politierechter komen, straks af te doen op de politiebureaus (interview Leliveld). Gevolgen voor de politie? Deze politieke keuzes zijn een antwoord van de regering om ervoor te zorgen dat burgers zich veilig kunnen voelen in de wijk en op straat (regeerakkoord Rutte II). Vanzelfsprekend zijn deze politieke keuzes direct van invloed op het werk van de politie en de organisatie daarvan. De politie als zwaardmacht wordt immers gecontroleerd door de politiek. Zo zullen bijvoorbeeld door het grotere aantal af te handelen strafzaken op het politiebureau procesvernieuwingen en het sturen op efficiency in belang toenemen. Daarnaast zal personele flexibiliteit nodig zijn om de wensen van de politiek concreet invulling te geven, zoals de introductie van de dierenpolitie in 2011. In de strategische personeelsprognose zal hiermee rekening moeten worden gehouden.
  • 28. 28 De toekomst begint vandaag! 3.Wat zijn de thema’s voor de politie? De politie is een instituut van de rechtsstaat en zal haar koers moeten bepalen hoe zij in een veranderende samenleving invulling geeft aan haar rol en taken in deze samenleving. Waar staat de politie in het veiligheidsdomein? Hoe verhoudt de politie zich tot de samenleving waarin gezag niet langer vanzelfsprekend is? De antwoorden op deze vragen zijn afhankelijk van de politieke opdracht en het maatschappelijk klimaat. Voor de komende jaren is in het Ontwerp- en Inrichtingsplan van de nationale politie de richting aangegeven. Vier expertmeetings In de periode mei-september 2012 hebben we vier verschillende expertmeetings georganiseerd, waarin politiemedewerkers én externe betrokkenen discussies voerden over de processen en trends die zich nu in onze samenleving afspelen en de veranderingen in het politievak. Telkens hebben we ons laten inspireren door boeiende sprekers, zoals de trendwatcher Adjiedj Bakas, de socioloog en kritische denker Joop Hazenberg en de filosoof Bas Haring. Daarnaast hebben Mirko Noordegraaf, hoogleraar, Fiet van Beek, bestuurslid Eigen Kracht Centrale, en Wilfred van Roy, directeur particulier recherchebureau, tijdens een levendig Buitenhofdebat hun frisse blik van buiten ingebracht. Omdat de toekomst moeilijk te voorspellen is, maar het wel belangrijk is om een voorstelling te hebben van de toekomst hebben we een van de expertmeetings specifiek besteed aan de ontwikkeling van vier scenario’s. In totaal hebben ca. 230 personen aan een of meerdere expertmeetings deelgenomen. Het waren leidinggevenden en medewerkers werkzaam in een van de politieprocessen of op het terrein van HRM. Ook collega’s van de Politieacademie, de vtsPN en het Ministerie van VenJ deden mee. Tijdens twee bijeenkomsten waren ca. 20-30 personen van buiten aanwezig. Ze vertegenwoordigden de gemeenten, het Openbaar Ministerie, advocatuur, veiligheidsregio’s, verslavingszorg, bedrijven en Forum. Tijdens de tweede expertmeeting hebben ook de deelnemers zich gebogen over de rol en positie op de wat langere termijn en de dilemma’s hierbij. Antwoorden zijn toen niet gegeven. Wel is een aantal thema’s gesondeerd. Het zijn thema’s waartoe de politie zich nu en in de toekomst moet verhouden en die van invloed zijn op het werk van de politie en de eisen waaraan politiemensen moeten voldoen. Geïnspireerd door Terpstra in zijn boek ‘Het Veiligheidscomplex’ (2010) onderscheiden we tien thema’s. Thema 1: van criminaliteit naar onveiligheid Het werk van de politie is de laatste decennia in een ander perspectief komen te staan. Naast het bestrijden van concrete criminaliteitsvraagstukken heeft de politie in toenemende mate te maken met gevoelens van onveiligheid, de subjectieve beleving van burgers van de veiligheid in hun wijk of directe woonomgeving. De verwachtingen van de maatschappij zijn hoog. De politiek speelt hierop in. Sinds de jaren negentig is in Nederland sprake van een sterke politisering van veiligheidsvraagstukken en handhaving (Terpstra, 2010). De publicist Bart de Koning spreekt in zijn boek zelfs van een veiligheidsmythe waarin de politiek veel meer belooft dan wat de politie in werkelijkheid kan doen (2012). Ook politiechefs durven zich te bezondigen aan het uitzetten van te ambitieuze en soms irrealistische doelstellingen.
  • 29. 29De toekomst begint vandaag! Thema 2: verwachtingen van burgers Tegelijkertijd wijst Terpstra op de tegenstrijdigheden in de verwachtingen van burgers over de manier waarop de politie zich gedraagt. ‘Enerzijds wil in Nederland een groot aantal burgers dat de overheid hard en repressief optreedt, tenminste zolang het de Ander betreft, die als bedreigende buitenstaander wordt ervaren. Gaat het echter om overlast of criminaliteit door personen die tot de eigen kring worden gerekend, bijvoorbeeld de jeugd uit eigen straat of dorp, dan heeft men heel andere wensen ten aanzien van de politie. Deze moet dan vooral bereikbaar en beschikbaar zijn. Men wil dan een herkenbare en benaderbare ‘agent’ die een open oor heeft voor de zaken die in de directe omgeving spelen en daar begrip voor heeft.’ Als tweede hiermee samenhangend verschijnsel noemt Terpstra de verwachtingen van burgers dat de politie hard optreedt bij verstoring door groepen waarmee men zich niet kan identificeren, maar dat burgers voor zichzelf het recht op vrijheid of avontuur claimen, ook als dat ten koste gaat van de veiligheid van een ander. In het algemeen kan gesteld worden dat burgers enerzijds verwachten dat de politie optreedt en de verantwoordelijkheid voor de veiligheid neemt. Tegelijkertijd neemt het ontzag voor de politie af en komt het steeds vaker voor dat de politie in haar taak wordt gehinderd. Zo neemt het aantal geweldsincidenten tegen de politie toe en worden deze tegelijkertijd steeds ernstiger (website: geweldtegenpolitie.nl). Sprekend over het dilemma ‘afstand houden of verbinding leggen’ wijzen deelnemers tijdens één van de expertmeetings op de verbindende rol van de politie. Hier ligt voor hen de kracht van de politie. Een van de deelnemers noemt verbinding houden ‘de levensader van de politie’. Thema 3: media Ook de massamedia spelen een rol in de verwachtingen die burgers van de politie hebben. Terpstra noemt de emotiecultuur waarin de ervaringen van slachtoffers in de media breed uitgemeten worden waardoor een cultuur van angst wordt gecreëerd. In deze emotie- en angstcultuur verwachten de burgers dat de politie de grens tussen goed en kwaad bewaakt en hen beschermt tegen het kwaad. Burgers verwachten ook te mogen klagen als de politie in deze bescherming faalt. Omdat slachtofferschap vaak gepaard gaat met emoties, is gedrag soms lastig te voorspellen. Daarnaast spelen internet en de social media een rol in de relatie tussen burger en politie. Zo zoeken jongeren hun informatie liever op internet dan dat zij de politie als autoriteit geloven. Ook de privacy van daders en slachtoffers kan onder druk komen te staan door de grote beschikbaarheid van social media. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van filmpjes van een evenement als bewijsmateriaal, zoals recent is gebeurd bij de afhandeling van de project X-rellen in Haren. Thema 4: lokale veiligheidsnetwerken Gemeenten organiseren (al dan niet in regionaal verband) meer gespecialiseerde en goed toegeruste capaciteit voor gemeentelijk toezicht, bijzondere opsporing en handhaving (Tops, 2010). Gemeenten worden hierdoor onafhankelijker van de politie, zonder terug te willen keren naar een gemeentepolitie (interview Geuzinge, VNG). Wel pleiten ze voor ruimere bevoegdheid voor boa’s. In het Actieplan Criminaliteit (2012) tegen bedrijven komt het Ministerie van Veiligheid en Justitie aan deze wens tegemoet met een proef in vijf gemeenten, waarin boa’s de bevoegdheid krijgen om bij winkeldiefstal op de treden. Zij maken het proces- verbaal van bevindingen op, kunnen getuigen horen en camerabeelden bekijken, fouilleren indien nodig en ze vervoeren de verdachte naar het politiebureau.
  • 30. 30 De toekomst begint vandaag! Thema 5: privatisering Het aantal private ondernemingen is enorm gegroeid. Volgens cijfers van de Nederlandse Veiligheidsbranche, waarbij 97 procent van de bedrijven is aangesloten, werken er inmiddels 32.000 mensen in de branche, rijden er 1200 mobiele surveillances rond en wordt een omzet gedraaid van 1,4 miljard. De veiligheidsbedrijven spelen een steeds grotere rol bij grootschalige evenementen of toezicht op straat. De branche heeft de ambitie om te groeien en is bereid om ook andere taken van de politie over te nemen, zoals het bewaken van een plaats delict of het uitlezen van camera’s (interview bestuur Veiligheidsbranche). Naast de private toezichthouders zijn er ruim vierhonderd gecertificeerde, particuliere recherchebureaus die op het gebied van opsporing werken. Het WODC meldt dat bedrijven in de recherchediensten vorig jaar 4150 onderzoeken hebben uitgevoerd (Quickscan). Mei 2012 heeft het Ministerie van Veiligheid en Justitie voor één jaar een pilot ingericht om na te gaan welke rol particuliere onderzoeksbureaus kunnen spelen bij de opsporing in strafzaken. In 2013 worden de ervaringen geëvalueerd. Ten slotte is er nog de ontwikkeling om taken uit te besteden aan specialistische private partijen, zoals ICT- experts of specialisten op het gebied van de forensische accountancy. Thema 6: betrokkenheid van burgers en bedrijven Het besef groeit dat de politie niet alléén de veiligheidsproblemen kan oplossen. Daarom doet de politie steeds vaker een beroep op burgers en bedrijven bij de aanpak van problemen in de wijk of bij het oplossen van zaken. Projecten zoals ‘De Buurt bestuurt’ in Rotterdam en het landelijk uitrollen van Burgernet en AMBER Alert zijn hier voorbeelden van. Ervaring leert dat burgers een grote bereidheid hebben om met de politie samen te werken. Thema 7: grensoverschrijdende samenwerking Grensoverschrijdende criminaliteit vraagt om bovennationale samenwerking van de Nederlandse politie met de grenslanden. Door Europese regelgeving zal deze bovennationale dimensie van het politiewerk toenemen. Dit varieert van informatie-uitwisseling tot samenwerking op tactisch en operationeel niveau, zoals bijvoorbeeld bij de aanpak van voetbalvandalisme of gezamenlijk opsporingsonderzoek (Joint Investigation Teams). Internationale samenwerking wordt daarom in de toekomst nog belangrijker en vraagt om gerichte sturing. Zeker nu er vanaf 1 januari 2014 een volwaardig Europees intelligencemodel komt (ECIM/Harmony). Speelveldmodel van Boutellier De keeper staat in het doel en vertegenwoordigt het strafrecht. In de achterhoede gaat het om risicobeheersing. Hier zijn verschillende partijen mee bezig. De politie is hier de centrale spelverdeler. In het middenveld staan organisaties met een andere doelstelling, maar die toch van belang zijn voor de veiligheid. Zo zorgen scholen bijvoorbeeld voor een diploma en woningbouwcorporaties voor een leefbare woonomgeving. En dan is er nog de voorhoede die het spel bij voorkeur speelt. Dat zijn de sociale verbanden van burgers in wijken, verenigingen en op internet. Naast de gemeentelijke boa’s en politie hebben scholen, buurtorganisaties en woningbouwcorporaties een rol in het gemeentelijk veiligheidsbeleid. Boutellier beschouwt het veiligheidsdomein als een speelveld waarop de spelers ieder vanuit hun eigen positie een bijdrage leveren aan de veiligheid (interview).
  • 31. 31De toekomst begint vandaag! Thema 8: naast straf worden ook andere waarden belangrijk Terpstra merkt op dat door het toenemend belang van risicomanagement andere waarden dan alleen strafrecht een grotere betekenis hebben gekregen in de reacties op criminaliteit en overlast. In het kader van risicomanagement gaat het bijvoorbeeld om schadelastbeperking, om effectiviteit en efficiency, om aandacht voor preventie en voorzorg. Het gaat niet in de eerste plaats om de dader (diens straf en resocialisatie), maar om de daad. We willen de omstandigheden zo beïnvloeden dat de kans op crimineel gedrag zo klein mogelijk wordt. Deze ontwikkeling is van invloed op de inzet van dwangmiddelen en van opsporingsbevoegdheden. Daarnaast neemt de positie van het slachtoffer in het denken over onveiligheid een steeds belangrijkere plaats in. Deze ontwikkelingen betekenen niet dat het strafrecht minder belangrijk wordt, getuige de belangstelling van de media voor strafzaken en de keuzes van de politiek. Terpstra duidt dit eerder als een hernieuwde fascinatie voor straf en het kwaad. Thema 9: technologie Ook heeft de politie te maken met een breed scala aan nieuwe technologische mogelijkheden op het gebied van onderzoek, preventie en toezicht. Deze ontwikkeling staat niet stil en het is aannemelijk dat er nog vele nieuwe toepassingen zijn te verwachten. Belangrijk is om oog te houden voor onbedoelde neveneffecten van het gebruik ervan en het belang van het fysieke contact met de burger niet uit het oog te verliezen. Beunders noemt in zijn paper (zie pag.48 ) het gevaar dat de politie te zeer gaat vertrouwen op computerinformatie en dat de werkwijze wordt aangepast aan de technologie in plaats van dat de technologie wordt ingezet om het politiewerk efficiënter te maken. Thema 10: nieuwe rechten van de burger Binnen de EU worden de rechten van de burger steeds meer voorwerp van specifieke regelgeving. Dit heeft direct impact op de politiewerking. Denk bijvoorbeeld aan de Salduz-wetgeving, het recht om behandeld te worden in een voor de betrokkene begrijpbare taal, het recht op bescherming, et cetera.
  • 32. 32 De toekomst begint vandaag! 4.Wat betekent dit voor de strategische personeelsprognose? In het voorgaande las u de processen en ontwikkelingen die zich momenteel in onze samenleving afspelen en de gevolgen die ze kunnen hebben voor het werk van de politie. Wat betekenen de geschetste veranderingen voor de strategische personeelsprognose? Dat staat in dit hoofdstuk in de vorm van een ‘eerste richtingaanwijzer voor de toekomst’. Richtingaanwijzer 1 voor de toekomst Het politievak in 2020-2024 is complexer. Gemiddeld is een hoger opleidingsniveau nodig. Nu al blijft het opleidingsniveau van de politie achter bij het gemiddelde opleidingsniveau in Nederland. De politieorganisatie staat in de periode naar 2020-2024 voor de opgave om zich te ontwikkelen van een mbo-organisatie, waarin hbo’ers geleidelijk instromen, maar nog moeilijk een volwaardige plek verwerven, naar een hbo-mbo-organisatie waarin hbo’ers en mbo’ers gelijkwaardig samenwerken. We kunnen constateren dat de rol van de politie in het veiligheidsdomein verandert. Het politiewerk wordt er niet eenvoudiger op, integendeel. Wij verwachten dat het werk veelzijdiger wordt, maar tegelijkertijd ook complexer. Zo vraagt bijvoorbeeld de globalisering om meer kennis van de internationale verdragen, vereist de informatisering dat politiemedewerkers zelf ook goed de weg weten op het internet en is voor de opvang van de bijeffecten van de individualisering enige bekendheid met de achtergronden van afwijkend (groeps)gedrag nodig. De positie van de politie die in de netwerksamenleving in goede verbinding staat met de burgers en met de andere partijen in het veiligheidsdomein, stelt hoge en andere eisen aan politiemedewerkers. Een open houding, gesprekspartner kunnen zijn, verantwoording afleggen en netwerkvaardigheden zijn cruciaal. Maar ook evenwichtigheid, moed en mentale weerbaarheid zijn van groot belang, gezien de agressie die politiemedewerkers in hun werk kunnen ervaren. Daarbij komt dat de ontwikkelingen niet stilstaan. Innovatie van het politievak zal blijvend nodig zijn. Het OM verwacht nu al dat de politie vaker komt met voorstellen voor nieuwe opsporingsmethoden door bijvoorbeeld toepassing van de technologie (interview Westerbeke). Dit alles overziend is de stelling voor de toekomst dat gemiddeld genomen een hoger opleidingsniveau nodig zal zijn om het complexere politiewerk in de moderne, goed opgeleide samenleving te kunnen doen. Zeker ook, omdat het opleidingsniveau nu al achterblijft bij het gemiddelde opleidingsniveau van de burger (paper Beunders). Volgens cijfers van het CBS heeft dertig procent van de Nederlandse beroepsbevolking in 2012 een opleiding gevolgd op hbo- of universitair niveau (Ministerie van OCW / CBS Statline).
  • 33. 33De toekomst begint vandaag!
  • 34. 34 De toekomst begint vandaag!
  • 35. 35De toekomst begint vandaag! 5. Dit is de ambitie van de politie 6. De medewerker Intake in 2020 7. De wijkagent en agent op straat in 2020 8. De rechercheur in 2020 9. De informatiemedewerker in 2020 10. Wat betekent dit voor de strategische personeelsprognose? Deel 2 Wat verwacht de politie van medewerkers in 2020-2024?
  • 36. 36 De toekomst begint vandaag! 5. Dit is de ambitie van de politie De Nederlandse samenleving verandert van een hiërarchische, verzuilde maatschappij in een meer open netwerksamenleving. We gaan ervan uit dat in deze nieuwe samenleving de missie van de nationale politie ongewijzigd blijft: waakzaam en dienstbaar aan de waarden van de rechtsstaat. Aannemelijk is dat ook in de netwerksamenleving van de politie wordt gevraagd om te beschermen, te bekrachtigen of te begrenzen. De manier waarop de politie dit doet, kan wel veranderen. Wat verwachten anderen van de politie? Burgers en bedrijven verwachten service en gemak als zij een aangifte willen doen of een voorval willen melden. Vervolgens stellen zij het op prijs te worden geïnformeerd over de wijze van afhandeling. Ze zijn bereid om mee te denken over het vergroten van de veiligheid in hun eigen wijk of om de politie te helpen in opsporingszaken. Ook de vele partners met wie de politie samenwerkt, verwachten een gelijkwaardige rol. Zij zien bijvoorbeeld graag dat de politie niet alleen informatie bij hen opvraagt, maar ook zelf informatie deelt. Met de visie en strategische thema’s, zoals opgenomen in het Inrichtingsplan, speelt de nationale politie op deze verwachtingen in. Gebiedsgebonden politiewerk In 2020-2024 staat de nationale politie stevig op haar benen en hebben de plannen ruimschoots hun vruchten afgeworpen. De nationale politie heeft zich dan ontwikkeld tot een meer naar buitengerichte organisatie met slagkracht. Een organisatie die betere politieprestaties neerzet en zich dienstverlenend naar de burger opstelt. Burgers hebben vertrouwen in de politie. Gebiedsgebonden politiezorg is het uitgangspunt voor het werk op lokaal niveau. Dit strekt zich uit over alle politieprocessen. Kern is dat de politie lokaal is ingebed en vanuit die positie samen met burgers en partners werkt aan duurzame oplossingen van de veiligheidsvraagstukken die zich in de wijk voordoen. De politiemedewerkers staan dicht bij de burgers. Kennen en gekend worden, is het adagium. Bij gebiedsgebonden politiezorg is veiligheid het resultaat van lokale, integrale benadering, in samenhang met regionale en nationale bundeling van krachten (Van Os, 2011). De nationale politie kiest voor de doorontwikkeling van probleemgerichte, gebiedsgebonden politiezorg. Daarin wordt ook rekening gehouden met het verschijnsel dat gemeenschappen vaak niet gebiedsgebonden zijn, maar zich vormen rond scholen, sportclubs, uitgaansgelegenheden, en op internet rond discussiesites en games (paper Winsemius, zie pagina ). Winsemius wijst in dit verband op succesvolle experimenten met ‘schoolagenten’ en ‘woonwagenagenten’. Deze functionele benadering zal ook volgens Bruggeman meer nodig zijn (interview). Intern betekent gebiedsgebonden politiewerk dat de schotten tussen de verschillende werkprocessen verdwijnen. Het werkproces is niet meer leidend voor de organisatie van het werk en de taken van de politiemedewerker. Hij is breed opgeleid. Binnen zijn bevoegdheden doet hij wat in een bepaalde context nodig is. De indeling in hoofdprocessen wordt alleen nog gebruikt om de kwaliteit van het proces te verbeteren. ‘Je werkt bij de politie en niet bij de opsporing, ook al ligt op dat terrein je expertise’ (interview Van Griensven).
  • 37. 37De toekomst begint vandaag! Dit alles overziend, schetsten we tijdens een van de expertmeetings voor 2020 het volgende beeld van de politie als burgergerichte organisatie. In 2020 is de nationale politie al enkele jaren één organisatie. En dat merken de burgers en bedrijven. Overal kun je op dezelfde manier aangifte doen en je hoeft je verhaal maar één keer te vertellen. En ook voor bedrijven is het gemakkelijker geworden. Een afspraak met de politie in Groningen geldt eveneens in Zierikzee. Ze ervaren ook de flexibiliteit van de politie. Als zich een incident voordoet, is de politie snel ter plaatse en schaalt makkelijk op en af, al naargelang dat in die situatie nodig is. Burgers en bedrijven zijn te spreken over de slagkracht van de agent op straat. Ze ervaren de ruimte die hij heeft om adequaat een probleem aan te pakken. Burgers en politie kennen elkaar. Samen bepalen ze welke veiligheidsproblemen in de wijk prioriteit hebben. Omgekeerd doet de politie een beroep op de burger als het gaat om het oplossen van opsporingszaken en nodigt hem uit om mee te denken. Kortom, de burger en politie kennen elkaar. Zij werken samen met vele andere partners aan duurzame oplossingen. Na jarenlange inspanningen is de politie de burgergerichte organisatie geworden die ze al zo lang wilde zijn. En de politiemedewerkers? Zij zijn degenen die deze ambitie moeten waarmaken. Welke kwaliteiten hebben ze hiervoor nodig? Aan de hand van de werkprocessen in de operaties: intake, noodhulp, handhaving, opsporing en intelligence werken we deze vraag in de volgende hoofdstukken uit. Per proces geven we een korte algemene beschrijving van de ontwikkelingen in het proces en van de ruggengraatfunctie in dat proces, waarbij we handhaving en noodhulp samen nemen. Ter illustratie hebben wij hiervoor vijf persona’s ontwikkeld, waarbij we ons realiseren dat met name de persona in de handhaving in de praktijk in elk proces werkzaam is. Een persona is een ideaaltypische beschrijving van de kernfunctie in het betreffende werkproces. Een geabstraheerde figuur als handvat voor de ontwikkeling van de strategische personeelsprognose. In de praktijk zullen de beschreven taken over meerdere personen verdeeld zijn.
  • 38. 38 De toekomst begint vandaag! 6. De medewerker Intake in 2020 De intakefunctie is de frontoffice van de politieorganisatie. Hier vindt het eerste contact met de burger plaats. Hoe ziet die functie er in de toekomst uit? Medewerker Intake Tanja in 2020-2024 Tanja heeft het eerste contact met de burger en wekt vertrouwen door haar professioneel optreden. Zij realiseert zich in houding en gedrag waar de politie voor staat en hoe belangrijk het contact met de politie voor de burger is. Tegelijkertijd heeft de politie de burger ook nodig om goed politiewerk te leveren: mensen in nood beschermen en tegelijk de mensen begrenzen die zich te veel in de publieke ruimte permitteren of strafbare feiten plegen. Graag draagt ze haar steentje bij aan de rol die de politie in de maatschappij als beschermer van de waarden van de rechtsstaat heeft. o Tanja is het visitekaartje van de politie. Bij haar komen de meldingen, aangiftes en informatieverzoeken binnen. Zij zorgt dat de burger goed en snel wordt bediend door de juiste collega in te schakelen. Meldingen kunnen soms een incident lijken, maar ze weet maar al te goed dat een incident ook heel betekenisvol kan zijn en kan verwijzen naar een structurele misstand. Ze is daarom altijd alert en zorgt voor een goede mentale conditie. o Tanja is een informatieverwerker. Zij zorgt voor een juiste vastlegging van gegevens in de systemen. Zij leest ook de berichten van de wijkagenten, zodat zij weet wat er in haar gebied speelt. Zo nodig zoekt zij gegevens op in de systemen van partnerorganisaties. Ze weet haar weg hierin goed te vinden. o Tanja is een snelle beslisser en heeft overwicht. Met de beschikbare informatie bepaalt zij zelfbewust wat er moet gebeuren. Zeker als bij haar een spoedeisende melding binnenkomt. Dan schakelt ze snel de meldkamer in. o Tanja is een organisator. Ze schakelt tussen de verschillende aangiftes, meldingen en informatieverzoeken die zich aandienen, zonder het overzicht en de voortgang van zaken uit het oog te verliezen. o Tanja is een dienstverlener. Zij maakt verbinding met de burger, informeert hen over het verloop van de aangiftes en geeft informatie. Ze handelt integer en betrouwbaar. o Tanja is een mensenkenner. Ze staat midden in de maatschappij en kan goed inschatten wat er aan de hand is en doorschakelen naar de juiste kanalen in de eigen organisatie. o Tanja is een ervaren collega. Zij informeert de wijkagent en rechercheur over de meldingen en aangiftes die zijn binnengekomen en over het verloop daarvan. Samen bespreken ze hoe de zaken zijn gegaan en leren hier samen van. Ze is een gelijkwaardige gesprekspartner en geeft haar indrukken die zij in het contact met de melder heeft gekregen. Ze vormen een professioneel team met een open oriëntatie, elkaar goed aanvullend en waarin het heel gewoon is elkaar feedback te geven. o Tanja is mbo-opgeleid en kent het werk op straat uit eigen ervaring. Ze is erg gemotiveerd voor het politiewerk en is zich bewust van de morele aspecten ervan.
  • 39. 39De toekomst begint vandaag! Dienstverleningsconcept Uit onderzoek van het CBS blijkt dat de tevredenheid van de burger over de politie sterk wordt bepaald door de contacten die hij met de politie heeft opgedaan. Vooral de tevredenheid over contacten in het kader van een aangifte, melding of een verzoek om hulp blijken van invloed te zijn op het oordeel over het functioneren van de politie (CBS, Sociaaleconomische trends, tweede kwartaal 2012). Daarnaast draagt ook een vriendelijke ontvangst, korte wachttijden en voorzieningen in de wachtruimte (koffie, leesvoer en dergelijke) bij aan de tevredenheid van burgers (interview Goldsmits). Om tegemoet te komen aan de hoge verwachtingen van de burgers voert de nationale politie het dienstverleningsconcept in. Het dienstverleningsconcept houdt in dat de politie bereikbaar, betrokken en beschikbaar is en fysiek of virtueel dicht bij de burger staat (Inrichtingsplan). Concreet uitgewerkt betekent dit dat de burger in zijn directe contact met de politie een politieorganisatie ervaart die: Bereikbaar is o 24 uur per dag, zeven dagen in de week. Service en gemak biedt o Via meerdere kanalen kan de burger een melding of aangifte doen. Zo kan hij kiezen wat voor hem het gemakkelijkst en snelst werkt. o Ook een afspraak voor een melding, aangifte of gesprek is snel gemaakt. Snel en adequaat handelt o De politie handelt meldingen, aangiftes en vergunningen binnen afgesproken termijnen af. Informeert o De burger weet wat hij van de politie kan verwachten. Ofwel, de politiemedewerker informeert de burger over wat de politie met een melding of aangifte gaat doen, heeft gedaan en wat het verloop en de uitkomsten van de acties zijn. Aanspreekbaar en toegankelijk is o Een afspraak maken is niet altijd nodig. o De burger weet bij wie hij moet zijn en bij wie hij terechtkan voor het vervolg. o De burger kent de wijkagent en kan weten wat hij doet. Adviseert o De politieorganisatie geeft adviezen over het voorkomen van overlast en criminaliteit. o De politieorganisatie verwijst naar andere hulpinstanties, zoals slachtofferhulp of jeugdzorg. Vertrouwen van de burger heeft o De politie opereert zichtbaar en met autoriteit in de publieke ruimte. Is vriendelijk en verbindend, stevig en duidelijk. Al naar gelang in de situatie nodig is.
  • 40. 40 De toekomst begint vandaag! Het dienstverleningsconcept is vanuit het intakeproces ontwikkeld1 en bij de vorming van de nationale politie is dit concept leidend voor alle politiemedewerkers die in contact staan met burgers. Kenmerken van de intakefunctie2 De intakefunctie is de frontoffice van de politieorganisatie. Hier vindt het eerste contact met de burger plaats. U ziet hieronder een aantal kenmerken van de functie van medewerker Intake. Ze zijn van betekenis voor de kwaliteiten waarover iemand moet beschikken om de functie aan te kunnen. Het zijn kenmerken die nu al actueel zijn, maar waaraan in de komende jaren bij de vorming van de nationale politie meer concreet invulling wordt gegeven. Met andere woorden: het gaat om een doorontwikkeling van de intakefunctie. Dit is overigens een proces dat steeds verder gaat door invloed van de veranderingen in de maatschappij. De medewerker Intake zal hierop telkens moeten kunnen inspelen. Kenmerk 1: Kwaliteit staat centraal Kwaliteit staat in het intakeproces centraal. In de woorden van Marlies Goldsmits: ‘Het adagium is één keer goed én volledig. Het is bijzonder slordig als bij de aangever verschillende keren zaken moeten worden nagevraagd. Dit getuigt niet van professionaliteit. Ook empathie is belangrijk in het contact met de burger. Zo kan de burger toch tevreden weggaan, ook als de politiemedewerker hem niet heeft kunnen helpen’ (interview Goldsmits). Een burger belt de politie om een gevonden voorwerp door te geven. Bij doorvragen blijkt het te gaan om een kinderfietsje dat de burger heeft aangetroffen aan de kant van het Amsterdam- Rijnkanaal. De medewerker Intake schakelde hierop de noodhulp in, die constateerde dat er een klein meisje was verdronken. Een kernvaardigheid van de medewerker Intake is dan ook dat hij een aangifte, melding of verzoek om informatie goed op waarde weet te schatten. Is het doen van een aangifte wel effectief of is het wellicht beter om de burger een alternatief aan te bieden, omdat de politie niets voor hem kan betekenen? Of is het beter om een wijkagent in te schakelen om het probleem op te lossen? Tegelijkertijd kan een eenvoudige melding verwijzen naar een ernstige, gecompliceerde zaak waarin snel en adequaat politieoptreden is vereist (zie voorbeeld in kader). Een goed oordeelsvermogen, alertheid en de vaardigheid om door te vragen zijn daarom belangrijk. Kenmerk 2: Intake als eerste schakel in proces Voor een adequate afhandeling van de meldingen, aangiftes of informatieverzoeken heeft de medewerker Intake zijn collega’s nodig. Hij werkt in de frontoffice, maar kent tegelijkertijd goed de weg in de politieorganisatie. Hij kent de werkprocessen en weet wie hij moet inschakelen om ervoor te zorgen dat de aangifte of melding goed wordt afgehandeld. De kwaliteit van de dienstverlening die de medewerker biedt, kan dus niet los worden gezien van de wijze waarop meldingen en aangiftes door andere collega’s worden opgevolgd. Samen bepalen zij het beeld dat burgers van de dienstverlening van de politie heeft. Een citaat uit het onderzoek ‘De tweede frontlijn’ van de Politieacademie (Uden, e.a. 2012): ‘Voor de wijze waarop de aangifte is opgenomen, wil ik nog wel een 7 geven. Maar de verdere afhandeling is voor mij nog geen 4 waard.’ Belangrijk is dan wel dat een aangifte of melding kwalitatief goed wordt opgenomen, zodat de collega’s die de opvolging doen ook weten wat ze moeten doen. Feitelijk gaat het om het sluitend organiseren van het gehele doorstroomproces, van intake tot en met afhandeling, zodat de melding effectief en met een korte doorlooptijd wordt afgehandeld. De medewerker Intake heeft daarin een regisserende rol. Ook waar het de samenwerking met de ketenpartners betreft en de politie voor de afhandeling van een zaak van hen afhankelijk is. 2 Het betreft de werkzaamheden van het Regionaal Servicecentrum. 1 Het dienstverleningsconcept is op het moment van het schrijven van deze nota nog niet formeel vastgesteld.
  • 41. 41De toekomst begint vandaag! Kenmerk 3: Toenemende mondigheid De medewerker Intake heeft te maken met toenemende mondigheid van de burger en de toegenomen verwachting dat de politie voor zijn veiligheid zorgt. De burger die als het ware zijn veiligheid claimt en die ontevreden is als de politie dit niet kan waarmaken. Door de medewerker Intake kan deze mondigheid ervaren worden als verbale agressie. Voor de medewerker Intake is het belangrijk om dit gedrag te begrijpen en te onderscheiden van agressie door onmacht of onbegrip. Dit veronderstelt bij de medewerker Intake de nodige mentale en morele weerbaarheid. De onderzoekers van de Politieacademie spreken om die reden van de ‘tweede frontlijnfunctie’ (Uden, e.a. mei 2012). Kenmerk 4: Ingewikkelder aangiftes Er zijn verschillende kanalen waarlangs burgers aangifte kunnen doen: digitaal, telefonisch, beeldschermaangifte (2D via skype of webcam, of 3D in speciaal ingerichte ruimtes) of fysiek op het teambureau. Door deze mogelijkheden worden vooral de complexere aangiftes, fysiek, op het teambureau gedaan. De medewerker Intake die onderdeel uitmaakt van het robuuste team krijgt daarbij steeds vaker te maken met de mondige burger. Kenmerk 5: Technologie De digitalisering is ook van invloed op het werk van de medewerker Intake. Cybercrimeaangiftes opnemen is een nieuw specialisme. Verwacht mag worden dat de medewerker Intake met deze ontwikkelingen meegroeit en nu al goed zijn weg weet te vinden op de digitale snelweg en de social media. Wat betekent dit voor de medewerker Intake? Bovenstaande kenmerken hebben betekenis voor de kwaliteiten waarover een medewerker Intake moet beschikken. De rol van de frontoffice als gezichtbepalende functie van de politie, de afhandeling van zwaardere aangiftes en de regisserende rol in het gehele proces van afhandeling maken de functie zodanig complex dat de medewerker Intake minimaal een mbo-niveau nodig heeft. Hij kent het werk op straat goed, vooral uit eigen ervaring. Daarnaast zijn persoonlijke eigenschappen nodig zoals empathie, overwicht en mentale weerbaarheid. Dit is dan ook onze tweede richtingaanwijzer voor de toekomst. Richtingaanwijzer 2 voor de toekomst De medewerker Intake is het visitekaartje van de politieorganisatie. Een mbo-niveau is nodig plus een aantal persoonlijke eigenschappen. Intake is de frontoffice van de politieorganisatie. De medewerker intake is het visitekaartje van de politie, kent de werkprocessen van de politie en weet wie hij moet inschakelen om te zorgen voor een adequate afhandeling van de aangifte of melding. De medewerker Intake moet kunnen inschatten welk manier van aangifte doen in de gegeven situatie het meest passend is. Hij heeft een goed oordeelsvermogen nodig om de meldingen en aangiftes op waarde te schatten. Daarnaast zijn specifieke persoonlijke eigenschappen en vaardigheden nodig om afhandeling in goede banen te leiden en de (mondige) burger te woord te staan. Denk aan: empathie, overwicht en mentale weerbaarheid. Hij zorgt ervoor dat hij het werk op straat goed kent, vooral uit eigen ervaring.
  • 42. 42 De toekomst begint vandaag! 7. De wijkagent en agent op straat in 2020 Gebiedsgebonden politiezorg is voor de nationale politie het uitgangspunt voor het werk op lokaal niveau. De nationale politie als burgergerichte organisatie kiest daarin voor een contextgedreven3 manier van werken en maakt bij het toedelen van werk niet langer onderscheid in handhaving en noodhulp. Om tot betere politieprestaties te komen en het vertrouwen in de politie te vergroten, is de opgave voor de korte en lange termijn om het contextgedreven werken in de nationale politie vorm te geven. Wat betekent dit voor de wijkagent en agent op straat? 3. Dit begrip is uitgewerkt door de werkgroep Sezen / Bascole: ‘Omdat de samenleving eraan toe is’, Augustus 2011
  • 43. 43De toekomst begint vandaag! Agent op straat Sam in 2020-20241 Sam is gedreven om goed politiewerk te leveren, om betekenis te hebben voor de mensen in zijn wijk. Hij is zich bewust van de rol en morele positie van de politie in de rechtsstaat. Hij wil van daaruit de mensen beschermen die in de verdrukking dreigen te komen én paal en perk stellen aan de mensen die zich te veel ruimte permitteren. Hij draagt actief bij aan de bevordering van de veiligheid in de wijk en wekt vertrouwen door zijn zelfbewuste uitstraling en zijn professioneel, moedig en integer handelen. Sam is mbo/hbo opgeleid aan de Politieacademie. o Sam voelt zich verbonden met de burgers in de wijk waar hij werkt, kent de problematiek, de bewoners, de bedrijven en instellingen. Hij werkt contextgedreven. Hij maakt gebruik van de professionele standaarden en bepaalt telkens weer wat in een bepaalde situatie nodig is. Zo geeft hij adequaat invulling aan zijn professionele ruimte. Hij is zich daarbij bewust van de morele aspecten van de keuzes die hij maakt. En is hierop ook aanspreekbaar. o Sam is een waarnemer. Hij werkt vanuit een open oriëntatie. Hij observeert situaties, herkent normafwijkend gedrag in de gegeven context en heeft snel door wat er aan de hand is. Hij treedt handelend op, zich baserend op realtime intelligence. Hij heeft geen barrières om iemand ongeacht diens uiterlijk staande te houden. Hij is hiervoor goed toegerust. Spreekt goed Engels, weet zijn weg te vinden in de internationale regelgeving en verschillende rechtssystemen. o Sam is een snelle schakelaar. Hij komt op een dag in veel verschillende situaties en contexten terecht en heeft dan ook een uitgebreid gedragsrepertoire. Hij verbindt zich met de mensen in de situatie en doet wat nodig is: mensen beschermen, begrenzen of juist bekrachtigen. Handhaving en opsporing gaan bij hem hand in hand. Hij heeft mentale veerkracht en een goed moreel kompas. o Sam heeft een goede kennis van het (groeps)gedrag van mensen. Hij herkent psychologische problematiek en weet daarnaar adequaat te handelen. Heeft overwicht en is evenwichtig. o Sam is een stoere dienstverlener. Dit komt hem goed van pas als hij een noodhulpmelding krijgt. Hij treedt stevig op én is sterk in de relatie met de burger, van welke bevolkingsgroep dan ook. Hij handelt snel en adequaat, geeft informatie en koppelt terug. Hij heeft een stevige eigen kern. Een goede mentale en fysieke conditie is voor hem de basis. o Sam is een digitale voorloper. De virtuele wereld is hem net zo vertrouwd als de fysieke wereld. Die werelden zijn verweven met elkaar. Actief communiceert hij via de sociale media met de burgers en zijn collega´s. Ook de hardware heeft voor hem geen geheimen. o Sam is informatieverwerker. Hij weet dat informatie de basis is van goed politiewerk. Hij kan goed overweg met de informatie die hij van de meldkamer meekrijgt en zorgt ervoor dat zijn eigen bevindingen goed in de systemen komen. o Sam is een signaleerder. Hij is zich steeds bewust dat voorvallen of incidenten signalen kunnen zijn van een dieper liggend structureel probleem. o Sam is een collega. Hij wisselt informatie uit met zijn collega’s. Ze werken als team goed samen, geven elkaar feedback en staan open voor veranderingen. Zo vormen ze samen een sterk team met veel respect voor elkaars verschillen. 1. Tijdens de expertmeetings spraken we nog van medewerker noodhulp.
  • 44. 44 De toekomst begint vandaag! Wijkagent Robin in 2020-2024 Robin is gedreven om goed politiewerk te leveren, om betekenis te hebben voor de mensen in haar wijk. Zij wil de mensen beschermen die in de verdrukking dreigen te komen én als handhaver paal en perk stellen aan de mensen die zich te veel ruimte permitteren. Zij draagt haar steentje bij aan de opsporing van zaken en is zich dagelijks bewust van de rol die de politie als beschermer van de waarden van de rechtsstaat heeft. Zij zal er alles aan doen om de veiligheid in haar wijk te bevorderen. o Robin is een netwerker en verbinder pur sang. Zij kent haar wijk door en door. Omdat ze het merendeel van haar tijd in de wijk doorbrengt en toegankelijk is, kennen de burgers en bedrijven haar ook goed. Zij volgen wat zij doet via de sociale media. Robin werkt contextgedreven en gebruikt de professionele standaarden om haar werk te doen, gebruikmakend van de beschikbare ruimte wanneer de situatie daar om vraagt. Ze heeft flexibele werktijden. o Robin is het boegbeeld van de politie, een buurtregisseur. Als vertegenwoordiger van de politie straalt zij zelfvertrouwen uit. Zo heeft zij het vertrouwen van burgers en bedrijven. Die weten haar te vinden als er zich een incident voordoet of als zij relevante informatie hebben. Robin voelt zich, maatschappelijk geëngageerd als ze is, thuis in haar wijk, tussen alle verschillende bevolkingsgroepen. Zij heeft een groot gedragsrepertoire en weet vanuit een sterke eigen kern telkens passend te handelen, al naar gelang in de context nodig is. Ze beschikt over de nodige emotionele veerkracht, is moedig en integer, en heeft een goed moreel kompas. o Robin is een initiator. Zij signaleert problemen en thema’s die om een structurele aanpak vragen. Initiatieven van burgers bekrachtigt zij en brengt zij verder. Samen met de informatieanalist en rechercheur stelt zij plannen van aanpak op en voert deze samen met hen én de burgers uit. Ook de medewerkers van de intake en de agenten op straat betrekt zij erbij. Als sterk team werken ze goed samen, zij spreken elkaar aan op gedrag en leren van elkaar. o Robin is een teamplayer en verbinder. Zij werkt samen met de gemeente, burgers en bedrijven aan de oplossing van actuele en veelvoorkomende problemen in de wijk op het gebied van leefbaarheid en criminaliteit. In die contacten merkt ze dat ze veel profijt heeft van haar hbo-niveau en haar ervaring bij andere bedrijven in de veiligheidssector, Ze voelt zich een gerespecteerd gesprekspartner. Ze opereert transparant en open. Geeft en deelt informatie. Koppelt terug. Een betrouwbare, sociaal vaardige partner met wie goede afspraken zijn te maken. o Robin is een praktijkonderzoeker. Zij zoekt op basis van gegevens en informatie naar goede oplossingen en kijkt wat binnen de gestelde grenzen mogelijk is. Heeft oog voor de internationale aspecten van het politiewerk. Weet haar weg te vinden in de internationale regelgeving en de verschillende rechtssystemen. Zij beschikt over de nodige talenkennis. Stelt zich nogal eens de vraag of een incident niet verwijst naar meer complexe vraagstukken die om een andere aanpak vragen. Ze pikt signalen op die kunnen verwijzen naar landelijke opsporingsprioriteiten. o Robin is een fijne collega. Zij kent haar eigen organisatie goed en weet bij wie zij moet zijn om problemen in de wijk te bespreken. Nauwe contacten heeft zij in elk geval met de rechercheurs van het basisteam, de informatieanalist, de collega’s op straat en die van de meldkamer/intake. Maar ook daarbuiten weet zij haar weg te vinden. Met name als zij experts wil inschakelen die haar verder kunnen helpen bij de aanpak van de ingewikkelde problemen in haar wijk.
  • 45. 45De toekomst begint vandaag! Contextgedreven werken In de huidige praktijk van het politiewerk hebben systemen, protocollen en regels grote invloed op de manier waarop de politiemedewerker zijn werk doet en hoeveel tijd hij beschikbaar heeft voor het werk op straat. Door op lokaal niveau meer contextgedreven te werk te gaan, komt meer tijd vrij voor het werk op straat en krijgen agenten hun vak weer terug. (Onderzoeksrapport ‘Omdat de samenleving er aan toe is’, 2011). Het betekent dat vragen en problemen die zich in de wijk voordoen leidend zijn voor de aanpak en werkwijze die in die situatie nodig is – en dus niet de systemen, protocollen en regels. Politiemensen ervaren hierdoor een herwaardering van hun vak. Zij vinden dat ze er weer meer voor de burger kunnen zijn. Het verlenen van noodhulp aan burgers is de kerntaak van alle politiemensen. Oftewel: prio1 is voor iedereen. Voor prio 2 doen de medewerkers van de meldkamer een beroep op de wijkagenten en de agenten op straat. Het systeem zal de medewerker meldkamer aangeven welke auto het snelst bij het incident kan zijn. Dit hoeft niet de auto te zijn die het meest dichtbij is (interview Koopmans). Als degene die wordt weggeroepen in gesprek is met een burger of partner licht de politiemedewerker toe waarom hij wordt weggeroepen en wanneer hij het gesprek weer hervat. De overige meldingen worden aan de agenten op straat en wijkagenten ter beschikking gesteld. Zij handelen deze meldingen af binnen hun reguliere werkzaamheden en werken waar nodig onderling samen. Contextgedreven werken vraagt om professionele ruimte die wordt ondersteund door professionele standaarden. Standaarden waarvan zij zich mede-eigenaar voelen, die voor hen in de dagelijkse praktijk betekenis hebben en praktisch hanteerbaar zijn. Passende standaarden waaraan politiemedewerkers hun vakmanschap en hun kracht kunnen ontlenen. Vakmanschap dat hoge eisen stelt aan vakkennis, houding en gedrag en waarbij de politiemedewerker weet wat hem te doen staat, juist als die standaarden tekortschieten. (paper Noordegraaf zie pag. 56). Contextgedreven werken betekent ook dat de tegenstellingen tussen openbare orde en opsporing vervagen. De wijkagent en de agent op straat verrichten het hele palet aan werkzaamheden dat zich voordoet. Dit kan het opnemen van een aangifte zijn, het verhoren van een verdachte, het verlenen van bijstand bij een ernstig verkeersongeval in de wijk, het beslechten van een burenruzie, het doen van onderzoek naar verdachte bewegingen rondom een woonhuis, of het monitoren van het gedrag van jongeren op hun hangplek. Zomaar enkele voorbeelden uit de grote variëteit van het dagelijkse politiewerk in de wijk, waarin bovendien noodhulpverzoeken een geïntegreerd onderdeel van het werk zijn geworden (zie kader).
  • 46. 46 De toekomst begint vandaag! Wat is contextgedreven, gebiedsgebonden werken? De wijkagent en de agent op straat zijn de centrale medewerkers die concreet invulling geven aan het contextgedreven, gebiedsgebonden werken, inclusief de noodhulp. Gerelateerd aan de eerder geschetste maatschappelijke processen benoemen we hieronder enkele facetten van het politiewerk die van belang zijn voor de kwaliteiten waarover de wijkagent en de diender op straat moeten beschikken om hun werk goed te kunnen doen. Deze facetten zijn op zich niet nieuw, maar krijgen concreet vorm in de context van de nationale politie. Gezien de geschetste maatschappelijke processen en trends is de verwachting dat deze kenmerken ook op de langere termijn van belang blijven en zich in de loop der jaren zullen doorontwikkelen. Kenmerk 1: informatiegestuurd De nationale politie zet in op een informatiegestuurde politie. Dit betekent voor de wijkagent en de agent op straat dat zij (gaan) werken op basis van informatie. Zij beschikken dan over de nodige achtergrondinformatie als zij opdrachten uitvoeren. Als zij naar een melding toegaan, krijgen ze realtime informatie over de situatie en eventuele voorgeschiedenis mee. Voor de aanpak van fenomenen en het opstellen van plannen van aanpak zijn de nodige analyses beschikbaar. Omgekeerd leveren de wijkagent en de agent op straat realtime gegevens aan. Kenmerk 2: netwerkend werken Als handhaver van de openbare orde kan de politie structurele problemen in een wijk of buurt niet alleen aanpakken, maar heeft zij andere partijen nodig. In het kader van het integrale veiligheidsbeleid van de gemeente of de rijksoverheid werkt de politie samen met burgers, het OM en maatschappelijke organisaties. De politie heeft hierin vanuit haar informatiepositie een belangrijke signalerende en adviserende rol en zal in de toekomst steeds meer bereid moeten zijn om deze informatie te delen. Let op: De burger heeft niet alleen de politie nodig. De politie heeft ook de burger nodig. Deze relatie werken we uit in het werkproces ‘opsporing’. Kenmerk 3: burgergericht De burger wil meer invloed hebben op de aanpak van veiligheid en criminaliteit in de eigen wijk of buurt. Welke zaken dienen bij voorrang te worden aangepakt? Hiermee zijn inmiddels goede ervaringen opgedaan in bijvoorbeeld Rotterdam met het project ‘De Buurt bestuurt’. Binnen de politieorganisatie vraagt dit overigens om een goede samenwerking tussen de verschillende politiemedewerkers in de verschillende politieprocessen. Beunders en Winsemius zien in hun papers een groeiende rol van de politie op buurt- en wijkniveau, die de belangen van de bevolking op lokaal niveau behartigt. Winsemius merkt daarbij op dat de politie in haar samenwerking met burgers het evenwicht zal moeten zien te vinden tussen loslaten en steunen. ‘(Groepen) burgers moeten, samen met ‘hun’ politiemensen, de ruimte krijgen om aan de frontlijn inhoud te geven aan een grotere eigen verantwoordelijkheid. Zij moeten daarvoor het eigenaarschap ervaren, maar tegelijk ook zeker zijn van de rugdekking van hogerhand voor hun initiatieven. Als de sterke hand noodzakelijk is, moet de politie bovendien nabij zijn.’ Beunders spreekt in dit verband van horizontalisering met behoud van een verticale positie voor de politie.
  • 47. 47De toekomst begint vandaag! Vertrouwen in de politie Pieter Winsemius, Annemarth Idenburg, Marijke Rem Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid Investeer in nieuwe vormen van binding met burgers! Hoe kan de politie in verbinding blijven met burgers? In deze paper stelt Winsemius dat er een stevige basis is voor burgerbetrokkenheid. Wel is een gedifferentieerde aanpak nodig. Daarbij is het belangrijk dat de politie op zoek gaat naar sleutelfiguren in een wijk of buurt die in staat zijn hun achterban mee te nemen en de verbinding te leggen met de politie en andere instellingen. Bij groepen minder toegeruste burgers kunnen deze sleutelfiguren ontbreken en in die gevallen ligt er een belangrijke rol voor buurtagenten, aldus Winsemius. Zij zullen het evenwicht moeten vinden tussen steunen en loslaten. Om de wisselwerking tussen burgers en ‘dienders’ nog meer te versterken, is het nodig om te investeren in nieuwe vormen van binding. Winsemius geeft vier vormen van binding. De eerste vorm is: eigen kracht door samenbinding. Frontlijnsturing en de eigen kracht van de gemeenschap zijn het uitgangspunt waarbij de politie solide in de gemeenschap is verankerd. Scherp houden door dwarsbinding is de tweede vorm. Het gaat hier om allerlei vormen van informatie-uitwisseling en nieuwe ideeën die kunnen worden ingebracht. Vervolgens komt tegenbinding aan de orde: burgers die elkaar niet kennen en alleen gezamenlijk belang hebben bij een civiele – ‘fatsoenlijke’ – omgang. Zij creëren in de toevallige ontmoeting nieuwe spelregels en gaan elkaar als ‘vertrouwde vreemden’ zien. Ten slotte is er de bovenbinding waarbij beleidsmakers en politici openstaan voor de inbreng van de frontlinie. Kenmerk 4: virtuele en fysieke aanwezigheid Het gebruik van internet en social media zijn niet meer weg te denken in het werk van de wijkagent en de agent op straat. Verondersteld mag worden dat dit komende jaren alleen maar verder zal toenemen en steeds belangrijker zal worden voor de informatie-uitwisseling met de buurt. Beunders stelt in zijn paper (zie pag. 48) dat internet en social media de kern worden van het politiewerk in de buurt. Tegelijkertijd wijst hij erop dat het noodzakelijk is dat de politie meer present is in de publieke ruimte. Ofwel, de wijkagent en de agent op straat zijn aanwezig in de fysieke wereld én bewegen zich tegelijkertijd moeiteloos in de virtuele wereld. Ook in de virtuele wereld zijn immers handhaving en opsporing aan de orde. Hierdoor veranderen tegelijkertijd de werkomstandigheden en de manier van samenwerken. Net als nu voor kantoormedewerkers, zal ook voor de politie op straat een deel van het werk tijd- en plaatsonafhankelijk kunnen worden gedaan.
  • 48. 48 De toekomst begint vandaag! Kenmerk 5: van wijk tot wereld Door de in deel 1 beschreven ontwikkelingen is de verwachting dat het internationale perspectief van het politiewerk op straat belangrijker wordt. Vaak kortweg aangeduid als ‘van wijk tot wereld’. Veiligheidsincidenten en fenomenen in een wijk kunnen verbonden zijn met internationaal georganiseerde misdaad. Hierdoor gaan handhaving en opsporing meer hand in hand voor de wijkagent of voor de agent op straat. Op het gebied van de Europese regelgeving zijn veel ontwikkelingen gaande die ook van belang zijn voor de politiemedewerkers op straat. We noemden eerder al het Europese opsporingsbevel, maar ook de nieuwe Salduz-plusregeling is als voorbeeld te noemen. Zie kader. Dilemma’s voor de politie in maatschappij 3.0. Gevraagd: ‘de gevorderde diender’ Prof.dr. Henri Beunders, hoogleraar Geschiedenis van Maatschappij, Media en Cultuur aan de Erasmus Universiteit Een moderne diender is zichtbaar op internet en op straat! Wat betekenen social media en internet voor het politiewerk? Die vraag beantwoordt professor Beunders in zijn paper. Een van de boodschappen die hij geeft, is dat het politiewerk de laatste decennia weliswaar sterk is beïnvloed door technologische uitvindingen, maar dat de kern van het politiewerk niet is veranderd. Politiewerk gaat om de mens. En de natuur van de mens verandert niet of nauwelijks. Wij hebben nu dezelfde angsten en verlangens als de eerste Homo Sapiens. Wij zijn holbewoners. Telkens als er een conflict is tussen onze primitieve verlangens en de moderne technologie zullen die primitieve verlangens het winnen. Als we de keuze hebben tussen high tech en high touch zullen we altijd kiezen voor high touch. Voor de politie moet daarom de mens als ‘oermens’ het uitgangspunt blijven. Wel is natuurlijk de maatschappelijke context aan het veranderen. Nu al is duidelijk dat het werk van de politie in de multiculturele, hoogtechnologische consumptiemaatschappij complexer en moeilijker is dan vroeger. Iedere agent moet een ‘gevorderde diender’ worden. In digitaal opzicht, maar niet minder in communicatief opzicht op straat. Iedere agent moet kennis hebben van de eerste beginselen van programmeren om de beschikbare software goed te kunnen gebruiken. Een gevorderde diender neemt deel aan de ‘community’, deelt zoveel mogelijk data met de burgers en spreekt verkeerde of racistische informatie tegen. Hij zet de technologie in om efficiënter te werken, maar blijft present in de fysieke ruimte. Als ordehandhaver én als communicator. Salduz-plusregeling In deze regeling is bepaald dat verdachten worden aangesproken in een voor hen begrijpelijke taal. Dit kan via formulieren en tolken, maar vraagt ook de nodige kennis van de gangbare talen. In dit verband experimenteert de Belgische stad Gent met de aanwezigheid van vijf Bulgaarse politieagenten in wijkteams, vanwege de overlast die de grote groep Roma’s in het gebied geeft. Zij spreken hen in de eigen taal aan, maar hebben (nog?) niet de bevoegdheid om hen aan te houden (interview Bruggeman).
  • 49. 49De toekomst begint vandaag! Wat betekent dit voor de wijkagent en de agent op straat? De wijkagent en de agent op straat zijn de centrale politiemedewerkers in de werkprocessen handhaving en noodhulp. De wijkagent is degene die in staat is om fenomenen te signaleren en te analyseren. Projectmatig gaat hij hiermee aan de slag. De agent op straat zet zijn vakmanschap in op specifieke klussen en opdrachten. Waar mogelijk werken de wijkagent en de agent op straat niet in duo’s, maar solo. Zo hebben zij maximaal contact met de burger. Vanzelfsprekend zijn en blijven er tegelijkertijd situaties waarin agenten en wijkagenten wel als duo of in een groter team samenwerken. Kortom, zij vervullen beiden een breed, divers takenpakket gericht op het bewaren van de balans in een wijk of buurt. Het dagelijkse werk is voor beiden heel divers en omvat (elementen van) alle werkprocessen van het politiewerk. Het contextgedreven werken is een manier van werken waarvoor de politiemedewerkers een goed moreel kompas nodig hebben. Zij dienen in staat te zijn om situaties goed te kunnen inschatten en beoordelen. Gebruikmakend van hun praktische professionele standaarden en de geboden professionele ruimte mag verwacht worden dat zij moedig en alert optreden, transparant zijn in hun handelen, dilemma’s bespreekbaar maken, verantwoording afleggen over gemaakte keuzes en voortdurend blijven leren. Ook zullen zij snel moeten kunnen schakelen tussen verschillende situaties en omstandigheden. De basis voor het contextgedreven werken vormen niet alleen cognitieve vaardigheden zoals complexe situaties kunnen analyseren en beoordelen, maar ook een goede fysieke en mentale conditie. Netwerkend werken en burgergerichtheid vragen van de wijkagent en de agent op straat het vermogen om contacten te onderhouden met alle soorten bewoners in de wijk, informatie te delen en allianties aan te gaan. Met name voor de wijkagent geldt dat hij een gezaghebbend gesprekspartner is voor de ketenpartners en andere organisaties waarmee wordt samengewerkt. Daarnaast zijn in de samenwerking met anderen persoonlijke eigenschappen nodig, zoals empathie en initiatief, maar ook moed en doortastendheid. Kortom, de politiemedewerker als netwerker én handhaver heeft een breed gedragsrepertoire en is in staat te beschermen, te bekrachtigen én te begrenzen. Voor het gebruik van internet en social media zijn digitale affiniteit en digitale vaardigheden nodig. Dit gaat verder dan het op een gepaste manier kunnen gebruiken van deze media. Hij kan uit de voeten met de digitale vormen van VVC en beschikt hiervoor over de nodige technische basisvaardigheden. Hij kan bijvoorbeeld zelf de telefoon uitlezen en hoeft hiervoor niet langer een beroep te doen op een gespecialiseerde collega (interview Koopmans). En, zo adviseert Beunders in zijn paper, hij kent de beginselen van het programmeren. Citaat: ‘Alleen dan kan de agent de beschikbare software gebruiken om zijn in de werkelijkheid opgedane ervaring ook in te kunnen voeren met de gewenste resultaten.’ Het internationale perspectief verwijst naar een brede algemene ontwikkeling en belangstelling voor wat gaande is in de wereld. Voor de wijkagent en de agent op straat is het belangrijk dat zij cultuurverschillen binnen de Nederlandse context kunnen onderkennen en dat zij zich afvragen of er verbanden zijn tussen de veiligheidssituatie in de wijk, de bevolkingsgroepen die er wonen en de ontwikkelingen in hun land van herkomst. Daarnaast is basiskennis van de internationale regelgeving en van de verschillende rechtssystemen nodig. Wanneer is bijvoorbeeld in een ander land sprake van een wettelijk bewijs? Zeker voor degenen die in de grensregio’s werkzaam zijn, is deze kennis belangrijk. Wanneer meer kennis nodig is, is het vooral zaak dat men zijn weg weet te vinden. Daarnaast wordt ook talenkennis belangrijker. Dit alles overziend is sprake van een breed palet aan eisen. Richtingaanwijzer 3 voor de toekomst is dan ook dat de agent op straat en de wijkagent zich ontwikkelen tot een ‘veiligheidsfunctionaris’. Iemand die breed georiënteerd is en zich een (groot) aantal jaren inzet voor de politie, maar ook vanuit zijn passie voor veiligheid een (tijdelijke) overstap kan maken naar een andere organisatie in het veiligheidsdomein.
  • 50. 50 De toekomst begint vandaag! Richtingaanwijzer 3 voor de toekomst Wijkagent en agent op straat ontwikkelen zich tot ‘veiligheidsfunctionaris’. De wijkagent heeft een hbo-niveau en de agent op straat een mbo/ hbo-niveau. Het handhaven en bevorderen van de veiligheid en leefbaarheid is hun passie. Dit doen ze nu vanuit de politie, maar als veiligheidsfunctionaris is een (tijdelijke) uitstap naar een andere organisatie in het veiligheidsdomein denkbaar. Om de complexiteit en veelzijdigheid van het werk aan te kunnen en op elk niveau een goede gesprekspartner te zijn, heeft de agent op straat een mbo/hbo-niveau nodig en de wijkagent een hbo- niveau.
  • 51. 51De toekomst begint vandaag! 8. De rechercheur in 2020 In het werkproces opsporing worden verschillende soorten criminaliteit opgepakt, variërend van veelvoorkomende criminaliteit en high impact crime tot financieel- economische en zware criminaliteit. In het kader van het ‘Politievak in 2020-2024’ richten wij ons op de opsporing als onderdeel van de basispolitiezorg, uitgevoerd door rechercheurs in de basisteams en bij de districtsrecherche. Het betreft de afhandeling van individuele veelvoorkomende criminaliteit en de probleemgerichte aanpak ervan, de opsporing en aanpak van criminaliteit met een hoge impact en bijdragen aan grootschalige onderzoeken (TGO’s). Wat betekent dit voor de rechercheur in 2020?
  • 52. 52 De toekomst begint vandaag! Rechercheur Femke in 2020-2024 Femke is gedreven om goed politiewerk te leveren en de veiligheid te bevorderen. Zij doet dit in het brede veld van de opsporing. Internationalisering, digitalisering, werken met data én met mensen zijn enkele aspecten van haar werk. Telkens is zij zich als professional bewust van de rol die de politie als beschermer van de waarden van de politiestaat heeft. Zij levert graag een bijdrage aan de begrenzende rol die de politie heeft. o Femke is een vakvrouw op haar gebied en hbo-opgeleid. Zij kent de nationale en internationale wet- en regelgeving, spreekt haar talen en is geïnteresseerd in andere culturen. Zij doet haar werk als rechercheur naar de laatste inzichten uit het vak. Zelfbewust en professioneel treedt zij op naar de mensen die zij in het werk tegenkomt. Denk aan de verdachte en zijn advocaat, aan burgers en bedrijven die slachtoffer zijn geworden en aan burgers en externe partijen die samen met haar meewerken aan de oplossing van de zaak. o Femke is een verbinder en netwerker. Ze werkt voortvarend aan een zaak en schakelt hierbij actief burgers, bedrijven en instellingen in. Ze vraagt om informatie en deelt op haar beurt op gepaste wijze informatie met de burgers en informeert hen over het verloop van de zaak. Ze handelt integer en zorgt ervoor dat ze een betrouwbare partner is die haar afspraken nakomt. Ze heeft een groot netwerk en zet zichzelf duidelijk neer, als vertegenwoordiger van de politie die er is voor de burgers. o Femke is een analyticus en vakvrouw. Zij onderzoekt feiten en legt verbanden. Zij baseert zich op gegevens en informatie van de informatieanalist. Ze kan de vraag om gegevens aan de informatieanalist scherp formuleren en is ook zelf actief op internet op zoek naar achtergronden en relevante informatie. Ze kent de weg in internationale databanken en kan gericht zoeken naar de geldende internationale regelgeving en de verschillende rechtssystemen. Ze werkt zorgvuldig. In haar speurtocht naar rechtsgeldig bewijs weet ze wat wel en niet mag. o Femke is een teamplayer. Als gelijkwaardig gesprekspartner stelt zij plannen op voor de aanpak van problemen of structurele thema’s. Samen met haar collega´s en andere partijen voert zij de plannen uit en schakelt waar nodig deskundigen in. In de afhandeling van incidenten treedt zij professioneel en slagvaardig op, met respect voor de rechten van de verdachte en de positie van de advocaat. Zelfbewust treedt ze hen tegemoet. o Femke is een digitale voorloper en volgt de ontwikkelingen op de voet. Ook de digitale techniek is haar vertrouwd. Zij is vaardig in het uitlezen van digitale apparatuur van een verdachte. Femke is een creatief denker. Zij heeft een open mind. Het is voor haar gewoon om ongebaande paden te verkennen en buiten kaders te denken. Ze is een volhouder, geeft niet gauw op, maar blijft doorzoeken naar een oplossing van de zaak. Ze levert gedegen werk. o Femke is in de contacten met de burger een dienstverlener. Ze begrijpt in welke situatie de burger als slachtoffer zich bevindt. Ze luistert en toont empathie. Geeft informatie, koppelt terug, adviseert. Waar mogelijk maakt ze gebruik van social media. o Femke is een gewaardeerde, flexibele collega. Dilemma´s in haar werk maakt ze bespreekbaar. Bij ingewikkelde kwesties schakelt zij zonder moeite haar gespecialiseerde collega’s in en vormt dan een nieuw gelegenheidsteam.
  • 53. 53De toekomst begint vandaag! Een vak in ontwikkeling De werkwijzen en methoden die worden ingezet bij de aanpak en opsporing van zaken zijn voortdurend aan verandering onderhevig. Zo verwachten deelnemers aan de expertmeeting bijvoorbeeld een toenemend belang van het forensisch onderzoek, waarin sporenonderzoek door de nieuwe technieken tot steviger bewijs leidt dan bijvoorbeeld een verhoor. Ook de aanwezigheid van een advocaat bij het politieverhoor kan mogelijk tot nieuwe werkwijzen leiden. De ervaring in Engeland leert bijvoorbeeld dat men langer doorrechercheert, omdat verdachten door de aanwezigheid van de advocaat steeds minder vaak bekennen. Door deze ontwikkeling bestaat de mogelijkheid dat in de toekomst de nadruk meer komt te liggen op bijzondere opsporingsbevoegdheden en forensisch onderzoek in plaats van het horen van verdachten. Tegelijkertijd valt op dat er in de toekomst op het terrein van de forensische opsporing een toenemend gevaar is van framing door beeldmanipulatie en klonen van DNA en vingerafdrukken, waardoor een belangrijke basis van de opsporing weg dreigt te vallen. Een andere belangrijke ontwikkeling.is de toename van het aantal ZSM-zaken. In de toekomst zal vijftig tot zeventig procent van de zaken niet meer voor de politierechter komen, maar op het politiebureau worden afgedaan (interview Leliveld). De voortdurende veranderingen in het vak van de opsporing zijn van belang voor de strategische personeelsprognose. Zowel kwalitatief als kwantitatief. Probleemgericht werken Voor de komende jaren heeft de nationale politie de ambitie om de effectiviteit van de aanpak van de criminaliteit te vergroten. Het vergroten van de slagkracht is een van de strategische thema’s van de nationale politie. De urgentie is hoog. In een krantenbericht in 2010 spreekt de huidige kwartiermaker van Oost-Nederland van een ‘dreigende crisis in de opsporing’. Hij stelt dat de politie te weinig misdrijven oplost en dat de pakkans bij sommige delicten, zoals bij vermogensdelicten en fraude, ver achter blijft bij het gemiddelde van 20 à 25 procent (geciteerd in lectorale rede Kop). Om deze ambitie te realiseren kiest de nationale politie voor een probleemgerichte aanpak waarin zij samen met het bestuur en het OM allianties aangaat met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Het dienstverleningsconcept krijgt in het opsporingsproces concreet invulling in de contacten met slachtoffers en burgers. Kenmerken van het opsporingswerk De probleemgerichte aanpak en de gerichtheid op burgers en slachtoffers betekent dat in het opsporingswerk in de basispolitiezorg dezelfde kenmerken terug te vinden zijn als die we eerder genoemd hebben bij het werkproces handhaving en noodhulp. Ook hier gaat het om facetten van het werk die nu al actueel zijn. Tegelijkertijd is de opsporing een vak in beweging. Onder invloed van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen en nieuwe technische mogelijkheden zullen zich steeds nieuwe werkwijzen en methoden aandienen. Kenmerk 1: informatiegestuurd In plaats van te reageren op incidenten betekent informatiegestuurd werken in de opsporing dat veelvoorkomende incidenten probleemgericht, op basis van analyses worden opgelost. Het verwijst naar een proactieve, veelal projectmatige werkwijze, waarin verbanden worden gelegd tussen delicten en mogelijke daders en informatie wordt uitgewisseld met relevante partners.
  • 54. 54 De toekomst begint vandaag! Kenmerk 2: netwerkend werken De politie kan het niet alleen. Naast de nauwe samenwerking met het OM heeft zij het bestuur, andere toezichthouders, maatschappelijke organisaties en bedrijven nodig om veelvoorkomende criminaliteit en high impact crime probleemgericht aan te pakken. Door in een netwerk samen te werken vanuit een gemeenschappelijke definitie van het probleemvraagstuk – en niet vanuit het eigen organisatiebelang – wordt het mogelijk om, al naargelang van toepassing, een palet van preventieve, bestuurlijke, fiscale en strafrechtelijke maatregelen in te zetten. Voorwaarde is dat de deelnemers informatie met elkaar delen. Politiemensen zullen de culturele erfenis van zich af moeten schudden dat ‘zij en niemand anders erover gaan en leren ervaren dat het uitwisselen van informatie effectiever is en juist tot een sterkere positie leidt’. (interview Stol). Kenmerk 3: burgergericht Burgergerichtheid heeft twee kanten: aandacht voor het slachtoffer en samenwerking met de burger. In het proces opsporing verwijst burgergerichtheid allereerst naar de aandacht van de politie voor het slachtoffer of getuige. Dit komt tot uiting in informatie over de afhandeling van een aangifte of schade of de wijze waarop van het verhoor wordt gepland en afgenomen. Waar het gaat om het oplossen van een zaak verwijst burgergericht daarnaast naar samenwerking met de burger. Voor de politie is de burger immers een belangrijke informatiebron. Dat de burger ook bereid is om de politie te helpen, blijkt uit succesvolle initiatieven als Burgernet of AMBER Alert. De ervaring leert dat door informatie van burgers veel zaken kunnen worden opgelost. Zo is in 64 procent van de gevallen waarin een AMBER Alert is uitgestuurd, het vermiste of ontvoerde kind dankzij het AMBER Alert gevonden (amberalertnederland.nl). Omgekeerd is de verwachting in de maatschappij dat de politie in de toekomst ook meer haar informatie gaat delen met particulieren en burgers en particuliere initiatieven om de veiligheid te vergroten, gaat ondersteunen. Dit kan bijvoorbeeld door een zaak op te pakken die bij een particulier meldpunt is binnengekomen. Kenmerk 4: virtueel en fysiek Door het ontstaan van een virtuele wereld krijgt de criminaliteit ook een virtuele component. Zo vertelt Stol dat zeventien procent van de veelvoorkomende criminaliteit een internationale component heeft. Een stijging van nul naar zeventien procent die zich in de laatste jaren heeft voorgedaan en nog niet tot stilstand is gekomen. Het gaat om vertrouwde delicten zoals oplichting. Een Nederlandse koper doet via internet een bestelling bij een buitenlandse verkoper, die vervolgens niet levert. Maar ook nieuwe vormen van criminaliteit zijn aan de orde. Denk bijvoorbeeld aan het mobiel banditisme, nieuwe virtuele netwerken van kinderporno of mensenhandel of het georganiseerde internationale opereren van Roma’s (interview Kop). Tegelijkertijd leiden de technologische ontwikkelingen tot telkens nieuwe werkwijzen en betere opsporingstechnieken om bewijsmateriaal te verkrijgen. Kenmerk 5: van wijk tot wereld Meer nog dan de wijkagent en de agent op straat heeft de rechercheur te maken met internationale regelgeving. Regelgeving waarin steeds meer waarborgen komen voor de rechten van de verdachte. Een voorbeeld is de verhoorbijstand waarop een verdachte recht heeft op grond van de Salduz en Salduz- plusverdragen. Wat betekent dit voor de functie van rechercheur? De rechercheurs zijn degenen die de grotere slagkracht van de politie bij de opsporing moeten waarmaken. Gezien de veelzijdigheid van het werk is een mix van talenten nodig, waarbij voor iedereen geldt dat zij meebewegen met de veranderingen. Analytische vaardigheden zijn nodig om informatiegestuurd te werken. Bijvoorbeeld om verbanden te kunnen leggen tussen verschillende gegevens. Het netwerkend werken met partners en de cocreatie met burgers vragen om goede sociale vaardigheden, een open
  • 55. 55De toekomst begint vandaag! houding en empathie. Daarnaast zijn ook digitale vaardigheden nodig en kennis van internationale afspraken en verdragen. Een rechercheur moet bijvoorbeeld in staat zijn om zelf het internet af te struinen naar informatie (interview Stol) en zal ook nieuwe opsporingsmethoden inzetten. ‘Op zoek naar getuigen is het voor hem makkelijker om een oproep te doen via You Tube dan via het programma ‘Opsporing verzocht’. Nu is er nog veel discussie over welke informatie wel of niet gedeeld mag worden, maar deze ontwikkeling is niet tegen te houden’ (Interview Koopmans). De snelle ontwikkelingen in het vak maken het nodig dat de rechercheur iemand is die zijn vak bijhoudt en steeds blijft leren. De aanpak van de grote verscheidenheid van de criminaliteit vraagt om een breed palet aan opsporingsmethoden die creatief en flexibel worden ingezet. Dit krijgt bij voorkeur vorm in flexibele, divers samengestelde, multidisciplinaire teams die meervoudig naar een zaak kunnen kijken. Zo wordt een tunnelvisie voorkomen. In deze teams werken rechercheurs op mbo-niveau die het ambachtelijke, authentieke recherchewerk doen nauw samen met hbo- en wetenschappelijk opgeleide rechercheurs. Van deze laatste groep wordt verwacht dat zij het abstractievermogen en creativiteit heeft om ingewikkelde zaken op te pakken. In hun relatie met de advocatuur is daarbij ook rolvastheid en zelfbewustzijn nodig. Door het verschil in opleiding kijken rechercheurs nu soms nog te veel tegen advocaten op. Uit angst dat de verdachte zich beroept op zijn zwijgplicht ziet men liever niet dat de advocaat bij het verhoor is (interview Leliveld). Overigens merkten we eerder al op dat in Engeland door de aanwezigheid van de advocaat de politie doorrechercheert en het belang van het verhoor afneemt. Deelname aan de steeds wisselende teams veronderstelt bij iedere rechercheur de nodige flexibiliteit. De rechercheur is een professional die werkt op basis van standaarden en protocollen. Op dit fundament benut hij zijn professionele ruimte als de standaarden tekortschieten. Bijvoorbeeld als protocollen niet meer voldoen. Zo is er door de snelheid van internet en de social media lang niet altijd meer de tijd om de bestaande protocollen te volgen. ‘De dader is er dan al drie keer van door’ (interview Stol). Nicolien Kop kijkt naar de opsporing als een aparte discipline, naast het politiewerk gericht op het bevorderen en handhaven van de veiligheid en de leefbaarheid in een wijk of buurt. In het verlengde daarvan pleit zij voor twee gescheiden opleidingsroutes (interview). Een blauwe route voor medewerkers in de handhaving en criminaliteitsbeheersing en een grijze route voor de opsporing, vooral voor de aanpak van high impact crime en zware criminaliteit. Richtingaanwijzer 4 voor de toekomst Rechercheurs zijn in 2020-2024 van allerlei pluimage en niet per se blauw opgeleid. Het vergroten van de slagkracht in de aanpak en opsporing van veelvoorkomende criminaliteit en high impact crime vraagt de inzet van een breed palet van opsporingsmethoden en meervoudig kijken. Mensen met verschillende achtergronden en opleidingen (mbo én hbo) zijn nodig. Zij werken in steeds wisselende, multidisciplinaire teams, zijn flexibel en houden hun vak bij.
  • 56. 56 De toekomst begint vandaag! Hoe regel je ruimte? Over het belang en de betekenis van ruimte voor politieprofessionals (in de nationale politie). Prof. dr. Mirko Noordegraaf, hoogleraar Publiek Management bij het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht Ontwikkel samen met de politieprofessionals handige standaarden! Hoe kan binnen een grootschalige organisatie als de nationale politie zoveel mogelijk ruimte op de werkvloer worden gerealiseerd? Professor Mirko Noordegraaf geeft in deze paper antwoord op deze vraag. Het beeld van de autonome professional wekt verkeerde verwachtingen, stelt Noordegraaf. Geen enkele professional is immers vrij en autonoom. Integendeel, ‘echte’ professionals zoals artsen werken juist effectief dankzij een gebrek aan ruimte. Zij werken op basis van standaarden die door de beroepsgroep zelf zijn gemaakt en zij kennen de richtlijnen voor het handelen in specifieke gevallen. Ook voor politiemedewerkers is het belangrijk dat zij gestandaardiseerd werken. Het maakt hun werk niet alleen mogelijk, maar legitimeert het ook. Bovendien is het politiewerk vaak complex en zijn technische en ethische richtlijnen nodig. Tenslotte is er de context van de rechtsstaat van waaruit standaarden voortkomen. Het gaat om het creëren van leefbare en werkbare standaarden, aldus Noordegraaf. Juist omdat politieagenten in veeleisende en tegenwerkende contexten werken die hun professionaliteit onder druk zetten. Zijn advies: zorg dat politieprofessionals zich mede-eigenaar voelen van standaarden. Zorg dat standaarden ook voor hen betekenis hebben. Zo moet bijvoorbeeld duidelijk zijn waarom een bepaalde registratie nodig is en wat ermee gebeurt. Tenslotte moeten standaarden ook praktisch hanteerbaar zijn. Dit veronderstelt een goede samenwerking tussen managers en professionals.
  • 57. 57De toekomst begint vandaag! 9. De informatiemedewerker in 2020 Informatie vormt de basis van al het politiewerk. Intelligence is het proces waarin de informatie op een systematische en toegankelijk manier wordt verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd (Inrichtingsplan). In haar lectorale rede geeft Mariëlle Hengst de volgende definitie van intelligence: ‘Geanalyseerde informatie en kennis op grond waarvan beslissingen over de uitvoering van de politietaak worden genomen’ (In: Thema Intelligence, augustus 2011). Wat betekent dit voor de informatiemedewerker in 2020?
  • 58. 58 De toekomst begint vandaag! Informatiemedewerker Tariq Tariq is de vooruitgeschoven post van de intelligenceorganisatie. Hij levert de wijkagent en rechercheur de briefingsinformatie, het veiligheidsbeeld en andere analyses van het gebied. Tarig heeft een groot netwerk met partners in het veiligheidsdomein waarmee hij regelmatig informatie uitwisselt. Hij is zich dagelijks bewust van de taak die de politie als beschermer van de waarden van de rechtsstaat heeft. Vanuit zijn vakgebied draagt hij hieraan bij. Informatie is immers de basis voor al het handelen van zijn collega’s op straat, of het nu gaat om het handhaven van de openbare orde of de aanpak van criminaliteit. o Tariq is een vertrouwenwekkend adviseur en makelaar. Wetenschappelijk opgeleid. Hij adviseert bij het bepalen van de aanpak van de veiligheid en vraagt door. Hij kan wetenschappelijke analyses vertalen naar de praktijk. o Tariq is een kritische werker. Hij verifieert gegevens bij de bron, legt hiervoor zo nodig contact met burgers en bedrijven. Stelt kritische vragen en spreekt zo nodig tegen, verwijzend naar de data die hij beschikbaar heeft. Zijn kritisch vermogen maakt hem alert voor signalen. Hij stelt voorspellingen van mogelijke dreigingen op. o Tariq is een initiator. Hij is op de hoogte van de actuele veiligheidsvraagstukken en wijst zijn collega’s op beschikbare informatie en kennis. o Tariq is een onderzoeker. Creatief en analytisch sterk. Hij voelt zich thuis op internet en onderhoudt goede contacten met bedrijven met wie de politie informatie uitwisselt, zoals de Belastingdienst en bijzondere opsporingsdiensten. Niet alleen in de virtuele wereld heeft hij een breed netwerk, maar juist ook in de fysieke wereld. Hij weet zich aan de partijen waarmee hij samenwerkt te binden en vertrouwen te wekken. De harde en zachte kant van het werk spreken hem aan. o Tariq is internationaal georiënteerd. Hij is op de hoogte van wereldwijde ontwikkelingen, weet goed de weg in internationale bronnen. Hij realiseert zich dat criminaliteit een vraagstuk is van ‘wijk tot wereld’. o Tariq is een grensverlegger. Hij is nieuwsgierig, zoekt telkens opnieuw de uitdaging en trekt nieuwe vraagstukken naar zich toe. o Tariq is dienstverlener. Hij is betrouwbaar en integer. Houdt zich aan zijn afspraken. Informeert over het verloop van zaken. Handelt snel wanneer nodig. Is doelgericht. o Tariq is een linking pin. Hij zet vragen van de wijkagent en rechercheur zo nodig door in zijn eigen organisatie, maar blijft zich verantwoordelijk voelen. Hij kent de organisatie en weet bij wie hij moet zijn bij specialistische verzoeken. o Tariq is collega. Hij voelt zich zowel betrokken bij het werk van zijn collega’s in het gebied als bij zijn collega’s van de intelligenceorganisatie.
  • 59. 59De toekomst begint vandaag! De Intelorganisatie van de nationale politie levert een groot scala aan veiligheidsproducten op, variërend in vorm en inhoud. Realtime informatie, analyses en rapporten. Enkele voorbeelden: o De agent die naar een melding rijdt, krijgt een dataset met relevante informatie over het adres en de persoon mee. Ook de opdrachten die hij in de briefing meekrijgt, zijn voorzien van de nodige informatie. Bij activiteiten op eigen initiatief vraagt hij deze informatie op. o De wijkagent krijgt een systematische analyse van de gebeurtenissen in zijn wijk in de afgelopen 24 uur, waar mogelijk geduid met gegevens uit het verleden. o In de gebiedsscan criminaliteit en overlast wordt alle beschikbare kennis en informatie over criminaliteit in wijken, buurten of oude dorpskernen verzameld en geïnterpreteerd. Gemeente, politie en justitie bepalen op basis hiervan de prioriteiten in het veiligheidsbeleid. o Voor de persoonsgerichte aanpak van bijvoorbeeld criminele jeugdgroepen, huiselijk geweld e.d. worden persoonsdossiers samengesteld. o Agenten en rechercheurs ontvangen tactische en operationele analyses in het kader van de handhaving van de openbare orde en aanpak van criminaliteit. o De politietop krijgt dreigingsanalyses en trendrapporten. Grofweg zijn vier typen werkzaamheden te onderscheiden om deze informatieproducten te maken: 1. Informatie inwinnen 2. Actuele informatie coördineren 3. Analyse en onderzoek 4. Informatie verwerken en veredelen. Vanwege de specifieke aspecten van het taakveld ‘informatie inwinnen’ laten we deze buiten beschouwing en richten wij ons in het kader van de ontwikkeling van een strategische personeelsprognose op de informatiemedewerker. Degene die vooral werkzaam is in de andere drie taakvelden. De wijkagent ontvangt van de medewerker Intake de melding dat in zijn wijk een meisje van 14 jaar is weggelopen. Hij kent haar ouders en gaat op huisbezoek. Hij ziet hoe ongerust ze zijn en krijgt indicaties dat er meer aan de hand is. Hierop schakelt hij de informatiemedewerker in. Met vrijwel geen gegevens maar met de nodige inventiviteit, speurzin en vasthoudendheid ontdekt deze collega dat het meisje een relatie heeft met een dertigjarige man, die de politie nog kent als loverboy. Samen met een collega gaat de wijkagent naar zijn adres en treft daar het veertienjarige meisje aan. Intelligencegestuurd politiewerk Intelligence vormt feitelijk de basis voor het strategische concept intelligencegestuurd politiewerk waarin zowel de beslissingen in de uitvoering als in de sturing zijn gebaseerd op verrijkte informatie. Hierdoor werkt de politie intelligenter en efficiënter, met beter resultaat en meer slagkracht (Thema Intelligence, augustus 2011). De nationale politie heeft dan ook de ambitie om als één intelligencegestuurd korps te werken. Intelligence is het verbindende element tussen de uitvoerende processen. Zie kader. Tegelijk komen met intelligence uitvoering en sturing bij elkaar.
  • 60. 60 De toekomst begint vandaag! Kenmerken van de informatiefunctie Ongeacht het taakveld zitten aan de functie van informatiemedewerker verschillende aspecten die van belang zijn voor de eisen waaraan hij moet voldoen (ontleend aan het document Thema Intelligence). Kenmerk 1: fysiek en virtueel Ten eerste vervult de informatiemedewerker zijn taken niet alleen in de fysieke wereld, maar ook in de virtuele wereld. Hij volgt en interpreteert de bewegingen die in de virtuele wereld plaatsvinden en maakt ook zelf optimaal gebruik van de mogelijkheden die de nieuwe technologie van open bronnen en sociale media biedt. Informatiemedewerkers zijn dan ook goed thuis in de virtuele wereld. Kenmerk 2: netwerkend werken Ten tweede werken informatiemedewerkers samen met partners in een netwerk, zoals bijvoorbeeld de gemeente, winkeliersvereniging, openbaar bestuur, toezichthouders en opsporingsdiensten. Over en weer wordt actief informatie gedeeld en uitgewisseld. Informatiemedewerkers nemen ook zelf initiatieven en benaderen partijen voor mogelijke samenwerking. Kenmerk 3: van wijk tot wereld Ten derde is er het internationale aspect. Op alle niveaus vindt informatie-uitwisseling plaats. Op regionaal niveau met politieorganisaties in het buitenland, zoals in de grensstreken. Op landelijk niveau met Europese instellingen als Europol en Interpol. Informatiemedewerkers realiseren zich dat veiligheidsvraagstukken in een wijk een relatie kunnen hebben met internationale fenomenen. Door de invoering van de Europese Intelligenceagenda heeft Europa tegelijkertijd een grote invloed op de Intelligenceagenda van de nationale politie. Tenslotte spelen wereldwijde ontwikkelingen een rol die van invloed kunnen zijn op de criminaliteit. Van informatiemedewerkers wordt verwacht dat zij deze ontwikkelingen signaleren en kunnen duiden. Een voorbeeld in dit verband is de invloed van een tekort aan koper in China, waardoor de prijzen stijgen en het aantal koperdiefstallen toeneemt. Wat betekent dit voor de informatiemedewerker? Om het brede palet van werkzaamheden te realiseren, zijn eigenlijk drie soorten medewerkers nodig (interview Brinkman). De hoogopgeleide analist die in samenwerking met de experts uit het veld de analyseproducten samenstelt. De slimme zoeker die zich thuisvoelt in de virtuele wereld en hiervan ook alles weet. Van hem wordt gevraagd om uit een ongestructureerde brij van gegevens die data te genereren waarmee een analist zijn werk kan doen. Tenslotte is er de informatiemakelaar: de schakel tussen de wijkagent en de informatieorganisatie en de schakel tussen de rechercheur en de informatieorganisatie. Hij helpt hen in speciale kwesties hun informatievraag te formuleren en deze te vertalen naar de informatieorganisatie. Voor alle medewerkers is het belangrijk dat zij denken en werken vanuit het grotere geheel: het vergroten van de veiligheid in de samenleving en het vertrouwen van de burger in de politie (Thema Intelligence). Het zijn collega’s die goed kunnen netwerken, zich thuisvoelen in de groep en graag uitgedaagd worden. Samen vormen ze een divers samengesteld team. Ze zijn creatief, eigenwijs en vragen professionele ruimte. Net als de andere politiemensen doen zij waardegedreven hun werk. Het zijn soms medewerkers die een paar jaar bij de politie willen werken, soms collega’s die ervoor kiezen om langer te blijven. (Expertmeeting 16 augustus 2012). Ze hebben een blauw hart, maar niet per se een executieve achtergrond. Vanzelfsprekend maken zij vanwege hun verbindende rol in het politiewerk onderdeel uit van de operationele sterkte. Tegelijkertijd zijn zij vanwege de aard van het werk een voorbeeld van ontblauwing van de operationele sterkte.
  • 61. 61De toekomst begint vandaag! Richtingaanwijzer 5 voor de toekomst De informatiemedewerker is een voorbeeld van ‘ontblauwing’ van de operationele sterkte. De informatiemedewerker verbindt met zijn werk de verschillende politieprocessen. Als zij-instromer komt hij met een bij zijn vakgebied passend HBO of WO diploma de politieorganisatie binnen en heeft hij een korte, aanvullende politieopleiding gevolgd. Kennis hebbend van het politievak brengt hij zijn specialistische kennis in. Met andere woorden: hij heeft een blauw hart, maakt onderdeel uit van de operationele sterkte, maar is niet per se executief opgeleid.
  • 62. 62 De toekomst begint vandaag! 10.Wat betekent dit voor de strategische personeelsprognose? De persona’s laten zien over welke kwaliteiten de verschillende medewerkers in de basispolitiezorg moeten beschikken. Het zijn kwaliteiten die feitelijk ook nu al van belang zijn, maar nog niet over de hele linie in de praktijk zichtbaar zijn. Dit zal de opgave zijn voor de nationale politie in de komende jaren. Voor de langere termijn is de verwachting dat deze kwaliteiten onverminderd van belang blijven en mogelijk nog belangrijker worden gezien de complexiteit van de samenleving en de daarmee samenhangende veiligheidsvraagstukken. Dit zijn essentiële noties voor de strategische personeelsprognose. Opvallend is dat het werk van de wijkagent, de agent op straat en de rechercheur een aantal gemeenschappelijke kenmerken heeft, zoals bijvoorbeeld het contextgedreven of probleemgerichte werken op basis van informatie (intelligence), burgergerichtheid, het netwerkend samenwerken met partners en het internationale aspect van politiewerk. Een aantal van deze aspecten zien we ook terug in het werk van de informatiemedewerker. Voor alle persona’s geldt dat zij in hun werk te maken hebben met digitalisering. Door deze gemeenschappelijke kenmerken van het politiewerk zal de manier van werken en samenwerken (=cultuur) van de politieorganisatie veranderen en kan een algemeen beeld van de politiemedewerker van de toekomst worden geschetst. o De politiemedewerker van de toekomst is in de verschillende politieprocessen gemiddeld gesproken hoger opgeleid dan nu het geval is. Niet alleen vanwege de complexiteit van het werk, maar ook om een afspiegeling te zijn van het opleidingsniveau in de maatschappij. o De politiemedewerker van de toekomst heeft de initiële politieopleiding gevolgd of is een zij-instromer. In dat geval komt hij met een specialistische opleiding (bijvoorbeeld ICT) de politieorganisatie binnen en volgt, afhankelijk van de functie, een korte, aanvullende politieopleiding. o De politiemedewerker van de toekomst deelt informatie in zijn samenwerking met burgers, ketenpartners en andere partners in het netwerk. Hij weet deze manier van werken te combineren met zijn verantwoordelijkheid als handhaver van de wet. o De politiemedewerker van de toekomst weet zijn weg te vinden op de digitale snelweg. o De politiemedewerker van de toekomst is zich bewust van grensoverschrijdende criminaliteit en kan verbanden zien tussen de lokale veiligheidssituatie en grensoverschrijdende, georganiseerde criminaliteit. Dit geeft het werk een internationale dimensie. Op basis van de beschrijvingen van de persona’s vullen we bovenstaand inhoudelijk beeld aan met een aantal kenmerken van de politiemedewerker van de toekomst als professional. We schetsen het volgende beeld.
  • 63. 63De toekomst begint vandaag! o De politiemedewerker van de toekomst is zelfbewust en staat open voor feedback. Hij geeft zelf ook feedback en blijft leren van en uit de praktijk. o De politiemedewerker van de toekomst is fysiek fit, mentaal weerbaar en beschikt over een goed moreel kompas. o De politiemedewerker van de toekomst accepteert dat iemand een andere mening heeft, anders denkt en anders handelt, of dat nu burgers zijn of collega’s. Hij is een netwerker en werkt graag in teams met een grote diversiteit aan mensen. o De politiemedewerker van de toekomst is een professional die werkt op basis van geaccepteerde standaarden met een breed gedragsrepertoire voor specifieke gevallen. o De politiemedewerker van de toekomst zorgt ervoor dat hij duurzaam inzetbaar is en blijft. Bijvoorbeeld door mobiel te zijn in de politieorganisatie of een overstap te maken naar een andere organisatie, al of niet in het veiligheidsdomein. Zo’n overstap kan overigens ook tijdelijk zijn. Richtingaanwijzer 6 voor de toekomst Het politiewerk in de verschillende politieprocessen heeft een aantal gemeenschappelijke kenmerken die verwijzen naar een andere manier van werken en samenwerken. Op basis van de gemeenschappelijke kenmerken van het werken in de verschillende politieprocessen kan een algemeen beeld van de politiemedewerker van de toekomst worden geschetst. Deze politiemedewerker van de toekomst zal op een andere manier werken en samenwerken. Hierdoor zal de politieorganisatie zich naar verwachting verder ontwikkelen tot een burgergerichte, professionele organisatie waarin een grote verscheidenheid aan medewerkers werkzaam is die ieder op eigen wijze invulling geven aan de gemeenschappelijke eisen die worden gesteld. Samen bereiken zij goede resultaten op het gebied van veiligheid en de bestrijding van criminaliteit.
  • 64. 64 De toekomst begint vandaag!
  • 65. 65De toekomst begint vandaag! Deel 3 Vier scenario’s voor 2020-2024 11. Eerst twee kernonzekerheden 12. Vier toekomstbeelden 13. Hoeveel politiemedewerkers zijn er nodig? 14. Wat betekent dit voor de strategische personeelsprognose?
  • 66. 66 De toekomst begint vandaag! 11. Eerst twee kernonzekerheden De kwartiermakers hebben twee kernonzekerheden voor de toekomst van de nationale politie benoemd: de economische ontwikkeling (1) en de sociaal-maatschappelijke ontwikkeling (sociale cohesie) (2). Deze twee kernonzekerheden vormen het assenstelsel met de vier kwadranten voor de vier toekomstbeelden. Onzekerheid 1: de economische ontwikkeling: groei of krimp? Hoe ontwikkelt de Nederlandse economie zich tot 2024? Is de huidige economische neergang een tijdelijke neerwaartse golf of is er sprake van een structurele recessie? De verticale as van economische ontwikkeling heeft twee uitersten. Aan het ene uiterste van de as staat groei. Hier is de verwachting dat de recessie niet meer is dan een tijdelijke onderbreking van de periode van economische groei die Nederland jarenlang kende en ook de komende tien jaar zal kennen. De structurele groei van de economie zet zich door. De langdurige economische groei is gunstig voor de overheidsfinanciën. Echter, door de kosten van de vergrijzing is er nog steeds sprake van bezuinigingen en ombuiging van de overheidsfinanciën, maar minder dan in de krimpende economie (De grote uittocht, 2010). Aan het andere uiteinde van de as staat stagnatie of krimp. Na een langzaam herstel uit de recessie zal de economie beduidend minder hard groeien. De overheidsfinanciën staan onder druk. Het draagvlak voor collectieve uitgaven is als gevolg van de lage economische groei verminderd. Er is sprake van omvangrijke bezuinigingen. (De grote uittocht, 2010) De situatie op de arbeidsmarkt zal bij een groeiende of stagnerende economie verschillen. Ontleend aan de scenariostudie van het Ministerie van BZK ‘De grote uittocht’ (2010) is te verwachten dat bij groei de arbeidsmarkt voor middelbaar en hoger opgeleiden krap zal zijn. Bedrijven en instellingen krijgen moeite om voldoende gekwalificeerde mensen te werven om de uitbreidings- en vervangingsvraag te vervullen. In de stagnerende economie is eerder de verwachting dat sprake is van een ruime arbeidsmarkt, met in sommige gevallen kwalitatieve knelpunten. Deze zullen echter tijdelijk zijn, door de aanpassingsmechanismen op de arbeidsmarkt (pag. 58-59). Onzekerheid 2: sociaal-maatschappelijke ontwikkeling: alleen of samen? De tweede onzekerheid betreft de vraag hoe onze samenleving zich ontwikkelt in de periode tot 2024. Gaan we naar een samenleving waarin wordt verwacht dat ieder voor zichzelf zorgt en hiertoe ook in staat is? Of ontwikkelt zich een moderne variant van de zorgzame samenleving met een rol voor de overheid en nieuwe collectieve verbanden? Deze onzekerheid is de horizontale as van het assenstelsel. Aan het ene uiterste staat het toekomstbeeld van een maatschappij waarin de individualisering zich voortzet en er een mentaliteit heerst van ‘ieder voor zich’. Daar tegenover staat de maatschappij waarin er nieuwe collectieven zijn en mensen zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen. In de vergaand geïndividualiseerde maatschappij ontbreekt de gemeenschapszin en voelen burgers zich niet verantwoordelijk voor hun omgeving. Er is weinig vertrouwen in instituties. Burgers accepteren het gezag van de overheid niet meer vanzelfsprekend. De overheid mist de aansluiting met de burgers. Onderlinge solidariteit is verdwenen. De samenleving krijgt vorm door competitie en het vrije spel van de markt. In deze samenleving worden bevolkingsgroepen uitgesloten. Daar tegenover staat de maatschappij waarin mensen zich samen voelen en vertrouwen in elkaar hebben. Er zijn nieuwe collectieven ontstaan waarin mensen voor elkaar zorgen of gemeenschappelijk zaken regelen. De overheid heeft een coördinerende en uitvoerende rol. Het is een inclusieve maatschappij, waarin plaats is voor iedereen.
  • 67. 67De toekomst begint vandaag! Door de twee assen te combineren ontstaat een assenstelsel met vier kwadranten. Elk kwadrant geeft een toekomstbeeld, een mogelijk scenario voor de toekomst. Deze vier scenario’s zijn niet bedoeld om de toekomst te voorspellen, maar een hulpmiddel om samen een voorstelling te maken van de toekomst, hierover van gedachten te wisselen en te bepalen welke personeelsontwikkeling robuust is en welke richtingen onzeker zijn. Daarmee zijn de scenario’s een manier om vanuit een brede horizon te kunnen anticiperen op verschillende toekomstbeelden. De scenario’s zijn vooral een hulpmiddel bij de het opstellen van de kwantitatieve strategische personeelsprognose. groei individueel samen Polariserende wereld Particuliere wereld Collectieve wereld Uitruilwereld krimp
  • 68. 68 De toekomst begint vandaag! 12.Vier toekomstbeelden In dit hoofdstuk beschrijven we de werelden. Vier scenario’s, vier beelden van een mogelijke toekomst. Na een korte beschrijving van de soort samenleving, typeren we telkens het veiligheidsvraagstuk en de gevolgen daarvan voor de politieorganisatie. LET OP We hebben deze beelden gemaakt in een korte periode tijdens een van de expertmeetings en vervolgens in een kleine werkgroep verder uitgewerkt. Het zijn daarmee collectieve beelden van vier verschillende werelden, die echter nog wel inconsistenties en overlappingen bevatten. Daarom gaan we deze werelden verder uitwerken tot robuuste scenario’s met meer diepte, waarbij we ook wetenschappers en experts gaan betrekken. Daarvoor was nu te weinig tijd. Scenario 1: de particuliere wereld In deze particuliere maatschappij opereren burgers individueel in een groeiende economie. Hoe ziet deze wereld eruit? Economische groei betekent vooral persoonlijke welvaart, al zal mogelijk niet iedereen van de economisch gunstige situatie profiteren. Er is volop werkgelegenheid, maar nog steeds krapte in de technologiesector. Het aantal flexjobs neemt toe waarbij zelfstandigen zonder personeel zich individueel gaan specialiseren, bijvoorbeeld in de particuliere recherche. In deze maatschappij hecht men meer aan materiële welvaart dan aan spiritualiteit en creativiteit. De internationale strijd om energie, water, voedsel en grondstoffen voor de technologie gaat onverminderd door. De groei trekt steeds meer arbeidskrachten uit andere delen van de wereld naar de Nederlandse arbeidsmarkt. Binnen Europa verschuift de criminaliteit in rap tempo, maar de nationale politiemachten zijn erg gericht op zichzelf. De kloof in de samenleving tussen jong en oud en tussen arm en rijk is duidelijk aanwezig. Woonblokken vormen zich op basis van inkomen en de welvaartstandaard bepaalt het gezicht van de wijk. Er ontwikkelen zich meer onveilige buurten en wijken. De overheid is kleiner geworden. Het speelveld en verantwoordelijkheidsdomein groeien, door de komst van meer marktpartijen, wat spanning oplevert tussen publiek-privaat. Zorgdragen voor je eigen veiligheid is in deze wereld kenmerkend, onder het motto: security by design. De burger stelt als consument hoge eisen, zeker aan de veiligheid die hij inkoopt. De rol van de politie beperkt zich tot het publieke domein en er is een grote inzet van technologie om veiligheid te waarborgen. De politie richt zich op de groepen die geen eigen beveiliging kunnen betalen. Omdat het principe ‘elk voor zich’ sterk aanwezig is in deze maatschappij, is het voor de politie lastiger om verbinding maken. Ook het hogere geweldsniveau speelt daarin mee. De burger neemt een kritische houding aan tegenover het gezag. Wat is het veiligheidsvraagstuk? Criminaliteit is gericht tegen de rijken. Zij nemen zelf veiligheidsmaatregelen om zich te beschermen. De minderbedeelden worden in deze wereld bedreigd door exploitatie en misbruik in de werksfeer. Een deel van hen komt terecht in gedwongen werksituaties, zoals bijvoorbeeld in de prostitutie.
  • 69. 69De toekomst begint vandaag! Wat is de rol van de politie? De politie deelt in deze wereld het geweldsmonopolie met een groeiende groep boa’s en particuliere beveiliging. Onduidelijk is wie de regie heeft. Lokale overheden sturen deze beveiliging aanvankelijk nog aan. Maar winkelcentra, ziekenhuizen, woonwijken en andere particuliere instanties gaan zelf steeds meer particuliere beveiliging inhuren. De politie let er vooral op dat zij hierin niet de juridische grenzen overschrijden. Prioriteit zal in de particuliere wereld uitgaan naar het armere deel van de bevolking. Door de kloof tussen arm en rijk hebben zij mogelijk de neiging tot crimineel gedrag richting de rijke bovenlaag. Gezien het maatschappelijk klimaat is de politie genoodzaakt repressief op te treden, waarbij ze zoveel mogelijk gebruik maakt van de beschikbare technologie (zwaardmachtpolitie). Tegelijkertijd zal de politie degenen in de samenleving die slachtoffer van exploitatie (werkslavernij, gedwongen prostitutie) zijn geworden, willen beschermen en bekrachtigen. Zij zijn in deze op eigen belang gerichte wereld op de politie aangewezen. Scenario 2: de collectieve wereld In de collectieve wereld werken burgers met elkaar samen in een groeiende economie. Hoe ziet deze wereld eruit? In deze hoogconjunctuur bestaat weinig werkloosheid, al leidt de groeiende behoefte aan grondstoffen tot schaarste en dus spanningen op de markt. Er is een groot aanbod van diverse opleidingen en banen en er is een grote mobiliteit van personeel. Iedereen is in staat om te werken aan zelfontplooiing. De werkgelegenheid is vooral te vinden in de dienstensector waarbij veel arbeidskrachten zich aanbieden als zelfstandige. Deze zelfstandigen zonder personeel gaan in collectieven samenwerken om kennis uit te wisselen. Onder invloed van internationalisering ontstaat een grotere mix van culturen en achtergronden. Grenzen verdwijnen, zowel fysiek als virtueel, en dat stimuleert migratiestromen. Nederland is aantrekkelijk voor arbeidskrachten uit met name andere EU-landen. Vooral het grote aantal zelfstandigen zonder personeel uit de diverse EU-landen is opvallend. Toch is de verblijftijd kort. De immigranten zijn vooral gericht op het verwerven van inkomen om vervolgens terug te gaan naar het eigen land om samen te zijn met de eigen groep. In de samenleving bestaat zowel een tweedeling tussen arm en rijk als een tweedeling tussen zelfredzame burgers en burgers die buiten de samenleving vallen. Desondanks is er een intrinsieke motivatie om bij te dragen aan het concept ‘samen’. De burger voelt zich meer dan voorheen verantwoordelijk voor het geheel. Daardoor blijven sociale vangnetten aanwezig. Uitruil van goederen vindt vooral plaats in de laag van de bevolking die economisch achterblijft. Ondanks de enorme diversiteit aan nationaliteiten en leeftijden is de bevolking toch behoorlijk vergrijsd. De onderlinge afhankelijkheid bij de burger is sterk en dat maakt netwerken en samenwerken van belang. De lokale overheden spelen een grotere rol in deze communities en lokale initiatieven, aangezien de rijksoverheid zich meer en meer beperkt tot kerntaken. De trend van privatisering en verstedelijking – steeds meer grotere gemeentes – zet door. Wat is het veiligheidsvraagstuk? In deze collectieve wereld heeft de technologie een enorme vlucht genomen en daarmee ook de cybercriminaliteit (hackers). Uitval van virtuele systemen kan leiden tot enorme chaos en problemen in de openbare orde.
  • 70. 70 De toekomst begint vandaag! Het aantal internationale bendes groeit doordat grenzen vervagen en migratiestromen aanzwellen. De daarmee samenhangende toegenomen flitscriminaliteit (winkeldiefstal, straatroof, overvallen) kan goed bedwongen worden door betere beveiligingstechnologie. Wat is de rol van de politie? In deze collectieve wereld beschermen en begrenzen de burgers in eerste instantie vooral elkaar en heeft de politie een signalerende en adviserende rol. Als regisseur heeft de politie een helikopterview over de ontwikkelingen in de maatschappij. Ze draagt zorg voor lijf, eerbaarheid en goed. Dat doet ze in coalitie met diverse organisaties die een rol vervullen in de ordehandhaving. De politie is verantwoordelijk voor de uitvoering; het knooppunt in de geweldsmonopolie. Scenario 3: de polariserende wereld In deze maatschappij opereren burgers individueel in een krimpende economie. Hoe ziet deze wereld eruit? In dit krimpmodel is de economie stilgevallen. Door de dominantie van Azië – vooral China en India – in de wereld is de innovatie uit Nederland weggetrokken. De strijd om technologie en grondstoffen wordt vooral internationaal gevoerd. In deze maatschappij ligt de nadruk vooral op het kunnen voorzien in primaire levensbehoeften: schoon water, voedsel en energie. Er is sprake van een ruime arbeidsmarkt en er is sprake van armoede onder een groot deel van de bevolking. Economische kennis vertaalt zich in de drang naar persoonlijke welvaart. De samenleving is gedifferentieerder; iets waar de politieorganisatie op aanhaakt. De politie werkt met gespecialiseerde zelfstandigen zonder personeel die op projectbasis worden ingehuurd, bijvoorbeeld voor de particuliere recherche. In deze individuele wereld werkt HRM met flexibel toepasbare inhuurmodellen in plaats van met gestandaardiseerde functiebeschrijvingen. Het concept van de vrijwillige politie is in deze wereld losgelaten. De overheid heeft minder geld te besteden en maakt gerichte keuzes wat ze nog zelf doet en wat ze aan de markt overlaat. De grote welvaartsverschillen tussen burgers zijn zichtbaar door het groeiend aantal welvarende, afgeschermde woonwijken en arme getto’s. De toegenomen zelfredzaamheid leidt tot een andere economie: volkstuintjes, ruilhandel, nieuwe netwerken. Burgers, bedrijven en organisaties kopen hun eigen beveiliging in. Veiligheid is een groeimarkt voor met name de beveiligingsbranche. Deze profiteert van de krimpende overheid en nieuwe vormen van criminaliteit. Ook het handhaven van het strafrecht en de strafvervolging is geprivatiseerd. Zo krijgt de winkeldief de kosten in rekening gebracht (administratieve sanctie) en maakt winkelbeveiliging gebruik van biometrische metingen om mensen preventief te verwijderen. De politie is teruggedrongen tot het publieke domein; ze is er vooral voor mensen die hun eigen beveiliging niet meer kunnen betalen. De nadruk verschuift van kwantiteit naar kwaliteit. Als leidende principes gelden zoveel als mogelijk: beschermen, begrenzen en bekrachtigen. Verkeersveiligheid komt in het geding door een slechtere infrastructuur in de krimpende economie. Wat is het veiligheidsvraagstuk? Door de polarisatie in de samenleving is het onveiligheidsgevoel onder de burgers groot. Er heerst angst, er is sprake van verdeeldheid en radicalisering. Een grote groep individuen doet een beroep op de politie; van toezicht op mantelzorg tot het fungeren als rijdende rechter. De diversiteit aan problemen is groot. Vooral flitscriminaliteit – snelle verplaatsing van criminaliteit over landsgrenzen heen – heeft een vlucht genomen.
  • 71. 71De toekomst begint vandaag! Wat is de rol van de politie? De politieaandacht gaat vooral uit naar de armen in deze maatschappij, waardoor de rijken hun eigen gang kunnen gaan en er een rijke vrijstaat groeit. De politie heeft daarop weinig toezicht. De politie heeft het geweldsmonopolie en wil die ook graag behouden, maar ziet dat het aangetast wordt. Meerdere partijen mogen geweld gebruiken of iemands vrijheid beperken, al is door economische krimp de inzet van boa’s en particuliere beveiliging afgenomen. Hierdoor is de druk op de politie groter om te begrenzen, te beschermen en te bekrachtigen. Ze kan niet voldoen aan de enorme behoefte. Basale technologische middelen vervangen duur politiepersoneel. De inzet van innovatieve technologie is beperkt vanwege de economische situatie. In deze wereld is de verwachting dat politiemachten in diverse landen vooral op zichzelf gericht zijn. Vanuit het oogpunt van kostenbesparing, zoals het besparen op de inzet van arbeidskrachten, hebben zij steeds minder voor elkaar over. Scenario 4: de uitruilwereld In deze maatschappij werken burgers met elkaar samen in een krimpende economie. Hoe ziet deze wereld eruit? In de uitruilwereld dalen de overheidsinkomsten en uitgaven en is er grote werkloosheid. Hoogopgeleide mensen met mogelijkheden en vermogen emigreren naar nieuwe opkomende markten. Mondiale samenwerkingsvormen leiden in Nederland vooral tot een uitstroom van innovatie en creativiteit. Het aantal (vaste) banen daalt en maakt plaats voor projectmatige klussen. Op deze informele arbeidsmarkt ontstaan gezamenlijke collectieven van zelfstandigen zonder personeel. De politie betrekt steeds meer burgers bij haar werk om kosten en baten in balans te houden. Tussen ketenpartners is meer uitwisseling van personeel, zodat er balans is tussen zekerheid en flexibiliteit. De tegenstelling tussen arm en rijk groeit, er is veel onzichtbare armoede bijvoorbeeld onder de groep zelfstandigen zonder personeel. Er is een tendens van zelfvoorziening in voedsel, energie en zorg. Hiertoe vormen zich kleine communities. Ook de uitruil van expertise en vakmanschap tegen allerlei producten is gangbaar. Mensen komen op de plekken waar werk en handel is. Fysiek in steden en op het platteland, maar ook op digitale handelspunten. De reputatie van de leverancier is heel belangrijk, de binding van de producent met zijn product is groot. Duurzaamheid staat centraal: in tijden van schaarste en basale technologie is het, uit economisch motief, van belang duurzaam om te gaan met producten. Er is sprake van een kleinschalige, sociale samenleving met andere zorgverbanden en andere woonvormen. Mensen kennen elkaar en moeten een zichtbare bijdrage leveren aan de gemeenschap. Er is meer vrijwilligerswerk en mantelzorg dan voorheen, maar wel binnen de eigen groep in de samenleving (archipelvorming). De groep mensen die moeite heeft mee te komen in de diensteneconomie wordt steeds groter. Deze ontwikkeling maakt de samenleving minder stabiel. Vanwege de krimpende economie en de toenemende ruilhandel dalen overheidsinkomsten en overheidsbestedingen. De overheid decentraliseert en richt zich voornamelijk op basisvoorzieningen als infrastructuur. De zelfredzame burger vraagt ook steeds minder om een regelende houding van de overheid. Het vertrouwen in overheid en politie is minder van belang nu de samenleving zelfregulerend is. Wat is het veiligheidsvraagstuk? Mensen voelen zich kwetsbaar, maar zijn niet zozeer bang. Er is hoop en verbroedering en er zijn ook gedeelde angsten. Kanslozen groeperen zich en eisen hun zelfredzaamheid op. Het samen optrekken kent in deze maatschappij ook een duistere kant: bendevorming. Mensen die willen polariseren, vinden elkaar snel via digitale netwerken om gelegenheidsacties te organiseren.
  • 72. 72 De toekomst begint vandaag! Wat is de rol van de politie? De politie heeft de rol van scheidsrechter die als onafhankelijke partij de balans tussen de bevolkingsgroepen moet zien te houden. De nadruk in haar werk ligt op begrenzing wanneer het mis gaat. Voor de politie zijn de kosten in deze krimpende economie hoog. Daarom maakt de politie in deze ‘samen’-leving veel gebruik van (burger)vrijwilligers, zodat ze toch een verbindende rol kan vervullen (mediator/adviseur) en enigszins invulling kan geven aan haar ambitie om niet alleen te beschermen, maar eveneens te bekrachtigen. Ze deelt het geweldsmonopolie, maar heeft nog altijd de regie en werkt samen in multidisciplinaire teams.
  • 73. 73De toekomst begint vandaag! 13. Hoeveel politiemedewerkers zijn er nodig? We gebruiken de vier toekomstbeelden om een eerste inschatting te maken van het aantal medewerkers dat de politieorganisatie in 2020-2024 nodig heeft. Feitelijk is dit een zeer moeilijk te beantwoorden vraag, omdat verschillende factoren de omvang en aard van de vraag naar politiemedewerkers beïnvloeden. Voordat we per toekomstbeeld enkele cijfers presenteren, benoemen we daarom eerst een aantal van deze factoren. In welke mate deze factoren in de praktijk van toepassing zijn, hangt af van de keuzes die politiek en het management van de nationale politie maken. De prognoses in de vier scenario’s zijn hiervan een illustratie. Vijf factoren die de omvang en samenstelling beïnvloeden Geïnspireerd door het paper van het ROA worden hieronder vijf factoren benoemd. De eerste vier factoren zijn direct van invloed op de aantallen politiemedewerkers, maar hebben hun doorwerking op de samenstelling. De suggestie is om bij de ontwikkeling van de strategische personeelsprognose deze factoren verder uit te werken voor de verschillende scenario’s. Factor 1: beschikbare financiële middelen op basis van politieke besluitvorming 75 procent van de politiebegroting bestaat op dit moment uit personele kosten. Hogere lonen door loonstijgingen of een hoger opleidingsniveau kunnen alleen worden gefinancierd door verruiming van het budget of – als de financiële middelen gelijk blijven – door minder medewerkers in dienst te hebben. Om de opdracht van de politiek uit te kunnen voeren, zijn keuzes nodig op het gebied van uitbesteding, de inzet van technologie of andere (effectievere of efficiëntere) manieren van werken. Factor 2: maatschappelijke vraag De politiek bepaalt de omvang van de politie en hoeveel geld hiervoor beschikbaar is. Nieuwe regeringscoalities kunnen andere prioriteiten stellen dan hun voorgangers en meer of minder geld ter beschikking stellen. Zo kan door de politieke constellatie de vraag naar politiemedewerkers toe- of afnemen en kan de vraag naar specifieke politiediensten verschuiven. Denk bijvoorbeeld aan de introductie van de dierenpolitie door het vorige kabinet. Binnen de bestaande formatie zijn politiemedewerkers voor deze taak ingezet. Factor 3: uitbesteden of zelf doen Het gaat hier om de vraag welke taken de nationale politie zelf moet en wil doen en welke taken zij uitbesteedt of extern inhuurt. Antwoorden op deze vragen bepalen de vraag: welke expertise heeft de politie nodig en in welke mate? Ook de mate waarin er sprake kan zijn van publiek-private samenwerking is hier aan de orde. Een actueel voorbeeld is de pilot die in samenwerking met Nederlandse Veiligheidsbranche in mei 2012 is gestart om na te gaan welke rol particuliere recherchebureaus in strafzaken kunnen spelen. Factor 4: technologie Machines en computers hebben in de afgelopen decennia veel werk van mensen overgenomen. Deze ontwikkeling staat niet stil. Ook voor de toekomst is de inzet van arbeidsbesparende technologie een bepalende factor. Dit geldt voor de omvang van de vraag naar politiemedewerkers en voor de eisen die aan hen worden gesteld.
  • 74. 74 De toekomst begint vandaag! Factor 5: politievak Last but not least is er natuurlijk het politievak zelf als bepalende factor voor de vraag naar politiemedewerkers. De aard van het veiligheidsvraagstuk en het beleid op welke wijze dit het beste kan worden aangepakt, zijn bepalende factoren voor de kwaliteiten waarover politiemedewerkers moeten beschikken om hun werk goed te kunnen doen en hoeveel mensen er nodig zijn. In deel 2 hebben we een beschrijving gegeven van vijf persona’s in de basispolitiezorg en de kwaliteiten die nodig zijn om het politievak in de toekomst goed te kunnen doen. Daarnaast zijn ook specialisten nodig. Bijvoorbeeld in de opsporing en op het gebied van financiën, ICT, techniek en de gedragswetenschappen. Personeelsprognoses in de vier werelden Wat betekenen deze factoren voor de toekomstige omvang en samenstelling van de politiemedewerkers? Tijdens een van de expertmeetings hebben we voor elk scenario een prognose voor 2020-2024 gemaakt. LET OP 1: Het betreft een eerste voorlopige prognose, waarbij het alleen gaat om de richting die de cijfers aangeven en niet om de cijfers zelf. Daarvoor is de termijn te ver weg. LET OP 2: We hebben in deze fase vooral globaal gekeken naar de maatschappelijke context, het gebruik van technologie en de inzet van andere partijen. Een volgende stap is: een nadere, precieze en gefundeerde uitwerking van de effecten van genoemde factoren in elk scenario. Op basis daarvan kunnen ook beleidskeuzes worden gemaakt, bijvoorbeeld over meer of minder uitbesteden.
  • 75. 75De toekomst begint vandaag! Scenario 1: de particuliere wereld In de particuliere maatschappij opereren burgers individueel in een groeiende economie. Indeling persona’s 2012 64% (Wijk)agent 2% Informatiemedewerker 11% Mw. Meldkamer/Intake 23% Rechercheur 50% (Wijk)agent 10% Informatiemedewerker 5% Mw. Meldkamer/Intake 35% Rechercheur Particuliere wereld 2020 - 2024 In de particuliere wereld blijft het totaal aantal fte’s gelijk, maar is de verdeling veranderd. De wijkagent speelt een belangrijke rol in deze wereld. Omdat hij een goede informatiepositie heeft, krijgt de informatiegestuurde politiezorg goed vorm. Doordat de verwachting in deze wereld is dat het aantal externe partijen (particuliere beveiliging en boa’s in dienst van gemeenten) toeneemt en er meer technologie beschikbaar is, zijn er minder medewerkers noodhulp/ agenten nodig. De boa’s hebben deels hun taak overgenomen. Zij reageren op de vele meldingen die er in deze samenleving zijn. Hierdoor en door de inzet van technologie en de verbeterde informatiepositie van de politie (IGP) daalt het aandeel wijkagenten en agenten van 63 naar 50 procent. 4. In elke wereld stijgt het aantal informatiemedewerkers. Hoe groot deze stijging is ten opzichte van 2012 is niet duidelijk. De vermelde twee procent in 2012 is vermoedelijk te laag. Ook het aantal medewerkers meldkamer/intake wordt lager door gebruik te maken van de technologische mogelijkheden. Uitgegaan wordt van een verlaging van 11 naar 5 procent Het intensieve toezicht door vooral particuliere beveiligingsbedrijven en boa’s leidt tot een grotere pakkans. Samen met de intensivering van de internationale samenwerking neemt hierdoor de recherchecapaciteit toe. Het percentage rechercheurs stijgt van 23 naar 35 procent. Door de beschikbaarheid van de vele informatiebronnen zien we ook een stijging van het aantal informatiemedewerkers naar 10 procent4 .
  • 76. 76 De toekomst begint vandaag! Scenario 2: de collectieve wereld In de collectieve wereld werken burgers met elkaar samen in een groeiende economie. Indeling persona’s 2012 64% (Wijk)agent 2% Informatiemedewerker 11% Mw. Meldkamer/Intake 23% Rechercheur 56% (Wijk)agent 10% Informatiemedewerker 11% Mw. Meldkamer/Intake 23% Rechercheur Collectieve wereld 2020 - 2024 Ondanks de bevolkingsgroei in deze wereld blijft de inzet van de politie gelijk. De organisatie werkt effectiever zodat niet meer politiepersoneel nodig is. Wel verschuift de verdeling binnen de organisatie De objectieve veiligheid neemt in dit scenario toe, omdat burgers beter op elkaar letten en meer samenwerken (meer heterdaad). De subjectieve veiligheid (beleving) is vooral gerelateerd aan cybercriminaliteit en migratiestromen in de buurt. ‘Algeheel beschikbaar blauw’ (een grote groep breed inzetbare agenten) maakt in dit scenario 48 procent uit, aangevuld met 8 procent wijkagenten. Ten opzichte van de huidige 63 procent (wijkagenten en medewerkers noodhulp samen) betekent dit een daling van 7 procent. Het aantal medewerkers meldkamer en intake blijft met 11 procent op hetzelfde niveau als in 2012. De meldkamer krijgt een regiefunctie. Weliswaar zou de inzet van de meldkamer met minder kunnen door de technologie, maar binnen deze wereld waarin de ‘community’-gedachte overheerst, behouden burgers het menselijk contact graag. Ook de recherchecapaciteit blijft gehandhaafd op 23 procent. Net als in de particuliere wereld stijgt eveneens het aandeel informatiemedewerkers naar 10 procent.
  • 77. 77De toekomst begint vandaag! Scenario 3: de polariserende wereld In de polariserende maatschappij opereren burgers individueel in een krimpende economie. Indeling persona’s 2012 64% (Wijk)agent 2% Informatiemedewerker 11% Mw. Meldkamer/Intake 23% Rechercheur 64% (Wijk)agent 8% Informatiemedewerker 5% Mw. Meldkamer/Intake 23% Rechercheur Polariserende wereld 2020 - 2024 In de polariserende wereld is de omvang van de nationale politie niet per definitie groter, maar verschuiven de werkterreinen. Om te voorkomen dat de politie alleen nog een reactieve macht (riot police) is, zijn niet zozeer meer dan wel beter toegeruste wijkagenten en agenten nodig. In totaal blijft het aandeel op het niveau van 2012, namelijk 64 procent. Omdat burgers meer zelfredzaam zijn, kan de meldkamer met minder mensen af. Het aandeel medewerkers intake/ meldkamer daalt van 11 naar 5 procent. De omvang van de recherche blijft gelijk aan 2012: 23 procent. Wel verschuift het aandachtsgebied en zijn meer en andere kwaliteiten nodig. Medewerkers in de opsporing zullen zich meer gaan richten op ondermijnende activiteiten in deze polariserende maatschappij. Door de bewijskracht van de technologie zal de forensische opsporing belangrijker worden en het aantal forensisch rechercheurs groeien ten koste van het aantal tactisch rechercheurs. Tenslotte stijgt ook in deze wereld het aandeel informatiemedewerkers: naar 8 procent.
  • 78. 78 De toekomst begint vandaag! Scenario 4: de uitruilwereld In de uitruilwereld werken burgers met elkaar samen in een krimpende economie. Indeling persona’s 2012 64% (Wijk)agent 2% Informatiemedewerker 11% Mw. Meldkamer/Intake 23% Rechercheur 53% (Wijk)agent 20% Informatiemedewerker 9% Mw. Meldkamer/Intake 18% Rechercheur Uitruil wereld 2020 - 2024 De politie zal in dit scenario met 15 procent minder mensen werken. Vanwege de economische krimp is dit noodzakelijk, maar het werk kan ook sneller en efficiënter, zeker wanneer de technologie goed toegepast wordt. Bijvoorbeeld door vanuit de intelligence de wijkagent te voorzien van goede informatie en instructies (vliegwielwerking). Het aantal wijkagenten en agenten daalt van 64 naar 53 procent. Dit is mogelijk doordat de politie vooral de rol heeft van scheidsrechter en nauw samenwerkt met teams van vrijwilligers. Ook is er meer cohesie in de samenleving waardoor er minder noodhulp nodig is. Bescherming komt vooral vanuit de samenleving zelf. Onderzoek naar criminaliteit, bijvoorbeeld naar zedenmisdrijven, vindt plaats vanuit de impact daarvan op het veiligheidsgevoel in de maatschappij. Ook mediation en preventie vormen belangrijke pijlers in dit scenario. Het aantal rechercheurs daalt hierdoor van 23 naar 18 procent, terwijl het aantal medewerkers Intake en meldkamer daalt naar 9 procent. De duistere kant (bendevorming) is vooral aanwezig in de digitale wereld; dat vraagt meer inzet van intelligence. De politie laat de fysieke wereld meer los om zich te richten op de digitale wereld. Vanwege de grote rol die de technologie en intelligence spelen, groeit het aantal informatiemedewerkers naar 20 procent.
  • 79. 79De toekomst begint vandaag! 14.Wat betekent dit voor de strategische personeelsprognose? De tijdens de expertmeeting geschetste vraag naar politiemedewerkers in de vier scenario’s geeft het volgende totaalbeeld. Het is een inschatting van een groep politiemedewerkers. Daarom benadrukken we nogmaals dat het vooral gaat om de richting die de cijfers aangeven en niet om de cijfers zelf. Daarvoor is de termijn te ver weg. 2012 Particuliere wereld Collectieve Wereld Polariserende wereld Uitruil wereld Wijkagent en agents 64 50 56 64 53 Mw. intake / meldkamer 11 5 11 5 9 Rechercheur 23 35 23 23 18 Informatiemw. 2 10 10 8 20 Kijkend naar de prognoses in de vier werelden zien we vooral de invloed van het maatschappelijk klimaat, het gebruik van technologie en de inzet van andere partijen. o De totale omvang van de nationale politie blijft in drie werelden gelijk en wordt in de ‘uitruil’-wereld kleiner. In deze wereld wordt de capaciteit aangevuld door vrijwilligers. o In elke wereld blijft de opbouw van de politie ongeveer hetzelfde, ook ten opzichte van de huidige situatie. Wel zijn er accentverschillen te zien. o Het belang van intelligence voor iedere politiemedewerker is in elke wereld groot. Hierdoor stijgt in elk scenario het aantal informatiemedewerkers ten opzichte van de huidige situatie. o In de particuliere en polariserende wereld wordt in het proces van intake/meldkamer arbeidsbesparende technologie ingezet en doet men een beroep op de zelfredzaamheid van de burgers. Hierdoor daalt het aantal medewerkers meldkamer/intake. In de uitruilwereld daalt het aantal vooral ook door het gunstige maatschappelijk klimaat. In de collectieve wereld hecht men aan persoonlijk contact en kan men zich dit ook permitteren. Hierdoor blijft het aantal medewerkers meldkamer/intake gelijk. o Het aantal wijkagenten en agenten blijft alleen in de polariserende wereld op hetzelfde niveau als in 2012. In de andere drie scenario’s daalt de omvang van deze groep politiemedewerkers. In de particuliere wereld is dit mogelijk door de samenwerking met private partijen en in de uitruilwereld door de inzet van vrijwilligers. In de collectieve wereld is sprake van minder vraag. De vrijgekomen capaciteit wordt ingezet voor versterking van de intelligence. o De omvang van de criminaliteit is bepalend voor de recherchecapaciteit. Deze wordt hierdoor groter in de particuliere wereld en minder in de uitruilwereld. In de polariserende wereld blijft het aantal rechercheurs op het huidige niveau gehandhaafd, maar is sprake van een verschuiving van de tactische naar de forensische opsporing. Vooral door de bewijskracht van de technologische bewijsvoering.
  • 80. 80 De toekomst begint vandaag! Richtingaanwijzer 7 voor de toekomst De beschikbare financiële middelen, de inzet van arbeidsbesparende technologie en de rolverdeling met private partijen (al of niet uitbesteden) zijn de draaiknoppen voor de politie om de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar politiemedewerkers te bepalen. Nadat de landelijke en lokale politiek de prioriteiten voor de inzet van politiecapaciteit hebben bepaald op basis van de aard van de veiligheidsproblemen, is het aan de politieorganisatie om strategische afwegingen te maken en te bepalen hoe zij de operationele sterkte verdeelt over de verschillende persona’s (en specialisten). Daarbij keuzes makend ten aanzien van de inzet van arbeidsbesparende technologie en uitbesteding van taken aan andere partijen.
  • 81. 81De toekomst begint vandaag!
  • 82. 82 De toekomst begint vandaag!
  • 83. 83De toekomst begint vandaag! Deel 4 Wat verwachten medewerkers in 2020-2024 van de politie? 15. De arbeidsmarkt is onzeker 16. Wat verwachten de verschillende generaties? 17. Wat verwachten de persona’s? 18. Wat betekent dit voor de strategische personeelsprognose?
  • 84. 84 De toekomst begint vandaag! 15. De arbeidsmarkt is onzeker De in hoofdstuk 2 geschetste demografische ontwikkelingen hebben gevolgen voor de arbeidsmarkt. Zo zal door de vergrijzing het arbeidsaanbod in Nederland dalen, terwijl er tegelijkertijd door de vergrijzing juist extra mensen in de zorg en de persoonlijke dienstverlening nodig zijn. Daarnaast zal het aantal jongeren dat de arbeidsmarkt betreedt geleidelijk minder worden. Frank Cörvers van de ROA geeft aan dat het aantal jongeren in de leeftijdsgroep van 17 tot 24 jaar in de periode tussen 2020 en 2024 daalt (paper, zie pag. 86) De algemene verwachting is dat er de komende jaren een evenwicht is tussen het aantal mensen dat de arbeidsmarkt betreedt en het aantal mensen dat de arbeidsmarkt verlaat. Vanaf ongeveer 2020 zullen er echter meer mensen de arbeidsmarkt verlaten dan toetreden. Door verhoging van de pensioenleeftijd wordt dit een of twee jaar later, maar daarmee wordt de trend niet omgebogen. (www.birchcaringcapital.com). Naast de veranderende leeftijdsopbouw van de beroepsbevolking wijzigt ook het opleidingsniveau van de beroepsbevolking. Uit cijfers van het Ministerie van OCW (2011) blijkt bijvoorbeeld dat in de leeftijdsgroep 30-34 jaar het aandeel hoger opgeleiden (hbo/wo) tot 2030 zal toenemen, en het aandeel laag opgeleiden, in het bijzonder het vmbo-niveau, afneemt (paper ROA). Dit is terug te zien in het aanbod van hoger opgeleiden op de arbeidsmarkt. Zie onderstaande figuur. Figuur 2 Het ´aanbod´ van lager, middelbaar en hoger opgeleiden Bron: Cedefop
  • 85. 85De toekomst begint vandaag! Ook de vraag naar hoger opgeleiden groeit, ten koste van de vraag naar lager opgeleiden. Zie figuur 3. Figuur 3 De ´vraag´ naar lager, middelbaar en hoger opgeleiden Bron: Cedefop Overigens kunnen de hier beschreven ontwikkelingen op de arbeidsmarkt sterk regionaal verschillen (Hoe blauw is de arbeidsmarkt?, Politieacademie, 2012). In het algemeen geldt dat werving van politiemedewerkers moeilijker is in de krimpregio’s. De vraag of en wanneer er structurele krapte op de arbeidsmarkt gaat ontstaan, is moeilijk te beantwoorden. In een artikel in De Groene (7 maart 2012) spreken CPB-onderzoeker Euwals en hoogleraar arbeidsverhoudingen De Beer hun twijfels uit over het ontstaan van een structurele krapte. De Beer in De Groene: ‘Het enorme tekort aan arbeidskrachten in 2015 dat de commissie Bakker voorspelde, komt in elk geval niet uit. Dat schuift op z’n minst enkele jaren door.’ Maar ook voor de langere termijn geloven ze niet in een structurele krapte. Zij wijzen op de flexibiliteit van de arbeidsmarkt. Werkgevers gaan op zoek naar andere strategieën als zij kampen met onvervulbare vacatures. De Beer noemt in het artikel verschillende mogelijkheden, zoals het verplaatsen van werk naar het buitenland, het werven in het buitenland en de inzet van arbeidsbesparende technologie. Hij spreekt van een overgangsfase, een tijdelijke krapte, zoals in de jaren negentig. Een periode die mogelijk enige jaren duurt, maar die niet kan worden geduid als structurele krapte. In de publieke sector – en dus ook voor de politie – zijn de personeelstekorten wellicht lastiger op te lossen dan in het bedrijfsleven. Maar volgens Euwals is dit niet een kwestie van krapte op de arbeidsmarkt. Hij spreekt van een financieringsprobleem en veronderstelt dat als bedrijven bereid zijn om concurrerende lonen te betalen er ook genoeg onderwijzers en verplegers zullen zijn. Ook in de scenariostudie ‘De grote uittocht’ van het Ministerie van BZK (2010) bestaat onzekerheid over de ontwikkelingen tot 2020. ‘In het geval van een langdurig aanhoudende crisis met lage of zelfs negatieve groeicijfers zullen de voorspelde arbeidsmarktknelpunten grotendeels uitblijven’ (pag. 34). Als de economie herstelt en de krapte zich wel voordoet, constateren de onderzoekers dat dit dan allereerst het niveau van de hoogopgeleiden betreft.
  • 86. 86 De toekomst begint vandaag! Los van de economische situatie staat de nationale politie voor de opgave om meer jongeren met een niet-westerse achtergrond voor de politie te interesseren. Van oudsher is de politie voor deze groep echter een minder populaire werkgever (Politieacademie, 2012). Om haar werk in de multiculturele samenleving goed te doen, heeft de nationale politie hen echter wel nodig. Mede omdat het werven van niet-westerse allochtonen en vrouwen van belang is om het aantal mensen dat de politieorganisatie nodig heeft op peil te houden. Richtingaanwijzer 8 voor de toekomst Het aanbod op de arbeidsmarkt voor de nationale politie is voor 2020-2024 onzeker. De nationale politie zal de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt goed moeten volgen om tijdig in te kunnen spelen op de veranderingen in de aanbod. Op de korte termijn vraagt de werving van (hoger opgeleide) niet-westerse allochtonen en vrouwen, alsmede het behoud van hen en van de groep hoger opgeleiden, al aandacht. Voor alle groepen behoort de politie een aantrekkelijk werkgever te zijn. Relevantie van onzekerheden op de externe arbeidsmarkt voor de strategische personeelsplanning van de Nationale Politie Dr. Frank Cörvers, Senior onderzoeker Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Universiteit Maastricht De vraag naar personeel is moeilijk te voorspellen! Met welke ontwikkelingen op de arbeidsmarkt moeten we rekening houden? Die vraag beantwoordt Cörvers, onderzoeker bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt. Cörvers relativeert overigens het belang en het nut van deze prognoses door erop te wijzen dat het erg moeilijk is om te bepalen wat de precieze ‘vraag’ naar personeel is. Zo is bijvoorbeeld de vraag naar politiemedewerkers afhankelijk van de politieke keuzes en prioriteiten. Nog moeilijker is het om iets te zeggen over de toekomstige vraag naar politiemedewerkers. Cörvers somt een reeks keuzes op die hierop van invloed zijn. Worden bijvoorbeeld taken uitbesteed of afgestoten? Kan er meer gebruik worden gemaakt van ICT? Is hiervoor specifieke expertise nodig? Deze en andere vragen bepalen de behoefte aan politiemedewerkers, in omvang en in samenstelling. Kortom, keuzes van het politiemanagement hebben invloed op hoe de vraag naar politiepersoneel zich ontwikkelt. Om adequaat in te spelen op de onzekerheden op de arbeidsmarkt en de politieke keuzes adviseert hij een flexibele inrichting van de werving van politiepersoneel, door bijvoorbeeld meer beloningsdifferentiatie tussen specialismen toe te laten. Hierdoor worden schaarse specialisten beter beloond. Ook een flexibeler opleidings- en carrièremodel en verschillende contractvormen zijn mogelijkheden om goed in te kunnen spelen op de vraag naar personeel.
  • 87. 87De toekomst begint vandaag! 16.Wat verwachten de verschillende generaties? In de periode tussen 2020 en 2024 daalt dus het aantal jongeren dat de arbeidsmarkt betreedt. Vanaf 2020 zullen er meer mensen de arbeidsmarkt verlaten dan toetreden. Om deze trend te vertragen wordt stapsgewijs de pensioengerechtigde leeftijd verhoogd en zullen nieuwe generaties langer doorwerken tot hun 67ste of misschien wel 70ste jaar, zoals hoogleraar pensioenmarkten Fieke van der Lecq van de Erasmus Universiteit Rotterdam in een interview met Nu.nl (23 april 2011) bepleit. Vier generaties aan het werk Voor de politieorganisatie betekent deze ontwikkeling dat in 2020-2024 vier generaties tegelijkertijd aan het werk zijn en dat op dat moment de protestgeneratie (geboren 1940-1955) met pensioen is. Uitgaande van de generatie-indeling van Bontekoning (paper, zie pag. 91) zijn dit de volgende generaties. (1) De heldere digi-generatie, geboren tussen 2000-2015. De eerste lichtingen betreden in 2020-2024 de arbeidsmarkt en zijn dan de junioren in de nationale politie. (2) De authentieke generatie Y, geboren tussen 1985 en 2000. Het is de huidige generatie junioren die graag gezien worden in wat ze kunnen en wie ze zijn. Ze willen direct meedoen. (3) De pragmatische generatie, geboren tussen 1970 en 1985. Als de huidige medioren bereiden zij zich de komende jaren voor om het leiderschap op zich te nemen. (4) De verbindende generatie X, geboren tussen 1955 en 1970. Vitaal en actief zullen zij nog mee willen doen. Medewerkers van Bureau Forensische Opsporing Haaglanden wilden aan de slag met het thema generaties en benaderden hiervoor het Landelijk Expertisecentrum Diversiteit. Dit initiatief resulteerde in de teaminterventie ‘De kracht van het verschil in teams’. Zowel het MT als alle medewerkers volgden workshops, waarin zij reflecteerden op de verschillen tussen generaties en in levensfasen. Na afloop besefte iedereen wat de kenmerken, kwaliteiten en valkuilen van elke generatie en levensfase zijn en dat ieders krachten nodig zijn om samen een goed functionerend en vitaal team te zijn. Zij kregen ook concrete handreikingen mee. Gevolg: een betere werksfeer en betere politieresultaten. Uit het onderzoek van Bontekoning komt naar voren dat elke generatie zijn eigen specifieke kenmerken en sterke kwaliteiten heeft. De opgave is om deze verschillende kwaliteiten te benutten en ervoor te zorgen dat deze elkaar onderling versterken. In dat kader hebben in het korps Rotterdam-Rijnmond Jong Blauw en de dienst P&O het initiatief genomen tot de oprichting van Generaties@WORK! waarin zij jonge en oudere collega’s bij elkaar brengen om te profiteren van elkaars kennis en ervaring. Ook in andere korpsen zijn er soortgelijke initiatieven. In Haaglanden hebben medewerkers zelf het initiatief genomen om de verschillen tussen generaties bespreekbaar te maken (zie kader).
  • 88. 88 De toekomst begint vandaag! Wat zijn de verwachtingen van de verschillende generaties en wat beweegt hen? Het korps Rotterdam- Rijnmond heeft de Hogeschool van Amsterdam hiernaar een eerste verkenning laten uitvoeren (Advies Politie Rotterdam-Rijnmond, 2010). Vertegenwoordigers van elke generatie is gevraagd om een top vijf van factoren te geven waarvan zij energie krijgt. Collegialiteit, resultaatgerichtheid en goede werkomstandigheden zijn factoren die voor elke generatie belangrijk blijken te zijn. Verschillend waarderen de generaties de factoren ‘waardering en beloning’ en ‘uitdaging en spanning’. Voor de protestgeneratie en de generatie X zijn ‘waardering en beloning’ belangrijk en zij noemen ‘uitdaging en spanning’ niet als een energiegevende factor. Bij generatie Y en de pragmatische generatie is dit juist omgekeerd. Zij hechten minder aan ‘waardering en beloning’ en meer aan ‘uitdaging en spanning’ in het werk. Daar waar de generaties dezelfde factoren noemen, blijken overigens wel de onderliggende aspecten waaraan men belang hecht verschillend te zijn. Enkele voorbeelden uit het onderzoeksrapport, waarin ook de protestgeneratie is meegenomen: o Voor generatie X betekent resultaatgerichtheid vooral het behalen van doelen en de kwaliteit van het resultaat, terwijl generatie Y het accent legt op samenwerken en minder gefocust is op het behalen van kwantitatieve doelstellingen. o De protestgeneratie en de Y-generatie scoren beiden hoog op ‘kunnen blijven ontplooien’. De protestgeneratie ziet dit vooral graag ingevuld door de mogelijkheid opleidingen, cursussen en themadagen te kunnen volgen, terwijl de Y-generatie vooral wil leren tijdens het werk. o De protestgeneratie wil ruimte en ziet dit als een erkenning van de opgebouwde kennis en ervaring. De pragmatische generatie spreekt van vrijheid die ze nodig heeft om de creativiteit kwijt te kunnen. Ook uit een onderzoek van Deloitte (2012) komen verschillende wensen van de generaties naar voren. Zo blijkt uit hun onderzoek dat voor elke generatie een goede balans tussen werk en privé belangrijk is, maar dat dit het sterkst geldt voor generatie X, wat gezien hun levensfase niet moeilijk te begrijpen is. Generatie Y hecht het meest aan duurzaamheid en wil dat het werk vooral ‘leuk’ is. Richtingaanwijzer 9 voor de toekomst Ken de energiebronnen van de vier generaties bij de nationale politie. Er is meer kennis nodig om de kracht van elke generatie te kunnen benutten en elkaar ook te versterken. Een eerste stap kan zijn om met de informele leiders op de werkvloer en van elke generatie te verkennen wat hen drijft en energie geeft. Dit biedt de mogelijkheid om generatieverschillen concreet te benoemen en vervolgens ook te waarderen en te benutten.
  • 89. 89De toekomst begint vandaag! GeneratieY Generatie Y is de jongste generatie die nu al in de politieorganisatie aan het werk is. Voor deze generatie is werk erg belangrijk, maar zij staan er wel heel anders in dan hun ouders en grootouders (Spangenberg, 2011). Omdat het belangrijk is een goede aansluiting met deze jongste generatie te vinden en deze voor de politieorganisatie te interesseren en te behouden, gaan wij hieronder nader in op wat juist zij van het werk verwachten. Wie zijn de jongeren van generatie Y? Bontekoning noemt authenticiteit als de meest opvallende eigenschap van deze generatie. ‘Ze willen afwisselend werk en vooral creatieve ruimte om zaken op hun eigen manier aan te pakken in plaats van ‘doen zoals het hoort’. Ze willen direct meedoen en gezien worden in wie ze zijn en wat ze kunnen. Hiërarchie vinden ze suffig, wederkerig respect en een open positieve werksfeer vinden ze belangrijk’ (paper Bontekoning). Een houding die verwijst naar waarden als authenticiteit, participatie, verantwoordelijkheid en flexibiliteit. Hazenberg vult deze nog aan met de waarden: verbinding, duurzaamheid en transparantie (expertmeeting 16 augustus 2012). Interessant is de tweedeling die Spangenberg (2011) maakt. Hij duidt (een deel van) generatie Y aan als de grenzeloze generatie (jongeren geboren tussen 1986 en 1995) en onderscheidt hierbinnen twee groepen jongeren: de zelfredzamen en de structuurzoekers. De zelfredzamen zijn extravert en wars van structuren. Zij kunnen prima hun weg vinden in de complexe wereld. Zij willen uitdagingen en zich verder ontwikkelen. Structuurzoekers daarentegen zijn op zoek naar duidelijkheid en zekerheid. Zij zijn minder op zoek naar verandering. Beide groepen komen het beste tot hun recht in een omgeving die aansluit bij hun waarden. De zelfredzamen zijn toleranter, multicultureler en spiritueler dan structuurzoekers. Ook zijn zelfredzamen flexibeler, kritischer ingesteld en meer bezig met het uitbouwen en onderhouden van hun sociale netwerken dan structuurzoekers. Structuurzoekers maken zich grote zorgen niet gerespecteerd te worden. Zij lijken meer egalitair te zijn ingesteld en onverschilliger voor de mening van anderen (pag. 53-54). Zelfredzamen en structuurzoekers verschillen ook in opleidingsniveau. De meerderheid (67 procent) van de structuurzoekers heeft een opleiding op het niveau van mavo/mbo. Bij de zelfredzamen is dat minder dan de helft (45 procent). 55 procent heeft havo/vwo-niveau of hoger. Spangenberg heeft ook specifiek gekeken naar de allochtone jongeren van de grenzeloze generatie. Wat beweegt hen? Een van de zaken die hieruit naar voren komt, is dat voor hen tolerantie erg belangrijk is en dat zij hechten aan traditionele levensvormen, een duidelijke rolverdeling tussen mannen en vrouwen en een baas die met gezag optreedt. Ze zijn ambitieus en prestatiegericht.
  • 90. 90 De toekomst begint vandaag! De toekomstige digi-generatie De kinderen die in de periode 2000-2015 zijn geboren vormen de digi-generatie. De eersten komen tussen 2020 en 2024 in dienst van de politie. Zij groeien op met internet en de social media. Ze zijn vrij en toch gedisciplineerd en lijken nog gelijkwaardiger om te gaan met verschillen dan generatie Y (Bontekoning). Wat zullen zij van het werken bij de politie verwachten? Hoe kunnen wij hen interesseren voor een baan bij de politie? We formuleren de volgende richtingaanwijzer. Richtingaanwijzer 10 voor de toekomst Geef generatie Y de ruimte, maar begeleid ze wel. Zowel de zelfredzamen als de structuurzoekers kunnen een belangrijke rol spelen bij de vormgeving van het politiewerk in de toekomst. Vooral voor de zelfredzamen is het belangrijk dat zij dan wel de ruimte krijgen om hieraan zelf invulling te geven met een baas als gesprekspartner en mentor. In de hiërarchische, gesloten cultuur van de politie is dit een bijzondere opgave, waarvoor veel aandacht nodig is. Zodra economisch herstel intreedt en de werkgelegenheid weer aantrekt zullen zij anders de politieorganisatie verlaten of er niet willen solliciteren. Door de jongeren van nu de ruimte te geven, bereidt de politie zich ook voor op de komst van de volgende generatie: de digi-generatie. Richtingaanwijzer 11 voor de toekomst Betrek de pragmatische generatie tijdig bij de werving en opleiding van de digi-generatie. De pragmatische generatie zijn de ouders van de nieuwe generatie jongeren die bij de politie in dienst treedt. Zij kunnen hun ervaringskennis inzetten om te zorgen dat de nationale politie ook voor deze generatie een aantrekkelijk werkgever is. Rond 2018 is hiervoor het moment aangebroken.
  • 91. 91De toekomst begint vandaag! Hoe de politie vitaal, eigentijds en aantrekkelijk voor alle generaties kan zijn Aart C. Bontekoning, organisatiepsycholoog en generatie-expert Wees je bewust van de verschillen tussen generaties! Wat verwachten toekomstige medewerkers van het werken bij de politie? Uitgangspunt in het paper van Bontekoning is dat een organisatie bij de tijd, vitaal en aantrekkelijk blijft als elkaar opvolgende generaties hun evolutionaire werk doen. Elke generatie reageert als vanzelf op wat niet-vitaal is. Wat wel vitaal is, nemen opvolgende generaties van de vorige over. Het tempo en de kwaliteit van deze evolutionaire ontwikkelingen worden bepaald door de aanwezigheid van de informele leiders in een generatie en door steun van en interactie met de leiders van andere generaties. Bontekoning geeft een schets van de kenmerken van de vijf generaties. Bewustwording van de verschillen tussen generaties is een eerste stap om elkaars krachten beter te kunnen benutten. Hoe kun je deze inzetten bij het vormgeven van een nieuwe politie? Onder regie van generatie X kunnen informele leiders van elke generatie in dit bewustwordingsproces een centrale rol krijgen.
  • 92. 92 De toekomst begint vandaag! 17.Wat verwachten de persona’s? Tijdens een van de expertmeetings hebben de deelnemers vanuit het perspectief van Robin, Tanja, Sam, Femke en Tariq in kaart gebracht wanneer de politie voor hen een aantrekkelijk werkgever is. Hieruit komt het volgende beeld. Een beeld waarin flexibiliteit en keuzevrijheid, zingeving, openheid en diversiteit de centrale thema’s zijn. Wens 1: flexibiliteit en keuzevrijheid Zowel de organisatie als de medewerkers hebben behoefte aan meer flexibiliteit. In het paper ‘De politieorganisatie als flexibele organisatie’ is uitgewerkt op welke manieren de organisatie hieraan invulling kan geven. Zie pag. 93 voor een korte samenvatting. De deelnemers aan de expertmeeting hebben aangegeven wat zij als medewerker op dit terrein verwachten. Verschillende soorten dienstverband De deelnemers wijzen erop dat dé medewerker niet bestaat en pleiten voor verschillende soorten dienstverbanden, passend bij de vraag vanuit de organisatie, de aard van de klus die gedaan moet worden en de persoonlijke situatie. Flexibele arbeidsvoorwaarden Geopperd is om de gedetailleerde cao los te laten en te vervangen door globale afspraken per thema. Bestedingsvrijheid (1) Geef iedere medewerker een budget waaruit hij zelf secundaire (opleiding en scholing) en tertiaire arbeidsvoorwaarden (zorgverlof of sabbatical) naar keuze financiert. (2) Maak het mogelijk periodes van werken, leren of een time-out af te wisselen. Geen standaardfunctiebeschrijvingen meer Geef mensen de vrijheid om invulling te geven aan hun eigen werk. Probeer medewerkers niet in de mal van een standaardfunctiebeschrijving te passen. Sluit bij het toedelen van werk aan bij het talent en de motivatie van medewerkers. Richtingaanwijzer 12 voor de toekomst Ontregel HRM en flexibiliseer de rechtspositie en de arbeidsvoorwaarden tot op individueel niveau. Bovenstaande suggesties wijzen in de richting van minder regelgeving, minder bureaucratie en naar meer flexibiliteit. Ze sluiten niet alleen aan bij de wensen van huidige en toekomstige generatie jongeren, maar ook bij de voortdurende veranderingen die er in het politiewerk zijn.
  • 93. 93De toekomst begint vandaag! De politieorganisatie als flexibele organisatie Anneke Goudswaard, Peter Oeij, Steven Dhondt en Klaas ten Have Onderzoekers, TNO Innovation for Life Laat basisteams zelf het werk organiseren! Flexibiliteit is een belangrijke voorwaarde voor veel organisaties om in te kunnen spelen op de veranderingen in de maatschappij. Dit geldt natuurlijk ook voor de politieorganisatie. Hoe kan de politieorganisatie dit doen? Goudswaard van TNO geeft twee modellen waarop de politieorganisatie flexibiliteit kan organiseren. Met het eerste model rekt zij ons denken op door een organisatie te schetsen waarin gekozen is voor maximale flexibiliteit. Deze vorm heeft voor de politie praktische en fundamentele bezwaren en heeft het gevaar in zich dat haar integriteit wordt aangetast. Daarom zet zij er een tweede model naast. In dit model presenteert zij een mix van organisatorische en personele flexibiliteit. Organisatorische flexibiliteit kan bijvoorbeeld worden bereikt als de basisteams de mogelijkheid krijgen om het werk zelf te organiseren en als er ruimte is om snel te schakelen. Personele flexibiliteit gaat over medewerkers die breed inzetbaar zijn en worden uitgedaagd in hun professionele autonomie. Om de flexteams optimaal in te zetten, adviseert Goudswaard een nieuwe vorm van capaciteitsmanagement waarbij de inzet van deze flexteams wordt bekeken in samenhang met de organisatie van de werktijden in de basisteams. Hier passen vormen van individueel roosteren bij, waarbij medewerkers zelf een goed evenwicht vinden tussen de taken die moeten worden gedaan, het moment waarop en hun eigen belangen. Tenslotte kunnen ook flexibele contracten een bijdrage leveren aan een flexibele organisatie. Wens 2: zingeving is leidend Politiemedewerkers willen zinvol en nuttig werk doen. Hun talent inzetten om mensen in nood te helpen, een wijk veiliger te maken of een crimineel netwerk te ontmaskeren. Tegelijkertijd is het belangrijk dat het werk ook ‘fun’ is. Vanuit die houding geven de deelnemers een aantal adviezen mee. Actieve zelfsturing Creëer ruimte voor actieve zelfsturing. Laat bijvoorbeeld een team gezamenlijk een klus aannemen en uitvoeren. Zet mensen in op hun talent en laat ze van elkaar leren. Stimuleer zo zelfsturing en zelforganisatie. Sluit aan bij de motivatie van medewerkers. Leer elkaar feedback te geven zonder dat het de onderlinge loyaliteit en steun aantast. Blijven leren, ontwikkelen en spirituele groei Bied medewerkers de ruimte om te blijven leren en te ontwikkelen. Ook spiritueel. Voer het gildesysteem in. Laat ouderen van jongeren leren en jongeren van ouderen. Zorg voor een ‘fun’ werkomgeving Werk moet zinvol én leuk zijn. Het gaat om een werkomgeving die plezier geeft en inspireert. Zorg voor leidinggevenden die ruimte en steun geven Gewaardeerde leidinggevenden geven persoonlijke aandacht en feedback. Ze zetten medewerkers in op hun kracht.
  • 94. 94 De toekomst begint vandaag! Wens 3: openheid en diversiteit De deelnemers hebben ook gesproken over de nieuwe mensen die tot de politieorganisatie willen toetreden. Waar moeten zij aan voldoen? Wat brengen zij mee? De ideeën die zij meegeven, passen bij een nationale politie als open organisatie met een divers personeelsbestand. Richtingaanwijzer 13 voor de toekomst Experimenteer met nieuwe samenwerkingsvormen en talentmanagement. Geef invulling aan medewerkersparticipatie. Medewerkers van de toekomst willen graag zelf invulling geven aan het werk. Ze willen meebepalen welke taken ze gaan doen en hoe ze die gaan aanpakken. Je talent kunnen inzetten en verder ontwikkelen, samen een leuke werkomgeving creëren, zijn voor hen de nieuwe elementen in het HRM-beleid voor de toekomst. Elementen die goed aansluiten bij het netwerkend samenwerken en talentmanagement. Tegelijkertijd zal hiërarchie in de nationale politie een belangrijke functie blijven behouden. Kleinschalige experimenten kunnen helpen om een juiste balans te vinden tussen sturing van bovenaf en zelfsturing en tegelijkertijd te inventariseren welke eisen dit stelt aan de leidinggevenden en de medewerkers. Veiligheidsmensen De deelnemers noemen politiemedewerkers ‘veiligheidsmensen’. Medewerkers die breed inzetbaar zijn, ook bij andere organisaties in de veiligheidsketen. Zorg voor een brede opleiding Betrek andere opleidingsorganisaties en kennisinstituten bij de politieopleiding. Scouten vanaf de basisschool Laat HRM gebruikmaken van de profilingsmethodiek van de recherche en prospects spotten. Volg hen via de social media. Bied hen een voortraject aan. Veelkleurig entree Zorg dat allerlei mensen in en voor de politieorganisatie kunnen werken. Laat niet alleen mensen via de Politieacademie instromen, maar werf nieuwe medewerkers ook van andere opleidingen en bied passende aanvullende cursussen aan. Zoek naar innoverende manieren om kennis te verkrijgen van de werkwijze van criminelen. Zijn bijvoorbeeld ex-hackers die hun straf hebben uitgezeten, (tijdelijk) te contracteren?
  • 95. 95De toekomst begint vandaag! Richtingaanwijzer 14 voor de toekomst Zet onorthodoxe wervingsmethoden in en bied een breed palet aan arbeidsvormen aan. De deelnemers hebben allerlei onorthodoxe ideeën geopperd voor de instroom van expertise die de politie in de toekomst nodig zal hebben. Het is inspirerend om op zoek te gaan naar nieuwe wervingsmethoden en verschillende arbeidsvormen, om zo telkens – tijdelijk of permanent – over die expertise te beschikken die de politie nodig heeft. Dilemma’s De gegeven richtingaanwijzers voor de toekomst brengen ook dilemma’s met zich mee. We noemen er twee. Individuele ruimte – collectiviteit Hoe kan de nationale politie zich ontwikkelen tot een flexibele organisatie waarin politiemedewerkers worden ingezet op hun talent, elkaar feedback geven en ook zelf de ruimte krijgen om hun werk samen met hun collega’s in te vullen? Blijft in zo’n context de saamhorigheid behouden die nodig is om elkaar in noodsituaties te steunen? Gaan ruimte voor eigen keuzes in het werk samen met collectiviteit? En, zo ja onder welke voorwaarden? Jong Blauw noemt saamhorigheid een van de redenen waardoor generatieverschillen nog te weinig worden gezien en te weinig worden gewaardeerd en benut. Zij pleiten voor ruimte voor eigenheid van het individu zonder dat dit ten koste gaat van de saamhorigheid. Flexibiliteit – continuïteit en behoud van kennis Het werk bij de politie vraagt de inzet van specifieke kennis en ervaring. Niet alleen algemene vakinhoudelijke kennis en ervaring, maar ook specifieke kennis van de voorgeschiedenis. Ook zijn vele jaren nodig om een goed eigen netwerk op te bouwen. Tegelijkertijd is mobiliteit en doorstroming nodig, zodat medewerkers duurzaam blijven en de organisatie vitaal. Hoe verhouden deze twee bewegingen zich tot elkaar? Tot hoever strekken flexibiliteit en mobiliteit zich uit als het gaat om behoud van kennis of om een betrouwbare partner in het netwerk te zijn? Wat kunnen we leren van andere organisaties? Richtingaanwijzer 15 voor de toekomst Zoek naar vernieuwing, bespreek dilemma’s én behoud het goede. Vernieuwing van HRM is voor de nationale politie een uitdaging voor de toekomst, om ook in 2020-2024 een aantrekkelijke werkgever te zijn. Veranderingen zijn nodig, waarbij we ervoor zorgen dat we dilemma’s bespreekbaar maken en het goede behouden.
  • 96. 96 De toekomst begint vandaag! 18.Wat betekent dit voor de strategische personeelsprognose? De ontwikkeling van een strategische personeelsprognose vraagt een visie op de vraag en het aanbod van personeel. In dit deel hebben we geïnventariseerd wat medewerkers van de nationale politie verwachten. Het is interessant om te constateren dat hun wensen goed aansluiten bij de vraag vanuit de politieorganisatie zoals we die hebben beschreven in deel 1 en 2. Zo sluit bijvoorbeeld de behoefte om het eigen werk in te delen goed aan bij de contextgedreven werkwijze die wijkagenten en agenten op straat zich eigen gaan maken. De veranderlijkheid in het werk vraagt om een blijvend lerende houding, hetgeen goed aansluit bij de waarde die jongere generaties hechten aan zelfontplooiing. Alles overziend is de bijdrage van de politiemedewerkers van grote waarde geweest om de richtingaanwijzers voor de toekomst te kunnen formuleren. De expertmeetings hebben veel opgeleverd. Deze constatering leidt tot de laatste richtingaanwijzer voor de toekomst. Richtingaanwijzer 16 voor de toekomst Medewerkers creëren zelf de politieorganisatie van de toekomst. De verschillende aanbevelingen raken diverse deelterreinen van HRM. Het is verstandig om bij de uitwerking ervan gebruik te maken van de expertise en motivatie van medewerkers en te investeren in medewerkersparticipatie. Zij creëren immers samen de politieorganisatie van de toekomst.
  • 97. 97De toekomst begint vandaag!
  • 98. 98 De toekomst begint vandaag! Dankwoord Het was voor mij een groot plezier om samen met zoveel politiecollega’s en betrokkenen van buiten de politieorganisatie het traject ‘Het Politievak in 2020-2024’ te doorlopen. De inbreng van zoveel mensen heeft ons veel materiaal opgeleverd en nieuwe inzichten gegeven. Met dit document doen wij hiervan verslag. Het is een tussenstap in een verdergaande ontwikkeling om tot een strategische personeelsprognose te komen waarmee we gaan sturen op de personeelsstromen en ervoor zorgen dat we een aantrekkelijk werkgever blijven, nu en in de toekomst. Iedereen die een bijdrage aan dit proces heeft geleverd, wil ik hiervoor heel hartelijk bedanken. Ik denk aan politiecollega’s, auteurs van papers en alle personen in en buiten de politieorganisatie die bereid zijn geweest om zich te laten interviewen of tijdens een van de expertmeetings te spreken. Ik hoop dat ik ook in de toekomst weer een beroep op u mag doen. Een aantal mensen wil ik graag met name noemen, omdat zij een bijzondere inbreng hebben gehad. Allereerst noem ik Geraldine van den Brink en Marieken Westerink, verbonden aan de Politieacademie. Zij hebben niet alleen een actieve bijdrage geleverd tijdens de expertmeetings, maar waren ook telkens bereid om de tussenresultaten verder uit te werken. Zo hebben zij deelgenomen aan de werkgroepen die de persona’s en de scenario’s hebben ontwikkeld. Ook leverden ze nuttig commentaar op eerdere concepten van deze nota. Jelte Bulthuis en Carl Spruijt waren de collega’s die samen met Geraldine en Marieken de scenario’s maakten, terwijl Ria Kamps enorm geholpen heeft bij de beschrijving van de scenario’s. Monique Ankersmit, Hansje Brinkman, Stan Duijf, Stijn van Griensven, Martijn Mol, Ineke Muskens, dachten creatief mee toen we de persona’s opbouwden. Hansje Brinkman vond ook tijd om het concept van de nota van commentaar te voorzien en deel te nemen aan de workshop waarin de deelnemers de vier ontwikkelde scenario’s doorrekenden. De andere deelnemers waren: Arthur Barendse, Edwin Bongers, Egbert-Jan van Hasselt, Eveline Hertzberger, Ella Huisman, Dennis Klaassen, Erik Klaver, Patrick de Koeijer, Gertrin van Lune, Mariëtte Oostveen, Hugo Vos. Aart Jan Collee, Jord Koppejan, Hessel Schut, Floris Spinder, Tom Tiesema en Mark Wiebes hebben samen de casus van de Beverwijkse Bazaar uitgewerkt die vervolgens Ed Tunen en Piet Tieleman in de Wereld Draait Door bespraken. Fiet van Beek, Joop Hazenberg, Mirko Noordegraaf en Wilfred van Roij waren de deelnemers aan het Buitenhofdebat en Hans Hoekman en Monique Scheepers traden op in Zomergasten van Bas Haring. Michiel Laan van het Ministerie van Veiligheid en Justitie wil ik hartelijk bedanken voor de constructieve samenwerking gedurende het gehele proces. Samen met collega’s van het ministerie en vele politiemedewerkers hebben zij ook veel tijd gestoken in de kwaliteit van het voorliggende document. Ik noem: Ellen van den Berg, Rik de Boer, Helma Boerboom, Jeanet van de Bunte, Benjamin van Gelderen, Marjon van Gelderen en haar collega’s van Jong Blauw, Marlies Goldsmits, José Jeltes, Renate Kenter, Frank Kornaat, Helma Rodenburg, Monique Scheepers, Anne Sey, Bert van Wijk en Joyce Zuidam. In het bijzonder bedank ik Ilona Nagtegaal van het Openbaar Ministerie en professor Willy Bruggeman, voorzitter Belgische Federale Politieraad voor hun commentaar op het eerste concept. Ook Simone Schoonhoven, Xander Beenhakkers en Saskia Freijmuth verdienen een woord van dank. Xander voor de wijze waarop hij de expertmeetings leidde en tijdens het gehele proces beschikbaar was
  • 99. 99De toekomst begint vandaag! voor advies. Simone voor haar creatieve inbreng, tot uiting komend in de diverse dvd’s die ze heeft gemaakt. En Saskia voor haar altijd bereidwillige hulp en ondersteuning om de zaken goed te regelen en organiseren. Renske Derks, Annemies Gort en Tine de Jong bedank ik, omdat zij zich hebben ingezet om de nota toegankelijk te maken voor de lezer en tenslotte natuurlijk ook alle collega’s die eveneens een bijdrage hebben geleverd, maar ik nu vergeet te noemen. Last but not least noem ik de HRM-werkgroep vanuit de kwartiermakersorganisatie op wie José Nelis altijd een beroep kon doen tijdens de uitvoering van het hele project: Peggy Jansen, Marloes Klooster, Maykel van Rijen en Martin Staats. Ik dank u allen zeer. Dineke Oldenhof kwartiermaker HRM Nationale Politie
  • 100. 100 De toekomst begint vandaag! Bijlage 1 Hoe is het proces ‘Politievak 2020-2024 ingericht? In het project ‘Het Politievak 2020-2024’ stonden de volgende vragen centraal: 1. Welke ontwikkelingen in de maatschappij zijn van invloed op de veiligheid en daarmee van Om deze vragen te beantwoorden hebben we drie verschillende werkvormen gekozen. Vier expertmeetings Ten eerste hebben we tijdens vier verschillende expertmeetings tussen mei en september 2012 met politiemedewerkers én externe betrokkenen discussies gevoerd over de processen en trends die zich nu in onze samenleving afspelen en de veranderingen in het politievak. Telkens hebben we ons laten inspireren door boeiende sprekers, zoals de trendwatcher Adjiedj Bakas, de socioloog en kritische denker Joop Hazenberg en de filosoof Bas Haring. Daarnaast hebben Mirko Noordegraaf, hoogleraar, Fiet van Beek, bestuurslid Eigen Kracht Centrale, en Wilfred van Roy, directeur particulier recherchebureau, tijdens een levendig Buitenhofdebat hun frisse blik van buiten ingebracht. Omdat de toekomst moeilijk te voorspellen is, maar het wel belangrijk is om een voorstelling te hebben van de toekomst, hebben we een van de expertmeetings specifiek besteed aan de ontwikkeling van vier scenario’s. In totaal hebben ca. 230 personen aan een of meerdere expertmeetings deelgenomen. Het waren leidinggevenden en medewerkers werkzaam in een van de politieprocessen of op het terrein van HRM. Ook collega’s van de Politieacademie, de vtsPN en het Ministerie van VenJ deden mee. Tijdens twee bijeenkomsten waren ca. 20-30 personen van buiten aanwezig. Ze vertegenwoordigden de gemeenten, het Openbaar Ministerie, advocatuur, veiligheidsregio’s, verslavingszorg, bedrijven en Forum. Interviews Naast deze expertmeetings zijn 26 interviews afgenomen. We hebben gesproken met politiemedewerkers, lectoren van de Politieacademie en vertegenwoordigers van organisaties die met de politie samenwerken of meer indirect bij het werk van de politie betrokken zijn. Van de interviews met de personen van buiten hebben we verslag gedaan in de eenmalige uitgave van de krant ‘Blik op Blauw’. In bijlage 2 vindt u het overzicht van de geïnterviewde personen. Papers Ten slotte hebben we negen wetenschappers gevraagd om een specifiek item uit te werken en hierover een paper te schrijven. De negen papers zijn onder dezelfde titel als dit rapport gebundeld in een aparte publicatie. Om u een indruk te geven van de inhoud van de papers hebben we verspreid in de tekst korte samenvattingen van de papers opgenomen. Zie bijlage 3 voor het overzicht van de papers. belang voor het politievak? En wat is de rol en positie van de politie in deze veranderende maatschappij? 2. Welke ontwikkelingen spelen zich af in het politievak zelf? 3. Hoe ontwikkelt de arbeidsmarkt zich in de komende jaren?
  • 101. 101De toekomst begint vandaag! Bijlage 2 Overzicht geïnterviewde personen Jochem van Barschot Plv. hoofd NRC-Next Minze Beuving / Voorzitter en secretaris BeBoa, Beroepsvereniging voor Buitengewoon Robin Kooy Opsporingsambtenaren Hans Boutellier Directeur Hilde Verwey-Jonkerinstituut Willy Bruggeman Voorzitter Belgische Federale Politieraad en als bijzonder geassocieerd hoogleraar Daan Deenik Psycholoog en Executive Program Director Solutions Verslavingszorg, Voorthuizen Michiel Geuzinge Beleidsmedewerker Openbare orde en Veiligheid, VNG Ellen Groenewoudt / Leden van het Bestuur van de Nederlandse Veiligheidsbranche Marc Schaaf Emmanuel Koney Dominee immigrantenkerk De Kandelaar, Amsterdam Z-O Jan Leliveld Lid van de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten Frans Swinkels Directeur Veiligheid, gemeente Tilburg Bas Verkerk Burgemeester van de gemeente Delft Fred Westerbeke Hoofdofficier van justitie, arrondissement Rotterdam verbonden aan de Leerstoel Politiewetenschappen aan het Benelux Universitair Centrum.
  • 102. 102 De toekomst begint vandaag! Vanuit de politieorganisatie Otto Adang Lector Openbare orde en gevaarbeheersing, Politieacademie Hansje Brinkman Diensthoofd IPOL, KLPD Jeroen Doelman Hoofd Veiligheid en Integriteit, KLPD Henk van Essen Korpschef Haagland / kwartiermaker regionale eenheid Den Haag Marlies Goldsmits Plv. Korpschef, Limburg-Zuid Stijn van Griensven Realisatie district Noord-Holland-Noord Timo Kansil Hoofd Unit Strategie en Beleid, Dienst IPOL, KLPD Martin Koopmans Digitaal expert Hollands-Midden Nicolien Kop Lector Criminaliteitsbestrijding, Politieacademie Joep Pattijn Districtschef Leiden Wilbert Paulissen Hoofd Dienst Nationale Recherche, KLPD Wouter Stol Lector Cybersafety, Politieacademie Leo Wilde Programmamanager DIVERS Samenleven en Samenwerken, Amsterdam-Amstelland Roel Willekens Programmamanager Milieucriminaliteit Politie
  • 103. 103De toekomst begint vandaag! Bijlage 3 De negen papers op een rij Deel 1 Trends & ontwikkelingen 1. Internationaal politiewerk in Nederland Prof. dr. mr. Hans Nelen 2. Economische ontwikkelingen en criminaliteit in Nederland Dr. Ben Vollaard 3. Geestelijke gezondheidzorg en maatschappelijke ondersteuning in tijden van bezuinigingen: wat zijn de gevolgen voor de politie? Drs. Maarten Davelaar, Inge Bakker, Ron van Wonderen, Hans Boutellier Deel 2 Het Politievak 4. Nationale Politie, Dilemma’s voor de politie in maatschappij 3.0 Gevraagd: ‘de gevorderde diender’ Prof.dr. Henri Beunders 5. Vertrouwen in de politie Prof. dr. Pieter Winsemius, Annemarth Idenburg, Marijke Rem 6. Hoe regel je ruimte? Over het belang en de betekenis van ruimte voor politieprofessionals (in de nationale politie) Prof.dr. Mirko Noordegraaf Deel 3 Politieorganisatie & politiemedewerkers 7. Relevantie van onzekerheden op de externe arbeidsmarkt voor de strategische personeelsplanning van de nationale politie Dr. Frank Cörvers 8. Hoe de politie vitaal, eigentijds en aantrekkelijk voor alle generaties kan zijn Dr. Aart C. Bontekoning 9. De politieorganisatie als flexibele organisatie Dr. Anneke Goudswaard, Peter Oeij, Steven Dhondt en Klaas ten Have
  • 104. 104 De toekomst begint vandaag! Bronnen - Bakas, A. (2012). De Staat van Morgen. Den Haag: SDU Uitgevers. - Boutellier, H. ((2007). Nodale orde: Veiligheid en burgerschap in een netwerksamenleving (oratie). Amsterdam: Vrije Universiteit. - Boutellier, H. R. van Steden, I. Bakker, A. Mein & W. Roeleveld (2011). De positie van de politie: een verkennende studie voor de strategische onderzoeksagenda. Apeldoorn: Politieacademie. - Boutellier, H. (2012). De improvisatiemaatschappij. Den Haag: Boom Lemma. - Centraal Bureau voor de Statistiek (2012). Sociaaleconomische trends, tweede kwartaal 2012. - Deloitte, (2012). Arbeidsmarkt 2020: het einde van de werk-gever? Presentatie: www.lwv.nl/publicaties. - De Ruijter Strategie, (2012), Quick scan trends en ontwikkelingen: werkdocument. Intern projectdocument. - Dinten van W. en I. Schouten (2011). Zijn zij gek of ben ik het?: Hoe je oriëntaties gebruikt bij organiseren. Delft: Eburon. - Hazenberg, J. (2012). De machteloze staat: Hoe globalisering en individualisering de overheid uithollen. Breda: De Geus. - Koning de, B. (2012). Veiligheidsmythe. Amsterdam: Balans. - Koning de, J. & E. Vonk (2010). Generaties aan het werk: inzicht in hun behoeften en gedrag. Advies Politie Rotterdam-Rijnmond. (scriptie) Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam. - Kop, N. (2012). Van opsporing naar criminaliteitsbeheersing: Vijf strategische implicaties. (lectorale rede) Apeldoorn: Politieacademie - Gratton, L. (2011). De Werkrevolutie. De vijf krachten die onze manier van werken fundamenteel veranderen. Houten-Antwerpen: Uitgeverij Unieboek-Het Spectrum bv. - Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, (2006). Veiligheidsscenario’s 2015: Eindverslag. Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. - Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, (2010). De grote uittocht: vier toekomstbeelden van de arbeidsmarkt van onderwijs- en overheidssectoren. - Ministerie van Veiligheid en Justitie, (2012). Perspectief op de politiefunctie. Intern document, conceptversie. - Nationale Politie i.o., (2012a). Ontwerpplan. Intern document. - Nationale Politie i.o. (2012b). Inrichtingsplan. Intern document. - Nationale Politie i.o. (2012c). Dienstverleningsconcept. Intern document, conceptversie 1.5. - Nichols, G. (2012). Waar innovatie begint. Ode, mei, pag. 45-49. - Nimwegen van N.&n C. van Praag (2012). Bevolkingsvraagstukken in Nederland anno 2012, Actief ouder worden. Amsterdam: Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut. - Raad van Korpschefs (2008a). Visie op Noodhulp: Van Noodhulp naar Assistentie Burger. Intern document. - Raad van Korpschefs (2008b). Brengen van balans: Visie op handhaven. Interne publicatie. - Raad van Korpschefs, expertgroep Wijkagent (2010a). ‘Wijkagent: knooppunt binnen GGP!’: over het profiel wijkagent. Intern document. - Raad van Korpschefs, board Intake en Noodhulp (2010b). Multichannelaanpak Nederlandse politie. Intern document. - Raad van Korpschefs (2011a). Noodhulp Goed ingericht: operationalisering van de visie op Noodhulp. Intern document. - Raad van Korpschefs (2011b), Strategie aanpak criminaliteit 2011 – 2015. Intern document. - Raad van Korpschefs (2011c). Thema Intelligence. Intern document. - Ruijter de, P. S. Stolk & H. Alkema (2011). Klaar om te wenden. Handboek voor de strateeg. Schiedam: Scriptum. - Os van P. & W. Gooren (2011). De tweede oogst: Operationalisering referentiekader gebiedsgebonden politie. Apeldoorn: Politieacademie.
  • 105. 105De toekomst begint vandaag! - Politieacademie, Afdeling Werving, (2012). Hoe blauw is de arbeidsmarkt?: Een verkenning van het instroompotentieel voor initiële politiefuncties. Apeldoorn: Politieacademie. - Politieacademie, (2012) Internationale politiesamenwerking: Ready for the next step’. Intern document. - Spangenberg F. & M. Lampert (2011). De grenzeloze generatie en de onstuitbare opmars van de B.V. IK. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers. - Stokkum van B., J. Terpstra & L. Gunther Moor (2010). De politie en haar opdracht: de kerntakendiscussie voorbij. Apeldoorn-Antwerpen: Maklu. - Terpstra, J. (2010) Het Veiligheidscomplex. Den Haag: Boom Juridische Uitgevers. - Tops, P.W., M. van Duin, P. van Os & S. Zouridis, (2010). Sleuren of sturen. Apeldoorn: Politieacademie / Den Haag: VNG. - Uden van A., P. van Os, P. Tops & D. van Arkel, (2012). De ‘tweede frontlijn’: over intake en service in de politie. Apeldoorn: Politieacademie. - Universiteit van Tilburg, (2005). Veiligheid en privacy in 20230: twee toekomstscenario’s. Tilburg: Centrum voor Recht, Technologie en Samenleving. - Werkgroep Sezen/Bascole, (2011). Omdat de samenleving eraan toe is. Wijk bij Duurstede: Stichting Sezen en Bascole bv. Diverse websites waaronder CBS.nl/Statline (cijfers), Elsevier.nl, Korpsvandetoekomst.nl, Groene.nl (interview De Beer / Euwals), Nu.nl (interview Fieke van der Lecq),