Betrokken burgers, bewogen bestuur - MinBZK
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Betrokken burgers, bewogen bestuur - MinBZK

on

  • 923 views

 

Statistics

Views

Total Views
923
Views on SlideShare
923
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Betrokken burgers, bewogen bestuur - MinBZK Betrokken burgers, bewogen bestuur - MinBZK Document Transcript

  • Den Haag, 10 september 2009 BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR RETROSPECTIEF ONDERZOEK EPARTICIPATIE MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
  • Deze uitgave is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen. Het werk mag gekopieerd, verspreid, doorgeven of geremixt worden onder de voorwaarden van naamsvermelding (ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en gelijk delen. COLOFON Projectnummer: 26174 Auteurs: Maarten Sinnema Hein van Duivenboden M.m.v.: Inge Besten Joanne van den Eijnden Dick Hanemaayer Albert Meijer (USBO, UU) Marco Pastors B&A Centrum voor Beleidsevaluatie Prinses Margrietplantsoen 87 Postbus 829 2501 CV Den Haag t 070 - 3029500 f 070 - 3029501 e-mail: info@bagroep.nl http: www.bagroep.nl
  • 3 SAMENVATTING Het ministerie van BZK heeft B&A gevraagd een retrospectief onderzoek uit te voeren naar het beleid inzake eParticipatie. Het wil zo komen tot een waardering van de sturingsfilosofie zoals tot op heden gehanteerd en tot het achterhalen van succes- en faalfactoren van verschillende experimenten, concepten en ideeën. Op deze wijze wordt input gegenereerd voor nieuw beleid (sturingsfilosofie) met het oog op een verdere doorontwikkeling en opschaling van eParticipatie-initiatieven en gerichte verbreding van de toepassing van eParticipatie in Nederland. Binnen het onderzoek staan vijf vragen centaal: 1. Wat was de sturingsfilosofie van BZK en (hoe) heeft deze gewerkt? 2. Welk resultaat hebben de experimenten geboekt? 3. Wat waren de belangrijkste succes- en faalfactoren voor de ontwikkeling en opschaling van bestaande eParticipatie experimenten? En wat is nodig om doorontwikkeling en opschaling daarvan te bevorderen? 4. Welke vijf tot tien eParticipatie concepten en ideeën die niet werden gerealiseerd lijken nog steeds geschikt en van belang om te realiseren en wat zijn hierbij succes en faalfactoren? En op welke manier zou deze realisatie het beste gestalte kunnen krijgen? 5. Hoe kan de komende twee jaar het thema eParticipatie verder worden geagendeerd en het eParticipatiebeleid worden geïmplementeerd? Bovenstaande deelvragen zijn in dit rapport in vier hoofdstukken behandeld: Retrospectie BZK-beleid (hoofdstuk 2), Balans initiatieven (hoofdstuk 3), Blik op de toekomst (hoofdstuk 4) en Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5). Conclusies Het ministerie van BZK heeft de afgelopen jaren een betekenisvolle aanzet gedaan tot het ontwikkelen van beleid op het terrein van eParticipatie. Op basis van dit onderzoek kan worden gesteld dat inmiddels de fase is aangebroken waarbij betrokkenen behoefte hebben aan een meer expliciete visie, strategie en doelstelling dan de tot op heden gehanteerde, meer losse stijl – die overigens ontegenzeggelijk meerwaarde heeft gehad in deze explorerende en vaak experimentele beginfase. BZK kan gevolg geven aan de breed gevoelde behoefte tot een duidelijke rolopvatting door explicitering van keuzes ten aanzien van de bijdrage van BZK aan de verdere ontwikkeling en ondersteuning van eParticipatie-activiteiten. Op basis van het onderzoek zien wij op hoofdlijnen twee verschillende sporen die BZK op het gebied van eParticipatie de komende jaren kan volgen. Sporen die elkaar niet uitsluiten; die beide kunnen bestaan, maar die door het verschillende karakter (andere partners, andere behoeften/opgaven, grotendeels verschillende middelen) ons inziens een apart traject behoeven. Het zijn sporen overigens, die in grote mate een lijn doortrekken die de afgelopen jaren reeds is ingezet. Maar wel met een duidelijker focus (gerichtheid) dan tot nu toe: 1) focus op initiatieven en initiatiefnemers en 2) focus op de overheidsorganisatie. View slide
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 4 Focus op initiatieven en initiatiefnemers In het onderzoek zijn vele mogelijkheden naar voren gekomen waarop BZK opnieuw initiatieven zou kunnen ondersteunen. Dit zou vorm kunnen krijgen binnen de huidige organisatievormen van Digitale Pioniers en/of Burgerlink. Tot nu toe was bij de experimenten vooral de uitdaging gelegen in het overwinnen van institutionele barrières, op het ontwikkelen van een idee tot werkend initiatief. Minder nadruk lag op het overwinnen van gebruiks- en effectbarrières. In de vervolgfase zou de ondersteuning van initiatieven meer moeten uitdagen tot het bevorderen van gebruik, een duurzaam beheer en/ of verbetering van de effectiviteit van het initiatief. Hiertoe behoort bijvoorbeeld ook het ten behoeve van een brede bekendheid centraal ‘etaleren’ van initiatieven. Bijvoorbeeld door de site eParticipatie.nl verder door te ontwikkelen of, zoals nu al plaatsvindt, door te gaan met de organisatie van de eParticipatie Awards. Aan de orde is gekomen dat bij de ondersteuning van initiatieven een verdere thematische afbakening een interessante optie is. Initiatieven rondom een specifiek beleidsthema kunnen als ‘showcase’ dienen voor andere thema’s. Hierbij is ‘veiligheid’ genoemd. Dit valt binnen de beleidsverantwoordelijkheid van BZK en is voor burgers een aansprekend thema. Focus op de overheidsorganisatie Naast de ondersteuning van initiatieven is in het onderzoek duidelijk de behoefte aan een nadruk op de mogelijkheden en uitdagingen van eParticipatie voor de overheidsorganisatie naar voren gekomen. De wens is uitgesproken om meer nadrukkelijk bezig te zijn met het bevorderen van enthousiasme, kennis en vaardigheden van ambtenaren en bestuurders ten aanzien van eParticipatie. Het beoogd effect hiervan is om eParticipatie, met haar vele (extra) mogelijkheden tot participatie van de burger, een plaats te geven in de reguliere werkwijze van de overheid. Naar voren is gekomen dat BZK, naast het stapsgewijs ‘mainstreamen’ van eParticipatie binnen de overheid, ook meer visionair enkele piketpalen zou moeten slaan op dit onderwerp. eParticipatie is, zoals duidelijk is geworden, namelijk geen onbedreigend, machtsvrij instrument voor ambtenaren, bestuurders en politici. Het helpt voor de ontwikkeling van eParticipatie binnen de overheid om scenario’s uit te denken en de richting die wordt opgegaan, uit te dragen. In de denktank is in dit kader zelfs gesproken van een ‘transformatie’. Aanbevelingen Mede aan de hand van voorliggend onderzoek zal BZK de komende periode zijn nieuwe beleid ten aanzien van eParticipatie formuleren. Voortbouwend op de conclusie dat het ook de komende jaren een zinvolle bijdrage kan leveren aan eParticipatie en dat daarbij explicitering van de keuzes en gerichtheid van de activiteiten gewenst is, doen wij daartoe de volgende aanbevelingen. View slide
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 5 Visie en strategie Betrokkenen vragen van BZK voor de vervolgfase een meer expliciete strategie ten aanzien van eParticipatie. Te overwegen valt om hierbij alsnog een kort maar krachtig actieprogramma op te stellen, zodat voor iedereen helder is welke rol BZK voor zichzelf en voor anderen ziet weggelegd bij de verdere ontwikkeling van eParticipatie tot reguliere vorm van participatie in de relatie tussen overheid en samenleving. Aanbeveling 1 (visie en strategie) Communiceer richting betrokkenen expliciet de visie en strategie met betrekking tot eParticipatie. Stel hiertoe zo nodig een gericht, compact Actieprogramma eParticipatie op. Inhoudelijke focus Met betrekking tot het bepalen van de richting waarin BZK zijn visie en strategie wil ontwikkelen, is in principe een brede waaier van invalshoeken, overwegingen en uitgangspunten voorhanden. Op basis van deze waaier heeft BZK de mogelijkheid keuzes te maken voor het type eParticipatie waar het de nadruk op wil leggen (politieke participatie of beleidsparticipatie), de functie van eParticipatie in relatie tot de betrokkenen in de samenleving (informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren en/ of meebeslissen), de beleidsfase (agendering tot en met evaluatie, maar denk vooral in termen van keuzes voor accenten op hetzij beleidsagendering en -vorming versus beleidsuitvoering – inclusief dienstverlening, handhaving, toezicht) en de keuze voor het al dan niet centraal stellen van bepaalde beleidsthema’s die als aanjager voor bewustwording en verdere ontwikkeling kunnen fungeren. Met andere woorden, BZK dient – voor de komende twee jaar – expliciete keuzes te maken voor het type en de functie van eParticipatie waar het zich op wil focussen en voor de beleidsfase en breedte waarin het ondersteuning wil geven. Aanbeveling 2 (focus in de beleidsfase) Maak een keuze voor een focus op hetzij beleidsparticipatie (gericht op beleidsuitvoering) hetzij politieke participatie (gericht op politiek-bestuurlijke besluitvorming) om als vliegwiel te dienen voor de verdere ontwikkeling van eParticipatie. Gezien de mogelijkheden die beleidsparticipatie − vooral op het terrein van de publieke dienstverlening − biedt aan zowel ambtenaren als burgers om over voor hen (vaak persoonlijk) belangrijke thema’s intensiever te kunnen communiceren en daarmee eParticipatie tot normaal instrumentarium in hun onderlinge relatie te maken, ligt de keuze voor ondersteuning op dit terrein voor de hand.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 6 Aanbeveling 3 (focus op doorontwikkeling) eParticipatiebeleid dient zich in essentie te richten op de hogere treden van de participatieladder (raadplegen, adviseren, coproduceren, meebeslissen): dan is pas werkelijk sprake van participatie. Wel is een goede inrichting van de informatiefunctie een conditio sine qua non voor het kunnen bereiken van deze fasen. Deze eerste trede van de ladder, die betrekking heeft op het informeren van burgers, is echter in veel gevallen nog van onvoldoende kwaliteit. Daarom bevelen wij aan meer aandacht te besteden aan een goede transparante en toegankelijke informatievoorziening en de ondersteuning van open data, waardoor de basis wordt gelegd voor meer geavanceerde participatiefasen. Richt het beleid hierbij wel altijd op het realiseren van doorontwikkeling naar een hogere participatiefase, zodat burgers niet blijven steken op het niveau van ‘toehoorder’ of louter informatieontvanger. Aanbeveling 4 (focus op beleidsthema) Kies met het oog op versnelde doorontwikkeling en bewustwording voor één of twee beleidsthema’s binnen het eigen departement – zoals veiligheid – om als voorbeeldfunctie te dienen. Aandacht voor veranderingsprocessen De opkomst en verdere ontwikkeling van eParticipatie zal, zeker wanneer zij breed wordt toegepast in de relatie tussen burgers en overheden, niet zonder weerstand van politici en ambtenaren verlopen. Het is te verwachten dat ambtenaren en politici in een aantal gevallen vinden dat ze ‘teveel op de vingers gekeken worden’ of dat ze zelf onvoldoende weinig grip hebben op de besluitvorming en (aanpassingen in) de dienstverlening en beleidsuitvoering. In de strategie en het actieprogramma van BZK voor eParticipatie dient deze verwachting meegenomen te worden, om ervoor te zorgen dat op een goede manier kan worden omgegaan met het natuurlijke verschijnsel van weerstand dat zich (altijd) bij nieuwe, andere manieren van werken en communiceren voordoet. Hierbij kan worden gedacht aan allerlei instrumenten die bij veranderingsprocessen kunnen worden ingezet, zoals workshops en trainingen, verschillende kennisuitwisselingsinstrumenten en het verhogen van het bewustzijn en de stroomlijning van begripsopvattingen (over wat eParticipatie behelst) door het aanstellen van een ‘boegbeeld’ op hoogambtelijk of politiek-bestuurlijk niveau. Aanbeveling 5 (omgang met weerstand) Besteed in de uitwerking van de nieuwe strategie expliciet aandacht aan de wijze waarop met (natuurlijk) weerstand bij politici en ambtenaren kan en zal worden omgegaan. Ontwikkel hiervoor een instrumentarium dat kan worden ingezet bij de uitvoering van het nieuwe actieprogramma. Aanbeveling 6 (borging commitment op niveau) Stel een hoogambtelijk of politiek-bestuurlijk kopstuk aan als ambassadeur ofwel boegbeeld van de verdere ontwikkeling van eParticipatie.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 7 Focus op maatschappelijk rendement: het overwinnen van gebruiks- en effectbarrières Tot dusver heeft binnen de experimenten de meeste nadruk gelegen op het ontwikkelen van een idee tot werkend initiatief, op het overwinnen van de institutionele barrières. Om het maatschappelijk rendement van eParticipatie initiatieven te verhogen en opschaling te vergemakkelijken, is het van belang om (ook) de gebruiks- en effectbarrières te beslechten. Eerder in dit rapport genoemde activiteiten die dit kunnen bewerkstellingen zijn: communicatie aan burgers, verduurzaming van het beheer, institutionalisering van het initiatief en het ondersteunen van de ontvangende overheidspartij bij het opvolgen van acties voortkomend uit het initiatief. BZK dient hier met materiële ondersteuning op in te spelen (bijvoorbeeld een stichting eParticipatie of een moderator die een halve dag in de week ingezet kan worden), danwel hier op te sturen binnen de financiële ondersteuning. Aanbeveling 7 (doorbreken van gebruiks- en effectbarrières) Richt de ondersteuning van initiatieven en overheidsorganisaties met name op het verhogen en verduurzamen van het gebruik van instrumenten (gebruiksbarrière) en op het verbeteren van de doorwerking en invloed van de participatie van burgers op overheidsorganisaties en de beleidsvoering (effectbarrière). In het tot dusver gevoerde eParticipatiebeleid van BZK wordt de elektronische component van eParticipatie (uiteraard) sterk benadrukt. Ook in dit rapport wordt bij de analyses van de intradepartementale en interdepartementale positie van eParticipatie de aandacht (tevens uiteraard) sterk gericht op (andere) elektronische initiatieven. Tegelijkertijd wordt uit de interviews, de denktanksessie en de bijeenkomsten met de begeleidingscommissie, en in de nadere analyse met betrokkenheid van de ‘reguliere’ vormen van politieke, beleids- en sociale participatie duidelijk dat het niet zozeer gaat om een door de nieuwe media gecreëerd instrument dat volledig los staat of zou kunnen staan van participatie via andere media. De verbinding met het uiteindelijke maatschappelijk rendement dient net als bij reguliere vormen van participatie(bevordering) een belangrijk thema te zijn bij de keuzes die in het nieuwe eParticipatiebeleid worden gemaakt. Deze verbinding is noodzakelijk om de verdere inbedding van eParticipatie in de relatie tussen overheid en samenleving goed te kunnen volgen, mede te kunnen ondersteunen en richting te kunnen geven. In de formulering van de nieuwe strategie en visie en in de uitwerking daarvan in een eventueel actieprogramma dient derhalve aandacht besteed te worden aan de koppeling van eParticipatie met reguliere vormen en functies van participatie, zodat ook daarmee het gebruik en de maatschappelijke effecten sterker worden. Aanbeveling 8 (koppeling aan regulier (niet-elektronische) participatiebeleid) Maak bij het inrichten van het eParticipatiebeleid steeds een goede koppeling tussen de functie en de maatschappelijke betekenis van de inzet van elektronische middelen enerzijds en de fysieke, meer traditionele middelen anderzijds.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 8 Om eParticipatie een stap verder te brengen is het verder van belang (meer) aandacht te schenken aan de logica van gebruikers (om zo gebruiksbarrières te beslechten). Om te voorkomen dat een middel tot doel wordt en te zorgen voor een goede koppeling van de functie en betekenis van eParticipatie aan de wensen, behoeften en het gedrag van burgers, wordt aangeraden nadrukkelijk aandacht te schenken aan de betekenis die er is voor individuele burgers, groepen burgers (bijvoorbeeld buurtbewoners, belangengroepen of een groep patiënten) of in bredere zin het publieke domein (denk aan verbeterde veiligheid of duurzaamheid op milieuterrein). Eén van de manieren om de (vraag)logica van burgers en bedrijven beter te betrekken bij de ontwikkeling van eParticipatie is het verrichten van gebruikersonderzoek; een andere is om te werken met specifieke voorbeeldcases uit de dagelijkse praktijk met betrokkenheid van alle belanghebbenden – dus ook de doelgroep zelf – om hieruit lering te trekken voor de verdere inrichting van het beleid op middellange en langere termijn. Aanbeveling 9 (betrokkenheid van de burger) Zorg dat er in het eParticipatiebeleid ruimte is voor een op de betrokken burgers (en eventuele andere gebruikers) gerichte evaluatie van de te ondersteunen initiatieven en programma’s. Start deze evaluatie bij voorkeur zo vroeg mogelijk in het proces, zodat er gedurende de uitvoering en verdere ontwikkeling van kan worden geleerd en dat het beleid en de initiatieven zo nodig kunnen worden bijgesteld. Samenhang in eParticipatiebeleid Tot slot is in dit rapport naar voren gekomen dat het eParticipatiebeleid van BZK niet op zichzelf staat. Er spelen tal van intra- en interdepartementale afstemmingsvraagstukken, die voor een deel al door de bovenstaande aanbevelingen bestreken worden (zoals het aanstellen van een ‘boegbeeld’ met het oog op verdere bewustwording en stroomlijning binnen BZK en de overige overheden). Daarnaast zijn er veel initiatieven waarbij decentrale overheden betrokken zijn. Wel is het aan te raden om daar waar mogelijk op hoofdlijnen een goede intra- en interdepartementale afstemming te borgen en vanwege zijn verantwoordelijkheid als ministerie voor het binnenlands bestuur (en ‘als hoeder van de democratie’) ook de kennisuitwisseling tussen lokaal, regionaal en nationaal niveau te bevorderen. Hiermee wordt niet alleen voorkomen dat op meerdere plekken hetzelfde wiel wordt uitgevonden, maar wordt ook gewerkt aan verbetering van de leermogelijkheden tussen overheden onderling. De precieze rol van BZK is afhankelijk van de gekozen visie en strategie en de activiteiten van andere overheden. In die lijn formuleren we onze laatste aanbeveling: Aanbeveling 10 (samenhang in beleid) Sluit het eParticipatiebeleid van BZK op hoofdlijnen aan op beleid, programma’s en projecten op het terrein van eParticipatie die binnen het eigen departement en collega- departementen worden gehanteerd en stimuleer de kennisdeling tussen decentraal en centraal overheidsniveau. Breng hierin vanuit de gekozen visie en strategie accenten aan.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 9 De aanbevelingen op een rij Samenvattend zijn de volgende aanbevelingen voor de bepaling van het toekomstige BZK-beleid eParticipatie benoemd: 1. Communiceer expliciet de visie en strategie en stel hiertoe (alsnog) een compact Actieprogramma eParticipatie op; 2. Kies hierbij voor een focus op hetzij beleidsparticipatie, hetzij politieke participatie; 3. Richt het beleid in essentie op het realiseren van doorontwikkeling naar hogere treden van de participatieladder (raadplegen, adviseren, coproduceren en meebeslissen); zorg hierbij voor een adequate inrichting van de informatiefunctie als springplank naar de hogere treden; 4. Laat een of twee concrete beleidsthema’s als voorbeeld dienen, bijvoorbeeld ‘veiligheid’; 5. Ontwikkel een instrumentarium voor omgang met weerstand tegen de nieuwe werkwijze; 6. Stel een ambtelijk of politiek-bestuurlijk kopstuk aan als eParticipatie-boegbeeld; 7. Zet gericht in op het overwinnen van bestaande barrières voor het gebruik en het effect (de daadwerkelijke doorwerking) van eParticipatie-initiatieven; 8. Koppel het eParticipatiebeleid aan regulier beleid en uitvoering inzake participatiebevordering; 9. Intensiveer in de betrokkenheid van de gebruikersgroep van burgers en bedrijven; 10. Breng binnen BZK en rijksbreed samenhang aan in eParticipatiebeleid en - initiatieven.
  • 11 INHOUDSOPGAVE Samenvatting 3 Inhoudsopgave 11 1 Inleiding 15 1.1 Inleiding 15 1.1.1 Naar actief burgerschap… 15 1.1.2 …en gericht overheidsbeleid 16 1.2 Onderzoeksvragen 16 1.3 eParticipatie 17 1.4 Theoretisch kader 17 1.4.1 Rendementsmeting 18 1.4.2 Evaluatie van eParticipatie projecten 19 1.4.3 Participatieladder 19 1.4.4 Beleidscyclus 21 1.4.5 Barrièremodel 22 1.4.6 De theoretische bouwstenen in overzicht 23 1.5 Onderzoeksopzet 23 1.5.1 Fase 1: Voorbereiding 24 1.5.2 Fase 2: Retrospectie 24 1.5.3 Fase 3: Tussenbalans 24 1.5.4 Fase 4: Blik op de toekomst 24 1.5.5 Fase 5: Eindbalans 24 1.6 Leeswijzer 24 2 Retrospectie BZK-beleid 27 2.1 Inleiding 27 2.2 Reconstructie beleidsactiviteiten 27 2.3 Gepercipieerde sturingsfilosofie 31 2.3.1 Oordeel vanuit het netwerk 33 2.4 Netwerkanalyse 34 2.4.1 Het eigen beleidsnetwerk in kaart 34 2.4.2 Intradepartementale positie 36 2.4.3 Interdepartementale positie 37 2.4.4 Interbestuurlijke positie 38 2.5 Quickscan lopende initiatieven 39 2.6 Deelconclusies en reflectie 41 2.6.1 Retrospectie 41 2.6.2 Stand van zaken 42 2.6.3 Reflectie 42
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 12 3 Balans experimenten 43 3.1 Inleiding 43 3.2 Doelen en Doelbereik 43 3.2.1 Doelstelling eparticipatie 44 3.2.2 Bekendheid met initiatieven 44 3.2.3 Belangrijke criteria voor gebruik 45 3.2.4 Best uitgewerkte initiatieven 45 3.2.5 Spreiding van de experimenten 46 3.2.6 Doelbereik 48 3.3 Succes- en faalfactoren 49 3.3.1 Succesfactoren 49 3.3.2 Faalfactoren en risico’s 51 3.3.3 Reflectie vanuit het barrièremodel 52 3.4 Opschaling en doorontwikkeling van initatieven 53 3.4.1 Opschaling en doorontwikkeling vanuit het gebruikersperspectief 53 3.4.2 Kansen volgens initiatiefnemers 54 3.4.3 Bedreigingen volgens initiatiefnemers 55 3.4.4 Voorbeelden van kansrijke huidige initiatieven 56 3.4.5 Voorbeelden van kansrijke nieuwe initiatieven 57 3.5 Deelconclusies en reflectie 59 3.5.1 Doelen en doelbereik 59 3.5.2 Succes- en faalfactoren 60 3.5.3 Kansen en bedreigingen 60 3.5.4 Reflectie 62 4 Blik op de toekomst 63 4.1 Inleiding 63 4.2 eParticipatie 63 4.2.1 Trends 63 4.2.2 Kansen en bedreigingen 64 4.3 Uitgangspunten en overwegingen voor rolinvulling BZK 65 4.3.1 Uitgangspunten 65 4.3.2 Overwegingen 66 4.4 Mogelijke invalshoeken 68 4.4.1 Awareness & mainstreaming binnen de overheid 68 4.4.2 Generieke ondersteuning van initiatiefnemers 69 4.4.3 Specifieke ondersteuning van initiatiefnemers 70 4.4.4 Focus op een specifiek beleidsthema 71 4.4.5 Bevorderen open data 72 4.4.6 Transformatie 73 4.5 Deelconclusies en reflectie 74 4.5.1 eParticipatie 74 4.5.2 Uitgangspunten en overwegingen voor BZK 75 4.5.3 Mogelijke invalshoeken 75 4.5.4 Reflectie 76
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 13 5 Conclusies & aanbevelingen 77 5.1 Inleiding 77 5.2 Rendementsmeting 77 5.2.1 Waarneming 78 5.2.2 Doelen 78 5.2.3 Uitvoering 78 5.2.4 Resultaat en rendement 78 5.3 Conclusies 79 5.3.1 Focus op initiatieven en initiatiefnemers 79 5.3.2 Focus op de overheidsorganisatie 80 5.4 Aanbevelingen 80 5.4.1 Visie en strategie 80 5.4.2 Inhoudelijke focus 81 5.4.3 Aandacht voor veranderingsprocessen 82 5.4.4 Focus op maatschappelijk rendement: het overwinnen van gebruiks- en effectbarrières 82 5.4.5 Samenhang in eParticipatiebeleid 84 5.4.6 De aanbevelingen op een rij 84 Bijlage 1: Achtergrond experimenten 87 Bijlage 2: Andere programma’s vanuit BZK 91 Bijlage 3: Programma’s vanuit andere departementen 93 Bijlage 4: Quickscan initiatieven 97 Bijlage 5: Barrièremodel Thaens en Meijer (2009) 109 Bijlage 6: Literatuurlijst 111 Bijlage 7: Deelnemers aan het onderzoek 113 Bijlage 8: Vragenlijst online survey 115
  • 15 1 INLEIDING 1.1 INLEIDING Afgelopen januari meldde de Volkskrant dat een ‘minder vuurwerk petitie’ op petities.nl in acht dagen tijd 40.000 handtekeningen opleverde – de drempel voor een burgerinitiatief.1 Zonder gebruik van nieuwe media zou het ophalen van zoveel handtekeningen veel meer tijd en een veel grotere inspanning hebben gekost. Digitalisering verlaagt drempels voor participatie. Met de steeds verdergaande digitalisering van onze wereld wordt participatie steeds meer eParticipatie.2 ICT- toepassingen worden ingezet om samenwerking tussen overheid en burgers mogelijk te maken en te vergemakkelijken. Bij participatie kan de overheid een faciliterende of initiërende rol spelen, maar uiteraard kunnen de initiatieven evenzo goed door burgers, bedrijven of maatschappelijke belangenorganisaties zelf worden genomen. Het internet biedt hiertoe alle gelegenheid: ‘...het geeft elke gebruiker een platform om zijn mening kenbaar te maken. En daar wordt grif gebruik van gemaakt. Van diepgravende beschouwingen en uitgewerkte plannen tot aan de onderbuikgevoelens en scheldpartijen in reactiefora.’3 Enerzijds noodzaakt dit overheden tot een heel andere en vaak veel bredere manier van verantwoorden; simpel gezegd kan je stellen dat directe publieke verantwoording belangrijker is geworden en daarmee het afleggen van politieke verantwoording wellicht minder dominant.4 Anderzijds biedt de moderne informatiemaatschappij vele en gevarieerde mogelijkheden om met behulp van moderne ICT (zoals web 2.0 toepassingen) burgers en belangengroepen intensiever te betrekken bij de voorbereiding, vaststelling, uitvoering en vooral ook evaluatie van beleid. Steeds vaker is de rol van burgers daarmee niet meer beperkt tot die van de traditionele kiezer (‘op afstand’); in toenemende mate worden zij online geraadpleegd over tal van onderwerpen, of worden zij gevraagd om advies of zelfs om directe participatie in het democratische besluitvormingsproces. 1.1.1 Naar actief burgerschap… De tendens tot meer samenwerking met burgers en belanghebbenden speelt niet alleen online, op steeds meer plekken duiken termen als 'slimmer (samen)werken’, ‘coproductie’ of 'sociale innovatie’ op. De on- en offline wereld lopen steeds meer in elkaar over: overal worden krachten gebundeld. James Surowiecki spreekt in deze 1 Volkskrant van 29 januari 2009. 2 cf. Van de Donk en Edwards, 2005, p. 533. 3 Van Berlo, 2008, p. 30. 4 cf. Van Duivenboden en Lips, 2003.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 16 context van de Wisdom of Crowds5 : het gezamenlijke reservoir aan kennis en kunde van een willekeurige groep mensen. Tapscott en Wiliams verklaren online samenwerking in termen van Wikinomics, naar analogie van de in veler ogen favoriete samenwerking online: wikipedia.6 Kortom: de tijd dat 'de burger' bediend werd door de overheid, zonder verdere bemoeienis vooraf van diezelfde burger, lijkt voorbij. Zo’n passieve rol past ook niet in het beeld van een actief, mediawijs burgerschap zoals het kabinet dat herkent en erkent. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is dan ook – als coördinerend ministerie voor informatiebeleid en binnenlands bestuur – een actieve speler als het gaat om eParticipatie. Zijn doelstelling is de dynamiek van allerlei groepen burgers op internet te benutten, vernieuwing van onderop mogelijk te maken en de kloof tussen overheid en burgers te overbruggen. Het doet dit door meer interactie en betrokkenheid te organiseren, ook – en misschien wel vooral – langs digitale weg. Centraal staat de rol van de burger als citoyen, als staatsburger: een medebeslisser, medetoezichthouder en mede-initiatiefnemer.7 eParticipatie wordt zo ingezet om de kwaliteit van de dienstverlening en de democratie te verbeteren.8 1.1.2 …en gericht overheidsbeleid Om eParticipatie te versterken, zijn diverse beleidsprogramma’s, projecten en ideeën uitgevoerd, die gepaard zijn gegaan met vele verkenningen, bijeenkomsten, concepten van netwerkvorming en andere creatieve initiatieven. Gedacht kan worden aan activiteiten op het vlak van burgerpanels, petities, communityvorming, e-democracy, toezicht, zelforganisatie van burgers en wijkinitiatieven. De recente, mede door BZK mogelijk gemaakte, ronde van Digitale Pioniers leverde bijvoorbeeld eMocracy (thans: Democratiespel) op: het politieke proces in Nederland als online multiplayer roleplaying game. Een ander voorbeeld is ikregeer.nl, waarop officiële publicaties van de overheid op een gebruiksvriendelijke en open manier worden ontsloten. Via het programma Burgerlink wordt de doorontwikkeling van vier concrete eParticipatie instrumenten gestimuleerd: watstemtmijnraad.nl, petities.nl, wijwaarderen.nl en Webantenne. De lijst van eParticipatie initiatieven – vaak gesteund door de overheid, maar niet altijd – groeit gestaag. 1.2 ONDERZOEKSVRAGEN Het ministerie van BZK heeft B&A gevraagd een retrospectief onderzoek uit te voeren naar zijn beleid inzake eParticipatie. Het wil zo komen tot een waardering van de sturingsfilosofie zoals tot op heden gehanteerd en tot het achterhalen van succes- en faalfactoren van verschillende experimenten, concepten en ideeën. Op deze wijze wordt input gegenereerd voor nieuw beleid (sturingsfilosofie) met het oog op een verdere doorontwikkeling en opschaling van eParticipatie-initiatieven en een gerichte verbreding van de toepassing van eParticipatie in Nederland. 5 Surowiecki, 2004. 6 Tapscott & Williams, 2008. 7 Naast de rol van staatsburger zijn bijvoorbeeld de hoedanigheden van de burger als klant of kiezer en de klassieke rol van onderdaan te onderkennen (cf. Ringeling, 2001; Van Duivenboden en Lips, 2003). 8 Raad voor Cultuur, 2006.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 17 Binnen het onderzoek staan vijf vragen centaal: 1. Wat was de sturingsfilosofie van BZK en (hoe) heeft deze gewerkt? 2. Welk resultaat hebben de experimenten geboekt? 3. Wat waren de belangrijkste succes- en faalfactoren voor de ontwikkeling en opschaling van bestaande eParticipatie experimenten? En wat is nodig om doorontwikkeling en opschaling daarvan te bevorderen? 4. Welke vijf tot tien eParticipatie concepten en ideeën die niet werden gerealiseerd lijken nog steeds geschikt en van belang om te realiseren en wat zijn hierbij succes en faalfactoren? En op welke manier zou deze realisatie het beste gestalte kunnen krijgen? 5. Hoe kan de komende twee jaar het thema eParticipatie verder worden geagendeerd en het eParticipatiebeleid worden geïmplementeerd? 1.3 EPARTICIPATIE Er bestaan diverse definities van het begrip eParticipatie. Wij gebruiken binnen dit onderzoek een (samen met de begeleidingscommissie van dit onderzoek) aangescherpte versie van de definitie, zoals destijds door burger@overheid opgesteld: ‘Het toepassen van ICT-middelen door overheid en burgers om samen te werken aan oplossingen voor, of in ieder geval in gesprek te komen over, maatschappelijke vraagstukken.’ De kernelementen van deze definitie zijn: samenwerking, ICT als middel en maatschappelijke vraagstukken. Het hoeft daarbij niet per se te gaan over samenwerking tussen overheid en burgers; ook in relaties tussen burgers onderling kan sprake zijn van eParticipatie. BZK zelf hanteert een indeling in drie verschillende typen relaties: • Burger - bestuur (politieke participatie); • Burger - dienstverlening (beleidsparticipatie); • Burger - burger (sociale participatie). 1.4 THEORETISCH KADER In deze paragraaf worden de theoretische bouwstenen behandeld die we voor dit onderzoek hanteren. Dit zijn achtereenvolgens: 1. Het B&A-protocol voor het meten van beleidsrendement; 2. Het raamwerk van Aichholzer en Westholm voor de evaluatie van eParticipatieprojecten; 3. De theorie van Edelenbos et al. over de treden in de participatieladder; 4. De theorie inzake de klassieke beleidscyclus ingedeeld in beleidsfasen (zoals onder meer gehanteerd door Hoogerwerf;
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 18 5. De theorie van Meijer en Thaens over de barrières tussen de mogelijkheden van internet en de toename van de invloed van burgers. Aan het eind van deze paragraaf wordt schematisch weergegeven hoe we deze theoretische bouwstenen gebruiken binnen het onderzoek. 1.4.1 Rendementsmeting Voorafgaand aan beleid of aan gehanteerde bestuursstijlen ligt een waarneming van de overheid. Overheidssturing komt voort uit het waarnemen van veranderingen in de wereld en de wens om daar op in te spelen. Het beleid wordt (doorgaans) op papier geformuleerd, maar wordt pas werkelijkheid in de uitvoering. Beleid is bovendien geen eenzijdige interne zaak van ambtenaren en hun ministers meer. Bij beleidsvorming en uitvoering zijn altijd verschillende partijen betrokken; zo ook bij eParticipatie, waar diverse publieke en private partijen samenwerken (of elkaar tenminste confronteren met elkaars zienswijzen). Uitvoering is, zeker in dat geval, beleid in actie. En op actie volgt, zoals we weten, reactie – en als het goed gaat een positief resultaat. Waarneming, beleid, uitvoering en resultaat zijn de vier elementen die dienen als onderzoekskader, in een door B&A ontwikkeld protocol voor beleidsevaluatie: Figuur 1.1 Protocol voor analyse van beleidsrendement Het succes meten we uiteindelijk af aan het behaalde rendement: we kijken terug naar de wens en leggen het behaalde resultaat naast deze wens: wat is het behaalde rendement, wat is de opbrengst? We kunnen op deze manier iets zeggen over de effectiviteit van de sturingsfilosofie van het ministerie van BZK als het gaat om eParticipatie. We gebruiken dit protocol in de conclusies om terug te kijken op het gevoerde beleid. Hiertoe wordt ondermeer in hoofdstuk 2 een retrospectie uitgevoerd en wordt de gehanteerde sturingsfilosofie in kaart gebracht. Waarneming Wens Doelen Strategie Beleid Resultaat Uitvoering Rendement
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 19 1.4.2 Evaluatie van eParticipatie projecten Voor de uitvoering van het onderzoek is daarnaast gebruik gemaakt van een recente publicatie van Aichholzer en Westholm: Evaluating eParticipation Projects: Practical Examples and Outline of an evaluation framework.9 Dit artikel is met name nuttig als het gaat om de vraag in welke mate eParticipatieprojecten helpen de democratie te versterken en wanneer en hoe gesproken kan worden van effectiviteit. Terwijl eParticipatie praktijken meer en meer de status van experiment en pilot verlaten, zijn er weinig bestaande methoden voor diepgaande evaluaties – zo stellen Aichholzer en Westholm. Sommige onderzoekers verwijzen naar evaluaties van algemene (niet-elektronische) participatietrajecten10 , maar evaluaties van eParticipatie zijn zeldzaam.11 Alles omvattende frameworks staan nog in de kinderschoenen.12 Sommige bijdragen op het vlak van transparantie en ‘accountability’, zoals de benchmarks van de VN in 2005 en in 2008, missen een diepgaande kwaliteitsanalyse, zo stellen Aichholzer en Westholm. Aan de hand van casestudies proberen zij te komen tot een framework voor evaluatie. Hun methode is voornamelijk gebaseerd op ‘third- party exploration’ van activiteiten, bijeenkomsten en verslagen. Daarnaast zijn expert interviews afgenomen en focusgroepen ingezet. Naast het lezen van rapporten, het bezoeken van offline bijeenkomsten en het afnemen van interviews, zijn websites en tools aan onderzoek onderworpen. In het onderhavige onderzoek is de aanpak van Aichholzer en Westholm mede basis geweest voor de opzet en uitvoering. Naast document- en literatuurstudie en een online survey, is een groot aantal betrokkenen en experts bij de evaluatie betrokken – zowel in de reconstructie en de terugblik als in het denkproces met betrekking tot (nieuwe) perspectieven voor het beleid en de rol van BZK hierin. In plaats van te werken met focusgroepen is een bijeenkomst van bij eParticipatie betrokken personen georganiseerd in de vorm van een denktanksessie en is het onderzoeksteam ondersteund door een begeleidingscommissie bestaande uit eParticipatie-experts. Hierdoor is een actieve bijdrage van ervaringsdeskundigen gerealiseerd, die past bij de aard van het onderzoek. 1.4.3 Participatieladder Er zijn verschillende vormen van participatie te onderscheiden, waarbij de mate van participatie en de rol van burgers verschilt. In de onderstaande figuur hebben we deze samengevat in de bij velen inmiddels bekende ‘participatieladder’. Hoe hoger op de ladder, hoe meer de burger betrokken wordt bij het besluitvormingsproces.13 Burgers kunnen de volgende rollen en stijlen van participatie vervullen: informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren en meebeslissen (zie figuur 1.2). 9 Aichholzer & Westholm, 2009. 10 Zoals Rowe & Frewer, 2000; 2004; Warburton et al., 2007. 11 Vgl. Henderson et al., 2005; Janssen & Kies, 2005. 12 Bijvoorbeeld Macintosh & Whyte, 2008; Aichholzer & Westholm, 2009. 13 Edelenbos et al., 2006, gebaseerd op Arnstein, 1969.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 20 Figuur 1.2 De participatieladder van Edelenbos14 In onderstaande tabel is de inhoud van elke trede kort uitgewerkt: Tabel 1.1 Inhoud per trede van de participatieladder Trede Inhoud Informeren Politiek en bestuur bepalen zelf de agenda voor besluitvorming en houden betrokkenen hiervan op de hoogte. Zij maken geen gebruik van de mogelijkheid om betrokkenen een inbreng te laten geven in de beleidsontwikkeling. Rol participant: toehoorder. Raadplegen Politiek en bestuur bepalen in hoge mate zelf de agenda, maar zien betrokkenen als gesprekspartners bij de ontwikkeling van beleid. De politiek verbindt zich echter niet aan de resultaten die uit de gesprekken voortkomen. Rol participant: geconsulteerde. Adviseren Politiek en bestuur stellen in beginsel de agenda samen, maar geven betrokkenen gelegenheid om problemen aan te dragen en oplossingen te formuleren, waarbij deze ideeën een volwaardige rol spelen in de ontwikkeling van beleid. De politiek verbindt zich in principe aan de resultaten, maar kan bij de uiteindelijke besluitvorming hiervan (beargumenteerd) afwijken. Rol participant: adviseur. 14 Bron: Edelenbos et. al, 2006. Schema op basis van Edelenbos en Munnikhof, 1998.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 21 Trede Inhoud Co-produceren Politiek, bestuur en betrokkenen komen gezamenlijk een agenda overeen, waarna samen naar oplossingen gezocht wordt. De politiek verbindt zich aan deze oplossingen in de uiteindelijke besluitvorming. Rol participant: samenwerkingspartner. Meebeslissen Politiek en bestuur laten de ontwikkeling van beleid en de besluitvorming over aan de betrokkenen, waarbij het ambtelijk apparaat een adviserende rol vervult. De politiek neemt de resultaten over, na toetsing aan vooraf gestelde randvoorwaarden. Rol participant: medebeslisser. De participatieladder wordt in hoofdstuk 3 gebruikt om de experimenten te positioneren. Vervolgens wordt bepaald waar ‘witte vlekken’ bestaan. 1.4.4 Beleidscyclus Participatie kan plaatsvinden op verschillende momenten in het beleidsvormingsproces. De meest bekende indeling van het beleidsproces is de beleidscyclus van Hoogerwerf15 met zeven deelprocessen: agendavorming, beleidsvoorbereiding, beleidsbepaling, beleidsuitvoering, beleidsevaluatie, terugkoppeling en beleidsbeëindiging. We zullen in dit onderzoek een iets compactere vorm hanteren, vrij naar Hoogerwerf en met toevoeging van de bij eParticipatie veel gehanteerde fase ‘Toezicht en handhaving’: Tabel 1.2 Fasen in de beleidsvorming Fase Inhoud Agendavorming Het proces waarin maatschappelijke problemen de aandacht van het publiek en de politiek al dan niet krijgen. Beleidsvoorbereiding Het verzamelen en analyseren van informatie en het formuleren van adviezen. Besluitvorming Het nemen van beslissingen over de inhoud van het beleid. Uitvoering/ dienstverlening Het toepassen van de inhoud, het proces en de effecten van beleid. Toezicht/ handhaving Het toezien op en handhaven van de naleving van vastgesteld beleid. De fasen van de beleidscyclus worden, evenals de treden van de participatieladder, in hoofdstuk 3 gebruikt om de experimenten te positioneren. Vervolgens wordt bepaald waar ‘witte vlekken’ bestaan. 15 Zie bijvoorbeeld Hoogerwerf en Herweijer, 2003.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 22 1.4.5 Barrièremodel Met het ‘barrièremodel’ geven Meijer en Thaens16 weer dat de mogelijkheden van internet voor participatie (eParticipatie) niet automatisch leiden tot invloed op de overheid. Dit komt door drie verschillende barrières: institutionele, gebruiks- en effectbarrières: Figuur 1.3 Het barrièremodel Institutionele barrières17 Door institutionele barrières maakt de overheid geen gebruik van alle mogelijkheden van internet. Barrières kunnen gelegen zijn in: • Financiën (te duur); • Juridische aspecten (hoge juridische restricties of voorwaarden); • Politiek (support vanuit de politieke mist); • Beleid (huidige beleidslijn belemmert nieuwe vormen); • Organisatie (oppositie vanuit de eigen organisatie); • Technologie (de techniek is toch nog niet geavanceerd genoeg om een idee te verwezenlijken). Gebruiksbarrières Gebruiksbarrières zorgen ervoor dat de geboden mogelijkheden niet of weinig worden gebruikt door burgers. Barrières kunnen gelegen zijn in: • Administratie (onzorgvuldig beheer van de applicatie ondermijnt het succes); • Routine (burgers moeten er nog aan wennen); • Belang (ondermijning vanwege belangentegenstelling); • Motivatie (burgers zijn niet gemotiveerd te participeren); • Vertrouwen (burgers hebben niet het gevoel dat hun inbreng iets verandert). 16 Meijer en Thaens, 2009 (nog te verschijnen). 17 Zie voor een uitgebreide beschrijving bijlage 5. Internet mogelijkheden Overheid gebruikt internet voor e- participatie Burgers participeren Institutionele barrières Gebruiks- barrières Participatie heeft invloed op overheid. Effect- barrières
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 23 Effectbarrières Bij effectbarrières gelden dezelfde punten als bij de institutionele barrières (financiën, juridische aspecten, politiek, beleid, organisatie en technologie). Daarnaast zijn relevant: • Haalbaarheid (de ideeën van burgers zijn niet haalbaar); • Representativiteit (door gebrek aan representativiteit kan de inbreng niet worden gebruikt). De driedeling van het model in institutionele, gebruiks- en effectbarrières en de bijbehorende aandachtspunten worden gebruikt om de bij de experimenten ervaren succes- en faalfactoren te plaatsen. 1.4.6 De theoretische bouwstenen in overzicht De bovengenoemde theoretische modellen gelden elk als belangrijke bouwsteen binnen dit onderzoek. Ze helpen bij de beantwoording van de onderzoeksvragen en krijgen als volgt hun weerslag in het onderzoek: Tabel 1.3 Weerslag van theoretische bouwstenen in het onderzoek Bouwsteen Onderzoeksvraag18 Weerslag in onderzoek Rendementsmeting 1: Wat was de sturingsfilosofie van BZK en (hoe) heeft deze gewerkt? Reconstructie, reflecties en conclusies Evaluatieraamwerk - Algehele onderzoeksopzet Participatieladder 2: Welk resultaat hebben de experimenten geboekt? Analyse van de spreiding van de experimenten Beleidscyclus 2: Welk resultaat hebben de experimenten geboekt? Analyse van de spreiding van de experimenten Barrièremodel 3: Wat waren de belangrijkste succes- en faalfactoren voor de ontwikkeling en opschaling van bestaande eParticipatie experimenten? En wat is nodig om doorontwikkeling en opschaling daarvan te bevorderen? Indelen van succes- en faalfactoren, reflectie op succes- en faalfactoren en kansen en bedreigingen 1.5 ONDERZOEKSOPZET Op basis van de theoretische elementen als beschreven in de voorgaande subparagraaf is een concrete onderzoeksopzet gemaakt waarbinnen vijf fasen zijn doorlopen: de voorbereiding, retrospectie, de tussenbalans, een blik op de toekomst en de eindbalans. We geven hieronder kort weer wat per fase aan activiteiten is ondernomen. 18 Voor de overige twee onderzoeksvragen zijn geen theoretische modellen gehanteerd.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 24 1.5.1 Fase 1: Voorbereiding In de voorbereiding zijn alle benodigde stappen gezet om het daadwerkelijke onderzoek te kunnen starten: een aangescherpt plan van aanpak, formats voor de diverse instrumenten en planning van de diverse gesprekken en bijeenkomsten. 1.5.2 Fase 2: Retrospectie Het doel van deze fase was het terugblikken op en bepalen van het succes van het gevoerde beleid en de door BZK ondersteunde experimenten. Ook zijn de eerste ideeën verzameld voor toekomstig beleid. In deze fase zijn documenten en verslagen bestudeerd (beleidsanalyse en quickscan), interviews gehouden met initiatiefnemers en gebruikers en betrokkenen bevraagd middels een online survey. 1.5.3 Fase 3: Tussenbalans In deze derde fase hebben het onderzoeksteam en de begeleidingscommissie samen de tussenbalans opgemaakt. De uitkomsten van de documentenstudie, interviews en online survey zijn besproken en verder doordacht. Hierbij is uiteraard ook een blik op het vervolgtraject van het onderzoek geworpen. 1.5.4 Fase 4: Blik op de toekomst Tot zover het verleden. In de vierde fase is de blik op de toekomst gericht: welke rol zou BZK de komende twee jaar kunnen spelen? Deze vraag heeft centraal gestaan tijdens de zogenaamde denktanksessie, die is bezocht door 25 eParticipatie-experts. 1.5.5 Fase 5: Eindbalans Op basis van de retrospectie en de blik op de toekomst is de eindbalans opgemaakt: hoe staat eParticipatie er op dit moment voor en wat zijn mogelijkheden voor het door BZK te voeren beleid? Een voorlopige beantwoording van deze vragen is besproken met de begeleidingscommissie. In de bijlagen (bijlage 7) is een overzicht opgenomen van alle gesprekspartners c.q. deelnemers. 1.6 LEESWIJZER In de volgende hoofdstukken worden de resultaten van het onderzoek weergegeven. In hoofdstuk 2 wordt het gevoerde BZK-beleid beschreven (‘Retrospectie’). In hoofdstuk 3 wordt een balans opgemaakt van de huidige eParticipatie-initiatieven die in meer of mindere mate door BZK ondersteund zijn. Hoofdstuk 4 staat in het teken van een blik op de toekomst: welke rollen zou BZK de komende twee jaar kunnen spelen met betrekking tot eParticipatie? In hoofdstuk 5 ten slotte, wordt de rendementsmeting uitgevoerd, worden de belangrijkste conclusies weergegeven en worden aanbevelingen gedaan. De hoofdstukken verhouden zich als volgt tot de onderzoeksvragen:
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 25 Tabel 1.4 Hoofdstukken in relatie tot de onderzoeksvragen Hoofdstuk Onderzoeksvraag 2. Retrospectie BZK-beleid 1a. Wat was de sturingsfilosofie van BZK? 3. Balans initiatieven 2. Welk resultaat hebben de experimenten geboekt? 3. Wat waren de belangrijkste succes- en faalfactoren voor de ontwikkeling en opschaling van bestaande eParticipatie experimenten? En wat is nodig om doorontwikkeling en opschaling daarvan te bevorderen? 4. Welke vijf tot tien eParticipatie concepten en ideeën die niet werden gerealiseerd lijken nog steeds geschikt en van belang om te realiseren en wat zijn hierbij succes en faalfactoren? En op welke manier zou deze realisatie het beste gestalte kunnen krijgen? 4. Blik op de toekomst 5. Hoe kan de komende twee jaar het thema eParticipatie verder worden geagendeerd en het eParticipatiebeleid worden geïmplementeerd? H5. Conclusies & aanbevelingen 1b. (Hoe) heeft de sturingsfilosofie gewerkt? 5. Hoe kan de komende twee jaar het thema eParticipatie verder worden geagendeerd en het eParticipatiebeleid worden geïmplementeerd?
  • 27 2 RETROSPECTIE BZK-BELEID 2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk wordt teruggeblikt op het door BZK gevoerde beleid ten aanzien van eParticipatie. Aan bod komen een reconstructie van het beleid (2.2), de door partners en betrokken ambtenaren gepercipieerde sturingsfilosofie van BZK (2.3), de analyse van het netwerk (2.4), een quickscan van lopende eParticipatie-initiatieven (2.5) en, afsluitend, een korte reflectie (2.6). 2.2 RECONSTRUCTIE BELEIDSACTIVITEITEN 2006: Het begin Binnen onder meer de programma’s XPIN (innovatieve beleidsvorming), InAxis (innovatie openbaar bestuur) en Burger@overheid (stimuleren digitale overheid vanuit het burgerperspectief) is bij BZK aandacht ontstaan voor eParticipatie: het via digitale weg betrekken van de burger bij verschillende facetten van het openbaar bestuur.19 In 2006 wordt de beleidsmatige aandacht vanuit BZK voor het onderwerp eParticipatie concreet binnen ‘een verkennend traject eParticipatie’ vanuit DIIOS (Directie Innovatie- en Informatiebeleid Openbare Sector). In de zomer van dat jaar krijgen vier bureaus de opdracht om een aantal vragen met betrekking tot eParticipatie uit te werken. In de aanloop hier naartoe zijn al twee ambtenaren (Jornt van Zuylen en Arnout Ponsioen) bezig geweest met het in kaart brengen van eParticipatie-initiatieven en het opbouwen van een eerste netwerk. De verkenningen worden uitgevoerd door TNO-ICT, Dialogic, Nederland Kennisland en het Instituut voor Publiek en Politiek en zijn vooral bedoeld om de dynamiek rondom e- participatie op gang te brengen. De bureaus werken aan vijf opgaven: een overzicht van initiatieven e-participatie van lokale overheden; een overzicht van initiatieven door burgers; de mogelijkheden van web2.0 (co-creation) binnen het publieke domein, van e-participatie op het vlak van e-toezicht en van ICT in politieke processen. Naast de verkenningen wordt in het najaar van 2006 een sessie georganiseerd met het ontstane netwerk rondom eParticipatie. In die sessie zijn kansrijke ideeën geïdentificeerd, op basis van diverse quickscans en eerdere bijeenkomsten. Uit de sessie volgen 49 ideeën. Deze worden in een vervolgsessie in klein comité voorzien van de statussen ‘rijp’ en ‘groen’. Er blijven zes kansrijke ideeën over, die in aanmerking komen voor de status van door BZK te ondersteunen experiment. 19 Zie paragraaf 1.2 voor de in dit onderzoek gehanteerde definitie van eParticipatie.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 28 2007: ‘Voorbereidende fase’ wordt gestart Op basis van de verkenningen en de uitkomst van de 49-ideeënsessie besluit de DIIOS- staf van BZK in januari 2007 aan de activiteiten rondom het thema eParticipatie vervolg te geven in een ‘voorbereidende fase eParticipatie’. eParticipatie wordt daarbij voorgesteld als participatie van de burger binnen drie relaties: burger-bestuur (politieke participatie), burger-dienstverlening (beleidsparticipatie) en burger-burger (sociale participatie). Het traject is vooral bedoeld om ervaringen op te doen en het onderwerp binnen de overheid (Rijksoverheid en gemeenten) geagendeerd te krijgen. Er wordt gekozen voor een bottom-up sturingsstrategie, door een aantal experimenten te gaan ondersteunen vanuit een zogenaamd ‘klussenbureau’ (zie 2007a). Daarnaast wordt gekozen om een conferentie te organiseren (zie 2007b). Voor de activiteiten in 2007 wordt 400.000 euro gereserveerd. Intern wordt benoemd dat de activiteiten (uiteindelijk) gericht zijn op verdere inrichting van een eventueel actieprogramma eParticipatie. Men denkt binnen dat actieprogramma aan onderdelen als: • Het stimuleren van de ontwikkeling van e-tools; • Het stimuleren van het gebruik van e-tools; • Het evalueren van het gebruik van e-tools; • Het delen van gebruikerservaringen; • Communicatie. 2007a: Experimenten Er wordt in maart een “redactieraad” samengesteld met Arnout Ponsioen (BZK), Joeri van den Steenhoven (Kennisland), Christiaan Holland (Dialogic) en Steven Lenos (IPP). Naast het inhoudelijk voorbereiden van de conferentie (zie 2007b) gaat de redactieraad samen met de initiatiefnemers aan slag met de uitwerking van de zeven20 ideeën tot experimenten. Afgesproken wordt dat de redactieleden elk één of twee initiatieven onder hun hoede nemen. De experimenten, de initiatiefnemers en de doelstellingen zijn kort weergegeven in onderstaand schema:21 Tabel 2.1 De eerste zeven door BZK ondersteunde experimenten Experiment Initiatiefnemer Inhoud Watstemtmijnraad.nl Vier gemeenten Burgers kunnen hier het stemgedrag van hun gemeenteraad bekijken. Petities.nl 2.0 Stichting Petities.nl Het doel is om het voor Nederlanders gemakkelijk te maken een petitie te ondertekenen of te starten. Wijwaarderen.nl Gemeente Eindhoven Geeft burgers de mogelijkheid om publieke dienstverlening te waarderen, beoordelen en vergelijken. 20 Op verzoek van Staatssecretaris Bijleveld om nauwere samenwerking te zoeken met Inspraakpunt van V&W, wordt een zevende idee, ikgaverder.nl, toegevoegd aan de al geselecteerde zes kansrijke ideeën. 21 Zie ook Bijlage 1 .
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 29 Experiment Initiatiefnemer Inhoud Issuefeed.net/ Webantenne Richard Rogers Digitale zoekmachine; te gebruiken om te zoeken naar discussiesites, weblogs en dergelijke. Digitale Diender Politie Utrecht Mogelijkheid voor bewoners om online te communiceren met de wijkagent. Krachtwijkenindex.nl Nieuw Rotterdams Tij Instrument om de samenwerking tussen bewoners in de ‘krachtwijken’ onderling op wijkniveau te ondersteunen en om deze bewoners om input te vragen. Ikgaverder.nl Inspraakpunt V&W (thans Expertise- centrum Publieks- participatie) Inwoners kunnen hier hun oplossingen voor bereikbaarheidsproblemen rondom Utrecht achterlaten. 2007b: Creatieve sessies en eParticipatietop Naast de start van de zeven experimenten organiseert BZK verschillende bijeenkomsten. Enerzijds zijn dat twee creatieve sessies over eParticipatie. Deze sessies (‘Burgers en Bestuur 2.0’ en ‘Burgers en Burgers en Beleid 2.0’) hebben tot doel kansrijke concepten en ideeën voor eParticipatie te inventariseren en de dynamiek op gang te brengen. Uit de sessies komen vele creatieve, niet verder gerealiseerde ideeën: ‘stoeptegeldemocratie’, ‘ikwoonhier.nl’, ‘oplossingenmotor.nl’ en ‘wetstrijd’. Ook wordt door Steven de Jong, een actieve speler in het netwerk, in opdracht van BZK de site eParticipatie.nl opgezet, een platform dat een overzicht geeft van eParticipatie projecten in het hele land. Anderzijds vindt in het najaar van 2007 een ‘eParticipatietop’ plaats. Op de top worden de mogelijkheden van eParticipatie met een breed publiek besproken. Ook wordt nagegaan wat nodig is om de kansen te verzilveren. Op de top geven Jacques Wallage en Tom Steinberg keynote speeches. Ook is er een videobijdrage van staatssecretaris Bijleveld. De eParticipatietop wordt door velen gezien als belangrijk moment waar gezamenlijk naar toegewerkt is. 2008a: Burgerlink De ondersteuning en begeleiding van de uitvoering van vier van de zeven experimenten wordt ondergebracht bij Burgerlink, een nieuw stimuleringsprogramma vanuit BZK bij ICTU ter verbetering van de dienstverlening van de overheid en het functioneren van de democratie door de inschakeling van burgers.22 Deze vier experimenten zijn: watstemtmijnraad.nl, petities.nl, wijwaarderen.nl en webantenne (issuefed.net). Voor de vier experimenten wordt een ‘Community of ePractice’ opgestart. In het geval van watstemtmijnraad.nl verzamelt Burgerlink binnen het 22 Burgerlink is de opvolger van het in 2007 gestopte programma Burger@Overheid, een onafhankelijk forum dat de digitale overheid stimuleerde vanuit het burgerperspectief. ICTU verwijst naar de Stichting ICTU, de ICT Uitvoeringsorganisatie van de overheid (zie www.ictu.nl). Naast eParticipatie heeft Burgerlink nog 2 kerntaken: activiteiten rondom (de introductie en het gebruik van) de BurgerServicecode en het meten van de burgertevredenheid.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 30 netwerk verbeteringen voor het experiment. De trekker van Petities.nl wordt vanuit Burgerlink gecoacht. De ondersteuning van de twee overige experimenten (Issuefeed en wijwaarderen.nl) kon door Burgerlink vanwege capaciteitsproblemen niet gelijk worden opgepakt. Op het moment van schrijven wordt de ontwikkeling van wijwaarderen.nl een stap verder gebracht; met Issuefeed wordt dit najaar begonnen. Daarnaast organiseert Burgerlink in het kader van eParticipatie praktijkbijeenkomsten voor ambtenaren en richt het zich als kenniscentrum op het aanreiken van kennis op het gebied van eParticipatie. 2008b: Digitale Pioniers In het voorjaar van 2008 stelt TNO in haar rapport ‘Naar een User Generated State’ (onder meer) vast dat Web 2.0 steeds meer aanwezig is in het publieke domein. Wat de onderzoekers echter opvalt, is dat de overheid erg ‘1.0’ aan instrumenten werkt; de overheid laat kansen liggen in het benutten van online sociale netwerken en het geven van meer verantwoordelijkheid aan burgers. In een reactie hierop geeft staatssecretaris Bijleveld in een beleidsbrief aan de Tweede Kamer aan, dat ze de ontwikkeling van een overheid 2.0 actief gaat stimuleren. Eén van de acties is het in eerste instantie eenmalig aansluiten bij een stimuleringsregeling van het ministerie van OCW, uitgevoerd door Stichting Kennisland. Deze ‘Digitale Pioniers’-regeling is bedoeld om eenmalig financiële en organisatorische ondersteuning te geven aan innovatieve internet initiatieven. Kort gezegd: aanvragers kunnen door middel van de ondersteuning hun idee omzetten in een ‘proof of concept’, om hier vervolgens eventueel zelfstandig een business model voor op te zetten. In een samenwerking tussen BZK en Digitale Pioniers wordt in het najaar van 2008 een ronde geopend met als thema eParticipatie. Meer dan veertig ideeën worden ingediend. Uiteindelijk rollen er zeven experimenten uit de bus die vanuit Digitale Pioniers ondersteund gaan worden (zie tabel 2.2): Tabel 2.2 Ondersteunde experimenten vanuit de Digitale Pioniers ronde eParticipatie Experiment Initiatiefnemer Inhoud eMocracy (thans: Democratiespel) Stichting Petities.nl/ Reinder Rustema Het politieke proces in Nederland als online multiplayer roleplaying game. HNS.dev Stichting Het Nieuwe Stemmen De ‘development environment’ richt zich op de ontwikkeling van een standaard database en ontwikkelt API voor E- participatie projecten in Nederland. Ikregeer.nl Stichting Scartabello Ikregeer.nl stelt zijn data open zodat andere websites of internet toepassingen ze kunnen gebruiken.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 31 Experiment Initiatiefnemer Inhoud OCO Sterren versie 2 Onderwijs Consumenten Organisatie De OCO beantwoordt vragen van ouders en leerlingen over onderwijs in Amsterdam. Open Kamer Political Mashup Open Kamer streamt videobeelden van debatten uit de Tweede Kamer. PoliDocs Political Mashup, Tim Gielissen en Maarten Marx Polidocs is een zoekmachine voor politieke documenten. Verbeterdebuurt.nl Creative Crowds Verbeterdebuurt.nl betrekt burgers bij het verbeteren van de buurt. 2008c: eParticipatie Awards In 2008 zijn voor het eerst twee eParticipatie Awards uitgereikt. Staatssecretaris Bijleveld reikte de Awards uit tijdens de werkconferentie Overheid 2.0. De Awards zijn bedoeld om ‘goede initiatieven meer in het zonnetje te zetten, erkenning te geven voor getoonde inzet en meer aandacht te geven aan de goede voorbeelden die er zijn’. Eén Award werd uitgereikt aan RotterdamIdee, voor het beste initiatief vanuit een overheid. De ander werd uitgereikt aan Buurtlink, als beste eParticipatie-initiatief vanuit de samenleving. In 2009 zullen de Awards opnieuw worden uitgereikt. 2009: Moment van retrospectie en blik vooruit In 2008 loopt de ‘voorbereidende fase’ stilletjes ten einde. Inmiddels is DIIOS na een reorganisatie (als programma Dienstverlening, Regeldruk en Informatiebeleid) ondergebracht bij het DG Bestuur en Koninkrijksrelaties. Het onderwerp eParticipatie valt vanaf nu onder ‘Dienstverlening van de overheid’ binnen het programma Dienstverlening, Regeldruk en Informatiebeleid. Voor een deel van de scope van eParticipatie – de relatie burger - bestuur – wordt verwacht dat deze door de afdeling ‘Democratie en Burgerschap’ van de Directie Openbaar Bestuur en Democratie wordt ingevuld. In het voorjaar van 2009 wordt door de afdeling Dienstverlening van de overheid besloten om terug te kijken op de voorbije jaren van eParticipatie en vooruit te blikken op de komende twee jaar. Hiervoor wordt de opdracht tot het onderhavige onderzoek uitgezet. 2.3 GEPERCIPIEERDE STURINGSFILOSOFIE Zoals uit de reconstructie naar voren komt, is DIIOS in 2007 een ‘verkennende fase eParticipatie’ gestart. Bij de start is in een notitie en een aanvullend plan van aanpak benoemd wat de aanleiding is om met eParticipatie aan de slag te gaan, wat wordt verstaan onder eParticipatie en welk traject wordt uitgevoerd. Bij de activiteiten wordt aangegeven dat het gaat om ‘het verder verkennen van het onderwerp’, ‘een start te maken met actieve communityvorming’ (met de werkconferentie), ‘het verzilveren van kansen’ en ‘het hands-on ervaring opdoen’ (met de experimenten). Waartoe één en
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 32 ander dient te leiden (wat moet worden bereikt), anders dan ‘eventueel een Actieprogramma eParticipatie’, wordt niet expliciet benoemd. Wel wordt in de planning voor de periode oktober-december 2008 voorzien in de activiteit ‘uitwerken instrumenten actieprogramma eParticipatie’. Zodoende kan worden gesteld dat vooraf de sturingsfilosofie niet geëxpliciteerd is: welke doelstellingen worden beoogd over twee jaar te zijn bereikt en op welke wijze worden instrumenten ingezet om dat te bereiken? Op basis van de gesprekken met ambtenaren en netwerkpartners kunnen wel elementen worden benoemd die samen de bouwstenen vormen van de in de praktijk gehanteerde sturingsfilosofie van BZK. 1. Geloof in een kans In eParticipatie ziet BZK een belangrijke ontwikkeling, die mooie kansen biedt voor de verbetering van de democratie en het openbaar bestuur. BZK wil graag op enigerlei wijze deze ontwikkeling een handje helpen. 2. Interessant netwerk Daarnaast ziet men rondom het thema eParticipatie een interessant netwerk ontstaan, met interessante partners en ideeën waar BZK graag mee in contact wil komen. 3. Niet zelf doen Uitgangspunt is vanaf de start dat BZK ‘het niet zelf zou doen’; BZK zou niet zelf gaan experimenteren. Externe partners zouden financieel en organisatorisch ondersteund worden om de ideeën uit te werken tot initiatieven. 4. Bottom-up strategie Vanaf het begin wordt een bottom-up strategie gevoerd. Besloten wordt niet gelijk doelstellingen ‘van hogerhand’ te verbinden aan het beleid, omdat dit mogelijk belemmerend zou werken voor de ontwikkeling van initiatieven. Er wordt gekozen voor een strategie waarbij van onderop – en grotendeels van buiten het domein van de publieke sector zelf – eParticipatie als onderwerp op de agenda van overheidsorganisaties wordt gezet. De activiteiten zouden fungeren als vliegwiel; als eenmaal zou zijn aangetoond wat de mogelijkheden zijn, zouden management, bestuurders en politici enthousiast worden en ermee aan de slag willen. 5. Ruimte voor het experiment Binnen de activiteiten is er nadrukkelijk ruimte voor het experiment. De ondersteunde initiatieven zijn bedoeld om te werken aan een ‘proof of concept’, om te onderzoeken of een idee in de praktijk werkt. Een experiment zou in theorie ook mogen mislukken, als het idee maar getest is. 6. Agendering van het thema Naast het ondersteunen van experimenten geeft BZK aandacht aan gerichte agendering van het thema eParticipatie binnen de overheidsorganisatie, door middel van het organiseren van enkele workshops, sessies en de eParticipatietop.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 33 7. Persoonlijke benadering Er is uitgegaan van een persoonlijke benadering. Vanuit het persoonlijke contact met initiatiefnemers en betrokkenen bij eParticipatie zijn gezamenlijk stappen gezet. Alle betrokkenen acteren overwegend vanuit een persoonlijke interesse. Er is sprake van een ‘bondgenotensfeer’. Ook hebben ze meer dan eens op persoonlijke titel een rol, bijvoorbeeld binnen de redactieraad of als deelnemer aan bijeenkomsten. 8. Ervaringen vanuit het buitenland opgehaald In de afgelopen experimentele fase is bewust de blik ook op het buitenland gericht, zowel door partners uit het veld als door ambtenaren. Zo is Tom Steinberg (MySociety.org) betrokken bij de ontwikkelingen in Nederland. Dit heeft onder meer geleid tot een Nederlandse variant van Fixmystreet.com van het Britse MySociety.org: verbeterdebuurt.nl. Zelfs is even getracht om een Nederlandse variant van MySociety.org op te richten. Op dit moment wordt door velen gewezen op het Amerikaanse data.gov als best practice. 9. Ook geëxperimenteerd met medeoverheden Binnen de experimenten is ook samenwerking gezocht met een aantal medeoverheden, om tevens op dat vlak te experimenteren. Binnen twee experimenten is samengewerkt met gemeenten: watstemtmijnraad.nl en wijwaarderen.nl. Eén experiment is samen met het politiekorps Utrecht opgezet: Digitale Diender. Binnen één experiment is het Inspraakpunt V&W (met ikgaverder.nl) inhoudelijk en financieel ondersteund door BZK. 2.3.1 Oordeel vanuit het netwerk Vanuit het netwerk wordt waardering uitgesproken over de inspanningen die BZK en partners geleverd hebben op het terrein van eParticipatie. Daarmee hebben ze concreet bijgedragen aan de ontwikkeling van eParticipatie in Nederland. Men is met name positief over de enthousiasmerende houding en positiefkritische feedback van individuele ambtenaren (de persoonlijke benadering). Ook zijn de partners te spreken over het feit dat BZK het niet zelf wilde doen en ‘ruimte liet aan het experiment’. Wel worden hier en daar kanttekeningen geplaatst bij de motieven van BZK: wil men niet gewoon de kunst afkijken bij slimme initiatiefnemers? En loopt het niet te veel achter een beweging aan, zonder zelf agendazettend te zijn? Daarnaast is men ontevreden over de communicatie over het selectieproces van de eerste zeven experimenten (de experimenten die zijn ondersteund door de redactieraad): voor buitenstaanders was niet duidelijk hoe men is gekomen tot deze zeven. Ook vragen diverse betrokkenen zich af of het eParticipatiebeleid op sommige momenten door BZK en Burgerlink niet groter is gemaakt dan het was; het betrof ‘maar’ het ondersteunen van een aantal experimenten. Dat men heeft gewerkt vanuit een bottom-up strategie, met ruimte voor het experiment, is zoals gezegd als prettig ervaren. Maar: tot op dit moment, zo lijkt de boodschap. De tijd van zaaien en enthousiasmeren lijkt voorbij: het is nu tijd om te gaan oogsten. En daarvoor is een duidelijke strategie nodig die helder wordt
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 34 gecommuniceerd. BZK heeft misschien iets te lang gewacht met het formuleren en uitdragen van een dergelijke nieuwe strategie; inmiddels wordt vanwege de onduidelijkheid vanuit het ministerie (al) door meerdere partners een negatief beeld gegeven over de rol van BZK. Zij verwachten vanuit BZK duidelijkheid over het beleid dat het voert, de doelen die het beoogt en de rol die het wil spelen. Door de nu gevoerde ‘losse’ sturingsfilosofie weet men niet zo goed ‘wat BZK wil’. Te laat voor een nieuwe strategie is het zeker nog niet. Maar om te spreken met de woorden van de betrokken ambtenaren: ‘het speelkwartier is over’. Er is behoefte aan helderheid over wat BZK wil bereiken met zijn eParticipatiebeleid, welke instrumenten er hierbij voorhanden zijn en wat hierbij de rol van het ministerie zelf is. 2.4 NETWERKANALYSE In deze paragraaf wordt in drie stappen het eParticipatienetwerk gereconstrueerd en geanalyseerd. Allereerst wordt het eigen beleidsnetwerk van BZK in kaart gebracht. Vervolgens worden de intradepartementale positie (eParticipatie binnen het eigen departement en indirect via het eigen departement – zoals via ICTU c.q. Burgerlink) en de interdepartementale positie (eParticipatie van BZK binnen de Rijksoverheid) inzichtelijk gemaakt. Ten slotte wordt de interbestuurlijke positie (BZK-eParticipatie binnen het openbaar bestuur) bepaald. Telkens worden opvallendheden benoemd en genoemde oordelen weergegeven. 2.4.1 Het eigen beleidsnetwerk in kaart In de voorgaande paragraaf is reeds de ontwikkeling van het eParticipatiebeleid, gevoerd door BZK, weergegeven. Op dit moment ziet het beleidsnetwerk er schematisch als volgt uit:
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 35 Figuur 2.1 Het huidige eigen beleidsnetwerk in kaart eParticipatie Ronde BZK ‘eParticipatie’ Kennisland ICTU • eMocracy.nl • Verbeterdebuurt.nl • PoliDocs • Open Kamer • OCO Sterren versie 2 • Ikregeer.nl • HNS.dev • watstemtmijnraad.nl • petities.nl • wijwaarderen.nl • webantenne (Issuefeed.net) eParticipatie Awards Digitale Pioniers regeling Digitale Diender Kenniscentrum Ikgaverder.nl Krachtwijkenindex Ondersteuning afgerond Bijeenkomsten eParticipatie.nl eParticipatie Community of ePractice Burgerlink BZK Web2.0 Onder de paraplu van eParticipatie worden diverse activiteiten/deelprojecten uitgevoerd. Deze zijn in grote mate verweven met het web2.0-beleid van BZK. In het kader van eParticipatie organiseert BZK zo nu en dan bijeenkomsten en er worden op eParticipatie.nl nieuwsberichten gepost over nieuwe initiatieven en overige relevante informatie. Daarnaast ondersteunt BZK op dit moment (in juli 2009) via Burgerlink (nog) vier initiatieven uit de eerste ronde van 2007: watstemtmijnraad.nl, petities.nl, wijwaarderen.nl en de zogenaamde webantenne (de digitale zoekmachine; om te zoeken naar discussiesites, weblogs en dergelijke). Watstemtmijnraad.nl wordt onder leiding van Burgerlink uitgerold in andere gemeenten dan de eerste vier (Almere, Groningen, Enschede en Woerden); inmiddels zijn er bijna 20 gemeenten die via watstemtmijnraad.nl het stemgedrag van raadsleden inzichtelijk maken. Binnen Petities.nl worden met steun van Burgerlink verbeteringen doorgevoerd. Wijwaarderen.nl en webantenne moeten de komende tijd nog worden uitgewerkt. De ondersteuning van drie initiatieven is reeds afgerond. Het discussiegedeelte van Ikgaverder.nl heeft met succes gefunctioneerd en is nu gesloten. Met dank aan Digitale Diender (een initiatief van de politie Utrecht) zijn nu verschillende wijkagenten via Buurtlink door burgers te benaderen. De realisatie van de Krachtwijkenindex.nl (een aandelenspel waarbij spelers kunnen handelen in aandelen van Krachtwijken) is echter niet gelukt.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 36 Daarnaast laat BZK op dit moment onder de vlag van Digitale Pioniers (een regeling van OCW, uitgevoerd door Kennisland) de financiële en organisatorische ondersteuning van zeven verschillende initiatieven uitvoeren: eMocracy, Verbeterdebuurt.nl, PoliDocs, Open Kamer, OCO Sterren versie 2, Ikregeer.nl en HNS.dev. Wat valt op? • Er is binnen het eigen netwerk een aantal gedreven personen en/ of collectieven actief, die op verschillende terreinen bezig zijn met eParticipatie, veelal vanuit een daartoe opgerichte stichting: HNS.dev vanuit Stichting Het Nieuwe Stemmen, PoliDocs en Open Kamer vanuit Political Mashup, ikregeer vanuit Scartabello, Verbeterdebuurt vanuit Creative Crowds, petities.nl en eMocracy en Digitale Diender. Het zijn met name de ‘believers’ in eParticipatie, die bij de door BZK ondersteunde experimenten betrokken zijn (geweest). • Uitzondering is echter Inspraakpunt van V&W, dat met Ikgaverder.nl, met ondersteuning van BZK, heeft geëxperimenteerd met eParticipatie binnen een specifiek project. Evenals de Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO), die met hulp van de DP-regeling een waarderingssysteem heeft opgebouwd. • Tevens zijn bij twee door BZK ondersteunde experimenten enthousiaste gemeenteambtenaren betrokken: watstemtmijnraad.nl (Almere, Groningen, Enschede en Woerden) en Wijwaarderen.nl (gemeente Eindhoven). Daarnaast wordt nu voor aansluiting bij het initiatief Petities.nl gericht actie ondernomen richting gemeenten. • Twee experimenten uit de eerste ronde zijn nog steeds niet goed van de grond gekomen (wijwaarderen.nl en webantenne). • Naar het idee van de gesprekspartners is vernieuwing ofwel ‘vers bloed’ binnen het netwerk nodig, want ‘men begint elkaar na te praten’. Bij de Digitale Pioniers- ronde voor eParticipatie zijn volgens de partners maar weinig nieuwe partijen betrokken geraakt. • Doelgroepen als politieke partijen en bestuurders zijn nu niet betrokken bij het netwerk. Ook niet-‘believers’ onder de ambtenaren en griffiers worden moeilijk bereikt. • Er ontstaan nieuwe netwerken buiten het eParticipatie-netwerk (zie ook volgende subparagrafen), zonder verknopingen. • Het netwerk is met name gericht op elektronische participatie en niet op participatie via andere media. • Er worden vraagtekens gezet bij de Community of ePractice en de Kenniscentrumfunctie van Burgerlink. • Tot slot blijkt dat de redactieraad die ooit richting eParticipatietop functioneerde, niet meer bijeenkomt. 2.4.2 Intradepartementale positie Hierboven is het BZK eParticipatie-beleidsnetwerk in beeld gebracht. Naast eParticipatie zijn er ook andere programma’s, projecten en activiteiten binnen BZK die linken aan het onderwerp; zie bijlage 2 voor een (niet uitputtend) overzicht hiervan.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 37 Wat valt op? • In vergelijking met andere BZK-projecten heeft eParticipatie een erg brede focus. • Andere BZK-projecten zijn op hoger niveau verankerd en hebben daardoor een hogere status. • Andere projecten in het departement hebben meer bekendheid gekregen dan eParticipatie. • eParticipatie valt beleidsmatig onder de afdeling Dienstverlening, maar is – zoals eerder gesteld – meer dan burger-dienstverlening. • Vanuit BZK lopen meer projecten rondom burger-dienstverlening (eOverheid, het Nationaal Urgentie Programma – NUP). • Bij veel BZK-programma’s zijn ook andere departementen betrokken. • Op het terrein van burger-bestuur (besluitvorming) is een duidelijke link aanwezig tussen eParticipatie en Democratie en Burgerschap. • Daarnaast lopen projecten op het terrein van ontsluiting van overheidsdata (datzouhandigzijn.nl en Open Overheid). • Ook is men bezig met de uitdagingen en kansen die de digitalisering biedt voor de Rijksoverheid (Ambtenaar van de toekomst). Er kan worden geconcludeerd dat er vanuit verschillende invalshoeken op eParticipatie sprake is van diverse links met andere BZK-programma’s. eParticipatie is onderdeel van het brede eOverheidsportfolio. Hierbij wordt wel de vraag opgeworpen, of sprake is van voldoende afstemming met en inbedding bij deze programma’s. 2.4.3 Interdepartementale positie Naast BZK zijn (uiteraard) ook andere departementen en Rijksdiensten actief op het gebied van eParticipatie en breder web2.0. In bijlage 3 is een aantal programma’s vanuit andere departementen op dit onderwerp weergegeven. Wat valt op? • Ook binnen andere departementen is men bezig met vormen van eParticipatie, zoals het bieden van digitale vormen van inspraak (VROM, het kabinet en Justitie). BZK vervult hierin geen (actieve) rol. • Het Expertisecentrum (voor V&W, LNV, EZ en VROM) ziet eParticipatie als ‘een handige tool’ binnen een breed scala aan mogelijkheden voor publieksparticipatie. BZK is nu daarbij geen automatische partner. Dit zouden ze wel kunnen zijn: het Expertisecentrum zou graag contact op willen nemen als een project met een vorm van eParticipatie van start gaat, om te zien welke kennis al bij BZK beschikbaar is. • Vanuit LNV is men bezig met de kansen en uitdagingen die de digitalisering biedt voor de Rijksoverheid (ambtenaar 2.0). BZK-ambtenaren participeren in dit netwerk. • OCW ondersteunt innovatieve internetinitiatieven, waaronder eParticipatie. BZK heeft zich, zoals eerder gesteld, bij deze regeling (Digitale Pioniers) aangesloten.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 38 • De Tweede Kamer is bezig met het verbeteren van de transparantie. Het vinden van een rol hierbij voor BZK is volgens de Directie Informatiseringsbeleid lastig. Verregaande samenwerking tussen Tweede Kamer en BZK zou “staatkundig wringen”. Waar de Directie Informatiseringsbeleid van de griffie voor de Tweede Kamer werkt, werkt BZK voor de minister. Dit kan voor problemen zorgen wanneer men bijvoorbeeld gezamenlijk een workflow zou gaan bijhouden waarin alle toezeggingen van bewindslieden aan de Kamer worden geregistreerd. Daarentegen lijkt een dergelijk probleem oplosbaar door gezamenlijke opdrachtformulering aan een uitvoerende derde partij. • Tot slot, een meermalen gehoord gevoel bij partners binnen het eParticipatienetwerk betreft de vraag in hoeverre veel van deze projecten ‘2.0’ zijn, zoals de 100 dagencampagne en de Internetconsultatie. Bij de 100 dagencampagne van het Kabinet kon men reageren op het voorgenomen Kabinetsbeleid, maar is in het verdere verloop niet duidelijk gemaakt wat met de reacties is gedaan. Bij de Internetconsultatie, waar conceptwetgeving aan de burger wordt voorgelegd, is er onder andere het probleem dat maar één keer gereageerd kan worden, waardoor er geen discussie kan worden gevoerd over de wenselijkheid/ verbeterpunten van de conceptwet. Er kan worden geconcludeerd dat BZK, uitzonderingen daargelaten, niet of niet altijd zichtbaar en actief betrokken is bij de eParticipatieprojecten van de verschillende andere departementen. 2.4.4 Interbestuurlijke positie Tot slot zijn vele gemeenten en ook bijvoorbeeld politiekorpsen actief bezig met elektronische participatievormen (zie paragraaf 2.5). Enkele gemeenten zijn betrokken bij een aantal eParticipatie-experimenten van BZK (bij watstemtmijnraad.nl, wijwaarderen.nl en petities.nl). De politie Utrecht was betrokken bij de ontwikkeling van Digitale Diender. Daarnaast is binnen het Actieprogramma Lokaal Bestuur sprake van een ‘proeftuin’ eParticipatie, waarin gemeenten actief worden ondersteund in het opzetten van eParticipatie-initiatieven. Wat valt op? • De belangrijkste observatie is dat BZK ten aanzien van lokale en regionale initiatieven, buiten de eigen experimenten, geen actief beleid voert. • Men acht het over het algemeen van belang dat wordt erkend dat er belangwekkende lokale verschillen zijn (in apparaat, in college en in samenleving), waardoor ook de eParticipatie-oplossingen zullen verschillen. • Initiatieven van andere departementen zijn gefocust op het eigen beleidsterrein en lijken daarom meer rendement te bieden dan de brede focus die BZK heeft.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 39 • De vraag is of de echte beslissers (ambtelijke top van een departement, bestuurders en volksvertegenwoordigers) wel bereid zijn om medebewind/ coproductie van bedrijven en burgers te accepteren. Meer invloed van anderen betekent weliswaar meer draagvlak, maar ook minder invloed van degenen die het nu voor het zeggen hebben. Als beslissers vooraf niet aangeven bereid te zijn de consequenties te aanvaarden, is de kans groot dat er in de uitwerking onvoldoende commitment is om innovaties ook werkelijk en met impact toe te passen. 2.5 QUICKSCAN LOPENDE INITIATIEVEN Uit de quickscan van lopende initiatieven in het brede veld van eParticipatie (zie bijlage 4) blijkt dat, naast BZK, veel partijen op een of andere wijze bezig zijn met eParticipatie. Er bestaat een veelheid aan initiatieven en voorbeelden die zich op verschillende niveaus afspelen en waarbij diverse partijen betrokken zijn. Ook vertonen zij zowel een diversiteit in focus (op de eerder benoemde relaties burger-bestuur, burger- dienstverlening, burger-burger), als in de mate van participatie (‘trede op de ladder’). Burger-bestuur (politieke participatie) Er zijn verschillende initiatieven op dit gebied ontwikkeld. Te denken valt aan initiatieven die gericht zijn op het sneller en gemakkelijker vindbaar en toegankelijk maken van overheidsdocumentatie als Kamer- en Raadsstukken (zoals polidocs.nl, ikregeer.nl en het RIS in Steenwijkerland). Daarnaast zijn er voorbeelden van experimenten die gericht zijn op het stimuleren van de betrokkenheid van burgers bij de politiek en politieke besluitvorming. Een voorbeeld hiervan is maildepolitiek.nl, waarbij getracht wordt om het voor burgers gemakkelijker te maken om in contact te treden met politici door het aanbieden van een online zoekmachine waarmee burgers snel zowel nationale als lokale volksvertegenwoordigers in Nederland kunnen vinden. Ook ingestelde digipanels (zoals onder meer opgezet in Eindhoven) zijn gericht op het verkrijgen van input van burgers voor politieke beleids- en besluitvorming. Burger-dienstverlening (beleidsparticipatie) Ook op het gebied van de relatie met burgers op het terrein van de publieksdienstverlening zijn verschillende initiatieven ontwikkeld. Een duidelijk voorbeeld zijn de vele digitale loketten zoals diverse gemeenten deze hebben ontwikkeld (zie bijvoorbeeld de ‘GemGids’ van de gemeente Voorst). De idee hierbij is dat de burger zo veel mogelijk gemeentelijke diensten online kan afnemen aan het digitale loket. Steeds meer informatie wordt online aangeboden en daarnaast wordt steeds vaker door gemeenten de mogelijkheid geboden om online bijvoorbeeld een paspoort aan te vragen of een klacht in te dienen. In toenemende mate worden daarbij ook mogelijkheden geboden om over (de kwaliteit van) deze dienstverlening online reacties te geven, klachten te uiten of ideeën in te brengen. Bovendien wordt burgers steeds vaker via overheidssites actief gevraagd om hun mening over diensten of om medewerking aan bijvoorbeeld opsporing (denk aan politieonderzoeken.nl). In dat geval kan gesproken worden over nieuwe vormen van eParticipatie op het terrein van beleid en beleidsuitvoering (beleidsparticipatie).
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 40 Burger-burger (sociale participatie) Verscheidene initiatieven worden op poten gezet, onder andere gericht op het versterken van onderlinge contacten in en betrokkenheid bij de eigen buurt. Een sprekend voorbeeld hiervan is Buurtlink. Buurtlink is bedoeld om ‘het buurtgevoel in Nederland te versterken’. Dit doet ze door, op basis van de postcode, op de buurt toegesneden communities te vormen. Een tweede voorbeeld is de BuurtBuzz. Buurtbewoners kunnen hun betrokkenheid bij de buurt op interactieve wijze uiten en door middel van een gesloten emailsysteem van de BuurtBuzz kunnen buurtbewoners gemakkelijk met elkaar in contact komen. Een ander voorbeeld is Eigenwijzebuurten.nl van de WijkAlliantie. Hiermee worden buurtteams ondersteund die de leefbaarheid in hun buurt willen verbeteren. Een laatste hier te noemen voorbeeld van eParticipatie gericht op de relatie burger-burger is Talkingheadz. Dit online interactieve forum biedt jongeren de mogelijkheid om met elkaar te discussiëren over controversiële onderwerpen. Verschillende treden beklommen Uit de quickscan blijkt dat er initiatieven ontplooid zijn die te plaatsen zijn op verschillende ‘treden’ van de eerder genoemde participatieladder. Zo zijn er initiatieven die duidelijk tot doel hebben om de burger te informeren over allerhande zaken. Er wordt daarbij ingezet op het digitaal beschikbaar stellen en transparant maken van (overheids)data. Te denken valt aan initiatieven als politix.nl, waarbij burgers een overzicht wordt geboden van het stemgedrag van politici in de Tweede Kamer, of aan hoeveiligismijnwijk.nl, dat informatie biedt over de veiligheid van wijken en buurten. Daarnaast zijn er initiatieven die gericht zijn op het raadplegen van dan wel het vragen van advies aan burgers. Voorbeelden hiervan zijn 21minuten.nl, reuring.nl, beterveilig,nl en Randstad 2040 (zie voor een beschrijving van de initiatieven bijlage 1). Verder zijn er eParticipatiemogelijkheden gericht op het meedoen van burgers, oftewel gericht op coproductie. Een sprekend voorbeeld hiervan zijn initiatieven waarbij burgers gevraagd wordt de politie te helpen bij het oplossen van misdrijven en het opsporen van verdachten en dergelijke (zie bijvoorbeeld politieonderzoeken.nl en ‘overvallers gezocht’). Wat valt op? Vanuit de quickscan vallen de volgende zaken op: • Veel overheidsorganisaties (onder andere gemeenten, politiekorpsen, provincies), maatschappelijke organisaties (onder andere musea, omroepen, corporaties, welzijnsinstellingen) en particulieren (stichtingen en individuele initiatiefnemers) hebben inmiddels de mogelijkheden van internet benut om burgers dichter bij de overheid en/ of elkaar te krijgen. • Met name rondom burger-dienstverlening bestaat veel aanbod. Veel organisaties stellen burgers in staat online hun zaken te doen met de (lokale) overheid, zoals het aanvragen van persoonlijke documenten of het indienen van klachten, en voegen hier mogelijkheden tot elektronische participatie aan
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 41 toe (ruimte voor klachten, ideeën, opmerkingen, deelname aan discussies of meningspeilingen, helpen in handhaving en opsporing et cetera). • Voorbeelden doen zich voor op alle treden van de participatieladder, waarbij vooral de trede ‘informeren’ veel initiatieven kent. • Het totaalaanbod van initiatieven is zeer breed. Voorgesteld kan worden, dat voor vrijwel elk idee al wel een best practice gevonden kan worden. Overzichtelijke ontsluiting van deze best practices ontbreekt echter, evenals een ‘etalage’ die burgers overzicht geeft van de mogelijkheden tot eParticipatie. 2.6 DEELCONCLUSIES EN REFLECTIE In dit hoofdstuk is in retrospectie gekeken naar het door BZK gevoerde beleid op het gebied van eParticipatie. Onderzoeksvraag 1: ‘Wat was de sturingsfilosofie?’ stond hierbij centraal. 2.6.1 Retrospectie In paragraaf 2.2 zijn de beleidsactiviteiten van BZK gereconstrueerd. De afgelopen jaren is BZK een actieve speler geworden op het terrein van eParticipatie. Met een ‘verkennend traject’ (2006) en een ‘voorbereidende fase’ (2007-2008) heeft het enerzijds ervaring willen opdoen met het onderwerp en anderzijds willen bijdragen aan de ontwikkeling van eParticipatie in Nederland. Belangrijkste activiteiten waren het in twee rondes financieel en organisatorisch ondersteunen van in totaal veertien experimenten en het organiseren van diverse bijeenkomsten, met als hoogtepunt de eParticipatietop in 2007. Zoals besproken in paragraaf 2.3, heeft BZK geen expliciete doelstellingen voor het eParticipatiebeleid geformuleerd, maar is wel gewerkt met een aantal uitgangspunten en is zicht geboden op een ‘eventueel Actieprogramma eParticipatie’, volgend uit de voorbereidende fase. Aan de hand van interviews is in dit onderzoek de (gepercipieerde) sturingsfilosofie gereconstrueerd. Deze bevat negen elementen: • Geloof in een kans • Interessant netwerk • Niet zelf doen • Bottom-up strategie • Ruimte voor het experiment • Agendering van het thema • Persoonlijke benadering • Ervaringen vanuit het buitenland opgehaald • Ook geëxperimenteerd met medeoverheden. Partners spreken hun waardering uit over de bijdrage die BZK wilde leveren aan de ontwikkeling en de wijze waarop (persoonlijk, bottom-up) dit gedaan is. Wel wordt het belang benadrukt van een heldere strategie van BZK vanaf nu: ‘het speelkwartier is over’.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 42 2.6.2 Stand van zaken Op basis van de netwerkanalyse (paragraaf 2.4) en de quick-scan (paragraaf 2.5) zijn de volgende opvallende zaken te benoemen: • De doelgroepen die nu met eParticipatie worden bediend, zijn wat beperkt: vooral particuliere ‘believers’ en enthousiaste ambtenaren. • Het netwerk is sterk gericht op elektronische participatie en niet zozeer op participatie via andere media. • Vanuit de verschillende invalshoeken van eParticipatie (burger-bestuur, burger-dienstverlening en burger-burger) is sprake van diverse links met programma’s van BZK en andere departementen. eParticipatie is onderdeel van het brede eOverheidportfolio. • Andere projecten (zowel van BZK zelf als van andere departementen) zijn op hoger niveau verankerd (met daardoor een hogere status) en hebben ook meer bekendheid gekregen. • BZK voert ten aanzien van lokale en regionale eParticipatie-initiatieven, buiten de eigen experimenten en proeftuinen, geen actief beleid. • In vergelijking met andere eOverheid-projecten heeft eParticipatie een erg brede focus. Initiatieven van andere departementen zijn gefocust op het eigen beleidsterrein. • Met name initiatieven op het snijvlak burger-dienstverlening zijn sterk in ontwikkeling. Ook richten veel initiatieven zich op de eerste trede van de participatieladder: ‘informeren’. • Het totaalaanbod van initiatieven is zeer breed. Overzichtelijke ontsluiting van best practices voor initiatiefnemers of een ‘etalage’ voor burgers, ontbreekt echter. 2.6.3 Reflectie Door de sturingsfilosofie niet expliciet te formuleren, is BZK (deels bewust, zeker in de aanvang) veelal doelzoekend bezig geweest. Opvallend is verder dat veel activiteiten afhankelijk zijn van het enthousiasme van een kleine groep ambtenaren en ‘frontrunners’ uit het veld. Hierbij is belangrijk om te constateren dat de open, persoonlijke en bottom-up werkwijze van de betrokken ambtenaren door partners gewaardeerd wordt en dat daardoor ook het nodige tot stand is gekomen. Opmerkelijk is dat na de eParticipatietop geen nieuwe ‘stip aan de horizon’ gekozen is; geen nieuw ijkpunt om naar toe te werken. Hieraan is op dit moment een sterke behoefte bij veel van de betrokkenen. Ook komt vanuit het veld de dringende vraag om duidelijk te zijn over wat volgens BZK onder eParticipatie valt en wat niet, welke rol het voor zichzelf ziet weggelegd en welke doelen het met (eventueel nieuw) beleid beoogt. Temeer omdat er de afgelopen jaren rondom Overheid 2.0 vele netwerken en programma’s (o.a. ambtenaar 2.0, Burgerlink, Nederland Open in Verbinding en Vernieuwing Rijksdienst) zijn opgebloeid. Een (nog intensievere) verbinding met deze netwerken dient te worden benadrukt om de doelen met betrekking tot eParticipatie te verwezenlijken.
  • 43 3 BALANS EXPERIMENTEN 3.1 INLEIDING Nu we het gevoerde beleid hebben gereconstrueerd en het huidige netwerk en lopende experimenten inzichtelijk hebben gemaakt, evenals de positie ten opzichte van medeoverheden, wordt in dit hoofdstuk de balans opgemaakt van de specifieke experimenten die BZK heeft ondersteund. Hiertoe worden eerst zover als mogelijk de doelen en het doelbereik bepaald (3.2). Vervolgens worden de succes- en faalfactoren in beeld gebracht (3.3) en worden de huidige kansen en bedreigingen voor opschaling en doorontwikkeling benoemd (3.4). Afgesloten wordt met reflectie en conclusies (3.5). 3.2 DOELEN EN DOELBEREIK Om de doelen en het doelbereik van de door BZK ondersteunde experimenten zo goed als mogelijk in kaart te brengen, is een online survey uitgezet en zijn de experimenten geanalyseerd aan de hand van de participatieladder (spreiding over de tredes/functies) en de fasen in de klassieke beleidscyclus (spreiding over de beleidsfasen). Daarnaast is kort en separaat aandacht besteed aan de doelstellingen en het doelbereik van een aantal initiatieven, om op hoofdlijnen zicht te krijgen op de resultaten van deze eParticipatie-experimenten. Binnen de voor dit onderzoek uitgezette online survey is aan gebruikers van initiatieven een aantal vragen voorgelegd met betrekking tot doelen en doelbereik. Hieronder worden de resultaten besproken. De overige vragen uit de survey komen bij de relevante paragrafen aan de orde. We beperken ons, gezien de relatief lage respons (N=18), tot een min of meer kwalitatieve bespreking.23 Telkens worden de antwoorden weergegeven, die door meer dan de helft van de respondenten zijn gegeven, gerangschikt naar aantal keer genoemd. De vragen uit de survey zijn opgenomen als bijlage 8. 23 Hoewel het aantal respondenten van de survey niet erg hoog is, is er via allerlei digitale platforms waar eParticipatie-betrokkenen actief zijn, aandacht voor gevraagd (zoals interest groups van LinkedIn en de verschillende eParticipatieportals zelf). De relatief korte doorlooptijd van het onderzoek en de relatief beperkte omvang van de groep actieve eParticipatie-geïnteresseerden gelden hierbij als verklaring. Omdat de survey aanvullend is op de overige onderzoeksinstrumenten (interviews, denktanksessie, begeleidingscommissie, literatuur- en documentenstudie) en omdat degenen die wel mee hebben gedaan aan survey vermoedelijk veel expertise op het terrein van eParticipatie hebben, vonden de onderzoekers het verantwoord en zinvol om de resultaten van de survey te benutten en de hoofdlijnen mee te nemen in het onderzoek.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 44 Daarnaast zijn twee eigen analyses uitgevoerd: één naar de spreiding op de participatieladder en in de beleidscyclus en één naar het doelbereik. 3.2.1 Doelstelling eparticipatie ‘Waar gaat het volgens jou om bij eParticipatie?’ Aantal keer genoemd (17 respondenten24 ) 1. Toegankelijkheid informatie 14 2. Transparante overheid 13 3. Maatschappelijke betrokkenheid 12 4. Democratisch proces verbeteren 10 5. Politieke participatie 9 Bij de vraag waar het bij eParticipatie om gaat, kruisen de respondenten meestal ‘toegankelijkheid van informatie’ aan, gevolgd door ‘transparante overheid’. Ook dient eParticipatie volgens de respondenten de maatschappelijke betrokkenheid en de politieke participatie van burgers te vergroten. Tot slot dient een en ander te leiden tot verbetering van het democratisch proces. Drie doelstellingen die werden voorgelegd, werden door minder dan 50% van de respondenten aangekruist: ‘Verlagen drempel tot complexe onderwerpen’, ‘verantwoording’ en ‘innovatie’. Deze worden kennelijk als minder belangrijk gezien bij eParticipatie. 3.2.2 Bekendheid met initiatieven ‘Welke eParticipatie initiatieven ken je?’ Aantal keer genoemd (17 respondenten) 1. Buurtlink.nl 12 2. Petities.nl 11 3. Ikregeer.nl 9 4. Verbeterdebuurt.nl 9 5. Watstemtmijnraad.nl 9 De respondenten werd een lange lijst met initiatieven voorgelegd. Een groot deel was niet of maar in beperkte mate bekend bij de respondenten. Slechts de vijf bovenstaande initiatieven werden door meer dan 50% van de respondenten aangekruist. Buurtlink en petities waren het meest bekend, gevolgd door ikregeer.nl, verbeterdebuurt.nl en watstemtmijnraad.nl. 24 Eén respondent heeft niet alle vragen ingevuld.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 45 3.2.3 Belangrijke criteria voor gebruik ‘Kun je aangeven welke criteria je belangrijk vindt voor het gebruik van initiatieven?’ Heel belangrijk/ redelijk belangrijk 1. Duidelijkheid 17 2. Gebruiksvriendelijkheid 16 3. Interactiviteit 16 4. Relevantie 15 5. Effectiviteit 10 Vijf criteria werden heel belangrijk of redelijk belangrijk gevonden door meer dan de helft van de respondenten als het gaat om het gebruik van eParticipatie initiatieven: de applicatie dient duidelijk, gebruiksvriendelijk en interactief te zijn. Ook belangrijk is dat het initiatief relevant is. Tot slot wordt de effectiviteit van het instrument van belang gevonden. Minder belangrijk gevonden criteria voor gebruik (neutraal of niet belangrijk) zijn: veiligheid en bereikbaarheid van de beheerder. 3.2.4 Best uitgewerkte initiatieven ‘Kun je aangeven welke criteria je het best uitgewerkt vindt in de initiatieven die je kent?’ Initiatieven waar criterium het best is uitgewerkt (meer dan eens genoemd) Relevantie eMocracy, Buurtlink, Geluidsnet, OpenKamer, Petities, PoliDocs, verbeterdebuurt.nl, ikregeer.nl Duidelijkheid Buurtlink, Ikregeer.nl, verbeterdebuurt.nl, petities, watstemtmijnraad.nl Effectiviteit Geluidsnet Gebruiksvriendelijkheid Buurtlink, petities, verbeterdebuurt.nl Veiligheid - Interactiviteit Buurtlink, eMocracy, verbeterdebuurt.nl Bereikbaarheid (beheerder) - Bij meerdere initiatieven is aangeven dat ze relevant zijn: eMocracy, Buurtlink, Geluidsnet, OpenKamer, Petities, PoliDocs, verbeterdebuurt.nl, ikregeer.nl. Ook zijn meerdere initiatieven duidelijk volgens de respondenten: Buurtlink.nl, ikregeer.nl, verbeterdebuurt.nl, petities, watstemtmijnraad.nl. Slechts één initiatief is een voorbeeld van effectiviteit, namelijk Geluidsnet. Drie initiatieven zijn een voorbeeld van gebruiksvriendelijkheid, te weten Buurtlink, Petities en verbeterdebuurt.nl. Bij buurtlink, eMocracy en verbeterdebuurt.nl is de interactiviteit goed uitgewerkt. Bij geen van de initiatieven werd aangegeven dat ‘veiligheid’ of ‘bereikbaarheid (beheerder)’ het best is uitgewerkt. Dit zijn dezelfde criteria als bij de vorige vraag over het belang van criteria.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 46 3.2.5 Spreiding van de experimenten Naast het online survey is op hoofdlijnen geanalyseerd hoe de experimenten verspreid zijn over de verschillende treden van de participatieladder (zie 1.4.1) en de fasen van de beleidscyclus (zie 1.4.2). We hebben hierbij gekozen voor de trede of fase die ons inziens het meest dominant is – wat niet wil zeggen dat een experiment of initiatief geheel afwezig is op de andere treden van de ladder. Tabel 3.1 Spreiding van de experimenten Experiment Inhoud Trede participatieladder 25 Fase beleidscyclus26 Watstemtmijnraad.nl Burgers kunnen hier het stemgedrag van hun gemeenteraad bekijken. Informeren Besluitvorming Petities.nl 2.0 Het doel is om het voor Nederlanders gemakkelijk te maken een petitie te ondertekenen of te starten. Raadplegen Agendavorming Wijwaarderen.nl Geeft burgers de mogelijkheid om publieke dienstverlening te waarderen, beoordelen en vergelijken. Adviseren Uitvoering/ dienstverlening Issuefeed.net/ Webantenne Digitale zoekmachine; te gebruiken om te zoeken naar discussiesites, weblogs en dergelijke. N.v.t. N.v.t. Digitale Diender Mogelijkheid voor bewoners om online te communiceren met de wijkagent. Coproduceren Uitvoering/ dienstverlening en toezicht/ handhaving Krachtwijkenindex.nl Instrument om de samenwerking tussen bewoners in de ‘krachtwijken’ onderling op wijkniveau te ondersteunen en om deze bewoners om input te vragen. Raadplegen Agendavorming Ikgaverder.nl Inwoners kunnen hier hun oplossingen voor bereikbaarheidsproblemen rondom Utrecht achterlaten. Raadplegen Beleidsvoor- bereiding eMocracy (thans: Democratiespel) Het politieke proces in Nederland als online multiplayer roleplaying game. N.v.t. N.v.t. 25 Informeren – raadplegen – adviseren – coproduceren – meebeslissen (zie paragraaf 1.4.1). 26 Agendavorming – beleidsvoorbereiding – besluitvorming – uitvoering/dienstverlening – toezicht/handhaving (zie paragraaf 1.4.2).
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 47 Experiment Inhoud Trede participatieladder 25 Fase beleidscyclus26 HNS.dev De development environment richt zich op de ontwikkeling van een standaard database en ontwikkelt API voor E- participatie projecten in Nederland. N.v.t. N.v.t. Ikregeer.nl Ikregeer.nl stelt zijn data open zodat andere websites of internet toepassingen ze kunnen gebruiken. Informeren Beleids- voorbereiding en besluitvorming OCO Sterren versie 2 De OCO beantwoordt vragen van ouders en leerlingen over onderwijs in Amsterdam. Coproduceren Uitvoering/ dienstverlening Open Kamer Open Kamer streamt videobeelden van debatten uit de Tweede Kamer. Informeren Beleids- voorbereiding en besluitvorming PoliDocs Polidocs is een zoekmachine voor politieke documenten. Informeren Beleids- voorbereiding en besluitvorming Verbeterdebuurt.nl Verbeterdebuurt.nl betrekt burgers bij het verbeteren van de buurt. Coproduceren Uitvoering/ dienstverlening en toezicht/ handhaving Wat valt op? • Meerdere experimenten zitten op de onderste trede van de participatieladder: informeren. Deze zijn gericht op het openstellen van informatie of het inzichtelijk presenteren van de informatie. • Daarnaast zijn meerdere experimenten gestoeld op de tweede trede: het raadplegen. Burgers mogen meepraten over het beleid, maar de overheid behoudt ruimschoots de ruimte om de adviezen, ideeën en oplossingen van burgers niet over te nemen. • Enkele experimenten zijn gericht op de bovenste treden van de ladder, waarbij gezamenlijk naar oplossingen wordt gezocht en de overheid zich ook in behoorlijke mate verbindt aan de aangereikte oplossingen. • De experimenten zijn behoorlijk verdeeld over de verschillende fasen van de beleidscyclus. Binnen elke fase manifesteren zich minimaal twee experimenten. Concluderend, met betrekking tot de spreiding: met de huidige experimenten ligt de nadruk op de onderste treden van de participatieladder; de beleidsfasen zijn nagenoeg evenredig vertegenwoordigd.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 48 3.2.6 Doelbereik Daarnaast is nagegaan welke (formele) doelen geformuleerd zijn bij een aantal van de experimenten. Wat opvalt is dat doelstellingen meestal opgesteld zijn op het niveau van het proces (middel): doel is het ontwikkelen van applicatie x, doel is het ontsluiten van informatie y, doel is het opzetten van instrument z. Inhoudelijke doelen (verbeterde besluitvorming, verhoogde deelname) zijn weinig aan de orde, evenals het uiteindelijke gebruik van de applicaties. Op basis van de dit soort procesdoelen is desondanks een zeker doelbereik vast te stellen: Tabel 3.2 Doelen en doelbereik van een aantal initiatieven Initiatief Doel Doelbereik Watstemtmijnraad.nl Stemgedrag wordt inzichtelijk gemaakt De transparantie is verhoogd Ikregeer Kamerstukken ontsluiten De toegankelijkheid is verbeterd Petities.nl Burgers kunnen digitaal petities indienen en ondertekenen De drempel is verlaagd om petitie in te dienen of te ondertekenen Digitale Diender Burgers kunnen digitaal een wijkagent benaderen De drempel is verlaagd om een wijkagent te benaderen Ikgaverder.nl Burgers kunnen digitaal hun oplossingen voor bereikbaarheidsproblemen doorgeven De drempel is verlaagd om oplossingen door te geven + de transparantie is verhoogd Open Kamer Streaming van beelden uit de TK ontsluiten De toegankelijkheid is verbeterd PoliDocs Kamerstukken ontsluiten De toegankelijkheid is verbeterd Verbeterdebuurt.nl Burgers kunnen digitaal overlast doorgeven De drempel is verlaagd om overlast door te geven Uit bovenstaand schema komen drie bereikte doelen naar voren. Het betreffen doelen die worden bereikt door het bestaan van het initiatief zelf en gericht zijn op het overwinnen van de institutionele barrière: • De transparantie van de overheid is verhoogd (watstemtmijnraad.nl en ikgaverder.nl) • De toegankelijkheid van informatie vanuit de overheid is verbeterd (ikregeer.nl, PoliDocs en Open Kamer) • De drempel om gebruik te maken van participatiemogelijkheden is verlaagd (petities.nl, Digitale Diender, Ikgaverder.nl en verbeterdebuurt.nl).
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 49 Indirecte doelstelling Daarnaast wordt veelal een indirect doel nagestreefd: ‘het rijp maken van de geesten’; binnen de overheid voor meer eParticipatie en eOverheid. Of, meer agressief geformuleerd, het ‘dwingen tot actie’. Zo is een aantal experimenten gericht op het verbeteren van de informatievoorziening vanuit de Tweede Kamer (‘als zij het niet doen, dan doen wij het wel’): ikregeer.nl, PoliDocs, Open Kamer en (eerder) Politix.nl. Andere initiatieven richten de pijlen meer op de (ontransparante) lokale overheid: watstemtmijnraad.nl en verbeterdebuurt.nl. HNS.dev (de ‘development environment’ van Het Nieuwe Stemmen) voorziet in een database die de overheid volgens de makers eigenlijk zelf zou moeten opzetten. Over het algemeen is de ervaring dat de experimenten ‘de druk er wel meer op gezet hebben’. 3.3 SUCCES- EN FAALFACTOREN De initiatiefnemers en betrokkenen is in de interviews gevraagd naar succes- en faalfactoren. Onder succesfactoren worden de omstandigheden verstaan die van substantieel belang zijn geweest voor het succes c.q. in de nabije toekomst in belangrijke mate bepalend zullen zijn voor succes. Bij faalfactoren en risico’s worden de omstandigheden genoemd die succes in gevaar brachten c.q. in de nabije toekomst zouden kunnen brengen. In deze paragraaf brengen we de belangrijkste succes- en faalfactoren in beeld en gebruiken we het barrièremodel om meer zicht te krijgen op het niveau van de belangrijkste belemmerende of bevorderende factoren (institutioneel, gebruiks- of effectniveau). 3.3.1 Succesfactoren Op basis van de gesprekken met initiatiefnemers en betrokkenen en de bijeenkomsten met de begeleidingscommissie worden de volgende succesfactoren benoemd. Daarnaast wordt telkens aangegeven op welke barrière (zie 1.3) de succesfactor betrekking heeft. 1. Enthousiaste trekker (institutionele barrière) De belangrijkste factor voor succes is een enthousiaste trekker. Zonder persoonlijke commitment van de initiatiefnemer zal een experiment niet van de grond komen. Dit is een belangrijke observatie met betrekking tot mogelijke opschaling: indien een initiatief wordt opgeschaald naar andere plaatsen, zal dit enkel lukken indien zich daarvoor een enthousiaste trekker heeft aangemeld. Deze factor geldt voor alle experimenten die tot nu toe zijn uitgevoerd. Die enthousiaste mensen zijn in grote mate bepalend geweest voor het succes van het initiatief. 2. Financiële ondersteuning (institutionele barrière) Een tweede belangrijke factor voor succes van een initiatief is het vinden van financiën voor de realisatie. Het idee moet worden omgezet in een plan van aanpak, de technische aspecten moeten worden uitgewerkt en de website moet worden gebouwd. Een financiële stimuleringsmaatregel zorgt ervoor dat een enthousiaste trekker een dergelijk traject kan doorlopen. Initiatieven als ikgaverder.nl, HNS.dev, petities.nl waren zonder financiële ondersteuning niet op de huidige wijze van de grond gekomen.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 50 3. Ruimte voor creativiteit (institutionele barrière) Als belangrijk aspect binnen de financiële ondersteuning is meermalen genoemd (bijvoorbeeld bij eMocracy en HNS.dev), dat er ruimte voor creativiteit was (is): de initiatiefnemer werd in staat gesteld om zijn idee op creatieve wijze uit te werken. Dit is een proces van vallen en opstaan. Er werd duidelijk uitgegaan van een experiment, het uitwerken van een ‘proof of concept’. Hierdoor zijn interessante technische oplossingen (hele nieuwe scripts) ontwikkeld voor het ontsluiten van informatie. 4. Een goed en simpel idee (institutionele barrière) Een factor die het succes van een experiment mede kan bepalen, is dat het idee niet te moeilijk is om tot uitvoer te brengen. Het idee kan redelijk snel en gemakkelijk, zonder het ontwikkelen van ingewikkelde databases, scripts of interfaces, worden omgezet in een initiatief. Dit kan bijvoorbeeld door aan te sluiten bij een bestaande applicatie (Googlemaps, raadsinformatiesysteem) of community (Buurtlink). Voorbeelden zijn: verbeterdebuurt, watstemtmijnraad en Digitale Diender. 5. Positieve feedback van derden (institutionele barrière) Naast financiële ondersteuning kregen/ krijgen de initiatieven in meer of mindere mate inhoudelijke ondersteuning vanuit BZK (faciliterend). Dit wordt als positief gewaardeerd. Het wordt als belangrijke hulp gezien bij het van de grond krijgen van het idee, het werkend krijgen van het experiment en het gebruiksvriendelijk maken van de applicatie. Vooral de persoonlijke sparringpartner wordt erg gewaardeerd. Dit geldt ook voor het aangereikt krijgen van geldende inhoudelijke voorwaarden vanuit de overheid (bijvoorbeeld drempelweg). Het zorgt ervoor dat de ondersteuning meer is dan ‘een potje geld’ en controle op de uitvoering. De positieve waardering komt onder meer naar voren op basis van ervaringen met petities.nl, ikgaverder, OCO sterren en eParticipatie.nl. 6. Initiatief laten bij de initiatiefnemer (institutionele barrière) Het initiatief laten waar het vandaan komt, is tevens een factor voor succes. Van belang wordt gevonden dat de initiatiefnemer de leidende partij blijft. Dit ten behoeve van het meeste behoud van enthousiasme. Naar het idee van betrokkenen is soms een ‘BZK-stempel’ op activiteiten gezet. 7. Sluiten van allianties (gebruiksbarrière) Tevens wordt als niet onbelangrijke factor voor succes genoemd het vermogen tot het aangaan van allianties met interessante partners. Het is enkele initiatieven (zoals ikregeer, Digitale Diender en eMocracy) gelukt om een samenwerking op te zetten met communities, mediapartijen of overheden als Hyves, Buurtlink, NOS en de Tweede Kamer. Voordelen van de samenwerking voor het eParticipatie initiatief (kunnen) zijn: exposure (en daarmee bevorderen van het gebruik), een slag in de professionalisering en een duurzaam beheer van de applicatie (zie faalfactoren). 8. Toewerken naar een event of mijlpaal (institutionele en gebruiksbarrière) Tot slot is het toewerken naar een lanceringsmoment, presentatiemoment of andere mijlpaal een belangrijke succesfactor. In dat geval kunnen betrokken partijen met gedeelde focus toewerken naar dat moment. Echter, na deze mijlpaal is de (verdere)
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 51 ontwikkeling van een aantal initiatieven stilgevallen. Voorbeelden zijn ikgaverder, Digitale Diender en verbeterdebuurt. Eenzelfde situatie lijkt zich momenteel met het eParticipatiebeleid voor te doen: er wordt na de eParticipatietop in 2007 niet meer naar een mijlpaal toegewerkt. 3.3.2 Faalfactoren en risico’s Op basis van de gesprekken met initiatiefnemers en betrokkenen en de bijeenkomsten met de begeleidingscommissie kunnen de volgende faalfactoren en risico’s27 worden benoemd. 1. Weinig werkende business modellen (institutionele barrière) In de huidige experimenten zijn maar weinig werkende business modellen voor handen. Het lukt niet om inkomsten te (gaan) genereren uit de applicatie of website. Verreweg de meeste initiatieven blijven gestoeld op enthousiasme van vrijwilligers. Bij ikregeer, petities, verbeterdebuurt en een Nederlandse MySociety (waaraan een tijdje gewerkt is door Christiaan Holland en Wibo Koole) is het niet gelukt een business case te ontwikkelen. Dat dit niet lukt, waardoor het initiatief afhankelijk blijft van vrijwilligers, is met het oog op continuïteit een belangrijk aandachtspunt. 2. Beheer van de applicatie (gebruiksbarrière) De experimenten zijn vooral gericht op de ontwikkeling van een applicatie. Geld en energie zijn aanwezig tot aan de introductie en soms een korte periode daarna. Het beheer op de langere termijn is vaak een probleem: de ontwikkelende partij gaat met een nieuwe applicatie bezig en een beherende partij is niet aanwezig of staat lang niet altijd op. Dit terwijl in het beheer vaak nieuwe uitdagingen optreden: het modereren van een forum en actueel houden van de website (inhoudelijk beheer) enerzijds en het verhelpen van bugs en verbeteren van de gebruiksvriendelijkheid (technisch beheer) anderzijds. Deze risico’s spelen ondermeer bij eParticipatie.nl en petities. Bij ikregeer.nl heeft het geleid tot het stopzetten van een discussiegedeelte. Met duurzaam beheer kan de applicatie ook na de ‘proof of concept’ van nut blijven. 3. Communicatie is een vak apart (gebruiksbarrière) Het ontwikkelen van een applicatie en het onder de aandacht krijgen van de applicatie bij burgers, zijn overduidelijk twee aparte competenties. Het valt op dat het merendeel van de experimenten op z’n minst met moeite onder de aandacht is gebracht bij burgers. Dit terwijl vaak hele nuttige applicaties zijn ontstaan. Op marketing/ externe communicatie is echter weinig gestuurd. Aan de andere kant past dit wellicht ook minder bij het idee van een experiment. Voorbeelden waar (eerder) meer had kunnen worden gedaan aan communicatie zijn: wijwaarderen.nl, PoliDocs en watstemtmijnraad.nl. Bij de laatste is dit inmiddels opgepakt binnen de ondersteuning van Burgerlink. Een experiment waar wel veel is ingezet op de communicatie, is ikgaverder.nl. 27 De succes- en faalfactoren richten zich, door toedoen van de doelstelling van de experimenten, met name op het overwinnen van de institutionele barrières.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 52 4. Enthousiaste ambtenaar loopt vast in eigen organisatie/ steun van de top (institutionele barrière) Een factor waarop initiatieven binnen ambtelijke organisaties, of initiatieven die medewerking behoeven van een ambtelijke organisatie, nogal eens vastlopen, is de dempende werking op de innovatie vanuit de eigen organisatie. Collega’s, leidinggevenden of beleid kunnen de enthousiastelingen niet volgen en een initiatief komt niet van de grond. De benodigde steun van de top om dit te overwinnen, mist meer dan eens. Daarmee worden kansen die het voor de gemeente (watstemtmijnraad.nl, een lokale petities.nl, een eigen module binnen Burgerlink), het politiekorps (Digitale Diender, Burgerlink) of de regio (ikgaverder.nl) biedt, gemist. Hierbij speelt ook dat formaliteiten bijvoorbeeld verbonden aan aanbestedingsprocedures (terwijl passende contractpartners niet voor handen zijn), een hoge drempel opwerpen voor ondersteuning vanuit BZK/ Burgerlink. 5. Gesloten overheidsdata (institutionele barrière) Het gegeven dat overheidsdata in Nederland nog veelal gesloten zijn, wordt door particuliere initiatiefnemers als belangrijke belemmering gezien voor de doorontwikkeling van eParticipatie. Pas bij open overheidsdata komen echt nuttige instrumenten in ontwikkeling, aangezien veel innovatiekracht nu opgaat aan het in goede formats beschikbaar krijgen van de benodigde data: HNS.dev, ikregeer.nl en PoliDocs. Daarnaast werkt het auteursrecht dat op sommige overheidsstukken rust, belemmerend voor de ontwikkeling van allerhande nuttig gebruik van data (zogenaamde mash up’s). 6. Boven het hoofd groeien (gebruiksbarrière) In enkele gevallen bestaat bij initiatiefnemers van een experiment de zorg dat het experiment ze boven de pet gaat groeien; dat de applicatie dusdanig veel gebruikt gaat worden, dat het onbeheersbaar wordt. Dit speelt in ieder geval bij petities.nl en HNS.dev. In het verworden tot ‘instituut’ en de daarbij passende uitdagingen voorziet de huidige opzet van experimenten niet. 3.3.3 Reflectie vanuit het barrièremodel Bovengenoemde succes- en faalfactoren en risico’s zijn naar voren gekomen in de interviews met betrokkenen. Wanneer hierop gereflecteerd wordt vanuit de driedeling van het barrièremodel (zoals steeds tussen haakjes aangegeven), valt gelijk op dat de meeste factoren zich voordoen rondom de institutionele barrières: het financiële plaatje, organisatorische randvoorwaarden die belangrijk zijn, de politieke support die mist en de eigen organisatie die niet meewerkt of die er niet klaar voor is. Daarnaast zijn er enkele factoren met betrekking tot de gebruiksbarrières benoemd: problemen in het administratieve beheer, het onbeheersbaar worden van het initiatief en het onder de aandacht brengen bij gebruikers. Factoren die effectbarrières kunnen overwinnen, zijn niet genoemd. Dat de factoren zich beperken tot de institutionele en gebruiksbarrières en zich daarbij met name richten op de eerste barrière, heeft te maken met de fase van ontwikkeling van de initiatieven en de experimentele doelstelling daarbij. De opdracht richtte zich met name op het ontwikkelen van een ‘proof of concept’ (ontwikkeling van
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 53 mogelijkheden van gebruik), en minder op het bevorderen van gebruik of (zelfs) het vergroten van de impact. Bovendien is de respondenten gevraagd naar succes- en faalfactoren in het kader van dit onderzoek naar het eParticipatiebeleid van BZK; de haalbaarheid van ideeën van burgers en/of het eventuele probleem van de representativiteit van de inbreng van burgers – zoals deze via eParticipatiesites naar voren zijn gekomen – zijn eigenlijk nauwelijks onderwerp van gesprek of aandacht. Hier lijkt dan ook een belangrijk aandachtspunt voor BZK in de toekomst te liggen: de rol en perceptie van burgers evenals de mate waarin zij gebruik maken van eParticipatie-voorzieningen. 3.4 OPSCHALING EN DOORONTWIKKELING VAN INITATIEVEN Mogelijk zijn enkele experimenten geschikt voor opschaling en doorontwikkeling, zo is de verwachting. Opschaling is één van de tien speerpunten van het innovatiebeleid van de staatssecretaris. Ook zijn er mogelijke ideeën voor nieuwe initiatieven. Dit alles komt in deze paragraaf aan de orde. 3.4.1 Opschaling en doorontwikkeling vanuit het gebruikersperspectief Bij de survey is met de vraag ‘Zijn er volgens jou verbeteringen mogelijk aan de bestaande initiatieven, en zo ja welke?’ stilgestaan bij wat binnen de doorontwikkeling en opschaling van huidige initiatieven dient te gebeuren. De respondenten deden de volgende suggesties voor verbetering: • “Bij bijna alle sites is sprake van onbekendheid bij het grote publiek. Er moet sowieso meer en beter over gecommuniceerd worden en misschien iets van prijsvragen uitschrijven om een grotere betrokkenheid bij een breder publiek te realiseren.” • “Sommige zijn lastig te vinden op internet; gevonden worden is wel belangrijk. Er moet bekendheid komen over sommige initiatieven. Of misschien is er niet veel behoefte aan als ze onbekend zijn en niet goed gebruikt worden.“ • “Meer bekendheid over initiatieven waarvan je denkt dat ze nuttig zijn.” • “Meer behaalde resultaten publiceren.” • “In ieder geval goed laten merken/ terugkoppelen wat je met de opmerkingen doet van degenen die de moeite nemen om te reageren.” • “De websites die ik ken, hebben vooral een voorlichtende functie en zijn in die zin enkel eenrichtingsverkeer; wat mij betreft geen goede voorbeelden van eParticipatie, omdat het daarbij volgens mij juist zou moeten gaan om interactiviteit tussen burger en bestuur.” • “Ze moeten allemaal data met elkaar uitwisselen.” • “Snellere verwerkingsservers om de interactiviteit te vergroten. Sites zijn soms erg langzaam.” • “Duidelijkheid over wie modereert/ bereikbaarheid van de beheerder.” • “Duidelijkheid over wat er met de informatie op de sites gebeurt.” • “Er zijn nog steeds heel veel mensen die of geen voldoende pc-kennis of geen voldoende internetkennis bezitten; zo'n site zou daarom ook een combinatie
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 54 moeten zijn van digitaal en direct contact, anders valt een aantal mensen buiten de boot.“ • “Vaak is wat uitleg over de achtergrond van de werking van bepaalde ambtelijke en bestuurlijke processen handig om zaken goed te kunnen begrijpen en gebruiken.” • “Usability.” • “Meer in combinatie inzetten met andere participatie (en communicatie) instrumenten.” • “Meer focus op de samenhang tussen doel, doelgroep en gebruiksmogelijkheden.” Wat blijkt is dat veel van de opmerkingen en voorgestelde verbeteringen spelen rondom de gebruiksbarrière (zie paragraaf 1.4.5), en wel op drie terreinen: • Administratief (duidelijkheid over wie modereert, aandacht voor de ‘usability’, en voldoende snelheid van de website); • Routine (bekendheid van het initiatief; uitleg over de processen erachter); • Motivatie/vertrouwen (behoefte; behaalde resultaten publiceren door terug te koppelen wat met de opmerkingen gebeurt). Het zijn verbeteringen die ervoor kunnen zorgen dat gebruiksbarrières worden overwonnen, ofwel dat er meer of gemakkelijker gebruik wordt gemaakt van het betreffende initiatief. De volgende stap is dat er voor wordt gezorgd dat het gebruik van het instrument ook daadwerkelijk effect sorteert – het overwinnen van de effectbarrière. Voor de opschaling en doorontwikkeling van initiatieven blijkt het dus van belang om (sterker) in te zetten op het doorbreken en beslechten van zowel de gebruiks- als de effectbarrières. 3.4.2 Kansen volgens initiatiefnemers In de vorige subparagraaf is gesproken over de belangrijkste te overwinnen barrières en over enkele suggesties voor verbetering – specifiek wat betreft opschaling en doorontwikkeling – die vanuit het gebruikersperspectief naar voren komen. Ook vanuit het perspectief van initiatiefnemers van eParticipatie zijn enkele dergelijke kansen (voor verbetering) en bedreigingen (barrières) genoemd. Uit de interviews met initiatiefnemers is aan de orde gekomen welke kansen en bedreigingen er liggen voor de opschaling en doorontwikkeling van hun initiatieven. De volgende kansen zijn genoemd: 1. Nieuwe doelgroep initiatiefnemers Kansen lijken in belangrijke mate te liggen bij nieuwe doelgroepen initiatiefnemers, naast de beleidsambtenaren: bestuurders, politici, griffies en afdelingen communicatie.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 55 2. Een breder publiek In het doorvertalen van de ontwikkelde applicatie naar een breder publiek (veel initiatieven zijn nu slechts bekend bij een kleine gebruikersgroep) liggen ook interessante kansen. 3. Behoefte aan open data Bijna alle initiatieven van nu zouden beter en sneller gerealiseerd zijn als ze gebruik hadden kunnen maken van open informatiestromen (open data). Ook daar ligt dus een belangrijke kans. 4. Behoefte aan intervisie Binnen de groep van initiatiefnemers bestaat een grote behoefte aan het concreet versterken van elkaar. Het gaat dan om het op praktisch niveau doorontwikkelen van een initiatief: gebruiksvriendelijkheid verbeteren, aanvullende diensten opzetten, het aanscherpen van de business case (verdienmodel) en nieuwe doelgroepen ontsluiten. 5. Behoefte aan praktische tips Bij veel initiatiefnemers bestaat daarnaast interesse in praktische tips over ‘hoe doe je…’. Dit kunnen zijn: checklists met (mogelijke) acties, aandachtspuntenlijstjes en bijvoorbeeld een overzicht met voorwaarden voor gebruiksvriendelijkheid. 3.4.3 Bedreigingen volgens initiatiefnemers Als bedreigingen voor doorontwikkeling en opschaling gelden, zo blijkt uit de interviews: 1. Ambitie om uit te venten? De vraag is of particuliere trekkers van een lokaal initiatief de taak (en ambitie) hebben om hun initiatief buiten de gemeentegrenzen uit te venten. Bij gemeenteambtenaren zal de ambitie om initiatieven elders tot een succes te laten maken, naar verwachting groter zijn dan bij privépersonen. Ambtenaren zijn over het algemeen meer bereid om vanuit hun functie, binnen intervisiegroepen (zoals de proeftuinen van het Actieprogramma Lokaal bestuur en de leerkringen binnen InAxis) met collega- ambtenaren aan de slag te gaan met initiatieven. 2. Ambitie om uit te rollen? Afgevraagd kan worden of alle particuliere trekkers méér ambiëren dan het ontwikkelen van een ‘proof of concept’, namelijk het veelvuldig gebruik ervan (het verworden tot ‘een instituut’). Vermoedelijk zijn sommigen meer geïnteresseerd in de haalbaarheid dan in het (verder) uitrollen van het initiatief. 3. Subsidieafhankelijkheid Een bedreiging die kan opspelen als een huidig experiment opnieuw financieel wordt ondersteund, is dat er subsidieafhankelijkheid ontstaat: het initiatief kan enkel overleven op basis van de subsidie en niet (na verloop van tijd) op eigen benen staan. Vanuit de observatie dat weinig experimenten een verdienmodel hebben ontwikkeld, is dit een belangrijke bedreiging om rekening mee te houden.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 56 4. Blijven voldoen aan de verwachting Een uitdaging is of je als initiatiefnemer met je initiatief kan blijven voldoen aan de verwachting van de burger, of je niet uiteindelijk vastloopt in de bureaucratische systemen. Voorbeeld: de elektronische landelijke petities moeten alsnog op ouderwetse wijze aan de Tweede Kamer worden aangeboden. 5. Doodgeknuffeld Vanuit het veld wordt het gerede gevaar benoemd dat initiatieven door de subsidieverstrekker (zoals BZK) worden ‘doodgeknuffeld’: de initiatiefnemers (die veelal parttime of in de avonduren bezig zijn met hun initiatief) worden zo vaak gevraagd om voortgang te tonen of om een bijdrage te leveren aan een bijeenkomst, dat men met moeite toekomt aan het van de grond krijgen van het initiatief. 6. Doorontwikkelen is pas de echte uitdaging Tot nu toe is eParticipatie vooral experimenteel en ‘leuk’ geweest: het ontwikkelen van applicaties die de participatie kunnen bevorderen. Daardoor hebben met name onbedreigende initiatieven een kans gekregen. Echt spannend wordt het pas wanneer ook ‘gevaarlijker’ initiatieven worden (door)ontwikkeld en de gevestigde belangen worden geraakt: ambtenaren voelen zich op de vingers gekeken, politici voelen de macht door hun vingers glippen. Voor succes moet deze weerstand worden overwonnen. Ook het beheer wordt bij doorontwikkeling (pas) echt een serieuze zaak. 3.4.4 Voorbeelden van kansrijke huidige initiatieven Op basis van de genoemde succes- en faalfactoren, kansen en bedreigingen en vanuit de observatie dat door gebruikers vooral verbeteringen worden gezien met betrekking tot de gebruiksbarrière en op basis van de genoemde succes- en faalfactoren kunnen de kansen worden bepaald voor opschaling en doorontwikkeling van huidige initiatieven28 . Hierbij valt te denken aan: • Het ‘uitventen’ van initiatieven onder gemeenten. Zo bezitten watstemtmijnraad.nl en petities.nl de potentie om door meer gemeenten omarmd te worden. In een recente inventarisatie heeft zo’n zestig procent van de gemeenten (vooral kleinere gemeenten) positief gereageerd op een lokale variant van watstemtmijnraad.nl. Hiermee kan het gebruik van een instrument aanzienlijk worden verhoogd. • Het ondersteunen van initiatiefnemers bij het verduurzamen van hun initiatief. Dit om een zinvol instrument voor de toekomst veilig te stellen. Dit speelt ondermeer bij petities.nl en HNS.dev. • Het ondersteunen van (semi-)professionele organisaties bij het doorontwikkelen van het initiatief, met name gericht op het verhogen van gebruik en effect. In dat geval hoeft de ondersteuning niet of minder gericht te zijn op de proof of concept of het continue beheer. Een voorbeeld is buurtlink.nl. 28 In hoofdstuk 4 wordt, vanuit verschillende toekomstige invalshoeken, nadrukkelijk stilgestaan bij nieuwe initiatieven. Hier worden enkel de huidige experimenten behandeld.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 57 • Tot slot zou met eParticipatie op infrastructurele vraagstukken, zoals ikgaverder.nl, verder geëxperimenteerd kunnen worden: het is een thema in de top of mind van burgers en er gebeurt veel op het gebied van inspraak, maar nog weinig op een 2.0- niveau. 3.4.5 Voorbeelden van kansrijke nieuwe initiatieven Naast het opschalen en doorontwikkelen zouden ook nieuwe ideeën uitgewerkt kunnen worden tot initiatief. Hiervoor kan gekeken worden naar de (nog niet gerealiseerde) ideeën uit de 49-ideeënsessie. Ook zijn respondenten in interviews en survey gevraagd naar interessante nieuwe initiatieven. 49-ideeënsessie Vanuit de 49-ideeënsessie (zie paragraaf 2.2) zijn inmiddels zeven experimenten uitgevoerd. Mogelijk is een aantal van deze ideeën nog steeds (of: inmiddels) geschikt voor ontwikkeling. Hierbij kan worden gedacht aan: • Het (op termijn) ontwikkelen van één algemeen Meldpunt Overheid. Er bestaan op het moment diverse meldpunten waar de burger over verschillende, uiteenlopende onderwerpen meldingen door kan geven, denk bijvoorbeeld aan het meldpunt voor kindermishandeling, voor intimidatie, voor kinderporno, voor last van de overheid, voor vermisten, maar ook aan meldpunten van gemeentelijke diensten en (het eParticipatie experiment) verbeterdebuurt.nl. Nu moeten burgers zelf uitzoeken waar ze een melding over een specifiek onderwerp kunnen maken. Door het ontwikkelen van één centraal punt (bijvoorbeeld meldpunt.overheid.nl), waarop meldpunten zich kunnen aansluiten, wordt het voor burgers gemakkelijker gemaakt om opvallendheden en/of klachten en dergelijke te melden. Dit is tevens een signaal naar burgers dat zij serieus worden genomen als het gaat om hun inzet voor het creëren en behoud van een leefbare samenleving. Belangrijk hierbij is dan wel dat van te voren uitgedacht wordt hoe het beheer van de applicatie (gebruiksbarrière) eruit zal zien (wie neemt dit, ook na de eerste ontwikkelfase, op zich?) en dat er veel aandacht wordt geschonken aan de bekendheid van het nieuwe meldpunt (gebruiksbarrière). De communicatie hierover is erg belangrijk. Burgers moeten het meldpunt gemakkelijk weten te vinden. • eParticipatie marktplaats. Naar het idee van de welbekende website marktplaats.nl, kan een marktplaats opgericht worden gericht op eParticipatie. Daarbij wordt eParticipatie tussen burgers onderling gestimuleerd door het matchen van vraag en aanbod. Tevens kunnen overheidsinstellingen zich op de ‘digitale markt’ begeven en zaken aanbieden dan wel informatie opdoen over wat er aan vraag leeft onder de bevolking. Door het aanbieden van bijvoorbeeld informatie, kan dit initiatief bijdragen aan de stimulering van meer open data. Bovendien kan met een dergelijk initiatief een breder publiek bereikt worden. Dit idee kan mogelijk als verbreding van overheid 2.0 (met werkruimtes voor specifiek ambtenaren) worden uitgewerkt.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 58 • Kennisbank Overheidsinformatie. Door het instellen van een kennisbank overheidsinformatie kan het ontsluiten van overheidsdata gestimuleerd worden. Het blijkt lastig steeds in te schatten aan welke informatie burgers behoefte hebben. Door burgers aan te laten geven door middel van de kennisbank of zij de gezochte informatie al dan niet gevonden hebben, kan de informatie- en participatiebehoefte van burgers meer inzichtelijk worden gemaakt. Bovendien kan een dergelijke kennisbank ingezet worden in het ontsluiten van open data. Ideeën uit interviews en survey In de interviews en de survey zijn door de respondenten verschillende mogelijke nieuwe initiatieven naar voren gebracht, welke BZK zou kunnen ontwikkelen of waarvan de ontwikkeling door BZK kan worden ondersteund: • Een Nederlandse stimiluswatch.org (een Amerikaans burgerinitiatief dat in de gaten houdt wat er gebeurt met de miljardeninvesteringen van de regering). • Een Nederlandse data.gov (zoals in Amerika nu verplicht is om alle overheidsinformatie die gepubliceerd wordt, ook in open format beschikbaar te stellen), met bijvoorbeeld alle documenten die onder de WOB vallen. Zie ook het idee Kennisbank Overheidsinformatie. • Een Nederlandse theyworkforyou (waarmee, zoals in Engeland, inzicht wordt gegeven in het werk van de volksvertegenwoordigers). • Een systematische webapplicatie die weergeeft of in overheidsstukken genoemde wetgeving nog geldend is. • Op elk ministerie een groot scherm bij de ingang met een tag cloud met issues die hot zijn bij internetcommunities (zoals Google in van zijn kantoren doet met zoekresultaten). • Een eigen ePetitieloket van de Tweede Kamer. • Publicatie van overheidsbegrotingen (gemeenten) op interactieve wijze. Eén stichting die de (door)ontwikkeling en het technisch en organisatorisch beheer duurzaam voor haar rekening neemt, zoals MySociety en Connecting Canadians. • Een aanspreekpunt van overheidsorganisaties (gemeenten, ministeries) binnen Hyves, Buurtlink en andere internetcommunities. Richtingen voor ideeën uit de survey Daarnaast moet volgens de respondenten van de survey binnen initiatieven gewerkt worden in de volgende richtingen: • “Daadwerkelijke input van burgers tijdens de fase van beleidsvoorbereiding/ meewerken aan voorstellen van Kamerleden, gemeenteraadsleden, dingen in de buurt en dergelijke.” • “Een manier om interactieve besluitvorming mogelijk te maken.” • “De meeste initiatieven zijn 1) eenzijdig gericht op vooraf al geformuleerde keuzes (dus uitsluitend stemmen) of 2) dienen uitsluitend als vergaarbak van ideeën, waarbij op voorhand niet duidelijk is wat er mee gedaan wordt, wanneer en door wie. Ieder initiatief dat deze valkuilen omzeilt of er goed mee
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 59 omgaat, en/ of ieder initiatief dat meer op meningsopbouw, uitwisselen van argumenten (met eventueel stemmen of consensus of iets dergelijks als sluitstuk) is gericht, is toe te juichen.” • “Meer in mijn eigen woonplaats.” • “Interfaces door anderen laten maken, op breed beschikbare overheidsinformatie.” • “Door geld en overheidsinformatie beschikbaar te stellen genereer je hopelijk meer initiatieven vanuit de samenleving.” Meer mogelijke activiteiten komen aan de orde in hoofdstuk 4, wanneer de mogelijke toekomstige invalshoeken voor BZK-beleid besproken worden. 3.5 DEELCONCLUSIES EN REFLECTIE In dit hoofdstuk is de balans opgemaakt van de initiatieven die BZK de afgelopen twee jaar heeft ondersteund. Deze balans diende ter beantwoording van de deelvragen 2, 3 en 4: ‘welk resultaat hebben de experimenten geboekt?’ (2), ‘wat waren de belangrijkste succes- en faalfactoren voor de ontwikkeling en opschaling van bestaande eParticipatie experimenten?’ en: ‘wat is nodig om doorontwikkeling en opschaling daarvan te bevorderen?’ (3), en ‘welke vijf tot tien eParticipatie concepten en ideeën die niet werden gerealiseerd lijken nog steeds geschikt en van belang om te realiseren en wat zijn hierbij succes en faalfactoren? (4, eerste deelvraag). Het tweede deel van deelvraag 4 – en op welke manier zou deze realisatie het beste gestalte kunnen krijgen?’ wordt in hoofdstuk 4 beantwoord. 3.5.1 Doelen en doelbereik Op basis van de survey en een eigen analyse van de onderzoekers is in paragraaf 3.2 stilgestaan bij de doelen en het bereik ervan. Hieruit kwamen de volgende punten naar voren: • De belangrijkste doelen bij eParticipatie zijn: het toegankelijk maken van informatie, een transparante overheid, het vergroten van maatschappelijke betrokkenheid en politieke participatie en het verbeteren van het democratisch proces. • Om gebruikt te worden, dienen initiatieven met name duidelijk, gebruiksvriendelijk, interactief, relevant en effectief te zijn. • Een aanzienlijk deel van de experimenten manifesteert zich op de eerste treden van de participatieladder (informeren en raadplegen). • De experimenten zijn verdeeld over de verschillende fasen van de beleidscyclus. Binnen elke fase manifesteren zich minimaal twee experimenten. • Door het bestaan van het initiatief worden al zekere doelen bereikt (ten aanzien van het overwinnen van de institutionele barrière): verhoogde transparantie van de overheid, verbeterde toegankelijkheid van informatie en het verleggen van de drempel van participatiemogelijkheden.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 60 3.5.2 Succes- en faalfactoren In paragraaf 3.3 zijn de succes- en faalfactoren (en risico’s) bepaald: factoren die bij de initiatieven van substantieel belang zijn geweest voor het succes c.q. (mogelijk) falen. Het zijn factoren die spelen rondom het overwinnen van institutionele barrières (de mogelijkheden van internet omzetten in initiatieven) en gebruiksbarrières (burgers laten participeren door middel van de initiatieven). Factoren met betrekking tot het overwinnen van effectbarrières zijn slechts in beperkte mate uit de praktijk op te halen, gezien het karakter van de experimenten. De succesfactoren en de faalfactoren en risico’s zijn: Tabel 3.3 Succes- en faalfactoren per barrière Succesfactoren Institutionele barrières • Enthousiaste trekker • Financiële ondersteuning • Ruimte voor creativiteit • Een goed en simpel idee • Positieve feedback van derden • Initiatief laten bij de initiatiefnemer • Toewerken naar een event of mijlpaal Gebruiksbarrières • Positieve feedback van derden • Sluiten van allianties • Toewerken naar een event of mijlpaal Effectbarrières • Investeer in de ontvangende partij Faalfactoren en risico’s Institutionele barrières • Weinig werkende business modellen • Enthousiaste ambtenaar loopt vast in de eigen organisatie/ reen steun van de top • Gesloten overheidsdata Gebruiksbarrières • Beheer van de applicatie • Communicatie is een vak apart • Boven het hoofd groeien 3.5.3 Kansen en bedreigingen Mogelijk is een aantal experimenten/ initiatieven geschikt voor opschaling en (door)ontwikkeling. Op basis van het onderzoek zijn in paragraaf 3.4 de volgende kansen en bedreigingen bepaald als het gaat om opschaling en doorontwikkeling:
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 61 Tabel 3.4 Kansen en bedreigingen Kansen • Nieuwe doelgroep initiatiefnemers • Een breder publiek • Behoefte aan open data • Behoefte aan intervisie • Behoefte aan praktische tips Bedreigingen • Ambitie om uit te venten? • Ambitie om uit te rollen? • Subsidieafhankelijkheid • Blijven voldoen aan de verwachting • Doodgeknuffeld • Doorontwikkelen is pas de echte uitdaging De volgende typen initiatieven zijn benoemd als mogelijk geschikt voor doorontwikkeling en opschaling: • Het ‘uitventen’ van initiatieven onder gemeenten. Zo bezitten watstemtmijnraad.nl en petities.nl de potentie om door meer gemeenten omarmd te worden. In een recente inventarisatie heeft zo’n zestig procent van de gemeenten (vooral kleinere gemeenten) positief gereageerd op een lokale variant van watstemtmijnraad.nl. Hiermee kan het gebruik van een instrument danig verhoogd worden. • Het ondersteunen van initiatiefnemers bij het verduurzamen van hun initiatief. Dit om een zinvol instrument voor de toekomst veilig te stellen. Dit speelt ondermeer bij petities.nl en HNS.dev. • Het ondersteunen van (semi-)professionele organisaties bij het doorontwikkelen van het initiatief, met name gericht op het verhogen van gebruik en effect. In dat geval hoeft de ondersteuning niet/minder gericht te zijn op de proof of concept of continue beheer. Een voorbeeld is buurtlink. • Tot slot zou met eParticipatie op infrastructurele vraagstukken, zoals ikgaverder.nl, verder geëxperimenteerd kunnen worden: het is een thema in de top of mind van burgers en er gebeurt veel op het gebied van inspraak, maar nog weinig 2.0. Daarnaast zijn mogelijke nieuwe initiatieven aan het licht gekomen. Genoemd zijn het (op termijn) ontwikkelen van een centraal Meldpunt Overheid, een eParticipatie marktplaats (voor het matchen van vraag en aanbod) en een kennisbank Overheidsinformatie (een Nederlandse data.gov). Ook andere initiatieven naar buitenlands voorbeeld zijn benoemd, zoals een Nederlandse variant op stimiluswatch.org of theyworkforyou. Deze initiatieven zouden de rol van de burger als medetoezichthouder stimuleren respectievelijk vanuit de samenleving de transparantie van het parlement bevorderen. Tevens zijn genoemd: een systematische webapplicatie die weergeeft of in overheidsstukken genoemde wetgeving nog geldend is, een eigen ePetitieloket van de Tweede Kamer, interactieve publicatie van overheidsbegrotingen en het op elke ministerie bij de ingang ophangen van een groot scherm met een tag cloud met issues die hot zijn bij internetcommunities. Ook is naar voren gekomen dat moet worden bevorderd dat er aanspreekpunten van
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 62 overheidsorganisaties (gemeenten, ministeries) zijn binnen Hyves, Buurtlink en andere internetcommunities. Tot slot is de wens uitgesproken voor één stichting die de (door)ontwikkeling en het technisch en organisatorisch beheer duurzaam voor haar rekening neemt, zoals MySociety.org en Connecting Canadians. 3.5.4 Reflectie In de afgelopen twee jaar heeft BZK in twee rondes in totaal veertien experimenten financieel en inhoudelijk ondersteund. Een deel van deze experimenten is met succes uitgewerkt; de uitwerking van een deel laat daarentegen nog op zich wachten. Opvallend is dat het woord ‘experiment’ vrij letterlijk is uitgelegd: het uitwerken van een idee en vinden van technologische oplossingen. Daarmee lag de nadruk op het overwinnen van institutionele barrières. Er had meer geëxperimenteerd kunnen worden met het overwinnen van gebruiks- of effectbarrières: succesvolle middelen om initiatieven onder de aandacht van burgers te krijgen, het ontwikkelen van duurzame beheermodellen of het zorgen voor een representatieve uitkomst bij het gebruik van een initiatief. Nu is, zoals een geïnterviewde het stelde, vooral gewerkt vanuit de ‘dotcom-hype’. Het experimenteren met het overwinnen van gebruiks- en effectbarrières kan richting de toekomst een belangrijk aanknopingspunt zijn.
  • 63 4 BLIK OP DE TOEKOMST 4.1 INLEIDING De voorgaande hoofdstukken gingen over eParticipatie en het BZK-beleid tot nu toe, met specifieke aandacht voor de door BZK ondersteunde experimenten en de factoren die hierbij een rol spelen in het succes of falen van deze experimenten in het bijzonder en het eParticipatiebeleid in meer algemene zin. In dit hoofdstuk wordt de blik vooruit geworpen: wat zijn de ontwikkelingen op het gebied van eParticipatie (4.2), voor welke overwegingen ziet BZK zich gesteld (4.3) en wat zijn de mogelijke invalshoeken voor een toekomstige rol van BZK (4.4)? 4.2 EPARTICIPATIE 4.2.1 Trends Om zicht te krijgen op de toekomstige mogelijkheden, is gekeken naar drie belangrijke ‘elementen’ van eParticipatie: technologie, bestuur en burgers. We benoemen per element de belangrijkste patronen.29 Technologie: mobiele en geïndividualiseerde participatie Participatie via digitale media wordt nog steeds eenvoudiger. Het gebruik van internet wordt gewoon en technische barrières (identificatie, gegevenskoppelingen, et cetera) verdwijnen. Belangrijker wordt de mobiele participatie: burgers krijgen de mogelijkheid om altijd en overal te participeren. Burgernet vormt hiervan een voorloper. Ook krijgt participatie steeds sterker een geïndividualiseerd karakter: op basis van profielen worden burgers gevraagd om deel te nemen aan die vormen van participatie waarvan verwacht kan worden dat zij hierin zijn geïnteresseerd. Burgers: meer participatie maar ook een groeiende kloof De bereidheid om gebruik te maken van digitale instrumenten neemt toe en er ontstaat een generatie die het gebruik van internet ‘gewoon’ vindt. Het risico bestaat dat de kloof tussen actieve en passieve burgers toeneemt: hoe meer mogelijkheden er zijn hoe groter het verschil wordt tussen degenen die wel en die niet deelnemen.30 Het risico bestaat dat eParticipatie zo de meritocratie versterkt.31 29 Deze paragraaf is grotendeels geschreven door Albert Meijer, docent en onderzoeker aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap. 30 Cf. Tichenor, Van Deursen en Van Dijk, 2008. 31 Bovens en Wille, 2009.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 64 Bestuur: terugtredend bestuur of dominante staat? Wij zien momenteel twee tegengestelde trends in de ontwikkeling van overheden: enerzijds krijgt de staat weer een centralere positie (‘bringing the state back in’). Anderzijds trekken sommige overheden zich nog steeds verder terug en worden verantwoordelijkheden gelegd bij de samenleving en bij burgers. De eerste trend kenmerkt zich door een afnemende aandacht voor participatie. Stroperigheid wordt als belemmerend ervaren en er ligt nadruk op krachtdadige besluitvorming. De tweede trend neemt juist co-creatie als uitgangspunt. De nadruk ligt op een minimale staat en burgers worden in de gelegenheid gesteld om zelf zaken te regelen. 4.2.2 Kansen en bedreigingen Op basis van deze trends kunnen kansen en bedreigingen voor eParticipatie worden onderkend, waaronder: Kans 1: Niemand kan om eParticipatie heen Nu wordt eParticipatie nog beschouwd als een ‘nieuwigheid’ die relatief los staat van ‘gewone’ participatie. In de nabije toekomst verandert dit: eParticipatie wordt de standaard. Een inspraakavond in een buurt wordt voortgezet in een digitale omgeving. Communicatie tussen burgers en ambtenaren verloopt afwisselend off- en online. Hoogstwaarschijnlijk wordt er over vijf jaar niet meer gesproken over elektronische participatie. Het adjectief ‘elektronisch’ is dan een overbodige toevoeging geworden. Kans 2: Overheden kunnen aansluiten op initiatieven van burgers Burgers organiseren zich in toenemende mate zelf in gemeenschappen. Het voordeel hiervan voor overheden is dat burgers daardoor gemakkelijker kunnen worden bereikt. Overheden kunnen naar digitale ontmoetingsplaatsen van burgers toegaan en daar startpunten vinden voor participatie. Kans 3: Participatie 3.0 Nieuwe vormen van participatie kenmerken zich door mobiliteit en personalisatie. Overheden kunnen burgers altijd en overal bereiken en vooral voor de beleidsparticipatie biedt dit grote mogelijkheden. Burgers kunnen, net als via Twitter, direct doorgeven of in een restaurant wordt gerookt. Of ze maken een filmpje van een plek die nodig moet worden opgeknapt. Overheden kunnen burgers, wanneer deze hiervoor toestemming geven, individueel en op maat benaderen. De mogelijkheden tot participatie sluiten zo veel beter aan op de behoeften. Bedreiging 1: Elitaire participatie eParticipatie kan de kloof tussen actieve en passieve burgers versterken. De passieve burgers voelen zich daardoor nog sterker uitgesloten. Overheden zullen zich extra in moeten spannen om ook deze groepen te benaderen. Mobiele media bieden hiervoor mogelijkheden. Beleidsparticipatie lijkt ook kansrijker dan politieke participatie.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 65 4.3 UITGANGSPUNTEN EN OVERWEGINGEN VOOR ROLINVULLING BZK Tijdens de interviews en de denktanksessie is de toekomstige rol van BZK op het terrein van eParticipatie aan de orde gekomen. Een duidelijke boodschap die vanuit het veld naar voren werd gebracht, is dat BZK voor de komende periode een heldere strategie dient te formuleren: wat wordt beoogd met het eParticipatiebeleid en wie draagt daar wat aan bij? Bij de ontwikkeling van een gerichte strategie gaat het om de volgende uitgangspunten en overwegingen. Bij de aanbevelingen (paragraaf 5.6) wordt hier nog wat meer richting aan gegeven. 4.3.1 Uitgangspunten Alleen bij meerwaarde Binnen het veld van eParticipatie, digitale dienstverlening en overheid 2.0 zijn vele publieke en private organisaties actief. Uitgangspunt dient hierbij te zijn: ‘als je wat wilt bijdragen, moet je echt iets toe te voegen hebben’. Mogelijke meerwaardes komen bij de later in dit rapport te behandelden invalshoeken nog verder aan de orde. Benoem doel en strategie Tot nu toe heeft BZK op het terrein van eParticipatie geen specifieke doelen gesteld en een niet of nauwelijks geëxpliciteerde strategie gevolgd. Dit paste ook bij de eerste fase waarin men destijds verkeerde. Nu het veld, de instrumenten en mogelijkheden voor eParticipatie langzamerhand steeds volwassener worden en meerdere programma’s, met name op het gebied van burger-dienstverlening prominente plaatsen innemen, wordt het tijd om doelen rondom eParticipatie te communiceren en een bewuste strategie op deze doelen te formuleren. Medeoverheden en (mogelijke) partners kunnen in dat geval bewust anticiperen op de BZK-strategie. Benoem je doelgroep Binnen het veld van eParticipatie heeft men te maken met veel verschillende doelgroepen: • Nationaal - decentraal (gemeenten, provincies, waterschappen); • Particulier - overheid; • ‘Believers’ - ‘mainstream’ initiatiefnemers; • Ambtenaren - bestuurders - politici/ politieke partijen. Maak een duidelijke strategische keuze voor de doelgroepen waarop de nadruk wordt gelegd. Bij de verschillende doelgroepen passen namelijk verschillende invalshoeken en rollen (zie volgende paragraaf). Maak het ‘mainstream’ Tot nu toe heeft de focus vooral gelegen op de ‘frontrunners’, op de ‘believers’ in eParticipatie. Deze zijn geënthousiasmeerd, bijeengebracht en ondersteund. De (nog) ‘non-believers’ onder de ambtenaren worden door deze frontrunners als ‘ouderwets’ getypeerd en zij zouden ‘eigenlijk allemaal op een cursus web 2.0 moeten’. Dit is waarschijnlijk wat teveel van het goede, maar een (gedeeltelijke) verschuiving van
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 66 aandacht naar deze ‘ouderwetse’ groep is zo langzaamaan raadzaam: hier valt veel winst te behalen. Zij moeten eigenlijk, op niet al te ‘bedreigende’ wijze, geconfronteerd worden met de 2.0-mogelijkheden en ermee aan de slag gaan. Geen dikke pakken papier Bij dit veld van snelle ontwikkelingen en creatieve innovaties passen geen activiteiten met vele dikke pakken papier (denk bijvoorbeeld aan nota’s, handreikingen en richtlijnen voor eParticipatie). Wil BZK wat bijdragen, dan past het beste de persoonlijke benadering. Wat dat betreft geldt hier continuering van de tot nu toe in de praktijk gevoerde sturingsfilosofie, waarin veel ruimte is voor bottom-up initiatieven en activiteiten. Noodzaak van gebruikersonderzoek Tot nu toe wordt de noodzaak van onderzoek onder gebruikers van de initiatieven niet benadrukt: er wordt door BZK niet gestuurd op gebruikersonderzoek. Dergelijk onderzoek is echter van groot belang om enerzijds het initiatief te kunnen blijven verbeteren en anderzijds − en vooral − om te kunnen bepalen welk maatschappelijk rendement met het initiatief bereikt wordt. Dit rendement is tot nu toe meestal lastig vast te stellen. Hierbij dient gedacht te worden aan antwoorden op vragen als: wat is de betekenis van specifieke eParticipatie projecten voor burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties? Waarom maken zij er (geen) gebruik van en welke meerwaarde ligt er (al of niet) in verscholen? Onder welke condities zouden zij (meer) gebruik maken van de geboden eParticipatie-instrumenten? 4.3.2 Overwegingen Begripsafbakening (1) Het lijkt wenselijk om een duidelijke keuze te maken ten aanzien van de rol die BZK wil spelen bij eParticipatie. Dit heeft betrekking op de afbakening van het begrip eParticipatie. eParticipatie kan zich richten op de relatie burger-bestuur, de relatie burger-dienstverlening én/ of de relatie burger-burger. Daarmee kan het begrip van alles betekenen, zoveel dat het niet altijd uit te leggen valt. Overwogen dient te worden om een keuze te maken voor een focus op één van deze drie onderdelen, bijvoorbeeld op burger-bestuur (het politiek-bestuurlijk proces). Doel van eParticipatie is dan om participatie binnen politieke besluitvormingsprocessen (aan de voor- en achterkant) te bevorderen middels elektronische mogelijkheden. De keuze kan ook zijn om met eParticipatie te focussen op burger-dienstverlening: veel interessante initiatieven zijn ontstaan rondom participatie in de uitvoering van beleid. Wel dient in dat geval prominent op het netvlies te staan dat het met name indirect (zorgen voor een basisinfrastructuur) bevorderen van elektronische beleidsparticipatie al binnen diverse programma’s aan de orde komt (NUP, Overheid2.0 bèta, eOverheid). Deze richten zich echter niet expliciet op het (door)ontwikkelen en opschalen van kansrijke eParticipatie-initiatieven. Burger-burger tot slot, lijkt een onderdeel waar BZK zich moeilijk een rol kan toe- eigenen. Er zijn de laatste tijd goed functionerende communities ontstaan, waar BZK- ambtenaren zich hooguit als actieve deelnemer bij aan zouden kunnen sluiten.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 67 Begripsafbakening (2) eParticipatiebeleid dient zich in essentie te richten op de hogere treden van de participatieladder (adviseren, coproduceren, meebeslissen): dan is pas werkelijk sprake van participatie. Het ‘informeren’ (het bevorderen van transparantie, het beschikbaar stellen van data, het bereiken van burgers en het traceerbaar maken/ geven van openheid over beleidsprocessen) is voor deze treden een noodzakelijke, maar thans nog niet voldoende gewaarborgde voorwaarde. Het is dus van belang om óók de informatiefunctie van eParticipatiebeleid (en daarmee de invulling van de eerste ‘trede’ van de participatieladder) adequaat in te richten. De trede kan vervolgens gebruikt worden als opstapje of beter: springplank naar de hogere participatietreden, waarop eParticipatie tot volle wasdom kan komen. Tot slot dient (voorlopig) te worden gefocust op één bepaalde beleidsfase. Vooral in de fase van de beleidsuitvoering lijken de grote kansen te zitten. Daarin zijn de burgers echt geïnteresseerd en zijn ook veel interessante initiatieven ontstaan (zoals al gesteld bij de overweging ten aanzien van burger-dienstverlening). Bovendien biedt deze fase ruim de gelegenheid om de in te zetten elektronische middelen (de eParticipatie-instrumenten) ‘vast te klikken’ op zich lokaal manifesterende (als direct voelbaar of zichtbaar ervaren) maatschappelijke vraagstukken en problemen van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Verzilver de kansen Tot nu toe is de strategie vooral geweest om op de golf van frontrunners mee te varen en hen financieel en inhoudelijk te ondersteunen. Inmiddels zijn meerdere nuttige eParticipatie-instrumenten ontstaan, die een zekere maatschappelijke impact hebben. Vele kunnen echter flink wat hulp gebruiken, om de impact te vergroten of gewoon om de toekomst veilig te stellen. Voorbeelden zijn petities.nl, verbeter de buurt en verschillende initiatieven van Het Nieuwe Stemmen. Hier liggen (nog steeds) kansen die BZK, vanuit de gekozen rolopvatting, zou kunnen (of moeten) verzilveren. Keuze voor een beleidsthema als showcase Eigenlijk moet eParticipatie zo langzamerhand in de beleidskokers terecht komen. Door één beleidsthema te kiezen, zou BZK kunnen laten zien ‘wat allemaal mogelijk is op het gebied van eParticipatie’, om daarmee andere overheidspartijen te ‘verleiden’ om er ook mee aan de slag te gaan. Een BZK-eigen beleidsterrein als veiligheid (politie, veiligheidsregio’s, crisisbeheersing) ligt daarbij voor de hand. Een eigen beleidsterrein levert in de uitvoering op sommige punten minder problemen op dan die van een ander departement. Wat verder voor ‘veiligheid’ als ‘showcase’ pleit, is het belang en de belangstelling dat het thema heeft binnen de samenleving. Boegbeeld Op het terrein van eParticipatie zijn veel partijen in meer of mindere mate actief. Ook binnen het ministerie van BZK is er op dit punt sprake van fragmentatie. Het zou helpen als iemand binnen het management (liefst de beleids-DG) of een bewindspersoon zich als boegbeeld aan het vervolgtraject verbindt. Dit zou ook kunnen door middel van een extern politiek-bestuurlijk kopstuk. De aanstelling van een dergelijk boegbeeld kan de activiteiten op het terrein van eParticipatie een impuls geven en de doorzetting naar de fase van volwassenheid (lees: verworden tot onderdeel van het reguliere participatiebeleid) bespoedigen.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 68 4.4 MOGELIJKE INVALSHOEKEN Vanuit de bovengenoemde uitgangspunten en overwegingen zou BZK een gerichte strategie kunnen formuleren. Ter overweging geven we daarvoor ook een aantal mogelijke invalshoeken mee. Deze zijn tot stand gekomen op basis van de interviews, de denktanksessie en de bijeenkomsten met de begeleidingscommissie. De zes invalshoeken zijn hoofdrichtingen, waarop BZK zou kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van eParticipatie. Het gaat hierbij om: 1. Awareness & mainstreaming binnen de overheid 2. Generieke ondersteuning van initiatiefnemers 3. Specifieke ondersteuning van initiatiefnemers 4. Focus op een specifiek beleidsthema 5. Bevorderen open data 6. Transformatie Deze invalshoeken zijn deels complementair aan elkaar, maar bieden wel de mogelijkheid een duidelijke focus aan te brengen in de bijdrage die BZK levert aan de verdere ontwikkeling van eParticipatie. 4.4.1 Awareness & mainstreaming binnen de overheid Vanuit deze eerste invalshoek stelt BZK zich ten doel om de (verdere) awareness binnen de overheid (nationaal en lokaal) te bevorderen en eParticipatie uiteindelijk te ‘mainstreamen’. Oftewel, BZK richt zich op het versterken van de bewustwording van het ambtelijk apparaat ten aanzien van de mogelijkheden van eParticipatie. Met als beoogd effect eParticipatie een plaats te geven in de reguliere werkwijze van de overheid. Rollen Rollen binnen deze invalshoek kunnen zijn: • Promoten en voorlichten: het onder de aanbracht brengen van de mogelijkheden van eParticipatie en het enthousiasmeren van ‘ouderwetse’ ambtenaren/ politici, door middel van sessies/ workshops/ campagne et cetera. • Adviseren en expertise bieden: het actief en passief aanbieden van kennis en (praktische) informatie ten behoeve van eParticipatieve ambtenaren/ politici, door middel van cursussen/ ondersteuning/ tips&tricks/ kennisbank et cetera. • Verbinden: het verbinden van enthousiast geworden ambtenaren/ politici, door middel van communities/ sessies/ intervisiegroepen et cetera. Doelgroepen Doelgroepen binnen deze invalshoek (kunnen) zijn: • Ambtenaren, bestuurders en/ of politici; • Rijksoverheid en/ of decentraal; • Focus op de nog ‘ouderwets’ opererende personen.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 69 Belangrijk lijkt om deze doelgroepen, vanwege de verschillende behoeften, afzonderlijk te benaderen. Aansluiting kan dan ook worden gevonden bij bestaande aanpakken als Vernieuwing Rijksdienst, ambtenaar 2.0 en het Actieprogramma Lokaal Bestuur. Mogelijke instrumenten Instrumenten die bij deze invalshoek passen, zijn (afhankelijk van de doelgroep): • Laagdrempelige workshops/ trainingen met aandacht voor de werking van bijvoorbeeld slidesharing, LinkedIn, websitebeheer of het modereren van een forum. • Een nieuwe eParticipatietop, om het onderwerp op de agenda te houden en de aandacht ervoor te revitaliseren (maar niet zelf te claimen). • Een ronde langs gemeenten voor top40-ambtenaren met een workshop Web 2.0. • Kennis uitwisselen tussen vakdepartementen en kennisallianties aangaan of versterken met eOverheidsprogramma’s (binnen ICTU en met departementen) • Een platform met VNG en/ of IPO, Unie van Waterschappen et cetera, waarop specifieke initiatieven die succesvol waren in een gemeente, worden uitgerold binnen andere gemeenten. • Een vrijgemaakte ambtenaar die eParticipatie binnen de Rijksoverheid bevordert (à la het model van de ambtenaar 2.0 bij LNV). • Een kennisbank van lijstjes waaraan je moet denken bij het ontwikkelen van een eParticipatie-instrument: een processchema, checklist met (mogelijke) acties, een aandachtspuntenlijstje en een overzicht met voorwaarden voor gebruiksvriendelijkheid. • Een inventarisatie van best practices: nationaal en internationaal. • Beoordelingsmodellen voor ambtenaren: hoe beoordeel je digitale inspraak van een x-aantal burgers of reacties op een forum (opkomst en stemverhouding). . 4.4.2 Generieke ondersteuning van initiatiefnemers Binnen deze tweede invalshoek neemt BZK zich voor een gunstig klimaat voor innovatie en doorontwikkeling van eParticipatie-initiatieven te creëren. Dit doet het door generieke ondersteuning van de initiatiefnemers. Denktank - tafel 1: Awareness & Mainstreaming De idee van promoten is te lief en voorlichting is te vrijblijvend. De wil om kennis te delen mist. Daarom bereiken we vanuit deze invalshoek alleen iets als uitgegaan wordt van de idee dat awareness & opschaling ‘pijn’ doet. Er moet ‘angst’ en frustratie gezaaid worden. Dit alles moet gebeuren door middel van een Fear Roadshow waarbij ‘participatie-helden’ gezocht worden en een FRUSTshow waarin mensen gefrustreerd worden. Ook moet er een guerilla eParticipatie van start. Dit alles leidend tot een allstars team van helden, een #eparticipatie op Hyves, Wobbies en een zwarte lijst van risicomijdende bestuurders.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 70 Rollen Rollen binnen deze invalshoek kunnen zijn: • Innoveren: een voor iedere mogelijke initiatiefnemer beschikbaar geldbedrag om een experiment uit te voeren, waarbij er de voorwaarde is van gezamenlijk leren. • Expertise bieden: het actief en passief aanbieden van kennis en (praktische) informatie voor alle initiatiefnemers, door middel van bijeenkomsten/ ondersteuning/ tips&tricks/ kennisbank et cetera. • Verknopen: het verknopen van diverse netwerken, door middel van het bij elkaar brengen van personen et cetera. Doelgroepen Doelgroepen binnen deze invalshoek (kunnen) zijn: • Initiatiefnemers; • Nationaal, regionaal en/ of lokaal; • Ideëel en/ of bedrijfsmatig. Mogelijke instrumenten Instrumenten die bij deze invalshoek passen, zijn (afhankelijk van de doelgroep): • Een innovatiefonds voor experimentele eParticipatie-initiatieven (à la Dragons Den, waar nieuwe ondernemers hun idee mogen ‘pitchen’ bij vijf vooraanstaande ondernemers). • Een kennisbank van lijstjes waaraan je moet denken bij het ontwikkelen van een eParticipatie-instrument: een processchema, checklist met (mogelijke) acties, een aandachtspuntenlijstje en een overzicht met voorwaarden voor gebruiksvriendelijkheid. • Een inventarisatie van best practices: nationaal en internationaal. • Voor iedereen toegankelijke, thematische netwerkbijeenkomsten. • Een centrale kalender met activiteiten op het gebied van eParticipatie/ overheid 2.0. • Een voor burgers bedoelde etalage van mooie eParticipatie-initiatieven. 4.4.3 Specifieke ondersteuning van initiatiefnemers Deze invalshoek houdt in dat BZK zich richt op de individuele initiatiefnemer en deze ondersteunt, door middel van verschillende bijdragen: financieel, materieel, advies en/ of netwerk. Rollen Rollen binnen deze invalshoek kunnen zijn: • Financieel ondersteunen: het beschikbaar stellen van een geldbedrag aan initiatiefnemers voor het (door)ontwikkelen van een initiatief. • Materieel ondersteunen: het beschikbaar stellen van andere middelen (mankracht, werkruimte, overheidsdata, e-mailadressen, et cetera) aan initiatiefnemers. • Adviseren en expertise bieden: het actief en passief aanbieden van kennis en (praktische) informatie aan initiatiefnemers, door middel van cursussen/ ondersteuning/ tips&tricks/ kennisbank et cetera.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 71 • Verbinden: het verbinden van enthousiast geworden initiatiefnemers, door middel van communities/ sessies/ intervisiegroepen et cetera. Doelgroepen Doelgroepen binnen deze invalshoek (kunnen) zijn: • Initiatiefnemers; • Nationaal, regionaal en/ of lokaal; • Ideëel en/ of bedrijfsmatig. Mogelijke instrumenten Instrumenten die bij deze invalshoek passen, zijn (afhankelijk van de doelgroep): • Een nieuwe seed money faciliteit, zoals de DP-regeling. • Het begeleiden van initiatieven binnen een academie (zoals de Digitale Pioniers Academy en de Community of ePractice). • De ondersteuning van een projectmedewerker/ onafhankelijke stichting die het technisch en/ of organisatorisch beheer van een initiatief kan verzorgen. • Het beschikbaar stellen van relevante adressenbestanden. • Ondersteuning bij de externe communicatie (marketing) van een initiatief door een expert: het onder de aanbracht brengen bij mogelijke gebruikers. • Ondersteuning door een expert bij het nadenken over een business model. • Intervisiegroep(en) voor initiatiefnemers, met een focus op doorontwikkeling: het verbeteren van de gebruiksvriendelijkheid, het opzetten van aanvullende diensten/ koppeling met andere diensten, het aanscherpen van de business case etc. Het gaat hierbij om het concreet versterken van elkaar. 4.4.4 Focus op een specifiek beleidsthema Met de keuze voor een specifiek beleidsthema kan BZK een goede showcase ontwikkelen voor de mogelijkheden van eParticipatie. Een bewuste keuze voorkomt dat alleen op ‘onschuldige’ onderwerpen initiatieven ontstaan. Het liefst betreft het een thema dat de top of mind van burgers is: bijvoorbeeld veiligheid, integratie of zorg. Het voordeel van het thema veiligheid is, is dat deze binnen de beleidsverantwoordelijkheid van BZK valt. Hierdoor ontstaat waarschijnlijk (vooraf of gaandeweg) minder een macht- of competentiestrijd. Mogelijke instrumenten Instrumenten die binnen de showcase veiligheid (door)ontwikkeld zouden kunnen worden, zijn bijvoorbeeld: • Doorontwikkeling en opschaling van Digitale Diender; • Doorontwikkeling en opschaling van politieonderzoek.nl; • Doorontwikkeling en opschaling van overvallersgezocht.nl (initiatief van de politie Amsterdam); • Verder experimenteren met crowdsourcing voor het oplossen van misdaden (zoals is gedaan door de Technische Recherche Utrecht); • Verder experimenteren met een virtueel politiebureau (zoals gedaan door Utrecht op Second Life); • 1 nationaal loket voor aangifte van diefstal et cetera;
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 72 • Een kaart die inzicht geeft in de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen (in samenwerking met VROM). Uiteindelijk is de showcase bedoeld om andere overheidsorganisaties de mogelijkheden van eParticipatie te laten zien en hen hiervan te overtuigen. Ook zit in deze aanpak een belangrijke leercomponent, onder meer door: het (verder) bepalen van succes- en faalfactoren, het ontwikkelen van aandachtspuntenlijstjes, het aanleggen van overzichten met ‘tips & tricks’, het oefenen met de organisatorische inbedding en het discussiëren over de consequenties voor de bestaande organisatie. 4.4.5 Bevorderen open data Vanuit de vijfde invalshoek richt BZK zich op het bevorderen van de openstelling van open data door overheidsorganisaties, en vervolgens het gebruik van deze opengestelde data door initiatiefnemers. Mogelijke instrumenten Instrumenten die bij deze invalshoek passen, zijn: • Het openstellen van alle data die onder de WOB valt. • Een prijsvraag: wie maakt de beste applicatie of mash up van bepaalde (BZK-) data. • Een prijsvraag à la datzouhandigzijn.nl. • Het ontwikkelen van een database à la data.gov, met de verplichting dat alle officiële overheidsdocumenten (ook) in open format in deze database beschikbaar zijn. Denktank - tafel 3: Beleidsthema Er moet een meer systematische aanpak met betrekking tot eParticipatie komen. Dit kan door BZK vormgegeven worden door instrumenten te richten op één specifiek beleidsthema. Als voorbeeld wordt veiligheid gegeven. Dit thema is echter inwisselbaar voor bijna elk ander thema, zolang je maar een scherpe inhoudelijke focus hebt. Drie passende instrumenten bij het thema veiligheid zijn: 1. signaleringssyteem; bijvoorbeeld open vergunningensysteem (duidelijk maken wanneer een vergunning verloopt, wanneer controle van vergunningen plaatsvindt et cetera); 2. signalering via google maps; 3. inzetten van e-participatie ten behoeve van buurtveiligheid. Als algemene adviezen – ook geldend voor andere beleidsthema’s – wordt gesteld dat BZK moet: 1. reflecteren op instrumenten en mogelijkheden: wat betekenen deze voor ons vak, voor instanties, voor de samenleving. 2. Good practices als voorbeeld gebruiken: zoek en gebruik wat elders al is uitgevonden (denk aan voorbeelden uit het buitenland). 3. regelen dat de follow-up georganiseerd wordt.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 73 • Systematische webapplicatie die weergeeft of in overheidsstukken genoemde wetgeving nog geldend is. 4.4.6 Transformatie BZK houdt zich vanuit deze invalshoek meer visionair/ richtinggevend bezig met waar eParticipatie en – breder – overheid2.0 toe in staat zullen zijn ten gunste van de democratie en het openbaar bestuur. Bij deze richting zal veel weerstand overwonnen moeten worden. Ondanks de mogelijkheden is eParticipatie en (breder) een eOverheid namelijk ook bedreigend voor verschillende betrokken partijen. Ambtenaren voelen zich op de vingers gekeken, politici voelen de macht door de vingers glippen: weerstand is dan een natuurlijke reactie. Vanuit deze invalshoek komt expliciet aan de orde hoe deze weerstand kan worden overwonnen, om toe te werken naar een overheid 2.0 ten gunste van de democratie en het openbaar bestuur. Mogelijke instrumenten Instrumenten die bij deze invalshoek passen, zijn: • Het (binnen een community) ontwikkelen van scenario’s. • Het instellen van een commissie Toekomst eParticipatie. • Het door middel van sessies/ conferenties et cetera agenderen van eParticipatie bij (top)ambtenaren, bestuurders en politici. • Financiering/ gebruik van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek naar de veranderde positie van de overheid in web2.0. • Een kwalitatieve analyse van stemwijzers: hier wordt veel waarde aan gehecht door de samenleving, maar over de kwaliteit is weinig bekend. Denktank - Tafel 4: Open data BZK moet zich richten op het openbreken van data. Daarbij zijn de volgende 3 punten van aandacht en aanbevelingen geformuleerd: 1. We missen in Nederland wetgeving hieromtrent. Belangrijk probleem is bijvoorbeeld het auteursrecht van de overheid (gaat alleen maar om overheidsinkomsten: burgers betalen voor informatie dat met belastinggeld gegenereerd en verzameld is). Dit zou dus opengebroken moeten worden. Kanttekeningen hierbij zijn wel dat er aandacht moet zijn voor privacy en dat sommige specifieke data niet geschikt zijn om open te breken. 2. Buddy-systeem. Er zou een buddy-systeem ingevoerd moeten worden waarbij binnen de overheid mensen aanspreekpunt zijn voor burgers bij het zoeken naar bepaalde data. De burger geeft aan welke data hij of zij zoekt. Vervolgens zoekt de ambtenaar uit, als aanspreekpunt voor de burger, waar deze informatie en data zich binnen de overheid bevinden. Ook hebben we een boegbeeld in de politiek nodig die zich hard maakt voor open data. 3. Vraag articulatie en tooling. Vraag aan iedereen om de gegevens te combineren en leuke mash up’s te bedenken.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 74 4.5 DEELCONCLUSIES EN REFLECTIE In dit hoofdstuk is de blik op de toekomst geworpen: welke trends doen zich voor binnen de ontwikkeling van eParticipatie de komende paar jaar, wat zijn uitgangspunten en overwegingen voor de te kiezen strategie en welke invalshoeken voor die strategie zijn voorstelbaar? Dit ter beantwoording van deelvraag 5: ‘Hoe kan de komende twee jaar het thema eParticipatie verder worden geagendeerd en het eParticipatiebeleid worden geïmplementeerd?’ 4.5.1 eParticipatie In paragraaf 4.2 zijn drie trends behandeld en zijn enkele kansen en bedreigingen op basis van deze trends bepaald: Trends • Technologie: mobiele en geïndividualiseerde participatie. • Burgers: meer participatie maar ook een groeiende kloof. • Bestuur: terugtredend bestuur of dominante staat. Kansen en bedreigingen • Kans 1: Niemand kan om eParticipatie heen. • Kans 2: Overheden kunnen aansluiten op initiatieven van burgers. • Kans 3: Participatie 3.0. • Bedreiging 1: Elitaire participatie. Denktank - tafel 5: Transformatie BZK "moet doen waartoe zij op aard is", namelijk het nadenken over en het stimuleren van ontwikkelingen in de samenleving en de democratie; het ministerie moet zich profileren onder het motto: “BZK is de slimste, meest gewetensvolle en hardnekkigste hoeder van de democratie en het openbaar bestuur.” Uitgaande van deze leus moet BZK scenario-denken en op basis hiervan keuzes maken ten aanzien van eParticipatie. Op basis van het schetsen van mogelijke scenario’s van wat er speelt in de samenleving en waar de democratie zich naartoe ontwikkelt, kan BZK passende keuzes maken en maatregelen nemen. Hierbij moet BZK leren-reflecteren-experimenteren-interveniëren-leren. Door middel van leren en reflecteren kunnen passende interventies worden ingezet en kan worden bepaald welke initiatieven van eParticipatie ondersteund of juist tegengehouden moeten worden. Het advies aan BZK is dus dat het zijn positie in de democratie opeist en vervolgens zijn keuzes over waar met eParticipatie naar toe te willen en waar op te willen richten, baseert op het inzichtelijk maken van wat er aan de hand is door middel van het uitwerken van scenario’s.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 75 4.5.2 Uitgangspunten en overwegingen voor BZK Vervolgens is in paragraaf 4.3 aan de orde gekomen welke uitgangspunten BZK zou kunnen hanteren bij het bepalen van vervolgactiviteiten op het gebied van eParticipatie en welke overwegingen verder gelden: Uitgangspunten • Alleen bij meerwaarde. • Benoem doel en strategie. • Benoem de doelgroep. • Maak het ‘mainstream’. • Geen dikke pakken papier. • Noodzaak van gebruikersonderzoek. Overwegingen • Begripsafbakening (1): burger-bestuur of burger- dienstverlening. • Begripsafbakening (2): informeren als springplank voor hogere treden op de participatieladder. • Verzilver de kansen. • Keuze voor een beleidsthema: veiligheid? • Boegbeeld. 4.5.3 Mogelijke invalshoeken Vanuit bovengenoemde uitgangspunten en overwegingen zou BZK een gerichte strategie kunnen formuleren. Ter overweging gaven we in paragraaf 4.4 daarvoor de volgende invalshoeken mee: Awareness & mainstreaming binnen de overheid BZK stelt zich ten doel om de (verdere) awareness binnen de overheid (nationaal en lokaal) te bevorderen en eParticipatie uiteindelijk te ‘mainstreamen’. Rollen kunnen zijn: • Promoten en voorlichten; • Adviseren en expertise bieden; • Verbinden. Generieke ondersteuning van initiatiefnemers BZK neemt zich voor een gunstig klimaat voor innovatie en doorontwikkeling van eParticipatie-initiatieven te creëren. Dit doet het door generieke ondersteuning van de initiatiefnemers. Rollen kunnen zijn: • Innoveren; • Expertise bieden; • Verknopen van netwerken. Specifieke ondersteuning van initiatiefnemers BZK richt zich op de individuele initiatiefnemer en ondersteunt deze, door middel van verschillende bijdragen: • Financiële ondersteuning; • Materiële ondersteuning; • Adviseren en expertise bieden • Verbinden.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 76 Focus op een specifiek beleidsthema Met de keuze voor een specifiek beleidsthema kan BZK een goede showcase ontwikkelen voor de mogelijkheden van eParticipatie. Een bewuste keuze voorkomt dat alleen initiatieven ontstaan op ‘onschuldige’ onderwerpen. Het liefst betreft het een thema dat de top of mind van burgers is: bijvoorbeeld veiligheid, integratie of zorg. Het voordeel van het thema veiligheid is, is dat deze binnen de verantwoordelijkheden van BZK valt. Hierdoor ontstaat waarschijnlijk (vooraf of gaandeweg) minder een macht- of competentiestrijd. Bevorderen open data BZK richt zich op het bevorderen van de openstelling van open data door overheidsorganisaties, en vervolgens op het gebruik van deze opengestelde data door initiatiefnemers. Transformatie BZK houdt zich meer visionair/ richtinggevend bezig met waar eParticipatie en –breder – overheid2.0 toe in staat zullen zijn ten gunste van de democratie en het openbaar bestuur. Bij deze richting zal veel weerstand overwonnen moeten worden. Ondanks de mogelijkheden, is eParticipatie en (breder) een eOverheid namelijk ook bedreigend voor verschillende betrokken partijen. Ambtenaren voelen zich op de vingers gekeken, politici voelen de macht door de vingers glippen: weerstand is dan een natuurlijke reactie. Vanuit deze invalshoek komt expliciet aan de orde hoe deze weerstand kan worden overwonnen, om toe te werken naar een overheid 2.0 ten gunste van de democratie en het openbaar bestuur. 4.5.4 Reflectie BZK kan terdege een belangrijke rol (blijven) spelen ten behoeve van de (door)ontwikkeling van eParticipatie. Dit kan zijn in het opnieuw ondersteunen van initiatieven (wel met gerichte focus: ondersteuning gericht op het bevorderen van gebruik, duurzaam beheer en/ of effectiviteit van het initiatief of, in geval van nieuwe experimenten, met duidelijk benoemd wat de leerdoelen zijn). Deze ondersteuning kan verder worden gefocust op een specifiek beleidsthema. Vanuit een andere invalshoek worden de activiteiten gericht op het ‘mainstreamen’ van eParticipatie binnen de overheid: op Rijksniveau en/ of lokaal niveau het (verder) rijp maken van de geesten. In paragraaf 5.4 geven we meer richting aan deze overwegingen in de vorm van aanbevelingen.
  • 77 5 CONCLUSIES & AANBEVELINGEN 5.1 INLEIDING Nu we hebben teruggekeken op het gevoerde BZK-beleid, de balans hebben opgemaakt van de experimenten en een blik op de toekomst hebben geworpen, is het tijd om te komen tot conclusies en aanbevelingen. Hiertoe voeren we eerst ter afronding van de beleidsevaluatie een korte rendementsmeting uit (paragraaf 5.2). Vervolgens geven we in paragraaf 5.3 de hoofdconclusies weer met betrekking tot de bijdrage die BZK de komende twee jaar zou kunnen leveren aan de ontwikkeling van eParticipatie in Nederland. Ten slotte (paragraaf 5.4) doen we een aantal aanbevelingen over hoe BZK de komende periode met het onderwerp aan de slag kan gaan. 5.2 RENDEMENTSMETING Aan de hand van de rendementsmeting (zie 1.4.1) kunnen we iets zeggen over de effectiviteit van de sturingsfilosofie van BZK als het gaat om eParticipatie. Het geeft daarmee antwoord op het tweede deel van onderzoeksvraag 1: ‘(hoe) heeft de sturingsfilosofie van BZK gewerkt?’. De meting bevat de volgende elementen: Figuur 5.1 Protocol voor analyse van beleidsrendement Waarneming Wens Doelen Strategie Beleid Resultaat Uitvoering Rendement
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 78 5.2.1 Waarneming Mede op basis van een ‘verkennende fase’ ziet BZK in eParticipatie een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling, die veel kan betekenen in de relaties burger-bestuur, burger-dienstverlening en burger-burger. BZK wil graag ervaring opdoen met dit onderwerp en bijdragen aan de ontwikkeling ervan. 5.2.2 Doelen Begin 2007 besluit BZK een aantal activiteiten te ondernemen op het terrein van eParticipatie, die eventueel kunnen leiden tot een ‘Actieprogramma eParticipatie’. Met die activiteiten wil BZK ‘het onderwerp verder verkennen’ en ‘een start maken met actieve communityvorming’. Daarnaast stelt het zich twee doelen: ‘het verzilveren van kansen’ en ‘het hands-on ervaring opdoen’. 5.2.3 Uitvoering De verkenning van het onderwerp en het starten met actieve communityvorming gebeurt met name door de organisatie van een aantal gerichte (werk)sessies, verschillende quickscans en een grote werkconferentie. Voor het verzilveren van kansen en het hands-on ervaring opdoen worden in twee rondes in totaal veertien experimenten financieel en organisatorisch ondersteund. Deze ondersteuning verschilt per experiment, vanuit verschillende behoeften. Ook kent het enkele verschuivingen. In eerste instantie gebeurt de ondersteuning vanuit een vierkoppige ‘redactieraad’ (die ook de werkconferentie organiseert). Later neemt Burgerlink de organisatorische ondersteuning van vier experimenten over. De tweede ronde wordt door Kennisland uitgevoerd. De experimenten richten zich met name op het werken aan een proof of concept, het werkend krijgen van een idee. Wat men wil verzilveren per experiment, of wat men precies wil leren (welke ervaring men wil opdoen), is niet geadministreerd. 5.2.4 Resultaat en rendement De keuze voor het al dan niet ondersteunen van de experimenten is veelal gebaseerd op de vraag ‘wat kan’, met als uitwerking een proof of concept. De focus ligt hierbij in mindere mate op ‘wat de burger wil’, met als uitwerking een effectief instrument. Ook is in de ontwikkeling vooral de techniek benadrukt; de ambities liggen met name in ‘wat technisch kan’. Hierdoor is niet altijd expliciet aandacht besteed aan ‘wat praktisch haalbaar is’. Veel tijd is zodoende vaak opgegaan aan (technische) realisatie, met gevolgen voor de bruikbaarheid van de applicatie en de communicatie (en daarmee het gebruik). Om in termen van het barrièremodel te spreken: er is met de experimenten vooral gewerkt aan het overwinnen van de institutionele barrière. Minder aandacht is uitgegaan naar de gebruiks- en effectbarrières. Voor een groter maatschappelijk rendement zou bij de ondersteuning van initiatieven in de toekomst, meer moeten worden gewerkt vanuit bewezen technieken (die zijn er volop) en meer met aansluiting op bestaande communities, om zodoende ook de tweede en derde barrière te beslechten.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 79 Wat betreft de ontwikkeling van eParticipatie (de tweede wens van BZK) valt op dat er in Nederland de afgelopen jaren veel is gebeurd: vele initiatieven zijn opgebloeid, zowel lokaal als nationaal; een paar initiatieven hebben de landelijke pers gehaald (onder meer de vuurwerkpetitie) en veel ambtenaren zijn in meer of mindere mate aan de slag gegaan met de mogelijkheden van eParticipatie. BZK heeft, zoals het wilde, hier ook een aandeel in gehad: door het ondersteunen van de experimenten, het organiseren van de verschillende sessies en wellicht ook door het ontwikkelen van eParticipatie.nl. Het ten doel gestelde ‘verder verkennen van het onderwerp’ is echter maar ten dele gelukt. Er is behoorlijk wat ervaring opgedaan, er is veel informatie verzameld, met mensen gesproken en een mooi netwerk ontstaan. Aan de andere kant is het niet gelukt om het onderwerp breed binnen de organisatie te verkennen; het is bij een smal groepje ambtenaren gebleven. Daarbij lijkt het destijds ten doel gestelde ‘eventueel een Actieprogramma eParticipatie’ anno 2009 bij BZK uit het oog verloren. 5.3 CONCLUSIES Het ministerie van BZK heeft de afgelopen jaren een betekenisvolle aanzet gedaan tot het ontwikkelen van beleid op het terrein van eParticipatie. Op basis van dit onderzoek kan worden gesteld dat inmiddels de fase is aangebroken waarbij betrokkenen behoefte hebben aan een meer expliciete visie, strategie en doelstelling dan de tot op heden gehanteerde, meer losse stijl − die overigens ontegenzeggelijk meerwaarde heeft gehad in deze explorerende en vaak experimentele beginfase. BZK kan gevolg geven aan de breed gevoelde behoefte tot een duidelijke rolopvatting door explicitering van keuzes ten aanzien van de bijdrage van BZK aan de verdere ontwikkeling en ondersteuning van eParticipatie-activiteiten. Op basis van het onderzoek zien wij op hoofdlijnen twee verschillende sporen die BZK op het gebied van eParticipatie de komende jaren kan volgen. Sporen die elkaar niet uitsluiten; die beide kunnen bestaan, maar die door het verschillende karakter (andere partners, andere behoeften/opgaven, grotendeels verschillende middelen) ons inziens een apart traject behoeven. Het zijn sporen overigens, die in grote mate een lijn doortrekken die de afgelopen jaren reeds is ingezet. Maar wel met een duidelijker focus (gerichtheid) dan tot nu toe: 1) focus op initiatieven en initiatiefnemers en 2) focus op de overheidsorganisatie. De sporen zijn gebaseerd op de uitgangspunten en mogelijke invalshoeken, zoals benoemd bij de blik op de toekomst (zie 4.5.3). 5.3.1 Focus op initiatieven en initiatiefnemers In het onderzoek zijn vele mogelijkheden naar voren gekomen waarop BZK opnieuw initiatieven zou kunnen ondersteunen. Dit zou vorm kunnen krijgen binnen de huidige organisatievormen van Digitale Pioniers en/of Burgerlink. Tot nu toe was bij de experimenten vooral de uitdaging gelegen in het overwinnen van institutionele barrières, op het ontwikkelen van een idee tot werkend initiatief. Minder nadruk lag op het overwinnen van gebruiks- en effectbarrières. In de vervolgfase zou de ondersteuning van initiatieven meer moeten uitdagen tot het bevorderen van gebruik, een duurzaam beheer en/ of verbetering van de effectiviteit van het initiatief. Hiertoe behoort bijvoorbeeld ook het ten behoeve van een brede bekendheid centraal ‘etaleren’
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 80 van initiatieven. Bijvoorbeeld door de site eParticipatie.nl verder door te ontwikkelen of, zoals nu al plaatsvindt, door te gaan met de organisatie van de eParticipatie Awards. Aan de orde is gekomen dat bij de ondersteuning van initiatieven een verdere thematische afbakening een interessante optie is. Initiatieven rondom een specifiek beleidsthema kunnen als ‘showcase’ dienen voor andere thema’s. Hierbij is ‘veiligheid’ genoemd. Dit valt binnen de beleidsverantwoordelijkheid van BZK en is voor burgers een aansprekend thema. Ten aanzien van de toekomstige ondersteuning van initiatieven zijn in het onderzoek verschillende succes- en faalfactoren genoemd (zie 3.5.2), zijn mogelijk interessante initiatieven voor opschaling en (door)ontwikkeling beschreven (zie 3.5.3) en is een aantal mogelijke instrumenten weergegeven (zie 4.4). 5.3.2 Focus op de overheidsorganisatie Naast de ondersteuning van initiatieven is in het onderzoek duidelijk de behoefte aan een nadruk op de mogelijkheden en uitdagingen van eParticipatie voor de overheidsorganisatie naar voren gekomen. De wens is uitgesproken om meer nadrukkelijk bezig te zijn met het bevorderen van enthousiasme, kennis en vaardigheden van ambtenaren en bestuurders ten aanzien van eParticipatie. Het beoogd effect hiervan is om eParticipatie, met haar vele (extra) mogelijkheden tot participatie van de burger, een plaats te geven in de reguliere werkwijze van de overheid. Naar voren is gekomen dat BZK, naast het stapsgewijs ‘mainstreamen’ van eParticipatie binnen de overheid, ook meer visionair enkele piketpalen zou moeten slaan op dit onderwerp. eParticipatie is, zoals duidelijk is geworden, namelijk geen onbedreigend, machtsvrij instrument voor ambtenaren, bestuurders en politici. Het helpt voor de ontwikkeling van eParticipatie binnen de overheid om scenario’s uit te denken en de richting die wordt opgegaan, uit te dragen. In de denktank is in dit kader zelfs gesproken van een ‘transformatie’. In het onderzoek zijn, vanuit de invalshoeken, verschillende instrumenten naar voren gekomen die BZK zou kunnen inzetten (zie 4.4). 5.4 AANBEVELINGEN Mede aan de hand van voorliggend onderzoek zal BZK de komende periode zijn nieuwe beleid ten aanzien van eParticipatie formuleren. Voortbouwend op de conclusie dat het ook de komende jaren een zinvolle bijdrage kan leveren aan eParticipatie en dat daarbij explicitering van de keuzes en gerichtheid van de activiteiten gewenst is, doen wij daartoe de volgende aanbevelingen. 5.4.1 Visie en strategie Betrokkenen vragen van BZK voor de vervolgfase een meer expliciete strategie ten aanzien van eParticipatie. Te overwegen valt om hierbij alsnog een kort maar krachtig actieprogramma op te stellen, zodat voor iedereen helder is welke rol BZK voor zichzelf en voor anderen ziet weggelegd bij de verdere ontwikkeling van eParticipatie tot reguliere vorm van participatie in de relatie tussen overheid en samenleving.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 81 Aanbeveling 1 (visie en strategie) Communiceer richting betrokkenen expliciet de visie en strategie met betrekking tot eParticipatie. Stel hiertoe zo nodig een gericht, compact Actieprogramma eParticipatie op. 5.4.2 Inhoudelijke focus Met betrekking tot het bepalen van de richting waarin BZK zijn visie en strategie wil ontwikkelen, is in principe een brede waaier van invalshoeken, overwegingen en uitgangspunten voorhanden. Op basis van deze waaier heeft BZK de mogelijkheid keuzes te maken voor het type eParticipatie waar het de nadruk op wil leggen (politieke participatie of beleidsparticipatie), de functie van eParticipatie in relatie tot de betrokkenen in de samenleving (informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren en/ of meebeslissen), de beleidsfase (agendering tot en met evaluatie, maar denk vooral in termen van keuzes voor accenten op hetzij beleidsagendering en -vorming versus beleidsuitvoering − inclusief dienstverlening, handhaving, toezicht) en de keuze voor het al dan niet centraal stellen van bepaalde beleidsthema’s die als aanjager voor bewustwording en verdere ontwikkeling kunnen fungeren. Met andere woorden, BZK dient − voor de komende twee jaar − expliciete keuzes te maken voor het type en de functie van eParticipatie waar het zich op wil focussen en voor de beleidsfase en breedte waarin het ondersteuning wil geven. Aanbeveling 2 (focus in de beleidsfase) Maak een keuze voor een focus op hetzij beleidsparticipatie (gericht op beleidsuitvoering) hetzij politieke participatie (gericht op politiek-bestuurlijke besluitvorming) om als vliegwiel te dienen voor de verdere ontwikkeling van eParticipatie. Gezien de mogelijkheden die beleidsparticipatie − vooral op het terrein van de publieke dienstverlening − biedt aan zowel ambtenaren als burgers om over voor hen (vaak persoonlijk) belangrijke thema’s intensiever te kunnen communiceren en daarmee eParticipatie tot normaal instrumentarium in hun onderlinge relatie te maken, ligt de keuze voor ondersteuning op dit terrein voor de hand. Aanbeveling 3 (focus op doorontwikkeling) eParticipatiebeleid dient zich in essentie te richten op de hogere treden van de participatieladder (raadplegen, adviseren, coproduceren, meebeslissen): dan is pas werkelijk sprake van participatie. Wel is een goede inrichting van de informatiefunctie een conditio sine qua non voor het kunnen bereiken van deze fasen. Deze eerste trede van de ladder, die betrekking heeft op het informeren van burgers, is echter in veel gevallen nog van onvoldoende kwaliteit. Daarom bevelen wij aan meer aandacht te besteden aan een goede transparante en toegankelijke informatievoorziening en de ondersteuning van open data, waardoor de basis wordt gelegd voor meer geavanceerde participatiefasen. Richt het beleid hierbij wel altijd op het realiseren van doorontwikkeling naar een hogere participatiefase, zodat burgers niet blijven steken op het niveau van ‘toehoorder’ of louter informatieontvanger.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 82 Aanbeveling 4 (focus op beleidsthema) Kies met het oog op versnelde doorontwikkeling en bewustwording voor één of twee beleidsthema’s binnen het eigen departement – zoals veiligheid – om als voorbeeldfunctie te dienen. 5.4.3 Aandacht voor veranderingsprocessen De opkomst en verdere ontwikkeling van eParticipatie zal, zeker wanneer zij breed wordt toegepast in de relatie tussen burgers en overheden, niet zonder weerstand van politici en ambtenaren verlopen. Het is te verwachten dat ambtenaren en politici in een aantal gevallen vinden dat ze ‘teveel op de vingers gekeken worden’ of dat ze zelf onvoldoende weinig grip hebben op de besluitvorming en (aanpassingen in) de dienstverlening en beleidsuitvoering. In de strategie en het actieprogramma van BZK voor eParticipatie dient deze verwachting meegenomen te worden, om ervoor te zorgen dat op een goede manier kan worden omgegaan met het natuurlijke verschijnsel van weerstand dat zich (altijd) bij nieuwe, andere manieren van werken en communiceren voordoet. Hierbij kan worden gedacht aan allerlei instrumenten die bij veranderingsprocessen kunnen worden ingezet, zoals workshops en trainingen, verschillende kennisuitwisselingsinstrumenten en het verhogen van het bewustzijn en de stroomlijning van begripsopvattingen (over wat eParticipatie behelst) door het aanstellen van een ‘boegbeeld’ op hoogambtelijk of politiek-bestuurlijk niveau. Aanbeveling 5 (omgang met weerstand) Besteed in de uitwerking van de nieuwe strategie expliciet aandacht aan de wijze waarop met (natuurlijk) weerstand bij politici en ambtenaren kan en zal worden omgegaan. Ontwikkel hiervoor een instrumentarium dat kan worden ingezet bij de uitvoering van het nieuwe actieprogramma. Aanbeveling 6 (borging commitment op niveau) Stel een hoogambtelijk of politiek-bestuurlijk kopstuk aan als ambassadeur ofwel boegbeeld van de verdere ontwikkeling van eParticipatie. 5.4.4 Focus op maatschappelijk rendement: het overwinnen van gebruiks- en effectbarrières Tot dusver heeft binnen de experimenten de meeste nadruk gelegen op het ontwikkelen van een idee tot werkend initiatief, op het overwinnen van de institutionele barrières. Om het maatschappelijk rendement van eParticipatie initiatieven te verhogen en opschaling te vergemakkelijken, is het van belang om (ook) de gebruiks- en effectbarrières te beslechten. Eerder in dit rapport genoemde activiteiten die dit kunnen bewerkstellingen zijn: communicatie aan burgers, verduurzaming van het beheer, institutionalisering van het initiatief en het ondersteunen van de ontvangende overheidspartij bij het opvolgen van acties voortkomend uit het initiatief. BZK dient hier met materiële ondersteuning op in te spelen (bijvoorbeeld een stichting eParticipatie of een moderator die een halve dag in de week ingezet kan worden), danwel hier op te sturen binnen de financiële ondersteuning.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 83 Aanbeveling 7 (doorbreken van gebruiks- en effectbarrières) Richt de ondersteuning van initiatieven en overheidsorganisaties met name op het verhogen en verduurzamen van het gebruik van instrumenten (gebruiksbarrière) en op het verbeteren van de doorwerking en invloed van de participatie van burgers op overheidsorganisaties en de beleidsvoering (effectbarrière). In het tot dusver gevoerde eParticipatiebeleid van BZK wordt de elektronische component van eParticipatie (uiteraard) sterk benadrukt. Ook in dit rapport wordt bij de analyses van de intradepartementale en interdepartementale positie van eParticipatie de aandacht (tevens uiteraard) sterk gericht op (andere) elektronische initiatieven. Tegelijkertijd wordt uit de interviews, de denktanksessie en de bijeenkomsten met de begeleidingscommissie, en in de nadere analyse met betrokkenheid van de ‘reguliere’ vormen van politieke, beleids- en sociale participatie duidelijk dat het niet zozeer gaat om een door de nieuwe media gecreëerd instrument dat volledig los staat of zou kunnen staan van participatie via andere media. De verbinding met het uiteindelijke maatschappelijk rendement dient net als bij reguliere vormen van participatie(bevordering) een belangrijk thema te zijn bij de keuzes die in het nieuwe eParticipatiebeleid worden gemaakt. Deze verbinding is noodzakelijk om de verdere inbedding van eParticipatie in de relatie tussen overheid en samenleving goed te kunnen volgen, mede te kunnen ondersteunen en richting te kunnen geven. In de formulering van de nieuwe strategie en visie en in de uitwerking daarvan in een eventueel actieprogramma dient derhalve aandacht besteed te worden aan de koppeling van eParticipatie met reguliere vormen en functies van participatie, zodat ook daarmee het gebruik en de maatschappelijke effecten sterker worden. Aanbeveling 8 (koppeling aan regulier (niet-elektronische) participatiebeleid) Maak bij het inrichten van het eParticipatiebeleid steeds een goede koppeling tussen de functie en de maatschappelijke betekenis van de inzet van elektronische middelen enerzijds en de fysieke, meer traditionele middelen anderzijds. Om eParticipatie een stap verder te brengen is het verder van belang (meer) aandacht te schenken aan de logica van gebruikers (om zo gebruiksbarrières te beslechten). Om te voorkomen dat een middel tot doel wordt en te zorgen voor een goede koppeling van de functie en betekenis van eParticipatie aan de wensen, behoeften en het gedrag van burgers, wordt aangeraden nadrukkelijk aandacht te schenken aan de betekenis die er is voor individuele burgers, groepen burgers (bijvoorbeeld buurtbewoners, belangengroepen of een groep patiënten) of in bredere zin het publieke domein (denk aan verbeterde veiligheid of duurzaamheid op milieuterrein). Eén van de manieren om de (vraag)logica van burgers en bedrijven beter te betrekken bij de ontwikkeling van eParticipatie is het verrichten van gebruikersonderzoek; een andere is om te werken met specifieke voorbeeldcases uit de dagelijkse praktijk met betrokkenheid van alle belanghebbenden – dus ook de doelgroep zelf – om hieruit lering te trekken voor de verdere inrichting van het beleid op middellange en langere termijn.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 84 Aanbeveling 9 (betrokkenheid van de burger) Zorg dat er in het eParticipatiebeleid ruimte is voor een op de betrokken burgers (en eventuele andere gebruikers) gerichte evaluatie van de te ondersteunen initiatieven en programma’s. Start deze evaluatie bij voorkeur zo vroeg mogelijk in het proces, zodat er gedurende de uitvoering en verdere ontwikkeling van kan worden geleerd en dat het beleid en de initiatieven zo nodig kunnen worden bijgesteld. 5.4.5 Samenhang in eParticipatiebeleid Tot slot is in dit rapport naar voren gekomen dat het eParticipatiebeleid van BZK niet op zichzelf staat. Er spelen tal van intra- en interdepartementale afstemmingsvraagstukken, die voor een deel al door de bovenstaande aanbevelingen bestreken worden (zoals het aanstellen van een ‘boegbeeld’ met het oog op verdere bewustwording en stroomlijning binnen BZK en de overige overheden). Daarnaast zijn er veel initiatieven waarbij decentrale overheden betrokken zijn. Wel is het aan te raden om daar waar mogelijk op hoofdlijnen een goede intra- en interdepartementale afstemming te borgen en vanwege zijn verantwoordelijkheid als ministerie voor het binnenlands bestuur (en ‘als hoeder van de democratie’) ook de kennisuitwisseling tussen lokaal, regionaal en nationaal niveau te bevorderen. Hiermee wordt niet alleen voorkomen dat op meerdere plekken hetzelfde wiel wordt uitgevonden, maar wordt ook gewerkt aan verbetering van de leermogelijkheden tussen overheden onderling. De precieze rol van BZK is afhankelijk van de gekozen visie en strategie en de activiteiten van andere overheden. In die lijn formuleren we onze laatste aanbeveling: Aanbeveling 10 (samenhang in beleid) Sluit het eParticipatiebeleid van BZK op hoofdlijnen aan op beleid, programma’s en projecten op het terrein van eParticipatie die binnen het eigen departement en collega- departementen worden gehanteerd en stimuleer de kennisdeling tussen decentraal en centraal overheidsniveau. Breng hierin vanuit de gekozen visie en strategie accenten aan. 5.4.6 De aanbevelingen op een rij Samenvattend zijn de volgende aanbevelingen voor de bepaling van het toekomstige BZK-beleid eParticipatie benoemd: 1. Communiceer expliciet de visie en strategie en stel hiertoe (alsnog) een compact Actieprogramma eParticipatie op; 2. Kies hierbij voor een focus op hetzij beleidsparticipatie, hetzij politieke participatie; 3. Richt het beleid in essentie op het realiseren van doorontwikkeling naar hogere treden van de participatieladder (raadplegen, adviseren, coproduceren en meebeslissen); zorg hierbij voor een adequate inrichting van de informatiefunctie als springplank naar de hogere treden; 4. Laat een of twee concrete beleidsthema’s als voorbeeld dienen, bijvoorbeeld ‘veiligheid’;
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 85 5. Ontwikkel een instrumentarium voor omgang met weerstand tegen de nieuwe werkwijze; 6. Stel een ambtelijk of politiek-bestuurlijk kopstuk aan als eParticipatie- boegbeeld; 7. Zet gericht in op het overwinnen van bestaande barrières voor het gebruik en het effect (de daadwerkelijke doorwerking) van eParticipatie-initiatieven; 8. Koppel het eParticipatiebeleid aan regulier beleid en uitvoering inzake participatiebevordering; 9. Intensiveer in de betrokkenheid van de gebruikersgroep van burgers en bedrijven; 10. Breng binnen BZK en rijksbreed samenhang aan in eParticipatiebeleid en – initiatieven.
  • 87 BIJLAGE 1: ACHTERGROND EXPERIMENTEN Watstemtmijnraad.nl Het stemgedrag van volksvertegenwoordigers is soms lastig vindbaar. Uitslagen van stemmingen zitten vaak verscholen in verslagen. De stichting Politix.nl ontwikkelde in 2006 een site waarmee het stemgedrag van Tweede Kamerleden kan worden doorzocht. Daarbij gebruikte de stichting het Britse voorbeeld theyworkforyou.com Watstemtmijnraad.nl bouwt voort op deze initiatieven en biedt doorzoekbare informatie over het stemgedrag van gemeenteraadsleden. In de ontwikkeling werden vier gemeenten betrokken: Almere, Groningen, Enschede en Woerden. Later hebben ook andere gemeenten zich aangesloten bij watstemtmijnraad.nl. Petities.nl Nederland kent het recht van petitie en het burgerinitiatief. Burgers hebben hiermee de mogelijkheid een verzoekschrift in te dienen of om een bepaald onderwerp op de agenda te zetten van bijvoorbeeld de Tweede Kamer. Het verzamelen van handtekeningen voor petities kan via internet plaatsvinden. De Stichting petities.nl biedt al sinds 2005 een website waarmee dat kan. BZK startte in 2007 een doorontwikkeling van www.petities.nl. Bij deze doorontwikkeling waren de gemeenten Groningen en Almere betrokken. Met de nieuwe versie wordt het mogelijk voor gemeenten om petities die voor hun gemeente worden ingediend, op een transparante manier af te handelen. Zij krijgen een eigen loket waar ze dat kunnen doen. Het verloop van de petities wordt volledig inzichtelijk gemaakt, zodat je altijd kunt zien in welke fase een petitie zich bevindt (statusinformatie). Issuefeed.net Steeds meer mensen zijn actief op discussiesites of houden een weblog bij. Voor beleidsmakers kan het nuttig zijn deze discussies intensief te volgen. Om deze ‘collectieve intelligentie’ (in het Engels crowd sourcing of wisdom of the crowds genoemd) te ontsluiten en te analyseren, startte BZK in 2007 de ontwikkeling van een 'webantenne'. Voor dit experiment wordt samengewerkt met Govcom.org, een stichting die zich richt op het ontwikkelen van politieke instrumenten op het internet. Zij richtten zich in het verleden vooral op het visualiseren van internetnetwerken rondom specifieke maatschappelijke onderwerpen. Issuefeed.net biedt de mogelijkheid om eigen kanalen aan te maken, bijvoorbeeld rondom een stad, wijk, of onderwerp. In die kanalen kunnen meerdere bronnen (websites) worden opgeslagen. Issuefeed.net analyseert die bronnen en presenteert een actueel overzicht van de belangrijkste discussieonderwerpen (een soort top 10). Wijwaarderen.nl: de overheid gerecenseerd Op het internet zijn vele vergelijkingssites met informatie over bepaalde producten en diensten. Deze sites worden over het algemeen goed bezocht. Zo kunnen bezoekers restaurants beoordelen op www.iens.nl en schrijven ze zelf boekrecensies op www.bol.com. Op www.waardeermijnleraar.nl vind je informatie over de waardering van bepaalde leraren.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 88 Het door burgers laten vergelijken van de kwaliteit van diensten van de publieke dienstverlening is nuttig. Een van de weinige al bestaande voorbeelden op dit vlak is www.onderwijsconsument.nl . Hier kunnen ouders en leerlingen scholen beoordelen en vragen stellen over klachtenprocedures. Er wordt ook gewerkt aan een website voor crèches. In 2007 startte BZK de ontwikkeling van een algemeen instrument waarmee iedereen een eigen recensie-website kan bouwen. Deze kunnen zij vervolgens gebruiken in hun eigen campagne rondom specifieke publieke diensten (scholen, crèches, parkeervoorzieningen, musea, et cetera). Digitale Diender Diverse initiatieven van burgers en overheden dragen bij aan een betere veiligheid en leefbaarheid. Veel van die initiatieven benutten de mogelijkheden die moderne media bieden. Denk bijvoorbeeld aan www.misdaadkaart.nl , www.buurtlink.nl , www.meldmisdaadanoniem.nl , www.politieonderzoeken.nl en www.burgernet.nl ). De Politieregio Utrecht en Stichting Buurtlink.nl werkten in 2007samen aan het project ‘Digitale Diender’. BZK stelde middelen beschikbaar om een digitaal instrument te ontwikkelen waarmee een buurtagent op www.buurtlink.nl verslag doet van zijn observaties en bewoners uitnodigt om lopende zaken te helpen op te lossen (mee- rechercheren). Dit instrument is begin 2008 voor het eerst gebruikt door één buurtagent in de Utrechtse wijk Parkwijk. Later zijn ook andere buurtagenten gebruik gaan maken van deze applicatie. Krachtwijkenindex.nl Minister Vogelaar investeert in de realisatie van 40 ‘krachtwijken’ (zie Actieplan Krachtwijken). Voor het oplossen van de problemen wil ze vooral de bewoners zelf betrekken: zij zijn immers de experts, zij weten wat er leeft op lokaal niveau. De eerste stap binnen het Actieplan is een inventarisatie van de belangrijkste problemen per wijk. Een digitaal spel is een interessant instrument om die inventarisatie mede vorm te geven. In Rotterdam bestaat sinds een paar jaar de www.rotterdamindex.nl, een online spel waar bewoners kunnen handelen in wijkaandelen die in waarde dalen of stijgen afhankelijk van de gebeurtenissen in de wijken en de berichtgeving daarover. In het spel www.baasopzuid.nl, krijgen burgers de mogelijkheid om beslissingen te nemen over de inrichting van de buitenruimte en over nieuwbouwprojecten en publieke voorzieningen in de Rotterdamse wijken Pendrecht en Zuidwijk. Dit concept is ook in Eindhoven toegepast. Op www.virtueelapeldoorn.nl kunnen jongeren de verschillende plannen voor een virtueel uitgaanscentrum bekijken en commentaar achterlaten op de website. In 2007 startte BZK samen met Nieuw Rotterdams Tij (de initiatiefnemers achter de rotterdamindex.nl), de ontwikkeling van www.krachtwijkenindex.nl. De 40 krachtwijken krijgen daarmee een instrument in handen waarmee zij de samenwerking tussen bewoners onderling op wijkniveau kunnen ondersteunen. Ook ontstaat de mogelijkheid om het instrument te benutten om te luisteren naar de onderwerpen die spelen binnen die wijken.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 89 Ikgaverder.nl Ikgaverder.nl is de website van de pilot ‘Pakketstudies Bereikbaarheid Utrecht 2020’, die in het kader van ‘Inspraak Nieuwe Stijl’ wordt begeleid door het kennis- en expertisecentrum ‘Inspraakpunt ’. Dit kenniscentrum richt zich op consultatie en inspraak en is ondergebracht bij het ministerie van Verkeer & Waterstaat. In april 2006 bracht de interdepartementale Werkgroep Inspraak, op verzoek van de minister van Verkeer en Waterstaat, het advies ‘Inspraak Nieuwe Stijl’ uit. In het advies stelt de Werkgroep dat burgers effectiever kunnen worden betrokken bij de besluitvorming. Voor de pilot ‘Pakketstudies Bereikbaarheid Utrecht 2020’ is met ondersteuning vanuit BZK een site ontwikkeld waarop inwoners hun oplossingen voor bereikbaarheidsproblemen konden achterlaten. Dat leverde meer dan 300 oplossingen op en rond de 180 reacties op die oplossingen. De site werd door meer dan 3500 bezoekers bezocht. Voor de oproep voor ideeën is breed geadverteerd in huis-aan-huis bladen en abri’s in het gebied. Het was mogelijk om via de website, maar ook via email en reguliere post te reageren. Opvallend was dat slechts 2 reacties via de reguliere post zijn ontvangen. De oplossingen zijn door een groep experts beoordeeld. Ongeveer 35 oplossingen zijn aan de groslijst toegevoegd en worden meegenomen in de vervolgstappen. Iedere inzender krijgt van het projectbureau een persoonlijke uitleg over wat met hun inbreng is gedaan.
  • 91 BIJLAGE 2: ANDERE PROGRAMMA’S VANUIT BZK Programma/ project/ actie Inhoud Democratie en Burgerschap (o.m. proeftuin eParticipatie) Onder de noemer democratisch burgerschap onderneemt BZK een aantal activiteiten op het gebied van Burgerschap (en Democratie). Een deel van de activiteiten zijn de ‘proeftuinen’ burgerparticipatie, binnen het Actieprogramma Lokaal Bestuur. Daarbinnen is ook een proeftuin eParticipatie ingericht. Overheid heeft Antwoord Het programma Overheid heeft Antwoord© werkt aan het (pro-actief) ontsluiten en vindbaar maken van overheidsinformatie via webapplicaties. Zodat burgers, bedrijven en instellingen rechtstreeks toegang hebben tot deze informatie en waardoor andere overheden in staat zijn vragen te beantwoorden van burgers, bedrijven en instellingen. Overheid heeft Antwoord is een gezamenlijk programma van BZK, AZ, BuZa, OCW en Justitie en is ondergebracht bij ICTU. Overheid 2.0 beta Met het platform ‘Overheid 2.0 beta’ biedt het cluster KID (Kwaliteit en Innovatie Dienstverlening, programmadirectie Dienstverlening, Regeldruk en Informatiebeleid van BZK, zelfde als eParticipatie) de overheid de mogelijkheid samen te werken door middel van web 2.0 technieken. Gebruikers kunnen een werkruimte aanmaken, mensen toegang verlenen tot de werkruimte en samenwerken in deze werkruimte met behulp van web 2.0 widgets (toepassingen). Datzouhandigzijn.nl Welke overheidsgegevens zouden vrij beschikbaar moeten zijn? Daar gaat Dat Zou Handig Zijn over. Iedereen kan met ideeën komen voor toepassingen. BZK (cluster KID) stelt 20.000 euro ter beschikking voor realisatie. Ambtenaar van de toekomst Binnen het (interdepartementale) Programma Vernieuwing Rijksdienst, getrokken door BZK, wordt in 2009 een visie opgesteld over de ambtenaar van de toekomst. Een visie die inzicht geeft in de belangrijkste ontwikkelingen binnen de overheid en op de arbeidsmarkt. Maar uiteindelijk draait het om beweging. Beweging die leidt tot verandering, vernieuwing en vitalisering van de rijksoverheid. Essentieel voor een eenvoudigere en betere overheid in de toekomst. Daar gaat het om bij de Ambtenaar van de Toekomst.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 92 Programma/ project/ actie Inhoud Open Overheid Binnen het project ‘Open Overheid’ werken James Burke en Ton Zijlstra in opdracht van BZK (cluster KID) aan: 1. Een landschapskaart (overzicht) van de databronnen die we aantreffen, en de mensen die daar bij betrokken zijn, evenals mensen die het ontsluiten van overheidsdata een warm hart toedragen. 2. Een handreiking voor ambtenaren/ overheidsinstanties over hoe je met data-ontsluiting om kunt gaan. 3. Een groeiscenario over hoe we hetgeen we op gang brengen, ook na het project voort kunnen laten bestaan. 4. Twee concrete voorbeelden van overheidsdata, ontsloten met een API, aangevuld met enkele aantrekkelijke toepassingen en hulpmiddelen voor anderen om die data te gebruiken. eOverheid Burgers en bedrijven willen zaken met de overheid eenvoudig kunnen regelen waar en wanneer het hun uitkomt. Daarom verbeteren overheden gezamenlijk de dienstverlening met slimme en betrouwbare ICT- oplossingen. Op de website e-overheid.nl wordt uitgebreide informatie gepresenteerd over de producten en diensten die worden ontwikkeld om dit streven te verwezenlijken. Het programma e- overheid wordt uitgevoerd door ICTU en valt onder de beleidsverantwoordelijkheid van de programmadirectie DRI van BZK. Monitoring NUP Burgers en bedrijven vragen om een overheid die snel, efficiënt en klantgericht werkt en niet steeds naar de bekende weg vraagt; dus betere dienstverlening met minder administratieve lasten. Om dat te bereiken, brengen de overheden focus en samenhang aan in de ontwikkeling van de basisinfrastructuur van de e-overheid. Binnen het Nationaal Uitvoeringsprogramma Betere Dienstverlening en e-overheid (NUP) zijn afspraken gemaakt tussen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen om de potentie van de inmiddels bestaande infrastructuur van de e-overheid gericht te benutten voor betere dienstverlening. RENOIR, een programma binnen ICTU, monitort de uitvoering van het NUP. Het NUP valt onder de beleidsverantwoordelijkheid van de programmadirectie DRI van BZK
  • 93 BIJLAGE 3: PROGRAMMA’S VANUIT ANDERE DEPARTEMENTEN Departement Programma/ project Inhoud LNV Ambtenaar 2.0 Ambtenaar 2.0 is een netwerk van mensen, zowel ambtenaren als burgers, die de gevolgen van web 2.0 voor de overheid willen onderzoeken en onder de aandacht brengen, daarover het gesprek aangaan om ideeën, kennis en praktijkervaringen uit te wisselen en bijdragen aan opleiding, ondersteuning en praktische tips om als een ambtenaar 2.0 te kunnen werken. V&W Expertisecentrum Publieksparticipatie (was Inspraakpunt) Het Expertisecentrum Publieksparticipatie is een kennis- en expertisecentrum op het gebied van consultatie en inspraak. Vanaf de oprichting in 1997 heeft het Inspraakpunt circa 400 inspraakprocedures begeleid. Van Betuwelijn tot Schiphol, van Randstad 380 tot Natura 2000. Het Inspraakpunt ontwikkelt zich tot een interdepartementaal kennis- en expertisecentrum. VROM Beleid met Burgers VROM vindt het belangrijk aan te sluiten bij wat mensen beweegt. Het ministerie wil samen met burgers zijn agenda bepalen, beleidsvoorstellen maken, beleid uitvoeren en handhaven. VROM krijgt ook veel ideeën binnen van burgers en bedrijven. Daarom is VROM in 2002 gestart met het programma Beleid met burgers. OCW Digitale Pioniers De Stimuleringsregeling Digitale Pioniers is een unieke regeling voor innovatieve maatschappelijke internetinitiatieven. De regeling wordt sinds 2002 met steun van het Ministerie van OCW uitgevoerd door Kennisland. In vijftien rondes zijn inmiddels meer dan 150 projecten ondersteund. Digitale Pioniers biedt ruimte voor innovatieve nieuwe media projecten die vaak niet bij reguliere fondsen terecht kunnen en zonder ontwikkelgeld niet gerealiseerd kunnen worden.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 94 Departement Programma/ project Inhoud Prijsvraag ‘Openbaarheid’ OCW wil het gebruik en het bereik van de OCW-informatie vergroten door (markt)partijen te stimuleren met innovatieve ideeën te komen. Hoe kan OCW-informatie beter worden gebruikt in informatieproducten voor burgers? Hiervoor is een prijsvraag uitgeschreven. EZ Open in verbinding/ NOiV De doelstellingen van dit actieplan vanuit EZ zijn van toepassing op de rijksoverheid, de mede-overheden en de (semi-) publieke sector: 1. vergroten van de interoperabiliteit tussen en met de verschillende bouwstenen en vormen van dienstverlening van de eOverheid door versnelling aan te brengen in het gebruik van open standaarden; 2. Verminderen van de afhankelijkheid van leveranciers bij het gebruik van ICT door versnelde inzet van open standaarden en open source software; 3. Bevorderen van een gelijk speelveld op de softwaremarkt en voorts bevorderen van de innovatie en de economie door het gebruik van open source software krachtig te stimuleren en bij opdrachten de voorkeur te geven aan open source software bij gelijke geschiktheid. Justitie Internetconsultatie.nl Op deze website krijgen burgers informatie over wet- en regelgeving die door het kabinet wordt voorbereid en waarover via internet wordt geconsulteerd. Burgers kunnen reageren op nieuwe voorstellen voor wet- en regelgeving, met als doel dat deze reacties bijdragen aan een verbetering van de regelingen. Tijdens het twee jaar lopende rijksbrede experiment met internetconsultatie bij wetgeving in voorbereiding bieden alle ministeries tenminste 10% van hun voorstellen voor nieuwe wet- en regelgeving ter consultatie aan op deze website.
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 95 Departement Programma/ project Inhoud Kabinet ‘Samen werken aan Nederland’ Van 29 maart tot en met 26 mei 2007 hebben bezoekers van SamenwerkenaanNederland.nl ideeën aangereikt over de invulling van het beleidsprogramma 2007-2011 van het kabinet. Zes onderwerpen stonden daarbij centraal: 1. Een actieve internationale en Europese rol, 2. Veiligheid, stabiliteit en respect, 3. Duurzame samenleving, 4. Overheid en dienstbare publieke sector, 5. Een innovatieve economie en 6. Sociale samenhang. Tweede Kamer Openbaar Parlis (in ontwikkeling) De Directie Informatiseringsbeleid van de Tweede Kamer werkt aan een openbaar Parlementair Informatie Systeem (Parlis), om het parlementair proces op een toegankelijke manier te ontsluiten.
  • 97 BIJLAGE 4: QUICKSCAN INITIATIEVEN Initiatief Inhoud Uitvoerende partij Betrokken organisaties Watstemtmijnraad.nl Burgers kunnen hier het stemmen van hun gemeenteraad bekijken. Stichting Burgerlink BZK (Burgerlink), gemeenten Almere, Groningen, Enschede en Woerden, site bouwt voort op Politix.nl Petities.nl Het doel is om het voor Nederlanders gemakkelijk te maken een petitie te ondertekenen of te starten. Stichting petities.nl BZK (Burgerlink), gemeenten Groningen en Almere Webantenne/ Issuefeed.net Digitale zoekmachine; te gebruiken om te zoeken naar discussiesites, weblogs en dergelijke. BZK Stichting Govcom.org Wijwaarderen.nl Geeft burgers de mogelijkheid om publieke dienstverlening te waarderen, beoordelen en vergelijken. Stichting Burgerlink BZK (Burgerlink), gemeente Eindhoven Digitale Diender Mogelijkheid voor bewoners om online te communiceren met de wijkagent. Politieregio Utrecht en Stichting Buurtlink.nl BZK Krachtwijkenindex.nl Instrument om de samenwerking tussen bewoners in de ‘krachtwijken’ onderling op wijkniveau te ondersteunen en om deze bewoners om input te vragen. BZK, Nieuw Rotterdams Tij VROM Ikgaverder.nl Inwoners kunnen hier hun oplossingen voor bereikbaarheidsproblemen achterlaten. Kennis- en expertisecentrum Inspraakpunt (VERDER) Provincie Utrecht, Rijkswaterstaat Utrecht, Bestuur Regio Utrecht, Bureau Regio Amersfoort, Gewest Gooi- en Vechtstreek, Regio Utrecht West, Regio Utrecht Zuidoost, Gemeente Amersfoort, Gemeente Hilversum en Gemeente Utrecht Politix.nl Overzicht van stemgedrag in de Tweede Kamer (per partij en per wetsvoorstel ). Josta de Hoog, Niels de Hoog, X-M-L De Publieke Zaak, BZK, watstemtmijnraad.nl,
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 98 Initiatief Inhoud Uitvoerende partij Betrokken organisaties 150volksvertegenwo ordigers.nl Heeft tot doel het vergroten van kennis over en bekendheid van de leden van de Tweede Kamer. Stichting Per Definitie De Publieke Zaak, Nederland-Kennisland, Forum voor Democratische Ontwikkeling Maildepolitiek.nl Zoekmachine voor het vinden van alle nationale en lokale volksvertegenwoordigers in Nederland. Stichting Het Nieuwe Stemmen De Publieke Zaak Burgerbuddy.nl burgers adopteren een ambtenaar/ politicus om deze van een luisterend oor te voorzien. Stichting Het Nieuwe Stemmen De Publieke Zaak Wiekiesjij.nl Biedt ondersteuning aan burgers bij het bepalen van hun stemgedrag. Stichting Het Nieuwe Stemmen IPP, Europafonds HNS.dev project gericht op het ontwikkelen van een open en transparante database die politieke informatie van Nederlandse gekozen vertegenwoordigers bevat. Stichting Het Nieuwe Stemmen Digitale Pioniers eParticipatie Primaries (‘One mobile, one vote’). Organisatie openbare, online voorverkiezingen ('primaries'). Stichting Het Nieuwe Stemmen De Nationale Dialoog.nl Online platform dat dient als generator voor maatschappelijke betrokkenheid. De Publieke Zaak Co creation consultancy, Favela Fabric, Trilab PoliDocs.nl Zoekmachine voor politieke documenten. UvA-informatica Digitale Pioniers eParticipatie eMocracy.nl/ Democratiespel.nl Online simulatie van de Nederlandse politiek. Robert Shepherd en ReindeR Rustema (petities.nl) Digitale Pioniers eParticipatie, BZK Verbeterdebuurt.nl Burgers kunnen hier problemen over en/ of ideeën voor hun buurt melden. Dit wordt door-gegeven aan de betreffende gemeente of het stadsdeel. Creative Crowds Digitale Pioniers eParticipatie Rotterdamindex.nl Online wijkenspel Stichting stedelijke informatie markt Digitale pioniers, Kennisland, OCW Open Kamer Streaming van videobeelden van debatten uit de Tweede Kamer. Stichting Open Kamer/ Political Mashup Digitale Pioniers eParticipatie, UvA
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 99 Initiatief Inhoud Uitvoerende partij Betrokken organisaties Ikkieswijzer.nl Informatieverstrekking over de Europese verkiezingen van 4 juni 2009. Political Mashup Europafonds, UvA- informatica, RUG DNPP, UvT-computer linguïstiek OCO Sterren versie 2 Verzamelen en publiceren van kwaliteitsoordelen van ouders en leerlingen over onderwijs zodat andere gebruikers scholen beter kunnen vergelijken. Onderwijs Consumenten Organisatie Digitale Pioniers eParticipatie Ikregeer.nl Eenvoudig doorzoekbaar maken van kamervragen en kamerstukken. Stichting Scartabello Digitale Pioniers eParticipatie, League of Brilliance VOF (ontwikkeling) Ikformeer.nl Biedt burgers de optie om online mogelijkheden voor politieke formaties te bekijken. Stichting Scartabello League of Brilliance VOF Buurtlink.nl (opvolger van buurtenonline.nl) Heeft tot doel het buurtgevoel in Nederland te versterken. Stichting Buurtlink Nationale Postcodeloterij, CvA met vijf prominente Nederlanders www.baasopzuid.nl Simulatiespel waarin burgers bestuurlijke beslissingen kunnen nemen in twee Rotterdamse wijken. Bbvh architecten Maaskoepel, De Nieuwe Unie, Vestia, VL Wonen 21minuten.nl Online opinieonderzoek onder de Nederlandse bevolking. De Publieke zaak De Publieke Zaak en McKinsey & Company Politieonderzoeken.nl Politie vraagt hulp van burgers tijdens opsporingsonderzoeken. KLPD Burgernet Politie schakelt telefonisch de hulp van burgers in bij zoekacties in de buurt Politie Forum.infopolitie.nl Forum over politiezaken. Team infopolitie Digipanel Eindhoven Panel waarin burgers verzocht worden hun mening te geven over een uiteenlopend aantal onderwerpen via een enquête op internet. Onderzoeksbureau van de gemeente Eindhoven Gemeente Eindhoven Raad in Beeld (Eindhoven) Live uitzending op internet van de gemeenteraads- vergaderingen + archief om later terug te kunnen kijken. Gemeente Eindhoven Club van 100 (RVU) Een ‘community’ waarin het ‘ruilen’ van hulp volgens het principe ‘voor wat, hoort wat’ centraal staat. RVU
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 100 Initiatief Inhoud Uitvoerende partij Betrokken organisaties Beloftebank (Pledgebank) Initiatief waarbij mensen beloften kunnen doen op voorwaarde dat anderen hen ondersteunen en hetzelfde doen. MySociety Easynet Digitaal burgerinitiatief, gemeente Zoetermeer Digitale mogelijkheid om een burgerinitiatief bij de gemeente in te dienen. Gemeente Zoetermeer ICT-platform Zoetermeer Digigemeente RIS (Raadsinformatie Systeem) Steenwijkerland Hier kunnen alle openbare raadsstukken digitaal geraadpleegd worden. Gemeente Steenwijkerland Politiek 24 Politiek themakanaal op televisie; live uitzendingen van Nederlandse politiek. NOS www.onderwijsklach ten.nl Ouderbelangenorganisatie en adviescentrum voor onderwijsklachten. Stichting onderwijsklachten Misdaadkaart.nl 2.0 Overzicht van en informatie over overtredingen en misdaden in de buurt. Twee particulieren Talking headz Interactief forum waar jongeren kunnen discussiëren over controversiële onderwerpen. Butterfly Works Netdays Gestolenitems.nl Bestolen burgers kunnen hier de diefstal aangeven. eParticipatie awards Prijs ter erkenning van getoonde inzet van burgers en overheden om digitale middelen voor burger- betrokkenheid te gebruiken. Burgerlink www.hetspoorbijster Discussieforum. vBulletin Maroc.nl Non-profit organisatie gericht op instandhouding en uitbouwen van een digitaal platform om integratie van allochtonen in Nederlandse samenleving te bevorderen. Kennisland? Last van de overheid Meldingen over administratieve lasten of dienstverlening van de overheid. Programma Regeldruk en Administratieve Lastenvermindering (REAL), BZK Burgernet Gericht op bevordering van veiligheid. Politieonderzoeken.nl Burgers kunnen helpen bij het oplossen van misdrijven. Korps landelijke politiediensten Overvallers gezocht Helpen bij herkennen van overvallers op videobeelden. Politie Amsterdam Amstelland
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 101 Initiatief Inhoud Uitvoerende partij Betrokken organisaties Hoe veilig is mijn wijk Weergave van veiligheid van wijken en buurten. Politie Haaglanden Gesnapt! Beeldmateriaal van misdaden op YouTube. Politieregio Hollands Midden Politiek.residentie.net Ondersteuning en facilitering van initiatieven van de Haagse bevolking. Gemeente Den Haag Virtueel Apeldoorn Bezoekers kunnen virtueel rondlopen door de stad en hun mening geven (over nieuwe plannen). Gemeente Apeldoorn Wijkwebs Delft Digitale plek waar bewoners uit een wijk elkaar ontmoeten. Gemeente Delft Vertelhetderaad.nl Biedt diverse mogelijkheden om in contact te komen met de gemeenteraad. Gemeente Dordrecht Axci Mogelijkheid om online een eigen handtekeningenactie te beginnen. Van Rixtel Media Bereken uw recht Nagaan van recht op bepaalde overheidsregelingen (zorgtoeslag et cetera). Nibud en Stimulansz Buurtatlas Middel voor (lokale) overheden, historische verenigingen en geïnteresseerden om kennis over Nederlandse buurten te delen en zo het cultureel erfgoed in Nederland in kaart te brengen. Vereniging Dorp, stad en land Stimuleringsfonds van de Architectuur Cultuurnota Hyves Discussieforum op Hyves over de cultuurnota gemeente Groningen. pvda E-spraak Mening uiten over ruimtelijke projecten. Goudappel Coffeng Fiets in de knel Verzamelen meldingen van fietsonvriendelijke verkeerssituaties. Haags Milieucentrum Fietsersbond Kies je eigen panaroma Verzamelen van meningen over snelwegpanorama’s en ontwikkelingen langs de Nederlandse snelweg ten behoeve van het vormen van een structuurvisie. VROM Nederland in Europa Nieuwssite met blog over Europa. Nederlanders kunnen hier hun mening geven over de toekomst van Europa. BuZa
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 102 Initiatief Inhoud Uitvoerende partij Betrokken organisaties Reuring.nl Meningvorming over eigen buurt/ woonplaats in Drenthe. Provincie Drenthe Stadnet Gericht op online verbinden en communiceren van burgers met overheidsinstellingen en publieke organisaties. Chatfone Vraag het de burgemeester Digitaal forum waarop burgers vragen kunnen stellen aan hun burgemeester. Stichting innovatie platform samen RTV9 WikiWoonWijk in Opeinde Interactieve planontwikkeling voor inrichting openbare ruimte. Gemeente Smallingerland Octopusplan.nl Betrokkenheid scholen bij verkeersveiligheid in schoolomgeving. SOAB Flatnet Portaal dat dient als communicatiemiddel voor ouderen binnen een woonomgeving. Drie Haagse Woningcorporaties; Haag Wonen, Staedion en Vestia Buurtportal de Pijp Digitaal plein waarop bewoners van De Pijp elkaar kunnen ontmoeten. Combiwel, De Key, Het Oosten, Ymere, Amsta, Cordaan en Stadsdeel Oud-Zuid Eigenwijze buurten Stimuleren van initiatieven van (groepen) buurtbewoners te bevordering van de leerbaarheid van hun buurt. WijkAlliantie VROM BuurtBuzz Interactieve website + besloten emailsysteem voor een wijk/ buurt om zo de onderlinge relatie te versterken. Buurtbuzz Lombox Buurtsite van de Utrechtse wijk Lombox met als doel het versterken van de sociale en economische kwaliteit van de wijk. Stichting Lombox Het Geheugen van Oost Website met verhalen over Amsterdam Oost. Doel is om door middel van het vertellen van verhalen de sociale integratie en maatschappelijke betrokkenheid in de wijk te stimuleren. Amsterdams historisch museum, buurtonline, XINA Diverse hyves- groepen van politieke partijen Wordt gebruikt voor informatievoorziening en het voeren van discussies. De betreffende politieke partij
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 103 Initiatief Inhoud Uitvoerende partij Betrokken organisaties Meldpunt Kinderporno Op deze site kunnen gevallen (en vermoedens) van kinderporno worden gemeld. Stichting Meldpunt ter Bestrijding van Kinderpornografie op Internet Ministerie van Justitie, Europese Commissie Meldpunt Zwemwater Informatie over zwemwaterkwaliteit. Stichting Noordzee, Stichting Reinwater, ANWB VROM, VSB Meldpunt Lareb Hier kunnen bijwerkingen van medicijnen gemeld worden. Lareb SMS Alert Politie (regio Brabant Zuid- Oost) Gericht op de betrokkenheid en medewerking van burgers bij politiezaken. Politie Brabant Zuid-Oost Meld- en Steun-punt Intimidatie Gericht op het verzamelen van meningen over onderwijsbeleid en hier tegen te ageren. Vereniging Beter Onderwijs Nederland www.beterveilig.nl Verzamelen van input over autoverkeer en verkeers- veiligheid voor formulering van voorstellen ter verbetering van beleid. Beter veilig (vrijwilligers- collectief) Meldpunt vermisten Internationale database van mensen die vermist zijn. Rode Kruis Drachtenwiljemeema ken.nl Community-site te gebruiken door burgers om een bijdrage te leveren aan de stad. Gemeente Smallingerland Wijbouweneenwijk.nl Een community waarin omwonenden, geïnteresseerden en deskundigen samen een nieuwe woonwijk ontwerpen. Gemeente Smallingerland Bureau The Crowds, atelier DUTCH Crowdsourcing Online platform waar ontwikkelingsprojecten, particulieren en bedrijven rechtstreeks met elkaar in contact worden gebracht. 1% Club Kennisland, Digitale pioniers, OCW Platform medische fouten Interactief platform dat burgers (juridische) hulp biedt die de dupe zijn geworden van medische fouten. Digitale pioniers, Kennisland OCW Ontwerpruimte Oud Krispijn (Dordrecht) Online mogelijkheid voor burgers om mee te denken over wijk- en woningontwikkeling in de wijk Oud Krispijn. Gemeente Dordrecht
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 104 Initiatief Inhoud Uitvoerende partij Betrokken organisaties Randstad 2040 Online enquête over de toekomst van de Randstad (plaatsgevonden in 2008). VROM Ruimbaanvoor nederland.nl Eerste digitale interactieve partij van Nederland. Ruim baan voor Nederland Akkoord van Schokland Mogelijkheid voor burgers om ideeën voor armoede- bestrijding aan te dragen. Ministerie van Buitenlandse zaken Watwilnederland.nl De burger als spindoctor: wat moeten lijsttrekkers doen om de verkiezingen te winnen? BRR (Burgerlijke raad voor het regeringsbeleid) Vitaalpendrecht.nl Digitale ontmoetingsplek om informatie te krijgen en mee te praten over wonen en werken in de Rotterdamse wijk Pendrecht. Stichting Vitaal Pendrecht Onzedemocratie.nl Op het forum kunnen Nederlander mee praten over ‘de staat van de democratie in Nederland’. BZK Verkeerscirculatie- plan Den Haag Digitale mogelijkheden voor zowel voorstanders (meedenken met de plannen via een wiki-systeem) als tegenstanders (online petitie ondersteunen). Koen Martens E-voice (gemeente Dantumadeel) Meerjaren project waarin verschillende media worden ingezet om burgerparticipatie te vergroten. Gemeente Dantumadeel European Regional Development Fund Bestuuronline Online uitzenden en archiveren van politiek- bestuurlijke vergaderingen en bijeenkomsten. Tevens kunnen kijkers online met elkaar discussiëren. Noterik Verschillende provincies en gemeenten (die gebruik maken van het concept). Hetbolleoog.nl Inwoners van Den Haag kunnen aspecten van lokale problematiek kenbaar maken aan gemeenteraadslid Bolle via haar website. Marieke Bolle Buurtleven.nl Webcommunity van vier Amsterdamse woningcorporaties. Stadsgenoot, Ymere, Rochdale, De Key
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 105 Initiatief Inhoud Uitvoerende partij Betrokken organisaties Breda-morgen Mogelijkheid voor Bredase burgers om ideeën aan te dragen en die van anderen te beoordelen. Gemeente Breda Boskoopactief.nl Deze website biedt de mogelijkheid aan burgers om eigen acties te organiseren, filmpjes te plaatsen en mee te schrijven aan beleid op een wiki. Gemeente Boskoop YouTube-kanaal ‘Gesnapt’ Politiek zet beeldmateriaal van misdrijven et cetera online en vraagt de hulp van burgers bij de identificatie en opsporing van de overtreders. Politie Hollands Midden Politiek-cv.nl Site waarop burgers hun meningen over en ervaringen met politici kunnen uiten. Bezuidenhout.nl Website van de wijk Bezuidenhout (Den Haag). Rob Velders/ Klaske Nijland (wijkbewoners) Stichting wijkberaad Bezuidenhout Groningenmeets- europe.nl Interactieve website over de verkiezingen voor het Europese Parlement. Stichting Het Nieuwe Stemmen Europafonds, BZK Innovatiemanage- ment.ning.com Interactieve website over innovatie en innovatie- management in de publieke sector. De Innovatiemanager Jijendeoverheid.nl Internet portal voor de overheid; gericht op een betere informatievoorziening van en over de overheid. Het nieuwe stemmen Kamertweets.nl Mogelijkheid tot twitteren met kamerleden. Fundament All Media Mijnoverheid.nl Online regelen van persoonlijke zaken met de overheid. BZK Digitaal loket gemeente Voorst (gemgids) Digitaal loket. Gemeente Voorst Stichting GemGids Digitale jeugdraad Eemsmond Interactieve website gericht op het achterhalen van wensen en meningen van jongeren in de gemeente. Gemeente Eemsmond
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 106 Initiatief Inhoud Uitvoerende partij Betrokken organisaties Alles in kaart (Arnheminkaart.nl) Digitale wijkengids Arnhem. Gemeente Arnhem www.dpf.nl Digitale portal provincie Fryslân. MyriadM Digitaal infopunt Opvoeding Eersel Opvoedkundige ondersteuning Zuidzorg, Algemeen Maatschappelijk Werk Dommelregio en GGD Brabant Zuidoost. Gemeente Eersel Internationaal Initiatief Inhoud Uitvoerende partij Betrokken organisaties Showusabetterway. com De Engelse overheid vraagt burgers om met ideeën te komen om overheidsinformatie zinvol te hergebruiken. Power of Information Taskforce Appsfordemocracy. org Interactieve website om input van burgers te vragen. iStrategyLabs District of Columbia Mysociety.org Vrijwilligersorganisatie die door middel van internet overheidsinformatie wil ontsluiten voor burgers. MySociety (Engeland) UK Citizens Online Democracy Theyworkforyou. com Ontsluiten van informatie over en van het Britse parlement. MySociety Neighbourhood Statistics (NeSS) Overheidswebsite waarop burgers veel informatie over hun lokale omgeving kunnen vinden. Office for National Statistics UK Statistics authority Fixmystreet.com Burgers kunnen hier problemen in hun buurt melden (graffiti, kapotte straatverlichting et cetera). MySociety Neighbourhood Knowledge California Interactieve website voor de staat California. Urban Strategies Council C-span Amerikaans themakanaal op televisie voor burgers om het politieke besluitvormingsproces via de televisie te kunnen volgen. C-span
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 107 Initiatief Inhoud Uitvoerende partij Betrokken organisaties News Challenge Project dat innovatieve ideeën stimuleert gericht op het ontwikkelen van instrumenten ten behoeve van collectieve informatiedistributie. John S. and James L. Knight foundation MapServer - University of Minnesota Platform open data. University of Minnesota ForNet http://yoosk.com/ Interactieve website waar burgers hun vragen kunnen stellen aan politici. Yoosk team Thumbsize Futurecommunities. net Website gericht op de betrokkenheid van buurtbewoners bij het ontwerpen en ontwikkelen van hun leefomgeving. The Young Foundation govtwit.com Link naar overheidsinstanties en -medewerkers op Twitter. Squeejee Tweetcongress.org Gericht op het stimuleren van contact tussen burgers en leden van het congres door het gebruik van Twitter. Squeejee Tweetminister. co.uk Gericht op het stimuleren van contact tussen burgers en politici door het gebruik van Twitter. Squeejee
  • 109 BIJLAGE 5: BARRIÈREMODEL THAENS EN MEIJER (2009) Institutionele barrières − Financial barriers. Opportunities can be promising but expensive because of technology or maintenance cost. Budgetary options condition the use of Web 2.0 opportunities. Some participants just mentioned the costs in general of setting up the initiative are mentioned as a barrier. − Legal barriers. Legal constraints on the exchange of personal data, legal requirements for recordkeeping, legal frameworks concerning equal access, etc. may put severe restrictions on the use of Web 2.0 opportunities. Restrictions by copyright legislation is an example of a legal barrier mentioned by participants. − Political barriers. The use of Web 2.0 opportunities has to fit within a political agenda or should at least not run counter to the agenda of responsible politicians. Political support is needed for a successful Web 2.0 introduction. To give an example, a participant mentioned the tension between new forms of policy development and the position of politicians was mentioned as a political barrier. − Policy barriers. Current policies restrain the opportunities for new uses of Web 2.0. New uses have to be fitted within current policy framework or should not conflict with them. The need to fit in plans to deal with math and language deficiencies within the existing policy framework is an example of a policy barrier mentioned by participants. − Organizational barriers. The use of Web 2.0 opportunities often requires the cooperation between various organizational departments. Opposition from within the organization can form a barrier to successful Web 2.0 introduction. A whole range of organizational barriers were mentioned by participants. The lack of capacity to develop the initiative was a prominent example. − Technological barriers. Technological developments are fast but still the technology required to implement certain ideas may not be available. The lack of an adequate infrastructure may also form a barrier. The absence of an adequate ICT-infrastructure in schools is an example of a barrier to the development of an initiative mentioned by participants. Praktijkbarrières − Administrative barriers. Web 2.0 applications will need to be administrated by governments or other actors. A failure to administer the applications correctly will undermine its success. Keeping the content up to date is an example of an administrative barrier. Dealing with confidential information is another example. − Routine barriers. Users are slow in changing their information and communication routines. New initiatives may be ignored because they challenge pre-existing routines. Lack of time is a routine barrier: existing
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 110 routines already take up all the time and don’t allow for new routines. Lack of experience with certain technologies is another example. − Interest barriers. Certain stakeholders may try to undermine initiatives because the initiative may threaten their interest. New applications challenge existing balances of power and therefore run into resistance. Lack of interest in a certain type of information is an example of an interest barrier. − Motivational barriers. New initiatives are based upon certain conceptions of user motives. User motives may differ or users may fail to see how new initiatives support certain motives. The absence of a reward for participation was mentioned as a motivational barrier. Resistance to certain exchanges of information is another one. − Trust barriers. Stakeholders will have to trust that the new initiative will really bring the benefits it is supposed to bring. A lack of trust in government may form a barrier participation in the new initiative. Lack of trust in privacy management was mentioned as a barrier. Effectbarrières These barriers are similar to the institutional barriers: financial, political, legal, policy, organizational and technological barriers. The following additional barriers are relevant: − Reality barriers. It may be impossible to implement suggestions of citizens. − Representativeness barriers. Lack of proportional representation may make it difficult to implement suggestions.
  • 111 BIJLAGE 6: LITERATUURLIJST Aichholzer, G. & H. Westholm (2009). Evaluating eParticipation Projects: Practical Examples and Outline of an Evaluation Framework. European Journal of ePractice 7, pp. 27-44. Arnstein, S. (1969). A Ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners 34(4), pp. 216-224. Berlo, D. van (2008). Ambtenaar 2.0. Nieuwe ideeën en praktische tips om te werken in overheid 2.0. Raadpleegbaar via www.ambtenaar20.nl. Bovens, M. en A. Wille (2009). Diploma democracy: on the tensions between meritocracy and democracy. Utrecht/ Leiden. Deursen, A.J.A.M. van & J.A.G.M Van Dijk (2008). Digitale vaardigheden van Nederlandse burgers. Een prestatiemeting van operationele, formele, informatie en strategische vaardigheden bij het gebruik van overheidswebsites. Enschede: Universiteit Twente. Donk, W.B.H.J. van de en A. Edwards (2005). ICT en sociale bewegingen: politiek op de maat van internet. In: A.M.B. Lips, V.J.J.M. Bekkers en A. Zuurmond (red.). ICT en openbaar bestuur, Utrecht: Lemma. Duivenboden, H. van, E. van Hout, C. van Montfort en J. Vermaas (2009). Verbonden verantwoordelijkheden in het publieke domein. Den Haag: Uitgeverij Lemma. Duivenboden, H.P.M. van en A.M.B. Lips (2003). Taking Citizens Seriously. Applying Hirschman’s Model to Various Practices of Customer-Oriented E-governance. In: A. Salminen (ed.). Governing Networks, EGPA Yearbook, Amsterdam: IOS Press, pp. 209- 226. Edelenbos, J., A. Domingo, P-J. Klok en J. van Tatenhove (2006). Burgers als beleidsadviseurs, een vergelijkend onderzoek naar acht projecten van interactieve beleidsvorming bij drie departementen. Amsterdam: Instituut voor publiek en politiek. Edelenbos, J. en R. Monnikhof (red.) (1998). Spanning in interactie. Een analyse van interactief beleid in lokale democratie. Amsterdam: Instituut voor Publiek en Politiek, pp. 11-48. Hoogerwerf, A. en M. Herweijer (2003). Overheidsbeleid. Een inleiding in de beleidswetenschap. Alphen aan den Rijn: Kluwer. Janssen, D. & R. Kies (2005). Online forums and deliberative democracy. Acta Politica: international journal of political science 40(3).
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 112 Macintosh, A. & A. Whyte (2008). Towards an Evaluation Framework for eParticipation. Transforming Government: People, Process & Policy 2(1), pp. 16-30. Meijer, A. en M. Thaens (2009). Barrières voor Overheid 2.0 (te verschijnen). Overdijk, C. (2009, 29 januari). Het Google-model verandert de wereld om ons heen. Volkskrant. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2007a). Notitie voorbereidende fase eParticipatie. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2007b) Plan van aanpak - uitvoering eParticipatie traject. Raad voor Cultuur (2006). Notitie. Mediawijsheid: burgerschap in de informatiemaatschappij. Raad voor Cultuur. Ringeling, A.B. (2001). Rare klanten hoor, die klanten van de overheid. In: H.P.M. van Duivenboden en A.M.B. Lips (red.). Klantgericht werken in de publieke sector. Inrichting van de elektronische overheid (pp. 33-48). Utrecht: Uitgeverij Lemma BV. Rowe, G. & L.J. Frewer (2000). Public participation methods, a framework for evaluation. Science, Technology & Human Values 25(1), pp. 3-29. Rowe, G. & L.J. Frewer (2004). Evaluating Public-Participation Exercises: A Research Agenda. Science, Technology & Human Values 29(4), pp. 512-556. Surowiecki, J, (2004). The wisdom of Crowds. Why the many smarter than the few and how collective wisdom shapes business, economies, societies, and nations. New York: Doubleday. Tapscott D. & A.D. Williams (2008). Wikinomics: how mass collaboration changes everything. New York: Portfolio. Tichenor, P.J., Donohue, G.A. en C.N. Oliën (1970). Mass Media Flow and Differential Growth in Knowledge, Public Opinion Quarterly 34. Colombia University Press. TNO (2008). Naar een ‘User Generated State’? De impact van nieuwe media voor overheid en openbaar bestuur. Delft: TNO. VN (2005). Benchmark e-government. Verenigde Naties. VN (2008). Benchmark e-government. Verenigde Naties. Warburton, D. & G. Amos (red.). (2007). Burgerparticipatie bij planning: perspectieven voor de toekomst. Uitgeverij TCPA.
  • 113 BIJLAGE 7: DEELNEMERS AAN HET ONDERZOEK Interviews • Christiaan Holland (Dialogic) • Joeri van den Steenhoven (Kennisland) • Steven Lenos (Radar Advies) • Mieke Van Heesewijk (Burgerlink) • Xander van der Linde (Burgerlink) • Paul Keller (Digitale Pioniers, Kennisland) • Peter Branger (Tweede Kamer) • Michiel Leenaars (Internet Society) • Philippe Raets (pSG BZK) • Gerbrand Haverkamp (BZK) • Arnout Ponsioen (BZK) • Jornt van Zuylen (BZK) • Bernhard Jens (Digitale Diender, politie Utrecht) • Stef van Grieken (HNS.dev, Het nieuwe stemmen) • Steven de Jong (Burgerraad) • Carl Lens (Verbeterdebuurt, Creative Crowds) • Manfred Zielinski (ikregeer, Scartabello) • Quirien Engelhard (ikgaverder.nl, V&W) • Bas van Beek (Buurtlink) Denktank • Joeri van den Steenhoven (Kennisland) • Hein Albeda (Oud-directeur Stichting Rekenschap) • Mieke Van Heesewijk (Burgerlink) • Michiel Leenaars (Internet Society) • Steven Lenos (Radar) • Bert Mulder (Haagse Hogeschool) • Bernhard Jens (politie Utrecht) • Jonneke Stans (Politiek Online) • Lex Slaghuis (Wikiwise) • Carl Lens (Verbeter de buurt) • Mark Melenhorst (Telematica instituut) • Walther van der Vos (gemeente Rotterdam) • Peter Branger (Tweede Kamer) • Sebastiaan ter Burg (Ter Burg) • Ton Zijlstra (Ton Zijlstra) • Mark Voogd (GovUnited) • Stef van Grieken (Het nieuwe stemmen) • Michiel Spekkers (Jij en de overheid) • Dirk-Jan Keijser (Stichting Burger)
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 114 • Nol Hendriks (BZK) • Gerbrand Haverkamp (BZK) • Arnout Ponsioen (BZK) • Friedolien de Fraiture (BZK) Begeleidingscommissie • Vivian Vijn (gemeente Almere) • Corline van Es (Digitale Pioniers, Kennisland) • Krijn van Beek (2100 Stichting voor Onafhankelijk Strategisch Denkwerk) • Davied van Berlo (Ambtenaar2.0, LNV) • Wibo Koole (Create2Connect), schriftelijk Ambtelijke begeleidingsgroep BZK • Friedolien de Fraiture • Arnout Ponsioen • Claartje Brons
  • 115 BIJLAGE 8: VRAGENLIJST ONLINE SURVEY Introductie Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is de afgelopen jaren een actieve speler binnen het veld van eParticipatie geworden. Zij ondersteunt onder andere een aantal eParticipatie initiatieven. In opdracht van het ministerie voert B&A een retrospectief onderzoek uit. Hiervoor worden diverse instrumenten ingezet, waaronder dit survey. Hier staat het perspectief van de gebruikers centraal. Hoe waardeert u als gebruiker de huidige eParticipatie initiatieven, wat waardeert u eraan en welke mogelijkheden ziet u voor opschaling of uitbreiding? Het invullen van de vragenlijst kost ongeveer 10 minuten. Alvast veel dank voor je tijd. Mocht je vragen hebben dan kun je die stellen aan Joanne van den Eijnden (onderzoeker) via j.eijnden@bagroep.nl. 1. Persoonlijke gegevens Deze zijn bedoeld om een beeld te krijgen van de deelnemers aan dit survey en worden vertrouwelijk behandeld. Naam Organisatie Gender (m/v) Leeftijd Opleiding Email adres (optioneel) 2. Waar gaat het volgens jou om bij eParticipatie? Democratisch proces verbeteren Maatschappelijke betrokkenheid Politieke participatie Toegankelijkheid informatie Verlagen drempel tot complexe onderwerpen Transparante overheid Verantwoording Innovatie Anders, namelijk:
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 116 3. Welke eParticipatie initiatieven ken je? Burgernet.nl Buurtlink.nl Digitale Diender eMocracy.nl Geluidsnet.nl HNS.dev Ikgaverder.nl ikregeer.nl Issuefeed.net Krachtwijkenindex.nl OpenKamer Petities.nl PoliDocs.nl Rotterdamidee.nl verbeterdebuurt.nl Watstemtmijnraad.nl Webantenne.nl Wijwaarderen.nl Anders, namelijk: 4. Kun je aangeven welke criteria je belangrijk vindt voor het gebruik van initiatieven? heel belangrijk redelijk belangrijk neutraal niet belangrijk relevantie heel belangrijk redelijk belangrijk neutraal niet belangrijk duidelijkheid heel belangrijk redelijk belangrijk neutraal niet belangrijk effectiviteit heel belangrijk redelijk belangrijk neutraal niet belangrijk gebruiksvriendelijkheid heel belangrijk redelijk belangrijk neutraal niet belangrijk veiligheid heel belangrijk redelijk belangrijk neutraal niet belangrijk interactiviteit heel belangrijk redelijk belangrijk neutraal niet belangrijk bereikbaarheid (beheerder) heel belangrijk redelijk belangrijk neutraal niet belangrijk Opmerking:
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 117 5. Kun je aangeven welke criteria je het best uitgewerkt vindt in de initiatieven die je kent? Je kunt meerdere antwoorden geven per initiatief. relevantieduidelijkheideffectiviteit Gebruiks- vriendelijkheid veiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) Burgernet.nl relevantie duidelijkheideffectiviteit gebruiks- vriendelijkheidveiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) Buurtlink.nl relevantieduidelijkheideffectiviteit gebruiks- vriendelijkheidveiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) Digitale Diender relevantieduidelijkheideffectiviteit gebruiks- vriendelijkheidveiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) eMocracy.nl relevantieduidelijkheideffectiviteit gebruiks- vriendelijkheidveiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) Geluidsnet.nl relevantieduidelijkheideffectiviteit gebruiks- vriendelijkheidveiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) HNS.dev relevantieduidelijkheideffectiviteit gebruiks- vriendelijkheidveiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) Ikgaverder.nl relevantieduidelijkheideffectiviteit gebruiks- vriendelijkheidveiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) ikregeer.nl relevantieduidelijkheideffectiviteit gebruiks- vriendelijkheidveiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) Issuefeed.net relevantieduidelijkheideffectiviteit gebruiks- vriendelijkheidveiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) Krachtwijkenindex.nl relevantieduidelijkheideffectiviteit gebruiks- vriendelijkheidveiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) OpenKamer relevantieduidelijkheideffectiviteit gebruiks- vriendelijkheidveiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) Petities.nl relevantieduidelijkheideffectiviteit gebruiks- vriendelijkheidveiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) PoliDocs.nl relevantieduidelijkheideffectiviteit gebruiks- vriendelijkheidveiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) Rotterdamidee.nl relevantieduidelijkheideffectiviteit gebruiks- vriendelijkheidveiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) verbeterdebuurt.nl relevantieduidelijkheideffectiviteit gebruiks- vriendelijkheidveiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) Watstemtmijnraad.nl relevantieduidelijkheideffectiviteit gebruiks- vriendelijkheidveiligheidinteractiviteitbereikbaarheid
  • B&A CENTRUM VOOR BELEIDSEVALUATIE BETROKKEN BURGERS, BEWOGEN BESTUUR 118 relevantieduidelijkheideffectiviteit Gebruiks- vriendelijkheid veiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) (beheerder) Webantenne.nl relevantieduidelijkheideffectiviteit gebruiks- vriendelijkheidveiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) Wijwaarderen.nl relevantieduidelijkheideffectiviteit gebruiks- vriendelijkheidveiligheidinteractiviteit bereikbaarheid (beheerder) Opmerking: 6. Zijn er volgens jou verbeteringen mogelijk aan de bestaande initiatieven, en zo ja welke? 7. Ken je een bestaand eParticipatie initiatief dat het verdient bredere bekendheid te krijgen? 8. Zijn er nieuwe eParticipatie initiatieven die je graag ontwikkeld zou zien in Nederland? 9. Heb je ideeën over de rol die de overheid zou kunnen spelen, als het gaat om eParticipatie? 10. Heb je op dit moment nog opmerkingen, vragen en/of aanvullingen? Bedankt voor het invullen! Mocht je nog vragen hebben over het onderzoek of de resultaten dan kun je contact opnemen met Joanne van den Eijnden (onderzoeker) via j.eijnden@bagroep.nl