• Save
Beleid topsector zorgt voor minder innovatie en helpt usual suspects
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Beleid topsector zorgt voor minder innovatie en helpt usual suspects

on

  • 434 views

 

Statistics

Views

Total Views
434
Views on SlideShare
425
Embed Views
9

Actions

Likes
1
Downloads
0
Comments
0

1 Embed 9

https://twitter.com 9

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Beleid topsector zorgt voor minder innovatie en helpt usual suspects Beleid topsector zorgt voor minder innovatie en helpt usual suspects Presentation Transcript

  • De overheidsinstituten moestenworden gered en daar werdhet vehikel topsectorenbeleidvoor uitgedacht.” Dat zegt AdJuriaanse­, directeur van hetprivate onderzoeksinstituut NIZO in Ede, nu hijerachter is gekomen hoe het nieuwe onderzoeks­beleid in elkaar steekt. Juriaanse staat niet alleenin zijn opvatting: hij spreekt voor zijn eigenNIZO (180 medewerkers) en namens twaalfandere private agrarische onderzoeksinstitutenin Nederland, waaronder het Louis Bolk Insti­tuut, het CLM, Keygene en Schothorst FeedResearch. Juriaanse: “In onze ogen worden deoverheidsinstituten, zoals Wageningen Univer­siteit en TNO, enorm bevoordeeld.” Het ideeachter het topsectoren­beleid was dat de overheidde helft van het onderzoek financierde en dat deandere helft uit de markt moest komen. Alleonderzoeksinstituten, maar ook private bedrijven,konden hun onderzoeksprojecten indienen voorcofinanciering. Nu blijkt echter dat veruit demeeste onderzoeksgelden via ondoorzichtigeprocedures naar bestaande overheidsinstitutenvloeien.Rijksinstituten bevoordeeldHet landbouwkundig onderzoek in Nederlandheeft een lange historie met op dit moment eennegental publieke instituten. Deze instellingenzijn alle onderdeel van de Wageningen Univer­siteit en Researchcentrum en vormen samen deStichting DLO. Voor dit jaar stelt de overheid intotaal 185 miljoen euro beschikbaar voor kennis­ontwikkeling en innovatie. Uit de rijksbegrotingvan het nieuwe topsectorenbeleid blijkt echterdat er slechts 20 miljoen euro te ‘verdelen’ is.De bulk, een slordige 165 miljoen euro, wordtautomatisch overgeboekt op de bankrekeningenvan de rijksinstituten.Wijnie van Eck, in het dagelijks leven coördinatorkennis en innovatie bij boerenkoepel LTO entevens de ‘rechterhand’ van het topteam agrofood,weet wel waarom de overheid heeft gekozen vooreen scheve verdeling: “Diverse contracten enafspraken lopen in elkaar over en dat heeft temaken met de wens vanuit de overheid van eengeleidelijk proces, zodat de rijksinstituten niet inéén keer vol hoeven te concurreren met privatepartijen.” Zou hier dan de kern van de onvredebij private instellingen zitten. “Ja, dat is goedmogelijk, maar dat is slechts een kwestie vantijd; het kan een paar jaren duren, maar dan zul­len de rijksinstituten meer moeten vechten voorhun geld dan nu het geval is”, meent Kees deGooijer. De Gooijer is topman van de StichtingTKI en daarnaast inspirator van de topsectoragrofood. Deze stichting speelt een belangrijkerol bij het opstellen en uitvoeren van de inno­vatieagenda agrofood van de overheid en doetvoorstellen over de verdeling van financiëlemidde­len.De Gooijer vindt dat de ‘club van Juriaanse’welis­waar een punt heeft, maar schuift de volle­dige verantwoordelijkheid af naar de ministervan EZ. “Die maakt het beleid, wij voeren slechtsuit.” Saillant detail is dat De Gooijer zelf in dienstis bij het rijksinstituut Wageningen UR.Het overgrote deel van het onderzoeksbudgetvloeit blijkbaar direct, vanwege nog lopende ver­plichtingen, naar Wageningen UR. “Dat klopt”,zegt Hans Hopster, onderzoeker dierenwelzijnbij dit instituut. “De overheid houdt daarnaastde mogelijkheid open om onderzoeksopdrachtente laten uitvoeren die het overheidsbeleid onder­steunen, zonder private inbreng. Dat is eengoede zaak, want er bestaat een risico dat hetbedrijfsleven zich in zijn keuze van onderzoeklaat leiden door de waan van de dag. Als ik kijknaar het welzijnsonderzoek kan dat betekenendat het bedrijfsleven meer inzet op diergezond­heid en minder op dierenwelzijn. En dat is eenslechte zaak, want verdiepend onderzoek bijdieren­naar de gevolgen van technologie opsoortspecifiek functioneren, mag niet in de knelkomen.” Ook Geert van der Peet, clusterleiderAgroketens binnen Wageningen UR, bevestigtdat voor 2013 slechts een zeer klein deel van hetrijksonderzoeksgeld als vrij besteedbaar budgetin de topsector belandt. “Veel geld stroomtdirect naar Wageningen UR voor het wettelijkverplichte onderzoek en reeds lopende projecten.”Van der Peet verwacht dat in 2015 34 miljoeneuro in de topsector zal belanden (was in 2013dus 20 miljoen).Verplichte winkelneringNIZO-directeur Ad Juriaanse heeft weinig op metde redenering dat bepaald onderzoek niet in deknel mag komen en daarom overheidsinstituten‘automatisch’ gefinancierd moeten blijven.“Voor veel private kennisaanbieders pakt hettopsectorenbeleid erg negatief uit. Wij zien hetals een slimme manier om verder te bezuinigenop onderzoeksgeld en als ‘doekje voor het bloeden’om de sector te betrekken bij de innovatie­agenda.” Maar er is iets veel ergers aan de hand,meent Juriaanse: “Er is een verplichte winkel­nering gecreëerd voor de rijksinstituten, zoalsWageningen UR en TNO.“ Binnen de topsectorworden de onderzoekskosten privaatpubliek fifty­fifty betaald. Dat lijkt goed en eerlijk, aldus Juri­aanse, maar de overheidsbijdrage bestaat nu uithet beschikbaar stellen van onderzoekstijd doorDLO en TNO. “Bedrijven die onderzoek willenlaten uitvoeren, krijgen op deze manier toegangtot kennis bij TNO en DLO met 50 procentsubsi­die van de overheid. Als je als organisatieonderzoek laat doen bij private kennisaanbieders,geldt die 50 procent prijsreductie niet, en dekostprijs voor betaald onderzoek is nog steedseen heel belangrijk keuzecriterium.”De Gooijer van de Stichting TKI ziet dit anders:“We hebben veel zittende capaciteit binnen onzerijksinstellingen die we niet in één keer kunnenlaten vallen­.” Hoe het ook zij, er is blijkbaar eenovergangstijd genomen om ‘lopend onderzoek’ ,naadloos in het DLO te laten vloeien zonder deprivate markt hierin te kennen.BoerengeldDe productschappen zijn tot nu toe een grotegeldschieter van het landbouwonderzoek viafinanciële heffingen bij boeren. Pascalle De Ruyter,woordvoerder van de Productschappen Vlees enEieren, herkent de verplichte winkelnering. “WijFinanciering landbouwonderzoek iswespennestDe financiering van het wetenschappelijke landbouwonderzoek moest op de schop. Met de invoering vanhet zogenaamde Topsectorenbeleid in 2012 willen overheid en de agrofoodsectoren de innovatiekrachtverster­ken. Diverse partijen vragen zich nu af of de ingeslagen weg een verkapte manier is om de agrarischeoverheidsinstituten overeind te houden.Frank de Vries“O M S L A G A R T I K E LadviesV-focus juni 20134O M S L A G A R T I K E LadviesV-focus juni 2013 5
  • dienden als productschap vorig jaar een pluim­veeproject ‘Feed for future’ in. Omdat we wer­ken met geld uit de sector zelf, in dit geval depluimveehouders, willen we dat diezelfde sectoraangeeft welke organisatie het onderzoek moetuitvoeren. Er werd gekozen voor de Gezondheids­dienst voor Dieren in Deventer, omdat die demeeste expertise en ervaring heeft. De top­sectorenbeoordelingscommissie besloot hetproject­om die reden niet te honoreren, wantze had een voorkeur voor Wageningen UR.We hebben het project toch bij de GD onder­gebracht en het ministerie van EZ heeft ons latergelukkig wel een financiële toelage verstrekt.”Ook Piet van der Aar, directeur research vanSchothorst Feed Research, is ontevreden over dehuidige gang van zaken. Hij stelt dat het onder­zoek daar moet worden uitgevoerd waar het quaexpertise het best past. Van der Aar: “Ik durf testellen dat wij als Schothorst op het terrein vanvoeding en voederwaardering toonaangevendzijn. Toch was de contrafinanciering uitsluitendbestemd om gebruik te maken van rijksinstituten.Van der Aar wijst er ook op dat de openbaarheidbij de aanbestedingen van het onderzoek ver tezoeken was. Met het opgaan van landbouw inhet ministerie van EZ had ik de hoop dat detransparantie toe zou nemen, maar op dit puntben ik nog steeds erg teleurgesteld. Ik zie nogsteeds die geslotenheid en de ‘gedwongenwinkel­nering’ voor rijksinstituten vind ik rond­uit niet passen bij een transparante overheid.”Weinig vernieuwendDries Faems, hoogleraar Innovatie en Organisatieaan de Rijksuniversiteit Groningen, vindt dat detopsectoren anders georganiseerd moetenworden­. “Ik vind dat een duidelijk model om totechte innovatie te komen ontbreekt en in hetbeleid ligt nu te veel nadruk op het voortbordurenop bestaande thema’s binnen de rijksinstituten.Maar als we hele nieuwe werkvelden dieperwillen­onderzoeken, zeggen we daar nee tegen.”Dit is een situatie die innovatie in de weg staat.Blue4Green is zo’n innovatief topbedrijf, dat alseen van de weinige Nederlandse bedrijven wasuitgenodigd op het World Economic Forum inDavos. Dit forum is slechts toegankelijk voor dewereldtop op het gebied van politiek en bedrijven.Erik Staijen, medeoprichter van Blue4Green,Mark Offerhaus, directeur van het bedrijf Micreos, zoektinnovatieve oplossingen voor bacteriële besmettingen.Offerhaus: “Wij hebben inmiddels Europees geregistreerdetoepassingen waar patiënten beter van worden en die dezorgkosten doen dalen. Toch vind ik ons thema niet terug inde innovatiecontracten.” Offerhaus steekt de hand in eigenboezem als hij zegt dat zijn bedrijf niet heeft ingeschreventen tijde van de aanbestedingen voor de innovatieagenda.“We zijn als klein bedrijf te druk met ons werk en zo’nproce­dure van indienen is te ingewikkeld.” Offerhaus pleitvoor een ruimere wetgeving om nieuwe start-ups een beterekans te geven en wil de willekeur die in zijn ogen bestaatvoor overheidsinstellingen uit het beleid hebben.Meer ruimte voor innovatieve start-upsheeft alleen maar teleurstellende ervaringen metde innovatieagenda van ons topsectorenbeleid.Staijen: “We hebben twee projecten ingedienddie beide niet werden gehonoreerd. Als redenwerd gegeven dat het geld op was omdat andereindieners ons voor waren.” Staijen: “Ik vind hetvreemd dat projecten niet worden beoordeeld opinhoud en terugverdienpotentie. De overheidmag best meer kijken naar het terugvloeien vangelden in de staatskas in plaats van de eerste tienenveloppen te tellen en de rest van de plannenniet eens in te kijken.”De VVD is een van de weinige partijen die deklachten van Juriaanse namens dertien privateinstellingen begrijpt en serieus neemt. Anne-WilLucas, Tweede Kamerlid voor de VVD: “Wemoeten kritisch­durven kijken of het topsectoren­beleid goed in elkaar zit en brengt wat we ervanverwachten. Als het gaat om concurrentie­vervalsing denk ik namens de VVD dat er sprakeis van een ‘kinderziekte’ in het beleid. Jan Vos,woordvoerder econo­mische zaken van de PvdA,is het helemaal niet eens met de argumentenvan de dertien private instellingen. “Als PvdAzijn we van mening dat DLO en TNO eenpubliek belang dienen en dat is goed.”Een woordvoerder van het ministerie van EZgeeft aan dat bij de DLO- en TNO-institutencapaciteit beschikbaar is gemaakt om in de Top­sector AgriFood 48 innovatieve Publiek PrivateSamenwerkingen (PPS) te starten. Deze 48 ini­ti­a­tieven zijn gekozen uit 200 ingediende voor­stellen die zijn beoordeeld op vernieuwing,econo­mische, maatschappelijke en wetenschap­pelijke impact en de kwaliteit van het consor­tium. Met deze samenwerkingen is in 2013 voorEZ een bedrag gemoeid van 17 miljoen euro. Alswe dit bedrag afzetten tegen de ruim 180 miljoeneuro die de overheid in 2013 uitgeeft aan onder­zoek in agrofood, kunnen we slechts conclu­derendat het topsectorenbeleid ‘oude wijn in nieuwezakken’ is.‘we kunnen zittende capaciteitniet plots laten vallen’O M S L A G A R T I K E LadviesV-focus juni 20136