Verborgen Zaden. Dennenappels (Derde Adventszondag 2013 A)

548 views
424 views

Published on

Teksten en liederen die geprojecteerd werden tijdens de derde adventszondag (2013) rond het thema “Verborgen zaden” (dennen- en sparappels) op Ten Bos (Sint Amanduskerk Erembodegem)
De teksten van onze vieringen zijn te vinden op de website: http://www.kerkembodegem.be/tenbos/liturgie/vieringen.html

Published in: Spiritual
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
548
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
228
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Verborgen Zaden. Dennenappels (Derde Adventszondag 2013 A)

  1. 1. Als groen dat in de wintertijd aan onze bomen hangen blijft, als zaad dat in de koude nacht moet wachten tot de lente komt: zo is het Koninkrijk midden onder ons. Een kind dat klein en ademloos nog sluimert in de moederschoot, totdat het, uit zijn slaap verlost, als mens aan ons gegev en wordt: zo is het Koninkrijk midden onder ons. Een stem die zonder groot geweld gerechtigheid en vrede meldt; de kleinen zullen het wel verstaan en samen nieuwe wegen gaan: zo is het Koninkrijk midden onder ons. Een naam die ons wordt doorgezegd, Hij die herkend wordt onderweg, die komt en gaat en komen blijft tot in het einde van de tijd: zo is het Koninkrijk midden onder ons.
  2. 2. Als groen dat in de wintertijd aan onze bomen hangen blijft, Een als zaad dat in de koude nacht kind dat klein en moet wachten tot de lente komt: adem - loos nog zo is het Koninkrijk midden onder ons. Een kind dat klein en ademloos nog sluimert in de moederschoot, totdat het, uit zijn slaap verlost, als mens aan ons gegev en wordt: sluimert in de moederschoot, totdat het, uit zijn zo is het Koninkrijk midden onder ons. Een stem die zonder groot geweld gerechtigheid en vrede meldt; de kleinen zullen het wel verstaan en samen nieuwe wegen gaan: zo is het Koninkrijk midden onder ons. slaap verlost, als mens aan ons ge - geven wordt: Een naam die ons wordt doorgezegd, Hij die herkend wordt onderweg, die komt en gaat en komen blijft tot in het einde van de tijd: zo is het Koninkrijk midden onder ons.
  3. 3. Als groen dat in de wintertijd aan onze bomen hangen blijft, als zaad dat in de koude nacht Een stem die zonder moet wachten tot de lente komt: groot geweld ge- zo is het Koninkrijk midden onder ons. Een kind dat klein en ademloos nog sluimert in de moederschoot, totdat het, uit zijn slaap verlost, als mens aan ons gegev en wordt: rechtigheid en vrede meldt; de zo is het Koninkrijk midden onder ons. kleinen zullen Een stem die zonder groot geweld gerechtigheid en vrede meldt; de kleinen zullen het wel verstaan en samen nieuwe wegen gaan: zo is het Koninkrijk midden onder ons. wel verstaan en samen nieuwe wegen gaan: Een naam die ons wordt doorgezegd, Hij die herkend wordt onderweg, die komt en gaat en komen blijft tot in het einde van de tijd: zo is het Koninkrijk midden onder ons.
  4. 4. Als groen dat in de wintertijd aan onze bomen hangen blijft, als zaad dat in de koude nacht Een naam die ons wordt moet wachten tot de lente komt: doorge - zegd, Hij zo is het Koninkrijk midden onder ons. Een kind dat klein en ademloos nog sluimert in de moederschoot, totdat het, uit zijn slaap verlost, als mens aan ons gegev en wordt: die herkend wordt onderweg, die komt en gaat en zo is het Koninkrijk midden onder ons. Een stem die zonder groot geweld gerechtigheid en vrede meldt; en samen nieuwe wegen gaan: zo is het Koninkrijk midden onder ons. komen blijft tot in het einde Een naam die ons wordt doorgezegd, Hij die herkend wordt onderweg, die komt en gaat en komen blijft tot in het einde van de tijd: zo is het Koninkrijk midden onder ons. van de tijd (Pannekoek Kees / Grypdonck Frank) de kleinen zullen het wel verstaan
  5. 5. Het vuur in ijskoude nachten begint met een vonk uit een steen. Gods lichtspoor dat wij verwachten straalt dwars door iedereen. Als onze moed is verdwenen gezonken in kommer en klacht, dan zingen plots duizenden sterren als engelen vurig zacht. Zoals de nacht vlucht voor de morgen, zo sluipt de angst uit het zwart. Ontwaakt het licht, in Jou geborgen, geboren in je hart. (Linßen G)
  6. 6. In de duisternis schijnt de luister van Uw licht de nacht is helder als de dag. (Taizé)
  7. 7. 1 De steppe zal bloeien, de steppe zal lachen en juichen. De rotsen die staan vanaf de dagen der schepping, staan vol water, maar dicht, de rotsen gaan open. Het water zal stromen, het water zal tintelen, stralen, dorstigen komen drinken. De steppe zal drinken, de steppe zal bloeien, de steppe zal lachen en juichen. 2 De ballingen keren. Zij keren met blinkende schoven. Die gingen in rouw tot aan de einden der aarde, één voor één, en voorgoed, die keren in stoeten. Als beken vol water, als beken vol toesnellend water, schietend omlaag van de bergen. Met lachen en juichen die zaaiden in tranen, die keren met lachen en juichen. 3 De dode zal leven. De dode zal horen: nu leven. Ten einde gegaan en onder stenen bedolven: dode, dode, sta op, het licht van de morgen. Een hand zal ons wenken, een stem zal ons roepen: Ik open hemel en aarde en afgrond. En wij zullen horen, en wij zullen opstaan en lachen en juichen en leven.
  8. 8. 1 De steppe zal bloeien, de steppe zal lachen en juichen. De rotsen die staan vanaf de dagen der schepping, staan vol water, maar dicht, de rotsen gaan open. Het water zal stromen, het water zal tintelen, stralen, dorstigen komen drinken. De steppe zal drinken, de steppe zal bloeien, de steppe zal lachen en juichen. 2 De ballingen keren. Zij keren met blinkende schoven. Die gingen in rouw tot aan de einden der aarde, één voor één, en voorgoed, die keren in stoeten. Als beken vol water, als beken vol toesnellend water, schietend omlaag van de bergen. Met lachen en juichen die zaaiden in tranen, die keren met lachen en juichen. 3 De dode zal leven. De dode zal horen: nu leven. Ten einde gegaan en onder stenen bedolven: dode, dode, sta op, het licht van de morgen. Een hand zal ons wenken, een stem zal ons roepen: Ik open hemel en aarde en afgrond. En wij zullen horen, en wij zullen opstaan en lachen en juichen en leven.
  9. 9. (Oosterhuis Huube / Oomen Antoine)
  10. 10. (Oosterhuis Huube / Oomen Antoine)
  11. 11. Geloofsbelevenis Ik geloof in een God die niet van steen is, maar die een hart heeft voor mensen. [Vg] [Al] Ik geloof in een God die ik niet kan zien, maar waarmee ik onlosmakelijk verbonden ben en die voelbaar wordt als ik me liefdevol inzet voor de anderen.
  12. 12. [Vg] Ik geloof in een God die niet sterk is, die lijden en geweld niet kan verhinderen, maar die wél wil dat wij lijdende mensen ondersteunen, dat wij zoeken naar vrede en gerechtigheid. [Al] Ik geloof in een God die mild is, maar streng voor wie een ander uitsluit omwille van huidskleur, afkomst of geslacht.
  13. 13. Ik geloof in een God die ons een verantwoordelijkheid heeft gegeven en talenten om het goede te doen. [Al] Ik geloof dat Jezus Christus ons heeft laten zien wat échte liefde is. Zijn geest werkt nog altijd verder doorheen ons.
  14. 14. (Prins Sieds / Löwenthal Tom) Laat onze woorden stijgen voor uw aangezicht als wierook. Zie in ons het verlangen een mens te zijn van U. Kom, adem ons open, Kom, adem ons open, adem ons open
  15. 15. Daar waar vriendschap is en liefde Daar waar vriendschap is, daar is god. Gij die ons in het leven roept en ieder kent bij name, wij bidden U en zoeken U Vader, verre vriend.
  16. 16. Gij die de mensen liefhebt en tot liefde hebt geschapen, wij zegenen Uw maaksel: mensen naar Uw beeld. Gezegend zij die vrienden zijn elkaar een steun en toeverlaat, die delen brood en leven, die heiligen Uw naam.
  17. 17. Gezegend zij die strijden voor vrede en gerechtigheid, gezegend de barmhartigen die uitzien naar Uw toekomst. Gezegend en geprezen zij die ongevraagd en ongezien hartverwarmend zijn en lief en eerlijk en getrouw.
  18. 18. Gezegend is de nieuwe mens die onze hoop verankert, die spreekt en is Uw eigen woord: vriendschap en waarheid, gebroken knecht, minste mens, dienaar van Uw trouw die leeft voor ons ten dode toe: Jezus Messias.
  19. 19. Gezegend zij die doen als Hij en opstaan tegen alle dood, die ademen zijn Geest, die leven naar Uw woord Gezegend zij die vrienden zijn, die moeizaam of van harte delen brood en vrede die stichten hier Uw rijk.
  20. 20. (Lieven Soetaert / Taizé) Gij die ons mensen hebt gemaakt, bekleed ons met Uw naam. Maak ons nieuw en zegen ons en schenk ons aan elkaar.
  21. 21.  Geef ons de vrede Dona la pace Signore, a chi confida in te, Dona, dona la pace Signore, dona la pace Geef ons Uw vrede, geef vrede, aan wie op U vertrouwt. Geef ons. Geef ons Uw vrede, geef vrede. Geef ons Uw vrede (Taizé
  22. 22. Voorz.: Allen: Voorz.: Allen: 1. Nu wij uiteen gaan, vragen wij God ga met uw licht voor ons uit. Nu wij uiteengaan wens ik jou toe: 1 V. Wie als een god wil leven hier op aarde A. Wie als een god wil leven hier op aarde V. Hij moet de weg van alle zaad En zo vindt hij genade A. En zo vindt hij genade. 2 Hij gaat de weg van alle aardse dingen Hij heeft het lot met hart en ziel van alle stervelingen 3 Hij wordt aan zon en regen prijsgegeven het kleinste zaad in weer en wind moet sterven om te leven. 4 De mensen moeten sterven voor elkander het kleinste zaad wordt levend brood zo voedt de een de ander. 5 En zo heeft onze God zich ook gedragen en zo is Hij het leven zelf voor iedereen op aarde. Wie als een god wil leven hier op aarde Ga met God Vaya con Dios en à Dieu Wie als een god wil leven hier op aar - de 2. Voor wie ons lief zijn vragen wij God: ga met uw licht vóór hen uit! Al onze vrienden wensen wij vrede: 3. Voor alle mensen in deze stad: Vrede en goeds in elk huis! Voor alwie kwamen onder dit dak: Hij moet de weg van alle zaad En zo vindt hij genade En zo vindt hij ge - - - na - - - - - de
  23. 23. Voorz.: Allen: Voorz.: Allen: 1. Nu wij uiteen gaan, vragen wij God ga met uw licht voor ons uit. Nu wij uiteengaan wens ik jou toe: 1 V. Wie als een god wil leven hier op aarde A. Wie als een god wil leven hier op aarde V. Hij moet de weg van alle zaad En zo vindt hij genade A. En zo vindt hij genade. 2 Hij gaat de weg van alle aardse dingen Hij heeft het lot met hart en ziel van alle stervelingen 3 Hij wordt aan zon en regen prijsgegeven het kleinste zaad in weer en wind moet sterven om te leven. 4 De mensen moeten sterven voor elkander het kleinste zaad wordt levend brood zo voedt de een de ander. 5 En zo heeft onze God zich ook gedragen en zo is Hij het leven zelf voor iedereen op aarde. Hij gaat de weg van alle aardse dingen Ga met God Vaya con Dios en à Dieu Hij gaat de weg van alle aardse dingen 2. Voor wie ons lief zijn vragen wij God: ga met uw licht vóór hen uit! Al onze vrienden wensen wij vrede: 3. Voor alle mensen in deze stad: Vrede en goeds in elk huis! Voor alwie kwamen onder dit dak: Hij heeft het lot met hart en ziel van alle stervelingen van al - - - le ster - ve - - lin - - - - gen
  24. 24. Voorz.: Allen: Voorz.: Allen: 1. Nu wij uiteen gaan, vragen wij God ga met uw licht voor ons uit. Nu wij uiteengaan wens ik jou toe: 1 V. Wie als een god wil leven hier op aarde A. Wie als een god wil leven hier op aarde V. Hij moet de weg van alle zaad En zo vindt hij genade A. En zo vindt hij genade. 2 Hij gaat de weg van alle aardse dingen Hij heeft het lot met hart en ziel van alle stervelingen 3 Hij wordt aan zon en regen prijsgegeven het kleinste zaad in weer en wind moet sterven om te leven. 4 De mensen moeten sterven voor elkander het kleinste zaad wordt levend brood zo voedt de een de ander. 5 En zo heeft onze God zich ook gedragen en zo is Hij het leven zelf voor iedereen op aarde. Hij wordt aan zon en regen prijsgegeven Ga met God Vaya con Dios en à Dieu Hij wordt aan zon en regen prijs – ge – ge - ven 2. Voor wie ons lief zijn vragen wij God: ga met uw licht vóór hen uit! Al onze vrienden wensen wij vrede: 3. Voor alle mensen in deze stad: Vrede en goeds in elk huis! Voor alwie kwamen onder dit dak: het kleinste zaad in weer en wind moet sterven om te leven. moet ster - ven om te le - - - - - ven.
  25. 25. Voorz.: Allen: Voorz.: Allen: 1 V. Wie als een god wil leven hier op aarde A. Wie als een god wil leven hier op aarde V. Hij moet de weg van alle zaad En zo vindt hij genade A. En zo vindt hij genade. 2 Hij gaat de weg van alle aardse dingen Hij heeft het lot met hart en ziel van alle stervelingen 3 Hij wordt aan zon en regen prijsgegeven het kleinste zaad in weer en wind moet sterven om te leven. 4 De mensen moeten sterven voor elkander het kleinste zaad wordt levend brood zo voedt de een de ander. 5 En zo heeft onze God zich ook gedragen en zo is Hij het leven zelf voor iedereen op aarde. 1. Nu wij uiteen gaan, vragen wij God ga met uw licht voor ons uit. Nu wij uiteengaan wens ik jou toe: De mensen moeten sterven voor elkander Ga met God Vaya con Dios en à Dieu De mensen moeten sterven voor el - kan - der 2. Voor wie ons lief zijn vragen wij God: ga met uw licht vóór hen uit! Al onze vrienden wensen wij vrede: 3. Voor alle mensen in deze stad: Vrede en goeds in elk huis! Voor alwie kwamen onder dit dak: het kleinste zaad wordt levend brood zo voedt de een de ander. zo voedt de een de an - - - - der.
  26. 26. Allen: Voorz.: Allen: 1 V. Wie als een god wil leven hier op aarde A. Wie als een god wil leven hier op aarde V. Hij moet de weg van alle zaad En zo vindt hij genade A. En zo vindt hij genade. 2 Hij gaat de weg van alle aardse dingen Hij heeft het lot met hart en ziel van alle stervelingen 3 Hij wordt aan zon en regen prijsgegeven het kleinste zaad in weer en wind moet sterven om te leven. 4 De mensen moeten sterven voor elkander het kleinste zaad wordt levend brood zo voedt de een de ander. 5 En zo heeft onze God zich ook gedragen en zo is Hij het leven zelf voor iedereen op aarde. En zo heeft onze God zich ook gedragen Ga met God Vaya con Dios en à Dieu En zo heeft onze God zich ook ge – dra - gen 2. Voor wie ons lief zijn vragen wij God: ga met uw licht vóór hen uit! Al onze vrienden wensen wij vrede: 3. Voor alle mensen in deze stad: Vrede en goeds in elk huis! Voor alwie kwamen onder dit dak: en zo is Hij het leven zelf voor iedereen op aarde. voor ie - - der - een op aar - - - - de. (Oosterhuis Huub/ ‘Al van den drogen haring’) Voorz.: 1. Nu wij uiteen gaan, vragen wij God ga met uw licht voor ons uit. Nu wij uiteengaan wens ik jou toe:

×