Werkwoordspelling Ik wordt of word?
Tegenwoordige tijd <ul><li>De tegenwoordige tijd is een makkie. Je hoeft maar één uitzondering te onthouden. </li></ul><ul...
Verleden tijd <ul><li>Maak onderscheid tussen  sterke werkwoorden  en  zwakke werkwoorden .  </li></ul><ul><li>  </li></ul...
Voltooid deelwoord <ul><li>Voltooid deelwoorden schrijf je vaak met ge- ervoor. Gelopen, gefietst etc. Voltooid deelwoorde...
Engelse werkwoorden <ul><li>We gebruiken steeds meer  Engelse werkwoorden  in onze taal. Hoe vervoeg je deze nieuwe werkwo...
Engelse werkwoorden 2 <ul><li>Faxen  (als je -en van het ww haalt, dan hoor je de -s van slang) Ik fax Jij faxt Ik faxte I...
Engelse werkwoorden 3 <ul><li>Eindigt een stam van een Engels werkwoord op een  dubbele medeklinker ? Dan verdwijnt er mee...
Engelse werkwoorden 4 <ul><li>Je moet Engelse werkwoorden met een  oo-klank  vernederlandsen. </li></ul><ul><li>  </li></u...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Tekstbureau T.I.M. Werkwoordspelling

873 views

Published on

In deze presentatie leg ik je uit hoe de werkwoordspelling werkt. Ook vertel ik je hoe je Engelse werkwoorden inhet Nederlands moet vervoegen.

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
873
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Tekstbureau T.I.M. Werkwoordspelling

  1. 1.   Werkwoordspelling Ik wordt of word?
  2. 2. Tegenwoordige tijd <ul><li>De tegenwoordige tijd is een makkie. Je hoeft maar één uitzondering te onthouden. </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Enkelvoud 1e persoon Ik – stam                            ik loop 2e persoon Je/jij, u – stam + t*             je/jij, u loopt 3e persoon Hij, zij, het – stam + t         hij, zij, het loopt </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Meervoud 1e persoon Wij – hele werkwoord        wij lopen 2e persoon Jullie – hele werkwoord     jullie lopen 3e persoon Zij – hele werkwoord         zij lopen </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>*Uizondering: Staat je of jij achter de stam? Kun je ze door elkaar gebruiken? Dan schrijf je alleen de stam. </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Voorbeeld: </li></ul><ul><li>Dans je/jij graag? Je schrijft alleen de stam. </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Maar: </li></ul><ul><li>Danst je broer graag? Stam + t, want je kunt je niet door jij vervangen. </li></ul>
  3. 3. Verleden tijd <ul><li>Maak onderscheid tussen sterke werkwoorden en zwakke werkwoorden . </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Sterke werkwoorden veranderen van klank: </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>zwemmen – zwommen. </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Deze werkwoorden doe je meestal goed. Raadpleeg anders het woordenboek: www.vandale.nl . </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Moeilijker zijn de zwakke werkwoorden (rennen - renden), maar gelukkig bestaat er een ezelsbruggetje: ’t kofschip! Haal –en van het hele werkwoord. Wat blijft er nu als laatste letter van het woord over? Zit die letter in ’t kofschip? </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Let op: de -o en –i tellen niet mee! </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Als je antwoord ja is, dan schrijf je –te(n) in de verleden tijd. </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>dansen – dans – laatste letter is een –s, die letter zit in ’t kofschip – danste(n) </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Is je antwoord nee, dan schrijf je –de(n). </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>reizen – reiz – laatste letter is een –z, die letter zit niet in ’t kofschip – reisde(n) </li></ul><ul><li>  </li></ul>
  4. 4. Voltooid deelwoord <ul><li>Voltooid deelwoorden schrijf je vaak met ge- ervoor. Gelopen, gefietst etc. Voltooid deelwoorden hebben ook altijd een hulpwerkwoord bij zich: worden, zijn of hebben. Ik ben gevallen etc. </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Snap je de verleden tijd, dan begrijp je ook het voltooid deelwoord. Het werkt op precies dezelfde manier. Nu schrijf je alleen geen -te(n) of –de(n), maar –t of –d. Gebruik het ezelsbruggetje: 't kofschip! </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Voorbeeld: gedanst en gereisd. </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Gebruik je het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord ? Dan schrijf je het woord zo kort als mogelijk is. </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Voorbeeld: de verbreedde weg (fout) – de verbrede weg de beantwoordde brief (fout) – de beantwoorde brief </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord: de mooie stoel. </li></ul>
  5. 5. Engelse werkwoorden <ul><li>We gebruiken steeds meer Engelse werkwoorden in onze taal. Hoe vervoeg je deze nieuwe werkwoorden? </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>1. Het zijn allemaal zwakke werkwoorden . Je krijgt geen klinkerverandering in de verleden tijd zoals bij zwemmen – zwommen. Een Nederlands voorbeeld van een zwak werkwoord is fietsen – fietsten. </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>2. Je vervoegt deze werkwoorden op de klank . Dat doe je zo: </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Je haalt -en van het hele werkwoord. </li></ul><ul><li>Dan luister je hoe het woord klinkt. Bijvoorbeeld racen – rees. Je hoort de letter -s op het eind. De letter -s staat in ’t kofschip . Je plaatst dus -te achter de stam racete. Let op! Om die s-klank te houden moet je de letter -e laten staan, anders spreek je het woord uit als rakte. </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Downloaden (als je -en van het ww haalt, dan hoor je de -d) Ik download Jij downloadt Ik downloadde Ik heb gedownload </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Rugbyen (als je -en van het ww haalt, dan hoor je de -ie) Ik rugby Jij rugbyt Ik rugbyde Ik heb gerugbyd </li></ul>
  6. 6. Engelse werkwoorden 2 <ul><li>Faxen (als je -en van het ww haalt, dan hoor je de -s van slang) Ik fax Jij faxt Ik faxte Ik heb gefaxt </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Eindigt de stam van het Engelse werkwoord op de letter -e , dan blijft die letter -e staan. Anders spreek je het woord verkeerd uit. </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Racen (als je -en van het ww haalt, dan hoor je de -s van slang) Ik race Jij racet Ik racete Ik heb geracet </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Saven (als je -en van het ww haalt, dan hoor je de -v van vis) Ik save Jij savet Ik savede Ik heb gesaved </li></ul><ul><li>  </li></ul>
  7. 7. Engelse werkwoorden 3 <ul><li>Eindigt een stam van een Engels werkwoord op een dubbele medeklinker ? Dan verdwijnt er meestal één. </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Grillen Ik gril Jij grilt Ik grilde Ik heb gegrild </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Crossen Ik cros Jij crost Ik croste Ik heb gecrost </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>  </li></ul>
  8. 8. Engelse werkwoorden 4 <ul><li>Je moet Engelse werkwoorden met een oo-klank vernederlandsen. </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Choken Ik chook Jij chookt Ik chookte Ik heb gechookt </li></ul><ul><li>  </li></ul><ul><li>Scoren Ik scoor Jij scoort Ik scoorde Ik heb gescoord </li></ul>

×