Uploaded on

 

More in: Technology , Business
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
No Downloads

Views

Total Views
421
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
1

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Over het ontstaan van variatie Vijko P.A. Lukkien Studiereis naar Suriname en Frans Guyana 2010
  • 2.  
  • 3.  
  • 4. Bestuiving
    • Kruisbestuiving is wenselijk
    • Dus pollen moet tussen planten getransporteerd worden
    • Omdat bloemen meestal hoog zitten is water geen optie meer
    • Wat zijn de mogelijkheden?
  • 5.
    • Dieren gaan een rol spelen in de bestuiving van bloemen.
    • Dit gaat gepaard met de ontwikkeling van een enorme vormen(soorten)rijkdom binnen de bloemplanten.
    • “ de wereld krijgt kleur en geur”
  • 6. Bloemplanten en bestuivers Heeft de co-evolutie met bestuivers geleid tot soortvorming Birds Bats
  • 7. Bloemplanten - vormenrijk
    • 200.000 – 250.000 soorten
    • Mogelijk is de grote diversiteit te danken aan de efficiënte bestuivings- en verspreidingswijzen
  • 8. De eerste Bloemplant ? c. 125.000.000 bp
  • 9. Magnoliales
  • 10. Bloeiwijzen
  • 11. Bestuivingsvormen
    • Wind
    • Water
    • Insekten
    • Vogels
    • Vleermuizen
    • (Andere Zoogdieren)
  • 12. Bestuiving door de Wind
    • Helmknoppen beweeglijk en buiten de bloem
    • Geen/gereduceerd bloemdek
    • Helmknoppen rijp voor bladeren
    • Veel droog pollen
    • Stempel groot en kleverig
    • Een of twee zaadknoppen (kans op bevruchting klein)
  • 13. Naaldbomen Larix
  • 14. Bestuiving door middel van Water
    • Gereduceerde bloemen
    • Eenslachtig
    • Zeer divers (boven water, onder water, zinkend pollen)
  • 15.  
  • 16.
    • Dieren gaan een rol spelen in de bestuiving van bloemen.
    • Dit gaat gepaard met de ontwikkeling van een enorme vormen(soorten)rijkdom binnen de bloemplanten.
    • “ de wereld krijgt kleur en geur”
  • 17. Belonen voor bestuiven
    • Pollen (bijen, kevers)
    • Nectar (insecten, vogels, vleermuizen e.a.)
    • Olie (mieren)
    • Voedsellichaampjes
    • Geurstoffen
    • Broedplaats
    • Schuilplaats
    • Pseudocopulatie
  • 18. reclame en lokmiddelen
    • Geur
    • Kleur
    • Honingmerken
    • Bewegende delen
    • Lichtvensters
  • 19. Bestuiving door vogels
    • Bloem buisvormig, stevig, bloei overdag, vruchtbeginsel beschermd, hangend.
    • Kleur levendig (geel of rood)
    • Veel nectar, diep, geen nectarmerk
    • Geen geur
  • 20.  
  • 21.  
  • 22. Evolutie en Murphy Honingmijten liften mee met kolibries In de neusgaten
  • 23.  
  • 24. Bestuiving door vleermuizen
    • Bloem groot, wijde opening of compacte stevige bloeiwijzen
    • Vuil-wit, crème tot groenig-paars
    • Zeer veel nectar en pollen
    • Sterk geurend naar rottend fruit
    • Bloemen ver buiten bladeren (cauliflorie en flagelliflorie)
  • 25. Flagelliflorie
  • 26. Cauliflori
  • 27. Cauliflorie
  • 28.  
  • 29.  
  • 30. Bestuiving door Insekten
    • Zeer divers
  • 31. Bijen
    • Zygomorfe bloemen, diep, met landingsplaats
    • Levendig blauw of geel (UV)
    • Nectarmerk,
    • Nectar verborgen, niet te diep, niet zeer veel
    • Aangename milde geur
    • Ook pollenbloemen (Wilg)
  • 32. Honingmerken
  • 33.  
  • 34.  
  • 35. Hommels
    • Als bijen maar bloemen steviger
    • Vaak met spoor
    • Inbraak
  • 36.  
  • 37.  
  • 38. nectarroof
  • 39. Vijgen en Wespen
  • 40.  
  • 41. Dagvlinders
    • Bloemen opgericht of in schermen
    • Bloei overdag
    • Levendige kleur (vaak rood)
    • Nectar overvloedig, verborgen in nauwe buis. Nectarmerken of mechanische tong-begeleiders
    • Aangename geur
  • 42.  
  • 43. Nachtvlinders (motten)
    • Bloemen afstaand of hangend
    • Bloei ’s nachts
    • Kleur wit of onopvallend
    • Nectar zeer overvloedig, zeer diep verborgen in nauwe buis of diepe spoor
    • Zware parfumachtige geur
    • Meeldraden los en ver uit bloem
  • 44.  
  • 45.  
  • 46. Yucca en Yuccamot
  • 47.  
  • 48.  
  • 49. Aasvliegen
    • Doffe donkere kleuren
    • Diep met vangmechanismen of vlak
    • Vlekken patronen, haren, draden
    • Aasgeur ( Aristolochia , Arum )
    • Geen nectar
    • Meeldraden en stampers in diepte
  • 50.  
  • 51. Een gevangenis van rottend vlees.
  • 52. Misleiding met dodelijke gevolgen
  • 53. Kevers
    • Bloemen groot, makkelijk toegankelijk
    • Vaak doffe donkere kleuren
    • Geen nectarmerk, soms nectar, makkelijk bereikbaar
    • Sterke geur (rottend fruit)
    • Veel pollen
    • Meeldraden en stampers geexponeerd
  • 54.  
  • 55. Bestuiving door (andere) zoogdieren Australie: Opposums
  • 56. Pseudo-copulatie