Henriette Reerink (UB Amsterdam) & Saskia van Bergen (UB Leiden) (Rappportage 4) - 19 september 2012

  • 589 views
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
589
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Subsidieregeling ’Digitaliseren met beleid’Format eindverslag ontwikkelingsprojectBij de vaststelling van uw project dient u onder meer een eindrapportage op te leveren.Deze rapportage moet uiterlijk 3 maanden na einddatum in bezit zijn van Agentschap NL, Digitaliserenmet beleid. De rapportage dient als volgt opgebouwd te worden:1. Algemene projectgegevens: Projectnummer DMBO09129 Projecttitel UNICUM Projectleider (bij samenwerkingsprojecten de penvoerder) Henriette Reerink (UB Amsterdam) Looptijd 1 maart 2010 – 28 februari 20122. Eindresultaat van het projectBeschrijf hier het resultaat aan de hand drie criteria van de subsidieregeling, met foto’s en figuren terverduidelijking. Geef ook aan of en op welke punten het resultaat afwijkt van het projectplan.Toetsing aan de hand van de drie criteria van de subsidieregeling, 1. vernieuwing, 2. digitaletoegankelijkheid en 3. kennisoverdracht zoals beschreven in het projectplan van 21 september 2009. 1. Vernieuwing: beoogd en gerealiseerd  Ontwikkeling van functionaliteit om collectiebeschrijvingen te koppelen aan objectbeschrijvingen incl. bijbehorende digitale afbeeldingen.  Gebruikmaking in Nederland van het EAD format voor museale collecties.  Ontwikkeling van een online invoermodule voor collectiebeschrijvingen (en thema’s en topstukken) waarmee direct xml bestanden worden gegenereerd (het inventarisniveau is achterwege gelaten).Screenshot invoermodule collectiebeschrijvingen en verhalen (thema’s en topstukken)
  • 2. Vernieuwing: extra  Toetsingsmethodiek voor kwaliteitscontrole digitale afbeeldingen vlg. de Richtlijnen van DEN2. Digitale toegankelijkheid: beoogd en gerealiseerd  Toegang tot de academische collecties is verbeterd door de gebouwde website. Museale, archivale en bibliotheekcollecties zijn beschikbaar gesteld in één sectoroverschrijdend portaal.Sreenshot website www.academischecollecties.nl  Mogelijkheid tot geleidelijke beschikbaarstelling van content, incl. handleiding en protocol.  De SAE draagt minimaal tot 2015 zorg (financieel en beleidsmatig) voor aanvulling van de content. De SAE is hiertoe een project gestart met als thema expedities in samenwerking met Wikipedia en het KIT  Technische mogelijkheid tot uitwisseling van content naar Europeana (contract nog te tekenen)
  • 3.  Alle UNICUM partners hebben geprofiteerd van de basisdigitaliseringsgelden om extra delen van hun collecties beschikbaar te kunnen stellen T.b.v. de website is een infrastructuur gebouwd door het Digitaal Productie Centrum (DPC) dat de aggregatie in de toekomst zal hosten.Digitale toegankelijkheid: beoogd, (nog) niet gerealiseerd Mogelijkheid tot uitwisseling van content naar Europeana en ArchiveGrid (nog te realiseren). Dit is afhankelijk van een door de SAE georganiseerde bijeenkomst over Europeana op 1 juni 2012 (de bijeenkomst hierover die op 3 februari was georganiseerd kon plotseling niet doorgaan vanwege de weersomstandigheden). Opname van de aggregatie in Het Geheugen van Nederland. In overleg met SenterNovem is hiervan afgezien omdat de Koninklijke Bibliotheek vanwege stopzetting van het GvN niet meer over middelen beschikte om de aggregatie in het GvN op te nemen. Het project heeft zich niet gebogen over de duurzame opslag van de afbeeldingen die gemaakt zijn met de basisdigitaliseringsgelden, ervan uitgaand dat dit een eigen verantwoordelijkheid van de deelnemende instellingen is. Binnen het portaal kunnen archieven tot op inventarisniveau worden opgenomen. Er is echter voor gekozen deze niet via de site zelf ter beschikking te stellen maar daarvoor door te linken naar de eigen webpresentatie van de beherende instelling. Het is, gezien de complexiteit en de veelheid aan mogelijkheden, niet gelukt een invoermodule voor het inventarisniveau te bouwen.
  • 4.  Doorsluizen van de collectiebeschrijvingen vanuit UNICUM naar ArchiveGrid moet nog gereactiveerd worden. Digitale toegankelijkheid: extra  Er zijn keuzes gemaakt m.b.t. unieke identifiers van objecten en collecties voor uitwisseling van deze UNICUM content.  Er zijn een kleine 30 collectiebeschrijvingen meer vervaardigd dan de zes oorspronkelijk beoogde. 3. Kennisoverdracht:  Het project als geheel heeft geprofiteerd van het sectoroverschrijdende aspect. Alle instellingen, zowel de musea als de bibliotheken met hun uiteenlopende materiaal, hebben veel van elkaar geleerd. Kennis is met name opgedaan op het gebied van metadatering en technische aspecten die bij beschikbaarstelling en internationale uitwisseling van belang zijn.  Het DPC heeft t.b.v. het project 1. richtlijnen voor aanlevering voor de UNICUM partnerinstellingen opgesteld en een strakke workflow opgezet, alsmede uitvoering gegeven aan 2. de kwaliteitscontrole van de digitale afbeeldingen vervaardigd vlg. de DEN normen. Beide kunnen in toekomstige projecten toegepast worden.  De projectresultaten zijn gedeeld met de UKB werkgroep EAD. Contact met het Institute for Logic, Language and Computation is niet uitgebouwd.  Kennis omtrent UNICUM is gedeeld op congressen in de vorm van presentaties en posters (LIBER2011 (Barcelona), DISH2011 (Rotterdam), UMAC/ICOM2010 (Singapore) en ook 2011 (Lissabon), Academisch Erfgoed Conferentie 2011 (Gent)  Voor de eigen achterban zijn/worden expert meetings georganiseerd (training collectiebeschrijving in EAD, training onderwerpsontsluiting, informatiebijeenkomst over Europeana en de contractaanpassingen). Er is een artikel verschenen in Liber Quarterly en er zal een artikel in het Vlaams-Nederlandse tijdschrift Studium verschijnen. Er zal een stuk voor het blog van DEN worden geschreven.  Mede dankzij dit project hebben zich vier universiteiten aangesloten bij de SAE en zullen zodoende in 2012 content gaan leveren aan het portaal (Wageningen, Maastricht, VU Amsterdam, Eindhoven). Het is eveneens de bedoeling dat de Universiteitbibliotheken Utrecht en Groningen gaan leveren aan het portaal.3. Overzicht personeelsinzet en uitgevoerd werk Geef hier een overzicht (bv. via onderstaande tabel) van de ingezette medewerkers en hun bijdrage aan het uitgevoerde werk. Aanvrager of Medewerker Tijdsinzet Bijdrage (doel of werkpakket) deelnemer verslagperiode UBA Amsterdam Martine van den WP1, WP2, WP3 (mappings), WP6 Burg UBA Amsterdam Marike van Roon WP3 UBA Amsterdam Henriette Reerink Projectleiding, WP9, WP11, WP12 UBA Amsterdam Peter Klaver Financiën, WP12 UBA Amsterdam - Caspar Treijtel WP4, WP6, WP10 DPC
  • 5. UBA Amsterdam - Hans Scholte WP5, WP7, WP8 DPC UBA Amsterdam - Hetty Walstra WP3 DPC UBA Amsterdam - Wilbert Hengst Technische voorbereidingen DPC TU Delft Library Han Heijmans WP2, WP3, WP5, WP6, WP7, WP11, WP12 Universiteitsmuseum John LeGrand WP2, WP3, WP5, WP6, WP7, Groningen WP11, WP12 UB Leiden Saskia van Bergen WP3, WP5, WP6, WP7, WP11, WP12 UB Leiden Jef Schaeps WP2 Universiteitsmuseum Jet Blokhuis WP2, WP3, WP5, WP6, WP7, Utrecht WP11, WP12 Voor de tijdsinzet gedurende de verslagperiode, zie de specificatie projectkosten ontwikkelingsproject 2009 UNICUM DMBO091294. Knelpunten en oplossingen Geef hier aan welke problemen en knelpunten zich hebben voorgedaan, welke oplossingen zijn gekozen en waarom. Metadata objecten De metadatacomponent van het project is, ondanks alle afbakening, toch nog onderschat. Geen website waarop objecten worden gepresenteerd, zonder deugdelijke metadata. Vooral bij metadata werkt het principe dat ze eerst gezamenlijk, in samenhang, getoond moeten kunnen worden, voordat het werkelijk doordringt wat de consequenties van inconsistenties en foutieve invoer zijn. In het projectinitiatiedocument was vastgelegd dat UNICUM niet gericht was op vulling van de te bouwen infrastructuur. Maar de basisdigitaliseringsgelden maakten dat de vulling van de site toch meer aandacht kreeg. Er zijn binnen het project ook geen objectbeschrijvingen gemaakt, maar de data moest toch in een heel aantal gevallen aangepast worden. Binnen het project is uiteindelijk gekozen voor de internationale metadata standaard CDWALite (data structuur) als beheersformaat van UNICUM voor de academische collecties. Aan de deelnemende instellingen is geadviseerd in de toekomst CCO als content standaard te gaan gebruiken voor het beschrijven van de objecten uit de academische collecties. Het gebruik van CDWALite heeft bij alle instellingen de kennis rondom de metadata uitdagingen naar een hoger plan getild. Het uitwisselingsformaat vanuit de UNICUM aggregatie naar de RCE (DiMCoN) en Europeana is Dublin Core Vanwege de inconsistenties in de metadata is er besloten per instelling eenmalige conversiespecificaties op te stellen om de instellingen tegemoet te komen en de problematiek goed te leren kennen. Aan het eind van het project zijn duurzame mappings opgeleverd. Bij toekomstige uploads zal van de duurzame mappings gebruik gemaakt gaan worden, hetgeen betekent dat de werklast voor aanlevering in het juiste formaat (correcte MARC of ADLIB xml) bij de instellingen zelf komt te liggen (i.p.v. bij het project). Voor het optimaal benutten van de mogelijkheden van het UNICUM portaal, zullen instellingen zelf de koppeling tussen collectiebeschrijvingen en items moeten gaan leggen in hun metadata of via een mee te leveren concordantietabel.
  • 6. Vanuit het project is aan de SAE geadviseerd de mogelijkheden te onderzoeken voor een gezamenlijk datacleaning en –verrijkingsproject. Het opschonen en verrijken van de metadata (dit kan voor een groot deel automatisch uitgevoerd worden, bijv. m.b.v. de SIP Creator van Delving) kan een diepte investering zijn die zich op de langere termijn terugbetaalt. De afdeling Acquisitie & Metadatadiensten van de UB Amsterdam heeft desgewenst aangeboden een bijdrage te leveren aan een onderzoek door een workshop te organiseren (1 dagdeel) waarin gezamenlijk de lessen van het UNICUM- project doorgenomen worden en de uitgangspunten en specificaties voor een vervolgtraject/onderzoek vastgelegd kunnen worden. Metadata collecties Collecties worden binnen UNICUM vlg. het EAD format beschreven. Hiertoe is een online invoermodule ontwikkeld door het DPC waarmee de UNICUM partners eenvoudig collectiebeschrijvingen in de DPC systemen kunnen uploaden1. Zij hebben alle toegangscodes ontvangen om de invulformulieren online in te kunnen vullen. De invoermodule reikt tot op het collectieniveau. Het is, gezien de complexiteit en veelheid aan mogelijkheden die beschrijven vlg. de EAD standaard biedt, in dit project niet gelukt een invoermodule voor het inventarisniveau te bouwen. Er is voor gekozen om dit aspect te laten rusten omdat de verwachting is dat de instellingen die t/m het inventarisniveau beschrijven, de xml direct aan het DPC zullen aanleveren. Onderwerpsontsluiting Tijdens het project bleek dat de museale partners weinig ervaring hadden met gecontroleerd vocabulaire. Thesauri op het gebied van specifieke academische collecties (zoals bijv. natuurwetenschappelijke collecties) bleken niet bekend te zijn en lijken vooralsnog ook internationaal niet voorhanden te zijn. Bij de metadataconversies bleken ook fouten in de metadatavelden voor trefwoorden voor te komen bij alle partners (bijv. verschillende trefwoorden in één veld, i.p.v. in afzonderlijke velden). Met dit soort fouten treden instellingen liever niet naar buiten bij webpublicatie. Binnen het project is er een extra middag georganiseerd door de afdeling Acquisitie & Metadatadiensten van de UB Amsterdam over praktische toepassing van onderwerpsontsluiting voor het UNICUM portaal. Vanuit UNICUM wordt de deelnemende instellingen geadviseerd om minimaal gebruik te maken van de AAT (Art and Architecture Thesaurus) en de Nederlandse Basisclassificatie voor collectiebeschrijvingen om het UNICUM portaal optimaal te kunnen benutten. Website Het succes van UNICUM in de toekomst is afhankelijk van 1. toekomstige aanlevering van content en collectiebeschrijvingen (valt buiten het project) en van 2. aanlevering van correcte metadata (ook itembeschrijvingen!), van 3. eenvoudige invoer- en uploadmogelijkheden , van 4. een lichte vorm van redactie. 1. Er is eind augustus 2012 een nieuwe mogelijkheid (eens per half jaar) om objecten en metadata toe te voegen aan de aggregatie. Collectiebeschrijvingen en verhalen (thema’s en topstukken) kunnen doorlopend toegevoegd worden via de invoermodule die dagelijks geharvest wordt voor de website. De instellingen hebben toegezegd van deze mogelijkheid1 https://docato.uba.uva.nl/unicum
  • 7. gebruik te maken. Leiden beoogd de collectie LUMC en de Sterrewacht toe te voegen, Amsterdam de collectie van het Allard Pierson Museum en Delft een gedeelte van haar fotocollectie. 2. Zie hierboven 3. De invoer van collectiebeschrijvingen en verhalen via de invoermodule is eenvoudig. Het uploaden van objecten en metadata is eveneens eenvoudig mits ze goed zijn aangeleverd door de instellingen. Juiste aanlevering stelt alle instellingen voor uitdagingen. De verwachting is dat de diepte investering die tijdens het project is gedaan m.b.t. juiste aanlevering zijn vruchten in de toekomst zal afwerpen. Het DPC heeft richtlijnen opgesteld voor de aanlevering voor nieuwe uploads. De hoop is dat de instellingen in de toekomst geharvest kunnen worden. Bij het DPC is een ervaren medewerker verantwoordelijk voor acceptatie van de nieuwe uploads. 4. Aanvankelijk was er geen redactie en inhoudelijk beoogd voor de site. De coördinator van de SAE is vrijgesteld om daar een aantal uren per maand voor te zorgen.EuropeanaTechnisch gezien staat de data klaar om geharvest te kunnen worden door de RCE in DiMCoN omvervolgens doorgesluisd te worden naar Europeana. Voordat het groene licht hiervoor gegeven kanworden, moeten de SAE leden zich uitspreken of ze akkoord gaan met het nieuwe contract dat eind2011 is opgesteld door de RCE/Europeana waarin is overgegaan op de copyright licentie CreativeCommons Zero. De SAE heeft hiertoe een informatieve bijeenkomst georganiseerd op 3 februari2012 die onverhoopt niet kon doorgaan vanwege hevige sneeuwval. Deze bijeenkomst zal nu op 1juni worden gehouden. Hierna zullen de SAE instellingen besluiten of ze willen dat hun data wordtopgenomen in Europeana. Het DPC biedt de mogelijkheid de data per instelling (niet per collectie)te blokkeren voor harvesting.In beheername:Werkpakket 10 was gewijd aan de overgang van het project naar een dienst. Hiertoe diende eencontract tussen het DPC (als beheerder en host van www.academischecollecties.nl) en de SAE (alsopdrachtgever). Momenteel wordt gewerkt aan het opstellen van een dienstbeschrijving door hetDPC. De dienstbeschrijving zal na een jaar geëvalueerd worden.Voor de SAE blijft de mogelijkheid open om de aggregatie op termijn door een andere partner,zoals bijv. een bedrijf als Delving tegen een commercieel tarief, te laten hosten en beheren. HetUNICUM portaal is in principe overdraagbaar omdat de aggregatie gebaseerd is op xml en openstandaarden.Toekomstige uploadsElke upload of verbetering heeft tijdens het project veel tijd gekost. Foutloze aanleveringen hebbenwe tijdens het project niet mogen meemaken. Opeenvolgende verbeteringen waren vervolgens ookniet foutloos. Geconcludeerd kan worden dat uploaden en verbeteren een arbeidsintensief procesblijft. Er is in dit opzicht zoveel mogelijk verbeterd gedurende het project en instellingen zijn zichterdege bewust van de valkuilen. Maar harde garanties dat het in de toekomst soepel zal gaan, zijnhelaas niet te geven. Het valt te overwegen om in de toekomst de extra tijd die het DPC kwijt isdoor het uploaden van foutieve batches aan de individuele instellingen in rekening te brengen.Basisdigitalisering
  • 8. Met de gelden voor basisdigitalisering hebben de instellingen verschillende collecties gedigitaliseerd. Die variëteit, die gewenst was om een representatief beeld van de academische collecties te kunnen tonen, heeft veel voeten in de aarde gehad. Vanwege de aangetroffen inconsistenties in de metadata per collectie moest met meerdere metadataconversiespecificaties per instelling gewerkt worden. Voor de voortgang was het beter geweest de wens van diversiteit en representativiteit te laten varen en per instelling slechts één collectie te digitaliseren waarvan metadata aanwezig was. Doordat het nu op de meest complexe wijze gegaan is, is binnen het project wel ervaring opgedaan met alle metadata- en aanleverings struikelblokken die bij een dergelijk om de hoek komen kijken. In de (toekomstige) workflow die gekoppeld is aan opgestelde richtlijnen voor aanlevering is hier dan ook zoveel mogelijk rekening mee gehouden. Bij het DPC is voorzien in een helpdeskfunctie en wordt een ervaren medewerker verantwoordelijk voor acceptatie van nieuwe uploads. Unieke identifiers en ISIL code Om er zeker van te zijn dat de aangeleverde identifiers van de data van de aanleverende instellingen uniek zijn, is er binnen UNICUM gekozen de URN standaard te gebruiken voor de identifiers van de aangeleverde objecten. Hiertoe is bij DANS voor de UNICUM aggregatie een namespace gereserveerd. Identifiers binnen UNICUM domein krijgen dan ook een voorloop als: voor Groningen bijv. urn:nbn:nl:ui:36-umg-ID object, voor Leiden bijv. urn:nbn:nl:ui:36-ubl-ID object. Om te garanderen dat de door de instellingen gekozen identifiers van de collecties uniek zijn is gekozen om de gestandaardiseerde ISIL-code (ISIL is een ISO standaard) als voorloop toe te voegen: voor Delft bijv. NL-DeTU-ID collectie, voor Utrecht bijv. NL-UtUMU-ID collectie Nu doet zich t.a.v. die ISIL code nog een probleem voor omdat er in Nederland verwarring rond de uitgifte bestaat. Afhankelijk van de uitkomsten van onderzoek hieromtrent (n.a.v. UNICUM) zal de ISIL-code binnen UNICUM op deze wijze gehandhaafd blijven of zal er overgegaan worden op een andere standaard. Vertraging en urenoverschrijding Het project heeft met tegenslagen te kampen gehad (zieke medewerkers, hardware die aangepast diende te worden) en vertraging opgelopen die o.a. te maken had met de complexiteit van het project en drukke werkzaamheden binnen de eigen organisatie. De vertragingen zijn nagenoeg ingelopen. Bij een klein aantal projectresultaten moeten nog de puntjes op de i worden gezet. Dit zal gegarandeerd gebeuren in de nabije toekomst omdat het project wordt omgevormd tot een goed lopende dienst. Er heeft een substantiële urenoverschrijding plaatsgevonden die tijdens het project, en eigenlijk al daarvoor, is ingecalculeerd. De urenoverschrijding had vooral te maken met de uitdagingen rond de metadata en een te lage begroting van de uren voor de bouw van de site. De overschrijding van de projectmanagement uren zijn o.a. te wijten aan de complexiteit van het project, de diversiteit en hoeveelheid externe partners, de interne organisatie bij de penvoerende instelling, de tegenslagen en vertragingen. De urenoverschrijding zijn binnen de deelnemende instellingen opgevangen. Als laatste moet genoemd worden dat projectleiders binnen de UBA uren van projectmedewerkers niet kunnen goedkeuren, omdat dit in de lijnorganisatie gebeurt. Hiermee ontbreekt een essentieel sturingselement.5. Nieuwe functionaliteiten
  • 9. Beschrijf welke nieuwe functionaliteiten zijn ontwikkeld en op welke wijze zij beschikbaar komen voor anderen. Invoermodule collectiebeschrijvingen en verhalen (topstukken en thema’s) De 3 invoermodules zijn gebouwd in de webapplicatie OUI van het DPC die met een internetbrowser wordt gebruikt. Alle deelnemende instellingen krijgen een inlogcode en hebben een technische en inhoudelijke handleiding gekregen voor het gebruik van deze invoermodulen. De invoermodule collectiebeschrijvingen genereert collectiebeschrijvingen in xml vlg. het EAD format. De verhalen invoermodules genereren valide xml voor op de site. In de module is voorzien in koppelingen met de afbeeldingen in de UNICUM repository. De instellingen kunnen de invoermodules gebruiken voor het uploaden van collectiebeschrijvingen en verhalen naar de UNICUM aggregatie (maar dit hoeft niet, instellingen kunnen ook direct valide xml aanleveren aan het DPC). Indien instellingen de invoermodules voor eigen gebruik willen aanwenden (dus niet voor UNICUM) dienen hierover aparte afspraken met het DPC te worden gemaakt. Te harvesten aggregatie De UNICUM aggregatie kan geharvest worden door de RCE / Europeana via het OAI-PMH protocol. Indien andere instellingen gaan deelnemen aan UNICUM zullen ook hun data geharvest kunnen worden. Instellingen kunnen ook kiezen om buiten de harvesting te blijven. Uitsluiting kan op instellingsniveau, niet op collectieniveau.6. De voortgang in de samenwerking Geef een toelichting op de samenwerking waarbij de volgende punten worden meegenomen: projectorganisatie, onderlinge kennisuitwisseling, inhoudelijke afstemming, wijze en frequentie van contacten, additionele nationale/internationale samenwerking, eventuele knelpunten. De samenwerking is goed tot redelijk verlopen. Lastig was het bij tijd en wijle dat het kennisniveau van de deelnemende instellingen uiteenliep en dat benodigde kennis, achteraf gezien, te veel geconcentreerd was bij een enkeling, wat het project kwetsbaar maakte. De externe samenwerking liep goed, op wat vertragingen na. Aan het eind van het project was ook wel te horen dat het voor een aantal instellingen ‘een ver van hun bed show’ dreigde te worden. De interne samenwerking bij de UB Amsterdam, die het voortouw heeft genomen in dit ontwikkelingsproject, heeft voor enkele spannende uitdagingen gestaan, waarvan een enkele nog opgelost dient te worden (de in beheername tussen SAE en DPC en een beproefde strakke en gestroomlijnde toekomstige workflow voor aanlevering en verwerking). Met name de externe museale partners hebben optimaal van UNICUM kunnen profiteren en hebben nog niet overmatig veel hoeven investeren in andere zaken dan die hun eigen content en kennisuitbreiding betreffen. Leiden en Amsterdam hebben zwaar geïnvesteerd in het project waar het metadata betreft. Zij hebben daarin ook een grote kennisslag gemaakt wat ook hun instellingen ten goede komt. Het project heeft evenwel een zwaar beslag op de tijd en inzet van de teamleden gelegd, terwijl de beschikbare tijd niet ruim begroot was. Het enthousiasme voor UNICUM is gedurende het project groot gebleven. Het projectteam kwam 1x per kwartaal bijeen. Een UNICUM kerngroep vergaderde met zekere regelmaat, zeker op het eind. De laatste 3 maanden van het project was er wekelijks voortgangsoverleg tussen alle DPC teamleden en de projectleider. Na afloop van het project heeft
  • 10. zich een kleine UNICUM werkgroep geformeerd om ook in de toekomst zorg te dragen voor het UNICUM portaal. Er is geregeld contact geweest met - en gerapporteerd aan Digitaal Erfgoed Nederland. De tijd zal leren of de SAE site in de toekomst een bestendige en veel gebruikte publieksinterface voor de eigen collecties zal worden of dat het project z’n sporen vooral zal verdienen op het gebied van kennisontwikkeling (metadata en techniek), sectoroverschrijdende samenwerking en internationale uitwisseling van content.7. De outputparameters van het project Geef een overzicht van de output die is gegenereerd in de projectperiode. Denk hierbij aan de volgende onderwerpen: 1. Publicaties: citatie (titel, auteurs, tijdschrift, issue) en status (ingediend /geaccepteerd / gepubliceerd).  UNICUM: a Portal to Dutch Academic Heritage. Henriette Reerink. In: Liber Quarterly vol 21(2012), no 2.  Er zal nog een artikel verschijnen in het Vlaams-Nederlandse tijdschrift Studium 2. Abstracts: presentaties, lezingen en ‘invited lectures’ (titel, spreker, gelegenheid).  2010/11/12 ICOM conferentie in Shanghai: poster sessie over UNICUM door Steph Scholten.  2011/03/17 Academisch Erfgoed conferentie in Gent: Poster sessie over UNICUM door Esther Boeles en Marike van Roon.  2011/07/01 Liber conferentie in Barcelona: Unicum a portal to the Dutch Academic Collections door Henriette Reerink. Power point presentatie in PDF - http://bibliotecnica.upc.edu/LIBER2011/content/parallel-sessions-2#session-11-3  2011/09/23 UMAC conferentie in Lissabon: Unicum a portal to the Dutch Academic Collections door Marike van Roon.  2011//12/08 DISH conferentie in Rotterdam. www.academischecollecties.nl. A portal to Dutch academic heritage door Saskia van Bergen en Henriette Reerink. 3. (Inter)nationale contacten met andere instellingen, bedrijven, andere samenwerkingsverbanden, netwerken gerelateerd aan het project.  DEN heeft op initiatief van UNICUM een controle methodiek voor toetsing van de DEN richtlijnen voor digitale afbeeldingen opgesteld.  De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zal als nationale Europeana aggregator zorg dragen voor opname van UNICUM in Europeana.  Er is contact gelegd met het Rotterdamse bedrijf Delving i.v.m. een evt. toekomstig datacleaning en verrijkings project 4. Aanverwante projecten, vervolgprojecten en overige vervolgactiviteiten.  De nieuwe SAE leden (Maastricht, VU, Wageningen en Eindhoven) zullen in het najaar content aanleveren aan het portaal. 5. Georganiseerde bijeenkomsten (projectoverleg, workshop, symposium enz.)
  • 11.  2010/04//08 – Universiteitsmuseum Utrecht: Publieke startbijeenkomst van het UNICUM project, georganiseerd door de SAE  2010/08/23 – UB Amsterdam: Training collectiebeschrijvingen in EAD format  2011/09/27 – UB Amsterdam: Training onderwerpsontsluiting voor UNICUM partners (Delft, Groningen, Utrecht) door de betreffende coördinator van de sector Acquisitie & Metadatadiensten van de UB Amsterdam 6. Initiatieven voor de oprichting van start-ups, themaverschuivingen enz.  Er zijn initiatieven ontwikkeld voor het opstarten door de SAE van een onderzoek naar een gezamenlijk metadata cleaning en -verrijkings project. 7. Geef aan hoe de kennis uit het project gebruikt wordt zowel binnen als buiten de instelling. Denk bijvoorbeeld ook aan gebruik in onderwijs, handboeken, lesmateriaal, voorlichting en communicatie aan een breder publiek (inclusief artikelen in kranten of tijdschriften, aanwezigheid in TV programma’s).  Marco Streefkerk. Blog Digitaal Allemaal http://www.digitaalallemaal.nl/?p=1843;  UBA-e http://diensten.uba.uva.nl/blogs/uba-e-informatie/?p=1110#more-1110  Publieke website: www.academischecollecties.wordpress.comStuur het eindverslag binnen drie maanden na de einddatum van het project tezamen met deoverige vereiste stukken zenden aan:DUO ZoetermeerDigitaliseren met beleidPostbus 6062700 ML Zoetermeer