Your SlideShare is downloading. ×
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Jbom rein haudenhuyse
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Jbom rein haudenhuyse

543

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
543
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Niets zo praktisch als een goede theorie REIN HAUDENHUYSE De Realist Evaluation onderzoeksmethode
  • 2. wat doe ik, wie ben ik
  • 3. het onzichtbare zien
    • In onderzoek gaan we vaak op zoek naar een theorie (verklaringsmodel)
      • op de welke we onze ‘acties’ kunnen bouwen (verantwoorden)
    • Maar hoe zien we datgene dat niet zichtbaar is?
  • 4. empirische generalisatie theorie hypothesen observaties inductie deductie theorie ontwikkelen hypothese testen
  • 5. maar…
    • All generalizations are dangerous, including this one
    • (Dumas, A)
    • Even with the best and most supportive data, theories are never proved . At best, they are not disconfirmed by the data. There may be alternative theories that would provide equally plausible or better interpretations…
    • (Weiss, C)
  • 6. een theorie bewijzen…
    • - een gebrek aan veranderingen in bepaalde indicatoren betekent niet noodzakelijk dat niets goed aan het gebeuren is.
    • - gemeten veranderingen in een evaluatie zijn niet noodzakelijk veroorzaakt door het programma / beleid.
    • - we weten niet wanneer de verwachte uitkomsten zich zullen manifesteren (10 jaar?)
    • - maar ook : één zwarte zwaan maakt nog niet alle zwanen zwart
  • 7. Realist evaluation
    • uitkomsten/ effecten vloeien enkel uit bepaalde mechanismen die geactiveerd worden in bepaalde omstandigheden.
    • (Pawson & Tilley, 1996/2006)
    • niet: werkt het of werkt het niet?
    • wel: wat heeft gewerkt, voor wie en in welke omstandigheden?
  • 8. mechanismen context uitkomsten
  • 9. buskruit
    • Onsteekt niet altijd wanneer de vlam wordt aangelegd. Waarom?
    • Ontploft niet altijd wanneer de vlam is aangelegd. Waarom?
  • 10. buskruit
    • CMO configuration
    • Context : droog, genoeg poeder, zuurstof, voldoende blootstelling aan de hitte …
    • Mechanimen : chemische samenstelling (juiste mix van sulfaat + koolstof + natrium nitraat, dichtheid van van de vlokken)
    • Uitkomsten : onsteking die zorgt voor de explosie
      • toepassing: vuurwerk, kogel afvuren of mijn
  • 11. componenten
    • Een beleid of een project zijn geen dingen die werken of niet werken, maar bevatten eerder bepaalde ideeën (theorieën) die werken voor bepaalde mensen in bepaalde omstandigheden
    • (Pawson, 2006)
    • verschuiving evaluatie
    • project => componenten
    • winnaars & verliezers
  • 12. programma specificatie theorie hypothesen observaties theorie ontwikkelen mechanismen (m) contexten (c) uitkomsten (o) wat zou kunnen werken voor wie & in welke omstandigheden wat werkt ,voor wie en in welke omstandigheden multi-methode data verzameling & analyse van m,c,o
  • 13. Hoe kan een theorie praktisch zijn?
    • Theorieën= fundamenten van ons handelen
    • Veronderstellingen die we vaak impliciet stellen
    • -over hoe iets werkt
    • -over ‘jongeren’
  • 14. sport » jeugdcriminaliteit
    • wat veronderstellen we?
    • - sport heeft een effect op het individu = zelfvertrouwen, positief zelfbeeld, morele ontwikkeling.
    • - zelfvertrouwen, positief zelfbeeld hebben effect op anti-sociaal gedrag.
    • - vermindering antisociaal gedrag effect op criminaliteit.
    • - jongeren die criminele feiten plegen hebben een laag zelfbeeld en geen zelfvertrouwen.
    • - aanbieden van vrijetijdsactiviteiten vervangt het doen van criminele activiteiten.
  • 15. wat zegt onderzoek over onze theorieën
    • - positief effect van sport op het individu is afhankelijk van
      • context, type begeleiding, karakteristieken van deelnemers en sport concept
    • - geen rechtlijnig verband tussen positief zelfbeeld en anti-sociaal gedrag
    • - geen rechtlijnig verband tussen verhoogd zelfvertrouwen en minder criminaliteit
    • onze basispremissen (logica) zijn niet ‘getest’, ‘gespecifieerd’ of ‘juist’
  • 16. Hoe gaan we aan de slag?
    • expliciteren & articuleren van onze assumpties
    • Context - Mechanismen –Uitkomsten
    • 2. selecteren van theorieën die we willen onderzoeken/evalueren
    • 3. theorieën evalueren (onderzoek)
    • 4. theorieën specificeren
  • 17. 1. veronderstellingen
    • Hoe werkt het, denken we?
      • Project documenten (bijv. visieteksten)
        • retoriek – realiteit (!)
      • Bevraging van betrokkenen ( stakeholders )
        • hoe percipiëren zij de manier waarop iets werkt?
        • niet evident om veronderstellingen te articuleren (!)
  • 18. 2. Selecteren ( concentrate fire )
    • Welke theorie?
    • - centraal (core business)
    • - waarover discussie/weerstand is
    • Welke theorie niet?
    • - waar al reeds voldoende ‘bewijs’ beschikbaar is
    • Draagt bij tot een meer gedragen en duidelijke visie
  • 19. 3. theorieën evalueren
    • onderzoeksdiscipline?
      • kwantitatief en kwalitatief
      • multi-methoden
    • onderzoeksinstelling?
      • mijnwerker vs reisgenoot
      • wederzijds leerproces (gelijken)
  • 20. 3. theorieën evalueren
    • onderzoeksdesign?
      • niet (quasi-)experimenteel wel CMO
      • geen controle groep (RCT) design (populatie- locatie)
        • sociaal wetenschappelijk onderzoek: zinloos en onpraktisch
        • onbeantwoordbaar: wat indien de deelnemer niet/wel meegedaan had of het project niet/wel geïmplementeerd zou geweest zijn .
        • een controle groep heeft niets te maken met hetgeen we onderzoeken. Zal geen beter begrip genereren over onze inspanningen.
  • 21. 3. theorieën evalueren
    • onderzoeksdesign?
      • niet controleren op of uitschakelen van storende/controle variabelen in functie van het kunnen generaliseren, maar wel specificeren .
        • Je kan niet iemand zijn geslacht of SES uitschakelen of controleren in de realiteit
        • wel subgroepen (winnaars – verliezers)
  • 22. 3. theorieën evalueren
    • indicatoren?
      • coherente en logische manier gelinkt kunnen worden aan de activiteiten en aan de uikomsten die verwacht worden van deze activiteiten
    • methoden?
      • hangin’ out & asking questions
      • formeel & informeel
      • spontaniteit (gevaar van structuur)
        • eigen onderzoek: ervaringen van jongeren
  • 23. 4. theorie specificeren
    • Wat heeft nu gewerkt, voor wie en in welke omstandigheden?
    • Wat heeft nu niet gewerkt, voor wie en in welke omstandigheden?
  • 24. Iedereen onderzoeker
    • academici
      • kritische vriend, reisgenoot
      • inzicht wetenschappelijke literatuur
        • systematic review
        • domein/discipline overschrijdend
      • competentie toepassing onderzoeksmethoden
      • bouwen aan een cumulatief kennisproces
  • 25. laatste woord
    • Wees niet
    • - te haastig met meten
    • - te snel in het zoeken naar bevindingen
    • zonder eerst een goed begrip te hebben van wat precies onderzocht zal worden
  • 26. DANK U rhaudenh&vub.ac.be

×