Your SlideShare is downloading. ×
0
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Jbom jessy siongers
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Jbom jessy siongers

518

Published on

Published in: Education, Travel, Business
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
518
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Survey onderzoek
    Jessy Siongers
    Onderzoeksgroep TOR
  • 2. Survey-onderzoek
    Survey-onderzoek, enquête-onderzoek, opinie-onderzoek, peiling, poll, ...
    Op systematische wijze worden vragen gesteld aan een (vaak groot) aantal mensen.
    Die vragen meten meningen, motieven, gedrag of andere kenmerken van die mensen
    Vaak gehanteerde methoden
    Face to face
    Postenquêtes
    Online enquêtes
    Schoolenquêtes
    Telefonische enquêtes
  • 3. Het survey-huis
  • 4. De fundering
    Specificatie van het onderzoek
    Verantwoording
    Waarom ga ik onderzoeken?
    Formulering probleemstelling & onderzoeksvragen
    Van concept naar empirische vraag
  • 5. Aandachtspunten
    Geldigheid
    Meet de vraag wat ze bedoeld is te meten?
    Betrouwbaarheid
    Het meetinstrument moet bij herhaalde toepassingen op dezelfde, onveranderd gebleven onderzoekseenheden, hetzelfde resultaat opleveren
  • 6. Specificatie
    Hoe specificatiefouten vermijden?
    Grondige discussie laten aan voorafgaan
    Pretest bij een kleine groep respondenten
    Baseren op bestaande vragenlijsten
    Vb. Onderzoeksinstellingen, APS-survey, Jeugdmonitor, ...
  • 7. Hoeksteen 1: Dekking
    Bij een survey heeft men steeds een doelpopulatie voor ogen
    Steekproefkader nodig:
    Vb. Lijst met jeugdige inwoners in de gemeente
    Vb. Lijst met deelnemers aan activiteiten georganiseerd door organisatie, gemeente, ...
    Vb. Lijst met telefoonnummers
    Vb. Scholenlijst
  • 8. Dekkingsfouten (1)
    Mismatch tussen steekproefkader en doelpopulatie
    Vaak: doelpopulatie niet volledig gedekt
    Vb. Personen zonder email of telefoon
    Vb. Bij schoolenquêtes in uitsluitend het het voltijds regulier onderwijs
    Maar soms ook: “over”dekking
    Vb. scholen: Administratieve vs. reële opdeling
    Vb. Meerdere emailadressen/gsm-nummers van 1 persoon
    Fouten in bestand
    Vb. Volwassenen in jongerenbestand
  • 9. Dekkingsfouten (2)
    Groot risico op dekkingsfouten:
    Websurveys zonder uitnodiging
    vb. Link vanop populaire website
    Commerciële adressenlijsten
  • 10. Hoeksteen 2: Steekproef
    Iedereen bevragen?
    Doorgaans: toevalssteekproef
    Elke persoon uit de onderzoekspopulatie heeft een berekenbare kans om in de steekproef terecht te komen.
  • 11. Hoeksteen 2: Steekproef
    Meest gehanteerde:
    Zuiver toevallige steekproef
    Gestratificeerde toevalssteekproef
    Populatie wordt opgedeeld in een aantal strata en per strata een toevalssteekproef (bv. Opdeling naar leeftijd, geslacht en nationaliteit)
    Disproportioneel gestratificeerde toevalssteekproef
    Bv. Oversampling van allochtonen
    Getrapte steekproeven
    Bv. Eerst steekproef van gemeenten en daarbinnen van jongeren
  • 12. Hoeksteen 2: Steekproef
    Hoe groot moet mijn steekproef zijn?
    Afhankelijk van:
    Heterogeniteit of spreiding van de onderzochte kenmerken
    Betrouwbaarheidsinterval: Gewenste kans op een verkeerde beslissing
    Met een 95% betrouwbaarheidsinterval is er 5% kans dat de werkelijke waarde buiten het opgestelde interval valt maar besluit dat het er binnen valt
    De gewenste nauwkeurigheid of omgekeerd foutenmarge: de grootte van de fout die men wenst toe te laten
    Analysebehoeften
    Complexere analyses: steekproef moet groter zijn naargelang het aantal variabelen en categoriëen van die variabelen
    Beschikbare tijd en middelen
    Steekproefcalculators op internet
    Op basis van heterogeniteit, betrouwbaarheidsinterval en foutenmarge
    Steekproeven zijn niet per definitie beter omdat ze groter zijn
    Kan zelfs tot grotere fouten leiden
    Wijze waarop steekproef en survey uitgevoerd wordt is belangrijker
  • 13. Hoeksteen 2: Steekproef
  • 14. Item nonrespons
    Eenheid nonrespons
    Vooral problematisch als deze selectief is: onder- en oververtegenwoordiging van groepen
    Bv. Ondervert. van laag opgeleiden, allochtonen
    Oorzaken
    Als verschillende mailings worden voorzien, bereikt men bij postenquêtes een vergelijkbare respons met deze van bij face to face
    Hoeksteen 3: Respons
  • 15. Hoeksteen 3: Respons
    Wat er aan doen?
    Aankondiging van de studie
    Herhaalde contacten (ook bij weigering)
    Vergelijk met populatiegegevens
    Respons en nonrespons op een aantal punten vergelijken (vb. Geslachts- en leeftijdsverdeling)
    Wegingen gebruiken
    Respons onder de 50% 
  • 16. Hoeksteen 4: Meten
    3 (4) bronnen van meetfouten
    De vragenlijst
    Vragen moeten duidelijk zijn en door iedereen op dezelfde manier begrepen
    De respondent
    Onbedoeld: verkeerd begrepen, geheugen
    Bedoeld: bij gevoelige informatie
    Methode van dataverzameling
    (interviewer)
  • 17. Opbouw vragenlijst
    Voorzie de vragenlijst van een algemene inleiding en van de nodige korte introducties bij de verschillende onderdelen
    Overweeg de volgorde van de vragen en de plaats van elke vraag
    Best beginnen en eindigen met niet te moeilijke vragen
    Ook vooraan: meest belangrijke en relevante vragen, vragen die de interesse wekken, vragen die door iedereen kunnen beantwoord worden, gesloten vragen
    Las enkele ontspannende vragen in (bv. Muziek, tv, ...)
    Zorg voor afwisseling
    Vragen die elkaar kunnen beïnvloeden:
    concrete doorgaans niet voor algemene vraag plaatsen
    Specifiek: verschillende aspecten van participatie beoordelen
    Algemeen: Is participatie belangrijk?
    Pas op met doorverwijzingen
    Lengte van de vragenlijst is afhankelijk van methode
    Besteed voldoende tijd aan opmaak van een vragenlijst
  • 18. Algemene aanbevelingen
    Steun op vorig onderzoek
    Check voor betrouwbaarheid
    Vergelijkingsmogelijkheden
    Wel oppassen met veranderende betekenissen
    Vragen moeten begrijpelijk en duidelijk zijn
    Vb. Ontspanningsmogelijkheden ipv recreatieve voorzieningen
    Vragen moeten eenduidig zijn
    Vb. Kan je op je vrienden en familie terugvallen als je problemen hebt?  opdelen in twee vragen
    Geef duiding bij moeilijke of dubbelzinnige begrippen
  • 19. Meten van feitelijke gegevens
    Denk aan relevante achtergrondsvariabelen (leeftijd, geslacht, opleiding (ouders), ...)
    Zoveel mogelijk gesloten vragen
    Tracht zo volledig mogelijk te zijn in je antwoordcategorieën (vermijd “andere”)
    Maak de vragen zo specifiek mogelijk
    Bv. Geef een welomschreven referentieperiode en/of plaatsomschrijving
    Hoeveel keer heb je het afgelopen jaar informatie over culturele activiteiten opgezocht op het internet (nooit, één enkele keer, slechts enkele keren, minstens maandelijks, minstens wekelijks)
    Hoe vaak zoek je informatie over culturele activiteiten op op het internet (nooit, zelden, soms, vaak)
    Maak gebruik van (chronologische) tabellen en lijsten
  • 20. Meten van attitudes
    Mogelijkheden
    Open vragen
    Rangschikkingsvragen
    Gesloten vragen met antwoordmogelijkheden
    Oppassen voor beïnvloeding
    Sociale wenselijkheid
    bv. “Onze preventiedienst heeft een nieuw programma ontwikkeld om jongeren te wijzen op de gevaren van alcohol. De volgende vragen gaan over jouw drankgebruik”
    Toevoeging van positieve of negatieve adjectieven
    Vermijd onderliggende assumpties:
    Vb. Vind je dat omwille van de stijgende jeugdcriminaliteit het skatepark enkel toegankelijk zou mogen gemaakt worden voor jongeren van de gemeente?
    Vermijd dubbele negaties
    Oppassen met restrictieve termen: Verbieden, controleren, beperken, tegengaan
    Vb. Bent u het eens of oneens met de volgende stelling: Leerkrachten mogen niet verboden worden om leerlingen te controleren buiten de schoolpoorten
  • 21.
  • 22. Dus ...
    Elke methode heeft zijn voor- en nadelen
    Veel is afhankelijk van de manier waarop aandacht wordt besteed aan het vermijden van fouten op het vlak van : specificatie, dekking, steekproef, respons en meting

×