Congresmap VSG congres 2011

  • 4,628 views
Uploaded on

Congresmap Sportmedisch Wetenschappelijk Jaarcongres 2011, georganiseerd door de Vereniging voor Sportgeneeskunde.

Congresmap Sportmedisch Wetenschappelijk Jaarcongres 2011, georganiseerd door de Vereniging voor Sportgeneeskunde.

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
4,628
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3

Actions

Shares
Downloads
11
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Met hoogwaardige keynote speakers Prof. dr. Romain Meeusen Prof. Jorunn Sundgot-Borgen Dr. Cees-Rein van den Hoogenband Donderdag 1 en En 12 uitdagende parallelsessies vrijdag 2 december 2011 Met thema’s als: gezond | chronisch ziek | Efteling te Kaatsheuvel geblesseerd binnen de doelgroepen jeugd | volwassenen | ouderen | gehandicapten | topsport | medische ethiek Mede mogelijk Mede mogelijk gemaakt door: gemaakt door:11090_VSG_abstractboek_2011_cover.indd 1 24-11-11 11:06
  • 2. 11090_VSG_abstractboek_2011_cover.indd 2 24-11-11 11:06
  • 3. inhoud Voorwoord................................................................................................... 2 Algemeen.programma.................................................................................. 3 Programma.dag.1.–.donderdag.1.december.2011. ........................................... 4 . Programma.dag.2.–.vrijdag.2.december.2011.................................................. 6 Dagvoorzitters............................................................................................. 8 Plenaire.sprekers.......................................................................................... 9 Abstracts.dag.1.–.donderdag.1.december.2011.............................................. 13 Abstracts.dag.2.–.vrijdag.2.december.2011.................................................... 52 Organisatie................................................................................................ 81 Overzicht.vrije.voordrachten.dag.1.-.donderdag.1.december.2011. .................. 82 . Overzicht.vrije.voordrachten.dag.2.-.vrijdag.2.december.2011......................... 83 Dankwoord................................................................................................ 84 Stichting.Sport.&.Orthopedie....................................................................... 85 De.VSG.bedankt.haar.sponsoren................................................................... 85 1 & 2 december te Kaatsheuvel 1
  • 4. voorwoord VSG Congres 2011 Sprookjes bestaan! Hartelijk welkom bij het zevende Sportmedisch Wetenschappelijk Jaarcongres! Het verheugt ons dat we dit jaar samen met de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie in de Sportgezondheidszorg (NVFS) dit congres organiseren. Door deze samenwerking komt het multidisciplinaire karakter van het congres nog beter tot zijn recht. De komende dagen staat ons wederom een keur aan interessante keynotes, presentaties en ontmoetingen te wachten. De doelgroepen jeugd, volwassenen en ouderen vormen dit keer de focus van de diverse sessies. Binnen deze doelgroepen wordt onderscheid gemaakt in gezond, chronisch ziek en geblesseerd. De nieuwste kennis en ervaringen op allerlei uiteenlopende sportmedische gebieden worden belicht. Kortom, voor elk wat wils! Vindt u het lastig om een keuze te maken uit de diverse parallelsessies? Dan kunt u zich troosten met de gedachte dat alle parallelsessies met een videocamera worden opgenomen en later via een speciale pagina op internet te bekijken zijn. Zo hoeft u niets te missen. Uit de evaluaties die in de afgelopen jaren zijn gehouden, kunnen we concluderen dat de congresbezoekers van mening zijn dat de wetenschappelijke kwaliteit van het congres nog steeds stijgt. Ook overtreft het aantal aanmeldingen voor dit jaar wederom de aantallen in voorgaande jaren. Deze beide trends willen we graag doorzetten in de komende jaren. Met de samenwerking die de VSG in 2011 is aangegaan met de British Journal of Sports Medicine (BJSM) en de contacten die zijn gelegd met de sportgeneeskunde in Qatar hoopt de VSG een basis te hebben gelegd voor de realisatie van een Engelstalig jaarcongres op korte termijn. Daarmee kunnen we de wetenschappelijke kwaliteit nog verder verbeteren en hopen we ook internationale beroepsgenoten voor ons congres te kunnen interesseren. Kwalitatief hoogstaand onderzoek is niets waard als er geen aandacht is voor implementatie van de resultaten in het veld. Helaas hebben in het verleden maar al te vaak onderzoeksresultaten op de plank liggen te verstoffen. Gelukkig is die tijd voorbij en is er sprake van een toenemende aandacht voor implementatie. Er wordt zelfs bij het opzetten van wetenschappelijk onderzoek rekening gehouden met de implementatiemogelijkheden en subsidiegevers stellen tegenwoordig eisen aan de implementatie bij het honoreren van onderzoeksvoorstellen. Zo wordt gegarandeerd dat ook daadwerkelijk iedereen die er baat bij kan hebben, meeprofiteert van de resultaten. Een goede ontwikkeling! Ook op Europees gebied zijn er hoopvolle ontwikkelingen gaande. Tijdens een historische vergadering op het laatste congres van de EFSMA is besloten om een Europese aanvraag tot erkenning van de sportgeneeskunde te doen. Ook de VSG zal daar zijn belangrijke steen aan bijdragen. Daarnaast is de Nederlandse aanvraag tot erkenning van de sportgeneeskunde als zelfstandig geneeskundig specialisme in volle gang. Zo alle ontwikkelingen bij elkaar nemend lijkt ons sprookje van de volledig erkende sportgeneeskunde steeds dichterbij te komen. De VSG is er in ieder geval klaar voor. Tot slot kan ik u nog melden dat tijdens dit congres voor de tweede maal de CosMed Prijs voor Sportgeneeskunde wordt uitgereikt. De jury heeft uit een vijftal proefschriften en negen artikelen een keuze moeten maken. Donderdag aan het einde van de middag maakt de jury bekend wie de prijzen in ontvangst mogen nemen. Aansluitend uiteraard weer een uitgebreid sociaal programma. Ik hoop u graag te ontmoeten op een van deze twee sportgeneeskundige dagen. Veel inspiratie toegewenst! Drs. R.J.A. Visser, sportarts Voorzitter Vereniging voor Sportgeneeskunde Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid2
  • 5. algemeen programma Algemeen programma dag 1 Tijdstip Onderwerp 08.30 uur Inloop, registratie en mogelijkheid tot bezoeken netwerkplein in Theater De Efteling 09.10 uur Welkom door de dagvoorzitter Dr. Babette Pluim 09.15 uur Heet van de naald Drs. Rhijn Visser (VSG) en Dhr. Bart Smit (NVFS) 09.35 uur The overtraining syndrome Prof. dr. Romain Meeusen, hoofd Departement Humane Fysiologie, Vrije Universiteit Brussel 10.00 uur Koffiepauze 10.45 uur Start parallelsessies ronde A in de subzalen 12.45 uur Lunch op het netwerkplein in Theater De Efteling 14.15 uur Start parallelsessies ronde B in de subzalen 16.15 uur Theepauze Overview of Eating disorders among young athletes and Musculoskeletal factors and injury risks in female 17.00 uur athletes, focussing on effective interventions for prevention Prof. Jorunn Sundgot-Borgen, professor of sports medicine, Norwegian School of Sport Sciences 17.45 uur Uitreiking CosMed Prijs voor Sportgeneeskunde 18.15 uur Afsluiting door de dagvoorzitter en borrel 19.45 uur Winterse kost en avondprogramma inclusief muziek en borrel (einde 02.00 uur) Algemeen programma dag 2 Tijdstip Onderwerp 08.30 uur Inloop, registratie en mogelijkheid tot bezoeken netwerkplein in Theater De Efteling 09.15 uur Welkom door de dagvoorzitter Drs. Steef Bredeweg 09.20 uur Topsportgeneeskunde in Nederland; visie NOC*NSF Dr. Cees-Rein van den Hoogenband, Chef Arts Londen 2012 10.00 uur Koffiepauze 10.45 uur Start parallelsessies ronde C in de subzalen 12.45 uur Lunch op het netwerkplein in Theater De Efteling 14.15 uur Start parallelsessies ronde D in de subzalen 16.15 uur Afsluiting met uitreiking beste vrije voordacht en prijs voor sportfysiotherapeut van het jaar 16.30 uur Borrel 17.30 uur Einde 1 & 2 december te Kaatsheuvel 3
  • 6. programma donderdag 1 december 2011PlenairDo: Dagvoorzitter Dr. Babette PluimDo: The overtraining syndrome Prof. dr. Romain Meeusen Overview of Eating disorders among young athletes andDo: Musculoskeletal factors and injury risks in female athletes, Prof. Jorunn Sundgot-Borgen focussing on effective interventions for preventionVrij: Dagvoorzitter Drs. Steef BredewegVrij: Topsportgeneeskunde in Nederland; visie NOC*NSF Dr. Cees-Rein van den HoogenbandRonde A: Gezond | Donderdag 10.45 uur - 12.45 uurSessie A1: JeugdSessieleiders: Drs. Ton Langenhorst en Drs. Arjan KokshoornTijdstip Onderwerp Spreker Instituut10.45 Preventie van obesitas door sport/bewegen Prof. dr. Jaap Seidell Vrije Universiteit Amsterdam11.10 How sickening is sitting? Dr. Mai Chin A Paw EMGO+/VUmc Elferink-Gemser: UMCG, Rijksuniversiteit Talentherkenning en -ontwikkeling (vergelijking Nederland en Dr. Marije Elferink-Gemser (NL) en dr. Groningen en Instituut voor Sport en11.30 Vlaanderen) Johan Roeykens (BE) Bewegingsstudies, HAN Roeykens: Universitair Ziekenhuis Antwerpen12.05 Gestalte predictie bij 12/13-jarigen Prof. dr. Jan Gielen Universitair Ziekenhuis Antwerpen12.25 Twee vrije voordrachtenSessie A2: VolwassenenSessieleiders: Dr. Adam Weir en Drs. Maarten MoenTijdstip Onderwerp Spreker Instituut10.45 Beweegstimulering Dr. Evert Verhagen EMGO-Vumc Preventieconsult huisarts: Bedreiging of kans voor de11.10 Drs. Jan-Willem Dijkstra SMA Regio Haarlem/Kennemer Gasthuis sportgeneeskunde?! Onderzoek in de praktijk: overzicht van effectieve11.35 Drs. Ingrid Vriend Consument en Veiligheid blessurepreventieve maatregelen12.00 Aftrainen na een sportcarrière - hoe en waarom? Dhr. Sander van den Belt MSc. Vrije Universiteit Amsterdam12.25 Twee vrije voordrachtenSessie A3: OuderenSessieleiders: Dr. Han Inklaar en Drs. Don de WinterTijdstip Onderwerp Spreker Instituut10.45 Sport en artrose? Prof. dr. Sita Bierma-Zeinstra Erasmus MC Bax: SMA Utrecht/SMA Olympia Amsterdam11.10 Minibattle: rol van de fietsproef bij sportmedisch onderzoek Drs. Jaap Bax en dr. Allard Sieders Sieders: Rijnland Ziekenhuis Leiderdorp11.40 Training door ouderen: voordelen en bedreigingen Drs. Leo Heere Vitesse12.05 Psychologie van interventies Prof. dr. Gerjo Kok Universiteit Maastricht12.30 Eén vrije voordacht Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid4
  • 7. Ronde B: Chronisch ziek | Donderdag 14.15 uur - 16.15 uurSessie B1: JeugdSessieleiders: Drs. Frits van Bemmel en Dr. Goof SchepTijdstip Onderwerp Spreker Instituut14.15 Sport en aangeboren hartafwijkingen Dr. Berto Bouma AMC Amsterdam14.40 Sport en kinderoncologie Dr. Netteke Schouten-van Meeteren Emma Kinderziekenhuis AMC Cystic fibrosis, we like to MOVIT: inspanning en inflammatie bij15.05 Dr. Bert Arets UMC Utrecht taaislijmziekte15.30 Diabetes type 1 Dr. Wouter de Waal Diakonessenhuis Utrecht15.55 Twee vrije voordrachtenSessie B2: VolwassenenSessieleiders: Drs. Robert Rozenberg en Dr. Stephan PraetTijdstip Onderwerp Spreker Instituut14.15 Migraine, exercise-induced headache in sport Drs. Hille Koppen Leids Universitair Medisch Centrum14.40 Depressie en fysieke activiteit Mevr. Annelieke Roest, MSc Universitair Medisch Centrum Groningen15.05 Exercise-induced hartritmestoornissen en sport Dr. Jan Hoogsteen Máxima Medisch Centrum Spondyloartritis (SpA) en sportief bewegen: de nieuwste15.30 ontwikkelingen inzake diagnostiek en behandeling met Dr. André van Rijthoven UMC Utrecht biologicals15.55 Twee vrije voordrachtenSessie B3: OuderenSessieleiders: Drs. Jan-Willem Dijkstra en Drs. Bert van EssenTijdstip Onderwerp Spreker Instituut Behandelingsopties bij kraakbeenschade in de knie: stand van14.15 Dr. Gino Kerkhoffs AMC Amsterdam zaken14.40 COPD: inzichten in state of the art longrevalidatie Prof. dr. Richard Dekhuijzen UMC St. Radboud Nijmegen15.05 Conservatieve behandelingen bij enkelartrose Drs. Angelique Witteveen Sint Maartenskliniek Meander Medisch Centrum Amersfoort/15.30 Lichamelijke training van hartfalenpatiënten Dr. Jeff Senden Baarn15.55 Twee vrije voordrachten 1 & 2 december te Kaatsheuvel 5
  • 8. programma vrijdag 2 december 2011 Ronde C: Geblesseerd | Vrijdag 10.45 uur - 12.45 uur Sessie C1: Jeugd Sessieleiders: Drs. Peter van Veldhoven en Drs. Ria van Rooijen Tijdstip Onderwerp Spreker Instituut 10.45 Overbelastingsapofysitis: radiologische benadering Dr. Jan Veryser Universitair Ziekenhuis Antwerpen Overbelastingsproblematiek bij topturners op onvolwassen 11.10 Dr. Sam Moustie Universitair Ziekenhuis Antwerpen leeftijd 11.35 Sportpsychologie bij het kind Drs. Edith Rozendaal Sportgek 12.00 Knieklachten bij sportende kinderen, hoe te evalueren? Dhr. Roy Schaaij Fysiotherapie Tamminga Utrecht 12.25 Twee vrije voordrachten Sessie C2: Volwassenen Sessieleiders: Prof. dr. Jan Gielen en Drs. Peter van Beek Tijdstip Onderwerp Spreker Instituut 10.45 Bone bruise, radiologische diagnostiek en belang bij sporters Prof. dr. Jan Gielen Universitair Ziekenhuis Antwerpen 11.10 Heupimpingement Drs. Sebastiaan Jansen Rijnland Ziekenhuis Leiderdorp Prevalentie en preventie van medische problemen bij ‘Start to 11.35 Dr. Trees Dooms Universitair Ziekenhuis Antwerpen Run’ 12.25 Twee vrije voordrachten Sessie C3: Ouderen Sessieleiders: Drs. Ed Hendriks en Drs. Leo Heere Tijdstip Onderwerp Spreker Instituut 10.45 Cuff tendinopathie Drs. Henk van der Hoeven Bergman Kliniek Een nieuwe heup of knie, het belang van een lichamelijke en 11.10 Dr. Martin Stevens Rijksuniversiteit Groningen sportieve leefstijl 11.45 Is sporten na een lumbale hernia (on)gezond? Dr. Mark Arts Medisch Centrum Haaglanden 12.10 Drie vrije voordrachten Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid6
  • 9. Ronde D: Bijzonder | Vrijdag 14.15 uur - 16.15 uurSessie D1: GehandicaptenSessieleiders: Dr. Rienk Dekker en Drs. Wout van der MeulenTijdstip Onderwerp Spreker Instituut Kenniscentrum Revalidatiegeneeskunde14.15 Circuittraining na een beroerte: FIT-Stroke trial Dr. Ingrid van de Port Utrecht, Revalidatiecentrum De Hoogstraat/ UMC Utrecht Kenniscentrum Revalidatiegeneeskunde14.40 Cerebral palsy en conditietraining Dr. Olaf Verschuren Utrecht, Revalidatiecentrum De Hoogstraat/ UMC Utrecht Rheumates@work: promoting physical activity in children with15.05 Dr. Otto Lelieveld Universitair Medisch Centrum Groningen juvenile idiopathic arthritis Fysieke training bij facioscapulohumerale spierdystrofie (FSHD):15.30 Drs. Nicole Voet UMC St. Radboud Nijmegen doorbreken van de vicieuze cirkel van inactiviteit15.55 Twee vrije voordrachtenSessie D2: TopsportSessieleiders: Drs. Maarten Moen en Dhr. Rob TammingaTijdstip Onderwerp Spreker Instituut14.15 Voeding en topsport Dhr. Floris Wardenaar, MSc Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN)14.40 Mentale begeleiding bij presteren, herstellen en revalideren Drs. Afke van de Wouw Afke van de Wouw Sportbegeleiding Ministerie van Defensie en Rabobank15.05 Vochthuishouding bij topsporters in extreme omstandigheden Dr. Gerard Rietjens Wielerploeg15.30 Trainingsbegeleiding en inspanningsfysiologie bij veldrijders Dr. Guy De Schutter Universitair Ziekenhuis Antwerpen15.55 Twee vrije voordrachtenSessie D3: Medisch Ethisch, doping in de ongeorganiseerde sportSessieleiders: Drs. Esther Schoots en Dr. Ivo van HilvoordeTijdstip Onderwerp Sprekers Instituut Mogen (sport)artsen ingaan op hulpvragen over prestatiebevorderende middelen, of... moeten ze dat? Het strenge antidopingbeleid in de topsport wordt – onbedoeld – ook van toepassing geacht voor breedtesport. De meeste sportartsen willen niets te maken hebben met prestatiebevorderende middelen en hulpvragen hierover van bijvoorbeeld bodybuilders. Dat staat op gespannen voet met het rapport van de Gezondheidsraad uit 2010 over dopinggebruik Drs. Olivier de Hon, dr. Fred Hartgens, in sportscholen. De Gezondheidsraad legt het verband met14.15 drs. Maarten Koornneef, dr. Pim de verslavingszorg en adviseert onder andere sportartsen in te Ronde en drs. Paul Ruijsenaars zetten bij het adviseren van mensen die vragen hebben over – of problemen als gevolg van – gebruik van middelen ter verbetering van hun figuur en/of prestaties. In deze sessie die georganiseerd wordt door de Medisch Ethische Commissie van de VSG komen zorgverleners (o.a. sportgeneeskunde, verslavingszorg), sporters en experts op het gebied van doping en ethiek aan het woord. Discussieert u mee? Meldt u snel aan, want het aantal plaatsen is beperkt! 1 & 2 december te Kaatsheuvel 7
  • 10. dagvoorzitters Dagvoorzitter dag 1 Dr. Babette Pluim Babette Pluim is bondsarts van de Koninklijke Nederlandse Babette schreef het hoofdstuk ‘Medical care of Tennis Lawn Tennis Bond (KNLTB) en teamarts van het Players’ voor het IOC-boek Tennis en het hoofdstuk Nederlandse Davis Cup-team. Zij is toernooiarts van de ‘The Epidemiology of Tennis Injuries’ voor het IOC-boek ATP and WTA-toernooien in Den Bosch (Ordina Open) en The Epidemiology of Injury in Olympic Sports. Babette Rotterdam (ABN AMRO World Tennis Tournament). schreef samen met orthopedisch chirurg Marc Safran het Babette Pluim is lid van de medische commissie van de boek From Breakpoint to Advantage: a Practical Guide Internationale Tennis Federatie (ITF), de Health, Medical for Optimal Tennis Health and Performance. In 2009 and Research Committee van het Wereld Anti-Doping verscheen de bewerkte Nederlandse uitgave hiervan, Agentschap (WADA) en de Interfederal Commission van de getiteld Ace of Brace?. FIMS. Zij is adjunct-hoofdredacteur van de British Journal of Sports Medicine. In 1998 promoveerde zij op onderzoek naar het sporthart. Dagvoorzitter dag 2 Drs. Steef Bredeweg Functie Speciaal interessegebied Sportarts, Sportmedisch Centrum UMCG Sportblessures en onderzoek naar hardlopen en blessures Vakgebied Bijzonderheden Sportgeneeskunde Hoofdopleider sportartsen in de opleidingsregio Groningen Sportarts Nederlands Heren Volleybalteam 1994-1998 Opleiding Clubarts FC Groningen 2003-2005 1984-1992 Studie Geneeskunde Rijksuniversiteit te Voorzitter Concilium Nederlands Instituut Opleiding Groningen sportartsen (NIOS) 1995-1998 Opleiding tot sportarts in de Isala Klinieken Zwolle Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid8
  • 11. plenaire sprekers Prof. dr. Romain Meeusen Prof. dr. Romain Meeusen, (PhD) is hoofd van het department Humane Fysiologie aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoeksactiviteiten zijn gefocust op ‘Exercise and the Brain’, waarbij de invloed van neurotransmitters op de training en het prestatievermogen wordt onderzocht. Het recente werk van Romain Meeusen spitst zich toe op de thermoregulatie, het overtrainingssyndroom en neurogenese tijdens inspanning. Hij doceert inspanningsfysiologie, training en coaching en sportfysiotherapie. Romain publiceerde meer dan 350 artikelen en hoofdstukken in internationaal wetenschappelijke tijdschriften, 18 boeken over fysiotherapie en hij sprak op meer dan 650 nationale en internationale congressen. Daarnaast is Romain Meeusen voorzitter van de Belgische vereniging voor Fysiotherapie, secretaris-generaal van het European College of Sport Science (ECSS) en lid van het American College of Sports Medicine (ACSM). Romain Meeusen heeft de leiding over het Brussels Labo voor Inspanning en Topsport, waar hij werkt met verscheidene topatleten en wetenschappelijk advies verleent aan het ‘Lotto Cycling Institute’ (Omega-Pharma Lotto wielerploeg). Prof. Jorunn Sundgot-Borgen Jorunn Sundgot-Borgen (born 18 March 1961) is a Norwegian professor of sports medicine. Jorunn Sundgot-Borgen is currently working as a professor in physical activity and health at The Norwegian School of Sport Sciences. Since 1995 she was a consultant at The Norwegian Olympic Training center and acted as Head of the Nutrition department for the last 5 years. Jorunn is one of the leading researchers in the field of eating disorders, nutrition and osteoporosis in sports in general and in female athletes in particular. She has coauthored the International Olympic Committee Medical Commission Position Stand on the Female Athlete Triad. In her athletic career, she used to be a member of the Norwegian national team in gymnastics and rhythmical gymnastics. She took the MSc degree at the Arizona State University in 1985, and the dr.scient. degree at the Norwegian School of Sport Sciences in 1993. She held a post-doctorate scholarship at Yale University from 1993 to 1997. She was a part-time consultant for Olympiatoppen, the Norwegian elite sports program, from 1995 to 2008. She was an associate professor from 1997 to 2002, and is a professor since 2002, of sports medicine at the Norwegian School of Sport Sciences. She is especially cited on her expertise in eating disorders. She has three children, and resides at Bekkestua Dr. Cees-Rein van den Hoogenband Cees-Rein van den Hoogenband is chef arts Londen 2012. Van den Hoogenband heeft een ruime ervaring met de begeleiding van topsporters. Hij maakte vijf keer deel uit van de medische staf van NOC*NSF tijdens de Olympische Spelen. De functie van Chef Arts Londen 2012 zal hij combineren met zijn werkzaamheden als directeur van het sportmedisch gezondheidscentrum Topsupport, een onderdeel van St. Anna Ziekenhuis Geldrop-Eindhoven. Cees-Rein van den Hoogenband is van origine chirurg, maar heeft vooral veel te maken gehad met behandeling van blessures bij topsporters. Zo is Cees-Rein van 1987 tot 2011 clubarts en hoofd van de medische staf van PSV geweest. Mission statement/motto: Trachten voor de Olympische Spelen van 2012 een stevig sportmedische begeleiding in te zetten en samen met Maarten Moen proberen om een topsportmedisch beleid voor de jaren daarna op te stellen. 1 & 2 december te Kaatsheuvel 9
  • 12. Testing solutions for heart, lungs and movement Quark CPET: Aan de mooie productportfolio van COSMED hebben wij de fantastische BTS SPORTLAB: productlijn van BTS Bioengineering toegevoegd. Per direct kunt u bijComplete SMA inricht- ons terecht voor deze ‘state of the art’ meetapparatuur voor gang- Geïntegreerde biomechanischeing, ECG, Longfunctie, beeldanalyse, draadloos oppervlakte EMG, krachtenplatforms, high analyse van alle aspectenVO2max, Ergometers speed videocamera’s en uiteraard ook voor compleet geïntegreerde van beweging, meten Biometrie en gesynchroniseerde combinaties hiervan. sportspecifieke protocollen Voor sportmedische toepassingen kunt u deze apparatuur gebruiken voor: drop-jump test, golf swing test, squat jump test, plotse richtingsverandering, een beet-test en nog veel meer. Internationaal wordt deze apparatuur onder meer gebruikt door Real Madrid, AC K4 b2: BTS FREEEMG 300: Milan, Juventus en het CONI (Italiaans NOC-NSF).Gouden Standaard in De toevoeging van BTS aan onze portfolio maakt dat wij vanaf nu Draadloos oppervlaktedraagbare BxB meta- nog vrijwel uitsluitend van onze eigen naam gebruik gaan maken: EMG, tot 16 kanalen,bole metingen, inclusief TulipMed in plaats van COSMED Benelux, zoals velen ons reeds kennen. ook met footswitchesGPS en telemetrie en electrogoniometers. Voor onze huidige klanten verandert er vrijwel niets: u kunt nog Integreerbaar met alle steeds bouwen op onze kundige en bovenal snelle service. Verder BTS producten hebt u vooral meer meetoplossingen tot uw beschikking dan voorheen. Alle bestaande contactgegevens blijven actief. Bod Pod GS: Naast COSMED en BTS kunt u bij ons ook terecht voor: BTS DigiVec:Hoogstnauwkeurige Monark Excercise HP|COSMOS Ergolinemeetapparatuur voor Integratie van videolichaamssamenstel- simultaan met grond-ling volgens Gouden reactiekrachten totStandaard echte ‘Augmented Reality’. TulipMed B.V. – De Liesbosch 52 – 3439 LC Nieuwegein – T: 088-10.50.500 – F: 088-10.50.599 www.tulipmed.nu
  • 13. Osteopathie: onmisbaar in de moderne medische sportbegeleiding De heilzaamheid van osteopathie is algemeen erkend, vooral in de moderne medische sportbegeleiding. De interesse voor deze complementaire geneeswijze is dan ook groot. Osteopaat is een beroep met toekomst. Osteopathie aan de IAO: al 25 jaar de beste opleiding in de Benelux De International Academy of Osteopathy (IAO) is de enige osteopathie- school in de Benelux die voldoet aan de Bachelor/Master-structuur, de Europese vereisten betreffende externe kwaliteitsbewaking ISO 9001 én de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) over opleidingen in osteopathie. Word Master of Science in Osteopathie en specialiseer tot sportosteopaat ©2011 Mercurius DM • Parttime modulaire opleiding voor Applied Sciences (fhg), die de fysio/kinesitherapeuten gedurende graad uitreikt 5 jaar: 6 seminaries per jaar • Permanente vorming: onder meer telkens van donderdag tot zaterdag postgraduaat Sportosteopathie • Parallelle programma’s in Gent (B), • Modern en efficiënt onderwijs- Antwerpen (B) en Zeist (NL) systeem volgens de “blended • Bekroond met universitair diploma learning” principes, een Master of Science in Osteopathy combinatie van online leren, (MSc.Ost.), geaccrediteerd en contactonderwijs en individuele erkend in alle Europese landen begeleiding – opleiding i.s.m. University of 5 JAAR PARTTIME (MODULAIR) Osteopaat, Parallel in Gent (B), A’pen (B) & Zeist (NL) (SPORT) MASTER OF SCIENCE IN OSTEOPATHIE een medisch beroep met toekomst IAO Klein Dokkaai 3-5, 9000 Gent MASTER OF SCIENCE IN OSTEOPATHIE T. +32 (0)9 233 04 03 info@osteopathie.eu www.osteopathie.euCongresgids Sport&Geneeskunde 130Hx185B.indd 1 19/10/11 11:14
  • 14. Bewezen werking bij acute letsels en ontsteking aan het bewegingsapparaat, voor patiënten vanaf 2 jaar Traumeel® is een erkend product van Heel Biologische Geneesmiddelen. Heel is al 75 jaar pionier op het gebied van wetenschappelijk onderbouwde moderne homeopathie als integraal onderdeel van de hedendaagse geneeskunde. Alle producten zijn geregistreerd en voldoen aan de allerhoogste kwaliteits- en veiligheidseisen. Vergelijkende studies met reguliere geneesmiddelen zijn een belangrijk onderdeel van ons onderzoeksprogramma. Heel Biologische Geneesmiddelen B.V. - Email: info@heelbv.nl - Website: www.heelbv.nl Sport verantwoord: Laat u wetenschappelijk begeleiden. Onderscheid u van uw collega’s met wetenschappelijke sportsoftware SpartaNova biedt een wetenschappelijke tool aan waarmee u de conditie, het potentieel en de blessuregevoeligheid van uw sporters in kaart brengt. De software werd ontwikkeld aan gerenommeerde Belgische universiteiten en is gebaseerd op 15 jaar onderzoek bij 25.000 sporters. U test uw sporters op basis van zorgvuldig gekozen parameters, voert de resultaten in en krijgt meteen een kant-en-klare analyse. Uit honderden oefeningen adviseert de SpartaNova-tool precies die oefeningen die blessures helpen vermijden en de prestaties van uw sporter verbeteren. Via het online dagboek geeft u gepersonaliseerd trainingsadvies. U bespaart heel wat tijd, kan meer sporters opvolgen en bouwt een sterkere relatie met hen op. uw contact in Nederland: Freek Gubbels • M +31 648 513 301 • freek@spartanova.com • www.spartanova.com your scientific supporter43203_SpartaNova_VSG Congres_adv 185x130_4.indd 1 10/27/11 1:37 PM
  • 15. dag 1 // donderdag 1 december 2011Sessie A1: JeugdProf. dr J. SeidellDonderdag.1.december.–.10.45.uur.–.sessie.A1.–.Preventie.van.obesitas.door.sport/bewegenBiografieProf. dr. Jaap SeidellJaap Seidell is hoogleraar voeding en gezondheid en directeur obesitaszorg. Hij is vanwege zijn kennis een veelgevraagdvan de afdeling gezondheidswetenschappen aan de Vrije adviseur van organisaties in binnen- en buitenland zoals deUniversiteit en het VU medisch centrum in Amsterdam. Hij Wereldgezondheidsorganisatie, de Gezondheidsraad, overheden,is een internationaal gerenommeerd onderzoeker op zowel consumentenorganisaties en organisaties van patiënten enhet gebied van de oorzaken en gevolgen van overgewicht zorgverleners.en obesitas als de effectiviteit van overgewichtpreventie enDr. M. Chin A PawDonderdag.1.december.–.11.10.uur.–.sessie.A1.–.How.sickening.is.sitting?How sickening is sitting? Relative to the large amount of evidence regarding cardiometabolic health in children and youth. I will also the acute and chronic effects of physical activity, little pay specific attention to the measurement of sedentary is known about the adverse health outcomes caused behaviour in this age group. Finally, I will present the first by prolonged sitting, especially in young people. I results of a ‘sitting experiment’ examining the effects of will give an overview of the scientific evidence on the prolonged sitting on metabolic indicators. // prospective relationship between sedentary behaviour andBiografieDr. M. Chin A PawDr Mai Chin A Paw is associate professor at the Department of Mai is chair of the section Youth and Health within thePublic and Occupational Health, EMGO Institute for Health and department of Public and Occupational health and is currentlyCare Research - VU University Medical Center in Amsterdam, The involved in several research projects. Examples are theNetherlands. development and evaluation of strategies promoting physical activity and reducing sedentariness, measurement of physicalHer background is in Human Movement Science and activity, and prevention and treatment of obesity. She usesEpidemiology. Mai obtained her PhD in 1999 for her thesis that innovative methodologies in behavioural epidemiology suchinvestigated the effects of physical exercise and micronutrient as Intervention Mapping – a protocol for theory and evidence-supplementation on the health of frail older people. Since 2000 based development of interventions; analysis of mediators (howher main research focus is on Child Health and Care Research. does an intervention achieve its effects); analysis of moderators 1 & 2 december te Kaatsheuvel 13
  • 16. dag 1 // donderdag 1 december 2011 (who responds to interventions); multi-level analysis; and the in Sport and member of the editorial board of the International latest techniques for longitudinal data analysis. Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity. She is associate editor of The Journal of Science and Medicine Dr. M. Elferink-Gemser Donderdag.1.december.–.11.30.uur.–.sessie.A1.–.Talentherkenning.en.-ontwikkeling:.Nederland Talentherkenning en -ontwikkeling: Nederland Op de site van NOC*NSF staat te lezen dat ‘de is, wat de beste progamma’s zijn, wat de beste manier toptienambitie, het streven van Nederland om structureel van begeleiden is en hoe je weet aan welke kinderen tot de tien beste topsportlanden ter wereld te behoren, deze extra mogelijkheden het best geboden zouden voor de Nederlandse topsport de ultieme doelstelling is’. moeten worden. Wie zijn de topsporters van ‘morgen’ Dit is echter geen eenvoudige opgave en ons land heeft en waarom zij? Om de olympische ambities te kunnen deze positie tot op heden niet structureel gerealiseerd. waarmaken – Nederland bij de top-10 – gaat het duidelijk De concurrentie in de mondiale top is groot en voor om meer dan alleen maar aanleg, een factor geluk en Nederland in de top-10 is kennis van experts uit de hard trainen. Via onderzoek worden talenten in de tijd sport en samenleving onmisbaar. In Nederland worden gevolgd waarmee teruggekeken kan worden op specifieke kinderen opgeleid tot topsporters middels een systeem ontwikkelingen en kenmerken die bepalen hoe snel een dat grotendeels gebaseerd is op talentherkenning vanuit talent zich feitelijk ontwikkelt. Je kunt daarmee onder de sportverenigingen en talentontwikkeling bij zowel de andere het verschil ontdekken tussen jeugdtalenten verenigingen als de districten en nationale jeugdteams. die zich ontwikkelen tot topsporters en degenen die De kinderen die als talentvol worden herkend, krijgen tijdens het talenttraject ‘afvallen’ en blijven steken op vaak een uitnodiging om in selectieteams hun potentie amateurniveau. Heel essentieel is dat een echte topper waar te maken. Ze krijgen extra trainingen aangeboden extreem gemotiveerd is en goed is in zelfregulatie. Uit het door over het algemeen goed opgeleide trainers, onderzoek kan geconcludeerd worden dat getalenteerde goede trainingsfaciliteiten, medische begeleiding en sporters vooral beter zijn in het stellen van doelen. een wedstrijdprogramma op niveau. Ze kunnen zich Een sporter moet dus slim zijn. Het is dus niet alleen ontwikkelen door zich op te trekken aan sporters van kwantitatief je uren draaien, maar vooral ook kwalitatief. vergelijkbaar of hoger niveau. Het doel van het bieden Daarnaast is de kwaliteit van de trainer of coach heel van deze extra mogelijkheden is het vergroten van belangrijk. Zo zie je bijvoorbeeld dat talenttrainers, die de kans om de top te bereiken. In vergelijking met de meeste talenten aan de top afleveren, zich met name decennia geleden is er meer aandacht voor de soms onderscheiden door veel autonomie aan de talenten te lastige combinatie van school en sport. Dit is onder geven. Met andere woorden, ze zorgen ervoor dat de meer terug te zien in de toename van het aantal topper in spe verantwoordelijk wordt voor zijn eigen LOOT-scholen. Echter, hoewel talentherkenning en leerproces. Want… zelfregulatie is een sleutel- en talentontwikkeling niet los te zien zijn van de context, is succesfactor. // er nog veel onduidelijkheid over wat de beste omgeving Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid14
  • 17. BiografieDr. M. Elferink-GemserMarije Elferink-Gemser studeerde Bewegingswetenschappen ruim honderd publicaties over het onderwerp talentherkenning(UMCG) aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 2005 en -ontwikkeling op haar naam staan, zowel nationaal alspromoveerde ze aan dezelfde universiteit bij promotor prof. internationaal in de vorm van wetenschappelijke artikelen,dr. Chris Visscher op het onderwerp ‘Talentontwikkeling populairwetenschappelijke artikelen, boeken, boekhoofdstukkenvan getalenteerde sporters’. Sindsdien houdt ze zich aan en bijdragen aan congressen. Ze wordt regelmatig doorde RUG als universitair docent bezig met talentonderzoek. buitenlandse universiteiten en voor internationaleEen belangrijk onderzoeksthema omvat het waarmaken wetenschappelijke congressen uitgenodigd om het Nederlandsevan de bewegingspotentie van jeugdigen (‘het maximale talentonderzoek te presenteren. Daarnaast vindt ze het heeluit eigen kunnen halen’). Het onderzoek kenmerkt zich belangrijk om de onderzoeksresultaten te ‘vertalen’ voordoor het longitudinale karakter waarbij jeugdigen jaren mensen in het werkveld zoals (toekomstige) trainers, coaches,achter elkaar worden gevolgd in hun ontwikkeling en het beleidsmakers, leerkrachten, getalenteerde sporters en hunmultidimensionele karakter waarbij zowel persoonsgebonden ouders.als omgevingsgebonden kenmerken in relatie worden gebrachtmet de sportprestatie. Marije is daarnaast actief binnen het Organisaties: Centrum voor BewegingswetenschappenInstituut voor Sport en Bewegingsstudies van de Hogeschool (UMCG/Rijksuniversiteit Groningen); Instituut voor Sport enArnhem-Nijmegen dat ‘Talentherkenning en -ontwikkeling van Bewegingsstudies (Hogeschool Arnhem-Nijmegen).sporttalent’ als speerpunt heeft gekozen. Ze heeft inmiddelsDr. J. RoeykensDonderdag.1.december.–.11.30.uur.–.sessie.A1.–.Talentherkenning.en.-ontwikkeling:.VlaanderenTalentherkenning en-ontwikkeling: Vlaanderen Sporttalent detecteren en begeleiden is een kerntaak van De eerste Vlaamse topsportscholen openden hun deuren (top)sportfederaties. In het langdurige traject om sportief op 1 september 1998. Het doel van de topsportscholen talent te detecteren, te selecteren en te begeleiden is om jonge talenten de kans te geven hun sportcarrière tot de topsport, worden in Vlaanderen verschillende zo optimaal mogelijk te ontwikkelen in combinatie beleidsinitiatieven genomen. De leidraad daarvan vormt met de studies secundair onderwijs. Hiervoor is een het topsportactieplan Vlaanderen en hanteert een structurele samenwerking opgezet tussen de sport- en voorwaardenscheppend beleid, géén beloningsbeleid. de onderwijssector. Aanvankelijk participeerden twaalf sportfederaties in de topsportscholen, vandaag zijn dat Een van de grote verwezenlijkingen in Vlaanderen om er al zeventien. Het aantal ingeschreven leerlingen/ sportief talent te begeleiden, is de oprichting van de topsporters steeg van iets meer dan 200 naar ruim 900. topsportscholen. De (top)sportfederaties met participatie in een Recent werden deze zowel op sportief als onderwijskundig topsportschool hanteren strenge selectiecriteria voor de vlak doorgelicht. In deze uiteenzetting zal na een inschrijving aan een topsportschool. korte situering op de voornaamste resultaten van deze Leerlingen die in het secundaire onderwijs (leeftijd 12 evaluaties ingegaan worden. tot 18 jaar) de studierichting topsport volgen, krijgen 1 & 2 december te Kaatsheuvel 15
  • 18. dag 1 // donderdag 1 december 2011 wekelijks 10 uur sportspecifieke topsporttraining, de sportfederatie. De lestijden en zelfs examenperiodes aangevuld met 2 uur lichamelijke opvoeding tijdens de worden indien nodig aangepast aan de noden van de sport. schooluren. Daarnaast volgen zij de trainingen buiten de schooluren in hun sportclub. In het totaal rapporteert men In het basisonderwijs (leeftijd 6 tot 12 jaar) zijn er vandaag vaak 15 tot 20 uur specifieke training op weekbasis. slechts twee federaties (gymnastiek en tennis) met Om een volwaardige studie te kunnen volgen, worden de een participatie in één of meerdere basisscholen voor leerlingen specifiek begeleid en opgevolgd. De leerlingen topsportbeloften. Hier krijgen de leerlingen wekelijks tot hebben het recht om, tijdens de lesuren, deel te nemen 6 uur sportspecifieke training tijdens de schooluren als aan stages en wedstrijden die onder de leiding staan van aanvulling op de naschoolse sportbeoefening. // Biografie Dr. J. Roeykens Johan Roeykens is voltijds inspanningsfysioloog op de afdeling keuringen en inspanningsonderzoeken bij onder andere S.P.O.R.T.S. van het UZ Antwerpen. Hij is van huis uit licentiaat leerlingen/topsporters afgenomen. Daarnaast worden heel wat in de Lichamelijke Opvoeding en licentiaat in de Motorische sporters sportmedisch getest en geadviseerd in verschillende Revalidatie en Kinesitherapie. sporttakken. De multidisciplinaire aanpak van de sporter binnen S.P.O.R.T.S. is een van de negen door de Vlaamse overheid het UZ Antwerpen biedt hierbij een belangrijke meerwaarde bij erkende sportkeuringscentra en staat voor multidisciplinair het verlenen van gericht advies. centrum voor Screening, Preventie, Onderzoek en onderwijs, Johan is lesgever aan de Vlaamse Trainerschool (BLOSO), werkt Revalidatie, Training en Sportgeneeskunde. mee aan verschillende sportwetenschappelijke onderzoeken Voordien was Johan werkzaam op de Afdeling Topsport van binnen het UZ Antwerpen en heeft een bijzondere interesse BLOSO, de Vlaamse sportadministratie. Gedurende twee jaar voor de meting van lichamelijke activiteit en toegepaste was hij dossierbeheerder van de topsportscholen in Vlaanderen. inspanningsfysiologie in de trainingspraktijk. Op S.P.O.R.T.S worden de jaarlijkse (verplichte) sportmedische Prof. dr. J. Gielen Donderdag.1.december.–.12.05.uur.–.sessie.A1.–.Gestaltepredictie.bij.12/13-jarigen Gestaltepredictie bij 12/13-jarigen Gestalte is belangrijk in een aantal sporten, zowel een 10 cm voor jongens en 9 cm voor meisjes voor een 95% kleine of een grote gestalte kan wenselijk zijn in enerzijds van de populatie. Voor de Vlaamse kinderen met minstens gymnastiek en vechtsporten als anderzijds basketbal, 1 Vlaamse ouder kan de individuele groeicurve berekend volleybal en tennis, atletiek, hordelopen en zwemmen. worden op basis van minstens twee meetpunten met Selectie van topsporters gebeurt op jonge leeftijd en minstens 6 maanden tijdsinterval, dit is de meest correcte dus per definitie met onvolwassen gestalte. Selectie kan voorspeller van de gestalte op volwassen leeftijd. Bij de gebeuren op basis van de gestalte van de ouders, een selectie van de sporters beschikt men echter meestal individuele groeicurve en door de vaststelling van de niet over twee meetpunten. Een alternatieve techniek skeletontwikkeling. Een gestalte voorspelling op basis is de bepaling van de skeletontwikkeling op basis van van genetica – dat wil zeggen op basis van de gestalte een radiografisch onderzoek van de hand. Niet de van de ouders – is de minst correcte met een marge van chronologische leeftijd maar de leeftijd van het skelet Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid16
  • 19. bepaalt de groeicapaciteit. De ontwikkeling van het voor niet-medische toepassingen wordt het ALARA- skelet loopt dikwijls niet gelijk met de chronologische principe toegepast. Men zoekt dus naar alternatieven leeftijd en is dikwijls familiaal bepaald. Meerdere die niet gebruikmaken van ioniserende stralen om atlassen zijn beschikbaar voor jongens en meisjes om skeletontwikkeling te determineren. Alternatieve de skeletontwikkeling te determineren. Deze techniek technieken zijn echografie en MRI die in onderzoek zijn. heeft een standaarddeviatie van 1,2 cm vanaf de leeftijd Deze zijn echter nog niet beschikbaar. // van 12 jaar bij meisjes en 14 jaar bij jongens. Voor het gebruik van röntgentechnieken voor medische en zekerBiografieProf. dr. J. GielenMedische studies en specialisatie radiologie aan de Katholieke Organisator van cycli hands-oncursussen wekedelenechografieUniversiteit van Leuven. Muskuloskeletale radiologiestage bij sinds 2004. Organisator, in samenwerking met Babette Pluim,D. Resnick (UCSD, California) en B. Maldague (UCLouvain). Sinds van het STMS (Society for Tennis Medicine and Science)-congresoktober 2000 Musculoskeletaal radioloog in het Universitair 16 en 17 februari 2007 te Antwerpen. Auteur en coredacteurZiekenhuis Antwerpen (UZA) met speciale interesse in van een gespecialiseerd boek over sportradiologie Imaging inradiologische beeldvorming van sportletsels. Mijn bijzondere Orthopedic Sports Injuries (2006 Springer Verlag).aandacht gaat naast de klassieke technieken zoals radiografie enarthrografie vooral uit naar echografie, magnetische resonantie Al vroeg in zijn carrière legde prof. dr. Jan Gielen zich toe op heten meersneden CT. PhD sinds februari 2004, thesis ‘Magnetische onderzoek van sporters. Uit liefde voor de sport? “Ik kom uitresonantie van wekedelentumoren’. Sinds 15 jaar spreker op het een heel onsportieve familie. Thuis deden wij niet aan sport en‘Limburgs Sportcongres’ België. Organisator van het Antwerps gingen we niet naar het voetbal. Toen ik destijds voor het eerstMultidisciplinair Sportmedisch Symposium in 2004 en 2005. Jean-Marie Pfaff moest onderzoeken, kende ik die niet.” DatSinds oktober 2006 docent aan de Universiteit Antwerpen (UA). gebrek aan affiniteit met de sportwereld vindt hij geen nadeel,Believer in multidisciplinaire samenwerking en daarom sinds integendeel: het waarborgt de objectiviteit. “Sportgeneeskundefebruari 2006 organisator van een veertiendaagse theoretische is boeiend doordat het een kruispunt van disciplines is,en klinische multidisciplinaire sportvergadering aan de UA in van fysische geneeskunde en radiologie tot cardiologie ensamenwerking met sportartsen, fysiotherapeuten, kinesisten, psychologie. En ook op onderzoeksvlak zijn er veel uitdagingen.”radiologen, orthopedisten, cardiologen, dermatologen. 1 & 2 december te Kaatsheuvel 17
  • 20. dag 1 // donderdag 1 december 2011 Vrije voordrachten sessie A1 K. Valkenet, F. de Heer, L.A. van Herwerden, P. Doevendans, I.G.L. van de Port & F.J.G. Backx Preoperatieve fysieke therapie voor een openhartoperatie: wetenschappelijke evidentie en klinische effecten Inleiding en vraagstelling risicoscores, ademspiertraininggegevens, incidentie van Patiënten die een openhartoperatie moeten ondergaan, longontstekingen en ligduur na een openhartoperatie. behoren tot een kwetsbare populatie. Deze groep zal als Deze data zijn geanalyseerd middels propensity-analyse gevolg van een slechtere preoperatieve fysieke conditie om uitspraak te doen over de effectiviteit van deze meer kans hebben op complicaties en een vertraagd interventie. herstel. Zo is bekend dat een longontsteking na een openhartoperatie de ligduur fors kan verlengen (American Resultaten Thoracic Society, Am J Respir Crit Care Med; 2005). Een De systematische review laat een significant effect goede fysieke voorbereiding is daarom belangrijk. Er zijn (p<0.05) zien van preoperatieve ademspiertraining op twee doelen geformuleerd. Allereerst het geven van een het terugdringen van longcomplicaties na een buik- of systematisch overzicht van de huidige evidentie voor hartoperatie (4 studies). preoperatieve fysieke therapie op het herstel na een De data betreffende preoperatieve ademspiertraining operatie. Daarnaast wordt het effect onderzocht van de voorafgaand aan een hartoperatie (n=346) laten een trend implementatie van preoperatieve ademspiertraining op zien in het voordeel van de pulmonaal hoog risicogroep het verminderen van postoperatieve longontstekingen na die ademspiertraining heeft gevolgd. In deze groep heeft een openhartoperatie. 1 van 94 patiënten (1.1%) een longontsteking ontwikkeld na de hartoperatie vergeleken met 8 van de 252 patiënten Methode (3.2%) die geen ademspiertraining hebben gevolgd (odds Een systematisch literatuuronderzoek is uitgevoerd, ratio 0.29 (95% CI 0.032 – 2.64)). gebruikmakend van de databases PubMed, EMBASE, PEDro and CINAHL waarbij studies werden geïncludeerd die de Conclusies, discussie en aanbevelingen effecten van preoperatieve fysieke therapie onderzochten Preoperatieve ademspiertraining lijkt effectief op de ligduur en complicaties na een operatie (Valkenet in het terugdringen van longontsteking na een et al. Clin Rehab; 2011). De studies zijn beoordeeld op openhartoperatie. In tegenstelling tot de literatuurstudie methodologische kwaliteit (PEDro-scorelijst). Effecten op laten de data uit de praktijk geen significant verschil ligduur en aantal complicaties zijn verwerkt in een meta- zien op het verminderen van longontstekingen, maar analyse. is er wel een trend zichtbaar in het voordeel van de Voor het tweede doel zijn, na implementatie van groep die ademspiertraining gevolgd heeft. Aanvullend preoperatieve ademspiertraining (dagelijks 20 min. goed gecontroleerd en gerandomiseerd onderzoek gedurende minimaal 2 weken), in 2008 en 2009 naar ademspiertraining bij verschillende chirurgische in het Universitair Medisch Centrum Utrecht data patiëntgroepen wordt aanbevolen. // verzameld aangaande preoperatieve pulmonale Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid18
  • 21. R. AgricolaDe ontwikkeling van cam laesiesbij jonge voetballers Inleiding kop-halsovergang werd gescoord als 1) normaal, 2) Cam impingement is een oorzaak van heuppijn en een afvlakking of 3) prominentie. Verschillen in prevalentie mogelijke risicofactor voor artrose. Cam impingement werden getest met logistische regressie. Verschillen in wordt vooral bij jonge, mannelijke sporters gezien, maar er de bewegingsuitslagen werden getest met generalized zijn slechts een beperkt aantal onderzoeken die zich hebben estimating equations. gericht op de manifestatie van cam laesies tijdens de groei. Resultaten Doel Een abnormale alphahoek werd al gevonden bij 12-jarigen Het bepalen op welke leeftijd cam laesies ontstaan, en de bij zowel voetballers als controles. De prevalentie van prevalentie van cam laesies bepalen bij jonge mannelijke een cam laesie gedefinieerd op basis van een abnormale voetballers in vergelijking met niet-sportende controles. alphahoek was hoger bij voetballers (26%) dan bij controles (17%), alhoewel niet significant wanneer Methode gecorrigeerd werd voor de leeftijd. Een prominentie in de In deze studie zijn 89 (178 heupen) voetballers tussen kop-halsovergang werd alleen gezien bij voetballers, vanaf de 12 en 19 jaar, die in selectie-elftallen van Feyenoord 13-jarige leeftijd (13% vs 0%, p<0.033). De prevalentie van speelden, geïncludeerd. Tevens zijn er 92 (184 heupen) een afvlakking van de kophals was ook significant hoger controles in dezelfde leeftijdscategorie geselecteerd bij voetballers (53% vs 19%, p=0.0001). Bij voetballers met uit radiologiegegevensbestanden wanneer zowel een een cam laesie op basis van een abnormale alphahoek anterior-posterior (AP) als een Lauenstein-opname van was de endorotatie significant verminderd (19.7 vs 26.2, beide heupen beschikbaar was. Exclusie criteria voor p=0.002). Een positieve impingementtest associeerde niet controles waren het hebben van heuppathologie en met het hebben van een cam laesie. sporten als dit vermeld was in de status. Bij de voetballers zijn de bewegingsuitslagen van de heup bepaald en werd Conclusie de impingementtest uitgevoerd. Tevens is er volgens een Een cam laesie is zichtbaar vanaf 13-jarige leeftijd. gestandaardiseerd protocol een AP-bekkenopname en Cam laesies zijn meer prevalent en meer uitgesproken een Lauenstein-opname gemaakt. Om een cam laesie te bij jonge voetballers dan bij controles. Dit suggereert kwantificeren werd de alphahoek in alle röntgenfoto’s dat mechanische belasting, vooral tijdens het sluiten bepaald, waarbij een afkapwaarde van 60 graden werd van de groeischijf, een belangrijke factor kan zijn in de gehanteerd. Tevens werden alle röntgenfoto’s gescoord ontwikkeling van een cam laesie. // op basis van drie categorieën. De anterosuperior 1 & 2 december te Kaatsheuvel 19
  • 22. dag 1 // donderdag 1 december 2011 Sessie A2: Volwassenen Dr. E. Verhagen Donderdag.1.december.–.10.45.uur.–.sessie.A2.–.Beweegstimulering Beweegstimulering Ondanks het onomstotelijke bewijs dat lichamelijke heeft gewoonweg een sterkere onafhankelijke relatie activiteit de gezondheid bevordert, is de mate waarin de met allerhande gezondheidsproblemen. Daarnaast populatie lichamelijk actief is in de afgelopen jaren alleen heeft het stimuleren van lichamelijke activiteit ook maar afgenomen. Mede door specifieke aandacht voor andere voordelen; een beweegrijke leefstijl helpt in het voldoende lichamelijke activiteit in het gezondheidsbeleid handhaven van een gezond gewicht, is gecorreleerd aan en een daaraan gekoppeld publiek besef, lijkt de afname een gezonder voedingspatroon en draagt bij aan het de laatste jaren enigszins gestabiliseerd. Er wordt zelfs terugdringen van het aantal rokers. een lichte toename gezien in het percentage Nederlanders dat voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. Met het oog op de vele voordelen van lichamelijke Echter, we bewegen nog niet voldoende en de promotie activiteit voor de gezondheid in diverse levensfasen, zijn van voldoende lichamelijke activiteit blijft vooralsnog de preventie en interventiemogelijkheden ontelbaar. Het een vitale component voor de preventie van chronische voert dan ook te ver om een volledig overzicht te geven aandoening en het bevorderen van de algemene van bestaande beweeginterventies en hun (potentiële) gezondheid in de hedendaagse samenleving. impact op de maatschappelijke gezondheid. Daarom Met het oog op het populatie attributieve risico zal er hier middels een selectie van interventies een (PAR) is het zelfs zo dat vanuit het perspectief van overzicht worden gegeven van mogelijkheden waarop de maatschappelijke gezondheid het bevorderen van beweegstimulering kan worden ingezet voor primaire, lichamelijke activiteit meer gezondheidswinst kan secundaire en tertiaire preventie van diverse (chronische) opleveren dan het verbeteren van voedingspatronen en aandoeningen. // verlagen van lichaamsgewicht. Lichamelijke inactiviteit Biografie Dr. E. Verhagen Evert Verhagen is als universitair docent verbonden aan breedtesport en de implementatie van evidence naar de praktijk. de afdeling Sociale Geneeskunde en het EMGO+ Instituut Daarnaast coördineert hij onderwijs op dit brede terrein bij de van het VU Medisch Centrum in Amsterdam. Na zijn studie faculteiten Bewegingswetenschappen en Geneeskunde van de bewegingswetenschappen promoveerde hij in 2004 op een Vrije Universiteit in Amsterdam. Evert Verhagen is lid van het onderzoek naar de preventie van enkelletsels bij volleyballers. editorial board van de Journal of Science and Medicine in Sport Nadien is hij zich breder gaan oriënteren en voert nu studies en associate editor van de British Journal of Sports Medicine. uit op het brede terrein van sport, leefstijl en gezondheid; van Tevens is hij als onderzoeker verbonden aan de Vrije Universiteit beweegstimulering bij jongeren tot letselpreventie bij top- en te Brussel en Monash University te Melbourne. Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid20
  • 23. Drs. H.J.W. DijkstraDonderdag.1.december.–.11.10.uur.–.sessie.A2.–.Preventieconsult.huisarts:.Bedreiging.of.kans.voor.de.sportgeneeskunde?!Preventieconsult huisarts:Bedreiging of kans voor desportgeneeskunde?! In Nederland is de afgelopen jaren als gevolg van een preventie bij patiënten met reeds aanwezige coronaire ongezonde leefstijl een stijging van overgewicht en hartziekten. Er momenteel een brede tendens zichtbaar obesitas waarneembaar. Met de stijging in overgewicht die gaat van case finding naar preventie. is het aannemelijk dat ook het aantal mensen met Er zijn op dit moment vele preventieve onderzoeken hypertensie, dislipidemie en verhoogd glucose de laatste en checks beschikbaar bij diverse (vaak commerciële) jaren is toegenomen. Het valt daarom te verwachten instanties. De NHG-standaard Preventieconsult dat ook een toename van de prevalentie van hart- en Cardiometabool beoogt een evidence based-antwoord te vaatziekten, diabetes mellitus en chronische nierschade in zijn op deze wildgroei aan testmogelijkheden en zelftests het verschiet ligt. tegen relatief lage kosten. Op grond van demografische ontwikkelingen (dubbele Deze voordracht heeft enerzijds tot doel om u kennis vergrijzing: toename van de oudere bevolking in te geven van het hoe en waarom van deze nieuwe combinatie met hogere levensverwachting) en een NHG-standaard op basis van actuele wetenschappelijke toename van (ernstig) overgewicht met effecten op achtergronden; het preventieconsult raakt aan, in de incidentie en prevalentie van hart- en vaatziekten, sportgeneeskunde gangbare, onderzoeksvormen. diabetes en chronische nierschade ontstaat er meer Daarnaast zal de spreker trachten inzichtelijk te maken aandacht voor preventie. dat er op basis van het huidige kennisdomein van de Er zijn studies die aantonen dat het reduceren van sportgeneeskunde aangaande beweegadvisering op maat risicofactoren bij gezonde mensen (= universele, selectieve en de actuele stand van zaken omtrent beweegadvies door en geïndiceerde preventie) een viervoudige reductie de huisarts mogelijk een wereld te winnen is. // in sterfte geeft ten opzichte van de zorggerelateerdeBiografieDrs. H.J.W. DijkstraJan-Willem Dijkstra is sportarts en sinds 2005 werkzaam als met het Linneus Instituut en realisatie van het door NOC*NSFsportarts-medisch coördinator in het SMA Haarlem-Kennemer gecertificeerde Topsport Medisch Samenwerkingsverband totGasthuis. Zijn werkopdracht is het in de regio Haarlem stand gebracht.vormgeven/verder professionaliseren van het specialisme Aandachtsvelden van de spreker zijn echografie (MSU) enerzijdssportgeneeskunde. De afgelopen jaren werden onder zijn leiding en anderzijds de toepassingsmogelijkheden van spiro-ergometrieonder andere integratie binnen de medische staf van het KG, bij revalidatie op maat van chronisch zieken, in het bijzondersubspecialisatie binnen de driekoppige vakgroep, scholing hartfalenpatiënten.huisartsen/fysiotherapeuten, opstarten multidisciplinaire Jan-Willem is tevens geregistreerd huisarts en als zodanigsportpoli SMA Haarlem met Heliomare, aanzet tot ontwikkeling geïnteresseerd in de raakvlakken van de eerste lijn met hetvan een onderzoekstak sportgeneeskunde in samenwerking specialisme sportgeneeskunde en vice versa. 1 & 2 december te Kaatsheuvel 21
  • 24. dag 1 // donderdag 1 december 2011 Zelf is Jan-Willem in zijn vrije tijd fervent windsurfer en skiër, marathonschaatsen (M2)) veelvuldig te traceren op de ijsbaan tevens voormalig windsurfinstructeur en meer dan 15 jaar actief van Haarlem, door liefhebbers ook wel het ‘Davos van het geweest als Oostenrijks (Tirol/Landes) geregistreerd skileraar. In Noorden’ genoemd. deze tijd van het jaar is hij als schaatser (Elfstedentocht 1985/ Drs. I. Vriend Donderdag.1.december.–.11.35.uur.–.sessie.A2.–.Onderzoek.in.de.praktijk:.overzicht.van.effectieve. blessurepreventieve.maatregelen Onderzoek in de praktijk: overzicht van effectieve blessurepreventieve maatregelen Sporten en bewegen is gezond en Nederlanders worden gebruikt en van plan is om deze op lange termijn te blijven dan ook gestimuleerd om dit (meer) te gaan doen. gebruiken. Circa 11 miljoen Nederlanders sporten en bewegen in georganiseerd en ongeorganiseerd verband. Populair zijn Om deze informatie te verzamelen, zijn diverse fitness, zwemmen, wielrennen/toerfietsen, hardlopen onderzoeken uitgevoerd. Ten eerste is een overzicht en veldvoetbal. Sporten is gezond, maar brengt tegelijk gemaakt van welke maatregelen werken ter preventie ook risico’s met zich mee. Het aantal sportblessures in van specifieke blessures (effectiviteit van bijvoorbeeld een Nederland is, vergeleken met andere aandoeningen en brace, helm, trainingsprogramma). Dit is gedaan door het ziektes, hoog. Jaarlijks ontstaan 3,7 miljoen sportblessures, raadplegen van wetenschappelijke literatuur en (inter-) waarvan 39% medische behandeling nodig heeft. Naast nationale experts. De kennis neemt steeds toe door het belangrijke gevolgen voor de sporter zelf (sportverzuim, verschijnen van nieuwe publicaties (compressiekous, stoppen met sporten), gaat dit samen met hoge medische core stability) en actuele discussies (rekken). Tevens is via kosten en arbeidsverzuim. Om die reden heeft het trendanalyses van blessurecijfers gekeken of de verplichte Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) invoering van bijvoorbeeld de fietshelm tot een daling blessurepreventie op de agenda staan. In de periode heeft geleid van het aantal blessures. De resultaten van de 2008-2011 zijn activiteiten uitgevoerd om blessures onderzoeken worden toegelicht. te voorkomen, specifiek gericht op 12 geprioriteerde Met behulp van de Veiligheidsbarometer Sporters is in sporttakken en enkel-, knie-, hoofdblessures en geleidelijk 2008 en in 2011 de veiligheidsbeleving en het gedrag van ontstane blessures. Nederlandse sporters met betrekking tot blessurepreventie in kaart gebracht. De focus ligt primair op het in kaart Om sportblessures te kunnen voorkomen, moeten brengen van het gedrag en de gedragsdeterminanten van maatregelen en interventies ingezet worden die de sporters. Weten sporters welke maatregelen zij zelf effectief zijn en werkzaam zijn in de praktijk (efficiënt). kunnen nemen en in welke mate doen zij dit? Belangrijke modellen die gehanteerd worden binnen de sportblessurepreventie om resultaten van onderzoek te Ten slotte is het belangrijk om inzicht te krijgen in de vertalen naar de praktijk, zijn het TRIPP-model (Finch, effecten in de praktijk van de gevoerde blessurepreventieve 2006) en het RE-AIM-model (Finch & Donaldson, 2009). activiteiten in de periode 2008-2011. Dit is gedaan door Dit laatste model wordt gebruikt om inzicht te krijgen te kijken naar de trend in de landelijke blessurecijfers, in de totale impact van een interventie in de praktijk. veranderingen in het gedrag en in de intermediaire Verschillende dimensies moeten hiervoor worden gedragsdeterminanten van sporters en door proces- en gemeten, waaronder het aandeel sporters dat bekend is effectevaluaties van de ingezette pilot-interventies. // met de preventieve maatregel, deze (op de juiste manier) Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid22
  • 25. BiografieDrs. I. VriendIngrid Vriend is projectleider en onderzoeker bij Stichting wielrennen en mountainbiken centraal. Om de kennis enConsument en Veiligheid. Consument en Veiligheid werkt, in ervaring met betrekking tot de monitoring van sportblessuresopdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en in Nederland af te stemmen, is eind 2004 op verzoek van hetSport, samen met de VSG, sportbonden en andere organisaties Ministerie van VWS het platform Monitoren Sportblessuresaan de uitvoering van het landelijke blessurepreventiebeleid. opgericht. In dit platform hebben experts op het gebiedHiervoor houdt Ingrid zich bezig met onderzoek naar de wensen van de epidemiologie van sportblessures zitting namensen behoeften van de doelgroep (sporters en intermediairs) hun organisatie. Ingrid is voorzitter van dit platform. Na deen proces- en effectevaluaties van (pilot)interventies. Het studie Bewegingswetenschappen aan de VU, heeft ze deafgelopen jaar stond onderzoek naar de effecten van de masteropleiding Epidemiologie afgerond.campagne ‘Gebruik je kop, helm op’ bij skiën, snowboarden,Dhr. S. van den BeltDonderdag.1.december.–.12.00.uur.–.sessie.A2.–.Aftrainen.na.een.sportcarrière.–.hoe.waarom?Aftrainen na een sportcarrière –hoe en waarom? Er is, vanzelfsprekend en terecht, veel aandacht voor fenomeen ‘aftrainen’. Of wellicht is ‘afbouwen’ in deze talentontwikkeling en voor fysieke training van atleten. context een beter woord, gezien de eventuele verwarring Dit leidt tot kennis, sportief – en wellicht economisch – met het gewichtsverlies binnen sporten waarin met succes, maar ook tot het opzoeken van de grenzen van gewichtsklasses wordt gewerkt. fysieke grenzen van elke atleet. Tel daarbij op dat een Het literatuuronderzoek waar de presentatie haar survey onder Schotse oud-atletes aantoonde dat van oorsprong in vindt, laat zien dat er inderdaad geen alle veranderingen die plaatsvinden vanaf het moment evidence based-programma lijkt te bestaan voor van stoppen de fysieke aanpassing met 12.2 ± 11.9 afbouwen. In de voordracht zal de toehoorder dan ook maanden het langst duurde en dat van dezelfde groep 60% meegenomen worden op een zoektocht die leidt van de aangaf dat hulp bij physiological and dietary detraining summiere kennis die wel beschikbaar is, via de kennis over terugkijkend nuttig zou zijn geweest. Dit is hoger dan de de kortetermijngevolgen van niet of verminderd trainen 51% die aangaf dat career planning wel handig zou zijn en de algemene kennis over de fysieke adaptaties aan een geweest, terwijl daar in Nederland wel een programma intensieve sportbeoefening naar zo concreet mogelijke voor bestaat. Dit leidt tot de conclusie dat het eigenlijk aanbevelingen voor waar een goed afbouwprogramma raar is dat er zo weinig bekend lijkt te zijn over het aan zou moeten voldoen. // 1 & 2 december te Kaatsheuvel 23
  • 26. dag 1 // donderdag 1 december 2011 Biografie Dhr. S. van den Belt Sander van den Belt (1986) studeerde bewegingswetenschappen over dit onderwerp. De resultaten daarvan worden op het VSG- in Groningen. Daar ontwikkelde hij een fascinatie voor ‘vergeten congres gedeeld. groepen binnen de (top)sport’. Zo vroeg hij zich af wat een sporter Op dit moment houdt Sander zich bezig met een andere doet na zijn carrière, behalve in ‘het zwarte gat’ vallen en/of vergeten groep: ouders van sporttalent, waarvoor hij www. aftrainen. Aftrainen? Wat is dat eigenlijk, hoe moet dat, waarom topsportouders.nl opzette. Daarnaast is hij als teamleider moet dat, waar kan een gestopte atleet hiervoor terecht? medische onderzoeken van Rienks Arbodienst nauw betrokken NOC*NSF zag het hiaat in de eigen kennis en gaf Sander de bij een heel andere tak van sport: gezondheid, vitaliteit en opdracht de literatuur in te duiken op zoek naar de kennis langdurige inzetbaarheid op de werkvloer. Vrije voordrachten sessie A2 Drs. M.R. Krist, drs. ing. A.M.C. van Beijsterveldt, dr. S.L. Schmikli, dr. I.G.L van de Port, prof. dr. F.J.G. Backx Effectiviteit van een blessurepreventief oefenprogramma voor mannelijke amateurvoetballers Inleiding lengte, gewicht, voetbalervaring, dominant been, positie en De hamstringblessure is een veelvoorkomende blessure on- blessurehistorie. Van iedere speler is ook de voetbalexpositie der voetballers en is verantwoordelijk voor 12-16% van alle bijgehouden. De relatie tussen risicofactoren en hamstring- voetbalblessures. De hamstringblessure zorgt voor langdurig blessures is onderzocht met logistische regressieanalyses. sportverzuim en heeft een hoge recidiefkans. Kennis van de Uit de totale steekproef zijn bij 179 spelers aan het begin van risicofactoren is vereist voor adequate preventie. het seizoen ook testen afgenomen. De testbatterij bestond uit: lengte- en gewichtmeting, vetpercentagebepaling, Doelstelling sit-and-reach (sar)-test, kuitspierlengte test, Interval Shuttle Wat zijn risicofactoren voor het oplopen van hamstringbles- Run Test (submaximaal), square-hoptest en vertesprongen. sures bij mannelijke, volwassen amateurvoetballers? Non-parametrische analyses zijn toegepast om de relatie tus- sen de testscores en hamstringblessures te onderzoeken. Methode Het onderzoek is verricht onder 456 mannelijke volwas- Resultaten sen amateurvoetballers die spelen in het hoogste elftal Alle voetballers zijn meegenomen in de analyse (24,8 ± van 23 eersteklasseverenigingen. Gedurende het seizoen 4,2 jaar; 183,4 ± 6,5 cm; 78,2 ± 7,5 kg). In totaal hebben 2009-2010 zijn blessures geregistreerd in het online Bles- 49 spelers 63 hamstringblessures opgelopen. Een eerdere sureregistratie Informatie Systeem (BIS) van TNO. Hiermee hamstringblessure is een significante voorspeller voor een zijn onder andere de diagnose, het ontstaansmoment en hamstringblessure (p=0.001). Voor de overige variabelen zijn de herstelduur vastgelegd. Bij aanvang van de studie is geen significante verbanden gevonden. gevraagd naar een aantal potentiële risicofactoren: leeftijd, In de subgroep van geteste spelers (24,8 jaar ± 4,1;182,5 cm Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid24
  • 27. ± 6,3; 78,2 kg ± 7,3) wordt een significant verband gevonden hamstringblessure. Spelers zonder hamstringverleden tussen het risico op een hamstringblessure en de sar test- en met een verminderde flexibiliteit van de onderrug en score (p=0.016). Deze lage score op de sit-and-reachtest ver- achterzijde onderste extremiteit (sar score) hebben een hoogt de kans op een hamstringblessure. Dit verband blijkt grotere kans op een hamstringblessure. De resultaten van echter alleen te gelden voor spelers die in het voorgaande deze prospectieve studies komen deels overeen met bevin- seizoen geen hamstringblessures hebben gehad. Voor de dingen uit andere studies. Een grootschalig onderzoek naar overige testresultaten zijn geen significante verbanden met de relatie tussen verminderde flexibiliteit en hamstring- een hamstringblessure aangetoond. blessures bij dezelfde onderzoekspopulatie is dan ook aan te bevelen. Dit kan leiden tot betere preventiemaatregelen Conclusies voor hamstringletsels. // Uit dit onderzoek is gebleken dat een eerdere hamstring- blessure een risicofactor is voor het oplopen van eenH. van der Worp, J. Zwerver, I. van den Akker-Scheek & R.L. DiercksDe TOPSHOCK studie: eenRCT naar de effectiviteit vanradiale shockwave therapie invergelijking met gefocusteshockwave therapie voor patellatendinopathie Inleiding en vraagstelling met gefocuste ESWT en de andere groep met radiale Patellatendinopathie is een moeilijk te behandelen ESWT. Daarnaast kregen beide groepen een excentrisch blessure. Extracorporele Schokgolf Therapie (ESWT) is trainingsprogramma. Follow-upmetingen vonden 1, 4, 7 een relatief nieuwe methode voor het behandelen van en 12 weken na de laatste ESWT-behandeling plaats. De tendinopathie. Oorspronkelijk werd gebruikgemaakt van primaire uitkomstmaat was de VISA-P vragenlijst. gefocuste schokgolven bij ESWT. Een aantal jaar geleden werd een nieuwe vorm van ESWT geïntroduceerd waarbij Resultaten gebruik wordt gemaakt van radiale schokgolven. Deze 43 sporters (32 mannen) werden gerandomiseerd en vorm van ESWT wordt in Nederland meer gebruikt dan de 57 pezen werden behandeld. Kenmerken van de sporters gefocuste vorm. Het meeste onderzoek is echter gedaan waren (gemiddelde±standaard deviatie): leeftijd 31±11 met gefocuste ESWT. Het doel van deze studie is dan ook jaar, lengte 181±9 cm, gewicht 79±13 kg, aantal uren om beide vormen van ESWT vóór het behandelen van sport per week 2.5±3.2 uur. VISA-P score op baseline was patella tendinopathie met elkaar te vergelijken. 49±17. Resultaten worden begin november 2011 verwacht en zullen op het congres worden gepresenteerd. Methode De TOPSHOCK-studie is een gerandomiseerde, Conclusies, discussie aanbevelingen gecontroleerde trial met geblindeerde patiënten en Op basis van de resultaten zal de effectiviteit van beide testafnemers. Sporters die langer dan 3 maanden methoden worden vergeleken en bediscussieerd. // patellatendinopathie hadden, werden gerandomiseerd in twee groepen. Eén groep werd 3 keer behandeld 1 & 2 december te Kaatsheuvel 25
  • 28. dag 1 // donderdag 1 december 2011 Sessie A3: Ouderen Prof. dr S. Bierma-Zeinstra Donderdag.1.december.–.10.45.uur.–.sessie.A3.–.Sport.en.artrose? Biografie Prof. dr. S. Bierma-Zeinstra Sita Bierma-Zeinstra is bijzonder hoogleraar ‘Artrose en aanpak. Sita werkte vanaf 1983 tien jaar als fysiotherapeut in gerelateerde aandoeningen’ aan het Erasmus MC. Haar Zweden en kwam daarna naar Nederland terug om biomedische onderzoekgroep verricht epidemiologisch, klinisch en wetenschappen (richting bewegingswetenschappen) in translationeel onderzoek naar artrose vanuit de afdeling Nijmegen te studeren. Na een promotieonderzoek aan het huisartsgeneeskunde en orthopedie; het artroseonderzoek Erasmus MC bouwde zij daar vervolgens haar eigen lijn van onder haar hoede is gekenmerkt door een multidisciplinaire artroseonderzoek op. Drs. J.G. Bax & dr. A. Sieders Donderdag.1.december.–.11.10.uur.–.sessie.A3.–.Minibattle:.rol.van.de.fietsproef.bij.sportmedisch. onderzoek Minibattle: rol van de fietsproef bij sportmedisch onderzoek Elke sportarts doet regelmatig inspanningsonderzoek zullen een voor- en een tegenstander de degens kruisen. op een fietsergometer bij sporters en niet-sporters. De cardioloog zet grote vraagtekens bij het nut van de Verschillende vraagstellingen liggen hieraan ten grondslag fietsproef bij een sportmedisch onderzoek en vindt het zoals een check-up, diagnostiek bij inspanningsgebonden zonde van de inspanning. De sportarts heeft genoeg klachten, uitsluiten van ischemie en bepalen van de argumenten om te concluderen dat dit onderzoek belastbaarheid. van grote toegevoegde waarde is en bij uitstek in de Het is de vraag of de fietsproef bij een sportmedisch sportgeneeskundige praktijk thuishoort. // onderzoek een zinvol onderzoek is. In deze minibattle Biografie Drs. J.G. Bax Jaap Bax (05-01-1962) studeerde geneeskunde aan de Koninklijke Landmacht. Hier heeft hij later een deel van de Universiteit van Amsterdam. Na zijn artsexamen vervulde opleiding sportgeneeskunde gedaan en een aantal jaren hij zijn dienstplicht bij het Sportmedisch Centrum van de als sportarts gewerkt. In 1996 heeft hij de cardioscreening Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid26
  • 29. ontwikkeld, een onderzoek dat heeft geresulteerd in een schouderklachten bij racketsporters. Als lid van de werkgroepgetrapte cardiovasculaire screening met behulp van de Huisarts en Sport van de VSG heeft hij diverse onderwijsmodulesFramingham Index. Deze cardioscreening wordt gebruikt bij ontwikkeld voor huisartsen. Jaap is docent bij de SOS, NSPOH enberoepsmilitairen, die verplicht zijn om een conditieproef de LHV. In zijn vrije tijd is hij actief tennisser, mountainbikeraf te leggen. Momenteel is Jaap werkzaam bij het SMA en skiër.Utrecht en SMA Olympia. Extra interesse heeft hij in rug- enDrs. L. HeereDonderdag.1.december.–.11.40.uur.–.sessie.A3.–.Training.door.ouderen:.voordelen.en.bedreigingenTraining door ouderen:voordelen en bedreigingen In de huidige maatschappij wordt steeds meer beter acceptabel. Bij individuele sporten, zoals hardlopen, geaccepteerd dat het sporten op oudere leeftijd gangbaar worden tabellen gehanteerd hoeveel tijd meer nodig is is. Niet lang geleden werd, ook binnen de medische om op oudere leeftijd tot hetzelfde prestatieniveau als op wereld, raar aangekeken tegen fitte 60-plussers, waarbij jongvolwassen leeftijd te komen. gezondheidsklachten niet tot adviezen leidde om te blijven De afname in maximale hartfrequentie is samen met de bewegen, maar tot het voorstel om eens te stoppen met die afname in spiermassa de voornaamste reden voor het sportactiviteiten. Het belang van het sportief bewegen in prestatieverlies. Andere redenen kunnen de toegenomen relatie tot gezondheidswinst wordt langzamerhand ontdekt. spier-, pees- en gewrichtsstijfheid zijn en de afnemende Zo kan regelmatige lichaamsbeweging het ontstaan van bewegingscoördinatie. Andere aspecten die het sommige chronische ziekten vertragen of voorkomen. Een prestatievermogen negatief kunnen beïnvloeden, zijn goed voorbeeld hiervan is type 2-diabetes. Bij mensen, die de afname van de longcapaciteit en de vermindering in aanleg hebben voor het ontstaan van deze aandoening, warmteregulatie op oudere leeftijd, waardoor sporten zijn vele goede wetenschappelijk onderzoeken bekend, die bij ongunstige klimatologische omstandigheden extra het belang van regelmatige sportieve beweging aantonen. risico’s op oververhitting, uitdroging of bevriezing met zich Osteoporose en hypertensie, aandoeningen die op oudere meebrengen. leeftijd vaak voorkomen, kunnen door lichaamsbeweging De blessurekans lijkt met het stijgen van de leeftijd toe ook gunstig beïnvloed worden. Andere effecten van te nemen, maar door minder intensief sporten en het het bewegen, zoals spierkracht en coördinatie, maar verschuiven van de beoefende sportvormen in de richting ook valpreventie, stemmingsverbetering en verbeterde van individuele sportvormen zijn blessurerisico’s meer cognitieve functies, vergroten de zelfstandigheid op oude theoretisch van aard dan wetenschappelijk onderbouwd. leeftijd waardoor zorgkosten kunnen dalen. De toegenomen Daarbij is ook nog op te merken dat mensen met een fitheid houdt ook na het verminderen van training nog grote blessuregevoeligheid met het stijgen van de leeftijd langere tijd aan. De afname in aeroob vermogen bedraagt 5 rustige sportvormen kiezen of met sporten stoppen. ml/kg.min per tien jaar. De maximale zuurstofopname, die Artrose zien we op oudere leeftijd met grote regelmaat, nodig is om zelfstandig te kunnen functioneren bedraagt mede door eerder gewrichtsletsel, de afnemende 15-18 ml/kg.min en wordt bij inactieve ouderen vaak rond gewrichtssmering en de grotere gewrichtsbelasting in de 85 jaar bereikt. Conditioneel gerichte trainingen verhogen huidige maatschappij, waar mensen al op jongere leeftijd het aeroob vermogen met 5-10 ml, zodat de afhankelijkheid overgewicht hebben. tien jaar kan worden uitgesteld. Conclusie: sporten kan tot op oudere leeftijd de De afname van het fysieke vermogen met de leeftijd zelfstandigheid en de fysieke belastbaarheid op demotiveert wel, vooral bij mensen die altijd prestatief niveau houden, maar men dient de langzamerhand hebben gesport. De indeling in leeftijdscategorieën bij verminderende lichaamsfuncties te accepteren. // vele takken van sport maken deze prestatievermindering 1 & 2 december te Kaatsheuvel 27
  • 30. dag 1 // donderdag 1 december 2011 Biografie Drs. L. Heere Leo Heere (63 jaar) is van 1974 tot 2008 als sportarts werkzaam commissie en de commissie Kwaliteit van de VSG. Hij is voorzitter geweest bij NOC*NSF en Sport Medisch Centrum Papendal. In van de SOS, secretaris van de stichting Geneeskunde en Sport en deze functie was hij coördinator van het project Bondsmedische tevens lid van de Klachtencommissie, de Commissie Richtlijnen begeleiding. van de VSG en de Commissie van Deskundigen van de SCAS. Hij heeft vele nationale sportploegen begeleid, onder andere als Hij is benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau en is lid bondsarts van korfbal, hockeydames, volleybalheren, turnen, van verdienste van de KNKV. Leo heeft over de hele wereld vele handbalheren, krachtsportbond, hockeyheren en tafeltennis. Hij lezingen gegeven, vooral op het gebied van diabetes en sport. In is nu werkzaam als clubarts van Vitesse, Arnhem en hij houdt nog 1983 kreeg hij zelf type 1-diabetes mellitus, waarna hij oprichter spreekuren op het gebied van diabetes, sport en bewegen. en voorzitter van de Themagroep Diabetes en sport van de DVN Leo is zeven jaar secretaris van de VSG en voorzitter van de is geworden. Zijn huidige sport is hardlopen (98 marathons). Commissie Beroepsbelangen geweest en lid van de Curriculum- Prof. dr. G. Kok Donderdag.1.december.–.12.05.uur.–.sessie.A3.–.Psychologie.van.interventies Psychologie van interventies Na het volgen van deze lezing kunt u: • het belang van het gebruik van • de empirische basis die ten grondslag ligt aan gedragsveranderingtheorieën en evidentie voor keuze planmatige programmaontwikkeling begrijpen; bij programmaontwikkeling begrijpen; • de stappen van het Intervention Mapping-proces • het belang van meetbare veranderdoelen begrijpen; onderscheiden; • het belang van participatie van belanghebbenden bij • het belang van een gedegen probleemanalyse programmaontwikkeling en evaluatie onderkennen. // begrijpen; Biografie Prof. dr. G. Kok Gerjo Kok is sinds 1998 hoogleraar Toegepaste psychologie Hij is coauteur van Planning Health Promotion Programs; an aan de Universiteit Maastricht (UM). Van 1984-1997 was hij Intervention Mapping approach, third edition, 2011. hoogleraar aan de UM Gezondheidsvoorlichting en -bevordering. Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid28
  • 31. Vrije voordracht sessie A3Dr. S. van Berkel, drs. S.T. de Vries, drs. W.H. Vegter & dr. A.J.W. van ’t HofMoving Forward Project:Reactivatie bij hartfalen,de eerste resultaten Introductie Failure vragenlijst4) verbeterde na 3 maanden nog niet Hartfalen is een steeds groter wordend probleem in de (41.8 naar 39.7; n.s.), maar na 6 maanden wel (40.8 samenleving door een steeds ouder wordende populatie, naar 34.0; p=0.03). Het gemiddeld aantal heropnames meer mensen die een hartaanval overleven en hartfalen bedroeg 2.0 ± 1.4. De primaire reden voor opname was bij ontwikkelen en een toename in prevalentie van diabetes ongeveer 50% hartfalen. en obesitas. De prevalentie van hartfalen varieert van 3.0% tussen 65 en 74 jaar tot 16.8% boven 85 jaar.1 Na het Conclusie en discussie stellen van de diagnose overlijdt 40% in het eerste jaar.2 Een intensief trainingsprogramma leidt tot verbetering van Lichamelijke inactiviteit komt veel voor bij patiënten met de conditie en kwaliteit van leven van hartfalenpatiënten. hartfalen. Dit leidt tot verdere afname van de conditie en Of de langetermijnresultaten ook een verlenging van de progressie van hartfalen. Fysieke training vermindert de levensduur laten zien, zal in de toekomst verder bekeken mortaliteit, het aantal ziekenhuisopnames en verbetert worden. het inspanningsvermogen en de kwaliteit van leven.3 Of training ook de levensduur verbetert is niet bekend. Referenties Het doel van dit onderzoek is het beoordelen van het 1 Cowie MR, Wood DA, Coats AJS, Thompson SG, Poole- effect van vroegtijdige, deels klinische, intensieve Wilson PA, Suresh V & Sutton GC. Incidence and aetiology revalidatie op de fysieke conditie, kwaliteit van leven en of heart failure. A population-based study. European Heart hospitalisatie van patiënten met hartfalen. Journal 1999; 20: 421-428. 2 Cowie MR, Wood DA, Coats AJS, Thompson SG, Suresh V, Methode Poole-Wilson PA & Sutton GC. Survival of patients with a new In de periode tussen 26-10-2009 tot en met 31-12-2010 diagnosis of heart failure: a population based study. Heart werden 62 patiënten geïncludeerd in het ‘Moving 2000; 83: 505-510. Forward Project’, een 12 maanden durende intensieve 3 Dickstein K, Cohen-Solal A, Filippatos G, McMurray JJ, revalidatie. De revalidatie bestond uit een kracht- en Ponikowski P, Poole-Wilson PA, Strömberg A, van Veldhuisen duurtrainingsprogramma, 4 keer per week zelfstandig en DJ, Atar D, Hoes AW, Keren A, Mebazaa A, Nieminen M, Priori 2 keer per week begeleid door de fysiotherapeut. SG & Swedberg K; ESC Committee for Practice Guidelines (CPG). European Society of Cardiology (ESC) guidelines for Resultaten the diagnosis and treatment of acute and chronic heart Bij aanvang, na 3 en 6 maanden werd de maximale failure 2008. European Heart Journal (2008) 29, 2388-2442. zuurstofopname bepaald middels een maximale 4 Rector TS, Kubo SH & Cohn JN. Patient’s self assessment of inspanningstest. Hierbij werd een toename gezien van their congestive heart failure: Content, reliability, and validity 14% (= 2.2 ml/min/kg, n=41) na 3 maanden en van 26% of a new measure: The Minnesota Living with Heart Failure (= 4.0 ml/min/kg, n=29) na 6 maanden. Questionnaire. Heart Failure 1987; 3: 198-219. // De kwaliteit van leven (Minnesota Living with Heart 1 & 2 december te Kaatsheuvel 29
  • 32. dag 1 // donderdag 1 december 2011 Sessie B1: Jeugd Dr. B. Bouma Donderdag.1.december.–.14.15.uur.–.sessie.B1.–.Sport.en.aangeboren.hartafwijkingen Sport en aangeboren hartafwijkingen Training en sportparticipatie is een belangrijk onderdeel Deelname aan reguliere oefeningen of sport heeft van de fysieke, psychologische en metabolische groei een goed gedocumenteerd voordeel voor fitness, van alle kinderen en adolescenten, en dit geldt ook psychologische welzijn en sociale interactie, evenals het voor patiënten met een aangeboren hartziekte. Zoals hebben van een positief effect op het toekomstige risico men kan verwachten, inspanningstolerantie varieert van verworven hart- en vaatziekten. Over het algemeen is sterk afhankelijk van de CHD en de behandeling een dynamische oefening meer geschikt dan een statische die heeft plaatsgevonden, maar het functionele oefening. Bij patiënten met bekende hartaandoeningen resultaat in de enkele patiënt is het belangrijkst. Een is een plotselinge dood tijdens het sporten zeer individuele beoordeling van de patiënt is noodzakelijk zeldzaam. Bepaalde aangeboren hartafwijkingen zijn niet en hiervoor is een gedegen cardiovasculaire evaluatie, compatibel met competitieve sporten, als gevolg van zoals inspanningstest, echo en MRI, noodzakelijk. De hun morfologische ernst/complexiteit en de neiging tot aanbevelingen voor lichaamsbeweging en sport worden ernstige aritmieën, waaronder Eisenmenger-syndroom, gebaseerd op het eigen vermogen van de patiënt, de univentriculaire hart, kransslagader afwijkingen, Ebstein’s impact van sport op de onderliggende hemodynamiek en anomalie, en transpositie van de grote vaten gecorrigeerd het risico van acute decompensatie en ritmestoornissen. door Rastelli-procedure of veneuze switch. Recreatief Ze moeten ook gebaseerd zijn op de aard van de sport en sporten is echter voor vrijwel iedereen mogelijk en heeft het verwachte inspanningsniveau. In het algemeen zijn een zeer gunstige invloed. // artsen overconservatief in hun advies. Biografie Dr. B. Bouma Berto Bouma is sinds 2001 cardioloog in het Academisch aangeboren hartafwijking. Daarnaast houdt hij zich bezig met de Medisch Centrum te Amsterdam. Hij promoveerde op de these echocardiografie, en de evaluatie en behandeling van cardiale ‘aortaklepstenose in de oudere patiënt’. Hij heeft zich toegelegd patiënt rondom percutane en chirurgische procedures. op de behandeling van de volwassen patiënten met een Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid30
  • 33. A.Y.N. Schouten-van Meeteren, MD, PhDDonderdag.1.december.–.14.40.uur.–.sessie.B1.–.Sport.en.kinderoncologieSport en kinderoncologie In Nederland wordt jaarlijks bij circa 500 kinderen van deze problemen screenend onderzocht en worden adviezen 0-18 jaar een vorm van kinderkanker vastgesteld. Circa voor preventie en therapie gegeven. De LAnge TERmijn 30% van hen heeft leukemie, 25% een hersentumor, effect-registratie (LATER) via Stichting Kinderoncologie 10% een bottumor en 35% een andere soort tumor. De Nederland (SKION) geeft veel inzicht in deze materie. behandeling van kinderkanker gebeurt met chirurgie en/of chemotherapie en/of radiotherapie, waarbij de duur van de Bewegen is een cruciale factor om deconditionering behandeling varieert van enkele weken tot zelfs 2 jaar. Circa zoveel mogelijk te voorkomen. Kinderen worden daarom 75% van de kinderen geneest van hun ziekte. ook tijdens de behandelingsfase gestimuleerd om zoveel mogelijk aan het normale leven deel te nemen op school De conditie van kinderen met kanker wordt door vele en in (sport)clubverband – ook als er beperkingen zijn – en factoren benadeeld. De kinderkanker kan aanleiding zijn krijgen deels fysiotherapeutische begeleiding. Bovendien (geweest) tot slechte voeding en (tijdelijke) verzwakking. heeft bewegen invloed op verbetering van het cognitief Motorische beperkingen treden met name op bij een functioneren. De QLIM-studie, aangestuurd vanuit het hersentumor of een (bot)tumor van de rug of extremiteiten. VUMC, onderzoekt het effect van gecombineerde fysieke en Bij een hersentumor kan soms slechte visus of psychosociale training. gehoorsverlies ontstaan en een tumor in de hypofyseregio Bewegen in het kader van een sport heeft een meerwaarde, kan aanleiding geven tot hormoonstoornissen en morbide met name door de ontspanning en de sociale context met eetzucht met ernstige vetzucht. Tijdens de behandeling leeftijdsgenoten uit de eigen leefomgeving. kunnen belastende complicaties verzwakkend zijn zoals Participatie aan sportclubs blijft relevant ondanks het feit bijvoorbeeld infecties en voedingsproblemen. Ook in dat er soms beperkingen zijn door slechte bloedstolling en zijn algemeenheid is er bij veel kinderen sprake van dat het competitieve element (tijdelijk) niet realistisch is. vermoeidheid en spierzwakte, bijvoorbeeld door gebruik Aanpassingen voor het individuele kind kunnen nodig zijn, van hoge dosis steroïden bij hematologische maligniteiten. in de vorm van de participatie of in de positie in de groep. Een herstel naar een (nieuw) basisniveau duurt na staken Want desondanks ervaren kinderen de sportieve prestaties van de therapie veelal tot circa een jaar. nog steeds als positieve uitdaging. Dit is ook merkbaar aan de drukbezochte speciale sportkampen (zeilen, skiën en Late effecten van de therapie kunnen de algehele fysieke survival) en de inzet die getoond wordt om vaardigheden conditie beïnvloeden. Onderdelen van de therapie kunnen opnieuw te verwerven en zo mogelijk topprestaties specifiek bepaalde organen benadelen. Voorbeelden hiervan te leveren bijvoorbeeld bij de Paralympics. In 2015 zal zijn hartspierzwakte door anthracyclines, restrictieve centralisatie van de behandeling van kinderkanker in het longfunctiestoornis door bleomycine en cognitieve Nationaal Kinderoncologisch Centrum (NKOC) in Utrecht problemen door craniale radiotherapie, maar ook algehele plaatsvinden, waar bewegen en sport aandacht zullen vermoeidheid kan onverklaard blijven voortbestaan. Via de krijgen in het kader van ontwikkelingsgerichte zorg. // Poliklinieken Late Effecten Kinderoncologie (PLEK) worden 1 & 2 december te Kaatsheuvel 31
  • 34. dag 1 // donderdag 1 december 2011 Biografie A.Y.N. Schouten-van Meeteren, MD, PhD Na de opleiding tot arts aan de Vrije Universiteit te Amsterdam worden jaarlijks ongeveer 120 kinderen met kanker behandeld. en de opleiding tot kinderarts in het Leids Universitair Medisch Netteke heeft als extra aandachtsgebieden de psychosociale centrum is Netteke Schouten-van Meeteren inmiddels bijna aspecten van kinderkanker en kinderen met een hersentumor 20 jaar werkzaam als kinderoncoloog. Aanvankelijk werkte zij en daarnaast palliatieve zorg. Zij participeert in diverse bij het VUMC en in 2003 promoveerde zij op onderzoek naar (multidisciplinaire) commissies om de behandeling van kinderen ‘de invloed van cytostatica in vitro bij kinderhersentumoren met kanker te verbeteren: onder andere nationaal in de en retinoblastoom’. De laatste 6 jaar werkt zij op de afdeling Stichting kinderoncologie Nederland (SKION) en internationaal kinderoncologie van het Emma Kinderziekenhuis AMC. Hier in de Societé International Pédiatrique (SIOP). Dr. H.G.M. Arets Donderdag.1.december.–.15.05.uur.–.sessie.B1.–.Cystic.fibrosis,.we.like.to.MOVIT:.inspanning.en. inflammatie.bij.taaislijmziekte Cystic fibrosis, we like to MOVIT: inspanning en inflammatie bij taaislijmziekte Cystische fibrose (CF) wordt ook wel taaislijmziekte inspanningsintolerantie een belangrijk kenmerk van genoemd. Cystic fibrosis is de meest voorkomende ziekteprogressie bij patiënten met cystische fibrose. autosomaal erfelijke aandoening bij het kaukasische, Inspanningstolerantie kan afnemen bij verlies van blanke ras. Ongeveer 1.200 mensen in Nederland hebben spiermassa (groeiachterstand en gewichtsverlies), deze ziekte. longfunctie, circulatie en activiteitenpatroon. Uit onderzoek is gebleken dat training ervoor zorgt dat de Het is een erfelijke aandoening, die ervoor zorgt dat er lichamelijke fitheid verbetert, de longfunctie behouden overal in het lichaam taaislijm zit: in de longen, in de blijft en kwaliteit van leven toeneemt. darmen, en in de afvoergangen van de alvleesklier en De maximale inspanningscapaciteit is een belangrijke de lever. Dit leidt tot verstoppingen van deze organen, voorspeller van de kwaliteit van leven, morbiditeit vooral in de longen. Dit taaie slijm is een ideale plek en mortaliteit. Het optimaliseren van de fysieke voor bacteriën en virussen, waardoor deze kinderen fitheid en het aanmoedigen van regelmatige fysieke vaak longontstekingen hebben. In de loop van de jaren activiteiten is dan ook erg belangrijk. Dit natuurlijk naast gaat de functie van de longen steeds verder achteruit. medicamenteuze behandeling. Uiteindelijk overlijden deze patiënten hieraan. Vroeger werden deze patiënten niet ouder dan 18 jaar. Met In het MOVIT-onderzoek (‘Mucoviscidosis en Ontsteking, de behandeling van tegenwoordig worden de meeste Variabiliteit door Inspanning en Training’) onderzoeken we patiënten bijna 40 jaar oud. het effect van een trainingsprogramma van 12 weken op Naast een achteruitgang in longfunctie is een groot aantal CF gerelateerde uitkomstmaten: aerobe Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid32
  • 35. en anaerobe inspanningscapaciteit, longfunctie, CFTR- van organen in het lichaam, met name in de longen. functie en kwaliteit van leven. Maar ook (systemische) ontstekingsactiviteit en afweersysteem. Kinderen trainen Uit onderzoek bij gezonde volwassenen weten we ook 12 weken lang, 5 dagen van de week, 11 minuten per dag. dat een inspanning invloed heeft op het afweersysteem. Het idee is dat een milde inspanning de kans op het Het afweersysteem beschermt mensen tegen ‘indringers’, verkrijgen van infecties zou kunnen verkleinen en dat een zoals bacteriën en virussen. Deze indringers worden heftige inspanning de kans op het verkrijgen van infecties opgeruimd door de witte bloedcellen (leukocyten) van zou kunnen vergroten. We weten bijvoorbeeld dat (te) het afweersysteem. Leukocyten kunnen informatie aan forse fysieke training (bijvoorbeeld bij topsporters) de elkaar doorgeven door middel van stofjes in het bloed, de vatbaarheid voor bovensteluchtweginfecties verhoogt, cytokines. Op deze manier weten de leukocyten waar in maar matige inspanning zou daarentegen de vatbaarheid het lichaam de indringers zich bevinden. voor infecties kunnen verminderen. Maar het afweersysteem heeft ook negatieve effecten. De stofjes die vrijkomen bij het opruimen van indringers Maar of dat bij mensen met een chronische ziekte als kunnen namelijk ook schade geven aan cellen van CF ook zo is? Door middel van het MOVIT-onderzoek verschillende organen in het lichaam. proberen we hierachter te komen: Leidt training en acute inspanning tot een betere of mindere afweer tegen Uit onderzoek is gebleken dat bij kinderen en volwassenen bacteriële infecties? met CF de hoeveelheid leukocyten en cytokines continu hoger is in vergelijking met gezonde proefpersonen, ook in Dit zijn belangrijke vragen en soms moeilijke materie die afwezigheid van indringers. Daarnaast is de reactie van het aan de orde komen bij de lezing op 1 december. Dan zullen afweersysteem op ‘indringers’ heftiger. Het herhaaldelijk de meeste resultaten van deze studie en een vergelijkbare optreden van infecties leidt uiteindelijk tot beschadiging studie bij muizen verder bekend zijn. //BiografieDr. H.G.M. AretsBert Arets (4-5-1965) studeerde geneeskunde in Maastricht, with asthma’. Sindsdien combineert hij binnen zijn werkwaar hij na een kort verblijf in Malawi (Mangochi District patiëntenzorg met onderwijs en onderzoek, met alsHospital) en militaire dienstplicht interne geneeskunde in het belangrijkste onderzoekslijnen: longfunctieonderzoek bijMilitair Hospitaal A Matthijssen te Utrecht, ook de opleiding kinderen en cystic fibrosis, inflammatie en inspanning.kindergeneeskunde volgde (1992-1997, opleider R. Kuiten, Bert is auteur van tientallen internationale publicaties, reviewerperifere opleider De Wever ZH Heerlen; P. Theunissen). voor verschillende internationale tijdschriften, deelnemer aan en voorzitter van verschillende nationale en internationaleIn 1997 werd hij fellow kinderlongziekten in Utrecht, waar gremia.hij na zijn subspecialisatie als kinderlongarts en later tevens In zijn vrije tijd is hij fervent sporter, loopt en fietst ook geregeldplaatsvervangend hoofd werkzaam bleef. voor allerlei goede doelen. Bert is getrouwd en vader van twee kinderen (2000 en 2002), die al net zo sportief zijn.In 2002 promoveerde hij op het proefschrift: ‘Pulmonaryfunction testing: tools and applications in young children 1 & 2 december te Kaatsheuvel 33
  • 36. dag 1 // donderdag 1 december 2011 Dr. W. de Waal Donderdag.1.december.–.15.30.uur.–.sessie.B1.–.Diabetes.type.1 Diabetes type 1 De behandeling en begeleiding van kinderen met DM-I (school) is noodzakelijk. Inzicht in de wisselingen van de is moeilijk, maar uitdagend; het is niet eenvoudig bloedsuikers is nodig om te anticiperen in dosering of om kinderen van wisselende leeftijden, met variabele toedieningsvorm van insuline. Tijdens de voordracht zal eetmomenten en behoeftes en een zeer gevarieerd worden ingegaan op de praktische aspecten en adviezen leefritme van spel, sport en school, goed te reguleren. aan ouders en kinderen tijdens sport (en spel) en waar Intensieve begeleiding van kind, ouders en omgeving mogelijk gesteund door pathofysiologische inzichten. // Biografie Dr. W. de Waal Wouter de Waal is kinderarts. Na zijn opleiding in het Sophia verbonden aan het Diakonessenhuis Utrecht. Hier heeft hij als Kinderziekenhuis te Rotterdam en promotieonderzoek aandachtsgebied kinderendocrinologie met in het bijzonder naar groei-interventie bij kinderen aan de subafdeling groei en puberteit en diabetes mellitus. Kinderendocrinologie is hij sinds 2000 als algemeen kinderarts Vrije voordrachten sessie B1 T.H. IJzerman, N.C. Schaper, T. Melai, K. Meijer, P.J.B. Willems & H.H.C.M. Savelberg Specifieke krachttraining verbetert spierkracht en mobiliteit in patiënten met diabetische polyneuropathie Introductie verslechterde kwaliteit van leven. Het doel van deze studie Diabetische polyneuropathie (DPN) is een was om het acute en langetermijneffect van een matig veelvoorkomende comorbiditeit bij patiënten met intensieve krachttraining op spierkracht, mobiliteit en diabetes. Deze aandoening is geassocieerd met kwaliteit van leven bij DPN-patiënten te onderzoeken. verminderde spierkracht, afgenomen mobiliteit en Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid34
  • 37. Materiaal en methode 93 ± 17 en 94 ± 19 kg respectievelijk); dit veranderde niet DPN-patiënten zijn willekeurig in een interventiegroep (INT, tijdens de studie. In de INT-groep verbeterden spierkracht n=51) en een controlegroep (CON, n= 47) ingedeeld. De en functionele mobiliteitstests significant op T=12 en INT-groep volgde een 24 weken durende interventie, met namen verder toe op T=52. Er werd geen significant drie trainingen per week. Deelnemers in beide groepen verschil gevonden op de zelf-gerapporteerde mobiliteit voerden op een dynamometer isometrische en isokinetische en kwaliteit van leven. In de CON-groep veranderde geen knie- en enkelkrachtmetingen uit. De afstand gelopen op de van de gemeten variabelen over de tijd. In de INT-groep 6 minuten wandeltest (6MWT), de tijd nodig voor de ‘timed voltooide 47% de hele studie, in de CON-groep was dit up and go’-test (TUGT) en de score op de PASE-vragenlijst 64%. Van de uitvallers uit de INT-groep had 14% een werden gebruikt om de mobiliteit van de proefpersoon in trainingsgerelateerde blessure. kaart te brengen. De SF36-vragenlijst werd gebruikt om de kwaliteit van leven te bepalen. Beide groepen ondergingen Conclusie alle metingen vier keer: voor de interventie (T=0), na 12 Een interventie met als doel het verbeteren van weken (T=12), direct na de interventie (T=24) en 52 weken spierkracht en functionele mobiliteit kan zowel na de start van de interventie (T=52). een positieve korte- als langetermijneffect hebben. DPN-patiënten zijn fysiek kwetsbaar; om uitval te Resultaten minimaliseren zal een trainingsprogramma gebaseerd De INT- en CON-groep waren vergelijkbaar qua leeftijd en moeten worden op de persoonlijke, fysieke mogelijkheden gewicht bij de start van de studie (68 ± 5 en 66 ± 8 jaar; van deelnemers. //G. ReurinkBetrouwbaarheid en validiteitvan Magnetic ResonanceArthrografie voor hetdiagnosticeren van labrumletsels van de heup Introductie Doelstelling Letsels van het labrum zijn een belangrijke oorzaak van Het doel van deze studie is het bepalen van de heupgerelateerde pijn, met name bij adolescenten, interbeoordelaarsbetrouwbaarheid en de validiteit van jongvolwassenen en sporters. In toenemende mate MRA voor het detecteren van labrum letsels van de heup worden arthroscopische operaties van de heup toegepast in een retrospectieve case series. voor de diagnose en behandeling van deze letsels. Magnetic Resonance Arthrografie (MRA) wordt gezien Methode als het aangewezen beeldvormende onderzoek voor het Van 91 patiënten (95 heupen), die een heup arthroscopie beoordelen van het labrum. MRA is Magnetic Resonance hadden ondergaan in verband met een klinische Imaging (MRI) gecombineerd met intra-articulair verdenking op een labrum letsel, werd het labrum contrast, waardoor letsels van het labrum beter zichtbaar op de preoperatief gemaakte MRA’s retrospectief en worden. Er is echter substantiële variatie in eerder onafhankelijk van elkaar beoordeeld door twee gerapporteerde sensitiviteit en specificiteit van MRA radiologen. Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid werd voor de detectie van letsels van het labrum. Daarnaast is bepaald met het berekenen van de Kappa coëfficiënt interbeoordelaarsbetrouwbaarheid nooit eerder bepaald. (κ). MRA-bevindingen werden vergeleken met de 1 & 2 december te Kaatsheuvel 35
  • 38. dag 1 // donderdag 1 december 2011 gouden standaard; beoordeling van het labrum bij populatie is de aanvullende waarde van MRA voor het heuparthroscopie. detecteren van labrumletsels beperkt bij patiënten met een hoge klinische verdenking op labrumpathologie. Resultaten Bij een hoge klinische verdenking heeft MRA een lage Bij arthroscopie werden 91 labrum letsels gevonden in negatief voorspellende waarde, waardoor MRA niet 95 heupen. Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid was matig gebruikt kan worden om labrumletsels uit te sluiten. (κ = 0.268). MRA had een sensitiviteit van 86% en 86%, Voor iedere individuele patiënt met een verdenking op specificiteit van 75% en 50%, negatief voorspellende een labrumletsel zal een behandelaar kritisch moeten waarde van 19% en 13% en positief voorspellende waarde overwegen of de uitkomst van een MRA het verdere van 99% en 98% voor de twee beoordelaars respectievelijk. beleid zal bepalen. // Conclusie Door een matige betrouwbaarheid en een hoge prevalentie van labrumletsels in de onderzochte Sessie B2: Volwassenen Drs. H. Koppen Donderdag.1.december.–.14.15.uur.–.sessie.B2.–.Migraine,.exercise-induced.headache.in.sport Migraine, exercise-induced headache in sport Migraine is een van de meest voorkomende vormen van voor of na een wedstrijd een migraine-aanval krijgt, is dus hoofdpijn, en kent een prevalentie van 15% bij vrouwen goed voorstelbaar. Er zijn echter ook aandoeningen die en 5% bij mannen. De piek prevalentie ligt tussen het soortgelijke hoofdpijn geven, maar veroorzaakt worden twintigste en veertigste levensjaar, een fase waarbij het door een ernstige onderliggende aandoening zoals een bedrijven van (top)sport ook piekt. sub-archnoidale bloeding of een Chiari malformatie. Welke klachten en verschijnselen kunnen helpen met het maken De invloed op de kwaliteit van leven door migraine is groot, van een onderscheid? Zijn er nog andere ‘onschuldige’ en migraine staat dan ook in de top-20 van aandoeningen inspanningsgerelateerde hoofdpijnen? Tijdens deze met hoogste disability adjusted life years (een maat voor voordracht komen de gele kaarten en rode vlaggen van beperking en tijd met symptomen) van de WHO. de hoofdpijndiagnostiek voorbij. Verder kan de ingestelde behandeling voor migraine kan ook negatieve gevolgen Migraine kent vele (sterkere en minder sterkere) hebben op fysieke prestaties. Welke hoofdpijnmedicatie zogenaamde triggers, waaronder lichamelijke inspanning, het beste vermeden kan worden voor het bereiken van de dehydratie, slaapgebrek of hoofdletsel. Een sporter die beste prestaties, zal eveneens besproken worden. // Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid36
  • 39. BiografieDrs. H. KoppenHille Koppen is in 2001 afgestudeerd aan de Universiteit HagaZiekenhuis te Den Haag met, naast de algemene neurologievan Maastricht. De opleiding tot neuroloog volgde hij in als aandachtsgebieden hoofdpijn en epilepsie. Hij is actiefhet Hagaziekenhuis te Den Haag. In 2007 begon hij met zijn betrokken bij het opzetten van een regionaal hoofdpijncentrumpromotieonderzoek bij professor M.D. Ferrari in het Leids en bij de implementatie van nieuwe behandelingsmogelijkhedenUniversitair Medisch Centrum, naar cardiale en cerebrale voor migraine zoals botulinetoxine (Botox). Hij is sinds 2011afwijkingen bij migrainepatiënten waarop hij in 2012 hoopt te lid van de hoofdredactie van het Nederlands tijdschrift voorpromoveren. Sinds 2009 is Hille werkzaam als neuroloog in het neurologie en neurochirurgie.A.M. Roest, MScDonderdag.1.december.–.14.40.uur.–.sessie.B2.–.Depressie.en.fysieke.activiteitDepressie en fysieke activiteit Symptomen van depressie komen, met een prevalentie op individueel niveau, een verhoging van depressieve van ongeveer 30%, veelvuldig voor bij patiënten met symptomen vooraf gaat aan een vermindering van fysieke een hartinfarct. Depressie is ook een voorspeller voor activiteit, en/of dat een vermindering van fysieke activiteit een slechte cardiovasculaire prognose, zelfs als rekening vooraf gaat aan een verhoging van de depressieve wordt gehouden met traditionele risicofactoren. Een symptomen. gedeelte van de relatie tussen depressie en prognose In deze studie zijn 4 mannelijke hartinfarctpatiënten lijkt verklaard te kunnen worden doordat depressieve met milde tot matige depressieve klachten gevolgd patiënten minder bewegen dan patiënten die niet over een periode van 2 tot 3 maanden. Deze patiënten depressief zijn. De relatie tussen depressie en lichamelijke rapporteerden dagelijks de mate van beweging (in activiteit is ingewikkeld en kan in traditionele studies, met minuten) en depressieve symptomen (gemeten met de grote groepen patiënten, niet gedetailleerd onderzocht PHQ-9) van die dag. De richting van het verband wisselde worden. In deze studies worden namelijk gemiddelden tussen personen. Twee patiënten gingen minder bewegen van twee groepen met elkaar vergeleken, maar deze als ze de dag daarvoor relatief meer last hadden van houden er geen rekening mee dat de relatie er per individu depressieve klachten. Een andere patiënt had minder anders uit kan zien. Ook zijn er in dit soort studies weinig depressieve symptomen als hij de dag daarvoor meer meetmomenten waardoor de richting van het effect bewogen had. Ook de grootte van het effect en het moeilijk in kaart is te brengen. persisteren van het effect over meerdere dagen wisselden Met behulp van vector autoregressieve modellen hebben onderling tussen de patiënten. we de relatie tussen fysieke activiteit en depressieve Uit deze studie concluderen we dat de richting en de symptomen voor een klein aantal patiënten die een grootte van het verband tussen depressieve symptomen hartinfarct hebben gehad in kaart gebracht. Het gebruik en fysieke activiteit per persoon verschillend kan zijn. van deze methode is relatief nieuw in dit onderzoeksveld Met behulp van dit type onderzoek kan de kloof tussen en maakt het mogelijk om de temporele relaties te onderzoek en praktijk worden verkleind en kunnen onderzoeken tussen fysieke activiteit en depressieve gerichte adviezen aan individuen worden gegeven.// symptomen. Hiermee kan in kaart gebracht worden of, 1 & 2 december te Kaatsheuvel 37
  • 40. dag 1 // donderdag 1 december 2011 Biografie A.M. Roest, MSc Annelieke Roest is psycholoog en werkt momenteel als lichamelijke aandoeningen. Haar promotieonderzoek verrichtte postdoconderzoeker bij het Interdisciplinair Centrum ze op de afdeling medische psychologie van de Universiteit Psychiatrische Epidemiologie, afdeling psychiatrie, aan het van Tilburg. Dit onderzoek richtte zich op de effecten van angst Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Hier doet en depressie op de ontwikkeling en progressie van coronaire zij onderzoek naar de relatie tussen angst en depressie en hartziekten. Dr. J. Hoogsteen Donderdag.1.december.–.15.05.uur.–.sessie.B2.–.Exercise-induced.hartritmestoornissen.en.sport Exercised-induced hartritmestoornissen en sport Door regelmatig te sporten – meer dan 3 keer per week grenzen. De fysiologische aanpassing kan geleidelijk en specifiek duurtraining – zal het hart zich aanpassen worden ingehaald door de pathofysiologie en eindigen in en zijn er duidelijke veranderingen waar te nemen op pathologie. boezem- en kamerniveau. Deze remodeling van het hart Er komen de laatste tijd veel wetenschappelijk artikelen komt tot expressie door een combinatie van druk, volume die een duidelijke relatie aantonen tussen dilatatie en het en elektrische belasting. Verschillende aanpassingen optreden van fibrose. Zo is inmiddels vast komen te staan kunnen worden waargenomen, afhankelijk van het bij een grote groep joggers die meer dan vijf keer per week type sportbelasting. Het hart van een atleet kan dus trainen dat de kans op het ontwikkelen van atriumfibrillen verschillende verschijningsvormen hebben. meer dan 50% is. De aanpassing die we kunnen volgen met echo en MRI- Ook op kamerniveau kunnen er veranderingen optreden technieken zijn inmiddels redelijk goed in kaart gebracht, waarbij gezond hartweefsel wordt vervangen door waarbij de grenzen van normaal en abnormaal goed zijn fibrose. Dit proces zal zich meestal aan de rechterharthelft gedefinieerd. Deze aanpassingen zijn noodzakelijk om een afspelen, met als gevolg kamerritmestoornissen. Het hoog hartminutenvolume te verkrijgen ten einde een goed proces van dilatatie en veranderingen in collageen en atletisch vermogen te ondersteunen. fibrosehuishouding is in een vroeg stadium reversibel en Meestal zien we op boezem- en kamerniveau een dilatatie dat kan worden terugvertaald dat bij deconditioneren de optreden. Dit proces van dilatatie kent natuurlijk ook aritmie in ernst afneemt.// Biografie Dr. J. Hoogsteen Mijn naam is Jan Hoogsteen. Ik ben geboren op 19 mei 1955 Wageningen. In 1978 ben ik gestart met de medische opleiding te Heemstede. Na mijn eindexamen van de middelbare school aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. In 1984 heb ik mijn in 1976 heb ik mijn militaire dienstplicht vervuld tot 1977. artsexamen gehaald. Van 1984 tot 1987 ben ik werkzaam Daarna ben ik gestart met mijn studie aan de universiteit van geweest in het Gemeenteziekenhuis en Refaja Ziekenhuis te Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid38
  • 41. Dordrecht op de afdeling interne geneeskunde. De cardiologische te Veldhoven, later het Máxima Medisch Centrum.vervolgopleiding startte ik in 1987 in het Catharina Ziekenhuis Sinds 1998 ben ik opleider sportgeneeskunde in het MMC. Inte Eindhoven. In 1991 opgenomen in het specialistenregister 2004 gepromoveerd te Leiden op de thesis Cardiological aspectscardiologie en begonnen als cardiologie in St. Joseph Ziekenhuis of endurance athletes.Dr. A.W.A.M. van RijthovenDonderdag.1.december.–.15.30.uur.–.sessie.B2.–.Spondyloartritis.(SpA).en.sportief.bewegen:.de.nieuwste.ontwikkelingen.inzake.diagnostiek.en.behandeling.met.biologicalsSpondyloartritis (SpA) ensportief bewegen: de nieuwsteontwikkelingen inzakediagnostiek en behandeling metbiologicals Chronische lagerugpijn is een van de meest voorkomende op de aanwezigheid van inflammatoire rugpijn, niet op de pijnsyndromen met een onbekende oorzaak. diagnose. Enkele studies vermelden dat ongeveer 5-7% veroorzaakt De diagnose aSpA omvat naast inflammatoire rugpijn wordt Axiale Spondyloartritis (aSpA) een ziekte die tot ook hielpijn, perifere artritis, dactylitis,uveiitis, positieve recent gediagnosticeerd werd 7-10 jaar nadat de eerste familie anamnese, goede reactie op NSAID, HLA B 27 symptomen zich presenteerden. antigeen en radiologische (röntgen of MRI-)afwijkingen Een belangrijke oorzaak voor deze delay is de moeilijkheid van de SI-gewrichten. om inflammatoire rugpijn en axiale SpA te onderscheiden De behandeling non-farmacologisch bestaat uit educatie binnen de groep patiënten met chronische rugpijn in de en ondersteuning door bijvoorbeeld de sport en klinische praktijk. oefengroepen, stoppen met roken en thuisoefeningen zoals spinale rekoefeningen, houdingscorrectie, Behandeling van aSpA is het meest effectief in een eerste hydrotherapie en recreatieve sport. fase van de ziekte. De Assessment of SpondyloArthritis Society (ASAS)-groep heeft nieuwe criteria ontwikkeld Farmacologisch als eerste de NSAID/selectieve COX-2- om de constatering inflammatoire rugpijn in een vroeg remmers. Er is een goede respons bij 70% van de patiënten stadium te stellen. in tegenstelling tot 15% bij mechanische rugpijn. Bij actieve ziekte continu doseren. • ontstaan van klachten <40 jaar; • sluipend, geleidelijk begin; Als tweedelijn anti-reumaticum (DMARD) bij perifere • verbetering bij bewegen; artritiden gebruiken we als eerste keus, sulfasalazine. • geen verbetering in rust; In de literatuur is er minder bewijs voor middelen zoals • pijn ’s nachts (met verbetering bij het opstaan). methotrexaat of leflonamide. Glucocorticoiden geven we bijna alleen lokaal bij perifere Sensitiviteit 77% en specificiteit 91.7% als ten minste 4 van artritis of enthesitis. In uitzonderingsgevallen systemisch de 5 parameters aanwezig zijn (Sieper J et al. Ann Rheum (intraveneus of oraal). Dis: 2009: 74-788). De sensitiviteit en de specificiteit slaan 1 & 2 december te Kaatsheuvel 39
  • 42. dag 1 // donderdag 1 december 2011 Het falen op de behandeling (BASDAI > 4) met ten minste lange termijn en geven ook een afname van de uveiitis- twee verschillende NSAID’s na vier weken behandeling of frequentie. De meest voorkomende bijwerkingen zijn de intolerantie of het falen op DMARD-therapie bij patiënten verhoogde kans op infecties (TBC!). met voornamelijk perifere artritis, is een indicatie voor Langetermijnveiligheid is nog onbekend (maligniteiten?). behandeling met anti TNF biological. Belangrijke bezwaren zijn de hoge kosten (> 15.000 euro/ jaar) en relaps bij het stoppen van de TNF-alfablokkers. De TNF-alfablokkers (Infliximab, Etanercept, Adalimumab Nieuwe trials met Secukinumab: IL-17 blokkade zijn en Golimumab) zijn even effectief en verschillen gaande bij falen op TNF-alfablokkade. nauwelijks in het bijwerkingprofiel. Beter is de respons bij een vroege ziekte, jonge leeftijd en Contra-indicaties zijn een actieve infectie, (latente) hoge CRP (50-80%). TBC, demyeliniserende ziektes (MS) hartfalen en Ze geven een snelle respons, zijn duurzaam op de zwangerschap/borstvoeding. // Biografie Dr. A.W.A.M. van Rijthoven André van Rijthoven is in 1947 geboren in Tilburg, het Diaconessenhuis Eindhoven en Jozefziekenhuis (nu het Odulphuslyceum, en studie Geneeskunde Universiteit van Máxima Medisch Centrum Veldhoven ) later ook in het Amsterdam Catharinaziekenhuis Eindhoven, Annaziekenhuis Geldrop en 1974 Artsexamen UvA Elckerliek Helmond. 1980 Internist inschrijving Amsterdam, Heerlen De laatste tien jaar staflid/UHD in het UMC Utrecht op de 1982 Reumatoloog geregistreerd Heerlen afdeling Reumatologie en Klinische Immunologie. 1990 Promotie: ‘Cyclosporine in Rheumatoid Arthritis’ Leiden Aandachtsgebied: behandeling door immunosuppressie De eerste twintig jaar van mijn carrière ben ik werkzaam (chemisch en biologisch) van inflammatoire ziekten als geweest als reumatoloog in Z.O Brabant, aanvankelijk in reumatoïde artritis en spondyloartritis (SpA). Vrije voordrachten sessie B2 Drs. T.A.M. Backhuijs, drs. H. Joosten, prof. dr. F.J.G. Backx, dr. M. Meine, dr. H.J. Nathoe & dr. R. Rienks Sporten met een ICD: er zijn mogelijkheden! Inleiding Doel Een Implanteerbare Cardioverter Defibrillator (ICD) wordt als Het risico op levensbedreigende ritmestoornissen tijdens primaire en secundaire profylaxis gebruikt in de behandeling fysieke inspanning bij sporters met ICD werd onderzocht. van levensbedreigende ritmestoornissen. Dragers van deze Zijn er bepaalde vormen van sport die meer aanleiding defibrillator willen vaak blijven sporten. Over de veiligheid geven tot levensbedreigende ritmestoornissen of ICD- hiervan zijn wereldwijd richtlijnen gepubliceerd. Een shocks? Daarnaast werd geëvalueerd hoe sporters deze eenduidige consensus ontbreekt, vooralsnog wordt een risico’s zelf inschatten. restrictief beleid geadviseerd ten aanzien van sporten. Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid40
  • 43. Methode van deze groep heeft daadwerkelijk een shock gehad. Retrospectief single-center cohortonderzoek over 87% van de onderzoekspopulatie durft te sporten, de periode 1992-2010. 98 patiënten met ICD werden ook de patiënten na een ICD-shock. Meest gebruikte geïncludeerd nadat patiënten ouder dan 40 jaar en/of voorzorgsmaatregel was sporten met een hartslagmeter. met een linker ventrikel ejectiefractie van kleiner dan 35% werden geëxcludeerd. Middels een telefonische Conclusies vragenlijst werd in de geselecteerde groep gevraagd naar In deze studie werd een jonge populatie onderzocht het optreden van levensbedreigende ritmestoornissen met een goede linkerventrikelfunctie die op basis en ICD-shocks. Tevens werd in kaart gebracht welke hiervan niet beperkt wordt om te sporten. 67% van onze sporten beoefend werden en mogelijke genomen populatie heeft in de geobserveerde periode geen enkele voorzorgsmaatregelen. shock gehad. In de groep waarin wel een shock optrad, gebeurde dit in 35% tijdens fysieke inspanning. Er is Resultaten geen relatie met een bepaalde vorm en/of intensiteit De gemiddelde leeftijd van de 70 deelnemende patiënten van sport aangetoond. Gezien deze resultaten lijkt een (60% man) was 37 jaar (spreiding 21-53 jaar, mediaan minder restrictief beleid ten aanzien van sporten met ICD 37 jaar). Zij waren gemiddeld 30 jaar oud ten tijde van gerechtvaardigd. Ook op topsportniveau zou het dragen ICD-implantatie (spreiding 14-40 jaar, mediaan 30 jaar). van een ICD als zodanig geen beperking hoeven vormen. Gemiddeld droegen zij een ICD 85 maanden (spreiding 11-227 maanden, mediaan 69 maanden) in totaal Referenties 390 patiëntjaren. 18 patiënten hebben een ICD-shock 1 Kobza R, Duru F & Erna P. Leisure Time Activities of gehad, in totaal 162 shocks; gemiddeld 3 shocks per Patients with ICDs: Findings of a Survey with Respect to persoon (spreiding 0-60 shocks, mediaan 0 shocks). 91% Sports Activity, High Altitude Stays and Driving Patterns. van deze shocks waren ten gevolge van een potentieel Pace 2008; 31: 845-9. levensbedreigende ritmestoornis, 35% tijdens inspanning. 2 Dougherty CM, Glenny RW, Kudenchuk PJ & Malinick Er werd geen relatie gevonden tussen het voorkomen van TE. Testing an Exercise Intervention to Improve Aerobic ICD-shocks en een bepaalde vorm en/of intensiteit van sport. Conditioning and Autonomic Function after an Implantable 31% van de patiënten is bang voor een shock, een derde Cardioverter Defibrilliator (ICD). Pace 2010; 33: 973-80. //T.W. Scheewe, MSc, F.J.G. Backx, MD, A. Kroes, PhD, R.S. Kahn, MD, PhD., W.Cahn, MD, PhDFitnesstherapie bij patiënten metschizofrenie vermindert primaireen depressieve symptomenen verbetert functioneren encardiovasculaire fitheid Inleiding en vraagstelling lichamelijke gezondheid.2 Lichamelijke inactiviteit komt Ondanks behandeling houden veel patiënten met veelvuldig voor bij patiënten met schizofrenie.3 Deze schizofrenie last van restverschijnselen en depressieve interventiestudie onderzocht het effect van fitnesstherapie symptomen. Ook blijven patiënten vaak blijvend versus activiteitentherapie op primaire en depressieve verminderd functioneren1 en is sprake van een slechte symptomen, functioneren en lichamelijke gezondheid. 1 & 2 december te Kaatsheuvel 41
  • 44. dag 1 // donderdag 1 december 2011 Methode Conclusie 63 patiënten met schizofrenie hebben deelgenomen aan Eén tot twee keer fitnesstherapie per week verbetert deze gerandomiseerde interventiestudie. Deelnemers primaire en depressieve symptomen en functioneren werden, gedurende zes maanden, toegewezen van patiënten met schizofrenie vergeleken met aan twee wekelijks fitnesstherapie (‘EX’, N=31) of activiteitentherapie. Daarbij verbetert fitnesstherapie activiteitentherapie (‘OT’, N=32). Primaire symptomen, cardiovasculaire fitheid waarmee het risico op somatische gemeten met de Positive and Negative Syndrome Scale comorbiditeit verminderd kan worden. Behalve (PANSS) en cardiovasculaire fitheid, gemeten met een een trendsignificante afname van triglyceriden na maximale inspanningstest (VO2max and WATT max), waren fitnesstherapie vergeleken met activiteitentherapie, werd de primaire uitkomstmaten. Secundaire uitkomstmaten geen effect gevonden op metaboolsyndroom. Hierbij duidt waren de Montgomery and Åsberg Depression Rating de richting van verandering bij metaboolsyndroom op een Scale, Camberwell Assessment of Needs, body mass beter effect van fitnesstherapie. Verder onderzoek is nodig index, lichaamsvetpercentage en metaboolsyndroom. om resultaten te bevestigen. Aandacht moet worden Uitkomstmaten werden enkel blind afgenomen voor besteed aan verbetering van therapietrouw en effectiviteit aanvang en na afloop van interventie. op vlak van metaboolsyndroom. Resultaten Referenties Analyses zijn uitgevoerd bij patiënten met een minimale 1 Stahl SM & Buckley PF. Negative symptoms of aanwezigheid van 26 uit 52 sessies (62%; EX=20, OT=19). schizophrenia: a problem that will not go away. Acta Fitnesstherapie verbeterde de primaire symptomen Psychiatr Scand. 2007; 115: 4-11. (p=.001), depressieve symptomen (p=.012) en functioneren 2 Hausswolff-Juhlin Y, Bjartveit M, Lindstrom E, et (p=.050) in vergelijking met activiteitentherapie. al. Schizophrenia and physical health problems. Acta Fitnesstherapie vergeleken met activiteitentherapie Psychiatr Scand Suppl. 2009; 15-21. verbeterde WATTmax (p<.000) significant en VO2max 3 Scheewe TW, Klinckenberg E, Cahn W, et al. (p=.066) en triglyceriden (p=.075) trend significant. Measurements with the Sensewear in patients with Veranderingen bij het metaboolsyndroom duidden op een schizophrenia. Geneeskunde en Sport. 2006;39(6): beter effect van fitnesstherapie dan activiteitentherapie 261-262. // maar bereikten geen significantie. Sessie B3: Ouderen Dr. G.M.M.J. Kerkhoffs Donderdag.1.december.–.14.15.uur.–.sessie.B3.–.Behandelingsopties.bij.kraakbeenschade.in.de.knie:. stand.van.zaken Biografie Dr. G.M.M.J. Kerkhoffs Gino Kerkhoffs is in 1972 geboren in Maastricht. Hij werkte Gino is actief in een aantal medische organisaties, waaronder de twee jaar als orthopedisch chirurg in St. Gallen in Zwitserland NOTS, NVA, ISAKOS en ESSKA die als focus sportletsels hebben. voordat hij in 2008 terugkeerde naar het Academisch Hij is de huidige voorzitter van de Sports Committee van de Medisch Centrum te Amsterdam. Zijn aandachtsgebieden zijn ESSKA. artroscopische chirurgie, sporttraumatologie, posttraumatische deformiteiten van enkel en knie, enkel- en kniechirurgie inclusief Gino publiceerde circa 60 artikelen in verschillende peer prothesiologie en schouderchirurgie. reviewed-tijdschriften zoals de Lancet, Journal of Bone & Joint Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid42
  • 45. Surgery, Journal of Orthopaedic Trauma, Clinical Orthopedics optimalisering van diagnose en behandeling van enkel-, knie-and Related Research, American and British Journal of Sports en hamstringblessures, artroscopietechnieken en teaching-Medicine, Sportmedizin und Sporttraumatologie en in Sport en methodes, behandeling van osteochondraal defecten gebaseerdGeneeskunde. op waterjettechnieken en evidence based medicine.Zijn onderzoek concentreert zich nu hoofdzakelijk op deProf. dr. P.N.R. DekhuijzenDonderdag.1.december.–.14.40.uur.–.sessie.B3.–.COPD:.inzichten.in.state.of.the.art.longrevalidatieCOPD: inzichten in state of theart longrevalidatie Chronisch obstructief longlijden (COPD) wordt gekenmerkt op het optimaliseren van het lichamelijk prestatievermogen door chronische luchtwegobstructie die weinig reversibel en beschreven. Hieronder wordt verstaan verbetering langzaam progressief is. In meer dan 90% van de gevallen van het inspanningsvermogen en het aanpassen van wordt COPD veroorzaakt door roken. De ernstklassificatie het activiteitenniveau aan de mogelijkheden. Het doel van COPD wordt op dit moment bepaald door de mate van verbetering van het inspanningsvermogen is het van afname van de expiratoire eensecondewaarde (FEV1). dyspneuniveau te verminderen en ADL-activiteiten beter Op basis van de zgn. GOLD-classificatie worden patiënten te kunnen uitvoeren, teneinde participatieproblemen te ingedeeld in licht, matig, ernstig en zeer ernstig (stadium verminderen of te voorkomen. 1 tot 4) COPD. Deze internationale indeling biedt voordelen ten aanzien van de eenduidigheid van de diagnostiek. In de literatuur zijn diverse klinische studies gepresenteerd Echter, diverse componenten van het ziektebeeld zijn ten aanzien van interventies die zijn gericht op maximaal niet in de ernstclassificatie opgenomen, hoewel deze inspanningsvermogen, uithoudingsvermogen en kracht. Deze factoren van grote betekenis zijn voor de morbiditeit krijgen vorm door middel van duurtraining, intervaltraining en mortaliteit van deze patiënten. Pulmonale factoren en weerstandstraining van perifere spiergroepen. Andere betreffen onder andere de mate van emfyseem, de afname interventies kunnen het lichamelijk prestatievermogen ook van diffusiecapaciteit, bloedgasafwijkingen, en mate van doen toenemen zoals ademoefeningen, het aanpassen van dynamische hyperinflatie. Extrapulmonale factoren zijn bewegingstempo, het verdelen van rust en inspanning, lichaamssamenstelling, comorbiditeit, en health status. verbetering van de coördinatie en lenigheid, regulering Dat onderstreept het belang van instrumenten die diverse van spierspanning en houding, ergonomische adviezen dimensies van de patiënt met COPD in beeld brengt. en het leren beheersen van angst voor dyspneu. Bij het De BODE-index (met als onderdelen de FEV1, 6-minuten verbeteren van het inspanningsvermogen kunnen dus diverse loopafstand, lichaamssamenstelling en kwaliteit van leven) interventies geïndiceerd zijn en verschillende disciplines hun is daar een voorbeeld van. bijdrage leveren zoals fysiotherapeuten, oefentherapeuten, ergotherapeuten, psychologen, logopedisten, et cetera. Het is dus niet verwonderlijk dat de inspanningscapaciteit Binnen een longrevalidatieprogramma is het mogelijk deze nauwelijks te voorspellen is door één of enkele interventies op maat in te zetten. longfunctiedeterminanten. Alvorens te starten met een Training tijdens ontlasting van de ademspieren trainingsprogramma voor een patiënt met COPD is het met behulp van negatieve arbeid, mechanische derhalve van belang om de inspanningscapaciteit van ademhalingsondersteuning of zuurstof, of spierversterking de individuele patiënt te vast te stellen, gecombineerd middels elektrische stimulatie, bevinden zich nog in een met metingen om de aard en oorzaak van de experimenteel stadium. Dit geldt ook voor de gecombineerde inspanningsbeperking te achterhalen. behandeling van inspanningstraining met anabolica. In deze voordracht wordt het effect van interventies gericht In de voordracht wordt ingegaan op specifieke aspecten bij 1 & 2 december te Kaatsheuvel 43
  • 46. dag 1 // donderdag 1 december 2011 inspanningstraining: trainingsbelasting, trainingsfrequentie en duur van het • Welke trainingsvormen van inspanningstraining trainingsprogramma en is supervisie noodzakelijk? zijn effectief bij COPD-patiënten en kunnen worden • Is zuurstof bij inspanningstraining zinvol om aanbevolen om inspanningsvermogen en/of ADL- trainingseffecten te optimaliseren bij COPD-patiënten? activiteiten te verbeteren en dyspneu te verminderen bij patiënten met COPD, teneinde de klachten te Literatuur reduceren en de participatie te bevorderen? Richtlijnen Medicamenteuze en Niet-medicamenteuze • Welke evidence bestaat er over trainingsintensiteit behandeling van COPD. CBO 2010 (www.cbo.nl). // bij COPD-patiënten; wat is de optimale Biografie Prof. dr. P.N.R. Dekhuijzen Prof dr P.N. Richard Dekhuijzen (1956, Amsterdam) is hoogleraar de afdeling longziekten van de Katholieke Universiteit Leuven longziekten aan de Radboud Universiteit Nijmegen en hoofd (België), waarna hij aldaar in 1994 promoveerde op een thesis van het Universitair Longcentrum Nijmegen (ULCN), bestaande betreffende steroid myopathie van het diafragma in een uit de afdeling longziekten van het UMC St. Radboud en het diermodel. Hij is auteur van ruim 240 geciteerde artikelen, Universitair Longcentrum Dekkerswald te Groesbeek. Sinds en schrijver van diverse boeken en boekhoofdstukken, met de afronding van zijn opleiding tot longarts in het Onze name op het gebied van astma, COPD en inhalatietechnologie. Lieve Vrouwe Gasthuis te Amsterdam, is hij werkzaam in het Hij is voorzitter van de richtlijnen Medicamenteuze en Niet- ULCN, alwaar hij in 1989 promoveerde op een proefschrift medicamenteuze behandeling COPD. Hij was in 2009 en 2010 betreffende training van de ademhalingsspieren bij patiënten hoofd a.i. van de afdeling cardiologie van het UMC St. Radboud, met COPD. In 1991 en 1992 was hij werkzaam als postdoc op en is voorzitter van het Hartlongcentrum Nijmegen. Drs. A.G.H. Witteveen Donderdag.1.december.–.15.05.uur.–.sessie.B3.–.Conservatieve.behandelingen.bij.enkelartrose Conservatieve behandelingen bij enkelartrose Artrose is een chronische degeneratieve aandoening die verwachte belastbaarheid van het gewricht, maar ook de geassocieerd wordt met pijn en functieverlies. Artrose komt ernst van de aandoening bepaalt de keuze van behandeling. het meest voor in de heup, knie en hand. Enkelartrose komt Ernstige artrose wordt meestal middels een operatie bij ongeveer 1-4% van de volwassen bevolking voor. In 70- behandeld, bijvoorbeeld een artrodese of prothese. 78% is deze artrose posttraumatisch, dit in tegenstelling tot Beginnende of matige artrose is een lastiger probleem. Als artrose bij heup en knie. In deze groep is in het merendeel gevolg hiervan moeten patiënten vaak stoppen met sporten van de gevallen de oorzaak ideopathisch. of minder belaste werkzaamheden gaan verrichten. De behandeling richt zich vaak op pijnbestrijding of op behoud De traumatische oorzaak maakt dat enkelartrosepatiënten van kraakbeen of op een combinatie van beiden. in de regel jonger zijn en nog veel verwachtingen hebben aangaande hun sportieve en werkzame leven. De vraag is hoe we patiënten met beginnende of matige De behandeling van enkelartrose hangt af van verschillende enkelartrose zolang mogelijk actief kunnen houden met factoren. Leeftijd, voorgeschiedenis, de door patiënt behoud van hun enkelfunctie zonder de degeneratie Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid44
  • 47. te verergeren. Een behandelalgoritme ontbreekt op mogelijkheden, waaronder het gebruik van hyaluronzuur bij dit moment nog. Tijdens de presentatie zullen diverse enkelartrose worden besproken. //BiografieDrs. A.G.H. WitteveenAngelique Witteveen is vanaf november 2007 als orthopedisch werkzaam. Van juli 2006 tot augustus 2007 was ze werkzaam inchirurg werkzaam voor de Sint Maartenskliniek te Nijmegen. het Harborview Medical Centre in Seattle (VS), alwaar ze onderZe behandelt aandoeningen aan de voet en enkel en is de bezielende leiding van Sigvard T. Hansen een fellowshipplaatsvervangend opleider. Daarnaast is ze lid van het bestuur Foot and Ankle Surgery volgde. Naast haar werkzaamheden alsvan de DOFAA (Dutch orthopedic foot and ankle association). orthopedisch chirurg werkt ze hard aan haar proefschrift met alsAngelique volgde haar opleiding tot Orthopedisch chirurg in onderwerp ‘De conservatieve behandeling van enkelartrose’.het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam. Na haaropleiding was ze kortdurend als orthopedisch chirurg in het AMCDr. P.J. SendenDonderdag.1.december.–.15.30.uur.–.sessie.B3.–.Lichamelijke.training.van.hartfalenpatiëntenLichamelijke training vanhartfalenpatiënten Chronisch hartfalen (CHF) kunnen wij definiëren als een De gunstige effecten van lichamelijke training bij complex van klachten en symptomen veroorzaakt door hartfalenpatiënten zijn bekend. De Nederlandse een pompfunctiestoornis van het hart. Kortademigheid richtlijnaanbevelingen voor training van bij inspanning, vermoeidheid, verminderde hartfalenpatiënten is gebaseerd op de Europese inspanningstolerantie en vochtretentie zijn dekenmerken en Amerikaanse richtlijnen, de uitkomsten van van het syndroom van hartfalen. wetenschappelijk onderzoek en expertopinie. Verminderde perifere bloedflow, endotheeldysfunctie, Er wordt ingegaan op de implementatie van lichamelijke veranderingen in de structuur en functie van training bij hartfalenpatiënten. De selectiecriteria, de skeletspier, verhoogde activiteit van de spier contra-indicaties, trainingsmethoden en duur van deze ergoreflex en ook activering van de autonome en programma’s worden besproken en toegelicht. Een neurohumerale reflexen leiden tot een verminderde multidisciplinair interventieprogramma is nodig om een inspanningstolerantie, uiteindelijk leidend tot een verandering in leefstijl te bewerkstelligen. // verminderde lichamelijke conditie van de CHF-patiënt. 1 & 2 december te Kaatsheuvel 45
  • 48. dag 1 // donderdag 1 december 2011 Biografie Dr. P.J. Senden Geboortedatum: 14-01-1955 exercise physiology of the European Society of Cardiology 1977-1978 Assistent hartrevalidatie Rijnlands Zeehospitium, (Europrevent), lid sectie exercise physiology Katwijk aan Zee 2004 Proefschrift, Skeletal muscle characteristics and exercise 1985 Ingeschreven als cardioloog performance in chronic heart failure; CHAIR-study part II. 1986 Juli Cardioloog Meander Medisch Centrum, Amersfoort Rijksuniversiteit Utrecht 1999 Opleider sportgeneeskunde cardiologiejaar 2004-2006 Lid redactie Geneeskunde en Sport 2001-2006 Plaatsvervangend opleider cardiologie opleiding 2006-heden Opleider cardiologie Meander Medisch Centrum, 1998-2001 Medisch cluster manager Meander Medisch Centrum Amersfoort 1989-2009 Cardiologisch consulent wielerteams 2006-heden Lid VSG-bestuur Cardiologisch consulent KNLTB, KNZB, KNVB 2006-heden Medisch manager cardiologie, Meander Medisch 1995-2004 Commissie hartrevalidatie, waarvan 1997-2004 als Centrum, Amersfoort voorzitter 2008 Medisch manager Meander Academie (STZ leerhuis) 2002-2009 Lid working group of cardiac rehabilitation and 2011 Lid Olympisch Medisch Panel Vrije voordrachten sessie B3 A.D. Speelman, M. van Nimwegen, M. Munneke, S. Overeem, B.P. van de Warrenburg, K. Smulders, G.F. Borm, F.J.G. Backx & B.R. Bloem De effectiviteit van een interventieprogramma om de fysieke activiteit bij patiënten met de ziekte van Parkinson te verhogen: The ParkFit trial Introductie zin een gunstige invloed op onder andere osteoporose De ziekte van Parkinson is een progressieve neurologische en hart- en vaatziekten. Daarnaast kan het invloed aandoening waarbij cellen in een specifiek deel van de hebben op specifieke Parkinson-symptomen, zoals de hersenen afsterven. Hierdoor ontstaat een tekort aan de motorische functies, slaapproblemen of depressie. Ook neurotransmitter dopamine. Door dit dopaminetekort zijn er aanwijzingen in dierexperimenteel onderzoek dat ontstaan verschillende problemen, zoals stijfheid en bewegen de hersenen gedeeltelijk kan herstellen en de langzaam bewegen, lopen en balans. Veel patiënten met neurotransmitter dopamine beter wordt gebruikt. de ziekte van Parkinson hebben een inactieve levensstijl.1 Er zijn verschillende redenen voor mensen met de ziekte Doelstelling van Parkinson om te bewegen. Het heeft in algemene In dit onderzoek ontwikkelen en evalueren we een Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid46
  • 49. gedragsveranderingprogramma (ParkFit) met het doel het tussen de twee groepen was niet statistisch significant. niveau van fysieke activiteit bij mensen met de ziekte van Als we de activiteiten splitsen, verhogen de patiënten in Parkinson te verhogen. de ParkFit-groep hun tijd besteed aan buiten- (wandelen en fietsen) en sportactiviteiten (+32%) en verminderen ze Materiaal en methode hun tijd besteed aan huishoudelijke activiteiten (-14%). In 586 patiënten zijn gerandomiseerd over het ParkFit de controlegroep waren deze verschillen minder dan 4%. programma of een controle programma (ParkSafe). Het Dit verschil was wel significant. ParkFit-programma bewerkstelligt gedragsverandering door een combinatie te gebruiken van motivatietechnieken Conclusie en een persoonlijke coach, de fysiotherapeut.2 Het Deze kortetermijnresultaten van de ParkFit -trial laten zien niveau van fysieke activiteit wordt gemeten op baseline dat Parkinson-patiënten hun buiten- en sportactiviteiten en na 6, 12,18 en 24 maanden (2008-2011) met een kunnen verhogen met een specifiek interventieprogramma gestandaardiseerde vragenlijst over 7 dagen (LAPAQ, uitgevoerd door fysiotherapeuten. Deze verhoging lijkt primair eindpunt), een beweegmonitor (secundair gepaard te gaan met een vermindering van huishoudelijke eindpunt) en een beweegdagboek (secundair eindpunt). De activiteiten. resultaten na 6 maanden zijn nu geanalyseerd. Referenties Resultaten 1 van Nimwegen, M, Speelman AD & Hofman-van Rossum 562 patiënten (96%) volbrachten de metingen op EJM. Physical inactivity in Parkinson’s disease. J. Neurol. 2011. baseline en na 6 maanden. In de ParkFit-groep was de 2 van Nimwegen M, Speelman AD, Smulders K, et al. gemiddelde leeftijd 65.1 (sd=7.9) en 65% was man, Design and baseline characteristics of the ParkFit study, a versus 65.9 (sd=7.2) en 65% man in de ParkSafe-groep. randomized controlled trial evaluating the effectiveness Patiënten in de ParkFit-groep verhoogden hun fysieke of a multifaceted behavioral program to increase physical activiteit met 7%, gemeten met de LAPAQ. Patiënten in activity in Parkinson patients. BMC Neurol 2010; 10:70. // de controlegroep werden 1% minder actief. Het verschilDrs. F.M. Kappelhoff, drs. J. Lansdaal, drs. I. Sierevelt, prof. dr. C.N. van Dijk &dr. G.M.M.J. KerkhoffsSport na subtalaire artrodese. Deresultaten van een retrospectievelangetermijnstudie Studiedoel het subtalaire gewricht op de omliggende gewrichten blijft Het doel van deze studie is inzicht te krijgen in welke mate echter grotendeels onbekend. De hypothese van ons onder- een subtalaire artrodese belast kan worden en op welk zoek is dat de mate van belastbaarheid en sportniveau ho- niveau een actief persoon kan sporten na deze atrodese. ger ligt dan voorheen werd aangenomen. Daarnaast kijken wij of de artrose in aanliggende gewrichten het gevolg is Inleiding van reeds bestaande pantalaire artrose of het gevolg is van C.J. Vertull en J.A. Nunley schrijven in 2002 in de Foot and de subtalaire artrodese. Ankle international dat patiënten met een subtalaire artro- dese of triple artrodese geen highimpactsporten meer zou- Methoden den mogen doen om versnelde artrose in de aanliggende Het betreft een retrospectieve studie. Inclusiecriteria: gewrichten tegen te gaan. Het effect van artrodese van patiënten met artrose van het subtalaire gewricht, die in 1 & 2 december te Kaatsheuvel 47
  • 50. dag 1 // donderdag 1 december 2011 het AMC behandeld zijn door middel van artrodese van het talonaviculaire, het bovenste sprong-, en het het subtalaire gewricht tussen januari 1990 en december calcaneocuboidale gewricht. de SF-36, de Kellgren- 2010. Primaire uitsluitingscriteria: pantalaire artrodese, Lawrence radiologische score per gewricht, de AOFAS bovenste spronggewricht artrodese voorafgaand aan de achtervoetscore, de Foot Function Index (FFI) en de FAOS. subtalaire artrodese, re-artrodese na mislukte artrodese De Short-Form 36 (SF-36) is een veelgebruikt instrument elders uitgevoerd, re-artrodese na mislukte artrodese voor het meten van de algemene gezondheid. uitgevoerd in het AMC voor 1990. Conclusie De belangrijkste resultaatparameters zijn: De FAAM In onze patiëntenpopulatie beoefende de helft van de sportscale, pijn op de drie eerdergenoemde aangrenzende patiënten een of meerdere sporten voordat de subtalaire gewrichten en radiologische progressie van artrose in artrodese werd uitgevoerd. Na artrodese sporten deze de drie aangrenzende gewrichten ten opzichte van de mensen nog op hetzelfde niveau als voor artrodese. // contralaterale zijde. In de polikliniek zijn de patiënten geëvalueerd door middel van anamnese, lichamelijk onderzoek en vragenlijsten. Conventionele X-ray wordt gebruikt voor de indeling van artrotische veranderingen. Zowel de aangedane als niet-aangedane kant is beoordeeld om tot een goede vergelijking van de mate van artrose te komen. Uitkomstmaten De primaire uitkomstmaat is de FAAM-sportscore. Secundaire uitkomstmaten zijn: de visuele analoge pijnscore over de drie aangrenzende gewrichten: Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid48
  • 51. OPLEIDINGENSPORTGENEESKUNDECursusaanbod2012 Bij de Stichting Opleidingen in de Sportgeneeskunde (SOS) kunt u terecht voor nascholingen op het gebied van sportgeneeskunde. Een compleet overzicht van onze cursussen vindt u op www.sportgeneeskunde.com/sos. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met een van onze medewerkers van de SOS (030) 2252290. Een greep uit ons cursusaanbod in 2012 - Basiscursus Sportgeneeskunde - Basiscursus Duikgeneeskunde op Curaçao en Nederland - Nieuw: Workshop Onderbeen - Nieuw: Workshop Heup - Nieuw: Sportmedische Aspecten Voetbal & Hardlopen/Atletiek - Nieuw: Dopinggerelateerde geneesmiddelen - Nieuw: Topsportgeneeskunde - Voeding en Sport - Ergometrie
  • 52. HERSTEL SNELLER MET COMPEX WIRELESS!Voor meer informatie:www.compex.infowww.djoglobal.euDJO Global, Inc.Welvaartstraat 8,2200 Herentals, BelgiёTel BE: 0800 18246Tel NL: 0800 022 9442Benelux.orders@djoglobal.com It’s small. It’s strong. And small. It’s strong. It’s small. It’s strong. It’s it’s all suture. And it’s all suture. And it’s all suture. The 1.4mm JuggerKnot™ Soft Anchor represents the next generation of suture anchor technology. It’s suture-based and the first of its kind. The 1.4mm JuggerKnot™ Soft Anchor represents the next generation of suture anchor technology. The 1.4mm JuggerKnot™ Soft Anchor represents the next generation of suture anchor technology. the first of its kind. It’s suture-based and It’s suture-based and the first of its kind. Strength per Bone Displacement JuggerKnot™ 1.4mm Strength per Bone Displacement It’s small. It’s strong. Strength per Bone Displacement And it’s all suture. Drill Hole JuggerKnot™ N/mm3 JuggerKnot™ 1.4mm 1.4mm Typical 3mm Drill Hole Drill Hole Drill Hole N/mm3 N/mm3 Typical 3mm Typical 3mm Drill Hole Drill Hole JuggerKnot™ Soft Anchor SutureTak™ 3mm JuggerKnot™ Soft Anchor Strength achieved by suture anchors with respect to the SutureTak 3mm ™ The 1.4mm JuggerKnot™ Soft Anchor represents the next JuggerKnot Soft Anchor ™ SutureTak 3mm generation of suture anchor technology. It’s suture-based ™ bone disruption.1 Strength achieved by suture anchors with respect to the bone disruption.1 and the first of its kind.achieved by suture anchors with respect to the Strength bone disruption.1 • 1.4mm—smaller implant allows more tissue-to-bone contact • Smaller cannula is less invasive to surrounding tissue • Smaller anchor diameter allows multiple anchors to be placed • 69% less bone removed as compared to a standard 3mm anchor1 • 1.4mm—smaller implant allows more tissue-to-bone contact • 1.4mm—smaller implant allows more tissue-to-bone contact • Reduces likelihood of drilling into other anchors when placing • Smaller cannula iscannula is less invasive to surrounding tissue • Smaller less invasive to surrounding tissue multiple anchors • 1.4mm—smaller implant allows more tissue-to-bone contact • Smaller anchor diameter allows multiple anchors to be placed • Smaller anchor diameter allows multiple anchors to be placed • Smaller cannula is less invasive to surrounding tissue • 69% less bone removed as compared to a standard 3mm anchor1 • 69% less bone removed as compared to a standard 3mm anchor1 • Smaller anchor diameter allows multiple anchors to be placed • Reduces likelihood of drilling into other anchors when placing • Reduces likelihood anchors into other anchors when placing multiple of drilling • 69% less bone removed as compared to a standard 3mm anchor1 multiple anchors • Reduces likelihood of drilling into other anchors when placing multiple anchors Biologics • Bracing • Microfixation • Orthopedics • Osteobiologics • Spine • Sports Medicine • Trauma • 3i Biologics • Bracing • Microfixation • Orthopedics • Osteobiologics • Spine • Sports Medicine • Trauma • 3i 1. Data on file at Biomet Sports Medicine. Bench test results are not necessarily indicative of clinical performance. Biologicsindications,Bracing visit: Microfixation • Orthopedics • Osteobiologics •Bracing • Microfixation •Medicine •Osteobiologics •3i • Sports Medicine • Trauma • 3i For • risks and warnings, • Biologics • Spine • Sports Orthopedics • Trauma • Spine 1. Data on file at Biomet Sports Medicine. Bench test results are not necessarily indicative of clinical performance. biometsportsmedicine.com For indications, file atand warnings, visit: are the propertyresults are not necessarily indicative of clinical performance. 1. Data on risks Biomet Sports Medicine. Bench test of Biomet, Inc. or its subsidiaries unless otherwise indicated. All trademarks herein One Surgeon. One Patient. 1. Data on file at Biomet Sports Medicine. Bench test results are not necessarily indicative of clinical performance. biometsportsmedicine.com Inc. SutureTak is a trademark of Arthrex, ™ For indications, risks and warnings, visit: For indications, risks and warnings, visit: All trademarks herein are the property of Biomet, Inc. or its subsidiaries unless otherwise indicated. One Surgeon. One Patient. biometsportsmedicine.com SutureTak™ is a trademark of Arthrex, Inc. biometsportsmedicine.com All trademarks herein are the property of Biomet, Inc. or its subsidiaries unless otherwise indicated. All trademarks herein are the property of Biomet, Inc. or its subsidiaries unless otherwise indicated. One Surgeon. One Patient. One Surgeon. One Patient. SutureTak™ is a trademark of Arthrex, Inc. SutureTak™ is a trademark of Arthrex, Inc.
  • 53. Push biedt een uniek en onderscheidend concept gebaseerd op optimale steun, compressie en verkleving aan de huid. Oplossingen waarmee prestaties in de breedste zin van het woord kunnen worden verbeterd. www.push.eu www.arion-group.comPUSH_ADV_185x130.indd 1 27-10-2011 17:21:41 www.orthoillustrated.nl Patiëntinformatie voor orthopedische ingrepen Kom meer te weten over de anatomie van het menselijk lichaam en aandoeningen aan het bewegingsapparaat Bekijk medische illustraties en chirurgische technieken Kijk naar animaties van de meest voorkomende procedures Creëer je eigen PDF folio met verschillende behandelopties ® Patientinformatie voor orthopedische ingrepen `t Kempke 1 | 5845 GB Sint Anthonis Tel. 0485-38 2943 | Fax 0485-38 3394OrthoIllu_185x130mm_NL.indd 1 31.10.2011 13:26:54
  • 54. dag 2 // vrijdag 2 december 2011 Sessie C1: Jeugd Dr. J.J. Veryser Vrijdag.2.december.–.10.45.uur.–.sessie.C1.–.Overbelastingsapofysitis:.radiologische.benadering Overbelastingsapofysitis: radiologische benadering Een apofyse is een secundair ossificatiecentrum, waar zich Apofysitis omschrijft een chronisch tractieletsel van een een pees op vasthecht. Het is met een fyse gescheiden van apofyse en komt vooral bij atletische kinderen voor. de metafyse. Er is zwelling van het kraakbeen en fragmentatie van Het verschil met een epifyse is dat een apofyse niet de ossificatiekern. Veelvoorkomende locaties zijn de deelneemt aan de lengtegroei, het vormt geen tuberositas van de tibia (Osgood-Schlatter), het bekken en gewrichtsvlak. Avulsieletsels kunnen ontstaan als gevolg het calcaneus. van acute of chronische tensiekrachten. RX toont zeker in de beginfase weinig, het toont de fragmentatie bij meer gevorderde apofysitis. Acute avulsies zijn meest frequent in de 2 levensdecade Botscintigrafie kan worden gebruikt ter bevestiging van juist voor de fusie van de fyse. Meest frequente locaties apofysitis (verhoogde opname van tracer in de bloodpool zijn de spina iliaca anterior superior en inferior, tuber en de laattijdige fase). ischiadicus, heupkam en mediale epicondyl van de MR-kenmerken zijn een lichte verbreding van de physe, humerus. verhoogde signaal in de ossificatiekern met fragmentatie, RX kan een verplaatsing van een botkern aantonen, als die vaak met aanliggend botoedeem en spieroedeem. reeds deels verbeend is. Echografie kan een belangrijke rol spelen ter beoordeling Echografie kan een verplaatsing van een botkern van apofysitis en apofysiolyse, vooral van de nog niet aantonen, ook als die nog niet verbeend is. geossifieerde groeikern. Vroegtijdig in het proces Een aanliggend hematoom kan echografisch worden van apofysitis kan echografie met power doppler geëvalueerd. hypervascularisatie aantonen, als teken van inflammatie Dynamisch echografisch onderzoek kan bijdragen tot de in de apofyse en rond de pees (paratenonitis). De ervaring evaluatie van een avulsie. met echografie in de beoordeling van apophysitis is echter MR kan een rol spelen bij acute avulsies. Een acute avulsie nog beperkt. // kan er nogal agressief uitzien op MR en moet correct worden geïnterpreteerd. Biografie Dr. J.J. Veryser Dr. Jan Joris Veryser 1,5 jaar musculoskeletaal radioloog Sint-Maartenskliniek Opleiding: Geneeskunde KUL,1990 Nijmegen (2009-2010). 13 jaar erkend huisarts in België Momenteel werkzaam als musculoskeletaal radioloog Opleiding Radiologie 2003-2008 UZ Gent (specialiteit echografie en MR) aan het AZ Knokke en Universitair Opleiding Musculoskeletale radiologie UZ Antwerpen 2008 Ziekenhuis Antwerpen. Musculoskeletaal radioloog (2010: Europees diploma Auteur en coauteur van diverse artikelen over musculoskeletale musculoskeletaal radioloog, ESSR) beeldvorming. Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid52
  • 55. Spreker op diverse nationale en internationale symposia en cursus musculoskeletale echografie Sint-Maartenskliniekcongressen, onder andere sandwichcursus voor de Nederlandse Nijmegen.radiologen 2010 (reumatische beeldvorming). MedeoprichterDr. S. MoustieVrijdag.2.december.–.11.10.uur.–.sessie.C1.–.Overbelastingsproblematiek.bij.topturners.op.onvolwassen.leeftijdOverbelastingsproblematiekbij topturners op onvolwassenleeftijd De successen van Belgische topgymnasten zoals Donna- Artistieke Gymnastiek omvat 4 disciplines bij de dames: de Donny Truyens en Aagje Van Walleghem zorgen ervoor dat sprong, de brug, de balk en de grondoefening. veel kinderen gaan turnen. De wekelijkse turnbelasting varieert van 13 tot 25 uur. Vaak zetten ze hun eerste stappen in deze sport vanaf Er werden 23 sportletsels gediagnosticeerd. Dit betekent de leeftijd van 5 jaar. De training wordt progressief gemiddeld meer dan 1 letsel per gymnast. De letsels opgebouwd en snel loopt de trainingsbelasting op tot 15 à komen zowel ter hoogte van de bovenste ledematen, 25 uur per week bijna het hele jaar rond. de wervelzuil als de onderste ledematen voor. Het Dit betekent een grote belasting voor het aantal chronische letsels overstijgt het aantal acute musculoskeletaal systeem dat bij jonge turners in volle letsels. De restrictie van training of de noodzaak om de ontwikkeling is. Het grootste probleem waarmee deze training aan te passen loopt op tot in totaal 25 maanden. sport geconfronteerd wordt, zijn dan ook blessures. Sommige letsels zijn potentieel carrièrebeëindigend In deze voordracht wordt een overzicht gegeven van en kunnen mogelijks leiden tot gezondheidsschade letsels welke werden vastgesteld en behandeld op onze op langere termijn. Een significant aantal letsels zijn sportafdeling S.P.O.R.T.S. in het Universitaire Ziekenhuis leeftijdsgebonden en gelinkt aan de immaturiteit van het Antwerpen tijdens het seizoen 2009-2010. lichaam van de atletes. Het betreft een turngroep van 21 atletes van 7 tot 16 jaar. Deze gegevens worden vergeleken met de internationale Zij doen aan competitie ‘Artistieke Gymnastiek Dames’ op literatuur. Er wordt verder ingegaan op de mogelijke Vlaams en Belgisch niveau. oorzaken en de preventie van deze blessures. //BiografieDr. S. MoustieSam Moustie is sportarts op de afdeling S.P.O.R.T.S. van het screeningsonderzoeken en in het behandelen van acute enUniversitair Ziekenhuis te Antwerpen. chronische sportletsels in diverse sporten. Hij is betrokken bijS.P.O.R.T.S. is een door de Vlaamse overheid erkend de begeleiding van elitezwemmers en werkt multidisciplinairsportkeuringscentrum en staat voor multidisciplinair centrum samen met topsportbeloften in diverse sporten zoals voetbal,voor Screening, Preventie, Onderzoek en onderwijs, Revalidatie, gymnastiek, taekwando, tennis, zwemmen en hockey. DaarnaastTraining en Sportgeneeskunde. is Sam sportarts van verschillende teams.Sam is algemeen onderlegd in het uitvoeren van sportmedische Hij is betrokken bij de opleiding sportgeneeskunde van de 1 & 2 december te Kaatsheuvel 53
  • 56. dag 2 // vrijdag 2 december 2011 Universiteit Antwerpen. Daarnaast is hij betrokken bij de hoort het afnemen van maximale inspanningstesten en het medische evaluatie van interventionele brandweerlui. Hierbij geven van sportmedisch trainingsadvies. Drs. E. Rozendaal Vrijdag.2.december.–.11.35.uur.–.sessie.C1.–.Sportpsychologie.bij.het.kind Sportpsychologie bij het kind De belangstelling voor de sportpsychologie groeit. Steeds motivatie en zelfvertrouwen? Ook wordt er een aantal meer sporters onderkennen het belang van de mentale begeleidingsvragen aangestipt waar sporters mee naar aspecten van de sport. Dus schakelen individuele sporters, een sportpsycholoog komen: ‘tijdens wedstrijden komt teams, ouders en ook sportartsen steeds vaker een het er niet uit, dan slaat mijn hoofd op hol, op de training sportpsycholoog in. Oók voor sporters die al op jonge gaat het veel beter’, ‘de sportarts zegt dat mijn kind leeftijd werken aan verbetering van hun sportprestaties. overtraind is, en hij is erg terneergeslagen en down’, Waar het in de sport gebruikelijk is om te trainen op ‘mijn kind is zo zenuwachtig dat ze bijna moet overgeven techniek, tactiek en conditie, zou je ook verwachten voor de wedstrijd’, ‘de andere kinderen in het team laten dat het mentale aspect aandacht krijgt in training en me in de steek sinds ik niet meer zo goed presteer’, ‘ik begeleiding van jonge sporters. Vaak worden daar nog ben teruggezet naar de B2 omdat de trainers zeggen dat vraagtekens bij geplaatst: Op zo’n jonge leeftijd al naar ik niet graag genoeg wil’, ‘en als de scheids dan wéér een sportpsycholoog, is dat niet overdreven? En dat z’n ogen dicht heeft, dan word ik zó boos, dat ik er weer is jammer, want waarom wachten met het leren van uitgestuurd wordt’, ‘ben ik weer geblesseerd, ik word er essentiële vaardigheden tot de sporter ouder is, dat doen gek van’, ‘onze zoon is erg afgevallen de laatste tijd, de we toch ook niet met techniek? trainer zegt dat hij een eetstoornis heeft’. De verschillen tussen training, begeleiding of behandeling In deze sessie wordt aandacht besteed aan waar met van sportende kinderen door een sportpsycholoog worden een jonge sporter op mentaal vlak aan gewerkt kan verduidelijkt zodat een sportarts inzicht heeft met welke worden. Met andere woorden: Wat kun je trainen? indicatie hij/zij een sportend kind door kan verwijzen als Op welke manier kun je werken aan het versterken er een vraag ligt op psychologisch vlak. // van concentratie, omgaan met wedstrijdspanning, Biografie Drs. E. Rozendaal Edith Rozendaal is praktijk sportpsycholoog en docent Academie voor Lichamelijke Opvoeding. sportpsycholoog VSPN®. In haar praktijk SPORTGEK, begeleidt Rozendaal is lid van het bestuur van de Vereniging voor zij sinds 2006 top- en prestatiesporters op het mentale vlak. SportPsychologie in Nederland en supervisor in de opleiding tot Ook verzorgt ze clinics en cursussen voor onder andere coaches, praktijk sportpsycholoog. In 2010 verscheen haar boek Sportgek, sportouders en arbiters. Ze studeerde Bewegingswetenschappen psychologie voor de sporter. in de richting sportpsychologie en volgde een opleiding aan de Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid54
  • 57. Dhr. R. SchaaijVrijdag.2.december.–.12.00.uur.–.sessie.C1.–.Knieklachten.bij.sportende.kinderen,.hoe.te.evalueren?Knieklachten bij sportendekinderen, hoe te evalueren? In de praktijk is een toename waarneembaar van kinderen In de literatuur worden geen meetinstrumenten en adolescenten met knieklachten in de leeftijd van beschreven voor de evaluatie van motorische 6 tot en met 18 jaar. De grootste groep kinderen die vaardigheden, specifiek voor deze patiëntenpopulatie. De zich aanmeldt zijn kinderen met anterior knee pain en bestaande testen zijn gericht op een bredere doelgroep of patellofemoraal pijnsyndroom (PPS). Een belangrijke juist op specifieke aandoeningen, zoals cerebrale parese oorzaak van knieklachten zijn sportblessures. Recente (Ketelaar et al.,1999). cijfers laten zien dat 43% van de jaarlijkse 2,3 miljoen Tijdens de presentatie zal de toepasbaarheid van sportblessures ontstaat bij kinderen (ZonMw, 2009). verschillende beschikbare meetinstrumenten bij de De fysiotherapeut is de tweede geconsulteerde evaluatie van kinderen met knieklachten bediscussieerd paramedicus na de huisarts (RIVM, 2009). Dit geeft aan worden. Daarnaast kan in de discussie het effect van dat veel kinderen met sportblessures zich melden bij het gebruik van de verschillende meetinstrumenten de fysiotherapeut. De (sport)fysiotherapeut behandelt op de behandeling besproken worden. De volgende het kind en de knieaandoening voornamelijk gericht op meetinstrumenten zullen aan bod komen: functie- en activiteitenniveau, maar kan de motorische vaardigheden die ten grondslag kunnen liggen op • twee domeinen van de Bruininks Oseretsky Test second het verstoorde functie- en activiteitenniveau van het edition (BOT-II); kind niet beoordelen. De motorische vaardigheden • Hand Held Dynamometer (HHD) volgens Beenakker; kunnen echter een belangrijke rol spelen bij de • sprongtesten volgens Gustavsson; presentatie en behandeling van de knieklacht(en). De • sit and reach test; kinderfysiotherapeut kan hierbij goede ondersteuning • IKDC. // bieden in de evaluatie en de verdere behandeling/ revalidatie van het kind.BiografieDhr. R. SchaaijRoy Schaaij (geboren op 16 mei 1981) studeerde Fysiotherapie masteropleiding tot kinderfysiotherapeut aan de Hogeschoolaan de Hogeschool van Utrecht (1999-2003). Zijn afstudeerstage van Utrecht. Deze masteropleiding rondde hij in 2010 af met eendeed hij bij Tamminga Fysiotherapie waar hij ook werkzaam afstudeeronderzoek naar meetinstrumenten ter evaluatie vanwerd nadat hij zijn diploma behaalde. Hij heeft zich kinderen met knieklachten.gespecialiseerd in het behandelen van kinderen en volwassenen Roy is betrokken (geweest) bij verschillende projecten enmet hart- en longproblematiek en werkte daarnaast drie jaar richtlijnontwikkelingen gericht op hart/long en kinderen.als fysiotherapeut bij de jeugd en het eerste elftal van SV Daarnaast is hij ondersteunend kinderfysiotherapeut binnenHouten. Daarnaast behandelde hij kinderen met orthopedische Medicort Sport and Orthopedic Care bij kinderen vanuit de (top-)klachten na sportblessures. In 2007 begon hij aan de sport en breedtesport. 1 & 2 december te Kaatsheuvel 55
  • 58. dag 2 // vrijdag 2 december 2011 Vrije voordrachten sessie C1 H.J. Kemler, M. Krist, I.G.L. van de Port, A. de Wit & F.J.G. Backx Bracebehandeling versus tapebehandeling bij acuut lateraal enkelbandletsel; een kostenvergelijking Inleiding Resultaten Een enkelblessure is het meest voorkomende sportletsel In totaal zijn 157 patiënten geïncludeerd (56% man, gem. wereldwijd.1, 2 Laterale enkelbandletsels vormen met leeftijd 31,1 jaar). Tijdens de eerste 13 weken van het 77% de grootste groep binnen de enkelblessures en onderzoek rapporteerden 9 patiënten een recidiefletsel kunnen voor patiënt en maatschappij grote gevolgen (tapegroep 6%, bracegroep 5%). De gemiddelde directe hebben. De maatschappelijke kosten kunnen behoorlijk medische kosten waren voor de tape- en bracegroep per oplopen (jaarlijks 43,2 miljoen euro).3 Om de impact op de persoon respectievelijk 160,39 euro en 116,87 euro; en de maatschappij te verminderen, is dus niet alleen een goede, verzuimkosten 1.209,40 euro en 845,32 euro. De totale maar ook een kosteneffectieve behandeling noodzakelijk. kosten (inclusief behandelkosten) voor een met enkeltape In een recente trial zijn, conform een eerder review, geen behandelde patiënt waren 1.575,60 euro (n=76), significante verschillen gevonden in effectiviteit voor vergeleken met 1.210,48 euro (n=75) voor een patiënt met de behandeling van een acuut lateraal enkelbandletsel een enkelbracebehandeling. Dit verschil in kosten tussen met tape of enkelbrace.4, 5 De huidige studie is een beide groepen is niet significant. onderdeel van de eerdergenoemde trial met als doel de kortetermijnkosten van beide behandelmethoden (tape en Conclusie brace) te vergelijken. De totale directe en indirecte kosten na een acuut lateraal enkelbandletsel verschillen niet significant Methode tussen patiënten die behandeld zijn met enkeltape of Patiënten van 18 jaar en ouder met een acuut lateraal enkelbrace. Dit zorgt ervoor dat een behandelend arts enkelbandletsel worden aangemeld via huisartsen, of fysiotherapeut meerdere behandelingsmethoden ter fysiotherapeuten of spoedeisende hulp-afdelingen beschikking heeft, waarbij de voorkeur van de patiënt en vervolgens gerandomiseerd over de bracegroep meegewogen moet worden. Het verdient aanbeveling en tapegroep. Exclusiecriteria: letsel >14 dagen, een om de NHG inzake de standaard enkeldistorsie en de enkelbreuk, eversietrauma, gecompliceerd trauma of zorgverzekeraars te informeren over het effect van operatiegeschiedenis, en wilsonbekwaamheid. Na een therapeutische enkelbracing. nulmeting, uitgevoerd door een sportarts binnen 2 weken na het letsel, volgde een 4-weekse tape of brace Referenties (type Push Med)-behandeling. Na 5, 9 en 13 weken vond 1 Schmikli SL, Kemler HJ & Backx FJG. Blessureleed in de een online meting plaats, waarbij gevraagd werd naar sport 2000-2004. In: Hildebrandt VH, Ooijendijk, WTM & medische consumptie en verzuim (school, huishoudelijk, Hopman-Rock M. Trendrapport Bewegen en Gezondheid arbeid). De directe kosten binnen de gezondheidszorg 2000/2005. Leiden: TNO Kwaliteit van Leven, 2007. (medische kosten) en indirecte kosten buiten de 2 Fong DT, Hong Y, Chan LK, Yung PS & Chan KM. A gezondheidszorg (verzuimkosten) zijn in de kostenanalyse systematic re w on ankle injury and ankle sprain in sports. meegenomen. De bootstrappingmethode is toegepast Sports Med. 2007;37(1): 73-94. voor toetsing van kostenverschillen tussen tape- en 3 Verhagen EALM, Tulder M van, Beek AJ van der, et al. An bracebehandeling. economic evaluation of a proprioceptive balance board Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid56
  • 59. training program for the prevention of ankle sprains in sprains: A randomized controlled trial. Submitted. volleyball. Br J Sports Med 2005; 39: 111–5. doi: 10.1136/ 5 Kemler E, van de Port I, Backx F & van Dijk CN. A bjsm.2003.011031. systematic review on the treatment of acute ankle sprain. 4 Kemler HJ, vd Port IGL, Hoes A & Backx FJG. Effectiveness Braces versus other functional treatment types. Sports of treatment with brace versus tape in acute lateral ankle Med. 2011; 41 (3): 185-197. //I. Janssen, E. Hendriks, J. Zwerver & F. HartgensEffectiviteit vanschokwavetherapie bij patiëntenmet fasciopathie plantaris:een systematische review vanplacebo gecontroleerde studies Inleiding medium en hoge energiedichtheid effectief is, terwijl geen Fasciopathie plantaris is een pijnlijke en lastig te bewijs bestaat voor toepassing met lage energiedichtheid. behandelen overbelastingsaandoening van de plantaire Sterk bewijs bestaat voor de toepassing van 1 fascia onder de voet. In de laatste jaren wordt vaker behandelsessie SWT, terwijl geen bewijs voor effectiviteit schokwave therapie (SWT) toegepast, hoewel het van toediening van 3 behandelsessies werd gevonden. Er werkingsmechanisme en de effectiviteit hiervan nog is geen bewijs voor effectiviteit van toepassing van radiale onvoldoende duidelijk is. Het doel van deze studie is het SWT, terwijl er voor behandeling met gefocusseerde SWT systematisch reviewen van de effectiviteit van SWT op pijn tegenstrijdig bewijs bestaat. bij patiënten met fasciopathie plantaris. b) activiteitengerelateerde pijn: er is matig bewijs voor effectiviteit van SWT met een lage energiedichtheid Methode en geen bewijs voor toediening van medium of hoge De elektronische databases van Cochrane Controlled energiedichtheid. Er is tegenstrijdig bewijs voor de Trials Register, MEDLINE/EMBASE, PubMed, PEDro en behandeling met 3 sessies SWT, terwijl voor eenmalige CINAHL werden systematisch doorzocht tot 15 maart 2011. behandeling geen bewijs bestaat. Er is matig bewijs Enkel gerandomiseerde placebo gecontroleerde studies voor de effectiviteit van radiale SWT, en geen voor kwamen in aanmerking voor inclusie. De methodologische gefocusseerde SWT. kwaliteit van de studies werd beoordeeld met behulp van de Physiotherapy Evidence Database (PEDro)-schaal. Een Conclusie en discussie best-evidence-synthese werd toegepast voor de kwalitatieve Het merendeel van de studies toont een positief effect analyse van twee uitkomstmaten (ochtendpijn en van SWT op ochtendpijn en activiteitengerelateerde pijn activiteitengerelateerde pijn) 12 weken na de start van SWT. bij fasciopathie plantaris na 12 weken follow-up. Voor afname van de ochtendpijn is één enkele behandelsessie Resultaten SWT met medium of hoge energiedichtheid het meest Zestien RCTs, met een totaal van 2.010 patiënten, werden effectief. Vermindering van activiteitengerelateerde geïncludeerd. De methodologische kwaliteit van de pijn is toepassing van 3 radiale behandelsessies SWT afzonderlijke studies varieerde van 6 tot 10 punten op de met een lage energiedichtheid het meest effectief. Via PEDro-schaal, indicatief voor goede tot zeer goede kwaliteit. deze systematische review kon niet aangetoond worden De best evidence-synthese toonde de volgende resultaten: welk behandelprotocol het meest effectief is voor de a) ochtendpijn: er is tegenstrijdig bewijs dat SWT met een behandeling van fasciopathie plantaris. // 1 & 2 december te Kaatsheuvel 57
  • 60. dag 2 // vrijdag 2 december 2011 Sessie C2: Volwassenen Prof. dr. J. Gielen Vrijdag.2.december.–.10.45.uur.–.sessie.C2.–.Bone.bruise,.radiologische.diagnostiek.en.belang.bij.sporters Biografie Prof. dr. J. Gielen Medische studies en specialisatie radiologie aan de Katholieke Organisator van cycli hands-oncursussen wekedelenechografie Universiteit van Leuven. Muskuloskeletale radiologiestage bij sinds 2004. Organisator, in samenwerking met Babette Pluim, D. Resnick (UCSD, California) en B. Maldague (UCLouvain). Sinds van het STMS (Society for Tennis Medicine and Science)-congres oktober 2000 Musculoskeletaal radioloog in het Universitair 16 en 17 februari 2007 te Antwerpen. Auteur en coredacteur Ziekenhuis Antwerpen (UZA) met speciale interesse in van een gespecialiseerd boek over sportradiologie Imaging in radiologische beeldvorming van sportletsels. Mijn bijzondere Orthopedic Sports Injuries (2006 Springer Verlag). aandacht gaat naast de klassieke technieken zoals radiografie en arthrografie vooral uit naar echografie, magnetische resonantie Al vroeg in zijn carrière legde prof. dr. Jan Gielen zich toe op het en meersneden CT. PhD sinds februari 2004, thesis ‘Magnetische onderzoek van sporters. Uit liefde voor de sport? “Ik kom uit resonantie van wekedelentumoren’. Sinds 15 jaar spreker op het een heel onsportieve familie. Thuis deden wij niet aan sport en ‘Limburgs Sportcongres’ België. Organisator van het Antwerps gingen we niet naar het voetbal. Toen ik destijds voor het eerst Multidisciplinair Sportmedisch Symposium in 2004 en 2005. Jean-Marie Pfaff moest onderzoeken, kende ik die niet.” Dat Sinds oktober 2006 docent aan de Universiteit Antwerpen (UA). gebrek aan affiniteit met de sportwereld vindt hij geen nadeel, Believer in multidisciplinaire samenwerking en daarom sinds integendeel: het waarborgt de objectiviteit. “Sportgeneeskunde februari 2006 organisator van een veertiendaagse theoretische is boeiend doordat het een kruispunt van disciplines is, en klinische multidisciplinaire sportvergadering aan de UA in van fysische geneeskunde en radiologie tot cardiologie en samenwerking met sportartsen, fysiotherapeuten, kinesisten, psychologie. En ook op onderzoeksvlak zijn er veel uitdagingen.” radiologen, orthopedisten, cardiologen, dermatologen. Drs. S. Jansen Vrijdag.2.december.–.11.10.uur.–.sessie.C2.–.Heupimpingement Heupimpingement Impingement van de heup is een aandoening die de de heup? Tijdens de lezing zal ingegaan worden op de afgelopen jaren steeds meer aandacht heeft gekregen. historie van dit ‘nieuwe’ ziektebeeld, op de verschillende Meer en meer professionals in de zorg krijgen oog voor soorten impingement, op de diagnostiek en uiteraard het klinische beeld en verwijzen hun patiënten door op de behandeling. Hierbij zal er veel aandacht bestaan naar gespecialiseerde centra voor behandeling van deze voor het Cam- en het Pincer-type impingement en voor de aandoening. Maar wat is nu precies impingement van arthroscopische behandeling. // Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid58
  • 61. BiografieDrs. S. JansenSebastiaan Jansen studeerde geneeskunde aan de Universiteit Marc Philippon in Vail (VS) en Michael Dienst in Homburg (Dld).Leiden en volgde zijn opleiding tot orthopedisch chirurg in het Inmiddels heeft hij circa 250 heupscopieën verricht en krijgt hijLUMC, het HagaZiekenhuis en het Rijnland Ziekenhuis. Sinds hiervoor vele verwijzingen uit het hele land. Hij geeft regelmatig2006 is Sebastiaan als orthopedisch chirurg werkzaam in het onderwijs en lezingen op het gebied van de heupimpingementRijnland Ziekenhuis (www.rijnlandorthopedie.nl). Al in 2006 en de heupscopie.begon hij zijn heupscopiepraktijk na travelling fellowships bijDr. T. DoomsVrijdag.2.december.–.11.35.uur.–.sessie.C2.–.Prevalentie.en.preventie.van.medische.problemen.bij.‘Start.to.Run’Prevalentie en preventie vanmedische problemen bij‘Start to Run’ Lopen wordt de laatste jaren sterk gepromoot. Velen zijn afslanken), kenmerken van de effectief uitgevoerde overtuigd van de voordelen van deze sport voor onze training (frequentie, duur, ondergrond, loopschoenen), gezondheid. ‘Start to Run’ is een succesformule. In boeken medische problemen in de periode van de looptraining, en tijschriften lezen we dat iedereen kan lopen. Maar is dit aard en gevolgen ervan (tijdelijke of definitieve stop wel zo? Om een antwoord te vinden op deze vraag werden van de training, consultatie bij een arts, behandeling, enkele enquêtes gehouden, waarvan de resultaten in deze ziekteverlof). presentatie besproken worden. In 2010 en 2011 werd dezelfde vragenlijst bezorgd aan In 2008 kreeg het personeel van een ziekenhuis de kans om ‘Start to Run’-deelnemers in negen atletiekclubs van de een georganiseerde looptraining te volgen. Het doel was provincie Antwerpen en 1 running club in Nederland. de groep voor te bereiden op deelname aan de 10 miles Uit de antwoorden op beide enquêtes kunnen we afleiden in Antwerpen, 1 jaar later. Eenmaal per week kregen de dat meer dan een derde van de deelnemers een medisch deelnemers de kans om een begeleide training te volgen. probleem had ontwikkeld, veroorzaakt door het lopen. Na de datum van de 10 miles werd een vragenlijst De studies tonen een statistisch significant verband aan opgestuurd aan al diegenen die zich ingeschreven tussen de medische problemen en het trainingsschema. hadden. De vragenlijst was gebaseerd op de literatuur in In de groepen waar een vast trainingsschema werd verband met lopen. Volgende gegevens werden gevraagd: gehanteerd, werden meer medische problemen persoonlijke factoren (geslacht, leeftijd, lichaamslengte gesignaleerd. Aanpassing van het loopschema aan de en lichaamsgewicht), eigen doel van de looptraining mogelijkheden van de loper lijkt belangrijk om deze (een bepaalde afstand lopen, conditie verbeteren, problemen te voorkomen. // 1 & 2 december te Kaatsheuvel 59
  • 62. dag 2 // vrijdag 2 december 2011 Biografie Dr. T. Dooms Trees Dooms is arts. Ze behaalde het diploma van licentiaat Geneeskunde, Master in de Sportgeneeskunde aan de VUB. Vorig in de Arbeidsgeneeskunde aan de KUL te Leuven, en werkte jaar is ze gestart met de opleiding Médecine des Arts-Musique als bedrijfsarts voor IDEWE, Externe Dienst voor Preventie en in Frankrijk. Haar interesse gaat vooral naar musculoskeletale Bescherming op het Werk in België. Zij volgde verschillende aandoeningen, meer bepaald overbelastingsletsels. Sinds 2 jaar bijkomende opleidingen waaronder Bedrijfsergonomie en doet ze onderzoek naar medische problemen bij beginnende Industriële Hygiëne aan de Universitaire Instelling Antwerpen, lopers, in samenwerking met de afdeling sportgeneeskunde van Manuele Therapie bij het Belgisch Verbond voor Manuele het Universitair Ziekenhuis te Antwerpen. Vrije voordrachten sessie C2 M.P. van der Worp, N. van der Horst, F. Backx, R. Nijhuis-van der Sanden & A. de Wijer Etiologie, diagnostiek & behandeling van het Iliotibiale Band Syndroom bij hardlopers. Een systematische review naar de kwaliteit van de literatuur Inleiding Materiaal & methode Het Iliotibiale Band Syndroom (ITBS) is een Er is gezocht naar de relevante literatuur in verschillende veelvoorkomende knieblessure bij hardlopers.1 Over de elektronische data bases (Pubmed, Embase, Cinahl & etiologie, de diagnostiek en de behandeling van ITBS zijn Web of Science) middels de zoektermen ‘iliotibiale band veel overzichtsartikelen geschreven.2 De inhoud van deze frictiesyndroom’, ‘Iliotibiale bandsyndroom’ en ‘Iliotibiale artikelen lijkt vooral gebaseerd te zijn op anekdotes met bandstress’ in combinatie met hardlopen. weinig tot geen wetenschappelijke evidentie.3 Er was geen beperking voor taal, systematische reviews, randomized clinicial trials (rct’s), cohort studies en case- Doelstelling controlestudies werden geïncludeerd, tevens moest de Het primaire doel van deze literatuurstudie is het onderzoekspopulatie ouder zijn dan 17 jaar. verkrijgen van een systematisch overzicht van de De methodologische kwaliteit van de geselecteerde methodologische kwaliteit van de studies over de etiologie, literatuur werd onafhankelijk beoordeeld door twee diagnostiek en behandeling van het ITBS bij hardlopers. onderzoekers met behulp van de criteriumlijst van de Studies met een hoge kwaliteitsscore worden geïncludeerd Dutch Cochrane Collaboration, waarbij een hoge kwaliteit en na analyse worden er aanbevelingen gedaan voor nader werd gedefinieerd als een minimaal 60% positieve score op onderzoek en, voor zover mogelijk, voor de dagelijkse de criteriumlijst. praktijk van de sportarts en (sport)fysiotherapeut. Tevens vond uitgebreide data-extractie plaats waarbij Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid60
  • 63. per studie de populatie, het aantal patiënten en/of bij hardlopers met ITBS om te komen tot betrouwbare en proefpersonen, de ITBS-diagnostiek, de blootstelling/ valide meetinstrumenten in de dagelijkse sportpraktijk. behandeling, de analyse/uitkomsten en de setting van Als behandeling bleek medicatie en injectie bij acute onderzoek is bepaald. (0-17 dagen) klachten en chirurgisch ingrijpen bij chronische klachten effectief.5 Voor krachttraining van Resultaten & conclusie de heupmusculatuur werden tegenstrijdige resultaten Uit de vier verschillende databases zijn 225 artikelen gevonden. geselecteerd, waarvan 35 artikelen voldeden aan de inclusiecriteria van de studie. Vijftien studies voldeden aan Referenties het criterium voldoende/hoge kwaliteit; waarvan 3 rct’s, 6 1 Junior LC, Carvalho AC, Costa LO & Lopes AD. The prevalence cohort studies en 6 case-controlestudies. of musculoskeletal injuries in runners: a systematic review. Bij de data-extractie viel op dat de onderzochte populaties British Journal of Sports Medicine 2011; 45(4): 351-352. sterk varieerden. Tevens was de onderzochte blootstelling/ 2 Backx FJG. Tractus iliotibialisfrictie-syndroom. In: Mosterd behandeling waarnaar gekeken werd erg divers; medicatie, WL, SitsenJ.M.A., Hermans G.P.H., Backx FJG, Cingel van REH, injectie, operatie, krachttraining en biomechanica. editors. Sport-Medisch Formularium. Een praktische leidraad. Uit de analyse komt naar voren dat de bewegingsuitslagen Houten: Bohn Stafleu van Lochum (BSL); 2005. 176-184. van voet-, knie- en heupgewricht verschillend zijn tussen 3 Ellis R, Hing W & Reid D. Iliotibial band friction syndrome--a hardlopers met en zonder verschijnselen van ITBS. In systematic review. Man Ther 2007; 12(3): 200-208. de dagelijkse sportmedische praktijk kan hierop worden 4 Baker RL, Souza RB & Fredericson M. Iliotibial Band ingespeeld door gericht advies te geven ten aanzien van Syndrome: Soft Tissue and Biomechanical Factors in schoeisel, loopscholing en doormiddel van oefentherapie Evaluation and Treatment. PM&R 2011; 3(6): 550-561. met nadruk op mobilisatie en krachttraining.4 5 Hariri S, Savidge ET, Reinold MM, Zachazewski J & Er werden geen studies gevonden die voldeden aan de Gill TJ. Treatment of recalcitrant iliotibial band friction criteria van hoge kwaliteit en betrekking hadden op de syndrome with open iliotibial band bursectomy: indications, diagnostiek van ITBS. Verder onderzoek is nodig naar de technique, and clinical outcomes. Am J Sports Med 2009; klinimetrische eigenschappen van de meetinstrumenten 37(7): 1417-1424. //M. Röling, P. Pilot & R.M. BloemChronische liespijn bij sporters:arthroscopische interventiebij femoroacetabulaireimpingement Inleiding en vraagstelling Methode Chronische en recidiverende liesklachten bij sporters zijn Een analyse van de heuparthroscopieën vanaf 2007 een oorzaak van langdurig sportverzuim en langdurige tot 2011, met uitlichting van de jonge sporters. pijnklachten. Femoroacetabulaire impingement (FAI) kan Gekeken is naar de demografische kenmerken, type de achterliggende oorzaak zijn van deze pijnklachten. sport, indicatiestelling, tijdsduur van klachten, De laatste jaren is de techniek van heuparthroscopie ter klachtenverbetering na de ingreep en terugkeer naar interventie bij FAI sterk verbeterd. In de literatuur worden het oorspronkelijke sportieve niveau. Hieruit is een veelbelovende resultaten beschreven. Wat zijn de resultaten prospectieve registratie gestart, waarbij we met behulp van arthroscopische interventie bij jonge sporters tot nu toe, van 3D-CT-bewegingsanalyses de femoroacetabulaire en wat zijn de mogelijkheden voor de toekomst? impingement nauwkeurig in kaart kunnen brengen. 1 & 2 december te Kaatsheuvel 61
  • 64. dag 2 // vrijdag 2 december 2011 Bij deze patiënten worden onder andere de Harris Hip percentage re-scopieën was hoger in het eerste deel van Score (mHHS), de Hip Outcome Score (HOS) en de het cohort dan in het tweede deel (18% tov 6%). Sports Frequency Scale (SFS) geregistreerd. Tevens maken wij sinds kort gebruik van een driedimensionale Conclusie, discussie en aanbevelingen CT-scan bewegingsanalyse om de femoroacetabulaire De resultaten van de heupscopie bij chronische en impingement nauwkeurig in kaart te brengen. recidiverende liespijn door het femoroacetabulair impingement zijn belovend. Een verbetering van de Resultaten klachten van patiënten is aangetoond met een laag In totaal zijn 120 patiënten gescopieërd van 2007 tot complicatiepercentage. Een langere follow-up moet 2011. Gemiddeld hadden zij 2,9 jaar (1-14) klachten van aantonen in hoeverre actieve sporters weer op hun liespijn. 85 patiënten (71%) hadden femoroacetabulaire oorspronkelijke niveau kunnen terugkeren. De ingreep impingement, en bij 73 (63%) was er sprake van kent wel een learning curve. labrumletsel. Andere diagnoses waren corpus liberum, De huidige prospectieve registratie zal een beter inzicht chondropathie en osteofyt impingement. Na een geven in de prognose van onder andere sporters met gemiddelde follow-up van 539 dagen (30-1576) had 35% liesklachten behandeld met heuparthroscopie. Mogelijk anamnestisch geen klachten meer, en 58% had minder dat de 3D-CT een grotere rol zal gaan spelen in de pijnklachten. 7% had echter geen verbetering. Bij 3% diagnostiek bij femoroacetabular impingement bij trad een complicatie op (neuropraxie, wondinfectie). 78% sporters gelet op de soms extreme bewegingsuitslagen Van de patiënten had pijn tijdens het sporten, waarvan tijdens sportactiviteiten. // 12% volledig is gestopt met sporten door de pijn. Het Sessie C3: Ouderen Drs. H. van der Hoeven Vrijdag.2.december.–.10.45.uur.–.sessie.C3.–.Cuff.tendinopathie Biografie Drs. H. van der Hoeven Na het voltooien van zijn opleiding Geneeskunde vervolgde is hij consulent van de afdeling Topsportgeneeskunde van het Henk van der Hoeven zijn studie met de opleiding Chirurgie en UMC Utrecht. Ook is hij verbonden aan de KNVB. rondde vervolgens de opleiding Orthopedische Chirurgie met Van der Hoeven bekleedt diverse bestuursfuncties. Hij is succes af. Sinds 1991 is hij orthopedisch chirurg. Van 1991 tot 31 voorzitter van de Medische Commissie van de Koninklijke juli 2010 was hij als orthopedisch chirurg aan het Sint Anthonius Nederlandse Hockey Bond (KNHB), secretaris bij de Nederlandse Ziekenhuis te Nieuwegein verbonden. Sinds 1 augustus 2010 is Vereniging voor Arthroscopie, lid van de Stichting Opleiding hij voor Bergman Clinics werkzaam. Registratie Orthopedie Fysiotherapie (SOROF) en docent bij de Van der Hoeven is medisch begeleider bij vele opleiding Sportfysiotherapie aan de Hogeschool Utrecht. topsportverenigingen. Zo is hij arts in het medisch Van der Hoeven is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging begeleidingsteam van het Nederlandse honkbalteam en voor Arthroscopie, de Nederlandse Vereniging voor het Nederlandse snowboardteam. Tevens is Van der Hoeven Orthopedische Traumatologie, de Nederlandse Orthopaedische orthopedisch consulent van de Koninklijke Nederlandse Vereniging NOV (Werkgroep Sportgeneeskunde, Werkgroep Tennisbond (KNLTB) – onder andere begeleiding Dutch Open Schouder en elleboog, Werkgroep Kinderorthopedie, Werkgroep Tennis Toernooi, de Nederlandse Handbalbond (NHV), de Voet en Enkel), de European Society of Sports traumatology Judobond Nederland (JBN) en FC Utrecht. Van der Hoeven is Knee surgery and Arthroscopy (ESSKA) en de Nederlandse lid van het Topsport Medisch Platform van NOC*NSF en heeft Vereniging voor Reumachirurgie (NERASS). deel uitgemaakt van het medisch begeleidingsteam van de Bron: Bergmankliniek.nl. Nederlandse olympische ploeg in Athene in 2004. Daarnaast Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid62
  • 65. Dr. M. StevensVrijdag.2.december.–.11.10.uur.–.sessie.C3.–.Een.nieuwe.heup.of.knie,.het.belang.van.een.lichamelijke.en.sportieve.leefstijlEen nieuwe heup of knie, hetbelang van een lichamelijke ensportieve leefstijl Artrose is een chronische en sterk invaliderende Voldoende lichamelijk en sportief actief zijn heeft voor aandoening. Patiënten met artrose ervaren pijn, iedereen een positief effect op gezondheid en fitheid. Het stijfheid en verlies van gewrichtsfunctie. Dit resulteert levert een bijdrage aan het voorkomen van onder andere in arbeidsongeschiktheid, immobiliteit en bij de ouderen hart- en vaatziekten, te hoge bloeddruk, darmkanker, een steeds groter wordende afhankelijkheid en sociaal overgewicht/obesitas, ouderdomsdiabetes (diabetes isolement. Artrose van de onderste extremiteiten mellitus type 2), botontkalking (osteoporose) en concentreert zich voornamelijk in het knie- en depressie. Fitheid is de mate waarin activiteiten van het heupgewricht. De incidentie van artrose van de knie in dagelijks leven (ADL) kunnen worden uitgevoerd. ADL zijn 2000 in Nederland was 1.18 en 2.80 per 1.000 personen activiteiten zoals aan- en uitkleden, wassen, boodschappen voor respectievelijk mannen en vrouwen, voor de doen, tuinieren, wandelen, fietsen, et cetera. Ouder heup was dit 0.90 en 1.60 (absoluut 7.100 en 12.900). worden gaat gepaard met een teruggang in fitheid. Echter Met name bij ouderen is artrose een van de meest door voldoende te bewegen kan de achteruitgang in voorkomende chronische aandoeningen. Als gevolg van fitheid afgeremd worden. Dit leidt ertoe dat ook personen vergrijzing zal het aantal ouderen met artrose de komende met een heup- of knieprothese langer zelfstandig kunnen decennia progressief stijgen. In 2003 was 14% van de blijven functioneren. Het verbeteren en onderhouden van Nederlandse bevolking 65 jaar of ouder, in 2040 zal dit de fitheid kan een aanzienlijke winst opleveren, niet zozeer percentage zijn hoogste punt bereiken en zijn toegenomen in levensduur als wel in kwaliteit van leven. tot 23%. Bij invaliderende pijnklachten of een ernstig verminderde Voor personen met een heup- of knieprothese gelden beweeglijkheid door artrose van het heup- of kniegewricht echter nog bijkomende voordelen, zoals beter vastgroeien kan het plaatsen van een heup- of knieprothese een goede van de prothese en een verminderd valrisico. Daarentegen oplossing zijn. Het plaatsen van een heup- en knieprothese moet er ook rekening worden gehouden met eventuele is een van de meest uitgevoerde en meest succesvolle bewegingsbeperkingen en slijtage van de prothese. orthopedische ingrepen. Vijftien jaar na de operatie Ingegaan zal worden op de vraag hoe lichamelijk en functioneert meer dan 90% van de heup- en knieprothesen sportief actief personen met een heup- of knieprothese nog naar tevredenheid. In feite kunnen personen na het zijn, hoe het lichamelijke en sportieve activiteitenpatroon plaatsen van een prothese weer als ‘gezond’ beschouwd gemeten kan worden, waar rekening mee gehouden moet worden. Dat betekent dat dagelijkse activiteiten weer worden bij lichamelijke en sportieve activiteiten en welke opgepakt kunnen worden en dat men ook weer lichamelijk sportieve activiteiten wel of niet geadviseerd kunnen en sportief actief kan worden. worden. // 1 & 2 december te Kaatsheuvel 63
  • 66. dag 2 // vrijdag 2 december 2011 Biografie M. Stevens Martin Stevens werd in 1964 in Groningen geboren. een sportstimuleringsstrategie voor sportief niet-actieve Tijdens zijn middelbareschoolperiode was hij werkzaam als senioren. Van 1999-2001 was hij docent op de afdeling Sport, zwemonderwijzer. Na de middelbare school studeerde hij van Gezondheid & Management van de Hanzehogeschool Groningen. 1987-1992 Bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Vanaf 2001 is hij werkzaam als onderzoekscoördinator van de Groningen (RUG). Van 1992-2001 was hij werkzaam als afdeling orthopedie van het Universitair Medisch Centrum onderzoeker bij het Centrum voor Bewegingswetenschappen Groningen (UMCG). Zijn kennis en ervaring ligt op het terrein van de RUG. In 2001 is hij gepromoveerd op een onderzoek naar van bewegen en fitheid van zowel gezonde als ouderen met de ontwikkeling van een gedragsveranderingsmodel dat ten orthopedische aandoeningen. grondslag ligt aan het Groninger Actief Leven Model (GALM), Dr. M.P. Arts Vrijdag.2.december.–.11.45.uur.–.sessie.C3.–.Is.sporten.na.een.lumbale.hernia.(on)gezond? Is sporten na een lumbale hernia (on)gezond? Het lumbosacraal radiculair ten gevolge van is een hernia sneller herstel is niet aangetoond. nucleus pulposus is een veelvoorkomende aandoening. In Er is weinig bekend over het hervatten van de meeste gevallen is het natuurlijk beloop gunstig en 60- sportactiviteiten bij patiënten met een lumbale hernia 80% van de patiënten is klachtenvrij na een conservatieve na chirurgie dan wel na een conservatief beleid. Een periode van een aantal maanden. Mochten de klachten goed opgezette vergelijkende studie ontbreekt. Ook het blijven bestaan of de pijn is dermate invaliderend, postoperatieve mobilisatiebeleid en advies ten aanzien dan bestaat een indicatie tot operatie. Vooralsnog van het hervatten van werkzaamheden verschilt sterk per is de gouden standaard de unilaterale transflavale ziekenhuis. Het vaak gedateerde empirische protocol kan microdiscotomie, waarbij aan de symptomatische zijde niet wetenschappelijk worden onderbouwd. Daarentegen de uitpuiling van de tussenwervelschijf wordt verwijderd is de opnameperiode en de duur tot werkhervatting de en decompressie van de zenuwwortel wordt bereikt. laatste decennia sterk gereduceerd en is een tendens Met de komst van minimaal invasieve chirurgische ontstaan om stigmatisering van rugpatiënten te methodes, waaronder de tubulaire discotomie, worden voorkomen. Het lijkt dan ook voor de hand te liggen om betere resultaten gepropageerd wat echter niet wordt individueel en pragmatisch te beoordelen wanneer een ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. Ook het patiënt weer in staat is sportactiviteiten te hervatten beoogde gunstige effect op postoperatieve rugpijn en nadat de periode van wondgenezing is gepasseerd. // Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid64
  • 67. BiografieDr. M.P. ArtsMark Arts is werkzaam als neurochirurg in Medisch Centrum wetenschappelijk onderzoek naar de minimaal invasieveHaaglanden met als aandachtsgebied wervelkolomchirurgie behandeling van de lumbale hernia waarop hij in 2010 isen complexe spinale pathologie in het bijzonder. Gedurende gepromoveerd. Arts is bestuurslid van de Dutch Spine Society.zijn opleiding in het LUMC en MCH is de basis gelegd voorVrije voordrachten sessie C3P. Groenenboom, Th.C. de Winter, A. Weir, G. Taal & G. SchepProspectieve analyse van deoncologische revalidatie Inleiding de metingen herhaald. De kwaliteit van leven werd De incidentie van kanker is de laatste jaren toegenomen. gemeten door middel van een vragenlijst (SF36). Ook de diagnostische technieken en behandelmethoden zijn enorm verbeterd. Desondanks hebben deze behandelingen Resultaten ook nadelige fysieke en psychosociale bijwerkingen. Deze 38 patiënten hebben het trainingsprogramma afgerond kunnen ingrijpen op het dagelijks leven en de kwaliteit van (22% drop-outs). 4 patiënten waren uitgevallen door leven verminderen. recidief maligniteit, 1 patiënt door een cardiomyopathie Uit eerder onderzoek is gebleken dat fysieke trainingen de en 6 patiënten waren niet voldoende gemotiveerd. spierkracht, de cardiopulmonale functie, de botdichtheid en De hoogintensieve krachttraining en conditietraining de kwaliteit van leven verbeteren. Daardoor zou met name resulteerde in een gemiddelde toename van 23% van het de meest voorkomende klacht ‘vermoeidheid’ afnemen. maximaal aantal behaalde Wattage (spreiding -20% tot De afgelopen anderhalf jaar is er een prospectieve +75%). analyse verricht naar revalidatieprogramma’s na De VO2max nam gemiddeld met 25% toe (spreiding 0% tot chemotherapie om op korte termijn dit uit te breiden naar +56%). Met behulp van vragenlijsten (SF36) werd ook een trainingsprogramma’s tijdens chemotherapie. verbetering in kwaliteit van leven gevonden. Methoden Conclusie 49 patiënten (8 mannen en 41 vrouwen, gemiddelde Hoogintensieve krachttraining en conditietraining leeftijd 49 jaar) die chemotherapie hebben ontvangen, verbetert de spierkracht, cardiopulmonale functie en de zijn zes weken na de laatste kuur gestart met drie kwaliteit van leven. maanden trainingsprogramma gericht op verbetering van Er bestaat een redelijk hoog aantal drop-outs vanwege de spierkracht en conditie. Vooraf hebben zij een uitgebreid bij sommige maligneiten hogere kans op recidief, echter onderzoek ondergaan waarin er baselinemetingen zijn deze patiënten vertelden toch in de tijd dat ze getraind gedaan bestaande uit onder andere een submaximale hebben een verbetering van de kwaliteit van leven. inspanningstest met VO2max-meting. Vervolgens zijn zij De vraag is of de eerdergenoemde nadelige fysieke en gestart met het trainingsprogramma wat bestaat uit twee psychosociale bijwerkingen gereduceerd kunnen worden keer per week zeven krachtoefeningen (been-, arm- en door al te gaan trainen tijdens chemotherapie. Er is rompspieren) en twee intervaltrainingen gedurende drie recent een trial gestart met trainingsprogramma’s tijdens maanden. Na afloop van het trainingsprogramma werden chemotherapie. // 1 & 2 december te Kaatsheuvel 65
  • 68. dag 2 // vrijdag 2 december 2011 M.T.K Kuijt, dr. H. Inklaar, dr. V. Gouttebarge, prof. dr. M.H.W. Frings-Dresen Knie- en enkelartrose bij voormalige beroepsvoetballers Introductie Resultaten Door blootstelling aan beroepsvoetbal en gerelateerde Op basis van de zoekstrategie werden vier originele activiteiten hebben beroepsvoetballers een verhoogd studies geïncludeerd. Twee studies hadden een hoge risico op hamstringblessures en knie- en enkelletsels. Of methodologische kwaliteit en vonden een prevalentie deze blootstelling ook op lange termijn een gevolg voor van knieartrose tussen de 60 en 80%. Bij dezen beide gezondheid heeft, is niet eenduidig te beantwoorden. In studies werd artrose door middel van radiografisch de wetenschappelijke literatuur is er schaars, tegenstrijdig onderzoek gediagnosticeerd. Enkelartrose werd in beide en achterhaald bewijs over langetermijneffecten van studies niet onderzocht. De andere twee studies hadden beroepsvoetbal op gezondheid. Enkele studies wijzen aan een matige methodologische kwaliteit en vonden een dat beroepsvoetballers blootgesteld aan beroepsvoetbal prevalentie van knieartrose tussen de 40 en 46%, en een een risico op lange termijn lijken te hebben op het prevalentie van enkelartrose tussen 12 en 17%. In dezen ontwikkelen van knie- en enkelartrose. beide studies werd artrose door middel van vragenlijst gediagnosticeerd. Doelstelling Het doel van dit onderzoek is de prevalentie van knie- en Conclusie enkelartrose bij voormalige beroepsvoetballers vast te De prevalentie van knie- en enkelartrose in de voormalige stellen op basis van recente beschikbare literatuur. beroepsvoetballers kan als hoog worden beschouwd in vergelijking met de algemene Nederlandse bevolking Materiaal en methode (12-25% voor knieartrose bij mannen tussen 45 Een systematisch literatuuronderzoek is uitgevoerd en 64 jaar oud; < 1% voor enkelartrose) en andere in drie zoekbestanden (Medline, Embase en beroepsgroepen (34% voor knieartrose in de bouwsector). SPORTDiscus). Op basis van drie zoektermen (voormalige Het ontwikkelen van een Preventief Medisch Onderzoek beroepsvoetballers, knie- of enkelartrose, prevalentie) en voor beroepsvoetballers zou een rol kunnen spelen gerelateerde synoniemen werd er gezocht naar recent in de preventie van knie- en enkelblessures en in het (vanaf 2000) Engels-, Duits-, Frans- en Nederlandstalige identificeren van spelers met een verhoogd risico op literatuur gezocht. Nadat inclusiecriteria op de titels, artrose. Verder dient te worden onderzocht of knie- en samenvattingen en hele tekst werden toegepast door twee enkelartrose op lange termijn ook een gevolg voor personen, onafhankelijk van elkaar, werd de data extractie activiteits- en arbeidsbeperkingen heeft. // van de geïncludeerde studies in een gestandaardiseerde tabel gerangschikt. De methodologische kwaliteit van geïncludeerde artikelen werden op basis van bestaande criteria beschreven. Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid66
  • 69. S. de JongeLange termijn follow-upvan Achilles tendinopathie,vijf jaar na een excentrischoefenprogramma Inleiding en vraagstelling Resultaten Chronische Achilles tendinopathie is moeilijk te In 46 patiënten (58 pezen) steeg de VISA-A score significant behandelen. Excentrische oefentherapie is de eerste keus van 49.2 op baseline naar 83.6 na vijf jaar (p <0.001). van behandeling in Nederland. Hoewel op korte termijn 39.7% van de patiënten waren geheel klachtenvrij tijden goede verbeteringen gezien worden, is er weinig bekend de follow-up en 48.3% had één of meer alternatieve over de effectiviteit van excentrische oefentherapie op de behandelingen ondergaan. De sagittale peesdikte nam af; lange termijn. Het doel van deze studie is het evalueren van 8.05 mm (SD 2.1) op baseline naar 7.50 mm (SD 1.6) van patiënten vijf jaar na behandeling met excentrische bij de vijfjaars follow-up (p=0.051). oefentherapie voor chronische Achilles tendinopathie. Conclusies, discussie en aanbevelingen Methode Dit is de eerste lange termijn follow-up van het 58 patiënten (70 pezen) zijn benaderd vijf jaar na excentrische oefenprogramma bij chronische Achilles het afronden van het excentrische oefenprogramma tendinopathie met de gevalideerde VISA-A score. Na vijf volgens Alfredson. Primaire uitkomstmaat is de jaar is er een significante toename van de VISA-A score. Na Victorian Institute of Sports Assessment–Achilles het 12-weken durende programma kiest bijna de helft van questionnaire (VISA-A score). Secundaire uitkomstmaten de patiënten nog voor een aanvullende therapie. Hoewel zijn patiënttevredenheid, aantal andere therapieën en verbetering van symptomen verwacht kan worden op de echografische evaluatie van de peesstructuur. lange termijn, kunnen pijnklachten persisteren. //Sessie D1: GehandicaptenDr. I. van de PortVrijdag.2.december.–.14.15.uur.–.sessie.D1.–.Circuittraining.na.een.beroerte:.FIT-Stroke.trialCircuittraining na een beroerte:FIT-Stroke trial Binnen de revalidatiegeneeskunde, en de fysiotherapie in kracht- en conditietraining worden ingezet, maar het bijzonder, wordt gebruikgemaakt van verschillende steeds meer wordt er gebruikgemaakt van zogenaamde trainingsvormen om patiënten na een beroerte te taakgeoriënteerde training. Deze revalidatiemethode ondersteunen in hun revalidatie. De klassieke vormen is gericht op het verbeteren van het activiteiten- en 1 & 2 december te Kaatsheuvel 67
  • 70. dag 2 // vrijdag 2 december 2011 participatieniveau van de patiënt door het gebruik van en conditie. De deelnemers aan het onderzoek zijn na taakspecifieke oefeningen. Verschillende studies laten 12 en 24 weken getest op diverse uitkomstmaten. De zien dat taakgeoriënteerde training veilig en haalbaar primaire uitkomstmaat betrof zelfervaren mobiliteit, is, en dat het een positief effect heeft bij patiënten na gemeten met de Stroke Impact Scale. Daarnaast zijn er een beroerte. Wanneer de taakspecifieke training wordt verschillende secundaire uitkomstmaten vastgesteld toegepast in een circuitvorm waarbij intensief geoefend waaronder loopvaardigheid (snelheid en afstand), wordt, bij voorkeur in een groep, verbetert dit de balans, vermoeidheid, depressie en kwaliteit van loopsnelheid en loopafstand. leven. Na analyse van de resultaten is gebleken dat er geen verschil was tussen de groepen aangaande Tussen 2008 en 2010 is het FIT-Stroke-onderzoek de primaire uitkomstmaat. Wel werden significante uitgevoerd in negen revalidatiecentra in Nederland. verschillen gevonden voor loopsnelheid en loopafstand In deze grote gerandomiseerde trial is het effect in het voordeel van de deelnemers aan het FIT-Stroke- onderzocht van een gestructureerde, taakgeoriënteerde, programma, wat de taakspecificiteit van het programma fysiotherapeutische groepsbehandeling in vergelijking benadrukt. Er werden geen ernstige voorvallen gemeld. tot de reguliere fysiotherapie in de poliklinische fase na Zowel patiënten als behandelaars zijn enthousiast over een beroerte. In totaal hebben 250 mensen deelgenomen deze vorm van intensieve groepsbehandeling en een die poliklinisch revalideerden na een beroerte in één aantal revalidatiecentra heeft het programma opgenomen van de centra en die minimaal 10 meter zelfstandig in de reguliere zorg. konden lopen. Deze deelnemers werden gerandomiseerd over twee groepen; de ene groep kreeg de reguliere Tijdens de presentatie zal een overzicht gegeven worden poliklinische behandeling, de andere groep het FIT- van de huidige evidentie aangaande circuittraining na een Stroke-programma. Het FIT-Stroke-programma bestond beroerte en zullen de resultaten van het onderzoek nader uit een behandeling van 12 weken (2 keer per week, 90 bediscussieerd worden. Ook zal ingegaan worden op de minuten) waarin een circuit van 8 werkstations werd eventuele implementatie van deze vorm van therapie in doorlopen. Alle werkstations waren taakspecifiek en de praktijk. // gericht op het verbeteren van loopvaardigheid, balans Biografie Dr. I. van de Port Ingrid van de Port is bewegingswetenschapper en als Daarnaast begeleidt zij binnen de afdeling Revalidatie, senioronderzoeker werkzaam bij het Kenniscentrum Verplegingswetenschap en Sport van het UMCU promovendi Revalidatiegeneeskunde Utrecht, een samenwerkingsverband die zich bezighouden met onderzoek naar blessurebehandeling tussen revalidatiecentrum De Hoogstraat en het Universitair en -preventie en is zij betrokken bij een onderzoeksproject Medisch Centrum Utrecht (UMCU). In 2006 promoveerde zij naar de effecten van preoperatieve fysiotherapeutische op het zogenaamde FuPro-CVA-onderzoek; een onderzoek naar training bij kwetsbare patiënten. Ook is zij als universitair de langetermijngevolgen van een beroerte en prognostische docent en cursuscoördinator actief bij de masteropleiding variabelen van herstel. Binnen het kenniscentrum is ze momenteel Fysiotherapiewetenschap van de Universiteit Utrecht. vooral betrokken bij onderzoek aangaande neurorevalidatie en specifiek bij onderzoek naar de effecten van training en beweging bij deze patiënten (onder andere CVA, MS en ALS). Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid68
  • 71. Dr. O. VerschurenVrijdag.2.december.–.14.40.uur.–.sessie.D1.–.Cerebral.palsy.en.conditietrainingCerebral palsy enconditietraining Cerebrale Parese (CP) beschrijft een groep van aandoeningen Kijkend naar de inhoud van de diverse die de ontwikkeling van houding en beweging beïnvloedt trainingsprogramma’s blijkt dat er bij zowel de aerobe als en beperkingen in activiteiten veroorzaakt. Vanwege de anaerobe trainingsprogramma’s de richtlijnen voor zich de bestaande beperkingen hebben veel kinderen en normaal ontwikkelende kinderen zijn gevolgd (Armstrong adolescenten met CP moeite met activiteiten zoals et al., 2005). Bij de krachttrainingsprogramma’s die traplopen, rennen of lopen over ongelijke oppervlakten zijn ontwikkeld voor kinderen met CP is er een aantal (Styer-Acevedo, 1999). Daarnaast hebben kinderen met CP elementen uit de richtlijnen voor krachttraining voor zich subnormale aerobe en anaerobe capaciteit en spierkracht in normaal ontwikkelende kinderen die niet werden gevolgd vergelijking met zich normaal ontwikkelende leeftijdgenoten (Faigenbaum et al., 2009). Dit zijn met name de duur van (Lundberg, 1984; Parker et al. 1992; Berg-Emons van den et de training en het type oefeningen. al. 1996; Damiano et al. 1995). Conclusie Conditietraining Kinderen met CP hebben lagere fitnessniveaus dan zich Uit verschillende studies blijkt de aerobe capaciteit, normaal ontwikkelende leeftijdsgenoten. anaerobe capaciteit en spierkracht goed trainbaar te zijn Het lijkt er ook op dat kinderen met CP goed trainbaar bij zich normaal ontwikkelende kinderen vanaf 6/7 jaar. zijn op de drie fitnesselementen. De resultaten van de Bij deze groep kinderen neemt de aerobe capaciteit na een verschillende studies laten ook zien dat we de richtlijnen trainingsduur van 4-8 maanden toe met 5-8%. De anaerobe voor zich normaal ontwikkelende kinderen goed kunnen capaciteit laat een toename zien van circa 4% na een volgen bij kinderen met CP. // trainingsperiode van 6-12 weken. Trainingsprogramma’s gericht op een verbetering van de aerobe capaciteit bij kinderen met CP laten bij een trainingsduur van 2-4 maanden een verbetering zien van 18-22% en bij een duur van 8-9 maanden van 26- 41% (Butler et al., 2009). Studies naar de effecten van oefenprogramma’s gericht op de onderste extremiteit bij kinderen met CP laten zien dat de anaerobe capaciteit na 5 maanden met 25% kan toenemen (Verschuren et al., 2007). Voor spierkrachttraining bij kinderen met CP is het bewijs minder overtuigend (zie de figuur). Figuur Effect van 4 RCT’s op spierkracht van de onderste extremiteit.BiografieDr. O. VerschurenOlaf Verschuren is sinds 2001 geregistreerd kinderfysiotherapeut Parese’ bij het Kinderbewegingscentrum van het Universitairin Nederland. Na 7 jaar als kinderfysiotherapeut binnen de Medisch Centrum Utrecht, Locatie Wilhelmina Kinderziekenhuisrevalidatie te hebben gewerkt, begon hij in 2004 aan het onder leiding van prof. dr. P.J.M. Helders. Op 18 december 2007promotieproject ‘Fysieke fitheid bij kinderen met Cerebrale promoveerde hij aan de Medische Faculteit van de Universiteit 1 & 2 december te Kaatsheuvel 69
  • 72. dag 2 // vrijdag 2 december 2011 Utrecht op het proefschrift Physical Fitness in Children and Olaf is auteur van meer dan twintig wetenschappelijke artikelen Adolescents with Cerebral Palsy. in Engelstalige peer-reviewed tijdschriften op het gebied van Op dit moment is hij als onderzoeker verbonden aan Het inspanning en training bij kinderen met Cerebrale Parese. Kenniscentrum van Revalidatiecentrum De Hoogstraat in Utrecht. Dr. O. Lelieveld, drs. W. Armbrust & J. Bos Vrijdag.2.december.–.15.05.uur.–.sessie.D1.–.Rheumates@work:.promoting.physical.activity.in. children.with.juvenile.idiopathic.arthritis Rheumates@work: promoting physical activity in children with juvenile idiopathic arthritis Background JIA core set. Adherence was electronically monitored. Patients with juvenile idiopathic arthritis (JIA) are less physically active than healthy peers. Therefore we developed Findings an internet-based cognitive behavioural intervention to Out of 59 patients, 33 eligible patients were included and improve physical activity (PA). The aim of the study was to randomized in an intervention (N=17) and control waiting examine the effectiveness of het program in improving PA. list group (n=16). PA significantly improved in both groups. Maximum endurance time significantly improved in the Methods intervention but not in the control group. In a subgroup A randomised controlled trial. All patients with JIA, aged 8 analysis for patients with low PA (intervention n=7 and to 12 years, were selected for this study. Inclusion criteria: control n=5), PA improved in the intervention but not in good comprehension of the Dutch language and the the control group. availability of internet. PA was determined by activity-related energy expenditure Conclusion (AEE), PA level, time spent on moderate to vigorous PA An internet-based program for children with JIA, aged 8 to and the number of days with 1 hour or more of moderate 12 years, directed at promoting PA in daily life, effectively to vigorous PA and was assessed with a 7-day activity improves PA in those patients with low PA levels. It can diary. Aerobic exercise capacity was assessed by the Bruce also improve endurance while it is safe, feasible and has a treadmill test. Disease activity was assessed by using the good adherence. // Biografie Dr. O. Lelieveld Otto Lelieveld (1957) studeerde van 1976 tot 1980 fysiotherapie Hij raakte al snel betrokken bij de behandeling van Juveniele in Deventer. Tussen 1981 en 1990 werkte hij als fysiotherapeut Idiopathische Artritis. Het onderzoek op dit gebied trok zijn op verschillende kinderrevalidatieprojecten in Zambia. Van belangstelling. Zijn betrokkenheid, in 2003, bij de start van een 1991 tot 1998 werkte hij als fysiotherapeut in het Deventer adolescentenpoli, mondde uit in een protocol om nauwgezet Ziekenhuis waarna hij de overstap maakte naar de afdeling het functioneren van adolescenten met jeugdreuma in kaart te revalidatie van het Universitair Medisch Centrum Groningen. brengen. Van 2006 tot en met 2008 ontwikkelde hij samen met Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid70
  • 73. de afdeling kinderreumatologie van het UMCG een interventie, Reumafonds zal deze interventie in een landelijke Multicenter-‘Reumaatjes@work’. Met financiële ondersteuning van het trial verder worden getest.Drs. N. VoetVrijdag.2.december.–.15.30.uur.–.sessie.D1.–.Fysieke.training.bij.facioscapulohumerale.spierdystrofie.(FSHD):.doorbreken.van.de.vicieuze.cirkel.van.inactiviteitFysieke training bijfacioscapulohumeralespierdystrofie (FSHD):doorbreken van de vicieuze cirkelvan inactiviteit Facioscapulohumerale dystrofie (FSHD) is (met een van disuse. Uit promotieonderzoek van neuroloog dr. Elly frequentie van 1 op 20.000 mensen) de derde meest van der Kooi is gebleken dat krachttraining (gedurende voorkomende vorm van spierdystrofie na myotone 52 weken) niet schadelijk is voor patiënten met FSHD, dystrofie en de dystrofinopathieën zoals de ziekte maar ook geen klinisch relevante toename van spierkracht van Duchenne. FSHD heeft een autosomaal dominant oplevert. Uit recent onderzoek blijkt dat conditietraining overervingspatroon en een breed fenotype waarbij daarentegen niet alleen onschadelijk is, maar zelfs een de aanvang, mate, verdeling en de progressie van de positief effect kan hebben op het fysiek functioneren. spierzwakte van patiënt tot patiënt en ook binnen families Op basis hiervan is in januari 2009 een gerandomiseerd sterk kunnen verschillen. De ziekte uit zich aanvankelijk gecontroleerd onderzoek gestart vanuit het UMC St. meestal in zwakte van de gelaatspieren, schouders en Radboud in Nijmegen naar het effect van cognitieve bovenarmen. Later treedt spierzwakte op van de romp- gedragstherapie en fietstraining op het verminderen van en bekkengordelspieren en de beenspieren. De ziekte ervaren vermoeidheid. 56 patiënten zijn inmiddels via is langzaam progressief; uiteindelijk wordt 20% van de loting verdeeld over drie groepen: fietstraining, cognitieve patiënten rolstoelafhankelijk. De levensverwachting is gedragstherapie of de gebruikelijke zorg. De fietstraining niet verkort. Vooralsnog is er geen curatieve behandeling bestaat uit driemaal per week 30 minuten fietsen op een beschikbaar. hometrainer gedurende 4 maanden, waarvan eenmaal Uit onderzoek van psycholoog dr. Joke Kalkman van per week onder leiding van een fysiotherapeut in een het UMC St. Radboud bleek dat meer dan 60% van de revalidatiecentrum, en tweemaal per week thuis. Deze patiënten met FSHD chronische vermoeidheid ervaart. training is gericht op het doorbreken van de vicieuze Uit het onderzoek kwam een aantal instandhoudende cirkel van inactiviteit. De cognitieve gedragstherapie is factoren van deze vermoeidheid naar voren, namelijk (in speciaal ontwikkeld voor FSHD-patiënten en is gericht volgorde van belangrijkheid) een gebrek – of juist teveel – op de eerdergenoemde in standhoudende factoren van aan lichamelijke activiteit, slaapproblemen en pijn. In ervaren vermoeidheid. De therapie bestaat uit maximaal het verleden adviseerde men patiënten met spierziekten 16 individuele sessies bij een psycholoog, eveneens zich niet lichamelijk in te spannen, veelal op basis van gedurende 4 maanden. Voorafgaand aan de therapie (of angst voor schade door overbelasting. Mede daardoor controleperiode), 4 maanden nadien en na respectievelijk bevinden veel patiënten zich in een vicieuze cirkel van 3 en 6 maanden follow-up wordt het effect van de training inactiviteit met achteruitgang van de cardiovasculaire bepaald door metingen op het gebied van functies, conditie en daarmee verder spierkrachtverlies op basis activiteiten en participatie. De primaire uitkomstmaat 1 & 2 december te Kaatsheuvel 71
  • 74. dag 2 // vrijdag 2 december 2011 in het onderzoek is vermoeidheid c.q. de score op evaluatie van de progressie en wordt de behandeling ook de CIS-fatigue-vragenlijst. Door middel van bloed en op functieniveau geëvalueerd. De eerste resultaten van urineonderzoek en een MR spectroscopie-opname van een het onderzoek worden in 2013 verwacht. // bovenbeen wordt geprobeerd biomarkers te vinden voor Biografie Drs. N. Voet Nicole Voet is op 15 april 1983 in Nijmegen geboren. Ze groeit te Nijmegen en RMC Groot Kimmendaal te Arnhem. In 2013 op in Wijchen en sluit het Gymnasium op het Dominicus verwacht zij te promoveren op een trainingsstudie bij de College in Nijmegen cum laude af. In 2001 start zij haar spierziekte FSHD. In 2015 zal zij haar opleiding tot revalidatiearts studie geneeskunde in Nijmegen. In 2005 schrijft zij tijdens afronden. Vanaf haar twaalfde beoefent ze topsport, na het een keuzevak mee aan een wetenschappelijk artikel waarbij behalen van een twaalfde plaats op de World Games tijdens haar interesse voor de wetenschap wordt gewekt. Na het de 400 meter vinzwemmen in Japan krijgt ze de B-status afronden van haar studie in 2007 werkt zij een halfjaar als arts bij NOC*NSF. In 2003 wordt ze Europees kampioen met het in Revalidatie Medisch Centrum (RMC) Groot Klimmendaal onderwaterhockeyteam en in 2007 wordt ze tweede op het WK te Arnhem. In 2008 wordt zij aangenomen als AIOSKO open water vinzwemmen. In 2010 start zij in de triatlonsport revalidatiegeneeskunde (arts in opleiding tot specialist en met vanaf haar eerste wedstrijd een reeks podiumplaatsen klinisch onderzoeker) in het opleidingscircuit UMC St. Radboud tot gevolg. Vrije voordrachten sessie D1 H.J. Kemler, I.G.L. van de Port, A. Hoes & F.J.G. Backx Behandeling van acuut lateraal enkelbandletsel: tape of brace? Inleiding en vraagstelling tapebehandeling op recidiefletsel en restklachten. De Een enkelblessure is het meest voorkomende onderzoeksvraag luidt: Wat is na een jaar de effectiviteit sportletsel. Wereldwijd is 10-30% van alle sportblessures van behandeling met enkelbrace (type Push med) ten een enkelblessure (in Nederland 18%1). Laterale opzichte van enkeltape bij patiënten met acuut lateraal enkelbandletsels vormen met 77% de grootste groep enkelbandletsel? binnen de enkelblessures.2 De aanbevolen behandeling van een enkelbandletsel bestaat uit immobilisatie, Methode compressie en elevatie gedurende de eerste week, gevolgd Patiënten met een acuut lateraal enkelbandletsel van 18 door zes weken tapebehandeling (richtlijn NHG, 2000).3 Na jaar en ouder (sporters en niet-sporters) zijn op volgorde deze behandeling wordt sporters geadviseerd een brace van binnenkomst gerandomiseerd over de bracegroep en te gebruiken tijdens sportbeoefening. De effectiviteit van tapegroep. Exclusiecriteria: letsel ouder dan 14 dagen, braces in de preventie van recidiefletsels is veelvuldig een enkelbreuk, eversietrauma, gecompliceerd trauma onderzocht en aangetoond. Echter, het is niet gebruikelijk of operatiegeschiedenis en wilsonbekwaamheid. Na een om een brace in te zetten als behandelmethode.4 nulmeting, uitgevoerd door een sportarts, bestond de In onderhavig onderzoek wordt de effectiviteit behandeling uit 4 weken tape of brace. Patiënten werden van een bracebehandeling bij een acuut lateraal een jaar gevolgd, na 5 weken vond een eerste online enkelbandletsel vergeleken met de (meer gebruikelijke) meting plaats, waarbij gevraagd werd naar therapietrouw Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid72
  • 75. met de toegewezen behandelmethode (tape of brace), (type Push Med) is gelijk aan de effectiviteit van een overige behandelingen, restklachten en recidiefletsel. 4-weekse behandeling met een tape. Hierdoor heeft de Na 9, 13, 26 en 39 weken werd eveneens een online behandelend (sport)arts of fysiotherapeut de beschikking vragenlijst afgenomen. Het onderzoek werd 52 weken over meerdere behandelingsmethoden, en bij een keuze post-trauma afgesloten met een consult bij een sportarts voor de behandelingsmethode dient de voorkeur van de waarbij een aantal fysieke testen werden afgenomen. patiënt meegewogen worden. Resultaten Referenties Voor de primaire uitkomstmaat recidiefletsel is na 1 Fong DT, Hong Y, Chan LK, Yung PS, Chan KM. A een jaar follow-up geen significant verschil gevonden. systematic review on ankle injury and ankle sprain in Voor de subjectieve uitkomstmaat pijn en de sports. Sports Med. 2007;37(1):73-94. objectieve restklachten (zwelling, actieve stabiliteit 2 Schmikli SL, Kemler HJ, Backx FJG. Blessureleed in de en functionaliteit) zijn eveneens geen significante sport 2000-2004. In: Hildebrandt VH, Ooijendijk, WTM verschillen gevonden. Patiënten die zijn behandeld met & Hopman-Rock M (red). Trendrapport Bewegen en een enkelbrace (N=77) hadden na een jaar alleen meer Gezondheid 2000/2005. Leiden: TNO Kwaliteit van Leven, passieve instabiliteit dan patiënten die zijn behandeld met 2007. een enkeltape (N=80). 3 NHG. Standaard Enkeldistorsie M04. Utrecht; NHG, 2000. 4 Kemler E, van de Port I, Backx F, van Dijk CN. A Conclusie systematic review on the treatment of acute ankle sprain. De effectiviteit van een 4-weekse behandeling van een Braces versus other functional treatment types. Sports acuut lateraal enkelbandletsel met een enkelbrace Med. 2011; 41 (3): 185-197. //T. Luijkx, B.K. Velthuis, N.H.J. Prakken, F.J.G. Backx, W.P.Th.M. Mali & M.J.CramerCardiale hypertrofieen dysfunctiebij anabolesteroidengebruik doorkrachtsporters: een MRI-studie Inleiding en vraagstelling 52 kracht-duursporters (hoog dynamisch-hoog statisch, Er bestaat onduidelijkheid over eventuele aanpassing HD-HS) en 52 krachtsporters (laag dynamisch-hoog van het hart aan krachttraining. Het gebruik van statisch, LD-HS). De sportactiviteit bestond uit minimaal androgene anabole steroïden (AAS) zou een rol kunnen 6 uur per week. Van de LD-HS-sporters werd AAS-gebruik spelen in deze aanpassing en AAS-gebruik zou bovendien door 27 ontkend en door 22 toegegeven. De gemiddelde nadelige cardiovasculaire gevolgen kunnen hebben. Dit periode waarin gebruikt werd was 5 jaar (range 3 onderzoek beoogt meer inzicht te geven in de invloed maanden-20 jaar) met aanvang minimaal 6 maanden van krachttraining en AAS-gebruik op de afmetingen en voorafgaand aan de MRI-scan. functie van het hart. Resultaten Methode Kwantitatieve MRI-waarden voor niet-sporters/niet- Er werd een MRI-scan van het hart gemaakt bij gebruikende LD-HS-sporters/wel-gebruikende LD-HS- 156 mannelijke proefpersonen tussen 18 en 40 jaar sporters/niet-gebruikende HD-HS-sporters: linkerventrikel oud: 52 niet-sporters (maximaal 3 uur sport per week), (LV) eind-diastolisch volume (LV-EDV) 100/104/113/126 1 & 2 december te Kaatsheuvel 73
  • 76. dag 2 // vrijdag 2 december 2011 ml/m2, rechterventrikel (RV) EDV 110/110/119/141 ml/ te zien in afmeting en zowel diastolische als systolische m2, LV eind-diastolische wandmassa (EDM) 47/47/59/65 dysfunctie in beide hartkamers vergeleken met niet- g/m2, RV EDM 12/12/12/15 g/m2, LV ejectiefractie sporters en krachtsporters die AAS-gebruik ontkenden. Bij (EF) 57/55/51/56%, RV EF 52/51/48/51%, E/A ratio de krachtsporters die AAS-gebruik ontkenden werden geen (als maat voor diastolische functie) over de mitralisklep verschillen met niet-sporters gezien, terwijl de toename 1.9/1.9/1.5/2.0, E/A ratio over de tricuspidalisklep van het hartkamervolume en hartspierwandmassa bij 1.5/1.4/1.2/1.5. Lineaire regressie toonde een significant AAS-gebruikende krachtsporters niet groter was dan bij effect van AAS-gebruik aan op zowel diastolische (E/A- kracht-duursporters. // ratio’s) en systolische (EF) uitkomstmaten. Conclusies, discussie en aanbevelingen In dit onderzoek waren bij krachtsporters die het gebruik van AAS toegaven significante veranderingen van het hart Sessie D2: Topsport F. Wardenaar, MSc Vrijdag.2.december.–.14.15.uur.–.sessie.D2.–.Voeding.en.topsport Voeding en topsport Tijdens deze voordracht is er aandacht voor is gebaseerd op de ervaring van de afgelopen jaren in voedingssupplementeninname in de sport. Het gaat de topsport. Tijdens deze lezing is er aandacht voor het hierbij om middelen die gebruikt worden met als doel evidence based beoordelen van voedingssupplementen in om de prestatie te verbeteren. De input voor dit overzicht relatie tot prestatie. Biografie F. Wardenaar, MSc Floris Wardenaar, MSc., is sinds 2001 (sport)diëtist. Hij is bezig met onderwijs, onderzoek en voedingsbegeleiding. Als werkzaam aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) sportdiëtist is hij in samenwerking met NOC*NSF betrokken bij bij het instituut voor Sport en Bewegingsstudies. Als teamleider de voedingsbegeleiding van topsporters richting de Olympische van het kennisteam Sports and Exercise Nutrition houdt hij zich Spelen van Londen in 2012. Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid74
  • 77. Drs. A. van de WouwVrijdag.2.december.–.14.40.uur.–.sessie.D2.–.Mentale.begeleiding.bij.presteren,..herstellen.en.revaliderenMentale begeleiding bijpresteren, herstellen enrevalideren Meer en meer sporters doen aan mentale training om nog muziek (op cd/MP3) begeleid in het creëren van specifieke beter te presteren. Uit onderzoek blijkt dat 70-99% van de visuele en motorische visualisaties gericht op fysiek (top)sporters gebruikmaakt van visualisatieoefeningen herstel en mentaal evenwicht. om training en prestatie te verbeteren (Ungerleider et al., 1989, Orlick & Partington, 1988). Herstel en revalidatie Gezondheidszorgstudies naar herstel na verschillende Bij het toepassen van herstelbevorderende maatregelen operatieve ingrepen laten zien dat ontspannings- en wordt nog vaak vanuit een lichamelijk perspectief geleide visualisatieoefeningen bijdragen aan niet alleen gekeken. Echter ook de mind-body approach zou minder preoperatieve angst (Schwab et al., 2007) en een betekenisvolle bijdrage kunnen leveren in het postoperatieve pijn (Montgomery et al., 2007), maar effectiever en optimaler herstellen na een inspanning. ook aan een algeheel sneller herstel (bijvoorbeeld Er is namelijk bekend dat ontspannings- en geleide minder ligdagen na een openhartoperatie, Deisch et al., visualisatieoefeningen fysiologische en neurale processen 2000; Halpin et al., 2002). Voor sporters vonden Ievleva beïnvloeden (Benson, 1975, Loundagin et al., 1993, & Orlick (1991) dat ook zij met behulp van dergelijke Mulder, 2007), die ook bij herstel een rol spelen. Verder oefeningen sneller algeheel herstelden bij revalidatie en weten we dat (de ervaring van) stress van negatieve recent vonden Lebon et al. (2010) in een pilotstudie dat invloed is op herstel (Van de Wouw, 2001, Jones & Stuth, de spierkracht bij de leg press MVC (maximal voluntary 1997). Ontspannings- en geleide visualisatieoefeningen contraction) bij een groep die naast de fysieke training ook kunnen bijdragen aan een betere stresshantering van de geoefende contracties tijdens de rustperiodes moesten sporters (Yukelson, 1986). visualiseren (in beeld en gevoel) beter presteerden dan de groep die alleen de fysieke oefeningen had gedaan. Geleide visualisatie Uit verschillende studies blijkt dat ook de revalidatie Ieder mens kan visualiseren; we zijn in staat om ons van een blessure voorspoediger verloopt als sporters vrijwel alles in gedachten voor te stellen, of het nu gaat dit visualisatievermogen zouden toepassen tijdens hun om iets wat we kennen (de trainingsaccommodatie) of iets herstelperiode. Gerapporteerde effecten zijn onder meer: wat we van plan zijn te gaan doen (de wedstrijd winnen) of iets wat we zouden willen creëren (sneller herstel). Een • optimistische houding (Green, 1992), wat positief visualisatie is opgebouwd uit verschillende zintuiglijke geassocieerd wordt met het volhouden van het elementen: vooral beeld, geluid, en gevoel in de vorm van revalidatieprogramma; tactiele en motorische ervaring. • grotere toename spierkracht voorste kruisband na Hersenonderzoek laat zien dat bij bijvoorbeeld motor reconstructie (Cupal & Brewer, 2007); imagery – de visualisatie en het invoelen van een • minder angst voor nieuwe blessure en minder angst beweging – meerdere hersengebieden betrokken zijn, die voor pijn bij behandeling na reconstructie voorste ook actief zijn bij de feitelijke uitvoering van de beweging kruisband (Cupal & Brewer, 2007); (Mulder, 2007). • toename uithoudingsvermogen spieren bij functionele Bij een geleide visualisatieoefening wordt de sporter met rehabilitatie van enkeldistorsie graad II (Christakou, hulp van gesproken tekst en eventueel ondersteunende 2007). // 1 & 2 december te Kaatsheuvel 75
  • 78. dag 2 // vrijdag 2 december 2011 Biografie Drs. A. van de Wouw Afke van de Wouw is bewegingswetenschapper en Afke een brede achtergrond en bekijkt ze sporters vanuit een sportpsycholoog. In het verleden heeft ze ook als fysiotherapeut holistisch perspectief: lichaam en geest ziet ze als één geheel. in de sport gewerkt. Daarnaast werkte ze voor sportorganisaties Tevens geeft ze onderwijs/cursussen/lezingen aan onder als NOC*NSF en NLcoach. Als sportpsycholoog begeleidt Afke andere coaches en sportfysiotherapeuten op gebied van (top)sporters, teams en coaches op het mentale vlak. Omdat ze sportpsychologie. Zie voor meer info www.afkevandewouw.nl en zich ook heeft geschoold in haptonomie, NLP en ActionType heeft info@afkevandewouw.nl. Dr. G. Rietjens Vrijdag.2.december.–.15.05.uur.–.sessie.D2.–.Vochthuishouding.bij.topsporters.in.extreme. omstandigheden Vochthuishouding bij topsporters in extreme omstandigheden Een factor die een zeer bepalende rol speelt in het (dis-) dit moment. Bij voorkeur worden beginwaarden gemeten functioneren van het menselijke lichaam in warme en twee of meerdere methoden gecombineerd voor een omstandigheden, is de vochtbalans van een persoon. Het betrouwbare diagnose. menselijk lichaam bestaat voor ruim 60% uit vocht. Dit Daarnaast moet de vochtbalans via een goed drinkbeleid vocht speelt een belangrijke rol bij biochemische reacties, in evenwicht gehouden worden door de juiste hoeveelheid temperatuurregulatie, en als transportmedium. Fysiek vocht in een optimale samenstelling te drinken. Water is niet prestatievermogen, concentratievermogen en reactietijd de meest efficiënte manier om een vochttekort aan te vullen. kunnen al negatief beïnvloed worden bij een geringe afname Het drinken van water vermindert namelijk het dorstgevoel (>2% van het lichaamsgewicht) in de vochtbalans. en het stimuleert urineproductie. Natrium (50-60 mmol/L) Ook een overschot aan vochtinname (overhydratie/ toevoegen aan water en eventueel een kleine hoeveelheid overvulling) komt voor tijdens fysieke inspanning onder kalium zal de plasma-osmolariteit en hormoonlevels warme omstandigheden. Overhydratie heeft eveneens handhaven. Een kleine hoeveelheid glucose (<2%) toevoegen negatieve gevolgen voor het lichaam. Het zorgt ervoor dat aan het water kan de vocht- en zoutopname in de darm het in het lichaam circulerend vocht teveel verdunt en kan verbeteren. Daarnaast is het belangrijk dat de drank lekker is zo een hyponatriemie (tekort aan natrium) veroorzaken. en op een goede temperatuur zodat drankinname optimaal Overhydratie veroorzaakt verwardheid, spierzwakte en gestimuleerd wordt. kan letale gevolgen hebben door oedeemvorming in onder andere de hersenen. Een methode om de vochtbalans in de sportpraktijk te meten moet veilig, mobiel, snel en makkelijk zijn in Het is daarom belangrijk om de vochtbalans van een sporter gebruik. Daarnaast moeten de metingen een precieze en goed in de gaten te houden. Een methode om de vochtbalans betrouwbare uitslag geven. Gebaseerd op deze criteria in de sportpraktijk te meten moet veilig, mobiel, snel en zijn urine-osmolariteit, urinekleur en de verandering in makkelijk zijn in gebruik. Daarnaast moeten de metingen lichaamsgewicht de beste meetmethoden van dit moment. een precieze en betrouwbare uitslag geven. Gebaseerd Bij voorkeur worden beginwaarden gemeten en twee of op deze criteria zijn urine-osmolariteit, urinekleur en de meerdere methoden gecombineerd voor een betrouwbare verandering in lichaamsgewicht de beste meetmethoden van diagnose. // Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid76
  • 79. BiografieDr. G. RietjensGerard Rietjens is als inspanningsfysioloog onder andere tijdens de Olympische Spelen van Athene werden gebruikt, heeftwerkzaam bij de landmacht. Hij heeft vooral bekendheid gekregen hij een belangrijke rol gespeeld.met zijn werk op het gebied van inspanning onder extreme In oktober 2008 startte Gerard bij het Ministerie van Defensieklimatologische omstandigheden. De nieuwe klimaatkamer als senioronderzoeker bij het departement ‘Training Medicineop Papendal werd door veel olympische sporters gebruikt om and Training Physiology’. Daarnaast is Gerard werkzaamoptimaal voorbereid te zijn op de omstandigheden in Peking. voor de Rabobank Wielerploeg en voor de nationaleOok bij de ontwikkeling van de koelvesten, die voor het eerst mannenhockeyselectie van Pakistan.Dr. G. De SchutterVrijdag.2.december.–.15.30.uur.–.sessie.D2.–.Trainingsbegeleiding.en.inspanningsfysiologie.bij.veldrijdersTrainingsbegeleiding eninspanningsfysiologie bijveldrijders Veldrijden of cyclocross is een niet-olympische tak van klimmen (zwaartekracht) en het rijden of lopen door de wielersport die tot voor enkele jaren alleen in Europa slijk- of zandstroken (rolweerstand). Veldrijden vergt en meer bepaald in België, Nederland, Zwitserland en ook veel stuurmanskunst en stabiliteit (isometrisch Tsjechië erg populair was. Het laatste decennium is de krachtinspanning). interesse voor deze specifieke wielerdiscipline uitgebreid Van de fysieke eigenschappen van cyclocrossers is, in tot heel Europa en vooral in de Verenigde Staten wint ze tegenstelling tot de andere wielerdisciplines, weinig aan populariteit. bekend. Negen mannelijke veldrijders (waarvan Een cyclocrosswedstrijd duurt ongeveer een uur 4 eliterenners en 5 beloftenrenners van hoog waarbij de gemiddelde hartfrequentie en de maximale niveau) werden onderzocht en hun fysiologische en zuurstofopnames zeer hoge waarden bereiken; meer antropometrische karakteristieken werden vergeleken met dan 80% van de cross zitten de renners boven de kenmerken van beoefenaars van de andere takken van de OBLA. Deze hoge intensiteiten worden vooral bereikt wielersport. // tijdens de start van de wedstrijd, de verschillendeBiografieDr. G. De SchutterDr. De Schutter Guy – S.P.O.R.T.S. (UZ-Antwerpen). Guy sinds 2008 in het Topsportkeuringscentrum S.P.O.R.T.S. vanDe Schutter is huisarts, sportarts en geneesheer majoor het Universitair Ziekenhuis te Antwerpen. Hij is arts van debij Defensie. Van 2000-2008 was hij werkzaam in het wielerploeg BKCP/Powerplus en de BOXX wieleracademie,Topsportkeuringscentrum BLITS van de VUB te Brussel en beiden vooral actief in het veldrijden. Daarnaast is hij ook 1 & 2 december te Kaatsheuvel 77
  • 80. dag 2 // vrijdag 2 december 2011 sportarts bij Defensie en in die hoedanigheid ook lid van de een vereniging die zich inzet voor de belangen en de erkenning Commissie Sport van Hoog Niveau Defensie (CSHND). van de sport(keurings)artsen in Vlaanderen. Hij is ook betrokken bij de Vlaamse Sportkeuringsartsen (SKA), Vrije voordrachten sessie D2 G. Reurink Behandeling van acute hamstringblessures; een systematisch literatuuronderzoek Introductie kwaliteitsbeoordeling werd gebruikgemaakt van de De acute hamstringblessure is een veelvoorkomende Physiotherapy Evidence Database-score. Omdat een blessure bij sporters. Gezien de grote diversiteit van kwantitatieve analyse van de opgenomen studies niet toegepaste behandelingen lijkt er geen consensus te zijn mogelijk was, is een Best Evidence Synthese uitgevoerd over de behandeling van deze blessures. In de laatste om de bewijslast van de studies te wegen. jaren zijn nieuwe behandelingen met intramusculaire injecties geïntroduceerd. Belangrijkste resultaten Zes studies voldeden aan de selectiecriteria om Doelstelling opgenomen te worden in de analyse. Hiervan werden Het doel van dit literatuuronderzoek is op systematische drie studies beoordeeld als hoge kwaliteit en drie als wijze een overzicht en beoordeling te geven van de lage kwaliteit. Alle opgenomen studies onderzochten literatuur over de effectiviteit van therapeutische een andere interventie. Er werd slechts beperkt bewijs interventies bij acute hamstringblessures. gevonden voor een positief effect van rekoefeningen, intramusculaire injecties met Actovegin en rek van Data bronnen neurale structuren door middel van ‘slump stretch’ op De databases van PubMed, EMBASE, Web of de tijd tot sportterugkeer. Beperkt bewijs was er ook dat Science, Cochrane library, CINAHL, Sportdiscus en de behendigheids- en rompstabiliteitoefeningen het risico op referentielijsten van in aanmerking komende studies zijn een recidief blessure verminderen. doorzocht in mei 2011. Conclusie Studieselectie Er is een gebrek aan hoge kwaliteit studies naar de Prospectieve studies die het effect van een interventie behandeling van acute hamstringblessures. Er werd vergelijken met een andere interventie of een slechts beperkt bewijs gevonden voor een positief controlegroep zonder interventie, bij patiënten met acute effect van rekoefeningen, intramusculaire injecties hamstringblessures, werden opgenomen in de analyse. met Actovegin, rek van neurale structuren door Twee auteurs voerden de studieselectie onafhankelijk van middel van ‘slump stretch’ en behendigheids- en elkaar uit. rompstabiliteitoefeningen als behandeling van acute hamstringblessures. Verder onderzoek is nodig dat gebruik Data-analyse maakt van geschikte controlegroepen, randomisatie en Twee auteurs beoordeelden de kwaliteit van de blindering. // opgenomen studies onafhankelijk van elkaar. Voor de Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid78
  • 81. Drs. ing. A.M.C. van Beijsterveldt, drs. M.R. Krist, dr. I.G.L van de Port & prof.dr. F.J.G. BackxRisicofactoren voor het oplopenvan hamstringblessuresbij volwassen mannelijkeamateurvoetballers Introductie uit 233 spelers. Spelerkarakteristieken zijn: leeftijd 24,8 In Nederland treden jaarlijks ongeveer 3,6 miljoen ± 4,2 jaar; lengte 183,4 ± 6,5 cm; gewicht 78,2 ± 7,5 kg; sportblessures op. Ongeveer 16% hiervan is het gevolg van voetbalervaring 17,5 ± 4,5 jaar. veldvoetbal. Voorlopige resultaten laten zien dat de blessure-incidentie in beide groepen nagenoeg gelijk is: 9,58 blessures per Doelstelling 1.000 sporturen in de interventiegroep en 9,71 in de Het doel van deze interventiestudie is het onderzoeken controlegroep. Ook het risico op een blessure (0,93 vs van de effectiviteit van een blessurepreventief 0,94) is vergelijkbaar. Het sportverzuim is niet verschillend programma (De11 van FIFA) bij volwassen, mannelijke tussen de groepen (interventiegroep: gemiddelde = amateurvoetballers. De verwachting is dat de oefeningen 34,0 dagen, mediaan = 14, IQR = 28,5; controlegroep: van De11, geïntegreerd in de warming-up van trainingen, gemiddelde = 30,4 dagen, mediaan = 17, IQR = 30). een gunstig effect hebben op incidentie en duur van In totaal zijn 427 blessures geregistreerd, waarvan 74,9% voetbalblessures. acuut is. Het merendeel van de blessures betreft de onderste extremiteit: enkel 18,3%; bovenbeen (achter) Materiaal en methode 15,2%; knie 15,0%; bovenbeen (voor) en lies 10,1%. Deze studie is een cluster ‘randomized controlled Dit zijn vooral spier- en peesblessures (42,9%) alsmede trial’ (RCT). Randomisatie heeft plaatsgevonden op blessures aan gewrichten en ligamentletsels (26,1%). districtsniveau. De teams in de interventiegroep zijn geïnstrueerd om De11 uit te voeren tijdens elke training. Conclusie De11 bestaat uit 10 oefeningen en richt zich voornamelijk Voetbalblessures komen veelvuldig voor in het op het verbeteren van coördinatie, stabiliteit, Nederlandse amateurvoetbal. Uit deze studie concluderen wendbaarheid en spierkracht in de benen. Alle deelnemers we dat De11 niet leidt tot minder (ernstige) blessures uit de controlegroep is gevraagd om hun gebruikelijke dan een reguliere warming-up bij volwassen, mannelijke warming-up voort te zetten. De uitkomstmaten van eerste klasse amateurs. Enkele aanbevelingen voor het onderzoek zijn voetbalblessures en bijbehorende verder onderzoek naar de effecten van soortgelijke kenmerken (zoals lokalisatie en type blessure), verzuim blessurepreventieve maatregelen zijn het onderzoeken en blessure-incidentie. Deze gegevens zijn verzameld van: dosis-responsrelaties, effecten bij spelers van ander tijdens seizoen 2009-2010, middels het Blessureregistratie niveau en effecten op specifieke blessures. // Informatie Systeem (BIS) van TNO. Resultaten 23 eersteklasseamateurteams uit twee districten in Nederland nemen deel aan deze studie. De interventiegroep bestaat uit 223 spelers, de controlegroep 1 & 2 december te Kaatsheuvel 79
  • 82. dag 2 // vrijdag 2 december 2011 Sessie D3: Medisch Ethisch, doping in de ongeorganiseerde sport Vrijdag.2.december.–.14.15.uur.–.sessie.D3.–.Mogen.(sport)artsen.ingaan.op.hulpvragen.over. prestatiebevorderende.middelen,.of….moeten.ze.dat? Mogen (sport)artsen ingaan op hulpvragen over prestatiebevorderende middelen, of… moeten ze dat? In deze sessie wordt ingegaan op de vraag of de VSG- primair op gericht om de sportprestaties te verbeteren, richtlijnen voor artsen omtrent sportmedisch handelen bij het gebruik van doping in de ongeorganiseerde sport voldoende ruimte bieden aan artsen om sporters met is, naast het verbeteren van de prestaties, het doel het vragen of problemen in verband met het gebruik van verkrijgen van een gespierd en slank uiterlijk. Aangezien dopinggeduide middelen adequaat te kunnen begeleiden. de wil om een gespierd/slank uiterlijk te verkrijgen of Mogen (sport)artsen ingaan op hulpvragen over tot grotere prestaties te komen geen afdoende medische prestatiebevorderende middelen, of… moeten ze dat? Aan indicatie vormt om deze middelen langs de officiële de discussietafel nemen onder anderen plaats: weg (huisarts, apotheek) te verkrijgen, worden deze middelen via andere kanalen (contacten/handelaren • dr. W. de Ronde, internist-endocrinoloog Kennemer op sportscholen, vrienden, internet en soms artsen die Gasthuis te Haarlem, grondlegger anabolenpoli; de middelen wel voor dopingdoeleinden verschaffen) • dr. F. Hartgens, sportarts SMA Maastricht; verkregen. Gebruik vindt in dergelijke gevallen in het • drs. O. de Hon, wetenschappelijk beleidsmedewerker algemeen plaats zonder medische begeleiding of adequate Dopingautoriteit; voorlichting, met alle risico’s voor de gezondheid van • drs. P. Ruijsenaars, verslavingsdeskundige/publicist; de gebruikers van dien. Daarnaast worden er veel • drs. M. Koornneef, voorzitter Medisch Ethische vervalsingen op de markt gebracht. Commissie Vereniging voor Sportgeneeskunde; De Gezondheidsraad heeft in april 2010 op verzoek • mevrouw drs. E. Schoots (sportarts SMA Utrecht) en van het Ministerie van VWS een advies opgesteld over dr. I. van Hilvoorde (sportfilosoof VU Amsterdam/ dopinggebruik in de ongeorganiseerde sport. In dit advies lector ‘School, bewegen en sport’ Windesheim) zijn de wordt een beschrijving gegeven van de risico’s van het discussieleiders tijdens deze sessie. gebruik van dopingmiddelen die in de ongeorganiseerde sport worden gebruikt. Gezien de aard van de gebruikte Doping: een verschijnsel dat dikwijls met sport wordt middelen, de wijze van gebruik en de risicoperceptie van verbonden. Hoewel doping meestal in verband wordt gebruikers is de commissie die het advies heeft opgesteld gebracht met topsport, doet dopinggebruik zich ook van mening dat het gebruik van dopingmiddelen in de voor op amateurniveau en in de ongeorganiseerde sport. ongeorganiseerde sport aanzienlijke risico’s met zich Verreweg het grootste deel van de ongeorganiseerde meebrengt. Vooral het gebruik van anabole steroïden sportbeoefening vindt plaats in sportscholen en en stimulantia door bezoekers van sportscholen en fitnesscentra. Onderzoek door TNO (2009) naar de fitnesscentra baart zorgen. Sporters die genoemde prevalentie van dopinggebruik onder fitnessbeoefenaars middelen gebruiken lopen serieuze gezondheidsrisico’s op van vijftien jaar en ouder laat zien dat 8,2% van hen zowel korte als lange termijn. Deze schade kan het gevolg (160.000 personen) in de afgelopen jaren dopingmiddelen zijn van: 1) de (bij)werkingen van het middel zelf; 2) de heeft gebruikt. wijze van gebruik (bijvoorbeeld in combinatie met andere Is dopinggebruik in de georganiseerde (top)sport er middelen); 3) de gebrekkige kwaliteit van de middelen. Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid80
  • 83. Een van de aanbevelingen die de Gezondheidsraad hanteert sinds de jaren negentig van de vorige eeuwformuleert, is dat huisartsen en sportartsen actiever bij de richtlijnen voor artsen omtrent sportmedisch handelen.preventie van dopinggebruik moeten worden betrokken. Daarin wordt ook aandacht besteed aan doping. TerIn de praktijk blijkt echter dat de meeste sportartsen discussie staat of deze richtlijnen voldoende ruimteniets te maken willen hebben met prestatiebevorderende bieden aan artsen om sporters met vragen of problemenmiddelen en hulpvragen hierover van bijvoorbeeld in verband met het gebruik van dopinggeduide middelenbodybuilders. De Vereniging voor Sportgeneeskunde adequaat te kunnen begeleiden. //OrganisatieVereniging voor Sportgeneeskunde (VSG)De Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG), opgericht op 8 mei 1965, stelt zich ten doel het bevorderen van desportgeneeskunde in de ruimste zin des woords en de (beroeps)belangenbehartiging van haar leden in het bijzonder.De VSG maakt zich sterk voor de taak en de plaats in de sportgezondheidszorg van de bij haar aangesloten leden. De VSGstreeft naar een zo groot mogelijke uitwisseling van kennis en vaardigheden, ook op internationaal niveau.Om de leden op de hoogte te houden van de recente ontwikkelingen op het terrein van de sportgeneeskunde, wordener regelmatig refereeravonden en wetenschappelijke dagen georganiseerd. Verslagen van deze bijeenkomsten wordenter publicatie aangeboden aan de redacties van het tijdschrift Sport & Geneeskunde en het Nederlands Tijdschrift voorGeneeskunde.De wetenschappelijke doelstellingen van de VSG zijn:• vergroten van kennis over sportgeneeskunde bij haar leden en anderen die betrokken zijn bij de gezondheidszorg van sporters;• bevorderen van wetenschappelijk onderzoek, zowel toegepast als fundamenteel op het gebied van de sportgeneeskunde;• bevorderen van kennisuitwisseling met andere wetenschappelijke verenigingen.Tevens behartigt de VSG de specifieke beroepsbelangen van de in opleiding zijnde sportartsenmiddels de ondersteuning van de activiteiten van het Nederlands InstituutOpleiding Sportartsen (NIOS).Kijk op www.sportgeneeskunde.com29 en 30 november 2012Een volgendSportmedischWetenschappelijk Georganiseerd door:Jaarcongres 1 & 2 december te Kaatsheuvel 81
  • 84. overzicht vrije voordrachten dag 1 donderdag 1 december Sessie A1: Gezond, jeugd Sessie B1: Chronisch ziek, jeugd Karin Valkenet, UMC Utrecht. Afdeling Revalidatie, Herman IJzerman, Universiteit Maastricht Verplegingswetenschap en Sport Specifieke krachttraining verbetert spierkracht en Preoperatieve fysieke therapie voor een openhartoperatie: mobiliteit in patiënten met diabetische polyneuropathie wetenschappelijke evidentie en klinische effecten Guus Reurink, MC Haaglanden Rintje Agricola, Erasmus MC, afdeling Orthopedie Betrouwbaarheid en validiteit van Magnetic Resonance De ontwikkeling van cam laesies bij jonge voetballers Arthrografie voor het diagnosticeren van labrum letsels van de heup Sessie A2: Gezond, volwassenen Sessie B2: Chronisch ziek, volwassenen Anne-Marie van Beijsterveldt, UMC Utrecht, afdeling Revalidatie, Verplegingswetenschap en Sport Tessa Backhuijs, UMC Utrecht/KNVB Zeist Effectiviteit van een blessurepreventief oefenprogramma Sporten met een ICD: er zijn mogelijkheden! voor mannelijke amateurvoetballers Thomas Scheewe, Rudolf Magnus Institute for Henk van der Worp, Universitair Medisch Centrum Neuroscience, Department of Psychiatry, UMC Utrecht Groningen Fitnesstherapie bij patiënten met schizofrenie vermindert De TOPSHOCK studie: een RCT naar de effectiviteit van primaire en depressieve symptomen en verbetert radiale shockwave therapie in vergelijking met gefocuste functioneren en cardiovasculaire fitheid shockwave therapie voor patella tendinopathie Sessie B3: Chronisch ziek, ouderen Sessie A3: Gezond, ouderen Arlène Speelman, Radboud Universiteit Nijmegen Sietske van Berkel, Isala klinieken Zwolle. Afdeling De effectiviteit van een interventieprogramma om de Sportgeneeskunde fysieke activiteit bij patiënten met de ziekte van Parkinson Moving Forward Project: Reactivatie bij hartfalen, de te verhogen: The ParkFit trial eerste resultaten Floor Kappelhoff Sport na subtalaire artrodese. De resultaten van een retrospectieve langetermijnstudie Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid82
  • 85. overzicht vrije voordrachten dag 2vrijdag 2 december Sessie C1: Geblesseerd, jeugd Sessie D1: Gehandicapten Ellen Kemler, UMC Utrecht. Afdeling Revalidatie, Ellen Kemler, UMC Utrecht. Afdeling Revalidatie, Verplegingswetenschap en Sport Verplegingswetenschap en Sport Bracebehandeling versus tapebehandeling bij acuut Behandeling van acuut lateraal enkelbandletsel: tape of lateraal enkelbandletsel; een kostenvergelijking brace? Ingrid Janssen, Universiteit Maastricht Tim Luijkx, Universitair Medisch Centrum Utrecht Effectiviteit van schokwavetherapie bij patiënten met Cardiale hypertrofie en dysfunctie bij fasciopathie plantaris: een systematische review van anabolesteroidengebruik door krachtsporters: een placebo gecontroleerde studies MRI-studie Sessie C2: Geblesseerd, volwassenen Sessie D2: Topsport Maarten van der Worp, Academie Instituut, Utrecht Guus Reurink, MC Haaglanden Etiologie, diagnostiek & behandeling van het Iliotibiale Behandeling van acute hamstringblessures; een Band Syndroom bij hardlopers. Een systematische review systematisch literatuuronderzoek naar de kwaliteit van de literatuur Mark Krist, UMC Utrecht. Afdeling Revalidatie, Maarten Röling, Reinier de Graaf Gasthuis, Afdeling Verplegingswetenschap en Sport Orthopaedie Risicofactoren voor het oplopen van hamstringblessures bij Chronische liespijn bij sporters: arthroscopische interventie volwassen mannelijke amateurvoetballers bij femoroacetabulaire impingement Sessie C3: Geblesseerd, ouderen Petra Groenenboom, Medisch Centrum Haaglanden Prospectieve analyse van de oncologische revalidatie Vincent Gouttebarge, Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid, Academisch Medisch Centrum; Amsterdam Knie- en enkelartrose bij voormalige beroepsvoetballers Suzan de Jonge, Medisch Centrum Haaglanden Leidschendam, afdeling sportgeneeskunde Lange termijn follow-up van Achilles tendinopathie, vijf jaar na een excentrisch oefenprogramma 1 & 2 december te Kaatsheuvel 83
  • 86. dankwoord De Vereniging voor Sportgeneeskunde wil iedereen bedanken die zich heeft ingezet om dit congres tot een succes te maken. In het bijzonder willen wij de wetenschappelijke congrescommissie bedanken voor hun inzet. Ook dit jaar hebben zij hard gewerkt om een gevarieerd en interessant programma in elkaar te zetten binnen het brede vakgebied van sport en geneeskunde. De wetenschappelijke congrescommissie Prof. dr. Frank Backx (voorzitter, hoogleraar Klinische Sportgeneeskunde) Drs. Frits van Bemmel (cardioloog) Prof. dr. Ron Diercks (hoogleraar Klinische Sportgeneeskunde) Drs. Jan-Willem Dijkstra (sportarts) Prof. Jan Gielen (radioloog, namens de Vlaamse Vereniging voor Sportgeneeskunde actief in de VSG congrescommissie) Drs. Ed Hendriks (sportarts) Dhr. Rob Tamminga (sportfysiotherapeut, namens de NVFS actief in de VSG congrescommissie) Dr. Adam Weir (sportarts) Daarnaast willen wij graag beide dagvoorzitters, sessieleiders, sponsoren, sprekers, medewerkers van de Vereniging voor Sportgeneeskunde, Arko Sports Media en de Stichting Sport & Orthopedie bedanken voor het welslagen van dit congres. Speciale dank gaat uit naar Topsport Brabant voor hun inzet om het congres naar de provincie Noord-Brabant te brengen. Dagvoorzitters Stichting Sport & Orthopedie Dr. Babette Pluim Dhr. Ad Donkerlo Drs. Steef Bredeweg Arko Sports Media Sessieleiders Mevr. Kim van der Haar Drs. Ton Langenhorst Mevr. Marieke van Schendel Drs. Arjan Kokshoorn Mevr. Jolande Keet Dr. Adam Weir Mevr. Rian van Dijk Drs. Maarten Moen Mevr. Marleen Kessel Dr. Han Inklaar Mevr. Karlijn de Jonge Drs. Don de Winter Drs. Frits van Bemmel Bureau Vereniging voor Dr. Goof Schep Sportgeneeskunde Drs. Robert Rozenberg Mevr. Kelley Post Dr. Stephan Praet Dhr. Danny de Beer Drs. Jan-Willem Dijkstra Drs. Bert van Essen Drs. Peter van Veldhoven ISBN 978-90-5472-177-2 Drs. Ria van Rooijen NUR 898 Prof. dr. Jan Gielen Drs. Peter van Beek Eindredactie: Arko Sports Media Drs. Ed Hendriks Ontwerp en opmaak: studiorvg* Drs. Leo Heere Drukwerk: Offset Print, Valkenswaard Dr. Rienk Dekker Drs. Wout van der Meulen Drs. Maarten Moen Dhr. Rob Tamminga Drs. Esther Schoots Dr. Ivo van Hilvoorde Sportmedisch Wetenschappelijk Congres: Sport, Bewegen en Gezondheid84
  • 87. Stichting Sport & Orthopedie Voor het zesde jaar stelt de Stichting Sport & Orthopedie 500 euro beschikbaar voor het beste abstract! De stichting heeft de volgende doelstellingen: • het begeleiden en organiseren van congressen over aandoeningen en letsels van het bewegingsapparaat in relatie met sport; • het ondersteunen en verrichten van wetenschappelijk onderzoek naar aandoeningen en letsels van het bewegingsapparaat in relatie met sport; • het uitwisselen en overdragen van kennis met betrekking tot aandoeningen en letsels van het bewegingsapparaat in relatie met sport; • het ondersteunen van research en ontwikkelen van nieuwe technieken voor aandoeningen en letsels van het bewegingsapparaat in relatie met sport. Stichting Sport en Orthopedie Postbus 95500 1090 HM AMSTERDAM E-mailadres: sportenorthopedie@hotmail.com De Vereniging voor Sportgeneeskunde wil graag al haar sponsoren bedanken: your scientific supporter 1 & 2 december te Kaatsheuvel 85
  • 88. MasterScreen CPX: Excellent in both stationary and mobile use Oxycon Mobile: small, lightweight and on the spot CareFusion’s complete range of spirometers are designed to meet your every requirement. The MicroLab MicroMedical™ and Loop are highly portable MicroLab™ allowing it to be used in physician’s offices or for MicroLoop™ bedside testing.CareFusion combines proven clinical technologies andactionable intelligence to measurably improve patient care.For MicroMedical™ Kapteynlaan 13 De Molen 8 - 10 9351VG Leek 3994 DB Houten The Netherlands The Nethelands +31 (0)594 587 280 +31 30 2289 711 tel +31 (0)594 587 288 +31 30 2289 713 fax www.pt-medical.nlcarefusion.com Sportservice Noord-Brabant is hét organisatie-, Sportservice advies- en servicebureau voor sport en bewegen Noord-Brabant in Brabant. Het Olympisch Netwerk Brabant ondersteunt de topsporter in zijn/haar sportieve en maatschappelijke ontwikkeling en draagt bij aan een kwalitatief hoogwaardig topsport- klimaat in Brabant. Topsport Brabant faciliteert het Olympisch Netwerk Brabant. Topsport Brabant levert dankzij haar samenwerking met onder andere het bedrijfsleven (financiële) ondersteunings- mogelijkheden. Ook zijn er producten en diensten beschikbaar van verschillende partners.
  • 89. Op Ondersteunt het kraakbeen bij het sporten te in c lossen irca 100 CH-Alpha® ml • gewrichtscollageen • aangename sinaasappelsmaak • een kuur van minimaal 3 maanden • één maal per dag innemen Santesa B.V., Pampuslaan 186, 1382 JS Weesp info@santesa.nl, www.ch-alpha.nlCH-Alpha adv. VSG Congres 2011.indd 1 27-10-11 15:22 Sport Serie Voor (excellente) sportprestaties is goede voeding belangrijk daaraan bestaat geen twijfel. Een voedingssupplement is geen vervanging van een gevarieerde voeding en een gezonde leefstijl. De basis is goede voeding en voldoende training. Maar met een overvloed aan beschikbare sport producten, waarvan sommige onrealistische en niet onderbouwde claims voeren, kan het zeer moeilijk zijn de juiste keuze te maken. Welke producten zijn geschikt ter ondersteuning van sport en training?Lamberts Performance is een brede serie producten van proteïneshakes, repen, tot een energiedrank, om je alles te geven t.b.v. eengoede ondersteuning bij sport & training. Of je nu simpelweg je tnessniveau wilt onderhouden of voor intensieve atletische training.Daarnaast, zoals met alle Lamberts producten, heb je de zekerheiddat de producten geproduceerd zijn volgens onze strikte hogestandaarden. En, misschien het belangrijkste, al onze product formuleszijn gebaseerd op de laatste wetenschappelijk inzichten, per slot vanrekening geloven we in Sports Science en niet in Science ction!BIJ SPORT EN TRAINING | UITSTEKENDE SMAAK Kijk op www.NZVT.nl voor aangemelde producten Informatie via www.hb08.nl tel. 088-0075700 mail info@hb08.nlLamberts adv Sportserie.indd 1 27-10-2011 15:01:18
  • 90. Een Vitaal 2012? Eerst even V-CHECK-en! De V-Check is een zeer laagdrempelige preventieve vitaliteitsscan. Al- leen schoenen en sokken uit en 8 minuten stil te zitten. Dat is alles! De V-Check geeft een compleet beeld van de gezondheid en vitaliteit. Aan de hand van het uitgebreide rapport kunt u gericht aanbevelingen geven op het gebied van sport, lichaamsbeweging, gezonde voeding en ontspanning. Medisch-wetenschappelijk onderbouwd Het meetsysteem waarop de V-Check is gebaseerd, is gevalideerd door een achttal Westerse universiteiten. Researchrapporten zijn op aanvraag beschikbaar. Totaalconcept voor preventie en optimaliseren leefstijl De focus van de V-Check ligt op de analyse van leefstijl en preventie en wordt aangeboden als 5-stappen Vital Balance Plan; Inzicht – Kennis – Actie – Begeleiding – Monitoring. De V-Check biedt een gestructureerde oplossing om gericht en effectief te coachen naar een gezonde leefstijl en meer vitaliteit. Wilt u weten wat V-Check voor u kan betekenen? De meest complete preventieve vitaliteitsscan Bezoek ons op het Netwerkplein tijdens het congres of neem na het congres contact met ons per e-mail info@vitalbalancegroup.com of telefonisch op 020-820 2241. Alleen schoenen en sokken uit en 8 minuten stil zitten FOR YOUR VITAL BALANCE www.vcheck.nladvertentie vir def:Layout 1 03-11-2011 12:00 Pagina 1 Het Sportmedisch Dossier: efficiënt en gebruiksvriendelijk Met het Sportmedisch Dossier overziet u het hele behandelproces van uw patiënt. Zowel uw administratie als behandelgegevens kunt u hiermee vastleggen en gemakkelijk terugvinden. Deze informatie is vervolgens te gebruiken voor facturatie, correspondentie en verslaglegging. Werken met het Sportmedisch Dossier spaart allereerst tijd: gemiddeld tien minuten per patiënt. Daarnaast biedt het dossier vooral veel gebruiksgemak. Via internet heeft u toegang tot al uw gegevens, zodat u altijd en overal de juiste dossiers bij de hand hebt. Benieuwd naar het gebruiksgemak van het Sportmedisch Dossier? Kom naar de stand van VIR e-Care Solutions.